CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1a - Bestemmingsplan VI Limbeek-Woenselse Watermolen 2007 (Boschdijk Veste)

Raadsvergadering 24 mei 2022, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan VI Limbeek-Woenselse Watermolen 2007 (Boschdijk Veste)26.707 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

De bescherming van houtopstanden, conform de Wet natuurbescherming, heeft betrekking op alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers of struiken van een oppervlakte van minimaal tien are of een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gelegen buiten de bebouwde kom. Wanneer houtopstanden worden geveld, niet vallende onder artikel 4.1 van de Wet natuurbescherming, geldt een meldingsplicht bij Gedeputeerde Staten van desbetreffende provincie (artikel 4.2 Wnb). Indien er geen bezwaar is om de houtopstanden te kappen, verplicht artikel 4.2 van de Wet natuurbescherming om binnen 3 jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand op dezelfde grond houtopstanden opnieuw aan te planten. Daarnaast is er de Wet natuurbescherming die, voor wat betreft soortenbescherming, betrekking heeft op alle in Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, (trek)vogels, reptielen en amfibieën, een aantal vissen, libellen en vlinders, enkele bijzondere en min of meer zeldzame ongewervelde dierensoorten en een aantal vaatplanten. De beschermde soorten zijn ingedeeld in drie categorieën: Vogels (artikel 3.1 Wet natuurbescherming) Europees beschermde soorten (artikel 3.5 Wnb) Nationaal beschermde soorten (artikel 3.10 Wnb) Artikel 2.7.

lid 2 van de Wet natuurbescherming schrijft voor dat het verboden is om zonder vergunning van de Gedeputeerde Staten projecten of handelingen te verrichten die de instandhouderingsdoelen of verbeterdoelen van een Natura 2000-gebied verslechteren of die een significant verstorend effect kunnen hebben op soorten die in dat gebied zijn aangewezen. De depositie van grote hoeveelheden stikstof op stikstofgevoelige habitats binnen Natura 2000-gebieden kan een van deze verstorende effecten zijn die ook van grote fysieke afstanden tot Natura 2000-gebieden een rol kan spelen.

Er is geen vergunning nodig in het kader van de Wet natuurbescherming als er geen sprake van significante negatieve effecten op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Er is sprake van significant negatieve effecten als de stikstofdepositie groter is dan 0,00 mol/ha/jaar in de gebruiksfase. Voor de aanlegfase heeft Bij12, een overkoepelende uitvoeringsorganisatie van de twaalf provincies, beslist dat er kan worden volstaan met een depositie van 0,05 mol/ha/jaar wanneer er voor maximaal twee jaar tijdelijk depositie plaatsvindt. Bij grotere bouwprojecten die over een langdurige periode (meer dan twee jaar) worden gefaseerd, kan deze regeling daarom vaak niet worden gebruikt. De totale bouwduur is bepalend in het bepalen of deze regeling kan worden gebruikt.

De hoogste bestuursrechter (de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State) heeft op 29 mei 2019 beslist dat het Programma Aanpak Stikstof niet gebruikt mag worden als basis voor het verlenen van toestemming van activiteiten die leiden tot een stikstoftoename ter plaatse van stikstofgevoelige habitattypen en soorten Natura 2000-gebieden. In plaats daarvan dient kwantitatief aangetoond te worden of er sprake gaat zijn van negatieve significante effecten op stikstofgevoelige habitats. Hierdoor dient het door het rijk bij de Regeling 54

vastgesteld VI Limbeek-Woenselse Watermolen 2007 (Boschdijk Veste) Gemeente Eindhoven

natuurbescherming het voorgeschreven AERIUS-model worden gebruikt.

Doorwerking plangebied Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, “Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux”, bevindt zich op circa 5,2 kilometer afstand ten zuidoosten van het projectgebied. Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect als gevolg van storingsfactoren als toename van geluid, licht of depositie van stikstof. Mede gezien de afstand tot het plangebied zijn externe effecten als gevolg van aspecten als licht, geluid en trillingen uitgesloten.

Het plangebied is niet gelegen binnen het NNB (zie figuur 10). Het dichtstbijzijnde onderdeel van het NNB ligt ongeveer 880 meter ten oosten van het plangebied. Gezien de aard van de voorgenomen plannen zullen de omgevingscondities redelijkerwijs gelijk blijven, waardoor de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNB niet worden aangetast. Vervolgonderzoek in het kader van het NNB wordt dan ook niet noodzakelijk geacht.

Aangezien het plangebied zich binnen de bebouwde kom bevindt en er geen (onderdelen van) houtopstanden aanwezig zijn is toetsing aan het onderdeel houtopstanden conform de Wet natuurbescherming bij dit plan niet aan de orde. In de quickscan Bijlage 15 Quickscan Flora en Fauna worden de beschermde diersoorten per categorie beschouwd (vogels, vleermuizen, grondgebonden zoogdieren, reptielen, amfibieën, vissen, ongewervelde diersoorten, vaatplanten). Uit de resultaten blijkt dat geen van deze categorieën dier- of plantsoorten betreft die mogelijk in het plangebied aanwezig zijn en door het planvoornemen negatief worden beïnvloed.

Gelet op de potentiële ecologische waarden kan het voorgenomen plan alleen in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid worden uitgevoerd, mits voorafgaand en tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden het bepaalde in de Wet natuurbescherming in acht wordt genomen dat er een Aerius-berekening uitgevoerd dient te worden. Daarnaast is het van belang om het verwijderen van opstaand groen buiten het broedseizoen of na controle plaats te vinden. Ook dient er in het kader van de algemene zorgplicht te worden voldaan aan voldoende zorg voor individuen.

Daarnaast is er een stikstofdepositiecalculatie uitgevoerd voor het voorgestelde ruimtelijk initiatief, Bijlage 16 Aerius-berekening. Met betrekking tot het onderdeel Natura 2000 dient, door middel van een enkelvoudige AERIUS-berekening, inzichtelijk te worden gemaakt of er sprake is van een toename van de stikstofdepositie ter plaatse van Natura 2000-gebieden. Het dichtstbijzijnde Natura 2000 gebied is het 'Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux' en bevindt zich op het dichtstbijzijnde punt op 5,2 kilometer van het projectgebied. Overige Natura 2000 gebieden zijn op grotere afstand gelegen. Op 21 januari 2021 heeft de Raad van State uitspraak gedaan in de zaak ViA15 (ECLI:NL:RVS:2021:105). Hierin zijn vraagtekens gezet bij de validiteit van Aerius-calculator. Emissies van verkeersbewegingen worden in het huidige Aerius-model na vijf kilometer automatisch 'afgekapt'. Aangezien het voorgenomen ruimtelijk initiatief op grotere afstand dan vijf kilometer gelegen is van Natura 2000-gebieden, is deze uitspraak van belang bij deze ontwikkeling. Hierdoor is er een berekeningen gemaakt waarbij de lijn-bronnen van het wegverkeer als puntbron zijn ingevoerd. Op deze manier wordt de 5 kilometer afkapping die nu in Aerius-calculator aanwezig is ontweken.

vastgesteld VI Limbeek-Woenselse Watermolen 2007 (Boschdijk Veste) Gemeente Eindhoven

55

Het dichtstbijzijnde NNB-gebied is gelegen op circa 890 meter (De Dommel). Vervolgonderzoek ten behoeve van het NNB en/of toetsing aan het onderdeel houtopstanden is bij dit planvoornemen verder niet aan de orde. Conclusie Vanuit het aspect ecologie worden geen belemmeringen verwacht ten aanzien van het voorgestelde ruimtelijke initiatief. Wel dient er voorafgaand aan de werkzaamheden geïnventariseerd te worden of er in het omliggende groen mogelijk rustplaatsen aanwezig zijn. Middels een AERIUS-berekening is in beeld gebracht of er een toename is van stekstofdepositie ter plaatse van het natura 2000-gebied. Uit de uitgevoerde berekeningen blijkt dat bij zowel de aanlegfase als de gebruiksfase geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/j. Daarmee kunnen op voorhand negatieve effecten op Natura 2000-gebieden vanwege stikstofdepositie uitgesloten worden.

