CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Afsprakenlijst BO MIRT landsdeel Zuid 2020

Gemeenteraad 22 september 2021, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel BO MIRT afspraken 2020 Mobiliteit en Verstedelijking (Woordmelding fractie 50PLUS)37.118 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

De gebiedsagenda wordt formeel in het BO MIRT vastgesteld en als bijlage bij de BO MIRT brief aan de Tweede Kamer aangeboden.  Het document is een inspiratiedocument als vertrekpunt voor verdergaande maatschappelijke en bestuurlijke samenwerking in de regio om gezamenlijk de uitdagingen van de klimaatverandering en de gevolgen ervan voor de waterveiligheid, de zoetwaterbeschikbaarheid, de regionale economie, de ecologie en het landschap van de Zuidwestelijke Delta aan te gaan.  Onder regie van het Gebiedsoverleg worden de handelingsperspectieven voor de toekomstige ontwikkeling van de Zuidwestelijke Delta in een vervolgtraject samen met de stakeholders verder uitgewerkt. De Gebiedsagenda geeft vanuit de grote wateren in de Zuidwestelijke Delta gebiedsgericht uitvoering aan de NOVI.

29 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020

Regio Noord-Nederland 1.

2.

3.

4.

Minder hinder Noord-Nederland  Rijk en regio kiezen voor een structurele samenwerking bij de integrale hinderaanpak en nemen hierin een gedeelde en gezamenlijke verantwoordelijkheid.  De afgelopen periode is er, in en rond Groningen met Aanpak Ring Zuid en Spoorzone, veel expertise opgebouwd rondom de integrale aanpak van Minder Hinder. In 2021 continueert en verbreedt de regio via Groningen Bereikbaar de succesvolle Minder Hinder Aanpak met het doel het structureel borgen van de regionale samenwerking omtrent de langjarige planning van werkzaamheden, integrale, multimodale en regionale mobiliteitsaanpak in Noord-Nederland.  De aanpak richt zich op regionale samenwerking, slim plannen, slim bouwen, verkeersmanagement, publieksgerichte samenwerking en communicatie over het integraal mobiliteitspakket.  Rijk en regio kiezen voor een aanpak waarbij flankerende maatregelen gericht zijn op het (tijdelijk) naar beneden brengen van hinderpieken en ook op de bijdragen aan de langere termijndoelen rond duurzame mobiliteit en leefbaarheid in landsdeel Noord. In en rond Groningen zal deze verbreding in de Minder Hinder aanpak in 2021 worden uitgevoerd.  Rijk en regio participeren in het samenwerkingsverband Groningen Bereikbaar dat de hinder- en mobiliteitsaanpak ondersteunt.

De koppeling van deze expertise aan hinderopgaven en mobiliteitsambities in Noord-Nederland wordt in 2021 nader uitgewerkt.  Rijk en regio spreken af dat er in 2021 een Plan van Aanpak wordt opgeleverd met daarin een beeld van de grote mobiliteits- en transitieopgaven van het landsdeel Noord. Dit heeft als doel om op het BO MIRT 2021 meerjarige afspraken te maken over de inzet van rijks- en regionale budgetten voor deze aanpak.  Rijk draagt maximaal 50% van de kosten met een maximum van € 1.100.000 incl. btw (ontvanger provincie Groningen). Smart Mobility: Digitalisering Overheden  In aanvulling op de generieke, landelijke afspraken over verdere digitalisering in het mobiliteitsdomein reserveert het Rijk een bedrag van € 200.000 (incl. btw), (ontvanger: Provincie Groningen) ten behoeve van de planvorming en besluitvorming over een implementatieplan voor regio Noord in 2021. Dit onder voorwaarde dat het regionale implementatieplan uiterlijk 2020 is vastgesteld en het Regionale Data Team volledig is opgestart. De overige kosten worden door de regio betaald. Regio Noord reserveert hiervoor in 2021 € 200.000 (incl. btw). Veilig, Slim en Duurzaam: Autonoom Vervoer: @North  Rijk en regio intensiveren de samenwerking, onder regie van de regio, ieder vanuit de eigen rol en verantwoordelijkheid.

 Rijk en regio delen de opgedane kennis en ervaring van de regio op het gebied autonoom vervoer in Nederland via de Krachtenbundelingslijnen en andere gremia.  Rijk en regio gaan in gesprek om te werken aan de optimalisatie van ontheffingen- en vergunningprocedures voor geautomatiseerd vervoer op de weg, water, spoor en lucht. Rijk en regio nemen daarbij als leidraad het plan van aanpak van de regio.  Rijk neemt een actieve rol in waarbij gebiedsgerichte versnelling meegewogen wordt.  Rijk onderzoekt samen met ProRail de (on)mogelijkheden van ATO op het spoor o.a. door de lopende initiatieven op het spoor van de Regio, ProRail, Arriva en NS te volgen en daar waar mogelijk te ondersteunen.  De exacte kaders en randvoorwaarden bij deze afspraken worden vastgesteld op het eerstvolgende DO Slim. Veilig, Slim en Duurzaam: Ketenmobiliteit Noord-Nederland (onder voorbehoud akkoord staatssecretaris; gedeputeerde is al akkoord)  Rijk en Regio onderschrijven de gezamenlijke ambitie zoals in de uitvoeringsagenda op hoofdlijnen beschreven waarin de relatie met ketenmobiliteit, MaaS, deelmobiliteit, logistiek en publiek vervoer expliciet wordt gelegd.  Rijk en regio onderkennen de koplopers rol van Noord-Nederland.

Het Rijk betrekt de regio door in het traject naar het opstellen van de uitwerking Ketens en knooppunten in het kader van het Toekomstbeeld OV 2040 case(s) uit Noord te behandelen waarbij onder andere de rol en verantwoordelijkheid van IenW per type knooppunten en randvoorwaarden met betrekking tot governance aan de orde komen. In de uitwerking

30 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020

5.

6.

7.

Ketens en knooppunten worden in 2021 de prioriteiten en benodigde acties voor knooppunten, ook in landsdeel Noord, in kaart gebracht.  In het BO MIRT 2021 praten Rijk en regio door en worden waar mogelijk afspraken gemaakt over deze prioriteiten en benodigde acties voor doorontwikkeling van ketens en knooppunten, het reeds opgestelde plan van aanpak van de regio en de door het Rijk nog op te stellen uitwerking.  Rijk en regio investeren in totaal € 100.000 incl. btw (ontvanger Provincie Drenthe) voor Quick Scans voor toegankelijkheid in het kader van het VN-Verdrag Handicap. Het Rijk draagt maximaal 50% van de kosten met een maximum van € 50.000 incl. btw  Het Rijk zet de tijdens het BO MIRT 2019 gemaakte reservering van € 150.000 incl. btw (ontvanger Provincie Drenthe) om in een definitieve toezegging voor de uitvoering van de plannen zoals opgesteld in de uitvoeringsagenda ketenmobiliteit.  Daarnaast reserveert het Rijk eenmalig € 500.000 incl. btw (ontvanger Provincie Drenthe) voor een bijdrage in uitvoering van de plannen zoals opgesteld in de Uitvoeringsagenda ketenmobiliteit onder de voorwaarde van cofinanciering van de regio van € 500.000 incl. btw. Door de koplopers rol van Noord-Nederland ziet het Rijk de regio als een pilot om ketenmobiliteit verder te ontwikkelen.

Deze reservering zal pas definitief worden als de regio een financiële begroting heeft opgesteld waarin is opgenomen voor welke operationele doelstellingen de middelen nodig zijn inclusief de cofinanciering. Deze wordt vastgesteld in het DO MIRT in het eerste kwartaal 2021. Veilig, Slim en Duurzaam: Deelmobiliteit  Het Rijk zet de tijdens het BO MIRT 2019 gemaakte reservering van € 100.000 incl. btw (ontvanger Provincie Drenthe) om in een definitieve toezegging voor de uitwerking van de volgende drie potentieel succesvolle projecten als businesscase, te weten:  Regio Groningen Assen: uitbouw van het aanbod deelauto’s in de stad Groningen naar omliggende regio;  Leeuwarden: inzet op deelauto’s in binnenstad en nieuwbouwwijk Zuidlanden;  N34 corridor: op hubs langs N34 dwarsverbanden leggen met dorpsgemeenschappen en toeristische sector. Veilig, Slim en Duurzaam: Bestendigen van reisgedrag tijdens coronacrisis met werkgevers en onderwijsinstellingen Werkgeversaanpak  Rijk en regio investeren in 2021 en 2022 per jaar in totaal € 2.200.000 incl. btw in de werkgeversaanpak in Noord-Nederland. Het Rijk draagt maximaal 50% van de proceskosten met een maximum van € 1.100.000 incl. btw (ontvanger gemeente Leeuwarden). Deze aanpak wordt gezamenlijk gecoördineerd door de werkgroep stakeholders-aanpak Noord-Nederland.

