Bijlage 2 - Adviesrapport Berenschot Strategische Koers Ergon
Tekst van het document
Adviesrapport strategische koers Ergon Advies aan Ergon, Eindhoven, Heeze-Leende, Valkenswaard,
Veldhoven en Waalre
10 OKTOBER 2025
74989-Openbaar
Inhoudsopgave 1 Inleiding Pagina 3
2 Terugblik Pagina 5
3 Verkenning varianten Pagina 8
6 Transitieplan Pagina 40
7 Advies Berenschot Pagina 46
8 Bijlagen Pagina 49
4 Weging varianten Pagina 22
5 Uitwerking voorkeursvarianten en afspraken Pagina 29
74989-Openbaar
2
Inleiding
10 OKTOBER 2025
74989-Openbaar
Inleiding Ergon staat voor de uitdaging om een nieuwe strategische koers te
Leeswijzer
bepalen voor de periode vanaf 2027. De ontwikkelingen van de
In het voorliggende adviesrapport zijn opgenomen:
doelgroep in de Participatiewet, het daaropvolgende (financiële) beleid
• Een terugblik op de tussenrapportage van juni 2025. Deze rapportage
van het Rijk en de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt zorgen ervoor dat
biedt inzicht in de uitgangspositie van Ergon op dit moment. De kern
Ergon in een sterk veranderende omgeving zit. De huidige strategische
hiervan is samengevat in hoofdstuk 1 van dit document; de belangrijkste
koers loopt eind 2026 af en er is behoefte aan een nieuwe koers die
onderdelen van de tussenrapportage zijn opgenomen in de bijlage.
inspeelt op deze transitie. Daarom moet een nieuwe strategische koers worden uitgezet waarbij meerjarige afspraken gemaakt worden over volumes, doelstellingen, financiën, doelgroep etc. Bovendien is deze nieuwe koers van belang voor keuzes ten aanzien van de huisvesting. Berenschot is gevraagd een adviesrapport op te stellen over de nieuwe
strategische koers in een gezamenlijk proces met gemeenten en Ergon. Proces
De uitvoering van dit project is in vijf fasen opgedeeld: 1. Verkenning: nulmeting Ergon, uitdagingen toekomst (april-mei) 2. Spiegeling gemeenten: wensen en (financiële) mogelijkheden van
deelnemende gemeenten (mei-juli)
• Advies ten aanzien van de strategische koers: o Een reflectie op de strategische keuzes die op basis van de uitgangspositie van Ergon voorliggen. o Een toelichting op en doorrekening van een basis- en nulscenario, en van drie verschillende varianten voor de toekomstige koers van Ergon.
o Een weging van de drie varianten in de vorm van een multicriteriaanalyse. o Een doorvertaling van de twee voorkeursvarianten naar gemeentelijke budgetten o Advies over te maken aanvullende afspraken in de strategische koers o Voorgestelde besluitvorming ten aanzien van de strategische koers
• Advies ten aanzien van het transitieplan.
3. Opstellen en uitwerken van varianten (juli-augustus) 4. Multicriteria-analyse en selectie voorkeursvariant (augustus) 5. Opstellen eindrapportage en voorgesteld besluit (september)
74989-Openbaar
4
Terugblik
10 OKTOBER 2025
74989-Openbaar
TERUGBLIK
Context en startfoto Ontwikkelingen in de Participatiewet
De doelgroep verandert, waarbij het aantal Wsw’ers afneemt en het
De Participatiewet, ingevoerd in 2015, heeft als doel om iedereen met
aantal personen met een beperkte loonwaarde toeneemt. Het doel is
arbeidsvermogen naar werk toe te leiden, bij voorkeur regulier. De wet
om deze nieuwe doelgroep zoveel mogelijk regulier te werk te stellen,
vervangt de WWB, Wsw en delen van de Wajong, waarbij toegang tot
idealiter in dienst van reguliere werkgevers. Tegelijkertijd wordt Ergon
de Wsw en Wajong voor mensen met verdienvermogen is afgesloten.
door de veranderende arbeidsmarkt, het financiële beleid van het Rijk
Hierdoor groeit de nieuwe doelgroep binnen de Participatiewet. Mensen
en de sociale infrastructuur uitgedaagd om haar werkinfrastructuur aan
die voorheen in de Wsw en/of de Wajong zouden zijn terechtgekomen,
te passen. Dit vraagt om een transitie naar een ontwikkelbedrijf voor de
behoren nu tot de doelgroep van de Participatiewet Deze groep (de
toekomst.
zogenoemde nieuwe doelgroep) wordt steeds groter. Gemeenten zijn – naast de klassieke doelgroep van de WWB en de Wsw –
Terugblik tussenonderzoek
verantwoordelijk voor de ondersteuning van de nieuwe doelgroep. Doel
In ons eerder opgeleverde tussenrapport (zie bijlage) maakten we een
is dat de nieuwe doelgroep zo regulier mogelijk aan het werk wordt
'startfoto' die diende als basis voor verdere analyse en besluitvorming.
geholpen. Een deel van de mensen zal niet aan de slag kunnen bij
Deze rapportage bracht de actuele situatie van Ergon in beeld en bood
reguliere werkgevers. Er wordt rekening mee gehouden dat in de
inzicht in hoe Ergon zich verhoudt tot andere gemeenten en sociaal
structurele situatie circa 1/3e van het oorspronkelijk aantal Wsw-ers
ontwikkelbedrijven. Tevens werden de verwachte ontwikkelingen in de
afhankelijk is van beschut werk. Daarnaast houdt het ministerie van
doelgroep en de financiële mogelijkheden onderzocht, evenals de
SZW vanaf 2025 er rekening mee dat een groep zonder indicatie
impact hiervan op de bestaande infrastructuur bij ongewijzigd beleid.
beschut tijdelijk ook afhankelijk is van de infrastructuur van het sociaal
Daarnaast bood de rapportage een analyse van de positie van de
ontwikkelbedrijf. Deze groep loopt op naar circa 1/3e van het totaal
individuele gemeenten, toegespitst op de te verwachten veranderingen.
aantal beschut werkers (opstap/vangnetbanen).
De kern van de uitkomsten, aangevuld met inzichten sindsdien, is weergegeven op de volgende pagina.
De ontwikkelingen in de Participatiewet hebben geleid tot een verschuiving van focus bij sociaal ontwikkelbedrijven zoals Ergon. 74989-Openbaar
6
TERUGBLIK
Uitgangspositie Ergon De betrokken gemeenten zien Ergon als een onmisbaar onderdeel van de
Ergon richting de bestuurders. Vooral de gevolgen van gemeentelijke ambities
uitvoering van de Participatiewet en de Wsw. De organisatie biedt naast
en keuzes voor de bedrijfsvoering, dienstverlening en financiële situatie vragen
werkvoorziening een belangrijke bijdrage aan de ontwikkeling van mensen met
om meer zichtbaarheid en transparantie.
een afstand tot de arbeidsmarkt, met als doel dat deze doelgroep zo regulier en duurzaam mogelijk kan participeren in werk. Ergon staat bekend om de
Kenschets Ergon
menselijke benadering van medewerkers; deze kwaliteit wordt geprezen door
Ergon en de betrokken gemeenten kenmerken zich door:
gemeenten. De regionale bestuurlijke samenwerking binnen de GRWRE wordt
- Een bovengemiddelde inzet van LKS
tevens positief gewaardeerd.
- Een relatief groot aantal mensen dat in dienst is bij Ergon en relatief weinig
Op financieel gebied presteert Ergon, zo ligt het operationeel resultaat op het
mensen met LKS in dienst bij reguliere werkgevers. De mensen die in dienst
niveau van de 25% best presterende sociaal ontwikkelbedrijven in Nederland.
zijn bij Ergon werken in vergelijking met andere sociaal ontwikkelbedrijf
Ergon beschikt over een relatief sterke werkinfrastructuur, met diverse
vaak op locatie (met name het groen of de schoonmaak).
doorontwikkelde interne werksoorten.
- Een relatief beperkte door- en uitstroom naar reguliere werkgevers van mensen vanuit de doelgroep, die in dienst zijn bij Ergon. Ergon probeert de
Tegelijkertijd worden ook uitdagingen en verbeterpunten zichtbaar. Een deel van de medewerkers met LKS krijgt geen begeleiding en het aantal LKS-
door- en uitstroom wel steeds meer te stimuleren. - Het operationeel resultaat per fte is bij Ergon (rekening houdend met
medewerkers dat bij reguliere werkgevers werkt, blijft relatief laag. Hoewel
incidenteel hogere kosten bij de wasserij) fors hoger dan gemiddeld bij
Ergon zich richt op ontwikkeling en doorstroom, blijkt uit de praktijk dat de
andere sociaal ontwikkelbedrijven. Dat leidt tot een jaarlijks relatief gunstig
focus op productiedoelstellingen en financieel rendement soms ten koste gaat
financieel resultaat in vergelijking met andere sociaal ontwikkelbedrijven.
van de langere termijnontwikkeling van medewerkers. Dit kan de uitstroom
Dat wordt waarschijnlijk verklaard doordat Ergon een sterke focus heeft op
naar regulier werk bemoeilijken. De huidige inrichting, waarbij een splitsing
het realiseren van een goed eindproduct tegen een acceptabele
wordt ervaren tussen de werkbedrijven (zoals groen, post, de kwekerij,
(markt)prijs.
enzovoorts) en het ontwikkelbedrijf (of participatiebedrijf), en waarin
- Ergon is een partieel sociaal ontwikkelbedrijf (en heeft daardoor niet de
verschillende partijen verantwoordelijk zijn voor de werkgeversbenadering,
volledige regie over de doelgroep van de Participatiewet) en is voor het
brengt het risico van verkokering en inefficiënte processen met zich mee.
succes van het realiseren van de Pwet-doelstellingen afhankelijk van de
Verder wordt door gemeenten gepleit voor meer kritische reflectie vanuit
ketenpartners (WIJ-Eindhoven, WGT, gemeentelijke afdelingen W&I).