4.8

Cultuurhistorie

De provincie Noord-Brabant hanteert het beleidsinstrument “Cultuurhistorische Waardenkaart (CHS)”. De cultuurhistorische kaart van de stad Eindhoven geeft een overzicht van cultuurhistorische kenmerken en waarden in deze provincie. Het is een overzicht op hoofdlijnen, bijvoorbeeld van waardevolle verkavelingspatronen, gebieden met een archeologische verwachtingswaarde of monumentale boerderijlinten. De cultuurhistorische kaart kent drie verschillende thema's: wegenstructuur, stedenbouwkundig gebied en Landschap.

Figuur 16 Cultuurhistorische w aardenkaart

Zoals op bovenstaande kaart te zien is, grenst volgens de CHW het plangebied aan de cultuurhistorische wegenstructuur: Historische wegenstructuur voor 1900. Het gaat hier om de Boschdijk, die onderdeel was van de steenweg van 's-Hertogenbosch naar Luik. De aanleg van de steenweg tussen 's-Hertogenbosch en Luik heeft plaatsgevonden in de periode 1741-1818. Deze liep langs Eindhoven over de huidige Boschdijk. Het traject van 56

vastgesteld VI Limbeek-Woenselse Watermolen 2007 (Boschdijk Veste) Gemeente Eindhoven

's-Hertogenbosch naar Eindhoven kwam in 1806 gereed.

Dat zou betekenen dat het een voorloper van de zgn. Napoleonswegen is. Deze werden tussen 1810 en 1813 aangelegd op bevel van Napoleon naar het voorbeeld van de Romeinse heerbanen. Ze waren bedoeld voor troepen- en materieelverplaatsingen vanuit Frankrijk naar de bezette gebieden. Kenmerkend voor Napoleonswegen is dat ze kaarsrecht zijn en zich weinig gelegen laten liggen aan topografische bijzonderheden zoals heuvels of rivieren. De lintbebouwing die hier ooit gestaan heeft is al tientallen jaren verdwenen. Vóór ca. 1984 was de Zernikestraat er nog niet. Vóór ca. 1973 stond er lintbebouwing. Tussen 1953 en 1962 lag, waar nu de Zernikestraat ligt, een dwarspad.

Het kantoorgebouw 'Boschdijk Veste' (Boschdijk 131-139 / Zernikestraat 1-15) is gebouwd in 1988-1989. Het pand, een kantoorverzamelgebouw, bestaat uit drie afzonderlijke kantoorvleugels opgezet in een U-vorm. De bouwdelen aan de Boschdijkzijde en de Zernikestraat zijn beide vijflaags en het bouwdeel dwars op de Zernikestraat is een zelfstandige vleugel van drie bouwlagen. Het pand heeft kenmerken van het neo-modernisme (plat dak, gladde gevel (hoekpartij)) en high-tech architectuur (spiegelende gevels). In de periode 1985-1995 was high-tech architectuur populair, waarbij glasgevels, klimaatinstallaties, zonwering en energie-beperkende constructies nadrukkelijk het gevelbeeld bepaalden. De hoofdopzet (centrale hoekpartij met twee uitwaaierende vleugels alsmede een quasi pilasterstructuur met architraaf en begane grond als plint uitgevoerd in prefabblokken refereert aan (sterk versoberde) rationalistisch-klassieke architectuur.

Het gebouw refereert aan het culturele ideaal van die tijd: Amerika. De ingangspartij op de hoek refereert aan spiegelende wolkenkrabbers. Het pand zou niet misstaan in TV-series als 'Dynasty' en 'Dallas'. Het tijdsgewricht rond 1989 s te zien als een overgangstijd van de laatste fase van de Koude Oorlog naar een post-Koude Oorlogstijd. Een tijd waarin het Amerikaans kapitalisme zegevierde en de fundamenten werden gelegd voor het neo-liberalisme.

De voorgestelde uitbreidingen van het pand hebben geen negatieve invloed op de cultuurhistorische waarde van de Boschdijk. Het pand zelf is geen monument en heeft vooralsnog onvoldoende cultuurhistorische waarde om bescherming te rechtvaardigen.

Verder gelden er voor het plangebied geen bijzonderheden conform de gemeentelijke CHW. Er zijn eveneens geen monumenten gelegen in de nabijheid van het plangebied.

Conclusie Het planvoornemen grenst aan een historische wegenstructuur (Boschdijk). Verder zijn er geen cultuurhistorische waarden in de omgeving van het plangebied.

4.9

Archeologie

Wettelijk en beleidsmatig kader

vastgesteld VI Limbeek-Woenselse Watermolen 2007 (Boschdijk Veste) Gemeente Eindhoven

57

Nationaal beleid Het Verdrag van Valletta (Malta) verplicht de Europese overheden tot het beschermen van archeologisch erfgoed. Hierbij wordt als uitgangspunt gehanteerd dat archeologische waarden in situ bewaard moeten blijven. Dat wil zeggen, dat er naar gestreefd moet worden om de waarden op de locatie te behouden. Als dit niet mogelijk blijkt, bijvoorbeeld bij bouwplannen, dan moeten de waarden worden opgegraven en ex situ worden bewaard. Het Verdrag van Valletta is vertaald in de Monumentenwet 1988, zoals deze gewijzigd is in september 2007. Sinds deze wijziging van september 2007 is de gemeente bevoegd gezag op het gebied van archeologie. Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. De uitgangspunten uit het Verdrag van Valletta (Malta) blijven in de Erfgoedwet de basis van de omgang met archeologie. Gemeenten houden een belangrijke rol in het archeologische stelsel. In bestemmingsplannen houden ze rekening met (te verwachten) archeologische waarden. Dit wordt samen met de andere onderdelen rond de omgang met archeologie in de fysieke leefomgeving overgeheveld naar de toekomstige Omgevingswet.

Gemeentelijk beleid De gemeente Eindhoven heeft eigen archeologiebeleid, als uitwerking van het nationale en provinciale beleid. Dit beleid staat in het 'Beleidsplan archeologie Eindhoven en Helmond 2008-2012', dat de raad in september 2008 heeft vastgesteld. De gemeente neemt de verantwoordelijkheid voor het bodemarchief zelf ter hand door te investeren in kerntaken en opbouw van expertise. De gemeente kent archeologische waarden daterend uit de prehistorie en de Romeinse tijd. Het gemeentelijk bodemarchief herbergt tevens fundamentele gegevens over de geschiedenis van stad en platteland gedurende en na de middeleeuwen. Deze gegevens zijn van groot belang voor de reconstructie van het verleden, temeer omdat archivalische bronnen in Eindhoven nagenoeg ontbreken. De archeologische gebieden binnen de gemeente Eindhoven staan aangegeven op de gemeentelijke Archeologische Waardenkaart, onderdeel van de gemeentelijke cultuurhistorische waardenkaart. Het beleid is om bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening te houden met de archeologische waarden en verwachtingen in de ondergrond en daarbij uit te gaan van de gemeentelijke archeologische waardenkaart.