 Hiermee worden werkgevers gestimuleerd en geholpen om de werkgerelateerde mobiliteit te verduurzamen (zoals afgesproken in het Klimaatakkoord), en het reisgedrag van tijdens de coronacrisis te bestendigen: meer thuiswerken, beter spreiden van reizen over de dag en over de week. Complementair en verbonden aan de werkgeversaanpak zet de stichting Fossielvrije Weken samen met haar inwoners, bedrijven en instellingen in op de fossielvrij reizen in Noord-Nederland. Onderwijsaanpak  Rijk en regio investeren in 2021 en 2022 in totaal € 701.800 incl. btw in de onderwijsaanpak van Groningen Bereikbaar. Het Rijk draagt maximaal 50% van de kosten met een maximum van € 350.400 incl. btw (ontvanger Provincie Groningen).  In Groningen wordt hiermee een vervolg gegeven aan de succesvolle onderwijsaanpak. De aanpak draagt bij aan de realisatie van Rijksambities ten aanzien van de Hyperspits en het Klimaatakkoord door het bestendigen van anders roosteren, spreiden, fiets, en digitaal onderwijs. Veilig, Slim en Duurzaam: Fiets Fietsstimulering  Rijk en regio zetten in op fietsstimulering en dragen daarmee bij aan het landelijke doel om extra forenzen op de fiets te krijgen. Sinds de COVID-19 pandemie ligt het aandeel fiets in het woon- werkverkeer hoger, deze stijging willen we vasthouden.  Rijk stelt hiervoor voor in Noord-Nederland € 75.000 incl. btw beschikbaar.

Deze aanpak wordt gecoördineerd door de gemeente Leeuwarden (ontvanger gemeente Leeuwarden). Fietsparkeren  Rijk en regio blijven samenwerken om meer mensen gebruik te laten maken van de fiets en de fiets-treinreis te bevorderen. Zij doen dit door voldoende fietsparkeerplaatsen ter

31 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020

8.

9.

beschikking te stellen. Hiermee wordt ook een bijdrage geleverd aan reductie van CO2uitstoot.  Bij de besteding van extra Rijksmiddelen vanuit het Klimaatakkoord zal de nadruk meer dan tot nu toe komen te liggen op hogere benutting van bestaande capaciteit en innovaties in het fietsparkeren. Het Rijk heeft in het voorjaar een uitvraag gedaan voor nieuwe aanvragen fietsparkeerbijdragen waarbij projecten met veel impact – bij knooppunten, en in de buurt van woningbouwopgaven - en een goede kosten-baten verhouding, voorrang hebben.  Overal waar hieronder wordt gesproken over een investering van Rijk en Regio samen, wordt een investering in cofinanciering bedoeld, de criteria daarvoor zijn bekend bij partijen.  Rijk en regio investeren in Groningen samen in de realisatie van nieuwe maaiveldstallingcapaciteit bij de stations van Bedum, Grijpskerk, HoogezandSappemeer, Martenshoek, Veendam en Winschoten.  Rijk en regio investeren verder in de realisatie van extra fietsplaatsen bij station Groningen, inclusief een bijdrage voor Handhaving Benutting Fietsparkeren (HBF), en Europapark in de bewaakte stallingen en nieuwe maaiveldcapaciteit in Groningen Noord.  Rijk en regio investeren in Fryslân in de realisatie van nieuwe maaiveldstallingcapaciteit bij de stations van Grijpskerk en Franeker.

 Daarnaast investeren Rijk en regio op dezelfde basis in HBF voor betere benutting van de stalling bij station Leeuwarden.  Rijk en regio investeren in Drenthe samen in een extra bijdrage voor betere benutting en ontsluiting van de stalling bij station Emmen. Veilig, Slim en Duurzaam: Logistiek  In het BO MIRT 2019 is de afspraak gemaakt om een integraal logistiek Plan van Aanpak op te stellen. Het Plan van Aanpak bevat een investeringsagenda waarmee Rijk en Regio in 2021 landsdelig uitvoering geven aan het Plan van Aanpak. Op het thema logistiek blijft landsdeel Noord samenwerken onder de vlag van 'Logistiek Noord'.  Rijk en regio stemmen in met de uitvoering van het Plan van Aanpak Logistiek Noord. Dit Plan van Aanpak bevat de integrale landsdelige logistieke aanpak gericht op bereikbaarheid en duurzaamheid, inclusief de landsdelige doorvertaling van de uitvoeringsagenda ZE-zones voor stadslogistiek. Rijk en regio investeren in 2021 in totaal € 1.050.000 incl. btw voor de uitvoering van de integrale landsdelige logistieke aanpak in Noord-Nederland. Het Rijk draagt maximaal 50% van de kosten met een maximum van € 525.000 incl. btw (ontvanger provincie Groningen).

Ov-verbinding Randstad Noord-Nederland  Rijk en regio Noord-Nederland hebben conform het Toekomstbeeld OV de ambitie om de spoorverbinding tussen de Randstad en Noord-Nederland te verbeteren, door de reistijd te verkorten, de robuustheid te verbeteren en zo de regio beter te ontsluiten. De regio specificeert deze ambitie tot een reistijdverkorting van tenminste 30 minuten voor 2030.  Rijk en regio werken in 2021 een adaptief ontwikkelpad uit voor deze verbeteringen waarin zowel naar korte (2025) als middellange (2030) wordt gekeken.  Om nadere invulling te geven aan dit ontwikkelpad, worden verschillende onderzoeken in werking gezet, waarvoor het Rijk opdracht geeft:  De mogelijkheden voor verkorting van de reistijd tussen Amsterdam-Zuid en Zwolle met tenminste 15 minuten, inclusief de incasseerbaarheid van de reistijdwinst van de ic-NG in de nieuwe dienstregeling, worden in 2021 onderzocht door ProRail en NS.  De mogelijkheden voor verbetering van de robuustheid van het spoor tussen Zwolle en Meppel, inclusief verbeter- en versnellingsmogelijkheden bij station Meppel zelf, worden in 2021 door ProRail en NS nader onderzocht.  ProRail en NS onderzoeken in 2021 de uitvoerbaarheid, benodigde vervoerwaarde/kosten en kansen van frequentieverhoging tussen de Randstad en Groningen.

 ProRail onderzoekt in 2021 de robuustheid van de trajecten Meppel-Leeuwarden en Meppel-Groningen.  De uitwerkingen van het Toekomstbeeld OV en het potentieonderzoek laten zien dat in potentie de reistijd tussen de Randstad en Noord-Nederland met 30 minuten versneld kan worden via het bestaande spoor of de Lelylijn. In een verdiepend vervolgonderzoek, te starten in 2021 zullen IenW, BZK en regio vanuit de brede opgave deze potentie in samenhang met de haalbaarheid van een bijpassende ruimtelijke ontwikkeling ten aanzien van wonen, werken, recreëren en bereikbaarheid verder in kaart brengen.

32 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020

Rijk en regio constateren dat voor een dergelijke schaalsprong op de lange termijn een forse investering nodig is waarvoor op dit moment vanuit Rijk en regio niet voldoende middelen beschikbaar zijn.  In het Bestuurlijk Overleg MIRT van het najaar 2021 wordt de voortgang, dan wel de uitkomsten van de bovengenoemde onderzoeken besproken en zullen hier nadere afspraken over worden gemaakt. Grensoverschrijdend spoor: Emmen – Rheine  Rijk en regio delen het belang van goede internationale verbindingen en onderzoeken met de andere betrokken partijen in dat kader gezamenlijk de mogelijkheden van realisatie van een reizigersdienst tussen Coevorden en Neuenhaus vanaf eind 2024.  Het Rijk zal vanaf eind 2020 actief deel gaan nemen aan de internationale stuurgroep Emmen-Rheine, waarin Rijk en regio (provincie Drenthe, gemeenten, Duitse partners) verdere governance- en procesafspraken zullen maken richting een bestuursovereenkomst in het voorjaar van 2021.  De Nederlandse en Duitse regio’s blijven zich de komende jaren en na eventuele realisatie inzetten voor een succesvolle fysieke en sociaal-economische verbinding en nemen in ieder geval de exploitatiekosten van die verbinding en de investeringskosten voor het spoor van de Bentheimer Eisenbahn op Nederlands grondgebied voor hun rekening. De provincie Drenthe reserveert hiervoor € 3 miljoen.

