CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1a - Bestemmingsplan IV Gestel binnen de Ring 2007 (Hessen Kasselstraat 6-8)

Raadsvergadering 16 maart 2021, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel gewijzigde vaststelling bestemmingsplan IV Gestel binnen de Ring 2007 (Hessen Kasselstraat 6-8)25.520 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Onderdeel

Verkeersgeneratie

Aantal

Totaal

Nieuw bouw appartementen

6,4 - 7,2 per w oning

16 w oningen

102,4 - 115,2

Totaal

102,4 - 115,2

Op basis van de kolom 'Totaal' kan worden gesteld dat de nieuwbouw appartementen, in een worst-case scenario, zorgen voor 116 verkeersbewegingen per etmaal.

Conclusie De verkeersaantrekkende werking van dit initiatief bedraagt, in een worst-case scenario, 50 verkeersbewegingen per etmaal extra. Dit betekent dat de verkeersafwikkeling van onderhavig plan zonder meer via de Hessen Kasselstraat en de omliggende wegen kan plaatsvinden. De toename van het aantal verkeersbewegingen door de realisatie van het planvoornemen zal niet leiden tot problemen op de omliggende wegen, omdat deze wegen voldoende capaciteit hebben.

vastgesteld IV Gestel binnen de Ring 2007 (Hessen Kasselstraat 6-8) Gemeente Eindhoven

35

3.7.2

Ontsluiting

Het plangebied is goed bereikbaar. Volgens de nota 'Eindhoven op Weg' (2013) is de Hoogstraat een belangrijke ontsluitingsweg voor de omgeving. De Hoogstraat is aangewezen als wijk- en buurtonsluitingsweg. Het plangebied ligt niet ver van de Hoogstraat en is daarom goed bereikbaar.

In de huidige situatie heeft het plangebied geen inritten, waardoor het technisch gezien ook niet wordt ontsloten. Wel kent de huidige situatie een achttal parkeerplaatsen die in gebruik zijn voor de kappersopleiding. In de nieuwe situatie krijgt het plangebied 16 volledig overdekte parkeerplaatsen, die haaks worden gesitueerd op de Hessen Kasselstraat. Deze parkeerplaatsen kunnen worden gezien als individuele uitritten. De toevoeging van deze extra ontsluitingen past binnen het huidige straatbeeld van de Hessen Kasselstraat. 3.7.3

Autoparkeren

Het voorzien in voldoende parkeerplaatsen is noodzakelijk voor het goed functioneren van het initiatief en voorkomt overlast voor de omgeving. Op 24 september 2019 is de actualisatie van nota parkeernormen 2016 vastgesteld. Daarin wordt de gemeentelijke nota "Nota parkeernormen 2019" van toepassing verklaard op het gehele grondgebied van Eindhoven.

In de huidige situatie genereert de kantoorfunctie (in de voormalige kapperschool) 18 parkeerplaatsen. Op dit moment zijn er geen parkeerplaatsen op eigen terrein aanwezig. De parkeerplaatsen aan de noord-, oost en noordoostzijde van het gebouw zijn daarvoor nu in gebruik. Bij de herontwikkeling van de bestaande gebouwen zijn de bestaande langsparkeerplaatsen dus niet meer nodig. Hiervoor in de plaats worden op eigen terrein voldoende parkeerplaatsen aangelegd.

Het project behoort tot de categorie 'niet-grondgebonden woningen midden (60 tot 120 m² bvo per woning en 'niet-grondgebonden woningen midden (> 120 m² bvo per woning)', waarvoor kencijfers van 0,9 tot 1,2 parkeerplaatsen per woning (inclusief parkeren voor bezoek) zijn opgenomen. Daarnaast voorziet onderhavig initiatief in totaal in 660 m² aan werkruimten (1,3 parkeerplaatsen per 100 m² bvo). In de onderstaande tabel is de berekening van de parkeervoorziening uiteengezet.

36

vastgesteld IV Gestel binnen de Ring 2007 (Hessen Kasselstraat 6-8) Gemeente Eindhoven

Bij het bepalen van de parkeerbehoefte wordt rekening gehouden met het drukste moment van de week (hoogste aanwezigheidspercentage). Bij combinatie van sommige functies kunnen parkeerplaatsen meerdere keren op een dag gebruikt worden (dubbelgebruik). Daarom zijn minder parkeerplaatsen nodig dan in de worstcase. De gemeentelijk parkeertool geeft aan dat de parkeerbehoefte in de nieuwe situatie 15,8 is. Dit zijn 16 parkeerplaatsen (zie bijlage 1).

PARKEERSITUATIE

vastgesteld IV Gestel binnen de Ring 2007 (Hessen Kasselstraat 6-8) Gemeente Eindhoven

37

AFMETINGEN PARKEERPLAATSEN EN MANOEUVREERRUIMTE

Binnen het plangebied zijn 16 overdekte parkeerplaatsen opgenomen. Hiermee wordt voldaan aan zowel de parkeerbehoefte als aan de gemeentelijke nota.

Zoals afgesproken tijdens de intake met de gemeente Eindhoven mag de diepte van de parkeerplaatsen 5,0 m bedragen. Dit betreft een afwijking ten opzichte van de Parkeernota. De rijbaan (5,09 m) + trottoir (2,5 m) is meer dan 6 m breed waarmee er voldoende manoeuvreerruimte is voor haaks parkeren. Er ontstaan hierdoor geen belemmeringen in de straat. 3.7.4

Fietsparkeren

Bij het bepalen van de behoefte aan fietsparkeerplaatsen bij nieuwbouw, verbouwing of functiewijziging wordt eveneens uitgegaan van de ''Nota Parkeernormen 2019'' van de gemeente Eindhoven die gebaseerd zijn op de Publicatie "Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie, CROW 317, Oktober 2012".

