CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1a -Bp I Vredeoord (De Scherf)

Raadsvergadering 1 juni 2021, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan I Vredeoord (De Scherf) (Woordmelding fractie CDA)30.195 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Vastgesteld bestemmingsplan

I Vredeoord (De Scherf)

April 2021

I Vredeoord (De Scherf)

Inhoudsopgave Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding

7

1.1

Aanleiding

7

1.2

Ligging en plangrenzen

8

1.3

Voorgaande plannen

9

1.4

Leeswijzer

9

Hoofdstuk 2 Beschrijving plangebied

11

2.1

Vredeoord

11

2.2

De Scherf

12

2.3

Het oorspronkelijke plan 'Bouwveld 5'

15

Hoofdstuk 3 Beleidskader

17

3.1

Inleiding

17

3.2

Rijksbeleid

17

3.3

Provinciaal beleid

25

3.4

Gemeentelijk beleid

28

3.5

Volkshuisvesting

31

3.6

Archeologische en cultuurhistorische waarden

35

3.7

Verkeer en parkeren

37

3.8

Groen

39

3.9

Kabels, leidingen en straalpaden

44

Hoofdstuk 4 Milieuparagraaf

45

4.1

Milieueffectrapportage

45

4.2

Bedrijven en milieuzonering

46

4.3

Geluid

49

4.4

Luchtkwaliteit

51

4.5

Externe veiligheid

55

4.6

Duurzaamheid

57

4.7

Bodem

61

4.8

Natuur

62

Hoofdstuk 5 Waterparagraaf

63

5.1

Inleiding

63

5.2

Beleid

63

5.3

Eindhovense klimaattoets

66

5.4

Beschrijving watersysteem plangebied

68

Hoofdstuk 6 Juridische vormgeving

71

6.1

Algemeen

71

6.2

Planmethodiek

71

6.3

Verbeelding

71

2

vastgesteld I Vredeoord (De Scherf) Gemeente Eindhoven

6.4

Planregels

71

Hoofdstuk 7 Handhaving

75

7.1

Algemeen

75

7.2

Handhaving voorliggend plan

76

Hoofdstuk 8 Financiële aspecten

77

Hoofdstuk 9 Procedure en maatschappelijke uitvoerbaarheid

79

9.1

Bekendmaking ex artikel 1.3.1 Bro

79

9.2

Overleg ex artikel 3.1.1 Bro

79

9.3

Inspraak en samenspraak

79

9.4

Zienswijzen

80

Bijlagen bij de toelichting

81

Regels

83

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

85

Artikel 1

Begrippen

85

Artikel 2

Wijze van meten

91

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

93

Artikel 3

93

Wonen

Hoofdstuk 3 Algemene regels

97

Artikel 4

Anti-dubbeltelregel

97

Artikel 5

Algemene aanduidingsregels

99

Artikel 6

Algemene afwijkingsregels

101

Artikel 7

Overige regels

103

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

105

Artikel 8

Overgangsrecht

105

Artikel 9

Slotregel

107

Bijlagen bij de regels

109

Bijlage 1

Lijst van bedrijfsactiviteiten bij woonfunctie

110

Bijlage 2

Besluit hogere grenswaarden

112

vastgesteld I Vredeoord (De Scherf) Gemeente Eindhoven

3

4

vastgesteld I Vredeoord (De Scherf) Gemeente Eindhoven

Toelichting

vastgesteld I Vredeoord (De Scherf) Gemeente Eindhoven

5

6

vastgesteld I Vredeoord (De Scherf) Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 1

1.1

Inleiding

Aanleiding

Het voormalige Philips-kantorenpark Vredeoord, met het kenmerkende Philips-hoofdkantoor als boegbeeld, wordt herontwikkeld tot woonwijk voor circa 300 woningen. Deze ontwikkeling zal gefaseerd uitgevoerd worden. De beoogde woningbouw is in 2017 al juridisch verankerd in het bestemmingsplan "Vredeoord", maar bevatte een uitwerkingsplicht om het toekomstige woongebied verder uit te werken. Dat is gebeurd met het uitwerkingsplan 'Uitwerking Vredeoord', dat op 5 februari 2019 is vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven.

Bouwvelden Vredeoord, met in de linkerbenedenhoek Bouwveld 5

Dit bestemmingsplan heeft alleen betrekking op bouwveld 5, zoals in bovenstaande afbeelding is weergegeven. Binnen dit bouwveld, ook wel 'De Scherf' genoemd, is vereniging Meer&deel aan de slag gegaan om op basis van Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO) woningbouw te realiseren. Dit heeft geresulteerd in een nieuw stedenbouwkundig plan voor het bouwveld. vastgesteld I Vredeoord (De Scherf) Gemeente Eindhoven

7

Uitgangspunt is om dit nieuwe stedenbouwkundig plan dat de bouw van maximaal 40 woningen mogelijk maakt te realiseren. Het nieuwe ontwerp komt niet overeen met de bouwvlakken zoals deze zijn opgenomen in het huidige uitwerkingsplan. Om die reden moet dit aangepast worden. Mocht om een of andere reden geen doorgang plaatsvinden van het CPO woningbouwplan, dan wil initiatiefnemer tevens de mogelijkheid behouden voor het realiseren van de oorspronkelijke 17 vrijstaande of twee-onder-één-kap woningen. Omdat deze 17 woningen al planologisch uitvoerbaar en onderzocht zijn, gaat onderhavig bestemmingsplan hier niet uitgebreid op in en wordt hiervoor verwezen naar het uitwerkingsplan 'Uitwerking bestemmingsplan Vredeoord'. Om de beoogde wijzigingen daadwerkelijk tot uitvoer te kunnen brengen, is een nieuw juridisch-planologisch kader nodig. Voorliggend bestemmingsplan met de naam "I Vredeoord (De Scherf)" voorziet in dit nieuwe kader. Het bestemmingsplan "I Vredeoord (De Scherf)" bestaat uit een digitale en analoge verbeelding (plankaart) met de daarbij behorende regels. Bij het bestemmingsplan is een toelichting gevoegd. In de toelichting wordt aangegeven waarom het bestemmingsplan is opgesteld en welke afwegingen hebben plaatsgevonden in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Naast de digitale versie is er tevens een papieren versie van het bestemmingsplan beschikbaar.

De digitale versie is juridisch bindend.

1.2

Ligging en plangrenzen

Het plangebied is gelegen binnen het complex van Vredeoord dat is gelegen in het noordelijk deel van de gemeente Eindhoven in stadsdeel Woensel. Het plangebied wordt in grote lijnen begrensd door de Groenewoudseweg in het westen en de Pieter Zeemanstraat in het zuidoosten. Ten noorden van het plangebied staat het (voormalige) kantoorgebouw Vredeoord 105. Ten oosten van het plangebied ligt het overige deel van complex Vredeoord, waar momenteel de eerste woningen zijn en worden gebouwd.

Uitsnede van het geldende uitwerkingsplan. Het plangebied omvat het gele vlak (bestemmingsvlak 'Wonen') waarbinnen de rode marker is geplaatst. (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl) 8

vastgesteld I Vredeoord (De Scherf) Gemeente Eindhoven

1.3

Voorgaande plannen

Het voorliggende bestemmingsplan is een herziening van het uitwerkingsplan 'Uitwerking bestemmingsplan Vredeoord', dat door de gemeenteraad van Eindhoven is vastgesteld op 5 februari 2019. Dit uitwerkingsplan is op zijn beurt een uitwerking is van het moederplan (bestemmingsplan) "Vredeoord", dat door de gemeenteraad van Eindhoven op 20 september 2017 is vastgesteld. In het uitwerkingsplan is de uit te werken bestemming uit het moederplan nader uitgewerkt in de gedetailleerde bestemmingen 'Wonen' en 'Verkeer - Verblijfsgebied'. Binnen die woonbestemming zijn bouwaanduidingen opgenomen ten aanzien van de situering (bouwvlak), woningtype (specifieke bouwaanduiding - 3) en de maximum oppervlakte en bouwhoogte van het hoofdgebouw. Het beoogde stedenbouwkundig plan voor de woningen binnen bouwveld 5 past niet binnen de verschillende bouwaanduidingen op de verbeelding en bijbehorende bepalingen in de regels. Daarom is deze herziening van het uitwerkingsplan nodig.