 Het Rijk reserveert voorlopig € 10 miljoen incl. btw voor een bijdrage aan de benodigde investerings- en BOV-kosten op het Nederlands grondgebied, deze reservering is gebaseerd op eerste kostenschattingen voor de aanpassingen aan het spoor van ProRail en zal pas definitief worden als het project verder is uitgewerkt en er meer duidelijkheid is omtrent zaken als de voorkeursvariant en bijbehorende kosten, de zero emissie ambitie, de toekomstige exploitatie en gevolgen van de bijzondere eigendomssituatie. Spoorlijn Zwolle-Leeuwarden, inclusief decentralisatie sprinterdienst  In navolging van de afspraken uit het BO MIRT 2019 ten aanzien van decentralisatie van de sprinterdienst Leeuwarden-Zwolle en de spoorbrug over het van Harinxmakanaal werken Rijk en provincie Fryslân gezamenlijk aan een samenhangend pakket van maatregelen voor de verbetering van het openbaar vervoer in Fryslân, voornamelijk gericht op de spoorlijn Leeuwarden – Zwolle.  Rijk en provincie Fryslân maken afspraken over decentralisatie van de sprinterdienst Zwolle-Leeuwarden. De provincies Overijssel en Drenthe zijn bereid hieraan onder voorwaarden mee te werken, en blijven onderdeel van de verdere besluitvorming. Een algemene voorwaarde voor alle partijen is dat de decentralisatie meerwaarde biedt voor de regionale reiziger, zonder nadelen te brengen voor de landelijke reiziger.

 Indien verbeteren van het openbaar vervoer op de spoorlijn infrastructurele maatregelen vergt, houden Rijk en regio de mogelijkheid open deze onderdeel te laten uitmaken van een samenhangend pakket. Voor de provincie Fryslân is het investeren in infrastructurele maatregelen een randvoorwaarde.  Rijk en provincie Fryslân nemen richting voorjaar 2021 de benodigde stappen om dit maatregelenpakket uit te werken. Onderdeel hiervan is een berekening van de vervoerswaarde en exploitatiesaldo van het beoogde reizigersproduct door de Provincie Fryslân, een gezamenlijke eerste verkenning naar de benodigde infrastructuurmaatregelen en een uitvraag van het netto financieel effect bij de huidige concessiehouder door IenW. Hierbij wordt rekening gehouden met de huidige bijdrage van de provincie Fryslân aan de exploitatie van de sprinterlijn Leeuwarden - Zwolle. Waar mogelijk betrekken Rijk, ProRail en de provincies Fryslân, Drenthe en Overijssel elkaar bij deze onderzoeken.  Provincie Fryslân biedt ten behoeve van deze stappen meer duidelijkheid over de beoogde verbeteringen van het reizigersproduct, en de vervoerswaarde die daaraan gekoppeld is.

Hierbij wordt gedacht aan de volgende fasering:  Uitgangssituatie: twee sprinters per uur tussen Leeuwarden en Zwolle;  Op korte termijn: een betere aansluiting van bus-, veer- en treinvervoer op elkaar, de bediening van stations Werpsterhoeke en wellicht Heerenveen IJsstadion tijdens evenementen;  Voor de middellange termijn: een verkenning naar verdere opties, zoals de mogelijkheden om op termijn sprinterdiensten over de lijn Zwolle-Leeuwarden te intensiveren en / of (gedeeltelijk) door te koppelen aan de sprinterdiensten uit Groningen, evenals realisatie en bediening station Staphorst.  Het Rijk en de provincie Fryslân streven ernaar om in het voorjaar 2021 een decentralisatieconvenant te ondertekenen voor de sprinterdienst Zwolle-Leeuwarden, al dan niet onder nader te bepalen voorwaarden. Concrete onderdelen van het convenant 

10.

11.

33 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020

12.

13.

14.

zijn het na te streven reizigersproduct en de decentralisatie van bevoegdheden voor de sprinterdienst. Om dit te kunnen realiseren maken Rijk en provincie Fryslân afspraken over de beoogde (infrastructuur)maatregelen om het verbeterde reizigersproduct betrouwbaar en tegen aanvaardbare kosten aan te kunnen bieden, evenals over de structurele bijdrage voor de exploitatie die volgt uit het netto financieel effect op de HRN-concessie.  Rijk en de provincie Fryslân streven ernaar in 2021 definitieve afspraken te maken over het samenhangend pakket met daarin de te nemen (infrastructuur)maatregelen en de verdeling van kosten. Ten behoeve hiervan voert ProRail een verdere capaciteitsstudie en beschikbaarheidsanalyse uit. Verduurzamen regionaal personen- en goederenvervoer per spoor  Rijk en regio vragen aan goederenverladers of zij mogelijkheden zien om in de komende jaren een pilot van een goederentrein op waterstof te starten.  Rijk en regio ontwikkelen in samenwerking met ProRail het transitiepad naar zero emissie treinvervoer in Noord-Nederland in 2035 en werken in dat kader toe naar afspraken over o.a. financiering:  In 2021 over treinen die tot de start van de nieuwe concessie (december 2035) als gevolg van uitbreidingen in de infrastructuur, zoals Veendam-Stadskanaal en de Wunderline, nieuw aangeschaft dienen te worden;  Het Rijk reserveert € 5 miljoen incl.

btw ten behoeve van infrastructuurmaatregelen om deze eerste reguliere zero emissie treinen te faciliteren, wanneer de genoemde infrastructuuruitbreidingen in dienst worden genomen;  In het kader van de benodigde voorbereidingen/aanbesteding uiterlijk in 2028 over de volledige transitie naar zero emissie bij de start van de concessie 2035 – 2050. Hoofdvaarweg Lemmer-Delfzijl  Rijk en de regio besluiten om de voorkeursbeslissing voor de MIRT-verkenning Spannenburg, Oude Schouw en Uitwellingerga medio 2021 te nemen waarna de MIRTplanuitwerking kan starten.  Rijk en de regio stellen vast dat op basis van de ‘Haalbaarheidsstudie aquaduct voor de bruggen Schuilenburg en Kootstertille’ een startbeslissing voor een gebiedsgerichte MIRT-verkenning kan worden opgesteld. Bij de MIRT-verkenning betrekt Rijkswaterstaat de provincie en gemeente actief vanuit hun verantwoordelijkheid voor regionale gebiedsontwikkelingen en het provinciale en gemeentelijke wegennet. De startbeslissing kan medio 2021 door de Minister van IenW getekend worden.  Het Rijk besluit tot het investeren in de vervanging van de industriële automatisering op de objecten op de Hoofdvaarweg Lemmer – Delfzijl.

Hiertoe neemt het Rijk een realisatiebesluit voor het aanleggen van glasvezel in de provincie Groningen en start er een MIRT-planuitwerking met Proof of Concept naar de industriële automatisering op de Hoofdvaarweg Lemmer – Delfzijl.  Rijk en regio besluiten dat de gemeente Groningen de verbinding bij Paddepoelsterbrug herstelt met een vaste brug op minimaal 9,1 meter exclusief correcties voor bodemdaling en uniformiteit, zonder pijler in de vaarweg en met een minimale overspanning van 54 meter. Het Rijk stelt hiervoor een rijksbijdrage van maximaal € 8,6 miljoen incl. btw beschikbaar, waarvan € 7,1 miljoen uit het taakstellend budget van de € 45 miljoen aangevuld met de gereserveerde € 1,5 miljoen voor een tijdelijke oplossing. Dit met inachtneming van de afgesproken inspanning van het Rijk om, indien nodig, additionele middelen te zoeken voor de Busbaanbrug vanuit andere Rijksprogramma’s.  Rijk en regio besluiten om de bewonersvariant Gerrit Krolbrug niet mee te nemen in de lopende MIRT-planuitwerking omdat deze niet voldoet aan het reeds vastgestelde voorkeursalternatief en de Richtlijn Vaarwegen. De MIRT-planuitwerking onderzoekt twee varianten: een brug op 4,5 meter MHWS en een brug op 5,7 meter MHWS conform de Richtlijn vaarwegen. De regio verwacht dat de inpassing van de 5,7 meter MHWS variant in de stedelijke omgeving buitengewoon moeilijk zal zijn.

