Bijlage 1a - Bestemmingsplan VII De Bergen (Grote Berg 11-21)
Tekst van het document
We zetten daar als gemeente op in en dit is nadrukkelijk ook het Rijksbeleid. Per 1 juli 2018 is de Wet voortgang energietransitie in werking getreden. Te bouwen bouwwerken (in gewone taal: nieuwbouw) voor kleinverbruikers - woningen, winkels, kantoren - mogen niet langer worden aangesloten op aardgasnetten. Daarnaast streeft de gemeente er nadrukkelijk naar te voorkomen dat ALLE nieuwe ontwikkelingen nog op aardgas worden aangesloten. In het Klimaatplan 2021-2025 heeft de gemeenteraad vastgelegd dat 'zoveel mogelijk voorkomen moet worden dat nieuwbouw nog wordt aangesloten op aardgas'. Het is voor bouwers en ontwikkelaars verstandig om zich te realiseren dat aardgas uitgefaseerd zal gaan worden en ook daar waar het nog niet wettelijk is bepaald nu al aardgasloos te bouwen of in ieder geval zodanig dat een alternatieve warmtevoorziening in de toekomst zonder grote ingrepen mogelijk is. b. duurzame mobiliteit Om de vereiste 95% reductie in CO2 uitstoot in 2050 te bereiken, is een volledig CO2-emissievrije mobiliteit noodzakelijk. Dit betekent dat op termijn voertuigen op fossiele brandstoffen (benzine, diesel en LPG) volledig zullen verdwijnen en vervangen zullen worden door emissievrije voertuigen (elektrisch, waterstof of anderszins).
Naast emissievrije voertuigen, willen we ook minder voertuigen in het centrum van de stad om daarmee de leefbaarheid in onze groeiende stad overeind te houden. Dat betekent meer ruimte voor fietsen, wandelen smart mobility concepten, met een belangrijke rol voor autodelen, autonoom rijden en slimme openbaar vervoerconcepten. c. warmte- en energiebesparing Om tot een reductie van 95% CO2 uitstoot te komen in 2050 moeten we naast het dichtdraaien van de aardgaskraan, het overgaan op emissievrije mobiliteit en het zoveel mogelijk duurzaam opwekken, ook naar grote besparingen in energie en warmte. Dit kan door isolatie, mogelijkheden voor opslag, innovatieve technieken enz.
vastgesteld VII De Bergen (Grote Berg 11-21) Gemeente Eindhoven
57
d. duurzame energie opwekking Naast de reductie in CO2, willen we als stad ook graag in 2045 energieneutraal zijn. Dat betekent dat de hoeveelheid energie die we dan als stad gebruiken, bij voorkeur binnen de grenzen van stad of regio duurzaam opgewekt wordt. Om dit te realiseren is het noodzakelijk dat alle kansen voor duurzame opwekking genomen worden. Met name op gebied van zonne-energie zijn er kansen in Eindhoven. 2. Circulaire Economie Circulaire economie is een economisch systeem dat bedoeld is om de herbruikbaarheid van producten en grondstoffen te maximaliseren en waardevernietiging te minimaliseren. We willen een afvalloze stad worden waar producten in gesloten technologische en biologische kringlopen gebruikt worden. (Grond)stoffen, materialen en producten die we gebruiken hebben geen negatieve effecten op mens en milieu, niet bij winning of productie, niet bij transport of gebruik en dus ook niet aan het einde van de levensduur. In ons plan van aanpak CE 2018-2020 hebben we de rijksambitie om in 2050 een circulaire economie te hebben onderschreven net als de ambitie om in 2030 50% minder primaire grondstoffen te gebruiken. a. duurzame materialen Materialen die in gesloten kringlopen steeds weer opnieuw gebruikt kunnen worden zonder schadelijke gevolgen voor mens of natuur, of die biologisch afbreekbaar zijn, zijn duurzame materialen. b.
geen afval In 2020 willen we 0% restafval hebben. In eerste instantie geldt deze ambitie voor het huishoudelijk afval maar uiteindelijk voor alle afval. c. flexibel en demontabel Om te voorkomen dat gebouwen afgebroken moeten worden, moet bij het ontwerp al rekening gehouden worden met de flexibiliteit en demonteerbaarheid van het gebouw. d. deeleconomie / as a service concepten De deeleconomie biedt een nieuw model voor consumptie en bezit. In plaats van telkens nieuwe goederen aan te schaffen, kunnen we de spullen die we al bezitten delen en zo beter benutten. Betalen voor vervoer, verlichting, werkruimte enz. voorkomt dat we zelf voertuigen, lampen, stoelen enz. moeten bezitten. Door diensten als een service aan te bieden en niet als een product, kunnen ze efficiënter gebruikt worden en blijft de verantwoordelijkheid voor het (hergebruik van het) product bij de leverancier. 3. Natuur Eindhoven de groenste! Groene daken en gevels, biodiversiteit, klimaatadaptatie (het wordt steeds warmer en natter), stadslandbouw en aantrekkelijk groen voor recreatie, ontspanning en bewegen. Hoe dragen nieuwe en herontwikkelingen in Eindhoven hieraan bij? Brengt het schade toe aan bestaande natuur of biedt het kansen voor toevoeging/uitbreiding? a.
biodiversiteit Om biodiversiteit te behouden wordt op Europees niveau gewerkt aan een duurzaam ecologisch netwerk van grote natuurgebieden met goede verbindingen. Ook in Eindhoven willen we ecologische versnippering in onze stad tegen gaan. 58
vastgesteld VII De Bergen (Grote Berg 11-21) Gemeente Eindhoven
b. oppervlakte groen We willen geen verlies van groen in de openbare ruimte en daar waar mogelijk het groen versterken, ook op of aan onze gebouwen. 4. Sociale basisbehoefte The Natural Step neemt de 9 menselijke behoefte van Manfred Max Neef als uitgangspunt. Omdat het hier om ruimtelijke projecten en activiteiten gaat, richten wij ons op de ruimtelijke component van deze basisbehoeften. We hebben het dan over klimaatadaptatie; gezonde lucht, bodem en water; beperkte geluidsoverlast; externe veiligheid; openbare ruimte om te ontmoeten en bewegen; bereikbaarheid van voorzieningen en het betrekken van bewoners bij projecten. Daarnaast spelen de sociale menselijke basisbehoeften wel een rol bij de aanschaf van materialen en diensten (we willen dat er maatschappelijk verantwoord ingekocht wordt). a. klimaatadaptatie Extreme regen en onweersbuien, hittegolven en droogte komen steeds vaker voor. Met de beleidsregel 'Klimaatrobuust' beogen we in Eindhoven risico op schade in de nabije toekomst te beperken. Nieuwe (her)inrichtingen en ruimtelijke ontwikkelingen in de openbare en de private ruimte, waarbij de gemeente een rol heeft, worden voortaan aan de hand van deze beleidsregel ontwikkeld. We hanteren als uitgangspunt de voorkeursvolgorde gebruiken, vasthouden (infiltreren), vertragen en afvoeren van hemelwater.
Groene maatregelen worden hierbij beloond met een lagere bergingsnorm en dragen tevens bij aan het voorkomen van hittestress. b. gezonde verstedelijking Hieronder verstaan we: gezonde lucht, bodem en water; beperkte geluidsoverlast; externe veiligheid en mogelijkheden om te bewegen en ontmoeten in de openbare ruimte c. participatieve stad, betrokkenheid van burgers en bereikbarre voorzieningen We betrekken onze inwoners graag bij de ontwikkelingen en veranderingen die hen aangaan. Dit leidt tot meer draagvlak en betere eindresultaten. Onze ambities op gebied van duurzame mobiliteit mogen niet leiden tot een geringere bereikbaarheid van belangrijke voorzieningen. Specifiek Eindhoven Daarnaast is er nog een aantal factoren die we specifiek op dit moment en in deze stad belangrijk vinden en die we extra waarderen. Het gaat dan om de zichtbaarheid van de duurzame successen, de duurzaamheid van de betrokken partijen zelf (hun MVO beleid) en het aansluiten bij het DNA van Eindhoven: TDK (technologie, design en kennis). Wat dat laatste betreft sluit innovatie daar dus goed bij aan. Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen MVO is een integrale visie op een duurzame bedrijfsvoering.
