Bijlage 2 - Adviesrapport Berenschot Strategische Koers Ergon
Tekst van het document
mogelijk regulier aan het werk, tegen de laagste kosten. De ketenpartners
met de poort, waar mensen worden gediagnosticeerd en al zoveel
zijn in de praktijk gefocust op het realiseren van partiële doelstellingen. Zo
mogelijk naar werk worden toegeleid om uitkeringsafhankelijkheid te
richt Ergon zich vooral op het realiseren van een goed lopende
voorkomen cq zo snel mogelijk weer betaald aan het werk te gaan.
werkvoorziening en het realiseren van efficiënte re-integratietrajecten binnen de financiële kaders. Het risico bestaat dat de aandacht minder gericht is op uitstroom naar reguliere werkgevers (dat doet met name
• Gemeenten en Ergon versterken (liefst: integreren) de relatie van Ergon met de matching bij reguliere werkgevers. • In voorkeursvariant 3 wordt een extra inspanning gepleegd worden om
WGT) en het voorkomen dat mensen in de uitkering komen door hen reeds
vanuit het zittend bestand bijstand in de gemeente Eindhoven 330
voor toekenning van de uitkering aan het werk te helpen.
bijstandsgerechtigden (250 fte) extra te activeren en aan het werk te
(verantwoordelijkheid van WIJ). Daarom zijn gemeenten met geïntegreerde
helpen bij reguliere werkgevers en in de infrastructuur van Ergon. Het is
sociaal ontwikkelbedrijven (volledige regie over de sociale infrastrutuur) of
essentieel dat de gemeentelijke uitvoering en Ergon hierbij intensief
gecombineerde sociaal ontwikkelbedrijven (naast werk en re-integratie ook
samen optrekken en gezamenlijk op zoek gaan naar geschikte
verantwoordelijk voor de uitkeringsverstrekking) in de praktijk vaak
kandidaten en hen stimuleren om de benodigde stappen te zetten om
effectiever in het realiseren van de brede Participatiewet-doelstellingen dan
aan het werk te gaan.
bedrijven waar deze integratie/combinatie niet is gerealiseerd.
74989-Openbaar
38
STRATEGISCHE KOERS: UITWERKING VOORKEURSVARIANTEN EN AFSPRAKEN
Evenwichtig sturen Schurende doelstellingen: het lock-in effect
Evenwichtig sturen
Het lock-in effect is het effect dat een sociaal ontwikkelbedrijf – met het
Hoe kan wel effectief gestuurd worden? Bij het sturen op deze strategische
oog op de productiekwaliteit en de doelmatigheid – geprikkeld wordt om
koers adviseert Berenschot om de nadruk vooral te leggen op het
medewerkers uit de doelgroep die goed presteren, vast te houden in plaats
eindresultaat, zoals de omvang van de bijstandsafhankelijkheid, het saldo
van om hen door te ontwikkelen en te stimuleren om bij reguliere
BUIG, het totaal aantal mensen dat met LKS aan de slag is bij Ergon, bij
werkgevers aan het werk te gaan. De doelstelling van het doelmatig en
reguliere werkgevers of op een beschutte baan.
effectief presteren als productiebedrijf schuurt daarbij dus met de
Daarnaast adviseert Berenschot om waarborgen in te bouwen in de
doelstellingen om medewerkers zo snel en zo regulier mogelijk aan het
inrichting van de uitvoering die voorkomen dat mensen onnodig lang op
werk te helpen en te houden.
een interne werkplek bij Ergon blijven zitten. Dat kan bijvoorbeeld door consulenten nadrukkelijk een re-integratie/ontwikkelverantwoordelijkheid
Subtiel evenwicht
te geven voor de mensen met een dienstbetrekking bij Ergon en hen te
Belangrijk is dat tussen beide doelstellingen een gezonde verhouding
stimuleren om mensen met een dienstbetrekking bij Ergon door te
bestaat. Aan de ene kant heeft het sociaal ontwikkelbedrijf de
ontwikkelen naar meer regulier werk. De positie van de consulent wordt
verantwoordelijkheid voor het realiseren van een toekomstbestendige
ondersteund als er per medewerker een ontwikkel- en re-integratieplan is
bedrijfsvoering en een plezierig en gezond werkklimaat voor de
opgesteld en periodiek wordt getoetst of hij een stap naar/richting buiten
medewerkers die van de werksoorten afhankelijk zijn. Aan de andere kant
kan zetten. In de driehoek kandidaat-consulent-teamleider wordt dan
moeten mensen die daartoe in staat zijn zo snel en zo regulier mogelijk
steeds gestreefd naar verdere doorontwikkeling. Het is helpend om de
door- en uitstromen. Dit is een subtiel evenwicht, dat in de praktijk
prestaties voor wat betreft de doorontwikkeling van kandidaten op een
gemakkelijk verstoord kan worden door de nadruk te veel op de ene of op
dienstbetrekking bij Ergon op consulent- en teamleiderniveau te registreren
de andere doelstelling te leggen. Mede door de kwetsbaarheid van het
en met elkaar te delen en successen met elkaar te vieren.
evenwicht is het voorstel om niet te strak te sturen (met targets) op de
Ook op centraal niveau is het uiteraard belangrijk om het aantal personen
door- en uitstroom uit het sociaal ontwikkelbedrijf.
dat wordt doorontwikkeld te blijven registreren en in beeld te brengen. Dat – zoals gezegd – zonder hier targets aan te verbinden.
74989-Openbaar
39
Transitieplan
10 OKTOBER 2025
74989-Openbaar
TRANSITIEPLAN
Strategische koers en impulsbudget Impulsbudget
Strategische koers: transitievoorstel van Ergon
Het ministerie van SZW heeft voor het realiseren van de transitie van
sociaal ontwikkelbedrijven het zogenoemde impulsbudget beschikbaar
Ergon als toekomstbestendig werkontwikkelbedrijf
gesteld. Hiermee is vanaf 2025 tien jaar lang budget beschikbaar om
Gemeenten en sociaal ontwikkelbedrijven krijgen met de stappen van het
gemeenten en sociaal ontwikkelbedrijven financieel te ondersteunen
ministerie van SZW nadrukkelijk de opdracht om in de komende jaren toe
bij de noodzakelijke transitie en transformatie van de sociale
te werken naar een toekomstbestendig werkontwikkelbedrijf.
infrastructuur. Dit impulsbudget moet een belangrijke bijdrage
Ergon bouwt de komende jaren verder aan de ontwikkeling tot een
leveren aan het oplossen van een van de knelpunten die Berenschot
werkontwikkelbedrijf dat inwoners actief helpt bij hun groei/ontwikkeling
in 2023 in het onderzoek naar de infrastructuur van sociaal
richting duurzaam en regulier werk. De focus ligt op een beweging van
ontwikkelbedrijven identificeerde, namelijk dat gemeenten en sociaal
instroom tot uitstroom, waarbij mensen via werkleerplekken en gerichte
ontwikkelbedrijven vaak nog onvoldoende de beweging maken naar
begeleiding toewerken naar een stevige positie op de arbeidsmarkt.
de bedoeling van de Participatiewet (inclusie), waardoor de transitie
Werkgevers en onderwijsinstellingen zijn strategische partners in deze
en transformatie van ontwikkelbedrijven nog onvoldoende van de
beweging. Samen zorgen we voor passende werkplekken, leertrajecten
grond komt. In totaal is er voor de Ergon-gemeenten naar
en ontwikkelkansen die aansluiten bij de mogelijkheden/kansen van de
verwachting €5,9 miljoen beschikbaar als impulsbudget. In 2025
medewerker én de behoeften van de arbeidsmarkt.
betreft dit €692 duizend. De bedragen worden jaarlijks uitgekeerd via een decentralisatie-uitkering (DU). Het impulsbudget wordt
Duurzaam werk als uitgangspunt
beschikbaar gesteld per samenwerkingsverband van gemeenten op
De kerntaak is helder: het ontwikkelen, begeleiden en duurzaam aan
het terrein van sociaal ontwikkelbedrijven. Uitkering vindt plaats aan
werk helpen van inwoners met uiteenlopende achtergronden,
de grootste gemeente binnen het samenwerkingsverband. In het
arbeidsbeperkingen en ondersteuningsbehoeften. Ergon fungeert daarbij
geval van Ergon is dat Eindhoven.
als motor voor ontwikkeling en arbeidsparticipatie. Waar voorheen
Hieronder is het plan dat Ergon heeft opgesteld voor het realiseren
inwoners langere tijd bij Ergon in dienst bleven, transformeert Ergon zich
van deze transitie opgenomen op basis van scenario 1 of 3.
meer en meer als werkontwikkelbedrijf.