74989-Openbaar
7
Verkenning varianten
10 OKTOBER 2025
74989-Openbaar
STRATEGISCHE KOERS: VERKENNING VARIANTEN
Toelichting strategische keuzes De strategische afweging die sociaal ontwikkelbedrijven moeten maken
Inleiding op de uitgewerkte varianten
ten aanzien van de werkinfrastructuur is of de werkplekken vooral
• Nulvariant: Ergon blijft opereren op de huidige wijze. De doelgroep Wsw
dienen als werkvoorziening voor mensen die geen werkplek kunnen
wordt steeds kleiner. Daar komt een steeds grotere, nieuwe doelgroep in
vinden bij reguliere werkgevers of dat de werkplekken ook en vooral
de plaats. Het beleid wordt niet gewijzigd.
bedoeld zijn om werknemersvaardigheden aan te leren en een stap
• Variant 1 Van binnen naar buiten: Mensen (nieuwe instroom en
richting of naar reguliere werkgevers te maken (werkvoorziening met
bestaande medewerkers bij Ergon) worden ontwikkeld en gestimuleerd
ontwikkelfunctie).
om aan het werk te gaan bij reguliere werkgevers. Ergon wordt een meer
Aan de andere kant is het de vraag of het sociaal ontwikkelbedrijf stevig
ontwikkelgerichte organisatie. Meer mensen dan in de nulvariant zullen in
inzet op eigen werkplekken en mensen waar mogelijk plaatst bij
dienst komen bij reguliere werkgevers. Ergon begeleidt deze mensen en
reguliere werkgevers. Of dat het sociaal ontwikkelbedrijf primair gericht
ontwikkelt hen naar een meer reguliere situatie cq zelfredzaamheid.
is op het plaatsen en begeleiden van mensen bij reguliere werkgevers en
Daarnaast realiseert Ergon vangnetbanen voor medewerkers uit de
als dat niet lukt mensen plaatst in de eigen, relatief beperkte
doelgroep, als het even niet meer lukt bij reguliere werkgevers.
werkinfrastructuur.
• Variant 2 Meer LKS: mensen vanuit het zittend bestand bijstand worden actiever gestimuleerd om te starten met een traject naar werk en zo
Langs de assen ‘van binnen naar buiten’ en ‘ontwikkeling versus
nodig in dienst te treden bij Ergon. De werkwijze is vergelijkbaar met de
werkvoorzieningsschap’ kenmerkt Ergon zich in de praktijk nog vooral
werkwijze in de nulvariant. Er gaan alleen meer mensen aan de slag. De
als een werkvoorzieningsschap (en minder nadruk op ontwikkeling cq
extra personen betreffen bijstandsgerechtigden.
door- en uitstroom naar regulier werk) en het realiseren van
• Variant 3 Van binnen naar buiten en meer LKS: De werkwijze wordt gelijk
werkplekken in de eigen werkinfrastructuur (en minder het realiseren
aan de werkwijze in variant 1 en mensen in het zittend bestand worden
van dienstbetrekkingen bij reguliere werkgevers).
actiever gestimuleerd en toegeleid naar een ontwikkeltraject bij Ergon,
De hierna uitgewerkte varianten adresseren de beweging naar buiten en
waarna zij of bij Ergon of bij reguliere werkgevers aan het werk gaan.
versterking van de ontwikkelfunctie. 74989-Openbaar
9
74989-Openbaar
10
Legenda bij grafieken • LKS-VIA: Dit betreft het aantal personen dat met verminderde loonwaarde aan de slag is in een dienstbetrekking bij reguliere werkgevers. Werkgevers ontvangen voor deze groep een loonkostensubsidie en eventuele begeleiding. • NBW-Begeleid Werken: Dit betreft het aantal personen met een indicatie nieuw beschut dat aan de slag is in een dienstbetrekking bij een reguliere werkgever en begeleiding vanuit het sociaal ontwikkelbedrijf krijgt. • Wsw-Begeleid Werken: Dit betreft het aantal personen met een Wsw-indicatie dat aan de slag is in een dienstbetrekking bij een reguliere werkgever en begeleiding vanuit het sociaal ontwikkelbedrijf krijgt. • LKS-BIJ: Dit betreft het aantal personen vanuit de nieuwe doelgroep, zonder indicatie beschut, dat aan de slag is in een dienstbetrekking bij het sociaal ontwikkelbedrijf. Ook medewerkers die vanuit het sociaal ontwikkelbedrijf gedetacheerd zijn, vallen onder deze subgroep. • LKS-NBW: Dit betreft het aantal personen met een indicatie nieuw beschut dat aan de slag is in een dienstbetrekking bij het sociaal ontwikkelbedrijf. • Wsw-dienstbetrekking: Dit betreft het aantal personen met een Wsw-indicatie dat aan de slag is in een dienstbetrekking bij het sociaal
ontwikkelbedrijf. • Totaal dienstbetrekkingen: Dit betreft het totale aantal personen met een dienstbetrekking bij het sociaal ontwikkelbedrijf. • Totaal werk: Dit betreft het totale aantal personen dat een vorm van dienstverlening ontvangt vanuit het sociaal ontwikkelbedrijf.
74989-Openbaar
11
STRATEGISCHE KOERS: VERKENNING VARIANTEN
Nulvariant • De nulvariant is de variant waarbij het beleid niet wordt aangepast.
• Het aantal medewerkers bij Ergon laat een licht dalende trend zien. Het
• Waar mogelijk worden participatiebanen omgezet naar beschutte
aantal medewerkers in dienst bij reguliere werkgevers, dat begeleid
werkplekken. Deze actie is reeds ingezet. (in de bijlage staat de
wordt door Ergon neemt geleidelijk toe van circa 400 fte in 2024 naar
basisvariant. De basisvariant is de variant waarbij LKS-BIJ banen niet
circa 900 fte in de structurele situatie.
zouden worden omgezet naar LKS-NBW banen). • Waar mogelijk worden LKS-BIJ banen omgezet naar LKS-NBW banen,
• In de structurele situatie is het aantal medewerkers zonder indicatie beschut ongeveer 1,7 keer groter dan het aantal medewerkers met een
omdat vanaf 2028 de financiering van beschut werk mede afhankelijk is
indicatie beschut werk. In vergelijking met andere sociaal
van het aantal gerealiseerde werkplekken. Vanaf 2028 wordt een
ontwikkelbedrijven realiseert Ergon veel werkplekken voor mensen
forfaitaire loonkostensubsidie verstrekt van 68% van het minimumloon.
vanuit de doelgroep zonder indicatie beschut werk. Dat, terwijl het doel
Nu wordt de loonkostensubsidie voor een beschutte werkplek bepaald op
van de Participatiewet is dat zoveel mogelijk mensen bij reguliere
basis van de gemeten loonwaarde.
werkgevers aan het werk worden geholpen.
• In het nulscenario gaan we ervan uit dat in 2028 voor alle Ergon-
• Financieel betekent dat, dat gemeenten jaarlijks circa 2,5 mln euro extra
gemeenten de taakstelling beschut werk wordt gerealiseerd. In de jaren
betalen ten opzichte van de beschikbare rijksmiddelen (het ministerie
daarna veronderstellen we het aantal medewerkers met een indicatie
stuurt erop dat mensen zonder indicatie beschut werk zoveel mogelijk bij
beschut werk, gelijk aan de taalstelling. De taakstelling wordt elk jaar
reguliere werkgevers aan het werk worden geholpen; dat is goedkoper).
groter. • Het verwachte financieel voordeel van het omzetten naar beschutte
• Deze kosten worden ruimschoots gecompenseerd door besparingen die Ergon realiseert – mede door verwachte meevallers op het Wsw-budget
werkplekken voor de gezamenlijke Ergon-gemeenten is naar verwachting
en efficiënt werken door Ergon - bij de andere taken. Deze besparingen
circa 300 duizend euro in 2028 oplopend tot ruim 600 duizend euro per
(verschil tussen beschikbare rijksmiddelen en de kosten van Ergon)
jaar in de structurele situatie.
bedroegen in 2024 circa 5 mln euro en lopen naar verwachting op naar
• In de nulvariant worden in 2024 ruim 1900 medewerkers begeleid door Ergon. Daarvan heeft circa 1500 fte een dienstbetrekking bij Ergon en is circa 400 fte in dienst bij reguliere werkgevers. 74989-Openbaar
10 mln euro structureel per jaar. • Ergon voert ook re-integratietrajecten uit. Jaarlijks gaat het om circa 1395 trajecten (structureel). Deze hebben voor de overzichtelijkheid niet in de grafiek in beeld gebracht.
