CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1c - TAM-omgevingsplan Prinsejagt - Motivering

Raadsvergadering 9 september 2025, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling TAM omgevingsplan Prinsejagt30.627 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Een bijzondere betekenis heeft de historische kern van Eindhoven, die als stad al in de loop van de late middeleeuwen een belangrijke regionale economische en bestuurlijke rol vervulde. Daarnaast kent de gemeente uit deze periode een aantal (verdwenen) hoeven, kasteeltjes, kerken, (water)molens en dergelijke die zowel archeologisch en cultuurlandschappelijk van hoge waarde zijn. Archeologische waarnemingen binnen en ook buiten de van oorsprong laatmiddeleeuwse historische kernen bieden mogelijkheden om meer te weten te komen over de ontstaansgeschiedenis, ontwikkeling en bewoningsdynamiek tussen de plattelandsdorpen en de stad in wording en kunnen daarmee een verrijking vormen voor de lokale en regionale geschiedenis. Daarnaast zijn in de gemeente resten van ondergronds militair erfgoed te verwachten. In de Tweede Wereldoorlog lag hier bijvoorbeeld een militair vliegveld ('Fliegerhorst Eindhoven') en de gemeente maakte deel uit van het operatieterrein 'Market Garden' van het 84

vastgesteld TAM-omgevingsplan Prinsejagt (Van Zinnicqstraat) Gemeente Eindhoven

geallieerde bevrijdingsleger.

Meldingsplicht toevalsvondsten De wettelijke meldingsplicht voor archeologische toevalsvondsten geldt altijd (art. 5.10 Erfgoedwet 2016). Mochten tijdens grondwerkzaamheden (vermoedelijke) archeologische resten (vondsten, muurwerk, grondsporen et cetera) worden aangetroffen, dan dienen deze direct gemeld te worden aan de Minister van OCW en bij de (afdeling Omgevingskwaliteit) gemeente Eindhoven. Vervolgens zal bepaald worden of, en zo ja welke, aanvullende maatregelen getroffen dienen te worden.

7.12.2

Toetsing

Het Paraplubestemmingsplan archeologie 2023 (onderdeel omgevingsplan) stelt regels met betrekking tot de bescherming van mogelijk in de bodem aanwezige archeologische waarden. Binnen het projectgebied komen verschillende beschermingsregimes voor:

Archeologische verw achting

Onderzoeksplicht bij bodem ingrepen:

Dubbelbestem m ing

Waardering

Groter dan

Dieper dan

Waarde - Archeologie 3

Terrein van archeologische w aarde

50 m²

30 cm-mv

Waarde - Archeologie 4

Hoge verw achting, historische kern

100 m²

30 cm-mv

Waarde - Archeologie 5

Middelhoge archeologische verw achting

2.500 m²

30 cm-mv

Uitsnede Archeologische waardenkaart Eindhoven. Projectgebied blauw omlijnd.

Het meest westelijke deelgebied is deels aangewezen als terrein met archeologische waarde. De rest van dit deelgebied, het volledige middelste deelgebied en een stukje van het oostelijke deelgebied hebben een hoge verwachting (historische kern, zone rondom terrein van hoge vastgesteld TAM-omgevingsplan Prinsejagt (Van Zinnicqstraat) Gemeente Eindhoven

85

archeologische verwachting). Het overige deel van het oostelijke deelgebied is aangemerkt als een gebied met middelhoge verwachting.

Vanwege de hoge archeologische verwachting in twee van de drie deelgebieden is archeologisch onderzoek uitgevoerd. De rapportage is opgenomen als bijlage bij deze motivering.

Uit het archeologisch bureauonderzoek komt naar voren dat er zich geen archeologische vindplaatsen bevinden binnen of direct nabij het projectgebied. In de wijdere omgeving (1.000 m) zijn er twee vindplaatsen aanwezig. Het betreft twee relatief dicht bij elkaar liggende locaties waarvan één een urnenveld uit de late bronstijd - ijzertijd is. Bij de andere gaat het om handgevormd aardewerk uit de periode late bronstijd - Romeinse tijd, alsmede om een neolithische stenen bijl.

In het projectgebied komen geen gradiëntzones voor en zodoende worden geen vindplaatsen van jagerverzamelaars verwacht. Voor de periode van de landbouwers geldt een middelhoge verwachting voor de complextypen bewoning, begraving, ambacht, infrastructuur en landbouw. Er geldt ook een hoge verwachting op het aantreffen van resten van het wegtracé van de Nieuwe Dijk. Er liggen enkele mangaten uit de Tweede Wereldoorlog binnen het plangebied, parallel aan de Nieuwe Dijk.

