CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1a - Bestemmingsplan Tongelre binnen de Ring (Tapuitstraat-Meerkollaan)

Raadsvergadering 14 februari 2023, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan Tongelre binnen de Ring (Tapuitstraat-Meerkollaan)30.832 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

vastgesteld Tongelre binnen de Ring (Tapuitstraat-Meerkollaan) Gemeente Eindhoven

De autoparkeerplaatsen ten aanzien van supermarkt en woningen zijn in dit plan niet uitwisselbaar. Dit betekent dat er geen uitwisseling in het gebruik van autoparkeerplaatsen tussen de supermarkt (openbare parkeerplaatsen) en de appartementen (niet-openbare parkeerplaatsen) kan plaatsvinden. De toekomstige klanten van de supermarkt parkeren op maaiveldniveau en de bewoners en bezoekers parkeren op de tussenverdieping en op het parkeerdek. Conform de rekentool (bijlage 4) van de gemeente Eindhoven zijn er 46 autoparkeerplaatsen benodigd voor de 58 appartementen en 49 autoparkeerplaatsen voor de supermarkt (waarvan 2 voor personeel). Beide uitkomsten van de rekentool zijn als bijlage bij deze toelichting gevoegd, inclusief de tekeningen van de parkeervoorzieningen. Bezoekers van de supermarkt kunnen op maaiveld parkeren in de overdekte parkeervoorziening. Er worden 47 openbare parkeerplaatsen gerealiseerd in deze parkeervoorziening, waarmee voldaan wordt aan de parkeervraag voor bezoekers van de supermarkt. Deze parkeerplaatsen zijn openbaar toegankelijk. De parkeervoorziening is via de Rietvinkstraat te bereiken, de uitgang bevindt zich aan de Meerkollaan (zie blauwe pijlen op onderstaande afbeelding).

Situatietekening begane grond: overzicht openbare parkeerplaatsen t.b.v. supermarkt

vastgesteld Tongelre binnen de Ring (Tapuitstraat-Meerkollaan) Gemeente Eindhoven

31

Situatietekening tussenverdieping: overzicht privé parkeerplaatsen t.b.v. appartementen

De bewoners en bezoekers van de 58 toekomstige appartementen kunnen parkeren op het parkeerdek, in de 'tussenverdieping'. Dit betreffen 46 uitwisselbare parkeerplaatsen. Deze parkeerplaatsen zijn te bereiken via een op- en afrit bij een hellingbaan aan de Rietvinkstraat. Met de realisatie van 46 parkeerplaatsen voor de bewoners en bezoekers van bewoners wordt voldaan aan het parkeerbeleid. De resterende twee parkeerplaatsen voor personeel van de supermarkt parkeren eveneens in de 'tussenverdieping', waar 2 parkeerplaatsen zijn gereserveerd voor personeel van de supermarkt. Fiets Conform de rekentool (bijlage 4) van de gemeente Eindhoven zijn er 186 fietsparkeerplaatsen benodigd voor de 58 appartementen (waarvan 12 voor bezoekers) en 61 fietsparkeerplaatsen voor de supermarkt. De appartementen krijgen afzonderlijke bergingen in de kelder van het gebouw, waarin de fietsparkeerbehoefte in kan worden voorzien. De 12 fietsparkeerplaatsen voor bezoekers worden op maaiveld gerealiseerd nabij de entree van het appartementengebouw. Nabij de entree van de supermarkt worden minimaal 61 fietsparkeerplaatsen gerealiseerd. Conclusie Het planvoornemen voldoet aan de Nota parkeernormen 2019.

32

vastgesteld Tongelre binnen de Ring (Tapuitstraat-Meerkollaan) Gemeente Eindhoven

3.8

Groen

3.8.1

Groenbeleidsplan

Eindhoven heeft de ambitie om een leefbare, gezonde en klimaatadaptieve stad te zijn als basis voor een sterk vestigingsklimaat in het hart van de Brainport. Een goede groenstructuur is een basisvoorwaarde hiervoor. De waarde van groen voor de stad is evident. Het gemeentelijk groenbeleid is gericht op het duurzaam veiligstellen en ontwikkelen van een kwalitatief hoogwaardige groenstructuur met daarin passende functies. De gemeente hecht grote waarde aan de kwaliteit van de stad die tot uiting komt in de waarde van het groen voor natuur, klimaat/milieu, water, productie, recreatie, identiteit. Dit zijn belangrijke waarden voor de stad om te beschermen en bevorderen. Het Groenbeleidsplan 2017 (vastgesteld door Raad d.d. 31 januari 2017) bevat een 'Procesafspraak groenplannen'. Die luidt als volgt: "Bij (her)ontwikkeling van gebouwen of gebieden moet de initiatiefnemer een groenplan opstellen. Dit bevat een toelichting van de groene inrichting in het plan. Hierin komt niet alleen de groene inrichting op maaiveld en evt. dak en gevel aan bod, maar is ook rekening gehouden met de beschikbare boven- en ondergrondse ruimte, vooral bij bomen. Uitgangspunt is steeds: kwalitatief en duurzaam groen en zo min mogelijk verharding. Het plan moet argumenten bevatten, waarom verharding wordt toegepast.

Als het groenplan niet voldoet, wordt in samenwerking met de afdeling Groen gezocht naar een passende oplossing, en/of is de Groencompensatieregeling van toepassing." Het Groenbeleidsplan 2017 blijft na vaststelling van kracht tot de gemeenteraad anders beslist; het streven is een geldigheid van 10 jaar of langer. Het plan heeft in principe betrekking op al het groen van Eindhoven, dus niet alleen het groen in eigendom van de gemeente. Omdat niet al het groen bescherming krijgt door een specifieke groenbestemming en de gemeente enkel directe invloed heeft op haar eigen eigendommen, is niet al het groen automatisch beschermd. Het Groenbeleidsplan 2017 geeft in een kaart met zes ruimtelijke strategieën de kaders voor de ruimtelijke ontwikkeling in relatie tot groen.

vastgesteld Tongelre binnen de Ring (Tapuitstraat-Meerkollaan) Gemeente Eindhoven

33

Uitsnede 'Ruimtelijke Strategieënkaart' (plangebied blauw omcirkeld) Beoordeling plan Voor dit plangebied is volgens het Groenbeleidsplan 2017 de ruimtelijke strategie 'Stad, rood beeldbepalend' van toepassing. In deze gebieden heeft groen een ondersteunende functie aan de stedelijke identiteit ('aankledingsgroen') of een recreatieve functie voor de woonomgeving (parken). Het beleid is gericht op behoud van de bestaande structuur, kwaliteit, identiteit en functionaliteit. Uiteindelijk moet het groen in deze meer stenige gebieden omspoeld zijn door grotere groenstructuren die deel uitmaken van de groene dooradering die op de groene wiggen aansluit. Binnen de groenarme buurten - waar dit plangebied ook onderdeel van uitmaakt wordt gestreefd naar uitbreiding van het groenareaal. Initiatiefnemer heeft een groenplan laten opstellen conform het gemeentelijk format, hetgeen als bijlage 5 aan deze toelichting is gehecht. De uitgangspunten voor het groenplan zijn als volgt: minimaal 8 m² groen toevoegen per wooneenheid = 464 m²; 10% van het b.v.o. supermarkt groen toevoegen = 142 m²; 98,5 m² vervallen groen moet worden gecompenseerd; 705 m² groen moet onderdeel uitmaken van het plan.

Als onderdeel van het plan wordt circa 2.395 m² groen gerealiseerd, dat als volgt is onderverdeeld: 170 m² op maaiveld; groen dak supermarkt à 275 m²; groen sedum dak appartementen à 1.350 m²; groene gevels achterkanten supermarkt en parkeerplint à 600 m².

34

vastgesteld Tongelre binnen de Ring (Tapuitstraat-Meerkollaan) Gemeente Eindhoven

Groenplan

Met dit planvoornemen wordt aan het Groenbeleidsplan 2017 voldaan.

