CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1a - Bp IV Stratum buiten de Ring (Tivoliterrein)

Raadsvergadering 28 april 2021, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan IV Stratum buiten de Ring (Tivoliterrein)28.710 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Uitsnede archeologische waardenkaart (plangebied blauw omcirkeld) Zoals op de archeologische waardenkaart van de gemeente Eindhoven is te zien is het plangebied niet aangeduid als een archeologisch waardevol of verwachtingsgebied of als een gebied dat op de landelijke Archeologische Monumentenkaart voorkomt. Het gebied is echter ook niet aangeduid als archeologisch onderzocht gebied. Dat betekent dat het gebied te typeren is als een gebied van Categorie V. Een dergelijk terrein heeft een lage of geen archeologische verwachting. Het uitvoeren van archeologisch onderzoek is in deze gebieden niet noodzakelijk, tenzij het gaat om een MER-plichtig project of een project dat onder de Tracéwet valt. Van een dergelijk project is in dit geval geen sprake. Een archeologisch onderzoek kan dan ook achterwege blijven. Wel geldt ten aanzien van archeologie een meldingsplicht voor archeologische toevalvondsten. Mochten tijdens werkzaamheden archeologische resten worden aangetroffen dan dienen deze (op grond van de meldingsplicht in art. 5.10 van de Erfgoedwet 2016) direct gemeld te worden aan de Minister van OCW en de Afdeling Omgevingskwaliteit van de gemeente Eindhoven. Vervolgens zal bepaald worden of en zo ja welke aanvullende maatregelen getroffen worden.

32

vastgesteld IV Stratum buiten de Ring (Tivoliterrein) Gemeente Eindhoven

3.6.2

Cultuurhistorie

Op 18 maart 2008 is de cultuurhistorische waardenkaart van Eindhoven vastgesteld. De kaart dient als beleidskader om bij ruimtelijke ontwikkelingen in de stad rekening te kunnen houden met de cultuurhistorie van Eindhoven. De kaart geeft een overzicht van de historische structuur van wegen en waterlopen, historisch waardevolle stedenbouwkundige en landschappelijke structuren en beschermde stadsgezichten. Bij de samenstelling van de kaart is onder andere gebruik gemaakt van de gegevens van de provinciale cultuurhistorische waardenkaart. Onderhavig plangebied is onderdeel van de historisch stedenbouwkundige structuur van de buurt Tivoli. Het betreft een woonwijk uit 1929 ontworpen door C. Smit en in opzet en bebouwingsbeeld nauw verwant aan de Gelderse Buurt. Afgewisseld brede en smalle straten waaraan overwegend eenlaagse bebouwing onder een kap, deels voorzien van kleine voortuinen. De structuur en het karakter van de wijk zijn nog goed herkenbaar. De wijk werd gebouwd nadat door woningbouwvereniging Thuis Best (Philips) hiervoor het destijds hier aanwezige landgoed Tivoli was aangekocht.

Uitsnede cultuurhistorische waardenkaart Eindhoven (plangebied rood omlijnd) Vanwege de ligging op de cultuurhistorische waardenkaart is door het Monumentenhuis Brabant een cultuurhistorisch onderzoek 'Cultuurhistorische waarden - projectgebied Tivoli' (2006) opgesteld. Samenvattend wordt hieronder op basis van de belangrijkste conclusies uit dit rapport een onderbouwing gegeven. Ook zijn de bevindingen uit de notitie 'Drie Stratumse kerken' betrokken. Compensatie verlies landmark / oriëntatiepunt Met de sloop van de Tivolikerk in 2010 en de kerktoren in 2019 is een 'landmark' verdwenen langs de Heezerweg. Het letterlijk compenseren van de kerk als landmark en oriëntatiepunt is niet mogelijk, voor de stedenbouwkundige opzet van dit plangebied is daarom gekozen voor een andere oplossing. Het toekomstige appartementenblok op de hoek van de Heezerweg/ Rectorbaptistlaan vormt hier het nieuwe stedenbouwkundige scharnierpunt. Met haar massa vastgesteld IV Stratum buiten de Ring (Tivoliterrein) Gemeente Eindhoven

33

en dakvorm gaat het de gewenste stedenbouwkundige verhouding aan die referent naar de "Drie Stratumse kerken". Het appartementenblok wordt vrij in de ruimte en het groen geplaatst, en vormt weer een beeldbepalend element wat vanzelfsprekend een ensemble aangaat met de al aanwezige naastgelegen karakteristieke hoekgebouwen. Aanvullend komt er een symbolische compensatie van de kerktoren in vorm een groen accent, dit zijn vier zuileiken die dienen als referentie naar de vroegere kerktoren. Relatie bebouwing met Heezerweg Vanaf de Heezerweg heeft de staatgevelwand met haar bebouwing en 'open ruimte' een groen en kleinschalig karakter. Het groene karakter komt terug in de ruime maatvoering van groen rondom deze volumes. Deze omzoming met groen creëert 'rust' richting de Heezerweg, wat past goed past vanuit het cultuurhistorische verleden. De groenruimte tussen het appartementenblok en de het kleinschalige woonblok met 8 straatwoningen is zo ruim mogelijk gemaakt zodat er vanuit de Heezerweg ook een interessante en waardevolle doorkijk ontstaat naar het achterliggende terrein. De dakvorm van de straatwoningen is een referentie naar de twee vroegere pastorieën.

Het onderbreken van de 8 straatwoningen was een suggestie, hiervoor is niet gekozen omdat dit de waardevolle doorkijk tussen het appartementenblok en de 8 straatwoningen richting het achterliggende plangebied verkleind en het een onprettige steeg/doorgang creëert zonder verblijfskwaliteit. Groene ruimte in middengebied alsmede het behoud van waarde volle bomen Het plan wordt gebouwd op het terrein van de voormalige Tivoli kerk. Een kerk, pastorie en gaard hebben hier lange tijd het beeld bepaald, samen met een omkadering door grotere bomen aan de Heezerweg en de Rector Baptistlaan. In de openbare ruimte refereren we aan de gaard en de groene omkadering. Dit betekent dat er wordt ingezet op kleinschalige, bloemen kleurrijke bomen en beplanting midden op het terrein, refererend aan de gaard en grootschaligere beplanting aan de rand van het terrein. De beplanting zal bestaan uit bomen, hagen en vaste planten die uitbundig bijdragen aan biodiversiteit en seizoensbeleving. De bestaande waarde volle bomen worden zo veel mogelijk ingepast. Hiermee wordt -op een manier die past bij de nieuwe functie- gerefereerd aan de rijke beplanting in de voormalige gaard. Het stedenbouwkundig plan bevat nieuwe bebouwing aan de Heezerweg en bebouwing aan twee hofjes in het plangebied.

De bebouwing aan de Heezerweg wordt omkadert door een groene ruimte met gras en grote bomen, de twee hofjes krijgen beide kleinschaligere beplanting met ieder hun eigen karakter door subtiele verschillen in vormgeving en beplanting. Aansluiting in vormgeving en materialisering op omliggende monumentale gebouwen Vanuit de cultuurhistorische context van het plot is aansluiting gezocht in vormgeving en materialisering op omliggende gebouwen door het creëren van een ensemble middels: De dakvormen; De verticale geleding van metselwerk, referentie naar de vroegere steunberen; De verticale smalle raampartijen, herkenbaar en vergelijkbaar met raampartijen van de vroegere meisjesschool, kerk en pastorieën; Materiaal, baksteen in kleurtonen passend bij de karakteristieken hoeken van het totale plot; Visuele en ruimtelijke waarden opnieuw duiden; Concept van Kerk, pastorie en gaard, het maken van een duidelijk ensemble en dit versterken met architectuur en het landschapsontwerp Conclusie Hoewel voor het verlies van de toren als cultuurhistorische waardevol oriëntatiepunt een andere stedenbouwkundige oplossing is gekozen, is de cultuurhistorische waarde van dit gebied verder op een herkenbare manier meegenomen in de nieuwe ontwikkeling en 34

vastgesteld IV Stratum buiten de Ring (Tivoliterrein) Gemeente Eindhoven

voldoende afgestemd op de ensemblewaarde van de aanwezige gebouwen.

