CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1a - Vaststelling Bestemmingsplan II Gestel buiten de Ring 2020 (Mascagnistraat)

Raadsvergadering 20 juni 2023, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan II Gestel buiten de Ring 2020 (Mascagnistraat) en besluit tot het onttrekken van wegen aan de openbaarheid27.349 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Vastgesteld bestemmingsplan

II Gestel buiten de Ring 2020 (Mascagnistraat)

Mei 2023

II Gestel buiten de Ring 2020 (Mascagnistraat)

Inhoudsopgave Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding

7

1.1

Aanleiding

7

1.2

Het plangebied

8

1.3

Voorgaande plannen

12

1.4

Leeswijzer

12

Hoofdstuk 2 Beschrijving plangebied

13

2.1

Cultuurhistorisch perspectief

13

2.2

Het Genderdal

16

2.3

Stedenbouwkundige structuur

17

Hoofdstuk 3 Uitgangspunten, randvoorwaarden en beleidskader

25

3.1

Inleiding

25

3.2

Rijksbeleid

25

3.3

Provinciaal beleid

39

3.4

Gemeentelijk beleid

45

3.5

Volkshuisvesting

49

3.6

Archeologische en cultuurhistorische waarden

57

3.7

Verkeer en parkeren

63

3.8

Groen

68

3.9

Kabels, leidingen en straalpaden

79

3.10

Windhinder, privaatrechtelijke belemmering en bezonning

79

Hoofdstuk 4 Milieuparagraaf

81

4.1

Milieueffectrapportage

81

4.2

Bedrijven en milieuzonering

82

4.3

Geluid

84

4.4

Luchtkwaliteit

86

4.5

Externe veiligheid

88

4.6

Duurzaamheid

90

4.7

Bodem

95

4.8

Natuur

97

Hoofdstuk 5 Waterparagraaf

101

5.1

Inleiding

101

5.2

Beleid

101

5.3

Eindhovense klimaattoets

106

5.4

Beschrijving watersysteem plangebied

109

5.5

Toekomstige situatie van het watersysteem

111

Hoofdstuk 6 Juridische vormgeving

119

6.1

119

2

Algemeen

vastgesteld II Gestel buiten de Ring 2020 (Mascagnistraat) Gemeente Eindhoven

6.2

Planmethodiek

119

6.3

Verbeelding

119

6.4

Planregels

119

Hoofdstuk 7 Handhaving

123

Hoofdstuk 8 Financiële aspecten

125

Hoofdstuk 9 Procedure en maatschappelijke uitvoerbaarheid

127

9.1

Bekendmaking ex artikel 1.3.1 Bro

127

9.2

Overleg ex artikel 3.1.1 Bro

127

9.3

Samenspraak

128

9.4

Zienswijzen

131

Bijlagen bij de toelichting

133

Regels

135

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

137

Artikel 1

Begrippen

137

Artikel 2

Wijze van meten

143

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

145

Artikel 3

Groen

145

Artikel 4

Verkeer - Verblijfsgebied

147

Artikel 5

Wonen

149

Artikel 6

Waarde - Archeologie 6

153

Artikel 7

Waarde - Cultuurhistorie - 2

155

Hoofdstuk 3 Algemene regels

157

Artikel 8

Anti-dubbeltelregel

157

Artikel 9

Algemene afwijkingsregels

159

Artikel 10

Parkeren

161

Artikel 11

Groenopgave

163

Artikel 12

Voorwaardelijke verplichting waterberging

165

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

167

Artikel 13

Overgangsrecht

167

Artikel 14

Slotregel

169

Bijlagen bij de regels

171

Bijlage 1

172

Lijst van bedrijfsactiviteiten bij wonen

vastgesteld II Gestel buiten de Ring 2020 (Mascagnistraat) Gemeente Eindhoven

3

4

vastgesteld II Gestel buiten de Ring 2020 (Mascagnistraat) Gemeente Eindhoven

Toelichting

vastgesteld II Gestel buiten de Ring 2020 (Mascagnistraat) Gemeente Eindhoven

5

6

vastgesteld II Gestel buiten de Ring 2020 (Mascagnistraat) Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 1

1.1

Inleiding

Aanleiding

Situatie Het plangebied betreft twee onderdelen: één jongerencentrum & het wooncomplex bestaand uit 28 tweekamerwoningen. Het wooncomplex is te typeren als een vluchtcomplex, de technische kwaliteit is zeer slecht en de woonduur beperkt. Het complex kampt met achterstallig onderhoud en is technisch op. Bewoners hebben klachten over tocht en schimmelvorming. De bungalows zijn gedateerd en niet meer goed te renoveren. Het jongerencentrum is een bedrijfscomplex wat een voormalige dansschool betreft. Deze locatie is gedateerd en heeft achterstallig onderhoud. Het werd de laatste jaren gehuurd door Lumens Groep met een anti-kraak contract. De hoeveelheid activiteiten op deze locatie is in de jaren flink afgenomen. De nog lopende activiteiten zijn verdeeld over 2 alternatieve locaties van Lumens groep. Hierdoor heeft het geen functie meer in de wijk. Beide complexen hebben technische problemen en zijn gedateerd. Daarnaast missen de woningen en het jongerencentrum de binding met de aangrenzende buurten en groen structuren. Ze zijn niet aangemerkt als cultuurhistorisch en vormen gezamenlijk een verstoring in de huidige stedenbouwkundige opbouw. Het gebied heeft nu geen verblijfskwaliteit.

Kansen Het is gewenst om deze locatie te herontwikkelen en daarmee een relatie te leggen met de naastgelegen eengezinswoningen aan de Galuppistraat, de Vivaldistraat en de Mendelssohnlaan en een verbinding mogelijk te maken tussen de groene long en de groene zoom. Hierdoor ontstaat een natuurlijke zoom van de bestaande buurt. Tegelijkertijd ligt er een verdichtingsopgave voor de gemeente Eindhoven om binnen het bestaand stedelijk gebied, woningen toe te voegen. Het is gewenst om in deze buurt een aantal woningtypes toe te voegen. Het toevoegen van extra woningen en nieuwe woningtypes in de buurt kan de doorstroming bevorderen.

Daarnaast zijn op korte termijn veel nieuwe sociale huurwoningen nodig, welke bij voorkeur binnenstedelijk gebouwd dienen te worden op inbreidingslocaties. Door het toevoegen van nieuwe woningtypen voor verschillende doelgroepen, zoals appartementen in deze wijk met voornamelijk grondgebonden woningen, wordt de doorstroming bevorderd en de doelgroep verruimd. Dat geeft een impuls aan de totale leefbaarheid in de wijk.

Planvoornemen Woonbedrijf is voornemens om de verouderde 28 woningen en het jongerencentrum te vervangen voor nieuwbouw. Binnen het plangebied worden 89 appartementen gerealiseerd bestaande uit 2- of 3-kamer appartementen en enkele 4-kamer appartementen. De oppervlakten variëren tussen de 51 m2 en 81 m2 GO.

De stedenbouwkundige setting moet de sociale cohesie bevorderen en bijdragen aan een vastgesteld II Gestel buiten de Ring 2020 (Mascagnistraat) Gemeente Eindhoven

7

bepaalde mate van collectiviteit. De programmatische verdeling moet enerzijds een doelgroep bedienen die al in de buurt woont en anderzijds een doelgroep aantrekken van daar buiten. Gedacht wordt aan het mixen van doelgroepen met aandacht voor starters op de woningmarkt 25+ en doorstromende senioren 55+.

Bestemmingsplan Het bestemmingsplan "II Gestel buiten de Ring 2020 (Mascagnistraat)" bestaat uit een digitale en analoge verbeelding (plankaart) met de daarbij behorende regels. Bij het bestemmingsplan is een toelichting gevoegd. In de toelichting wordt aangegeven waarom het bestemmingsplan is opgesteld en welke afwegingen hebben plaatsgevonden in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Naast de digitale versie is er tevens een papieren versie van het bestemmingsplan beschikbaar. De digitale versie is juridisch bindend.

1.2

Het plangebied

Het plangebied ligt in het zuidwestelijke deel van de gemeente in het stadsdeel Gestel in de wijk Genderdal. Het plangebied wordt in grote lijnen begrensd door het afwateringskanaal Eindhoven aan de oostzijde, de Galuppistraat aan de noordzijde, de Mendelssohnlaan aan de oostzijde, amusementscentrum Jump XL aan de zuidoost zijde en Smetanalaan/Boccherinilaan aan de zuidzijde.

