CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Afsprakenlijst BO MIRT landsdeel Zuid 2020

Gemeenteraad 22 september 2021, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel BO MIRT afspraken 2020 Mobiliteit en Verstedelijking (Woordmelding fractie 50PLUS)37.118 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

OV-verbinding Randstad Noord-Nederland  Rijk en regio Noord-Nederland hebben conform het Toekomstbeeld OV de ambitie om de spoorverbinding tussen de Randstad en Noord-Nederland te verbeteren, door de reistijd te verkorten, de robuustheid te verbeteren en zo de regio beter te ontsluiten. De regio specificeert deze ambitie tot een reistijdverkorting van tenminste 30 minuten voor 2030.  Rijk en regio werken in 2021 een adaptief ontwikkelpad uit voor deze verbeteringen waarin zowel naar korte (2025) als middellange (2030) wordt gekeken.  Om nadere invulling te geven aan dit ontwikkelpad, worden verschillende onderzoeken in werking gezet, waarvoor het Rijk opdracht geeft:  De mogelijkheden voor verkorting van de reistijd tussen Amsterdam-Zuid en Zwolle met tenminste 15 minuten, inclusief de incasseerbaarheid van de reistijdwinst van de IC-NG in de nieuwe dienstregeling, worden in 2021 onderzocht door ProRail en NS.  De mogelijkheden voor verbetering van de robuustheid van het spoor tussen Zwolle en Meppel, inclusief verbeter- en versnellingsmogelijkheden bij station Meppel zelf, worden in 2021 door ProRail en NS nader onderzocht.  ProRail en NS onderzoeken in 2021 de uitvoerbaarheid, benodigde vervoerwaarde/kosten en kansen van frequentieverhoging tussen de Randstad en Groningen.

 ProRail onderzoekt in 2021 de robuustheid van de trajecten Meppel-Leeuwarden en Meppel-Groningen.  De uitwerkingen van het Toekomstbeeld OV en het potentieonderzoek laten zien dat in potentie de reistijd tussen de Randstad en Noord-Nederland met 30 minuten versneld kan worden via het bestaande spoor of de Lelylijn. In een verdiepend vervolgonderzoek, te starten in 2021 zullen IenW, BZK en regio vanuit de brede opgave deze potentie in samenhang met de haalbaarheid van een bijpassende ruimtelijke ontwikkeling ten aanzien van wonen, werken, recreëren en bereikbaarheid verder in kaart brengen.  Rijk en regio constateren dat voor een dergelijke schaalsprong op de lange termijn een forse investering nodig is waarvoor op dit moment vanuit Rijk en regio niet voldoende middelen beschikbaar zijn.  In het Bestuurlijk Overleg MIRT van het najaar 2021 wordt de voortgang, dan wel de uitkomsten van de bovengenoemde onderzoeken besproken en zullen hier nadere afspraken over worden gemaakt. Versnellen verbinding Amsterdam-Berlijn  Het Rijk, met steun en betrokkenheid van de Duitse partners en Oost Nederland, start de verkenning voor het versnellen van de IC Berlijn via de huidige route.

De inzet is een reistijdwinst van een half uur per 2024;  De versnelling betreft inzet op drie pijlers in beide landen: nieuwe dienstregeling, nieuw materieel en aangepaste infrastructuur;  Het Rijk reserveert € 50 miljoen aan studie- en investeringskosten voor de benodigde infrastructuur in Nederland;  Onderdeel van de verkenning is tevens het in zicht brengen van mogelijke lokale impact en passende mitigerende maatregelen;

15 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020

Daarnaast onderschrijven Rijk en regio de ambitie voor een verdere versnelling voor de lange termijn oplossing tussen Amsterdam en Berlijn.  In het kader van Toekomstbeeld OV komen Rijk en regio tot een procesaanpak over wanneer en op welke wijze nadere uitwerking van diverse route-varianten zal plaatsvinden. Dit betreft de huidige route, een route via Zwolle-Hengelo, of via UtrechtArnhem. OV Breda-Gorinchem-Utrecht  Rijk en Regio starten een gezamenlijk onderzoek naar kansrijke maatregelen die in de periode tot en met 2028 uitgevoerd kunnen worden. Doel is de bestaande OVverbindingen op de A27 tussen Breda en Utrecht ook tijdens de werkzaamheden aan de A27 zo goed mogelijk in stand te houden, met waar mogelijk win-winsituaties met het autoverkeer.  Hiertoe wordt door de samenwerkende partijen, het Ministerie van IenW, Rijkswaterstaat, Provincie Noord-Brabant en Provincie Zuid-Holland een Taskforce Minder Hinder OV op de A27 ingesteld. Partijen zitten vanuit hun eigen rol en verantwoordelijkheid in de Taskforce. De Taskforce rapporteert rechtstreeks aan de Staatssecretaris van IenW en de gedeputeerden van Noord-Brabant en Zuid-Holland.  Rijk en Regio stellen ieder € 24.000 beschikbaar om dit onderzoek uit voeren.

 Het onderzoek richt zich op mogelijkheden binnen innovatief bovenregionaal verkeersmanagement, zoals het innovatief verdelen van het beschikbare asfalt en het prioriteren van doelgroepen ter plaatse van de werkzaamheden én het in de grote regio innovatief geleiden en omleiden van verkeerstromen om de doorstroming te bevorderen. Daarnaast worden de mogelijkheden onderzocht om sneller te halteren.  Door afstemming binnen de Taskforce moet de balans tussen het realiseren van een kwaliteitsslag van het OV en nieuwe visies op integrale mobiliteit enerzijds en het niet overmatig belasten van het project A27 Houten – Hooipolder anderzijds gewaarborgd worden.  De Taskforce heeft een onderzoeksmandaat; over haalbare maatregelen zonder bestuurlijke en/of financiële gevolgen kan vooruitlopend op het BO MIRT 2021 binnen de taskforce overeenstemming worden bereikt om deze uit te voeren.  Rijk en Regio werken toe naar een maatregelenpakket voor de korte en middellange termijn waarover in het BO MIRT 2021 nadere afspraken worden gemaakt.  Bij het onderzoek naar maatregelen voor de korte en middellange termijn zal nadrukkelijk rekening worden gehouden met lange termijn ontwikkelingen en ambities.

Hiertoe zal in de Taskforce afstemming gezocht worden met de regiegroep BGU, die de verkenning van het verbeteren van het OV op de corridor Breda-Gorinchem-Utrecht uit 2019 aan het verdiepen en uitwerken is om een verbeterslag in 2030 in het OV te bewerkstelligen.  Rijk en Regio continueren de gezamenlijke studie binnen het samenwerkingsverband BGU voor de verbetering van de OV-verbinding Breda-Gorinchem-Utrecht op de lange termijn (2030 en verder). Op basis van de conclusies uit deze studie zullen partijen toewerken naar een gedragen pakket maatregelen om in het BO MIRT 2021 afspraken te maken over deze verbinding op lange termijn. Ontwikkelbeeld regio Amersfoort  In het Bestuurlijk Overleg Leefomgeving van juni 2020 heeft het Rijk kennis genomen van het initiatief van de Regio Amersfoort en de provincie Utrecht voor de ontwikkeling van een integraal Ontwikkelbeeld (i.e. verstedelijkingsstrategie) Regio Amersfoort 2040. Daarbij is besloten dat in dit BO MIRT de aanpak gepresenteerd wordt, waarbij ook de relatie wordt gelegd met de Omgevingsagenda Noordwest en het Stedelijk Netwerk Nederland. Ook de betrokkenheid vanuit het Rijk wordt besproken.  De uitvoering ligt op schema en fase 1 van het onderzoek is inmiddels afgerond met het opleveren van het Rapport Urgentie en opgaven en een afwegingskader om scenario’s voor de toekomst te kunnen beoordelen.

 Rijk en regio spreken af dat, vanwege de positie van regio Amersfoort in het stedelijk netwerk Nederland en de onlosmakelijke verbinding met de Nationale Draaischijf Nederland, het Rijk via een klankbordgroep zal meewerken aan fase 2 van het onderzoek met als doel de integrale opgaven op de verschillende schaalniveaus te identificeren en zo nodig de bijbehorende integrale strategie.  Belangrijke stappen/besluiten waarvoor Rijk-Regio afstemming nodig is worden besproken in bestaande Rijk-Regio overleggen van de aangrenzende verstedelijkingsstrategieën met sterke inhoudelijke verbanden: in UNed, Verstedelijkingsstrategie MRA en de Verstedelijkingsstrategie Arnhem/Nijmegen/Food Valley. 