12
STRATEGISCHE KOERS: VERKENNING VARIANTEN
Variant 1: Meer extern • In deze variant verlegt Ergon de focus meer naar het aan het werk
verwachting gelijk aan het aantal beschutte werkplekken. Deze
helpen en begeleiden van mensen bij reguliere werkgevers. Vanaf 2026
verhouding is conform de verhouding in de Sectorinformatie van Cedris
neemt het aantal participatiebanen (LKS-BIJ) bij Ergon niet verder toe.
(benchmark sociaal ontwikkelbedrijven).
De nieuwe instroom wordt zoveel mogelijk bij reguliere werkgevers aan
• Jaarlijks gaat het aantal dienstbetrekkingen bij Ergon met circa 30 fte
het werk geholpen. Ook worden medewerkers op bestaande banen bij
omlaag. Dat vraagt om (verdere) herstructurering en krimp van het
Ergon ontwikkeld en gestimuleerd om bij reguliere werkgevers aan het
bedrijf. De verwachting is dat de bestaande diversiteit in het werk bij
werk te gaan.
Ergon niet meer mogelijk is en dat het aantal werksoorten omlaag moet,
• In de werkinfrastructuur worden door Ergon meer zogenoemde opstap-
om de dienstverlening betaalbaar te houden, bijvoorbeeld door het
en vangnetbanen gerealiseerd (werkplekken als opstap naar regulier
sluiten van business units. Hieraan zijn mogelijk ook krimpkosten
werk en als vangnet voor als het even niet lukt bij reguliere
verbonden.
werkgevers). Daarnaast realiseert Ergon een grotere
• Een risico van deze variant is dat mogelijk niet meer iedereen aan het
begeleidingsorganisatie voor de medewerkers bij reguliere werkgevers,
werk komt, die wel aan het werk zou zijn gekomen in de nulvariant. Dat
die gericht is op begeleiding, ontwikkeling naar meer regulier werk cq
risico doet zich vooral voor als het aantal
een hogere loonwaarde en het voorkomen van uit-/terugval.
werkplekken/dienstbetrekkingen bij Ergon wordt genormeerd (= er mag
• In deze variant gaat het aantal medewerkers (in fte) met begeleiding in
maximaal het afgesproken aantal bij Ergon worden ingevuld). Als dit
dienst bij reguliere werkgevers omhoog van circa 500 in 2024 naar meer
risico zich voordoet, is dit negatief voor de gewenste verlaging van het
dan 700 in 2032 en 1300 structureel.
BUIG-bestand.
• Het aantal medewerkers (fte) in dienst bij Ergon gaat omlaag van circa 1500 in 2024 naar 1270 in 2032 en circa 1000 structureel. Dat betekent dat Ergon op termijn met circa 1/3e deel verder krimpt (bij de start van
de Participatiewet in 2015 was het aantal fte gelijk aan 2100 fte). Het aantal partipatiebanen (LKS-BIJ) is in de structurele situatie naar
74989-Openbaar
13
STRATEGISCHE KOERS: VERKENNING VARIANTEN
Variant 2: Meer LKS • In deze variant wordt een extra inspanning gepleegd om meer mensen
• Doordat het aantal personen dat aan het werk geholpen wordt stijgt,
dan met een begeleidingsbehoefte vanuit het zittend bestand in de
moet de re-integratie van Ergon worden geïntensiveerd. We schatten in
bijstand aan het werk te helpen.
dat het aantal trajecten in 2026 ten opzichte van de nulvariant stijgt van
• Op basis van plausibiliteit lijkt het vanuit de gemeente Eindhoven mogelijk om 250 fte (330 personen) extra aan het werk te helpen. Het
1.395 naar 1.545 structureel. De trajecten staan voor de overzichtelijkheid niet in de grafiek.
BUIG-saldo verbetert netto (lagere bijstandsuitgaven minus de
doorwerking in het BUIG-budget) met circa 3,7 mln euro, waardoor het huidige positieve saldo BUIG van de gemeente Eindhoven verbetert van 4,2% naar 7,0%. De inschatting op basis van de gerealiseerde aantallen en wat de gemeenten zelf aangeven, is dat het lastig realiseerbaar is om vanuit de andere Ergon-gemeenten extra mensen vanuit het zittend bestand bijstand (met een LKS) aan het werk te helpen, omdat daar al
relatief veel mensen vanuit de bijstand met LKS aan het werk zijn
LKS als % van het aantal bijstand Eindhoven 14% Veldhoven 30% Valkenswaard 22% Waalre 13% Heeze-Leende 33%
geholpen (zie tabel). Daarom gaan we ervan uit dat 250 fte extra alleen vanuit het zittend bestand van Eindhoven wordt gerealiseerd. Voor de andere gemeenten verandert er niets ten opzichte van de nulvariant. • Door deze maatregel neemt het aantal fte mensen dat aan het werk is ten opzichte van de nulvariant, met 250 structureel toe. Deze maatregel
leidt er ook toe het aantal medewerkers bij Ergon omhoog gaat van circa 1500 nu naar 1600 fte in 2032 en structureel. In deze variant is evenals in de nulvariant, het aantal participatiebanen (LKS-BIJ) 1,7 keer hoger dan het aantal beschutte werkplekken
74989-Openbaar
14
STRATEGISCHE KOERS: VERKENNING VARIANTEN
Variant 3: Meer LKS en meer extern • In deze variant combineren we de varianten 1 en 2. Vanuit de gemeente
• Doordat het aantal personen dat aan het werk geholpen wordt stijgt,
Eindhoven worden ten opzichte van de nulvariant 250 fte extra vanuit de
moet de re-integratie van Ergon worden geïntensiveerd. Het aantal
bijstand (bijstandsgerechtigden) aan het werk geholpen. Daarnaast
trajecten in 2026 zal ten opzichte van de nulvariant naar verwachting
worden er meer dan in variant 2 mensen bij reguliere werkgevers aan de
stijgen van 1.395 naar 1.545 structureel. De trajecten staan niet in de
slag geholpen. In totaal loopt het aantal mensen dat aan het werk wordt
grafiek.
geholpen op van circa 1900 fte in 2024 naar 2250 fte in 2032 en 2600
fte structureel. Doordat meer mensen in dienst gaan bij reguliere werkgevers gaat het aantal dienstbetrekkingen bij Ergon omlaag van 1493 fte in 2024 naar 1398 fte in 2032 en 1140 fte structureel. Maar de daling van het aantal dienstbetrekkingen bij Ergon is een stuk minder dan in variant 1. • Deze variant vraagt evenals bij variant 1 een herstructurering en
herinrichting van Ergon. Het aantal dienstbetrekkingen bij Ergon gaat tot en met 2032 met circa 100 omlaag. Aan de andere kant moet de begeleidingscapaciteit bij reguliere werkgevers flink worden uitgebreid. Op de langere termijn gaat het aantal dienstbetrekkingen verder omlaag. In de structurele situatie is het aantal participatiebanen (LKS-BIJ) van dezelfde orde van grote als het aantal beschutte werkplekken (LKS-
NBW).
74989-Openbaar
15
STRATEGISCHE KOERS: VERKENNING VARIANTEN
Financiële uitkomsten per variant - A Voor de volgende tabel hebben we de de totale financiële lasten van de gemeenten in 2032 op een rij gezet. De financiële lasten berekenen we door deze te vergelijken met de nulvariant. We kijken in de volgende tabel naar het verschil in de gemeentelijke bijdrage voor het participatiebedrijf, de Wsw en de begeleidingsvergoeding. Voor het participatiebedrijf betalen gemeenten in alle varianten dezelfde bijdrage. Voor de Wsw dragen gemeenten in alle varianten de rijksbijdrage over aan Ergon. De kosten voor LKS worden volledig gecompenseerd door het Rijk. De verandering in rijksbijdrage betreft feitelijk alleen de verandering in de bijdrage voor begeleiding.
2027
2028
2029
2030
2031
2032
2040
2048
Variant 1
-€ 268.527
-€ 321.017
-€ 533.703
-€ 781.111
-€ 933.117
-€ 1.007.054
-€ 2.885.913
-€ 3.559.913
Variant 2
€ 1.417.468
€ 1.919.755
€ 2.567.724
€ 3.221.242
€ 3.224.414
€ 3.221.745
€ 3.188.371
€ 3.112.587
Variant 3
€ 1.122.414
€ 1.554.640
€ 1.942.609
€ 2.283.478
€ 2.042.173
€ 2.032.201
-€ 87.349
-€ 849.861
Wat valt op?
•
De uitgaven in variant 1 gaan omlaag. Dat komt doordat het aantal dienstbetrekkingen bij Ergon omlaag gaat en er meer mensen bij reguliere werkgevers in dienst treden. Dat betekent dat een aantal medewerkers die eerder in dienst zouden zijn bij Ergon, nu in dienst zijn bij reguliere werkgevers. De kosten per medewerker bij reguliere werkgevers zijn lager dan de kosten als ze in dienst zijn bij Ergon. Dat betekent dat het totaal van de uitgaven van variant 1 lager is dan variant 0.
