Bijlage 1a - Bestemmingsplan Woensel Noord 2021
Tekst van het document
vastgesteld Woensel-Noord 2021 Gemeente Eindhoven
Brainport Eindhoven blijft groeien, mede door de sterke economische positie. De ambities en groei vragen om ruimte voor nieuwe woningen, bedrijven en voorzieningen. Ruimte die we bieden door te verdichten in het gebied binnen de Ring en door te verdichten nabij voorzieningen als HOV en winkelcentra. Met name binnen de Ring is voldoende ruimte om te verdichten, omdat er nog relatief weinig mensen wonen. Met de keuze voor verdichten binnen de Ring gaan we duurzaam om met de (groene) ruimte die de stad heeft. We behouden hiermee de kwaliteit van de groenstedelijke woonwijken, de landschapsparken en het buitengebied. De keuze voor een compact stedelijke woonmilieu gaat gepaard met forse investeringen in o.a. bereikbaarheid, luchtkwaliteit, groen en voorzieningen.
Eindhoven wil een leefbare en een inclusieve stad zijn waar iedereen kan profiteren van het succes van de Brainport. Dat vraagt om keuzes ten aanzien van het woning- en voorzieningenaanbod. Het verschil tussen de ambitie en de huidige stand van zaken in Eindhoven leidt tot zes concrete stedelijke opgaven: Werken aan een gezonde groei van de stad Werken aan een aantrekkelijk en hoogstedelijk centrum Werken aan leefbare, sociale wijken met een sterke identiteit Werken aan een duurzame en concurrerende economie Werken aan de energietransitie van de stad Werken aan een goede stedelijke bereikbaarheid Samen werken aan de stedelijke opgaven Dit zijn de opgaven waar we als gemeente de komende jaren samen met onze partners aan werken. Wij werken zelf aan deze opgaven, maar stimuleren ook andere partijen in de stad om dit te doen. We bepalen samen met de stad en regio wat kansrijke initiatieven en locaties zijn. We geven prioriteit aan initiatieven die bijdragen aan meerdere stedelijke opgaven tegelijkertijd en kwaliteit toevoegen aan de stad. Hiernaast zetten we in op het beschermen en versterken van de stedelijke en groene hoofdstructuur van de stad. De gemeente organiseert het werken aan de stedelijke opgaven met thematische en gebiedsprogramma's en stimuleert o.a.
via regels en uitgangspunten zoals opgenomen in de omgevingsvisie dat ook andere initiatiefnemers bijdragen aan het realiseren van de opgaven.
Plangebied Dit bestemmingsplan is niet gericht op ontwikkeling. Het bereiken van de doelen uit de omgevingsvisie gebeurt met name door ontwikkeling. Wel ziet dit bestemmingsplan op de doelen van de omgevingsvisie die zich richten op bescherming. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het beschermen van ons natuurnetwerk, het in stand houden van ecologische verbindingszones en het beperken van risico's bij branden, rampen en crisis door het opnemen van regels vanuit het oogpunt van externe veiligheid. Ook het beschermen van erfgoed zoals historische radialen, historisch groen en historische stedenbouwkundige structuur vallen hieronder. Daarnaast draagt dit bestemmingsplan bij aan een goede gezondheid van inwoners en een veilige leefomgeving. Zo is een specifieke bestemming voor het groen in het plangebied opgenomen en wordt ruimte geboden voor het realiseren van voet- en fietspaden en het bouwen van sport- en spelvoorzieningen in het openbare gebied. Daarnaast is in het bestemmingsplan een regeling opgenomen voor waterberging wanneer zich ontwikkelingen voordoen. Dit draagt bij aan een beter functionerend watersysteem. In de omgevingsvisie is ook aangegeven dat de gemeente ruimte biedt aan de buurteconomie, vastgesteld Woensel-Noord 2021 Gemeente Eindhoven
27
deeleconomie en andere initiatieven die bijdragen aan de levendigheid van wijken. Denk aan kleine bedrijfjes aan huis en ruimte voor creatief ondernemerschap. In dit bestemmingsplan zijn regels opgenomen waarbinnen beroep en bedrijf aan huis is toegestaan. Dit draagt bij aan de verbetering van de economische structuur en de levendigheid in de wijken. Het bestemmingsplan is dus in lijn met de uitgangspunten van de omgevingsvisie.
3.4.2
Interimstructuurvisie 2009
In december 2009 is de Interimstructuurvisie 2009 door de gemeenteraad vastgesteld. Met de Interimstructuurvisie 2009 geeft de gemeenteraad invulling aan de ambitie om Eindhoven door te ontwikkelen in zijn kwalitatief hoogwaardige combinatie van wonen, werken en groen. De nadruk ligt daarbij ook op leefbaarheid en bereikbaarheid. Als kerngemeente van Brainport Zuidoost Brabant stuurt Eindhoven aan op het bieden van ruimte aan een krachtige ontwikkeling van deze economische kernzone, een hoge kwaliteit van de leefomgeving en aandacht voor sociale betrokkenheid en ondernemend burgerschap tot op buurtniveau. Op deze wijze geeft de raad invulling aan het begrip duurzame ruimtelijke kwaliteit. 3.4.2.1 Ruimtelijke hoofdstructuur De Interimstructuurvisie is het resultaat van de integratie van de ruimtelijk relevante raadsprogramma's die tot medio 2009 zijn vastgesteld. Dit is onder andere verbeeld in een kaart die inzicht biedt in de ontwikkelingen ten opzichte van de ruimtelijke hoofdstructuur. Met andere woorden de kaart geeft de ontwikkelingen aan binnen de hoofdstructuur.
Figuur: Ruimtelijke hoofdstructuur Interimstructuurvisie Eindhoven 3.4.2.2 Gebruik van de ruimte De Interimstructuurvisie is het resultaat van de integratie van de ruimtelijk relevante raadsprogramma's die tot medio 2009 zijn vastgesteld. Dit is onder andere verbeeld in een kaart die inzicht biedt in de verdeling van het actuele en gewenste grondgebruik.
28
vastgesteld Woensel-Noord 2021 Gemeente Eindhoven
Figuur: Gebruik van de ruimte Interimstructuurvisie Eindhoven
Onderhavig plangebied is op de kaart 'Gebruik van de ruimte' uit de Interimstructuurvisie hoofdzakelijk aangeduid als 'Wonen'. Het Henri Dunantpark is aangeduid als 'gebruiksgroen'. Voorts is Bedrijventerrein De Tempel aangeduid als 'Werken'. Winkelcentrum Woensel XL is tot slot aangeduid als 'Centrumvoorzieningen', in combinatie met 'Werken' en 'Wonen'. Gebruiksgroen Dit zijn groengebieden, veelal behorende tot de Groene Hoofdstructuur, waarin op voorwaarde van het behoud van de natuur- en landschapskwaliteiten uiteenlopende (groen)recreatieve functies kunnen zijn ondergebracht, zoals maneges, golfbanen, uitloopgebieden, parken en volkstuinen. Verder zijn de gronden bedoeld voor landbouw, kleinschalige aan het buitengebied gebonden bedrijven (inclusief kleinschalige horeca) en extensieve sportgebieden. Wonen Deze gronden zijn voornamelijk bedoeld voor wonen, inclusief alle afgeleide wijk- en buurtgerichte functies op het gebied van (middelbaar-/ basis-)onderwijs, zorg, opvang, cultuur, religieuze voorzieningen, ontspanning en vrije tijd, groen (o.a. buurt- en wijkparken, sportfaciliteiten en –velden, buurtontmoetingsruimten), detailhandel en werken (woonwerkcombinaties en kleine bedrijven met milieucategorie 1, 2 en gedeeltelijk 3). Deze functies zijn noodzakelijk voor het functioneren van een gebied als woongebied.
Zij vallen dus onder deze definitie en worden niet afzonderlijk in beeld gebracht, mede omdat hun ruimtebeslag relatief beperkt is. Werken Hieronder vallen werkgerelateerde functies: industrie, research en ontwikkeling, handel, kantoren, grootschalige en perifere detailhandel, transport, bouwnijverheid, dienstverlening. Tevens alle productieactiviteiten van kunst en design en ook alle voorzieningen die bij een functioneel en modern bedrijventerrein horen (o.a. parkmanagement). den zijn bedoeld voor Eindhoven Airport en vliegbasis Eindhoven, inclusief ondersteunende functies.
vastgesteld Woensel-Noord 2021 Gemeente Eindhoven
29
Centrumvoorzieningen Hierbij gaat het om goed bereikbare concentraties van centrumstedelijke voorzieningen op het gebied van detailhandel, horeca, dienstverlening, cultuur, welzijn en zorg.