Een bedrijf dat maatschappelijk verantwoord onderneemt, maakt bij iedere bedrijfsbeslissing een afweging tussen de verschillende maatschappelijke en economische effecten hiervan, en houdt hierbij rekening met stakeholderbelangen. Elke bedrijfsbeslissing heeft immers invloed op de stakeholders (belanghebbenden) van een bedrijf. Dat kunnen medewerkers of klanten zijn, maar bijvoorbeeld ook omwonenden, leveranciers, investeerders en ook 'de maatschappij' in algemene zin. Doorwerking plangebied Door het amoveren van de huidige bebouwing wordt ruimte gecreëerd voor het realiseren van vastgesteld VII De Bergen (Grote Berg 11-21) Gemeente Eindhoven
59
nieuwe bebouwing waarbinnen de wooneenheden gerealiseerd gaan worden. De toekomstige bebouwing zal volledig gasloos worden gerealiseerd en voldoen aan de geldende BENG-eisen. Daarnaast zullen er zonnepanelen op de daken worden aangelegd waardoor er wordt voorzien in het opwekken duurzame energie en zal een warmtepomp worden geinstalleerd. De platte daken zijn geschikt voor het realiseren van groene daken. Groene daken vangen hemelwater op en zorgen voor een vertraagde afvoer. Daarnaast zorgen de groene daken (afhankelijk van de indeling van de daken) voor een stimulans van de biodiversiteit ter plaatse. Ook zal er een groene gevel worden gerealiseerd. Een bijkomend voordeel van groene daken en een groene gevel is dat deze een isolerende werking hebben waardoor er minder energie verloren gaat bij het verwarmen van de appartementen. Voor de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling wordt gebruik gemaakt van deelauto's. Dit is een vorm van duurzame mobiliteit doordat de deelauto's elektrisch zijn aangedreven en uitsluitend te gebruiken zijn door de bewoners van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling. Conclusie Het ruimtelijk initiatief heeft een positieve bijdrage aan het terugdringen van de uitstoot van CO² en het opwekken van duurzame energie. Hiermee voldoet het ruimtelijk initiatief in de doelstellingen van de gemeente Eindhoven en draagt het bij aan een duurzamere samenleving.
4.12
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
Bij het besluit van 21 februari 2011 is het Besluit milieueffectrapportage en het Besluit omgevingsrecht gewijzigd. De belangrijkste wijziging betreft het meer in lijn brengen van het besluit m.e.r. met de Europese richtlijn m.e.r. Dit houdt in dat onder andere de zogenaamde drempelwaarde voor activiteiten een indicatief karakter heeft gekregen. Met dit wijzigingsbesluit is bepaald dat voor activiteiten die op de bij het besluit behorende C- en D-lijst zijn opgenomen, altijd aandacht aan m.e.r. geschonken dient te worden. Dit strekt tot het bepalen of een m.e.r. of m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is. Op hoofdlijnen komt het erop neer dat voor activiteiten die behoren tot de C-lijst een m.e.r.-plicht volgt en voor activiteiten op de D-lijst volgt dan wel een m.e.r.(beoordeling). Hierbij is (onder meer) de bij de activiteit behorende drempelwaarde van belang. Vanaf 16 mei 2017 is de Herziening van de m.e.r- wetgeving in werking getreden. Als een project (activiteit die voorkomt in Bijlage D van het Besluit m.e.r.) nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben moet een initiatiefnemer dit melden bij het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag moet dan binnen 6 weken beslissen of een m.e.r.-plicht geldt.
Aanmeldingsnotitie Voor de beoogde ontwikkeling is een aanmeldingsnotitie en vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld doordat het planvoornemen gezien kan worden als zijnde een stedelijke ontwikkeling (D11.2). Het bevoegd gezag beslist of er een m.e.r.-plicht geldt. De conclusie van de m.e.r.-beoordeling is dat het plan geen belangrijke negatieve gevolgen zal hebben voor de kenmerken van het gebied en voor het woon- en leefmilieu in de omgeving. Er worden geen negatieve effecten verwacht vanwege de ligging van het plangebied ten opzichte van gevoelige gebieden. Geconcludeerd wordt dat geen belangrijke nadelige milieugevolgen worden verwacht en dat het opstellen van een MER niet noodzakelijk wordt geacht. In de notitie wordt het bevoegd gezag geadviseerd te besluiten dat er geen MER behoeft te worden vastgesteld. De gemeente Eindhoven heeft hierover het volgende gesteld: Voor de onderhavige situatie kan gesteld worden dat er geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Een vormvrije m.e.r. had dan ook achterwege kunnen blijven. De vormvrije m.e.r. is wel beoordeeld en akkoord. 60
vastgesteld VII De Bergen (Grote Berg 11-21) Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 5
5.1
Waterparagraaf
Inleiding
Doel van de waterparagraaf is de component water in een zo vroeg mogelijk stadium een plaats te geven in het besluitvormingsproces voor ruimtelijke plannen. Daarin zijn zowel de actuele waterhuishouding in het plangebied beschreven als de watereisen waaraan ontwikkelingen (binnen de gestelde randvoorwaarden van het bestemmingsplan) moeten voldoen. Ruimtelijke plannen moeten onder meer worden getoetst aan het criterium "hydrologisch neutraal" conform het landelijke en lokale waterbeleid. Met voorliggende waterparagraaf wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 3.1.6, lid 1, onder b en c van het Besluit ruimtelijke ordening.
5.2
Beleid
5.2.1
Rijksbeleid
In 2009 is de Waterwet in werking getreden. Deze wet regelt het beheer van oppervlakte- en grondwater en is gericht op de samenhang met de ruimtelijke ordening. De wet kent een vergunningstelsel (watervergunning). 5.2.1.1 Nationaal water plan 2016 - 2021 Op 10 december 2015 is het Nationaal Waterplan 2016 - 2021 vastgesteld door de minister van Infrastructuur en milieu. Voor wat de ruimtelijke aspecten betreft moet dit plan worden gezien als een structuurvisie en is het bindend voor het Rijk. Het Rijk is verantwoordelijk voor het hoofdwatersysteem. Het waterplan beschrijft de strategische doelen voor het waterbeheer. De condities en maatregelen voor het bereiken van deze doelen staan beschreven in het 'Beheer- en ontwikkelplan voor de rijkswateren' van Rijkswaterstaat. Lagere overheden dienen het Nationaal Waterplan 2016 - 2021 in hun beleid te verwerken.
vastgesteld VII De Bergen (Grote Berg 11-21) Gemeente Eindhoven
61
5.2.2
Provinciaal beleid
5.2.2.1 Provinciaal Milieu- en Waterplan 2016 - 2021 Het Provinciaal Milieu- en Waterplan 2016 - 2021 (hierna: PMWP) is op 18 december 2015 door Provinciale Staten vastgesteld. Het plan staat voor het samen werken aan een provincie waar iedereen prettig woont, werkt en leeft in een veilige en gezonde leefomgeving en waarin de zorg voor een duurzaam schone en veilige fysieke leefomgeving centraal staat. De agenda van Brabant plaatst provinciaal beleid in dienst van gezondheid, biodiversiteit, sociale ontwikkeling en een innovatieve, duurzame economie. Het PMWP integreert de milieu- en de wateropgave en het zet de nieuwe koers uit voor de provinciale inzet met betrekking tot water, bodem, lucht en de overige milieuaspecten. Behalve het PMWP is er een provinciaal natuurbeleidsplan (Brabant Uitnodigend Groen), een energieplan (Energieagenda) en is er beleid om de Brabantse agrofoodsector duurzaam te maken (Uitvoeringsagenda Brabantse Agrofood). Het PMWP vult deze plannen aan daar waar er grote raakvlakken zijn met het milieu- en waterbeleid. Gedacht kan dan worden aan de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS). Op deze manier wordt gewerkt aan een integrale benadering van de duurzame fysieke leefomgeving. Wettelijke taken De wettelijke taken op het gebied van milieu en water worden zorgvuldig uitgevoerd.