38

vastgesteld IV Gestel binnen de Ring 2007 (Hessen Kasselstraat 6-8) Gemeente Eindhoven

Om voldoende parkeergelegenheid te bieden dienen minimaal 74 fietsparkeerplaatsen gerealiseerd te worden. Indien er per woning een fietsberging wordt opgenomen in het planvoornemen mag rekening gehouden worden met 16 x 2,8 = 45 parkeerplaatsen op eigen terrein. In de werkruimten wordt hiervoor ruimte gereserveerd. Daarnaast worden in de gezamenlijke achtertuin 16 fietsparkeerplekken gerealiseerd onder een overkapping. Het openbaar fietsparkeren is ingepast d.m.v. 2 leunhekken t.b.v. 4 fietsen per entree. Hiermee worden 16 openbare fietsparkeerplekken gerealiseerd. Door de aanleg van de diverse fietsenstallingen wordt in de behoefte in fietsen parkeren voorzien.

3.8

Groen

3.8.1

Groenbeleidsplan

Begin 2017 is een actualisatie van het Groenbeleidsplan door de gemeenteraad vastgesteld. Dit Groenbeleidsplan 2017 is gemaakt met de veranderende rol van de overheid in het achterhoofd. Het voorziet in vier sporen "het verhaal van de stad", wat de waarde van groen is, welke ambitie de gemeente daarmee heeft en het daadwerkelijke groenbeleid. De doelen van het Groenbeleidsplan 2017 zijn: richting geven aan ontwikkelingen en ambities formuleren; faciliteren van de ontwikkeling van Eindhoven als gezonde, klimaatadaptieve en groene stad om zo de vitaliteit en het welzijn van haar bewoners naar een hoger plan te kunnen brengen; aanknopingspunten bieden voor beheer en inrichting; groen en groenontwikkelingsmogelijkheden voor Eindhoven duurzaam veiligstellen waar het moet en flexibiliteit bieden waar het kan; partners in de stad inspireren en stimuleren: inwoners, bedrijfsleven, kennis- en onderwijsinstellingen en overheid. Het Groenbeleidsplan 2017 blijft na vaststelling van kracht tot de gemeenteraad anders beslist; het streven is een geldigheid van 10 jaar of langer. Het plan heeft in principe betrekking op al het groen van Eindhoven, dus niet alleen het groen in eigendom van de gemeente. Omdat niet al het groen bescherming krijgt door een specifieke groenbestemming vastgesteld IV Gestel binnen de Ring 2007 (Hessen Kasselstraat 6-8) Gemeente Eindhoven

39

en de gemeente enkel directe invloed heeft op haar eigen eigendommen, is niet al het groen automatisch beschermd.

In het Groenbeleidsplan 2017 zijn onder andere procesafspraken genoemd die een relatie hebben met een ruimtelijke procedure. Het betreft een procesafspraak over groenplannen bij ontwikkeling van gebouwen of gebieden en de procesafspraak over de groenregelingen voor bomen (Verordening Bomen en Nadere regels bomen) en de Regeling Groencompensatiefonds. De genoemde groenplannen dienen een toelichting van de groene inrichting van een ontwikkeling te geven. Behoud van het bestaande groen is het uitgangspunt, evenals het (door)ontwikkelen van de groene kwaliteiten waar nodig. Het Groenbeleidsplan 2017 geeft in een kaart met zes ruimtelijke strategieën de kaders voor de ruimtelijke ontwikkeling in relatie tot groen. Dit bestemmingsplan is geheel gelegen binnen de strategie 'Stad, rood beeldbepalend'.

Strategie: Stad, rood beeldbepalend In deze gebieden heeft groen een ondersteunende functie aan de stedelijke identiteit ('aankledingsgroen') of een recreatieve functie voor de woonomgeving (parken). Het beleid is gericht op behoud van de bestaande structuur, kwaliteit, identiteit en functionaliteit. Uiteindelijk moet het groen in deze meer stenige gebieden omspoeld zijn door grotere groenstructuren die deel uitmaken van de groene dooradering die op de groene wiggen aansluit. Binnen de aangeduide groenarme buurten wordt gestreefd naar uitbreiding van het groenareaal. Dit plangebied is aangeduid als groenarme buurt. Onderstaande afbeelding geeft een uitsnede van de plankaart. Onderhavig plangebied is aangeduid.

UITSNEDE PLANKAART GROENBELEIDSPLAN

40

vastgesteld IV Gestel binnen de Ring 2007 (Hessen Kasselstraat 6-8) Gemeente Eindhoven

3.8.2

Beleidsregel groencompensatie

Op 13 maart 2018 is de 'Regeling Groencompensatiefonds' vastgesteld. Bij deze regeling hoort de 'Beleidsregel Groencompensatie'. Deze beleidsregel is bedoeld als afwegingskader bij aanvragen voor (ruimtelijke) ontwikkelingen die kunnen leiden tot aantasting van groen. In de beleidsregel is de procesafspraak opgenomen dat een initiatiefnemer die voorziet in de (her)ontwikkeling van gebouwen en/of gebieden, een groenplan opstelt. Dit groenplan (zie bijlage 1) beschrijft in de vorm van een vragenlijst de aantasting, de bestaande situatie en het beoogde eindbeeld. Bij aantasting en verlies van groen is compensatie vereist. Voornoemde beleidsregel geeft hiervoor de richtlijnen.