74989-Openbaar
41
TRANSITIEPLAN
Strategische koers en impulsbudget De inzet is dat mensen tijdelijk bij Ergon aan het werk gaan om
Dit betekent een gerichte investering in capaciteit, expertise en
klaargestoomd te worden voor een duurzame werkplek bij een reguliere
samenwerking binnen de begeleidingsorganisatie, zodat we deze nieuwe
werkgever. Dit geven we vorm via onze werkleertrajecten zoals de
werkwijze structureel kunnen borgen.
ontwikkelbaan, waarbij gewerkt wordt aan basis-, werknemers- en vakvaardigheden. Voorwaarden hiervoor zijn:
Werkgeverspartnership
•
Focus op ontwikkeling
Tegen deze achtergrond – en in het licht van een groter wordende,
•
Integrale werkgeversdienstverlening
veranderende doelgroep, snelle digitalisering, de schaalsprong in de
•
Opstap en vangnetfunctie van Ergon.
Brainportregio en de veranderende dynamiek op de arbeidsmarkt – zet
En ook wanneer iemand (nog) niet volledig aan het werk kan of blijvende
Ergon de komende jaren in op een heroriëntatie en herstructurering.
ondersteuning nodig heeft, blijft werk het uitgangspunt.
Daarmee heeft Ergon een centrale positie in de arbeidsmarkt en wordt
74989-Openbaar
werk, het vangnet voor inwoners die (deels) kunnen werken, in plaats van
Focus op ontwikkeling
een uitkering. Met Ergon als belangrijke partner in het ecosysteem van de
Deze transformatie is om een omslag in de manier waarop we onze
Participatiewet. Zo werken we al aan de voorkant samen met gemeenten,
begeleidingsorganisatie inrichten. Ontwikkeling is niet langer een losse
direct bij de start van een uitkering, om snelle toeleiding naar werk en
fase, maar verweven in en door onze organisatie en proces: van instroom
ontwikkeling te realiseren.
tot en met duurzame uitstroom. Op het werk (werkvloer) investeren we in
Onze integrale samenwerking en dienstverlening aan werkgevers vormt
ontwikkeling. Ook na plaatsing bij een reguliere werkgever blijven we actief
daarbij het fundament: in nauwe samenwerking met gemeentelijke
betrokken. We staan naast de werkgever, samen kijken we wat lukt en wat
partners en werkgevers bouwen we aan duurzame
aangepast moet worden, we ondersteunen en zetten extra begeleiding in
arbeidsrelaties/partnerships, creëren we samen passende werkplekken en
als dat nodig is om plaatsingen blijvend succesvol te maken. Door betere
borgen we een sluitende keten van instroom, doorstroom en duurzame
matching, het meer en eerder inzetten van begeleiding en tijdige
uitstroom. Zo verbinden we sociaal beleid met economische kansen en
interventies voorkomen we uitval en brengen we het ziekteverzuim binnen
bouwen we aan een inclusieve arbeidsmarkt waarin iedereen kan meedoen.
Ergon structureel omlaag. 42
TRANSITIEPLAN
Strategische koers en impulsbudget Ergon als opstap en vangnet
•
Vangnet
Ergon biedt een werkomgeving waar de focus op ontwikkeling ligt. Ergon
Ergon borgt en ontwikkelt de huidige infrastructuur als stevige basis voor
fungeert als opstap naar externe werkgevers en als vangnet wanneer werk
instroom, ontwikkeling en doorstroom. Deze basis fungeert als opstap naar
elders (tijdelijk) niet haalbaar is. Daarom investeert Ergon in de begeleiding
externe werkgevers, maar biedt ook tijdelijke landingsplekken voor
en ontwikkeling van mensen tijdens de instroom, op de werkplek en na
inwoners die (nog) niet regulier geplaatst kunnen worden. Het accent ligt
uitstroom richting regulier werk. Zo positioneert Ergon zich als partner op
op duurzame plaatsingen en het bieden van ruimte voor verdere groei
de arbeidsmarkt. Voor wie werken mogelijk is, ook zonder volledige
binnen de werkleerbedrijven.
loonwaarde, biedt Ergon het noodzakelijke vangnet. Voor inwoners die nog niet volledig in hun eigen inkomen kunnen voorzien, betekent werk niet
•
Een beschutte omgeving
alleen persoonlijke groei, maar ook een stevige basis voor sociale en
Naast de bestaande beschutte werkplekken verbreedt Ergon het aanbod
economische participatie.
van passende werkplekken. Hiermee creëren we meer
Ergon geeft dit vorm langs de volgende lijnen:
maatwerkoplossingen voor inwoners die blijvend aangewezen zijn op intensieve ondersteuning, zodat meer inwoners op een passende plek aan
•
Partners in werk
het werk kunnen met de ondersteuning die zij nodig hebben.
Ergon verbindt inwoners en werkgevers in een arbeidsmarkt die snel verandert door economische en technologische ontwikkelingen. In deze context kiest Ergon voor een hybride aanpak: een combinatie van interne
ontwikkelplekken en externe werkervaringen bij reguliere werkgevers. 74989-Openbaar
Samenwerking met bedrijven, onderwijsinstellingen en overheden is hierin cruciaal. Door te investeren in opleiden, begeleiding en innovatieve werkvormen vergroten we de kansen op regulier werk. Dit biedt werkgevers de mogelijkheid om inwoners met diverse achtergronden duurzaam in te zetten en te behouden, en versterkt tegelijkertijd de
inclusieve arbeidsmarkt.
43
TRANSITIEPLAN
Strategische koers en impulsbudget Bij deze transitie wil Ergon de volgende uitgangspunten hanteren:
Met deze transitie wil Ergon de volgende doelen bereiken:
• Regulier werk als norm. We ondersteunen inwoners zoveel mogelijk richting regulier werk. Werk is het vangnet én de opstap naar zelfstandigheid. • Ontwikkeling staat centraal – op de werkvloer en naar het hoogst haalbare. Leren en groeien gebeurt in het werk, dicht bij de praktijk. We begeleiden naar het maximaal haalbare per persoon. • Begeleide doorstroom: van binnen naar buiten. Na een ontwikkelfase binnen de werkleerbedrijven bemiddelen we actief naar passende functies bij reguliere werkgevers – met nazorg waar
nodig. • Slimme inzet van loonkostensubsidie. We zetten LKS doelgericht en tijdelijk in (bijvoorbeeld via ontwikkelbanen) om instroom en doorstroom te versnellen.
• Meer inwoners duurzaam aan het werk, via een continue/doorlopend proces van instroom tot en met duurzame uitstroom. • Minder uitval en lager ziekteverzuim binnen Ergon, dankzij betere matching, preventieve begeleiding en tijdige interventies. • Minder uitkeringsafhankelijkheid en meer economische zelfstandigheid voor inwoners. • Hoger welzijn en meer werkgeluk door passend, betekenisvol werk. • Lagere kosten in zorg en ondersteuning, door de bewezen waarde van werk voor gezondheid en participatie.