Figuur 1.1: Plangebied in zuidwestelijke deel van gemeente Eindhoven (Bron: OpenStreetMap) 8

vastgesteld II Gestel buiten de Ring 2020 (Mascagnistraat) Gemeente Eindhoven

Figuur 1.2: Plangebied in de wijk Genderdal (Bron: OpenStreetMap)

vastgesteld II Gestel buiten de Ring 2020 (Mascagnistraat) Gemeente Eindhoven

9

Figuur 1.3: Plangebied in de wijk Genderdal (Bron: Luchtfoto)

10

vastgesteld II Gestel buiten de Ring 2020 (Mascagnistraat) Gemeente Eindhoven

Figuur 1.4: Huidige situatie plangebied (Bron: KAW)

vastgesteld II Gestel buiten de Ring 2020 (Mascagnistraat) Gemeente Eindhoven

11

Figuur 1.5: Huidige situatie plangebied, vogelvlucht (Bron: KAW)

1.3

Voorgaande plannen

Het bestemmingsplan "II Gestel buiten de Ring 2020 (Mascagnistraat)" vervangt deels het bestemmingsplan 'Gestel buiten de Ring 2020' vastgesteld door de raad op 24 november 2020. In dit bestemmingsplan worden tevens de regelingen, voor zover van toepassing, overgenomen uit de paraplubestemmingsplannen 'Parkeren, kamerbewoning en woningsplitsing 2021 (vastgesteld op 24-05-2022)' en 'waterberging (vastgesteld op 24-11-2021).

1.4

Leeswijzer

Deze toelichting bestaat uit 9 hoofdstukken. Na deze inleiding volgt hoofdstuk 2. Hierin is een beschrijving van het plangebied gegeven. Hoofdstuk 3 bevat de uitgangspunten bij, de randvoorwaarden en de beleidskaders voor het opstellen van het bestemmingsplan. Hoofdstuk 4 geeft inzicht in en een verantwoording van alle relevante milieuaspecten. Hoofdstuk 5 bevat de waterparagraaf. In deze paragraaf is beschreven op welke wijze rekening wordt gehouden met de gevolgen van het bestemmingsplan voor de waterhuishouding. De juridische vormgeving van het bestemmingsplan is verwoord in hoofdstuk 6. In hoofdstuk 7 wordt ingegaan op de handhaving van het bestemmingsplan. De financiële uitvoerbaarheid is verantwoord in hoofdstuk 8. Hoofdstuk 9 gaat ten slotte in op de gevolgde procedure, inclusief een paragraaf over de maatschappelijke uitvoerbaarheid. Hierin staan met name de resultaten van het gevoerde overleg en de samenspraak/inspraak.

12

vastgesteld II Gestel buiten de Ring 2020 (Mascagnistraat) Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 2

2.1

Beschrijving plangebied

Cultuurhistorisch perspectief

De omgeving kenmerkt zich door de grootschalige uitbreidingswijk uit de jaren '50 van vorige eeuw. Het gebied tussen het oude lint 'Gestel' en het Afwateringskanaal werd in die tijd planmatig ontwikkeld met voornamelijk woningbouw. De huidige woningen in het plangebied dateren uit 1959. Het gebouw waar op dit moment een jongerencentrum is gevestigd dateert uit 1970.

Figuur 2.1: Vier historische kaarten van het plangebied (Bron: Topotijdreis.nl)

In de Cultuurhistorische analyse van het Genderdal (Bijlage 14 en figuur 2.2) worden de wooncomplexen vanuit cultuurhistorisch oogpunt aangemerkt als 'verstoringen' ten opzichte vastgesteld II Gestel buiten de Ring 2020 (Mascagnistraat) Gemeente Eindhoven

13

van de rest van de wijk. Herontwikkeling is nodig met in achtneming van de relatie met de groene zoom en groene long en de naastgelegen eengezinswoningen.

Figuur 2.2: Cultuurhistorische analyse Genderdal (Bron: Van Meijel, bijlage 14)

Relatie met de groene zoom en groene long De buurten zijn op verschillende manieren ruimtelijk verbonden met de groenstructuur van de zoom en de long: via hofjes en plantsoenen, door de verstaffelde verkaveling aan de rand en de korte zichtlijnen in de dwarsrichting (figuur 2.3). De overgangen zijn door hagen, ‘schaamgroen’ en bomen zorgvuldig vormgegeven. Opvallend is de asymmetrie in de verkaveling aan weerszijden van de straten en de grote groenelementen: strekken aan de ene en een reeks kopgevels aan de andere zijde.

De woningen aan de Mascagnistraat vormen een gesloten geheel, ze bieden geen doorzichten naar de groene zoom en zijn niet verbonden met de groene long. Als einde van dit deelgebied zouden deze woningen juist een schakel moeten vormen tussen de groene zoom en de groene long.

14

vastgesteld II Gestel buiten de Ring 2020 (Mascagnistraat) Gemeente Eindhoven

Figuur 2.3: Deelgebied bebouwingsvelden met eengezinswoningen rond de centrale 'groene long' (Bron: Van Meijel, bijlage 14)

Het woonprogramma, gericht op een landschappelijke buitenruimte kan deze schakel zijn. De opgave is om een woonomgeving te maken waar bewoners graag naar buiten gaan om te genieten van het groen en om elkaar te ontmoeten. De collectieve tuin heeft de taak om enerzijds schakel te zijn in de groene gebieden en anderzijds als actieve ontmoetingsruimte voor de bewoners.

Afzomen bestaande buurt Dit deelgebied heeft een weefsel van lange parallelle lijnen en korte gebroken dwarsverbanden uit de (verkeers)structuur. Hierbinnen is een gestempelde verkaveling zichtbaar met eengezinswoningen (figuur 2.4).

De woningen aan de Mascagnistraat vormen nu geen afzoming van deze gestempelde structuur. De woningen staan niet aan woonstraten, maar zijn verborgen in kleine wandelgangen. Ze ogen erg gesloten ten opzichte van de rest van de buurt.

vastgesteld II Gestel buiten de Ring 2020 (Mascagnistraat) Gemeente Eindhoven

15

Figuur 2.4: Gestempelde verkaveling (Bron: Van Meijel, bijlage 14)

In de beoogde situatie zijn de woningen juist gericht op het omliggende groen, waardoor ze ruimte en openheid uitstralen.

2.2

Het Genderdal

Genderdal werd in de periode 1955-1959 langs het riviertje de Gender gebouwd. Dit was de eerste forse stadsbuurt in Eindhoven die werd "gepland". Het ontwerp voor Genderdal ging uit van de "wijkgedachte" (direct ontsloten op de hoofdinfrastructuur en met een duidelijk centrum voor voorzieningen in de groene long met aan de oeverkant een groene zoom). De Karel de Grotelaan is voor de aanleg van Genderdal van groot belang geweest. Langs deze laan werden door de architect Kuiper hoge woongebouwen bedacht. Deze opzet wordt als "uitvalswegarchitectuur" gekarakteriseerd. Genderdal is de eerste buurt in Eindhoven die is ontwikkeld met de auto als uitgangspunt. De buurt die momenteel circa 1500 woningen telt, bestaat voor circa 90% uit huurwoningen. De beekloop in Genderdal is een essentieel en karakteristiek onderdeel van de groenvoorziening in het stadsdeel Gestel.

16

vastgesteld II Gestel buiten de Ring 2020 (Mascagnistraat) Gemeente Eindhoven

Figuur 2.5: De wijk het Genderdal (Bron: bestemmingsplan 'Gestel buiten de Ring 2020')

2.3

Stedenbouwkundige structuur

Opbouw Om ruimte te maken voor de nieuwe ontwikkeling worden de bestaande grondgebonden woningen gesloopt. De beoogde situatie bestaat uit drie woongebouwen. Twee woongebouwen staan los in het park en zijn georiënteerd op de zon. Ze staan zo tegenover elkaar dat ze een collectieve ontmoetingstuin omgeven. Het derde woongebouw is een alzijdig woongebouw omringd door groen. Het staat een kwart gedraaid, waardoor de vrijstaande positie van het gebouw los in het park wordt benadrukt. Deze verdraaiing sluit aan bij andere losstaande gebouwen in het park langs het kanaal, zoals te zien is in onderstaande figuur. Als rooilijn voor het noordelijke hoekgebouw wordt de rooilijn van de Mendelsssohnlaan aangehouden.