Voor de vergunningverlening, toezicht en handhaving binnen het omgevingsrecht besteedt de provincie de uitvoering van taken uit aan de drie Brabantse omgevingsdiensten. De gemeente Eindhoven valt onder het werkgebied van de Omgevingsdienst Oost Brabant (ODZOB). Afstemming vindt plaats in het Bestuurlijk Platform Omgevingsrecht. De provincie bereid zich voor op de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Integrale en gezamenlijke aanpak Provincie en partners blijven samenwerken (lokaal, regionaal, nationaal en internationaal). De provinciale rol hangt af van het onderwerp en van de onzekerheid die er is over doel en route. De provincie werkt waar mogelijk gebiedsgericht samen en dat moet uiteindelijk vanzelfsprekend worden. Daarbij worden alle belangen zoveel mogelijk meegenomen. De provincie nodigt de Brabantse partners (gemeenten, waterschappen, terreinbeheerders, bedrijven en maatschappelijke organisaties) uit om een gezamenlijke klimaatagenda voor Brabant op te stellen. De provincie heeft daarbij de rol van kennismakelaar en verbinder (integratie van projecten en uitrol van goede voorbeelden. In de klimaatagenda worden gezamenlijke ambities en maatregelen vastgelegd. Ook op Europees niveau blijft de provincie samenwerken aan de milieu- en wateropgaven.
Bij grote ruimtelijke en infrastructurele werken wordt gezocht naar oplossingen met minder milieueffecten, bijvoorbeeld door de hoogwaardige inzet van secundaire materialen. Groene inpassing krijgt veel aandacht. De gronden en provinciale wegen die bij de provincie in bezit zijn worden beheerd op een natuur- en milieuvriendelijke manier. De provincie brengt de duurzaamheidsaspecten van nieuwe grote projecten en programma's bij aanvang in beeld middels een duurzaamheidsscan. De provincie gaat verder met het Programma Duurzaam Door. Provincie en partners kijken samen wie welke rol kan oppakken bij het stimuleren van gedrag dat bijdraagt aan gezondheid, veiligheid en groene groei in relatie tot milieu en water.
62
vastgesteld VII De Bergen (Grote Berg 11-21) Gemeente Eindhoven
5.2.3
Beleid Waterschap
5.2.3.1 Waterbeheerprogramma 2022 - 2027 - Water als basis voor een toekomstbestendige leefomgeving Het water- en bodemsysteem is onontbeerlijk voor een gezonde en leefbare ruimtelijke inrichting van Noord-Brabant. Meer dan ooit is het belangrijk om rekening te houden met het concept van de lagenbenadering om een toekomstbestendige leefomgeving te waarborgen. Door klimaatverandering en ruimtelijke druk, staat immers de veerkracht van het water- en bodemsysteem onder druk. De lagenbenadering beschrijft de ruimte in drie lagen. De eerste laag bestaat uit de fysieke ondergrond, het water- en bodemsysteem. De tweede laag bevat netwerken van infrastructuur met onder meer wegen, spoorlijnen en waterwegen. Tot slot de derde laag met de menselijke activiteiten zoals wonen, werken en recreëren en de fysieke neerslag daarvan. Ruimtelijke planning en gebiedsontwikkeling is een proces waarin continu keuzes worden gemaakt. De lagenbenadering helpt in dit keuze- en afwegingsproces en dient als kwaliteitskader voor alle (ruimtelijke) plannen. Elke laag draagt bij aan de ontwikkeling. De lagenbenadering betekent wel dat een onderliggende laag voorwaarden stelt aan andere lagen. Zeker vanuit een perspectief van duurzame ontwikkeling zijn veerkracht en omkeerbaarheid van ingrepen belangrijke gegevenheden.
Met het Waterbeheerprogramma 2022-2027 (WBP5) start Waterschap De Dommel met de 'watertransitie': op weg naar een toekomstbestendige waterhuishouding. Uiterlijk in 2050 is de waterhuishouding in ons hele beheergebied toekomstbestendig. Dit betekent een waterhuishouding die in een goede waterkwaliteit voorziet. En een waterhuishouding die robuust, wendbaar en in balans is met de omgeving. Zowel in het bebouwde als het landelijke gebied en van de beekdalen tot en met de hoge zandruggen. Het grond- en oppervlaktewatersysteem kan de grotere weersextremen opvangen door maximaal gebruik te maken van de dempende sponswerking van de bodem/ondergrond en de natuurlijke hoogteverschillen voor het vasthouden van water. We hanteren drie principes die inhoudelijke sturing geven aan de watertransitie: Elke druppel vasthouden en infiltreren waar deze valt. Functies passen zich aan het bodem- en watersysteem aan. Wat schoon is moet schoon blijven. We moeten ons, nog meer dan voorheen, aanpassen aan de veranderende leefomgeving en op zoek gaan naar nieuwe oplossingen en antwoorden. Juist de voor Midden-Brabant zo karakteristieke verwevenheid van bebouwing, landbouw en natuur is een kans om de wateropgaven slim in te passen. Dit vereist een integrale, gebiedsgerichte aanpak samen met alle partijen.
Een gebiedsgerichte aanpak is alleen succesvol als naast de wateropgaven ook de opgaven vanuit natuur, stikstof, economie, landbouwtransitie, energietransitie, biodiversiteit, mobiliteit en woningbouw onderdeel van de aanpak zijn. Niet sectoraal, maar integraal. Alleen dan gaan we oplossingen vinden voor een leefbaar Midden-Brabant met een duurzaam en toekomstbestendig watersysteem dat goed is voor inwoners, bedrijven, landbouw en natuur. De grote uitdaging zit hem vooral in de vraag hoe we dit gaan bereiken. Meer dan voorheen gaan we daarbij: van beekdalgericht naar gebiedsgericht; onze aandacht gaat naast het beekdal ook uit naar de flanken, de hoge zandruggen en bebouwd gebied. van sectoraal naar integraal; samen met overheden en gebiedspartners maken we keuzes over meerdere opgaven in een gebied. van water afvoeren naar elke druppel telt; maximaal water conserveren, minder grondwater gebruiken en slimmer sturen.
vastgesteld VII De Bergen (Grote Berg 11-21) Gemeente Eindhoven
63
5.2.3.2 Keur Waterschap de Dommel 2015 In de 'Keur Waterschap De Dommel 2015' staan regels (met name geboden en verboden) die het waterschap hanteert bij de bescherming van waterkeringen, watergangen en bijbehorende kunstwerken. Ook zijn er regels voor het onderhoud van sloten, beken en andere waterlopen om de waterafvoer in dit oppervlaktewater te waarborgen. Daarnaast kent de Keur beleidsregels voor het beschermen van bepaalde deelgebieden met elk een eigen beschermingsbeleid. Het gaat hierbij om beschermde gebieden waterhuishouding, beekdalen en attentiegebieden. Met deze beleidsregels wordt aangegeven op welke wijze gebiedsgericht wordt omgegaan met waterbelangen. Realisatie van nieuw verhard oppervlak en het afkoppelen van verhard oppervlak moet op grond van de keur hydrologisch neutraal worden uitgevoerd en optimaal worden ingepast in het bestaande watersysteem. De aanvrager/initiatiefnemer moet daarom voldoende compenserende maatregelen nemen, zodat het oppervlaktewatersysteem na realisatie van de verharding voldoende robuust blijft. Uitgangspunt hierbij vormt de voorkeurstrits "vasthouden-bergen-afvoeren". Vasthouden kan door hergebruik of door het infiltreren van water in de bodem. In geval niet of onvoldoende kan worden geïnfiltreerd is een aanvullende voorziening noodzakelijk die het water tijdelijk bergt.
