Bijlage 1B - Ontwerpverantwoording inpassingsontwerp MMK
Tekst van het document
4 november, 2025
ONTWERPVERANTWOORDING INPASSINGSONTWERP (VERSIE 5.0) BEOORDELINGSFASE MIRT-VERKENNING MULTIMODALE KNOOP EINDHOVEN
Movares Jaarbeursboulevard 280 3521 BC Utrecht The Netherlands +31 (0)30 265 5555info@ movares.nl KCAP Piekstraat 27 3071 EL Rotterdam The Netherlands +31 (0)10 7890 300 rotterdam@kcap.eu
4 november, 2025
ONTWERPVERANTWOORDING INPASSINGSONTWERP (VERSIE 5.0) BEOORDELINGSFASE MIRT-VERKENNING MULTIMODALE KNOOP EINDHOVEN
TEAM V Asterweg 15L 1031 HL Amsterdam The Netherlands +31 (0)20 344 95 00 info@teamv.nl
MIRT-verkenning MMK, Eindhoven
Definitief Inpassingsontwerp
MIRT-verkenning MMK, Eindhoven
Movares + KCAP + Team V
4
Inhoudsopgave
INHOUD 1. INLEIDING 2. ONTWIKKELING ALTERNATIEVEN 3. OVERZICHT ALTERNATIEVEN 4. ALTERNATIEF A 5. ALTERNATIEF A’ 6. ALTERNATIEF B 7. ALTERNATIEF C
BIJLAGEN: 20250905 Bijlage Techniek V5.0 20250814 Memo Fietsenstalling KBC v4.0 20250827 Notitie Definitie Alternatief C v2.0 20250827 Verdiepend onderzoek logistiek 20251017 Bouwfasering
5
MIRT-verkenning MMK, Eindhoven
Movares + KCAP + Team V
6
1. INLEIDING
7
Ontwerpverantwoording inpassingsontwerp voor de Multimodale Knoop Eindhoven
1.1 Aanleiding en doel document
diverse uitgangspunten benoemd en nader gespecificeerd. Ook
In de beoordelingsfase van de MIRT-verkenning Multimodale Knoop
is hierin een aantal veelgebruikte begrippen gedefinieerd.
(MMK) is gewerkt aan verschillende alternatieven; vanaf het begin
•
Ambitiedocument Duurzaamheid (d.d. 6-3-2024 versie 2.0),
alternatief A en B en vervolgens A’ en C. Deze alternatieven zijn
hiermee is uitwerking gegeven aan de doelstellingen op het
ontworpen o.b.v. het vastgestelde programma van eisen. Ook de
gebied van duurzaamheid en in het bijzonder de speerpunten
aandachtspunten (zie volgende hoofdstuk) zoals beschreven in het
daarin.
Notitie Kansrijke Oplossingen (NKO) vormen belangrijke input voor
•
Rapportage zeef 0, incl. lange lijst, (d.d. 11-6-2024 versie 3.0),
deze ontwerpen. Begin januari 2025 zijn de concept
waarin alle bedachte oplossingen (ook wel lange lijst
inpassingsontwerpen voor alternatief A en B gereviewd en besproken
oplossingsrichtingen) beoordeeld en getrechterd zijn. Dit
met de projectorganisatie, het Q-team en de Stuurgroep. Aanvullend
document bevat het resultaat van de eerste trechterstap: zeef 0.
zijn de ontwerpen besproken op de ‘integratiedag OV-knoop’ van 3
•
Rapportage NKO incl. ontwerpverantwoording korte lijst en
februari 2025. Voor alternatief A zijn er – vanwege de aard van de
bijlage bouwstenenboek, (d.d. 10-12-2024 versie 7.0), waarin vijf
feedback – een drietal nieuwe ontwerpen gemaakt. Hieruit is
oplossingen (ook wel korte lijst oplossingsrichtingen)
alternatief A’ (accent) voortgekomen als 4e alternatief om uit te
beoordeeld en getrechterd zijn. Dit document bevat het
werken, een variant van A die enkele negatieve elementen tracht te
resultaat van de tweede trechterstap: zeef 1.
mitigeren. Alternatief C is daarnaast toegevoegd als ‘budgetvariant’
•
Het Functioneel Programma van Eisen (FPvE) dat is opgesteld
met kansrijke besparingsopties die in de notitie Definitie alternatief
in de beoordelingsfase bevat een complete set van wensen en
C (v1.0 d.d. 6-6-2025): zijn beschreven.
eisen waaraan een oplossingsrichting in meer of mindere mate moet voldoen. Voor de beoordelingsfase hanteren we het FPvE
De voorliggende Ontwerpverantwoording van het inpassingsontwerp
versie 3.0 (d.d. 12-02-2025), waarmee een verificatie doorlopen
voor de MMK in Eindhoven beschrijft de ontwerpen die gemaakt zijn
kan worden die volstaat ten behoeve van het VKA.
opdracht van de Gemeente Eindhoven en de Provincie Noord-Brabant
alternatieven) zijn. De afwegingen en beschrijving van de alternatieven
in februari 2021. Aanvullend hierop is het Kader Ruimtelijke Kwaliteit
volgt in de Notitie Voorkeursalternatief (VKA), waarna de uitgebreidere
OV-Knoop Eindhoven (d.d. 18-03-2024, definitief) opgesteld. Dit kader
beoordeling in het Verkenningenrapport komt.
geeft richting aan de integrale samenhang, structuur en ruimtelijke kwaliteit van de OV-Knoop, en fungeert als kwalitatief toetsingskader voor het Q-team.
De scope van de MMK beperkt zich tot bepaalde onderdelen met hun
In een parallelstudie voor de ‘bovenwereld’ van de MMK (genaamd
bouwstenen zijn:
“Integraal Ontwerp Stationsgebied Eindhoven”) wordt gedurende de
•
Busstation
beoordelingsfase gewerkt aan kansrijke schetsen die vervolgens input
•
Busbuffer
vormen voor het nader uit te werken VKA na zeef 2.
•
Bustunnels
•
Fietsenstalling
In dit proces is door de betrokken partijen (Gemeente Eindhoven, de
•
Stationshal noordzijde (incl. ruimte voor transfer en commercie)
Provincie Noord-Brabant, ProRail, de Nederlandse Spoorwegen en
•
K+R, taxi en deelvervoer
Bureau Spoorbouwmeester, Ontwikkelbedrijf BV Fellenoord)
•
Logistieke voorzieningen
samengewerkt met een multidisciplinair team van adviseurs van
•
Constructieve voorzieningen in het busstation voor bovengelegen
•
Locatie voor treinvervangend busvervoer en internationale bussen
aspecten met betrekking tot de ontwikkeling van de MMK en de
•
Voorzieningen voor de transfer tussen alle bovengenoemde
integratie met het bestaande treinstation en Cluster 6 integraal onderzocht.
en dient als input voor de effectstudies en beoordeling a.d.v. het
Verkenning Techniek (v5.0, d.d. 5-9-2025), de Verkenning
De uitwerking van de vier alternatieven bevat een ruimtelijk functioneel
Beoordelingskader Zeef 2 (d.d. 5-1-2025). Doel van het document is
Bouwfasering (d.d. 17-10-2025), Verdiepend onderzoek Logistiek
ontwerp op verschillende niveau’s, een set principedoorsneden, een
om de ontwerpen weer te geven en op hoofdlijnen de onderdelen te
(d.d. 27-8-2024) en Memo fietsenstalling in KBC (v4.0 d.d.
functionele axonometrie, toelichtende diagrammen en 3D-impressies.
beschrijven. Per alternatief worden eerst de onderscheidende
14-8-2025). De notitie Definitie alternatief C (v2.0 d.d. 27-8-
Alle alternatieven voldoen in meer of mindere mate aan het FPvE. De
elementen beschreven. Gedetailleerdere ontwerpbeschrijvingen en
2025) vormt de basis voor de keuzes m.b.t. alternatief C (de
verificatie van eisen is een bijlage van deze notitie.
beelden volgen daarna.
budgetvariant).
De alternatieven bevatten de bouwstenen die zijn opgenomen in het eerder ontwikkelde bouwstenenboek, dat meegeleverd is met de NKO.
1.2 Totstandkoming alternatieven
De Verkenning Bouwfasering (d.d. 17-4-2025) is een separate
De bouwstenen zijn in het ontwerpproces van de beoordelingsfase
Er zijn verschillende documenten van de MIRT-verkenning die de
rapportage die beschrijft hoe de alternatieven uit deze
nader uitgewerkt na enkele verdiepende onderzoeken m.b.t.
grondslag vormen voor de uitgewerkte alternatieven:
ontwerpverantwoording in hoofdstappen kunnen worden
brandveiligheid, logistiek en constructie.
•
gerealiseerd.