20.

21.

16 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020

Rijk en regio spreken af om tijdens het Bestuurlijk Overleg Leefomgeving voorjaar 2021 op basis van het definitieve rapport voor het Ontwikkelbeeld Regio Amersfoort 2040 te spreken over de te kiezen richting, vervolgacties en besluiten. Verstedelijkingsstrategie Arnhem-Nijmegen-Foodvalley  In het BO MIRT 2019 is afgesproken een verstedelijkingsstrategie voor het gebied Arnhem, Nijmegen, Foodvalley te maken. Afgelopen jaar is benut om een contourennotitie op- en vast te stellen waarin de uitgangspunten en bouwstenen (wonen, economie, bereikbaarheid en leefbaarheid) voor deze strategie in staan vastgelegd. Deze notitie heeft geleid tot drie mogelijke (extreme) verstedelijkingsvarianten die zijn doorgerekend in het Dashboard Verstedelijking, te weten: 1) geconcentreerde stedelijke ontwikkeling (rondom Arnhem/Nijmegen), 2) polycentrische ontwikkeling (verstedelijking in/rond economische polen), 3) regionale spreiding (over het hele gebied).  Om vanuit de drie varianten toe te werken naar een integrale verstedelijkingsstrategie is het van belang inzicht te hebben in de effecten van de varianten op de verschillende bouwstenen. Rijk en regio zullen in de komende periode dit inzicht op de vier bouwstenen verder uitwerken, aanscherpen en toetsen.

 De verstedelijkingsstrategie zal ter bespreking worden voorgelegd op het BO Leefomgeving 2021 en moet leiden tot een verstedelijkingsakkoord in het najaar. Dit verstedelijkingsakkoord zal worden vastgesteld in het BO MIRT 2021. NOVI-gebied Groene Hart  Rijk en regio herkennen dat in goede samenwerking wordt gewerkt aan het plan van aanpak voor NOVI-gebied Groene Hart.  De aanpak zal in goede samenwerking tussen Rijk en regio verder worden uitgewerkt, samen met maatschappelijke partners, bedrijven en bewoners.  Rijk en regio presenteren in het BO Leefomgeving van voorjaar 2021 de voortgang van het plan van aanpak, de beoogde gezamenlijke aanpak van opgaven en verkennen of extra bestuurlijke afspraken in deze gebieden wenselijk zijn. Programmatische Aanpak Grote Wateren: Noord-Hollandse Markermeerkust  Rijk en regio nemen kennis van de door de minister van IenW in overeenstemming met de minister van LNV getekende startbeslissing voor de MIRT-verkenning NoordHollandse Markermeerkust.  Het project Noord-Hollandse Markermeerkust vloeit voort uit de Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW). Met deze aanpak wordt gewerkt aan de ambitie om te komen tot ecologisch gezonde en toekomstbestendige grote wateren, waarin een hoogwaardige natuur samengaat met een krachtige economie. 

22.

23.

24.

17 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020

Regio Zuid-Nederland 1.

Minder Hinder regio Zuid  In het BO MIRT 2019 hebben Rijk en regio afgesproken om in totaal € 600.000 beschikbaar te stellen voor de totale loopduur van de Minder Hinder aanpak. Deze afgesproken inzet (huidige middelen en resultaten) loopt door tot en met 2023. De governance van deze aanpak zal via het programma Smartwayz.NL lopen.

2.

Smart Mobility: Digitalisering Overheden  In aanvulling op de generieke, landelijke afspraken over verdere digitalisering in het mobiliteitsdomein reserveert het Rijk jaarlijks een bedrag van €1.500.000 (ontvanger: Provincie Noord-Brabant) voor regio Brabant voor de periode 2021 tot en met 2023. De overige kosten worden door de regio betaald. Regio Brabant reserveert hiervoor in totaal €4.500.000 voor de gehele periode 2021 tot en met 2023.  Voor hetzelfde doel reserveert het Rijk een bedrag van € 453.750 (ontvanger: Provincie Limburg) voor 2021 en jaarlijks € 302.500 over de periode 2022 – 2023 voor regio Limburg. De overige kosten worden door de regio betaald. Regio Limburg reserveert hiervoor € 1.663.750 voor de gehele periode 2021 tot en met 2023. Samenwerking met werkgevers en onderwijs in kader van Corona Werkgeversaanpak  Rijk en regio reserveren in 2021 en 2022 per jaar in totaal € 900.000 in de werkgeversaanpak van de gebiedsgerichte aanpak in de provincie Limburg. Rijk draagt maximaal 50% van de proceskosten met een maximum van € 450.000 per jaar. Hiermee worden werkgevers gestimuleerd en geholpen om de werkgerelateerde mobiliteit te verduurzamen (zoals afgesproken in het Klimaatakkoord), en het reisgedrag ten tijde van de coronacrisis te bestendigen: meer thuiswerken, beter spreiden van reizen over de dag en over de week.

 Rijk en regio blijven investeren in het stimuleren en helpen van werkgevers om de werkgerelateerde mobiliteit te verduurzamen (zoals afgesproken in het Klimaatakkoord), en het reisgedrag van ten tijde van de coronacrisis te bestendigen: meer thuiswerken en, beter spreiden van reizen over de dag en over de week. Conform afspraak gemaakt tijdens het BO MIRT 2019 met de provincie Brabant draagt het Rijk in zowel 2021 als 2022 maximaal 50% van de proceskosten met een maximum van € 600.000 per jaar. Onderwijsaanpak  Rijk en regio reserveren in 2021 in totaal € 363.000 in de onderwijsaanpak in de provincie Limburg en de provincie Brabant. Het betreft een gezamenlijke aanpak waarin Limburg de regie voert voor geheel Zuid-Nederland. Rijk draagt maximaal 50% van de kosten met een maximum van € 181.500 (waarvan maximaal € 151.250 voor provincie Limburg en € 30.250 voor de Provincie Brabant. Ontvanger is de provincie Limburg). Hiermee wordt een vervolg gegeven aan de succesvolle onderwijsaanpak in ZuidNederland en is deze gecombineerd met de werkgeversaanpak. De aanpak is gericht op het beheersen van de hyperspits, bereikbaar houden van campusgebieden en het klimaatakkoord en wordt met de kennisinstellingen en vervoerders samen vorm gegeven.

Fiets Fietsstimulering  Rijk en regio zetten in op fietsstimulering en dragen daarmee bij aan het landelijke doel om extra forenzen op de fiets te krijgen. Sinds de COVID-19 pandemie ligt het aandeel fiets in het woon-werk verkeer hoger, deze stijging willen we vasthouden. Rijk stelt hiervoor voor:  In Brabant € 75.000,- (incl. btw) beschikbaar  In Limburg € 50.000,- (incl. btw) beschikbaar Fietsenstallingen bij stations  Rijk en regio blijven samenwerken om meer mensen gebruik te laten maken van de fiets en de fiets-treinreis te bevorderen. Zij doen dit door voldoende fietsparkeerplaatsen ter beschikking te stellen. Hiermee wordt ook een bijdrage geleverd aan reductie van CO 2 uitstoot.  Bij de besteding van extra Rijksmiddelen vanuit het Klimaatakkoord zal de nadruk meer dan tot nu toe komen te liggen op hogere benutting van bestaande capaciteit en innovaties in het fietsparkeren. Het Rijk heeft in het voorjaar een uitvraag gedaan voor nieuwe aanvragen fietsparkeerbijdragen waarbij projecten met veel impact – bij knooppunten, en in de buurt van woningbouwopgaven - en een goede kosten-baten verhouding, voorrang hebben.

3.

4.

18 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020

5.

6.

 Waar in de twee onderstaande afspraken wordt gesproken over een investering van Rijk en Regio samen, wordt een investering in cofinanciering bedoeld, de criteria daarvoor zijn bekend bij partijen.  Rijk en regio investeren samen in een extra bijdrage voor een studie naar een grote complexe stalling bij station Breda, en in een studie voor de uitbreiding van de stallingscapaciteit bij station Oss.  Rijk en regio investeren samen in de bouw van een maaiveldstalling bij station Weert en maken hiervoor een financiële reservering. Fietsverbinding Oeffelt-Gennep  Rijk en de provincies Limburg en Brabant spreken af de kansrijkheid en haalbaarheid van het toekomstbestendig maken van de fietsverbinding op Maasbrug Oeffelt – Gennep te verkennen als meekoppelkans met de verruiming van de waterdoorgang in de Maas. Op het BO MIRT 2021 zullen de resultaten worden geagendeerd. Jaarplannen provincie Limburg  De Provincie Limburg heeft 2 jaarplannen Slimme, Duurzame en Veilige Mobiliteit voor 2021 ingediend die betrekking hebben op de gebiedsgerichte aanpak in regio Noord/Midden Limburg en Zuid-Limburg. Deze integrale jaarplannen hebben een bredere scope dan de landelijke scope.  Rijk en regio reserveren in 2021 € 1.047.000 voor de integrale jaarplannen van de regio Noord/Midden Limburg en Zuid-Limburg. Deze reservering wordt ingezet op:  Logistiek.