1.4

Leeswijzer

Deze toelichting bestaat uit 9 hoofdstukken. Na deze inleiding volgt hoofdstuk 2. Hierin is een beschrijving van het plangebied en het planvoornemen gegeven. Hoofdstuk 3 bevat de uitgangspunten bij, de randvoorwaarden en zo nodig de beleidskaders voor het opstellen van het bestemmingsplan. Hoofdstuk 4 geeft inzicht in en een verantwoording van alle relevante milieuaspecten. Hoofdstuk 5 bevat de waterparagraaf. In deze paragraaf is de wijze beschreven waarop rekening wordt gehouden met de gevolgen van het bestemmingsplan voor de waterhuishouding. De juridische vormgeving van het bestemmingsplan is verwoord in hoofdstuk 6. In hoofdstuk 7 wordt ingegaan op de handhaving van het bestemmingsplan. De financiële uitvoerbaarheid is verantwoord in hoofdstuk 8. Hoofdstuk 9 gaat ten slotte in op de gevolgde procedure, inclusief een paragraaf over de maatschappelijke uitvoerbaarheid (met name de resultaten van het gevoerde overleg en de samenspraak/inspraak).

vastgesteld I Vredeoord (De Scherf) Gemeente Eindhoven

9

10

vastgesteld I Vredeoord (De Scherf) Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 2

Beschrijving plangebied

In dit hoofdstuk worden zowel het gebied waar de ontwikkeling plaats gaat vinden als het project zelf beschreven. Tevens wordt ingegaan op de stedenbouwkundige en ruimtelijke effecten van het project.

2.1

Vredeoord

Voor de totale planontwikkeling van complex Vredeoord wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende beeldregieniveaus. De plannen worden beoordeeld door een supervisieteam op het gebied van architectuur, stedenbouw en landschap. Het thema 'Buiten wonen in de stad' is de belangrijkste leidraad. Het supervisieteam zorgt tevens voor een coördinatietekening, waarin alle plannen in de context geplaatst worden. Hierdoor is afstemming tussen de bouwvelden mogelijk en een stedenbouwkundige toets. Het unieke karakter van Vredeoord schuilt in de nabijheid van de stad en het buitengebied. Op Vredeoord kun je 'buiten wonen in de stad'. Het stedenbouwkundig plan voor het hele complex speelt in op deze kwaliteiten: de stedelijke en stenige kwaliteiten zijn vooral te vinden aan de Loper, terwijl de weelderige groene straatjes, de groene voortuinen, de brede beukenhagen en de ruime, bosrijke zone van de Dreef meer voor de landschappelijke kwaliteiten zorgen. In de periode dat Vredeoord nog uit kantoren bestond, werd het stedelijke al gecombineerd met groene kwaliteiten. Grote kantoortorens stonden vrij in een ruime groene omgeving. De brede dubbele beukenhagen rondom het terrein en de vele grote bomen zijn belangrijke overblijfselen uit die tijd, die ook nu nog voor een groot deel de groene sfeer en de identiteit van de plek bepalen.

De overgangen tussen openbaar en privéterrein versterken het imago van 'Buiten wonen in de stad'. De Loper met haar meer stedelijke karakter krijgt een stenige overgang in de vorm van een verharde margestrook. Bewoners kunnen hier persoonlijke spullen plaatsen, wat uitnodigt tot sociale contacten in de buurt. De overgangen tussen voortuin en openbaar gebied zullen in de luwe woonstraatjes bestaan uit beukenhagen en zullen staan op eigen terrein. In combinatie met de voortuinen krijgen de woonstraatjes daardoor een groen en tuinstedelijk karakter. De beukenhagen in de voortuinen en de bestaande dubbele beukenhagen rondom de locatie vormen tezamen een sterke identiteit, een leidmotief voor de nieuwe wijk. Op navolgende afbeelding is de verdeling van de bouwvelden op complex Vredeoord weergeven. De bouwvelden voor projectmatige woningen, zowel koop als huur, zijn zwart omlijnd. De overige bouwvelden zijn bedoeld voor kaveluitgifte waar kopers in (collectief) particulier opdrachtgeverschap hun woning kunnen ontwikkelen. Bouwveld 5 ('De Scherf') is een van deze bouwvelden waar CPO de ruimte krijgt.

vastgesteld I Vredeoord (De Scherf) Gemeente Eindhoven

11

De verdeling van de bouwvelden op complex Vredeoord.

2.2

De Scherf

Het stedenbouwkundig plan voor De Scherf speelt enerzijds in op het stedenbouwkundig-landschappelijk kader van de wijk Vredeoord en anderzijds de specifieke ligging in de zuidwesthoek van de wijk, tegen de groene zone van het spoor. Dit kader garandeert een overkoepelende kwaliteit en biedt daarnaast ruimte voor gefaseerde woningbouwontwikkeling in clusters en variatie in handschriften. Het stedenbouwkundig-landschappelijk benoemd een drietal belangrijke onderdelen die van toepassing zijn op De Scherf: 'nieuwe hoekpunten', 'inprikkers' en 'de zoom'. De nieuwe hoekpunten zorgen voor oriëntatie en vormen samen met de markante hoge gebouwen VB en VS de verankering in de omgeving. De bebouwing op deze hoekpunten wijken af van de overige bebouwing in de wijk en reageren op de omgeving. In het geval van De Scherf reageert het op het groene en kleinschalige karakter van de omgeving. De inprikkers vormen toegangswegen met een brede bomenrijke middenberm. Hieraan wordt geparkeerd. De zoom bestaat uit beukenhagen die rondom de wijk de overgang definiëren van privé naar openbaar. Omdat dit een steeds terugkerend herkenbaar motief is maakt dit de grens van de wijk en geeft het daarmee identiteit.

Aan de hand van deze drie onderdelen ontstaat een sterk groen raamwerk met daarbinnen een bouwveld voor woonbebouwing met een eigenzinnige ligging, verkaveling, typologie en beeldkwaliteit in een mandelige tuin.

Positionering Het plan reageert op zijn groene en relatief weidse omgeving door de hoeken van het plan 'te openen' naar zijn omgeving. De open hoeken van de mandelige tuin maken als het ware gebruik van de open ruimte die buiten de perceelsgrenzen liggen maar feitelijk wel onderdeel 12

vastgesteld I Vredeoord (De Scherf) Gemeente Eindhoven

zijn van de groene en vrije beleving. Tegelijkertijd krijgen de woningen door de open en groen ingerichte hoeken in combinatie met de zoom een groene inbedding in de omgeving doordat de bebouwing vanaf de belangrijkste entreeroutes altijd ín het groen staat. Vanuit de collectieve gedachte is de herkenbaarheid van de individuele woning ondergeschikt aan de herkenbaarheid van het collectieve bouwblok. Door het afwisselend positioneren van dit basisbouwblok in de mandelige tuin ontstaan verschillende, in elkaar overlopende, buitenruimtes. Deze buitenruimtes hebben steeds weer een andere maat, oriëntatie, beleving en gebruik. Soms zijn ze juist open en extravert, soms intiem en introvert. Daarmee staan op specifieke plekken soms dichtbij elkaar om juist op andere plekken meer openheid na te kunnen streven. De compositie van bouwblokken vormt een ensemble. Het ensemble met de groene zoom daaromheen maakt het een herkenbaar en krachtig hoekpunt van de wijk.

Bouwvorm en volume De bouwvolumes sluiten aan op de maat en schaal van de Pieter Zeemanstraat en markeren tevens een overgang naar het naastgelegen kantorencomplex. Door de wisselende bouwhoogtes en de beperkte lengte van de bouwblokken dragen bij aan het kleinschalige karakter. Door de openingen tussen de bouwblokken en het ontbreken van erfafscheidingen ontstaan doorzichten en krijgt het een open en groene uitstraling naar de omgeving. De hoofdvorm van de bouwblokken is compact en hoeft geen standaard archetype te zijn. De eigenzinnigheid van de hoekpunten van de wijk mag daarmee benadrukt worden. De gezamenlijke woningen vormen een ensemble, met overeenkomstige eigenschappen. De dakvorm is plat of heeft een lichte kap, geen lessenaarsdak. De privé buitenruimtes maken integraal onderdeel uit van de architectuur.