In 2020 is de gemeentelijke Archeologische Waardenkaart uit 2008 geactualiseerd in de vorm van een archeologische verwachtingen- en waardenkaart (zie bijlage 3). De kaart uit 2020 wordt beschouwd als een gemeentedekkend bureauonderzoek. Hierbij zijn de archeologische waarden en verwachtingen omgezet in beleidscategorieën en zijn deze gecombineerd met verstoringsinformatie en de resultaten van eerdere onderzoeken binnen de gemeente. De planning is dat de nieuwe kaart in het najaar van 2021 als onderdeel van de geactualiseerde Erfgoedverordening ter vaststelling wordt voorgelegd aan de raad. De regels in de erfgoedverordening zullen dan per 1 januari 2022 overgaan in het Omgevingsplan van rechtswege. Aanvragen zullen dan worden getoetst aan de nieuwe kaart.

58

vastgesteld VI Limbeek-Woenselse Watermolen 2007 (Boschdijk Veste) Gemeente Eindhoven

Figuur 17 Ligging plangebied ten opzichte van archeologisch w aardevol gebied

Conclusie Volgens de geldende Archeologische Waardenkaart uit 2008 kent onderhavig plangebied geen archeologisch waardevolle gebieden of archeologische verwachtingsgebieden (zie bijlage 2). Er geldt geen archeologische onderzoeksplicht voor het laten uitvoeren van archeologisch (voor)onderzoek. De ophanden zijnde vaststelling van de geactualiseerde kaart uit 2020 heeft eveneens geen (archeologische) consequenties voor het plan. Op de geactualiseerde kaart heeft het plangebied geen archeologische verwachting, wat betekent dat er ook geen archeologische onderzoeksplicht geldt.

Dat het plangebied volgens de Archeologische Waardenkaart geen archeologische waarde of verwachting heeft, betekent dit niet dat er geen archeologische resten kunnen worden aangetroffen. Er geldt ten aanzien van archeologie een meldingsplicht voor archeologische toevalsvondsten. Mochten tijdens eventuele grondwerkzaamheden archeologische resten (vondsten, grondsporen et cetera) worden aangetroffen, dan dienen deze (op grond van de meldingsplicht ingevolge art. 5.10 Erfgoedwet 2016) direct gemeld te worden aan de Minister van OCW en bij de (afdeling Omgevingskwaliteit) gemeente Eindhoven. Vervolgens zal bepaald worden of, en zo ja welke, aanvullende maatregelen getroffen dienen te worden.

4.10

Verkeer en parkeren

De beoogde ontwikkeling dient niet te leiden tot verkeerskundige knelpunten en er dient in voldoende parkeergelegenheid te worden voorzien. Hierbij wordt voor het aspect parkeren getoetst aan het gemeentelijk Parkeerbeleidsplan. De verkeersaantrekkende werking wordt beoordeeld aan de hand van CROW-kengetallen.

vastgesteld VI Limbeek-Woenselse Watermolen 2007 (Boschdijk Veste) Gemeente Eindhoven

59

4.10.1

Parkeren

Park eernorm Op basis van het gemeentelijke 'Actualisatie Nota Parkeernormen 2019' (vastgesteld 24 september 2019) is het aantal benodigde parkeerplaatsen voor het plangebied bepaald Bijlage 4 Parkeerberekening. Hierbij is uitgegaan van 'schil' volgens de overzichtskaart zone-indeling uit hoofdstuk 2 van de actualisatie. De parkeernorm dient berekend te worden voor 240 studentenwoningen. Hierdoor is er in de berekening van de parkeerbehoefte uitgegaan van Bijlage 8b 'zelfstandig wonen met campuscontract'. Hiervoor geldt een parkeernorm van 0,3. Binnen deze norm is het aandeel parkeerplaatsen voor bezoekers opgenomen. Dit is gesteld op 0,3 parkeerplaatsen per woning. Het uitgangspunt van de gemeente Eindhoven is dat het parkeren, zowel voor motorvoertuigen als ongemotoriseerde voertuigen, volledig op eigen terrein dient plaats te vinden.

Op basis van de normen zal het plan 72 parkeerplaatsen nodig hebben (zie onderstaande tabel). Dit is inclusief het aandeel parkeerplaatsen voor bezoekers.

Woningtype conform parkeerbeleidsplan

Aantal

Parkeernorm

Benodigd aantal parkeerplaatsen

Zelfstandige w oonruimte met campuscontract

240

0,2

48

Bezoekers zelfstandige w oonruimte met campuscontract

240

0,1

24

Middels aanwezigheidspercentages is berekend wat de parkeerbehoefte is voor de nieuwe situatie. De resultaten zijn in onderstaande tabel weergegeven. Hieruit kan geconcludeerd worden dat de par-keerbehoefte in de nieuwe situatie 62, 4 betreft, afgerond 63. Door de nabijheid van het plangebied op een HOV is er een reductie van 50% toegepast. Hierdoor komt het aantal parkeerplaatsen uit op 31.

Werk ochtend

Werk middag

Werk avond

Koop avond

Werk nacht

Zaterdag middag

Zaterdag avond

Zondag middag

26.4

28.8

62.4

55.2

48

43.2

62.4

50.4

Het parkeren van voertuigen zal voornamelijk plaatsvinden uit het zicht, aan de zuid- en zuidwest zijde van het gebouw, ten zuiden van het kantoor van Sweco Nederland. De toegang van de parkeerplaats geschiedt via Rosa Manusstraat. In het ontwerp zijn 13 parkeerplaatsen voorzien (10 voor bezoek en 3 voor deelauto's). Door het toevoegen van parkeerplaatsen voor deelauto's wordt voorzien in een parkeerbehoefte van 22 parkeerplaatsen. Voor de overige 9 parkeerplaatsen wordt gebruik gemaakt van parkeren in de openbare ruimte. Studenten mogen uitsluitend gebruik maken van de deelauto's. In het plangebied is voldoende ruimte om de benodigde fiets en voertuig parkeerplaatsen te realiseren. Ook het aantal fietsparkeerplaatsen is berekend conform de gemeentelijk 'Actualisatie Nota Parkeernormen 2019'. Ook voor deze berekening is uitgegaan van 'zelfstandige woonruimte met campuscontract waarbij een parkeernorm geldt van 1,0. De resultaten zijn in onderstaande tabel weergegeven. In totaal is de fietsparkeerbehoefte 288 stallingen. In figuur 10 zijn de 288 weergegeven. 60

vastgesteld VI Limbeek-Woenselse Watermolen 2007 (Boschdijk Veste) Gemeente Eindhoven

Woningtype conform parkeerbeleidsplan

Aantal

Parkeernorm

Benodigd aantal parkeerplaatsen

Zelfstandige w oonruimte met campuscontract

240

1,0

240

Zelfstandige w oonruimte met campuscontract (bezoekers)

240

0,2

48

Vanuit het aspect parkeren worden daarom geen belemmeringen verwacht.

4.10.2

Verkeer

Verk eersgeneratie De verkeersgeneratie voor het plangebied is berekend volgens de CROW-publicatie 381 'Toekomst-bestendig parkeren – Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie'. Hierbij is uitgegaan van de stedelijkheidsgraad 'zeer sterk stedelijk' in de 'schil'. Daarnaast is er uitgegaan van de gemiddelde normen, aangezien er geen aanleiding is om juist voor de minimale of maximale normen te kiezen. Voor de volledigheid is de verkeersgeneratie voor twee woningtype berekend. Op basis van de gehanteerde normen zal, in het worstcase scenario, het nieuwbouwplan 408 motorvoertuigen per etmaal genereren voor een gemiddelde weekdag. In werkelijkheid zal dit cijfer echter lager uitvallen en ergens tussen de 240 en 408 verkeersbewegingen betreffen.