•
Het verschil tussen variant 2 en variant 0 is dat er 250 extra fte bij of via Ergon aan het werk is. Het aantal medewerkers en het aantal trajecten gaan omhoog. De totale uitgaven nemen daardoor toe. De extra medewerkers komen uit de bijstand van de gemeente Eindhoven. De kostenstijging vindt
alleen plaats bij de gemeente Eindhoven (dat laatste is niet zichtbaar in deze tabel; daarvoor verwijzen we naar de pagina hierna). •
Bij variant 3 gaan medewerkers van binnen naar buiten en er wordt 250 fte extra aan het werk geholpen. De totale uitgaven nemen daardoor voor de gemeente Eindhoven toe ten opzichte van variant 0. Tegelijkertijd gaan de bijdragen van de andere gemeenten omlaag (zie hierna), omdat van deze gemeenten meer mensen bij reguliere werkgevers aan de slag gaan. Het totaal aantal medewerkers dat bij of via Ergon aan de slag is, blijft voor deze gemeenten gelijk.
74989-Openbaar
16
Uitsplitsing naar individuele gemeenten A* Variant 1
2027
2028
2029
2030
2031
2032
2040
2048
Eindhoven
-€ 209.305
-€ 265.746
-€ 459.798
-€ 686.745
-€ 812.471
-€ 858.527
-€ 2.452.651
-€ 3.021.348
Heeze-Leende
-€ 5.495
-€ 5.218
-€ 5.552
-€ 5.886
-€ 17.054
-€ 25.513
-€ 45.185
-€ 54.244
Valkenswaard
-€ 11.846
€ 1.965
-€ 5.363
-€ 13.966
-€ 19.068
-€ 21.305
-€ 86.437
-€ 100.490
Veldhoven
-€ 32.955
-€ 45.374
-€ 52.778
-€ 60.183
-€ 67.587
-€ 83.404
-€ 251.977
-€ 324.021
Waalre
-€ 8.925
-€ 6.644
-€ 10.212
-€ 14.330
-€ 16.937
-€ 18.306
-€ 49.663
-€ 59.809
Totaal
-€ 268.527
-€ 321.017
-€ 533.703
-€ 781.111
-€ 933.117
-€ 1.007.054
-€ 2.885.913
-€ 3.559.913
Variant 2
2027
2028
2029
2030
2031
2032
2040
2048
Eindhoven
€ 1.417.468
€ 1.919.755
€ 2.567.724
€ 3.221.242
€ 3.224.414
€ 3.221.745
€ 3.188.371
€ 3.112.587
Heeze-Leende
€0
€0
€0
€0
€0
€0
€0
€0
Valkenswaard
€0
€0
€0
€0
€0
€0
€0
€0
Veldhoven
€0
€0
€0
€0
€0
€0
€0
€0
Waalre
€0
€0
€0
€0
€0
€0
€0
€0
Totaal
€ 1.417.468
€ 1.919.755
€ 2.567.724
€ 3.221.242
€ 3.224.414
€ 3.221.745
€ 3.188.371
€ 3.112.587
Variant 3
2027
2028
2029
2030
2031
2032
2040
2048
Eindhoven
€ 1.181.635
€ 1.609.912
€ 2.016.514
€ 2.377.845
€ 2.162.819
€ 2.180.729
€ 345.913
-€ 311.296
Heeze-Leende
-€ 5.495
-€ 5.218
-€ 5.552
-€ 5.886
-€ 17.054
-€ 25.513
-€ 45.185
-€ 54.244
Valkenswaard
-€ 11.846
€ 1.965
-€ 5.363
-€ 13.966
-€ 19.068
-€ 21.305
-€ 86.437
-€ 100.490
Veldhoven
-€ 32.955
-€ 45.374
-€ 52.778
-€ 60.183
-€ 67.587
-€ 83.404
-€ 251.977
-€ 324.021
Waalre
-€ 8.925
-€ 6.644
-€ 10.212
-€ 14.330
-€ 16.937
-€ 18.306
-€ 49.663
-€ 59.809
Totaal
€ 1.122.414
€ 1.554.640
€ 1.942.609
€ 2.283.478
€ 2.042.173
€ 2.032.201
-€ 87.349
-€ 849.861
74989-Openbaar
17
STRATEGISCHE KOERS: VERKENNING VARIANTEN
Financiële uitkomsten per variant - B In de tabel hiervoor keken we alleen naar het verschil in kosten tussen variant 0 en de andere varianten. We hielden er geen rekening mee dat de kosten die gemeenten maken voor re-integratie en werk voor een belangrijk deel gecompenseerd worden met rijksmiddelen in het gemeentefonds. Als we daar wel rekening mee houden, ziet het beeld er als volgt uit.
2027
2028
2029
2030
2031
2032
2040
2048
Variant 1
-€ 268.527
-€ 321.017
-€ 533.703
-€ 781.111
-€ 933.117
-€ 1.007.054
-€ 2.885.913
-€ 3.559.913
Variant 2
€ 411.522
€ 427.172
€ 565.435
€ 715.126
€ 718.298
€ 715.629
€ 682.254
€ 606.471
Variant 3
€ 116.468
€ 62.058
-€ 59.680
-€ 222.638
-€ 417.341
-€ 473.915
-€ 2.593.465
-€ 3.355.978
Wat valt op? •
Het totale kostenbeeld van Variant 1 is gelijk aan het kostenbeeld als we alleen naar de kosten (en niet naar de rijksmiddelen in het gemeentefonds)
kijken: een daling met ruim 1 mln euro in 2032, oplopend tot – bij de huidige financieringssystematiek van het Rijk – ruim 3,5 mln in 2048. Dat komt doordat gemeenten in variant 1 hetzelfde bedrag in het gemeentefonds ontvangen als in variant 0. •
In variant 2 zien we dat de netto kosten (de gemeentelijke bijdrage minus de compensatie vanuit de rijksbijdragen) toenemen in 2032 met ruim 715 duizend euro en ruim 600 duizend euro structureel vanaf 2048. Dat is minder dan de totale extra bijdrage aan Ergon. Dat komt doordat een belangrijk deel van deze kosten worden gecompenseerd door rijksbijdragen die hieraan kunnen worden toegerekend.
•
Als we in variant 3 ook rekening houden met de rijksmiddelen die de gemeenten in het gemeentefonds ontvangen, omdat 250 fte medewerkers aan het
werk zijn met een loonkostensubsidie, gaat de totale gemeentelijke bijdrage met ruim 473 duizend euor in 2032 oplopend tot 3,5 mln euro structureel vanaf 2048 euro omlaag. Dat betekent dat de besparingen als gevolg van de van binnen naar buiten beweging groter zijn dan de extra netto kosten (extra kosten minus de extra rijksbijdrage) als gevolg van 250 fte extra bij of via Ergon aan de slag. •
We houden in de berekeningen van variant 2 en 3 nog geen rekening met de besparingen op het BUIG-budget, die ontstaan doordat minder mensen afhankelijk zijn van een uitkering. Dat effect tonen we hierna.