Het detailniveau van de alternatieven is zodanig, dat deze in Zeef 2
Het vastgestelde Plan van Aanpak (d.d. 27-09-2023, definitief) vanuit de startfase vormt het kader voor verschillende
•
kunnen worden getoetst door middel van effectstudies en beoordeeld
documenten die richting en invulling geven aan het onderzoek
Het grotere stedenbouwkundig kader voor deze studie wordt bepaald
en aan de uitwerking en beoordeling van oplossingsrichtingen.
door de “Ontwikkelvisie & ontwikkelkader Fellenoord Internationale
In de Uitgangspuntennotitie (d.d. 24-1-2024 versie 1.0) worden
Knoop XL”, ontwikkeld door KCAP, Rebel, APPM, en Goudappel in
vastgoed
stedenbouwkundige, mobiliteits-, haalbaarheids- en technische
1.3 Detailniveau
•
eigen (reizigers)functies, ook wel bouwstenen genoemd. Deze
Movares, KCAP en Team V. Gedurende het proces zijn
Als bijlage en input van dit document dienen de rapportages
als vervolg op de alternatieven A en B die zijn vastgelegd in de NKO
1.4 Scope
om te bepalen wat de meest kansrijke alternatieven (en elementen uit
voorzieningen •
Mogelijkheid tot het crëeren van een kwalitatief goede interwijkverbinding via de Vestdijktunnel
1.4 Leeswijzer Dit document bestaat uit de volgende onderdelen: Het begint met de aandachtspunten vanuit de NKO en technische uitgangspunten voor het ontwerp. Hierna volgt in hoofdstuk 2 een toelichting op de totstandkoming van de alternatieven vanaf de NKO en biedt hoofdstuk 3 een overzicht van de vier alternatieven en de onderscheidende elementen. Vervolgens worden achtereenvolgens de vier alternatieven in hoofdstuk 4 t/m 7 nader toegelicht.
8
Aandachtspunten vanuit NKO (d.d. 10-12-2024)
Uitgangspunten n.a.v. verdiepende onderzoeken
Voor de uitwerking van de alternatieven A en B gelden de volgende aandachtspunten voor het ontwerp voor de beoordelingsfase van de
die in die afstandszones kan plaatsvinden. •
MIRT-verkenning. Enkele conclusies zijn daarbij gegeven:
Brandveiligheid: hiervoor zijn verschillende risicobeheersingsmaatregelen mogelijk die verder moeten worden onderzocht.
•
Investeringskosten
Conclusie nav ontwerpfase: verschillende oplossingen zijn
Alternatieven moeten binnen budget worden gebracht.
bekeken in de Verkenning Techniek en zijn onderdeel van het
Kansrijke besparingen (nader gespecificeerd in notitie Definitie
ontwerp, zoals het toepassen van veilige vluchtwegen op het
alternatief C (v2.0 d.d. 27-8-2025):
busstation middels veilige zones op busplatforms.
•
•
•
Bovengronds bouwen:
9
•
Vanuit de onderliggende onderzoeken ten behoeve van deze
mogelijk hergebruikt. Stationsgebouw Noordzicht wordt gesloopt
ontwerprapportage zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd.
en daarmee vormen alleen eventueel achterblijvende delen van de fundering (palen) een niet bepalend raakvlak. Bij hergebruik
Uitgangspunten Constructieve raakvlakken
van de palen ontstaat er wel een duidelijk raakvlak. De
Bron: bijlage Verkenning Techniek (v5.0, d.d. 5-9-2025)
mogelijkheid hiervan kan in de planuitwerking verder worden onderzocht.
•
Logistiek: de ontsluiting van de logistieke functie van de MMK
conclusie ontwerpfase: mogelijk, maar met negatieve
vraagt een nadere uitwerking in de alternatieven. Het logistiek
impact op openbare ruimte (oa. buffer op J.F. Kennedylaan)
goed ontsluiten van het station is essentieel voor de operatie
Minder diep bouwen:
van het station. Het ontsluiten van de logistiek voor het
conclusie ontwerpfase: niet kansrijk vanwege
vastgoed van cluster 6 is een koppelkans.
hoogteverschillen spoortunnel/Vestdijktunnel. Een hellend
Conclusie nav ontwerpfase: verschillende oplossingen zijn
busstation richting Montgomerylaan/Fellenoord kan nader
bekeken in Verdiepend onderzoek Logistiek MMK (d.d.
onderzocht worden, maar beperkt de gronddekking.
27-8-2024) en zijn onderdeel van het ontwerp, zoals het
Open/kortere busbanen i.p.v. tunnels: conclusie
toepassen van een logistieke gang in het ondergrondse
ontwerpfase: mogelijk, maar met kwaliteitsverlies;
busstation t.b.v. bevoorrading van het station.
•
•
Functies uitplaatsen: conclusie ontwerpfase: mogelijk,
Ook zijn er aandachtpunten in relatie tot de raakvlakprojecten waar
maar ook met verlies aan kwaliteit/ruimte; toegepast in
over moet worden afgestemd met de betreffende projecten:
alternatief C.
•
Fasering combineren (‘werk met werk’): conclusie
inpassing van het nieuwe noordelijke zijperron is verdere
ontwerpfase: nader bekeken in Verkenning Bouwfasering
detaillering nodig van de stationshal, de locatie van de
(17-10-2025).
OV-chipkaartpoortjes en logistieke voorzieningen. Conclusie
Tijdelijke voorzieningen beperken: conclusie ontwerpfase:
nav ontwerpfase: SKE onderdelen en gevolgen voor OVCP zijn •
•
T.p.v. de Rabobank wordt vooralsnog de trottoir-/bermrand als
Raakvlak MMK en Vestdijktunnel:
begrenzing van de bouwkuipwand aangehouden. Deze rand
De keerwand van het spooremplacement loopt door tot aan de
bevindt zich op ca. 6 meter tot constructieve elementen
Vestdijktunnel. Geadviseerd wordt om hier dezelfde afstand tot
(hellingbaan) van het Rabobankgebouw. Belangrijk ander
binnenkant wand ondergronds busstation te hanteren van 9,00
aanwezig obstakel is de fietstunnel onder Fellenoord die door de
meter.
bouwkuipwand gekruist wordt. Voor deze bouwkuipwand geldt
Raakvlak MMK en SKE:
dat deze na realisatie getrokken wordt. Aangezien er op dit
De aanleg van een nieuw zijperron aan de noordzijde inclusief het
moment geen gegevens zijn van de fundaties van het Rabobank
realiseren van een nieuw stijgpunt (trap + lift) moeten ingepast
gebouw zou de uiteindelijke minimale afstand van de
worden in het ontwerp van MMK. •
Raakvlak MMK en Rabobank/Fellenoord:
spoortunnel. Deze zone kan zo ook worden ingezet voor drainage.
bouwkuipwand kunnen wijzigen.
Raakvlak MMK en stationsgebouw Noordzicht:
•
Het stationsgebouw Noordzicht wordt gesloopt en de
Raakvlak MMK en waterkelder: Oude kelder slopen, nieuwe kelder inpassen in plan MMK
paalfundering wordt waar nodig verwijderd, gesneld of indien
•
Vastgoedontwikkeling Cluster 6: De locatie van het
hoogte van de torens in relatie tot de constructie en de
Conclusie ontwerpfase: Uit het verdiepende onderzoek
toegang (via liftkernen) van de bebouwing op de MMK. Een
(conclusies op p. 11) blijkt dat een fietsenstalling in KBC niet
aandachtspunt hierbij is windhinder. Zie inpassing
kansrijk is.
alternatieven voor conclusies hieromtrent. •
Cluster 3
Cluster 11
Openbare ruimte Fellenoord en ruimtelijke kwaliteit: keuzes binnen MMK hebben invloed op de inrichting van
hoe het geheel kan worden gefaseerd zodat dit maakbaar is met
de openbare ruimte daar bovenop en omheen. De
‘de winkel open’. Ook wordt onderzocht welke (tijdelijke)
inrichting van de openbare ruimte is een van de
openbare ruimte. Aandachtspunten hierbij zijn de impact
met een fietsenstalling erboven, een tijdelijke overbrugging van
op de verkeerscirculatie van het omringende gebied en hoe
de bouwkuip van de MMK en commerciële functies in de
de openbare ruimte (inclusief de positie en omvang van de vastgoedontwikkeling) past binnen de gehele
Duurzaamheid (grondwater): uitwerking van de mogelijkheden
gebiedsontwikkeling Fellenoord. Grondwater: zie de
om de beïnvloeding van het grondwater door het diepgelegen
(bovengenoemde) opgave voor duurzaamheid.
busstation en de bustunnels te beperken t.b.v. beleid ‘water en
Inpassing is mogelijk maar ruimte is beperkt en
bodem sturend’.
conflicteert met ruimtelijke kwaliteit, des te meer bij
Conclusie nav ontwerpfase: verschillende oplossingen zijn
uitplaatsen grote ondergrondse bouwstenen naar
uitgewerkt in de Verkenning Techniek (v5.0, d.d. 5-9-2025) en
maaiveld, zie inpassing alternatieven voor conclusies
zijn onderdeel van het ontwerp, zoals het type constructie, de
hieromtrent.
Cluster 5
Cluster 4
Eindhoven Centraal Bijenkorf
el
diagonaal van het KBC.