Als leidend principe geldt: Compenseren van het groen binnen het plangebied; Compenseren van het groen op een alternatieve locatie; Financiële compensatie (in een groencompensatiefonds). Bij fysieke compensatie binnen het plangebied is er sprake van een nieuwe groene inrichting die door de initiatiefnemer/aanvrager wordt uitgevoerd en betaald. Hierbij geldt de huidige kwaliteit als uitgangspunt. Deze dient minstens gerealiseerd te worden na de ontwikkeling. In een groenplan wordt vastgelegd hoe de aangetaste groene kwaliteit wordt beschermd, hersteld en/of gecompenseerd. In dat verband kan ook gebruik gemaakt worden van groen op daken en gevels. Mocht fysieke compensatie niet (volledig) mogelijk en/of toereikend zijn, dan kan een deel financieel gecompenseerd worden in een groencompensatiefonds.

Toepassing plangebied In de bestaande situatie is geen groen binnen het plangebied aanwezig. Al het nieuwe groen binnen het gebied draagt onder andere bij aan het verbeteren van het stadsklimaat en de waterhuishouding. Groenzones met een combinatie van bomen-, struiken- en kruidenlaag versterken de biodiversiteit in de stad. Vergroening draagt daarom bij aan het beter beheersen van de klimaatcondities in de stad.

In dit plangebied wordt een gezamenlijke groenstrook/tuin aangelegd die de 16 werkruimten met elkaar verbindt. Binnen het plangebied wordt 168 m2 groen in de voor- en achtertuinen aangelegd in de vorm van 21 leilinden en sierplantsoen (zie bijlage 2 Groenplan). Dit is ruim meer dan de gevraagde 8 m2 per woning (128 m2). Deze landschappelijke invulling is tevens ten faveure van de duurzaamheidsdoelen en het waterbeleid van de gemeente Eindhoven.

Het groen binnen het plangebied zal door de Vereniging van Eigenaren worden beheerd volgens het onderstaande (en op het Groenplan zie bijlage 2) aangegeven beheerplan.

vastgesteld IV Gestel binnen de Ring 2007 (Hessen Kasselstraat 6-8) Gemeente Eindhoven

41

Hiermee wordt een

Conclusie Het plan voldoet aan het Groenbeleidsplan en beleidsregel groencompensatie. 3.8.3

Verordening Bomen

Op 7 april 2015 heeft de gemeenteraad de Verordening bomen 2015 vastgesteld. Deze is op 24 augustus 2016 in werking getreden. De verordening en (uitwerking daarvan in) 'nadere regels Bomen' samen, vervangen het onderdeel houtopstanden uit de Algemene Plaatselijke Verordening, het Bomenbeleidsplan 2008 en de Nota Niet kappen tenzij.

Toepassing plangebied Het plangebied is in zijn huidige gebruik niet voorzien van bomen. Daarnaast staan er in de directe omgeving geen waardevolle bomen, privaat dan wel particulier. Onderstaande afbeelding geeft een uitsnede van de plankaart. Onderhavig plangebied is aangeduid.

42

vastgesteld IV Gestel binnen de Ring 2007 (Hessen Kasselstraat 6-8) Gemeente Eindhoven

UITSNEDE GROENE KAART GEMEENTE EINDHOVEN

Conclusie Het plan voldoet aan de Verordening bomen 2015.

3.9

Bezonning

Op 10 januari 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders de "beleidsregels voor bezonning woningen" vastgesteld. Uit deze beleidsregels volgt onder andere dat minimaal 2 uur zonneschijn per dag in de periode van 19 februari t/m 21 oktober aanwezig dient te zijn op de gevel, ter hoogte van het midden van de vensterbank van het raam van de woonkamer.

Om het aspect 'bezonning' inzichtelijk te maken heeft Blauwe Lucht Architecten uit Eindhoven een bezonningsstudie uitgevoerd: rapport "16 werkwooneenheden Hessen Kasselstraat te Eindhoven; analyse bezonning" (29 november 2019, GHK-DO-ZNST). Het rapport is bijgevoegd als bijlage 3. Blauwe Lucht Architecten concludeert dat gezien de oriëntatie van de nieuwbouw van de werkwooneenheden, zowel met betrekking tot de hoogte en de afstand tot de omliggende bebouwing geen sprake is van bovenmatige hinder als gevolg schaduwval.

3.10

Kabels, leidingen en straalpaden

Binnen het plangebied zijn geen planologisch relevante kabels, leidingen of straalpaden aanwezig. Het planvoornemen wordt dan ook niet belemmerd door de aanwezigheid van kabels, leidingen en straalpaden. Er zal een klic-melding worden gedaan voor aanvang van de graaf- en bouwwerkzaamheden.

vastgesteld IV Gestel binnen de Ring 2007 (Hessen Kasselstraat 6-8) Gemeente Eindhoven

43

44

vastgesteld IV Gestel binnen de Ring 2007 (Hessen Kasselstraat 6-8) Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 4

Milieuparagraaf

In dit hoofdstuk volgt de toetsing van het planvoornemen aan de wettelijke normen wat betreft ruimtelijk relevante milieuaspecten, zoals bodem, milieuzonering, geluid, luchtkwaliteit, externe veiligheid, duurzaamheid, bodem, natuur en water

4.1

Milieueffectrapportage

4.1.1

Wettelijk kader

Met een milieueffectrapportage (m.e.r.) worden de milieugevolgen van een plan in beeld gebracht. De m.e.r. is gebaseerd op Europese regelgeving. In Nederland is de m.e.r. geregeld in de Wet milieubeheer (Wm) en in het Besluit m.e.r.. De Wm gaat vooral in op de procedure en de inhoudsvereisten. In het Besluit m.e.r. is geregeld in welke gevallen een m.e.r. moet worden opgesteld.