Oriëntatie De compositie van de bouwblokken samen, het ensemble, heeft zoveel mogelijk een alzijdige kwaliteit. Het ensemble presenteert zich met een aantrekkelijke gevel of compositie van gevels naar elke zijde en is vanuit de noord, zuid en westzijde te betreden. De woningen hebben een tweezijdige oriëntatie: enerzijds een voorzijde met gecombineerde entree en (semi-collectieve) buitenruimte en anderzijds een open gevel zonder specifiek vormgeven buitenruimte. De kopse gevels zijn mogelijk 'blind' gezien de privacy van de omliggende woningen. Bergingen zijn integraal onderdeel van de hoofdvorm. Buitenruimte en overgangen privé en openbaar De woningen hebben geen conventionele privétuin maar maken gebruik van een mandelige vastgesteld I Vredeoord (De Scherf) Gemeente Eindhoven

13

tuin. De mandelige tuin is collectief en natuurlijk ingericht, kent verschillende functies, laat ruimte voor het initiatief van bewoners en is zo veel mogelijk onthard en groen ingericht. Aan de zuid- westzijde zijn de overgangen openbaar-privé al aanwezig in de vorm van een beukenhaag (de zoom). De hagen staan op grond van de gemeente en worden door de gemeente onderhouden. De perceelsgrenzen aan de noord- en oostzijde worden ook voorzien van een beukenhaag als kenmerkende erfafscheiding. De mandelige tuin wordt op bouwblok- en woningniveau aangevuld door 'andersoortige' buitenruimtes met een mogelijk (semi)collectief karakter: de veranda, de wintertuin, de loggia, het terras en de gezamenlijke hal. Deze (semi)collectieve buitenruimtes kennen geen gebouwde erfafscheidingen tenzij integraal onderdeel van het woningontwerp. Deze buitenruimtes vormen tevens genuanceerde overgangen tussen openbaar en privé. Ze functioneren als drempels die het gebruik op ongedwongen wijze sturen. Ook kunnen (abstracte) elementen kunnen ingezet worden. Dit geeft het plan een landschappelijke en vriendelijke uitstraling, maakt de ervaring van een grote tuin beter en het creëert tegelijkertijd niches en onbestemde ruimtes die juist als een uitbreiding van de woning voelen. Groen speelt een belangrijke rol in het maken van deze overgangen.

Rondom het plan staat een 'hardere' drempel in de vorm van een beukenhaag.

Parkeren De auto heeft geen primaire rol op De Scherf maar vindt zoveel als mogelijk geconcentreerd plaats aan de rand of buitenzijde van het plan. Deze ruimte wordt collectief ingericht. Dit voorkomt versnippering, beperkt de ruimte die nodig is voor de auto, en zorgt dat er veel plekken in het plan zijn waar de auto volledig uit het zicht is. Architectuur, kleur, materiaal en detaillering Het is een collectief woonproject en dat herkenbaar in de architectuur. De bouwblokken zijn sterk architectonisch aan elkaar verwant en vormen samen een nieuw hoekpunt voor Vredeoord. De gevelopeningen spelen optimaal in op de groene omgeving: 'buiten wonen in de stad'. De positie van gevelopeningen varieert per type maar mogelijk ook per woning binnen een type. Hierdoor is de afmeting of het type van de individuele woningen niet afleesbaar. Met duidelijke en heldere elementen zoals trappen, overstekken en veranda's worden woonblokken en woningen verbonden met het landschap. Ook creëren deze elementen in combinatie met de oriëntatie van het bouwblok een prettige bezonning en leefklimaat in en rond de woning. Voor gewilde begroeiing van bepaalde delen van het bouwblok wordt een zo optimaal mogelijke situatie gecreëerd. Kleur en materiaal zijn geïnspireerd op het thema 'buiten wonen in de stad'. Natuurlijke materialen als hout en baksteen maar ook volledig groene gevels zijn gewenst.

Natuurlijke materialen worden met doelgerichte detaillering eerlijk toegepast. Dit zal mooi verouderen mogelijk maken en onderhoud en reparatie toestaan. Ook blijft afleesbaar hoe en waarmee gebouwd is. Materiaalwisselingen worden benut om de plasticiteit van het volume te versterken of om openbare zijden te onderscheiden van meer private zijden. Zonnepanelen Indien gekozen wordt voor zonnepanelen, zijn deze onderdeel van de architectonische vormgeving. Voor de platte daken geldt dat de zonnepanelen niet zichtbaar zijn vanaf het aangrenzend maaiveld.

14

vastgesteld I Vredeoord (De Scherf) Gemeente Eindhoven

2.3

Het oorspronkelijke plan 'Bouwveld 5'

Zoals in de aanleiding on paragraaf 1.1 is beschreven wil initiatiefnemer de mogelijk voor het uitvoeren van het oorspronkelijke bouwplan graag behouden. Het betreft het bouwplan met kavels die zijn bedoeld voor vrijstaande of twee-onder-één-kap woningen in particulier opdrachtgeverschap. Het karakter van deze woningen zal aansluiten op de korrelgrootte van de Pieter Zeemanstraat. De kavelindeling ligt in principe vast en bestaat uit 17 vrije kavels van 280 tot 482 m². Het hoofdvolume wordt geplaatst binnen de aangeduide bouwvlakken. Daarbinnen mag het hoofdvolume vrij gepositioneerd worden, met dien verstande dat er een afstand van minimaal 2,5 meter aan beide zijdelingse perceelsgrenzen aanwezig is. Combinatie van twee kavels ten behoeve van een twee-onder-één-kap woning is mogelijk. De hoofdgebouwen worden in dat geval tegen de betreffende gedeelde erfgrens aangeschoven, waarbij de ruimte tot de andere aangrenzende kavel dan minimaal 5 meter moet bedragen. Tussen het hoofdgebouw en één van de zijdelingse kavelgrenzen naar keuze geldt een bebouwingsvrije zone van 2,5 meter breed en de lengte van de kavel. Hier mogen geen bijbehorende bouwwerken geplaatst worden. Voor kavels op de hoek (aan twee zijden grenzend aan de openbare ruimte) ligt deze bebouwingsvrije zone altijd aan de zijde van de openbare ruimte.

Mogelijke verkaveling bouwveld 5

vastgesteld I Vredeoord (De Scherf) Gemeente Eindhoven

15

16

vastgesteld I Vredeoord (De Scherf) Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 3

3.1

Beleidskader

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de ruimtelijke beleidskaders op Rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau. Verantwoord wordt dat de voorgenomen ontwikkeling past in het (toekomstig) ruimtelijk beleid. Er wordt geen complete samenvatting gegeven van alle beleidsaspecten. Uitsluitend de relevante beleidskaders voor het plangebied zijn in dit hoofdstuk weergegeven en verantwoord.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

In de definitieve Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) schetst het Rijk ambities van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid voor Nederland in 2040. Het Rijk zet twee zaken helder neer: een kader voor prioritering van investeringen om Nederland in beweging te krijgen en een selectief ruimtelijk beleid dat meer loslaat en overlaat aan provincies en gemeenten. Het is de uitdaging om Nederland in de wereldeconomie van de toekomst concurrerend te houden. Dat betekent dat onze stedelijke regio's en netwerken versterkt moeten worden door de kwaliteit voor de leefomgeving te verbeteren, hoogwaardige en klimaatbestendige woon- en werkmilieus te realiseren, de bereikbaarheid te verbeteren en de mobiliteit te verduurzamen, maatregelen te treffen ten behoeve van waterveiligheid, zoetwatervoorziening en ruimte te maken voor de noodzakelijke transitie naar duurzame energie. Het Rijk onderscheidt 13 nationale belangen in de SVIR. Daarnaast kiest ze nadrukkelijk voor een vereenvoudiging van de regelgeving en brengt de ruimtelijke ordening zo dicht mogelijk bij degenen die het aangaat: burgers en bedrijven. Zo beëindigt het Rijk zijn rol bij nationale landschappen, rijksbufferzones, binnenstedelijk bouwen, landsbrede verstedelijkingsafspraken, sport- en recreatievoorzieningen.