Rijk en regio reserveren in 2021 in totaal € 363.000 in de logistieke aanpak in de Provincie Limburg. Rijk draagt maximaal 50% van de kosten met een maximum van € 181.500.  Zero emissie stadslogistiek. Rijk en regio reserveren in 2021 in totaal € 484.000 in de logistieke aanpak in de Provincie Limburg. Rijk draagt maximaal 50% van de kosten met een maximum van 242.000.  Duurzame deelmobiliteit. Rijk en regio reserveren in 2021 in totaal € 200.000 in de Provincie Limburg. Rijk draagt maximaal 50% van de kosten met een maximum van € 100.000.  Rijk en Provincie Limburg spreken af dat in het 1e kwartaal van 2021 er een door het Rijk geaccordeerd uitvoeringsplan ligt voor de bovengenoemde onderwerpen.  Rijk en Provincie Limburg spreken af dat er in 2021 één integrale werkagenda Slimme, Duurzame en Veilige Mobiliteit opgesteld wordt voor en door de Provincie Limburg.  Het Rijk zet de tijdens het BO MIRT 2019 gemaakte reservering van € 400.000 voor de uitvoering van de werkagenda Slimme, Duurzame en Veilige Mobiliteit Noord –en Midden Limburg om in een definitieve toezegging. Overige afspraken Veilig, Slim en Duurzaam Laadinfrastructuur  Rijk en regio hebben afspraken gemaakt over de uitvoering van de Nationale Agenda Laadinfastructuur (NAL). Regio is gestart met een aanbesteding voor publieke laadpalen. Deze is in juli 2020 gegund en nu in uitvoering.

Ook zijn afspraken voorzien in pilots met Heavy Duty laadinfrastructuur. Indusa  Rijk en de provincie Noord-Brabant hebben in 2020 de transitie Verduurzaming Infrastructuur in gang gezet. Het Rijk heeft 8 transitiepaden ontwikkeld gericht op klimaatneutraal en circulair werken met bijpassende instrumentarium. Provincie NoordBrabant heeft het regionaal netwerk INDUSA (Provincie – Netwerkprogramma BrabantStad en Bouwend Nederland) opgezet. De binnen dit netwerk ontwikkelde werksporen richten zich eveneens op klimaatneutraal en circulair werken en voegen daar gebiedsversterkend werken aan toe.  Rijk en Provincie zien dat beide ontwikkelingen elkaar versterken en maken in 2021 afspraken over verdere samenwerking rond een roadmap die is gericht op de verdere ontwikkeling van instrumentaria (CO2-impact, inkoopstrategie, circulair aanbesteden), procesverbeteringen (opdrachtverstrekking, contracten, digitale middelen,) en volumevergroting door het opzetten van leertrajecten voor kennisontwikkeling en – deling. btw  Alle bedragen bij de afspraken over veilige, slimme en duurzame mobiliteit zijn inclusief btw.

19 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020

7.

8.

Eindhoven XL tranche 1  Rijk en regio nemen kennis van de voortgang van de drie maatregelen:  Fietsenstalling (zuidzijde): ProRail heeft een aantal versoberingsopties uitgewerkt, welke zijn doorgevoerd binnen het taakstellende budget van € 30 miljoen. Op dit moment wordt een Voorlopig Ontwerp (VO) uitgewerkt (planning 2 e kwartaal 2021). Start van de bouw wordt verwacht in het derde kwartaal van 2023.  Eindhoven-Düsseldorf: op 12 juni 2020 is de aanbesteding gestart, gunning wordt verwacht voor de zomer van 2021. Op basis van onderzoek van ProRail naar toekomstvaste inframaatregelen wordt een investeringsbesluit genomen.  HOV-3: het voorkeurstracé is vastgesteld. Planning van realisatie is nu 2022 (was eerder voorzien in 2021). Verstedelijking en bereikbaarheid Brainportregio  Het MIRT Onderzoek Verstedelijking en Bereikbaarheid Brainportregio is afgerond.  Rijk en regio kiezen op basis van de bouwstenen uit het MIRT Onderzoek voor een samenhangende en adaptieve ontwikkeling van de verstedelijkings- en mobiliteitssopgave. Zij bezien de kansrijke oplossingsrichtingen en maatregelen integraal en in onderlinge samenhang. Doelen zijn het woon- en vestigingsklimaat van de Brainportregio verder te versterken en tegelijk tot een veilig, slim, robuust, duurzaam en toekomstvast mobiliteitssysteem te komen.

 Rijk en regio erkennen dat bij het werken aan de verstedelijkings- en bereikbaarheidsopgave een stapsgewijze benadering hoort, waarbij voldoende ingespeeld kan worden op onzekerheden en nieuwe inzichten. Partijen onderschrijven de aanpak via een adaptief ontwikkelpad en zullen deze gezamenlijk het komend jaar nader uitwerken. Het ontwikkelpad zal gemonitord worden zodat gestuurd kan worden op de voortgang en (investerings)beslissingen altijd op basis van actuele informatie genomen worden. De daarbij horende nieuwe inzichten op verstedelijking worden hierbij ingebracht.  Rijk en regio spreken af om het komend jaar toe te werken naar een verstedelijkingsakkoord voor de SGE, conform de uitkomsten van het MIRT-onderzoek, waarbij de volgende zaken nader worden uitgewerkt:  Programmeringsafspraken voor wonen-, werken en voorzieningen. Bij de programmeringsafspraken wordt rekening gehouden met de identiteit en eigenheid van de regio en de behoefte naar complementaire woon- en werkmilieus, met behoud van identiteit van kernen en buitengebied en versterking van de relatie stad-kern en buitengebied.  woon-, werklocaties en voorzieningen worden zoveel mogelijk binnenstedelijk in Eindhoven, Helmond en Veldhoven gerealiseerd.

Hierbij wordt ingezet op hoogstedelijke en metropolitane gemengde milieus (zoals campusontwikkeling), geconcentreerd rond (H)OV-knooppunten en bestaande en nieuwe mobiliteitsassen;  onderdeel van het verstedelijkingsakkoord is het ontwikkelen van een “verdiepende studie toplocaties (onder andere campussen)”, bij deze analyse staat het volgende centraal: Hoe borgen we de concurrentiekracht van de locaties op de lange termijn? Vanwege samenhang met de Brainport Nationale Actieagenda zal EZK hierbij betrokken worden;  bij de uitwerking wordt de samenhang met mobiliteit, vestigingsklimaat (waaronder verdienvermogen) geborgd en worden ook de ambities en doelen voor energie en klimaat betrokken.  Het verstedelijkingsakkoord SGE wordt vastgesteld tijdens het BO MIRT 2021.  Rijk (IenW en BZK) en regio (gemeente Eindhoven en Provincie NB) spreken af om, onder regie van de gemeente Eindhoven en ProRail, een ruimtelijke inpassingsstudie te starten voor het gebied bij Eindhoven Centraal. Doel is zodoende de woningbouw hier verder op gang te brengen, zonder daarbij het benodigde ruimtebeslag voor (toekomstige) functionele eisen gekoppeld aan verdere spoorontwikkeling (zowel personenvervoer en goederenvervoer) alsook het busstation Neckerspoel in gevaar te brengen.

 Rijk (BZK) en regio (gemeente Eindhoven en Provincie NB) spreken af om voor de verstedelijkingsopgave (wonen/werken) nabij Eindhoven Centraal, conform de aanwijzing als ontwikkelgebied binnen de NOVI, te starten met het maken van een businesscase die daarmee mogelijk de basis vormt om te zijner tijd fondsen en middelen te verwerven.  Rijk (BZK) en regio (gemeente Eindhoven en Provincie NB) spreken af om te onderzoeken welke mogelijkheden de inzet van het mogelijk op te zetten Rijksontwikkelbedrijf, zoals voorgesteld bij de aanbieding van de NOVI, biedt voor het vlottrekken van de verstedelijkingsopgave nabij Eindhoven Centraal.  De inpassingsstudie en businesscase worden in 2021 opgeleverd.