74989-Openbaar
18
Uitsplitsing naar individuele gemeenten B* Variant 1
2027
2028
2029
2030
2031
2032
2040
2048
Eindhoven
-€ 209.305
-€ 265.746
-€ 459.798
-€ 686.745
-€ 812.471
-€ 858.527
-€ 2.452.651
-€ 3.021.348
Heeze-Leende
-€ 5.495
-€ 5.218
-€ 5.552
-€ 5.886
-€ 17.054
-€ 25.513
-€ 45.185
-€ 54.244
Valkenswaard
-€ 11.846
€ 1.965
-€ 5.363
-€ 13.966
-€ 19.068
-€ 21.305
-€ 86.437
-€ 100.490
Veldhoven
-€ 32.955
-€ 45.374
-€ 52.778
-€ 60.183
-€ 67.587
-€ 83.404
-€ 251.977
-€ 324.021
Waalre
-€ 8.925
-€ 6.644
-€ 10.212
-€ 14.330
-€ 16.937
-€ 18.306
-€ 49.663
-€ 59.809
Totaal
-€ 268.527
-€ 321.017
-€ 533.703
-€ 781.111
-€ 933.117
-€ 1.007.054
-€ 2.885.913
-€ 3.559.913
Variant 2
2027
2028
2029
2030
2031
2032
2040
2048
Eindhoven
€ 411.522
€ 427.172
€ 565.435
€ 715.126
€ 718.298
€ 715.629
€ 682.254
€ 606.471
Heeze-Leende
€0
€0
€0
€0
€0
€0
€0
€0
Valkenswaard
€0
€0
€0
€0
€0
€0
€0
€0
Veldhoven
€0
€0
€0
€0
€0
€0
€0
€0
Waalre
€0
€0
€0
€0
€0
€0
€0
€0
Totaal
€ 411.522
€ 427.172
€ 565.435
€ 715.126
€ 718.298
€ 715.629
€ 682.254
€ 606.471
Variant 3
2027
2028
2029
2030
2031
2032
2040
2048
Eindhoven
€ 175.689
€ 117.330
€ 14.225
-€ 128.272
-€ 296.695
-€ 325.387
-€ 2.160.203
-€ 2.817.412
Heeze-Leende
-€ 5.495
-€ 5.218
-€ 5.552
-€ 5.886
-€ 17.054
-€ 25.513
-€ 45.185
-€ 54.244
Valkenswaard
-€ 11.846
€ 1.965
-€ 5.363
-€ 13.966
-€ 19.068
-€ 21.305
-€ 86.437
-€ 100.490
Veldhoven
-€ 32.955
-€ 45.374
-€ 52.778
-€ 60.183
-€ 67.587
-€ 83.404
-€ 251.977
-€ 324.021
Waalre
-€ 8.925
-€ 6.644
-€ 10.212
-€ 14.330
-€ 16.937
-€ 18.306
-€ 49.663
-€ 59.809
Totaal 74989-Openbaar
€ 116.468
€ 62.058
-€ 59.680
-€ 222.638
-€ 417.341
-€ 473.915
-€ 2.593.465
-€ 3.355.978 19
Effect op het BUIG-saldo varianten 2 en 3 In de varianten 2 en 3 worden 330 personen (= 250 fte) extra aan het werk geholpen met LKS vanuit de bijstand. Als gevolg daarvan gaan de bijstandsuitgaven omlaag. Er is ook sprake van doorwerking in het BUIG-budget. Dus naast de lagere bijstandsuitgaven, moet met name de gemeente Eindhoven ook rekening houden met een lager BUIG-budget. De financiële effecten laten we zien in de volgende tabel:
Bespaarde uitkering
€ 5.753.220
Doorwerking in BUIG-budget
-€ 2.019.912
Netto effect
€ 3.733.308
We zien dat de bijstandsuitgaven omlaag gaan met ruim 5,7 mln. Doordat er 330 mensen vanuit de uitkering aan het werk gaan met een loonkostensubsidie en doordat het macrobudget omlaag gaat het BUIG-budget voor de gemeente Eindhoven met ruim 2 mln euro omlaag. Per saldo heeft de gemeente Eindhoven structureel een extra financieel voordeel van 3,7 mln euro per jaar, als het bijstandsvolume structureel met 330
personen omlaag wordt gebracht en betrokkenen met een loonkostensubsidie bij of via Ergon aan het werk gaan. Deze besparing op de gemeentebegroting voor de gemeente Eindhoven, doet zich zowel voor in variant 2 als in variant 3. In de varianten 0 en 1 is geen sprake van een (extra) besparing op het BUIG-budget, omdat daar geen extra mensen vanuit de bijstand aan het werk worden geholpen.
74989-Openbaar
20
Maatschappelijke kosten en baten variant 2 en 3 Berenschot heeft in opdracht van Cedris en Divosa een rekenmethodiek
• Andere gemeenten: Doordat met name de gemeente Eindhoven bespaart op de
ontwikkeld waarmee de maatschappelijke kosten en baten kunnen worden
bijstandsuitgaven, gaat landelijk het macrobudget BUIG omlaag. Dat werkt (in
berekend van het inzetten van loonkostensubsidies voor mensen met een
negatieve zin) door in de budgetten van de andere gemeenten in Nederland.
bijstandsuitkering. We hebben de maatschappelijke kosten en baten berekend van variant 2 en 3. De uitkomsten van deze berekening staan in de tabel hierna.
Gemeentelijke sector werk en inkomen Overige sectoren gemeente
€ 2.062.013
• Rijksoverheid: Het lagere macro BUIG-budget is een voordeel voor de rijksoverheid. Het Rijk betaalt in totaliteit een lager BUIG-budget aan gemeenten dan voorheen. Daarnaast heeft het Rijk extra belastinginkomsten, omdat de betrokken medewerkers salaris ontvangen en meer belasting gaan betalen.
€ 274.664
• Kandidaten: de kandidaten krijgen salaris in plaats van een uitkering. Daardoor
Andere gemeenten
-€ 3.733.308
hebben zij meer bestedingsruimte. Ook neemt de algemene kwaliteit van leven
Rijksoverheid
€ 2.904.830
Kandidaten
€ 1.836.036
• Overige: Andere besparingen in de samenleving die wij kunnen kwantificeren zijn
Overige
€ 404.664
besparingen op de zorgkosten en de besparingen in de sfeer van veiligheid en
Totaal
€ 3.748.900
van deze groep toe. De algemene kwaliteit van leven is gekwantificeerd en bedraagt circa 1/3e deel van de totale netto baten die zij realiseren.
overlast. • Totaal: het maatschappelijk voordeel uitgedrukt in euro’s is 3,7 mln euro per jaar
Toelichting:
bij invoering van variant 2 en 3. Daarvan wordt ruim 2 mln euro gerealiseerd bij
• Gemeentelijke sector Werk en Inkomen: Betreft het saldo van de totale extra
de gemeente Eindhoven.
kosten en uitgaven van variant 2 en 3 en de doorwerking in de rijksbudgetten.
Naast de kosten van werk en re-integratie (van Ergon) zijn hierin ook de bespaarde uitkeringen en de doorwerking in het BUIG-budget meegenomen. • Overige sectoren gemeente: Mensen die aan het werk zijn maken gemiddeld minder gebruik van voorzieningen in het kader van onder andere de WMO en bijzondere bijstand. Dat leidt tot financiële besparingen bij de gemeenten. 74989-Openbaar
21
Weging varianten
10 OKTOBER 2025
74989-Openbaar
STRATEGISCHE KOERS: WEGING VARIANTEN
Wegingscriteria varianten Berenschot heeft voor de drie varianten voor de strategische koers een
(Financiële) risico’s
weging uitgevoerd aan de hand van de volgende wegingscriteria:
Dit betreft de mate waarin een variant (financiële) risico's met zich meebrengt en kan meebewegen met onvoorziene ontwikkelingen zoals
Gevolgen voor de nieuwe doelgroep
wijzigingen in budgetten, instroom of prijsstijgingen.
Dit betreft de mate waarin een variant bijdraagt aan eenvoudige en passende dienstverlening voor de nieuwe doelgroep, bijvoorbeeld in de
Mate van verandering voor Ergon
breedte van het aanbod en de wijze van toegang.
Dit betreft de impact van een variant op de interne bedrijfsvoering van Ergon.
Gevolgen voor de bestaande doelgroep Dit betreft de mate waarin een variant voor de bestaande doelgroep (m/n
Aansluiting bij lokale en regionale context
huidige medewerkers van Ergon) veranderingen in de huidige
Dit betreft de mate waarin een variant goed aansluit bij de kenmerken en
werkomstandigheden of onzekerheden over de toekomst met zich
behoeften van de regionale arbeidsmarkt, en bij de wensen van individuele
meebrengt, bijvoorbeeld door groei of krimp van het bedrijf.
gemeenten.
Doelmatigheid
Waarborgen dat mensen maximaal worden ontwikkeld en geplaatst
Dit betreft de mogelijkheden die een variant biedt voor de effectieve en
Dit betreft de mate waarin de variant bijdraagt aan het maximaal plaatsen
efficiënte inzet van middelen, bijvoorbeeld door beperking van
van de doelgroep bij regulier werkgevers en aan de ontwikkeling en
overcapaciteit, optimalisatie van bedrijfsprocessen en het vermijden van
participatie van de doelgroep
desinvesteringen. Omvang en variatie in het eigen werkaanbod van Ergon Financiële inpasbaarheid in beschikbare budgetten
Dit betreft de mate waarin de variant een gevarieerd eigen werkaanbod
Dit betreft de verhouding tussen de kosten van een variant en de
van Ergon mogelijk maakt.
beschikbare (rijks)middelen. 74989-Openbaar
23
STRATEGISCHE KOERS: WEGING VARIANTEN
Wegingscriteria varianten Variant 1: van binnen naar buiten Wegingscriterium 1. Gevolgen voor de nieuwe doelgroep
+/-
• • •
Minder (diversiteit aan) interne werksoorten Onderdeel uitmaken van bedrijf dat krimpt. Meer kansen voor externe plaatsingen, plaatsingen bij reguliere werkgevers en daarmee voor doorontwikkeling
2. Gevolgen voor de bestaande doelgroep (bijv. huidige Wswmedewerkers)
-
• • • •
Minder (diversiteit aan) interne werksoorten Onzekerheid, mogelijk verlies van huidige werksoort Onderdeel uitmaken van bedrijf dat krimpt. Meer kansen en ontwikkelmogelijkheden naar buiten voor het deel van de doelgroep dat daar van kan profiteren
3. Doelmatigheid
+
• • • •
Inzet LKS-bij conform rijksmiddelen Desinvestering bij krimp of afstoten businessunit(s) Betere aansluiting bij mogelijkheden doelgroep, betere benutting potentieel doelgroep Meer mensen meer regulier aan het werk
4. Financiële inpasbaarheid in beschikbare budgetten
+++
• •
In deze variant wordt het meeste geld bespaard op de rijksmiddelen. Op taakniveau is er bij LKS-BIJ een negatief saldo dat ruimschoots wordt gecompenseerd door besparingen op de andere onderdelen, op voorwaarde dat Ergon op de andere onderdelen het hoge operationeel resultaat blijft realiseren.