• Sterkere ondersteuning van werkgevers bij het invullen van hun arbeidsvraag met gemotiveerde, goed voorbereide medewerkers. • Borging van bestaanszekerheid voor kwetsbare groepen door een vangnet én een opstap.
• Partners in werk, Ergon als regisseur. Ergon bemiddelt en verbindt: we werken werkgevers als partners om
duurzame plaatsingen mogelijk te maken. • Duurzame arbeidsrelaties en bestaanszekerheid. We sturen op stabiele, langdurige dienstverbanden die mensen zekerheid en perspectief bieden.
74989-Openbaar
44
TRANSITIEPLAN
Strategische koers en impulsbudget Randvoorwaarden
Risico’s
• De transformatie is een fundamentele omslag. Om dit succesvol in te
• De voornaamste risico’s die verbonden zijn aan de transformatie zijn:
zetten moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan • Een helder uitvoeringsplan met richting moet zijn geformuleerd, waarin alle medewerkers worden meegenomen. Het plan dient niet als keurslijf maar beschrijft een richting. Dat laat onverlet dat er duidelijke doelstellingen worden geformuleerd om de richting te bepalen. Een afrekencultuur wordt voorkomen. • De Participatiewet is een gezamenlijk project van uitvoering, bestuur en politiek. Ontwikkeling en vooruitgang betekent het nemen van risico’s. Er
• De beschikbare capaciteit wordt niet volledig benut omdat minder inwoners zijn die van de ondersteuning en voorzieningen gebruik (kunnen) maken dan verwacht. • Het Rijk bezuinigt op de beschikbare budgetten, zoals voor de Wsw en beschut werk. • De veranderingen leiden tot een andere of verkeerde focus, waardoor de financiële resultaten verslechteren. • Op korte termijn een te snelle afbreuk van interne werkbedrijven.
zullen ook fouten worden gemaakt. Daarvan moet worden geleerd.
• Investering op de begeleidingsorganisatie is noodzakelijk. De begeleidingsorganisatie wordt anders vormgegeven en dat vraagt inzet op capaciteit en verdere professionalisering • Het Rijk heeft transformatiemiddelen voor een periode van 10 jaar vastgelegd. Dat is omdat het een grote transformatie behelst en dat kost tijd.
74989-Openbaar
Inzet impulsbudget voor de transitie in de regio Berenschot adviseert is om na vaststelling van de strategische koers voor Ergon het impulsbudget in een bestemmingsreserve te plaatsen bij Ergon voor
de uitvoering van bovenstaande transitie. Deze transitie is er enerzijds op gericht om de interne organisatie van Ergon te reorganiseren en te herstructureren en anderzijds gericht op het herinrichten van de sociale infrastructuur van de Participatiewet. Voor de uitwerking van de bovenstaande transitie en ontwikkelingen in projecten met een transitieplan wordt een regionale werkwijze ingericht. Het bestuur van de GRWRE beslist over de besteding van middelen vanuit de bestemmingsreserve aan de projecten.
45
Advies Berenschot
10 OKTOBER 2025
74989-Openbaar
ADVIES BERENSCHOT
Advies Berenschot (1) Op veel plekken in het land zijn belangrijke stappen gezet bij de combinatie en integratie van taken. Een grote stap die bij veel bedrijven nog genomen moet worden is de beweging van binnen naar buiten, waarbij de nadruk veel meer komt te liggen op het regulier plaatsen van medewerkers en het inrichten van opstap- en vangnetbanen. Deze stap moet in de transitie worden genomen, maar staat bij veel gemeenten en bedrijven nog in de kinderschoenen. Varianten 1 en 3 in dit document sluiten hierbij aan. Bij het nemen van deze stap komen Ergon en de gemeenten in de landelijke koppositie. Uit onze analyse blijkt dat Ergon een mooie uitgangspositie heeft. De verdere verbinding en integratie met het poortproces en de werkgeversbenadering vormen daarbij een belangrijke uitdaging. Dit vraagt om uitwerking door Ergon, gemeenten en partners. De impulsbudgetten zijn nodig om de noodzakelijke investeringen te kunnen doen voor de benodigde beweging en de bijbehorende verbetering van de begeleidingsorganisatie. Bij grote strategische beslissingen in samenwerkingsverbanden adviseert Berenschot om stapsgewijs aan het werk te gaan. Daarbij biedt het Berenschot Ruitmodel (zie hieronder) een handig hulpmiddel. In het Ruitmodel wordt het businessplan (dat de strategische koers bevat) opgevolgd
door de planfase waarin het bedrijfsplan wordt opgesteld. Wij adviseren dan ook om na de vaststelling van de strategische koers een bedrijfsplan op te stellen binnen de vastgestelde kaders. Een belangrijk onderdeel van het bedrijfsplan is een portfolioanalyse en de samenstelling van het portfolio.
74989-Openbaar
47
ADVIES BERENSCHOT
Advies Berenschot (2) Inzet impulsbudget voor de transitie in de regio Ons advies is om na vaststelling van de strategische koers voor Ergon het impulsbudget in een bestemmingsreserve te plaatsen bij Ergon voor de uitvoering van bovenstaande transitie. Deze transitie is er enerzijds op gericht om de interne organisatie van Ergon te reorganiseren en te herstructureren en anderzijds gericht op het herinrichten van de sociale infrastructuur van de Participatiewet. Voor de uitwerking van de bovenstaande transitie en ontwikkelingen in projecten met een transitieplan wordt een regionale werkwijze ingericht. Het bestuur van de GRWRE beslist over de besteding van middelen vanuit de bestemmingsreserve aan de projecten. Samenvatting advies 1. Kies in lijn met de gemeentelijke ambitie voor scenario 1 of 3. 2. Spreek commitment uit vanuit gemeenten en Ergon aan de inzet om de voorkeursvariant te realiseren (inclusief aantallen personen en bijbehorende financiën) en geef daar zowel vanuit gemeenten als vanuit Ergon opvolging aan.
3. Spreek af om bijvoorbeeld via een midterm review te toetsen of de afgesproken richting nog altijd wenselijk en haalbaar is en zich volgens het verwachte tempo ontwikkelt, en stuur op basis hiervan zo nodig bij. 4. Neem de geformuleerde adviezen ten aanzien van te creëren randvoorwaarden, de positionering van Ergon en de wijze van sturing (pagina 3538) over en geef deze een plek in de besluitvorming over de strategische koers en uitwerking van het bedrijfsplan. 5. Verzoek Ergon om bovenstaande lijn om te zetten in een bedrijfsplan inclusief een portfolio-analyse en benodigde/hernieuwde werkgeversbenadering (zowel vanuit de gemeenten als vanuit Ergon en de overige ketenpartners), en om vooruitlopend daarop waar mogelijk en
zinvol al stappen te zetten. 6. Plaats het impulsbudget sociale infrastructuur in een bestemmingsreserve bij Ergon voor de uitvoering van de transitie verbonden aan de strategische koers. Richt een regionale werkwijze in voor de uitwerking in projecten en besluitvorming van het bestuur van de GRWRE over besteding van middelen vanuit de bestemmingsreserve aan de projecten.
74989-Openbaar
48
Bijlagen
10 OKTOBER 2025
74989-Openbaar
BIJLAGEN
De basisvariant • De basisvariant is de verwachte ontwikkeling van het aantal kandidaten als er vanaf 2025 geen maatregelen zouden worden genomen. • In die situatie neemt het aanta participatiebanen (LKS-BIJ) sterk toe. Het aantal mensen met een indicatie beschut werk blijft relatief laag. • Het aantal medewerkers in dienst bij Ergon vertoont een licht dalende trend. • Het totaal aantal mensen dat wordt ondersteund neemt toe van 1902 in 2024 naar 2357 in de structurele situatie (vanaf 2048).