3.5
Volkshuisvesting
In het onderhavige plangebied zijn geen concrete nieuwe ontwikkelingen voorzien. Indien zich nieuwe ontwikkelingen in het gebied voordoen op het gebied van wonen zal dit worden getoetst aan het volkshuisvestingsbeleid. 3.5.1
Regionaal beleid
Dit bestemmingsplan is conserverend van aard en maakt dan ook geen nieuwe woningen mogelijk. Evenwel wordt hierna ingegaan op de huidige regionale woningbouwafspraken. Het ruimtelijk verzorgingsgebied voor eventuele woningbouw binnen het plangebied betreft in beginsel gemeente Eindhoven. Hierbij wordt opgemerkt dat in de gehele regio Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE) de woningvraag groter is dan de totale harde plancapaciteit. Voor de behoefte aan woningen, zowel naar kwantiteit als naar kwaliteit, baseren we ons op het onderzoek "Marktmechanismen op de Eindhovense woningmarkt 2018" van Companen. De woningbehoefte voor Eindhoven is voor de periode 2019 t/m 2023 berekend op 15.000 woningen. Deze kwantitatieve behoefte van 15.000 woningen voor de periode 2019 t/m 2023 is ook opgenomen in de Woondeal. Op 7 maart 2019 hebben de minister van Binnenlandse Zaken (BZK), de provincie Noord-Brabant en het Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE) de Woondeal ondertekend. Met de ondertekening van de Woondeal zetten partijen zich in om de woonopgave in deze regio aan te pakken. De Woondeal helpt de gewenste versnelling van de woonopgave in Eindhoven en de andere acht gemeenten binnen het SGE te realiseren: meer woningen, op de juiste locatie en voor de goede doelgroep. De versnelling moet in de periode tot 2024 zo'n 27.000 woningen opleveren.
Dit komt in Eindhoven neer op een forse versnelling van de jaarlijkse woningbouwproductie naar ongeveer 3.000 woningen gemiddeld per jaar. De Woondeal gaat daarnaast ook over de werking van de woningmarkt (met name op het gebied van regelgeving), de plancapaciteit (de periode tot 2040) en integrale gebiedsontwikkeling in Eindhoven. De Woondeal is een eerste stap van een langjarig partnerschap met de betrokken partijen. Versnellen woningbouwproductie Het SGE heeft behoefte aan 27.000 woningen in de periode 2019 tot en met 2023. Deze behoefteraming geldt als richtinggevend bij de versnelling van de woningbouwproductie. De minister, de provincie en het SGE hebben hierover het volgende afgesproken in de Woondeal: a. Het zwaartepunt voor het realiseren van groen-stedelijke woonmilieus ligt - zoals vastgelegd in het Afsprakenkader Wonen SGE 2017 - in de negen prioritaire locaties: Aarle, Brandevoort, Blixembosch, Ekenrooi Zuid, Nuenen West, Meerhoven, Tongelrese Akkers, Waalre Noord en Zilverackers. De minister, de provincie en het SGE volgen de ontwikkeling van deze locaties als geheel op het gebied van aantallen en exploitatie. Het zwaartepunt voor het realiseren van centrum-stedelijke woonmilieus ligt in Eindhoven binnen de Ring. b. Onderzoek toont aan dat de woningbehoefte in Eindhoven de komende vijf jaar ca.
15.000 woningen bedraagt (als onderdeel van het totaal van 27.000 voor het SGE). Dit vraagt een forse versnelling van de jaarlijkse woningbouw-productie naar ca. 3.000 woningen 30
vastgesteld Woensel-Noord 2021 Gemeente Eindhoven
gemiddeld per jaar. c. De minister, de provincie en het SGE onderzoeken of de versnelling kan worden uitgevoerd binnen de bestaande mogelijkheden. Indien aanpassingen nodig zijn in bijvoorbeeld provinciale beleidskaders, regelgeving of instrumenten, dan spannen de provincie en het SGE zich gezamenlijk in om deze wijzigingen door te voeren. De minister spant zich in om, indien nodig, het toepassen van bestemmingsplannen met verbrede reikwijdte mogelijk te maken. Monitoren van de woningbouwplanning en -programmering De woningmarkt is per definitie - en zeker voor de middellange en langere termijn - omkleed met de nodige onzekerheden, samenhangend bijvoorbeeld met (veranderende) demografische, economische en sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen. Om hier goed op in te kunnen spelen wordt in 2019 door het SGE en de provincie een monitoringssysteem ingericht op basis waarvan jaarlijks afspraken worden gemaakt over de woningbouwplanning en -programmering in het SGE. De richtinggevende principes uit de Brabantse Agenda Wonen en de principes uit het Afsprakenkader Wonen 2017 zijn hierbij leidraad. Uitgangspunt is te voorzien in een realistisch, flexibel planaanbod op basis waarvan woningbouwlocaties versneld en vraaggericht worden ontwikkeld.
Doel van de monitoring is om steeds een actueel, gezamenlijk beeld te hebben van wat er speelt op de regionale woningmarkt, waar knelpunten zijn of dreigen en welke strategieën moeten worden ingezet om de voortgang van de woningbouwproductie te bevorderen. Afspraken in Woondeal over voldoende plancapaciteit Plancapaciteit Het SGE heeft de behoefte om tussen 2024 en 2040 tussen de 22.500 en 35.000 woningen te realiseren, waarvan voor Eindhoven tussen de 12.500 en 25.000. Om deze productie mogelijk te maken is ook hier bovenstaande formulering onder punt c. van toepassing. Ter onderbouwing gaat het SGE in 2020, in samenwerking met de provincie, de regionale woningbehoefte nader onderzoeken. De uitkomsten hiervan worden gebruikt voor een actualisatie van het woningbouwprogramma vanaf 2024, als onderdeel van het huidige Afsprakenkader 2017. Monitoren Op basis van het bovengenoemde monitoringssysteem bespreken de minister, Eindhoven, de provincie en het SGE jaarlijks de ontwikkeling van de feitelijke woningbouwproductie en de woningbehoefte, zowel kwantitatief als kwalitatief, evenals de (harde en zachte) plancapaciteit, met specifieke aandacht voor de betaalbaarheid. Indien nodig wordt op basis van deze monitoring extra inzet gepleegd.
3.5.2
Lokaal beleid
Woonvisie De Woonvisie is op 15 december 2015 vastgesteld. In de woonvisie gaat de gemeente in op haar ambities op het gebied van bouwen en wonen. Daarmee maken we de richting waarin we ons willen ontwikkelen duidelijk aan de stad, haar bewoners en alle partijen die een rol spelen in de verdere ontwikkeling van de stad. Ambitieuze stad Eindhoven groeit en dat creëert een nieuwe vraag naar wonen. Eindhoven wil verder verstedelijken. Onder stedelijkheid verstaan we een gemengde en gevarieerde omgeving waar vastgesteld Woensel-Noord 2021 Gemeente Eindhoven
31
mensen wonen, werken en elkaar ontmoeten. En een stad die tegelijk ook groen en gemoedelijk blijft. We staan voor de unieke kans om de stad als geheel, en het gebied binnen de Rondweg in het bijzonder, de komende jaren te laten groeien. We verwachten dat het inwonersaantal van Eindhoven de komende 10 jaar fors zal toenemen, harder dan de prognoses nu voorspellen. De bijzondere bevolkingsopbouw van Eindhoven (een relatief jonge bevolking) draagt daaraan bij. Die groei moet ook op het vlak van wonen gefaciliteerd worden. Tot 2030 willen we minstens twee derde van de extra woningcapaciteit binnen de Rondweg realiseren. Voor het gebied binnen de Rondweg staan met projecten als Strijp S, Stationsomgeving, NRE en Philips Lighting in deze periode al circa 5.000 nieuwe woningen in de planning. Daarnaast is de wens dat boven winkels wooneenheden worden gerealiseerd en kantoren worden omgebouwd tot woningen. Hierin is de markt aan zet. Eindhoven formuleert in deze Woonvisie geen concreet woningbouwprogramma, gegoten in cijfers en categorieën. Dat zou niet passen bij de rol van een gemeente anno 2015. We willen ruimte geven aan de markt om gewenste ontwikkelingen te realiseren. Zonder op voorhand aan te geven wat-waar-wanneer gebouwd moet worden. Dat doen we door gebruik te maken van een model voor de onderbouwing van de wenselijkheid van nieuwe initiatieven.