3.8.2

Verordening bomen

Het gemeentelijk beleid ten aanzien van bomen is vastgelegd in de Verordening Bomen 2021. Deze is op 6 april 2021 door de gemeenteraad vastgesteld en de verordening met bijbehorende regels is op 23 april 2021 in werking getreden. De Verordening en (uitwerking daarvan in) nadere regels voor compensatie is van toepassing op bomen die niet vallen onder de regelgeving van de Wet natuurbescherming (Wnb). De Wet natuurbescherming is van toepassing op: bossen die buiten de 'bebouwde kom Wnb' liggen; alle beplantingen van bomen die groter zijn dan 10 are; bomen in een rijbeplanting, als de rij uit meer dan 20 bomen bestaat. Voor bomen geldt dus of de Wet natuurbescherming of de Verordening Bomen 2021. Voor het vellen van bomen dient, behoudens een aantal vrijstellingen, een melding te worden gedaan bij de Provincie Noord Brabant. Er is een herplantplicht van toepassing. Verordening Bomen 2021 In de Verordening Bomen 2021 is de bescherming van bomen geregeld, doordat voor het kappen van bomen een omgevingsvergunning nodig is. Daarbij kan ook nog worden gezorgd voor herplant van de te kappen bomen (compensatieplicht). De verordening bevat regels over hoe wordt omgegaan met overlast door bomen, de compensatieplicht bij kap, de indieningvereisten bij een vergunningaanvraag, de beoordeling (weigeringsgronden) van een kapaanvraag en het aanbrengen van verlichting in bomen.

Conform de verordening is een vergunning voor kappen van bomen nodig als: bomen vanaf 45 cm stamomtrek op gemeentegrond of op particuliere percelen groter dan vastgesteld Tongelre binnen de Ring (Tapuitstraat-Meerkollaan) Gemeente Eindhoven

35

250 m²; een houtopstand die voor de eerste keer wordt teruggesnoeid tot op de hoofdtakken of stam; een houtopstand, ongeacht de stamomtrek, die is aangelegd op grond van een herplant-, compensatie en/of instandhoudingsplicht op grond van artikel 6 of een overeenkomst met het college. voor het voorhanden of in voorraad hebben dan wel het vervoeren van een gekapte houtopstand of delen ervan met een plantenziekte is een omgevingsvergunning vereist, voor zover deze plantenziekte zich kan verspreiden is wel een vergunning nodig. Groene kaart Er is een groene kaart waarop ter informatie het volgende is aangegeven: Groenstructuur van de gemeente Eindhoven (groene wiggen, groene dooradering en hoofgroenstructuur); Groenarme gebieden; Centrumgebied; Bebouwde komgrens Wet natuurbescherming; (Particuliere) percelen groter dan 250 m². De informatie op de groene kaart is nodig om: Te duiden waar de waardevolle bomen staan; Te duiden waar de monumentale bomen staan; Inzicht te geven in de Bebouwde komgrens wet natuurbescherming; Inzicht te geven in de gebieden waar een compensatiefactor geldt in het geval financiële compensatie aan de orde is, het centrumgebied en de groenarme gebieden. Om de kaart actueel te houden wordt de informatie over de bomen op de kaart en de kadastrale situatie op de kaart, zeer frequent bijgewerkt.

Zo blijft de kaart up-to-date en betrouwbaar voor zowel interne als externe gebruikers. Compensatieplicht bomen Door het kappen van bomen gaat groen verloren. Het weggevallen groen moet in beginsel worden gecompenseerd. Aan een omgevingsvergunning voor het kappen van een houtopstand (bomen) kunnen voorschriften worden verbonden. Onder andere kan een compensatieplicht worden opgelegd. In de Nadere regels Verordening bomen 2021 is bepaald wanneer een compensatieplicht ontstaat en hoe die wordt bepaald. Nadere regels voor compensatie De Verordening is uitgewerkt in nadere regels voor compensatie. Deze zijn op 21 april 2021 vastgesteld door het college en op 23 april 2021 in werking getreden. Het college mag op basis van de Verordening bomen 2021 compensatie opleggen zoals uitgewerkt in de 'Nadere Regels voor compensatie'.

3.8.3

Bomen Effect Analyse

Om in beeld te krijgen wat de invloed van de geplande werkzaamheden op de bomen binnen en in de directe omgeving van het plangebied is, is een Bomen Effect Analyse (BEA) uitgevoerd. De resultaten zijn gerapporteerd en als bijlage 6 bij deze toelichting gehecht. Hierna volgen de conclusies en advies. Op basis van de onderzoeken wordt het volgende geconcludeerd dat: De monetaire waarde van alle 16 bomen samen bedraagt afgerond in totaal € 66.500,-. Over het algemeen wortelen de bomen vrij oppervlakkig. Hierdoor is er een grote kans op 36

vastgesteld Tongelre binnen de Ring (Tapuitstraat-Meerkollaan) Gemeente Eindhoven

schade bij de voorgenomen werkzaamheden. Van de 16 bomen wordt verwacht dat er 6 bomen gekapt moeten worden. De effecten op de te behouden bomen is als volgt: 1. De voorgenomen plannen hebben op één boom een neutrale invloed, omdat de boom feitelijk op voldoende afstand tot de voorgenomen werkzaamheden staat. 2. Op een aantal is de te verwachten invloed licht negatief, omdat er weliswaar schade kan ontstaan door de werkzaamheden, maar dit door het treffen van boombeschermende maatregelen beperkt kan worden tot wat de bomen nog goed kunnen verdragen. 3. Op een aantal bomen is de verwachte invloed negatief, omdat bij de realisatie met name ernstige wortelschade ontstaat en de kronen ingrijpend moeten worden gesnoeid. Duurzaam handhaven is geen optie zonder aanpassingen in het ontwerp. De vier 'neutraal' of 'licht negatief' beoordeelde bomen kunnen duurzaam behouden blijven zonder aanpassingen in het ontwerp. Maar aanpassingen in ontwerp en/of uitvoeringswijze zijn wel nodig om de zes 'negatief' beoordeelde bomen ook duurzaam te kunnen handhaven. Om de zes 'negatief' beoordeelde bomen duurzaam te kunnen behouden, moet het ontwerp worden aangepast. Na aanpassing moeten de bomen en hun groeiplaatsen goed worden beschermd. Van twee bomen wordt overwogen deze te verplanten. Één boom is vanwege de soort en omvang goed te verplanten.

Maar bij de uitvoering hiervan moet eerst een elektrakabel omgelegd worden. Geadviseerd wordt de boom minimaal één, bij voorkeur twee groeiseizoenen voor te bereiden op de verplanting. Ook de andere boom is te verplanten, maar geadviseerd wordt deze boom minimaal twee groeiseizoenen voor te bereiden op de verplanting. Dit is namelijk nodig om de vitaliteit te verbeteren en de kluitdikte te vergroten. Wordt verplanten daadwerkelijk overwogen, dan wordt geadviseerd een gericht verplantbaarheidsonderzoek uit te laten voeren. Zo kan de methode van verplanten, de kluitomvang en de kosten van de verplanting bepaald worden.

3.9

Detailhandel

De Metropoolregio Eindhoven heeft een detailhandelsvisie opgesteld. Hierin zijn de verschillende trends en ontwikkelingen van de regionale detailhandel beschreven. Vervolgens is een visie opgesteld, op basis waarvan concrete afspraken geformuleerd zijn. In de subregio's is vervolgens gewerkt aan subregionale detailhandelsvisies. Deze visies bieden een kader, maar vragen wel nog om lokale verankering. Dat is gebeurd in de gemeentelijke Detailhandelsnota. In deze paragraaf wordt ingegaan op de verschillende visies. De gemeenteraad heeft op 15 december 2015 ingestemd met de regionale en subregionale visies. In diezelfde raadsvergadering is ook de gemeentelijke detailhandelsnota vastgesteld.