• In de hoofdtekst tonen we de nulvariant. In de nulvariant worden participatiebanen (LKS-BIJ) – als de betrokken medewerkers daarvoor in aanmerking komen – omgezet naar beschutte werkplekken (LKS-NBW). Dat, omdat de financiering vanaf 2028 deels afhankelijk wordt
van het aantal gerealiseerde beschutte werkplekken. • De omzetting – waar mogelijk – van LKS-BIJ naar LKS-NBW is reeds door Ergon ingezet.
74989-Openbaar
50
Bevindingen kwalitatieve analyse
10 OKTOBER 2025
74989-Openbaar
Sterke punten in werkwijze Ergon Ergon zet bewust in op zowel interne doorstroom naast uitstroom. Binnen
volledig kunnen worden beoordeeld, laat het zien dat Ergon snel inspeelt
de interne werksoorten wordt ruimte geboden aan kandidaten die een
op signalen en behoeften vanuit de organisatie.
andere werkplek willen verkennen. Voor uitstroom naar regulier werk zijn
Op het gebied van vangnetbanen worden bewuste stappen gezet. Ergon
diverse manieren ontwikkeld, zoals bemiddeling via Huis naar Werk of
werkt aan de ontwikkeling van een voorziening waar kandidaten tijdelijk
plaatsing bij reguliere werkgevers via de bemiddelingsdesk. Bij die laatste
terechtkunnen wanneer regulier werk voor hen niet haalbaar is. Daarnaast
gaat het dan om detacheringen of plaatsingen met een LKS-
is hard gewerkt aan de realisatie van opstapbanen. Dit zijn functies waarin
dienstverband.
kandidaten met een beperkte ondersteuningsbehoefte worden ontwikkeld richting regulier werk. In het eerste kwartaal van 2024 werden 26
Daarnaast stimuleert Ergon nieuwe initiatieven en werkwijzen. Zo worden
personen aangemeld voor deze banen en inmiddels volgen 175 kandidaten
er ontwikkelcoaches ingezet bij de interne werksoort DAF
een ontwikkeltraject.
(groepsdetacheringen) om kandidaten beter voor te bereiden op uitstroom naar werk. Hiermee wordt vanuit de interne werksoorten bij Ergon die zich
Ergon stimuleert directe ontmoeting tussen kandidaten en werkgevers via
richten op externe plaatsing, meer ingezet op volledig reguliere uitstroom.
activiteiten zoals de Banenbabbel. Tijdens deze ontmoetingen maken
Een belangrijke verandering is de aanpassing per 1 april in de
kandidaten kennis met potentiële werkgevers en uitzendbureaus. Dit
bemiddelingsprocedure. Voorheen bepaalde de bemiddelingsdesk of een
initiatief wordt positief ontvangen en heeft al regelmatig geleid tot
kandidaat werd bemiddeld naar een interne werksoort, zoals Groen, of
plaatsingen bij werkgevers.
naar een externe werkgever. Omdat de bemiddelingsdesk niet betrokken is geweest bij het intakeproces, moest deze keuzes maken op basis van
Tot slot biedt Ergon met haar diverse interne werksoorten een solide
overgedragen informatie. In de nieuwe werkwijze wordt deze
infrastructuur voor kandidaten die (nog) niet succesvol kunnen deelnemen
verantwoordelijkheid gelegd bij de trajectcoach, die vanaf het begin
aan de reguliere arbeidsmarkt. Deze benadering zorgt voor een stevig
betrokken is bij het ontwikkeltraject van de kandidaat. Hierdoor kan per
vangnet en perspectief, met als doel kandidaten steeds verder te
kandidaat maatwerk worden geleverd in de keuze tussen interne en
ondersteunen in hun ontwikkeling richting betaald werk.
externe bemiddeling. Hoewel de effecten van deze verandering nog niet 74989-Openbaar
52
Uitdagingen in werkwijze • In de praktijk wordt een splitsing ervaren tussen de werkbedrijven (zoals
voor de kandidaat, en deze gaat ook over herplaatsing en doorstroom. Hier is
groen, post, de kwekerij, enzovoorts) en het ontwikkelbedrijf (ook wel
geen duidelijke richtlijn voor, en gaat vaak op aanvraag van de kandidaat zelf.
participatiebedrijf genoemd). Er wordt opgemerkt dat de ontwikkeling
De trajectoach is dan niet meer in beeld, terwijl trajectcoaches zich bij de
grotendeels aan het begin plaatsvindt, dus net nadat een kandidaat bij Ergon is
intake van de kandidaat meerdere weken hebben beziggehouden met de
binnengekomen. Als de kandidaat eenmaal aan het werk is bij Ergon, wordt er
ontwikkeling van de kandidaat. Niet alleen in functies, maar ook in systemen is
minder nadruk op ontwikkeling ervaren. Er is veel ervaren focus op productie
een splitsing merkbaar in de organisatie: trajectcoaches werken met
bij de interne werksoorten, en minder op ontwikkeling.
CompetenSYS tijdens de intake, terwijl HR binnen de werkbedrijven
• Wat betreft daadwerkelijke uitstroom naar externe werkplekken wordt
gebruikmaakt van het systeem AFAS. Ergon is zich bewust van deze
aangegeven dat dit beperkt voorkomt. Dit betreft vooral kandidaten die vanuit
scheidingen (tussen functies en systemen), en pleegt inzet om dit aan te
de interne werksoorten mogelijkheden hebben om extern geplaatst te worden,
pakken.
bijvoorbeeld via detachering of een LKS-dienstverband bij een externe
• Ten aanzien van de werkgeversbenadering wordt onderscheid gemaakt tussen
werkgever. Er worden weinig prikkels ervaren om dergelijke externe
verschillende betrokken partijen. Binnen het samenwerkingsverband Huis naar
plaatsingen te stimuleren. Bij volledig reguliere uitstroom wordt opgemerkt dat
Werk werken organisaties zoals het UWV, gemeentelijke teams – waaronder het
een maand nazorg niet altijd volstaat ten behoeve van een duurzaam
Werkgelegenheidsteam (WGT) van Eindhoven – en accountmanagers van Ergon
dienstverband, gezien de complexiteit van het werk bij een externe werkgever
samen om werkgevers te benaderen. Tegelijkertijd krijgen werkgevers te
en dat strubbelingen zich pas na een maand voordoen.
maken met meerdere partijen, waarvoor geen integrale afspraken bestaan. Dit
• Ergon zet wel actief stappen om in te zetten op zowel ontwikkeling als
kan onduidelijkheid veroorzaken bij werkgevers. Ook zijn er geen duidelijke
uitstroom zodra kandidaten werken bij Ergon. Dit doen ze bijvoorbeeld door de
afspraken over de doorstroom van kandidaten binnen Ergon, na het opdoen van
inzet van de ontwikkelcoaches bij DAF en het organiseren van activiteiten zoals
arbeidservaring, naar Huis naar Werk om daar te worden bemiddeld naar een
de Banenbabbel om uitstroom te stimuleren. Tevens positioneren zij zich steeds
reguliere werkplek.
meer als vangnet voor medewerkers die het even niet redden bij reguliere werkgevers en in het kader van Simpel Switchen1.
• In de bredere sociale infrastructuur van de Participatiewet zijn verschillende uitvoeringsorganisaties actief. Er wordt op uitvoeringsniveau geen integrale
• Er vindt verkokering plaats van taken tussen mensen met verschillende functies
verantwoordelijkheid voor het realiseren van de Participatiewet-doelstellingen
in het kader. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de voormannen die betrokken zijn
ervaren. Dat leidt tot overdrachtsmomenten en verkokering en daardoor tot
bij de dagelijkse werkpraktijk. Eenmaal aan het werk, is HR verantwoordelijk
een suboptimaal resultaat in het kader van de Participatiewet.