Cluster 6/MMK (Neckerspoel)
*
nel
taxi, K+R, internationale bussen) mogelijk een plek in de
mogelijk is door een tijdelijk busstation op de JF Kennedylaan
Cluster 7
ktun
Bouwfasering (17-10-2025) blijkt dat de winkel open houden
Cluster 8
oord
n Felle
ij Vestd
Daarnaast krijgen verschillende kleine bouwstenen (zoals
Cluster 1
unn ijkt
onderdelen die bepalend is voor de ruimtelijke kwaliteit.
Conclusie ontwerpfase: Uit de rapportage Verkenning
Cluster 2
chd
voorzieningen hiervoor nodig zijn.
Prof D. Dorgelolaan
aan
bereikbaar te houden tijdens de uitvoering wordt onderzocht
Dommel
onderzoek plaatsvinden naar de locatie en de mogelijke
kleiner kan en daarmee beter in te passen is op één verdieping.
ylaan
stedenbouwkundige en ruimtelijke kwaliteit. Er zal verder
hebben dat de fietsenstalling binnen de contouren van cluster 6
JF Kenned
vastgoed is belangrijk voor vindbaarheid van het station,
parkeergarage van het KBC. Deze koppelkans zou als voordeel
Bos
•
busstation/fietsenkelder bedraagt 5,0m. •
Gebiedsontwikkeling Fellenoord:
de fietsenstalling kan worden ondergebracht in de
Faseerbaarheid en maakbaarheid: om het station bruikbaar en
gebouw tot aan de binnenzijde van de kelderwand van het
omeryl Montg
•
Fietsenstalling: onderzocht moet worden of en hoe een deel van
De minimaal benodigde afstand van de gevel van het GUO
hart spoor tot binnenkant wand busstation/fietskelder zone van 8m vrij gehouden van de Vestdijktunnel tot aan de •
Raakvlak MMK en KBC (GUO gebouw):
T.p.v. het spooremplacement wordt een minimale afstand van
ingepast.
kan door voorzieningen maar één keer uit te plaatsen. •
MIRT-verkenning Spoorknoop Eindhoven (SKE): vanwege de
•
geadviseerd van 9,0 meter. Tot buitenzijde constructie wordt een
toegepast in alternatief C. •
Raakvlak MMK en keerwand spooremplacement:
Stationsgebied Zuid
N
constructieve afstanden tot omliggende gebouwen, de drainage Overzicht van het werkgebied en constructieve constraints voor de MMK * De blauw gearceerde zone in cluster 5 is een reservering als werkgebied t.b.v. de bouwfasering
10
11
Uitgangspunten n.a.v. verdiepende onderzoeken Uitgangspunten geohydrologie
voornamelijk worden geplaatst op de perrons en inpassing van
Bron: bijlage Verkenning Techniek (v5.0, d.d. 5-9-2025
de vereiste boogstralen voor bussen is eenvoudiger. Daarbij zijn
•
de busperrons moet voldoende zijn voor de piekbelasting van het
een grotere (sociale) veiligheid.
aantal reizigers. Per perron moeten minimaal drie stijgpunten
Voor de dekconstructie van het busstation wordt in deze fase
aanwezig zijn of twee stijgpunten met een aanvullende
worden teruggebracht om de grondwaterstand op hetzelfde
gekozen voor voorgespannen betonnen kokerliggers om op
voorziening voor een extra beschermde vluchtroute, zodat
niveau te houden als voor de ontwikkeling.
economische wijze de grote overspanningen te kunnen maken.
aanwezige personen vanaf het perron snel naar maaiveldniveau
In alternatief A en A’ betekent dit dat er op de volgende locaties
Met de keuze voor voorgespannen liggers is de
drainage dient te worden aangelegd:
constructiehoogte beperkt en dat is gunstig voor de
- Tussen het busstation en de keerwand van het spoorlichaam;
aanlegdiepte van de kelder (minder stijghoogte voor bussen en
- Tussen het busstation en de Vestdijktunnel/ fietspad;
reizigers, minder kerende hoogte, eenvoudigere uitvoering).
Rondom de constructies, in de vrije ruimte, moet er drainage
- Tussen het busstation en het KBC.
•
•
- Voor de persleiding dient ruimte te worden gereserveerd aan
•
Conclusies n.a.v. onderzoek fietsenstalling in KBC
van 25m worden gehanteerd in het ontwerp.
Op basis van de vijf onderzochte opties (uit Memo fietsenstalling in KBC (v4.0 d.d. 14-8-2025) zijn de volgende (algemene) conclusies getrokken:
In alternatief B en C geldt dat er voor de volgende locaties
•
•
De kokerliggers worden gedragen door voorgespannen
Het ruimtegebruik van een fietsenstalling in KBC-parkeergarage
drainage moet worden aangebracht:
draagbalken (85 cm dik, vijzelhoogte 25cm), ondersteund door
is niet efficiënt omdat geen dubbellaagse rekken geplaatst
- Tussen het busstation en de keerwand van het spoorlichaam
kolommen op de perrons. Op de perrons kan in dwarsrichting
kunnen worden vanwege de beperkte hoogte (m.u.v. optie 4,
- Tussen het busstation en de Vestdijktunnel/ fietspad
(evenwijdig aan de kokerliggers) het dek gestabiliseerd worden
maar deze optie is bijzonder ongunstig vanwege het verwijderen
- Tussen het busstation en het KBC
door portalen. Er is ruimte om de kolommen en ligger van een
- Van de westzijde van de fietsenstalling dient een persleiding
portaal zwaarder uit te voeren t.b.v. de benodigde stijfheid en
te komen naar de pompkelder.
draagcapaciteit.
niet-efficiënt omdat de ingang vanaf het fietspad en de uitgang
Kolommen van 1m dikte en 4.5m hoogte worden gehanteerd in
naar het station aan dezelfde (west)zijde van de stalling liggen.
het ontwerp
Het vullen dan de stalling is daarmee niet logisch. Een ingang en
Uitgangspunt is een deklaag van minimaal 45cm in het ontwerp
uitgang op dezelfde diagonaal zou wel tot een logische vulling
blijven voor onderhoud en vervanging van de drainage. Deze
(laagste punt dorpel bij de hal) bovenkant busstation 15.70,
van de stalling leiden, echter is dit niet mogelijk zonder grote
strook heeft een ruimtebeslag van minimaal 3 m. Voor zowel de
maaiveld 16.15.
constructieve aanpassingen. Bovendien leidt de positie van
Uitgangspunt is niet overal 1.2m leeflaag. Dat komt alleen ter
ingang en uitgang tot zorgen over sociale veiligheid en efficiënt
gewerkt met sleufwand bekisting.
plaatse van groen en daar waar er genoeg hoogte in het
beheer.
Langs de keerwand van het spoorlichaam, tussen het spoor en
maaiveld zit richting de Fellenoord. Bij stationsentree is dit niet
het busstation, dient er tevens rekeningte worden gehouden
mogelijk, hier volstaat een minimale deklaag van 45-50cm.
binnen MMK nodig, twee verschillende stallingen wordt als
Constructief ontwerp buffer: volstortliggers 0,75 m hoog worden
nadelig gezien. In geval van optie 3 en 4 is geen fietsenstalling
afstand te worden gehouden vanuit de teen van de L-wand. De
gedragen door voorgespannen betonbalken in de richting
binnen MMK nodig, wel is waarschijnlijk (forse) compensatie
totale ruimte-reservering voor drainage komt hierdoor op deze
oost-west. De balken hebben een verbrede onderflens waar de
voor autoparkeren (financieel en ruimtelijk) nodig binnen
locatie op 5 m, vanuit de keerwand. Dit past binnen de gestelde
volstortliggers op rusten. De balk heeft in deze fase een
constructieve afstandseisen.
ontwerphoogte van 1,5m, waarbij de onderflens 0,75m hoog is
Drainage wordt in een sleuf aangebracht met een omstorting
aanleg als de vervangingsopgave van de sleuf dient er te worden
met de teen van de L-wand constructie, er dient minimaal 1 m
• •
•
•
bij een breedte van 2m. Hemelwater
•
sprinklerinstallatie.
Secundaire overspanning
dient er aan het maaiveld voldoende ruimte beschikbaar te
•
Watervoorraad (reservoir van voldoende capaciteit) voorzien voor
tussen constructie en het maaiveld.
van grind of grof zand. Door de herinrichting van de locatie
•
kan vluchten; •
Kokerliggers van 1.4m hoog en 1.5m breed en een overspanning
de bovenzijde van het busstation/ bustunnels of in de leeflaag •
Het aantal en de capaciteit van de stijgpunten/vluchtwegen op
er minder obstakels en zijn er minder zichtbelemmeringen voor Drainage •
fase. •
Bij een minimale waterhoogte van 2m is er een netto-
Brandwerendheid
ruimtebeslag van 550 en 570 m2 voor een nieuwe waterkelder.
Voor de uitgebreide versie met uitgangspunten m.b.t.
Door de waterhoogte groter dan 2m te maken is het mogelijk om
brandwerendheid wordt verwezen naar de bijlage Verkenning
overcapaciteit te creëren t.b.v. extra gebiedsopgave en tijdelijke
Techniek (v5.0, d.d. 5-9-2025). De belangrijkste maatregelen zijn:
situatie.
