CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1a -Bp I Vredeoord (De Scherf)

Raadsvergadering 1 juni 2021, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan I Vredeoord (De Scherf) (Woordmelding fractie CDA)30.195 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

vastgesteld I Vredeoord (De Scherf) Gemeente Eindhoven

Tot 2030 willen we minstens twee derde van de extra woningcapaciteit binnen de Rondweg realiseren. Voor het gebied binnen de Rondweg staan met projecten als Strijp S, Stationsomgeving, NRE en Philips Lighting in deze periode al circa 5.000 nieuwe woningen in de planning. Daarnaast is de wens dat boven winkels wooneenheden worden gerealiseerd en kantoren worden omgebouwd tot woningen. Hierin is de markt aan zet. Eindhoven formuleert in deze Woonvisie geen concreet woningbouwprogramma, gegoten in cijfers en categorieën. Dat zou niet passen bij de rol van een gemeente anno 2015. We willen ruimte geven aan de markt om gewenste ontwikkelingen te realiseren. Zonder op voorhand aan te geven wat-waar-wanneer gebouwd moet worden. Dat doen we door gebruik te maken van een model voor de onderbouwing van de wenselijkheid van nieuwe initiatieven. Daarin vragen we van initiatiefnemers (projectontwikkelaars, corporaties, gemeentelijke grondexploitaties) om in te gaan op een aantal punten zoals bijvoorbeeld het marktsegment, het woonmilieu en de periode van oplevering.

Solidaire stad Wij willen dat Eindhoven een samenleving is, waarvan iedereen onderdeel is. De meeste inwoners kunnen zelfstandig hun plaats vinden in die samenleving, sommigen hebben een steuntje in de rug nodig. We zorgen dat er voor hen een vangnet is. We hebben oog voor mensen in lastige situaties: asielzoekers, daklozen, mensen in psychische nood en ex-gedetineerden. Door de decentralisatie in de zorg moeten meer mensen met een beperking een plek in de wijk vinden. De vergrijzing zet de komende jaren stevig door. Veel ouderen, met of zonder zorgvraag, zullen langer thuis blijven wonen. Het is belangrijk dat er voor al deze mensen een plek blijft op de woningmarkt. Concentratie in bepaalde wijken is ongewenst. De sociale woningvoorraad is onderdeel van de sociale basisinfrastructuur. In theorie is in Eindhoven de sociale woningvoorraad in balans met de doelgroep. Twee ontwikkelingen vragen echter om aandacht: de samenstelling van de sociale woningvoorraad en de positie van de 13.500 huishoudens met een middeninkomen. Met de inwerkingtreding van de nieuwe woningwet 2015 moeten woningcorporaties hun woningen 'passend toewijzen'. Minimaal 80% van de vrijkomende sociale huurwoningen moet aan huishoudens met een laag inkomen worden toegewezen. Daarnaast is er ruimte om 10% van de woningen toe te wijzen aan huishoudens met een middeninkomen.

De resterende 10% sociale huurwoningen mogen woningcorporaties vrij toewijzen, maar daarbij moeten zij wel voorrang geven aan mensen die door bijvoorbeeld fysieke of psychische beperkingen moeilijk aan voor hen passende huisvesting kunnen komen. Het aantal eenpersoons- en tweepersoonshuishoudens groeit. Dit betekent een grote uitdaging. Niet alleen in woonwensen maar ook in betaalbaarheid, want alleen wonen is relatief duur. We zetten in op transformatie en ander gebruik. Bij de transformatie van grotere kantoren, zorg- en onderwijsgebouwen kunnen (collectief) particulier opdrachtgeverschap en nieuwe woonconcepten een oplossing bieden. Ook het gebruik van eengezinswoningen door bijvoorbeeld twee eenpersoonshuishoudens, met name in het gebied buiten de Rondweg, behoort tot de mogelijkheden. Innovatieve stad We gaan partijen uitdagen om klantgeoriënteerd, sneller, goedkoper en duurzamer te produceren. En ook in de aanpak van de bestaande voorraad en in de transformatie van kantoren en zorggebouwen is er een grote behoefte aan vernieuwing en aan creatieve, betaalbare oplossingen. Een andere ontwikkeling is het zogenaamde flexwonen. Tot voor kort kende de woningmarkt een vrij overzichtelijk aanbod: koop- of huurwoningen, zelfstandige of onzelfstandige woonruimten, grondgebonden woningen of appartementen. Maar de vraagkant is de afgelopen jaren sterk veranderd.

Er komen steeds meer groepen die behoefte hebben aan tijdelijke vastgesteld I Vredeoord (De Scherf) Gemeente Eindhoven

33

woonruimte. Denk bijvoorbeeld aan studenten, expats, arbeidsmigranten, mensen die een echtscheiding achter de rug hebben, ex-gedetineerden en mensen die uit een opvangvoorziening komen. Deze mensen zijn op zoek naar goede tijdelijke huisvesting, met passende voorzieningen, die snel beschikbaar is en tegen een prijs die past bij hun budget. Dit flexwonen wordt een belangrijke nieuwe woonvorm in Eindhoven. Het biedt ook kansen voor de transformatie van leegstaand vastgoed. Verder willen we in de koopsector dat inwoners zoveel mogelijk invloed hebben op hun eigen woning en woonomgeving, bijvoorbeeld door het stimuleren (collectief) particulier opdrachtgeverschap. En we willen dat zelf bouwen niet alleen bereikbaar is voor de huishoudens met een hoger inkomen. Ook in de huursector is er sinds de herziening van de Woningwet meer aandacht voor mede-eigendom en zelfbeheer, bijvoorbeeld via het model van wooncoöperaties. Wooncoöperaties zijn een soort tussenvorm van huur en koop. Samen met de corporaties willen we de vraag naar deze eigendoms- en beheervorm en de mogelijkheden in Eindhoven onderzoeken.

Beoordeling plan Voor de locatie Vredeoord is het, in een breder sociaal-maatschappelijk afwegingskader van het herstructureren van een grote kantoorlocatie met structurele kantoorleegstand en het voorkomen van een ongewenste leefomgeving voor omliggende woonbuurten noodzakelijk en wenselijk om een aanvullend woningbouwprogramma te realiseren op deze locatie. Het woonprogramma van de 40 woningen Vredeoord zoals is opgenomen komt overeen met het Woonprogramma; het toevoegen van koopwoningen in het middeldure segment is zeer wenselijk. - Type A - 7 woningen - lage middeldure koop (200.000,-275.000,-) - Type B en type C - 26 woningen - hoge middeldure koop (275.000,--345.000,-) - Type D - 4 woningen - dure koop (345.000,- of meer) Dit bestemmingsplan voorziet in de bouw van maximaal 40 woningen. Daarnaast voorziet onderhavig plan in een (collectief) particulier opdrachtgeverschap, hetgeen wat door gemeente Eindhoven erg gestimuleerd wordt. Daarmee is het plan een gewenste duurzame stedelijke ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied en sluit het plan aan bij de ambitie 'solidaire en innovatieve stad'.

3.5.3

Kamerverhuur en woningsplitsing

Op 12 juni 2018 heeft de gemeenteraad het paraplubestemmingsplan 'parkeren, kamerverhuur en woningsplitsing' vastgesteld. Tot het moment van inwerkingtreding van dit paraplubestemmingsplan, werd via de huisvestingsverordening voorkomen dat woningen zonder vergunning werden gesplitst, omgezet, onttrokken en samengevoegd. Hoewel kamerverhuur en woningsplitsing verschillend zijn en andere toetsingskaders kennen, hebben beiden wel een zelfde soort ruimtelijk effect op de omgeving en is het wenselijk om deze initiatieven soortgelijk te reguleren in bestemmingsplannen. Door de regeling in het paraplubestemmingsplan wordt kamerverhuur en woningsplitsing voortaan via één vergunning (omgevingsvergunning) geregeld. Deze regeling moet in opvolgende bestemmingsplannen zoals het onderhavige worden overgenomen om geldend te blijven voor het betreffende plangebied. Om die reden is de regeling uit dit paraplubestemmingsplan in dit bestemmingsplan overgenomen.