Op basis van het bureauonderzoek heeft vervolgens inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) plaatsgevonden. Hieruit bleek dat de bodem binnen het plangebied sterk verstoord is: er is minstens 70-90 cm van de oorspronkelijke bodem verdwenen. Daarom worden er nauwelijks tot geen archeologische resten meer verwacht. Omdat vanwege de diepe verstoringen de kans op waardevolle archeologische resten en op relevante kenniswinst klein wordt geacht, wordt verder archeologisch onderzoek door het archeologisch onderzoeksbureau niet zinvol geacht.

Gemeente Eindhoven neemt deze conclusie als bevoegd gezag over en heeft besloten dat geen vervolgonderzoek nodig is en het plangebied vrij te geven voor de geplande civieltechnische werkzaamheden.

7.12.3

Conclusie

Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit wijzigingsbesluit.

7.13

Cultuurhistorie

7.13.1

Algemeen

Op 29 november 2022 is de cultuurhistorische waardenkaart van Eindhoven geactualiseerd. De kaart dient als beleidskader om bij ruimtelijke ontwikkelingen in de stad rekening te kunnen houden met de cultuurhistorie van Eindhoven. De kaart bestaat uit twee deelwaardenkaarten, te weten de waardenkaart historisch cultuurlandschap en de waardenkaart historische stedenbouw en erfgoed.

86

vastgesteld TAM-omgevingsplan Prinsejagt (Van Zinnicqstraat) Gemeente Eindhoven

Op de waardenkaart historisch cultuurlandschap zijn aangegeven en gewaardeerd de historische landschappelijke gebieden (incl. historische nederzettingslocaties) en elementen (landschapselementen infrastructuur, waterstaat, opgaand groen, religie en funerair erfgoed en reliëf), die belangrijk zijn voor de herkenbaarheid van de historische ontwikkeling van Eindhoven

Op de waardenkaart historische stedenbouw en erfgoed zijn aangegeven de beschermde rijksen gemeentelijke monumenten, beschermde stads- en dorpsgezichten, gemeentelijke archeologische monumenten, cultuurhistorisch waardevolle objecten, historisch waardevolle kunstwerken, historische wegen en waterlopen, historisch-stedenbouwkundige structuren en waardevol aangelegd groen en bomen, die belangrijk zijn voor de herkenbaarheid van de historische ontwikkeling van Eindhoven.

7.13.2

Toetsing

Gemeente Eindhoven beschikt over een cultuurhistorische waardenkaart. Op de cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente is te zien dat er in de nabijheid van het project twee relevante cultuurhistorische elementen voorkomen, te weten de Jacob van Campenweg en de voormalige H. Vincentius a Paulo kerk. De kerk (met pastorie en klokkentoren) is een gemeentelijk monument. De Jacob van Campenweg is een laatste overblijfsel van een oude zandweg die dwars over de toenmalige heide liep en de Woenselse schuurkerk aan de Woenselsestraat met de schuurkerk in Acht verbond. Het is dan ook een stukje historische wegenstructuur van vóór 1832. Ook de bomenrij die deze weg deels begeleid is cultuurhistorisch waardevol.

Uitsnede Cultuurhistorische waardenkaart Eindhoven. Projectgebied blauw omlijnd.

Binnen het projectgebied zelf komen geen monumenten of cultuurhistorisch waardevolle objecten. Wel is ervoor gekozen om de Jacob van Campenweg met een langzaamverkeersverbinding tussen de nieuwe woongebouwen door te trekken tot aan de Van Zinnicqstraat. Daarnaast is tijdens het participatietraject naar voren gekomen dat bewoners de huidige magnoliaboom in één van de achtertuinen behoudenswaardig vinden. De boom heeft vastgesteld TAM-omgevingsplan Prinsejagt (Van Zinnicqstraat) Gemeente Eindhoven

87

volgens hen symbolische waarde doordat deze is gepland door één van de eerste bewoners die er tot aan de sloop van de woningen hebben gewoond. De boom blijft behouden en is dan ook opgenomen in het groene inrichtingsplan.

7.13.3

Conclusie

Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit wijzigingsbesluit.

7.14

Duurzaamheid

7.14.1

Algemeen

De ambities van de gemeente op het gebied van duurzaamheid zijn vastgelegd in het raadsprogramma Duurzaamheid. Een duurzame stad is een stad die rekening houdt met de behoeften van de huidige generatie zonder die van toekomstige generaties in gevaar te brengen. Onderstaande tekst legt concreet uit wat we als stad willen en waar dat op gebaseerd is.