•
Bij de tunnelmonden ligt ook een bufferopgave. Dit kan in separate waterkelders worden opgelost nabij de tunnelmond, of
minimaal 240 minuten; •
deels verbonden worden met de centrale pompkelder indien de tunnelmond zich in de nabijheid bevindt.
Busbufferzone compartimenteren met maximale oppervlakte van 1000 m2;
•
Busstation opdelen in drie zones;
•
Brandscheidingen en compartimentering aanbrengen met
Uitgangspunten Constructief ontwerp Bron: bijlage Verkenning Techniek (v5.0, d.d. 5-9-2025)
Brandwerendheid hoofddraagconstructie tegen bezwijken,
WBDBO 120 minuten; •
Extra beschermde vluchtroute voorzien, maximale loopafstand naar toegang extra beschermde vluchtroute 30 m; in het
Primaire overspanning
ontwerp is dit voorzien d.m.v. veilige zones omgeven door
•
Voor een optimale indeling van het busstation is een
brandwerend glas op de perrons en vluchtgangen in de
overspanning nodig van ca. 25m. Het busstation blijft hiermee
bustunnels met elke 60m een vluchtdeur. Hiervoor is op de
zo veel mogelijk vrij van kolommen. De kolommen kunnen dan
perrons extra ruimte benodigd in het ontwerp t.o.v. de vorige
van een gehele verdieping). •
•
Een fietsenstalling in de KBC-parkeergarage wordt gezien als
In geval van optie 1, 2 en 5 is nog steeds een fietsenstalling
KnoopXL. •
Geen van de onderzochte opties in het onderzoek wordt meegenomen in de MMK alternatieven.
p
+ e
2. ONTWIKKELING ALTERNATIEVEN
12
13
Van kansrijke oplossingsrichtingen naar alternatieven A + A’ + B + C Dit hoofdstuk beschrijft op hoofdlijnen de ontwikkeling van de kansrijke uit11de korte lijst van deModel NKO15 Model 2 oplossingsrichtingen Model Ondergronds busstation (niveau -1) busstation (niveau -1 en +1) (2024) naar alternatieven dieMeerlaags zijn uitgewerkt in de op Neckerspoel (haaks) volledig op Neckerspoel
Ondergronds busstation (niveau-1) onder Fellenoord en Neckerspoel
beoordelingsfase van de MIRT-verkenning, van november 2024 Algemene beschrijving oplossingsrichting Algemene beschrijving oplossingsrichting Algemene beschrijving oplossingsrichting Dit model omvat een meerlaags busstation op Neckerspoel, verdeeld over een gebouw van drie verdiepingen, met de busperrons op niveau -1 en +1 en daartussen het transferdomein. Boven op waardoor het transferdomein gelijkvloers is. De het busstation is een groot dakpark. De busperrons liggen haaks op het spoor. Reizigers busperrons liggen dwars op het spoor, en kunnen aan beide uiteindes van de perrons reizigers kunnen aan beide uiteinden omlaag of omhoog naar de stationshal (zuidzijde) of de Fellenoord (noordzijde). Bussen rijden via tunnels omhoog naar de stationshal. Bussen rijden via tunnels naar en van het busstation, via een naar en van het station, met een ondergrondse hellingbaan naar de verschillende niveau’s. De busbuffer aan de noordkant van cluster 5 onder busbuffer is geïntegreerd in het busstation. de Fellenoord. De fietsenstalling is naast het busstation De tweelaagse fietsenstalling ligt ondergronds naast het busstation (oostzijde). De stationshal is ondergronds (niveau -1) onder het stationsplein, met ruimte voor uitbreiding. De stationshal ligt op deels boven het busstation en deels boven de fietsenstalling geplaatst.
Bovenop het busstation de begane grond (niveau 0) tussen de twee kunnen functies zoals een groen stationsplein en niveau’s van het busstation. Er is ruimte voor vastgoed op de fietsenstalling en op het vastgoed (met kernen naast het busstation) busstation. De dakparkroute langs het spoor gerealiseerd worden. Het busstation en de fietsenstalling beslaan bijna het gehele cluster 6. eindigt in het park op het dak van het busstation, ontsloten via een trap naar het stationsplein. De dakparkroute langs het spoor eindigt in een zonneweide op het dak van de stationshal, ontsloten via een trap naar het stationsplein. Dit model omvat een volledig ondergronds
(niveau -1) op Neckerspoel, deels totbusstation mei 2025. onder de Fellenoord, 2.5m dieper dan model 0+
e
n de
n n/ en
ng, t
Tijdlijn
Korte lijst (concept 2 juli 2024)
+ Stedenbouwkundige inpassing + Compacte OV-knoop + Connectie dakpark + Levendige plinten + Stationspark aan Fellenoord + Geintegreerde busbuffer + 1-laags fietsenstalling + Fasering + Vastgoedmogelijkheden C6
•
Resultaat optimalisatieronde (5 sep 2024)
• • • • • •
5.700
17.100
Onderzoeken tbv ontwerpfase (sept-okt 2024)
• • • • • •
m2
m2
5.400
m2 P
m2
ALTERNATIEF A A1 5.700
17.100
5.400
1.
m2 P
Model 15
Meerlaags busstation (niveau -1 en +1) volledig op Neckerspoel
Ondergronds busstation (niveau-1) onder Fellenoord en Neckerspoel
m2
2. A1
Algemene beschrijving oplossingsrichting Algemene beschrijving van oplossingsrichting kansrijk element model Dit model omvat een meerlaags busstation op Dit model omvat een volledig ondergronds Neckerspoel, verdeeld over een gebouw van drie busstation (niveaukansrijk -1) op Neckerspoel, deels toe te voegen element vanuit verdiepingen, met de busperrons op niveau -1 en onder de Fellenoord, 2.5m dieper dan model 0+ ander model +1 en daartussen het transferdomein. Boven op waardoor het transferdomein gelijkvloers is. De
Algemene beschrijving oplossingsrichting Dit model omdat een ondergronds, langgerekt busstation (niveau -1) deels noordzijde Neckerspoel en voor een groot deel onder de Fellenoord. Het busstation overlapt met de het busstation is een groot dakpark. De bustunnel onder de Fellenoord. De busperrons busperrons liggen haaks op het spoor. Reizigers busperrons liggen dwars op het spoor, en strekken zich uit tot de John F. Kennedylaan. De kunnen aan beide uiteindes van de perrons reizigers kunnen aan beide uiteinden omlaag of hoofdtoegangen van het busstation bevinden zich omhoog naar de stationshal (zuidzijde) of de onder een grote stationsluifel die verbonden is Fellenoord (noordzijde). Bussen rijden via tunnels omhoog naar de stationshal. Bussen rijden via tunnels naar en van het busstation, via een met de stationshal. Bussen rijden via tunnels naar en van het station, met een ondergrondse hellingbaan naar de verschillende niveau’s. De naar en van het station, met een ondergrondse busbuffer aan de noordkant van cluster 5 onder busbuffer is geïntegreerd in het busstation. busbuffer aan de noordkant van cluster 5 onder de Fellenoord. De fietsenstalling is naast het busstation de Fellenoord. De fietsenstalling bevindt zich De tweelaagse fietsenstalling ligt ondergronds ondergronds (niveau -1) tussen het busstation en naast het busstation (oostzijde).
De stationshal is ondergronds (niveau -1) onder het stationsplein, met ruimte voor uitbreiding. De stationshal ligt op het spoor, met ruimte voor uitbreiding. De deels boven het busstation en deels boven de stationshal op de begane grond (niveau 0) ligt fietsenstalling geplaatst. Bovenop het busstation de begane grond (niveau 0) tussen de twee dwars op het spoor en sluit via de luifel aan op kunnen functies zoals een groen stationsplein en niveau’s van het busstation. Er is ruimte voor vastgoed op de fietsenstalling en op het het ondergrondse busstation. Er is ruimte voor vastgoed (met kernen naast het busstation) busstation. De dakparkroute langs het spoor vastgoed op de fietsenstalling en deels in de volle gerealiseerd worden. Het busstation en de fietsenstalling beslaan bijna het gehele cluster 6. eindigt in het park op het dak van het busstation, grond. Op het busstation komt een stationsplein ontsloten via een trap naar het stationsplein. dat in dit model onderdeel wordt van het De dakparkroute langs het spoor eindigt in een raamwerk openbare ruimte. De dakparkroute zonneweide op het dak van de stationshal, langs het spoor kan worden ontsloten via een ontsloten via een trap naar het stationsplein. trap naar het stationsplein.
•
19.200
met vides
n
groe
/e TU
al
na
go Dia
• • • • •
m2
0 m2
ALTERNATIEF B
P
B2 19.200
5.700
m2
19.200
brandveiligheid: busstation, buffer, tunnels logistiek: bevoorrading en afval constructie hemelwater en drainage nieuwe constraints voor het ontwerp
m2
Belangrijkste conclusies/oplossingen:
m2
m2 5.800
9.60
0 m2 P
9.60
0 m2 P
Model 15
1. B2
kansrijk element van model toe te voegen kansrijk element vanuit ander model
n en groe met vides appen vluchttr
rk
m2
9.60
Taxi/K+
2.