74989-Openbaar
53
Bevindingen kwantitatieve analyse Op basis van gevalideerde cijfers
aangeleverd door Ergon
10 OKTOBER 2025
74989-Openbaar
GEVALIDEERD
Korte samenvatting Uitgangspunt van de analyse is de jaarrekening van 2024 Samenvatting resultaten • Het totale financiële resultaat van Ergon kwam in 2024 uit op een positief bedrag van € 10.175 euro. Dit is het totaal van zowel de werksoorten als het participatiebedrijf. Dit bedrag sluit aan op de jaarrekening 2024 van de GRWRE. • Het totale operationele resultaat (toegevoegde waarde minus bedrijfskosten) van het werkbedrijf Ergon gedeeld door het aantal fte in de doelgroep levert voor 2024 een positief beeld op. Deze bedraagt namelijk €1.588 euro per fte doelgroep, waarbij in Cedris benchmark uitgegaan wordt van een gemiddelde van €- 2.498 euro. Vooral op de werksoorten Werken op Locatie (Groen en Post) wordt een hoger operationeel resultaat behaald dan verwacht vanuit de Cedris benchmark. Op andere werksoorten is het operationeel resultaat lager dan verwacht. Een voorbeeld is de Wasserij, waarbij sprake is van aanloopkosten voor de nieuwe infrastructuur. • De omvang van de doelgroep van Ergon aan de slag bij/via het werkbedrijf bedroeg in 2024 circa 1476,6 fte, waarvan bijna 375 fte LKS, 77 fte
Beschut en 1025 fte Wsw. Naar verwachting zal de doelgroep Wsw’ers de komende jaren afnemen, maar zullen LKS en Beschut groeien. Via regulier werken (begeleid werken) zijn nog eens 405 fte aan de slag via Ergon. • Verder valt het op dat er bij een aantal werksoorten ook mensen niet in de doelgroep aan de slag zijn (CNO/Oekraïners en uitzendkrachten). Er worden gesprekken gevoerd met gemeenten over een mogelijke tegemoetkoming in de begeleidings- en loonkosten van de CNO/Oekraïners die niet onder de Participatiewet vallen, maar waarvoor wel kosten worden gemaakt om ze aan de slag te helpen.
74989-Openbaar
55
GEVALIDEERD
Totaalbeeld Uitgangspunt van de analyse is de jaarrekening van 2024 • Voor de financiële analyse zijn per werksoort van Ergon de operationele kosten en toegevoegde waarde uitgevraagd. Hierbij is gevraagd om de overheadskosten ook toe te delen aan de verschillende werksoorten, zodat er een totaal beeld ontstaat van het operationeel resultaat (toegevoegde waarde minus bedrijfskosten) per werksoort. Verder zijn de subsidieresultaten en overige bijdragen vanuit de gemeenten
uitgevraagd om tot een totaal financieel resultaat te komen per werksoort. Zie de tabel hieronder. Let op: hier valt de categorie Individuele detacheringen (950 Mens en Werk) ook onder. • Regulier werken valt onder de categorie Begeleid werken van Cedris, deze laten we voor de analyse van de werksoorten bij Ergon buiten beschouwing. Dit o.a. omdat hier geen toegevoegde waarde bij Ergon wordt gerealiseerd. De doelgroepmedewerkers van regulier werken hebben ook geen dienstverband bij Ergon. • De afdelingen Bedrijfsbureau (SSC), Mens en Werk (arbeidspool), en Mens en Ontwikkeling (vh participatiebedrijf) maken deel uit van het
participatiebedrijf. Hierbij worden de kosten volledig vergoed vanuit de re-integratievergoeding en algemene bijdragen vanuit de gemeenten.
Werksoorten Ergon
Regulier werken
Participatiebedrijf
Totaal
Toegevoegde waarde Operationele kosten Operationeel resultaat
€ 30.587.566 -€ 28.286.892 € 2.300.674
€0 -€ 2.200.302 -€ 2.200.302
€ 89.236 -€ 4.208.841 -€ 4.119.605
€ 30.676.802 -€ 34.696.035 -€ 4.019.233
Subsidieresultaat Wsw Subsidieresultaat Beschut
-€ 372.121 -€ 684.722
€ 2.140.870 € 78.518
-€ 706.645 €0
€ 1.062.104 -€ 606.203
Subsidieresultaat LKS/Regulier
-€ 3.421.206
€ 2.538.763
€ 86.254
-€ 796.190
Overige bijdrages (re-integratie vergoeding, algemene bijdrage)
€ 1.681.305
€ 502.465
€ 4.715.317
€ 6.899.087
Aanloopkosten nieuwe Wasserij Financieel resultaat
€ -2.400.000 -€ 2.896.070
€ 2.930.924
-€ 24.679
€ 10.175
74989-Openbaar
56
GEVALIDEERD
Vergelijking operationeel resultaat • Het operationeel resultaat is een belangrijke doelmatigheidsindicator van het sociaal ontwikkelbedrijf. De volgende tabellen tonen het operationeel resultaat per fte doelgroepmedewerker (Wsw, beschut en opstap/vangnet), uitgesplitst naar de verschillende type werksoorten (tabel 1) en
uitgesplitst naar de doelgroepen (tabel 2). We merken hierbij op dat de verdeling over de doelgroepen een volgens de gangbare manier berekende verdeling is, waarbij er per werksoort vanuit wordt gegaan dat iedereen per fte hetzelfde operationeel resultaat genereert. • De tabellen schetsen links het beeld bij Ergon (gebaseerd op de jaarrekening 2024), rechts het landelijk gemiddelde vanuit de Cedris benchmark 2023. Ergon presteert op totaal operationeel resultaat per fte doelgroep beter dan landelijk, met 1.588 euro per fte doelgroep positief resultaat, waar dit bij andere SW-bedrijven gemiddeld -2.498 euro verlies is. Dit komt vooral door goed presterende Werken op locatie werksoorten (Groen en Post). Daarnaast wordt op de doelgroep LKS bij Ergon een positief operationeel resultaat behaald, waarvan Ergon een groter aandeel in dienst heeft (25% vs 9% landelijk). In het beeld hierna is gerekend met de structurele kosten van De Wasserij (de incidentele kosten zijn hieruit gelaten) Ergon
Landelijk beeld
Intern Aandeel Bedrijfskosten per fte NTW per fte* Operationeel resultaat
Aandeel Bedrijfskosten per fte NTW per fte* Operationeel resultaat 74989-Openbaar
Individuele Werken op Groepsdet detacherin locatie achering g Totaal
28% € 19.618 € 10.299 -€ 9.319
24% € 33.591 € 43.641 € 10.050
Wsw
LKS 69%
€ 18.601 € 21.196 € 2.594
32% € 12.088 € 15.020 € 2.932
16% € 10.763 € 15.583 € 4.820
Beschut 25%
€ 18.981 € 16.941 € -2.040
Totaal 5%
€ 19.374 € 20.823 € 1.449
100% € 19.157 € 20.716 € 1.558
100% € 19.157 € 20.716 € 1.558
Werken op locatie
Intern
Groepsdetac Individuele hering detachering Totaal
43%
22%
19%
17%
100%
€ 17.893
€ 19.738
€ 10.738
€ 10.548
€ 15.697
€ 7.231
€ 23.807
€ 12.281
€ 15.631
€ 13. 199
€ -10.662
€ 4.069
€ 1.543
€ 5.083
€ -2.498
WSW
82% € 15.542 € 13.130 € -2.412
LKS
9% € 15.596 € 15.486 € -111
Beschut
10% € 17.095 € 11.696 € -5.399
Totaal
100% € 15.697 € 13.199 € -2.498 57
GEVALIDEERD
Vergelijking FTE tov landelijk beeld Uitgesplitst per doelgroep, aandeel fte (totaal 1476,6 fte
Toelichting
doelgroep), exclusief begeleid werken.