Rijk en regio streven naar spoedige besluitvorming over de voorkeursvariant medio 2021, waarbij Rijk en regio beide varianten op alle criteria zorgvuldig en evenwichtig zullen afwegen.  Het Rijk zal na besluitvorming in het BO MIRT de besluiten over Paddepoelsterbrug en Gerrit Krolbrug in een brief bevestigen aan de regio. MIRT-Onderzoek A28 Amersfoort-Hoogeveen  Het Rijk reserveert € 30 miljoen (incl. btw en risico-reservering) voor uitwerking en realisatie van het pakket aan gerichte infrastructurele maatregelen. Het streven is om deze maatregelen uiterlijk 2026 te hebben gerealiseerd.

34 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020

Voor de A28 corridor Noord Veluwe investeren de provincie Gelderland en de regio Noord Veluwe in het mobiliteitsprogramma Noord Veluwe Bereikbaar (NVB). Het programma heeft drie programmalijnen: Robuuste verbindingen, Duurzaam reizen en Slimme mobiliteit. Voor 2021 zijn 19 projecten voorzien met een totale waarde van € 1,407 miljoen.  De provincie Drenthe en haar regionale partners investeren tussen 2020 en 2024 circa € 25 miljoen in een breed pakket van maatregelen. Dit pakket is gericht op o.a.: het stimuleren van logistieke hubs, ketenmobiliteit/hubs/MaaS, een werkgeversaanpak en het aanleggen van laadinfrastructuur, optimalisatie van het onderliggende wegennet (N375) en gebiedsontwikkeling/stationsontwikkeling Meppel en Hoogeveen.  Voor Zwolle en omgeving wordt in 2020/2021 een Gebiedsgericht MIRT-onderzoek bereikbaarheid in relatie tot verstedelijking uitgevoerd. Rapportage en maatregelen worden geagendeerd voor het BO MIRT 2021. De bestaande projecten slim en duurzaam/werkgeversaanpak in de regio Zwolle worden voortgezet en in overleg met de Regio Zwolle geïntensiveerd en ‘op maat’ gemaakt voor de A28. De provincie Overijssel stelt daarbij in 2021 € 0,7 miljoen beschikbaar voor deze aanpak.

 Op het BO MIRT 2021 wordt de A28 wederom geagendeerd om te bezien of de resultaten uit het Gebiedsgerichte MIRT-Onderzoek Zwolle aanleiding geven om aanvullende afspraken over maatregelen rondom de A28 tussen Rijk en regio te maken.  Eveneens spreken Rijk en regio met elkaar af om in 2021 te kijken of de maatregelen die nu alleen voor 2021 zijn gefinancierd, kunnen worden opgenomen in een meerjarige investeringsagenda. Knelpunten hoofdwegennet en onderliggend wegennet  Rijk en regio onderzoeken op welke wijze regionale infrastructuurknelpunten ten aanzien van verkeersveiligheid en doorstroming op zowel het hoofdwegennet als op het snijvlak hoofdwegennet en onderliggende wegennet beter voor het voetlicht gebracht kunnen worden in de MIRT-cyclus en het MIRT-instrumentarium.  Het Rijk stelt € 8,275 miljoen incl. btw cofinancieren beschikbaar naast het bedrag van in totaal € 17,125 miljoen dat de regio bereid is in te zetten voor het op korte termijn aanpakken van het zestal infrastructuurknelpunten ten aanzien van verkeersveiligheid en doorstroming.  De Rijksbijdrage van € 8,275 is bestemd voor de knelpunten A28, afrit 27 (€ 0,75 miljoen), A28, De Punt/GAE (€ 3 miljoen), A7, afrit 20 (€ 1,5 miljoen), A31, afrit 22 (€ 1,5 miljoen), A7, afrit 47 (€ 0,525 miljoen), A28, afrit 38 (€ 1,0 miljoen).

Decentralisatie Waddenveren  Het Rijk en de provincie Fryslân hebben een positieve grondhouding ten aanzien van het decentraliseren van de concessieverlening voor de Friese Waddenveren. Het biedt de provincie Fryslân onder meer kansen voor verdere duurzame verbetering van het regionaal vervoerproduct voor de reiziger.  Het Rijk en de provincie Fryslân streven ernaar om in februari 2021 een intentieverklaring te ondertekenen. De intentieverklaring beschrijft de uitgangspunten en acties benodigd voor besluitvorming over de overdracht van de bevoegdheden van het Rijk naar de provincie Fryslân.  Het beoogde resultaat van de besluitvorming is dat de provincie Fryslân uiterlijk 2026 verantwoordelijk wordt voor de verlening van concessies voor de Friese Waddenveren. Programmatische Aanpak Grote Wateren: Koehool-Lauwersmeer  Rijk en regio nemen kennis van de door de minister van IenW in overeenstemming met de minister van LNV getekende startbeslissing voor de MIRT-verkenning KoehoolLauwersmeer.  Het project Koehool-Lauwersmeer vloeit voort uit de Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW). Met deze aanpak wordt gewerkt aan de ambitie om te komen tot ecologisch gezonde en toekomstbestendige grote wateren, waarin een hoogwaardige natuur samengaat met een krachtige economie.

Programmatische Aanpak Grote Wateren: Friese IJsselmeerkust  Rijk en regio nemen kennis van de door de minister van IenW in overeenstemming met de minister van LNV en onder voorbehoud van de goedkeuring van de colleges en dagelijks bestuur van de betrokken regiopartijen, getekende startbeslissing voor de MIRT-verkenning Friese IJsselmeerkust.  Het project Friese IJsselmeerkust vloeit voort uit de Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW). Met deze aanpak wordt gewerkt aan de ambitie om te komen tot ecologisch gezonde en toekomstbestendige grote wateren, waarin een hoogwaardige natuur samengaat met een krachtige economie. Het project sluit aan bij de regionale ambities die beschreven zijn in het Ambitiedocument Friese IJsselmeerkustgebied. 

15.

16.

17.

18.

35 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020

19.

20.

21.

22.

23.

24.

Tijdens de MIRT-verkenning wordt koppeling met de regionale ambities verder onderzocht. Programmatische Aanpak Grote Wateren en Eems-Dollard 2050: Pilot buitendijkse slibsedimentatie  Rijk en regio nemen kennis van de door de minister van IenW in overeenstemming met de minister van LNV genomen voorkeursbeslissing voor de MIRT-verkenning Pilot buitendijkse slibsedimentatie.  Het project Pilot buitendijkse slibsedimentatie vloeit voort uit de Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW). Met deze aanpak wordt gewerkt aan de ambitie om te komen tot ecologisch gezonde en toekomstbestendige grote wateren, waarin een hoogwaardige natuur samengaat met een krachtige economie. Programmatische Aanpak Grote Wateren en Eems-Dollard 2050: Kustontwikkeling Groote Polder –Eemszijlen  Rijk en regio nemen kennis van de door de minister van IenW in overeenstemming met de minister van LNV getekende startbeslissing voor de MIRT-verkenning Kustontwikkeling Groote Polder-Eemzijlen.  Het project Kustontwikkeling Groote Polder-Eemzijlen vloeit voort uit de Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW). Met deze aanpak wordt gewerkt aan de ambitie om te komen tot ecologisch gezonde en toekomstbestendige grote wateren, waarin een hoogwaardige natuur samengaat met een krachtige economie.

Baggeren buitendelta’s Waddengebied  Rijk en regio onderschrijven het belang van een duurzame bereikbaarheid in het Waddengebied.  Rijk en regio spreken af om, rekening houdend met de natuur, dynamiek binnen het systeem, ieders rol en verantwoordelijkheid en budgettaire kaders, gezamenlijk de wenselijkheid en de haalbaarheid te verkennen van een andere wijze van beheer van de vaargeulen, teneinde de duurzame bereikbaarheid in het Waddengebied te borgen. Versnelling woningbouw en herstructurering Fryslân  Dat BZK met juridische en beleidsondersteuning bijdraagt aan het terugdringen van het overschot aan verouderde woningbouwplannen.  Om de mogelijkheden te verkennen voor een heffingsvermindering sloop/herstructurering om hiermee corporaties in heel Fryslân te ondersteunen bij de vooral kwalitatieve opgave.  BZK en Provincie zich inzetten om instrumenten te ontwikkelingen die gericht zijn op de verbetering van de particuliere voorraad.  Indien zich knelpunten met regelgeving voordoen, worden deze door de provincie in kaart gebracht en samen met BZK bezien welke oplossingsrichtingen er mogelijk zijn.  BZK heeft financiële middelen vrijgemaakt voor de financiering van flexpools in 2020 en 2021.