3.9.1

Detailhandelsnota gemeente Eindhoven

Op 15 december 2015 is de Eindhovense detailhandelsnota "Wie kiest, wordt gekozen" vastgesteld. Zoals hiervoor beschreven heeft de detailhandelssector te maken met veel veranderingen. De veranderingen raken de consument, de ondernemer en de vastgoedeigenaar. Het is zaak om uit deze veranderingen een positieve impuls te halen. De veranderende markt zorgt immers ook voor nieuwe kansen die goede winkelgebieden verder kunnen versterken. Zeker voor een stad als Eindhoven is het belangrijk om gewenste initiatieven een plek te geven binnen de structuur. In de detailhandelsnota worden duidelijke keuzes gemaakt over waar welke vormen van detailhandel zijn toegestaan en waar niet. In de nota wordt eerst ingegaan op verschillende onderdelen. Vervolgens wordt per stadsdeel de positie en het perspectief van alle winkelcentra beschreven. Beleid op onderdelen vastgesteld Tongelre binnen de Ring (Tapuitstraat-Meerkollaan) Gemeente Eindhoven

37

Op onderdelen is de detailhandel aan grote veranderingen onderhevig. De volgende onderdelen zijn nadrukkelijk opnieuw tegen het licht gehouden: Voormalige (buurt)winkelstrips De toekomstwaarde van (buurt)winkelstrips staat, met name door het veranderde consumentengedrag, sterk onder druk. Dit uit zich in een toenemende winkelleegstand en functiewijziging. Beleidsmatig wordt hier dan ook niet ingezet op behoud van de winkelfunctie. Voor het nog aanwezige winkelaanbod in de perspectiefarme strip kan verplaatsing naar een nabijgelegen perspectiefrijk wijk- of buurtcentrum een optie zijn. De gemeentelijke doelstelling is in ieder geval behoud van ruimtelijke kwaliteit en het voorkomen van verpaupering. Het heeft de voorkeur dat de "plek" voor de buurt behouden blijft. Ervaringen in Eindhoven (b.v. Genderdal) en elders in Nederland hebben uitgewezen dat de meest duurzame oplossingen meestal uit het gebied zelf afkomstig zijn. Ook hier is echter de initiële rol van de gemeente het faciliteren van het gesprek tussen de belanghebbenden. Vervolgens moeten er keuzes gemaakt worden voor toekomstig gebruik, mede afhankelijk van ligging en kwaliteit van de bebouwing en de potentie in de omgeving. Winkelleegstand Leegstand van winkelpanden heeft diverse oorzaken, bestaat al langer en is een zichtbaar gevolg van de dynamiek in het winkellandschap.

Leegstand is in de visie van de gemeente Eindhoven een maatschappelijk probleem wanneer de veiligheid in het geding komt of een dermate grote invloed op de directe omgeving heeft dat hierdoor de vitaliteit van centrumgebieden onder druk komt te staan. Dat is immers niet altijd het geval. Zolang dat niet het geval is, is leegstand vooral een probleem van de eigenaar van het vastgoed. Het belang van leefbaarheid en waar mogelijk beperken van (mogelijke) leegstand is een van de uitgangspunten van de detailhandelsnota. Dat wordt gedaan door in eerste instantie scherpe keuzes te maken over waar we welke vormen van detailhandel een plek bieden en dus ook waar niet. Ook blijven we winkellocaties ruim bestemmen zodat verandering van functie eenvoudig blijft. Bijzondere initiatieven In de toekomst kunnen en zullen zich kansen voordoen waarbij een nieuw (on brand) initiatief (Technologie, Design of Kennis), naar aard, reikwijdte en schaal, passend bij de ambities van Brainport Eindhoven zich wil vestigen op een locatie die daarvoor niet bestemd is. Een ondergeschikte vorm van detailhandel kan hier deel van uitmaken en valt dan ook buiten de daarvoor aangewezen locaties in de detailhandelsstructuur, zoals vastgelegd in deze nota. Het voorbeeld bij uitstek is Piet Hein Eek op Strijp R.

In de detailhandelsnota zijn voorwaarden opgenomen waaronder dergelijke initiatieven kunnen worden toegestaan. Positie en perspectief per stadsdeel In de detailhandelsnota 'Wie kiest, wordt gekozen' is per stadsdeel de positie en het perspectief van alle winkelcentra beschreven. Voor dit bestemmingsplan is de volgende locatie in stadsdeel Tongelre van belang: Haagdijk. Haagdijk In Tongelre krijgt winkelcentrum Haagdijk de vrijheid om zich door te ontwikkelen tot een groot wijkwinkelcentrum. Zo is de Albert Heijn vergroot en zijn er nieuwe winkels gekomen (o.a. Hema). Eventuele uitbreidingswensen worden beoordeeld op hun bijdrage aan het cluster. Zo moet versnippering worden voorkomen. In de beleidsnota 'Eindhoven op Weg' is bovendien aangegeven dat de Tongelresestraat verkeersluwer wordt, waardoor de straat een publieksvriendelijker karakter krijgt. Ook in relatie tot deze maatregel is bij de herontwikkeling van het terrein waar voorheen de sporthal gevestigd was aandacht gewenst voor versterking 38

vastgesteld Tongelre binnen de Ring (Tapuitstraat-Meerkollaan) Gemeente Eindhoven

van het winkelaanbod aan de Tongelresestraat en de koppeling van de twee delen hieraan (de noord- en zuidkant). Met de verplaatsing en uitbreiding van beoogde supermarkt (met dit planvoornemen) wordt deze versterking beoogd te bereiken.

vastgesteld Tongelre binnen de Ring (Tapuitstraat-Meerkollaan) Gemeente Eindhoven

39

40

vastgesteld Tongelre binnen de Ring (Tapuitstraat-Meerkollaan) Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 4

Milieuparagraaf

4.1

Milieueffectrapportage

4.1.1

Toetsingskader

Een activiteit kan belangrijke nadelige gevolgen hebben voor het milieu, waardoor het opstellen van een milieueffectrapport (MER) of het verrichten van een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is. In het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) staat wanneer een m.e.r. of een m.e.r.- beoordeling aan de orde is. In de C- en D-lijst in de bijlage bij het Besluit m.e.r. staat of sprake is van een m.e.r.-plicht of een m.e.r.-beoordelingsplicht. In de C- en D-lijst is per categorie van activiteiten een drempelwaarde voor de omvang van de activiteit gegeven. Voor activiteiten boven de drempelwaarde in de C-lijst geldt een m.e.r.-plicht. Voor activiteiten onder de drempelwaarde in de C-lijst en boven de drempelwaarde in de D-lijst geldt een m.e.r.- beoordelingsplicht. Onder de drempelwaarde in de D-lijst geldt een vormvrije m.e.r.beoordeling. Bij een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling moet worden beoordeeld of er sprake is van (mogelijke) belangrijke nadelige milieugevolgen.

4.1.2

Beoordeling plan

Deze ontwikkeling zou kunnen worden gezien als een stedelijk ontwikkelingsproject zoals bedoeld in D11.2 van het besluit milieueffectrapportage. Bij het beoordelen of een ruimtelijke ontwikkeling een stedelijke ontwikkeling is, volgt uit vaste jurisprudentie van de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat gekeken dient te worden naar de aard, omvang en locatie van het plan (zie: ECLI:NL:RVS:2017:694 & ECLI:NL:RBAMS:2018:648). De realisatie (verplaatsing) van een supermarkt en 58 woningen is voor een stad als Eindhoven dusdanig beperkt van omvang dat er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject. De ontwikkeling betreft de bouw van een supermarkt van de firma Aldi en 58 appartementen met een relatief klein ruimtebeslag en geringe impact in bestaand zeer stedelijk gebied. De bouwhoogte sluit aan bij de bouwhoogte van de omgeving. Daarnaast stond voorheen op deze locatie een sporthal. De parkeerbehoefte van deze ontwikkeling wordt op eigen terrein opgelost en de ontsluiting vindt plaats op het bestaande wegennet. Het gebied wordt gekenmerkt door een grote doorgaande weg (Insulindelaan). Daarnaast zijn er in de omgeving van het plangebied al verschillende detailhandelsvestigingen en andere bedrijvigheid aanwezig. Deze aspecten bepalen reeds het milieulandschap van deze locatie.

Tot slot veranderen de milieueffecten van de Aldi en 58 woningen weinig ten opzichte van de milieueffecten van de juridisch-planologisch bestaande situatie. Het gebied is in de huidige situatie bestemd als maatschappelijke voorziening en was bebouwd met een sporthal. Het beoogde gebruik zal qua milieubelasting voor de omgeving aansluiten bij het vorige toegestane planologische gebruik. Transformaties worden - om deze reden - doorgaans niet als stedelijk ontwikkelingsproject gezien in het kader van het besluit m.e.r (ECLI:NL:RVS:2018:2414).