3.
4.
ijk
/e TU
ijk
k/Vestd
Interwij
k/Vestd
Interwij
in)
hal (tre
in)
hal (tre
stations
stations
ling
ling
stal Fietsen
stal Fietsen
B1. Voorkeur: Optie decentrale ontsluiting onder luifel • kleine bajonet-beweging vanuit spoortunnel • spreiding reizigersstroom
B2. Optie centrale passage onder luifel • te grote bajonet-beweging vanuit spoortunnel • tweedeling plein • te grote reizigersstroom richting spoortunnel
R
Taxi/K+
n en groe met vides appen vluchttr
rk
spa Station
al
na
go Dia
ijk
k/Vestd
Interwij
ineerde gecomb hal stations
ling
stal Fietsen
tion nsta
* bron: Memo fietsenstalling in KBC (v4.0 d.d. 14-8-2025) ** bron: Verkenning Techniek (v5.0, d.d. 5-9-2025) *** bron: Verdiepend onderzoek Logistiek (d.d. 27-8-2025)
al
na
go Dia
rk
spa Station
nel trei stun Reiziger
Conclusie: Twee onderscheidende alternatieven op de opties/ locaties voor zowel buffer als busstation als fietsenstalling en stationshal. Alternatief A en B zijn vastgelegd/ opgenomen in de NKO (dd. 10-12-2024).
Nieuwe afstanden tot constructies levert een kleiner bouwveld op** Veilige zones op perrons: vraagt meer ruimte busstation, ander constructieprincipe benodigd** Fietsenstalling op -1 wordt kleiner door groter wordend busstation: fietsenstalling in 3 lagen nodig Bevoorrading station op -1 naast het busstation. Afvalophaal via zuidzijde KBC.
spa Station
tion nsta
P
5.700
R
R
Taxi/K+
nel trei
0 m2
ALTERNATIEF B
A2.2 Busstation opschuiven naar de Vestdijk • te grote impact op gebiedsontwikkeling
stun Reiziger
9.60
Knelpunten B (start vd onderzoeken) met een focus op:
A2.1 • 4e perron • fietsenstalling bovenop busstation
tion nsta
• • •
m2
5.
bus
) (bus shal Station
19.200
m2 5.800
4.
A1.2 6 haltes minder • onvoldoende capaciteit
nel trei stun Reiziger
•
3.
Fietsenstalling in KBC valt af: o.a. niet efficiënt vanwege beperkte hoogte en geen logische vulling* Nieuwe afstanden tot constructies levert een kleiner bouwveld op** Veilige zones op perrons: vraagt meer ruimte busstation, ander constructie-principe benodigd** In A door kleiner bouwveld een 4e perron nodig: daardoor past fietsenstalling niet meer naast busstation maar er bovenop. Bevoorrading station op -1 naast het busstation. Afvalophaal via zuidzijde KBC.
A1.1 Opschuiven naar Rabobank • buiten scope
) (bus shal Station
•
Brandveiligheid irt ondergrondse busbuffer Varianten op eenlaagse, tweelaagse of drielaagse fietsenstallingen Verdeling van type fietsen conform topeisen Onderzoek gebruik KBC-garage Logistiek Onderzoek auto-ontsluitingsweg Fellenoord versus knip
Ontwerpfase 1 (november 2024)
brandveiligheid: busstation, buffer, tunnels logistiek: bevoorrading en afval constructie fietsenstalling KBC garage hemelwater en drainage nieuwe constraints voor het ontwerp
m2
m2
P
Model 11
+ Stationspark aan Fellenoord + 1-laags fietsenstalling + Fasering + Vastgoedmogelijkheden C6 + Stedenbouwkundige inpassing + Connectie dakpark + Levendige plinten + Geintegreerde busbuffer
Atelier 1 (31 oktober 2024)
Belangrijkste conclusies/oplossingen: 5.800
Ondergronds busstation (niveau -1) op Neckerspoel (haaks)
Model 1
Besluitvormingsfase Start onderzoeksfase
P
5.800
Model 2
Model 1/15
nov 2024
ALTERNATIEF A
Ondergronds busstation (niveau -1) op Neckerspoel (evenwijdig)
Model 15
sept 2024
Knelpunten A (start vd onderzoeken) met een focus op:
Brandveiligheid irt ondergrondse busbuffer Varianten op tweelaagse fietsenstallingen Verdeling van type fietsen conform topeisen Onderzoek gebruik KBC-garage Logistiek Grondwater/drainage Koppeling met bovengrondse configuratie plein en vastgoed cluster 6
Model 1
Algemene beschrijving oplossingsrichting Dit model omvat een volledig ondergronds busstation (niveau -1) op Neckerspoel, deels onder de Fellenoord, 2.5m dieper dan model 0+ waardoor het transferdomein gelijkvloers is. De busperrons liggen in de lengterichting van het spoor. Reizigers kunnen aan het uiteinde van de perrons omhoog naar de stationshal aan de oostzijde van cluster 6, die in het verlengde van de stationspassage is gepositioneerd, en aan de westzijde via het stationsplein de Ondergronds busstationnaar (niveau-1) Vestdijktunnel. Bovenop het busstation kunnen spoel onder Fellenoord envergroend Neckerspoel functies zoals een sterk stationsplein/ stationspark worden gerealiseerd. Bussen rijden alling ligt ondergronds plossingsrichting Algemene tunnelsbeschrijving naar en van oplossingsrichting het station, met een stzijde). De stationshal is via erlaags busstation op Dit model omdat een ondergronds, langgerekt ondergrondse busbuffer aan de noordkant van on en deels boven de ver een gebouw van drie cluster busstation (niveau -1) deels noordzijde 5 onder de Fellenoord. De fietsenstalling, Bovenop het busstation sperrons op stationsplein niveau -1 en met Neckerspoel en voor eenbevindt groot deel twee verdiepingen, zichonder tussendehet n verhoogd nsferdomein. Boven op Fellenoord.en Het busstation overlapt met de busstation het spoor.
Boven op de naast het busstation) dakpark. De bustunnel onder demogelijkheden Fellenoord. Devoor busperrons fietsenstalling zijn de tot busstation en de op het strekken zichvan uit tot de JohnDe F. dakparkroute Kennedylaan. De vastgoed. ijna hetspoor, geheleen cluster 6. ontwikkeling de uiteinden omlaag of hoofdtoegangen vanworden het busstation bevinden langs het spoor kan ontsloten via een zich et spoor eindigt in een hal.de Bussen rijden via onder eenhet grote stationsluifel die verbonden is trap naar stationsplein. an stationshal, busstation, via een met de stationshal. Bussen rijden via tunnels ar het stationsplein. chillende niveau’s. De naar en van het station, met een ondergrondse d in het busstation. busbuffer aan de noordkant van cluster 5 onder st het busstation de Fellenoord. De fietsenstalling bevindt zich onder het stationsplein, ondergronds (niveau -1) tussen het busstation en ng. De stationshal ligt op het spoor, met ruimte voor uitbreiding. De 0) tussen de twee stationshal op de begane grond (niveau 0) ligt on. Er is ruimte voor dwars op het spoor en sluit via de luifel aan op alling en op het het ondergrondse busstation. Er is ruimte voor oute langs het spoor vastgoed op de fietsenstalling en deels in de volle t dak van het busstation, grond. Op het busstation komt een stationsplein ar het stationsplein.
dat in dit model onderdeel wordt van het raamwerk openbare ruimte. De dakparkroute langs het spoor kan worden ontsloten via een trap naar het stationsplein.
plossingsrichting fondergronds, volledig eau -0,5) op Neckerspoel, d, minder diep dan perrons liggen haaks op uverschil van 3 meter eizigers kunnen aan errons omhoog naar de de Fellenoord en via tunnels naar en onder-grondse on (niveau -1busbuffer en +1) uster 5 onder de
sept 2024
Aanvullende onderzoeken optimalisatieronde (juli-aug 2024)
Input voor optimalisatieronde
Model 2
GSRICHTINGEN
usstation (niveau el
juli 2024
Dit model omdat een ondergronds, langgerekt busstation (niveau -1) deels noordzijde Neckerspoel en voor een groot deel onder de Fellenoord. Het busstation overlapt met de bustunnel onder de Fellenoord. De busperrons strekken zich uit tot de John F. Kennedylaan. De hoofdtoegangen van het busstation bevinden zich onder een grote stationsluifel die verbonden is met de stationshal. Bussen rijden via tunnels naar en van het station, met een ondergrondse busbuffer aan de noordkant van cluster 5 onder de Fellenoord. De fietsenstalling bevindt zich ondergronds (niveau -1) tussen het busstation en het spoor, met ruimte voor uitbreiding. De stationshal op de begane grond (niveau 0) ligt dwars op het spoor en sluit via de luifel aan op het ondergrondse busstation. Er is ruimte voor vastgoed op de fietsenstalling en deels in de volle grond. Op het busstation komt een stationsplein dat in dit model onderdeel wordt van het raamwerk openbare ruimte. De dakparkroute langs het spoor kan worden ontsloten via een trap naar het stationsplein.