CO2 reductie Het klimaat verandert door de toegenomen uitstoot van CO2. Dat gaat sneller dan we gedacht hadden. De temperatuur op aarde neemt toe waardoor de weersomstandigheden extremer worden: meer hitte, meer droogte, hevigere neerslag, meer stormen enz. Om de gevolgen van de klimaatverandering beperkt te houden, moet de CO2 uitstoot drastisch dalen. Wereldwijd zijn eind 2015 afspraken gemaakt om te pogen het probleem van klimaatverandering zoveel mogelijk te beperken: het klimaatakkoord van Parijs. Eindhoven onderschrijft dat akkoord door de in 2016 vastgestelde Klimaatverordening040. Hierin is vastgelegd dat de CO2 emissie van de stad teruggedrongen moet worden met 55% in 2030 en 95% in 2050. Referentiepunt daarbij is de emissie in het jaar 1990. De gemeenteraad heeft in het Klimaatplan 2021-2025 de doelstellingen van de klimaatverordening uitgewerkt.

1A) Aardgasloze verwarming Om de vereiste 95% reductie in CO2 uitstoot te realiseren is op termijn een volledig aardgasloze verwarming van de gebouwde omgeving noodzakelijk. We zetten daar als gemeente op in en dit is nadrukkelijk ook het Rijksbeleid. Per 1 juli 2018 is de Wet voortgang energietransitie in werking getreden. Te bouwen bouwwerken (in gewone taal: nieuwbouw) voor kleinverbruikers – woningen, winkels, kantoren – mogen niet langer worden aangesloten op aardgasnetten. Daarnaast streeft de gemeente er nadrukkelijk naar te voorkomen dat ALLE nieuwe ontwikkelingen nog op aardgas worden aangesloten. In het Klimaatplan 2021-2025 heeft de gemeenteraad vastgelegd dat 'zoveel mogelijk voorkomen moet worden dat nieuwbouw nog wordt aangesloten op aardgas'. Het is voor bouwers en ontwikkelaars verstandig om zich te realiseren dat aardgas uitgefaseerd zal gaan worden en ook daar waar het nog niet wettelijk is bepaald nu al aardgasloos te bouwen of in ieder geval zodanig dat een alternatieve warmtevoorziening in de toekomst zonder grote ingrepen mogelijk is.

1B) Duurzame mobiliteit Om de vereiste 95% reductie in CO2 uitstoot in 2050 te bereiken, is een volledig CO2-emissievrije mobiliteit noodzakelijk. Dit betekent dat op termijn voertuigen op fossiele brandstoffen (benzine, diesel en LPG) volledig zullen verdwijnen en vervangen zullen worden 88

vastgesteld TAM-omgevingsplan Prinsejagt (Van Zinnicqstraat) Gemeente Eindhoven

door emissievrije voertuigen (elektrisch, waterstof of anderszins). Naast emissievrije voertuigen, willen we ook minder voertuigen in het centrum van de stad om daarmee de leefbaarheid in onze groeiende stad overeind te houden. Dat betekent meer ruimte voor fietsen, wandelen smart mobility concepten, met een belangrijke rol voor autodelen, autonoom rijden en slimme openbaar vervoerconcepten.

1C) warmte- en energiebesparing Om tot een reductie van 95% CO2 uitstoot te komen in 2050 moeten we naast het dichtdraaien van de aardgaskraan, het overgaan op emissievrije mobiliteit en het zoveel mogelijk duurzaam opwekken, ook naar grote besparingen in energie en warmte. Dit kan door isolatie, mogelijkheden voor opslag, innovatieve technieken enz.

1D) duurzame energie opwekking Naast de reductie in CO2, willen we als stad ook graag in 2045 energieneutraal zijn. Dat betekent dat de hoeveelheid energie die we dan als stad gebruiken, bij voorkeur binnen de grenzen van stad of regio duurzaam opgewekt wordt. Om dit te realiseren is het noodzakelijk dat alle kansen voor duurzame opwekking genomen worden. Met name op gebied van zonne-energie zijn er kansen in Eindhoven.