4.1.3

Conclusie

Het plan is geen stedelijk ontwikkelingsproject in het kader van het Besluit milieueffectrapportage. Het opstellen van een vormvrije m.e.r. aanmeldnotitie is niet noodzakelijk.

vastgesteld Tongelre binnen de Ring (Tapuitstraat-Meerkollaan) Gemeente Eindhoven

41

4.2

Bedrijven en milieuzonering

4.2.1

VNG-brochure

Milieuzonering is het aanbrengen van een noodzakelijke ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende en milieugevoelige functies ter bescherming of vergroting van de kwaliteit van de leefomgeving. Voor een verantwoorde inpassing van bedrijvigheid in haar fysieke omgeving of van gevoelige functies nabij bedrijven wordt gebruik gemaakt van de publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' (VNG, uitgave 2009). De VNG-publicatie geeft richtafstanden, gebaseerd op de omgevingskwaliteit zoals die wordt nagestreefd in een rustige woonwijk. Daarnaast kent de publicatie het omgevingstype 'gemengd gebied'. Indien de aard van de omgeving dit rechtvaardigt kunnen gemotiveerd kleinere richtafstanden worden aangehouden bij het omgevingstype 'gemengd gebied', dat gezien de aanwezige functiemenging of ligging nabij drukke wegen een hogere milieubelasting kent. De reductie met één afstandstap leidt niet tot een lager beschermingsniveau voor gevaar. Naast voorgaande omgevingstypen kent de publicatie ook gebieden met functiemenging. Bij functiemenging kan gedacht worden aan: Stadscentra, dorpskernen en winkelcentra; Horecaconcentratiegebieden; Zones met functiemenging langs stedelijke toegangswegen; (delen van) woongebieden met kleinschalige c.q. ambachtelijke bedrijvigheid.

Het kan daarbij gaan om bestaande gebieden met functiemenging en om gebieden waar bewust functiemenging wordt nagestreefd, bijvoorbeeld om een grotere levendigheid tot stand te brengen. In functiemengingsgebieden is een specifieke Staat van Bedrijfsactiviteiten wenselijk, omdat de activiteiten qua schaal sterk kunnen verschillen van de activiteiten op een bedrijventerrein. De activiteiten in de Staat van Bedrijfsactiviteiten voor gebieden met functiemenging bestaan uit de categorieën A, B of C. De betekenis voor de toelaatbaarheid is als volgt: Categorie A: Activiteiten die zodanig weinig milieubelastend voor hun omgeving zijn, dat deze aanpandig aan woningen kunnen worden uitgevoerd. De eisen uit het Bouwbesluit voor scheiding tussen wonen en bedrijven zijn daarbij toereikend. Categorie B: Activiteiten die in een gemengd gebied kunnen worden uitgeoefend, echter met een zodanige milieubelasting voor hun omgeving dat zij bouwkundig afgescheiden van woningen en ander gevoelige functies dienen plaats te vinden. Categorie C: De activiteiten zoals genoemd onder B, waarbij vanwege de relatief grote verkeersaantrekkende werking een ontsluiting op de hoofdinfrastructuur is aangewezen. Voor de toelaatbaarheid van deze activiteiten gelden de volgende randvoorwaarden: 1. 2. 3. 4.

42

Het gaat om kleinschalige, meest ambachtelijke bedrijvigheid; Productie en/of laad en loswerkzaamheden vinden alleen in de dagperiode plaats; De activiteiten (inclusief opslag) geschieden hoofdzakelijk inpandig; Activiteiten uit categorie C beschikken daarnaast over een goede aansluiting op de hoofdinfrastructuur.

vastgesteld Tongelre binnen de Ring (Tapuitstraat-Meerkollaan) Gemeente Eindhoven

4.2.2

Beoordeling ontwikkeling: indeling naar omgevingstype

Het plangebied is gelegen in het bestaand stedelijk gebied van Eindhoven nabij de Insulindelaan. Het geldende bestemmingsplan staat op deze locatie maatschappelijke activiteiten toe. Dit bestemmingsplan voorziet in de realisatie van een supermarkt en 58 appartementen. Gelet op de bestemmingen die gelden volgens de geldende bestemmingsplannen, in het gebied waar deze ontwikkeling is gelegen, kan worden gesteld dat het plangebied gelegen is in gemengd gebied. Ten westen van de Insulindelaan - aan de Tongelresestraat - zijn namelijk centrum-, kantoor-, dienstverlening- en woningfuncties aanwezig in de buurt van het plangebied. Ten oosten van de Insulindelaan zijn dienstverlenende-, bedrijfs- horeca- en woonfuncties aanwezig in de nabijheid van het plangebied. De Ring kan worden gezien als hoofdinfrastructuur. Om deze redenen is sprake van 'gemengd gebied', waardoor de oorspronkelijke richtafstanden met één afstandsstap worden verlaagd in de navolgende toetsing.

4.2.3

Milieubelasting op het plan vanwege bedrijfsactiviteiten in de omgeving

Aan de hand van de methodiek van de VNG dient te worden bepaald of bedrijfsactiviteiten in de omgeving van het plangebied een belemmering vormen voor de plaatsing van woningen in het plangebied. Hierna wordt de methode van de VNG toegepast en de inpasbaarheid van de woningen getoetst. In onderstaande tabel zijn de afstanden voor geluid, geur en stof al met één afstandsstap teruggebracht omdat er op deze locatie sprake is van een gemengd gebied. Bij centrumfuncties is er uitgegaan van "brood en banket uit eigen bakkerij". Dit is de meest belastende milieuactiviteit binnen milieucategorie 1 en is tevens ook aanwezig in de direct nabijheid van het plangebied. Uit de richtafstanden op basis van de VNG-richtafstanden methodiek blijkt dat milieubelastende activiteiten rondom het plangebied geen belemmering vormen voor het situeren van woningen in het plangebied.

Object

Milieu cat.

Richtafstand geluid (m )

Richtafstand Richtafstand Richtafstand Werkelijke geur (m ) stof (m ) gevaar (m ) m inim ale afstand (m )

Kantoorbestemminge 1 n Meerkoollaan

0

0

0

0

32

Protestante Kerk

2

10

0

0

0

98

Kantoren Insulindelaan 111-115

1

0

0

0

0

62

Horeca Tongelresestraat 253-259

1

0

0

0

10

150

Centrumfuncties

1

0

0

0

10

15

Dienstverlening Tongelresestraat 199-213

1

0

0

0

10

95

vastgesteld Tongelre binnen de Ring (Tapuitstraat-Meerkollaan) Gemeente Eindhoven

43

4.2.4

Functiemenging

Op en naast de te realiseren supermarkt worden woningen gebouwd. Nagegaan moet worden of deze twee functies van supermarkt en woningen in de directe nabijheid van elkaar kunnen worden gerealiseerd. Uit de VNG-brochure 'bijlage 3 van de Staat van bedrijfsactiviteiten' volgt dat supermarkten vallen onder categorie B. Dit houdt in dat de woningen bouwkundig afgescheiden moeten worden van de supermarktfunctie. In dit planvoornemen wordt de supermarktfunctie op de begane grond van het gebouw gesitueerd en worden de woningen op en naast deze supermarkt geplaatst met een dicht dak. De functies zijn derhalve voldoende bouwkundig van elkaar gescheiden. Milieubelastende activiteiten in het bedrijfsgebouw zullen niet doordringen tot de woningen.

4.2.5

Milieubelasting op de omgeving

In het plangebied wordt een supermarkt en 58 woningen gerealiseerd. De woningen hoeven niet te worden aangewezen als objecten die een milieubelasting veroorzaken, de supermarkt echter wel. De realisatie van de supermarkt kan een negatieve impact hebben op de milieusituatie van bestaande woningen nabij het plangebied. Een supermarkt wordt op basis van de VNG-brochure aangeduid als een bedrijf met milieucategorie 2 en een richtafstand van 10 meter voor geluid en 10 meter voor gevaar. Wanneer wordt gekeken naar de daadwerkelijke afstanden tussen de bestaande woningen en de supermarkt is de kleinste afstand 13 meter tot de Rietveldstraat 2. De afstand tussen de supermarkt en de woning is groter dan de richtafstand. Nader onderzoek naar de geluidsbelasting van de supermarkt op de omgeving is in het kader van een goede ruimtelijke ordening niet noodzakelijk.