Bij het Besluit m.e.r. is een bijlage opgenomen waarin de criteria voor een m.e.r.-plicht (onderdeel C) en een m.e.r.-beoordelingsplicht (onderdeel D) staan. Een beoordelingsplicht houdt in dat moet worden nagegaan of er sprake is van (mogelijke) belangrijke milieugevolgen. Als deze niet kunnen worden uitgesloten, dan geldt een m.e.r.-plicht.

De onderdelen C en D zijn onderverdeeld in 4 kolommen:

Kolom 1: de activiteit zelf Kolom 2: drempelwaarden activiteit Kolom 3: de kaderstellende plannen (zoals een bestemmingsplan) Kolom 4: de besluiten

De drempelwaarden van activiteiten die zijn opgenomen in onderdeel D zijn indicatief. Indien een activiteit wordt genoemd in onderdeel D, maar beneden de drempelwaarde van kolom 2 valt, moet een vormvrije m.e.r.-beoordeling plaatsvinden. Dit geldt zowel voor kaderstellende plannen, zoals een bestemmingsplan, als voor besluiten.

In dit kader is 11.2 van onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r. van belang. Het gaat daarbij om:

D 11.2: de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen. 4.1.2

Geen stedelijk ontwikkelingsproject

Uit de jurisprudentie volgt dat of er sprake is van een (wijziging van een) stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van Besluit m.e.r afhangt van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als aard, omvang en locatie van de voorziene wijzigingen van de stedelijke ontwikkeling een rol spelen. Hieronder wordt ingegaan op deze aspecten. vastgesteld IV Gestel binnen de Ring 2007 (Hessen Kasselstraat 6-8) Gemeente Eindhoven

45

Beoordeling plan Het planvoornemen betreft de realisatie van 16 wooneenheden in het woningtype appartementen. De appartementen worden voorzien in een nieuw gebouw met drie bouwlagen met een footprint van circa 1.200 m².

Deze woningbouwtypen en bouwvolumes komen overeen met de directe omgeving van het plangebied. Ten westen van het plangebied sluit het planvoornemen aan bij de grondgebonden rijwoningen die reeds aanwezig zijn. Het 3-laagse appartementengebouw sluit aan op de eveneens 3-laagse bebouwing ten noorden van het plangebied.

Het plangebied is gelegen in hoog stedelijk gebied, binnen de ring van Eindhoven en nabij het centrum. Een dergelijke stedelijke ontwikkeling past daardoor goed in het aanwezige stedelijke woonmilieu.

Het planvoornemen zal wat betreft verkeer aansluiten op de aanwezige infrastructuur (Hessen Kasselstraat). De infrastructuur heeft voldoende capaciteit en hoeft hierdoor niet worden opgeschaald. Het toekomstige verkeer gaat op in het heersende verkeersbeeld. Volgens de nota 'Eindhoven op Weg' (2013) zijn de Hoogstraat en de Karel de Grotelaan belangrijke ontsluitingswegen voor de omgeving. De Hoogstraat is aangewezen als wijk- en buurtonsluitingsweg. Het plangebied is daarom goed bereikbaar. De parkeerbehoefte die deze ontwikkeling met zich mee brengt wordt op eigen terrein opgelost.

Tenslotte wordt nog opgemerkt dat de uitgevoerde onderzoeken (bodem, flora & fauna, geluid en water) aantonen dat het realiseren van deze woningen op de locatie voldoet aan de wettelijke eisen vanuit milieuoogpunt. De verrichte onderzoeken onderstrepen de conclusie dat geen sprake is van aanzienlijke milieueffecten. 4.1.3

Conclusie

Hieruit kan worden geconcludeerd dat geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit m.e.r. Een vormvrije m.e.r.-beoordeling is daardoor niet van toepassing.

4.2

Bedrijven en milieuzonering

4.2.1

Inleiding

Om te voorkomen dat als gevolg van het plan voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten optreden moet worden getoetst of: de voorgenomen ontwikkeling van invloed is op omliggende milieugevoelige objecten (woningen etc.) en of de voorgenomen ontwikkeling een belemmering vormt voor de bedrijfsvoering van omliggende inrichtingen; bestaande milieubelastende inrichtingen (bedrijven) van invloed zijn op de voorgenomen ontwikkeling. Basis voor deze toetsing vormt de handreiking "Bedrijven en milieuzonering" (VNG, Den Haag, 2009), waarin richtafstanden zijn opgenomen voor diverse bedrijfstypen. In de handreiking wordt onderscheid gemaakt tussen twee omgevingstypen: een rustige woonwijk en gemengd gebied. In een gemengd gebied mag een kleinere richtafstand dan in een rustige woonwijk worden aangehouden. De richtafstanden mogen dan met één 'afstandstap' worden teruggebracht.

46

vastgesteld IV Gestel binnen de Ring 2007 (Hessen Kasselstraat 6-8) Gemeente Eindhoven

4.2.2

Analyse

Toepassing plangebied Dit bestemmingsplan voorziet in maximaal 16 wooneenheden met bijbehorende voorzieningen zoals parkeerplaatsen en openbare ruimte. In de directe omgeving liggen enkele bedrijven aan Hessen Kasselstraat en de Frederik Hendriklaan. Dit betreffen kantoren, kapperszaak en Neos met dagbestedingsfunctie voor diens cliënten. Aangezien de omgeving bestaat uit verschillende functies is het gebied te typeren als 'gemengd gebied'. De richtafstand wordt derhalve met één stap te verlaagd.