5. (Financiële) risico’s
+/-
• • •
Gebrek aan aansluitend intern aanbod en een lager operationeel resultaat, omdat mensen met een hoge loonwaarde naar buiten gaan. Inhoudelijk en financieel risico bij onvoldoende slagen van beweging naar LKS-via Kosten van het ombouwen en herstructureren van de organisatie die meer gericht is op begeleiding bij reguliere werkgevers, ontwikkeling, doorstroom, uitstroom en opvang van medewerkers die het even niet redden bij reguliere werkgevers.
6. Mate van verandering voor Ergon
--
•
Aanzienlijke verandering door wijziging interne werksoorten en werkwijze gericht op beweging naar buiten en meer integratie tussen werk- en ontwikkelbedrijf.
7. Aansluiting bij lokale en regionale context
+
•
Inspelen op regionale arbeidsmarkt lukt beter door beweging naar buiten
8. Waarborgen dat mensen maximaal worden ontwikkeld en geplaatst
+
•
Meer mogelijkheden voor ontwikkeling bij reguliere werkgevers
9. Omvang en variatie in het eigen werkaanbod van Ergon
-
•
Minder (diversiteit aan) interne werksoorten (krimp), als blijkt dat de schaal te klein wordt om alle werksoorten efficiënt te kunnen blijven uitvoeren.
74989-Openbaar
24
STRATEGISCHE KOERS: WEGING VARIANTEN
Wegingscriteria varianten Variant 2: Meer LKS Wegingscriterium 1. Gevolgen voor de nieuwe doelgroep
+/-
• • •
Uitbreiding interne en externe werksoorten. Groter keuzeaanbod. Geen aanvullende focus op externe ontwikkelmogelijkheden Onderdeel uitmaken van bedrijf dat groeit.
2. Gevolgen voor de bestaande doelgroep (bijv. huidige Wswmedewerkers)
+/-
• • •
Uitbreiding interne en externe werksoorten. Groter keuzeaanbod. Geen aanvullende focus op externe ontwikkelmogelijkheden. Onderdeel uitmaken van bedrijf dat groeit.
3. Doelmatigheid
+/-
• • • •
Groter deel doelgroep Participatiewet in ontwikkeling. Risico van behoud fragmentatie doelgroepen en hun behoeften. Risico op blijvend onvolledige benutting/onderbenutting potentieel kandidaten, integratie werk- en ontwikkelbedrijf uitdagender. Schaalvoordelen.
4. Financiële inpasbaarheid in beschikbare budgetten
+
• •
In deze variant wordt veel geld bespaard op de rijksmiddelen, maar minder dan bij de andere onderdelen. Op taakniveau is er bij LKS-BIJ een negatief saldo dat ruimschoots wordt gecompenseerd door besparingen op de andere onderdelen, op voorwaarde dat Ergon op de andere onderdelen het hoge operationeel resultaat blijft realiseren.
5. (Financiële) risico’s
--
• • •
Onvoldoende kandidaten in het zittend bestand die geschikt is voor de extra geraamde instroom (oplopend tot 250) Extra instroom heeft een lagere loonwaarde dan de huidige groep medewerkers Risico: deel doelgroep blijft onnodig (lang) intern.
6. Mate van verandering voor Ergon
+
•
Beperkt; doelgroep relatief stabiel
7. Aansluiting bij lokale en regionale context
++
• •
Mogelijkheid grotere instroom uit uitkering te faciliteren (gemeente) Meer aansluiting bij gemeentelijke contexten in uitvoering werksoorten (schaalvoordeell)
8. Waarborgen dat mensen maximaal worden ontwikkeld en geplaatst
-
• •
Groter deel doelgroep Participatiewet in ontwikkeling. Minder kansen voor plaatsing bij reguliere werkgevers.
9. Omvang en variatie in het eigen werkaanbod van Ergon
++
•
Uitbreiding interne en externe werksoorten. Groter keuzeaanbod.
74989-Openbaar
25
STRATEGISCHE KOERS: WEGING VARIANTEN
Wegingscriteria varianten Variant 3: van binnen naar buiten en meer LKS Wegingscriterium 1. Gevolgen voor de nieuwe doelgroep
+
• • •
Op de middellange termijn beperkte afname diversiteit aan interne werksoorten. Meer kansen voor externe plaatsingen, plaatsingen bij reguliere werkgevers en daarmee voor doorontwikkeling. Meer mensen worden aan het werk geholpen (250 extra)
2. Gevolgen voor de bestaande doelgroep (bijv. huidige Wswmedewerkers)
+/-
• •
(Beperkte) afname aantal en diversiteit interne werksoorten. Meer kansen en ontwikkelmogelijkheden naar buiten voor het deel van de doelgroep dat daar van kan profiteren
3. Doelmatigheid
++
• • •
Betere aansluiting bij mogelijkheden doelgroep, betere benutting potentieel doelgroep Groter deel doelgroep Participatiewet in ontwikkeling. Schaalvoordelen.
4. Financiële inpasbaarheid in beschikbare budgetten
++
• •
In deze variant wordt veel geld bespaard op de rijksmiddelen, maar minder dan in variant 1, omdat meer mensen aan het werk worden geholpen. Op taakniveau is er bij LKS-BIJ een negatief saldo dat ruimschoots wordt gecompenseerd door besparingen op de andere onderdelen, op voorwaarde dat Ergon op de andere onderdelen het hoge operationeel resultaat blijft realiseren.
5. (Financiële) risico’s
-
• • • •
Onvoldoende geschikte extra instroom (+250), waardoor deel investeringen voor niets worden gedaan Inhoudelijk en financieel risico bij onvoldoende slagen van beweging naar LKS-via Impact risico beweging naar buiten is vergroot tov variant 1 door grotere doelgroep (+250). Kosten van het ombouwen en herstructureren van de organisatie die meer gericht is op begeleiding bij reguliere werkgevers, ontwikkeling, doorstroom, uitstroom en opvang van medewerkers die het even niet redden bij reguliere werkgevers.
6. Mate van verandering voor Ergon
-
•
Aanzienlijke verandering door wijziging interne werksoorten en werkwijze gericht op beweging naar buiten en meer integratie tussen werk- en ontwikkelbedrijf. Groei in omvang beperkt wijziging interne werksoorten.
7. Aansluiting bij lokale en regionale context
+
• •
Inspelen op regionale arbeidsmarkt lukt beter door beweging naar buiten Mogelijkheid grotere instroom uit uitkering te faciliteren (gemeente)
8. Waarborgen dat mensen maximaal worden ontwikkeld en geplaatst
++
• •
Meer mogelijkheden voor ontwikkeling bij reguliere werkgevers Groter deel doelgroep Participatiewet in ontwikkeling.
9. Omvang en variatie in het eigen werkaanbod van Ergon
+
•
Behoud interne werksoorten
74989-Openbaar
26
STRATEGISCHE KOERS: WEGING VARIANTEN
Overzichtstabel
Variant 1
Variant 2
Variant 3
1. Gevolgen voor de nieuwe doelgroep
+/-
+/-
+
2. Gevolgen voor de bestaande doelgroep (bijv. huidige Wswmedewerkers)
-
+/-
+/-
3. Doelmatigheid
+
+/-
++
4. Financiële inpasbaarheid in beschikbare budgetten
+++
+
++
5. (Financiële) risico’s
+/-
--
-
6. Mate van verandering voor Ergon
--
+
-
7. Aansluiting bij lokale en regionale context
+
++
+
8. Waarborgen dat mensen maximaal worden ontwikkeld en geplaatst
+
-
++
9. Omvang en variatie in het eigen werkaanbod van Ergon
-
++
+
Wegingscriterium
74989-Openbaar
27
STRATEGISCHE KOERS: WEGING VARIANTEN
Uitkomst multicriteria-analyse De multicriteria-analyse laat in grote lijnen het volgende zien. • Variant 1 biedt vooral het voordeel dat de doelgroep meer kan worden ontwikkeld en relatief meer zal worden geplaatst bij reguliere werkgevers. Dit leidt tot goedkopere dienstverlening, het beter benutten van het arbeidspotentieel van de doelgroep, medewerkers die aan de slag zijn in een meer reguliere omgeving en het bieden van arbeidskrachten voor werkgevers. De variant brengt wel krimp bij interne werksoorten met zich mee. Dat geeft onzekerheid voor de huidige doelgroep, vermindering van een divers intern werkaanbod en een risico op desinvesteringen. De variant vraagt om een forse reorganisatie en heroriëntatie van de organisatie, die meer gericht is op begeleiding bij reguliere werkgevers, ontwikkeling, doorstroom, uitstroom en
opvang van medewerkers die het even niet redden bij reguliere werkgevers. • Variant 2 biedt het voordeel dat een groter deel van de doelgroep van de Participatiewet wordt bediend. Er worden 330 personen (250 fte) extra aan het werk geholpen vanuit het zittend bestand bijstand. Rekening houdend met het BUIG-saldo, vallen het effect op de gemeentebegroting en de maatschappelijke kosten en baten positief uit. De regio zou met deze ambitie een notering in de subtop van Nederlandse gemeenten behalen als het gaat om de activering van uitkeringsgerechtigden via loonkostensubsidies. Deze ambitie brengt met zich mee dat een grotere doelgroep dienstverlening moet worden geboden, waarvan gedeeltelijk ook intern.