4.2.6

Conclusie

Bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

4.3

Natuur

4.3.1

Algemeen

De bescherming van de natuur is in Nederland geregeld via specifieke groene wet- en regelgeving en via het bestemmingsplan. De groene wetten omvatten de Wet natuurbescherming (soortbescherming, gebiedsbescherming en bescherming houtopstanden) en de Gemeentelijk verordening (kapvergunning bomen). In specifieke gevallen is ook de Wet ammoniak en veehouderij (verzuringsgevoelige natuurgebieden) en de Natuurschoonwet (natuur op landgoederen) aan de orde. In een bestemmingsplan zijn de bestaande en nieuwe natuurbestemmingen en gebruiksbeperkingen ruimtelijk vastgelegd (Natuur Netwerk Nederland, specifieke landschappelijke en natuurwaarden). Dit betreft de planologische doorwerking van de provinciale Interim omgevingsverordening, waarin ook aspecten met betrekking tot de landschappelijke kwaliteit en de natuurcompensatie zijn neergelegd.

4.3.2

Gebiedsbescherming

Het plangebied is op relatief grote afstand van het Natuurnetwerk Brabant (NNB) gelegen. Meer concreet circa 770 meter van het Eindhovensch Kanaal en circa 810 meter van de NNB bij de Karpendonksche Plas. Samen met de aard en de relatief beperkte omvang van de ingreep (herontwikkeling in het stedelijk gebied) is er geen negatief effect te verwachten op de wezenlijke kenmerken en waarden van de NNB. Het plangebied ligt op circa 4,2 kilometer afstand van het Natura 2000-gebied 'Leenderbos, 44

vastgesteld Tongelre binnen de Ring (Tapuitstraat-Meerkollaan) Gemeente Eindhoven

Groote Heide & Plateaux' en op 6 kilometer van het Natura 2000 gebied Strabrechtse Heide & Beuven. Vanwege de ligging en de aard van de voorgenomen ingreep, kunnen negatieve effecten op instandhoudingsdoelstellingen redelijkerwijs op voorhand worden uitgesloten. Wat betreft stikstofdepositie is een onderzoek uitgevoerd om de depositie van dit plan te berekenen. De rapportage van dit onderzoek is als bijlage 7 bij deze toelichting gevoegd. Uit de rekenresultaten (<0,00 mol/ha/jaar) blijkt dat er geen sprake is van stikstofdepositie door toedoen van dit plan voor zowel de bouwfase als de gebruiksfase. Gelet op het vorenstaande kunnen significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden worden uitgesloten. Gezien de afstand tot gebieden die onderdeel zijn van Natuur Netwerk Brabant kunnen negatieve interne- of externe effecten worden uitgesloten. Gebiedsbescherming vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

4.3.3

Soortenbescherming

Het plangebied bestond in het recent verleden uit een sporthal. De sporthal is in de eerste helft van 2020 gesloopt. Het plangebied bestaat aldus uit bouwrijpe grond en overig aanwezige verhardingen zoals parkeervakken en trottoir. Daarnaast zijn er enkele bomen aanwezig waarvoor een bomeneffectenanalyse is uitgevoerd (zie paragraaf 3.8.3). Bij één boom is een holte aangetroffen waarin een oud vogelnest is aangetroffen. Inmiddels is de holte voor een groot gedeelte overgroeid, waardoor deze niet geschikt meer is voor vogels. In de holte zijn geen vleermuizen aangetroffen of sporen van gebruik door vleermuizen. Deze boom is daarom zonder belemmeringen in het kader van de Wnb te kappen. Mogelijk dat een kleine vogel komend voorjaar de holte gebruikt om in te broeden. Vernietiging en verstoring van vogelnesten is te vermijden door het verwijderen van de vegetatie buiten de periode 15 maart 15 juli (het broedseizoen van de meeste vogels) uit te voeren. Voor het overige zijn er geen belemmeringen wat betreft soortenbescherming te verwachten. Wel geldt altijd de zorgplicht (artikel 1.11 Wnb); deze houdt in dat nadelige gevolgen voor dieren en planten altijd zoveel mogelijk moeten worden voorkomen.

Om aan de algemene zorgplicht te voldoen, moeten dieren die tijdens de werkzaamheden worden aangetroffen, zo snel mogelijk naar een aangrenzende locatie buiten het plangebied worden verplaatst.

4.3.4

Conclusie

Vanwege de ligging en de aard van de voorgenomen ingreep, kunnen negatieve effecten op instandhoudingsdoelstellingen redelijkerwijs worden uitgesloten. Wat betreft soortenbescherming dient met de zorgplicht (art. 1.11 Wnb) rekening gehouden te worden en om vernietiging en verstoring van vogelnesten te voorkomen dient vegetatie buiten het broedseizoen (15 maart - 15 juli) te worden gerooid.

4.4

Geluid

4.4.1

Algemeen

De normstelling voor geluid is geregeld in de Wet geluidhinder, de Wet milieubeheer en de Wet luchtvaart. Het betreft normen voor industrielawaai, weg- en railverkeerslawaai en luchtvaartlawaai. Er wordt uitgegaan van voorkeursgrenswaarden, waarvan in een aantal gevallen met ontheffing tot een bepaalde maximum hoogte, mag worden afgeweken. De normstelling heeft tot doel nieuwe geluidhindersituaties en daarmee gezondheidsschade te voorkomen. Om dit doel te bereiken worden zones gedefinieerd, waarbinnen plannen met geluidgevoelige bestemmingen moeten worden getoetst aan de normen. Volgens de Wet geluidhinder gelden er voorkeursgrenswaarden en maximale ontheffingswaarden. Bij de voorkeursgrenswaarde mag worden verondersteld dat het percentage gehinderden beperkt is. vastgesteld Tongelre binnen de Ring (Tapuitstraat-Meerkollaan) Gemeente Eindhoven

45

Wanneer een maximale ontheffingswaarde wordt overschreden dan is er sprake van een locatie die in beginsel niet geschikt is voor de vestiging van een geluidgevoelige bestemming. Bij plannen met geluidbelastingen in de bandbreedte tussen voorkeursgrenswaarde en maximale ontheffingswaarde moet er een nadere afweging worden gemaakt in hoeverre bronen/of overdrachtsmaatregelen kunnen worden getroffen om de geluidbelastingen te beperken. Voorbeelden van bronmaatregelen zijn een stiller wegdek en een verlaging van de snelheid bij auto's. Geluidschermen en geluidwallen zijn voorbeelden van overdrachtsmaatregelen. Dit plan voorziet in de bouw van 58 woningen en een supermarkt. Woningen zijn geluidgevoelige bestemmingen in de zin van de Wgh.

4.4.2

Wegverkeerslawaai en railverkeerslawaai

Algemeen wegverkeerslawaai De systematiek van de zonering Wet geluidhinder voor wegverkeer houdt in dat langs een (toekomstige) verkeersweg een planologisch aandachtsgebied (de zone) ligt waarbinnen in een aantal situaties bescherming wordt geboden aan geluidsgevoelige bestemmingen. Deze bescherming geldt in de volgende situaties: via een ruimtelijk besluit (bestemmingsplan/projectbesluit) de aanleg van een weg mogelijk maken; via een ruimtelijk besluit (bestemmingsplan/projectbesluit) een geluidsgevoelige bestemming in de zone realiseren; de reconstructie/wijziging van een bestaande weg (al dan niet in combinatie met een ruimtelijk besluit). In bovenstaande situaties gelden voor woningen en andere geluidsgevoelige objecten in de zone een beschermingsniveau van 48 dB, dit is de voorkeursgrenswaarde. Door middel van een "hogere waarde procedure" kan door het bevoegd gezag een hogere geluidsbelasting (hogere waarde) worden toegestaan. Deze verhoging is mogelijk tot een maximaal toelaatbare (grens)waarde. De hoogte van deze maximaal toelaatbare (grens)waarde is afhankelijk van verschillende factoren, zoals bijvoorbeeld de ligging van de geluidsgevoelige bestemming in binnenstedelijk of buitenstedelijk gebied. De geluidsimmissie van een verkeersweg is afhankelijk van het aantal rijstroken en ook van de aard van de omgeving.