/e TU
B3. Optie verlengde stationshal tegen KBC aan • geen open verbinding meer vanuit diagonaal • (te) groot raakvlak met KBC (zie constraints) • (te) grote stationshal
2. ONTWIKKELING ALTERNATIEVEN
Tijdlijn
14
nov-dec 2024
15
dec 2024
Ontwerpfase 1 november-december 2024
Atelier 2 12/12/2024
Alternatief A2.1 optie noord
ALTERNATIEF A
jan 2025
mei 2025
Ontwerpfase 1 januari-februari 2025
Atelier 3 27/2/2025
ALTERNATIEF A - OPTIMALISATIES
(A2.1 optie midden)
fietspad clustergrens
fietspad clustergrens
plein hoog = 6.100 m2
plein = 2.020m2
fietspad clustergrens
fietspad clustergrens
plein hoog = 6.100 plein m2 = 4.800 m2
plein hoog = 3.880 m2
fietsenstalling A = ca 8.070 m2
plein = 5.650m2
sloop KBC gebouw 1
stationshal A = 8.270 m2 stationshal A = 8.270 m2
A conform inpassingsontwerp 24/12 - negatieve beoordeling op Alternatief A stationsplein en zichtbaarheid conform inpassingsontwerp 24/12
stationshal A = 8.270 m2
A1 •
Door kleinere fietsenstalling onstaat groter stationsplein
Alternatief A optie 1A optie sloop KBC Alternatief - door kleinere ontstaat groter stationsplein - sloop fietsenstalling KBC, alternatief kan ongewijzigd blijven - minder- capaciteit fietsen mogelijkheid om stationshal groter te maken KBC-zijde
Alternatief A2.1 optie zuid (is later alsnog uitgewerkt als Alternatief A’) fietspad clustergrens
plein = 6.040 m2
fietsenstalling = ca 4.400 m2 x2
fietsenstalling A = ca 8.070 m2 fietsenstalling A = ca 5.300 m2
stationshal A = 8.270 m2
Optie éénlaagse fietsenstalling onder Fellenoord • Niet mogelijk ivm maaiveldhoogtes raamwerk openbare ruimte
ALTERNATIEF A'
fietspad clustergrens
fietspad clustergrens
Alternatief A optie 2 - door stapeling fietsenstalling ontstaat groter stationsplein - mogelijk niet volledige capaciteit mogelijk in 2 lagen fietspad clustergrens
plein = 5.930 m2 plein hoog = 3.880 m2
plein = 4.800 m2
fietsenstalling = ca 4.400 m2 x2
plein = 6.000-9.000 m2
plein = 6.040 m2
sloop KBC gebouw 1 stationshal A = 8.270 m2
stationshal A = 8.270 m2
fietsenstalling A = ca 5.300 m2
•
• Optie tweelaagse fietsenstalling tegen het spoor aan • Fietsenstalling haalt in deze vorm niet de volledige capaciteit • Fietsenstalling niet op onderscheidende positie t.o.v. B
• •
stationshal A = 8.270 m2
Fietsenstalling in 1 laag bovenop busstation, direct ontsloten vanaf maaiveld Fellenoord, daardoor erboven een deels verhoogd stationsplein (ca 4m) Veilige zones op busperrons met 4e/uitstapperron, haaks op het spoor Alternatief A optie 1 - door kleinere Stationshal trein en bus gecombineerd, geïntegreerd boven op fietsenstalling ontstaat groter stationsplein - minder capaciteit fietsen busstation, onafhankelijk van KBC Vastgoedkernen naast het busstation, constructieve afhankelijkheid busstation
ALTERNATIEF B
fietsenstalling = ca 5.700 m2 x2
stationshal A = 8.270 m2
A2 •
Door stapeling fietsenstalling ontstaat Alternatief A optie 2 - door stapeling fietsenstalling groter pleinontstaat groter
stationsplein - mogelijk niet volledige capaciteit mogelijk in 2 lagen
fietsenstalling = ca 5.700 m2 x2
Toegevoegd alternatief n.a.v. review op A • Fietsenstalling tegen het spoor in 2 lagen bovenop busstation • Vooruitgeschoven ontvangstdomein bus • Stationsplein op maaiveld aan Fellenoord • Centrale ontsluiting busperrons in een /\-configuratie • Ontvangstdomein onder een luifel, verweving met openbare ruimte
A3 Voorkeur: Door stapeling fietsenstalling tegen spoor met vooruitgeschoven ontvangstdomein Alternatief A optie 3 groter goed -ontstaat fietsenstalling met 2 lagen en aan het spoor toegankelijk - stationshal naar voren enaangoede -plein groot plein Fellenoordzichtbaarheid. mogelijk (evt geïntegreerd Dit met is raamwerk) een terugkerende variant die in december afviel (zie vorige pagina).
Alternatief A optie 4 sloop KBC - sloop KBC, alternatief kan ongewijzigd blijven - mogelijkheid om stationshal groter te maken KBC-zijde
ALTERNATIEF C
ALTERNATIEF B
+
• •
• • • • •
Gescheiden ontvangstdomeinen bus en trein Hoofdentrees busstation onder luifel, nevenentrees aan Vestdijktunnel ivm ontlasting spoortunnel en kwaliteit stationsplein Stationshal trein deels over KBC-garage heen, raakvlak gebouw west KBC Fietsenstalling in 3 lagen los van busstation Veilige zones op 3 busperrons Groen en daglicht mogelijk op busstation dmv vides Vastgoedkernen in de fietsenstalling geïntegreerd
Belangrijkste wijzigingen tov atelier 2: • Terugliggende rooilijn stationshal t.h.v. KBC, daardoor geen raakvlak gebouw west KBC (resteert nog het raakvlak met de parkeergarage) • Fietsenstalling in 2 lagen i.p.v. 3 lagen n.a.v. efficiëntere indeling
Toegevoegd alternatief (budgetvariant) • Uitgeklede versie van B om binnen budget te komen* • Busstation met 2 perrons, 24 haltes (-10), compensatie 10 haltes op maaiveld (bussen rijden deels op maaiveld) • Kortere bustunnels, busbuffer op maaiveld J.F. Kennedylaan • Stationshal kleiner en daardoor geheel onafhankelijk van KBC • Stationsplein kleiner dan B • Kiss&Ride+taxi+MiVa verder verspreid over Fellenoord en Vestdijktunnel
* op basis van: Notitie Definitie alternatief C (V2.0 d.d. 27-8-2025)
3. OVERZICHT ALTERNATIEVEN
16
MIRT-verkenning MMK, Eindhoven
Movares + KCAP + Team V
17
ONDERSCHEIDENDE ELEMENTEN Alternatief A - de geïntegreerde knoop
Alternatief A’ - de vooruitgeschoven knoop
Alternatief B - de uitgelegde knoop
Alternatief C - de budgetvariant
Ondergronds busstation haaks aan het spoor met gecombineerd ontvangstdomein trein en bus
Ondergronds busstation haaks aan het spoor met vooruitgeschoven ontvangstdomein bus
Ondergronds busstation parallel aan het spoor met gescheiden ontvangstdomeinen trein en bus
Ondergronds en bovengronds busstation parallel aan het spoor met gescheiden ontvangstdomeinen trein en bus
Onderscheidende elementen
Onderscheidende elementen
Onderscheidende elementen
Onderscheidende elementen
•
•
•
In dit alternatief zijn de hoofdonderdelen van de knoop ‘op elkaar gestapeld’. Daarmee is er een gecombineerd ontvangstdomein voor bus en trein.
• • •
•
hetzelfde als A. •
Haakse positionering busplatforms t.o.v. treinsporen; daardoor ligt de toegangshal tot de busplatforms parallel aan het spoor.
•
en trein.
kostenbesparingen zijn van bepaalde ingrepen is ervoor gekozen om te
ontvangstdomein bus voortuitgeschoven.
•
Evenwijdige positionering van de busplatforms t.o.v. treinsporen.
werken met één uitgeklede variant. Met dit inzicht is het mogelijk om
Groot en toegankelijk stationsplein op maaiveld aan Fellenoord
•
Het busstation ligt voor een deel onder de Fellenoord en daarmee een bepaalde kostenbesparing mee te geven als optimalisatie voor de
met goede zichtbaarheid station vanuit noordzijde. Luifel voor
busstation met gelijkvloerse toegang vanaf de Fellenoord.
verweving plein en transfergebied.
Als gevolg van de fietsenstalling bovenop het busstation, is er
•
In dit alternatief zijn de hoofdonderdelen van de knoop ‘uit elkaar Alternatief C is de ‘budgetvariant’ die binnen het beschikbare budget gelegd’. Daarmee zijn er gescheiden ontvangstdomeinen voor bus zal moeten passen. Om inzichtelijk te maken wat de
Overdekt transfergebied onder een luifel voor trein en bus,
Fietsenstalling over één laag, gepositioneerd boven op het
– in vergelijking met alternatief A – verder weg van de stationshal. vervolgfase. Het uitgangspunt vanuit de voorliggende studie voor •
Geconcentreerde reizigersstromen in één zone, geen opgangen •
De ontsluiting van de busplatforms is via het stationsplein, en om alternatief C is om in alternatief B te snijden om tot een budgetvariant te zorgen dat reizigers beschutting krijgen, onder een luifel.
te komen. Daarbij worden de volgende ingrediënten uitgewerkt:
De 2-laagse fietsenstalling ligt – deels onder het stationsgebouw
•
sprake van een verhoogd stationsplein dat ca. 4m hoger ligt dan
aan de koppen platforms bij Fellenoord. Daglicht mogelijk via
de stationsentree. Dit verhoogde stationsplein grenst (met
lichtkoepels in het plein.