Daarin vragen we van initiatiefnemers (projectontwikkelaars, corporaties, gemeentelijke grondexploitaties) om in te gaan op een aantal punten zoals bijvoorbeeld het marktsegment, het woonmilieu en de periode van oplevering. Solidaire stad Wij willen dat Eindhoven een samenleving is, waarvan iedereen onderdeel is. De meeste inwoners kunnen zelfstandig hun plaats vinden in die samenleving, sommigen hebben een steuntje in de rug nodig. We zorgen dat er voor hen een vangnet is. We hebben oog voor mensen in lastige situaties: asielzoekers, daklozen, mensen in psychische nood en ex-gedetineerden. Door de decentralisatie in de zorg moeten meer mensen met een beperking een plek in de wijk vinden. De vergrijzing zet de komende jaren stevig door. Veel ouderen, met of zonder zorgvraag, zullen langer thuis blijven wonen. Het is belangrijk dat er voor al deze mensen een plek blijft op de woningmarkt. Concentratie in bepaalde wijken is ongewenst. De sociale woningvoorraad is onderdeel van de sociale basisinfrastructuur. In theorie is in Eindhoven de sociale woningvoorraad in balans met de doelgroep. Twee ontwikkelingen vragen echter om aandacht: de samenstelling van de sociale woningvoorraad en de positie van de 13.500 huishoudens met een middeninkomen. Met de inwerkingtreding van de nieuwe woningwet 2015 moeten woningcorporaties hun woningen 'passend toewijzen'.
Minimaal 80% van de vrijkomende sociale huurwoningen moet aan huishoudens met een laag inkomen worden toegewezen. Daarnaast is er ruimte om 10% van de woningen toe te wijzen aan huishoudens met een middeninkomen. De resterende 10% sociale huurwoningen mogen woningcorporaties vrij toewijzen, maar daarbij moeten zij wel voorrang geven aan mensen die door bijvoorbeeld fysieke of psychische beperkingen moeilijk aan voor hen passende huisvesting kunnen komen. Het aantal eenpersoons- en tweepersoonshuishoudens groeit. Dit betekent een grote uitdaging. Niet alleen in woonwensen maar ook in betaalbaarheid, want alleen wonen is relatief duur. We zetten in op transformatie en ander gebruik. Bij de transformatie van grotere kantoren, zorg- en onderwijsgebouwen kunnen (collectief) particulier opdrachtgeverschap en nieuwe woonconcepten een oplossing bieden. Ook het gebruik van eengezinswoningen door bijvoorbeeld twee eenpersoonshuishoudens, met name in het gebied buiten de Rondweg, behoort tot de mogelijkheden. Innovatieve stad We gaan partijen uitdagen om klantgeoriënteerd, sneller, goedkoper en duurzamer te produceren. En ook in de aanpak van de bestaande voorraad en in de transformatie van kantoren en zorggebouwen is er een grote behoefte aan vernieuwing en aan creatieve, 32
vastgesteld Woensel-Noord 2021 Gemeente Eindhoven
betaalbare oplossingen. Een andere ontwikkeling is het zogenaamde flexwonen. Tot voor kort kende de woningmarkt een vrij overzichtelijk aanbod: koop- of huurwoningen, zelfstandige of onzelfstandige woonruimten, grondgebonden woningen of appartementen. Maar de vraagkant is de afgelopen jaren sterk veranderd. Er komen steeds meer groepen die behoefte hebben aan tijdelijke woonruimte. Denk bijvoorbeeld aan studenten, expats, arbeidsmigranten, mensen die een echtscheiding achter de rug hebben, ex-gedetineerden en mensen die uit een opvangvoorziening komen. Deze mensen zijn op zoek naar goede tijdelijke huisvesting, met passende voorzieningen, die snel beschikbaar is en tegen een prijs die past bij hun budget. Dit flexwonen wordt een belangrijke nieuwe woonvorm in Eindhoven. Het biedt tevens kansen voor de transformatie van leegstaand vastgoed. Verder willen we in de koopsector dat inwoners zoveel mogelijk invloed hebben op hun eigen woning en woonomgeving, bijvoorbeeld door het stimuleren (collectief) particulier opdrachtgeverschap. En we willen dat zelf bouwen niet alleen bereikbaar is voor de huishoudens met een hoger inkomen. Ook in de huursector is er sinds de herziening van de Woningwet meer aandacht voor mede-eigendom en zelfbeheer, bijvoorbeeld via het model van wooncoöperaties. Wooncoöperaties zijn een soort tussenvorm van huur en koop.
Samen met de corporaties willen we de vraag naar deze eigendoms- en beheervorm en de mogelijkheden in Eindhoven onderzoeken.
3.5.3
Kamerverhuur en woningsplitsing
Op 12 juni 2018 heeft de gemeenteraad het paraplubestemmingsplan 'parkeren, kamerverhuur en woningsplitsing' vastgesteld. Tot het moment van inwerkingtreding van dit paraplubestemmingsplan, werd via de huisvestingsverordening voorkomen dat woningen zonder vergunning werden gesplitst, omgezet, onttrokken en samengevoegd. Hoewel kamerverhuur en woningsplitsing verschillend zijn en andere toetsingskaders kennen, hebben beiden wel een zelfde soort ruimtelijk effect op de omgeving en is het wenselijk om deze initiatieven soortgelijk te reguleren in bestemmingsplannen. Door de regeling in het paraplubestemmingsplan wordt kamerverhuur en woningsplitsing voortaan via één vergunning (omgevingsvergunning) geregeld. Deze regeling moet in opvolgende bestemmingsplannen zoals het onderhavige worden overgenomen om geldend te blijven voor het betreffende plangebied. Om die reden is de regeling uit dit paraplubestemmingsplan in dit bestemmingsplan overgenomen.
3.6
Archeologische en cultuurhistorische waarden
3.6.1
Archeologie
Nationaal beleid Het Verdrag van Valletta (Malta) verplicht de Europese overheden tot het beschermen van archeologisch erfgoed. Hierbij wordt als uitgangspunt gehanteerd dat archeologische waarden in situ bewaard moeten blijven. Dat wil zeggen, dat er naar gestreefd moet worden om de waarden op de locatie te behouden. Als dit niet mogelijk blijkt, bijvoorbeeld wanneer andere belangen zwaarder wegen, dan moeten de waarden worden opgegraven en daarmee ex situ worden behouden. Het Verdrag van Valletta is doorvertaald in de Monumentenwet 1988, zoals deze gewijzigd is in september 2007. Sinds deze wijziging van september 2007 is de gemeente het bevoegd gezag op het gebied van archeologie en cultuurhistorie. Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. De uitgangspunten uit het Verdrag van Valletta (Malta) blijven in de Erfgoedwet de basis van de omgang met archeologie. Gemeenten houden een belangrijke vastgesteld Woensel-Noord 2021 Gemeente Eindhoven
33
rol in het archeologische stelsel. In bestemmingsplannen en het toekomstig omgevingsplan houden ze rekening met (te verwachten) archeologische waarden door het stellen van regels. Het al dan niet stellen van regels ten aanzien van archeologie dient te rusten op voldoende informatie over de archeologische situatie. Deze informatie kan worden verkregen door gebiedsdekkende kaarten waarop de archeologische (te verwachten) waarden in de ondergrond zichtbaar zijn. Op basis hiervan kan archeologisch beleid worden ontwikkeld.
Gemeentelijk beleid De gemeente Eindhoven beschikt, als invulling van haar verantwoordelijkheid volgens de Erfgoedwet, over een eigen Archeologische verwachtingen- en waardenkaart. Met deze kaart wil de gemeente het ondergronds cultureel erfgoed van Eindhoven behouden door behoedzame ontwikkeling en beheer. De Archeologische verwachtingen- en waardenkaart (vastgesteld op 21 juni 2022) wordt beschouwd als een bureauonderzoek op gemeentelijk schaalniveau en geldt vanaf het moment van vaststelling als onderlegger voor nieuwe bestemmingsplannen en - na inwerkingtreding van de Omgevingswet - het omgevingsplan. Op de archeologische verwachtingen- en waardenkaart zijn de archeologische waarden en verwachtingswaarden binnen de gemeentegrenzen aangegeven door middel van categorieën (de categorieën 1 tot en met 8). Ter bescherming van de archeologische waarden worden de op dit bestemmingsplangebied van toepassing zijnde categorieën (met uitzondering van categorie 8) op de verbeelding van dit bestemmingsplan opgenomen als dubbelbestemming Waarde - Archeologie. Hieraan zijn per categorie regels gekoppeld. Deze regels geven aan wanneer archeologisch onderzoek verplicht is. (Bouw)werkzaamheden die binnen de in de regels vermelde oppervlakten én diepte vallen worden vrijgesteld van archeologisch onderzoek.