2 Circulaire Economie Circulaire economie is een economisch systeem dat bedoeld is om de herbruikbaarheid van producten en grondstoffen te maximaliseren en waardevernietiging te minimaliseren. We willen een afvalloze stad worden waar producten in gesloten technologische en biologische kringlopen gebruikt worden. (Grond)stoffen, materialen en producten die we gebruiken hebben geen negatieve effecten op mens en milieu, niet bij winning of productie, niet bij transport of gebruik en dus ook niet aan het einde van de levensduur. In ons plan van aanpak CE 2018-2020 hebben we de rijksambitie om in 2050 een circulaire economie te hebben onderschreven net als de ambitie om in 2030 50% minder primaire grondstoffen te gebruiken.

2A) duurzame materialen Materialen die in gesloten kringlopen steeds weer opnieuw gebruikt kunnen worden zonder schadelijke gevolgen voor mens of natuur, of die biologisch afbreekbaar zijn, zijn duurzame materialen.

2B) geen afval In 2020 willen we 0% restafval hebben. In eerste instantie geldt deze ambitie voor het huishoudelijk afval maar uiteindelijk voor alle afval.

2C) flexibel en demontabel bouwen Om te voorkomen dat gebouwen afgebroken moeten worden, moet bij het ontwerp al rekening gehouden worden met de flexibiliteit en demonteerbaarheid van het gebouw.

2D) deeleconomie/ as a service concepten De deeleconomie biedt een nieuw model voor consumptie en bezit. In plaats van telkens vastgesteld TAM-omgevingsplan Prinsejagt (Van Zinnicqstraat) Gemeente Eindhoven

89

nieuwe goederen aan te schaffen, kunnen we de spullen die we al bezitten delen en zo beter benutten. Betalen voor vervoer, verlichting, werkruimte enz. voorkomt dat we zelf voertuigen, lampen, stoelen enz. moeten bezitten. Door diensten als een service aan te bieden en niet als een product, kunnen ze efficiënter gebruikt worden en blijft de verantwoordelijkheid voor het (hergebruik van het) product bij de leverancier.

3) Natuur Eindhoven de groenste! Groene daken en gevels, biodiversiteit, klimaatadaptatie (het wordt steeds warmer en natter), stadslandbouw en aantrekkelijk groen voor recreatie, ontspanning en bewegen. Hoe dragen nieuwe en herontwikkelingen in Eindhoven hieraan bij? Brengt het schade toe aan bestaande natuur of biedt het kansen voor toevoeging/uitbreiding?

3A) biodiversiteit Om biodiversiteit te behouden wordt op Europees niveau gewerkt aan een duurzaam ecologisch netwerk van grote natuurgebieden met goede verbindingen. Ook in Eindhoven willen we ecologische versnippering in onze stad tegen gaan.

3B) oppervlakte groen We willen geen verlies van groen in de openbare ruimte en daar waar mogelijk het groen versterken, ook op of aan onze gebouwen.

4. Sociale basisbehoeften The Natural Step neemt de 9 menselijke behoefte van Manfred Max Neef als uitgangspunt. Omdat het hier om ruimtelijke projecten en activiteiten gaat, richten wij ons op de ruimtelijke component van deze basisbehoeften. We hebben het dan over klimaatadaptatie; gezonde lucht, bodem en water; beperkte geluidsoverlast; externe veiligheid; openbare ruimte om te ontmoeten en bewegen; bereikbaarheid van voorzieningen en het betrekken van bewoners bij projecten. Daarnaast spelen de sociale menselijke basisbehoeften wel een rol bij de aanschaf van materialen en diensten (we willen dat er maatschappelijk verantwoord ingekocht wordt).

4A) Klimaatadaptatie Extreme regen en onweersbuien, hittegolven en droogte komen steeds vaker voor. Met de beleidsregel 'Klimaatrobuust' beogen we in Eindhoven risico op schade in de nabije toekomst te beperken. Nieuwe (her)inrichtingen en ruimtelijke ontwikkelingen in de openbare en de private ruimte, waarbij de gemeente een rol heeft, worden voortaan aan de hand van deze beleidsregel ontwikkeld. We hanteren als uitgangspunt de voorkeursvolgorde gebruiken, vasthouden (infiltreren), vertragen en afvoeren van hemelwater. Groene maatregelen worden hierbij beloond met een lagere bergingsnorm en dragen tevens bij aan het voorkomen van hittestress.

4B) gezonde verstedelijking Hieronder verstaan we: gezonde lucht, bodem en water; beperkte geluidsoverlast; externe veiligheid en mogelijkheden om te bewegen en ontmoeten in de openbare ruimte

4C) participatieve stad, betrokkenheid van burgers en bereikbare voorzieningen 90

vastgesteld TAM-omgevingsplan Prinsejagt (Van Zinnicqstraat) Gemeente Eindhoven

We betrekken onze inwoners graag bij de ontwikkelingen en veranderingen die hen aangaan. Dit leidt tot meer draagvlak en betere eindresultaten. Onze ambities op gebied van duurzame mobiliteit mogen niet leiden tot een geringere bereikbaarheid van belangrijke voorzieningen.