Door de woningen op deze manier te positioneren blijven bestaande doorkijken behouden, zoals het doorzicht vanaf de Mendelssohnlaan in zuidwestelijke en in noordwestelijke richting naar de Galuppistraat. Ook worden er nieuwe doorkijken gerealiseerd, zoals vanaf de vastgesteld II Gestel buiten de Ring 2020 (Mascagnistraat) Gemeente Eindhoven

17

Smetanalaan in noordelijke richting en vanaf de Mendelssohnlaan in westelijke richting. Er is vanuit de Mendelssohnlaan en vanuit de Vivaldistraat/Galuppistraat een looproute door het gebied heen. Door de groene inpassing van de buitenruimte inclusief de collectieve tuin wordt de groene long verbonden met de groene zoom langs het kanaal. De bestaande bomen blijven zo veel als mogelijk behouden. Ook de jeu de boules baan blijft behouden.

Figuur 2.6: Stedenbouwkundige uitgangspunten (Bron: Urban Synergy, bijlage 1)

Tabel 2.1: Woonprogramma (Bron: VOSP bijlage 5)

18

vastgesteld II Gestel buiten de Ring 2020 (Mascagnistraat) Gemeente Eindhoven

In bovenstaande tabel worden de woningtypes per blok weergegeven. De blokken staan afgebeeld in figuur 2.7. In totaal worden er dus 89 appartementen gerealiseerd.

De bouwhoogtes zijn voor blok 1 19,50 meter + peil, voor blok 2 13,50 meter + peil en voor blok 3 10,5 meter + peil.

vastgesteld II Gestel buiten de Ring 2020 (Mascagnistraat) Gemeente Eindhoven

19

Figuur 2.7: Plattegrond van beoogde situatie (Bron: Urban Synergy bijlage 1)

Figuur 2.8: Vogelvlucht van beoogde situatie (Bron: KAW)

20

vastgesteld II Gestel buiten de Ring 2020 (Mascagnistraat) Gemeente Eindhoven

Figuur 2.9: Gevels (Bron: VOSP bijlage 5)

Figuur 2.10: Gevels (Bron: VOSP Bijlage 5))

WoonST vastgesteld II Gestel buiten de Ring 2020 (Mascagnistraat) Gemeente Eindhoven

21

Het woongebouw zal bestaan uit de standaard WoonST woningen.

Door stijging van de bouwkosten en kostenverhogende aanpassingen in de wet- en regelgeving (bijvoorbeeld op het gebied van duurzaamheid) is het voor woningcorporaties lastig om nog voldoende betaalbare huurwoningen te bouwen. Tegelijkertijd staan de gemeenten voor de niet geringe opdracht om de komende jaren duizenden betaalbare woningen toe te voegen aan de voorraad. Om daar aan te kunnen voldoen hebben 9 gemeenten in het Stedelijk Gebied Eindhoven en 13 woningcorporaties de handen ineengeslagen. Een pilot is gestart om met gestandaardiseerde woningen een flinke besparing op de bouwkosten te realiseren. De pilot staat inmiddels bekent onder de naam WoonST. De gestandaardiseerde sociale huurwoningen, de zogeheten WoonST-woningen, moeten in grote aantallen op diverse plekken in de regio gebouwd gaan worden. Ook kunnen procedures, verbonden aan de realisering van de bouwplannen zoals de planologische procedure en de afgifte van vergunningen, vlotter verlopen. Dit moet bijdragen tot een versnelling van de bouw van sociale huurwoningen.

De betrokken gemeenten en woningcorporaties hebben de gezamenlijke woningbouwopgave (nieuwbouw en/of vervangende nieuwbouw) voor de periode van 2019 tot en met 2024 in beeld gebracht. Op basis daarvan zijn de mogelijkheden voor het realiseren van gestandaardiseerde woningtypen onderzocht. Dit heeft geresulteerd in een lijst met diverse concrete locaties binnen het SGE voor de bouw van gestandaardiseerde woningtypen. Over de realisatie en toepassing van de WoonST-woning zijn met de betrokken gemeenten en woningcorporaties gezamenlijke afspraken gemaakt. Deze afspraken zijn medio september 2020 vastgesteld in alle colleges van de SGE-gemeenten.

Vervolgens hebben de gezamenlijke woningcorporaties met BAM Wonen en Heijmans in januari 2021 een raamovereenkomst getekend voor de realisatie van gestandaardiseerde sociale huurwoningen (WoonST-woningen). Deze raamovereenkomst loopt tot 1 januari 2024.

De WoonST-woning betreft een gestandaardiseerde grondgebonden- of gestapelde sociale huurwoning. Hoewel de woning nadrukkelijk een gestandaardiseerde woning betreft zijn er wel een aantal variatiemogelijkheden beschikbaar. Het gaat daarbij onder andere om gevelbekleding en kleurstelling.

Verkeersstructuur Gemotoriseerd verkeer Het plan wordt ontsloten op de Galuppistraat, die vervolgens aansluit op de Karel de Grotelaan. De Galuppistraat en de Mendelssohnlaan zijn gecategoriseerd als erftoegangswegen met een maximumsnelheid van 30 km/uur. De Karel de Grotelaan is gecategoriseerd als een gebiedsontsluitingsweg met een maximumsnelheid van 50 km/uur.

Langzaam verkeer Op ontsluitende wegen die zijn gecategoriseerd als erftoegangsweg , deelt de fietser de rijbaan met het gemotoriseerd verkeer en zijn geen fietsvoorzieningen aanwezig. Uitzondering hierop is de Mendelssohnlaan hier zijn immers fietssuggestiestroken aanwezig. Langs beide zijden van de Karel de Grotelaan zijn vrijliggende fietspaden aanwezig. Langs de wegen rondom het plangebied zijn voetpaden aanwezig.

22

vastgesteld II Gestel buiten de Ring 2020 (Mascagnistraat) Gemeente Eindhoven

Openbaar vervoer Op circa 350 meter loopafstand van het plangebied ligt een bushalte langs de Karel de Grotelaan. Hier halteren meerder buslijnen voor de richting Eindhoven Station, Bergeijk, Bladel en Reusel. De buslijnen halteren minimaal 2 x in het uur.

Parkeren Conform de rekentool autoparkeren van de gemeente Eindhoven zijn voor dit project 69 parkeerplaatsen noodzakelijk (bijlage 7). Middels twee parkeerterreinen worden 19 en 42 parkeerplekken gerealiseerd. 8 parkeerplekken worden in de wijk opgevangen.

Groen en water Het plangebied omvat in totaal 13.346 m². In de bestaande situatie (figuur 3.21 links) is 6.623,8 m² daarvan openbaar groen. Dit is exclusief de paden en de jeu de boules baan. Dit is 49,6% van het plangebied. In de nieuwe situatie (figuur 3.21 rechts) is 7.285,3 m² groen voorzien. Dit is 55% van het plangebied.

Ten opzichte van de huidige situatie is dit een toename van (7.285,3 m2 - 6.623,8 m2 =) 661,5 m². Dit is (661,5 / 89 =) 7,4 m2 nieuw groen per woning.

Om het plan te realiseren worden 41 bomen gekapt, waarvan 7 stuks een levensverwachting hebben van minder dan 5 jaar en één geen waarde heeft. Doordat 8 bomen geen waarde hebben, moeten er 33 bomen gecompenseerd worden. Ter compensatie zullen er 34 bomen en 5 meerstammige heesters worden geplaatst. In bijlage 1 staat het concept bomenplan en het beplantingsplan met voorbeelden van beplanting die wordt aangelegd binnen het plangebied.