Het Rijk vindt de stedelijke regio's rond de Mainports (Rotterdam en Amsterdam), de Brainport, greenports en de valleys van nationaal belang (nationaal belang 1). De gebiedsontwikkeling Brainport Avenue is van nationaal belang. In de SVIR wordt Brainport Zuid-Oost Nederland beschouwd als de belangrijkste toptechnologieregio van ons land. Het centrum van deze Brainport is gelegen in Eindhoven met o.a. High-tech systemen, medische technologie en automotive als belangrijkste thema's. Daarnaast zijn Chemelot in Sittard-Geleen als belangrijk chemie-cluster, het medische cluster in Maastricht en de greenport Venlo als cluster van agro-food, tuinbouw en logistiek belangrijk. In de regio Eindhoven moeten vanwege de groei van het aantal huishoudens in de periode tot 2040 nog circa 40.000 woningen worden bijgebouwd en ook een kleine 30.000 woningen worden vervangen die niet meer voldoen aan de woonwensen. Het vestigingsklimaat voor (buitenlandse) bedrijven en kenniswerkers behoeft versterking met hoogwaardige woonmilieu's, stedelijke voorzieningen, voldoende aanbod van cultuur en sport en grensoverschrijdende verbindingen. Ook de diversiteit aan toegankelijke groengebieden rond de steden en een robuust netwerk voor natuur vormen voor deze regio een belangrijke vestigingsfactor.

Realisatie Uitgangspunt bij het realiseren van de doelstellingen is een integrale, regionaal-specifieke aanpak, waarmee investeringen en ander rijksinstrumentarium zo effectief en efficiënt mogelijk vastgesteld I Vredeoord (De Scherf) Gemeente Eindhoven

17

ingezet kunnen worden. Dat vraagt om een gedegen afweging van alle relevante belangen en goede afstemming en samenwerking tussen regio en Rijk. Over de rijksopgaven zullen op basis van de MIRT-gebiedsagenda's afspraken worden gemaakt. De SVIR kent een realisatieparagraaf, waarin per nationaal belang de aanpak is uitgewerkt op basis van lopende en voorziene projecten. Het Rijk heeft voor de realisatie van de nationale belangen de beschikking over de volgende vier instrumenten: Kaders (gebiedsgerichte of thematische uitwerkingen van de SVIR, relevante wetgeving); Bestuurlijke prestatieafspraken (bijvoorbeeld afspraken met provincies en gemeenten, internationale afspraken met overheden in buurlanden); Financieel (bijvoorbeeld Infrastructuurfonds, Deltafonds); Kennis (bijvoorbeeld inzetten van het College van Rijksadviseurs bij ruimtelijke ontwikkelingen, verspreiden van "best practices"). Voor het juridisch borgen van de nationale belangen uit de SVIR heeft het Rijk, op basis van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), twee besluiten waarmee dat mogelijk is. Deze twee besluiten zijn verschillend van aard (beleidsmatig versus procesmatig). Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Dit geeft de juridische kaders die nodig zijn om het geldende ruimtelijk rijksbeleid te borgen. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro).

Het Bro stelt vanuit de rijksverantwoordelijkheid voor een goed systeem van ruimtelijke ordening juridische kaders aan de processen van ruimtelijke belangenafweging en besluitvorming bij de verschillende overheden. De ladder voor duurzame verstedelijking en de proceseisen voor goed ontwerp en aandacht voor de waterhuishouding (watertoets), het milieu en het cultureel erfgoed zijn allen geborgd in het Bro. Nationaal belang 13 vraagt om een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Dit moet met behulp van de ladder voor duurzame verstedelijking worden onderbouwd. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen (bijvoorbeeld kantoorlocaties, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen) moet in het bestemmingsplan worden gemotiveerd hoe een zorgvuldige afweging is gemaakt van het ruimtegebruik. De ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in artikel 3.1.6 lid 2 Bro. Daarin staat: De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.

In navolgende subparagraaf wordt verder ingegaan op de ladder voor duurzame verstedelijk en de onderbouwing voor dit plan.

3.2.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

Nationaal belang 13 uit de SVIR vraagt om een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Dit nationale belang is wettelijk verankerd in het Bro. In artikel 3.1.6, lid 2 van het Bro is gesteld dat de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving dient te bevatten van: a. de behoefte aan die ontwikkeling; b. indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Conform artikel 3.1.6 lid 2 van het Bro dient bij ruimtelijke ontwikkelingen onderbouwd te worden dat sprake is van behoefte aan die ontwikkeling. Overprogrammering moet worden 18

vastgesteld I Vredeoord (De Scherf) Gemeente Eindhoven

voorkomen. De ontwikkeling die met dit bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt, maakt deel uit van een groter herstructureringsproject binnen bestaand stedelijk gebied. Daarbij is ongeveer 70.000 m² aan kantoorruimte gesloopt om plaats te maken voor woningen. Dit bestemmingsplan maakt de bouw van maximaal 40 woningen mogelijk. Ten opzichte van het geldende uitwerkingsplan, waarin op deze locatie 17 woningen waren voorzien, is dit een maximale toevoeging van 23 woningen. Zodoende moet deze ontwikkeling worden gezien als een stedelijke ontwikkeling in de zin van artikel 3.1.6 Bro. De behoefte voor woningbouwlocaties wordt nader beschreven in paragraaf 3.5. Op deze plaats volstaat om te benoemen dat uit die paragraaf blijkt dat dat de ontwikkeling voorziet in een actuele regionale behoefte.

3.2.3

Nationale Omgevingvisie (Novi)

In Nederland staan we voor een aantal urgente opgaven, die zowel lokaal, nationaal als wereldwijd spelen. Denk aan de opgaven op het gebied van klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Deze opgaven zullen Nederland flink veranderen. Door goed in te spelen op deze veranderingen kan Nederland vooroplopen en kansen verzilveren. Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. In de NOVI zijn deze maatschappelijke opgaven samengevat in vier prioriteiten: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie duurzaam economisch groeipotentieel sterke en gezonde steden en regio's toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. In dit bestemmingsplan zijn geen strijdigheden met de uitgangspunten uit de ontwerp NOVI opgenomen.

3.2.4

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

Naast de SVIR is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), ook wel AMvB Ruimte genoemd, van toepassing. Het besluit bevat regels ter borging van een aantal nationale belangen. Het gaat onder meer over rijksbelangen zoals rijksvaarwegen, zones buisleidingen, zones van hoogspanningsleidingen en militaire objecten. Voor Eindhoven is de 380 Kv hoogspanningsleiding van belang. Deze is gelegen in Eindhoven Noord en (deels) Oost. Verder is in het Barro opgenomen dat de provinciale begrenzing van het Nationaal Natuur Netwerk (NNN) direct doorwerkt naar het bestemmingsplan. De gebieden die het NNN vormen worden bij provinciale Interim Omgevingsverordening aangewezen (zie ook paragraaf 3.3.3) waarmee het NNN een provinciaal belang is geworden. Tot slot worden de belangen van luchthaven Eindhoven via het Barro geborgd. Bovengenoemde hoogspanningsleiding ligt niet in het plangebied en heeft ook geen invloed op het plangebied. Daarnaast is het plangebied in de provinciale Interim Omgevingsverordening niet aangemerkt als NNN. Wel valt het plangebied in het beperkingengebied van Eindhoven Airport. In paragraaf 3.2.5 en 3.2.6 wordt hier nader op ingegaan.

vastgesteld I Vredeoord (De Scherf) Gemeente Eindhoven

19

3.2.5

Regeling algemene regels ruimtelijke ordening

In de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) zijn de terreinen, gebieden en installaties zoals bedoeld in het Barro, aangewezen. Voor dit plangebied is alleen het obstakelbeheergebeid behorende bij het luchtvaartterrein relevant. In paragraaf 3.2.6 wordt nader ingegaan op de beperkingengebieden van Eindhoven Airport. Onderstaande kaart behoort bij de Rarro.