Daarom heeft een geluidszone langs een weg niet één standaardbreedte. De omvang van de zone voor de verschillende situaties is in de Wgh aangegeven. Voor een weg in stedelijk gebied: voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken of een of twee sporen: 200 meter; voor een weg, bestaande uit drie of meer rijstroken of drie of meer sporen: 350 meter. Het plangebied en de wegen rond het plangebied zijn in stedelijk gebied gelegen met zones van 200 meter en 350 meter. Wegen die zijn gelegen binnen een woonerf of wegen met een maximale rijsnelheid van 30 km/uur hebben geen zone. Het gestelde in de Wet geluidhinder is hierop niet van toepassing. Wel kunnen deze van invloed zijn op het woon- en leefklimaat. Algemeen railverkeerslawaai 46

vastgesteld Tongelre binnen de Ring (Tapuitstraat-Meerkollaan) Gemeente Eindhoven

De systematiek van de zonering Wet geluidhinder voor spoorverkeer houdt in dat langs een spoorweg een planologisch aandachtsgebied (de zone) ligt waarbinnen in een aantal situaties bescherming wordt geboden aan geluidsgevoelige bestemmingen. Deze bescherming geldt onder andere in de volgende situaties: realisatie van een geluidsgevoelige bestemming in de zone via een ruimtelijk besluit (bestemmingsplan/projectbesluit); de aanleg van een spoorweg mogelijk maken via een ruimtelijk besluit (tracébesluit/ bestemmingsplan/projectbesluit); de wijziging van een bestaande spoorweg in het kader van de Wgh (al dan niet in combinatie met een ruimtelijk besluit). In bovenstaande situaties gelden voor woningen en andere geluidsgevoelige objecten in de zone een basisbeschermingsniveau, dit is de voorkeursgrenswaarde. Door middel van een "hogere waarde procedure" kan door het bevoegd gezag gemotiveerd een hogere geluidsbelasting (hogere waarde) worden toegestaan. Deze verhoging is mogelijk tot een maximaal toelaatbare (grens)- waarde. Voor railverkeerslawaai is het plan gelegen binnen de geluidzone van de spoorlijn Eindhoven-Weert en Eindhoven-Venlo. Het plangebied is binnen zone van beide spoorwegen gelegen.

Voor nieuwe geluidsgevoelige objecten binnen deze zones dient onderzocht te worden wat de geluidbelasting is of zal worden en of hier een Hogere waarde procedure voor doorlopen dient te worden. Voor nieuwe woningen langs de bestaande, gezoneerde spoorwegen kan een grenswaarde worden vastgesteld tot maximaal 68 dB (uiterste grenswaarde). Onderzoek In het kader van dit bestemmingsplan is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de optredende geluidbelastingen op de in de toekomst te bebouwen appartementen binnen het plangebied. Het onderzoek is noodzakelijk omdat het plangebied gelegen is binnen de in de Wet geluidhinder vastgelegde geluidzone van zowel gezoneerde wegen als spoorwegen. Het onderzoeksrapport is opgenomen in bijlage 8 bij deze toelichting. Op basis van het uitgevoerde onderzoek kan het volgende worden geconcludeerd. Het plangebied ligt aan de zuidzijde van beide spoortrajecten. Het plangebied wordt aan de westzijde begrensd door de Tapuitstraat, aan de noordzijde door de Meerkollaan, aan de westzijde door de Insulindelaan en aan de zuidzijde door de rietvinkstraat. In de nabijheid van de plangebied zijn verder de Fuutlaan, Kalverstraat, Groenstraat, Koestraat, Tongelresestraat, Melkweg, Jeroen Boschlaan, Parklaan en de Paulus Potterstraat gelegen.

De geluidbelastingen vanwege wegverkeer zijn berekend conform de Standaard Rekenmethode II uit bijlage III van het 'Reken- en meetvoorschrift geluid 2012'. De berekende geluidbelastingen zijn getoetst aan de grenswaarden uit de Wet geluidhinder: Binnenstedelijke wegen: voorkeursgrenswaarde 48 dB Lden, maximale ontheffingswaarde 63 dB Lden; Spoorweglawaai: voorkeursgrenswaarde 55 dB Lden, maximale ontheffingswaarde 68 dB Lden. Uit het onderzoek blijkt dat: De geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer op de Fuutlaan (50 km/uur), Groenstraat (50 km/uur en de Kalverstraat 50 km/uur) voldoet aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Deze wegen vormen geen belemmering voor het bouwplan. vastgesteld Tongelre binnen de Ring (Tapuitstraat-Meerkollaan) Gemeente Eindhoven

47

De geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer op de Insulindelaan/Jeroen Boschlaan (30 km/uur), koestraat (30 km/uur), Melkweg (30 km/uur), Parklaan (30 km/uur), Paulus Potterstraat (30 km/uur) en de Tapuitstraat (30 km/uur) bedraagt minder dan 48 dB. Deze wegen vormen geen belemmering voor het bouwplan. De geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer op de Rietvinkstraat (30 km/uur) bedraagt 48 dB of minder. Uitgezonderd bij 1 appartement alweer een overschrijding wordt berekend van 1 dB. Deze weg vormt geen belemmering voor het bouwplan. Verderop zal de aanvaardbaarheid van het woon- en leefklimaat worden beoordeeld. De geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer op de Insulindelaan/Jeroen Boschlaan (50 km/uur), Insulindelaan/Jeroen Boschlaan (70 km/uur), Meerkollaan (50 km/uur) en de Tongelresestraat (50 km/uur) voldoet niet aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. De voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt ten gevolge van de Tongelresestraat bij 1 appartement overschreden. De berekende overschrijding bedraagt 1 dB. De maximaal te ontheffen waarde van 63 dB wordt niet overschreden. De voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt ten gevolge van de Meerkollaan bij 17 appartementen overschreden. De berekende overschrijding varieert van 1 tot 8 dB. De maximaal te ontheffen waarde van 63 dB wordt niet overschreden.

De voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt ten gevolge van de Insulindelaan/Jeroen Boschlaan (50 km/uur) bij 4 appartementen overschreden. De berekende overschrijding bedraagt 1 dB. De maximaal te ontheffen waarde van 63 dB wordt niet overschreden. De voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt ten gevolge van de Insulindelaan/Jeroen Boschlaan (50 km/uur) bij 4 appartementen overschreden. De berekende overschrijding bedraagt 1 dB. De maximaal te ontheffen waarde van 63 dB wordt niet overschreden. De voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt ten gevolge van de Insulindelaan/Jeroen Boschlaan (70 km/uur) bij 42 appartementen overschreden. De berekende overschrijding varieert na het toepassen van maatregelen (loggia's, voorzetvensters, dove gevels en afschermende balustrades bij balkons en galerijen) van 1 dB tot 15 dB. De maximaal te ontheffen waarde van 63 dB wordt met het treffen van deze maatregelen niet overschreden. De voorkeursgrenswaarde van 55 dB wordt ten gevolge van het spoorwegverkeer bij 8 appartementen overschreden. De berekende overschrijding varieert van 1 tot 6 dB. De maximaal te ontheffen waarde van 68 dB wordt niet overschreden. Het is realistisch om hogere waarde aan te vragen voor de in het plan opgenomen appartementen. Om een hogere waarde vast te stellen gelden een aantal aanvullende voorwaarden: Tenminste één geluidluwe zijde; Toets gecumuleerde waarde.