20 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020

Rijk en regio spreken af om het komend jaar toe te werken naar een nadere uitwerking van de mobiliteitstransitie, conform de uitkomsten van het MIRT-onderzoek. Hierbij wordt gewerkt vanuit een systeembenadering, worden de modaliteiten en kansrijke oplossingsrichtingen in samenhang nader onderzocht en uitgewerkt tot een Mobiliteitsstrategie. Hierbij wordt onder andere gebruik gemaakt van studies en plannen per modaliteit, de inzichten uit het MIRT-onderzoek en de Regionale Mobiliteitsagenda Metropoolregio Eindhoven. De volgende deelopgaven worden het komend jaar nader uitgewerkt, door de daarbij genoemde partijen en de uitwerkingen vormen tezamen de Mobiliteitsstrategie en input voor het adaptief ontwikkelpad:  Rijk en regio spreken op basis van het MIRT-onderzoek af dat de regionale OVopgave en spoorknoop station Eindhoven Centraal in samenhang en onderlinge afstemming worden beschouwd om multimodale uitwerking te bewerkstelligen: o De regio (Provincie NB, Eindhoven, Helmond) start met de uitwerking van een handelingsperspectief naar de multimodale knoop Eindhoven Centraal. Voor een eerste no-regret stap om urgente opgaven aan te pakken, reserveert de regio hiertoe alvast € 40 miljoen, waarvan € 20 miljoen door Provincie NB en € 20 miljoen door gemeente Eindhoven.

o Het Rijk (IenW) geeft ProRail de opdracht tot het starten van een integrale studie toekomstvast Spoor Zuid-Nederland waar spoorknoop Eindhoven CS en station Helmond onderdeel van uitmaken. Voor een eerste no-regret stap om urgente opgaven aan te pakken reserveert het Rijk hiertoe € 50 miljoen (zie “integrale studie toekomstvast spoor Zuidoost-Nederland”). o Omdat beide studies met elkaar verbonden zijn, worden concrete afspraken gemaakt over afstemming en koppeling van beide trajecten en betrokken partijen. o De regio (Provincie NB, Eindhoven, SGE, MRE), werkt onder regie van de Provincie, het regionaal (H)OV-systeem verder uit. Er vindt afstemming plaats met het Rijk over raakvlakken met HWN (vanuit nader onderzoek kansrijke oplossingsrichtingen HWN-OWN). Het gaat hierbij om het busstation Neckerspoel, ontbrekende radiale verbindingen, een tangentiële verbinding langs economische toplocaties, en een netwerk van multimodale hubs wat goed aansluit op zowel het OV- als autonetwerk (in afstemming met nader onderzoek kansrijke oplossingsrichtingen HWN-OWN). Hierbij worden ook maatregelen ten behoeve van gedragsverandering (waaronder het doortrekken van spreidingsafspraken bij de werkgevers- en scholenbenadering) betrokken. o Rijk en regio stemmen ermee in dat er op basis van studieresultaten nadere afspraken worden gemaakt op het BO MIRT 2021.

 De regio (Provincie NB, MRE) stelt in december 2020 “de Regionale Mobiliteitsagenda Metropoolregio Eindhoven’’ vast. Hierin komen onder andere aan bod het fietsnetwerk, slimme mobiliteitsmanagement maatregelen, parkeerbeleid, werkgevers- en scholenbenadering, gedragsverandering, Mobility as a Service, deelmobiliteit, smart logistics en samenhang met het regionaal (H)OV-netwerk. Dit wordt jaarlijks geactualiseerd.  Rijk (IenW) en regio (Eindhoven, Helmond en Provincie NB) doen als nadere uitwerking onderzoek naar robuuste en samenhangende kansrijke oplossingen voor de systeemopgaven op het HWN, OWN met daarbij voldoende aandacht voor hun onderlinge samenhang, die zorgen voor een robuuste afwikkeling van auto- en vrachtverkeer op lokaal, regionaal en (inter)nationaal niveau. Het gaat hierbij om samenhangende oplossingen voor A2/N2/A67/A50 en de John F. Kennedylaan en het noordoostkwadrant van de Ring (‘stadsautoweg Eindhoven’) en de zuidelijke ontsluiting van Helmond. Uitgangspunt vormt afwikkeling van het verkeer over bestaande tracés. Hierbij is het uitgangspunt dat ook in de toekomst er voldoende ruimte dient te zijn voor het doorgaand verkeer op de A2/N2/A67/A50.  Onderdeel van de uitwerking is het inzichtelijk maken de reikwijdte (scope) van de kansrijke oplossingen, effecten (op onder andere leefbaarheid, mobiliteit) en van benodigde beslisinformatie.

Dit betreft onder andere financiën op basis van stabiele SSK-ramingen, mogelijkheden en inzet van alternatieve bekostiging, aanpak, planning en risico’s.  IenW, Provincie NB, Eindhoven en Helmond staan aan de lat voor het borgen van de samenhang in het kader van de eerdergenoemde Mobiliteitsstrategie. Deze uitwerking van de deelopgaven tot een Mobiliteitsstrategie, wordt geagendeerd tijdens het BO MIRT 2021.

21 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020

Rijk en regio onderschrijven dat het werken aan de verstedelijkings- en bereikbaarheidsopgave vraagt om meerjarige samenwerking tussen overheden, bedrijfsleven, aanbieders van mobiliteitsdiensten en kennisinstellingen.  Vanwege deze meerjarige samenwerking op de gezamenlijke verstedelijkings- en bereikbaarheidsopgave, spreken Rijk (IenW en BZK), provincie Noord-Brabant en Eindhoven af, om voor de hiervoor benoemde uitwerkingen tot aan het BO MIRT 2021, in totaal € 3 miljoen beschikbaar te stellen (1/3e Rijk, 1/3e Provincie NB, 1/3e gemeente Eindhoven). Dat betreft met name de kosten voor verstedelijkingsakkoord, inpassingsstudie en businesscase Eindhoven Centraal en omgeving en de uitwerking van de deelopgaven die samenkomen in de Mobiliteitsstrategie (de multimodale knoop Eindhoven Centraal, toekomstvast spoor, uitwerking van het regionaal (H)OV-systeem en de opgaven op het wegennet (HWN en OWN)). Over de besteding van het onderzoeksbudget dient er overeenstemming te zijn tussen partijen op basis van: plan van aanpak, aanbesteding (reikwijdte en scope studie), op te leveren deelproducten, eindproducten en aanpak. Om slagvaardig te werk te gaan spreken partijen af dat voor het einde van het jaar middelen en mandaat zijn geregeld voor noodzakelijke opdrachtverlening.

 Rijk en regio spreken af om de huidige governance via een Bestuurlijke Adviesgroep en Programmaraad SmartwayZ.NL vooralsnog te handhaven. Partijen spreken af om tijdens de eerste Programmaraad SmartwayZ.NL van 2021, gezamenlijk in overleg te treden over de governance. Het streven is om bij het BO Leefomgeving 2021 een gedragen voorstel uitgewerkt te hebben teneinde tot een passende (uitvoerings)organisatie te komen. Rijk en regio spreken af het BO MIRT jaarlijks te informeren over de belangrijkste conclusies en eventuele keuzes die voortkomen uit het adaptief ontwikkelpad. Voorbereiding van uiteindelijke investeringsbeslissingen voor bereikbaarheid, op basis van monitoring van de mobiliteits- en verstedelijkingsontwikkelingen, worden in de overeengekomen governance structuur getroffen. Besluitvorming vindt plaats in het BO MIRT, waarbij subsidiariteit en proportionaliteit uitgangspunt voor eventuele investeringsbeslissingen zijn. Integrale studie toekomstvast spoor Zuidoost-Nederland  Rijk en Regio besluiten een integrale studie Toekomstvast Spoor Zuidoost-Nederland te starten.  Basis voor deze studie zijn de uitkomsten van het MIRT Onderzoek Verstedelijking en Bereikbaarheid Brainport Eindhoven 2030-2040 en Toekomstbeeld OV (2030, doorkijk naar 2040).