34

vastgesteld I Vredeoord (De Scherf) Gemeente Eindhoven

3.6

Archeologische en cultuurhistorische waarden

3.6.1

Archeologie

Het Verdrag van Valletta (Malta) verplicht de Europese overheden tot het beschermen van archeologisch erfgoed. Hierbij wordt als uitgangspunt gehanteerd dat archeologische waarden in situ bewaard moeten blijven. Dat wil zeggen, dat ernaar gestreefd moet worden om de waarden op de locatie te behouden. Als dit niet mogelijk blijkt, bijvoorbeeld bij bouwplannen, dan moeten de waarden worden opgegraven en ex situ worden bewaard. Het Verdrag van Valletta is doorvertaald in de Monumentenwet 1988, zoals deze gewijzigd is in september 2007. Sinds deze wijziging van september 2007 is de gemeente bevoegd gezag op het gebied van cultuurhistorie en archeologie. Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. De uitgangspunten uit het Verdrag van Valletta (Malta) blijven in de Erfgoedwet de basis van de omgang met archeologie. Gemeenten houden een belangrijke rol in het archeologische stelsel. In bestemmingsplannen houden ze rekening met (te verwachten) archeologische waarden. Dit wordt samen met de andere onderdelen rond de omgang met archeologie in de fysieke leefomgeving overgeheveld naar de toekomstige Omgevingswet. Gemeentelijk beleid De gemeente Eindhoven heeft eigen archeologiebeleid, als uitwerking van het nationale en provinciale beleid. Dit beleid staat in het 'Beleidsplan archeologie Eindhoven en Helmond 2008-2012', dat de raad in september 2008 heeft vastgesteld.

De gemeente neemt de verantwoordelijkheid voor het bodemarchief zelf ter hand door te investeren in kerntaken en opbouw van expertise. De gemeente kent archeologische waarden daterend uit de prehistorie en de Romeinse tijd. Het gemeentelijk bodemarchief herbergt tevens fundamentele gegevens over de geschiedenis van stad en platteland gedurende en na de middeleeuwen. Deze gegevens zijn van groot belang voor de reconstructie van het verleden, temeer omdat archivalische bronnen in Eindhoven nagenoeg ontbreken. De archeologische gebieden binnen de gemeente Eindhoven staan aangegeven op de gemeentelijke archeologische waardenkaart, onderdeel van de gemeentelijke cultuurhistorische waardenkaart. Het beleid is om bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening te houden met de archeologische waarden en verwachtingen in de ondergrond en daarbij uit te gaan van de gemeentelijke archeologische waardenkaart. Volgens de Archeologische Waardenkaart kent dit plangebied geen archeologisch waardevolle gebieden of archeologische verwachtingsgebieden. Binnen het bestemmingsplan hoeft dan ook geen rekening te worden gehouden met archeologische waarden of verwachtingen. Wel geldt ten aanzien van archeologie een meldingsplicht voor archeologische toevalsvondsten.

Mochten tijdens eventuele grondwerkzaamheden archeologische resten worden aangetroffen, dan dienen deze (op grond van de meldingsplicht ingevolge art. 5.10 Erfgoedwet 2016) direct gemeld te worden aan de Minister van OCW en de afdeling Omgevingskwaliteit van de gemeente Eindhoven. Vervolgens zal bepaald worden of, en zo ja welke, aanvullende maatregelen getroffen dienen te worden.

3.6.2

Cultuurhistorie

Op 18 maart 2008 is de cultuurhistorische waardenkaart van Eindhoven vastgesteld. De kaart dient als beleidskader om bij ruimtelijke ontwikkelingen in de stad rekening te kunnen houden met de cultuurhistorie van Eindhoven. De kaart geeft, naast rijks- en gemeentelijke monumenten een overzicht van de historische structuur van wegen en waterlopen, historisch waardevolle stedenbouwkundige en landschappelijke- en groenstructuren, beschermde stadsen dorpsgezichten en monumentale bomen. Bij de samenstelling van de kaart is onder andere gebruik gemaakt van de gegevens van de provinciale cultuurhistorische waardenkaart. vastgesteld I Vredeoord (De Scherf) Gemeente Eindhoven

35

Uitsnede cultuurhistorische waardenkaart Eindhoven (plangebied rood omlijnd)

Motivering plan Het plangebied kent geen historische waarden zoals aangegeven op de cultuurhistorische waardenkaart. Wel wordt het plangebied via de straten Vredeoord en Pieter Zeemanstraat ontsloten op de Boschdijk. Dit is een historische weg uit de wegenstructuur voor 1900. Echter, door de beoogde ontwikkeling wordt geen afbreuk gedaan aan de kwaliteit en historische waarden van deze weg. Concluderend kan gesteld worden dat de ingrepen passen binnen de stedenbouwkundige structuur en de cultuurhistorische waarden van het gebied. Daarnaast staat het oude hoofdkantoor van Philips (kantoorgebouw VB) vlakbij dit plangebied. Dit kantoor is genomineerd om te worden aangewezen als rijksmonument. Wat in Eindhoven bekend staat als "Philips Nederland" is een onderdeel van het Philipscomplex aan de Vredeoord/Boschdijk. De hoogbouw, met de daaraan verbonden laagbouw aan de Boschdijk, is een belangrijk gebouw met name vanwege zijn bijzondere constructie. Het werd in 1963 in een bijzonder korte periode gebouwd. Het ontwerp is van architect Verhave die nog met architect Roosenburg gelieerd was. (Architectenbureau Roosenburg, Verhave, Luyt, De Jongh). Het gebouw is van een meer gebruikt type dat werd ontwikkeld om ruimte te geven aan de kantoorfunctie in een relatief onafhankelijk hoogbouwdeel en aan de grondgebonden algemene functies op begane grond niveau.

Grote ondernemingen en overheidsinstellingen konden met dergelijke gebouwen aan hun moderne "corporate identity" werken. Het samenstel van laagbouw en hoogbouw roept een sterk contrast op van ruimtelijkheid en is daardoor moderner dan het voordien gebruikte massale en gesloten bouwblok. Bij Philips Nederland is dit op een bijzondere manier uitgewerkt. Voor de renovatie was het dak van de laagbouw opgebouwd uit aaneengeschakelde aan een middenstijl naar twee kanten uitstekende trapeziums. Dit element dat voor een gemeenschappelijk ruimte, de laagbouw, in veelvoud betekenisvol is, versterkte zich als het ware tot één machtig groot dragend gebaar voor de kantoorhoogbouw. En dan wordt het één enkele middenkern waaraan de naar twee kanten uitstekende liggende trapeziums de kantoorverdiepingen dragen. Opnieuw betekenisvol omdat het architectonische beeld en constructieve werkelijkheid elkaar versterken. Veel medewerkers maar één firma, één doel. Met zijn 66 meter en zijn 15 bouwlagen was het indertijd het hoogste (kantoor)gebouw van Nederland. Bij de realisatie van het bestemmingsplan "Vredeoord" en nadien het uitwerkingsplan "Uitwerking bestemmingsplan Vredeoord" is rekening gehouden met de architectonische en cultuurhistorisch waardevolle status van kantoorgebouw VB. In het stedenbouwkundig ontwerp 36

vastgesteld I Vredeoord (De Scherf) Gemeente Eindhoven

voor complex Vredeoord is namelijk nadruk gelegd op het creëren van nieuwe hoekpunten. De nieuwe hoekpunten zorgen voor oriëntatie en vormen samen met de markante hoge gebouwen VB en VS de verankering in de omgeving. De bebouwing op deze hoekpunten wijken af van de overige bebouwing in de wijk en reageren op de omgeving. In het geval van De Scherf reageert het op het groene en kleinschalige karakter van de omgeving. In dit bestemmingsplan is dit verder uitgewerkt. Een omschrijving hiervan is terug te vinden in paragraaf 2.2 van deze toelichting.