3.7

Verkeer en parkeren

De ruimte in de stad is beperkt en kostbaar. De gemeente moet dan ook de schaarse ruimte efficiënt gebruiken. Daarom worden bij een bouwplan eisen aan het aantal te realiseren parkeerplaatsen gesteld. Uitgangspunt daarbij is dat deze op eigen terrein worden gerealiseerd. Bij besluit van 17 mei 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders de Nota Parkeernormen 2016 vastgesteld. Deze is inmiddels geactualiseerd in 'actualisatie nota parkeernormen 2019' die is vastgesteld door college van burgemeester en wethouders op 24-09-2019. De gemeente Eindhoven heeft de parkeernormen flexibeler gemaakt ten opzichte van de parkeernormen uit 2012, maar wel met voorwaarden om parkeeroverlast in woonwijken te voorkomen. Flexibele parkeernormen maken ontwikkelingen mogelijk die goed zijn voor de stad. Ook is het wenselijk dat er niet meer parkeerplekken worden gerealiseerd in de stad dan nodig. Dan blijft er meer ruimte over voor bijvoorbeeld groen of recreatie. Tot slot wordt duurzame mobiliteit gestimuleerd, dus meer lopen, fietsen en openbaar vervoer-gebruik. Ontwikkelingen op locaties die goed bereikbaar zijn per openbaar vervoer, die goede voorzieningen hebben voor fietsers en bijvoorbeeld deelauto's aanbieden, hebben minder ruimte nodig voor parkeren. Dat betekent ook dat bewoners op zo'n nieuwe locatie niet altijd recht hebben op een gemeentelijke parkeervergunning.

Zo wordt meer mogelijk gemaakt en wordt gezorgd voor een goede leefbaarheid in wijken en buurten. Om de parkeerbehoefte te bepalen in de Nota Parkeernormen (2019) van gemeente Eindhoven gebruikt (zie bijlage toelichting). Het plan bestaat uit 53 woningen, waarvan 17 stuks behoren tot het type niet-grondgebonden woning midden (60-120 m2 bvo) en 36 stuks behoren tot het type grondgebonden woning groot (>120 m2 bvo). Dit aantal en type woningen geeft een parkeerbehoefte van 72 parkeerplaatsen, dit is inclusief het bezoekers parkeren. Binnen het plangebied worden 4 deelauto's ingezet, deze geven een reductie van 16 parkeerplaatsen, wat resulteert in een parkeereis van 60 parkeerplaatsen. Deze 60 parkeerplaatsen worden gerealiseerd op eigen terrein.

vastgesteld IV Stratum buiten de Ring (Tivoliterrein) Gemeente Eindhoven

35

Verkeer De verkeersafwikkeling vanuit het plangebied vindt plaats via de Rectorbaptistlaan en de Heezerweg. Het totale plangebied blijft eigen terrein, de 18 parkeerplaatsen aan de noordzijde van het plan zullen worden ontsloten op de Rectorbaptislaan en 42 parkeerplaatsen in het midden van het plangebied worden ontsloten via de Heezerweg. De verkeer aansluitingen worden gemaakt conform gemeentelijke richtlijnen waarbij de verkeersveiligheid van de aansluitingen een belangrijk aandachtspunt is. Zie ook bijlage 'verkeersontsluiting'. Fietsparkeren Op basis van de rekentool is er in de nieuwe situatie een parkeerbehoefte 206 fietsenstallingen. De normering voor de grondgebonden woningen is 4 fietsstallingen. De meeste grondgebonden woning beschikt over een berging waar ruimte is voor het stallen van 4 fietsen. De normering voor de niet-grondgebonden woningen (appartementen) is 3 fietsstallingen. De appartementen beschikken over een afgesloten collectieve fietsenstalling, waar elk appartement 3 fietsparkeerplaatsen heeft. Tevens zijn er 16 stallingen voor bezoekers voorzien. Alle fietsparkeerplaatsen worden tevens voorzien op eigen terrein. Hiermee wordt voldaan aan de fietsparkeernormen.

36

vastgesteld IV Stratum buiten de Ring (Tivoliterrein) Gemeente Eindhoven

3.8

Groen

3.8.1

Groenbeleidsplan

Begin 2017 is een actualisatie van het Groenbeleidsplan door de gemeenteraad vastgesteld. Dit Groenbeleidsplan 2017 is gemaakt met de veranderende rol van de overheid in het achterhoofd. Het voorziet in vier sporen "het verhaal van de stad", wat de waarde van groen is, welke ambitie de gemeente daarmee heeft en het daadwerkelijke groenbeleid. De doelen van het Groenbeleidsplan 2017 zijn: richting geven aan ontwikkelingen en ambities formuleren; faciliteren van de ontwikkeling van Eindhoven als gezonde, klimaatadaptieve en groene stad om zo de vitaliteit en het welzijn van haar bewoners naar een hoger plan te kunnen brengen; aanknopingspunten bieden voor beheer en inrichting; groen en groenontwikkelingsmogelijkheden voor Eindhoven duurzaam veiligstellen waar het moet en flexibiliteit bieden waar het kan; partners in de stad inspireren en stimuleren: inwoners, bedrijfsleven, kennis- en onderwijsinstellingen en overheid. Het Groenbeleidsplan 2017 blijft na vaststelling van kracht tot de gemeenteraad anders beslist; het streven is een geldigheid van 10 jaar of langer. Het plan heeft in principe betrekking op al het groen van Eindhoven, dus niet alleen het groen in eigendom van de gemeente. Omdat niet al het groen bescherming krijgt door een specifieke groenbestemming en de gemeente enkel directe invloed heeft op haar eigen eigendommen, is niet al het groen automatisch beschermd.

In het Groenbeleidsplan 2017 zijn onder andere procesafspraken genoemd die een relatie hebben met een ruimtelijke procedure. Het betreft een procesafspraak over groenplannen bij ontwikkeling van gebouwen of gebieden en de procesafspraak over de groenregelingen voor bomen (Verordening Bomen en Nadere regels bomen) en de Regeling Groencompensatiefonds. De genoemde groenplannen dienen een toelichting van de groene inrichting van een ontwikkeling te geven. Behoud van het bestaande groen is het uitgangspunt, evenals het (door)ontwikkelen van de groene kwaliteiten waar nodig. Het Groenbeleidsplan 2017 geeft in een kaart met zes ruimtelijke strategieën de kaders voor de ruimtelijke ontwikkeling in relatie tot groen. Onderhavig plangebied is geheel gelegen binnen de strategie 'Stad, rood beeldbepalend'. Strategie: Stad, rood beeldbepalend In deze gebieden heeft groen een ondersteunende functie aan de stedelijke identiteit ('aankledingsgroen') of een recreatieve functie voor de woonomgeving (parken). Het beleid is gericht op behoud van de bestaande structuur, kwaliteit, identiteit en functionaliteit. Uiteindelijk moet het groen in deze meer stenige gebieden omspoeld zijn door grotere groenstructuren die deel uitmaken van de groene dooradering die op de groene wiggen aansluit. Binnen de aangeduide groenarme buurten wordt gestreefd naar uitbreiding van het groenareaal.

Het plangebied is tevens aangeduid als groenarme buurt.

vastgesteld IV Stratum buiten de Ring (Tivoliterrein) Gemeente Eindhoven

37

Uitsnede ruimtelijke strategieën Groenbeleidsplan 2017 (plangebied geel omcirk eld)

De beoogde bebouwing wordt gerealiseerd in een groene setting. Ingevolge het Groenbeleidsplan wordt gestreefd naar toevoeging van minimaal 4 m² en bij voorkeur 8 m² groen per nieuw te bouwen woning. In onderhavig geval zal het maximum van 8 m² aan groen per woning ruimschoots worden gehaald. In totaal wordt er meer dan 38 m2 groen per woning toegevoegd. Het beoogde plan voorziet in vier bijzondere plakken die op onderstaande afbeelding zijn weergegeven. Hiermee wordt ruimschoots voldaan aan het gemeentelijke groenplan. Het groenplan is als bijlage toegevoegd aan deze toelichting.