• Hieronder wordt de verdeling van de doelgroepmedewerkers in dienst bij Ergon (LKS-BIJ, LKS-NBW en Wsw in dienst bij
LKS 25%
Ergon) over de type werksoorten getoond, zowel van Ergon (jaarrekening 2024) als het landelijk beeld op basis van de Cedris benchmark (2023). Rechts wordt ook het totale aandeel van alle doelgroepmedewerkers per type werksoort getoond.
Beschut 5%
WSW 70%
• Individuele detacheringen gaat hier specifiek om BU 950 Mens en Werk. Regulier werken (zoals LKS-Via) valt hier buiten.
• Links is de uitsplitsing voor het aandeel LKS ook in een taartdiagram weergegeven.
Ergon (Jaarrekening 2024)
Landelijk (Cedris 2023)
Ergon
Landelijk
FTE LKS
FTE LKS
Totaal
Totaal
FTE Beschut FTE WSW
FTE Beschut FTE WSW
Intern
16%
55%
30%
26%
62%
42%
28%
43%
Werken op locatie
25%
13%
25%
34%
21%
20%
24%
22%
Groepsdetachering
42%
22%
29%
23%
10%
19%
32%
19%
Individuele detachering
17%
10%
17%
17%
7%
18%
16%
17%
74989-Openbaar
58
NIET FINANCIËLE GEGEVENS O.B.V. UITVRAAG BIJ ERGON EN SECTORINFORMATIE CEDRIS
Bevindingen uit kwantitatieve analyse
Aantal personen Ergon
LKS-Ergon
487
LKS-beschut
113
LKS-regulier Wsw Bijstand Totaal
410
1.206 7.600 9.816
• Als % van het aantal bijstandsgerechtigden zijn in de Ergon-regio iets minder mensen met een arbeidsbeperking (met ondersteuning) aan het werk dan gemiddeld in NL. • Vwb LKS als % van het aantal inschrijvingen in het doelgroepregister scoren alle Ergon-gemeenten bovengemiddeld. • We zien vooral een groot verschil tussen waar de mensen werken. In de Ergon-regio werkt de nieuwe doelgroep LKS vooral bij Ergon, terwijl ze in NL vooral bij reguliere werkgevers werken. Aandachtspunt: doel van de Pwet is ‘zo regulier mogelijk aan de slag’. • Vwb bijstandsafhankelijkheid zien we vanaf 2020 bij alle gemeenten een relatief sterke daling. Vwb saldo BUIG scoort Eindhoven structureel positief. Bij de andere gemeenten bewegen de uitgaven zich rond het budget. • Aandachtspunt: Van LKS-regulier worden 280 personen van de 410 (2/3) door Ergon begeleid. Dat kan worden verklaard doordat niet alle LKS-ers in beeld zijn bij Ergon, omdat zij door andere uitvoeringsorganisaties (WGT en afdelingen W&I) binnen de keten zijn bemiddeld en geplaatst. Mogelijk krijgen ze wel begeleiding door andere partijen. Belangrijk is dat alle LKS-ers begeleiding krijgen, omdat de ervaring leert dat (1) begeleiding voor de meeste LKS-ers nodig is om duurzaam aan het werk te blijven en (2) het doel blijft dat ze zo regulier mogelijk gaan werken cq zonder LKS en begeleiding een stap zetten naar volledig regulier werk.
74989-Openbaar
59
Conclusies kwantitatieve analyse •
Operationeel resultaat is aanzienlijk beter dan landelijk gemiddeld (€ 1.558 euro per fte bij Ergon vs € -2.498 euro per fte landelijk). Dit komt voornamelijk door een groter aandeel LKS, en goed presterende Werken op locatie werksoorten (specifiek Groen).
•
Op onderdelen is het OR minder (intern en groepsdeta). Dat kan worden verklaard doordat de gemiddelde loonwaarde in beide werksoorten relatief laag is. Echter, doordat Ergon erin slaagt om veel mensen te plaatsen in een groepsdetachering in plaats van intern, ligt het operationeel resultaat op gemiddeld niveau hoger.
•
Daarnaast zijn er relatief veel mensen met een loonkostensubsidie (zonder indicatie beschut werk) aan het werk bij Ergon. De gemiddelde loonwaarde van Ergon is daardoor hoger dan landelijk gemiddeld. Dat draagt bij aan een hoger operationeel resultaat.
•
De Wasserij heeft een negatief resultaat, wat kan worden verklaard door de incidentele kosten en aanloopkosten van de nieuwe infrastructuur.
74989-Openbaar
60
Duiding en vooruitblik
10 OKTOBER 2025
74989-Openbaar
Gemeentelijke input Tijdens gesprekken met bestuurders en betrokken beleidsmedewerkers
de behoefte van een inwoner op het gebied van zorg, werk en
uit de gemeenten van de GRWRE zijn vier belangrijke punten naar
ontwikkeling, en voor uitvoering van die laatste is Ergon niet de enige
voren gekomen: de doelgroepen die gemeenten door Ergon willen laten
partij. Veldhoven en Valkenswaard geven aan dat er kansen liggen om
bedienen (voor wie doet Ergon wat?), de verhouding tussen de focus op
het aanbod van gespecialiseerde hulp, zoals ondersteuning bij
werk en ontwikkeling, de interne werksoorten tegenover de externe
psychische problematiek of taalgerichte uitdagingen, verder te
werksoorten, en de financiële kaders in relatie tot bredere ambities.
ontwikkelen. Daarbij wordt wel benadrukt dat het belangrijk is om
Daarnaast zijn er ook enkele additionele aandachtspunten.
duidelijkheid te creëren over wat Ergon wel en niet aan dienstverlening kan bieden, zodat verwachtingen helder zijn en optimaal worden
Doelgroepen: Voor wie doet Ergon wat?
afgestemd.
Gemeenten zijn tevreden over de doelgroepen die nu bij Ergon terecht kunnen, namelijk de Wsw-doelgroep, de Nieuw Beschut medewerkers,
De verhouding tussen ontwikkeling en werk
mensen met een loonkostensubsidie, en mensen in re-
Gemeenten verwachten dat Ergon niet alleen fungeert als
integratietrajecten. Alle gemeenten binnen de GRWRE onderstrepen het
werkvoorziening, maar ook actief inzet toont op de ontwikkeling van de
belang van (toekomstige) dienstverlening voor een brede doelgroep,
doelgroep, zowel richting uitstroom als binnen de interne werksoorten.
waaronder nuggers, statushouders en asielzoekers. Wel bestaan er
Eindhoven benadrukt een flexibel systeem dat sociaal ondernemerschap
verschillen in hoe de gemeenten doelgroepen doorverwijzen naar Ergon.
ondersteunt en kwetsbare groepen een vangnet biedt. Heeze-Leende wil
Veldhoven is terughoudend met het doorverwijzen van nuggers
deze koppeling breder trekken door werk en ontwikkeling te verbinden
vanwege de financiële consequenties hiervan. De gemeente verwijst
met maatschappelijke trajecten zoals in de Wmo. Valkenswaard streeft
in principe de rest van de doelgroep wel door tenzij ze een heel korte
naar ontwikkeling, vooral via externe werkgevers, maar ziet grenzen in
afstand tot de arbeidsmarkt hebben of in uitzonderingssituaties waarin
de financiering van interne werksoorten. Alle gemeenten onderstrepen
er specialistische kennis nodig is die Ergon niet heeft. Waalre wil in de
het belang van balans tussen ontwikkeling en financiële haalbaarheid.
toekomst ook andere doelgroepen zoals statushouders ondersteunen.