• Variant 3 combineert de voordelen van beide varianten, maar we zien ook dat de belangrijkste nadelen van variant 1 en 2 hier wegvallen. Variant 3 vereist minder krimp van interne werksoorten, omdat de toename van de doelgroep deels compenseert voor de beweging naar buiten. Die beweging naar buiten betekent ook dat de financiële consequenties beperkter zijn. De risico’s van deze variant zijn wel een optelsom van die van beide andere varianten: als de beweging naar buiten onvoldoende slaagt, is er een grotere doelgroep die toch aangewezen raakt op andere, duurdere, vormen van werk. En als de instroom vanuit het uitkeringsbestand achterwege blijft, is mogelijk alsnog afschaling van interne werksoorten nodig. In het licht van de uitgesproken bestuurlijke wens om de beweging naar buiten te maken en om een stevige basis aan interne werksoorten te behouden lijkt
variant 3 het meest aantrekkelijk. Dit vraagt echter wel het omarmen van een uitdagende ambitie om 330 uitkeringsgerechtigden vanuit het zittend bestand, aanvullend in dienstverlening bij Ergon te gaan brengen en een ombouw en herstructureren van de bestaande organisatie van Ergon, voornamelijk in relatie met het traject vernieuwing sociaal domein bij de gemeente Eindhoven.
74989-Openbaar
28
Uitwerking voorkeursvarianten en afspraken
74989-Openbaar
STRATEGISCHE KOERS: UITWERKING VOORKEURSVARIANTEN EN AFSPRAKEN
Strategische koers (1) Op basis van de verkenning en weging van varianten zijn in de bestuurscommissie variant 1 en 3 geselecteerd als voorkeursvarianten. In de volgende pagina’s adviseren wij over de strategische koers die hieruit volgt en de daarbij behorende (financiële) afspraken. Wat is de betekenis van de strategische koers? De gekozen strategische koers vormt de basis voor de wijze waarop Ergon de komende zeven jaar de transitie van de Participatiewet vormgeeft. De koers wordt gebaseerd op inhoudelijke ambities en een financiële doorrekening van de te verwachten effecten hiervan voor de komende zeven jaar. De
consequenties van de voorkeursvarianten voor Ergon zijn ingrijpend en vragen een paradigmashift van de organisatie. Het vorm geven hiervan zal tijd vergen. De koers dient dan ook te worden uitgewerkt in een bedrijfsplan. Daarbij hoort ook een portfolioanalyse, waarbij wordt onderzocht welke werksoorten passen bij de gekozen strategie. Belangrijke kanttekening hierbij is dat de Participatiewet een uitdaging vormt waarin nog veel onzekerheden verscholen liggen. In de praktijk zal blijken of de aannames en verwachtingen ten aanzien van de doelgroep aan wie gemeenten via Ergon dienstverlening willen bieden en ten aanzien van hun
mogelijkheden om bij reguliere werkgevers aan de slag te gaan bewaarheid worden. De strategische koers is daarmee een betekenisvolle richting en een uitgangspunt voor vervolgkeuzes, maar zou geen dwingend keurslijf moeten zijn. Gemeenten en Ergon committeren zich met de koers aan een inzet om de getalsmatige basis van de voorkeursvariant te realiseren (aantallen personen en bijbehorende financiën). Tegelijkertijd realiseren zij zich dat de werkelijkheid zich vermoedelijk in een bandbreedte hier omheen zal bevinden. Gaandeweg zullen gemeenten en Ergon daarom moeten blijven toetsen of de afgesproken richting nog altijd wenselijk en haalbaar is en zich volgens het verwachte tempo ontwikkelt. Een en ander vraagt om flexibiliteit bij de uitwerking van deze koers in concrete (financiële) afspraken tussen gemeenten en Ergon. Dit vraagt ook om een
toereikende bekostiging die meebeweegt met de maatschappelijke behoefte en die leidt tot een toekomstbestendige organisatie met voldoende capaciteit om tijdig en adequaat de benodigde ondersteuning te kunnen aan de mensen die dat nodig hebben. Een goede strategische koers is dus krachtig in zijn ambitie én wendbaar in zijn praktische vertaling.
74989-Openbaar
30
Strategische koers (2) Wat is de beweging die gemeenten willen maken? Gemeenten willen met Ergon graag de brede doelgroep blijven bedienen en voor alle mensen met een arbeidsbeperking passend aanbod ontwikkelen. Daarbij is de ambitie om mensen zo regulier mogelijk aan de slag te laten gaan, dus waar mogelijk bij reguliere werkgevers. De gemeenten willen daarom met Ergon een stap maken van (vooral) een werkvoorzieningschap naar een werkontwikkelbedrijf waarin de ontwikkeling van de doelgroep centraal staat. Voorkeursvarianten 1 en 3 sluiten aan bij deze ambitie voor de doelgroep. Met deze varianten wordt het arbeidspotentieel van de doelgroep beter benut. Zo kunnen medewerkers in een meer reguliere omgeving aan de slag en worden aan werkgevers arbeidskrachten geboden door een organisatie die meer gericht is op begeleiding bij reguliere werkgevers en op de opvang van medewerkers die het even niet redden bij reguliere werkgevers. In variant 3 kan een aanvullende groep bijstandsgerechtigden gebruik maken van de infrastructuur. Deze varianten leiden ook tot goedkopere dienstverlening. Dat komt doordat het aantal dienstbetrekkingen bij Ergon omlaag gaat en er meer
mensen bij reguliere werkgevers in dienst treden. Dat betekent dat een aantal medewerkers die eerder in dienst zouden zijn bij Ergon, nu in dienst zijn bij reguliere werkgevers. De kosten per medewerker bij reguliere werkgevers zijn lager dan de kosten als ze in dienst zijn bij Ergon. In variant 3 wordt dit effect voor de gemeente Eindhoven gedempt door de toevoeging van een aanvullende groep bijstandsgerechtigden uit Eindhoven. Daar tegenover staan besparingen op het BUIG. Bovenstaande koers vraagt om een forse reorganisatie en heroriëntatie van de organisatie Ergon. In het hoofdstuk transitieplan wordt de inhoud
daarvan nader uiteengezet. Hieraan zijn randvoorwaarden en risico’s verbonden, waar we in de volgende pagina’s bij stil zullen staan. De koers vraagt ook om het meenemen van werkgevers in deze beweging, zodat medewerkers daadwerkelijk een passende plek kan worden geboden.
74989-Openbaar
31
Strategische koers (3) Plausibiliteit Onze inschatting is dat het verandertempo van de voorkeursvarianten haalbaar
is, omdat het aanbod bepaald wordt door de instroom van nieuwe doelgroepen in het kader van de Participatiewet en omdat in de bijstand nog sprake is van deels onbenut arbeidspotentieel. Van de totale doelgroep heeft 77% en uitkering en is 23% aan het werk met een LKS of in het kader van de Wsw. Aan de vraagkant van de arbeidsmarkt is op basis van de spanningsindicator van het UWV in de arbeidsmarktregio rond Eindhoven sprake van een zeer grote (bovengemiddelde) arbeidsmarktkrapte. Tegelijkertijd zien we dat de arbeidsmarktregio Zuid-Oost Brabant gemiddeld scoort voor wat betreft het aantal personen dat staat ingeschreven in het doelgroepregister als percentage van de werkzame beroepsbevolking. Dat lijkt erop te wijzen dat er nog voldoende absorptiecapaciteit is in de arbeidsmarkt voor mensen met een
arbeidsbeperking. Zie de grafiek hiernaast.
74989-Openbaar
32
STRATEGISCHE KOERS: UITWERKING VOORKEURSVARIANTEN EN AFSPRAKEN
Extra te reserveren gemeentelijke budgetten variant 1 ten opzichte van de nulvariant Mutatie gemeentelijke bijdrage voor begeleiding 2027 2028 2029 Eindhoven -€ 209.305 -€ 265.746 -€ 459.798 Heeze-Leende -€ 5.495 -€ 5.218 -€ 5.552 Valk enswaard -€ 11.846 € 1.965 -€ 5.363 Veldhoven -€ 32.955 -€ 45.374 -€ 52.778 Waalre -€ 8.925 -€ 6.644 -€ 10.212 Totaal -€ 268.527 -€ 321.017 -€ 533.703
2030 -€ 686.745 -€ 5.886 -€ 13.966 -€ 60.183 -€ 14.330 -€ 781.111
2031 -€ 812.471 -€ 17.054 -€ 19.068 -€ 67.587 -€ 16.937 -€ 933.117
2032 -€ 858.527 -€ 25.513 -€ 21.305 -€ 83.404 -€ 18.306 -€ 1.007.054
Negatieve bedragen geven een verlaging van te reserveren budgetten aan ten opzichte van de nulvariant. NB1: Wsw-rijksbijdrage gaat volledig naar Ergon. NB2: Loonkostensubsidies worden door het Rijk gecompenseerd. NB3: de bedragen zijn berekend ten opzichte van de berekende bedragen in de nulvariant. NB4: de gemeentelijke bijdrage voor het participatiebedrijf is in alle varianten gelijk.