– tegen de sporen aan. De entree van de fietsenstalling bevindt
trappen) aan de Fellenoord en de Vestdijk.
•
Open verbinding met cluster 5 via ontvangstdomein en plein.
zich op maaiveld aan de Vestdijktunnel waar ook de bijzondere
Vastgoed (publiek of privaat) is mogelijk met de kernen voor
•
Fietsenstalling in 2 lagen boven op het busstation en via
fietsen (bakfietsen etc.) worden gestald.
hoogbouw naast het busstation aan de Vestdijktunnel en Fellenoord. •
Positionering busplatforms (haaks) en vastgoedmogelijkheden
Vestdijktunnel ontsloten. •
Publiek vastgoed mogelijk op de stationshal met ontsluiting via de Vestdijktunnel.
•
busstation te ontwikkelen, bovenop de fietsenstalling (en dus
plein.
integraal met de fietsenstalling te ontwikkelen) . •
bushaltes die ondergronds worden weggenomen komen terug op maaiveld voor het stationsplein. •
Het vastgoed is aan de stationszijde onafhankelijk van het
Aansluiten op verschillende maaiveldhoogtes in stationshal/
•
Ontvangstdomein/luifel komt dichter op KBC gebouw.
Voor het station ligt een groot stationsplein op maaiveldhoogte.
•
Geen dubbelzijdige winkels langs hoofdloopstroom.
Dit stationsplein ligt aan de Fellenoord en wordt onderdeel van
•
Logistieke gang zuidzijde busstation op -1 om retail ten noorden
het raamwerk openbare ruimte, hierdoor is de ruimte voor
van de fietsenstalling kruisingsvrij te bereiken.
inpassing van doorgaand autoverkeer beperkt.
Kleiner ondergronds busstation (2 perrons i.p.v. 3), de 10
Kortere bustunnels, zowel aan de westzijde als aan de oostzijde van het busstation.
•
Busbuffer bovengronds (bijvoorbeeld op Kennedylaan of Vincent van den Heuvellaan).
•
Kleinere stationshal, zodat deze niet over (de parkeergarage van) het Kennedy Business Center heen hoeft te worden gebouwd.
Niveau +1 en
Niveau +1 en
Niveau +1 en
Niveau +1 en
hoger
hoger
hoger
hoger
Niveau
Niveau
Niveau
Niveau
maaiveld
maaiveld
maaiveld
maaiveld
Niveau -1
Niveau -1
Niveau -1
Niveau -1
busbuffer op maaiveld JF Kennedylaan
Alternatief A: Functionele indeling
Alternatief A’: Functionele indeling
Alternatief B: Functionele indeling
Alternatief C: Functionele indeling
3. OVERZICHT ALTERNATIEVEN
18
MIRT-verkenning MMK, Eindhoven
Movares + KCAP + Team V
19
INPASSINGSONTWERP Alternatief A
Alternatief A’
Alternatief B
Alternatief C
Ondergronds busstation haaks aan het spoor met gecombineerd ontvangstdomein trein en bus
Ondergronds busstation haaks aan het spoor met vooruitgeschoven ontvangstdomein bus
Ondergronds busstation parallel aan het spoor met gescheiden ontvangstdomeinen trein en bus
Ondergronds en bovengronds busstation parallel aan het spoor met gescheiden ontvangstdomeinen trein en bus
Axonometrie overzicht
Axonometrie overzicht
Axonometrie overzicht
Axonometrie overzicht
Inpassing in gebiedsontwikkeling
Inpassing in gebiedsontwikkeling
Inpassing in gebiedsontwikkeling
Inpassing in gebiedsontwikkeling
Inpassing niveau -1 in Fellenoord
Inpassing niveau -1 in Fellenoord
Inpassing niveau -1 in Fellenoord
Inpassing niveau -1 in Fellenoord
3. OVERZICHT ALTERNATIEVEN
20
MIRT-verkenning MMK, Eindhoven
Movares + KCAP + Team V
21
FUNCTIONELE INDELING Alternatief A
Alternatief A’
Alternatief B
Alternatief C
Ondergronds busstation haaks aan het spoor met gecombineerd ontvangstdomein trein en bus
Ondergronds busstation haaks aan het spoor met vooruitgeschoven ontvangstdomein bus
Ondergronds busstation parallel aan het spoor met gescheiden ontvangstdomeinen trein en bus
Ondergronds en bovengronds busstation parallel aan het spoor met gescheiden ontvangstdomeinen trein en bus
Plankaart
Plankaart
Plankaart
Plankaart
Functionele indeling niveau begane grond
Functionele indeling niveau begane grond
Functionele indeling niveau begane grond
Functionele indeling niveau begane grond
Functionele indeling niveau -1
Functionele indeling niveau -1
Functionele indeling niveau -1
Functionele indeling niveau -1
3. OVERZICHT ALTERNATIEVEN
22
MIRT-verkenning MMK, Eindhoven
Movares + KCAP + Team V
23
STEDENBOUWKUNDIGE INPASSING Alternatief A
Alternatief A’
Alternatief B
Alternatief C
Ondergronds busstation haaks aan het spoor met gecombineerd ontvangstdomein trein en bus
Ondergronds busstation haaks aan het spoor met vooruitgeschoven ontvangstdomein bus
Ondergronds busstation parallel aan het spoor met gescheiden ontvangstdomeinen trein en bus
Ondergronds en bovengronds busstation parallel aan het spoor met gescheiden ontvangstdomeinen trein en bus
Stedenbouwkundige opzet
Stedenbouwkundige opzet
Stedenbouwkundige opzet
Stedenbouwkundige opzet
Typering openbare ruimte
Typering openbare ruimte
Typering openbare ruimte
Typering openbare ruimte
Gronddekkingsmogelijkheden
Gronddekkingsmogelijkheden
Gronddekkingsmogelijkheden
Gronddekkingsmogelijkheden
MIRT-verkenning MMK, Eindhoven
Movares + KCAP + Team V
24
25
4. CONCEPT INPASSINGSONTWERP ALTERNATIEF A
CONCEPT INPASSINGSONTWERP
26
MIRT-verkenning MMK, Eindhoven
Movares + KCAP + Team V
27
ALTERNATIEF A
Niveau +1 en hoger
Niveau bg
N
Alternatief A Ondergronds busstation haaks aan het spoor met gecombineerd ontvangstdomein trein en bus Ontwerpbeschrijving •
Busstation met 4e uitstapperron passend binnen constraints,
•
busperrons, 11m breed, max 120m lang, veilig zones zijn minimaal
daarmee korter maar breder. •
Gevolg is eenlaagse fietsenstalling boven het busstation, onder verhoogd plein met 1m leeflaag (+21,0 NAP).
•
Vloerpeil fietsenstalling (+16.15) ligt bijna op niveau van peil Fellenoord (+17.0), minimale helling.
•
Dit plein ligt 2m boven hoogste niveau Fellenoord. 4m boven laagste niveau Fellenoord.
•
Plein is gedeeltelijk vlak thv KBC. Hierdoor blijft een open verbinding met de diagonaal mogelijk
•
Gevel stationshal aan KBC zijde op 12.8m afstand van
•
Ca 8100 m2 fietsparkeren in één laag
•
Stationshal 3715 m2 transferruimte + 1610m2 commercie
1.000 m2. Uitstapperron Vestdijktunnelzijde •
Fietsparkeren direct bereikbaar vanuit stationshal
•
Geen constructieve elementen in de rijbaan. Toepassing van kokerliggers om grotere overspanning te kunnen maken.
•
Contouren veilige zones vallen samen met constructieve
Niveau -1
elementen, geïntegreerde oplossing. •
Buffer nu oostzijde ivm constraints aan westzijde.
•
Vluchten in busbuffer via vluchttunnel noordzijde.
•
Buffer heeft minimaal 4 compartimenten met schuifdeuren.
•
Pompkelder in de oksel aan de Vestdijktunnel
•
Kernen voor vastgoed in de zone tussen Vestdijktunnel en
N
dichtbijzijnde poortje.