Specifiek Eindhovens Daarnaast is er nog een aantal factoren die we specifiek op dit moment en in deze stad belangrijk vinden en die we extra waarderen. Het gaat dan om de zichtbaarheid van de duurzame successen, de duurzaamheid van de betrokken partijen zelf (hun MVO beleid) en het aansluiten bij het DNA van Eindhoven: TDK (technologie, design en kennis). Wat dat laatste betreft sluit innovatie daar dus goed bij aan.

Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen MVO is een integrale visie op een duurzame bedrijfsvoering. Een bedrijf dat maatschappelijk verantwoord onderneemt, maakt bij iedere bedrijfsbeslissing een afweging tussen de verschillende maatschappelijke en economische effecten hiervan, en houdt hierbij rekening met stakeholderbelangen. Elke bedrijfsbeslissing heeft immers invloed op de stakeholders (belanghebbenden) van een bedrijf. Dat kunnen medewerkers of klanten zijn, maar bijvoorbeeld ook omwonenden, leveranciers, investeerders en ook 'de maatschappij' in algemene zin.

7.14.2

Toetsing

Binnen het projectgebied maar ook op gebouwniveau wordt voldoende aandacht besteed aan duurzaamheid. Zo worden de nieuwe woningen gebouwd volgens de hedendaagse duurzaamheidseisen, waardoor het energieverbruik zo minimaal mogelijk is. Ook worden de gebouwen natuurinclusief gebouwd. Om de biodiversiteit te bevorderen worden inpandige nest-, paar- en/of kraamgelegenheden voor vogelsoorten en vleermuizen gerealiseerd. Een deel van de platte daken worden bedekt met sedum. Hiermee kan hemelwater langer op het dak worden vastgehouden (voordat het overtollige water wordt afgevoerd), wat belangrijk is in het kader van klimaatadaptatie. Sedumdaken dragen ook bij aan isolatie van woningen en dat is gunstig voor een lager energieverbruik en tegen hittestress. Bovendien leveren sedumdaken een bijdrage aan de biodiversiteit doordat ze bijen, vlinders, vliegen, spinnen en andere insecten aantrekken.

De nieuwe woongebouwen worden in een ruime setting ten opzichte van elkaar gepositioneerd. De omgeving rondom wordt groen aangekleed. Dit is enerzijds van belang voor de biodiversiteit, anderzijds is dit van belang in het kader van klimaatadaptatie. Bomen en andere opgaande beplanting zorgen voor schaduw en houden minder warmte vast dan gebouwen en erfverharding. Daarmee wordt hittestress tegengaan en bovendien kan in onverharde delen van het plangebied het hemelwater direct in de bodem infiltreren. Door ook de parkeervakken van de twee nieuwe parkeerterreinen aan de randen van het projectgebied halfverhard uit te voeren en infiltratiekratten onder de parkeerterreinen aan te brengen, wordt ervoor gezorgd dat al het hemelwater wat op de erfverharding binnen het plangebied neerkomt in het plangebied wordt vastgehouden en kan infiltreren.

Het project is tevens verbonden aan het initiatief 'De natuurlijke stad'. Daar wordt invulling aan gegeven door bijvoorbeeld inheemse plantsoorten te gebruiken. In het verdere ontwerp van Buro Lubbers wordt hier rekening mee gehouden.

Er is gekozen voor compacte gebouwvolumes, zodat het gebruik van materialen wordt beperkt vastgesteld TAM-omgevingsplan Prinsejagt (Van Zinnicqstraat) Gemeente Eindhoven

91

en waarmee we bijdragen aan de duurzaamheid van het gebouw. Daarbij gaat het niet alleen om het reduceren van het gebruik van materiaal, maar ook om de duurzaamheid van de nodige bouwmaterialen. Naast afwegingen op het gebied van materiaal en energieverbruik, is het gebruik van het gebouw een belangrijk thema tijdens het ontwerp. Een toekomstbestendig (en daarmee duurzaam) ontwerp vraagt om een fijne leefomgeving, waarin de gebruiker een belangrijke rol speelt. Een fijn woongebouw heeft de kans op een langere levensduur. En tot slot zal in het ontwerp zoveel mogelijk rekening worden gehouden met de flexibiliteit en demonteerbaarheid van de gebouwen.