In totaal wordt niet voldaan aan de 8 m2 nieuw groen per woning, maar wordt wel hoogwaardig groen toegevoegd met een groot aantal bomen. Binnen het plangebied zal nog (89 x 8 m2 661,5 m2 =) 50,5 m2 aan nieuw groen moeten worden toegevoegd. In paragraaf 3.8 wordt hier verder op in gegaan.

vastgesteld II Gestel buiten de Ring 2020 (Mascagnistraat) Gemeente Eindhoven

23

24

vastgesteld II Gestel buiten de Ring 2020 (Mascagnistraat) Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 3 beleidskader

3.1

Uitgangspunten, randvoorwaarden en

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de ruimtelijke beleidskaders op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau. Verantwoord wordt dat de voorgenomen ontwikkeling past in het (toekomstig) ruimtelijk beleid. Er wordt geen complete samenvatting gegeven van alle beleidsaspecten. Uitsluitend de relevante beleidskaders voor het plangebied zijn in dit hoofdstuk weergegeven en verantwoord.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

In de definitieve Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) schetst het Rijk ambities van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid voor Nederland in 2040. Het Rijk zet twee zaken helder neer: een kader voor prioritering van investeringen om Nederland in beweging te krijgen en een selectief ruimtelijk beleid dat meer loslaat en overlaat aan provincies en gemeenten. Het is de uitdaging om Nederland in de wereldeconomie van de toekomst concurrerend te houden. Dat betekent dat onze stedelijke regio's en netwerken versterkt moeten worden door de kwaliteit voor de leefomgeving te verbeteren, hoogwaardige en klimaatbestendige woon- en werkmilieus te realiseren, de bereikbaarheid te verbeteren en de mobiliteit te verduurzamen, maatregelen te treffen ten behoeve van waterveiligheid, zoetwatervoorziening en ruimte te maken voor de noodzakelijke transitie naar duurzame energie.

Het Rijk onderscheidt 13 nationale belangen in de SVIR. Daarnaast kiest ze nadrukkelijk voor een vereenvoudiging van de regelgeving en brengt de ruimtelijke ordening zo dicht mogelijk bij degenen die het aangaat: burgers en bedrijven. Zo beëindigt het Rijk zijn rol bij nationale landschappen, rijksbufferzones, binnenstedelijk bouwen, landsbrede verstedelijkingsafspraken, sport- en recreatievoorzieningen. Het Rijk vindt de stedelijke regio's rond de Mainports (Rotterdam en Amsterdam), de Brainport, greenports en de valleys van nationaal belang (nationaal belang 1). De gebiedsontwikkeling Brainport Avenue is van nationaal belang. In de SVIR wordt Brainport Zuid-Oost Nederland beschouwd als de belangrijkste toptechnologieregio van ons land.Het centrum van deze Brainport is gelegen in Eindhoven met o.a. High-tech systemen, medische technologie en automotive als belangrijkste thema's. Daarnaast zijn Chemelot in Sittard-Geleen als belangrijk chemie-cluster, het medische cluster in Maastricht en de greenport Venlo als cluster van agro-food, tuinbouw en logistiek belangrijk.

In de regio Eindhoven moeten vanwege de groei van het aantal huishoudens in de periode tot 2040 nog circa 40.000 woningen worden bijgebouwd en ook een kleine 30.000 woningen worden vervangen die niet meer voldoen aan de woonwensen. Het vestigingsklimaat voor (buitenlandse) bedrijven en kenniswerkers behoeft versterking met hoogwaardige woonmilieu's, stedelijke voorzieningen, voldoende aanbod van cultuur en sport en grensoverschrijdende verbindingen. Ook de diversiteit aan toegankelijke groengebieden rond de steden en een robuust netwerk voor natuur vormen voor deze regio een belangrijke vestigingsfactor. vastgesteld II Gestel buiten de Ring 2020 (Mascagnistraat) Gemeente Eindhoven

25

Realisatie Uitgangspunt bij het realiseren van de doelstellingen is een integrale, regionaal-specifieke aanpak, waarmee investeringen en ander rijksinstrumentarium zo effectief en efficiënt mogelijk ingezet kunnen worden. Dat vraagt om een gedegen afweging van alle relevante belangen en goede afstemming en samenwerking tussen regio en Rijk. Over de rijksopgaven zullen op basis van de MIRT-gebiedsagenda's afspraken worden gemaakt. De SVIR kent een realisatieparagraaf, waarin per nationaal belang de aanpak is uitgewerkt op basis van lopende en voorziene projecten. Het Rijk heeft voor de realisatie van de nationale belangen de beschikking over de volgende vier instrumenten: Kaders (gebiedsgerichte of thematische uitwerkingen van de SVIR, relevante wetgeving); Bestuurlijke prestatieafspraken (bijvoorbeeld afspraken met provincies en gemeenten, internationale afspraken met overheden in buurlanden); Financieel (bijvoorbeeld Infrastructuurfonds, Deltafonds); Kennis (bijvoorbeeld inzetten van het College van Rijksadviseurs bij ruimtelijke ontwikkelingen, verspreiden van “best practices”). Voor het juridisch borgen van de nationale belangen uit de SVIR heeft het Rijk, op basis van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), twee besluiten waarmee dat mogelijk is. Deze twee besluiten zijn verschillend van aard (beleidsmatig versus procesmatig).

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Dit geeft de juridische kaders die nodig zijn om het geldende ruimtelijk rijksbeleid te borgen. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het Bro stelt vanuit de rijksverantwoordelijkheid voor een goed systeem van ruimtelijke ordening juridische kaders aan de processen van ruimtelijke belangenafweging en besluitvorming bij de verschillende overheden. De ladder voor duurzame verstedelijking en de proceseisen voor goed ontwerp en aandacht voor de waterhuishouding (watertoets), het milieu en het cultureel erfgoed zijn allen geborgd in het Bro. Nationaal belang 13 vraagt om een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Dit moet met behulp van de ladder voor duurzame verstedelijking worden onderbouwd. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen (bijvoorbeeld kantoorlocaties, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen) moet in het bestemmingsplan worden gemotiveerd hoe een zorgvuldige afweging is gemaakt van het ruimtegebruik.

Toetsing De beoogde realisatie van 89 appartementen is onderdeel van de versnellingsopgave van de bouw van sociale huurwoningen in het Stedelijke Gebied Eindhoven. Daarmee draagt het bij aan de realisatie van 40.000 nieuwe woningen in de regio Eindhoven. 3.2.2

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. In de NOVI zijn deze maatschappelijke opgaven samengevat in vier prioriteiten: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie duurzaam economisch groeipotentieel 26

vastgesteld II Gestel buiten de Ring 2020 (Mascagnistraat) Gemeente Eindhoven

sterke en gezonde steden en regio’s toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Met de NOVI benoemt het Rijk nationale belangen, geeft het richting op de vier prioriteiten en helpt keuzes maken waar dat moet. Want niet alles kan overal. De NOVI is op 9 september 2020 vastgesteld op grond van de geldende regelgeving omdat de Omgevingswet nog niet in werking is. De NOVI voldoet tevens aan de eisen die de Omgevingswet stelt aan een omgevingsvisie. Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze omgevingsvisie dan ook gelden als de Nationale Omgevingsvisie in de zin van deze wet.

Toetsing In dit bestemmingsplan zijn geen strijdigheden met de uitgangspunten uit de NOVI opgenomen. Het planvoornemen, waarbij 89 nieuwe sociale huurappartementen worden gebouwd op de plek van oude grondgebonden woningen, past bij de nationale belangen: Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving; Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit; Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving; Zorgdragen voor de woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften; 3.2.3

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

Naast de SVIR is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), ook wel AMvB Ruimte genoemd, van toepassing. Het besluit bevat regels ter borging van een aantal nationale belangen. Het gaat onder meer over rijksbelangen zoals rijksvaarwegen, zones buisleidingen, zones van hoogspanningsleidingen en militaire objecten. Voor Eindhoven is de 380 Kv hoogspanningsleiding van belang. Deze is gelegen in Eindhoven Noord en (deels) Oost. Verder is in het Barro opgenomen dat de provinciale begrenzing van het Nationaal NatuurNetwerk (NNN) direct doorwerkt naar het bestemmingsplan. De gebieden die het NNN vormen worden bij provinciale Interim Omgevingsverordening aangewezen (zie ook paragraaf 3.3.3) waarmee het NNN een provinciaal belang is geworden. Tot slot worden de belangen van luchthaven Eindhoven via het Barro geborgd.

Toetsing Hoogspanningsleiding Het plangebied in het zuidwesten van Eindhoven ligt niet in de nabijheid van de hoogspanningsleiding.

Natuur Netwerk Nederland In paragraaf 4.8 is aangegeven dat het plangebied geen negatieve effecten heeft op de aangrenzende ecologische verbindingszone als onderdeel van Natuur Netwerk Brabant.