Verstedelijkingsstrategie Regio Groningen-Assen Rijk en regio besluiten:  De principes als uitgangspunt te hanteren voor de ontwikkeling van een voorkeursvariant;  Parallel te werken aan een ontwikkelpad (fasering) en uitvoeringsstrategie;  In het BO Leefomgeving van 2021 de verstedelijkingsstrategie vast te stellen. 12e Voortgangsrapportage Regiospecifiekpakket Zuiderzeelijn  De twaalfde en tevens laatste voortgangsrapportage Regiospecifiek pakket-Zuiderzeelijn (RSP-ZZL) wordt vastgesteld.

36 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020

Regio Oost – Nederland 1.

2.

3.

4.

5.

Minder hinder regio Oost-Nederland  Rijk en regio spreken af de algemene afspraken als eerste nader uit te werken voor de A12 corridor Arnhem – Duitse grens middels “Gebiedsaanpak Minder Hinder A12 corridor” en “Gedragsaanpak A12” en een passende invulling voor het gehele landsdeel. Het Rijk is bereid hiervoor regie op zich te nemen. Veilig, slim en duurzaam  Rijk en landsdeel Oost bekrachtigen het belang van inzet op maatregelen die op korte termijn realiseerbaar zijn, zich richten op het verbeteren van de verkeersveiligheid, het beter benutten van de bestaande infrastructuur en verduurzaming van de mobiliteit. Hiertoe worden de onderstaande afspraken gemaakt op het gebied van de investeringsimpuls verkeersveiligheid, smart mobility, het bestendigen van de toename in thuiswerken, buiten de spits reizen en fietsgebruik tijdens de coronacrisis, en logistiek. Smart mobility: Digitalisering overheden  In aanvulling op de generieke, landelijke afspraken over verdere digitalisering in het mobiliteitsdomein reserveert het Rijk jaarlijks een bedrag van € 455.000 (incl. btw, ontvanger: € 322.500 door Provincie Gelderland, € 132.500 door provincie Overijssel) voor regio Oost voor de periode 2021 tot en met 2023. De overige kosten worden door de regio betaald. De regio Oost reserveert hiervoor in totaal € 1.365.000 (incl btw) voor de gehele periode 2021 tot en met 2023.

Bestendigen van reisgedrag tijdens coronacrisis met werkgevers en onderwijsinstellingen Werkgeversaanpak  Rijk en regio blijven investeren in het stimuleren en helpen van werkgevers om de werkgerelateerde mobiliteit te verduurzamen (zoals afgesproken in het Klimaatakkoord), en het reisgedrag ten tijde van de coronacrisis te bestendigen: meer thuiswerken en beter spreiden van reizen over de dag en over de week.  Conform afspraak gemaakt tijdens het BO MIRT 2019 draagt het Rijk in zowel 2021 als 2022 50% van de proceskosten met een maximum van € 0,9 miljoen incl. btw per jaar (waarvan in 2021 en 2022 maximaal € 0,6 miljoen incl. btw per jaar voor provincie Gelderland en maximaal € 0,3 miljoen incl. btw per jaar voor provincie Overijssel). Vanwege de unieke context tijdens de coronacrisis stelt het Rijk daarnaast een bijdrage ter beschikking voor de intensivering van de werkgeversaanpak. Hiervoor draagt het Rijk in zowel 2021 als 2022 50% van de proceskosten met een maximum van € 0,35 miljoen incl. btw per jaar (waarvan in 2021 en 2022 maximaal € 0,2 miljoen incl. btw per jaar voor Gelderland en maximaal € 0,15 miljoen incl. btw per jaar voor Overijssel). In 2021 wordt € 0,3 miljoen van deze € 0,35 miljoen gefinancierd uit de vorig jaar op het BO MIRT gemaakte reservering van € 0,3 miljoen voor maatregelen op het gebied van Veilige, Slimme en Duurzame Mobiliteit.

Deze reservering is daarmee volledig ingevuld. Onderwijsaanpak  Rijk en regio werken samen aan het verlichten van de hyperspits door samenwerking met onderwijsinstellingen, onder andere door inzet op e-learning, spreiden van onderwijstijden en slim roosteren. Voor de onderwijsaanpak in de regio ArnhemNijmegen draagt het Rijk maximaal 50% van de kosten met een maximum van € 89.000 incl. btw (ontvanger: provincie Gelderland). Voor de onderwijsaanpak in de provincie Overijssel in 2021 en 2022 draagt het Rijk 50% van de kosten met een maximum van € 181.500 incl. btw voor beide jaren samen (ontvanger: provincie Overijssel). Fiets Fietsstimulering in relatie tot werkgeversaanpak  Rijk en regio zetten in op fietsstimulering en dragen daarmee bij aan het landelijke doel om extra forenzen op de fiets te krijgen. Sinds de COVID-19 pandemie ligt het aandeel fiets in het woon-werk verkeer hoger, deze stijging willen we vasthouden.  Het Rijk draagt hiervoor 50% van de kosten met een maximum van € 75.000 incl. btw (waarvan maximaal € 37.500 incl. btw voor provincie Gelderland en maximaal € 37.500 incl. btw voor provincie Overijssel). Voor zowel Overijssel als Gelderland is dit op basis van 50/50 cofinanciering. Fietsparkeren  Rijk en regio investeren in de bouw van maaiveldstallingen bij de stations van Barneveld Centrum, Geldermalsen, Hoevelaken en Nunspeet.

 In Nijmegen studeert de regio op een knooppuntontwikkeling waar een toekomstige fietsenstalling deel van uit kan maken, aan de studie voor deze stalling dragen Rijk en Regio bij.

37 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020

Rijk en regio investeren samen in de bouw van maaiveldstallingen bij stations in Dalfsen, Hardenberg, Heino, Kampen-Zuid en Raalte.  Daarnaast investeren Rijk en regio in cofinanciering in het bijdragen aan studie voor complexe grote stallingen bij station Enschede en Zwolle. Logistiek  Tijdens het BO MIRT Oost-NL 2019 is afgesproken dat Rijk en regio een Plan van Aanpak opstellen voor een integrale landsdelige logistieke aanpak gericht op bereikbaarheid en duurzaamheid, inclusief regionale uitvoeringsagenda zero emissie stadslogistiek. Het Plan van Aanpak is inmiddels opgesteld. Rijk en regio spreken af in 2021 met de beschikbare restmiddelen invulling te geven aan de benodigde vervolgstappen. A28 Amersfoort-Hoogeveen  Het Rijk reserveert €30 miljoen (inclusief btw en risicoreservering) voor uitwerking en realisatie van het pakket aan gerichte infrastructurele maatregelen. Het streven is om deze maatregelen uiterlijk 2026 te hebben gerealiseerd.  Voor de A28 corridor Noord Veluwe investeren de provincie Gelderland en de regio Noord Veluwe in het mobiliteitsprogramma Noord Veluwe Bereikbaar (NVB). Het programma heeft drie programmalijnen: Robuuste verbindingen, Duurzaam reizen en Slimme mobiliteit. Voor 2021 zijn 19 projecten voorzien met een totale waarde van € 1,407 miljoen.

 De provincie Drenthe en haar regionale partners investeren tussen 2020 en 2024 circa 25 miljoen euro in een breed pakket van maatregelen. Dit pakket is gericht op o.a.: het stimuleren van logistieke hubs, ketenmobiliteit/hubs/MaaS, een werkgeversaanpak en het aanleggen van laadinfrastructuur, optimalisatie van het onderliggende wegennet (N375) en gebiedsontwikkeling/stationsontwikkeling Meppel en Hoogeveen.  Voor Zwolle en omgeving wordt in 2020/2021 een Gebiedsgericht MIRT onderzoek bereikbaarheid in relatie tot verstedelijking uitgevoerd. Rapportage en maatregelen worden geagendeerd voor het BO MIRT 2021. De bestaande projecten slim en duurzaam/werkgeversaanpak in de regio Zwolle worden voortgezet en in overleg met de Regio Zwolle geïntensiveerd en ‘op maat’ gemaakt voor de A28. De provincie Overijssel stelt daarbij in 2021 € 0,7 miljoen beschikbaar voor deze aanpak.  Op het BO MIRT 2021 wordt de A28 wederom geagendeerd om te bezien of de resultaten uit het Gebiedsgerichte MIRT-Onderzoek Zwolle aanleiding geven om aanvullende afspraken over maatregelen rondom de A28 tussen Rijk en regio te maken.  Eveneens spreken Rijk en regio met elkaar af om in 2021 te kijken of de maatregelen die nu alleen voor 2021 zijn gefinancierd, kunnen worden opgenomen in een meerjarige investeringsagenda.