38

vastgesteld IV Stratum buiten de Ring (Tivoliterrein) Gemeente Eindhoven

Situatieschets 4 bijzondere plekken in plangebied Het plan wordt gebouwd op het terrein van de voormalige Tivoli kerk. Een kerk, pastorie en gaard hebben hier lange tijd het beeld bepaald,samen met een omkadering door grotere bomen aan de Heezerweg en de Rector Baptistlaan. In de openbare ruimte wordt gerefereerd aan de gaard en de groene omkadering. Dit betekent dat er ingezet wordt op kleinschalige, bloem- en kleurrijke bomen en beplanting midden op het terrein, refererend aan de gaard en grootschaligere beplanting aan de rand van het terrein. De beplanting refererend aan de gaard zal bestaan uit bomen, hagen en vaste planten die uitbundig bijdragen aan biodiversiteit en seizoensbeleving. Hiermee wordt -op een manier die past bij de nieuwe functie- gerefereerd aan de rijke beplanting in de voormalige gaard. Het stedenbouwkundig plan bevat nieuwe bebouwing aan de Heezerweg en bebouwing aan twee hofjes in het plangebied. De bebouwing aan de Heezerweg wordt omkadert door een groene ruimte met gras en grote bomen, de twee hofjes krijgen beide kleinschaligere beplanting met ieder hun eigen karakter door subtiele verschillen in vormgeving en beplanting. De soort beplanting wordt zo gekozen dat deze kleur brengt in de verschillende seizoenen en goed is voor de biodiversiteit.

Het beplantingsprincipe dat we hierbij toepassen zal een combinatie zijn van bodembedekkers en vaste planten waarin heesters en bomen staan. De bodembedekkers en vaste planten zorgen dat de plantvakken snel dichtgroeien waardoor onkruid nauwelijks een kans krijgt en beheerkosten dus worden beperkt. Aan de Heezerweg komt een appartementengebouw en één rij woningen in een groene ruimte vastgesteld IV Stratum buiten de Ring (Tivoliterrein) Gemeente Eindhoven

39

te staan. Het voorstel is om hier kruidenrijk gras te gebruiken dat minder vaak gemaaid hoeft te worden als het gebruikelijke strakke gazon. Dit principe wordt op meerdere plekken al toegepast in Eindhoven. Paden in dit gras zijn gemaaide paden. In dit gebied is ook de locatie waar ooit de kerktoren van de Tivolikerk stond. Deze plek wordt gemarkeerd door vier zuileiken in een monumentale setting toe te voegen. Een haag omkadert deze plek. In feite wordt er een groen monument gemaakt. In de rand van het gebied worden grote bomen toegevoegd op plekken waar dat mogelijk is. De zuileiken zijn hier een voorbeeld van. Op de kop van de wadi komt een lindeboom. Bij de entree aan de Rector Baptistlaan een nieuwe esdoorn. De erfgrenzen zullen aan de voorzijde van de woningen aan de Baptistlaan en Heezerweg worden beplant met lage beukenhagen. Aan de achterkant zal hekwerk met diverse soorten klimplanten komen te staan. Zo ontstaat ook aan de achterzijden een groen uiterlijk. Op de parkeerplaatsen zullen waar mogelijk hagen worden aangeplant. De parkeerplaats die zijn ontsluiting heeft aan de Baptistlaan zal zo worden gepositioneerd en gedetailleerd dat de bestaande bomen aan deze zijde voldoende groeiruimte houden. Bestaande bomen worden zo veel mogelijk ingepast in het plan. Er zijn echter een aantal bomen die niet behouden kunnen blijven.

Eén boom staat op een plek waar een woning is gepland. Eén boom staat op een plek waar een berging/tuinpad is gepland. Eén boom aan de Baptistlaan staat op een plek waar een inrit is gepland. Deze bomen verkeren in slechte staat en zijn in dat opzicht ook niet behoudenswaardig. Eén boom komt op een parkeerplaats te staan. Deze boom is in zo'n slechte staat dat hij niet behouden kan blijven. Alle bomen die gekapt worden zullen gecompenseerd worden in het plan. In dit kader is voorts van belang dat een bomeneffectrapportage is opgesteld. In paragraaf 3.8.3 wordt hier uitgebreid op ingegaan. Het beoogde plan zorgt ervoor dat er een kwalitatieve openbare ruimte ontstaat, waarin het groen duurzaam bijdraagt aan biodiversiteit en seizoensbeleving, waarin cultuurhistorie zijn plek krijgt, waarin duurzaam wordt omgegaan met water, waarin hof en erf een herkenbare identiteit krijgen. Daarnaast blijven de genoemde groeninrichtingen op eigen terrein en worden niet overgedragen (beheer) aan de gemeente Eindhoven. Gelet op het voorgaande voldoet onderhavig plan aan het Groenbeleidsplan.

Beleidsregel groencompensatie Op 13 maart 2018 is de 'Regeling Groencompensatiefonds' vastgesteld. Bij deze regeling hoort de 'Beleidsregel Groencompensatie'. Deze beleidsregel is bedoeld als afwegingskader bij aanvragen voor (ruimtelijke) ontwikkelingen die kunnen leiden tot aantasting van groen. Bij aantasting en verlies van groen is compensatie vereist, de Beleidsregel geeft hiervoor de richtlijnen. Op deze ontwikkeling is de beleidsregel niet van toepassing. Het betreft namelijk geen openbaar groen in eigendom van gemeente. Daarnaast zijn de gronden planologisch niet bestemd als groen en is er sprake van een braakliggend terrein.

40

vastgesteld IV Stratum buiten de Ring (Tivoliterrein) Gemeente Eindhoven

3.8.2

Beleid Bomen

Op 7 april 2015 heeft de gemeenteraad de Verordening bomen 2015 vastgesteld. Deze is op 24 augustus 2016 in werking getreden. De verordening en (uitwerking daarvan in) 'nadere regels Bomen' samen, vervangen het onderdeel houtopstanden uit de Algemene Plaatselijke Verordening, het Bomenbeleidsplan 2008 en de Nota Niet kappen tenzij. Het bomenbeleid is gebaseerd op drie pijlers: behoud, versterking en ruimte voor dynamiek. Eindhoven wil een aantrekkelijke groene stad zijn en blijven. Bomen spelen daarbij een voorname rol. Een hoogwaardig bomenbestand dat een duurzame bijdrage levert aan de ruimtelijke kwaliteit en recht doet aan het groene imago van de stad is waar de gemeente naar streeft. Duurzaam behoud van de groene signatuur staat voorop. Het bomenbestand dient echter ook aan te sluiten op intensief gebruik van de openbare ruimte en de gewenste ruimtelijke kwaliteit. Dit betekent soms dat in een bepaalde situatie andere belangen preferabel zijn en bomen moeten wijken. Het bomenbeleid voorziet in die gevallen in de mogelijkheden tot mitigatie en compensatie. Groene kaart Een belangrijk onderdeel van de verordening Bomen is de groene kaart. Het is een topografische kaart met daarop aangegeven de beschermde houtopstand. De Groene Kaart bevat verschillende categorieën houtopstanden.

Voor bomen in gemeentelijk eigendom (publiek eigendom) kent de Groene Kaart zes categorieën: Monumentale bomen; Waardevolle bomen; Basis bomen; Bomen hoofdstructuur; Bomen nevenstructuur; Bomen in gebieden stad, groen beeldbepalend. De Groene Kaart kent daarnaast voor bomen in particulier eigendom (privaat eigendom) drie categorieën: Waardevolle bomen; Bomen in gebieden stad, groen beeldbepalend; Bomen op private groter of gelijk aan 500 m². Voor het vellen van een houtopstand die deel uitmaakt van tenminste één van deze categorieën is, behoudens een aantal vrijstellingen, een omgevingsvergunning verplicht. Nadere regels De Verordening is uitgewerkt in nadere regels Bomen. Deze zijn op 19 juli 2016 vastgesteld door het college en op 4 augustus 2016 in werking getreden. De beleidsregels geven inzicht in de wijze waarop het college gebruik maakt van de aan haar in de Verordening toegekende bevoegdheden tot het aanwijzen en plaatsen van houtopstanden op de Groene Kaart. Tevens zijn richtlijnen uitgewerkt voor omgang met overlast, de compensatieplicht bij kap, de indieningvereisten bij een vergunningaanvraag, de weigeringsgronden bij beoordeling van de kapaanvraag en het aanbrengen van verlichting in houtopstanden.

vastgesteld IV Stratum buiten de Ring (Tivoliterrein) Gemeente Eindhoven

41

3.8.3

Bomen Effect Analyse

Binnen en in de directe nabijheid van het plangebied is een aantal bomen aanwezig (zie onderstaande afbeelding). Om in beeld te krijgen wat de invloed van de geplande werkzaamheden op de betreffende bomen is, is door Van Helvoirt Groenprojecten BV een Bomen Effect Analyse (BEA) uitgevoerd. De resultaten zijn gerapporteerd en als bijlage bij dit bestemmingsplan opgenomen.