Door een natuurinclusieve omgeving te creëren wordt bijgedragen aan de bewustwording van de toekomstige bewoners. Het gebouw wordt ingepast in het landschapsontwerp en bewoners en buurtgenoten worden betrokken worden bij het ontwerp en de inpassing.

7.14.3

Conclusie

In dit project is voldoende oog voor duurzaamheid.

7.15

Windhinder

7.15.1

Algemeen

Windhinder is een aspect van de fysieke leefomgeving (artikel 2.1 Omgevingswet). Hierdoor is het een onderdeel van de taak van de gemeente voor het evenwichtig toedelen van functies aan locaties (artikel 2.4 en 4.2 Omgevingswet) in het omgevingsplan. De Rijksoverheid heeft voor dit aspect van de fysieke leefomgeving geen instructieregels opgesteld. De gemeente Eindhoven heeft in de beleidsregel gemeentelijke normen windhinder een toetsingskader vastgesteld. 1. De gemeente Eindhoven kiest nadrukkelijk voor het toevoegen van hoge gebouwen binnen de stad. De gemeente Eindhoven stelt daarbij ook eisen aan windhinder en windgevaar. 2. Windhinder en windgevaar moeten conform NEN 8100:2006 in beeld worden gebracht. 3. Voor de openbare ruimte moet als ondergrens een 'goed' (zoals gekwalificeerd in NEN 8100:2006) windklimaat worden nagestreefd. Voor 'langdurig zitten' wordt altijd een kwalificatie 'goed' verlangd. Deze kwalificatie geldt ook voor 'slenteren' wanneer een hoofdentree van een gebouw in een dergelijk gebied is gelegen. Een beoordeling 'matig' kan eventueel na bestuurlijke afweging worden geaccepteerd, hierbij spelen kosten van windhinderbeperkende maatregelen en het ontbreken van alternatieven een rol.

Een 'slecht' windklimaat is niet toegestaan. In situaties waar, vanwege specifieke locatieomstandigheden, in zeer beperkte mate op niet voor verblijf relevante plekken, het windhinderklimaat in redelijkheid niet kan worden verbeterd, hebben B&W de bevoegdheid van deze eis af te wijken.

Bij windgevaar moet de kwalificatie 'gevaarlijk' te allen tijde worden vermeden.

92

vastgesteld TAM-omgevingsplan Prinsejagt (Van Zinnicqstraat) Gemeente Eindhoven

7.15.2

Toetsing

Volgens de genoemde NEN-norm kan met behulp van een beslismodel worden bepaald of windonderzoek nodig is: gebouwen hoger dan 30 meter: windonderzoek is nodig; beschut gelegen gebouwen, hoogte 15 tot 30 meter: specialist beoordeelt of windonderzoek nodig is; onbeschut gelegen gebouwen, hoogte tot 30 meter: specialist beoordeelt of windonderzoek nodig is. Dit project voorziet in drie woongebouwen van 4 tot 6 bouwlagen hoog, oplopend vanaf de buurt richting het park aan de noordzijde. De woongebouwen worden zodoende ongeveer 13 tot 25 meter hoog. De gebouwen liggen enigszins beschut tussen de bestaande en te behouden bomenrijen aan de Van Zinnicqstraat aan de zuidzijde (heersende windrichting is zuidwesten), de vierlaags bebouwing aan de Vignolaweg ten westen en de bomen in het park aan de noordzijde.

De nieuwe woongebouwen komen ongeveer 40 meter uit elkaar te staan en op 40 meter afstand van omliggende woningen. Gelet op deze omstandigheden is een windonderzoek niet nodig. Aangenomen mag worden dat het project niet dusdanig op het windklimaat van invloed is dat niet langer sprake is van een goed windklimaat.

7.15.3

Conclusie

Het aspect windhinder vormt wijzigingsbesluit.

7.16

Bezonning

7.16.1

Algemeen

geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit

Er bestaan geen wettelijke normen die zien op een minimum aantal zonuren per dag in een woning of op een balkon. De wetgever heeft ervoor gekozen regulering hiervan over te laten aan bestuursorganen. Dit betekent dat bestuursorganen op dit onderwerp beleidsruimte hebben.