Woningtype conform CROW

Aantal w oningen

Verkeersgenerat Verkeersgeneratie ie per w oning

Kamerverhuur zelfstandig

240

1,7

408

Studentenw oning

240

1,0

240

Ontsluiting en verkeersafwikk eling De ontsluiting van het plangebied vind voor motorvoertuigen plaats via de Rosa Manusstraat in west/noordwestelijke richting, aansluitend op de Zernikestraat en vervolgens de Boschdijk, danwel via de Rosa Manusstraat in zuidelijke richting, via Roosje Vosstraat naar de Boschdijk. Beide routes zijn ongeveer 250 meter. Hierdoor is de verwachting dat er een evenwichtige spreiding plaatsvindt wat betreft de ontsluiting van het gebied over de twee mogelijke routes. Hierdoor is de verwachting dat de Rosa manusstraat en de omliggende wegen Zernikestraat en Roosje Vosstraat het extra verkeer goed kunnen verwerken.

Conclusie Vanuit het aspect verkeer en parkeren wordt geen belemmering verwacht voor het voorgestelde ruimtelijke initiatief.

4.11

Duurzaamheid en gezondheid

Nederland staat voor ingewikkelde opgaven. Niet alleen moeten er steeds meer mensen gehuisvest worden, ook moet er rekening gehouden worden met klimaatverandering en een toenemende schaarste aan energie en grondstoffen. Ook ontwrichten hoosbuien steeds vaker de openbare ruimte. vastgesteld VI Limbeek-Woenselse Watermolen 2007 (Boschdijk Veste) Gemeente Eindhoven

61

Op dit moment wordt intensief gewerkt aan het verduurzamen van de gemeente Eindhoven. Hierbij is 'energie' een belangrijk speerpunt binnen de gemeente. Enerzijds door het realiseren van duurzame energievormen en anderzijds door het energiezuinig (neutraal) laten bouwen. Ook oplossingen voor waterbeheer dragen bij aan de ontwikkeling van een duurzame (toekomstbestendige) gemeente.

Klimaatverandering Het klimaat verandert. Nederland krijgt volgens de meest recente KNMI-modellen in de toekomst te maken met meer extreme weersomstandigheden zoals langere droge periodes, heftigere buien (met mogelijk meer onweer, neerslag, hagel en wind) en gemiddeld zal de temperatuur stijgen. Door hierop tijdig te anticiperen en aanpassingen door te voeren aan de fysieke leefomgeving van de stad en adaptief gedrag van haar inwoners te ondersteunen, blijft de stad van de toekomst veilig en leefbaar.

Klimaatplan 2016-2020 In het klimaatplan 2016-2020 is uitgebreid aandacht besteedt aan het onderwerp duurzame energie. In 2050 moet de CO2-emissie met 95% zijn verminderd ten opzichte van 1990 en in 2030 met 55%. Hierdoor zullen onder andere de verwarming van de gebouwde omgeving en de mobiliteit in de stad van andere energiebronnen gebruik moeten maken dan in de huidige situatie het geval is. Om aan de gestelde doelstellingen te voldoen zijn drie invalshoeken gedefinieerd: Energietransitie: de transitie in energiebronnen (van fossiel naar duurzaam) met name benaderd vanuit de gebruiker Energiesystemen: de innovatie in energiesystemen op technisch, maar ook sociaal gebied Infrastructuur en data: de impact op de energie-infrastructuur (smart grids), het gebruik big data en open data. Om te voldoen aan de reductie is het van belang dat vrijwel alle gebouwen in Eindhoven aardgasloos verwarmd dienen te worden. Ook de productie van duurzame energie is een belangrijk onderwerp binnen de gemeente Eindhoven.

Doorwerking plangebied Verwarming Het gebouw wordt gasloos uitgevoerd. De warmte voor de verwarming wordt verzorgd met twee lucht-water warmtepompen. De warmtepompen worden opgesteld op het dak van het gebouw. Het warmtepompsysteem maakt CV water van 35graden. Door middel van vloerverwarming worden de studio's verwarmd. De verwarming is per studio regelbaar. Warmwater Centraal in het gebouw worden warmtepompen opgesteld ten behoeve van de warmwatervoorziening. De warmtepompen brengen de boilers op temperatuur. Vanuit de boilers worden de studio's voorzien van warmwater. Ventilatie Elke studio is voorzien van een automatisch regelende afzuigventilatie. Door middel van een CO2 sensor in de studio wordt de hoeveelheid ventilatie afgestemd op de behoefte. Warmteterugwinning De Lucht water warmtepompen zijn verder uitgevoerd met een warmte- terugwin systeem. Door middel van een twee luchtkasten wordt de ventilatielucht vanuit het gebouw bovendaks 62

vastgesteld VI Limbeek-Woenselse Watermolen 2007 (Boschdijk Veste) Gemeente Eindhoven

afgevoerd. In de luchtkasten zit een warmtewisselaar waarmee de warmtepomp de warmte uit de afgevoerde lucht hergebruikt voor de verwarming.

Conclusie Het ruimtelijk initiatief heeft een positieve bijdrage aan het terugdringen van de uitstoot van CO². Daarnaast wordt er gebruik gemaakt van technologische ontwikkelingen om het gebouw te voorzien van warmte. Hiermee voldoet het ruimtelijk initiatief in de doelstellingen van de gemeente Eindhoven en draagt het bij aan een duurzamere samenleving.

4.12

Niet gesprongen explosieven

In Eindhoven is tijdens de Tweede Wereldoorlog hard gevochten, dat heeft zijn sporen in de bodem achtergelaten. Er worden nog steeds diverse soorten munitie of resten daarvan in de bodem gevonden. Dit noemen we niet gesprongen explosieven (nge's) ook wel conventionele explosieven. Explosieven in de grond die niet aangeraakt of verstoort worden, leveren in beginsel geen gevaar op. Maar bij aanraken of verstoring (bv. heien) is er wel een risico op explosie, dat kan leiden tot schade aan gebouwen, infrastructuur en de gezondheid van mensen.

Voor nge's gelden de regels uit de ARBO-wetgeving, meer in het bijzonder de WSCS-OCE Werkveldspecifiek certificatieschema voor het systeemcertificaat Opsporen Conventionele Explosieven. Eindhoven beschikt over kaarten met de gebieden die verdacht zijn op het voorkomen van nge's. In deze gebieden dient voorafgaand aan grondverzet explosieven onderzoek uitgevoerd te worden, in de vorm van een projectgebonden risicoanalyse (PRA) of een detectie onderzoek. Wanneer op basis van onderzoek nge's worden aangetroffen worden deze geruimd. De Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD) is verantwoordelijk de opruiming en vernietiging van niet-gesprongen explosieven. Op onderstaande afbeelding valt af te lijden dat het plangebied gelegen is in een gebied wat verdacht wordt van het mogelijk aanwezig zijn van niet gesprongen explosieven. De diepte waarop mogelijk niet gesprongen explosieven worden verwacht is vanaf 0,5 m-mv. De verwachting is dat er Afwerpmunitie en Submunitie in de bodem kunnen zitten.

vastgesteld VI Limbeek-Woenselse Watermolen 2007 (Boschdijk Veste) Gemeente Eindhoven

63

Figuur 18 Kaart 'Niet gesprongen explosieven'

Doorwerking plangebied In het plangebied zal aan de westzijde nieuwbouw worden gerealiseerd. De verwachting is dat de werken en werkzaamheden dieper gaan dan 0,5 m-mv. Het plangebied is echter volledig verhard en is gelegen in stedelijk gebied met een hoge dichtheid. Hierdoor is de verwachting dat er op de locatie van de nieuwbouw reeds veelvuldig in de grond is geroerd waardoor het aspect niet gesprongen explosieven geen belemmering vormt voor onderhavig ruimtelijk initiatief. Indien er bij de werkzaamheden een verdacht object of mogelijk explosief in de grond wordt aangetroffen zullen de volgende stappen ondernomen worden: Werkzaamheden worden onmiddellijk stopgezet; Aanwezigen houden afstand en zorgen dat anderen ook op afstand worden gehouden; 112 zal worden gebeld; Er wordt gewacht op nadere instructies van de politie. Er bestaat een mogelijkheid dat de politie de Explosieven Opruimingsdienst (EOD) inschakelt.