Overzichtskaart met de locatie van relevante bomen en profielkuilen, op basis van het aangeleverde stedenbouwkundig plan Uit de BEA blijkt dat de kwaliteit van boom 3 t/m 6 redelijk is. De levensverwachting van de bomen bedraagt meer dan 15 jaar. De kwaliteit van de verplante bomen (1, 2, 7 ,8 en 9) is matig tot slecht. De bomen hebben door de verplanting en het zeer grote wortelverlies een forse klap gehad en kunnen zich mede door de verdichte bodem rondom de verplantkluiten moeilijk herstellen van de verplantschok. De levensverwachting bedraagt bij onveranderde omstandigheden 5 tot 15 jaar. Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling zullen bomen 7,8 en 9 niet behouden blijven. De overige bomen zullen in het definitieve ontwerp worden ingepast en dus duurzaam worden behouden. In de BEA zijn een aantal aanbevelingen gedaan om de bomen zo veel mogelijk te behouden en zo weinig mogelijk te beschadigen. De maatregelen zijn uitgesplitst in aanpassingen in het schetsontwerp, het verwijderen van bomen, het treffen van boombeschermende maatregelen en groeiplaatsverbetering. Ten slotte zijn er nog enkele ondergeschikte adviezen (bijv. snoeiwerkzaamheden).

42

vastgesteld IV Stratum buiten de Ring (Tivoliterrein) Gemeente Eindhoven

Overzicht kap en behoud bestaande bomen Tijdens de werkzaamheden kan bij onzorgvuldig werken het wortelverlies verder oplopen en is het risico op stam- en kroonbeschadiging en structuurbederf van de groeiplaats verhoogd. Maatregelen zijn noodzakelijk om het wortelverlies te beperken, de schade aan stam en kroon te beperken en de ondergrondse groeiruimte geschikt te houden. Bij het uitvoeren van de werkzaamheden zal rekening worden gehouden met de aanbevelingen. Daarnaast zal er een compensatieplan worden opgesteld voor de te kappen bomen, zodat het college dat in de besluitvorming over de vergunningverlening in de overwegingen kan betrekken. Het bestemmingsplan biedt voldoende ruimte om bomen te compenseren die als gevolg van het ontwerp van het plan zullen worden verwijderd.

3.9

Kabels, leidingen en straalpaden

Binnen het plangebied zijn geen planologisch relevante kabels, leidingen of straalpaden aanwezig. Het planvoornemen wordt dan ook niet belemmerd door de aanwezigheid van kabels, leidingen en straalpaden.

vastgesteld IV Stratum buiten de Ring (Tivoliterrein) Gemeente Eindhoven

43

44

vastgesteld IV Stratum buiten de Ring (Tivoliterrein) Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 4

4.1

Milieuparagraaf

Milieueffectrapportage

Wettelijk kader Met een milieueffectrapportage (m.e.r.) worden de milieugevolgen van een plan in beeld gebracht. De m.e.r. is gebaseerd op Europese regelgeving. In Nederland is de m.e.r. geregeld in de Wet milieubeheer (Wm) en in het Besluit m.e.r.. De Wm gaat vooral in op de procedure en de inhoudsvereisten. In het Besluit m.e.r. is geregeld in welke gevallen een m.e.r. moet worden opgesteld. Bij het Besluit m.e.r. is een bijlage opgenomen waarin de criteria voor een m.e.r.-plicht (onderdeel C) en een m.e.r.-beoordelingsplicht (onderdeel D) staan. Een beoordelingsplicht houdt in dat moet worden nagegaan of er sprake is van (mogelijke) belangrijke milieugevolgen. Als deze niet kunnen worden uitgesloten, dan geldt een m.e.r.-plicht. De onderdelen C en D zijn onderverdeeld in 4 kolommen: Kolom 1: de activiteit zelf Kolom 2: drempelwaarden activiteit Kolom 3: de kaderstellende plannen (zoals een bestemmingsplan) Kolom 4: de besluiten De drempelwaarden van activiteiten die zijn opgenomen in onderdeel D zijn indicatief. Indien een activiteit wordt genoemd in onderdeel D, maar beneden de drempelwaarde van kolom 2 valt, moet een vormvrije m.e.r.-beoordeling plaatsvinden. Dit geldt zowel voor kaderstellende plannen, zoals een bestemmingsplan, als voor besluiten. In dit kader is met name 11.2 van onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r. van belang.

Het gaat daarbij om de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen; Vormvrije m.e.r.-beoordeling Bij een vormvrije m.e.r.-beoordeling dient aan de hand van de volgende aspecten te worden beoordeeld of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben: 1.

de kenmerken van de activiteit (aard, omvang, cumulatie met andere ontwikkelingen);

2. de locatie van de activiteit (kenmerken van het plangebied en de kwetsbaarheid van de omgeving); 3.

de mogelijke gevolgen van de activiteit.

Plangebied Dit plan voorziet in de realisatie van 53 woningen. Het oorspronkelijke terrein met kerk, pastorie en gaard is al jarenlang een braakliggend terrein. Het plangebied ligt midden in het bestaand stedelijk gebied. Het plangebied is niet gelegen binnen een 'gevoelig gebied' zoals gedefinieerd in het Besluit m.e.r. De realisatie van 53 woningen in Eindhoven is geen stedelijke ontwikkeling zoals bedoeld in onderdeel D, categorie D11.2 van het Besluit milieueffectrapportage. vastgesteld IV Stratum buiten de Ring (Tivoliterrein) Gemeente Eindhoven

45

In de voorgaande en navolgende paragrafen is aangegeven dat het plan gelet op de aard, omvang en ligging geen negatieve effecten heeft ten opzichte van dergelijke gevoelige gebieden. In navolgende paragrafen zijn verschillende milieuaspecten afgewogen. Daaruit is eveneens gebleken dat dit plan geen negatieve milieueffecten heeft. Conclusie Gelet op voorgaande afwegingen is geen sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject. Een m.e.r.-beoordeling is dan ook niet nodig.

4.2

Bedrijven en milieuzonering

Op basis van milieuzonering wordt bepaald welke categorieën bedrijven en/of inrichtingen in het plangebied zijn toegestaan. Dit houdt in dat er voldoende ruimtelijke scheiding moet zijn tussen milieubelastende bedrijven/inrichtingen en woongebieden. Hoe zwaarder de toegestane milieucategorie, hoe groter de afstand. Bij het bepalen van deze afstand wordt gebruik gemaakt van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering', editie 2009. In deze brochure worden richtafstanden gegeven tot de omgevingstypen rustige woonwijk en gemengd gebied. De bedrijven zijn op basis van de Standaard Bedrijfs Indeling (SBI-codes) in de richtafstandentabel gerangschikt. Per bedrijfsactiviteit is voor elke ruimtelijk relevante milieucomponent (geur, stof, geluid en gevaar) een richtafstand aangegeven. Deze afstand moet in beginsel worden aangehouden tussen een bedrijf en milieugevoelige objecten (veelal woningen) om hinder en schade aan mensen binnen aanvaardbare normen te houden. Bij het bepalen van deze richtafstanden zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: het betreft 'gemiddelde' moderne bedrijfsactiviteiten met gebruikelijke productieprocessen en voorzieningen; de richtafstanden hebben betrekking op het omgevingstype 'rustige woonwijk'; de richtafstanden bieden in beginsel ruimte voor normale groei van de bedrijfsactiviteiten.