3.7

Verkeer en parkeren

De mobiliteitsvisie 'Eindhoven op Weg' is in 2013 door de gemeenteraad vastgesteld. Hierin is het verkeersbeleid voor de komende decennia (planhorizon 2040) vastgelegd. Deze visie vormt het bestuurlijke beleidskader voor alle verkeers- en mobiliteitsopgaven. In de volgende paragrafen zijn de essentiële elementen voor het plangebied beschreven. 3.7.1

Parkeren

De ruimte in de stad is beperkt en kostbaar. De gemeente moet dan ook de schaarse ruimte efficiënt gebruiken. Daarom worden bij een plan eisen aan het aantal te realiseren parkeerplaatsen gesteld. Bij besluit van 17 mei 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders de Nota Parkeernormen 2016 vastgesteld. Hierin zijn normen vastgelegd voor parkeren. Deze nota is inmiddels geactualiseerd door de Actualisatie Nota Parkeernormen. De Actualisatie Nota Parkeernormen is vanaf 4 oktober 2019 van kracht en past in de ontwikkeling naar een groenere, bereikbare en duurzame stad. We hebben te maken met een grote verdichtingsopgave in Eindhoven en tegelijk moeten we het centrum van Eindhoven goed bereikbaar houden. Er is straks minder plaats voor autoverkeer en parkeren in en om het autoluwe centrum. Daarom streven we nu naar het aanleggen van zo min mogelijk nieuwe parkeerplaatsen en we zetten zoveel mogelijk in op duurzame alternatieve vervoerswijzen: lopen, fietsen en openbaar vervoer. In de nota is dat uitgewerkt in de zogenaamde verplichte "HOV-reductie" (minder parkeerplaatsen bij stations en Hoogwaardig openbaar vervoer-haltes) en het stimuleren van gebruik van deelauto's voor bewoners. Als tweede aanpassing willen we de bestaande (privé-auto's) parkeercapaciteit beter en efficiënter gaan benutten ten opzichte van realisatie van parkeerplaatsen op eigen terrein.

De derde belangrijke aanpassing is dat ontwikkelaars een bijdrage in het mobiliteitsfonds moeten storten, bij gebruik van reeds aanwezige openbare parkeerplaatsen. Met dat geld willen we onder andere de opbouw van een stadsbreed deelmobiliteit netwerk op weg helpen. In de Actualisatie Nota Parkeernormen hebben we eveneens de fietsparkeernormen geactualiseerd en gaan daar uitgebreider op toetsen en handhaven. Verder is van belang dat elk bestaand adres of een nieuw adres waar een omgevingsvergunning is afgegeven na 2016 in het POET-overzicht (parkeren op eigen terrein) komt. Adressen uit dit overzicht kunnen geen (nieuwe) parkeervergunning aanvragen en hebben geen recht op een bezoekersregeling binnen betaald parkeergebieden. Bestaande parkeervergunningen worden niet meer verlengd. Dat gaan we in een vroeg stadium communiceren met de nieuwe bewoners. 3.7.2

Toepassing beoogde plan

Het CPO-project binnen het plangebied is gericht op een manier van leven waarin bewoners zo veel mogelijk voorzieningen delen en daardoor zonder hoge kosten over veel woonkwaliteit beschikken. Dit betreft woonvoorzieningen, maar ook mobiliteit wordt door de bewoners vanuit een duurzame, kwalitatieve en collectieve houding beschouwd. Vanwege de duurzame ambitie van de bewoners van het plangebied is het ook logisch dat het collectief uit is op een minimale rol voor de auto in het bouwplan en in de directe omgeving, en een veel collectiever gebruik van de auto. De ambitie van de CPO-groep wordt zo veel mogelijk op maat gemaakt en deelgebruik resulteert in een sterk gereduceerde parkeerbehoefte: vastgesteld I Vredeoord (De Scherf) Gemeente Eindhoven

37

slechts 25% van de huishoudens beschikt graag over een parkeerplaats voor een privé-auto. De overige parkeerplaatsen kunnen voor deelauto's worden gehanteerd. Parkeernormen De Nota parkeernormen 2019 van gemeente Eindhoven stelt heldere eisen aan de hoeveelheid parkeerplaatsen. Uitgaande van de maximale 40 woningen levert dit een totaal van 49 parkeerplaatsen op. Daarvan zijn er 12 voor bezoekersparkeerplaatsen, waarvan er reeds 11 aan de noordzijde van het plangebied zijn voorzien in het huidige inrichtingsplan.

Mobiliteitscorrectie In het gebied buiten de ring van Eindhoven en op afstand van HOV-punten hanteert gemeente Eindhoven een correctie van 1:4 voor deelauto's. Dit betekent dat, naast de 11 bezoekersparkeerplaatsen, nog 10 parkeerplaatsen voor privé-auto's nodig zijn, en 7 parkeerplaatsen voor deelauto's. Het geldende uitwerkingsplan, dat ruimte biedt aan 17 vrijstaande woningen of twee-onder-een-kapwoningen met elk een eigen oprit, vereist voor iedere woning een onderbreking in het openbare groen. Door deze verharde opritten evenals de woningen te clusteren ontstaat een helderder beeld dan in het geldende uitwerkingsplan. De toegang tot de clusters zijn dan de enige doorbreking van de zoom om plangebied 'De Scherf'. Daarmee is zonder afbreuk te doen aan de kwaliteit van de openbare ruimte rond De Scherf het volledige aantal parkeerplaatsen te realiseren in de zone direct om het gebied van De Scherf heen. Indien er in de toekomstige situatie vraag komt naar extra parkeerplaatsen in het plangebied zal deze vraag integraal binnen Vredeoord worden opgelost. Hiervoor is nog voldoende ruimte beschikbaar. Fietsparkeren Vanwege het beperkte autogebruik is grote aandacht voor fietsen en fietsparkeren noodzakelijk. De Nota parkeernormen 2019 schrijft een totaal van 139 fietsparkeerplaatsen voor. Deze fietsenstallingen zullen op eigen terrein worden gerealiseerd.

Conclusie Zonder afbreuk te doen aan het richtinggevende inrichtingsplan uit het bestemmingsplan "Vredeoord" en uitwerkingsplan "Uitwerking bestemmingsplan Vredeoord", kan het beperkte aantal parkeerplaatsen dat benodigd is voor de beoogde ontwikkeling, gerealiseerd worden in de zoom rondom 'De Scherf'. Dit wordt versterkt door ieder cluster te voorzien van een ruim 38

vastgesteld I Vredeoord (De Scherf) Gemeente Eindhoven

aantal hoogwaardige fietsparkeerplaatsen.

3.8

Groen

3.8.1

Groenbeleidsplan

Begin 2017 is een actualisatie van Groenbeleidsplan door de gemeenteraad vastgesteld. Dit Groenbeleidsplan 2017 is gemaakt met de veranderende rol van de overheid in het achterhoofd. Het voorziet in vier sporen "het verhaal van de stad", wat de waarde van groen is (functies als uitgangspunt), welke ambitie de gemeente daarmee heeft en het daadwerkelijke groenbeleid. Het groenbeleidsplan heeft als doel het duurzaam veiligstellen en ontwikkelen van een kwalitatief hoogwaardige groenstructuur met daarin passende functies. Hiermee levert de toepassing van het groenbeleid een wezenlijke bijdrage aan een aantrekkelijke en gezonde woon- en werkomgeving als karakteristieke kwaliteit van Eindhoven. Een omgeving die leefbaar en klimaatadaptief is en een volwaardig vestigingsklimaat biedt voor Brainport. Het groenbeleid sluit aan op de geomorfologische structuur van de stad: de structuur van dekzandruggen en beken (Dommel en Gender) die Eindhoven hebben gevormd. Op basis van de tuinstad gedachte is bij de verdere ontwikkeling van Eindhoven sterk ingezet op het behoud van de groene ruimten tussen de voormalige dorpen. Genneper Parken (tussen Stratum en Gestel), Brainport Park (tussen Strijp en Woensel) en De Karpen (tussen Woensel en Tongelre) vormen nog altijd imposante, groene wiggen, die tot diep in de stad reiken.