Inzichten uit beide worden gebruikt voor de verwachte reizigersgroei en consequenties voor de spoor- en perroncapaciteit van Eindhoven CS en station Helmond.  De studie voor het emplacement Eindhoven is gericht op bestaande en toekomstige opgaven die betrekking hebben op de spoor- en perroncapaciteit van emplacement Eindhoven, toekomstvaste maatregelen Eindhoven-Düsseldorf, maatregelen emplacement Westzijde (PHS), ontwikkeling van het nationale spoornetwerk en grensoverschrijdende verbindingen.  Voor het ondervangen van urgente opgaven voor de spoor- en perroncapaciteit op Eindhoven CS reserveert IenW € 50 miljoen inclusief btw. Deze investering is noodzakelijk voor het vergroten van de capaciteit op emplacement Eindhoven (onder andere Eindhoven-West) en voor het rijden van meer treinen, waaronder (maar niet uitsluitend) voor vervolgstappen IC Heerlen-Aken.  Conform BO MIRT-afspraak 2019 (Eindhoven Internationale Knoop XL) heeft ProRail onderzoek gedaan naar toekomstvaste inframaatregelen voor de verbinding EindhovenDüsseldorf. IenW stelt bovenop de € 10 miljoen uit BO MIRT-afspraak 2018 (2/3e Rijk, 1/3e regio) een bedrag van € 15 miljoen beschikbaar voor een toekomstvast maatregelenpakket.

 Binnen het pakket is het uitgangspunt dat de internationale trein (Eindhoven-Düsseldorf) als extra trein naast de bestaande dienstregeling zal rijden, waardoor Deurne, Blerick en Horst-Sevenum het bedieningsniveau behouden, het IC-product voor Helmond verbetert en oplossend vermogen wordt gecreëerd voor het NMCA-knelpunt Eindhoven-Helmond.  Rijk en regio besluiten de resterende opgave voor een oplossing voor het NMCA-knelpunt Eindhoven-Helmond bij de bredere studie Toekomstvast Spoor Zuidoost-Nederland te betrekken met op basis van Toekomstbeeld OV het verhogen van de sprinterfrequentie Deurne-Eindhoven als een van de uit te werken oplossingsrichtingen.  Voor emplacement Venlo reserveert IenW € 25 miljoen voor de aanleg van een spanningssluis ter vervanging van de schakelbare bovenleiding (einde levensduur 2028). 

9.

22 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020

10.

11.

Deze oplossing draagt bij aan zowel (grensoverschrijdend) personen- als goederenvervoer en zorgt voor meer flexibiliteit op het emplacement Venlo.  Voor Eindhoven CS wordt bij de studie rekenschap gegeven van de ruimtelijke inpassingsstudie, met name met het ruimtelijk beslag voor (toekomstige) functionele eisen voor het spoor. Rijk (IenW en BZK) en regio (gemeente Eindhoven en Provincie NB) spreken af om, onder regie van de gemeente Eindhoven en ProRail, een ruimtelijke inpassingsstudie te starten voor het gebied bij Eindhoven Centraal.  Met oog op de Mobiliteitsstrategie worden door betrokken partijen concrete afspraken gemaakt over afstemming en koppeling van de studie Toekomstvast Spoor ZuidoostNederland met de uitwerking door de regio van het handelingsperspectief voor de multimodale knoop Eindhoven Centraal.  Rijk en regio besluiten (tussentijdse) resultaten van de integrale studie Toekomstvast spoor Zuid-Nederland te agenderen voor een afspraak op het BO MIRT 2021 op basis van een adaptief ontwikkelpad.  Ook de uitkomsten van de nadere verkenning voor een intercityverbinding Randstad/Eindhoven-Heerlen-Aken zullen bij de integrale studie worden betrokken. Hub ’s-Hertogenbosch  Rijk en regio spreken af om een MIRT Verkenning te starten naar de integrale knooppuntontwikkeling 's-Hertogenbosch, incl. noodzakelijke oplossingen voor de transferknelpunten.

Hiertoe zetten we de voorbereiding in gang en stellen uiterlijk in het tweede kwartaal 2021 een startbeslissing vast.  Rijk en regio beschouwen de afspraken over knoop ‘s-Hertogenbosch als onderdeel van een eerste stap in de uitvoering van het Toekomstbeeld OV.  Rijk en regio reserveren dit BO MIRT gezamenlijk € 85 miljoen inclusief btw.:  De regio reserveert € 15 miljoen;  In aanvulling op de bestaande budgetten voor PHS-project transfer ‘s-Hertogenbosch en vervanging à € 45 miljoen, die samen met de inhoudelijke opgave wordt overgeheveld naar de MIRT-verkenning, reserveert het Rijk € 25 miljoen inclusief btw.  Rijk en regio blijven de MIRT-verkenning als integraal vraagstuk benaderen en geven zich rekenschap van de noodzaak van een integrale oplossing waarbij o.a. gebiedsontwikkeling (vastgoed en retail) worden betrokken. Rijk en regio zoeken hierover in de verkenningsfase actief samenwerking met relevante partijen.  Rijk en regio onderkennen de noodzaak tot kostenoptimalisatie met betrekking tot de verschillende onderdelen binnen de verdere uitwerking.  Rijk en regio bevestigen op basis van eerdere MIRT-afspraken in 2018 en 2019 dat financiering aangaande het onderdeel fietsparkeren dient plaats te vinden via het Programma Fietsparkeren en dat daarvoor een aanvraag wordt voorbereid in 2021.

 Rijk en regio spreken af voor de resterende 25% financieringsbehoefte de mogelijkheden voor alternatieve financiering te onderzoeken. Op basis van de uitwerking zullen Rijk, regio en spoorse partijen - kijkend naar wederkerigheid en te verwachten baten - hier nadere afspraken over maken. Intercity Randstad/Eindhoven – Heerlen – Aken  Rijk en regio nemen kennis van de tussentijdse resultaten op hoofdlijnen van de nadere verkenning met betrekking tot twee alternatieve lijnvoeringen voor een intercityverbinding Randstad/Eindhoven-Heerlen-Aken.  Rijk en regio stellen op basis van de tussentijdse resultaten vast dat er nog zorgen zijn over maakbaarheid, kosten en baten van een intercityverbinding naar Aken. De tussentijdse resultaten behoeven nog aanvulling met een toets op de lange termijn in Toekomstbeeld OV en nadere uitwerking.  ProRail verwacht in maart 2021 uitgewerkte resultaten aan te kunnen leveren. Deze zijn noodzakelijk om tot gedegen beslisinformatie te komen.  De resultaten van de nadere verkenning zullen worden betrokken bij de integrale studie toekomstvaste spoorknoop Eindhoven (Toekomstvast Spoor Zuidoost-Nederland).

 Voorjaar 2021 zal op basis van de nadere verkenning en de marktverkenning internationale verbindingen de alternatieve lijnvoeringen ten opzichte van het eerdere besluit tot gefaseerde verbetering van de verbinding nader worden gewogen en wordt de bekostiging en governance inzichtelijk gemaakt.  Rijk en regio beschouwen het onderzoek naar deze intercityverbinding als onderdeel van een eerste stap richting uitvoering van het Toekomstbeeld OV.

23 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020

12.

13.

14.

Transferknelpunt Maastricht  Rijk en regio nemen kennis van de onderzoeksresultaten van de door ProRail uitgevoerde ABC-analyse ten aanzien van het transferknelpunt Maastricht.  Rijk en regio verstrekken aan ProRail de opdracht om het vervolg in de vorm van een ‘Verkenningsfaseonderzoek’ (ProRail systematiek) uit te werken. Dit onderzoek richt zich primair op het oplossen van het transferknelpunt.  Daarnaast wordt de relatie gelegd met de bredere ambities en opgaven zoals gesignaleerd in de aanpak ‘Stad en Spoor’ en het ‘Verdiepingsonderzoek’ in het kader van Toekomstbeeld OV 2040.  Partijen bespreken uiterlijk in het derde kwartaal 2021 de voortgang en samenhang van het onderzoek en bepalen op basis hiervan of nadere afspraken noodzakelijk zijn.  Rijk en regio delen de onderzoekskosten voor deze onderzoeksfase. Tram Maastricht – Hasselt  Rijk en regio spreken af de verlengingstermijn van de huidige AROV-overeenkomst te verlengen naar 31 december 2026.  Rijk en regio spreken af dat dit de laatst geboden verlengingsmogelijkheid is; hierna zal verlenging van de realisatietermijn niet meer mogelijk zijn.  Indien de realisatietermijn niet wordt gehaald, wordt de AROV-overeenkomst ontbonden en zal terugvordering van middelen of verrekening met de BDU-uitkering het gevolg zijn.  Verantwoordelijkheid voor de voortgang van het tramproject ligt bij de regio.