Waalre benoemt de noodzaak om mensen niet alleen werk te bieden,
Eindhoven maakt straks een ontwikkelplan waarbij wordt gekeken naar
maar ook preventief te ondersteunen.
74989-Openbaar
62
Gemeentelijke input Interne werksoorten versus externe werkplekken
Financiering en brede ambities
Eindhoven pleit voor een "mee-ademend" systeem met zowel interne
De afspraak in Eindhoven is dat alle rijksmiddelen in principe worden
werksoorten als mogelijkheden via externe partners, zoals sociale
doorgezet. Eventuele inzet van aanvullende middelen is afhankelijk van
ondernemingen. Heeze-Leende benadrukt het belang van interne
de inhoudelijke opbrengst. Daar is transparantie op nodig in dit traject.
werksoorten zoals de kwekerij en wasserij, maar wil dit flexibeler en
De gemeente Heeze-Leende wil geen afhankelijkheid creëren van het
beter verdelen via samenwerkingen om niet contracten, maar het doel
kader van rijksmiddelen, maar zich richten op de inhoudelijke
van Ergon leidend te laten zijn. Valkenswaard waardeert het huidige
ontwikkeling en het organiseren van de noodzakelijke structurele
aanbod van werksoorten als vangnet voor mensen die niet regulier aan
financiering hiervan. In de financiering van de aanvullende financiering
de slag kunnen, en pleit ervoor dat er wat te kiezen moet zijn. Wel
van het participatiebedrijf wordt de verdeelsleutel van het klassieke re-
erkent Valkenswaard dat een brede basis niet altijd praktisch is gezien
integratiebudget gehanteerd. Hier wordt het solidariteitsprincipe
schaalgrootte en financiën. Voor Valkenswaard wordt de realisatie van
toegepast (de omvang van de rijksmiddelen is de basis voor de
werkplekken bij werkgevers belangrijker.
verdeling; niet het gebruik van de dienstverlening).
Veldhoven vindt het aanbod aan interne werksoorten belangrijk om te
Aandachtspunten
behouden. Wel stelt Veldhoven dat de keuze voor jongeren met een
Een belangrijk aandachtspunt dat naar voren kwam, is de wens voor
VSO-Pro achtergrond soms te beperkt is, maar merkt op dat de keuze
flexibiliteit van Ergon om zich aan te passen aan toekomstige
voor tewerkstelling bij extern werkgevers wel breed is. Er wordt volgens
economische en maatschappelijke ontwikkelingen, zoals het kunnen op-
hen extern goed samengewerkt met uitzendbureaus en reguliere
of afschalen van activiteiten. Eindhoven en Valkenswaard pleiten
werkgevers. Een gebalanceerde aanpak blijft van belang. Waalre ziet
bijvoorbeeld voor een adaptief bedrijfsmodel dat aansluit bij
flexibiliteit en aanpassing van werksoorten als belangrijk. De
veranderende omstandigheden. Daarnaast is er brede tevredenheid
mogelijkheid om zowel interne werksoorten te behouden en samen te
over hoe Ergon met medewerkers omgaat, wat door de betrokken
werken met externe partners wordt gezien als een goed model voor de
gemeenten als een sterke kwaliteit wordt gezien. Ook wordt de
toekomst.
regionale bestuurlijke samenwerking binnen de GRWRE positief gewaardeerd. Ondanks enige spanning op bepaalde onderdelen, lukt
74989-Openbaar
63
Gemeentelijke input het in de regio om een constructief gesprek te voeren waarin alle gemeenten zich gehoord en gezien voelen. Tegelijkertijd is er een behoefte aan meer kritische reflectie vanuit Ergon richting de bestuurders. Er wordt gepleit voor meer zichtbaarheid van de consequenties die gemeentelijke ambities en keuzes hebben voor de bedrijfsvoering, de dienstverlening aan inwoners, en de lange termijnfinanciën van Ergon. Ketensamenwerking Eindhoven Eindhoven werkt samen in een netwerk (ook wel keten) met onder anderen Ergon, WIJEindhoven, de gemeente, en het
Werkgelegenheidsteam (EZ). Eindhovense inwoners kunnen op verschillende manieren naar Ergon worden doorverwezen, maar het grootste deel komt via WIJEindhoven. Ook bemiddelt WIJEindhoven inwoners uit het zittend bestand. In de toekomst wordt vanuit de Vereenvoudiging Sociaal Domein bij Eindhoven 6500 (2000 per jaar) bijstandsgerechtigden opnieuw opgeroepen. Zij krijgen een
ontwikkelprogramma. De inkomensspecialist houdt daarover vanuit Werk en Geld de regie.
74989-Openbaar
64
Ondernemingsraad en cliëntenraden De Ondernemingsraad (OR) en de cliënt- en adviesraden zijn gesproken
buitenwerk bij de post aan te bieden.
in het onderzoek en leverden input.
De OR wijst op de gevolgen van de herstructurering en bezuinigingen binnen Ergon. Er is behoefte aan een concreet plan voor de werkleiding,
De OR benadrukt het belang van een groeiende instroom van
vooral omdat deze minder tijd heeft om begeleiding te bieden. Dit heeft
kandidaten bij Ergon, met name degenen die deelnemen aan
een negatieve invloed op een juiste opvang van de verhoogde instroom
bijvoorbeeld vrijwilligerswerk. Een belangrijk aandachtspunt is hoe je
van kandidaten, toenemende diversiteit aan doelgroepen met complexe
effectief in kaart kunt brengen wanneer iemand klaar is voor verdere
problematieken, wat een stevige uitdaging vormt. Goede ondersteuning
ontwikkeling richting werk. De OR pleit voor een duidelijke keuze en
en duidelijke richtlijnen kunnen bijdragen aan een betere begeleiding
strategie als het gaat om ontwikkeling, zowel voor kandidaten die intern
van kandidaten en een efficiëntere doorstroom.
werkzaam zijn als voor hen die door kunnen stromen naar externe kansen. De OR signaleert dat kandidaten vaak langdurig op interne
De cliëntenraden hebben aangegeven het van belang te vinden dat er
werkposities blijven zonder prikkels om door te stromen. Dit geldt zowel
passende ondersteuning is voor personen met verschillende
voor de kandidaten zelf, als voor de werkleiding die hen zou kunnen
ondersteuningsvragen, en dat duidelijk moet zijn voor welke
doorverwijzen naar externe trajecten zoals detachering via Mens &
doelgroepen Ergon wel en niet passende dienstverlening biedt. De
Werk of reguliere uitstroom via Huis naar Werk.
cliëntenraden zien dat mensen in gemeenten op veel manieren aan het werk geholpen kunnen worden (door bijvoorbeeld jobcoaches en
Er wordt opgemerkt dat Ergon een positieve cultuurverandering
uitzendbureaus), en vragen zich af of dat niet leidt tot onduidelijkheid in
doormaakt. Waar in het verleden veel nadruk lag op targets (zoals
waar mensen terecht kunnen voor ontwikkeling naar werk. Ze zien
begeleidingsdoelen en omzet bij de businessunits), lijkt die focus te zijn
kansen in Brainport voor toekomstgericht werk, en kijken naar de
verschoven. Ook constateert de OR dat aandacht voor diversiteit in
kansen voor het tegengaan van tekorten in techniek en zorg, en zijn
interne werksoorten van grote waarde is. Dit biedt kandidaten
benieuwd hoe Ergon daar met haar werksoorten op aan kan sluiten.
mogelijkheden om werknemersvaardigheden in verschillende branches
Tenslotte wordt een duidelijk plan vanuit gemeenten en Ergon voor
aan te leren en om in te spelen op hun behoeften, bijvoorbeeld door
niet-uitkeringsgerechtigden (nuggers) gesuggereerd.