Het behoud van de robuuste groenstructuur, die vanuit het buitengebied, via de wiggen tot aan de bomen bij de voordeur reikt, is een belangrijk uitgangspunt van het groenbeleidsplan. Het Groenbeleidsplan heeft in principe betrekking op al het groen van Eindhoven, dus niet alleen het groen in eigendom van de gemeente. Omdat niet al het groen bescherming krijgt door een specifieke groenbestemming en de gemeente enkel directe invloed heeft op haar eigen eigendommen, is niet al het groen automatisch beschermd. In het Groenbeleidsplan 2017 zijn onder andere procesafspraken genoemd die een relatie hebben met een ruimtelijke procedure. Het betreft een procesafspraak over groenplannen bij ontwikkeling van gebouwen of gebieden en de procesafspraak over de groenregelingen voor bomen (Verordening Bomen en Nadere regels bomen) en de Regeling Groencompensatiefonds. De genoemde groenplannen dienen een toelichting van de groene inrichting van een ontwikkeling te geven. Behoud van het bestaande groen is het uitgangspunt, evenals het (door)ontwikkelen van de groene kwaliteiten waar nodig Toepassing plangebied In dit plangebied is volgens de ruimtelijke strategieënkaart van het Groenbeleidsplan 2017 de ruimtelijke strategie 'stad, rood beeldbepalend' aanwezig volgens. In 'stad, rood beeldbepalend' richt het groenbeleid zich op een bepaalde verweving van groen tussen rood.

Dat wil zeggen dat groen een ondersteunende functie heeft ten opzichte van de stedelijke identiteit ('aankledingsgroen') of een recreatieve functie voor de woonomgeving (parken). Het beleid is erop gericht deze groene elementen of functies te behouden. Het oppervlak groen binnen deze categorie zou niet verder af moeten nemen.

vastgesteld I Vredeoord (De Scherf) Gemeente Eindhoven

39

Ruimtelijke Strategieënkaart uit het Groenbeleidsplan 2017 (plangebied blauw omcirkeld)

Het stedenbouwkundig-landschappelijk kader dat leidend is geweest voor het uitwerkingsplan "Uitwerking bestemmingsplan Vredeoord" gaat uit van een groene woonomgeving met grotendeels grondgebonden woningen met tuin. Er is sprake van een groen raamwerk waarbinnen zich de bouwvelden bevinden. Enkele onderdelen daarvan zijn de groene inprikkers, de 'Dreef' en de 'Zoom'. De ontwikkeling die met dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt houdt rekening met het stedenbouwkundig-landschappelijk kader uit het geldende uitwerkingsplan. Gelet op diens ligging is de Dreef voor dit bestemmingsplan minder van belang. Daarom wordt hierna enkel ingegaan op de zoom en de groene inprikkers. Het gehele complex Vredeoord wordt omzoomd door brede dubbele beukenhagen die het gebied verankeren in zijn omgeving en een sterke identiteit geven. De hagen blijven grotendeels bestaan als overgang tussen openbaar en privé. Nieuwe hagen in het gebied zijn van dezelfde soort, waardoor een terugkerend herkenbaar motief ontstaat. Ook zijn er woningen die gelegen zijn rondom de 'inprikkers'. De inprikkers hebben een brede bomenrijke middenberm waarin geparkeerd kan worden. De inprikkers reiken tot halverwege het plangebied, waardoor het middengebied autovrij blijft. Bestaand groen, voornamelijk in de randen en in het voormalige VIP-laantje, wordt zoveel mogelijk geïntegreerd in het plan.

Het nieuwe en bestaande groen vormen samen een sterk landschappelijk kader.

40

vastgesteld I Vredeoord (De Scherf) Gemeente Eindhoven

Situering Zoom (rechts) en inprikkers (links) plan Vredeoord In dit geval reageert het plan De Scherf op het groene en kleinschalige karakter van de omgeving door de hoeken van het plan 'te openen' naar zijn omgeving. De woningen hebben geen conventionele privé tuin maar maken gebruik van een mandelige tuin. De open hoeken van de mandelige tuin maken als het ware gebruik van de open ruimte die buiten de perceelsgrenzen liggen maar feitelijk wel onderdeel zijn van de groene en vrije beleving. Tegelijkertijd krijgen de woningen door de open en groen ingerichte hoeken in combinatie met de zoom een groene inbedding in de omgeving doordat de bebouwing vanaf de belangrijkste entreeroutes altijd ín het groen staat. De entreeroutes vormen de inprikkers met een brede bomenrijke middenberm. Hieraan wordt geparkeerd. De zoom bestaat uit beukenhagen die rondom de wijk de overgang definiëren van privé naar openbaar. Omdat dit een steeds terugkerend herkenbaar motief is maakt dit de grens van de wijk en geeft het daarmee identiteit. Aan de hand van deze onderdelen ontstaat een sterk groen raamwerk met daarbinnen een bouwveld voor woonbebouwing met een eigenzinnige ligging, verkaveling, typologie en beeldkwaliteit in een mandelige tuin.

De mandelige tuin is collectief en natuurlijk ingericht, kent verschillende functies, laat ruimte voor het initiatief van bewoners en is zo veel mogelijk onthard en groen ingericht. Aan de zuidwestzijde zijn de overgangen openbaar-privé al aanwezig in de vorm van een beukenhaag (de zoom). De hagen staan op grond van de gemeente en worden door de gemeente onderhouden. De perceelsgrenzen aan de noord- en oostzijde van het veld worden aan de voorzijde voorzien van lage en middelhoge groene afscheiding.

vastgesteld I Vredeoord (De Scherf) Gemeente Eindhoven

41

Situatieschets groene inrichting De mandelige tuin wordt op bouwblok- en woningniveau aangevuld door 'andersoortige' buitenruimtes met een mogelijk (semi)collectief karakter: de veranda, de wintertuin, de loggia, het terras en de gezamenlijke hal. Deze (semi)collectieve buitenruimtes kennen geen gebouwde erfafscheidingen tenzij integraal onderdeel van het woningontwerp. Deze buitenruimtes vormen tevens genuanceerde overgangen tussen openbaar en privé. Ze functioneren als drempels die het gebruik op ongedwongen wijze sturen. Ook kunnen (abstracte) elementen ingezet worden. Dit geeft het plan een landschappelijke en vriendelijke uitstraling, maakt de ervaring van een grote tuin beter en het creëert tegelijkertijd niches en onbestemde ruimtes die juist als een uitbreiding van de woning voelen. Groen speelt een belangrijke rol in het maken van deze overgangen. Rondom het plan staat een 'hardere' drempel in de vorm van een beukenhaag.

3.8.2

Beleid bomen

Het gemeentelijk beleid ten aanzien van bomen is vastgelegd in de Verordening Bomen 2015. Deze is op 7 april 2015 door de gemeenteraad vastgesteld en op 24 augustus 2016 in werking getreden. De Verordening en (uitwerking daarvan in) nadere regels Bomen is van toepassing op bomen die niet vallen onder de regelgeving van de Wet natuurbescherming (Wnb). De Wet natuurbescherming is van toepassing op: bossen die buiten de 'bebouwde kom Wnb' liggen; alle beplantingen van bomen die groter zijn dan 10 are; bomen in een rijbeplanting, als de rij uit meer dan 20 bomen bestaat. Voor bomen geldt dus of de Wet natuurbescherming of of de Verordening Bomen 2015. Voor het vellen van bomen dient, behoudens een aantal vrijstellingen, een melding te worden gedaan bij de Provincie Noord Brabant. Er is een herplantplicht van toepassing.

42

vastgesteld I Vredeoord (De Scherf) Gemeente Eindhoven

Verordening Bomen Het bomenbeleid is gebaseerd op drie pijlers: behoud, versterking en ruimte voor dynamiek. Eindhoven wil een aantrekkelijke groene stad zijn en blijven. Bomen spelen daarbij een voorname rol. Een hoogwaardig bomenbestand dat een duurzame bijdrage levert aan de ruimtelijke kwaliteit en recht doet aan het groene imago van de stad is waar de gemeente naar streeft. Duurzaam behoud van de groene signatuur staat voorop. Het bomenbestand dient echter ook aan te sluiten op intensief gebruik van de openbare ruimte en de gewenste ruimtelijke kwaliteit. Dit betekent soms dat in een bepaalde situatie andere belangen preferabel zijn en bomen moeten wijken. Het bomenbeleid voorziet in die gevallen in de mogelijkheden tot mitigatie en compensatie.