Kaart militair luchtvaartterrein - Vliegbasis Eindhoven (bijlage 3.4 Rarro) (Bron: http://wetten.overheid.nl)

3.2.6

Luchthavenbesluit

In 2009 is de Wet luchtvaart gewijzigd. Naar aanleiding hiervan is een nieuw luchthavenbesluit voor Eindhoven vastgesteld. Dit is op 26 september 2014 vastgesteld en met ingang van 1 november 2014 in werking getreden. In het luchthavenbesluit is het luchthavengebied, de gebruiksmogelijkheden en het beperkingengebied vastgelegd. Voor het bestemmingsplan is vooral het beperkingengebied van belang. Het beperkingengebied bestaat uit: 1. de geluidszone: dit is de weergave van de geluidsbelasting van het gezamenlijke luchtverkeer. Binnen deze zone gelden regels voor het bouwen van woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen. Het plangebied is niet gelegen binnen zowel de Ke-geluidzone als de dB(a)-geluidzone van het luchtvaartterrein. 2. de obstakelbeheergebieden: hier gelden maximaal toelaatbare hoogtes voor objecten. 3. het vogelbeheersgebied: binnen dit gebied gelden regels voor een bestemming of gebruik dat vogels aantrekt. Hieronder wordt nader ingegaan op het obstakelbeheergebied en het vogelbeheersgebied.

20

vastgesteld I Vredeoord (De Scherf) Gemeente Eindhoven

De obstakelbeheergebieden Met de obstakelbeheergebieden wordt geregeld tot welke hoogte gebouwen en bouwwerken gebouwd mogen worden. Dit is om gevaar voor het vliegverkeer op en rondom de luchthaven te voorkomen. De toegestane hoogten worden bepaald door de vliegfunnel, de IHCS en de ILS. Op navolgende afbeeldingen is te zien dat het plangebied wel gelegen is binnen het obstakelbeheergebied van de IHCS en vliegfunnel, maar niet van de ILS.

Kaart obstakelbeheergebieden voor de vliegfunnel en IHCS. Het plangebied is rood omcirkeld.

Vliegfunnel De vliegfunnel wordt bepaald door de start- en landingsbaan en het verlengde daarvan. Hier gelden beperkingen ten aanzien van het oprichten van obstakels. Het plangebied is niet gelegen binnen de funnel zelf, maar wel binnen de obstakelvrije zone IHCS.

IHCS Het IHCS (Inner Horizontal and Conical Surface) is bedoeld om vliegtuigen die in het circuit vliegen (circuitverkeer), voorafgaand aan de landing, te beschermen tegen hoge objecten. Het betreft een zone van 4 km rond de landingsbaan waar maximaal 44 meter hoog mag worden gebouwd. Buiten deze zone gaat de maximaal toegestane bouwhoogte geleidelijk omhoog. Dit bestemmingsplan maakt geen bouwwerken mogelijk van een dergelijke hoogte. Dit is in de regels van dit bestemmingsplan gewaarborgd. ILS Daarnaast beschikt de Luchthaven over een Instrument Landing System (ILS). Dit wordt gebruikt om een landing in verminderde weersomstandigheden mogelijk te maken. Voor een goed functioneren van het ILS geldt dat een gebied rondom de start- en landingsbaan geen vastgesteld I Vredeoord (De Scherf) Gemeente Eindhoven

21

verstoring mag opleveren. Daarom gelden ook in dit gebied beperkingen ten aanzien van de bouwhoogten van gebouwen en bouwwerken (zie onderstaande afbeelding). Het plangebied ligt niet binnen het ILS-verstoringsgebied.

Kaart ILS-verstoringsgebied. Het plangebied is rood omcirkeld.

Het vogelbeheersgebied Binnen het vogelbeheersgebied gelden regels voor een bestemming of gebruik dat vogels aantrekt. In beginsel is een grondgebruik of bestemming binnen de volgende categorieën niet toegestaan: oppervlaktewateren met een oppervlakte van meer dan 3 hectare; natuurbeschermingsgebieden en vogelbeschermingsgebieden; vishouderijen met extramurale bassins; extramurale opslag of verwerking van organisch materiaal; afvalwaterzuiveringsinstallaties. Zoals op onderstaande afbeelding te zien is, ligt het plangebied binnen het vogelbeheersgebied. Binnen dit bestemmingsplan wordt bovengenoemd grondgebruik niet mogelijk gemaakt.

22

vastgesteld I Vredeoord (De Scherf) Gemeente Eindhoven

Kaart Vogelbeheersgebied. Het plangebied is rood omcirkeld.

3.2.7

Bakens luchthaven Eindhoven en radarverstoringsgebied vliegbasis Volkel

Bij het bepalen van de maximaal toegestane bouwhoogte in het bestemmingsplan moet rekening worden gehouden met de bakens van luchthaven Eindhoven en het radarverstoringsgebied van vliegbasis Volkel.

Bakens luchthaven Eindhoven Op en nabij de luchthaven Eindhoven zijn bakens (zie navolgende afbeelding) aanwezig om de richting van het vliegverkeer (zowel horizontaal als verticaal) te kunnen volgen: een VDF baken: Vertical Directional Finder. Dit is een hulpmiddel voor de luchtverkeersleiding om de richting te kunnen bepalen van het vliegtuig waarmee op dat moment wordt gecommuniceerd. een NDB: Non Directional Beacon. Dit wordt door vliegtuigen gebruikt als navigatiehulpmiddel op luchtroutes. Het is een bakenzender die een radiosignaal uitzendt dat door een peilontvanger in het vliegtuig wordt opgevangen. Hierdoor wordt de richting van het signaal ten opzichte van het vliegtuig bepaald. Door de richting van twee verschillende bakens te peilen kan de piloot zijn/haar positie bepalen. De toetsingsgebieden liggen voor VDF geheel over het plangebied, maar hebben gezien de maximaal toegestane bouwhoogte geen consequenties.

vastgesteld I Vredeoord (De Scherf) Gemeente Eindhoven

23

Kaart hoogtebelemmeringen bakens nabij luchthaven Eindhoven. Blauwe lijnen= VDF. Rode lijnen= NDB. Plangebied is rood omcirkeld.

Radarverstoringsgebied Volkel Om het ongestoord functioneren van radar- en communicatieapparatuur op de vliegbasis Volkel te waarborgen ligt er rond deze vliegbasis een cirkel met een straal van 50 nautische mijl (=27,8 km), gemeten vanaf de positie van de radar. Binnen dit radarverstoringsgebied moet voor ieder obstakel hoger dan 65 meter worden berekend of er verstoring van de radar optreedt. Het plangebied ligt niet binnen dit radarverstoringsgebied.

24

vastgesteld I Vredeoord (De Scherf) Gemeente Eindhoven

Kaart hoogtebelemmeringen als gevolg van luchthaven Eindhoven. Blauwe lijnen- arcering= radarverstoringsgebied van vliegbasis Volkel. Het plangebied is rood omcirkeld.

3.3

Provinciaal beleid

3.3.1

Omgevingsvisie

De Brabantse Omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Op 14 december 2018 is de omgevingsvisie vastgesteld. Daarna volgt een doorvertaling in een Omgevingsverordening en programma's. Tot die zijn vastgesteld blijven bestaande beleidsplannen voor natuur, ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer en milieu en water van kracht. Daarmee wil Brabant op tijd klaar zijn voor de Omgevingswet wanneer deze in 2021 wordt ingevoerd.

In de Omgevingswet staan waarden als veiligheid, gezondheid en duurzame omgevingskwaliteit centraal. De Brabantse Omgevingsvisie voegt daar ambities aan toe voor vier hoofdopgaven: de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. Voor ieder van deze opgaven geeft de omgevingsvisie aan wat de ambities op lange termijn zijn: wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn? Maar ook een concreet tussendoel: waar moeten we in 2030 op zijn minst staan om dat langetermijndoel te halen? De omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan.