In juli 2024 zijn de 'Beleidsregels voor bezonning woningen 2024' vastgesteld. Deze vervangen het bezonningsbeleid uit 2017. Het bezonningsbeleid geldt voor de hele stad. Dit gaat over de hoeveelheid zonlicht op de gevel en in de tuin. In het vorige bezonningsbeleid gelden de bezonningsregels niet in de binnenstad. Dat komt omdat er in de binnenstad naast woningen, ook andere centrumfuncties zijn. Bijvoorbeeld: winkelen, werken en horeca. Als gevolg hiervan is er minder zonlicht op woningen. Bij het aangepaste bezonningsbeleid geldt deze uitzondering voor het hele centrum: de binnenstad, Knoop XL en het Emmasingelkwadrant. Dit is omdat de omgevingsvisie en het Verstedelijkingsakkoord uitgaan van veel nieuwbouw in dit gebied. In de beleidsregels zijn regels opgenomen over sunspots. Dit zijn plekken waar extra aandacht is voor voldoende zon. Daarnaast staan in de regels over bezonning bij woningen waar aan voldaan moet worden. De stelregel is dat op 21 maart minimaal 2 uur zonlicht aanwezig moet kunnen zijn.

vastgesteld TAM-omgevingsplan Prinsejagt (Van Zinnicqstraat) Gemeente Eindhoven

93

7.16.2

Toetsing

Voor het bouwplan is een bezonningstudie gemaakt. Deze bezonningstudie is als bijlage bij deze motivering gevoegd. Uit de studie blijkt dat er minimaal 2 uur zon per dag bij de woningen aanwezig is in de referentieperiode en dat dientengevolge aan de gemeentelijke beleidsregels voor zonlicht wordt voldaan.

7.16.3

Conclusie

Het aspect bezonning vormt wijzigingsbesluit.

geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit

7.17

Privaatrechtelijke belemmeringen

7.17.1

Algemeen

Uit jurisprudentie blijkt dat eigendomsverhoudingen uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening in beginsel niet van doorslaggevende betekenis zijn. Hieraan kan slechts betekenis toekomen, indien privaatrechtelijke verhoudingen van een dusdanig evident belemmerende aard zijn dat in verband daarmee de realisering van de ontwikkeling niet aannemelijk is.

7.17.2

Toetsing

Het projectgebied beperkt zich tot de kadastrale percelen die eigendom zijn van Woonbedrijf. Wel investeert Woonbedrijf in de groene herinrichting van de zones tussen de woongebouwen (voormalige hofjes) als openbare ruimte. Er zijn geen privaatrechtelijke belemmeringen.

7.17.3

Conclusie

Het aspect privaatrechtelijke belemmeringen vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit wijzigingsbesluit.

7.18

Kabels, leidingen en straalpaden

7.18.1

Algemeen

Planologisch relevante leidingen en hoogspanningsverbindingen dienen te worden gewaarborgd. Tevens dient rond dergelijke leidingen rekening te worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. Planologisch relevante leidingen zijn leidingen waarin de navolgende producten worden vervoerd: gas, olie, olieproducten, chemische producten, vaste stoffen/goederen; aardgas met een diameter groter of gelijk aan 18 inch; defensiebrandstoffen; warmte en afvalwater, ruwwater of halffabrikaat voor de drink- en industriewatervoorziening met een diameter groter of gelijk aan 18 inch. De Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten (WION) verplicht gravers (ook wel grondroerders genoemd) tot het melden van elke 'mechanische grondroering' bij het Kadaster. Doel van de wet is gevaar of economische schade door beschadiging van ondergrondse kabels of leidingen (water-, elektriciteit- en gasleidingen, telefoonlijnen en olie- en 94

vastgesteld TAM-omgevingsplan Prinsejagt (Van Zinnicqstraat) Gemeente Eindhoven

gasleidingen) te voorkomen. De wet heeft de (vrijblijvende) zelfregulering zoals die bestond in de vorm van het Kabels en Leidingen Informatie Centrum (KLIC) vervangen. 7.18.2

Toetsing

Binnen het projectgebied of directe nabijheid liggen geen planologisch beschermde kabels of leidingen. Direct ten noorden van het projectgebied loopt een 150 kV-hoogspanningsverbinding. De hoogspanningsverbinding heeft een beperkingengebied van 20 meter aan beide zijden van de hartlijn en een veiligheidszone van 85 meter aan beide zijden van de hartlijn. Zoals in onderstaande afbeelding te zien is, reiken geen van beide zones tot over het projectgebied.

Digitale verbeelding bestemmingsplan 'Prinsejagt-Driehoeksbos 2019' met oranje oplichtend de veiligheidszone van de hoogspanningsverbinding en met stippen gearceerd het beperkingengebied. (Bron: Omgevingsloket - Regels op de kaart)

7.18.3

Conclusie

Het aspect kabels, leidingen en straalpaden vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit wijzigingsbesluit.