74989-Openbaar
33
STRATEGISCHE KOERS: UITWERKING VOORKEURSVARIANTEN EN AFSPRAKEN
Extra te reserveren gemeentelijke budgetten variant 2 ten opzichte van de nulvariant Mutatie gemeentelijke bijdrage voor begeleiding 2027 2028 2029 Eindhoven € 1.417.468 € 1.919.755 € 2.567.724 Heeze-Leende €0 €0 €0 Valk enswaard €0 €0 €0 Veldhoven €0 €0 €0 Waalre €0 €0 €0 Totaal € 1.417.468 € 1.919.755 € 2.567.724
2030 € 3.221.242 €0 €0 €0 €0 € 3.221.242
2031 € 3.224.414 €0 €0 €0 €0 € 3.224.414
2032 € 3.221.745 €0 €0 €0 €0 € 3.221.745
Negatieve bedragen geven een verlaging van te reserveren budgetten aan ten opzichte van de nulvariant. NB1: Wsw-rijksbijdrage gaat volledig naar Ergon. NB2: Loonkostensubsidies worden door het Rijk gecompenseerd. NB3: de bedragen zijn berekend ten opzichte van de berekende bedragen in de nulvariant. NB4: de bijdrage voor het participatiebedrijf is in alle varianten gelijk.
74989-Openbaar
34
STRATEGISCHE KOERS: UITWERKING VOORKEURSVARIANTEN EN AFSPRAKEN
Extra te reserveren gemeentelijke budgetten variant 3 ten opzichte van de nulvariant Mutatie gemeentelijke bijdrage voor begeleiding 2027 2028 2029 Eindhoven € 1.181.635 € 1.609.912 € 2.016.514 Heeze-Leende -€ 5.495 -€ 5.218 -€ 5.552 Valk enswaard -€ 11.846 € 1.965 -€ 5.363 Veldhoven -€ 32.955 -€ 45.374 -€ 52.778 Waalre -€ 8.925 -€ 6.644 -€ 10.212 Totaal € 1.122.414 € 1.554.640 € 1.942.609
2030 € 2.377.845 -€ 5.886 -€ 13.966 -€ 60.183 -€ 14.330 € 2.283.478
2031 € 2.162.819 -€ 17.054 -€ 19.068 -€ 67.587 -€ 16.937 € 2.042.173
2032 € 2.180.729 -€ 25.513 -€ 21.305 -€ 83.404 -€ 18.306 € 2.032.201
Negatieve bedragen geven een verlaging van te reserveren budgetten aan ten opzichte van de nulvariant. NB1: Wsw-rijksbijdrage gaat volledig naar Ergon. NB2: Loonkostensubsidies worden door het Rijk gecompenseerd. NB3: de bedragen zijn berekend ten opzichte van de berekende bedragen in de nulvariant. NB4: de bijdrage voor het Participatiebedrijf is in alle varianten gelijk.
74989-Openbaar
35
STRATEGISCHE KOERS: UITWERKING VOORKEURSVARIANTEN EN AFSPRAKEN
Randvoorwaarden en risico’s (1) Voor Ergon betekenen de voorkeursvarianten een grote omslag. Om deze omslag goed te kunnen maken moet aan de volgende randvoorwaarden worden voldaan: • Er moet een duidelijk plan met richting zijn geformuleerd, waarin alle medewerkers worden meegenomen. • Het plan dient niet als keurslijf maar beschrijft een richting. Dat laat onverlet dat er duidelijke doelstellingen worden geformuleerd om de richting te bepalen. Een afrekencultuur wordt voorkomen. • De Participatiewet is een gezamenlijk project van uitvoering, bestuur en politiek. Er is sprake van een goede en geïntegreerde ketensamenwerking. De uitvoering is onderdeel van het arbeidsmarktbeleid en aangesloten op de regionale werkcentra. Werkgevers worden breed vanuit de gemeenten (W&I, EZ, bestuur, uitvoering) geënthousiasmeerd en aangezet om kansen te bieden aan mensen met een ondersteuningsbehoefte. • Ontwikkeling en vooruitgang betekent het nemen van risico’s. Er zullen ook fouten worden gemaakt. Daarvan moet worden geleerd. De voornaamste risico’s die verbonden zijn aan deze varianten zijn:
• De beschikbare capaciteit wordt niet volledig benut cq er zijn minder mensen die van de ondersteuning en voorzieningen gebruik (kunnen) maken dan verwacht. Beheersmaatregel: adequaat ramen en begroten. Maximale inzet plegen, samen met de ketenpartners, om conform raming mensen te stimuleren aan het werk te gaan en voor zover nodig bij Ergon. • De rijksoverheid bezuinigt op de beschikbare budgetten, zoals voor de Wsw en beschut werk. Of het verdeelmodel BUIG wordt herijkt, wat negatief uitpakt voor de betrokken gemeenten. Beheersmaatregel: lobby in Den Haag en via Cedris, Divosa en VNG. Indien er bezuinigd wordt snel schakelen en meteen de consequenties voor gemeenten en Ergon in beeld brengen alsmede de te nemen maatregelen.
• De veranderingen leiden tot een andere of verkeerde focus, waardoor de financiële resultaten verslechteren. Beheersmaatregel: goede bedrijfsvoering blijft een noodzakelijke voorwaarde om het gewenste beleid te kunnen blijven uitvoeren. • Een afrekencultuur in de relatie gemeenten – Ergon en de relatie politiek – bestuur. Beheersmaatregel: goede communicatie richting alle partijen en alle betrokkenen goed in het proces en de beweging meenemen. De verschillende stakeholders deelgenoot maken.
74989-Openbaar
36
STRATEGISCHE KOERS: UITWERKING VOORKEURSVARIANTEN EN AFSPRAKEN
Randvoorwaarden en risico’s (2) In variant 1 is sprake van forse krimp van het aantal dienstverbanden bij Ergon. Dit brengt de volgende aanvullende risico’s met zich mee: • De gemiddelde loonwaarde van de medewerkers bij Ergon gaat zo ver omlaag dat de financiële resultaten minder worden dan verwacht. • Relatief veel uitval van medewerkers bij reguliere werkgevers, die vervolgens weer gere-integreerd moeten worden door Ergon. • Bestaande capaciteit moet worden afgebouwd. Dat kan leiden tot onverwacht hoge kosten. • De organisatie of werksoorten komen in een krimpsituatie. Mogelijk moeten werksoorten worden afgestoten. Dat kan negatieve impact hebben op de achterblijvende medewerkers. • Ergon blijft voldoende aandacht houden voor ontwikkeling en innovatie. Zo bieden AI en technologische ontwikkelingen zowel kansen als risico’s voor de doelgroep. Innovatie maakt het enerzijds mogelijk dat mensen met een beperking werkzaamheden kunnen verrichten die zij voorheen niet konden verrichten. Anderzijds nemen kansen af, omdat werk dat voorheen door mensen met een beperking kon worden gedaan wordt overgenomen door machines. Ergon moet op dit soort ontwikkelingen blijven inspelen.
In variant 3 wordt de dienstverlening van Ergon uitgebreid met 250 fte ten behoeve van extra instroom vanuit de doelgroep bijstandsgerechtigden. Dit brengt de volgende aanvullende risico’s met zich mee: • De 250 fte wordt gezien als een hard target, waardoor mensen in de bijstand onder druk kunnen komen te staan om aan het werk te gaan op plekken die niet passend of ongeschikt zijn. Oplossing: de nadruk wordt gelegd op de te maken beweging. Hier wordt goed over gecommuniceerd, zowel richting raden, colleges, bestuur, inwoners en uitvoering. Een afrekencultuur wordt voorkomen. Dat laat onverlet dat maximaal erop wordt ingezet dat mensen vanuit de uitkering aan het werk worden geholpen.
• Mensen in de bijstand die al langere tijd in de bijstand zitten worden ‘ineens’ benaderd om aan het werk te gaan. Dat kan leiden tot onrust en ongemak. Ook hier geldt dat de beweging met grote zorgvuldigheid en voldoende communicatie moet worden ingezet. • De aantallen worden niet gerealiseerd, waardoor bij Ergon overcapaciteit ontstaat. Dat wordt opgevangen doordat – als de aantallen achterblijven bij de verwachtingen - lopende het jaar geen neerwaartse bijstelling van de budgetten plaatsvindt en als de aantallen achterblijven bij de verwachtingen voor één jaar de bedrijfskosten worden vergoed. 74989-Openbaar
37
STRATEGISCHE KOERS: UITWERKING VOORKEURSVARIANTEN EN AFSPRAKEN
Positionering van Ergon binnen dienstverlening P-wet Uitdagingen bij samenwerken aan de doelen van Participatiewet
Keuzes in de positionering van Ergon
Ergon is samen met andere ketenpartners (WIJ, WGT en afdelingen W&I
Met het oog op de bovenstaande uitdagingen, de huidige inrichting van de
van de gemeenten) binnen de sociale infrastructuur verantwoordelijk voor
sociale infrastructuur en de gekozen voorkeursvariant(en) adviseert
de uitvoering van de Participatiewet. Er is geen centrale regie op het gehele
Berenschot het volgende:
proces. Dat maakt het lastig om te sturen op het realiseren van de centrale doelstellingen van de Participatiewet: zoveel mogelijk mensen, zo snel
• Gemeenten en Ergon versterken (liefst: integreren) de relatie van Ergon