74989-Openbaar
65
De context van Ergon •
•
Ergon is een zogenoemd partieel sociaal ontwikkelbedrijf. Naast
relatief weinig in dienst bij een reguliere werkgever. Dat levert
beschut werk heeft Ergon ook verschillende re-integratietaken.
de volgende vragen op:
Maar, in de sociale infrastructuur van de Participatiewet voeren ook
▪
Kunnen de LKS-ers in dienst bij Ergon regulier aan de slag?
het WGT, WIJ Eindhoven en de gemeentelijke afdelingen W&I taken
Zo ja, dan zou deze stap moeten worden gezet. Zo nee, dan
uit.
kan deze bevinding positief worden gewaardeerd, omdat
Het volgende valt op:
een grote groep aan het werk is (bij Ergon) die anders (voor
➢
De bijstandsafhankelijkheid in de Ergon-gemeenten als
een belangrijk deel) in de uitkering zou zitten. Dat leidt tot
percentage van het aantal inwoners in vergelijking met
hogere kosten, waar in het algemeen echter besparingen
vergelijkbare gemeenten, levert een wisselend beeld op
(m/n bespaarde uitkeringen) tegenover staan.
(bijstandsdichtheid ligt niet voor alle gemeenten overtuigend
➢
▪
Waarom is het aantal LKS-ers in dienst bij reguliere
onder het niveau van de referentiegemeenten en BUIG-saldo is
werkgevers relatief laag? Zitten er groepen in de bijstand
niet voor alle gemeenten structureel positief). Op basis hiervan
die met extra inspanning bij reguliere werkgevers met LKS
kunnen we niet concluderen dat het re-integratiebeleid leidt tot
aan het werk geholpen zouden kunnen worden? Zo ja, dan
een significant lager aantal mensen in de bijstand.
is dat vanuit sociaal, maatschappelijk en financieel oogpunt
Beschut werk blijft achter bij het landelijk gemiddelde. De
aan te bevelen. Als dat niet kan, wijst dat er waarschijnlijk
inschatting is dat er mensen in dienst zijn met LKS bij Ergon,
op dat veel LKS-ers bij Ergon in dienst zijn, die in andere
die een indicatie beschut zouden krijgen als ze die aanvragen bij
gemeenten bij reguliere werkgevers aan het werk zouden
UWV. Ons advies is dat die aanvraag wordt gedaan, met het
zijn geholpen.
oog op de aanstaande veranderingen in de financiering. Deze exercitie is tamelijk eenvoudig uit te voeren. ➢
74989-Openbaar
Er zijn relatief veel mensen met een LKS in dienst bij Ergon en
66
Strategische keuzes
Werk bij reguliere werkgevers
De groep Wsw-ers wordt steeds kleiner en de nieuwe doelgroep wordt steeds groter. Het doel is dat de nieuwe doelgroep zo regulier mogelijk
Werkkracht
AM Match
aan het werk wordt geholpen. Wat doe je met de vrijvallende werkplekken door de krimp van het aantal Wsw-ers? Hoe bouw je de
werkinfrastructuur om naar een werkinfrastructuur die Participatiewet-
Werkvoorziening en ontwikkelfunctie
Werkvoorziening
proof is? Gemeenten en sociaal ontwikkelbedrijven moeten de volgende
De Betho
Werkse!
afwegingen maken: • De strategische afweging die sociaal ontwikkelbedrijven moeten
Eigen werksoorten
maken ten aanzien van de werkinfrastructuur is of de werkplekken
Uitgangspunt is dat Ergon beschikt over een sterke eigen
vooral dienen als werkvoorziening voor mensen die geen werkplek
werkfinfrastructuur met een stevige ontwikkelcomponent
kunnen vinden bij reguliere werkgevers of dat de werkplekken ook en
(rechtsonder in de figuur). Dat vertaalt zich in relatief veel eigen
vooral bedoeld zijn om werknemersvaardigheden aan te leren en een
goed doorontwikkelde werksoorten. V.w.b. de ontwikkeling
stap richting of naar reguliere werkgevers te maken (werkvoorziening
wordt gewerkt met ontwikkelcoaches (bv bij DAF) en is de
met ontwikkelfunctie).
Banenbabbel geïntroduceerd.
• Aan de andere kant is het de vraag of het sociaal ontwikkelbedrijf stevig inzet op eigen werkplekken en mensen waar mogelijk plaatst
Tegelijkertijd blijkt uit de gesprekken die we in het kader van
bij reguliere werkgevers. Of dat het sociaal ontwikkelbedrijf primair
het onderzoek voerden, vaak nog gestuurd wordt op het
gericht is op het plaatsen en begeleiden van mensen bij reguliere
realiseren van de productiedoelstellingen en het rendement,
werkgevers en als dat niet lukt mensen plaatst in de eigen, relatief
waardoor de ontwikkeling, doorstroom en uitstroom in de
beperkte werkinfrastructuur.
praktijk onder druk kunnen komen te staan.
74989-Openbaar
67
Algemene conclusies • Gemeenten zien Ergon als een belangrijke onmisbare voorziening voor een goede uitvoering van de Participatiewet en de Wsw. • Naast werkvoorziening heeft Ergon een belangrijke rol in de ontwikkeling van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, met als doel dat mensen telkens zo regulier en duurzaam mogelijk aan het werk kunnen gaan. • Daarnaast is er bij gemeenten brede tevredenheid over hoe Ergon met medewerkers omgaat, wat door de betrokken gemeenten als een sterke kwaliteit wordt gezien. Ook wordt de regionale bestuurlijke samenwerking binnen de GRWRE positief gewaardeerd. Tegelijkertijd is er een behoefte aan meer kritische reflectie vanuit Ergon richting de bestuurders. Er wordt gepleit voor meer zichtbaarheid van de consequenties die gemeentelijke ambities en keuzes hebben voor de bedrijfsvoering, de dienstverlening aan inwoners, en de lange termijnfinanciën van Ergon. • Financieel presteert Ergon beter dan landelijk gemiddeld. Het operationeel resultaat ligt op het niveau van de 25% best presterende sociaal ontwikkelbedrijven in Nederland. • Er zijn relatief veel mensen met LKS in dienst bij Ergon en het aantal mensen met een indicatie beschut is relatief laag. Ook is het aantal mensen met LKS in dienst bij reguliere werkgevers relatief laag. In totaal ligt het aantal mensen met LKS in de Ergon-regio – en daarmee het aantal
mensen met een arbeidsbeperking dat aan de slag wordt geholpen - op gemiddeld tot bovengemiddeld niveau. Een deel van de LKS-ers krijgt geen begeleiding (van Ergon). • Ergon is gericht op het realiseren van een relatief sterke eigen werkfinfrastructuur met een stevige ontwikkelcomponent. Dat vertaalt zich in relatief veel eigen goed doorontwikkelde werksoorten. V.w.b. de ontwikkeling wordt gewerkt met ontwikkelcoaches (bv bij DAF) en is de Banenbabbel geïntroduceerd. In de uitvoeringspraktijk wordt vaak nog gestuurd op het realiseren van de productiedoelstellingen en het rendement, waardoor de ontwikkeling, doorstroom en uitstroom in de praktijk soms onder druk kunnen komen te staan.
• In de sociale infrastructuur van de Participatiewet zijn meerdere uitvoeringsorganisaties actief. Daardoor ligt het risico van verkokering, overdrachtsmomenten en dubbelingen in het werk en daarmee tot een suboptimale oplossing op de loer. Met name naar de toekomst toe is dat een risico, waarbij een steeds grotere groep met een beperkte loonwaarde zoveel mogelijk bij reguliere werkgevers aan het werk zijn en kunnen terugvallen op het sociaal ontwikkelbedrijf (vangnet) als dat even niet lukt.
74989-Openbaar
68