Groene kaart Een belangrijk onderdeel van de verordening Bomen is de groene kaart. Het is een topografische kaart met daarop aangegeven de beschermde houtopstand. De Groene Kaart bevat verschillende categorieën houtopstanden. Voor bomen in gemeentelijk eigendom (publiek eigendom) kent de Groene Kaart zes categorieën: Monumentale bomen; Waardevolle bomen; Basis bomen; Bomen hoofdstructuur; Bomen nevenstructuur; Bomen in gebieden stad, groen beeldbepalend. De Groene Kaart kent daarnaast voor bomen in particulier eigendom (privaat eigendom) drie categorieën: Waardevolle bomen; Bomen in gebieden stad, groen beeldbepalend; Bomen op private groter of gelijk aan 500 m². Voor het vellen van een houtopstand die deel uitmaakt van tenminste één van deze categorieën is, behoudens een aantal vrijstellingen, een omgevingsvergunning verplicht.

Nadere regels Bomen De Verordening is uitgewerkt in nadere regels Bomen. Deze zijn op 19 juli 2016 vastgesteld door het college en op 4 augustus 2016 in werking getreden. De beleidsregels geven inzicht in de wijze waarop het college gebruik maakt van de aan haar in de Verordening toegekende bevoegdheden tot het aanwijzen en plaatsen van houtopstanden op de Groene Kaart. Tevens zijn richtlijnen uitgewerkt voor omgang met overlast, de compensatieplicht bij kap, de indieningvereisten bij een vergunningaanvraag, de weigeringsgronden bij beoordeling van een kapaanvraag en het aanbrengen van verlichting in houtopstanden.

Het plangebied In het kader van het grotere project Vredeoord zijn binnen het plangebied al meerdere bomen gekapt of verplaatst. Aan de westzijde en zuidzijde van plangebied De Scherf staan nog enkele bomenrijen die mogelijk van inlvoed kunnen zijn voor dit bestemmingsplan. In het kader van het bestemmingsplan "Vredeoord" heeft een Bomen Effect Analyse (BEA) plaatsgevonden (Wildschut, 2014), waarbij ook de betreffende bomenrijen zijn beschouwd. Uit de BEA blijkt dat voor dit bestemmingsplan uiteindelijk alleen de onderzochte bomensectie 10 van belang is. Uit de rapportage van de BEA blijkt dat de sectie bestaat uit Tilia europaea, waarvan de kroonprojectie in de richting van de voorgenomen nieuwbouw een straal heeft van 5 meter. De minimale graafafstand vanuit de stamvoet bedraagt 3 meter. Dit is ook de grens van het beschermd boomgebied. In het stedenbouwkundige plan voor de ontwikkeling van 'De Scherf' is voldoende rekening gehouden met deze bomen. vastgesteld I Vredeoord (De Scherf) Gemeente Eindhoven

43

Verder worden er ook nieuwe bomen geplant in het beoogde plan. Het beoogde beeld voor de inprikkers en dwarsstraatjes en in mindere mate ook de Dreef is een bosachtig karakter. Er zullen verschillende soorten worden gemengd. Om het beoogde beeld te bereiken, worden de bomen voornamelijk als veren aangeplant. Daar waar ruimte is worden grotere bomen aangeplant die langzamer groeien. Beoogd wordt om de entree van een straat te markeren door markante bomen. De veren staan dichter op elkaar en zullen snel omhoog schieten. Dat zorgt reeds in een beginstadium voor een bosachtig karakter.

3.9

Kabels, leidingen en straalpaden

Ten zuidwesten van het plangebied komt een hogedrukaardgasleiding voor. De gevolgen daarvan zijn onderzocht en beschreven in de paragraaf 4.5 Externe veiligheid. Op de verbeelding en in de planregels is een gebiedsaanduiding voor deze leiding opgenomen. Verder komen er geen kabels, leidingen en straalpaden voor die een belemmerende werking hebben voor de planvorming.

44

vastgesteld I Vredeoord (De Scherf) Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 4

Milieuparagraaf

4.1

Milieueffectrapportage

4.1.1

Wettelijk kader

Met een milieueffectrapportage (m.e.r.) worden de milieugevolgen van een plan in beeld gebracht. De m.e.r. is gebaseerd op Europese regelgeving. In Nederland is de m.e.r. geregeld in de Wet milieubeheer (Wm) en in het Besluit m.e.r.. De Wm gaat vooral in op de procedure en de inhoudsvereisten. In het Besluit m.e.r. is geregeld in welke gevallen een m.e.r. moet worden opgesteld. Bij het Besluit m.e.r. is een bijlage opgenomen waarin de criteria voor een m.e.r.-plicht (onderdeel C) en een m.e.r.-beoordelingsplicht (onderdeel D) staan. Een beoordelingsplicht houdt in dat moet worden nagegaan of er sprake is van (mogelijke) belangrijke milieugevolgen. Als deze niet kunnen worden uitgesloten, dan geldt een m.e.r.-plicht. De onderdelen C en D zijn onderverdeeld in 4 kolommen: Kolom 1: de activiteit zelf Kolom 2: drempelwaarden activiteit Kolom 3: de kaderstellende plannen (zoals een bestemmingsplan) Kolom 4: de besluiten De drempelwaarden van activiteiten die zijn opgenomen in onderdeel D zijn indicatief. Indien een activiteit wordt genoemd in onderdeel D, maar beneden de drempelwaarde van kolom 2 valt, moet een vormvrije m.e.r.-beoordeling plaatsvinden. Dit geldt zowel voor kaderstellende plannen, zoals een bestemmingsplan, als voor besluiten. In dit kader is met name 11.2 van onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r. van belang.

Het gaat daarbij om de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen. Vormvrije m.e.r.-beoordeling Bij een vormvrije m.e.r.-beoordeling dient aan de hand van de volgende aspecten te worden beoordeeld of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben: 1. de kenmerken van de activiteit (aard, omvang, cumulatie met andere ontwikkelingen); 2. de locatie van de activiteit (kenmerken van het plangebied en de kwetsbaarheid van de omgeving); 3. de mogelijke gevolgen van de activiteit. Dit plan voorziet in de realisatie van maximaal 40 woningen binnen bestaand stedelijk gebied op een voormalig bedrijventerrein van Philips. Dat op deze locatie woningen gebouwd mogen worden ligt planologisch al vast middels het bestemmingsplan "Vredeoord" en nadien het uitwerkingsplan "Uitwerking bestemmingsplan Vredeoord". In het kader van beide plannen zijn verschillende milieuonderzoeken om aan te tonen dat woningbouw op deze plaats geen nadelige gevolgen voor natuur en milieu heeft. Ten opzichte van het recente vastgestelde uitwerkingsplan "Uitwerking bestemmingsplan Vredeoord" zorgt dit plan alleen voor een herschikking van de fysieke bouwmogelijkheden (wijziging bouwvlakken en bouwaanduidingen).

Er worden geen andere functies toegevoegd ten opzichte van de voorgaande juridisch-planologische situatie. In de navolgende paragrafen is voor de diverse milieuaspecten aangetoond dat de gewijzigde stedenbouwkundige opzet geen nadelige effecten op natuur en milieu heeft. vastgesteld I Vredeoord (De Scherf) Gemeente Eindhoven

45

4.1.2

Conclusie

Gelet op het voorgaande is geen sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit m.e.r. Bovendien blijkt uit deze toelichting dat het realiseren van maximaal 40 woningen op de locatie voldoet aan de wettelijke eisen en een verantwoorde situatie inhoudt vanuit milieuoogpunt. Dit onderstreept de conclusie dat geen sprake is van aanzienlijke milieueffecten en dat een milieueffectrapportage niet noodzakelijk is.