Hierdoor kunnen bij ruimtelijke ordeningsprocedures sneller beslissingen worden genomen en kan de archeologie in een vroeg stadium in het proces worden meegenomen. Archeologisch kader De van oorsprong hoger gelegen oude bouwlanden met een dik plaggendek, waaruit een groot deel van het gemeentelijk grondgebied bestond, blijken een goed geconserveerd bodemarchief te herbergen. Maar ook andere landschappelijke eenheden - zoals de nattere beekdalen en de flanken daarvan, de vennen of het 'restveen' - blijken vaak een waardevol archeologisch gegevensbestand te bevatten. Het gemeentelijk bodemarchief geeft blijk van een bewoningsgeschiedenis van duizenden jaren en herbergt archeologische resten daterend uit de (late) prehistorie, de Romeinse tijd, de vroege middeleeuwen, de late middeleeuwen en nieuwe tijd. Deze gegevens zijn van groot belang voor de reconstructie van het verleden, temeer omdat geschreven bronnen in Eindhoven nagenoeg ontbreken. Een bijzondere betekenis heeft de historische kern van Eindhoven, die als stad al in de loop van de late middeleeuwen een belangrijke regionale economische en bestuurlijke rol vervulde. Daarnaast kent de gemeente uit deze periode een aantal (verdwenen) hoeven, kasteeltjes, kerken, (water)molens en dergelijke die zowel archeologisch en cultuurlandschappelijk van hoge waarde zijn.
Archeologische waarnemingen binnen en ook buiten de van oorsprong laatmiddeleeuwse historische kernen bieden mogelijkheden om meer te weten te komen over de ontstaansgeschiedenis, ontwikkeling en bewoningsdynamiek tussen de plattelandsdorpen en de stad in wording en kunnen daarmee een verrijking vormen voor de lokale, regionale en landelijke geschiedenis. Daarnaast zijn in de gemeente resten van ondergronds militair 34
vastgesteld Woensel-Noord 2021 Gemeente Eindhoven
erfgoed te verwachten. In de Tweede Wereldoorlog lag hier bijvoorbeeld een militair vliegveld ('Fliegerhorst Eindhoven') en het grondgebied van de gemeente maakte deel uit van het operatieterrein 'Market Garden' van het geallieerde bevrijdingsleger. Toetsing archeologische situatie Binnen de grenzen van het (bestemmings)plangebied bevinden zich op de archeologische verwachtingen- en waardenkaart verschillende categorieën met archeologische (verwachtings)waarden. Deze categorieën zijn in de hieronder staande tabel opgenomen. Vanuit beleidsmatig oogpunt is per categorie aangegeven wat voor een archeologische onderzoeksplicht hieraan gekoppeld is. Is de oppervlakte én diepte van de bodemverstorende activiteiten ten behoeve van een planontwikkeling groter dan de ondergrens, dan is een archeologisch (voor)onderzoek verplicht. De gemeentelijk adviseur archeologie kan aangeven welke vorm van archeologisch (voor)onderzoek noodzakelijk is voor de aanvraag. Is de oppervlakte óf diepte van de bodemverstorende activiteiten ten behoeve van een planontwikkeling kleiner dan de ondergrens, dan is een archeologisch (voor)onderzoek niet verplicht.
Ontwerp bestemmingsplan "Woensel-Noord 2021". De bestemmingsplangrens aangegeven door een zwarte lijn met stippen geprojecteerd op een uitsnede van de archeologische verwachtingen- en waardenkaart.
vastgesteld Woensel-Noord 2021 Gemeente Eindhoven
35
De verwachting en bijbehorende oppervlakte- en dieptegrens voor de binnen het (bestemmings)plangebied voorkomende beleidscategorieën (Berkvens/Arts 2022). De categorieën zijn op de verbeelding en de regels van het bestemmingsplan opgenomen als dubbelbestemming 'Waarde Archeologie 3' (gebieden van categorie 3), 'Waarde - Archeologie 4' (gebieden van categorie 4), 'Waarde - Archeologie 5' (gebieden van categorie 5), 'Waarde Archeologie 6' (gebieden van categorie 6 en 'Waarde - Archeologie 7' (gebieden van categorie 7). Meldingsplicht toevalsvondsten Ook gebieden waarvoor geen dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' (categorie 8) is opgenomen, of die op basis van archeologische (voor)onderzoeken worden vrijgegeven is niet geheel uit te sluiten dat er alsnog archeologische resten kunnen worden aangetroffen. De wettelijke meldingsplicht voor archeologische toevalsvondsten geldt altijd (art. 5.10 Erfgoedwet 2016). Mochten tijdens grondwerkzaamheden (vermoedelijke) archeologische resten (vondsten, muurwerk, grondsporen et cetera) worden aangetroffen, dan dienen deze direct gemeld te worden aan de Minister van OCW en bij de (afdeling Omgevingskwaliteit) gemeente Eindhoven. Vervolgens zal bepaald worden of, en zo ja welke, aanvullende maatregelen getroffen dienen te worden.
3.6.2
Cultuurhistorie
Op 18 maart 2008 is de cultuurhistorische waardenkaart van Eindhoven vastgesteld. De kaart dient als beleidskader om bij ruimtelijke ontwikkelingen in de stad rekening te kunnen houden met de cultuurhistorie van Eindhoven. De kaart geeft, naast rijks- en gemeentelijke monumenten een overzicht van de historische structuur van wegen en waterlopen, historisch waardevolle stedenbouwkundige en landschappelijke- en groenstructuren, beschermde stadsen dorpsgezichten en monumentale bomen. Bij de samenstelling van de kaart is onder andere gebruik gemaakt van de gegevens van de provinciale cultuurhistorische waardenkaart.
36
vastgesteld Woensel-Noord 2021 Gemeente Eindhoven
Uitsnede Cultuurhistorische waardenkaart Historische stedenbouw/Gebouwd erfgoed Nationaal wederopbouwgebied 't Hool In 2016 is de wijk 't Hool, die al sinds 2008 op de CHW kaart staat als waardevolle structuur, door de minister genoemd als een wederopbouwgebied van nationaal belang (in totaal 30 in Nederland). De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed heeft daarom een cultuurhistorische rapportage opgesteld, die als bijlage 1 is gevoegd bij deze toelichting. Qua waardering is dit hetzelfde als een rijksbeschermd stadsgezicht, reden waarom ter plaatse is voorzien in de dubbelbestemming 'Waarde - Beschermd stadsgezicht'. Hierdoor is voorzien in het behoud, het herstel en het bevorderen van de cultuurhistorische en ruimtelijke waarden van het aangewezen gebied en de bebouwing daarin. Het groen in de wijk 't Hool is eigendom van Stichting Gemeenschappelijke Voorzieningen 't Hool, een belangrijk ontwerppunt van deze wijk. Winkelcentrum Woensel Winkelcentrum Woensel vormt op de gemeentelijke CHW één gebied met 't Hool als waardevolle structuur, maar is geen onderdeel van het aangewezen nationaal wederopbouwgebied. Teneinde de cultuurhistorische en ruimtelijke waarden van het aangewezen gebied en de bebouwing daarin te behouden, herstellen en bevorderen is hier voorzien in de dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie - 1'.