In de Keur is aangegeven dat neerslag, afkomstig van toename verhard oppervlak of door afkoppelen van bestaand oppervlak, die direct tot afvoer naar een (keur)waterlichaam komt, verplicht gecompenseerd dient te worden middels de aanleg van waterbergende voorzieningen. Het waterschap verleent in enkele gevallen vrijstelling van deze verplichting. Dit wordt gedaan indien: de toename van verhard oppervlak maximaal 500 m² bedraagt, of; de toename van verhard oppervlak tussen 500 m² en 10.000 m² bedraagt en middels de rekenregels afdoende compenserende maatregelen zijn getroffen om versnelde afvoer van hemelwater tegen te gaan, of; het af te koppelen verhard oppervlak maximaal 10.000 m² bedraagt, of; er binnen het plangebied andere hydraulische afspraken gelden (bv. met de gemeente) Indien een voorziening nodig is, dan bedraagt de maximale toegestane afvoer uit een voorziening 2 l/s/ha bij een neerslagsituatie van 60 mm. Groene (vegetatie)daken gelden hierbij niet als verhard oppervlak. Bij meer dan 10.000 m2 toename nieuw verhard oppervlak of het afkoppelen van 10.000m2 bestaand verhard oppervlak is altijd een voorziening noodzakelijk volgens de geldende beleidsregels van het waterschap.
64
vastgesteld VII De Bergen (Grote Berg 11-21) Gemeente Eindhoven
5.2.4
Gemeentelijk beleid
5.2.4.1 Gemeentelijk Rioleringsplan (2019 - 2022) Het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) verantwoordt aan de inwoners van Eindhoven de ambities en bijbehorende maatregelen en middelen op watergebied. In het GRP 2019 - 2022 wordt aangegeven op welke wijze er omgegaan wordt met de zorgplichten rondom afval-, hemel- en grondwater. Hiervoor zijn in het plan activiteiten opgenomen enerzijds gericht op het beheer en onderhoud en anderzijds op het verbeteren van de oppervlaktewaterkwaliteit en het hydraulisch functioneren van het rioolstelsel. Speerpunt van het GRP is het inspelen op de klimaatverandering welke extreme regenbuien, langdurige droogteperiodes en hittestress met zich meebrengt. Hiervoor zijn uitgangspunten, richtlijnen en ontwerpnormen uit het klimaatplan 2021-2025 en de hierin benoemde beleidsregel ´Klimaat robuust (her)inrichten en ruimtelijk ontwikkelen´ nader uitgewerkt. Concreet betekent dit dat voor het aspect water bij nieuwe ontwikkelingen tot maximaal 60 mm waterberging gerealiseerd dient te worden over het totaal verhard oppervlak binnen het plangebied. Daarbij kan de waterbergingseis gereduceerd of verhoogd worden naargelang de hoeveelheid groen of grijs binnen datzelfde plangebied. Dit om overlast van hittestress, verdroging en biodiversiteit te beperken.
Om initiatiefnemers te ondersteunen heeft de gemeente een website ontwikkeld waar de benodigde waterberging kan worden berekend en voorbeelden zijn beschreven om invulling te geven aan de opgave. 5.2.5
Waterplan
Het Waterplan is een plan dat is opgesteld door de gemeente Eindhoven, Waterschap De Dommel, de provincie Noord-Brabant en het (drink)waterleidingbedrijf Brabant Water. Het plan omvat drie delen. Het "Visiedocument" (vastgesteld door de gemeenteraad op 26 januari 2004) geeft het gezamenlijke streefbeeld van de waterpartijen weer. De onderdelen "Taken en Bevoegdheden" en "Maatregelen" zijn achterhaald.
5.3
Eindhovense klimaattoets
Het klimaat verandert. Dat heeft gevolgen voor Eindhoven. We krijgen onder andere te maken met meer en hevigere buien, langere perioden van droogte en meer hitte(stress). Om in de toekomst prettig te wonen en te werken in onze groeiende stad, is het noodzakelijk nú maatregelen te nemen. Dit betekent dat we 'klimaatrobuust' te werk moeten gaan. 5.3.1
Klimaatadaptatiebeleid
PM
vastgesteld VII De Bergen (Grote Berg 11-21) Gemeente Eindhoven
65
5.3.2
Waterbergingsnorm
5.3.2.1 Minimale en maximale ontwerpnormen waterberging openbaar terrein Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen op openbaar terrein moet minimaal 20 mm en mag tot 60 mm van de waterbergingsopgave ingevuld worden via primaire waterberging. Voorbeelden zijn waterpleinen, wadi's, watergangen, waterbergende funderingen of bakken. Eventuele resterende mm's (tot 40mm) van de waterbergingsopgave dient secundair te worden ingevuld. Denk daarbij aan parken, plantsoen c.q. grasvelden, parkeerplaatsen en wegen. Dit is acceptabel zolang er geen schade wordt veroorzaakt en/of dit niet ten koste gaat van andere primaire functies zoals op routes van hulpdiensten, markt- of evenement locaties. Als de secundaire waterbergingsopgave niet mogelijk is binnen de grenzen van de ruimtelijke ontwikkeling dan dient de waterbergingsopgave alsnog als primaire waterberging te worden ingevuld. Of er dienen maatregelen te worden genomen om de secundaire waterberging naar nabijgelegen ruimte te verplaatsen als dat hydraulisch mogelijk is. Bij ontwikkelingen op privaat terrein ligt de verantwoordelijkheid voor het opvangen en verwerken van hemelwater in eerste instantie bij de eigenaar van het perceel waar de druppel valt. De landelijke voorkeursvolgorde '(her)gebruiken, vasthouden, bergen en vertraagd afvoeren´ is van toepassing.
Een voorbeeld van hergebruiken is hemelwater als spoelwater voor toiletten en een voorbeeld van vasthouden is infiltratie van hemelwater in de bodem. Als hergebruik en vasthouden door lokale omstandigheden niet doelmatig is kan hemelwater worden geborgen en vertraagd worden afgevoerd. Dat is de waterbergingsopgave. Hiermee wordt het rioolstelsel bij piekbuien ontlast met als gevolg beperking van wateroverlast. Daarnaast wordt het oppervlaktewatersysteem gelijkmatiger belast. Als ondersteuning voor de berekening van de waterbergingsopgave op privaat terrein is een rekentool ontwikkeld, te vinden via de website rekentool.eindhovenduurzaam.nl/. 5.3.2.2 Ontwerpnorm waterberging privaat terrein De waterbergingsopgave geldt voor alle nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen op privaat terrein in Eindhoven. In gebieden waar vanuit het verleden afspraken over waterberging zijn gemaakt, wordt in overleg bepaald of en hoe de waterbergingsopgave in de ontwikkeling wordt verhoogd. Klimaatverandering kan namelijk ook in deze gebieden aanvullende waterberging noodzakelijk maken en daarmee het risico op waterschade aan (nieuw)bouw verlagen. Indien nodig worden hierover maatwerkafspraken gemaakt.
In het beleid 'Klimaatrobuust (her)inrichten en ruimtelijk ontwikkelen' wordt onderscheid gemaakt tussen ontwikkelingen met 150 m² of meer verharding binnen het plangebied en kleinere ontwikkelingen tot 150 m² verharding binnen het plangebied. Voor de eerste groep geldt de eis tot 75 mm waterberging per m² verharding. Dit komt overeen met 75 liter waterberging per m² of voor een bouwplan met 400 m² verhard oppervlak 30 m³ (ofwel 30.000 liter) waterberging. Voor de tweede groep is de eis tot 25 mm. Dit komt overeen met 25 liter waterberging per m² of voor een woning met 100 m² verhard oppervlak 2,5 m³ (ofwel 2500 liter) waterberging. De ontwerpnormen ter voorkoming van wateroverlast betekenen voor particulieren, ontwikkelaars en de gemeente een opgave om klimaat adaptief te bouwen. Vanaf 1 januari 2020 geldt voor particulieren en ontwikkelaars een wateropgave om bij ruimtelijke ontwikkelingen klimaat adaptief handelen. De datum van indiening van de omgevingsvergunning is leidend. De uitzonderingsregel is geregeld in artikel 32.2.2 van de regels.