Invloed plan op de omgeving Het plan betreft woningbouw met werkruimte (maximaal categorie 1). Er is derhalve geen sprake van milieutechnische uitstraling op de omgeving.

Invloed omliggende inrichtingen op plan Hieronder staat een overzicht van de bedrijven in de directe omgeving, de SBI-code, de milieucategorie en de bijbehorende richtafstand, alsmede de werkelijke afstand tot het dichtstbijzijnde milieugevoelige object binnen het plangebied.

bedrijf

SBI-code

categorie

richt afstand

w erkelijke afstand

Hessen Kasselstraat 1: Het Bedrijf Gezondheids- en w elzijnszorg

8692

1

0m

ca. 10 m

Hessen Kasselstraat 1: Neos Arbeidstrainingscentrum

8692

1

0m

ca. 10 m

Hessen Kasselstraat 2a: 3d0d buro voor architectuur (kantoor)

1

0m

ca. 15 m

Hessen Kasselstraat 2c: J. van de Ven administratie en advies (kantoor)

1

0m

ca. 15 m

Frederik Hendrikplein 19a: Dinkla, Drukkerijen, reproductie van opgenomen media

18129

2

10 m

ca. 10 m

Hagenkampw eg Zuid 200A: kapperszaak

9602

1

0m

ca. 35 m

Er liggen geen milieugevoelige onderdelen van het plan binnen de richtafstanden van de omliggende bedrijven. Het plan vormt geen belemmering voor de omliggende bedrijven. 4.2.3

Conclusie

Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen planologische belemmering voor het plan.

4.3

Geluid

4.3.1

Inleiding

De normstelling voor geluid is geregeld in de Wet geluidhinder, de Wet milieubeheer en de Wet luchtvaart. Het betreft normen voor industrielawaai, weg- en railverkeerslawaai en luchtvaartlawaai. Er wordt uitgegaan van voorkeursgrenswaarden, waarvan in een aantal gevallen met ontheffing tot een bepaalde maximumhoogte, mag worden afgeweken.

De normstelling heeft tot doel nieuwe geluidhindersituaties en daarmee gezondheidsschade te voorkomen. Om dit doel te bereiken worden zones gedefinieerd, waarbinnen plannen met vastgesteld IV Gestel binnen de Ring 2007 (Hessen Kasselstraat 6-8) Gemeente Eindhoven

47

geluidgevoelige bestemmingen moeten worden getoetst aan de normen. Volgens de Wet geluidhinder gelden er voorkeursgrenswaarden en maximale ontheffingswaarden. Bij de voorkeursgrenswaarde mag worden verondersteld dat het percentage gehinderden beperkt is. Wanneer een maximale ontheffingswaarde wordt overschreden dan is er sprake van een locatie die in beginsel niet geschikt is voor de vestiging van een geluidgevoelige bestemming.

Bij plannen met geluidbelastingen in de bandbreedte tussen voorkeursgrenswaarde en maximale ontheffingswaarde moet er een nadere afweging worden gemaakt in hoeverre bronen/of overdrachtsmaatregelen kunnen worden getroffen om de geluidbelastingen te beperken. Voorbeelden van bronmaatregelen zijn een stiller wegdek en een verlaging van de snelheid bij auto's. Geluidschermen en geluidwallen zijn voorbeelden van overdrachtsmaatregelen.

Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in realisatie van een woongebied met maximaal 16 wooneenheden. Deze zijn geluidsgevoelig in de zin van de Wgh. 4.3.2

Analyse

4.3.2.1 Wegverkeerslawaai Het plan is gelegen binnen de zones van de Karel de Grotelaan en de Boutenslaan. In het kader van "Duurzaam Veilig" hebben de overige wegen in de nabijheid van het plangebied een maximumsnelheidsregime van 30 km/uur gekregen. Deze wegen en woonerven hebben volgens de Wet geluidhinder geen zone, zodat hiervoor geen hogere waarden kunnen worden aangevraagd of verleend. In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient echter ook de geluidbelasting van deze wegen te worden beschouwd.

Voor zowel de zoneplichtige wegen als voor de 30-km-uur wegen is door Tritium Advies een akoestisch onderzoek (kenmerk 1905/179/SH-01, 2 juli 2019) uitgevoerd. De rapportage van dit onderzoek is als bijlage 4 bij deze toelichting opgenomen.

Hierna is een samenvatting van de resultaten opgenomen. Voor wegverkeerslawaai is het plan gelegen binnen de geluidzones van de Karel de Grotelaan, Keizer Karel V Singel en Boutenslaan. Het plan is tevens gelegen aan en in de nabijheid van de 30 km/uur wegen Hessen Kasselstraat, Hagenkampweg Zuid en Princessenlaan. De Keizer Karel V Singel en Boutenslaan zijn als één juridische geluidbron beschouwd. De Stadhoudersweg is akoestisch niet relevant. Voor de 30 km/uur wegen Hagenkampweg Zuid en Princessenlaan geldt dat de geluidbelasting op de gevels van de nieuwe woningen de richtwaarde van 48 dB op geen enkel toetspunt overschrijdt. Voor de gezoneerde wegen Karel de Grotelaan, Keizer Karel V Singel en Boutenslaan geldt dat de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer op deze wegen de voorkeursgrenswaarde van 48 dB op geen enkele gevel van de nieuwe woningen overschrijdt. Voor de 30 km/uur weg Hessen Kasselstraat geldt dat de geluidbelasting op de gevels van de nieuwe woningen de richtwaarde met maximaal 4 dB overschrijdt. Aangezien deze weg niet zoneplichtig is, is er geen sprake van een procedure hogere waarde. Ten behoeve van het akoestisch onderzoek is tevens rekening gehouden met het document "Hogere Waarden Beleid Geluid" d.d. maart 2010 en "het gemeenteblad Beleidsregels hogere waardenbeleid geluid d.d. 17 juli 2018 van de gemeente Eindhoven. 48

vastgesteld IV Gestel binnen de Ring 2007 (Hessen Kasselstraat 6-8) Gemeente Eindhoven