Aan de weg gerelateerde bebouwing langs de Kennedylaan De groene parkways met flankerende bebouwing van aanzienlijke bouwhoogte zijn typerend voor de late wederopbouw (na 1960) in Eindhoven. Karakteristiek is de relatie tussen de infrastructuur en de vrije ligging van de repeterende hoge gebouwen in het groen. De daar geldende hoofdbestemmingen 'Wonen' en 'Groen' voorzien in voldoende mate in de bescherming van de hierboven beschreven karakteristiek van deze bebouwing. Voor de gebouwen geldt een maximale bouwhoogte en op de verbeelding zijn de bouwvlakken aangegeven. Op basis van een nadere cultuurhistorische analyse is ook de architectuur van vastgesteld Woensel-Noord 2021 Gemeente Eindhoven
37
de bebouwing langs de Kennedylaan onderzocht. Uit deze analyse (zie bijlage 2) komt naar voren dat de gebouwen zich kenmerken door een over het algemeen eenvoudige maar verzorgde architectuur, typerend voor de bouwperiode. De flats aan de Kruisakker 18 t/m 88, Maalakker 18 t/m 88, Korfakker 18 t/m 88 en Heeghtakker 18 t/m 88 (westzijde van de Kennedylaan tussen Bisschop Bekkerslaan en Sterrenlaan) zijn in het bijzonder fraai vormgegeven. Het betreft een interessant ontwerp, dat zich kenmerkt door opvallende architectuur met wisselende balkonplaatsing, gedeeltelijk uitstekend buiten de gevels. Het levert een verzorgd geheel op met een verfijnde plasticiteit van de gevels en een levendig spel van de betonbanden als afwisseling en contrast met de baksteen. Deze panden hebben een aanduiding 'karakteristiek' gekregen op de verbeelding. Aan deze aanduiding is een sloopvergunningsstelsel gekoppeld. Historisch stedenbouwkundige structuur: voormalig gehucht Vlokhoven De oude kern Vlokhoven is nog een fysieke verwijzing naar de pre-stedelijke situatie in dit stadsdeel, namelijk toen Vlokhoven nog een afzonderlijk gehucht was in de gemeente Woensel. Het oude Woenselse lint strekte zich van zuid naar noord over de gehele gemeente uit. Aan de lint ontstonden kleine gehuchten als eilanden in het landschap.
Vanaf 1900/20 groeide de dorpen langs het lint langzaam aan elkaar en na de oorlog werd het overgrote deel van het lint en de gehuchten opgeofferd voor nieuwe woonwijken. De kern Vlokhoven en de historische radiaal zijn echter voor een deel behouden en hebben hun organisch gegroeide karakter behouden. Op basis van een cultuurhistorische analyse (zie bijlage 3) zijn de kenmerken en kwaliteiten van de kern Vlokhoven en het lint nader inzichtelijk gemaakt. Het historische karakter kenmerkt zich door een lintbebouwing van deels aaneengesloten, deels vrijstaande woningen, bestaande uit een- of twee lagen met kap. De verstedelijking heeft hier, ook na de Tweede Wereldoorlog, niet geleid tot schaalvergroting. Teneinde de cultuurhistorische en ruimtelijke waarden van het aangewezen gebied en de bebouwing daarin te behouden, herstellen en bevorderen is hier voorzien in de dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie - 1'. Daarnaast bevindt zich in de kern Vlokhoven en langs het historische lint een aantal gebouwen die de cultuurhistorische kenmerken borgen in maat en positionering, maar ook in hun vormgeving, architectuur en gaafheid (goed geconserveerd) onderscheiden ze zich en zijn ze van waarde.
Het gaat om de volgende panden: Jericholaan 10-12 (als boerderij markeert dit pand de oorspronkelijke structuur) Vlokhovenseweg 4-34 (beeldbepalend ensemble van rijwoningen uit de jaren '30) Vlokhovenseweg 41 (schoolgebouw uit de jaren '30, ensemble met kerk, aangewezen als gemeentelijk monument) Vlokhovenseweg 73-75 Deze panden hebben een aanduiding 'karakteristiek' gekregen op de verbeelding. Aan deze aanduiding is een sloopvergunningsstelsel gekoppeld. Historisch landschap Algemeen Op de Cultuurhistorische Waardenkaart van de gemeente uit 2008 zijn landschappelijke/groene waarden van het historisch landschap (historische wegenstructuren, waterlopen en waterwegen, historisch landschap en groenstructuren) in kaart gebracht. In 2018-2019 is in opdracht van de gemeente Eindhoven een cultuurhistorisch onderzoek uitgevoerd door RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V. Dit onderzoek had als doel de gemeentelijke Cultuurhistorische Waardenkaart wat betreft het onderdeel historisch 38
vastgesteld Woensel-Noord 2021 Gemeente Eindhoven
landschap nader te onderbouwen en waar nodig aan te vullen. Door middel van een cultuurhistorische inventarisatie en waardering is met dit onderzoek het stedelijk gebied van Eindhoven, waaronder het onderhavig plangebied, gedetailleerd in beeld gebracht. In 2019 zijn de resultaten van dit onderzoek gepubliceerd in het rapport 'Het landschap onder de stad' (Bijlage 2 t/m 5). De 'RAAPkaarten' zijn verwerkt in de nieuwe cultuurhistorische waardenkaart, die met de Erfgoedverordening door de raad op 29 november 2022 is vastgesteld. Het rapport geeft de landschappelijke diversiteit weer binnen de landschappen zoals deze zich tussen omstreeks 1840 en het moment van verstedelijking en deels ook al daarvoor manifesteerden. De kaartbijlagen bij het rapport geven een overzicht van de 'afgedekte cultuurlandschappen (landschapstypen)' met de nog bestaande en verdwenen landschapselementen (Kenmerkenkaart, Bijlage 3), de mate van herkenbaarheid van het prestedelijk landschap in de afzonderlijke deelgebieden (Herkenbaarheid prestedelijk landschap, Bijlage 4) en de waarde van nog bestaande prestedelijke landschapselementen (Waarderingskaart landschapselementen, Bijlage 5). Tot ver in de 20e eeuw breidde Eindhoven zich vooral uit over de oude akkers van Woensel, Strijp, Stratum, Tongelre en Gestel.
Alhoewel deze ontwikkelingen veel van het vroegere landelijke karakter van het gebied hebben uitgewist, is er zeker nog het nodige in het stedelijk gebied te herkennen dat voortkomt uit de oude structuur van het platteland, het vroegere agrarisch cultuurlandschap, het prestedelijk landschap. Het kan daarbij gaan om grotere structuren, zoals groene gebieden, maar ook om kleine verwijzingen als het verloop van een rooilijn, een oude boom of een wegtracé. De mate waarin dit prestedelijk landschap nog herkenbaar is, hangt mede af van de stedenbouwkundige ontwikkelingswijze van de stad. Met name in de wederopbouwperiode is veel van het bestaande landschap als een tabula rasa overschreven, terwijl vóór de Tweede Wereldoorlog en na 1975/1980 er meer aandacht bestond voor verwijzingen naar de vroegere situatie. Zelfs wanneer een gebied door stedelijke ontwikkeling sterk gewijzigd is, zijn er nog verwijzingen naar het vroegere agrarisch cultuurlandschap te vinden. Algemene karakteristiek plangebied Het cultuurlandschap van Woensel was in belangrijke mate georiënteerd op het Dommeldal, dat van zuidwest naar noordoost verloopt. Parallel aan het beekdal lag een langgerekte dekzandrug, die verder zuidelijk doorliep in het dorpsgebied van Strijp en verder noordelijk in de gemeente Son en Breugel. Het landschap bestond uit een fraaie gradiënt van oost naar west.
In het oosten lag het beekdal van de Dommel, nu grotendeels nog steeds buitengebied. Een (gegraven?) zijtak daarvan was de Doode Gracht, (Oude Gracht). Het dal van de Doode Gracht bestond uit een watergang die met het dal meeboog, en korte strookvormige kavels die daar haaks opstonden. In de 19e eeuw was een aanzienlijk aantal van de strookkavels, die overigens allemaal door randbeplanting (elzen?) werden begrensd, als (hakhout)bos in gebruik. Westelijk van het beekdal begon de hoger gelegen open akker van Woensel, in feite een samensmelting van vermoedelijk oorspronkelijk veel kleinere akkercomplexen. Aansluitend ging het landschap nog in de vroege 20e eeuw over in de Woenselse Heide, waar het vee werd geweid en waar strooisel en plaggen werden gewonnen. Met name langs de dekzandrug, aan de zijde van de heide, lag een groot aantal gehuchten, waaronder binnen het plangebied Voor Vlokhoven en Achter Vlokhoven. Deze gehuchten lagen steeds op de plekken waar smalle dalen door de dekzandrug sneden om in het Dommeldal uit te monden. Het akkercomplex moet tot ver in de 19e eeuw een uitgesproken vastgesteld Woensel-Noord 2021 Gemeente Eindhoven
39
open karakter hebben gehad, waarvan de oorsprong al in de late middeleeuwen ligt. Rond de gehuchten lagen kleine, door beplanting omgeven akkertjes en weiden voor het verbouwen van tuinbouwgewassen, het houden van kleinvee etc. Dicht bij deze zone met nederzettingen en daaraan verbonden perceeltjes lagen ook de eerste systematische heideontginningen, waarvan de vroegste uit de late 18e of vroege 19e eeuw zullen dateren.