Zij werken hiertoe samen met het Vlaams Gewest en VVM De Lijn. Conform AROV-overeenkomst zal IenW middels voortgangsrapportages door de regio van de voortgang op de hoogte worden gehouden.  Financiële verantwoordelijkheid voor het tramproject ligt bij de regio; provincie Limburg heeft aangegeven dat met projectbudget (inclusief indexatie) het tramproject uitgevoerd kan worden.  Middels BDU-uitkering (2016) zijn de middelen voor de IenW-bijdrage voor het tramproject uitgekeerd. Vanuit het Rijk zullen geen aanvullende middelen ter beschikking worden gesteld voor het tramproject.  De afspraken inzake eigendomsoverdracht van infrastructuur van IenW naar het project blijven van toepassing. OV Breda – Gorinchem – Utrecht  Rijk en Regio starten een gezamenlijk onderzoek naar kansrijke maatregelen die in de periode tot en met 2028 uitgevoerd kunnen worden. Doel is de bestaande OVverbindingen op de A27 tussen Breda en Utrecht ook tijdens de werkzaamheden aan de A27 zo goed mogelijk in stand te houden, met waar mogelijk win-winsituaties met het autoverkeer.  Hiertoe wordt door de samenwerkende partijen, het Ministerie van IenW, Rijkswaterstaat, Provincie Noord-Brabant en Provincie Zuid-Holland een Taskforce Minder Hinder OV op de A27 ingesteld. Partijen zitten vanuit hun eigen rol en verantwoordelijkheid in de Taskforce.

De Taskforce rapporteert rechtstreeks aan de Staatssecretaris van IenW en de gedeputeerden van Noord-Brabant en Zuid-Holland.  Rijk en Regio stellen ieder € 24.000 beschikbaar om dit onderzoek uit voeren.  Het onderzoek richt zich op mogelijkheden binnen innovatief bovenregionaal verkeersmanagement, zoals het innovatief verdelen van het beschikbare asfalt en het prioriteren van doelgroepen ter plaatse van de werkzaamheden én het in de grote regio innovatief geleiden en omleiden van verkeerstromen om de doorstroming te bevorderen. Daarnaast worden de mogelijkheden onderzocht om sneller te halteren.  Door afstemming binnen de Taskforce moet de balans tussen het realiseren van een kwaliteitsslag van het OV en nieuwe visies op integrale mobiliteit enerzijds en het niet overmatig belasten van het project A27 Houten – Hooipolder anderzijds gewaarborgd worden.  De Taskforce heeft een onderzoeksmandaat; over haalbare maatregelen zonder bestuurlijke en/of financiële gevolgen kan vooruitlopend op het BO MIRT 2021 binnen de taskforce overeenstemming worden bereikt om deze uit te voeren.  Rijk en Regio werken toe naar een maatregelenpakket voor de korte en middellange termijn waarover in het BO MIRT 2021 nadere afspraken worden gemaakt.

 Bij het onderzoek naar maatregelen voor de korte en middellange termijn zal nadrukkelijk rekening worden gehouden met lange termijn ontwikkelingen en ambities. Hiertoe zal in de Taskforce afstemming gezocht worden met de regiegroep BGU, die de verkenning van het verbeteren van het OV op de corridor Breda-Gorinchem-Utrecht uit 2019 aan het verdiepen en uitwerken is om een verbeterslag in 2030 in het OV te bewerkstelligen.

24 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020

Rijk en Regio continueren de gezamenlijke studie binnen het samenwerkingsverband BGU voor de verbetering van de OV-verbinding Breda-Gorinchem-Utrecht op de lange termijn (2030 en verder). Op basis van de conclusies uit deze studie zullen partijen toewerken naar een gedragen pakket maatregelen om in het BO MIRT 2021 afspraken te maken over deze verbinding op lange termijn. MIRT Programma A2 Deil – ’s-Hertogenbosch – Vught  Rijk en regio stellen de concept Voorkeursbeslissing A2 Deil – ’s-Hertogenbosch – Vught vast. Rijk en regio spreken hierbij de intentie uit om de concept Voorkeursbeslissing te realiseren. De concept Voorkeursbeslissing bestaat uit een Voorkeursalternatief voor de A2 en een regionaal pakket aan zowel brede mobiliteitsmaatregelen (met diverse maatregelen op vlak van werkgeversbenadering, fiets, smart mobility, verkeersmanagement e.d.) als diverse flankerende maatregelen gericht op het mobiliteitssysteem rond de A2 voor de periode 2021-2030.  Het Rijk reserveert voor de realisatie van het Voorkeursalternatief A2 Deil-Vught € 830 miljoen (incl. btw) in het MIRT.  Regionale partijen spreken commitment uit voor de gezamenlijke uitwerking van de financiering van een Breed Mobiliteitspakket geraamd op maximaal € 45 miljoen (met diverse maatregelen op vlak van werkgeversbenadering, fiets, smart mobility, verkeersmanagement, OV e.d.).

 De Brabantse regio stelt daarbij concreet € 22,5 miljoen beschikbaar voor deze maatregelen.  De Gelderse regio is bereid zich in te spannen voor de realisatie van de Brede Mobiliteitsaanpak. Financiële bijdrage wordt daarbij gebaseerd op de nadere concretisering van de aanpak in de regio en bedraagt maximaal € 22,5 miljoen.  In de Voorkeursbeslissing zijn, in aanvulling op de maatregelen uit het Breed Mobiliteitspakket, verder nog de volgende flankerende maatregelen ter verbetering van het mobiliteitssysteem rond de A2 door regionale partijen opgenomen:  Diverse maatregelen gericht op het verbeteren van de bereikbaarheid aan de oostzijde van ’s-Hertogenbosch (ontsluiting Empel, Groote Wielen, Rosmalen) door aanpassingen op het onderliggende wegennet, met name nabij de aansluiting Rosmalen op de A2. De Brabantse regio stelt daarbij concreet € 10 miljoen beschikbaar voor deze aanvullende maatregelen.  Diverse maatregelen gericht op het verbeteren van de leefbaarheid en het tegengaan van sluipverkeer nabij Waardenburg en Velddriel.  Diverse maatregelen die een goed alternatief bieden voor de auto in de vorm van een hoogwaardige loop-fiets en regionaal openbaarvervoer-en overstapvoorzieningen.

Concreet zullen de regionale partners het regionaal vervoernetwerk op logische, goed bereikbare plekken voorzien van multimodale mobiliteitshubs om uitwisseling tussen modaliteiten te faciliteren (conform netwerkuitwerking van landsdeel Zuid van het Toekomstbeeld OV 2040 en Gelderland).  Bovenstaande maatregelen worden via de reguliere monitoring & evaluatie systematiek van het Programma A2 gemonitord op effectiviteit waarbij de resultaten aan de stuurgroep A2 Deil-Vught zullen worden voorgelegd om zo tijdig eventueel bij te kunnen sturen.  De Gelderse regio gaat zich op basis van de uitwerking hierbij inspannen financiële bijdragen ter beschikking te stellen aan de realisatie van de flankerende maatregelen. Deze aanvullende maatregelen worden parallel aan de planuitwerkingsfase van het Voorkeursalternatief verder uitgewerkt (inhoudelijk, effecten, kosten).  Het Rijk en de provincie Gelderland spreken af dat indien de NMCA 2021 inzichten geeft over negatieve effecten op doorstroming en verkeersveiligheid van de diverse lopende projecten zoals onder andere de A2 Deil – Vught, die aansluiten op de A15 tussen Gorinchem en Valburg, dit aanleiding kan zijn om verdere gesprekken over de A15 te gaan voeren. In dit overleg zal er aandacht worden geschonken aan deze mogelijke nieuwe knelpunten met betrekking tot de doorstroming en verkeersveiligheid op dit traject.

 Bovenstaande afspraken tussen Rijk en regionale partijen zullen worden vastgelegd in een (concept) Bestuursovereenkomst (BOK) A2 Deil – Vught. SmartwayZ.NL  Binnen het programma zijn afgelopen jaar de volgende mijlpalen gehaald:  De Structuurvisie A67 Leenderheide – Zaarderheiken is op 28 april 2020 vastgesteld. Hierbij is ook een nieuwe planning van het ontwerp-tracébesluit (2023) en tracébesluit (2024) A67 Leenderheide – Geldrop vastgesteld. 

15.

16.

25 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020

17.

18.

19.

20.