Door de te treffen maatregelen wordt aan beide voorwaarden voldaan. Wel wordt door de maatregelen bij enkele appartementen slechts een gedeeltelijk geluidluwe gevel gerealiseerd. Hiervoor zijn door de initiatiefnemer compenserende maatregelen aangedragen. Omdat de zogenaamde voorkeursgrenswaarde wordt overschreden dient een aanvullend onderzoek naar de geluidwerende kwaliteit van de gevel uitgevoerd te worden, conform artikel 3.1 uit het Bouwbesluit. Voor de bepaling van de gevelmaatregelen zal gerekend worden met de werkelijke cumulatieve geluidbelasting conform paragraaf 4.3 van het akoestisch onderzoek (bijlage 8) . 48

vastgesteld Tongelre binnen de Ring (Tapuitstraat-Meerkollaan) Gemeente Eindhoven

Ondanks de hogere geluidbelasting binnen het plangebied beschikken de appartementen over een geheel of gedeeltelijke geluidluwe gevel en zal met gevelmaatregelen sprake zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

4.4.3

Industrielawaai

In de omgeving van het plangebied zijn geen gezoneerde industrieterreinen gelegen. Het aspect industrielawaai vormt géén belemmering voor de uitvoerbaarheid van het planvoornemen. 4.4.4

Luchtvaartlawaai

Het plangebied ligt op grote afstand van de luchthaven Eindhoven. Dit is een militaire luchthaven met medegebruik door de burgerluchtvaart (Eindhoven Airport). De Wet luchtvaart regelt het gebruik van luchtvaartuigen en luchtvaartterreinen in Nederland. De wet voorziet in regels over besluitvorming en normen voor alle luchthavens. Op basis van deze wet is voor luchthaven Eindhoven een luchthavenbesluit vastgesteld. De ligging van de Ke contouren is opgenomen in het luchthavenbesluit Eindhoven. In bijlage 7 is de 35 Ke contour voor het militaire luchtverkeer aangewezen en in bijlage 8 de contour van het commercieel burgerluchtverkeer. De cumulatieve Ke contouren staan in bijlage 3. De 35 Ke contour is tevens in het Barro en Rarro verwerkt. Hierbinnen zijn geen geluidsgevoelige objecten (woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen, alsmede standplaatsen en ligplaatsen) toegestaan. Het plangebied ligt op voldoende afstand van deze geluidszone. De geluidszone werkt daarom niet belemmerend voor onderhavig plangebied. Het plangebied is niet gelegen binnen de invloedssfeer van Eindhoven Airport. Deze geluidszone werkt daarom niet belemmerend voor de uitvoerbaarheid van het planvoornemen.

4.5

Luchtkwaliteit

4.5.1

Wettelijk kader

Hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer bevat bepalingen over luchtkwaliteit. Dit hoofdstuk voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). In dit samenwerkingsprogramma werken Rijk, provincies en gemeenten samen aan maatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren, om de luchtkwaliteit binnen de gestelde normen te houden en overschrijdingen verder terug te dringen. De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Hierdoor kunnen ruimtelijke ontwikkelingen doorgang vinden, terwijl ondertussen maatregelen ter verbetering van de luchtkwaliteit worden uitgevoerd. Sinds 1 januari 2015 moet voldaan worden aan de Europese grenswaarden: voor stikstofdioxide (NO2) geldt een jaargemiddelde van 40 microgram/m³ (µg/m³), voor fijnstof (PM10) geldt een jaargemiddelde van 40 microgram/m³ en een daggemiddelde van 50 microgram/m³. Het daggemiddelde mag jaarlijks maximaal 35 keer worden overschreden. Voor jaargemiddelde concentratie voor PM2,5 geldt een grenswaarde van 25 microgram/m³. In Eindhoven is de jaargemiddelde concentratie voor PM2,5 overal lager dan 20 microgram/m³.

In artikel 4 van het 'Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' en de bijlagen van de 'Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' zijn voor bepaalde categorieën projecten grenzen vastgesteld. Op grond daarvan kan worden gesteld dat deze een 'niet in betekenende mate bijdragen' (NIBM) leveren aan de luchtverontreiniging. Deze projecten mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd vastgesteld Tongelre binnen de Ring (Tapuitstraat-Meerkollaan) Gemeente Eindhoven

49

worden. Wanneer projecten wel in betekenende mate bijdragen aan de luchtkwaliteit, dient luchtonderzoek uitgevoerd te worden en moet worden getoetst aan de normen. Een project draagt "niet in betekende mate bij" aan de luchtverontreiniging wanneer: A. Het project een woningbouwlocatie betreft die niet meer dan 1500 nieuwe woningen omvat in de situatie met 1 ontsluitingsweg; B. Het project een woningbouwlocatie betreft die niet meer dan 3000 nieuwe woningen omvat in de situatie met 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling; C. Het project een kantoorlocatie betreft die niet meer dan 100.000 m² bruto vloeroppervlakte omvat bij minimaal 1 ontsluitingsweg, en; D. Het project een kantoorlocatie betreft die niet meer dan 200.000 m² bruto vloeroppervlakte omvat bij minimaal 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling. Kort samengevat dienen nieuwe plannen te worden beoordeeld op basis van artikel 5.16 van de Wet milieubeheer.

Luchtkwaliteitseisen vormen geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkelingen mits een van de volgende bepalingen op de ruimtelijke ontwikkeling van toepassing is: er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt; een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging; een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL.

4.5.2

Besluit gevoelige bestemmingen

Met deze Algemene Maatregel van Bestuur wordt de vestiging van zogeheten 'gevoelige bestemmingen' in de nabijheid van provinciale en rijkswegen beperkt. Dit heeft consequenties voor de ruimtelijke ordening. Het 'Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen)' is gebaseerd op artikel 5.16a van de Wet milieubeheer. Het besluit is gericht op de bescherming van mensen met een verhoogde gevoeligheid voor stikstofdioxide en fijnstof. Het gaat met name om kinderen, ouderen en zieken. Het besluit voorziet in zones waarbinnen luchtkwaliteitsonderzoek nodig is als een 'gevoelige bestemmingen' wordt mogelijk gemaakt. Voor rijkswegen geldt een zone van 300 meter aan weerszijden en langs provinciale wegen 50 meter, gemeten vanaf de rand van de weg. De volgende gebouwen met de bijbehorende terreinen zijn aangemerkt als 'gevoelige bestemming': scholen, kinderdagverblijven, en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Het gaat hierbij niet om bestemmingen in de meest enge zin van het woord, maar om alle vergelijkbare functies, ongeacht de exacte aanduiding ervan in bestemmingsplannen en andere besluiten. Van doorslaggevend belang is de (voorziene) functie van het gebouw en het bijbehorende terrein. In de context van dit besluit worden ziekenhuizen, woningen en sportaccommodaties niet als gevoelige bestemming gezien.

In aanvulling op het Besluit gevoelige bestemmingen is er een Brabantse "Handreiking gevoelige bestemmingen luchtkwaliteit" opgesteld (maar in Eindhoven (nog) niet vastgesteld). Deze Handreiking heeft als uitgangspunt geheel nieuwe bestemmingen voor kinderen en ouderen (conform de AmvB gevoelige bestemmingen) niet te situeren binnen 50 meter van de wegrand van drukke gemeentelijke wegen (als eerstelijns bebouwing) of binnen 300 meter van snelwegen, ongeacht de berekende concentraties.

50

vastgesteld Tongelre binnen de Ring (Tapuitstraat-Meerkollaan) Gemeente Eindhoven

4.5.3

Goede ruimtelijke ordening

Naast toetsing aan de 'Wet luchtkwaliteit' en het 'Besluit gevoelige bestemmingen' dient altijd te worden onderzocht of sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Het principe van een 'goede ruimtelijke ordening' blijft naast toetsing aan de 'Wet luchtkwaliteit' en het 'Besluit gevoelige bestemmingen' onverkort gelden. De Wet ruimtelijke ordening (Wro), art. 3.1, schrijft voor dat een bestemmingsplan moet voldoen aan de criteria voor goede ruimtelijke ordening. Die verplichting heeft in dit verband betrekking op situaties waarop het Besluit gevoelige bestemmingen niet ziet, maar die vanuit het oogpunt van goede ruimtelijke ordening onwenselijk zijn, bijvoorbeeld de bouw van woningen langs een snelweg, of de bouw van een school langs een drukke binnenstedelijke weg. In het algemeen is het verstandig om terughoudend te zijn met de vestiging van gevoelige bestemmingen nabij drukke (snel)wegen. De Gezondheidsraad concludeert niet voor niets dat ook bij concentraties beneden de grenswaarden gezondheidsschade kan optreden.

4.5.4

Planbeschrijving en toetsing

Besluit gevoelige bestemmingen Het plan voorziet in de bouw van 58 appartementen en een supermarkt. Het plan maakt daarmee geen bestemmingen voor kinderen en ouderen mogelijk binnen 50 meter van de wegrand van drukke gemeentelijke wegen of een provinciale weg. Daarnaast ligt er binnen 300 meter van de ontwikkeling geen Rijksweg. Daarom zijn de bepalingen opgenomen in het Besluit gevoelige bestemmingen niet op deze ontwikkeling van toepassing. Niet in betekenende mate Om te bepalen of het plan niet in betekende mate bijdraagt aan het verslechteren van de luchtkwaliteit is gebruik gemaakt van de NIBM-tool. In deze tool kan de totale verkeersgeneratie per etmaal worden ingevuld.