Het plangebied op een uitsnede uit RAAP-kaartbijlage 1. Prestedelijke kenmerkenkaart. Voor de legenda zie de betreffende bijlage bij het bestemmingplan.
De verstedelijking van het landschap Bij zowel de dorpen als de gehuchten werd agrarische bebouwing geleidelijk aangevuld met of vervangen door burger- en arbeiderswoningen. In de 19e en vroege 20e eeuw ging het daarbij nog om een relatief beperkt aantal gebouwen, maar zeker na 1920 werden complete woonblokken neergezet, vooral langs de oude linten. Woensel verstedelijkte in hoge mate, waarbij slechts enkele panden en structuren bewaard bleven die herinneren aan het agrarisch verleden of de dorpsontwikkeling van vóór 1900. Karakteristiek voor de vroege uitbreidingen is de inpassing van bestaande landschappelijke structuren, zoals wegen, en het voortbouwen op de bestaande verkaveling van het landschap. Waar de stijl minder aansloot op de bestaande verkaveling, werd veelal wel binnen bestaande landschappelijke eenheden, zoals een afzonderlijk akkercomplex, gebouwd. Met name na 1960 ging men met de aanwezige structuren heel anders om dan daarvoor. Een nieuw rationeel plan overschreef de oude structuur, en inpassing kwam slechts heel beperkt voor. De verst gelegen delen van Woensel bleven nog relatief lang landelijk, maar de keuze van Eindhoven om juist in Woensel na 1960 grootschalig uit te breiden zorgde voor een rap verdwijnen van het prestedelijke karakter van Woensel. Van de oude akkers van Woensel aan weerszijden van de huidige John F.
Kennedylaan is daardoor helemaal niets meer te herkennen. In Woensel ten noorden van de Europalaan is het bestaande landschap grotendeels onherkenbaar is overschreven. Van de oude wegen- en padenstructuur door bijvoorbeeld de akkers van Woensel of over de Woenselse Heide, waar de wijken in de tweede helft van de vorige eeuw ontwikkeld zijn, is vrijwel niets ingepast.
40
vastgesteld Woensel-Noord 2021 Gemeente Eindhoven
Een uitzondering daarop wordt gevormd door het lint Frankrijkstraat - Tonnaerstraat Woenselsestraat - Vlokhovenseweg (-Jericholaan), dat fragmentarisch en met verlies van veel van de oude bebouwing uiteindelijk in de nieuwe structuur werd ingepast. Het lint bleef tussen de nieuwe wijken deels bewaard. In andere gevallen is de infrastructuur verdwenen, maar zijn losse bewaard gebleven boerderijen aan de nieuwe of sterk aangepaste infrastructuur aangetakt, zoals de boerderij met erf aan de Jericholaan 10-12. Het lint is nog aanwezig ter plaatse van de Frankrijkstraat -Tonnaerstraat, dan een onderbreking, vervolgens de Woenselsestraat tot aan de Veldmaarschalk Montgomerylaan en vervolgens opnieuw een onderbreking, waarna de weg binnen het plangebied weer verder gaat als Vlokhovenseweg tot vlak voorbij de kerk. Daar liep de weg eerst verder langs de westelijke parallelweg langs de Vlokhovenseweg, en vervolgens schuin door richting Jericholaan, waar Jericholaan 10-12 nog aan dit oude tracé herinnert. Beschrijving Historisch Landschappelijke waarden Herkenbaarheid prestedelijke landschapstypen (gebieden) Binnen het plangebied hebben enkele gebieden een middel of hoge herkenbaarheid van het prestedelijk landschap (landschapstype).
Dit betreft een deel van het historisch lint van Vlokhoven, een deel van een historisch gehucht aan de Jericholaan 10-12, het dal van de Oude Gracht en een deel van het Dommeldal.
Het plangebied op een uitsnede uit RAAP-kaartbijlage 2. Herkenbaarheid prestedelijk landschap. Donker paars = hoge herkenbaarheid; midden paars = middel herkenbaarheid; licht paars = lage herkenbaarheid. De midden en donker paarse gebieden zijn in dit bestemmingsplan voorzien van de dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie - 2'.
Kampontginningen met plaatselijk essen (akkers en kampen) Van de oude akkers van Woensel aan weerszijden van de huidige John F. Kennedylaan is vastgesteld Woensel-Noord 2021 Gemeente Eindhoven
41
helemaal niets meer te herkennen. Een van de kenmerken van kampontginningen die vaak beter bewaard zijn gebleven is daarbij behorende infrastructuur. Zo heeft het lint langs de Vlok hovenseweg door de oriëntatie nog deels een middel herkenbaarheid als kampontginning (uitsnede RAAP-kaartbijlage 2: midden paars). Nederzettingen Van het historisch gehucht Vlokhoven heeft een deel van het historisch lint, met huizenblok dat nog in de oude verkaveling ligt, een middel herkenbaarheid als nederzetting (uitsnede RAAP-bijlage 2: gerasterd midden paars). De boerderij met directe omgeving aan de Jericholaan 10-12 heeft een hoge herkenbaarheid als deel van een historisch gehucht. De historische infrastructuur is verdwenen, maar de losse bewaard gebleven boerderij is als geïsoleerd bouwkundig relict aan de nieuwe infrastructuur aan getakt (uitsnede RAAP-kaartbijlage 2: gerasterd donkerpaars).
Uitsnede uit RAAP-kaartbijlage 2. Herkenbaarheid prestedelijk landschap: Vlok hoven en Jericholaan 10-12.
Beekdalen Een onderdeel van de parkenzone langs de Dommel heeft een hoge herkenbaarheid als landschapstype beekdalen en broeken (beekdal met strookvormige verkaveling) (uitsnede RAAP-kaartbijlage 2: donkerpaars). Het beekdal van de Oude Gracht heeft een middel herkenbaarheid als landschapstype beekdalen en broeken (beekdal met strookvormige verkaveling). Alhoewel het gebied is veranderd in een wijkpark en er sprake is van een sterk verbrede waterpartij is de oorsprong als dal met beekloop nog voorstelbaar (uitsnede RAAP-kaartbijlage 2: midden paars).
42
vastgesteld Woensel-Noord 2021 Gemeente Eindhoven
Uitsnede uit RAAP-kaartbijlage 2. Herkenbaarheid prestedelijk landschap: Dommeldal en Oude Gracht. Waardevolle historische landschapselementen Binnen het plangebied is een aantal historische landschapselementen bewaard gebleven. Dat betreft wegen en paden, watergangen, opgaand groen en funerair erfgoed. Een deel van de infrastructuur en het opgaand groen is hoog of zeer hoog gewaardeerd. Op onderstaande Uitsnede uit RAAP-kaartbijlage 3. Waarderingskaart landschapselementen zijn deze elementen te zien. De rode structuren zijn zeer hoog gewaardeerd en de oranje structuren zijn hoog gewaardeerd. De onderbroken lijnen geven opgaand groen aan (bomenrijen) en de doorgetrokken lijnen infrastructuur. Deze hoog gewaardeerde bomenrijen vinden we onder andere nog in het Henri Dunantpark. Ze vormden een structurerend element langs bijna allemaal verdwenen wegen. Alleen in het zuidoosten van het park is een deel van een historisch pad (aangelegd tussen 1832 en 1953) bewaard gebleven. Dit pad is midden gewaardeerd. De bomenrijen en het pad zijn als prestedelijke elementen bewaard gebleven bij de aanleg van het park in een latere fase. Het Henri Dunantpark heeft overigens ook als park een cultuurhistorische waarde en krijgt daarom als geheel een dubbelbestemming 'Waarde-Cultuurhistorie - 2' (zie verder hieronder bij Henri Dunantpark).