3.3.2

Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2014

Op 19 maart 2014 is de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2014 in werking getreden. Deze structuurvisie is een actualisatie van de visie die in 2010 werd vastgesteld. De structuurvisie bestaat uit twee delen (A en B) en een uitwerking. Deel A Deel A bevat de hoofdlijnen van het beleid. Hierin heeft de provincie haar belangen gedefinieerd en ruimtelijke keuzes gemaakt. De ruimtelijke visie van de provincie bestaat op hoofdlijnen uit een robuust en veerkrachtig natuur- en watersysteem, met aandacht voor bescherming tegen hoogwater, droogte en biodiversiteit. Een multifunctioneel landelijk gebied, vastgesteld I Vredeoord (De Scherf) Gemeente Eindhoven

25

waar de functies landbouw, recreatie en natuur in relatie tot elkaar ruimte krijgen en een gevarieerd en aantrekkelijk stedelijk gebied met sterke steden, groene geledingszones en uitloopgebieden (intensieve recreatie, stadslandbouw). Aandacht wordt gevraagd voor sterke regionale economische clusters, (inter)nationale bereikbaarheid en knooppuntontwikkeling (zowel in de centra als aan de randen van de steden). De provincie realiseert haar doelen door regionaal samen te werken, te ontwikkelen, te beschermen en te stimuleren Deel B De ruimtelijke belangen en keuzes zijn in vier ruimtelijke structuren geordend. Deze vier ruimtelijke structuren worden in deel B beschreven en zijn: 1. 2. 3. 4.

de groenblauwe structuur het landelijk gebied de stedelijke structuur de infrastructuur

Dit plangebied valt binnen de stedelijke structuur. De stedelijke structuur bestaat uit de steden en dorpen in Noord-Brabant. De provincie kiest hier voor twee perspectieven. Ten eerste stedelijke concentratiegebieden waar de groei van de verstedelijking wordt opgevangen. De provincie wil de verstedelijking op goed ontsloten plekken concentreren en de groene ruimte tussen steden openhouden. Ten tweede dienen kernen in het landelijk gebied zoveel mogelijk te worden ontzien van verdere verstedelijking. Alleen de eigen verstedelijkingsbehoefte wordt daar opgevangen.

3.3.3

Interim omgevingsverordening

De Interim omgevingsverordening is vastgesteld door Provinciale Staten op 25 oktober 2019 en vervangt een aantal provinciale verordeningen: provinciale milieuverordening verordenring natuurbescherming verordening ontgrondingen verordening ruimte verordening water verordening wegen Om straks klaar te zijn als de Omgevingswet in werking treedt, heeft de provincie eerst een Interim omgevingsverordening vastgesteld. Het is een 'Interim' omgevingsverordening om zo te benadrukken dat dit een tussenstap is naar de 'definitieve' omgevingsverordening gebaseerd op de Omgevingswet. De Interim omgevingsverordening is gebaseerd op de huidige wetgeving en moet aan de wettelijke bepalingen van die wetgeving voldoen. Dat betekent dat nieuwe mogelijkheden uit de Omgevingswet nog niet zijn verwerkt. Er is wel zo veel als mogelijk aansluiting gezocht bij de Omgevingswet en de voorwaarden voor een omgevingsverordening (bijvoorbeeld bij de opbouw en de digitale vormgeving). Deze Interim omgevingsverordening voegt de bestaande regels over de fysieke leefomgeving zoveel mogelijk samen in één verordening en is beleidsneutraal. Alleen aanpassingen die nodig zijn vanwege de samenvoeging of vanwege al vastgesteld beleid, zoals de omgevingsvisie, worden meegenomen.

In de Interim omgevingsverordening staan regels voor: Burgers en bedrijven: dit zijn zogenaamde rechtstreeks werkende regels voor activiteiten. Deze regels bevatten voorwaarden om zo'n activiteit te verrichten en geven ook aan of je bijvoorbeeld eerst een melding moet doen voordat je mag beginnen. Bestuursorganen van de overheid: dit zijn zogenaamde instructieregels. Met deze regels kan de provincie een opdracht geven aan gemeenten over onderwerpen die zij in het bestemmingsplan moeten opnemen of aan het waterschap over de manier waarop ze hun taken uitvoeren. Rechtstreeks werkende regels voor burgers en bedrijven 26

vastgesteld I Vredeoord (De Scherf) Gemeente Eindhoven

Het gaat hier om regels die naast een eventuele vergunningplicht gelden. Er zijn in de Interim Omgevingsverordening voor de volgende thema's rechtstreeks regels opgenomen: grondwaterbescherming, grondwateronttrekking, bodemsanering, stortplaatsen, ontgrondingen, varend ontgassen, stiltegebied, wegen, natuur en landbouw. De meeste van deze regels waren eerst opgenomen in de Provinciale milieuverordening, de Verordening wegen, de Verordening ontgrondingen en de Verordening natuurbescherming. Binnen het plangebied zijn voor de volgende werkingsgebieden rechtstreekse regels van toepassing: Stedelijk gebied Diep grondwaterlichaam Geen attentiezone waterhuishouding Stedelijk gebied Dit werkingsgebied bevat rechtstreekse regels ten aanzien van landbouw. Binnen het plangebied is geen landbouw meer aanwezig of toegestaan. Om die reden is dit werkingsgebied voor dit plangebied niet relevant.

Diep grondwaterlichaam Dit werkingsgebied bevat rechtstreekse regels ten aanzien van milieubeschermingsgebieden, natuur en wegen. Volgens artikel 2.20 van de Interim omgevingsverordening is de onconventionele winning van koolwaterstoffen verboden boven, in of onder een diep grondwaterlichaam. Dit bestemmingsplan maakt geen onconventionele winning van koolwaterstoffen mogelijk.

Geen attentiezone waterhuishouding Dit werkingsgebied bevat rechtstreekse regels ten aanzien van milieubeschermingsgebieden, natuur en wegen. Artikel 2.21 van de Interim omgevingsverordening regelt dat onder bepaalde voorwaarden geen vergunning tot het onttrekken van grondwater ten behoeve van een bodemenergiesysteem, bedoeld in artikel 6.4, eerste lid, onder b, Waterwet, is vereist binnen de zone 'Geen Attentiezone waterhuishouding'. De regels dienen dan ook, onverminderd de bepalingen uit dit bestemmingsplan, in acht te worden genomen bij het toepassen van bodemenergiesystemen. Instructieregels Dit zijn de regels die tot voor kort waren opgenomen in de Verordening ruimte Noord-Brabant. Het plangebied is gelegen binnen de aanduidingen 'Stedelijk gebied' en 'Concentratiegebied'. Ook ligt het plangebied binnen de aanduiding 'Stalderingsgebied'. Deze aanduiding niet van belang voor dit bestemmingsplan, omdat de bijbehorende regels betrekking hebben op agrarische bedrijven. Dit bestemmingsplan maakt geen agrarische bedrijven mogelijk. Het 'stedelijk gebied' is primair aangewezen om stedelijke functies zoals wonen, bedrijven en maatschappelijke voorzieningen op te vangen. Het provinciale beleid is er al decennia lang op gericht om stedelijke ontwikkeling in stedelijke concentratiegebieden te bundelen.

Het doel daarvan is om voldoende draagvlak voor de steden als economische en culturele motor te creëren en om het dichtslibben van het landelijk gebied tegen te gaan. Op provinciale schaal betekent dit dat het merendeel van de woningbouw, de bedrijventerreinen, voorzieningen en bijbehorende infrastructuur moet plaatsvinden in of aansluitend op de stedelijke concentratiegebieden. Binnen het bestaand stedelijke gebied is de gemeente in het algemeen vrij om te voorzien in stedelijke ontwikkeling. De Interim omgevingsverordening bepaalt dat een locatie voor de ontwikkeling van woningen in beginsel binnen bestaand stedelijk gebied moet liggen, binnen de regionale afspraken moet passen en dat er sprake moet zijn van een duurzame stedelijke ontwikkeling. Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: vastgesteld I Vredeoord (De Scherf) Gemeente Eindhoven

27

bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie. Dit bestemmingsplan maakt woningbouw mogelijk op een locatie binnen bestaand stedelijk gebied. Dit bestemmingsplan voorziet ten opzichte van het geldende planologische regime alleen in een herschikking van de bouwmogelijkheden. Destijds is al afgewogen dat er sprake is van een duurzame stedelijke ontwikkeling die past binnen de regionale woningbouwafspraken. In subparagraaf 3.2.2 wordt dit voor de volledigheid nogmaals benadrukt. In paragraaf 3.7 (Verkeer en parkeren) wordt ingegaan op de wijze waarop in dit plan sprake is van duurzame mobiliteit. De mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie komt in paragraaf 4.6 (Duurzaamheid) terug. In paragraaf 3.8 (Groen) en Hoofdstuk 5 (Water) wordt aangegeven op welke wijze in dit plan rekening wordt gehouden met klimaatverandering (voorkomen hittestress en opvang water).