Luchthaven Eindhoven In paragraaf 3.2.4 en 3.2.6 wordt het plangebied ten opzichte van de luchthaven onderbouwd.

vastgesteld II Gestel buiten de Ring 2020 (Mascagnistraat) Gemeente Eindhoven

27

3.2.4

Regeling algemene regels ruimtelijke ordening

In de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) zijn de terreinen, gebieden en installaties zoals bedoeld in het Barro, aangewezen. Voor onderhavig gebied zijn de geluidszone en het obstakelbeheergebied behorende bij het luchtvaartterrein relevant. Deze gebieden zijn op onderstaande kaart aangegeven. In paragraaf 4.3 wordt nader ingegaan op geluid en in paragraaf 3.2.6 op de beperkingengebieden. Onderstaande kaart behoort bij de Rarro.

Toetsing Het plangebied valt volgens de kaarten van de Rarro in het obstakelbeheergebied rond Vliegbasis Eindhoven. Op deze gronden gelden op grond van artikel 2.6.4 van het Barro maximaal toelaatbare bouwhoogtes voor objecten ter bescherming van de veiligheid van het luchtvaartverkeer en ter bescherming van de werking van (radar)apparatuur. De bouwhoogtebeperkingen zijn overgenomen in dit bestemmingsplan, zodat het bestemmingsplan in overeenstemming is met het Rarro. De hoogtebelemmering is 130 meter, zie figuur 3.6. Het NAP van het plangebied is 17,80 meter. De bouwhoogte, zoals aangegeven op de verbeelding is 19,50 meter. Hiermee blijft het planvoornemen ruim onder de toegestane hoogte.

Figuur 3.1: Uitsnede Rarro, kaart 4 militaire luchtvaartterreinen (Bron: ruimtelijkeplannen.nl)

28

vastgesteld II Gestel buiten de Ring 2020 (Mascagnistraat) Gemeente Eindhoven

3.2.5

Ladder voor duurzame verstedelijking

Ieder bestemmingsplan dat nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maakt, moet een verantwoording bevatten van de ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.1.6. lid 2 Bro). De ladder voor duurzame verstedelijking is een instrument met het doel efficiënt ruimtegebruik te bevorderen. Voor stedelijke projecten moet de behoefte worden beschreven. Indien het bestemmingsplan de ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied moet ook worden gemotiveerd waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.

Toetsing Met de ontwikkeling worden 89 appartementen gerealiseerd, verdeeld over 3 woongebouwen. Dit zullen sociale huurwoningen zijn.

Wel of geen stedelijke ontwikkeling De ladder is van toepassing als een plan wordt aangemerkt als 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'. Of er sprake is van een 'stedelijke ontwikkeling' wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Uit jurisprudentie blijkt dat het toevoegen van meer dan 11 woningen of een functiewijziging van meer dan 500 m2 bvo wordt gezien als nieuwe stedelijke ontwikkeling. Momenteel staan er in het plangebied 24 woningen die mogelijk zijn op basis van het bestemmingsplan 'Gestel buiten de ring 2020'. Er is dus sprake van een toename van meer dan 11 woningen, de ontwikkeling wordt aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkeling.

Bestaand stedelijk gebied In de algemene bepalingen van het Besluit ruimtelijke ordening (1.1.1 lid 1 onder h) is de volgende definitie opgenomen voor bestaand stedelijk gebied: “bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur”. De beantwoording van de vraag of een plangebied als een bestaand stedelijk gebied kan worden aangemerkt, hangt volgens de Nota van toelichting (2017) af van de omstandigheden van het geval, de specifieke ligging, de feitelijke situatie, het bestemmingsplan en de aard van de omgeving. Het begrip is in de jurisprudentie nader ingevuld.

Gelet op de geldende woonbestemming en de omliggende stedelijke functies maakt het plangebied onderdeel uit van het bestaand stedelijk gebied.

Beschrijving woningbehoefte Het ruimtelijk verzorgingsgebied van de stedelijke ontwikkeling bepaalt tot welk gebied de beschrijving van de behoefte zich moet uitstrekken. De begrenzing van de regio is dus afhankelijk van de aard en omvang van het programmaonderdeel dat als stedelijke ontwikkeling wordt gezien. Voor wonen is dat de gemeente Eindhoven, binnen het stedelijk gebied Eindhoven.

vastgesteld II Gestel buiten de Ring 2020 (Mascagnistraat) Gemeente Eindhoven

29

Figuur 3.2: Woonregio's (Bron: Brabantse Agenda Wonen, september 2017)

De woningbehoefte in de gemeente Eindhoven blijkt uit diverse prognoses, onderzoeken en beleidsstukken. Deze worden hierna behandeld.

Bevolkings- en woningbehoefteprognose Noord-Brabant (2020) Voor het woningbouwprogramma van de gemeente Eindhoven is de provinciale 'Bevolkings- en woningbehoefteprognose Noord-Brabant (2020) van de provincie Noord-Brabant richtinggevend. Hierin wordt de kwantitatieve woningbehoefte geraamd op het toevoegen van circa 19.000 woningen in de periode tot en met 2030. Onderstaande tabel is richtinggevend voor het maken van nieuwe regionale afspraken. Versnelling van de woningbouw en (vervolgens) vasthouden van het bouwtempo is een belangrijke doelstelling van de Brabantse Agenda Wonen. De harde plancapaciteit is medio 2022 10.085 woningen. Er bestaat kwantitatief dus nog een grote behoefte aan woningen.

Tabel 3.1: Indicatie toename woningvoorraad gemeente Eindhoven 2020-2030

Brabantse Agenda Wonen Voortgangsrapportage 2020/2021 In de Brabantse Agenda Wonen Voortgangsrapportage 2020/2021 wordt de voortgang van de woningbouwopgave in Brabant in beeld gebracht. 30

vastgesteld II Gestel buiten de Ring 2020 (Mascagnistraat) Gemeente Eindhoven

Kwantitatief gezien zijn er voor de korte termijn – Brabant-breed gemeten – (ruim) voldoende plannen voor de benodigde woningbouwproductie en zal ook een deel doorschuiven naar de middellange termijn. Voor de wat langere termijn zal nog wel enige aanvullende capaciteit moeten worden gevonden en verdient ook het harde planaanbod op enkele plekken nog aandacht. In de grote steden (B5) zijn in de periode 2020-2030 nog 60.950 woningen nodig. Er is slechts harde plancapaciteit voor 27.250 woningen (tabel 3.2).

De eerstkomende tijd zal de feitelijke realisatie van woonruimte in het betaalbare segment extra inspanningen (blijven) vragen. Hierbij zal ook de middenhuur, met huurprijzen net boven de liberalisatiegrens, moeten worden betrokken. Voor de gemeentelijke en (sub)regionale woningbouwplanning en -programmering en de mogelijkheden hier ook daadwerkelijk – bijvoorbeeld via volkshuisvestelijke en/of ruimtelijke instrumenten) op te sturen - zijn dit belangrijke onderwerpen.

Tabel 3.2: Woningbouwcapaciteit en opgaven

Woonprogramma gemeente Eindhoven 2021-2025 (2020) Dit Woonprogramma is een aanvulling en actualisering op de huidige Woonvisie van 2015. De Woonvisie uit 2015 geeft inzicht in de gemeentelijke ambities op het gebied van bouwen en wonen en steunt op drie pijlers: Eindhoven als ambitieuze stad, als solidaire stad en als innovatieve stad. Deze Woonvisie wordt in paragraaf 3.5.2 verder toegelicht. Naast de actualisatie van de Woonvisie uit 2015 zet de gemeente in het Woonprogramma de ambities uit de Woonvisie om in concrete plannen. Tegelijkertijd wordt uitvoering gegeven aan de gemeentelijke Omgevingsvisie voor het thema wonen en wordt de Woondeal op onderdelen concreet uitgewerkt. De gemeente Eindhoven heeft deze Woondeal in 2019, samen met de andere SGE-gemeenten en de provincie Noord-Brabant, gesloten met de minister van Binnenlandse Zaken (BZK). De Woondeal is gericht op het versnellen van de woningbouwproductie in het SGE. De gemeente Eindhoven moet in de periode van 2019 tot en met 2024 15.000 woningen opleveren. Deze Woondeal wordt in paragraaf 3.5.1 verder toegelicht.

In het woonprogramma wordt gekozen voor een accentverschuiving in ambities ten opzichte vastgesteld II Gestel buiten de Ring 2020 (Mascagnistraat) Gemeente Eindhoven

31

van de woonvisie: Forse groei van de woningvoorraad om de grote vraag naar woningen op te kunnen vangen. Een evenwichtig woningaanbod, zodat alle inwoners een betaalbare woning kunnen vinden. Voldoende geschikte woningen voor kwetsbare inwoners.