66
vastgesteld VII De Bergen (Grote Berg 11-21) Gemeente Eindhoven
5.3.2.3 Stimulans klimaatadaptatiebeleid De gemeente Eindhoven draagt met het klimaatbeleid ook bij aan het verbeteren van de kwaliteit van een gezonde leefomgeving en meer biodiversiteit door de voorkeur te geven aan vergroenen als klimaat adaptieve maatregel. Het beleid is zo opgesteld dat vergroening op privaat terrein bij nieuwbouw wordt gestimuleerd en beloond. Hoe groener een plangebied wordt ingericht hoe lager de waterbergingseis in mm wordt. Ook groene ontwikkelingen in groen arme buurten worden op deze manier gestimuleerd. De website geeft een overzicht van deze mogelijke beloningen via de 'rekentool'. De stimuleringsregeling waarbij méér groen een lagere waterbergingsopgave oplevert geldt voor ruimtelijke ontwikkelingen op privaat terrein 5.3.3
Toelichting rekentool
De gemeente Eindhoven maakt bij de beoordeling van de voor een nieuwe ontwikkeling in een plangebied voorgestelde maatregelen gebruik van een rekentool. Deze rekentool klimaatopgave, beschikbaar op rekentool.eindhovenduurzaam.nl, maakt het een ontwikkeling mogelijk interactief haar plangebied en de te nemen maatregelen te beschrijven en te controleren of aan de gemeentelijke eisen wat betreft waterberging en vergroening wordt voldaan. Bovendien kan een afschrift van de beschrijving van het plangebied en de keuze van de maatregelen met voorbeelden voor de verdere uitwerking gedownload worden om bijgevoegd te worden bij de eventuele watertoets of aanvraag van de omgevingsvergunning. De werking van de rekentool kan worden aangepast aan nieuwe inzichten en de uitkomst van de laatste versie van de tool is maatgevend. 5.3.3.1 Principewerking van de rekentool De rekentool klimaatopgave vraagt de klimaatrobuuste maatregelen te specificeren die zijn voorzien in het ontwerp binnen het plangebied en, waar nodig, hoe groot de oppervlakken zijn waar deze worden toegepast. Hieruit berekent de tool welk deel van het regenwater van een bui binnen het plangebied geborgen moet worden (de waterbergingsopgave, het grijze deel) en welk deel de klimaatrobuuste maatregelen zelf voor hun rekening nemen (het groene deel). Daarna kunnen nog extra maatregelen toegevoegd worden.
Het doel is dat alle maatregelen bij elkaar de totale waterbergingsopgave (berging van al het water van een bui) van het plangebied voor hun rekening nemen. De specificatie van maatregelen en oppervlakken vindt interactief plaats: de tool laat direct het effect van deze specificaties zien op de daaruit afgeleide totale waterbergingsopgave; daarnaast laat de tool op een aantal manieren visueel zien wat de individuele groene en grijze bijdrage van een maatregel is. Vóór elke maatregel staat in de tool een i-symbool; door daarop te klikken wordt meer informatie over die maatregel gegeven zoals specifieke uitvoeringseisen en links naar achtergrondinformatie. De tool doorloopt hierbij vier stappen: Wat zijn de kerngegevens van het project? Welke klimaatrobuuste maatregelen worden binnen het plangebied gerealiseerd? Hoe lost u de resterende waterbergingsopgave op? Download het resultaat. Als een omgevingsvergunning wordt aangevraagd, voeg dit resultaat dan, inclusief uitwerking, bij die aanvraag
vastgesteld VII De Bergen (Grote Berg 11-21) Gemeente Eindhoven
67
5.4
Beschrijving watersysteem plangebied
5.4.1
Checklist watersysteem
Checklist w atersysteem A-w ateren binnen plangebied
Nee
B-w ateren binnen plangebied
Nee
Beschermde keurgebieden binnen plangebied
Nee
Binnen 25-100 jaarszone
Nee
Binnen boringsvrije zone
Nee
Ecologische verbindingszone
Nee
Binnen reserveringsgebied w aterberging
Nee
Attentiegebied NNB
Nee
Rioolw atertransportleiding
Nee
Waterschapgemaal
Nee
Landelijk afvoernorm binnen het plangebied
?
Verdachte/verontreinigde locaties?
Zie bodemparagraaf
Infiltratie praktisch mogelijk
Ja
5.4.2
Gebiedspecifieke eigenschappen m.b.t water
Het plangebied is gelegen nabij het centrum van Eindhoven, aan de weg de Grote Berg. Het plangebied is momenteel nagenoeg volledig verhard. Ook de directe omgeving van het plangebied is nagenoeg volledig verhard. 5.4.3
Oppervlaktewater
Uit de gegevens van de Legger van Waterschap De Dommel blijkt dat er in de omgeving van het plangebied geen watergangen zijn gelegen. Ten zuiden van het plangebied is op circa 270 meter een A-watergang gelegen (de Dommel) waarin meerdere vaste stuwen aanwezig zijn.
68
vastgesteld VII De Bergen (Grote Berg 11-21) Gemeente Eindhoven
Figuur 17 Uitsnede leggerkaart Waterschap De Dommel (plangebied rood omlijnd)
5.4.4
Verharding
Uit onderstaande tabel valt op te maken dat het totaal verhard oppervlak in de huidige situatie 1.500 m² bedraagt. Hiermee kan worden verondersteld dat het plangebied nagenoeg volledig verhard is.
Bruto oppervlakten
Huidige situatie (m²)
Verhard dakoppervlak, circa
510
Overige verharding
990
Totaal verhard oppervlak
1.500
5.4.5
Bodemopbouw
Figuur 18 Bodemopbouw ter plaatse van het plangebied
vastgesteld VII De Bergen (Grote Berg 11-21) Gemeente Eindhoven
69
5.4.6
Grondwater
De visie van de gemeente Eindhoven is dat er sprake moet zijn van een beheersbaar grondwatersysteem passend bij de aan de grond gegeven bestemming. De verantwoordelijkheid voor het grondwaterbeheer op particulier terrein ligt bij de eigenaar van de grond. De doelstelling van de gemeente voor nieuwe ontwikkelingen is structurele grondwateroverlast zoveel mogelijk te voorkomen. In bestaande gebieden streeft de gemeente ernaar structurele grondwateroverlastproblemen zoveel mogelijk op te lossen op locaties waar potentieel problemen kunnen ontstaan. Afgaande op de informatie van DINO-loket blijkt dat de bodem ter plaatse bestaat uit zand, zeer fijn, zwak kleiig, uiterst siltig welke relatief goed infiltreerbaar is van aard. De freatische grondwaterspiegel bevindt zich op circa 1,5 m-mv. De stromingsrichting van het grondwater in het eerste watervoerende pakket is globaal zuidoostelijk richting de Dommel gericht. 5.4.7
Hemelwater
Momenteel is het plangebied nagenoeg volledig verhard (bebouwd en parkeerplaatsen) met enkele groene elementen. Voor zover bekend wordt het hemelwater reeds ondergronds verwerkt. Vanuit de gemeente Eindhoven is een plan opgesteld om het stedelijk gebied klimaatrobuust in te richten. Dit beleid is vastgesteld in het Gemeentelijk Rioleringsplan 2019-2022 en het Groenbeleidsplan. 5.4.8
Afvalwater
Het huidige rioolstelsel wordt in stand gehouden en waar mogelijk worden verbeteringen zoals het opheffen van foutieve aansluitingen, of het voorkomen van terugstroming van oppervlaktewater, doorgevoerd. Bij nieuwbouw wordt een apart afval- en hemelwaterriool aangelegd waarbij het afvalwater separaat van het hemelwater wordt afgevoerd. Voor nieuwe bebouwing geldt dat conform het bouwbesluit afvalwater en hemelwater gescheiden worden.
5.5
Toekomstige situatie van het watersysteem
5.5.1
Verharding en waterberging
Ontwikkelingen dienen hydrologisch neutraal ontwikkeld te worden. Bij nieuwbouw is afkoppeling verplicht. Door aan de milieuhygiënische voorwaarden te voldoen, zal door de aanvoer van het hemelwater de kwaliteit van het ontvangend grond- of oppervlaktewater niet verslechteren. In onderstaande tabel zijn de veranderingen tussen de huidige en toekomstige verwachte oppervlakten binnen het plangebied samengevat. Bij bouwplannen dient ten tijde het uiteindelijk verhard oppervlak en de eventueel bijhorende watercompensatie herberekend te worden. Voor het toekomstige hemelwater is middels de rekentool Water (zie bijlage 10 van voorliggend bestemmingsplan) een inschatting gemaakt van de toekomstige verhardingen om inzicht te krijgen in de benodigde hemelwaterretentie. Voor de ontwikkeling is, rekening houdend met een groen dak, een waterberging van ca. 37,9 m³ benodigd. Met de extra maatregelen wordt de bergingsopgave teruggedrongen tot -0,2 m3 , wat betekent dat dit plan een positieve bijdrage aan het gebied levert. De extra te nemen maatregelen die worden opgenomen in het plan zijn: toepassen van groene daken van circa 376 m2; extra waterberging in ondergrondse voorzieningen doormiddel van infiltratiekratten met een capaciteit van circa 42 m³; 6 nieuwe bomen (min. 6 m³ ondergrondse groeiruimte per boom).