Bij een gemengd gebied geldt een kortere afstand dan bij een rustige woonwijk. Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies voor. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen behoren ook tot gemengd gebied. Toepassing plangebied Dit bestemmingsplan voorziet in de realisatie van maximaal 53 woningen. In de nabijheid van het plangebied komen verschillende niet-woonfuncties voor. Bedrijven in hogere milieucategorieën komen in de omgeving niet voor. Daarom worden hier alleen de niet-woonfuncties beschouwd die gelegen zijn binnen 100 meter vanaf het plangebied. In de nabije omgeving van het plangebied is sprake van en matige tot sterke functiemenging, waarbij direct naast woningen diverse maatschappelijke- en andere niet-woonfuncties plaats hebben. Het omgevingstype 'Gemengd gebied' is dan ook aan de orde. Hierdoor is het gerechtvaardigd de richtafstanden met één afstandsstap te verlagen. Dit betekent dat de richtafstanden worden bijgesteld van 10 meter naar 0 meter, van 30 naar 10 meter en van 50 naar 30 meter. Dit is in onderstaande tabel weergegeven.

Uit onderstaande tabel is af te leiden dat voor alle in de omgeving gelegen niet-woonfuncties wordt voldaan aan de richtafstanden, behalve voor de school aan de Rector Baptistlaan 21. Voor de onderwijsfunctie is de richtafstand voor geluid de maatgevende richtafstand. Om te 46

vastgesteld IV Stratum buiten de Ring (Tivoliterrein) Gemeente Eindhoven

kunnen beoordelen of ter plaatse van het plangebied een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd met het oog op de naastgelegen onderwijsfunctie, is een akoestisch onderzoek naar omgevingslawaai uitgevoerd. Het rapport van dit onderzoek is als bijlage bij de toelichting gevoegd. Hierna wordt ingegaan op de conclusies van dit rapport.

Activiteit

SBI 2008 code

Richtafstanden (maatgevende richtafstand is dik gedrukt)

Richtafsta Richtafst Afstand nd and na tot gevels verminderi w oningen ng in afstandst plangebie ap d

Geur Stof

Geluid Geva ar

Detailhandel voor zover n.e.g.

0m

0m

10 m

0m

10 m

0m

75 m

63, Overige zakelijke 69tm71, dienstverlening: 73, 74, kantoren 77, 78, 80tm82, A

0m

0m

10 m

0m

10 m

0m

3m

Heezerw eg 47 317: Bloemenboetie k Heezerw eg 343: Kantoorgebou w

Omschrijving

Heezerw eg 345: Leegstaand

Maatschappelijke bestemming (uitgaande van maximaal milieucategorie 2)

-

-

-

-

30 m

10 m

13 m

Heezerw eg 9101, 347: 9102 Ateliercomplex

Bibliotheken, musea, ateliers, e.d.

0m

0m

10 m

0m

10 m

0m

52 m

Rector 853 Baptistlaan 21: Voortgezet speciaal onderw ijs

Scholen voor basis- en algemeen voortgezet onderw ijs

0m

0m

30 m

0m

30 m

10 m

0m

St Wirostraat 561 2: Wereldrestaur ant

Restaurants, 10 m 0 m cafetaria's, snackbars, ijssalons met eigen ijsbereiding, viskramen e.d.

10 m

10 m

10 m

0m

13 m

Tivolilaan 64a: 8623 Tandartspraktij k

Artsenpraktijken, klinieken en dagverblijven

0m

0m

10 m

0m

10 m

0m

50 m

Tivolilaan 66: Scouting

Buurt- en clubhuizen

0m

0m

30 m

0m

30 m

10 m

60 m

94991

Akoestisch onderzoek omgevingslawaai Het akoestisch onderzoek heeft enkel betrekking op de geluiduitstraling ten gevolge van het stemgeluid van leerlingen op het schoolplein. Verkeersbewegingen vinden in het openbare gebied plaats zodat dit aspect als indirecte hinder wordt beschouwd. Uit de rekenresultaten blijkt dat zowel met betrekking tot het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) als de maximale geluidniveaus (LAmax) wordt ruimschoots voldaan aan de geluideisen van respectievelijk 45 dB(A) etmaalwaarde en 65 dB(A) vastgesteld IV Stratum buiten de Ring (Tivoliterrein) Gemeente Eindhoven

47

etmaalwaarde behorende bij stap 2 van het stappenplan van de VNG-uitgave. Met betrekking tot indirecte hinder van het verkeer van en naar de inrichting kan worden gesteld dat ruimschoots wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde. De geluidniveaus zijn tijdens de representatieve situatie berekend, inzichtelijk gemaakt en getoetst aan de gestelde geluideisen. Op basis van de resultaten kan worden gesteld dat voor de nieuwe woningen sprake is van een akoestisch goed woon- en leefklimaat. Tevens kan worden geconcludeerd dat met betrekking tot de huidige activiteiten, de school niet wordt ingeperkt door de nieuwe woningen. Derhalve is er akoestisch gezien sprake van een goede ruimtelijke ordening. Voor wat betreft het aspect geluid zijn dan ook geen bezwaren de bestemmingsplanwijziging door te voeren.

4.3

Geluid

4.3.1

Wettelijk kader

De normstelling voor geluid is geregeld in de Wet geluidhinder, de Wet milieubeheer en de Wet luchtvaart. Het betreft normen voor industrielawaai, weg- en railverkeerslawaai en luchtvaartlawaai. Er wordt uitgegaan van voorkeursgrenswaarden, waarvan in een aantal gevallen met ontheffing tot een bepaalde maximum hoogte, mag worden afgeweken. De normstelling heeft tot doel nieuwe geluidhindersituaties en daarmee gezondheidsschade te voorkomen. Om dit doel te bereiken worden zones gedefinieerd, waarbinnen plannen met geluidgevoelige bestemmingen moeten worden getoetst aan de normen. Volgens de Wet geluidhinder gelden er voorkeursgrenswaarden en maximale ontheffingswaarden. Bij de voorkeursgrenswaarde mag worden verondersteld dat het percentage gehinderden beperkt is. Wanneer een maximale ontheffingswaarde wordt overschreden dan is er sprake van een locatie die in beginsel niet geschikt is voor de vestiging van een geluidgevoelige bestemming. Bij plannen met geluidbelastingen in de bandbreedte tussen voorkeursgrenswaarde en maximale ontheffingswaarde moet er een nadere afweging worden gemaakt in hoeverre bronen/of overdrachtmaatregelen kunnen worden getroffen om de geluidbelastingen te beperken. Voorbeelden van bronmaatregelen zijn een stiller wegdek en een verlaging van de snelheid bij auto's. Geluidschermen en geluidwallen zijn voorbeelden van overdrachtsmaatregelen.

Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in realisatie van een woongebied met maximaal 53 woningen. Deze zijn geluidsgevoelig in de zin van de Wgh.

48

vastgesteld IV Stratum buiten de Ring (Tivoliterrein) Gemeente Eindhoven

4.3.2

Wegverkeerslawaai

Het plan is gelegen binnen de zone van de Heezerweg, Tivolilaan en Floralaan Oost. In het kader van "Duurzaam Veilig" hebben de Rector Baptistlaan en overige wegen in de nabijheid van het plangebied een maximumsnelheidsregime van 30 km/uur gekregen. Deze wegen en woonerven hebben volgens de Wet geluidhinder geen zone, zodat hiervoor geen hogere waarden kunnen worden aangevraagd of verleend. In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient echter wel te worden beoordeeld of de geluidbelasting op de gevels van de nieuw te bouwen woningen nabij wegen met een maximumsnelheid van 30 km/uur voldoet aan de voorkeursgrenswaarden van 48 dB. Op basis van het voorgaande is voor zowel de zoneplichtige wegen als voor de genoemde 30-km/h wegen getoetst of de geluidsbelasting van de nieuw te bouwen woningen voldoet aan de voorkeursgrenswaarde. De resultaten van dit onderzoek zijn gerapporteerd en als bijlage bij deze toelichting opgenomen. De voornaamste bevindingen en conclusies zijn hieronder weergegeven. Voor de 30 km/uur weg Rector Baptistlaan geldt dat de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer op deze wegen de richtwaarde van 48 dB met maximaal 1 dB overschrijdt.