64

vastgesteld VI Limbeek-Woenselse Watermolen 2007 (Boschdijk Veste) Gemeente Eindhoven

4.13

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

Bij het besluit van 21 februari 2011 is het Besluit milieueffectrapportage en het Besluit omgevingsrecht gewijzigd. De belangrijkste wijziging betreft het meer in lijn brengen van het besluit m.e.r. met de Europese richtlijn m.e.r. Dit houdt in dat onder andere de zogenaamde drempelwaarde voor activiteiten een indicatief karakter heeft gekregen. Met dit wijzigingsbesluit is bepaald dat voor activiteiten die op de bij het besluit behorende C- en D-lijst zijn opgenomen, altijd aandacht aan m.e.r. geschonken dient te worden. Dit strekt tot het bepalen of een m.e.r. of m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is. Op hoofdlijnen komt het erop neer dat voor activiteiten die behoren tot de C-lijst een m.e.r.-plicht volgt en voor activiteiten op de D-lijst volgt dan wel een m.e.r.(beoordeling). Hierbij is (onder meer) de bij de activiteit behorende drempelwaarde van belang.

Vanaf 16 mei 2017 is de Herziening van de m.e.r- wetgeving in werking getreden. Als een project (activiteit die voorkomt in Bijlage D van het Besluit m.e.r.) nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben moet een initiatiefnemer dit melden bij het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag moet dan binnen 6 weken beslissen of een m.e.r.-plicht geldt.

Aanmeldingsnotitie Voor de beoogde ontwikkeling is een aanmeldingsnotitie en vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld, welke als bijlage is opgenomen Bijlage 14 Aanmeldingsnotitie m.e.r.. Het bevoegd gezag beslist of er een m.e.r.-plicht geldt.

vastgesteld VI Limbeek-Woenselse Watermolen 2007 (Boschdijk Veste) Gemeente Eindhoven

65

66

vastgesteld VI Limbeek-Woenselse Watermolen 2007 (Boschdijk Veste) Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 5

5.1

Juridische vormgeving

Algemeen

Het bestemmingsplan "Bestemmingsplan Boschdijk Veste" is te typeren als een gedetailleerd plan. De methodiek van het bestemmingsplan is gebaseerd op de SVBP2012. Waar dat noodzakelijk is, wordt afgeweken van de standaard en kan specifiek toegesneden worden op de feitelijke situatie in het onderhavige plangebied.

5.2

Planmethodiek

Er is, conform de Wro, gekozen voor een analoge en digitale verbeelding van het plan. Aan de bestemmingen zijn bouw- en gebruiksregels gekoppeld die direct inzichtelijk maken welke ontwikkelingen zijn toegestaan. Verbeelding en regels bieden een directe bouwtitel voor bebouwing en gebruik. Al dan niet in combinatie met een nadere - eisen - regeling.

5.3

Verbeelding

Op de analoge en digitale verbeelding hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. Deze aanduidingen hebben slechts juridische betekenis indien en voor zover hier in de regels naar wordt verwezen. In verband met de leesbaarheid is het plan op een topografische ondergrond getekend. De bestemmingen en de aanduidingen zijn ingedeeld in hoofdgroepen volgens de SVBP2012 en zijn op de verbeelding opgenomen in het renvooi. Opgemerkt wordt dat de analoge en digitale verbeelding qua verschijning van elkaar verschillen. Dit heeft ermee te maken dat de manier van raadplegen anders is. De digitale verbeelding is juridisch bindend.

5.4

Planregels

Enkelbestemming Groen De voor `Groen´ aangewezen gronden zijn bestemd voor: groenvoorzieningen, bermen en beplanting, paden, speelvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, beheer en/of zuivering van oppervlakte- en rioolwater kunstobjecten, ter plaatse van de aanduiding 'fietsparkeren': fietsenstallingen, met daarbij behorende verhardingen, (ondergrondse) parkeervoorzieningen, nutsvoorzieningen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

Enkelbestemming Verkeer – Verblijfsgebied De gronden met de bestemming 'Verkeer - Verblijfsgebied zijn bestemd voor wegen en straten, voet- en fietspaden, groenvoorzieningen, (ondergrondse) parkeervoorzieningen, nutsvoorzieningen met daarbij behorende geluidwerende voorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen.

vastgesteld VI Limbeek-Woenselse Watermolen 2007 (Boschdijk Veste) Gemeente Eindhoven

67

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan rechtstreeks voor de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer is de maximum bouwhoogte voor lichtmasten 6 meter. De maximum bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde is 3 meter.

Wonen De voor `Wonen´ aangewezen gronden zijn bestemd voor woongebouwen al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-verbonden beroep, ter plaatse van de aanduiding 'atelier' is tevens zelfstandige werkruimte toegelaten voor bedrijven in de categorie 1 en 2, zoals aangegeven in de Lijst van bedrijfsactiviteiten. Ter plaatse van de aanduiding 'studentenhuisvesting' is tevens het wonen door studenten, kamerverhuur, aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen, met de daarbij behorende tuinen, erven en terreinen, wegen en paden, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, speelvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, voorzieningen voor het opwekken van duurzame energie, gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde en nutsvoorzieningen.

Algemene regels In de Anti-dubbeltelregel wordt bepaald dat grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Overgangs- en slotregels Slotregel Deze regel geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald.

68

vastgesteld VI Limbeek-Woenselse Watermolen 2007 (Boschdijk Veste) Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 6

6.1

Financiele aspecten

Kostenverhaal

Bij de vaststelling van een bestemmingsplan, waarin ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt, dient de gemeenteraad eveneens een exploitatieplan vast te stellen. Dit heeft te maken met de wettelijke verplichting om de kosten, die de gemeente moet maken om deze ontwikkeling mogelijk te maken, te verhalen op de eigenaar/ontwikkelaar. Van deze verplichting tot het vaststellen van een exploitatieplan kan worden afgezien indien het kostenverhaal op een andere manier is geregeld. Dit kan bijvoorbeeld door middel van gemeentelijke gronduitgifte of door het afsluiten van een overeenkomst. Ook kan er sprake zijn van zogenaamde “kruimelgevallen”. Het komt er hierbij op neer dat de door de gemeente te maken kosten beperkt zijn en de kosten verhaald kunnen worden via de legesverordening. Voorwaarde hierbij is dat er geen sprake is van fasering, locatie-eisen of eisen aan woningbouwcategorieën. Er is in casu een anterieure overeenkomst afgesloten zodat er geen verplichting bestaat tot het vaststellen van een exploitatieplan.

vastgesteld VI Limbeek-Woenselse Watermolen 2007 (Boschdijk Veste) Gemeente Eindhoven

69

70

vastgesteld VI Limbeek-Woenselse Watermolen 2007 (Boschdijk Veste) Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 7 Procedure en maatschappelijke uitvoerbaarheid

7.1

Bekendmaking ex artikel 1.3.1 Bro

Op grond van artikel 1.3.1. van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet van het voornemen een bestemmingsplan voor te bereiden, kennis worden gegeven. De kennisgeving van de voorbereiding van onderhavig bestemmingsplan is geplaatst in Groot Eindhoven op 27 oktober 2021. De kennisgeving is tevens bij de officiële publicaties op de gemeentelijke website www.eindhoven.nl geplaatst. Er zijn geen stukken betreffende het voornemen ter inzage gelegd, noch de mogelijkheid open gesteld om zienswijzen tegen het voornemen in te dienen of instanties om advies te vragen.