Het ontwerp-tracébesluit A58 Eindhoven – Tilburg is opnieuw aanbesteed (dit kon door vernietiging PAS eerder niet worden genomen) en de planning is het ontwerptracébesluit in 2022 en tracébesluit in 2023 vast te stellen.  In maart is het Uitvoeringsplan Krachtenbundeling Smart Mobility Zuid-Nederland 2020 tot en met 2023 vastgesteld. Dit is een gezamenlijke uitvoeringsagenda voor de komende 4 jaar waarmee met sleutelspelers in Zuid-Nederland het slimste mobiliteitssysteem gerealiseerd zal worden.  Voor de verkenning A58 Breda – Tilburg is op basis van een Nota Kansrijke Oplossingen besloten een alternatief van 2x4 rijstroken niet verder te onderzoeken en de beoordelings- en besluitvormingsfase in te gaan met drie kansrijke alternatieven. Het vaststellen van het Voorkeursalternatief is gepland voor eind 2021. Strategische agenda A50 corridor Nijmegen-Eindhoven & MIRT-verkenning A50 Ewijk-Bankhoef-Paalgraven  Het Rijk en de provincies Gelderland en Noord-Brabant stellen de strategische agenda met mobiliteitsaanpak voor de corridor A50 Nijmegen-Eindhoven vast.  Na deze beslissing kan de strategische agenda, in samenhang met de reeds gestarte MIRT-verkenning A50 Ewijk-Bankhoef-Paalgraven, in uitvoering worden gebracht.

VDL Nedcar  Indien in 2021 of 2022 blijkt dat de uitbreidingsplannen van VDL Nedcar definitief zullen worden uitgevoerd;  En er op dat moment nog onvoldoende dekking is gevonden voor het mogelijk maken van het totaalplan;  En de provincie Limburg bereid is een aanvullende bijdrage te leveren van € 19,5 miljoen, ook VDL commitment heeft uitgesproken voor een aanvullende bijdrage.  Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) heeft eerder voorwaardelijk € 6,8 miljoen toegezegd voor de gebiedsontwikkeling rond de Nedcar-fabriek. Als de additionele randweg om het bedrijventerrein van VDL Nedcar ook doorgaat draagt EZK € 2,5 miljoen bij aan de meerkosten van 22 miljoen.  Dan is IenW, onder bovengenoemde voorwaarden, bereid een bijdrage aan deze plannen te leveren van € 5 miljoen (incl. btw).  Daarnaast gaan Rijk en regio in gesprek over het benutten van de kansen voor een mobiliteitstransitie van het woon-werk verkeer en aan- en afvoer van goederen.  En deze afspraak in het BO MIRT najaar 2021 of 2022 verder te concretiseren. Wilhelminakanaal  In het BO MIRT Zuid-Nederland van 7 december 2017 is besloten tot herbouw van Wilhelminakanaal sluis II.  Er bestaat onduidelijkheid over de scope van de totale investeringsopgave van fase 1,5, ook met betrekking tot de in 2012 door Rijkswaterstaat vervangen damwanden.

 Partijen committeren zich eraan om voor eind december 2020 in gezamenlijk overleg een gedeeld beeld te ontwikkelen over de voorgeschiedenis (facts and figures) met betrekking tot de damwanden en om de uitkomsten in de stuurgroep Wilhelminakanaal te bespreken.  Eind december 2020 wordt bezien of deze huidige procesafspraak op korte termijn in een apart bestuurlijk overleg verder inhoudelijk wordt bekrachtigd. Omgevingsagenda Brabant en Limburg  Bij het MIRT betrokken rijks- en regionale partijen beschouwen de beschreven gezamenlijke opgaven en het overzicht van lopende trajecten als een goede onderlegger voor het verder bouwen aan de omgevingsagenda;  Ze verzoeken de opgaven en analyse voor het BO Leefomgeving voorjaar 2021 verder te verrijken.  Voor de opgaven in Zuid-Limburg, De Peel, Brainport Eindhoven, Zuid-Westelijke Delta, de Maas en het Van Gogh landschap worden lopende afspraken coherent in beeld gebracht. Waar nodig en gewenst door betrokken partijen kan dit leiden tot voorstellen voor aanvullende afspraken of acties, die voor zover het de NOVI-gebieden Zuid-Limburg en de Peel betreft landen in de aanpak van die NOVI-gebieden.  Rijk en regio borgen dat dit plaatsvindt in het kader van, en gekoppeld aan lopende trajecten, programma’s en overlegstructuren.

Dit zijn bijvoorbeeld de Brainport Nationale actieagenda, regionale omgevingsagenda’s, het Deltaprogramma en Integraal Riviermanagement.  Hierbij is steeds ruimte voor aanpassing, aanvulling en fasering, hetgeen passend is bij het cyclisch adaptief proces van de Omgevingsagenda.

26 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020

21.

22.

23.

24.

25.

Plannen van Aanpak voorlopige NOVI-gebieden de Peel en Zuid-Limburg  Bij het MIRT betrokken rijks- en regionale partijen herkennen dat in goede samenwerking wordt gewerkt aan de plannen van aanpak voor NOVI-gebied Zuid-Limburg en De Peel.  Zij verzoeken de aanpak in goede samenwerking tussen Rijk en regio verder uit te werken, samen met maatschappelijke partners, bedrijven en bewoners.  Zij verzoeken in het BO Leefomgeving voorjaar 2021 de voortgang te presenteren van het groeidocument, de beoogde gezamenlijke aanpak van opgaven en te verkennen of extra bestuurlijke afspraken in deze gebieden wenselijk zijn. Verstedelijkingsstrategie stedelijk Brabant  Rijk en regio erkennen dat een gezamenlijke inzet op de complexe opgaven in de Brabantse stedenrij op het gebied van verstedelijking, water, (duurzame) mobiliteit, duurzaamheid, natuur, recreatie, klimaatadaptatie, gezondheid en (nieuwe) economie een meerwaarde biedt.  Rijk en regio erkennen dat een nieuwe werkwijze met concrete voorstellen en acties voor een duurzame ontwikkeling van stedelijk Brabant en de verschillende stedelijke regio’s daarbinnen, nodig is om invulling te geven aan de gezamenlijke inzet op complexe opgaven.

 Rijk en regio hebben een plan van aanpak opgesteld om te komen tot een gezamenlijk gedragen strategie voor slimme en duurzame verstedelijking voor stedelijk Brabant en deze uit te werken in onder andere de verstedelijkingakkoorden voor de Brabantse stedelijke regio’s.  Rijk en regio streven voor het BO Leefomgeving van het voorjaar 2021 naar een strategie op hoofdlijnen, inclusief prioritaire ontwikkelingen en locaties (zoals locaties voor grootschalige woningbouw, transformatielocaties en locaties in kader van leefbaarheid). En daarbij ruimte te bieden voor verdienvermogen en een aantrekkelijk vestigingsklimaat.  Rijk en regio streven ernaar om in het BO MIRT van 2021 de definitieve verstedelijkingsstrategie en bijbehorende -akkoorden vast te stellen. Woningbouw- en herstructureringsopgave Limburg  BZK en de Provincie Limburg verbinden zich langjarig aan afspraken en substantiële ondersteuning vanuit het Rijk, ter versnelling van de woningbouw- en herstructureringsopgave in Limburg:  De provincie Limburg werkt samen met BZK en haar partners de komende jaren toe naar een voortreffelijke woon- en leefomgeving, waar mensen zich prettig voelen en met een toekomstbestendige Limburgse woningmarkt die voldoende woningen biedt van de juiste kwaliteit.

 Hiervoor is het nodig dat kwalitatief gewenste nieuwbouw versneld wordt en dat vaart gemaakt wordt met de herstructurering en verduurzaming van de woningvoorraad.  Om deze ambitie te ondersteunen spreken BZK en de provincie Limburg af om gezamenlijk een integrale aanpak te ontwikkelen, waarbij alle betrokken partijen zich langjarig verbinden aan afspraken en stevige ondersteuning, ter versnelling van de woningbouw- en herstructureringsopgave in Limburg.  BZK en de provincie besluiten tot een pakket aan maatregelen, zoals opgenomen in de rapportage Versnelling woningbouw en herstructureringsopgave Limburg.  BZK heeft financiële middelen vrijgemaakt voor de financiering van flexpools in 2020 en 2021. Voor Limburg is een bedrag van € 663.223 euro gereserveerd die in de vorm van een specifieke uitkering kan worden uitgekeerd aan de provincie. Klimaatadaptatie  Rijk en regio constateren dat de uitvoering van de in 2018 gemaakte afspraken over het concretiseren van het uitvoeringsprogramma Klimaatadaptatie Zuid-Nederland door onderlinge samenwerking op schema ligt. Deltaprogramma Maas  Rijk en regio stellen vast dat:  In 2020 de planuitwerkingsfase voor Meanderende Maas is gestart. De Programma aanpak Grote Wateren wordt aan scope toegevoegd en loopt mee in planuitwerking en procedures van het project.