N35  Rijk en regio stellen het verkeerskundig onderzoek N35 Wijthmen – Nijverdal van Arcadis, de aanvullende bestuurlijke notitie en de verdiepende analyse van de tracés en kruispunten van de N35 vast.  Rijk en regio kiezen voor een gezamenlijke, gefaseerde en adaptieve aanpak om naar een eindbeeld voor de N35 toe te gaan. Daarbij wordt uitgegaan van het wegbeeld van een regionale stroomweg, waarbij de aanpak een toekomstige uitbreiding naar 2x2 rijstroken nog mogelijk maakt. Voor het Rijk staat daarbij de verbetering van de verkeersveiligheid op het traject voorop.  Rijk en de regio werken als onderdeel van de gezamenlijke adaptieve aanpak ook een toekomstbeeld van de N35 uit met als centrale vraag hoe het eindbeeld van de N35 er uit komt te zien en welke stappen we daar voor zetten. In het BO MIRT van 2021 wordt hierover terug gerapporteerd.  Voor de N35 besluiten Rijk en regio het gedeelte Wijthmen-Raalte aan te pakken in een toekomstvaste 2x1 opzet met ongelijkvloerse kruisingen, 2 kruispunten te verbeteren tussen Raalte en Nijverdal en een rondweg Mariënheem 2x1 te realiseren (ook toekomstvast).  Rijk en regio reserveren ieder € 100 miljoen, zodat in totaal € 200 miljoen beschikbaar is voor de realisatie. De rijksbijdrage is inclusief btw. Hiermee is voldaan aan minimaal 75 % van de middelen die beschikbaar moeten zijn voor de uitwerking in een verkenning.

 In de uitwerking zoeken Rijk en regio naar kosten efficiënte oplossingen bij de aanleg van kunstwerken. Meerkosten boven de € 200 miljoen worden 50/50 verdeeld tussen Rijk en regio.  De provincie heeft voor de uitvoering van de projecten voor de N35 Wijthmen - Nijverdal maximaal € 120 miljoen beschikbaar en stelt voor deze fase € 100 miljoen beschikbaar behoudens goedkeuring door Provinciale Staten. 

6.

7.

8.

38 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020

 9.

10.

11.

12.

De provincie Overijssel neemt het voortouw bij de planologische uitwerking en besluitvorming. Het Rijk voert het project uit.

Strategische agenda A50 corridor Nijmegen-Eindhoven & MIRT-verkenning A50 Ewijk-Bankhoef-Paalgraven  Het Rijk en de provincies Gelderland en Noord-Brabant stellen de strategische agenda met mobiliteitsaanpak voor de corridor A50 Nijmegen-Eindhoven vast.  Na deze beslissing kan de strategische agenda, in samenhang met de reeds gestarte MIRT-verkenning A50 Ewijk-Bankhoef-Paalgraven, in uitvoering worden gebracht. MIRT-verkenning A1/A30 Barneveld  Het Rijk en de regio (provincie Gelderland, Regio Foodvalley en de gemeente Barneveld) spreken hun voorkeur uit voor het Voorkeursalternatief A1-A30 (Sober+).  Hiervoor reserveren het Rijk en de regio € 83,5 miljoen Waarbij de regiobijdrage maximaal € 11,5 miljoen is.  De minister van IenW stelt naar verwachting begin 2021 het voorkeursalternatief vast en geeft opdracht voor de volgende fase (planuitwerking) A1-A30. A1/A35  Rijk en regio nemen kennis van de uitwerking van de oplossingsrichtingen voor de korte termijn.  Rijk en regio spreken op basis hiervan af:  Het Rijk stelt €5 miljoen (inclusief btw) beschikbaar voor de aanleg van een weefvak op de A35 tussen de toerit Delden en de afrit Hengelo-Zuid waarmee terugslag op de A1 bij Buren naar verwachting wordt verminderd en de veiligheid toeneemt en de doorstroming verbetert.

 De oplossingsrichting ‘uitbreiding verkeersignalering’ (€ 2,5 – € 4,25 miljoen) als een gewenste maatregel te zien omdat het bijdraagt aan de verkeersveiligheid en de doorstroming. Het Rijk bekijkt nader in de studie naar het weefvak of verkeerssignalering binnen de beschikbaar gestelde € 5 miljoen is in te passen. De uitkomst wordt besproken in een later BO MIRT.  De regio neemt voor het project Vloedbeltverbinding op basis van de Plan MER een besluit over een voorkeursalternatief en stelt hiervoor de financiering beschikbaar. Deze verbinding tussen Hengelo en Almelo draagt bij aan:  de verbetering van de doorstroming en verkeersveiligheid op de A1/A35 tussen Almelo en Hengelo;  het versterken van de robuustheid van het regionale wegennet in het plangebied;  het ontlasten van de N743-traverse door de kern Zenderen en door Borne ten behoeve van het woon- en leefmilieu in deze kernen.  Rijk en regio zetten via de reguliere afspraken over de werkgeversaanpak in OostNederland in op anders, slimmer en schoner reizen. De regio zet verder in het kader van dit anders reizen in op realisatie van de F35. Deze maatregelen verminderen het autogebruik en dragen bij aan de doorstroming op het hoofd- en onderliggend wegennet.  Rijk en regio blijven de A1/A35 en het onderliggend wegennet gezamenlijk monitoren wat betreft doorstroming, veiligheid en leefbaarheid.

Indien de resultaten daar aanleiding toe geven, agenderen Rijk en regio de A1/A35 tussen Azelo en Buren opnieuw in het BO MIRT en bespreken wanneer aanvullende maatregelen (waaronder oplossingsrichtingen voor de langere termijn) in gang moeten worden gezet.  Rijk en regio spreken af dat indien aanvullende oplossingsrichtingen op het hoofdwegennet noodzakelijk blijken (vervolg uitvoering van het maatregelenpakket uit het MIRT onderzoek), de gedane investeringen van de regio -zoals in de Vloedbeltverbinding- als regionale bijdrage worden aangemerkt. MIRT Programma A2 Deil – ’s-Hertogenbosch – Vught  Rijk en regio stellen de concept Voorkeursbeslissing A2 Deil – ’s-Hertogenbosch – Vught vast. Rijk en regio spreken hierbij de intentie uit om de concept Voorkeursbeslissing te realiseren. De concept Voorkeursbeslissing bestaat uit een Voorkeursalternatief voor de A2 en een regionaal pakket aan zowel brede mobiliteitsmaatregelen (met diverse maatregelen op vlak van werkgeversbenadering, fiets, smart mobility, verkeersmanagement e.d.) als diverse flankerende maatregelen gericht op het mobiliteitssysteem rond de A2 voor de periode 2021-2030.  Het Rijk reserveert voor de realisatie van het Voorkeursalternatief A2 Deil-Vught € 830 miljoen (inclusief btw) in het MIRT.

 Regionale partijen spreken commitment uit voor de gezamenlijke uitwerking van de financiering van een Breed Mobiliteitspakket geraamd op maximaal € 45 miljoen (met diverse maatregelen op vlak van werkgeversbenadering, fiets, smart mobility, verkeersmanagement, OV e.d.).

39 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020

13.

14.

De Brabantse regio stelt daarbij concreet € 22,5 miljoen beschikbaar voor deze maatregelen.  De Gelderse regio is bereid zich in te spannen voor de realisatie van de Brede Mobiliteitsaanpak. Financiële bijdrage wordt daarbij gebaseerd op de nadere concretisering van de aanpak in de regio en bedraagt maximaal € 22,5 miljoen.  In de Voorkeursbeslissing zijn, in aanvulling op de maatregelen uit het Breed Mobiliteitspakket, verder nog de volgende flankerende maatregelen ter verbetering van het mobiliteitssysteem rond de A2 door regionale partijen opgenomen:  Diverse maatregelen gericht op het verbeteren van de bereikbaarheid aan de oostzijde van ’s-Hertogenbosch (ontsluiting Empel, Groote Wielen, Rosmalen) door aanpassingen op het onderliggende wegennet, met name nabij de aansluiting Rosmalen op de A2. De Brabantse regio stelt daarbij concreet € 10 miljoen beschikbaar voor deze aanvullende maatregelen.  Diverse maatregelen gericht op het verbeteren van de leefbaarheid en het tegengaan van sluipverkeer nabij Waardenburg en Velddriel.  Diverse maatregelen die een goed alternatief bieden voor de auto in de vorm van een hoogwaardige loop-fiets en regionaal openbaarvervoer-en overstapvoorzieningen.