Henri Dunantpark Het Henri Dunantpark vormt ruimtelijk gezien een belangrijke groene schakel tussen de groenstructuren van de omliggende wijken, in het bijzonder de groene opzet van 't Hool, en het vastgesteld Woensel-Noord 2021 Gemeente Eindhoven
43
buitengebied. Als 'stadspark' voor Woensel had het bovendien een belangrijke functie als 'ontspanningsgroen' voor een grote groep bewoners. Begin jaren '70 werd het park door hoofdontwerper Ramp getekend en in het ontwerp wordt zowel rekening gehouden met een duidelijke hoofd-groenstructuur in aansluiting op de omgeving als de meer gedetailleerde aanleg, waarin ruimte werd gegeven aan een bepaalde mate van flexibiliteit, als antwoord op de groeiende rol van maatschappelijk verzet en betrokkenheid bij de ruimtelijke inrichting van de stad. Ook tekende zich een duidelijk verschil af met de groen-ontwerpen uit de wederopbouw (o.a. van Frans Fontaine), gekenmerkt door een open parkaanleg. Ramp koos juist voor een meer besloten park, wat onder meer blijkt uit de forse beplantingszone waarmee het park omzoomd is. Enerzijds ervaart de bezoeker zich zo 'los van de bebouwing en in de natuur'. Het zicht op de flats in de omgeving benadrukt dan wel weer dat het om een stadspark gaat. Ook in de huidige inrichting zijn de ontwerpprincipes van Ramp duidelijk zichtbaar en nog altijd functioneert het park als belangrijke groene ruimte in het stadsdeel Woensel. Om de aanwezige cultuurhistorische waardevolle groeninrichting te beschermen is er in het bestemmingsplan een dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie 2' opgenomen.
Uitsnede uit RAAP-kaartbijlage 3. Waarderingskaart landschapselementen (plangebied = blauw omlijnd). De rode en oranje structuren zijn waardevol en zijn in dit bestemmingsplan voorzien van de dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie - 2'. Regeling in het bestemmingsplan Om de aanwezige cultuurhistorisch landschappelijk waardevolle gebieden en elementen te beschermen is er in het bestemmingsplan een dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie 2' opgenomen. Deze dubbelbestemming geldt voor de gebieden die een middel of hoge herkenbaarheid hebben en voor de landschapselementen die een hoge of zeer hoge waarde hebben. Naast wat in de hoofdbestemming is geregeld zijn hier ook regels met betrekking tot cultuurhistorie van toepassing. Daarnaast is een aantal werken en werkzaamheden in de dubbelbestemming opgenomen dat niet zonder omgevingsvergunning mag worden uitgevoerd. 44
vastgesteld Woensel-Noord 2021 Gemeente Eindhoven
De betreffende landschapselementen die binnen een gebied met dubbelbestemming 'Waarde Cultuurhistorie - 2' liggen, zijn niet apart op de verbeelding aangegeven, omdat die bestemming al op het gehele gebied ligt en daarmee ook op de elementen. De elementen die niet binnen een gebied met dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie 2' liggen zijn wel apart op de verbeelding aangegeven.
3.7
Verkeer en parkeren
De mobiliteitsvisie 'Eindhoven op Weg' is in 2013 door de gemeenteraad vastgesteld. Hierin is het verkeersbeleid voor de komende decennia (planhorizon 2040) vastgelegd. Deze visie vormt het bestuurlijke beleidskader voor alle verkeers- en mobiliteitsopgaven. In de volgende paragrafen zijn de essentiële elementen voor het plangebied beschreven. Autoverkeer De wegencategorisering is in Eindhoven op Weg geactualiseerd. Er is een nieuwe tussencategorie opgenomen ten opzichte van de vorige wegencategorisering: de zogenaamde 'wijk- en buurtontsluitingsweg'.
Uitsnede kaart 'Eindhoven op weg', Regio en Randweg / Automobilist In het plangebied zijn de volgende routes als wijk- en buurtontsluitingsweg aangewezen: Antwerpenlaan - Turnhoutlaan - Bruggelaan, Henegouwenlaan - Brussellaan, Florencelaan De Stoutheuvel - Tarwelaan - Suikerpeerstraat - Mercuriuslaan, Airbornelaan, Anconalaan Italiëlaan - Vaartbroek - Peterselieweg - Kosmoslaan. Hier geldt een snelheidsregime van 30 of 50 km/uur. Vaak maken deze 'wijk- en buurtontsluitingswegen deel uit van busroutes of primaire dan wel secondaire routes voor hulpdiensten. Dat legt beperkingen op met betrekking tot het aantal en de vorm van snelheidsremmende voorzieningen.
vastgesteld Woensel-Noord 2021 Gemeente Eindhoven
45
De Hondsruglaan, Tempellaan, Huizingalaan, Winston Churchilllaan, Rode Kruislaan, Roelantlaan, Bisschop Bekkerslaan, Genovevalaan en de Franklin D. Rooseveltlaan zijn aangewezen als gebiedsontsluitingsweg. Hier wordt het verkeer gebundeld en is sprake van een snelheidsregime van 50 of 70 km/uur. De John F. Kennedylaan is voorts aangewezen als stroomweg. Stroomwegen zijn de auto(snel)wegen met gescheiden rijbanen en ongelijkvloerse aansluitingen met verschillende snelheidsregimes van 50 tot 120 km/uur (buiten de kom). Alle overige wegen in het plangebied zijn erftoegangswegen met een snelheidsregime van 30 km/uur. Fietsverkeer De gemeente Eindhoven wil het gebruik van de fiets stimuleren. In de mobiliteitsvisie 'Eindhoven op Weg' is een fietsnetwerk opgenomen dat bestaat drie soorten fietsroutes. In volgorde van belangrijkheid; snelfietsroutes, primaire fietsroutes en secundaire fietsroutes. Deze fietsroutes zijn weergegeven in onderstaande afbeelding
Uitsnede kaart 'Eindhoven op weg', Regio en Randweg / Fietser De snelfietsroutes in het plangebied worden gevormd door: Blauw (onderdeel van route Best - Geldrop): Genovevalaan - Rode Kruislaan; Bruin (onderdeel van route Veldhoven - Nuenen): Mercuriuslaan - Suikerpeerstraat Stoutheuvel - Florencelaan - Heerenweg; Rood (Slowlane): Dommelpad - Kosmoslaan. De snelfietsroutes zijn van het hoogste kwaliteitsniveau. Op een snelfietsroute moet een fietser in principe non-stop, comfortabel en veilig kunnen fietsen. Het zijn brede, vrijliggende asfaltfietspaden met goede verlichting en in principe voorrang op kruisend verkeer. Langs de noordelijke en zuidelijke grenzen van het plangebied lopen voorts primaire fietsroutes (Hondsruglaan - Tempellaan - Eindhovenseweg en Winston Churchilllaan Sterrenlaan). De primaire fietsroutes zijn ook van een hoog kwaliteitsniveau. De kenmerken 46
vastgesteld Woensel-Noord 2021 Gemeente Eindhoven
komen overeen met die van snelfietsroutes, maar het ambitieniveau om deze kenmerken te realiseren is iets lager. Daarnaast is een groot aantal secundaire fietsroutes aanwezig in het plangebied. Dat zijn de dunne gestippelde lijnen in voorgaande afbeelding. Secundaire fietsroutes hebben geen specifieke inrichtingseisen, maar worden wel gekenmerkt door een of andere vorm van fietsvoorzieningen. Dat kunnen vrijliggende of aanliggende fietspaden zijn, maar ook fietsstroken of fietssuggestiestroken. Openbaar vervoer Eindhoven op Weg gaat uit van twee netwerken voor het openbaar vervoer: een Hoogwaardig Openbaar Vervoer netwerk (HOV-netwerk) en een netwerk van ontsluitende buslijnen.
Uitsnede kaart 'Eindhoven op weg', Regio en Randweg / (H)OV reiziger Langs de westelijke en zuidelijke plangrens lopen HOV-tracés die onderdeel uitmaken van het regionaal HOV-netwerk Eindhoven centrum-WC Woensel-Son en Breugel-Uden-Oss. Winkelcentrum Woensel is in dat kader aangeduid als 'place to be'. Autoparkeren De ruimte in de stad is beperkt en kostbaar. De gemeente moet dan ook de schaarse ruimte efficiënt gebruiken. Daarom worden bij een bouwplan eisen aan het aantal te realiseren parkeerplaatsen gesteld. Uitgangspunt daarbij is dat deze op eigen terrein worden gerealiseerd. Bij besluit van 17 mei 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders de Nota Parkeernormen 2016 vastgesteld. Deze nota is inmiddels geactualiseerd met de komst van de Actualisatie Nota Parkeernormen 2019. De Actualisatie Nota Parkeernormen 2019 is vanaf 4 oktober 2019 van kracht en past in de ontwikkeling naar een groenere, bereikbare en duurzame stad. Eindhoven heeft te maken met een grote verdichtingsopgave en tegelijk moeten het centrum van Eindhoven goed bereikbaar blijven. Er is straks minder plaats voor autoverkeer en parkeren in en om het autoluwe centrum. Daarom streeft gemeente Eindhoven nu naar het aanleggen van zo min mogelijk nieuwe parkeerplaatsen en wordt zoveel mogelijk ingezet op duurzame alternatieve vervoerswijzen: lopen, fietsen en openbaar vervoer.