7.2

Overleg ex artikel 3.1.1 Bro

Op grond van artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moeten burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met de rijks- en provinciale diensten die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn.

7.3

Inspraak

De Wro zelf bevat geen bepalingen omtrent inspraak. Dat neemt niet weg dat het de gemeente vrij staat toch inspraak te verlenen bijvoorbeeld op grond van de gemeentelijke inspraakverordening. In relatie daarmee bepaalt artikel 150 van de Gemeentewet onder meer dat in een gemeentelijke inspraakverordening moet worden geregeld op welke wijze en aan wie de mogelijkheid wordt geboden hun mening kenbaar te maken. De gemeente Eindhoven wenst meer aandacht te geven aan participatie en heeft daarom besloten dat dit plan voor inspraak in procedure wordt gebracht. Te zijner tijd zullen de uitkomsten van de inspraakprocedure en de consequenties voor het bestemmingsplan worden beschreven in deze paragraaf. Vanwege de Corona epidemie was het organiseren van een fysieke informatiebijeenkomst voor de herontwikkeling van de objecten gelegen op de hoek Boschdijk/Zernikestraat helaas niet mogelijk. We zijn dan ook op zoek gegaan naar een passend alternatief. In overleg met de gemeente Eindhoven is gekomen tot informatievoorziening via de website van Landman Vastgoed. Landman heeft daarop volgend in het door de gemeente aangegeven verzorgingsgebied brieven laten bezorgen eind november 2021, waarin alle bewoners zijn uitgenodigd voor een digitale informatievoorziening, beschikbaar vanaf woensdag 2 december 2020 08:00 uur.

Deze brief is volledigheidshalve bijgevoegd aan de bestemmingsplan documentatie Bijlage 8 Brief bewoners omgeving. In de brief is aan alle bewoners gevraagd om als eerste kennis te nemen van het plan en ingeval van vragen, aanvullingen of een gewenste toelichting Landman te mailen op het in de brief vermelde mailadres. Landman begrijpt immers als geen ander dat elke ontwikkeling een veranderingen in de woonomgeving van mensen teweeg brengt en er vaak tijd nodig is om even te wennen aan het project. We snappen dat het verschaffen van informatie hiervoor vastgesteld VI Limbeek-Woenselse Watermolen 2007 (Boschdijk Veste) Gemeente Eindhoven

71

belangrijk is, maar zijn vooral ook benieuwd naar wat bewoners te zeggen hebben om hiermee rekening te kunnen houden in de verdere planvorming. Er is 1 mail met vragen gekomen, die wij netjes hebben beantwoord. Deze mail is volledigheidshalve bijgevoegd aan de bestemmingsplan documentatie. Eind december 2020 hebben wij de omgevingsvergunning aangevraagd. De planontwikkeling is in 2020 besproken met de Stichting Wederopbouw Eindhoven, de Henri van Abbe Stichting en Trefpunt Groen Eindhoven. Op hoofdlijnen kunnen zij instemmen met de beoogde ontwikkeling. Het bestemmingsplan is ook voorgelegd aan de SGE Wonen en deze heeft ingestemd met de 240 wooneenheden.

7.4

Zienswijzen

Voor het onderhavige bestemmingsplan 'VI Limbeek-Woenselse Watermolen 2007 (Boschdijk Veste)' en de omgevingsvergunning is de zogenaamde coördinatieregeling toegepast. De ontwerpbesluiten hebben vanaf 3 februari 2022 tot en met 16 maart 2022 ter inzage gelegen. Er is binnen deze termijn een zienswijze ingediend. Deze was afkomstig van de provincie Noord-Brabant en er werd opgemerkt dat het aantal wooneenheden (240) niet was opgenomen in de regels van het bestemmingsplan. Echter is in de regels wel het maximum aantal van 240 wooneenheden genoemd, alleen wat verderop in de regels. Na overleg met de provincie is afgestemd om de betreffende regel te verplaatsen naar de bestemmingsomschrijving. Het betreft dus een administratieve handeling en dus is zienswijze gegrond verklaard.

72

vastgesteld VI Limbeek-Woenselse Watermolen 2007 (Boschdijk Veste) Gemeente Eindhoven

Vastgesteld bestemmingsplan

VI LimbeekWoenselse Watermolen 2007 (Boschdijk Veste)

maart 2022

VI Limbeek-Woenselse Watermolen 2007 (Boschdijk Veste)

Inhoudsopgave Regels

3

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

5

Artikel 1

Begrippen

5

Artikel 2

Wijze van meten

11

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

13

Artikel 3

Groen

13

Artikel 4

Verkeer - Verblijfsgebied

15

Artikel 5

Wonen

17

Hoofdstuk 3 Algemene regels

19

Artikel 6

Anti-dubbeltelregel

19

Artikel 7

Algemene gebruiksregels

21

Artikel 8

Algemene afwijkingsregels

23

Artikel 9

Overige regels

25

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

27

Artikel 10

Overgangsrecht

27

Artikel 11

Slotregel

29

2

vastgesteld VI Limbeek-Woenselse Watermolen 2007 (Boschdijk Veste) Gemeente Eindhoven

Regels

vastgesteld VI Limbeek-Woenselse Watermolen 2007 (Boschdijk Veste) Gemeente Eindhoven

3

4

vastgesteld VI Limbeek-Woenselse Watermolen 2007 (Boschdijk Veste) Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 1

Artikel 1 1.1

Inleidende regels

Begrippen

plan

het bestemmingsplan VI Limbeek-Woenselse Watermolen 2007 (Boschdijk Veste) met identificatienummer NL.IMRO.0772.80409-0301 van de gemeente Eindhoven. 1.2

bestemmingsplan

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3

aanbouw

een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.4

aanduiding

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.5

aanduidingsgrens

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.6

aardkundige waarden

landschapswaarden die samenhangen met (abiotische) milieukenmerken, zoals geologie, geomorfologie, reliëf, grondwaterhuishouding, (kwelgebieden), bodemopbouw/bodemsamenstelling, afzonderlijk of in onderlinge samenhang. 1.7

abiotische waarde

geheel van waarden in verband met het abiotische milieu (=niet levende natuur), in de vorm van specifieke aardkundige verschijnselen zoals steilranden en bodemovergangen. 1.8

Actualisatie nota parkeernormen 2019

parkeernormen gepubliceerd op 3 oktober 2019 en in werking getreden op 4 oktober 2019. 1.9

archeologisch onderzoek

onderzoek verricht door of namens een dienst of instelling dat voldoet aan de meest actuele versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA). 1.10

archeologische waarde

de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in het gebied voorkomende overblijfselen uit oude tijden. 1.11

bebouwing

één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.

vastgesteld VI Limbeek-Woenselse Watermolen 2007 (Boschdijk Veste) Gemeente Eindhoven

5

1.12

bestaand

bij bouwwerken: legale bouwwerken die aanwezig of in uitvoering zijn op het tijdstip van ter visie legging van het ontwerp van het bestemmingsplan, dan wel bouwwerken zoals die mogen worden gebouwd krachtens een vergunning; bij gebruik: legaal gebruik van grond en opstallen zoals aanwezig tijdens de inwerkingtreding van het bestemmingsplan. 1.13

bestemmingsgrens

de grens van een bestemmingsvlak. 1.14

bestemmingsvlak

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.15

bijgebouw

een op zichzelf staand al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.16

bouwen

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.17

bouwgrens

de grens van een bouwvlak. 1.18

bouwlaag

een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren (of horizontale balklagen) is begrensd en waarvan de lagen een nagenoeg gelijke omvang hebben, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw, dakopbouw en/of zolder. 1.19

bouwperceel

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.20

bouwperceelgrens

een grens van een bouwperceel. 1.21

bouwvlak

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.22

bouwwerk

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.23

cultuurhistorische waarde

de aan een bouwwerk of gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis heeft gemaakt van dat bouwwerk of gebied. 1.24

dak

iedere bovenbeëindiging van een gebouw. 6

vastgesteld VI Limbeek-Woenselse Watermolen 2007 (Boschdijk Veste) Gemeente Eindhoven