4.2

Bedrijven en milieuzonering

Op basis van milieuzonering wordt bepaald welke categorieën bedrijven en/of inrichtingen in het plangebied zijn toegestaan. Dit houdt in dat er voldoende ruimtelijke scheiding moet zijn tussen milieubelastende bedrijven/inrichtingen en woongebieden. Hoe zwaarder de toegestane milieucategorie, hoe groter de afstand. Bij het bepalen van deze afstand wordt gebruik gemaakt van de VNG - brochure 'Bedrijven en milieuzonering', editie 2009. In deze brochure worden richtafstanden gegeven tot de omgevingstypen rustige woonwijk en gemengd gebied. Bij een gemengd gebied geldt een kortere afstand dan bij een rustige woonwijk. Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies voor. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen behoren ook tot gemengd gebied. Zoals in het voorheen geldende bestemmingsplan "Vredeoord" al is aangegeven wordt de gehele locatie Vredeoord aangemerkt als 'gemengd gebied'.

4.2.1

Staat van bedrijfsactiviteiten

De indeling van de bedrijven c.q. bedrijfsactiviteiten is vastgelegd in de Staat van bedrijfsactiviteiten. Deze staat is gebaseerd op bovengenoemde VNG circulaire. In deze staat worden bedrijfsactiviteiten ingedeeld in een zestal categorieën met potentiële milieuemissies. Op grond van deze staat wordt een beleidsmatige selectie gemaakt van die bedrijfsactiviteiten die in het plangebied toe worden gestaan. De bedrijven zijn op basis van de Standaard Bedrijfs Indeling (SBI -codes) in deze staat gerangschikt. Per bedrijfsactiviteit is voor elk ruimtelijk relevante milieucomponent (geur, stof, geluid en gevaar) een richtafstand aangegeven die in beginsel moet worden aangehouden tussen een bedrijf en milieugevoelige objecten (veelal woningen) om hinder en schade aan mensen binnen aanvaardbare normen te houden. Bij het bepalen van deze richtafstanden zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: het betreft 'gemiddelde' moderne bedrijfsactiviteiten met gebruikelijke productieprocessen en voorzieningen; de richtafstanden hebben betrekking op de omgevingstype 'rustige woonwijk'; de richtafstanden kunnen bij 'gemengd gebied' met een afstandstap worden verlaagd; de richtafstanden bieden in beginsel ruimte voor normale groei van de bedrijfsactiviteiten.

De grootste afstand van de milieucomponenten vormt de indicatie voor de aan te houden afstand van de bedrijfsactiviteit tot een milieugevoelig object. Elk bedrijf c.q. bedrijfsactiviteit wordt in een bepaalde milieucategorie ingedeeld. De milieucategorie is direct afgeleid van de grootste afstand.

Milieucategori e 46

Richtafstand rustige w oonw ijk

Richtafstand gemengd gebied vastgesteld I Vredeoord (De Scherf) Gemeente Eindhoven

1

10 m

0m

2

30 m

10 m

3.1

50 m

30 m

3.2

100 m

50 m

4.1

200 m

100 m

4.2

300 m

200 m

5.1

500 m

300 m

5.2

700 m

500 m

5.3

1.000 m

700 m

6

1.500 m

1.000 m

Bij de locatie Vredeoord en de directe omgeving is sprake van 'gemengd gebied' waardoor de richtafstanden uit de rechterkolom van toepassing zijn. Milieuzonering Strijp T Naast het plangebied van De Scherf ligt het bedrijventerrein Strijp T. Bij woningbouw in de buurt van bedrijven wordt onderzocht of een goed woon-en leefklimaat voor de toekomstige bewoners gerealiseerd kan worden. Daarnaast wordt bekeken of de bestaande bedrijven niet onevenredig in hun bedrijfsvoering worden geschaad. In deze toelichting zijn de mogelijke belemmeringen van de bedrijven op het woningbouwplan in beeld gebracht. Hierbij is het stappenplan uit de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' als basis gebruikt, hetgeen gebruikelijk is bij dit soort ontwikkelingen. Afstanden op basis van bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Zwaanstraat-Strijp T' Het stappenplan start met het in beeld brengen van de richtafstanden op basis van de mogelijkheden uit het geldende bestemmingsplan (Bedrijventerrein Zwaanstraat-Strijp T). Bedrijven in de milieucategorieën 3 en 4 zijn rechtstreeks toegestaan op het naastgelegen bedrijventerrein. Daarnaast zijn bestaande bedrijven in de categorie 5 toegestaan. De hoogste milieucategorie op grond van dat bestemmingsplan is 4.2. Bij milieucategorie 4.2 hoort een richtafstand van 200 meter bij omgevingstype 'gemengd gebied'.

De milieuzonering vanaf de bestemmingsgrens is in navolgende afbeelding in beeld gebracht. Met de uitgangspunten omgevingstype 'gemengd gebied' en 'zonering op basis van de bestemmingsgrens' zou de milieuzonering in het westelijk deel van het plangebied tot beperkingen kunnen leiden. Echter de vervolgstap is om te onderzoeken of dit aan de hand van de aanwezige bedrijven ook daadwerkelijk zo is.

vastgesteld I Vredeoord (De Scherf) Gemeente Eindhoven

47

Uitsnede kaart milieuzonering gemengd gebied Afstanden op basis van aanwezige bedrijven Naast de zonering vanuit het geldende bestemmingsplan is de milieuzonering op basis van de aanwezige bedrijven in beeld gebracht. Hiervoor is de bedrijvenlijst gebruikt uit de toelichting van het bestemmingsplan 'Strijp R' met een actualisatie van de bedrijvenlijst die is aangeleverd door de gemeente Eindhoven in het kader van het bestemmingsplan "Vredeoord". De afstanden zijn in beeld gebracht vanaf de perceelsgrenzen. Er zijn nog twee bedrijven in wat hogere milieucategorieën aanwezig: KMWE Aero Engine met een afstand van 100 meter; Draka Comteq Fibre met een afstand van 200 meter; De overige bedrijven op Strijp-T hebben een richtafstand van minder dan 100 meter. Alle bedrijven blijven met hun zones echter buiten het plangebied van De Scherf, waardoor zij geen beperkingen vormen voor deze ontwikkeling. Conclusie bedrijven en milieuzonering De aanwezige bedrijven leiden niet tot beperkingen voor het plangebied De Scherf. Vervolgonderzoek is daarom niet noodzakelijk. Bestaande woningen en bouwmogelijkheden Ten zuiden van het plangebied De Scherf en ten oosten van het bedrijventerrein Strijp T ligt de wijk Groenewoud/Woensel West. De bedrijven op het bedrijventerrein dienden dus al rekening te houden met de woningen in deze wijk.

Bovendien gelden ter plaatse van het plangebied al bouwmogelijkheden voor woningen op basis van het bestemmingsplan "Vredeoord" en uitwerkingsplan "Uitwerking bestemmingsplan Vredeoord". Het realiseren van woningbouw binnen plangebied De Scherf zal de bedrijvigheid op het bedrijventerrein Strijp T dan ook niet verder gaan beperken dan nu al het geval is vanwege de bestaande woningen in Groenewoud/Woensel West en de bestaande bouwmogelijkheden binnen De Scherf. Bedrijven in plangebied De Scherf In plangebied De Scherf zijn verschillende vormen van bedrijvigheid mogelijk. Aan-huis-verbonden beroep. 48

vastgesteld I Vredeoord (De Scherf) Gemeente Eindhoven

Een aan-huis-verbonden beroep is mogelijk, mits de vloeroppervlakte niet meer dan 50 m² bedraagt. Een grotere vloeroppervlakte (met een maximum van 75 m²) is alleen onder bepaalde voorwaarden mogelijk. In de begrippenlijst van de planregels is uitgelegd wat onder een aan-huis-verbonden beroep wordt verstaan. Aan-huis-verbonden bedrijf Een kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten (aan-huis-verbonden bedrijf) is niet rechtstreeks toegestaan. Wel kan hiervoor omgevingsvergunning worden verleend indien aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. Een van die voorwaarden is dat de maximale vloeroppervlakte 30 m² mag bedragen. In de begrippenlijst van de planregels is uitgelegd wat onder kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten wordt verstaan.