De ambitie is om 15.000 woningen in de periode 2019 t/m 2023 te realiseren. Dit komt overeen met de behoefte die is opgenomen in de Woondeal. Op dit moment staan er circa 18.500 woningen in de planning (geplande productie tot 2030 uit de gemeentelijke woningbouwmonitor, peildatum oktober 2020). Worden onttrekkingen meegerekend (waaronder sloop), dan wordt de woningvoorraad uitgebreid met 17.500 woningen. Belangrijk is dat de gewenste aantallen daadwerkelijk gerealiseerd worden.

Naast de kwantitatieve opgave is het van belang dat alle inwoners een passende en betaalbare woning moeten kunnen vinden. Uit onderzoek blijkt dat de volgende groepen het moeilijk hebben op de woningmarkt: stedelijke starter (lange wachttijd sociale huurwoning), settlers (gebrek goedkope koopwoningen), traditionele gezinnen (grote eengezinswoningen onbetaalbaar), wijkgebonden senioren (ontbreken geschikt aanbod in de wijk), woonwagenbewoners, studenten en internationals. Een gevarieerd woningbouwprogramma is dus van belang.

Het woonprogramma voor de hele stad zet in op 30% sociale huur, 20% goedkope koop, 35% middelduur en 15% duur. Voor het gebied Buiten de Ring wordt uit een vergelijking van de behoefte in relatie tot de geplande woonprogramma's geconstateerd dat extra vraag is naar sociale huur, goedkope koop en middeldure koop. Er is een relatief grote vraag naar sociale huurwoningen.

De gemeente streeft er naar om het aanbod van sociale huurwoningen te vergroten. Dit wordt gedaan door de bestaande instrumenten als prestatieafspraken tussen gemeente, corporaties en huurders, passend grondbeleid, achtervangpositie bij garantstelling leningen aan woningcorporaties en anterieure overeenkomsten. Aanvullend wordt een doelgroepenverordening opgesteld. Daarin kan geregeld worden dat een bepaald percentage van categorieën woningen (zoals sociale huur) wordt gerealiseerd in nieuwbouwplannen. Ook worden de mogelijkheden van een woningbouw- c.q. vereveningsfonds onderzocht.

Met de ontwikkeling worden sociale huurwoningen toegevoegd aan het aanbod. Dat sluit aan bij de ambitie van de gemeente om het sociale huuraanbod te vergroten.

Prestatieafsprak en 2022-2026 Om de stad Eindhoven betaalbaar, toegankelijk en inclusief te houden bundelen de Eindhovense corporaties en gemeente de krachten en maken scherpe prestatieafspraken. Hiermee geven de corporaties mede invulling aan de woningbouwaantallen in het kader van de met het Rijk in 2019 afgesloten Woondeal. Naast het vergroten van de woningvoorraad zijn de leefbaarheid van wijken en de verduurzamingsopgave belangrijke thema's in de prestatieafspraken.

32

vastgesteld II Gestel buiten de Ring 2020 (Mascagnistraat) Gemeente Eindhoven

Conclusie In de provincie Noord-Brabant, en met name de grote steden is sprake van een grote woningbehoefte. De harde plancapaciteit blijft echter achter bij deze behoefte. Om te kunnen voldoen aan de behoefte zal veel zachte plancapaciteit hard gemaakt moeten worden. De beoogde ontwikkeling kan daar aan bijdragen. De ontwikkeling maakt onderdeel uit van de versnellingsopgave van het Stedelijk Gebied Eindhoven. Daarmee wordt gewerkt aan de versnelling van de uitvoering van woningbouwprojecten. In dit geval gaat het om een woningbouwproject met sociale huurwoningen. In Eindhoven is behoefte aan betaalbaar en gevarieerd woningaanbod. Uitbreiding van het sociale woningaanbod is noodzakelijk.

Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling invulling geeft aan de woningbehoefte in Eindhoven. Met dit plan kan de benodigde harde plancapaciteit worden toegevoegd.

De beoogde ontwikkeling voldoet aan de (uitgangspunten van de) ladder voor duurzame verstedelijking. 3.2.6

Luchthavenbesluit

In 2009 is de Wet luchtvaart gewijzigd. Naar aanleiding hiervan is een nieuw luchthavenbesluit voor Eindhoven vastgesteld. Dit is op 26 september 2014 vastgesteld en met ingang van 1 november 2014 in werking getreden. In het luchthavenbesluit is het luchthavengebied, de gebruiksmogelijkheden en het beperkingengebied vastgelegd. Voor het bestemmingsplan is vooral het beperkingengebied van belang. Het beperkingengebied bestaat uit: 1. de geluidszone: dit is de weergave van de geluidsbelasting van het gezamenlijke luchtverkeer (hier wordt in paragraaf 4.3.5 op ingegaan). Binnen deze zone gelden regels voor het bouwen van woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen. 2. de obstakelbeheergebieden: hier gelden maximaal toelaatbare hoogtes voor objecten. 3. het vogelbeheersgebied: binnen dit gebied gelden regels voor een bestemming of gebruik dat vogels aantrekt. Hieronder wordt nader ingegaan op het obstakelbeheergebied en het vogelbeheersgebied.

vastgesteld II Gestel buiten de Ring 2020 (Mascagnistraat) Gemeente Eindhoven

33

Figuur 3.3: Kaart beperkingengebied (Bron: Luchthavenbesluit Eindhoven)

De obstakelbeheergebieden Met de obstakelbeheergebieden wordt geregeld tot welke hoogte gebouwen en bouwwerken gebouwd mogen worden. Dit is om gevaar voor het vliegverkeer op en rondom de luchthaven te voorkomen. De toegestane hoogten worden bepaald door de vliegfunnel, de IHCS en de ILS. Vliegfunnel De vliegfunnel wordt bepaald door de start- en landingsbaan en het verlengde daarvan. Hier gelden beperkingen ten aanzien van het oprichten van obstakels. IHCS Het IHCS (Inner Horizontal and Conical Surface) is bedoeld om vliegtuigen die in het circuit vliegen (circuitverkeer), voorafgaand aan de landing, te beschermen tegen hoge objecten. Het betreft een zone van 4 km rond de landingsbaan waar maximaal 44 meter hoog mag worden gebouwd. Buiten deze zone gaat de maximaal toegestane bouwhoogte geleidelijk omhoog.

34

vastgesteld II Gestel buiten de Ring 2020 (Mascagnistraat) Gemeente Eindhoven

Figuur 3.4: Kaart obstakelbeheergebieden voor de vliegfunnel en IHCS (Bron: Luchthavenbesluit Eindhoven) Het vogelbeheersgebied Binnen het vogelbeheersgebied gelden regels voor een bestemming of gebruik dat vogels aantrekt. In beginsel is een grondgebruik of bestemming binnen de volgende categorieën niet toegestaan: oppervlaktewateren met een oppervlakte van meer dan 3 hectare; natuurbeschermingsgebieden en vogelbeschermingsgebieden; vishouderijen met extramurale bassins; extramurale opslag of verwerking van organisch materiaal; afvalwaterzuiveringsinstallaties.

vastgesteld II Gestel buiten de Ring 2020 (Mascagnistraat) Gemeente Eindhoven

35

Figuur 3.5: Kaart Vogelbeheersgebied (Bron: Luchthavenbesluit Eindhoven)

Toetsing Obstakelbeheergebieden Het plangebied valt net binnen het beperkingengebied van luchthaven Eindhoven. De beoogde ontwikkeling blijft ruim binnen de maximaal toelaatbare hoogte meters. Deze hoogte staat beschreven in de volgende paragraaf, 3.2.7. Het plangebied ligt niet binnen de vliegfunnel en niet binnen de IHCS zone.

Vogelbeheersgebied Het plangebied heeft niet als doelstelling om volgens aan te trekken. Het is ook kleiner dan 3 hectare. Er zijn geen beperkingen in de regels opgenomen. 3.2.7

Bakens luchthaven Eindhoven en radarverstoringsgebied vliegbasis Volkel

Bij het bepalen van de maximaal toegestane bouwhoogte in het bestemmingsplan moet rekening worden gehouden met een baken van luchthaven Eindhoven en het radarverstoringsgebied van vliegbasis Volkel. Baken luchthaven Eindhoven Op en nabij de luchthaven Eindhoven is een baken (zie figuur 3.5) aanwezig om de richting van het vliegverkeer (zowel horizontaal als verticaal) te kunnen volgen: een VDF baken: Vertical Directional Finder. Dit is een hulpmiddel voor de luchtverkeersleiding om de richting te kunnen bepalen van het vliegtuig waarmee op dat moment wordt gecommuniceerd. De toetsingsgebieden liggen voor VDF geheel over het plangebied, maar hebben gezien de 36

vastgesteld II Gestel buiten de Ring 2020 (Mascagnistraat) Gemeente Eindhoven

maximaal toegestane bouwhoogte geen consequenties.