7.19

Niet gesprongen explosieven

7.19.1

Algemeen

De gemeente Eindhoven beschikt over kaarten met de gebieden die verdacht zijn op het voorkomen van nge's (niet gesprongen explosieven). In deze gebieden dient voorafgaand aan grondverzet explosieven onderzoek uitgevoerd te worden, in de vorm van een projectgebonden risicoanalyse (PRA) of een detectie onderzoek. Wanneer op basis van onderzoek nge's worden aangetroffen worden deze geruimd.

vastgesteld TAM-omgevingsplan Prinsejagt (Van Zinnicqstraat) Gemeente Eindhoven

95

7.19.2

Toetsing

Het projectgebied is volgens de kaart 'Veilige bodem' van de Atlas van de ondergrond van gemeente Eindhoven niet gelegen binnen gebied dat verdacht is op niet-gespringen explosieven. Een risicoanalyse of detectieonderzoek kan dan ook achterwege blijven.

7.19.3

Conclusie

Het aspect niet-gesprongen explosieven vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit wijzigingsbesluit.

7.20

Gezondheid

7.20.1

Algemeen

Doel van de Ow is ook het beschermen van de gezondheid (artikel 2.1, lid 3, onder b). In lid 4 benadrukt de wet dat bij het stellen van regels met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in ieder geval rekening gehouden met het belang van het beschermen van de gezondheid.

Gezondheidsbescherming Een deel van de hiervoor beschreven omgevingsaspecten heeft een gezondheidscomponent, waarbij het in de meest gevallen gaat om gezondheidsbescherming. In het kader van gezondheidsbescherming moet daarnaast ook gekeken worden naar gezondheidsrisico's voortkomende uit de agrarische sector (geitenhouderijen, endotoxinen vanwege varkens- of pluimveehouderijen, spuitzones vanwege gewasbeschermingsmiddelen).

Gezondheidsbevordering Bij de afweging van de gezondheidsgevolgen kunnen ook gezondheidsbevorderende aspecten een rol spelen zoals bijvoorbeeld een groene leefomgeving, ruimte voor beweging, beschikbaarheid en toegankelijkheid van voorzieningen en sociale cohesie. 7.20.2

Toetsing

Uit de voorgaande paragrafen is gebleken dat er gelet op de gestelde normen voor geen enkel omgevingsaspect (bijv. bodemkwaliteit, luchtkwaliteit, geluidhinder, geurhinder) belemmeringen zijn voor nieuwe woongebouwen op de projectlocatie. Gezondheidsrisico's vanwege geitenhouderijen, endotoxinen of spuitzones zijn uitgesloten aangezien deze niet in de omgeving van het projectgebied voorkomen. Het plangebied ligt ook net buiten de veiligheidszone van de hoogspanningsverbinding, zodat ook dat aspect geen belemmering vormt.

Verder is van belang dat in de buurt Prinsejagt I 243 eengezinswoningen van Woonbedrijf staan. Hiervan worden er de komende jaren 201 gerestaureerd ten behoeve van het welzijn en de gezondheid van de bewoners en de energieprestatie. Voor de 42 woningen binnen het projectgebied is ervoor gekozen deze te slopen en drie nieuwe woongebouwen op te richten. Naast het feit dat hiermee door in de hoogte te bouwen snel meer woningen kunnen worden toegevoegd gaat het bovendien om woningen die voldoen aan de hedendaagse duurzaamheidseisen.

96

vastgesteld TAM-omgevingsplan Prinsejagt (Van Zinnicqstraat) Gemeente Eindhoven

Ten slotte gaat het project gepaard met realisatie van groen rondom de woongebouwen en met name op de plaats van de huidige hofjes. Dit groen nodigt uit tot bewegen en ontmoeten en heeft een positieve invloed op het welzijn van bewoners. Op de begane grond van één van de woongebouwen komt bovendien een gezamenlijke ruimte, waar men elkaar kan ontmoeten en zodoende de sociale cohesie in de buurt kan worden versterkt.

7.20.3

Conclusie

Het aspect gezondheid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit wijzigingsbesluit.

vastgesteld TAM-omgevingsplan Prinsejagt (Van Zinnicqstraat) Gemeente Eindhoven

97

98

vastgesteld TAM-omgevingsplan Prinsejagt (Van Zinnicqstraat) Gemeente Eindhoven

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15744214/1