4.3

Geluid

4.3.1

Wettelijk kader

De normstelling voor geluid is geregeld in de Wet geluidhinder, de Wet milieubeheer en de Wet luchtvaart. Het betreft normen voor industrielawaai, weg- en railverkeerslawaai en luchtvaartlawaai. Er wordt uitgegaan van voorkeursgrenswaarden, waarvan in een aantal gevallen met ontheffing tot een bepaalde maximum hoogte, mag worden afgeweken. De normstelling heeft tot doel nieuwe geluidhindersituaties en daarmee gezondheidsschade te voorkomen. Om dit doel te bereiken worden zones gedefinieerd, waarbinnen plannen met geluidgevoelige bestemmingen moeten worden getoetst aan de normen. Volgens de Wet geluidhinder gelden er voorkeursgrenswaarden en maximale ontheffingswaarden. Bij de voorkeursgrenswaarde mag worden verondersteld dat het percentage gehinderden beperkt is. Wanneer een maximale ontheffingswaarde wordt overschreden dan is er sprake van een locatie die in beginsel niet geschikt is voor de vestiging van een geluidgevoelige bestemming. Bij plannen met geluidbelastingen in de bandbreedte tussen voorkeursgrenswaarde en maximale ontheffingswaarde moet er een nadere afweging worden gemaakt in hoeverre bronen/of overdrachtmaatregelen kunnen worden getroffen om de geluidbelastingen te beperken. Voorbeelden van bronmaatregelen zijn een stiller wegdek en een verlaging van de snelheid bij auto's. Geluidschermen en geluidwallen zijn voorbeelden van overdrachtsmaatregelen.

Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in de bouw van maximaal 40 woningen. Woningen zijn geluidgevoelige bestemmingen in de zin van de Wgh. Voor deze ontwikkeling is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai en spoorweglawaai uitgevoerd. Hieronder worden de belangrijkste bevinden beschreven. De volledige rapportage is als bijlage 1 bij deze toelichting gevoegd. Ten behoeve van het akoestisch onderzoek is tevens rekening gehouden met het document "Hogere Waarden Beleid Geluid" d.d. maart 2010 van de gemeente Eindhoven. De uitvoerbaarheid van het oorspronkelijk plan van maximaal 17 woningen is reeds onderzocht en in een rapportage verwerkt. Hiervoor wordt verwezen naar paragraaf 4.2 Geluid van uitwerkingsplan 'Uitwerking bestemmingsplan Vredeoord'.

4.3.2

Wegverkeerslawaai

Voor wegverkeerslawaai is het plan gelegen binnen de geluidzone van de wegen Vredeoord en het gedeelte van de Groenewoudseweg met een snelheidsregime van 50 km/uur. Het plan is tevens gelegen in de nabijheid van de 30 km/uur weg Pieter Zeemanstraat en het gedeelte van de Groenewoudseweg met een snelheidsregime van 30 km/uur. Voor de 30 km/uur weg Pieter Zeemanstraat en het gedeelte van de Groenewoudseweg met een snelheidsregime van 30 km/uur geldt dat de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer op deze wegen de richtwaarde van 48 dB op geen enkele gevel van de nieuwe appartementen overschrijdt. vastgesteld I Vredeoord (De Scherf) Gemeente Eindhoven

49

Voor de gezoneerde weg Vredeoord en het gedeelte van de Groenewoudseweg met een snelheidsregime van 50 km/uur geldt dat de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer op deze wegen de voorkeursgrenswaarde van 48 dB met respectievelijk maximaal 1 en 3 dB overschrijdt. De maximale ontheffingswaarde van 63 dB voor nieuwbouw in stedelijk gebied wordt nergens overschreden. Derhalve is het mogelijk om een beschikking hogere waarde aan te vragen bij de gemeente indien de toepassing van overdrachts- of bronmaatregelen gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting onvoldoende doeltreffend is dan wel overwegende bezwaren ontmoet en wordt voldaan aan de voorwaarden uit het gemeentelijk geluidbeleid. Het aanleggen van een geluidwal of geluidscherm (overdrachtsmaatregelen) gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer tot de voorkeursgrenswaarde ontmoet in de onderhavige situatie overwegende bezwaren van stedenbouwkundige aard. Het vergroten van de afstand tussen geluidbron en ontvanger is in onderhavige situatie eveneens niet doeltreffend. Voor het toepassen van stiller wegdek (bronmaatregel) geldt dat de voorkeurgrenswaarde niet langer wordt overschreden. Deze geluidreducerende maatregel ontmoet echter overwegende bezwaren van financiële aard.

Conform het gemeentelijke "Hogere Waarden Beleid Geluid" kan er pas een hogere waarde worden verleend als voldaan wordt aan de hoofdcriteria uit de Wet geluidhinder en aan de in het beleidsstuk genoemde aanvullende voorwaarden. De geluidbelasting ten gevolge van wegverkeerslawaai bedraagt maximaal 51 dB (incl. aftrek conform artikel 110g Wgh). Derhalve geldt dat de geluidbelasting van 53 dB (incl. aftrek conform artikel 110g Wgh, zoals genoemd in het gemeentelijk geluidbeleid, niet wordt overschreden. Er wordt ten aanzien van wegverkeerslawaai geen eis gesteld wordt aan het creëren van een geluidluwe gevel.

4.3.3

Spoorweglawaai

Voor de spoorlijn Eindhoven - Best geldt dat de voorkeursgrenswaarde voor spoorweglawaai van 55 dB op meerdere locaties wordt overschreden. De maximale ontheffingswaarde wordt echter niet overschreden. Derhalve is het mogelijk om een beschikking hogere waarde aan te vragen bij de gemeente indien de toepassing van overdrachts- of bronmaatregelen gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting onvoldoende doeltreffend is dan wel overwegende bezwaren ontmoet en er wordt voldaan aan de voorwaarden uit het gemeentelijk geluidbeleid. Bij overdrachtsmaatregelen wordt bekeken of de geluidoverdracht tussen geluidbron en ontvanger kan worden belemmerd. Het verhogen en verlengen van het geluidscherm conform bijlage 5 van de regels van voornoemd moederplan, gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting tot de voorkeursgrenswaarde ontmoet in de onderhavige situatie overwegende bezwaren van stedenbouwkundige en landschappelijke aard. Om doelmatig te zijn dient het scherm namelijk relatief hoog te zijn om doelmatig te zijn tot de 4e verdieping. Het aanleggen van een geluidscherm ontmoet bovendien overwegende bezwaren van financiële aard. Conform het gemeentelijke "Hogere Waarden Beleid Geluid" kan er pas een hogere waarde worden verleend als voldaan wordt aan de hoofdcriteria uit de Wet geluidhinder en aan de in het beleidsstuk genoemde aanvullende voorwaarden.

De geluidbelasting ten gevolge van spoorweglawaai bedraagt echter maximaal 66 dB. Hiermee wordt de geluidbelasting van 55 dB, zoals genoemd in het gemeentelijk geluidbeleid, overschreden. Derhalve dienen de appartementen met een geluidbelasting van hoger dan 55 50

vastgesteld I Vredeoord (De Scherf) Gemeente Eindhoven

dB ten gevolge van spoorweglawaai te beschikken over een geluidluwe gevel. Voor het creëren van een geluidluwe gevel zijn, afhankelijk van de plattegronden van de appartementen in relatie tot de geluidbelastingen, de volgende principe oplossing mogelijk: Bij de indeling van de plattegronden er rekening mee houden dat ieder appartement in ieder geval ook aan een geluidonbelaste gevel is gelegen. Creëren van een afsluitbare loggia waardoor de geluidbelasting op de gevels tussen de loggia en de achterliggende appartementen het geluidniveau van 55 dB niet overschrijdt. Tevens blijkt uit de rekenresultaten dat de gecumuleerde geluidbelasting in het kader van het gemeentelijk geluidbeleid maximaal 66 dB bedraagt. De maximale ontheffingswaarde van 68 dB wordt niet overschreden. Derhalve wordt onderbouwd verzocht hogere waarde te verlenen conform artikel 110a, lid 5 van de Wet geluidhinder. Aangezien in onderhavige situatie sprake is van een procedure hogere waarde, is voor de appartementen een aanvullend onderzoek ter bepaling van de geluidwering van de gevels nodig. Bij toepassing van de juiste geluidwerende materialen en maatregelen (conform een nader onderzoek) is vervolgens een goed akoestisch woon- en leefklimaat gewaarborgd.