Concreet zullen de regionale partners het regionaal vervoernetwerk op logische, goed bereikbare plekken voorzien van multimodale mobiliteitshubs om uitwisseling tussen modaliteiten te faciliteren (conform netwerkuitwerking van landsdeel Zuid van het Toekomstbeeld OV 2040 en Gelderland).  Bovenstaande maatregelen worden via de reguliere monitoring & evaluatie systematiek van het Programma A2 gemonitord op effectiviteit waarbij de resultaten aan de stuurgroep A2 Deil-Vught zullen worden voorgelegd om zo tijdig eventueel bij te kunnen sturen.  De Gelderse regio gaat zich op basis van de uitwerking hierbij inspannen financiële bijdragen ter beschikking te stellen aan de realisatie van de flankerende maatregelen. Deze aanvullende maatregelen worden parallel aan de planuitwerkingsfase van het Voorkeursalternatief verder uitgewerkt (inhoudelijk, effecten, kosten).  Het Rijk en de provincie Gelderland spreken af dat indien de NMCA 2021 inzichten geeft over negatieve effecten op doorstroming en verkeersveiligheid van de diverse lopende projecten zoals onder andere de A2 Deil – Vught, die aansluiten op de A15 tussen Gorinchem en Valburg, dit aanleiding kan zijn om verdere gesprekken over de A15 te gaan voeren. In dit overleg zal er aandacht worden geschonken aan deze mogelijke nieuwe knelpunten met betrekking tot de doorstroming en verkeersveiligheid op dit traject.

 Bovenstaande afspraken tussen Rijk en regionale partijen zullen worden vastgelegd in een (concept) Bestuursovereenkomst (BOK) A2 Deil – Vught. N50  Op verzoek van een aantal gemeenten heeft RWS ON eind 2019 kritisch gekeken naar de situatie op de N50 Hattemerbroek-Ramspolbrug. Het wisselende wegbeeld maakt dit een specifieke N-weg en vraagt om actief handelen en oplettendheid van de weggebruiker, maar maakt de weg niet per definitie onveilig. Op het enkelbaans gedeelte van de N50 tussen Kampen en de Ramspolbrug is er wel een licht verhoogd risico. Om deze reden zal RWS een ander type markering aanbrengen op dit wegdeel om onbewuste overschrijding van de middenas tegen te gaan.  Er wordt op dit moment nog steeds uitgegaan van openstelling van het wegvak KampenKampen Zuid in 2023. Versnellen verbinding Amsterdam – Berlijn  Het Rijk, met steun én betrokkenheid van de Duitse partners en Oost Nederland, start de verkenning voor het versnellen van de IC Berlijn via de huidige route.

De inzet is een reistijdwinst van een half uur per 2024;  De versnelling betreft inzet op drie pijlers in beide landen: nieuwe dienstregeling, nieuw materieel en aangepaste infrastructuur;  Het Rijk reserveert € 50 miljoen aan studie- en investeringskosten voor de benodigde infrastructuur in Nederland;  Onderdeel van de verkenning is tevens het in zicht brengen van mogelijke lokale impact en passende mitigerende maatregelen;  Daarnaast onderschrijven Rijk en regio de ambitie voor een verdere versnelling voor de lange termijn oplossing tussen Amsterdam en Berlijn;  In het kader van Toekomstbeeld OV komen Rijk en regio tot een procesaanpak over wanneer en op welke wijze nadere uitwerking van diverse varianten zal plaatsvinden. Dit betreft de huidige route, een route via Zwolle-Hengelo, of via Utrecht-Arnhem.

40 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020

15.

16.

Spoor regio Achterhoek verbinden met stedelijke netwerken  De regio is gestart met een verkennend onderzoek spoorverdubbeling DoetinchemDidam (Regio Expres). Rijk en regio spreken af dat de uitkomsten hiervan de bouwstenen vormen voor besluitvorming over eventuele maatregelen, de financiering daarvan en de rolverdeling tussen Rijk en regio;  Rijk en regio starten uiterlijk begin 2021 met een onderzoek naar de doorkoppeling van de treindienst Winterswijk-Zutphen naar Apeldoorn;  Rijk en regio spannen zich in de aanleg van een perronoverkluizing op station Apeldoorn in combinatie met ander werk mogelijk te maken, met ieder een vaste bijdrage van maximaal €1 miljoen (excl. btw). Dit maakt de huidige dienstregeling robuuster en maakt eveneens een directe treinverbinding Winterwijk-Apeldoorn in de toekomst mogelijk;  Besluitvorming voor beide verbindingen met de Achterhoek is voorzien in BO MIRT 2021, waarbij het afsprakenkader ‘werken voor derden’ het uitgangspunt vormt. Station Nijmegen  Rijk en regio spreken de ambitie uit om gezamenlijk een innovatieve OV-hub van de toekomst te realiseren, door de integrale opgave van het stationsgebied Nijmegen kwalitatief, duurzaam en toekomstbestendig te maken.

 Rijk en regio stellen vast dat nu hét momentum is om kansen in samenhang te benutten en meerwaarde te realiseren door:  het in de tijd samenvallen van de uitvoering PHS Nijmegen-Schiphol;  de versnelling van de woningbouw in het kader van de Woondeal Arnhem-Nijmegen en de verstedelijkingsstrategie Arnhem-Nijmegen-Foodvalley;  de regionale verbetering van de bereikbaarheid per OV en fiets door uitbreiding van de capaciteit en als gevolg hiervan de kansen op het creëren van nieuwe werkgelegenheid.  Rijk en regio spreken de bereidheid uit om gezamenlijk te investeren in het station en stationsgebied Nijmegen. Overeenstemming bestaat over de volgende verdeelsleutel:  NS Stations heeft de intentie uitgesproken dat vanaf 2025 € 5- 10 miljoen beschikbaar gesteld kan worden voor de vernieuwing van de stationshal.  De resterende investeringsbehoefte van € 106 miljoen euro zal door Rijk en Regio op basis van 50/50 worden gedekt: o Voor het station en stationsomgeving wordt aan Rijkszijde door het ministerie van IenW een bijdrage van maximaal € 27 miljoen (incl. btw) gereserveerd; o De uitwerking van het onderdeel fietsenstalling – met een huidige raming van € 40 miljoen (inc. btw) – verloopt via het Actieprogramma Fietsparkeren van het Ministerie van IenW. We besluiten nu tot een onderzoek in cofinanciering.

Uitkomsten van dit onderzoek bepalen de daadwerkelijke scope en benodigde bekostiging. De cofinancieringsbijdrage van Ministerie van IenW is daarbij maximaal 40%. Vanuit de regio wordt € 24 miljoen gereserveerd voor de realisatie van de fietsenstalling; vanuit het ministerie van IenW wordt maximaal € 16 miljoen euro gereserveerd. o De bijdrage van ministerie van BZK is bedoeld voor het realiseren of versnellen van de bouw van betaalbare woningen, mogelijk gemaakt door aanpassingen van de infrastructuur en de inrichting van de openbare ruimte. De uitwerking en financiering van de bijdrage van het ministerie van BZK verloopt via het programma Woningbouwimpuls (WBI). De gemeente Nijmegen wordt voorgesteld een aanvraag in te dienen voor de WBI-gelden gericht op het stationsgebied waarvoor de voorwaarden van het Besluit en de regeling Woningbouwimpuls gelden. Het oordeel van de minister van BZK over een aanvraag vereist in ieder geval een positief advies van de onafhankelijke toetsingscommissie. o De regionale bijdrage van in totaal € 55 miljoen, is grotendeels opgebouwd uit provinciale middelen en regionale/ gemeentelijke middelen. Gemeente Nijmegen heeft reeds een bedrag gereserveerd van € 10 miljoen in de gemeentebegroting. Het college van Nijmegen is bereid de gemeenteraad een extra bijdrage van € 5 miljoen voor te stellen.

Zij zal daartoe in Q1 2021 bij de behandeling van het Koersdocument een voorstel doen. De definitieve provinciale bijdrage wordt bij de Mid Term Review van medio 2021 bepaald. Mocht bij de bespreking over de verdeling van de kosten van de regio over de verschillende partijen er minder middelen beschikbaar zijn/komen, dan zal er gekeken worden naar verlaging van de ambities van het plan.