Aangezien er voor onderhavige woningen geen sprake is van een procedure hogere waarde is het geluidbeleid van de gemeente Eindhoven formeel niet van toepassing. In het kader van een goed woon- en leefklimaat is echter tevens de geluidbelasting bepaald als gevolg van de 30 km/uur wegen. Alleen de geluidbelasting ten gevolge van de 30 km/uur weg Hessen Kasselstraat overschrijdt de richtwaarde met maximaal 4 dB en bedraagt derhalve maximaal 52 dB. Indien het een gezoneerde weg zou betreffen zouden er conform het geluidbeleid van de gemeente geen eisen gesteld worden aan de aanwezigheid van een geluidluwe gevel (de geluidbelasting is immers niet hoger dan 53 dB). Daarnaast beschikken alle woningen over een gevel welke volledig geluidonbelast (niet boven de richt- c.q. voorkeursgrenswaarde van 48 dB) is. Tenslotte wordt de maximale ontheffingswaarde nergens overschreden zodat er geen dove gevels noodzakelijk zijn.

Aangezien er voor onderhavige woningen geen sprake is van een procedure hogere waarde wordt een aanvullend onderzoek ter bepaling van de geluidwering van de gevels formeel niet noodzakelijk geacht. Ondanks dat voor onderhavig bouwplan geen hogere waarde aangevraagd kan worden, wordt in het kader van een goed woon- en leefklimaat alsnog geadviseerd een aanvullend onderzoek ter bepaling van de geluidwering van de gevels uit te voeren. 4.3.2.2 Railverkeerslawaai Het plangebied ligt op ongeveer 1.340 meter van de spoorlijn tussen Eindhoven en Best. Het plangebied is dan ook niet gelegen binnen de zone van de spoorlijn. Het aspect railverkeerslawaai is dan ook niet aan de orde op onderhavig plan. 4.3.2.3 Industrielawaai Het plangebied ligt niet binnen een geluidszone van een gezoneerd industrieterrein. Er is geen akoestisch onderzoek nodig. 4.3.2.4 Luchtvaartlawaai Het plangebied ligt op hemelsbreed circa 6,7 km van de luchthaven Eindhoven. Dit is een militair vliegveld met medegebruik door de burgerluchtvaart (Eindhoven Airport). Vanaf 1 november 2009 geldt de Wet luchtvaart. Deze wet omvat een nieuw stelsel van besluitvorming en normen voor alle luchthavens, met uitzondering van Schiphol.

Conform de systematiek van deze wet is voor luchthaven Eindhoven één luchthavenbesluit vastgesteld met een militaire geluidsruimte voor militair vliegverkeer en een burgergeluidsruimte voor het commercieel burgermedegebruik. Het luchthavenbesluit is op 26 september 2014 vastgesteld. Met dit besluit is de 35Ke-geluidszone rond de luchthaven vastgelegd als grens van de geluidsbelasting van het gezamenlijke militaire en civiele vliegverkeer. Het plangebied ligt niet binnen deze vastgestelde geluidszone (35Ke-contouren). Deze geluidszone werkt daarom niet belemmerend voor onderhavig plangebied. 4.3.3

Conclusie

Het aspect geluid vormt geen planologische belemmering voor het plan.

vastgesteld IV Gestel binnen de Ring 2007 (Hessen Kasselstraat 6-8) Gemeente Eindhoven

49

4.4

Luchtkwaliteit

4.4.1

Wettelijk kader

Hoofdstuk 5 (met name onder titel 5.2) van de Wet milieubeheer bevat bepalingen over luchtkwaliteit. Dit hoofdstuk voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Het Rijk, provincies en gemeenten werken in het NSL-programma samen aan maatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren. Dit gebeurt zodanig dat voldaan wordt aan de daartoe gestelde normen, ook in gebieden waar nu de normen voor luchtkwaliteit niet worden gehaald (overschrijdingsgebieden). De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Hierdoor kunnen ruimtelijke ontwikkelingen doorgang vinden, terwijl ondertussen maatregelen ter verbetering van de luchtkwaliteit worden uitgevoerd.