Figuur 3.6: Afbeelding hoogtebelemmeringen bakens nabij luchthaven Eindhoven. Blauwe lijnen= VDF.

Radarverstoringsgebied Volkel Om het ongestoord functioneren van radar- en communicatie-apparatuur op de vliegbasis Volkel te waarborgen ligt er rond deze vliegbasis een cirkel met een straal van 50 nautische mijl (=27,8 km), gemeten vanaf de positie van de radar. Binnen dit radarverstoringsgebied moet voor ieder obstakel hoger dan 65 meter worden berekend of er verstoring van de radar optreedt. Onderhavig plangebied ligt niet binnen dit radarverstoringsgebied.

vastgesteld II Gestel buiten de Ring 2020 (Mascagnistraat) Gemeente Eindhoven

37

Figuur 3.7: Uitsnede uit kaart hoogtebelemmeringen als gevolg van luchthaven Eindhoven. Blauwe lijnen- arcering= radarverstoringsgebied van vliegbasis Volkel.

Toetsing Hoogtebelemmering luchthaven Eindhoven Het plangebied ligt in de zone 130 meter. Bouwwerken op het plangebied mogen niet hoger zijn dan 130 meter ten opzichte van NAP. De maximale bouwhoogte is opgenomen in de regels. Voor de hoofdgebouwen geldt een maximum hoogte van 19,50 meter, zoals op de verbeelding is aangegeven. Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde geldt een maximum hoogte van 3 meter. Daarmee levert de hoogtebelemmering geen probleem op voor het planvoornemen.

Hoogtebelemmering radarverstoringsgebied Volkel Het plangebied ligt niet in het radarverstoringsgebied Volkel. 3.2.8

Outer-horizontal

Met de “outer-horizontal” moet rekening worden gehouden bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Hoge objecten door de “outer-horizontal” kunnen leiden tot aanpassing van de vliegprocedures wat het, bijvoorbeeld, minder goed mogelijk maakt om het vliegverkeer van- en naar Eindhoven te spreiden. Deze “outer-horizontal” heeft een radius van 15 km rondom het midden van de start- en landingsbaan en ligt op een hoogte van 150 meter boven maaiveld (gerelateerd aan de baan). Objecten hoger dan 150 meter zijn toelaatbaar indien aangetoond is dat deze geen impact hebben op het vliegverkeer. Op de hieronder ingevoegde kaart is aangegeven binnen welke gebieden hoogbouw/windturbines kansrijk (=groen gekleurd), kansarm (= oranje gekleurd) of onmogelijk (=rood gekleurd) zijn. In de oranje gekleurde gebieden kan vooraf advies worden gevraagd bij de luchtverkeersleiding van de vliegbasis of de hoogbouw/winturbines op die locatie mogelijk worden geacht.

38

vastgesteld II Gestel buiten de Ring 2020 (Mascagnistraat) Gemeente Eindhoven

Figuur 3.8: Uitsnede uit kaart Outer horizontals luchthavens Oost Brabant. Oranje= gebied kansarm voor hoge obstakels. Groen= gebied kansrijk voor hoge obstakels. Rood= gebied ongeschikt voor hoge obstakel

Toetsing Het planvoornemen blijft ruim onder de 150 meter. Er worden geen belemmeringen voorzien.

3.3

Provinciaal beleid

3.3.1

Omgevingsvisie

De Brabantse Omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Op 14 december 2018 is de omgevingsvisie vastgesteld. Daarna volgt een doorvertaling in een Omgevingsverordening en programma's. Tot die zijn vastgesteld blijven bestaande beleidsplannen voor natuur, ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer en milieu en water van kracht. Daarmee wil Brabant op tijd klaar zijn voor de Omgevingswet wanneer deze in 2021 wordt ingevoerd.

In de Omgevingswet staan waarden als veiligheid, gezondheid en duurzame omgevingskwaliteit centraal. De Brabantse Omgevingsvisie voegt daar ambities aan toe voor vier hoofdopgaven: de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. Voor ieder van deze opgaven geeft de omgevingsvisie aan wat de ambities op lange termijn zijn: wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn? Maar ook een concreet tussendoel: waar moeten we in 2030 op zijn minst staan om dat langetermijndoel te halen? De omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. vastgesteld II Gestel buiten de Ring 2020 (Mascagnistraat) Gemeente Eindhoven

39

Toetsing De realisatie van sociale huurwoningen in de wijk Genderdal past binnen de ambities en het gestelde in de Omgevingsvisie van de provincie Noord-Brabant. Het plangebied krijgt een zichtbare verbetering van de leefomgevingskwaliteit en het bevindt zich binnen het bestaand stedelijk gebied. Het plangebied biedt kansen voor een ontwikkeling waar een grote vraag naar is, zoals ook blijkt uit het behoefteonderzoek in paragraaf 3.2.5. Omdat sprake is van bestaand stedelijk gebied wordt voorkomen dat gronden buiten het bestaand stedelijk gebied worden ingezet voor stedelijke ontwikkelingen. 3.3.2

Structuurvisie

Op 19 maart 2014 is de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2014 in werking getreden. Deze structuurvisie is een actualisatie van de visie die in 2010 werd vastgesteld. De structuurvisie bestaat uit twee delen (A en B) en een uitwerking.

Deel A Deel A bevat de hoofdlijnen van het beleid. Hierin heeft de provincie haar belangen gedefinieerd en ruimtelijke keuzes gemaakt. De ruimtelijke visie van de provincie bestaat op hoofdlijnen uit een robuust en veerkrachtig natuur- en watersysteem, met aandacht voor bescherming tegen hoogwater, droogte en biodiversiteit. Een multifunctioneel landelijk gebied, waar de functies landbouw, recreatie en natuur in relatie tot elkaar ruimte krijgen en een gevarieerd en aantrekkelijk stedelijk gebied met sterke steden, groene geledingszones en uitloopgebieden (intensieve recreatie, stadslandbouw). Aandacht wordt gevraagd voor sterke regionale economische clusters, (inter)nationale bereikbaarheid en knooppuntontwikkeling (zowel in de centra als aan de randen van de steden). De provincie realiseert haar doelen door regionaal samen te werken, te ontwikkelen, te beschermen en te stimuleren.

Figuur 3.9: Visiekaart provincie Noord-Brabant 40

vastgesteld II Gestel buiten de Ring 2020 (Mascagnistraat) Gemeente Eindhoven

Deel B De ruimtelijke belangen en keuzes zijn in vier ruimtelijke structuren geordend. Deze vier ruimtelijke structuren worden in deel B beschreven en zijn:

1. de groenblauwe structuur De groenblauwe structuur bestaat uit bestaande natuur, watersystemen en nieuwe natuur in hiervoor kansrijke gebieden. Het behoud en de ontwikkeling van natuurwaarden is hier belangrijk. Daarnaast biedt de groenblauwe structuur ruimte aan een natuurlijk en robuust watersysteem. Dit is nodig voor een goed waterbeheer en biedt mogelijkheden om in te spelen op de effecten van klimaatverandering.

2. het landelijk gebied Het landelijk gebied ligt buiten de groenblauwe structuur en de stedelijke structuur. Het landelijk gebied biedt een multifunctionele gebruiksruimte voor land- en tuinbouw, natuur, water, recreatie, toerisme en kleinschalige stedelijke functies. Land- en tuinbouw zijn de grootste ruimtegebruikers. De provincie streeft hier naar een multifunctionele gebruiksruimte, met behoud van agrarische productieruimte in die delen van het landelijk gebied waar de landbouw leidend is voor nieuwe ontwikkelingen.