Over de benodigde middelen (€ 15 miljoen) zijn in het BO MIRT van 2019 afspraken gemaakt.  De verkenningen van de systeemwerkingsmaatregelen in de Noordelijke Maasvallei zijn in afronding en in voorbereiding op de planuitwerking. De start van de planuitwerkingen Thorn-Wessem, Arcen, Well zijn voorzien in het eerste kwartaal van 2021; Baarlo-Hout-Blerick in het derde kwartaal van 2021.  Voor het project Flessenhals Oeffelt is de start van de planuitwerking met een jaar vertraagd.

27 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020

26.

Over het vervallen van de rivierbed-status achter versterkte Limburgse keringen zijn dit jaar nadere afspraken gemaakt en vinden vervolguitwerkingen plaats (begrensde gebiedsontwikkelruimte, visie Maasvallei).  De uitwerking van de begrensde gebiedsontwikkelruimte in de Stuurgroep Deltaprogramma Maas van december 2020 wordt geagendeerd. Integraal riviermanagement (IRM) Maasoevers Maastricht  MIRT-onderzoek over hoogwaterveiligheid, stedelijke herstructurering en ruimtelijke kwaliteit is in 2019 afgerond. Nu is er urgentie vanuit mogelijke synergie met oplossen nautische knelpunten.  Leervraag IRM: nautische veiligheid integraal benaderen, omgaan met het faseverschil in het oplossen van de diverse opgaven.  Leervraag: met betrekking tot de dijkversterkingsopgave wordt een relatie gelegd met HWBP. Onderzocht wordt hoe een en ander zich verhoudt tot de spelregels van het HWBP.  Rijk, Waterschap Limburg, Rijkswaterstaat Zuid-Nederland en gemeente Maastricht onderzoeken samen de haalbaarheid om in 2021 tot een startbesluit voor de gezamenlijke verkenning te komen, inclusief een definitie van alternatieven die zich kunnen onderscheiden in hoe ze bijdragen aan de diverse opgaven en zicht op gedeelde financiering. Provincie Limburg ziet een rol als bestuurlijk agendalid.

 De betrokken partijen zullen hiervoor een intentieovereenkomst afsluiten met daarin afspraken over trekkerschap en het beschikbaar stellen van procesgelden, hiervoor wordt in totaal € 150.000 euro bijeengebracht. 50 % wordt ingelegd door het rijk en 50 % door de regio (Waterschap en Gemeente Maastricht). De gemeente Maastricht heeft hiervoor het initiatief genomen. Verlagen Dam Lateraal Kanaal (ter hoogte van Roermond)  De leervraag IRM benutten: “Voorfinanciering door overheden en een millimeterfonds voor ondernemers en projecten die uiteindelijk een deel van de kosten van de verlaging dragen binnen afgebakende ontwikkelruimte”.  Door regionale partijen wordt € 3,2 miljoen ingebracht.  Gemeente Roermond is trekker en draagt risico’s in de uitvoeringsfase.  Uitgaande van de afgesproken netto waterstandsdaling, draagt het rijk eveneens maximaal € 3,2 miljoen bij in 2023 zodra aan de volgende voorwaarden is voldaan:  Er is een SSK-raming met een bandbreedte van 25%  Er is een risicodossier met beheersmaatregelen afgestemd met partijen  Er is aangetoond dat de regionale bijdrage is geborgd.

Samenhangende uitwerking ten noorden van Venlo  In dit gebied kunnen dijkversterking, het behoud van rivierbed (systeemmaatregel VenloVelden), waterstandsdaling (geulen), natuurontwikkeling, recreatie, ruimtelijke kwaliteit en gebiedsontwikkeling (Plan Hertogbroek + gebiedsontwikkeling Grubbenvorst-Lottum) samenkomen. De combinatie van de diverse maatregelen kan de hoogwaterveiligheidsopgave in de bebouwde kern van Venlo betekenisvol verlagen. Aandachtspunt bij een eventuele combinatie van maatregelen is de beheersbaarheid en de voortgang.  Leervraag IRM: door herstel van de interbestuurlijke samenwerking de aanwezige synergiekansen in dit riviertraject helder krijgen en alsnog winst voor rivier en omgeving bereiken.  Leervraag IRM: met meer partijen samenwerken dan de overheden alleen en kansen benutten voor impulsen voor dorpen in de directe omgeving van de rivier.  Rijk en regionale partijen besluiten om een zogenaamde fase 0 (tussen onderzoek en verkenning) te bekijken welke alternatieven kansrijk zijn. Hiervoor wordt voor het riviervak Venlo – Arcen de integrale rivierkundige opgave voor beide oevers bepaald en worden kansrijke oplossingsrichtingen in beeld gebracht.

 Criteria die de kansrijkheid bepalen zijn: behoud rivierbed, waterstandsdaling, uitvoerbaarheid, draagvlak en lokale koppelkansen, zicht op financiering en andere criteria die de haalbaarheid en wenselijkheid bepalen.  Op basis van de resultaten van fase 0 wordt bepaald welke alternatieven kansrijk zijn om in een MIRT Verkenning nader te verkennen.  Trekker van de fase 0 is het Waterschap Limburg in nauwe samenwerking met provincie Limburg, gemeente Venlo, gemeente Horst aan de Maas, RWS en IenW. Rijk en regio maken nadere afspraken over de kostenverdeling en streven hierbij naar een 50/50 verdeling, waarbij bijdragen ook ‘in kind’ geleverd kunnen worden. Het waterschap koppelt hier ook de HWBP-beschikking voor dijkversterking aan. Uitgaande van een

28 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020

27.

50/50 verdeling zegt het Rijk maximaal € 100.000 toe. Provincie Limburg geeft aan vooralsnog geen aanvullende financiële middelen ter beschikking te willen stellen voor deze Fase 0. Alem en fort St Andries  Gemeente Maasdriel en de fa. Dekker zullen als trekkers een onderzoek starten in samenwerking met potentiële partners (Rijkswaterstaat, provincie Gelderland, provincie Noord-Brabant, Waterschap Aa en Maas, Waterschap Rivierenland, programmateam PAGW, Staatsbosbeheer) en lokale gebiedspartijen. Dit onderzoek zal de haalbaarheid van een integrale aanpak (waterveiligheid, zandwinning, natuurontwikkeling, leefbaarheid en versterken recreatie) in 2021 duiden en de basis vormen voor het al dan niet starten van een MIRT-verkenning in 2021.  Leervraag IRM: vormgeven aan een integrale gebiedsontwikkeling waarbij een private partij vroeg betrokken is. Afweging doorstroombaar maken landhoofd Gelderse zijde A2  Het Rijk wordt trekker van een eigenstandig onderzoek naar de synergiekans om de doorstroombaarheid van de Maasbrug aan de Gelderse zijde te verbeteren. Nut en noodzaak van de verbeterde doorstroming onder de A2 brug is afhankelijk van inzichten in de hydraulische impact van de nabijgelegen spoorbrug en de Hedelse brug. Deze worden bij het onderzoek betrokken.  In het onderzoek worden ook de financieringsmogelijkheden meegenomen.

In het budget van de A2 Deil – Vught is daar geen ruimte voor.  Uiteindelijk kan op basis van de uitkomsten van het onderzoek beoordeeld worden of deze meekoppelkans wordt opgenomen in de planuitwerking en realisatie van de A2 Deil – Vught.  Leervraag IRM: Het verbinden van kruisende infrastructuurproject aan Maas-opgaven. En als dit zinvol blijkt, hoe kan je omgaan met borging totaalaanpak bij uitvoering op verschillende momenten in de tijd? Hoogwaterveiligheid ’s-Hertogenbosch, Crèvecoeur  Rijk en regionale partijen onderzoeken samen de haalbaarheid van een samenhangende gebiedsontwikkeling; waterschap Aa en Maas is initiatiefnemende partij. Als eerste stap is het uitwerken van kennisvragen aan de orde, hiervoor dragen Rijk en regio 50/50 de kosten, eerste indicatie is € 0,5 miljoen voor 2021 en 2022. De regionale bijdrage bestaat uit € 125.000 vanuit Waterschap Aa en Maas en € 125.000 vanuit provincie NoordBrabant.  Leervraag IRM: Het verbinden van Maas-opgaven aan opgaven vanuit regionale watersystemen Aa en Dommel in samenhang met de ontwikkeling van natuur en cultuurhistorie. Gebiedsagenda Zuidwestelijke Delta 2050  Dit jaar is het participatieproces afgerond en heeft het Gebiedsoverleg Zuidwestelijke Delta ingestemd met de Gebiedsagenda Zuidwestelijke Delta.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11744157/1