In bijlage 10 t/m 12 is inzicht gegeven hoe er met de aanvullende maatregelen wordt voorzien in de bergingsopgave. In bijlage 11 is een overzicht gegeven van de situering van de groene daken. De totale omvang van deze groene daken bedraagt 376,8 m2. Een opbouw/technische specificatie van de groene daken is eveneens opgenomen in bijlage 12. 70
vastgesteld VII De Bergen (Grote Berg 11-21) Gemeente Eindhoven
De infiltratiekratten zijn weergegeven in bijlage 10 t/m 12. Deze worden gerealiseerd in de binnentuin, op voldoende afstand van de gevels van de woningen. Van de infiltratiekratten, alsmede de situering van de nieuwe bomen is een dwarssdoorsnede opgenomen, waaruit blijkt dat er voldoende ruimte is tussen de ondergrondse voorzieningen en de bomen (incl. groeiruimte). Een overloop en eventuele leegloop van de voorzieningen wordt op eigen terrein gesitueerd. Om aan te tonen dat de infiltratiekratten tijdig leeglopen dient er een onderzoek te worden verricht naar de doorlatendheid van de bomen (K-waarde). Dit onderzoek kan pas plaatsvinden na sloop van de panden aan de Grote Berg. Het uitvoeren van een dergelijk onderzoek zal als vergunningsvoorschrift worden opgenomen bij de omgevingsvergunning. Indien de K-waarde lager is dan 0,5 m per dag, dan wordt er een vertraagde leegloop aangebracht. Hierbij zal eveneens een onderzoek worden verricht naar de hoogte van de grondwaterstand in relatie tot de positionering (diepte) van de infiltratiekratten. Oppervlaktewater Het planvoornemen voorziet niet in aanpassingen van omliggende oppervlaktewateren. Waterkwaliteit Afkoppelen/niet aankoppelen staat voor het scheiden van hemelwater- en afvalwaterafvoer, op een afgewogen manier zodat een duurzaam watersysteem ontstaat.
Daarbij moet rekening worden gehouden met de waterhuishouding, de inrichting van de openbare ruimte, de milieuhygiënische gevolgen en de zorg voor de volksgezondheid en welzijn. Bij het voldoen aan de milieuhygiënische randvoorwaarden (dubomaterialen etc.) kan de afgekoppelde afstromende neerslag rechtstreeks via (mol)goten, lijnafwatering of ander traditioneel afvoermateriaal naar een aan te leggen voorziening stromen om in de bodem te infiltreren. Wel moeten in de afvoersystemen voorzieningen worden gerealiseerd die blad, zand e.d., die verstoppingen kunnen veroorzaken, achterhouden. Door materialen te gebruiken die voldoen aan de milieuhygiënische randvoorwaarden (dubomaterialen etc.) zorgt de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling niet voor een verslechtering van de waterkwaliteit van het (afstromende) hemelwater. In bijlage 10 is weergegeven hoe de toekomstige riolering er binnen het plangebied uit komt te zien. Hier geldt dat de groene lijnen het afvalwater betreffen en de blauwe leidingen de afvoer van het afgekoppelde hemelwater. Met het planvoornemen wordt voldoende rekening gehouden met de waterkwaliteit ter plaatse waardoor de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling dan ook geen negatieve invloed heeft op de waterkwaliteit van omliggende oppervlaktewateren dan wel het grondwater. 5.5.2
Advies / overleg Waterschap De Dommel
PM
vastgesteld VII De Bergen (Grote Berg 11-21) Gemeente Eindhoven
71
72
vastgesteld VII De Bergen (Grote Berg 11-21) Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 6
6.1
Juridische Vormgeving
Algemeen
Het bestemmingsplan "Grote berg" is te typeren als een gedetailleerd plan. De methodiek van het bestemmingsplan is gebaseerd op de SVBP2012. Waar dat noodzakelijk is, wordt afgeweken van de standaard en kan specifiek toegesneden worden op de feitelijke situatie in het onderhavige plangebied.
6.2
Planmethodiek
Er is, conform de Wro, gekozen voor een analoge en digitale verbeelding van het plan. Aan de bestemmingen zijn bouw- en gebruiksregels gekoppeld die direct inzichtelijk maken welke ontwikkelingen zijn toegestaan. Verbeelding en regels bieden een directe bouwtitel voor bebouwing en gebruik. Al dan niet in combinatie met een nadere - eisen - regeling.
6.3
Verbeelding
Op de analoge en digitale verbeelding hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. Deze aanduidingen hebben slechts juridische betekenis indien en voor zover hier in de regels naar wordt verwezen. In verband met de leesbaarheid is het plan op een topografische ondergrond getekend. De bestemmingen en de aanduidingen zijn ingedeeld in hoofdgroepen volgens de SVBP2012 en zijn op de verbeelding opgenomen in het renvooi. Opgemerkt wordt dat de analoge en digitale verbeelding qua verschijning van elkaar verschillen. Dit heeft ermee te maken dat de manier van raadplegen anders is. De digitale verbeelding is juridisch bindend.
6.4
Planregels
Wonen De voor `Wonen´ aangewezen gronden zijn bestemd voor woongebouwen al dan niet in combinatie met ruimte voor een aanhuisverbonden beroep met een beroepsvloeroppervlakte van ten hoogste 50 m², onzelfstandige woonruimte uitsluitend voor zover bestaand, aan- en uitbouwen en bijgebouwen, met de daarbij behorende tuinen, erven en water, wegen en paden, (ondergrondse) parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, speelvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen, voorzieningen voor het opwekken van duurzame energie en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Algemene regels In de Anti-dubbeltelregel wordt bepaald dat grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing. Overgangs- en slotregels Slotregel Deze regel geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald.
vastgesteld VII De Bergen (Grote Berg 11-21) Gemeente Eindhoven
73
74
vastgesteld VII De Bergen (Grote Berg 11-21) Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 7
7.1
Financieel-economische uitvoerbaarheid
Kostenverhaal
Uitgangspunt voor de beoogde ontwikkeling is dat deze voor de overheid budgetneutraal wordt ontwikkeld. Op grond van artikel 6.12 lid 1 Wet ruimtelijke ordening (Wro) in samenhang met artikel 6.12 lid 4 Wro is de overheid verplicht om de kosten te verhalen in de gevallen die zijn aangewezen in het Besluit ruimtelijke ordening. Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening is kostenverhaal verplicht in geval van: de bouw van één of meer woningen en andere hoofdgebouwen; de uitbreiding van een gebouw met ten minste 1.000 m² bruto-vloeroppervlakte of met één of meer woningen; de verbouwing van één of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor woondoeleinden, mits tenminste 10 woningen worden gerealiseerd; de verbouwing van één of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor detailhandel, dienstverlening, kantoor of horecadoeleinden, mits de cumulatieve oppervlakte van de nieuwe functies ten minste 1.500 m² bruto-vloeroppervlakte bedraagt; de bouw van kassen met een oppervlakte van ten minste 1.000 m² bruto-vloeroppervlakte.