Sinds 1 januari 2015 moet voldaan worden aan de Europese grenswaarden: voor stikstofdioxide (NO2) geldt een jaargemiddelde van 40 microgram/m³ (?g/m³), voor fijnstof (PM10) geldt een jaargemiddelde van 40 microgram/m³ en een daggemiddelde van 50 microgram/m³. Het daggemiddelde mag jaarlijks maximaal 35 keer worden overschreden. Voor jaargemiddelde concentratie voor PM2,5 geldt een grenswaarde van 25 microgram/m³. In Eindhoven is de jaargemiddelde concentratie voor PM2,5 overal lager dan 20 microgram/m³. 4.4.2

Besluit niet in betekenende mate bijdragen

In artikel 4 van het 'Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' en de bijlagen van de 'Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' zijn voor bepaalde categorieën projecten grenzen vastgesteld. Op grond daarvan kan worden gesteld dat deze een 'niet in betekenende mate bijdragen' (NIBM) leveren aan de luchtverontreiniging. Deze projecten mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Dit geldt onder andere voor: woningbouwlocaties die niet meer dan 1500 nieuwe woningen omvatten in de situatie met 1 ontsluitingsweg; woningbouwlocaties die niet meer dan 3000 nieuwe woningen omvatten in de situatie met 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling; kantoorlocaties die niet meer dan 100.000 m² bruto vloeroppervlakte omvatten bij minimaal 1 ontsluitingsweg, en; kantoorlocaties die niet meer dan 200.000 m² bruto vloeroppervlakte omvatten bij minimaal 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling. Wanneer projecten wel in betekenende mate bijdragen aan de luchtkwaliteit, dient luchtonderzoek uitgevoerd te worden en moet worden getoetst aan de normen.

Kort samengevat dienen nieuwe plannen te worden beoordeeld op basis van artikel 5.16 van de Wet milieubeheer. Luchtkwaliteitseisen vormen geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkelingen mits: er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt; een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging; een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL.

50

vastgesteld IV Gestel binnen de Ring 2007 (Hessen Kasselstraat 6-8) Gemeente Eindhoven

4.4.3

Besluit gevoelige bestemmingen

Met deze Algemene Maatregel van Bestuur wordt de vestiging van zogeheten 'gevoelige bestemmingen' in de nabijheid van provinciale en rijkswegen beperkt. Dit heeft consequenties voor de ruimtelijke ordening. Het 'Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen)' is gebaseerd op artikel 5.16a van de Wet milieubeheer.

Het besluit is gericht op de bescherming van mensen met een verhoogde gevoeligheid voor stikstofdioxide en fijnstof. Het gaat met name om kinderen, ouderen en zieken. Het besluit voorziet in zones waarbinnen luchtkwaliteitsonderzoek nodig is als een 'gevoelige bestemmingen' wordt mogelijk gemaakt. Voor rijkswegen geldt een zone van 300 meter aan weerszijden en langs provinciale wegen 50 meter, gemeten vanaf de rand van de weg.

De volgende gebouwen met de bijbehorende terreinen zijn aangemerkt als 'gevoelige bestemming': scholen, kinderdagverblijven, en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Het gaat hierbij niet om bestemmingen in de meest enge zin van het woord, maar om alle vergelijkbare functies, ongeacht de exacte aanduiding ervan in bestemmingsplannen en andere besluiten. Van doorslaggevend belang is de (voorziene) functie van het gebouw en het bijbehorende terrein. In de context van dit besluit worden ziekenhuizen, woningen en sportaccommodaties niet als gevoelige bestemming gezien.

In aanvulling op het Besluit gevoelige bestemmingen is er een Brabantse “Handreiking gevoelige bestemmingen luchtkwaliteit” opgesteld (maar in Eindhoven (nog) niet vastgesteld). Deze Handreiking heeft als uitgangspunt geheel nieuwe bestemmingen voor kinderen en ouderen (conform de AmvB gevoelige bestemmingen) niet te situeren binnen 50 meter van de wegrand van drukke gemeentelijke wegen (als eerstelijns bebouwing) of binnen 300 meter van snelwegen, ongeacht de berekende concentraties. 4.4.4

Goede ruimtelijke ordening

Naast toetsing aan de 'Wet luchtkwaliteit' en het 'Besluit gevoelige bestemmingen' dient altijd te worden onderzocht of sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Het principe van een 'goede ruimtelijke ordening' blijft naast toetsing aan de 'Wet luchtkwaliteit' en het 'Besluit gevoelige bestemmingen' onverkort gelden. De Wet ruimtelijke ordening (Wro), art. 3.1, schrijft voor dat een bestemmingsplan moet voldoen aan de criteria voor goede ruimtelijke ordening. Die verplichting heeft in dit verband betrekking op situaties waarop het Besluit gevoelige bestemmingen niet ziet, maar die vanuit het oogpunt van goede ruimtelijke ordening onwenselijk zijn, bijvoorbeeld de bouw van woningen langs een snelweg, of de bouw van een school langs een drukke binnenstedelijke weg. In het algemeen is het verstandig om terughoudend te zijn met de vestiging van gevoelige bestemmingen nabij drukke (snel)wegen. De Gezondheidsraad concludeert niet voor niets dat ook bij concentraties beneden de grenswaarden gezondheidsschade kan optreden. 4.4.5

Planbeschrijving en toetsing

Het planvoornemen ziet op de realisatie van maximaal 16 woonwerkeenheden op een terrein waar momenteel een voormalig bedrijfspand is gevestigd. Op basis daarvan kan worden gesteld, voor zover daarvan al sprake is, dat deze ontwikkeling 'niet in betekenende mate bijdraagt' aan de luchtverontreiniging. Het project mag dan ook zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Aangezien woningen in de zin het Besluit gevoelige bestemmingen niet als een gevoelige bestemming worden gezien, hoeft niet aan dit besluit getoetst te worden.