1.25

gebouw

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.26

gebruiken

het gebruiken, in gebruik geven of laten gebruiken. 1.27

geluidgevoelige functies

bewoning of andere geluidgevoelige functies zoals bedoeld in de Wet geluidhinder c.q. het Besluit geluidhinder. 1.28

geluidgevoelige gebouwen

gebouwen welke dienen ter bewoning of ten behoeve van een andere geluidgevoelige functie als bedoeld in de Wet geluidhinder c.q. het Besluit geluidhinder. 1.29

hogere grenswaarde

een maximale waarde voor de geluidbelasting, die hoger is dan de voorkeursgrenswaarde en die in een concreet geval kan worden vastgesteld op grond van de Wet geluidhinder c.q. het Besluit geluidhinder. 1.30

hoofdgebouw

een gebouw dat, op een bouwperceel door zijn constructie of afmetingen dan wel gelet op de bestemming, als het belangrijkste bouwwerk op een bouwperceel kan worden aangemerkt. 1.31

horeca

een bedrijf, waar bedrijfsmatig dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of waarin bedrijfsmatig logies wordt verstrekt, één en ander al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie, met uitzondering van een erotisch getinte vermaaksfunctie. 1.32

huishouden

een meerderjarige alleenstaande, dan wel twee of meer personen waarvan er ten minste één meerderjarig is, die duurzaam een gemeenschappelijke huishouding voeren. 1.33

invloedsgebied

gebied waarin, volgens de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi), personen worden meegeteld voor de berekening van het groepsrisico. De grens van het invloedsgebied is gelijk aan de 1% letaliteitsgrens, bepaald bij weertype F 1.5, tenzij in de bij het Revi behorende uitvoeringsregeling voor een specifieke stof of activiteit een ander invloedsgebied is gedefinieerd. 1.34

kamerverhuur

woonvorm waarbij sprake is van woonruimte die geen eigen afzonderlijke toegang heeft en waarbij de bewoner afhankelijk is van één of meer gedeelde wezenlijke voorzieningen (keuken, douche/bad en/of toilet) buiten die onzelfstandige woonruimte, met dien verstande dat hieronder niet wordt verstaan maatschappelijke voorzieningen in de vorm van beschermd en/of verzorgd wonen. 1.35

kantoor

een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat dient voor het bestuurlijk/ambtelijk of bedrijfsmatig uitoefenen van juridische, financiële, administratieve en naar de aard daarmee gelijk te stellen werkzaamheden, zoals sociaal wetenschappelijke onderzoek of een architectenbureau.

vastgesteld VI Limbeek-Woenselse Watermolen 2007 (Boschdijk Veste) Gemeente Eindhoven

7

1.36

kwetsbaar object

a. woningen, niet zijnde: 1. verspreid liggende woningen, woonschepen en woonwagens, voor zover zij niet behoren tot een Bevi-inrichting en met een dichtheid van maximaal twee woningen, woonschepen of woonwagens per hectare; 2. bedrijfswoningen; b. gebouwen bestemd voor het verblijf, al dan niet gedurende een gedeelte van de dag, van minderjarigen, ouderen, zieken of gehandicapten, waartoe in ieder geval behoren: 1. (psychiatrische) ziekenhuizen, bejaardenhuizen en verpleeghuizen; 2. scholen; 3. sociale werkplaatsen, of; 4. gebouwen of gedeelten daarvan, bestemd voor dagopvang van minderjarigen; c. gebouwen waarin meestal grote aantallen personen (> 50 pers.) gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig zijn, waartoe in ieder geval behoren: 1. kantoorgebouwen en hotels met een bruto vloeroppervlak van meer dan 1.500 m² per object, voor zover zij niet behoren tot een Bevi-inrichting of; 2. complexen waarin meer dan 5 winkels zijn gevestigd en waarvan het gezamenlijk bruto vloeroppervlak meer dan 1.000 m² bedraagt, voor zover zij niet behoren tot een Bevi-inrichting, en winkels met een bruto vloeroppervlak van meer dan 2.000 m² per winkel, voor zover in die complexen of in die winkels een supermarkt, hypermarkt of warenhuis is gevestigd en voor zover zij niet behoren tot een Bevi-inrichting; d.

kampeer- en andere recreatieterreinen bestemd voor het verblijf van meer dan 50 personen gedurende meerdere aaneengesloten dagen, voor zover zij niet behoren tot een Bevi-inrichting. 1.37

lunchroom

een bedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van voor consumptie ter plaatse bereide kleine etenswaren en niet-alcoholische dranken. 1.38

maatschappelijke voorzieningen

educatieve, medische, sociaal-medische, sociaal-culturele en levensbeschouwelijke voorzieningen, voorzieningen ten behoeve van sport en sportieve recreatie, wooneenheden voor beschermd en/of verzorgd wonen en daarbij behorende voorzieningen, voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening en openbaar bestuur. Onder maatschappelijke voorzieningen zijn tevens begrepen kinderdagverblijven, peuterspeelzalen en buitenschoolse opvang. 1.39

nutsvoorzieningen

voorzieningen ten behoeve van algemeen nut in ruime zin zoals: voorzieningen / installaties ten behoeve van gas, water en elektriciteit, signaalverdeling, telecommunicatieverkeer, waterzuivering, waterbeheersing, waterhuishouding, vuil- en afvalverwerking, compostering, wijkverwarming, milieuvoorzieningen e.d. 1.40

onzelfstandige woonruimte

woonruimte, welke geen eigen toegang heeft en welke niet door een huishouden kan worden bewoond zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte. 1.41

parkeerbalans

met een parkeerbalans wordt de (on)balans berekend tussen parkeervraag en parkeeraanbod binnen een bepaald gebied. Vaak valt de parkeervraag van functies niet samen in de tijd. Gecombineerd gebruik van parkeerplaatsen is dan mogelijk (dubbelgebruik). 1.42

peil

0.30 m boven de kruin van de weg. 8

vastgesteld VI Limbeek-Woenselse Watermolen 2007 (Boschdijk Veste) Gemeente Eindhoven

1.43

prostitutiebedrijf

een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin tegen vergoeding seksuele handelingen worden verricht. 1.44

rijstrook

gemarkeerd gedeelte van de rijweg dat voldoende plaats biedt aan een enkele rij motorvoertuigen op meer dan twee wielen met uitzondering van in- en uitvoegstroken, voorsorteerstroken en fietspaden. 1.45

seksinrichting

een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotische/pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar. 1.46

student

persoon die ingeschreven is bij een studie aan een MBO- of HBO-opleiding, academie of universiteit in de regio. 1.47

uitbouw

een gebouw dat als vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.48

verdieping

de bouwlaag respectievelijk bouwlagen die boven de begane grondbouwlaag gelegen is/zijn. 1.49

voorgevel

de naar de weg of aan het openbaar gebied gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft van meer dan één naar de weg of het openbaar gebied gekeerde gevel, de gevel die door zijn aard, functie, constructie dan wel gelet op uitstraling ervan als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt. 1.50

voorgevelrooilijn

De denkbeeldige lijn die strak langs de voorgevel wordt getrokken tot aan de zijdelingse perceelsgrenzen. 1.51

voorkeursgrenswaarde

de toelaatbare waarde voor de geluidbelasting, zoals deze rechtstreeks kan worden afgeleid uit de Wet geluidhinder c.q. het Besluit geluidhinder. 1.52

water

al het oppervlaktewater zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen. 1.53

waterberging

voorziening voor het tijdelijk vasthouden van regenwater dat afstroomt vanaf de oppervlakte van een bouwwerk.

vastgesteld VI Limbeek-Woenselse Watermolen 2007 (Boschdijk Veste) Gemeente Eindhoven

9

1.54

waterhuishoudkundige voorzieningen

voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en waterkwaliteit (zoals duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten, sloten, greppels en vijvers, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen etc.). 1.55

woning

een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden, dan wel voor de huisvesting van maximaal twee personen die geen gezamenlijk huishouden voeren. Een woonwagen wordt niet tot een woning gerekend.