Voor de gezoneerde wegen Tivolilaan en Floralaan Oost geldt dat de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer op deze wegen de voorkeursgrenswaarde van 48 dB op geen enkele gevel van de nieuwe woningen overschrijdt. Voor de gezoneerde weg Heezerweg geldt dat de geluidbelasting op de gevels van de nieuwe woningen de voorkeursgrenswaarde van 48 dB overschrijdt. De maximale ontheffingswaarde van 63 dB voor nieuwbouw in stedelijk gebied wordt nergens overschreden. Derhalve is het mogelijk om een beschikking hogere waarde aan te vragen bij de gemeente indien de toepassing van overdrachts- of bronmaatregelen gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting onvoldoende doeltreffend is dan wel overwegende bezwaren ontmoet. In het onderzoeksrapport is gekeken naar mogelijke bron- en overdrachtsmaatregelen. Het aanleggen van een geluidscherm (overdrachtsmaatregelen) gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer tot de voorkeursgrenswaarde ontmoet in de onderhavige situatie overwegende bezwaren van stedenbouwkundige aard. Het vergroten van de afstand tussen geluidbron en ontvanger is tevens niet doeltreffend in onderhavige situatie. Voor het toepassen van stiller wegdek (bronmaatregel) geldt dat de voorkeurgrenswaarde nog altijd wordt overschreden. Deze geluidreducerende maatregel is derhalve niet erg doeltreffend.

Het toepassen van een stiller wegdek ontmoet bovendien overwegende bezwaren van financiële aard. De geluidbelasting ten gevolge van de Heezerweg op de grondgebonden woningen en de appartementen gelegen aan de Heezerweg en de Rector Baptistlaan is hoger dan 53 dB, derhalve dienen deze woningen te beschikken over een geluidluwe gevel. Uit de rekenresultaten blijkt dat de achtergevel van deze woningen geluidluw is. Derhalve kunnen alle woningen over een geluidluwe achtergevel beschikken. Bij het ontwerp van de plattegronden dient er rekening mee gehouden te worden dat iedere woning over minimaal één verblijfsruimte beschikt aan de geluidluwe achtergevel. De gecumuleerde geluidbelasting bedraagt maximaal 58 dB. De maximale ontheffingswaarde van 63 dB wordt niet overschreden. Derhalve wordt onderbouwd verzocht hogere waarde te verlenen conform artikel 110a, lid 5 van de Wet geluidhinder.

vastgesteld IV Stratum buiten de Ring (Tivoliterrein) Gemeente Eindhoven

49

4.3.3

Railverkeerslawaai

Het plangebied ligt op ongeveer 2,5 kilometer van de spoorlijn tussen Eindhoven en Geldrop. Het plangebied is dan ook niet gelegen binnen de zone van de spoorlijn. Het aspect railverkeerslawaai is dan ook niet aan de orde bij dit bestemmingsplan. 4.3.4

Industrielawaai

Het plan ligt niet in de zone van een industrieterrein in de zin van de Wet geluidhinder, waarop de vestiging van zogenaamde grote lawaaimakers is toegestaan. Het aspect industrielawaai is dan ook niet aan de orde bij dit bestemmingsplan. 4.3.5

Luchtvaartlawaai

Het plangebied ligt op hemelsbreed circa 8 kilometer van de luchthaven Eindhoven. Dit is een militair vliegveld met medegebruik door de burgerluchtvaart (Eindhoven Airport). Vanaf 1 november 2009 geldt de Wet luchtvaart. Deze wet omvat een nieuw stelsel van besluitvorming en normen voor alle luchthavens, met uitzondering van Schiphol. Conform de systematiek van deze wet is voor luchthaven Eindhoven één luchthavenbesluit vastgesteld met een militaire geluidsruimte voor militair vliegverkeer en een burgergeluidsruimte voor het commercieel burgermedegebruik. Het luchthavenbesluit is op 26 september 2014 vastgesteld. Met dit besluit is de 35Ke-geluidszone rond de luchthaven vastgelegd als grens van de geluidsbelasting van het gezamenlijke militaire en civiele vliegverkeer. Het plangebied ligt niet binnen deze vastgestelde geluidszone (35Ke-contouren). Deze geluidszone werkt daarom niet belemmerend voor dit plangebied. 4.3.6

Conclusie

Aangezien in onderhavige situatie sprake is van een procedure hogere waarde ten aanzien van wegverkeerslawaai, is voor het plan een aanvullend onderzoek ter bepaling van de geluidwering van de gevels nodig. Bij toepassing van de juiste geluidwerende materialen en maatregelen (conform een nader onderzoek) is vervolgens een goed akoestisch woon- en leefklimaat gewaarborgd.

50

vastgesteld IV Stratum buiten de Ring (Tivoliterrein) Gemeente Eindhoven

4.4

Luchtkwaliteit

4.4.1

Wettelijk kader

Hoofdstuk 5 (met name onder titel 5.2) van de Wet milieubeheer bevat bepalingen over luchtkwaliteit. Dit hoofdstuk voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Het Rijk, provincies en gemeenten werken in het NSL-programma samen aan maatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren. Dit gebeurt zodanig dat voldaan wordt aan de daartoe gestelde normen, ook in gebieden waar nu de normen voor luchtkwaliteit niet worden gehaald (overschrijdingsgebieden). De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Hierdoor kunnen ruimtelijke ontwikkelingen doorgang vinden, terwijl ondertussen maatregelen ter verbetering van de luchtkwaliteit worden uitgevoerd. Sinds 1 januari 2015 moet voldaan worden aan de Europese grenswaarden: voor stikstofdioxide (NO2) geldt een jaargemiddelde van 40 microgram/m³ (?g/m³), voor fijnstof (PM10) geldt een jaargemiddelde van 40 microgram/m³ en een daggemiddelde van 50 microgram/m³. Het daggemiddelde mag jaarlijks maximaal 35 keer worden overschreden. Voor jaargemiddelde concentratie voor PM2,5 geldt een grenswaarde van 25 microgram/m³. In Eindhoven is de jaargemiddelde concentratie voor PM2,5 overal lager dan 20 microgram/m³.

In artikel 4 van het 'Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' en de bijlagen van de 'Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' zijn voor bepaalde categorieën projecten grenzen vastgesteld. Op grond daarvan kan worden gesteld dat deze een 'niet in betekenende mate bijdragen' (NIBM) leveren aan de luchtverontreiniging. Deze projecten mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Dit geldt onder andere voor: woningbouwlocaties die niet meer dan 1500 nieuwe woningen omvatten in de situatie met 1 ontsluitingsweg; woningbouwlocaties die niet meer dan 3000 nieuwe woningen omvatten in de situatie met 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling; kantoorlocaties die niet meer dan 100.000 m² bruto vloeroppervlakte omvatten bij minimaal 1 ontsluitingsweg, en; kantoorlocaties die niet meer dan 200.000 m² bruto vloeroppervlakte omvatten bij minimaal 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling. Wanneer projecten wel in betekenende mate bijdragen aan de luchtkwaliteit, dient luchtonderzoek uitgevoerd te worden en moet worden getoetst aan de normen. Kort samengevat dienen nieuwe plannen te worden beoordeeld op basis van artikel 5.16 van de Wet milieubeheer.

Luchtkwaliteitseisen vormen geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkelingen mits: er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt; een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging; een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL.

4.4.2

Besluit gevoelige bestemmingen

Met deze Algemene Maatregel van Bestuur wordt de vestiging van zogeheten 'gevoelige bestemmingen' in de nabijheid van provinciale en rijkswegen beperkt. Dit heeft consequenties voor de ruimtelijke ordening. Het 'Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen)' is gebaseerd op artikel 5.16a van de Wet milieubeheer. vastgesteld IV Stratum buiten de Ring (Tivoliterrein) Gemeente Eindhoven

51

Het besluit is gericht op de bescherming van mensen met een verhoogde gevoeligheid voor stikstofdioxide en fijnstof. Het gaat met name om kinderen, ouderen en zieken. Het besluit voorziet in zones waarbinnen luchtkwaliteitsonderzoek nodig is als een 'gevoelige bestemmingen' wordt mogelijk gemaakt. Voor rijkswegen geldt een zone van 300 meter aan weerszijden en langs provinciale wegen 50 meter, gemeten vanaf de rand van de weg. De volgende gebouwen met de bijbehorende terreinen zijn aangemerkt als 'gevoelige bestemming': scholen, kinderdagverblijven, en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Het gaat hierbij niet om bestemmingen in de meest enge zin van het woord, maar om alle vergelijkbare functies, ongeacht de exacte aanduiding ervan in bestemmingsplannen en andere besluiten. Van doorslaggevend belang is de (voorziene) functie van het gebouw en het bijbehorende terrein. In de context van dit besluit worden ziekenhuizen, woningen en sportaccommodaties niet als gevoelige bestemming gezien. In aanvulling op het Besluit gevoelige bestemmingen is er een Brabantse “Handreiking gevoelige bestemmingen luchtkwaliteit” opgesteld (maar in Eindhoven (nog) niet vastgesteld).