Als sprake is van een bouwplan en kostenverhaal dus verplicht is, moet gelijktijdig met het besluit een exploitatieplan vastgesteld worden. Deze plicht vervalt als het gemeentelijk kostenverhaal anderszins is verzekerd. Artikel 6.12 lid 2 Wro bepaalt dat de gemeenteraad kan besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien: a. het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd (bijvoorbeeld via gronduitgifte of een anterieure overeenkomst over grondexploitatie) b. het niet noodzakelijk is een tijdvak voor de exploitatie, dan wel een fasering in de uitvoering van werken, werkzaamheden, maatregelen en bouwplannen vast te stellen c. het stellen van eisen voor de werken en werkzaamheden voor het bouwrijp maken van het exploitatiegebied, de aanleg van nutsvoorzieningen en het inrichten van de openbare ruimte in het exploitatiegebied, dan wel het stellen van regels omtrent het uitvoeren van die werkzaamheden, dan wel een uitwerking van de regels met betrekking tot de uitvoerbaarheid niet nodig is. In voorliggend geval is sprake van een bouwplan en is kostenverhaal dus verplicht.
vastgesteld VII De Bergen (Grote Berg 11-21) Gemeente Eindhoven
75
76
vastgesteld VII De Bergen (Grote Berg 11-21) Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 8 Procedure en maatschappelijke uitvoerbaarheid
8.1
Bekendmaking ex artikel 1.3.1 Bro
De gemeente heeft de voorbereiding van dit bestemmingsplan conform artikel 1.3.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) bekend gemaakt.
8.2
Overleg ex artikel 3.1.1 Bro
Op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moeten burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met de rijks- en provinciale diensten die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Ook is het voorontwerpbestemmingsplan verstuurd naar Trefpunt Groen Eindhoven (TGE), de Henri van Abbe Stichting en de Stichting Bescherming Wederopbouwerfgoed Eindhoven. Zij hebben schriftelijk een positieve reactie afgegeven met betrekking tot de voorgenomen planontwikkeling zoals verwoord in het bestemmingsplan. De benoemde opmerkingen, wensen en aandachtspunten worden bij de nadere uitwerking dan wel onderzoeken van het plan door initiatiefnemer, in overleg met de architect, meegenomen.
8.3
Inspraak
Per 1 oktober 2008 is de "Verordening Samenspraak en Inspraak gemeente Eindhoven 2008" in werking getreden. Het doel hiervan is het betrekken van burgers bij de besluitvorming. Voor de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling zal een omgevingsdialoog worden gehouden. Een verslag van het omgevingsdialoog zal t.z.t. aan voorliggend bestemmingsplan worden toegevoegd.
8.4
Omgevingsdialoog
Door de gemeente Eindhoven wordt van de initiatiefnemer verwacht dat hij mensen die daarbij een belang hebben, betrekt bij het uitwerken van de plannen. Bezwaren maar ook juist goede ideeën met elkaar bespreken kan het initiatief beter maken, aldus de gemeente Eindhoven. De initiatiefnemers hebben contact opgenomen met de direct omwonenden, eigenaren van panden in de nabije omgeving en andere belanghebbenden die op verschillende manieren zijn betrokken bij het project. Er hebben meerdere omgevingsdialogen plaatsgevonden. Ten eerste een presentatie voor de Stichting Groen Punt en de Henri van Abbe Stichting op dinsdag 15 september 2020. Beide stichtingen hebben vervolgens schriftelijk gereageerd op het plan. Als volgende stap zijn belanghebbenden uit de directe omgeving benaderd. Het gaat om de grondeigenaar de Kazerne, directe buren en Stichting de Bergen. Er zijn zowel individuele gesprekken gevoerd als dat er twee inloopavonden georganiseerd zijn om de plannen te presenteren. De uitnodiging is verstuurd naar de volgende adressen: Grote Berg 9 tot met 55a Wal 2A-C
vastgesteld VII De Bergen (Grote Berg 11-21) Gemeente Eindhoven
77
Luciferstraat 66 tot met 70 Paradijslaan 2 tot met 16 Bergstraat 7a tot met 48 Op maandag 14 december 2020 heeft de eerste informatieavond plaatsgevonden. Deze avond vond digitaal plaats vanwege de situatie omtrent Covid-19. Aanwezig bij deze informatieavond vanuit direct omwonenden betrof de volgende adressen: Grote Berg 42F, Luciferstraat 66, 68 en Bergstraat 33. Ook twee gegadigden namens de bewonersvereniging de Bergen waren aanwezig. Bij deze avond is het voorontwerp gepresenteerd en is de projectplanning besproken. De reactie van de omwonenden op de presentatie was positief. In aanloop naar een vergunningsaanvraag zijn de omwonenden opnieuw benaderd met de verdere planuitwerking. Op woensdag 16 februari 2022 vond er een tweede inloopavond plaats. Het definitief ontwerp en het te doorlopen tijdspad is hierbij gepresenteerd.
8.5
Zienswijzen
Het ontwerp van het bestemmingsplan heeft met ingang van donderdag 9 februari 2023 tot en met woensdag 22 maart 2023 op de gebruikelijke wijze ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn is iedereen in de gelegenheid gesteld om schriftelijk of mondeling een zienswijze ten aanzien van het ontwerp van het bestemmingsplan kenbaar te maken. Kennisgeving van de ter inzage legging en de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen is in het Gemeenteblad van 8 februari 2023 en op de gemeentelijke website gepubliceerd. Ook is kennis gegeven van de mogelijkheid om de digitale versie van het ontwerp bestemmingsplan via de gemeentelijke website www.eindhoven.nl/bestemmingsplannen en de landelijke website www.ruimtelijkeplannen.nl te raadplegen. Naar aanleiding van de tervisielegging 1 zienswijze ontvangen. Deze zienswijze heeft betrekking op de erfpacht en de erfdienstbaarheid. In de 'nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen' is beargumenteerd op de zienswijzen ingegaan.
8.6
Ambtshalve aanpassingen
Naast de aanpassingen naar aanleiding van de ingekomen zienswijze zijn ambtshalve aanpassingen doorgevoerd. De aanpassingen zijn in de 'nota zienswijzen en ambtshalve wijzigingen' opgenomen.
78
vastgesteld VII De Bergen (Grote Berg 11-21) Gemeente Eindhoven
Bijlagen bij toelichting
vastgesteld VII De Bergen (Grote Berg 11-21) Gemeente Eindhoven
79
80
vastgesteld VII De Bergen (Grote Berg 11-21) Gemeente Eindhoven
Bijlage 1 Ladderonderbouwing
vastgesteld VII De Bergen (Grote Berg 11-21) Gemeente Eindhoven
81
Advies
: Ladder voor duurzame verstedelijking, appartementen De Grote Berg Eindhoven
Datum Opdrachtgever
14 juli 2022 MIBA Bouwmanagement BV
Projectnummer Opgesteld door i.a.a.
P02067 FS, GW, DB, SJ SS
1. Aanleiding MIBA Bouwmanagement BV is voornemens om aan de Grote Berg 9 – 21 te Eindhoven 27 appartementen te realiseren op zowel de begande grond als de verdieping. Binnen het huidige bestemmingsplan is de beoogde ontwikkeling niet toegestaan aangezien wonen op de verdieping enkel mogelijk is wanneer er in de bestaande situatie reeds sprake is van een woonfunctie op de begane grond. Om de ontwikkeling formeel mogelijk te maken is een wijziging van het bestemmingsplan noodzakelijk. In het Bro (art 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening) (hierna: ‘ladder’) is vastgelegd dat de toelichting bij een bestemmingsplan of projectafwijking moet voldoen aan de systematiek van de Ladder voor Duurzame Verstedelijking. De ladder is een wettelijk verplicht motiveringsinstrument waaraan iedere ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ (art 1.1.1 Bro) moet worden getoetst. Per 1 juli 2017 luidt het tweede lid van art. 3.1.6. als volgt: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” In de nieuwe bestemmingsregeling wordt de bestemming gewijzigd om wonen op de verdieping mogelijk te maken.
Door de omvang van de ontwikkeling moet het initiatief worden beschouwd als een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’. Voor wonen geldt namelijk dat sprake is van een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ bij een toevoeging van minimaal twaalf woningen. Bij het opstellen van de bestemmingsregeling is het uitgangspunt dat niet méér dan 27 appartementen mogelijk gemaakt zullen worden. Het doel van de Ladder is zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. De Ladder geeft daarmee invulling aan het nationaal ruimtelijk belang gericht op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten.