41 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020

Rijk en regio werken de afspraken nader uit en leggen deze vast in een bestuursovereenkomst, te ondertekenen in 2021. NS zal daarin ook partner zijn. Uitgangspunten hierbij zijn:  het budget is taakstellend,  de risicoverdeling is op basis van een circa 50/50 verdeling Rijk-regio en  de governance past bij de gezamenlijke en onderling nauw verweven opgave, de projectfase, de scope van het project, de kerntaken van betrokken partijen én geeft tegelijk pragmatisch invulling aan maximale btw-compensatie. Ook wordt ruimte gelaten / gezocht voor bijdragen van andere begunstigden aan de gehele ontwikkeling.  Een eerste gezamenlijke stap is het opstellen van één integraal ontwerp voor het totale project waarbij in de bestuursovereenkomst nadere afspraken worden gemaakt over de scope van het project. We overwegen hiervoor een uitvraag aan de markt op basis van taakstellend budget en functionele eisen om de maximale potentie van innovatieve en kosten-efficiënte oplossingen binnen het taakstellende budget te benutten. Verduurzaming spoorlijnen Almelo-Mariënberg en Zutphen-Hengelo  Rijk en regio delen de ambitie van het verduurzamen van regionale spoorlijnen.

Voor de huidige dieselspoorlijnen Zutphen-Hengelo en Almelo-Mariënberg wordt specifiek toegewerkt naar Zero Emissie bij de komende concessie-overgangen;  In opdracht van de regio werkt ProRail aan een verkennend onderzoek naar elektrificatie van beide spoorlijnen. De uitkomsten van dit onderzoek vormt één van de bouwstenen voor besluitvorming in het BO MIRT 2021 over in welke vorm verduurzaming gerealiseerd kan worden, waarbij het afspraken kader ‘werken voor derden’ het uitgangspunt vormt voor afspraken tussen Rijk en regio over o.a. de rol- en kostenverdeling. Gelderse versnelling transitiepad verduurzaming spoor  Rijk en provincie Gelderland onderzoeken gezamenlijk met ProRail en de vervoerders de mogelijkheden voor concrete stappen voor verduurzaming van regionale spoorlijnen in Gelderland, bijvoorbeeld door het uitvoeren van pilots met verduurzamingsopties zoals HVO (Hydrotreated Vegetable Oil), batterij-elektrische en/of waterstoftreinen. Treinverbinding Zwolle-Twente-Münster/Dortmund  Rijk en regio delen de ambitie met de Duitse partners om de grensoverschrijdende treinverbindingen vanuit Münster en Dortmund te verduurzamen door het baanvak Enschede-grens(-Gronau) te elektrificeren vóór de introductie van nieuw materieel. Het afsprakenkader ‘werken voor derden’ vormt daarbij het uitgangspunt voor afspraken tussen Rijk en regio over o.a.

de rol- en kostenverdeling;  Rijk en regio onderschrijven het belang van de corridor Zwolle-TwenteMünster/Dortmund, conform de Omgevingsagenda Oost, en analyseren de consequenties van doorontwikkeling van de grensoverschrijdende treinverbindingen in samenhang met Deutschlandtakt en Toekomstbeeld OV 2040;  Rijk en regio maken nadere afspraken over betrokkenheid van het Rijk bij het INTERREGproject EuregioRail om bovengenoemde gezamenlijk uit te werken. Verbetering spoorverbinding Zwolle-Enschede  Rijk en regio hebben ProRail gevraagd de oplossingsrichtingen voor de bredere problematiek op de treinverbinding Zwolle-Enschede, zoals gevraagd in het kader van de moties Dijkstra en Sienot in samenhang te bekijken;  De uitkomsten van het onderzoek vormen de bouwstenen voor besluitvorming over eventuele aanvullende verbetermaatregelen en financiering daarvan;  Rijk en regio streven inmiddels naar een gezamenlijk besluit in 2021 ipv 2020, zoals eerder was voorzien. De door het Rijk in het kader van de motie Sienot gereserveerde financiële middelen voor de oplossing van het knelpunt van de perrons bij Heine en Raalte blijven daarvoor beschikbaar.

Decentralisatie sprinterdienst Leeuwarden-Zwolle  In navolging van de afspraken uit het BO MIRT 2019 werken Rijk en provincie Fryslân gezamenlijk aan een samenhangend pakket van maatregelen voor de verbetering van het openbaar vervoer in Fryslân, voornamelijk gericht op de spoorlijn Leeuwarden – Zwolle.  Rijk en provincie Fryslân maken afspraken over decentralisatie van de sprinterdienst Zwolle-Leeuwarden. De provincies Overijssel en Drenthe zijn bereid hieraan onder voorwaarden mee te werken, en blijven onderdeel van de verdere besluitvorming. Een algemene voorwaarde voor alle partijen is dat de decentralisatie meerwaarde biedt voor de regionale reiziger, zonder nadelen te brengen voor de landelijke reiziger.  Als onderdeel van het samenhangend pakket houden Rijk en provincie Fryslân de mogelijkheid open om in infrastructurele maatregelen te investeren. 

17.

18.

19.

20.

21.

42 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020

Rijk en provincie Fryslân nemen richting februari 2021 de benodigde stappen om dit maatregelenpakket uit te werken. Onderdeel hiervan is een berekening van de vervoerswaarde en exploitatiesaldo van het beoogde reizigersproduct door de Provincie Fryslân, een eerste verkenning naar de benodigde infrastructuurmaatregelen door ProRail en een uitvraag van het netto financieel effect bij de huidige concessiehouder door IenW. Hierbij wordt rekening gehouden met de huidige bijdrage van de provincie Fryslân aan de exploitatie van de sprinterlijn Leeuwarden - Zwolle. Waar mogelijk betrekken Rijk, ProRail en de provincies Fryslân, Drenthe en Overijssel elkaar bij deze onderzoeken.  Provincie Fryslân biedt ten behoeve van deze stappen meer duidelijkheid over de beoogde verbeteringen van het reizigersproduct, en de vervoerswaarde die daaraan gekoppeld is.

Hierbij wordt gedacht aan de volgende fasering:  Uitgangssituatie: twee sprinters per uur tussen Leeuwarden en Zwolle;  op korte termijn: een betere aansluiting van bus-, veer- en treinvervoer op elkaar, de bediening van stations Werpsterhoeke en wellicht Heerenveen IJsstadion tijdens evenementen;  voor de middellange termijn: een verkenning naar verdere opties, zoals de mogelijkheden om op termijn sprinterdiensten over de lijn Zwolle-Leeuwarden te intensiveren en / of (gedeeltelijk) door te koppelen aan de sprinterdiensten uit Groningen, evenals realisatie en bediening station Staphorst.  Het Rijk en de provincie Fryslân streven ernaar om in het voorjaar 2021 een decentralisatieconvenant te ondertekenen voor de sprinterdienst Zwolle-Leeuwarden, al dan niet onder nader te bepalen voorwaarden. Concrete onderdelen van het convenant zijn het na te streven reizigersproduct en de decentralisatie van bevoegdheden voor de sprinterdienst. Om dit te kunnen realiseren maken Rijk en provincie Fryslân afspraken over de beoogde (infrastructuur)maatregelen om het verbeterde reizigersproduct betrouwbaar en tegen aanvaardbare kosten aan te kunnen bieden, evenals over de structurele bijdrage voor de exploitatie die volgt uit het netto financieel effect op de HRNconcessie.

 Rijk en de provincie Fryslân streven ernaar in 2021 definitieve afspraken te maken over het samenhangend pakket met daarin de te nemen (infrastructuur)maatregelen en de verdeling van kosten. Ten behoeve hiervan voert ProRail een verdere capaciteitsstudie en beschikbaarheidsanalyse uit. Landelijk verbeteringsprogramma overwegen (LVO)  Rijk en regio spreken af in 2021 in het kader van het programma ‘Landelijke Verbetering Overwegen’ (LVO) een bestuursovereenkomst te sluiten voor realisatie van de tunnel in Wolfheze:  Het Rijk geeft een vaste bijdrage aan de tunnel inclusief perrontoegang: vanuit het programma LVO € 9,98 miljoen (incl. btw), de bijdrage vanuit perrontoegankelijkheid betreft € 1,45 miljoen (incl. btw). De overige investeringskosten komen voor rekening van de regio. ICE Amsterdam-Ruhrgebied-Frankfurt  Rijk en regio onderschrijven de ambitie het huidige ICE reisproduct Amsterdam-Frankfurt te verbeteren en gaan hierover samen met Nederlandse en Duitse partners in gesprek. 

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11744157/1