Deze Handreiking heeft als uitgangspunt geheel nieuwe bestemmingen voor kinderen en ouderen (conform de AmvB gevoelige bestemmingen) niet te situeren binnen 50 meter van de wegrand van drukke gemeentelijke wegen (als eerstelijns bebouwing) of binnen 300 meter van snelwegen, ongeacht de berekende concentraties. 4.4.3

Goede ruimtelijke ordening

Naast toetsing aan de 'Wet luchtkwaliteit' en het 'Besluit gevoelige bestemmingen' dient altijd te worden onderzocht of sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Het principe van een 'goede ruimtelijke ordening' blijft naast toetsing aan de 'Wet luchtkwaliteit' en het 'Besluit gevoelige bestemmingen' onverkort gelden. De Wet ruimtelijke ordening (Wro), art. 3.1, schrijft voor dat een bestemmingsplan moet voldoen aan de criteria voor goede ruimtelijke ordening. Die verplichting heeft in dit verband betrekking op situaties waarop het Besluit gevoelige bestemmingen niet ziet, maar die vanuit het oogpunt van goede ruimtelijke ordening onwenselijk zijn, bijvoorbeeld de bouw van woningen langs een snelweg, of de bouw van een school langs een drukke binnenstedelijke weg. In het algemeen is het verstandig om terughoudend te zijn met de vestiging van gevoelige bestemmingen nabij drukke (snel)wegen. De Gezondheidsraad concludeert niet voor niets dat ook bij concentraties beneden de grenswaarden gezondheidsschade kan optreden.

52

vastgesteld IV Stratum buiten de Ring (Tivoliterrein) Gemeente Eindhoven

4.4.4

Planbeschrijving en toetsing

Het planvoornemen ziet op de realisatie van een woongebied met maximaal 53 woningen. Het aantal te realiseren woningen ligt ver beneden de drempelwaarde 1.500 woningen in de situatie met één ontsluitingsweg. Dit project zal dan ook een 'niet in betekenende mate bijdrage' (NIBM) leveren aan de luchtverontreiniging. Het project mag dan ook zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit worden uitgevoerd. Aangezien woningen in de zin van het Besluit gevoelige bestemmingen niet als een gevoelige bestemming worden gezien, hoeft niet aan dit besluit getoetst te worden. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied bepaald met de monitoringstool van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit. Met behulp van de monitoringstool kan inzicht worden gekregen in de concentraties van de luchtverontreinigende stoffen waarvoor grenswaarden zijn opgenomen in de Wet milieubeheer. Uit de monitoringstool volgt dat ter plaatse van de Leenderweg (dichtstbijzijnde locatie nabij het plangebied, waar er ook meer verkeersstromen zijn dan ter hoogte van het plangebied) zowel in de huidige situatie als voor 2020 de jaargemiddelde concentraties van NO2 en PM10 ruimschoots onder de grenswaarden van 40 microgram per kubieke meter lucht liggen.

Het aantal dagen per jaar dat de etmaalgemiddelde concentratie van PM10 groter is dan 50 microgram per kubieke meter lucht ligt eveneens ruimschoots onder de grenswaarde van 35 dagen per jaar. Ten slotte wordt ook de grenswaarde van 25 microgram per kubieke meter lucht als jaargemiddelde concentratie voor PM2,5 niet overschreden. Op basis van het voorgaande kan worden geconcludeerd dat het plan ten aanzien van luchtkwaliteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor dit plan.

4.5

Externe veiligheid

Externe veiligheid gaat over het beperken en beheersen van risico's en effecten van calamiteiten, en over het bevorderen van de veiligheid van personen in de omgeving van activiteiten met gevaarlijke stoffen (inrichtingen, transportroutes en buisleidingen). Dat gebeurt door te voorkomen dat te dicht bij gevoelige bestemmingen activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden, door de zelfredzaamheid te bevorderen en door de calamiteitenbestrijding te optimaliseren. In deze paragraaf wordt ingegaan op externe veiligheid in relatie tot verschillende risicovolle bronnen en/of objecten in en nabij het plangebied. Hierbij wordt ook een beschrijving gegeven van het wettelijk kader op gebied van externe veiligheid. 4.5.1

Wettelijk kader

Op nationaal niveau zijn verschillende wetten en regels ten aanzien van externe veiligheid. Voor bedrijven geldt het Besluit externe veiligheid inrichtingen (BEVI; oktober 2004). Voor transport is het Besluit externe veiligheid transportroutes van toepassing (Bevt; april 2015). Voor buisleidingen moet worden getoetst aan het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb; januari 2011). Bij externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt tussen het Plaatsgebonden risico en het Groepsrisico. Plaatsgebonden Risico (PR) Dit is een maat voor de kans dat iemand dodelijk getroffen kan worden door een calamiteit met een gevaarlijke stof. De gestelde norm is een ten minste in acht te nemen grenswaarde vastgesteld IV Stratum buiten de Ring (Tivoliterrein) Gemeente Eindhoven

53

(PR 10-6/jr) die niet mag worden overschreden ten aanzien van 'kwetsbare objecten', alsmede een zoveel mogelijk te bereiken richtwaarde (PR 10-6/jr) ten aanzien van 'beperkt kwetsbare objecten'; Groepsrisico (GR) Dit is een maat voor de kans dat een grotere groep tegelijkertijd dodelijk getroffen kan worden door een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht.

Het plangebied Aan de hand van de Professionele risicokaart is bekeken of binnen of in de nabijheid van het plangebied risicobronnen aanwezig zijn. Hieruit blijkt dat er geen risicovolle inrichtingen of buisleidingen in de directe omgeving van het plangebied aanwezig zijn. Op ongeveer 1,8 kilometer van het plangebied ligt de A2/A67, waarover vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Het plangebied ligt niet binnen het plasbrandaandachtsgebied, de plaatsgebonden risicocontour of het invloedsgebied van deze risicobron. De Leenderweg en Piuslaan zijn lokale transportroutes voor gevaarlijke stoffen. Het plangebied ligt op een afstand van ongeveer 490 meter van de Leenderweg en op ruim 600 meter van de Piuslaan. Het plangebied ligt niet binnen het invloedsgebied van deze risicobronnen. Verder hebben beide wegen geen plaatsgebonden risicocontour. Omdat het plangebied niet is gelegen binnen het invloedsgebied van transportroutes waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd, is een verdere verantwoording van het groepsrisico niet aan de orde. 4.5.2

Gemeentelijk beleid: Visie Externe Veiligheid

De gemeente Eindhoven heeft de visie Externe Veiligheid: 'Risico's de maat genomen' opgesteld. De gemeenteraad heeft de visie op 19 mei 2009 vastgesteld waardoor het een kaderstellend beleidsstuk is geworden. Dit betekent dat lokale ruimtelijke besluiten en milieubeheervergunningen vanuit de visie kunnen worden gemotiveerd. Met de visie Externe Veiligheid wordt richting en uitwerking gegeven aan een verantwoorde veilige, integrale invulling van duurzame ruimtelijke ontwikkeling passend binnen de Brainportontwikkelingen en het Programma Brabant veiliger. In de visie wordt aangegeven waar ruimte bestaat voor nieuwe risicovolle bedrijvigheid en onder welke veiligheidsverhogende condities dat mogelijk is. Tevens wordt aangegeven waar in de stad geïnvesteerd dient te worden in een beter niveau van beheersbaarheid. Tot slot wordt beschreven waar de veiligheid in de bestaande woonomgeving door het 'aanpakken' van bestaande knelpunten kan worden verbeterd. In de Visie Externe Veiligheid is Tivoli aangewezen als woonwijk waar geen risicovolle activiteiten plaatsvinden. 4.5.3

Conclusie

Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor onderhavig planvoornemen.