Positie OVCP schuift 11.5m op tov bestaand. Veilige zones op de
Globale oppervlaktes bouwstenen Bustunnels (toerit gesloten) Toeritten open (tunnelmonden) Busbuffer Busstation Fietsenstalling Stationshal (transfer) Stationshal (commercie) Technische ruimtes, logistiek en magazijn Pompkelder
m2 7.770 4.850 6.920 20.310 8.100 3.620 1.610 1.710 750
busstation. Ook fietsparkeren cluster 6 hier mogelijk. Functionele axonometrie gezien vanuit het oosten van de bouwstenen (oa busstation, busbuffer, fietsenstalling, stationshal en toeleidende tunnels)
CONCEPT INPASSINGSONTWERP
28
MIRT-verkenning MMK, Eindhoven
Movares + KCAP + Team V
29
ALTERNATIEF A
Plankaart situatie
schaal 1:800 op A0
CONCEPT INPASSINGSONTWERP
30
MIRT-verkenning MMK, Eindhoven
Movares + KCAP + Team V
31
ALTERNATIEF A
Plankaart niveau -1
schaal 1:500 op A0
CONCEPT INPASSINGSONTWERP
32
MIRT-verkenning MMK, Eindhoven
Movares + KCAP + Team V
33
ALTERNATIEF A
Beschrijving van het model per deelaspect Alternatief A heeft als belangrijkste kenmerk ‘de ideale overstapmachine’: een compacte, optimale OV-knoop qua functionaliteit. Alle modaliteiten (trein, bus, fiets) zijn vanuit één centrale stationshal te bereiken. Daarnaast is de fietsenstalling optimaal te bereiken en in te delen op maaiveld (op één verdieping, geen vreemde hoeken), met zowel een ingang vanaf de Fellenoord als een gelijkvloerse aansluiting op de stationshal. Nadelig van het concept is dat er voor een groot deel een verhoogd stationsplein ontstaat. In deze paragraaf worden per deelaspect de gemaakte keuzes en onderdelen beschreven. 1 Busvervoersysteem 1.1 Busstation Door nieuwe constraints van omliggende raakvlakken zoals Kennedy Business Center (KBC) en het spoor zijn de constructieve afstanden tot deze projecten groter geworden dan in de voorgaande fase. Hierdoor is het bouwveld kleiner geworden, wat gevolgen heeft voor de opzet van het alternatief. Met name in noord-zuid richting is er hierdoor minder ruimte om te bouwen en passen er minder haltes in de lengterichting op de busperrons. Tegelijk is het busstation groter geworden in de breedterichting, vanwege het inpassen van veilig zones op de busplatforms (zogenaamde ‘vissenkommen’) om aan brandveiligheidseisen te voldoen.
Dit is tweeledig: er is naast voldoende veilige ruimte voor de reiziger om te wachten in de vissenkommen op de busplatforms (zo’n 900m2 per platform) nog voldoende loopruimte nodig rondom de vissenkommen van de busplatforms. Hierdoor wordt het busstation per platform zo’n 6m breder. Het gevolg van beide punten hierboven is dat een vierde (uitstap)perron noordzakelijk is. Daarmee wordt het busstation substantieel breder, om de reductie in de lengte te compenseren. Dit resulteert er in dat de fietsenstalling niet meer naast het busstation past in vergelijking met model 2 (familie van A) uit de korte lijst. Dit wordt nader toegelicht bij onderdeel 4. Er is in dit alternatief verder vastgehouden aan een decentrale stijgpuntconfiguratie. Hoofdtoegangen liggen in de stationshal aan de zuidelijke uiteinden van de busplatforms. De stijgpunten aan de noordzijde Fellenoord betreffen 4 uitgangen (nevenentrees). Vanuit brandveiligheid en sociale veiligheid (geen doodlopende perrons) zijn deze (neven)ontsluitingen noodzakelijk en
voor de gewoonte-reiziger zijn deze nevenentrees toevoegingen in de transfer/wayfinding die het gebruik van het busstation verbeteren/beter laten aansluiten op de bovenliggende stad. De wachtzone voor busreizigers bevindt zich voor de meeste reizigers vooral op de perrons, maar er is in dit alternatief ook voldoende wachtruimte in de begane grond van de stationshal. Onderdelen busstation: • totaal haltes: 4x uitstaphalte, 14 vertrekhaltes 13m bussen, 14 vertrekhaltes 18,75m bussen, 2 vertrekhaltes 25,25m bussen • 1 uitstapperron met 4 uitstaphaltes aan de westzijde van het busstation, positionering bepaald adhv optimale rijbewegingen • 3 reguliere busperrons, waarvan 1 met 12 haltes, 1 met 10 haltes en 1 met 8 haltes • de indeling van de busperrons is statisch: Lijnen halteren aan een vaste halte. • glazen scheidingswand tussen de rijbanen en de wachtruimte op de perrons t.b.v. veiligheid en comfort van de reizigers • vluchten vanuit het busstation voorzien via veilige zone op de busperrons • decentrale stijgpuntconfiguratie met naast de zuidelijke opgangen een lift, grootste loopafstand veilige zone tot aan trap is 25m. De noordelijke opgangen zijn trappen voor de gewoontereiziger, ingepast in vastgoed (cluster 6) en in het verhoogde stationsplein • hekwerk tussen de rijbanen/perrons om overstekende reizigers te voorkomen • maximale overspanning oost/west ca.
25 meter • maximale overspanning noord/zuid ca 12 meter • vrije hoogte van min. 4500 mm t.p.v. rijbanen • ter plaatse van de rijbanen 1100 mm onder constructie vrijgehouden t.b.v. installaties • buskantoor voorzien in reservering kantoorprogramma boven op de commerciële ruimte van het ontvangstdomein • Voor de gevraagde 300 m2 ruimte voor het buskantoor is er ruimte op +1 boven de commercie in de stationshal. Aandachtspunten • wachtkwaliteit reiziger nader te onderzoeken in
planuitwerking (materialisering, akoestiek, licht, daglicht, wind, zitelementen, signage)
•
1.2 Busbuffer De busbuffer bevindt zich vanwege de nieuwe constraints nu aan de oostzijde van het busstation, waar meer ruimte is dan aan de westzijde, en is voorzien van vijf brandcompartimenten voor bufferende bussen. In de buffer is er aan de oostzijde ruimte voor een chauffeursruimte.
•
•
•
•
20 bufferplekken waarvan 4 voor 13m bus en 16 voor 18,75m bus. Binnen deze 20 plekken is ruimte voor 25,25m bus om overdwars te halteren chauffeursruimte 150 m2 voorzien in ondergrondse busbuffer nabij bufferplekken, inclusief 3 diensparkeerplaatsen busbuffer voorzien van brandscheiding/ brandscherm per 4 bufferplekken, met vluchtdeur naar extra beschermde vluchtroute
1.3 Bustunnels • rijbaan in twee richtingen met hellingbanen van max 7% en voetbogen en topbogen r250 in tunnelmonden van Elizabethtunnel, Boschdijktunnel, Vestdijktunnel, Montgomerylaan en Dorgelolaan • vluchten vanuit de busttunnel voorzien via dubbele vluchttunnel met nooduitgangen t.p.v. de tunnelmonden 1.4 Stationshal Noord (trein en bus) De stationshal noord bestaat uit een transferdomein van ca 3700 m2 (trein en bus gecombineerd) in een af te sluiten stationshal met een direct adres aan de Vestdijktunnel, via een ca 25m breed stationsplein op maaiveld aan Fellenoord en via de diagonaal aan het Kennedyplein. De stationshal biedt door de decentrale stijgpuntconfiguratie van het busstation toegang tot de zuidelijke opgangen en een lift. • • •
zuidelijke stijgpunten busstation ingepast tussen commerciële ruimtes en fietsenstalling ca 8.870 m2 dak stationshal commerciele ruimtes ca 1600m2 gepositioneerd aan zuidzijde transfergebied met belendend een logistieke gang ontsloten via lift aan de oostzijde van het busstation
OVCP (poorten) bevinden zich op 14.4m van het SKE-zijperron en op minimaal 12.2m afstand van de voorgevel stationshal. SKE-zijperron is ingepast en wordt niet onmogelijk gemaakt door het ontwerp
Aandachtspunten • inpassing noordelijke stijgpunten (oriëntatie en identificatie) • verblijfskwaliteit van de wachtruimte in de stationshal 2 •
Internationale bussysteem haltes 7x internationale bussen bevinden zich aan de westzijde van de JF Kennedylaan
3 •
Trein vervangend vervoersysteem haltes 6x instap (noordzijde) en 4x uitstap (zuidzijde) treinvervangende bussen bevinden zich aan weerszijden op de Fellenoord
4 Fietsvervoersysteem MMK 4.1 Fietsenstalling MMK Als gevolg van de genoemde ontwerpwijzigingen van het busstation past de fietsenstalling niet meer naast het busstation en moet er boven op worden gepositioneerd. De andere opties zoals getoond op pagina 13 vielen in eerste instantie af. De optie fietsenstalling onder Fellenoord levert een te sterk raakvlak met het raamwerk openbare ruimte op (het busstation zou te diep komen te liggen om met de fietsenstalling onder het maaiveldniveau uit te komen). De optie fietsenstalling tegen het spoor aan viel in eerste instantie af vanwege het feit dat dit geen onderscheidende positie is t.o.v. Alternatief B. Later is deze variant teruggekomen als Alternatief A’ die in het volgende hoofdstuk wordt toegelicht. Het voordeel van de keuze voor een stalling op maaiveldniveau is dat de fietsenstalling in één laag kan worden uitgevoerd en zonder lange hellingbaan ontsloten kan worden, wat optimaal is voor de functionaliteit. • • •