Al met al kan geconcludeerd worden dat met dit plan sprake is van een duurzame stedelijke ontwikkeling. Het plan past dan ook binnen de kaders van de Interim Omgevingsverordening.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Omgevingsvisie Eindhoven

Samen met de stad heeft de gemeente Eindhoven een omgevingsvisie opgesteld. Met ons hebben meegedacht: inwoners, ondernemers, belangenorganisaties, GGD, Veiligheidsregio, Omgevingsdienst, woningcorporaties, projectontwikkelaars, investeerders en andere overheden (buurgemeentes, provincie, rijk). Op 16 juni 2020 is de omgevingsvisie vastgesteld door de gemeenteraad. De omgevingsvisie is een integraal verbindende visie voor de fysieke leefomgeving die focus aanbrengt bij het inrichten van onze stad en stimuleert om samen te werken aan de stedelijke opgaven. De omgevingsvisie is gebaseerd op bestaand beleid. Het hebben van een omgevingsvisie is onder de nieuwe Omgevingswet verplicht. Omdat een omgevingsvisie allesomvattend is, willen we die lerende wijs ontwikkelen. Dat betekent concreet dat we, eerder dan wettelijk verplicht, met een omgevingsvisie komen. Maar dan wel een 'light-variant' (versie 1.0), die we één of twee jaar later gaan aanvullen en verfijnen. Deze omgevingsvisie (versie 1.0) is gebaseerd op het bestaand beleid. Het document vervangt niet de bestaande beleidsdocumenten, maar is een aanvullend beleidsdocument. De interim structuurvisie blijft daarom nog steeds van kracht. Bij het opstellen van een omgevingsvisie versie 2.0 wordt de interim structuurvisie wel ingetrokken.

Brainportregio De Brainportregio is een technologische topregio en één van de belangrijkste pijlers van de Nederlandse economie. De sleutel tot dit succes is samenwerking. Het is een regio van contrasten en dat maakt ons uniek: een hecht netwerk van steden, stedelijke buurgemeenten, dorpen en bewoond landelijk gebied. Je bent snel in de stad of juist in het groen, er is cultuur én natuur. We zijn sterk in high tech, design en innovaties en kennen een dynamische economie en een gastvrije bourgondische levensstijl. De strategie van de regio is gericht op het sterker maken van deze kwaliteiten door aan te haken op de eigen kracht en identiteit van de deelgebieden. 28

vastgesteld I Vredeoord (De Scherf) Gemeente Eindhoven

Ambitie Als centrumstad vervult Eindhoven een cruciale rol bij de versterking van Brainport Eindhoven als economische wereldspeler op het gebied van kennisintensieve maakindustrie en design. Om internationaal concurrerend te blijven, streeft Eindhoven samen met de regio naar een excellent woon- en werkklimaat. Eindhoven zet daarom in op gezonde en duurzame verstedelijking met behoud van stedelijke en dorpse kwaliteiten en met bijzondere aandacht voor sociale cohesie en inclusie. Eindhoven is in staat om zich snel aan te passen aan de steeds veranderende vraag naar geschikte en betaalbare ruimte om te wonen, werken, verblijven en recreëren. Deze ambitie vertaalt zich naar vier deelambities. Eindhoven als: economische wereldspeler; gezonde en toekomstbestendige stad; een sociale, inclusieve en gastvrije stad en een authentieke stad met sterke gebieden. Van ambitie naar stedelijke opgaven Als we onze ambities leggen naast de huidige kwaliteiten en structuren van de stad en de actuele trends en ontwikkelingen, zien we een aantal stedelijke opgaven voor de stad. Brainport Eindhoven blijft groeien, mede door de sterke economische positie. De ambities en groei vragen om ruimte voor nieuwe woningen, bedrijven en voorzieningen. Ruimte die we bieden door te verdichten in het gebied binnen de Ring en door te verdichten nabij voorzieningen als HOV en winkelcentra.

Met name binnen de Ring is voldoende ruimte om te verdichten, omdat er nog relatief weinig mensen wonen. Met de keuze voor verdichten binnen de Ring gaan we duurzaam om met de (groene) ruimte die de stad heeft. We behouden hiermee de kwaliteit van de groenstedelijke woonwijken, de landschapsparken en het buitengebied. De keuze voor een compact stedelijke woonmilieu gaat gepaard met forse investeringen in o.a. bereikbaarheid, luchtkwaliteit, groen en voorzieningen. Eindhoven wil een leefbare en een inclusieve stad zijn waar iedereen kan profiteren van het succes van de Brainport. Dat vraagt om keuzes ten aanzien van het woning- en voorzieningenaanbod. Het verschil tussen de ambitie en de huidige stand van zaken in Eindhoven leidt tot zes concrete stedelijke opgaven: Werken aan een gezonde groei van de stad Werken aan een aantrekkelijk en hoogstedelijk centrum Werken aan leefbare, sociale wijken met een sterke identiteit Werken aan een duurzame en concurrerende economie Werken aan de energietransitie van de stad Werken aan een goede stedelijke bereikbaarheid Samen werken aan de stedelijke opgaven Dit zijn de opgaven waar we als gemeente de komende jaren samen met onze partners aan werken. Wij werken zelf aan deze opgaven, maar stimuleren ook andere partijen in de stad om dit te doen. We bepalen samen met de stad en regio wat kansrijke initiatieven en locaties zijn.

We geven prioriteit aan initiatieven die bijdragen aan meerdere stedelijke opgaven tegelijkertijd en kwaliteit toevoegen aan de stad. Hiernaast zetten we in op het beschermen en versterken van de stedelijke en groene hoofdstructuur van de stad. De gemeente organiseert het werken aan de stedelijke opgaven met thematische en gebiedsprogramma's en stimuleert o.a. via regels en uitgangspunten zoals opgenomen in de omgevingsvisie dat ook andere initiatiefnemers bijdragen aan het realiseren van de opgaven. Plangebied Onderhavige ontwikkeling voorziet in innovatieve en maatschappelijk verantwoorde woningbouw, inclusief duurzame toepassingen en het toepassen van gedeelde voorzieningen. vastgesteld I Vredeoord (De Scherf) Gemeente Eindhoven

29

Hiermee geeft het invulling aan de ambities in de Omgevingsvisie.

3.4.2

Interimstructuurvisie 2009

In december 2009 is de Interimstructuurvisie 2009 door de gemeenteraad vastgesteld. Met de Interimstructuurvisie 2009 geeft de gemeenteraad invulling aan de ambitie om Eindhoven door te ontwikkelen in zijn kwalitatief hoogwaardige combinatie van wonen, werken en groen. De nadruk ligt daarbij ook op leefbaarheid en bereikbaarheid. Als kerngemeente van Brainport Zuidoost Brabant stuurt Eindhoven aan op het bieden van ruimte aan een krachtige ontwikkeling van deze economische kernzone, een hoge kwaliteit van de leefomgeving en aandacht voor sociale betrokkenheid en ondernemend burgerschap tot op buurtniveau. Op deze wijze geeft de raad invulling aan het begrip duurzame ruimtelijke kwaliteit. De Interimstructuurvisie is het resultaat van de integratie van de ruimtelijk relevante raadsprogramma's die tot medio 2009 zijn vastgesteld. Dit is onder andere verbeeld in een kaart die inzicht biedt in de verdeling van het actuele en gewenste grondgebruik.