54

vastgesteld IV Stratum buiten de Ring (Tivoliterrein) Gemeente Eindhoven

4.6

Duurzaamheid

De ambities van de gemeente op het gebied van duurzaamheid zijn vastgelegd in het raadsprogramma Duurzaamheid. Een duurzame stad is een stad die rekening houdt met de behoeften van de huidige generatie zonder die van toekomstige generaties in gevaar te brengen. Onderstaande tekst legt concreet uit wat we als stad willen en waar dat op gebaseerd is. 1. CO2 reductie Het klimaat verandert door de toegenomen uitstoot van CO2. Dat gaat sneller dan we gedacht hadden. De temperatuur op aarde neemt toe waardoor de weersomstandigheden extremer worden: meer hitte, meer droogte, hevigere neerslag, meer stormen enz. Om de gevolgen van de klimaatverandering beperkt te houden, moet de CO2 uitstoot drastisch dalen. Wereldwijd zijn eind 2015 afspraken gemaakt om te pogen het probleem van klimaatverandering zoveel mogelijk te beperken: het klimaatakkoord van Parijs. Eindhoven onderschrijft dat akkoord door de in 2016 vastgestelde Klimaatverordening040. Hierin is vastgelegd dat de CO2-emissie van de stad teruggedrongen moet worden met 55% in 2030 en 95% in 2050. Referentiepunt daarbij is de emissie in het jaar 1990. In januari 2017 heeft de gemeenteraad in het Klimaatplan 2016-2020 de doelstellingen van de klimaatverordening uitgewerkt.

1A) Aardgasloze verwarming Om de vereiste 95% reductie in CO2 uitstoot te realiseren is op termijn een volledig aardgasloze verwarming van de gebouwde omgeving noodzakelijk. We zetten daar als gemeente op in en dit is nadrukkelijk ook het Rijksbeleid. Per 1 juli 2018 is de Wet voortgang energietransitie in werking getreden. Te bouwen bouwwerken (in gewone taal: nieuwbouw) voor kleinverbruikers - woningen, winkels, kantoren - mogen niet langer worden aangesloten op aardgasnetten. Daarnaast streeft de gemeente er nadrukkelijk naar te voorkomen dat ALLE nieuwe ontwikkelingen nog op aardgas worden aangesloten. In het Klimaatplan 2016-2020 heeft de gemeenteraad vastgelegd dat 'zoveel mogelijk voorkomen moet worden dat nieuwbouw nog wordt aangesloten op aardgas'. Het is voor bouwers en ontwikkelaars verstandig om zich te realiseren dat aardgas uitgefaseerd zal gaan worden en ook daar waar het nog niet wettelijk is bepaald nu al aardgasloos te bouwen of in ieder geval zodanig dat een alternatieve warmtevoorziening in de toekomst zonder grote ingrepen mogelijk is.

1B) Duurzame mobiliteit Om de vereiste 95% reductie in CO2 uitstoot in 2050 te bereiken, is een volledig CO2-emissievrije mobiliteit noodzakelijk. Dit betekent dat op termijn voertuigen op fossiele brandstoffen (benzine, diesel en LPG) volledig zullen verdwijnen en vervangen zullen worden door emissievrije voertuigen (elektrisch, waterstof of anderszins). Naast emissievrije voertuigen, willen we ook minder voertuigen in het centrum van de stad om daarmee de leefbaarheid in onze groeiende stad overeind te houden. Dat betekent meer ruimte voor fietsen, wandelen smart mobility concepten, met een belangrijke rol voor autodelen, autonoom rijden en slimme openbaar vervoerconcepten.

1C) warmte- en energiebesparing Om tot een reductie van 95% CO2 uitstoot te komen in 2050 moeten we naast het dichtdraaien van de aardgaskraan, het overgaan op emissievrije mobiliteit en het zoveel mogelijk duurzaam opwekken, ook naar grote besparingen in energie en warmte. Dit kan door isolatie, mogelijkheden voor opslag, innovatieve technieken enz. vastgesteld IV Stratum buiten de Ring (Tivoliterrein) Gemeente Eindhoven

55

1D) duurzame energie opwekking Naast de reductie in CO2, willen we als stad ook graag in 2045 energieneutraal zijn. Dat betekent dat de hoeveelheid energie die we dan als stad gebruiken, bij voorkeur binnen de grenzen van stad of regio duurzaam opgewekt wordt. Om dit te realiseren is het noodzakelijk dat alle kansen voor duurzame opwekking genomen worden. Met name op gebied van zonne-energie zijn er kansen in Eindhoven.

2. Circulaire Economie Circulaire economie is een economisch systeem dat bedoeld is om de herbruikbaarheid van producten en grondstoffen te maximaliseren en waardevernietiging te minimaliseren. We willen een afvalloze stad worden waar producten in gesloten technologische en biologische kringlopen gebruikt worden. (Grond)stoffen, materialen en producten die we gebruiken hebben geen negatieve effecten op mens en milieu, niet bij winning of productie, niet bij transport of gebruik en dus ook niet aan het einde van de levensduur. In ons plan van aanpak CE 2018-2020 hebben we de rijksambitie om in 2050 een circulaire economie te hebben onderschreven net als de ambitie om in 2030 50% minder primaire grondstoffen te gebruiken.

2A) duurzame materialen Materialen die in gesloten kringlopen steeds weer opnieuw gebruikt kunnen worden zonder schadelijke gevolgen voor mens of natuur, of die biologisch afbreekbaar zijn, zijn duurzame materialen.

2B) geen afval In 2020 willen we 0% restafval hebben. In eerste instantie geldt deze ambitie voor het huishoudelijk afval maar uiteindelijk voor alle afval.

2C) flexibel en demontabel bouwen Om te voorkomen dat gebouwen afgebroken moeten worden, moet bij het ontwerp al rekening gehouden worden met de flexibiliteit en demonteerbaarheid van het gebouw.

2D) deeleconomie/ as a service concepten De deeleconomie biedt een nieuw model voor consumptie en bezit. In plaats van telkens nieuwe goederen aan te schaffen, kunnen we de spullen die we al bezitten delen en zo beter benutten. Betalen voor vervoer, verlichting, werkruimte enz. voorkomt dat we zelf voertuigen, lampen, stoelen enz. moeten bezitten. Door diensten als een service aan te bieden en niet als een product, kunnen ze efficiënter gebruikt worden en blijft de verantwoordelijkheid voor het (hergebruik van het) product bij de leverancier.

3. Natuur Eindhoven de groenste! Groene daken en gevels, biodiversiteit, klimaatadaptatie (het wordt steeds warmer en natter), stadslandbouw en aantrekkelijk groen voor recreatie, ontspanning en bewegen. Hoe dragen nieuwe en herontwikkelingen in Eindhoven hieraan bij? Brengt het schade toe aan bestaande natuur of biedt het kansen voor toevoeging/uitbreiding? 56

vastgesteld IV Stratum buiten de Ring (Tivoliterrein) Gemeente Eindhoven

3A) biodiversiteit Om biodiversiteit te behouden wordt op Europees niveau gewerkt aan een duurzaam ecologisch netwerk van grote natuurgebieden met goede verbindingen. Ook in Eindhoven willen we ecologische versnippering in onze stad tegen gaan.

3B) oppervlakte groen We willen geen verlies van groen in de openbare ruimte en daar waar mogelijk het groen versterken, ook op of aan onze gebouwen.

4. Sociale basisbehoeften The Natural Step neemt de 9 menselijke behoefte van Manfred Max Neef als uitgangspunt. Omdat het hier om ruimtelijke projecten en activiteiten gaat, richten wij ons op de ruimtelijke component van deze basisbehoeften. We hebben het dan over klimaatadaptatie; gezonde lucht, bodem en water; beperkte geluidsoverlast; externe veiligheid; openbare ruimte om te ontmoeten en bewegen; bereikbaarheid van voorzieningen en het betrekken van bewoners bij projecten. Daarnaast spelen de sociale menselijke basisbehoeften wel een rol bij de aanschaf van materialen en diensten (we willen dat er maatschappelijk verantwoord ingekocht wordt).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11743032/1