3. de stedelijke structuur De stedelijke structuur bestaat uit de steden en dorpen in Noord-Brabant. De provincie kiest hier voor twee perspectieven. Ten eerste stedelijke concentratiegebieden waar de groei van de verstedelijking wordt opgevangen. De provincie wil de verstedelijking op goed ontsloten plekken concentreren en de groene ruimte tussen steden openhouden. Ten tweede dienen kernen in het landelijk gebied zoveel mogelijk te worden ontzien van verdere verstedelijking. Alleen de eigen verstedelijkingsbehoefte wordt daar opgevangen.

4. de infrastructuur Het infrastructuurnetwerk bestaat uit een fijnmazig en samenhangend netwerk van wegen, spoorlijnen, vaarwegen, luchthavens en buisleidingen. De Brabantse infrastructuur maakt deel uit van het internationale netwerk van infrastructuur in noordwest Europa. De provincie kiest hier voor een goede bereikbaarheid van BrabantStad en de economische clusters van Noord-Brabant. Voor het personenvervoer zijn het hoofdwegennet en het OV-netwerk BrabantStad de dragers. Het goederenvervoer wordt zoveel mogelijk via de te ontwikkelen Goederenruit (spoor en waterwegen) geleid. Zo wordt ruimte gemaakt voor het versterken van de (inter)nationale ontsluiting (weg, water, spoor en lucht) van de Brabantse steden.

Uitwerking structuurvisie De provincie heeft geen aparte ruimtelijke visie op het landschap ontwikkeld, maar geeft haar visie op het landschap vorm in de zogenaamde 'gebiedspaspoorten'. Daarin beschrijft de provincie welke landschapskenmerken zij op regionaal niveau van belang vindt en hoe deze kunnen worden versterkt. Er zijn ook deelstructuurvisies opgesteld voor specifieke onderwerpen. Zo is voor het gebied ten oosten van Eindhoven de deelstructuurvisie Brainport Oost opgesteld. Deze bevat keuzes voor wonen, werken en bereikbaarheid ten oosten van Eindhoven. Eindhoven vormt samen met de provincie en met de steden Breda, Helmond, 's-Hertogenbosch en Tilburg het stedelijk netwerk BrabantStad. Dit samenwerkingsverband vervult een voortrekkersrol bij de ruimtelijke en economische ontwikkeling van Noord-Brabant. vastgesteld II Gestel buiten de Ring 2020 (Mascagnistraat) Gemeente Eindhoven

41

Sterke steden zijn een voorwaarde voor de toekomst van Noord-Brabant. Vooral in deze steden is de dynamiek van Noord-Brabant goed zichtbaar. De provincie ziet deze steden als het brandpunt van de verstedelijking. Hier wordt geïnvesteerd in de binnensteden (stationsgebieden, kanaal- en snelwegzones) en worden hoogstedelijke functies, zoals bovenregionale voorzieningen, geconcentreerd. Daardoor wordt de centrale positie van de steden versterkt en het draagvlak voor hoogwaardig openbaar vervoer en stedelijke- en culturele voorzieningen op peil gehouden. Dat draagt bij een hoogwaardig leef- en vestigingsklimaat in Noord-Brabant.

Toetsing De verbetering van de leefomgevingskwaliteit in het plangebied en realisatie van 89 sociale huurappartementen is een investering in de kwaliteit van de stad Eindhoven. Dit draagt bij aan een hoogwaardig leef- en vestigingsklimaat in Noord-Brabant. 3.3.3

Interim omgevingsverordening

De Interim omgevingsverordening is vastgesteld door Provinciale Staten op 25 oktober 2019 en vervangt een aantal provinciale verordeningen: provinciale milieuverordening verordenring natuurbescherming verordening ontgrondingen verordening ruimte verordening water verordening wegen Om straks klaar te zijn als de Omgevingswet in werking treedt, heeft de provincie eerst een Interim omgevingsverordening vastgesteld. Het is een ‘Interim’ omgevingsverordening om zo te benadrukken dat dit een tussenstap is naar de ‘definitieve’ omgevingsverordening gebaseerd op de Omgevingswet. De Interim omgevingsverordening is gebaseerd op de huidige wetgeving en moet aan de wettelijke bepalingen van die wetgeving voldoen. Dat betekent dat nieuwe mogelijkheden uit de Omgevingswet nog niet zijn verwerkt. Er is wel zo veel als mogelijk aansluiting gezocht bij de Omgevingswet en de voorwaarden voor een omgevingsverordening (bijvoorbeeld bij de opbouw en de digitale vormgeving).Deze Interim omgevingsverordening voegt de bestaande regels over de fysieke leefomgeving zoveel mogelijk samen in één verordening en is beleidsneutraal. Alleen aanpassingen die nodig zijn vanwege de samenvoeging of vanwege al vastgesteld beleid, zoals de omgevingsvisie, worden meegenomen.

In de Interim omgevingsverordening staan regels voor: Burgers en bedrijven: dit zijn zogenaamde rechtstreeks werkende regels voor activiteiten. Deze regels bevatten voorwaarden om zo’n activiteit te verrichten en geven ook aan of je bijvoorbeeld eerst een melding moet doen voordat je mag beginnen. Bestuursorganen van de overheid: dit zijn zogenaamde instructieregels. Met deze regels kan de provincie een opdracht geven aan gemeenten over onderwerpen die zij in het bestemmingsplan moeten opnemen of aan het waterschap over de manier waarop ze hun taken uitvoeren. Rechtstreeks werkende regels voor burgers en bedrijven Het gaat hier om regels die naast een eventuele vergunningplicht gelden. Er zijn in de Interim Omgevingsverordening voor de volgende thema’s rechtsreekse regels opgenomen: grondwaterbescherming, grondwateronttrekking, bodemsanering, stortplaatsen, ontgrondingen, varend ontgassen, stiltegebied, wegen, natuur en landbouw. De meeste van deze regels waren eerst opgenomen in de Provinciale milieuverordening, de Verordening 42

vastgesteld II Gestel buiten de Ring 2020 (Mascagnistraat) Gemeente Eindhoven

wegen, de Verordening ontgrondingen en de Verordening natuurbescherming. Binnen het plangebied is het werkingsgebied rechtstreekse regels 'Stedelijk gebied' van toepassing.

Figuur 3.10: Uitsnede kaart 3 stedelijke ontwikkeling omgevingsverordening Noord-Brabant (Bron: ruimtelijkeplannen.nl)

en

erfgoed,

Interim

Artikel 3.42: Duurzame stedelijke ontwikkeling Lid 1 Een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt binnen Stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat: de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Lid 2 Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; vastgesteld II Gestel buiten de Ring 2020 (Mascagnistraat) Gemeente Eindhoven

43

geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie. Toetsing In de ladderonderbouwing in paragraaf 3.2.5 is onderbouwd dat de beoogde ontwikkeling past binnen de doelstellingen van de provincie Noord-Brabant.

De ontwikkeling is een duurzame ontwikkeling, omdat het de locatie van oude huizen van slechte kwaliteit binnen bestaand stedelijk gebied transformeert naar een locatie met nieuwe goed geïsoleerde woningen, ingepast in een groene omgeving. Dit bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving. Daarnaast zijn de beoogde woningen, sociale huurappartementen, aan deze categorie woningen is een grote vraag. 3.3.4

Omgevingsverordening Noord-Brabant

De provincie heeft als eerste stap een Interim omgevingsverordening vastgesteld waarin de bestaande regels zijn samengevoegd. Inmiddels is de definitieve omgevingsverordening vastgesteld. Deze definitieve verordening treedt tegelijk met de Omgevingswet in werking. In de deze definitieve verordening worden, in tegenstelling tot de interim verordening, ook beleidswijzigingen verwerkt. De huidige regels in de Interim omgevingsverordening zijn gehanteerd als uitgangspunt. De belangrijkste wijzigingen zijn: Er is aansluiting gezocht bij de opbouw van de rijksregels. Diverse nadere regelingen zijn in de Omgevingsverordening verwerkt. Vanwege het vervallen van de Wet bodembescherming zijn nieuwe regels opgenomen om verontreiniging van het grondwater te voorkomen. Het voorstel is om daarvoor ook voorbeschermingsregels vast te stellen. De aanwijzing van voor verzuring gevoelige kwetsbare gebieden (Wav-kaarten) is vervallen. De rechtstreeks werkende regels voor de ontwikkeling van veehouderij en mestbewerking vervallen. Het voorstel is om die te vervangen door voorbeschermingsregels. Er is een attentiezone geluid opgenomen langs provinciale wegen waarbinnen aandacht wordt gevraagd voor het oprichten van geluidgevoelige bebouwing.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12644909/2