De verkeersgeneratie als gevolg van de 58 appartementen is bepaald aan de hand van CROW kengetallen en het aantal parkeerplaatsen dat wordt gerealiseerd voor de appartementen (46 parkeerplaatsen). Voor appartementen uit het midden segment in zeer sterk stedelijk gebied in de schil van het centrum wordt maximaal uitgegaan van 4,5 verkeersbewegingen per woning. Dit komt neer op 207 lichte verkeersbewegingen per etmaal. De verkeersgeneratie als gevolg van de Aldi (1.417 m2) is ook bepaald aan de hand van CROW kengetallen. De Aldi valt als genoemd in het CROW onder discountsupermarkt. De Aldi zal zich vestigen in een zeer sterk stedelijk gebied in de schil van het centrum. Dit betekent een maximale verkeersgeneratie van 88,3 verkeersbewegingen per 100m² BVO per etmaal. Dit komt neer op maximaal 1.251 lichte verkeersbewegingen per etmaal. Voor de bevoorrading is uitgegaan van 2 zware vrachtbewegingen per etmaal. Samengevat zullen als gevolg van deze ontwikkeling per dag 1.458 lichte verkeersbewegingen en 2 vrachtbewegingen per etmaal plaatsvinden. Een sporthal genereert tussen 6,3 en 8,1 motorvoertuigbewegingen per 100 m² b.v.o. De sporthal had een oppervlakte van circa 2.150 m² b.v.o., waardoor er sprake was van een verkeersgeneratie van 136 en 174 motorvoertuigbewegingen per etmaal.

De toename van het aantal verkeersbewegingen door dit project neemt toe met circa 1.284 lichte verkeersbewegingen en 2 vrachtbewegingen per etmaal. Uit de berekening volgt dat het extra verkeer niet in betekenende bijdraagt aan het verslechteren van de aanwezige luchtkwaliteit.

vastgesteld Tongelre binnen de Ring (Tapuitstraat-Meerkollaan) Gemeente Eindhoven

51

Goede ruimtelijke ordening Op basis van de NSL-monitoring blijkt dat de bestaande achtergrondwaardes voldoen aan de in hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer genoemde waardes. De jaargemiddelde achtergrondwaarde NO2 op de Insulindelaan ligt tussen de 22,8 µg/m³ en de 28,4 µg/m³. Dit voldoet aan de grenswaarde van 40 µg/m³. De jaargemiddelde achtergrondconcentratie voor PM10 op de Insulindelaan tussen de 19,4 µg/m³ en 20,1 µg/m³. Dit voldoet aan de grenswaarde van 40 µg/m³. Er is sprake van een goede ruimtelijke ordening. Luchtkwaliteit vormt voor het vestigen van woningen op deze locatie geen belemmering.

4.5.5

Conclusie

Voor het project hoeft niet aan de bepalingen in het Besluit gevoelige bestemmingen te worden getoetst. Op basis van de NIBM-tool kan niet worden uitgesloten dat het project niet in betekenende mate bijdraagt aan het verslechteren van de luchtkwaliteit. Er is sprake van een aanvaardbare luchtkwaliteit op deze locatie.

4.6

Bodem

In het kader van de Wet ruimtelijke ordening dient, bij een nieuw bestemmingsplan waarmee nieuwe bouwmogelijkheden mogelijk worden gemaakt, aangegeven te worden of de bodemkwaliteit geschikt is voor de nieuwe functie. Aangezien in dit geval woningen worden gerealiseerd is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Daarna is een nader onderzoek uitgevoerd en heeft grondwatermonitoring en brononderzoek (bijlage 9) plaatsgevonden.

4.6.1

Bodemonderzoek

De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen sloop van de sporthal en de wens van de gemeente om inzicht te hebben in de VOCl verontreiniging onder de sporthal. Het doel van het onderzoek is het vaststellen van de verontreiniging van de grond en het grondwater onder de sporthal om daarmee vast te stellen of een bodemsanering voorafgaand aan de nieuwbouw nuttig kan zijn. 52

vastgesteld Tongelre binnen de Ring (Tapuitstraat-Meerkollaan) Gemeente Eindhoven

De onderzoeksresultaten tonen dat de grond- en grondwaterverontreiniging voornamelijk aanwezig is in de onderste laag van de leemlaag op een diepte van 5,0 tot 6,0 m-mv. De mate van verontreiniging in de deklaag en het freatische grondwater is beperkt. Met de onderzoeken die zijn uitgevoerd in de sporthal is voldoende informatie verzameld over de verontreinigingssituatie onder de sporthal. Op de locatie ligt een beschikking ten aanzien van de vastgestelde verspreidingsrisico's van de verontreiniging, deze conclusie verandert niet op basis van de uitgevoerde risicobeoordeling. Op basis van het aanvullend onderzoek wordt aanbevolen om een saneringsplan (voorkeursvariant monitoring) op te stellen waarin wordt aangetoond dat er geen noemenswaardige verdere verspreiding optreedt over de tijd. In dit brononderzoek is geen duidelijke bron aangetroffen, daarom is er geen aanleiding om het brongebied actief te saneren. De informatie van het aanvullend onderzoek dient meegenomen te worden in de reeds uitgevoerde grondwatermodellering en op basis van de herziende modellering dient een op maat gemaakte monitoringsplan opgesteld te worden. De modellering met bijbehorende monitoringsplan vormt de basis van het op te stellen saneringsplan waarmee de onzekerheid in de stabiliteit van de grondwaterverontreiniging wordt vastgelegd ofwel aangetoond.

4.6.2

Conclusie

De onderzoeksresultaten vormen geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling en de afgifte van een omgevingsvergunning voor bouwen.

4.7

Externe veiligheid

4.7.1

Algemeen

Externe veiligheid gaat over het beperken en beheersen van risico's en effecten van calamiteiten, en over het bevorderen van de veiligheid van personen in de omgeving van activiteiten (bedrijven en transport) met gevaarlijke stoffen. Dat gebeurt door te voorkomen dat te dicht bij gevoelige bestemmingen activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden, door de zelfredzaamheid te bevorderen en door de calamiteitenbestrijding te optimaliseren. In deze paragraaf wordt ingegaan op externe veiligheid in relatie tot verschillende risicovolle bronnen en/of objecten in en nabij het plangebied.

4.7.2

Wettelijk kader

Op nationaal niveau zijn verschillende wetten en regels ten aanzien van externe veiligheid. Voor bedrijven geldt het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Voor transport is het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) van toepassing. Voor buisleidingen moet worden getoetst aan het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Bij externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt tussen Plaatsgebonden risico en Groepsrisico. Plaatsgebonden Risico (PR) Dit is een maat voor de kans dat iemand dodelijk getroffen kan worden door een calamiteit met een gevaarlijke stof. De gestelde norm is een ten minste in acht te nemen grenswaarde (PR 10-6/jr) die niet mag worden overschreden ten aanzien van 'kwetsbare objecten', alsmede een zoveel mogelijk te bereiken richtwaarde (PR 10-6/jr) ten aanzien van 'beperkt kwetsbare objecten'; Groepsrisico (GR) Dit is een maat voor de kans dat een grotere groep tegelijkertijd dodelijk getroffen kan worden door een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht. vastgesteld Tongelre binnen de Ring (Tapuitstraat-Meerkollaan) Gemeente Eindhoven

53

4.7.3

Beoordeling plan

Op basis van de Professionele Risicokaart is beoordeeld of er zich in de nabijheid van het plangebied risicobronnen bevinden. Daarbij is bekeken of er in de nabijheid van het plangebied risicovolle inrichtingen aanwezig zijn, of er wellicht transportroutes voor het vervoer van gevaarlijke stoffen (wegen, spoorwegen, vaarwegen of buisleidingen) in de nabijheid gelegen zijn en of dat het plangebied gelegen is binnen een zone waarbinnen het risico op een luchtvaartongeval verhoogd is.

Uitsnede risicokaart (plangebied aangeduid met rode stip)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12356287/2