10

vastgesteld VI Limbeek-Woenselse Watermolen 2007 (Boschdijk Veste) Gemeente Eindhoven

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1

bebouwingspercentage

een aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van het bouwvlak aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd. 2.2

dakhelling

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.3

goothoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeiboord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.4

inhoud van een bouwwerk

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.5

bouwhoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, liftopbouwen, installatieruimten en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.6

oppervlakte van een bouwwerk

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.7

hoogte van een windturbine

vanaf het peil tot aan de (wieken)as van de windturbine. 2.8

ondergeschikte bouwdelen

bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen wordt de overschrijding van de bouwgrens door ondergeschikte bouwdelen, zoals plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, gevel- en kroonlijsten, gevelisolatie, ventilatiekanalen, reclameaanduidingen, luifels, erkers, balkons en overstekende daken e.d. buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van de bouwgrens niet meer dan 1 meter bedraagt.

vastgesteld VI Limbeek-Woenselse Watermolen 2007 (Boschdijk Veste) Gemeente Eindhoven

11

12

vastgesteld VI Limbeek-Woenselse Watermolen 2007 (Boschdijk Veste) Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 2

Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels

Groen

Bestemmingsomschrijving

De voor `Groen´ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. h.

groenvoorzieningen; bermen en beplanting; paden; speelvoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; beheer en/of zuivering van oppervlakte- en rioolwater; kunstobjecten; fietsparkeerplaatsen;

met daarbij behorende: i. j. k. l.

verhardingen; (ondergrondse) parkeervoorzieningen; nutsvoorzieningen; bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

3.2

Bouwregels

3.2.1

Voorzieningen voor het opwekken van duurzame energie

Voor het bouwen van gebouwen ten behoeve van voorzieningen voor het opwekken van duurzame energie gelden de volgende regels: a. de maximum bouwhoogte is 3 m; b. de maximum oppervlakte is 15 m2. 3.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt een maximum bouwhoogte van 4 m. 3.3

Specifieke gebruiksregels

vastgesteld VI Limbeek-Woenselse Watermolen 2007 (Boschdijk Veste) Gemeente Eindhoven

13

14

vastgesteld VI Limbeek-Woenselse Watermolen 2007 (Boschdijk Veste) Gemeente Eindhoven

Artikel 4 4.1

Verkeer - Verblijfsgebied

Bestemmingsomschrijving

De voor `Verkeer - Verblijfsgebied´ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e.

wegen en straten; voet- en fietspaden; groenvoorzieningen; (ondergrondse) parkeervoorzieningen; nutsvoorzieningen;

met daarbij behorende: f. geluidwerende voorzieningen; g. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; h. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 4.2

Bouwregels

4.2.1

Voorzieningen voor het opwekken van duurzame energie

Voor het bouwen van gebouwen ten behoeve van voorzieningen voor het opwekken van duurzame energie gelden de volgende regels: a. de maximum bouwhoogte is 3 m; b. de maximum oppervlakte is 15 m2. 4.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan rechtstreeks voor de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer gelden de volgende regels: a. de maximum bouwhoogte van lichtmasten is 6 m; b. de maximum bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, is 3 m.

vastgesteld VI Limbeek-Woenselse Watermolen 2007 (Boschdijk Veste) Gemeente Eindhoven

15

16

vastgesteld VI Limbeek-Woenselse Watermolen 2007 (Boschdijk Veste) Gemeente Eindhoven

Artikel 5

Wonen

5.1

Bestemmingsomschrijving

5.1.1

Bestemming

De voor `Wonen´ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woongebouwen al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-verbonden beroep; b. ter plaatse van de aanduiding 'studentenhuisvesting' is uitsluitend het wonen door studenten en kamerverhuur toegestaan; c. het aantal wooneenheden bedraagt maximaal 240; d. aan- en uitbouwen en bijgebouwen; met de daarbij behorende: e. tuinen, erven en terreinen; f. wegen en paden; g. (ondergrondse) parkeervoorzieningen; h. groenvoorzieningen; i. speelvoorzieningen; j. water(huishoudkundige) voorzieningen; k. voorzieningen voor het opwekken van duurzame energie; l. gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde; m. nutsvoorzieningen; met dien verstande dat: n. een woning en/of kamersgewijs bewoonde woning niet mag worden gewijzigd naar twee of meer woningen; o. kamerbewoning van een woning niet is toegestaan, tenzij het een bestaande situatie betreft; p. een als woning, dan wel tot woongebouw bestemde woning, die legaal in gebruik is voor een andere functie dan wonen, mag niet worden gewijzigd naar twee of meer woningen; q. inwoning is toegestaan; r. de vloeroppervlakte ten behoeve van een aan -huis-verbonden-beroep niet meer dan 50 m2 mag bedragen. 5.2

Bouwregels

5.2.1

Algemeen

Binnen de bestemming 'Wonen' met de functieaanduiding 'studentenhuisvesting' mogen uitsluitend wooneenheden voor studenten worden opgericht. 5.2.2

Hoofdgebouwen

Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. een hoofdgebouw mag uitsluitend ter plaatse van de aanduiding bouwvlak worden gebouwd; b. maximum goot- en bouwhoogte bedragen de hoogte zoals aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)'; c. voor zover de bestaande situatie afwijkt van het bepaalde onder sub a en b, gelden die maten als maximum. 5.2.3

Aan- en uitbouwen en bijgebouwen

Voor het bouwen van aan- en uitbouwen en bijgebouwen gelden de volgende regels: a. de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen buiten het bouwvlak mag niet meer bedragen dan 150 m2; b. de goothoogte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen mag niet meer dan 3,5 m bedragen; c. voor zover de bestaande situatie groter/hoger is dan het bepaalde onder a tot en met c, gelden die maten als maximum. vastgesteld VI Limbeek-Woenselse Watermolen 2007 (Boschdijk Veste) Gemeente Eindhoven

17

5.2.4

Voorzieningen voor het opwekken van duurzame energie

Voor het bouwen van gebouwen ten behoeve van voorzieningen voor het opwekken van duurzame energie gelden de volgende regels: a. gebouwen voor het opwekken van duurzame energie mogen zowel binnen als buiten de aanduiding bouwvlak worden gebouwd; a. de maximum bouwhoogte is 3 m; b. de maximum oppervlakte is 15 m2. 5.2.5

Fietsvoorziening

Voor het bouwen van gebouwen ten behoeve van parkeervoorzieningen voor fietsen gelden de volgende regels: a. De maximum bouwhoogte bedraagt 2,50 meter b. De maximum oppervlakte bedraagt 120 m2 5.2.6

Bouwwerken geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de maximum bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen voor de voorgevelrooilijn 1 m; b. de maximum bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen achter de voorgevelrooilijn 2 m; c. ter plaatse van de aanduiding 'nutsvoorziening' bedraagt de bouwhoogte maximum 3 meter en het oppervlak bedraagt maximum 10 m2. d. de maximum bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, is 3 m; e. voor zover de bestaande situatie afwijkt van het bepaalde onder sub a tot en met c, gelden die maten als maximum. 5.3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11766521/1