Gebruik van de ruimte Interimstructuurvisie Eindhoven

Het plangebied is op de kaart 'Gebruik van de ruimte' uit de Interimstructuurvisie aangeduid als 'Werken'. Hieronder vallen werkgerelateerde functies: industrie, research en ontwikkeling, handel, kantoren, grootschalige en perifere detailhandel, transport, bouwnijverheid, dienstverlening. Tevens alle productieactiviteiten van kunst en design en ook alle voorzieningen die bij een functioneel en modern bedrijventerrein horen (o.a. parkmanagement). Voor deze locatie is de kaart 'Gebruik van de ruimte' uit de Interimstructuurvisie echter inmiddels verouderd. Met het vaststellen van bestemmingsplan "Vredeoord" in 2017 heeft de gemeenteraad van Eindhoven er namelijk voor gekozen om het Vredeoord-complex te herstructureren naar een gebied met hoofdzakelijk wonen. In het uitwerkingsplan "Uitwerking bestemmingsplan Vredeoord" is dit woongebied verder vormgegeven. Voorliggend 30

vastgesteld I Vredeoord (De Scherf) Gemeente Eindhoven

bestemmingsplan gaat op dezelfde voet verder, in die zin dat het plangebied een herschikking van de bouwmogelijkheden voor woningen krijgt.

3.5

Volkshuisvesting

3.5.1

Regionaal beleid

Het ruimtelijk verzorgingsgebied voor de beoogde woningbouw op deze locatie betreft gemeente Eindhoven. Hierbij wordt opgemerkt dat in de gehele regio Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE) de woningvraag groter is dan de totale harde plancapaciteit. Voor de behoefte aan woningen, zowel naar kwantiteit als naar kwaliteit, baseren we ons op het onderzoek "Marktmechanismen op de Eindhovense woningmarkt" van Companen. De woningbehoefte voor Eindhoven is voor de periode 2019 t/m 2023 berekend op 15.000 woningen. Deze kwantitatieve behoefte van 15.000 woningen voor de periode 2019 t/m 2023 is ook opgenomen in de Woondeal. Op 7 maart 2019 hebben de minister van Binnenlandse Zaken (BZK), de provincie Noord-Brabant en het Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE) de Woondeal ondertekend. Met de ondertekening van de Woondeal zetten partijen zich in om de woonopgave in deze regio aan te pakken. De Woondeal helpt de gewenste versnelling van de woonopgave in Eindhoven en de andere acht gemeenten binnen het SGE te realiseren: meer woningen, op de juiste locatie en voor de goede doelgroep. De versnelling moet in de periode tot 2024 zo'n 27.000 woningen opleveren. Dit komt in Eindhoven neer op een forse versnelling van de jaarlijkse woningbouwproductie naar ongeveer 3.000 woningen gemiddeld per jaar.

De Woondeal gaat daarnaast ook over de werking van de woningmarkt (met name op het gebied van regelgeving), de plancapaciteit (de periode tot 2040) en integrale gebiedsontwikkeling in Eindhoven. De Woondeal is een eerste stap van een langjarig partnerschap met de betrokken partijen. Versnellen woningbouwproductie Het SGE heeft behoefte aan 27.000 woningen in de periode 2019 tot en met 2023. Deze behoefteraming geldt als richtinggevend bij de versnelling van de woningbouwproductie. De minister, de provincie en het SGE hebben hierover het volgende afgesproken in de Woondeal: a. Het zwaartepunt voor het realiseren van groen-stedelijke woonmilieus ligt - zoals vastgelegd in het Afsprakenkader Wonen SGE 2017 - in de negen prioritaire locaties: Aarle, Brandevoort, Blixembosch, Ekenrooi Zuid, Nuenen West, Meerhoven, Tongelrese Akkers, Waalre Noord en Zilverackers. De minister, de provincie en het SGE volgen de ontwikkeling van deze locaties als geheel op het gebied van aantallen en exploitatie. Het zwaartepunt voor het realiseren van centrum-stedelijke woonmilieus ligt in Eindhoven binnen de Ring (waaronder het centrumgebied met dit plan). b. Onderzoek toont aan dat de woningbehoefte in Eindhoven de komende vijf jaar ca. 15.000 woningen bedraagt (als onderdeel van het totaal van 27.000 voor het SGE). Dit vraagt een forse versnelling van de jaarlijkse woningbouwproductie naar ca.

3.000 woningen gemiddeld per jaar. c. De minister, de provincie en het SGE onderzoeken of de versnelling kan worden uitgevoerd binnen de bestaande mogelijkheden. Als aanpassingen nodig zijn in bijvoorbeeld provinciale beleidskaders, regelgeving of instrumenten, dan spannen de provincie en het SGE zich gezamenlijk in om deze wijzigingen door te voeren. De minister spant zich in om, indien nodig, het toepassen van bestemmingsplannen met verbrede reikwijdte mogelijk te maken. Monitoren van de woningbouwplanning en -programmering De woningmarkt is per definitie - en zeker voor de middellange en langere termijn - omkleed met de nodige onzekerheden, samenhangend bijvoorbeeld met (veranderende) demografische, economische en sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen. Om hier goed op in te kunnen spelen wordt in 2019 door het SGE en de provincie een monitoringssysteem ingericht op vastgesteld I Vredeoord (De Scherf) Gemeente Eindhoven

31

basis waarvan jaarlijks afspraken worden gemaakt over de woningbouwplanning en -programmering in het SGE. De richtinggevende principes uit de Brabantse Agenda Wonen en de principes uit het Afsprakenkader Wonen 2017 zijn hierbij leidraad. Uitgangspunt is te voorzien in een realistisch, flexibel planaanbod op basis waarvan woningbouwlocaties versneld en vraaggericht worden ontwikkeld. Doel van de monitoring is om steeds een actueel, gezamenlijk beeld te hebben van wat er speelt op de regionale woningmarkt, waar knelpunten zijn of dreigen en welke strategieën moeten worden ingezet om de voortgang van de woningbouwproductie te bevorderen. Afspraken in Woondeal over voldoende plancapaciteit Plancapaciteit Het SGE heeft de behoefte om tussen 2024 en 2040 tussen de 22.500 en 35.000 woningen te realiseren, waarvan voor Eindhoven tussen de 12.500 en 25.000. Om deze productie mogelijk te maken is ook hier bovenstaande formulering onder punt c. van toepassing. Ter onderbouwing gaat het SGE in 2020, in samenwerking met de provincie, de regionale woningbehoefte nader onderzoeken. De uitkomsten hiervan worden gebruikt voor een actualisatie van het woningbouwprogramma vanaf 2024, als onderdeel van het huidige Afsprakenkader.

Monitoren Op basis van het bovengenoemde monitoringssysteem bespreken de minister, Eindhoven, de provincie en het SGE jaarlijks de ontwikkeling van de feitelijke woningbouwproductie en de woningbehoefte, zowel kwantitatief als kwalitatief, evenals de (harde en zachte) plancapaciteit, met specifieke aandacht voor de betaalbaarheid. Indien nodig wordt op basis van deze monitoring extra inzet gepleegd. Conclusie Deze ontwikkeling voorziet in maximaal 40 woningen. Dit past binnen de kwantitatieve prognose voor Eindhoven. Bovendien is de locatie gelegen binnen het 'bestaand stedelijk gebied' zoals aangegeven in de Interim Omgevingsverordening van provincie Noord-Brabant. Daarmee past het binnen de afspraken voor woningbouwontwikkelingen.

3.5.2

Lokaal beleid

Woonvisie De Woonvisie is op 15 december 2015 vastgesteld. In de woonvisie gaat de gemeente in op haar ambities op het gebied van bouwen en wonen. Daarmee maken we de richting waarin we ons willen ontwikkelen duidelijk aan de stad, haar bewoners en alle partijen die een rol spelen in de verdere ontwikkeling van de stad.

Ambitieuze stad Eindhoven groeit en dat creëert een nieuwe vraag naar wonen. Eindhoven wil verder verstedelijken. Onder stedelijkheid verstaan we een gemengde en gevarieerde omgeving waar mensen wonen, werken en elkaar ontmoeten. En een stad die tegelijk ook groen en gemoedelijk blijft. We staan voor de unieke kans om de stad als geheel, en het gebied binnen de Rondweg in het bijzonder, de komende jaren te laten groeien. We verwachten dat het inwonersaantal van Eindhoven de komende 10 jaar fors zal toenemen, harder dan de prognoses nu voorspellen. De bijzondere bevolkingsopbouw van Eindhoven (een relatief jonge bevolking) draagt daaraan bij. Die groei moet ook op het vlak van wonen gefaciliteerd worden. 32

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11743828/1