4.3.4

Industrielawaai

Het plangebied ligt niet in de zone van een industrieterrein.

4.3.5

Luchtvaartlawaai

Het plangebied ligt op ruime afstand van de luchthaven Eindhoven. Dit is een militair vliegveld met medegebruik door de burgerluchtvaart (Eindhoven Airport). Het plangebied is niet gelegen in de Ke-geluidscontour of dB-geluidcontour van het vliegveld, waardoor deze geen belemmering vormen voor dit plan.

4.4

Luchtkwaliteit

4.4.1

Wettelijk kader

Hoofdstuk 5 (met name onder titel 5.2) van de Wet milieubeheer bevat bepalingen over luchtkwaliteit. Dit hoofdstuk voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Het Rijk, provincies en gemeenten werken in het NSL-programma samen aan maatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren. Dit gebeurt zodanig dat voldaan wordt aan de daartoe gestelde normen, ook in gebieden waar nu de normen voor luchtkwaliteit niet worden gehaald (overschrijdingsgebieden). De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Hierdoor kunnen ruimtelijke ontwikkelingen doorgang vinden, terwijl ondertussen maatregelen ter verbetering van de luchtkwaliteit worden uitgevoerd. Sinds 1 januari 2015 moet voldaan worden aan de Europese grenswaarden: voor stikstofdioxide (NO2) geldt een jaargemiddelde van 40 microgram/m³, voor fijnstof (PM10) geldt een jaargemiddelde van 40 microgram/m³ en een daggemiddelde van 50 microgram/m³. Het daggemiddelde mag jaarlijks maximaal 35 keer worden overschreden. Voor zwevende deeltjes (PM²,5) geldt met ingang van 1 januari 2015 een blootstellings-concentratieverplichting van ten hoogste 20 microgram per m³, gedefinieerd als vastgesteld I Vredeoord (De Scherf) Gemeente Eindhoven

51

gemiddelde blootstellingsindex.

4.4.2

Besluit niet in betekenende mate bijdragen

In artikel 4 van het 'Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' en de bijlagen van de 'Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' zijn voor bepaalde categorieën projecten grenzen vastgesteld. Op grond daarvan kan worden gesteld dat deze een 'niet in betekenende mate bijdragen' (NIBM) leveren aan de luchtverontreiniging. Deze projecten mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Dit geldt onder andere voor: woningbouwlocaties die niet meer dan 1500 nieuwe woningen omvatten in de situatie met 1 ontsluitingsweg; woningbouwlocaties die niet meer dan 3000 nieuwe woningen omvatten in de situatie met 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling; kantoorlocaties die niet meer dan 100.000 m² bruto vloeroppervlakte omvatten bij minimaal 1 ontsluitingsweg, en; kantoorlocaties die niet meer dan 200.000 m² bruto vloeroppervlakte omvatten bij minimaal 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling. Wanneer projecten wel in betekenende mate bijdragen aan de luchtkwaliteit, dient luchtonderzoek uitgevoerd te worden en moet worden getoetst aan de normen. Kort samengevat dienen nieuwe plannen te worden beoordeeld op basis van artikel 5.16 van de Wet milieubeheer.

Luchtkwaliteitseisen vormen geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkelingen mits: er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt; een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging; een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL.

4.4.3

Besluit gevoelige bestemmingen

Met deze Algemene Maatregel van Bestuur wordt de vestiging van zogeheten 'gevoelige bestemmingen' in de nabijheid van provinciale en rijkswegen beperkt. Dit heeft consequenties voor de ruimtelijke ordening. Het 'Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen)' is gebaseerd op artikel 5.16a van de Wet milieubeheer. Het besluit is gericht op de bescherming van mensen met een verhoogde gevoeligheid voor stikstofdioxide en fijnstof. Het gaat met name om kinderen, ouderen en zieken. Het besluit voorziet in zones waarbinnen luchtkwaliteitsonderzoek nodig is als een 'gevoelige bestemming' wordt mogelijk gemaakt. Voor rijkswegen geldt een zone van 300 meter aan weerszijden en langs provinciale wegen 50 meter, gemeten vanaf de rand van de weg. De volgende gebouwen met de bijbehorende terreinen zijn aangemerkt als 'gevoelige bestemming': scholen, kinderdagverblijven, en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Het gaat hierbij niet om bestemmingen in de meest enge zin van het woord, maar om alle vergelijkbare functies, ongeacht de exacte aanduiding ervan in bestemmingsplannen en andere besluiten. Van doorslaggevend belang is de (voorziene) functie van het gebouw en het bijbehorende terrein. In de context van dit besluit worden ziekenhuizen, woningen en sportaccommodaties niet als gevoelige bestemming gezien.

In aanvulling op het Besluit gevoelige bestemmingen is er een Brabantse "Handreiking gevoelige bestemmingen luchtkwaliteit" opgesteld (maar in Eindhoven (nog) niet vastgesteld). Deze Handreiking heeft als uitgangspunt geheel nieuwe bestemmingen voor kinderen en ouderen (conform de AMvB gevoelige bestemmingen) niet te situeren binnen 50 meter van de wegrand van drukke gemeentelijke wegen (als eerstelijns bebouwing) of binnen 300 meter van snelwegen, ongeacht de berekende concentraties. 52

vastgesteld I Vredeoord (De Scherf) Gemeente Eindhoven

Dit bestemmingsplan maakt geen gevoelige bestemmingen conform het Besluit gevoelige bestemmingen mogelijk.

4.4.4

Goede ruimtelijke ordening

Naast toetsing aan de 'Wet luchtkwaliteit' en het 'Besluit gevoelige bestemmingen' dient altijd te worden onderzocht of sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Het principe van een 'goede ruimtelijke ordening' blijft naast toetsing aan de 'Wet luchtkwaliteit' en het 'Besluit gevoelige bestemmingen' onverkort gelden. De Wet ruimtelijke ordening (Wro), art. 3.1, schrijft voor dat een bestemmingsplan moet voldoen aan de criteria voor goede ruimtelijke ordening. Die verplichting heeft in dit verband betrekking op situaties waarop het Besluit gevoelige bestemmingen niet ziet, maar die vanuit het oogpunt van goede ruimtelijke ordening onwenselijk zijn, bijvoorbeeld de bouw van woningen langs een snelweg, of de bouw van een school langs een drukke binnenstedelijke weg. In het algemeen is het verstandig om terughoudend te zijn met de vestiging van gevoelige bestemmingen nabij drukke (snel)wegen. De Gezondheidsraad concludeert niet voor niets dat ook bij concentraties beneden de grenswaarden gezondheidsschade kan optreden.

4.4.5

Planbeschrijving en toetsing

Dit bestemmingsplan zorgt voor een herschikking van de fysieke bouwmogelijkheden voor de locatie De Scherf binnen complex Vredeoord. Binnen dit bestemmingsplan worden maximaal 40 woningen gebouwd. Het aantal woningen blijft ruimschoots onder het aantal van 1.500 woningen uit het 'Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)'. Verder is er geen sprake van nieuwe gevoelige bestemmingen langs drukke wegen en/of woningbouw nabij snelwegen. De luchtkwaliteitseisen van de Wet luchtkwaliteit vormen geen belemmering voor de plannen wanneer de activiteiten 'niet-in betekenende' mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht (artikel 5.16 lid 1 onder c Wm). In artikel 4 van het 'Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' en de bijlagen van de 'Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' is voor bepaalde categorieën projecten met getalsmatige grenzen vastgesteld dat deze 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Gesteld kan worden dat de ontwikkelingen in het plan niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtkwaliteit. Op basis van artikel 5.16, lid 1, aanhef en onder c kan het bestemmingsplan zonder nader onderzoek doorgang vinden.

In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied bepaald. Dit is gedaan aan de hand van de NSL-Monitoringstool. Binnen het plangebied zelf liggen geen rekenpunten. Zoals op onderstaande afbeelding te zien is, zijn binnen het voormalige Vredeoord-complex wel een aantal rekenpunten gelegen. Omdat dit de dichtstbijzijnde rekenpunten zijn, zijn deze als uitgangspunt genomen voor dit plangebied.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11743828/1