vastgesteld Woensel-Noord 2021 Gemeente Eindhoven
47
In de nota is dat uitgewerkt in de zogenaamde verplichte "HOV-reductie" (minder parkeerplaatsen bij stations en Hoogwaardig openbaar vervoer-haltes) en het stimuleren van gebruik van deelauto's voor bewoners. Als tweede aanpassing willen we de bestaande (privé) parkeercapaciteit beter en efficiënter gaan benutten ten opzichte van realisatie van parkeerplaatsen op eigen terrein. De derde belangrijke aanpassing is dat ontwikkelaars een bijdrage in het mobiliteitsfonds moeten storten, bij gebruik van reeds aanwezige openbare parkeerplaatsen. Het mobiliteitsfonds is bedoeld om stadsbrede mobiliteitsvoorzieningen te ontwikkelen. In de Actualisatie Nota Parkeernormen 2019 zijn eveneens de fietsparkeernormen geactualiseerd en daar wordt uitgebreider op getoetst en gehandhaafd. Verder is van belang dat elk bestaand adres of een nieuw adres waar een omgevingsvergunning is afgegeven na 2016 in het POET-overzicht (parkeren op eigen terrein) komt. Adressen uit dit overzicht kunnen geen (nieuwe) parkeervergunning aanvragen en hebben geen recht op een bezoekersregeling binnen betaald parkeergebieden. Bestaande parkeervergunningen worden niet meer verlengd. Dat wordt in een vroeg stadium gecommuniceerd met de nieuwe bewoners.
3.8
Groen
3.8.1
Groenbeleidsplan
Begin 2017 is een actualisatie van Groenbeleidsplan door de gemeenteraad vastgesteld. Dit Groenbeleidsplan 2017 is gemaakt met de veranderende rol van de overheid in het achterhoofd. Het voorziet in vier sporen "het verhaal van de stad", wat de waarde van groen is (functies als uitgangspunt), welke ambitie de gemeente daarmee heeft en het daadwerkelijke groenbeleid. Het groenbeleidsplan heeft als doel het duurzaam veiligstellen en ontwikkelen van een kwalitatief hoogwaardige groenstructuur met daarin passende functies. Hiermee levert de toepassing van het groenbeleid een wezenlijke bijdrage aan een aantrekkelijke en gezonde woon- en werkomgeving als karakteristieke kwaliteit van Eindhoven. Een omgeving die leefbaar en klimaatadaptief is en een volwaardig vestigingsklimaat biedt voor Brainport. Het groenbeleid sluit aan op de geomorfologische structuur van de stad: de structuur van dekzandruggen en beken (Dommel en Gender) die Eindhoven hebben gevormd. Op basis van de tuinstad gedachte is bij de verdere ontwikkeling van Eindhoven sterk ingezet op het behoud van de groene ruimten tussen de voormalige dorpen. Genneper Parken (tussen Stratum en Gestel), Brainport Park (tussen Strijp en Woensel) en De Karpen (tussen Woensel en Tongelre) vormen nog altijd imposante, groene wiggen, die tot diep in de stad reiken.
Het behoud van de robuuste groenstructuur, die vanuit het buitengebied, via de wiggen tot aan de bomen bij de voordeur reikt, is een belangrijk uitgangspunt van het groenbeleidsplan. Het Groenbeleidsplan heeft in principe betrekking op al het groen van Eindhoven, dus niet alleen het groen in eigendom van de gemeente. Omdat niet al het groen bescherming krijgt door een specifieke groenbestemming en de gemeente enkel directe invloed heeft op haar eigen eigendommen, is niet al het groen automatisch beschermd. In het Groenbeleidsplan 2017 zijn onder andere procesafspraken genoemd die een relatie hebben met een ruimtelijke procedure. Het betreft een procesafspraak over groenplannen bij ontwikkeling van gebouwen of gebieden en de procesafspraak over de groenregelingen voor bomen (Verordening Bomen en Nadere regels bomen) en de Regeling Groencompensatiefonds. De genoemde groenplannen dienen een toelichting van de groene inrichting van een ontwikkeling te geven. Behoud van het bestaande groen is het uitgangspunt, evenals het (door)ontwikkelen van de groene kwaliteiten waar nodig. Het Groenbeleidsplan 2017 geeft in een kaart met zes ruimtelijke strategieën de kaders voor de ruimtelijke ontwikkeling in relatie tot groen.
48
vastgesteld Woensel-Noord 2021 Gemeente Eindhoven
Uitsnede Ruimtelijke Strategieënkaart (plangebied rood omlijnd) Binnen het plangebied van dit bestemminsplan is ingevolge het Groenbeleidsplan 2017 hoofdzakelijk de strategie 'Stad, rood beeldbepalend' van toepassing. Op het Henri Dunantpark, langs de voornaamste straten en wegen, ter plaatse van het Amandelpark en rondom de Doode Gracht is de strategie 'Structureel stadsgroen' van toepassing. Langs de oostelijke plangrens is voorts sprake van respectievelijk de strategieën 'Natuur en landschap' (Dommeldal), Multifunctioneel groen' (ten oosten van het Dommelpad) en 'Stad, groen beeldbepalend' (Avocadohof en Citrushof). Strategie Stad, rood beeldbepalend In deze gebieden heeft groen een ondersteunende functie aan de stedelijke identiteit ('aankledingsgroen') of een recreatieve functie voor de woonomgeving (parken). Het beleid is gericht op behoud en ontwikkelen van deze groene elementen of functies. Het oppervlak groen binnen deze categorie zou niet verder af moeten nemen. Binnen de aangeduide groenarme buurten wordt gestreefd naar uitbreiding van het groenareaal. Strategie Stad, groen beeldbepalend Het betreft gebieden met een bijzonder groen imago, vaak gelegen aan de periferie van de stad. Uitgangspunt voor deze gebieden is het behouden en ontwikkelen van het bijzondere groene karakter.
Deze gebieden maken ook onderdeel uit van de groene kaart (onderdeel verordening bomen en nadere regels). Voor de kap van bomen (met een omtrek van 45 centimeter op een stam hoogte van 130 centimeter) in deze gebieden is een vergunning verplicht. Uitzondering hierop vormt de taxus welke vanaf een omtrek van 30 centimeter een vergunningplicht kent. Strategie Structureel stadsgroen Deze gebieden zijn bedoeld voor groene dooradering van de stad, voor intensieve recreatie en ontspanning (parken), natuur en waterberging. Het beleid is gericht op het versterken van de functionaliteit van deze gebieden en het verbinden tot robuuste structuren. Toevoeging van niet-groene voorzieningen is slechts mogelijk als sprake is van een zwaarwegend maatschappelijk belang, als er geen alternatieven voorhanden zijn, als door een 'groen-inclusief ontwerp' de groene kwaliteit tenminste wordt gehandhaafd en als compensatie plaatsvindt van de per saldo verloren deel van de groenstructuur. Strategie: Multifunctioneel groen vastgesteld Woensel-Noord 2021 Gemeente Eindhoven
49
Het betreft voornamelijk aan de stadsrand gelegen gebieden met uiteenlopende groenfuncties, gericht op relatief intensieve benutting van het landschap. Het beleid is gericht op het versterken van het contact tussen de stedelingen en het landschap, derhalve met een relatief intensieve benutting van het landschap. Uitgangspunt daarbij is het behouden van de aanwezige natuur- en landschapskwaliteiten en waar mogelijk deze verder te ontwikkelen. Gebruiksfuncties zijn veelal volkstuinen, golfbanen, bos, natuureducatie, kleinschalige sportgebieden, maneges, wandelen, fietsen, maar ook landbouw. Gebieden met deze aanduiding liggen voor een belangrijk deel in het Natuur Netwerk Brabant. Verdere verstedelijking (toevoeging van niet aan het groen gebonden functies of gebouwen) is in deze categorie derhalve niet aan de orde tenzij in geval van zwaarwegende maatschappelijke belangen waarvoor alternatieven ontbreken en met toepassing van compensatie. De aanleg van nieuwe sportcomplexen wordt uitgesloten (wel eventueel verplaatsing van sportterreinen naar minder kwetsbare locaties). Uitbreiding van sportcomplexen kan echter niet worden uitgesloten. Versterking van multifunctioneel groen als element van de ruimtelijke hoofdstructuur is in het bijzonder gewenst langs de Oirschotsedijk (verbinding met groengebied Groene Woud).