1
2. Planinitiatief Initiatief De Grote Berg ligt ten westen van het centrum van Eindhoven. Het initiatief vindt plaats in het oostelijk deel van de straat. Het betreft het bouwblok gelegen aan de zuidkant begrensd door de Luciferstraat en de Paradijslaan. Specifiek gaat het om de kadastrale percelen met de nummers 1713, 1714, 2034 en 2035. Er worden 27 appartementen gerealiseerd in de vrije huursector met een omvang van circa 60 tot 71 m2 (met uitzondering van één appartement dat een omvang heeft van circa 97 m2). Het segment is onbekend, maar gelet op de locatie en omvang van de appartementen wordt uitgegaan van het het middeldure tot dure segment. De appartementen zijn niet bedoeld voor een specifieke doelgroep. In het initiatief wordt aandacht besteed aan innovatieve en milieuaspecten zoals groenen gevels, tuinen, dakgroen, zonnepanelen en waterberging. Locatie en situatie De Grote Berg is een aanloopstraat naar het centrum van Eindhoven met van oudsher een gemengd functieprofiel. De straat kenmerkt zich nog altijd door een gemengd profiel met veelal commerciële functies in de plint en wonen op de verdieping(en). In het vigerend bestemmingplan ‘De Bergen’ (vastgesteld op 23-11-2011) heeft de straat dan ook overwegend enkelbestemming ‘gemengd-1’. Aan de oostzijde (nabij de binnenstad) zijn diverse horecagelegenheden gevestigd, aan de westzijde detailhandel en dienstverlening.
Meer naar de westkant krijgt De Grote Berg meer het karakter van een woonstraat doordat er ook op de begane grond woningen zijn gevestigd. Figuur 1.2: Ligging planlocatie
2
3. Opzet onderzoek Voor het initiatief wordt onderzocht of en op welke manier de realisatie van 27 appartementen in De Grote Berg te verantwoorden is vanuit de methodiek van de Ladder voor Duurzame Verstedelijking. De hoofdvraag van dit onderzoek luidt: Voldoet het initiatief aan een (kwantitatieve en kwalitatieve) behoefte en is er sprake van duurzaam ruimtegebruik binnen het verzorgingsgebied? Het antwoord op de hoofdvraag uit dit onderzoek wordt verkregen door middel van ruimtelijkfunctioneel onderzoek, waarbij zowel de kwantitatieve als kwalitatieve behoefte aan de ontwikkeling wordt onderzocht binnen het verzorgingsgebied. Ook wordt gekeken naar de locatieafweging binnen of buiten het bestaand stedelijk gebied. Bovendien worden door middel van het onderzoek de te verwachten effecten van de beoogde ontwikkeling in beeld gebracht. Met de resultaten van het onderzoek is de Ladder voor Duurzame Verstedelijking doorlopen. Voor het bepalen van de behoefte en het duurzaam ruimtegebruik is gekeken naar: Monitor bevolking en wonen Noord-Brabant (2021); Bevolkings- en woningbehoefteprognose Noord-Brabant (2020) Regionale Agenda Wonen RRO Zuidoost-Brabant, 2016 Woningmarktonderzoek MRE 2018, 2017 Afsprakenkader wonen 2017. Aantrekkelijke woonmilieus in Stedelijk Gebied Eindhoven; Visie op wonen.
Stedelijk gebied Eindhoven, 2019; Woondeal Stedelijk Gebied Eindhoven, 2019; Woonvisie Eindhoven, 2015; Binnenstadsvisie 2025, 2016; Marktmechanismen op de Eindhovense woningmarkt, 2017 De beoogde ontwikkeling is hierna getoetst aan de ladder.
4. Conclusie Ladder voor duurzame verstedelijking Sprake van nieuwe stedelijke ontwikkeling De beoogde ontwikkelingen aan de Grote Berg in Eindhoven betreft een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Dit blijkt uit het volgende: 1. De planlocatie heeft in het vigerende bestemmingsplan de bestemming ‘Gemengd-1’. Wonen op de verdieping is op deze locatie niet toegestaan, waardoor een bestemmingswijziging noodzakelijk is. 2. Een stedelijke ontwikkeling is volgens het besluit ‘een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Het initiatief om 27 appartementen (wonen) te realiseren past binnen deze definitie. 3. Vanaf 12 nieuwe woningen is sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Aangezien het een toevoeging van 27 woningen betreft, wordt het initiatief gezien als een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’.
3
Initiatief past binnen de behoefte in het verzorgingsgebied Voor de onderbouwing van de kwantitatieve woonbehoefte is gekeken naar de relevante regio op basis van verhuisbewegingen. Daaruit blijkt dat de primaire regio de gemeente Eindhoven betreft (64% van de verhuisbewegingen). Als secundair gebied is tevens gekeken naar het Stedelijk Gebied Eindhoven (73% van de verhuisbewegingen). Het initiatief wordt passend geacht binnen de Ladder. Onderstaand volgt een beknopte toelichting. De volledige onderbouwing van de behoefte is opgenomen in bijlage 1 en 2. Kwantitatieve behoefte De komende jaren groeien de bevolking en het aantal huishoudens in de gemeente Eindhoven en het Stedelijk Gebied aanzienlijk. Het aantal huishoudens groeit daarbij harder dan het aantal inwoners wat duidt op een toename van het kleinere huishoudens (een- en tweepersoons). Er is voor zowel de gemeente als regio een forse woningbehoefte t/m 2030, zo noemt de provinciale bevolkingsprognose (2020). Bovendien wordt in de Woondeal door het Stedelijk Gebied, de provincie Noord-Brabant en het ministerie erkent dat er tot 2025 al een aanzienlijke woningbehoefte bestaat van circa 27.000 woningen in het Stedelijk Gebied, waarvan circa 15.000 in Eindhoven. Dit betekent een realisatie van woningen op kortere termijn dan tot en met 2030, sneller dan de voorgaande behoefteramingen.
Het centrum van Eindhoven is daarbij een belangrijke ontwikkellocatie (binnen de Ring). Hoewel de totale plancapaciteit in het Stedelijk Gebied hoger is dan de behoefte, is de harde plancapaciteit aanzienlijk lager. Ook de totale plancapaciteit voor Eindhoven is hoger dan de behoefte, maar de harde plancapaciteit is eveneens aanzienlijk lager. Voor het Stedelijk Gebied betekent dit een restbehoefte van circa 6.825 woningen, en voor de gemeente Eindhoven een restbehoefte van circa 8.640 woningen. Dit betekent dat het huidige initiatief, dat voorziet in het toevoegen van 27 appartementen, kan worden ingepast binnen de bestaande plancapaciteit. Kwalitatieve behoefte Binnen de regio Zuidoost-Brabant is afgesproken dat er meer aandacht moet zijn voor kwaliteit en vraaggerichte woningbouw. Het Stedelijk Gebied en de gemeente Eindhoven zetten beleidsmatig in op een grote diversiteit een woningen en woonmilieus. Met voldoende woningen in alle segmenten wil Eindhoven er zijn voor elke doelgroep. In Eindhoven wordt rekening gehouden met een flinke toename van een- en tweepersoons huishoudens en een toenemende vraag naar centrumstedelijk wonen. Deze combinatie vraagt om woningen in en nabij het centrum die aansluiten bij de behoefte van kleinere huishoudens.
Centrumstedelijk is er veel vraag naar huurappartementen en binnen de vrije huursector is er veel vraag naar huurwoningen in het middensegment. De huidige verhouding van de woningvoorraad in het centrum van Eindhoven sluit hier bij aan. De woningvoorraad in het centrum bestaat voor 93% uit meergezinswoningen en tweederde van de voorraad betreft huurwoningen in de vrije sector. Deze verhouding is redelijkerwijs ook de juiste voor de toekomstige situatie. Rekening houdend met een sterke groei van kleinere huishoudens in het centrum en de behoefte aan huurwoningen in het middensegment betekent dit dat er ook in kwalitatieve zin behoefte is aan het huidige initiatief. Het huidige initiatief is binnenstedelijk en betreft appartementen in de vrije huursector. Het gaat om appartementen die qua omvang geschikt zijn voor een- en tweepersoons huishoudens. Hoewel het segment vooralsnog onbekend is, is naar verwachting ten minste sprake van middenklasse huur.