In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de luchtkwaliteit ter plaatse van het vastgesteld IV Gestel binnen de Ring 2007 (Hessen Kasselstraat 6-8) Gemeente Eindhoven

51

plangebied bepaald met de monitoringstool van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit. Met behulp van de monitoringstool kan inzicht worden gekregen in de concentraties van de luchtverontreinigende stoffen waarvoor grenswaarden zijn opgenomen in de Wet milieubeheer. Uit de monitoringstool volgt dat ter plaatse van de Karel de Grotelaan 111 (dichtstbijzijnde locatie nabij het plangebied, waar er ook meer verkeersstromen zijn dan ter hoogte van het plangebied) zowel in de huidige situatie als voor 2020 de jaargemiddelde concentraties van NO2 en PM10 ruimschoots onder de grenswaarden van 40 microgram per kubieke meter lucht liggen. Het aantal dagen per jaar dat de etmaalgemiddelde concentratie van PM10 groter is dan 50 microgram per kubieke meter lucht ligt eveneens ruimschoots onder de grenswaarde van 35 dagen per jaar. De grenswaarde van 25 microgram per kubieke meter lucht als jaargemiddelde concentratie voor PM2,5 wordt eveneens niet overschreden.

Op basis van het voorgaande kan worden geconcludeerd dat het plan ten aanzien van luchtkwaliteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. 4.4.6

Conclusie

Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor dit plan.

4.5

Externe veiligheid

Externe veiligheid gaat over het beperken en beheersen van risico's en effecten van calamiteiten, en over het bevorderen van de veiligheid van personen in de omgeving van activiteiten (bedrijven en transport) met gevaarlijke stoffen. Dat gebeurt door te voorkomen dat te dicht bij gevoelige bestemmingen activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden, door de zelfredzaamheid te bevorderen en door de calamiteitenbestrijding te optimaliseren.

In deze paragraaf wordt ingegaan op externe veiligheid in relatie tot verschillende risicovolle bronnen en/of objecten in en nabij het plangebied. Eerst wordt het wettelijk kader op nationaal niveau beschreven, daarna het gemeentelijk beleid en vervolgens overige wet- en regelgeving die voor het plangebied relevant is. 4.5.1

Wettelijk kader

Op nationaal niveau zijn verschillende wetten en regels ten aanzien van externe veiligheid. Voor bedrijven geldt het Besluit externe veiligheid inrichtingen (BEVI; oktober 2004). Voor transport is het Besluit externe veiligheid transportroutes van toepassing (Bevt; april 2015). Voor buisleidingen moet worden getoetst aan het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb; januari 2011). Bij externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt tussen het Plaatsgebonden risico en het Groepsrisico.

Plaatsgebonden Risico (PR) Dit is een maat voor de kans dat iemand dodelijk getroffen kan worden door een calamiteit met een gevaarlijke stof. De gestelde norm is een ten minste in acht te nemen grenswaarde (PR 10-6/jr) die niet mag worden overschreden ten aanzien van 'kwetsbare objecten', alsmede een zoveel mogelijk te bereiken richtwaarde (PR 10-6/jr) ten aanzien van 'beperkt kwetsbare objecten';

Groepsrisico (GR) Dit is een maat voor de kans dat een grotere groep tegelijkertijd dodelijk getroffen kan worden door een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht. 52

vastgesteld IV Gestel binnen de Ring 2007 (Hessen Kasselstraat 6-8) Gemeente Eindhoven

4.5.2

Toepassing plangebied

Het plan omvat nieuwe kwetsbare objecten. De Risicokaart Nederland geeft een overzicht van de ligging van risicovolle activiteiten (inrichtingen, buisleidingen en transportroutes). Op de Risicokaart is te zien dat in de omgeving van het plan geen risicovolle activiteiten worden uitgevoerd. Een nadere toetsing aan het aspect externe veiligheid is niet aan de orde.

UITSNEDE RISICOKAART

4.5.3

Gemeentelijk beleid: Visie Externe Veiligheid

De gemeente Eindhoven heeft de visie Externe Veiligheid: 'Risico's de maat genomen' opgesteld. De gemeenteraad heeft de visie op 19 mei 2009 vastgesteld waardoor het een kaderstellend beleidsstuk is geworden. Dit betekent dat lokale ruimtelijke besluiten en milieubeheervergunningen vanuit de visie kunnen worden gemotiveerd.

Met de visie Externe Veiligheid wordt richting en uitwerking gegeven aan een verantwoorde veilige, integrale invulling van duurzame ruimtelijke ontwikkeling passend binnen de vastgesteld IV Gestel binnen de Ring 2007 (Hessen Kasselstraat 6-8) Gemeente Eindhoven

53

Brainportontwikkelingen en het Programma Brabant veiliger. In de visie wordt aangegeven waar ruimte bestaat voor nieuwe risicovolle bedrijvigheid en onder welke veiligheidsverhogende condities dat mogelijk is. Tevens wordt aangegeven waar in de stad geïnvesteerd dient te worden in een beter niveau van beheersbaarheid. Tot slot wordt beschreven waar de veiligheid in de bestaande woonomgeving door het 'aanpakken' van bestaande knelpunten kan worden verbeterd.

Ook is vastgelegd hoe in de stad nabij risicobronnen wordt omgegaan met het veilig stellen van een acceptabel niveau voor risico's in het kader van externe veiligheid en de beheersbaarheid ervan. In de visie is voor de gebieden buiten invloedsgebieden van risicobronnen (o.m. het gebied > 200m van het spoor) een verantwoording van het groepsrisico uitgewerkt. De Veiligheidsregio is betrokken geweest bij het opstellen van de visie externe veiligheid en heeft hierin ook een adviesrol gehad. Er hoeft dus voor dit onderdeel niet opnieuw advies te worden gevraagd aan de Veiligheidsregio.

In de Visie Externe Veiligheid is 'Oude Spoorbaan' aangewezen als woonwijk waar geen risicovolle activiteiten plaatsvinden. 4.5.4

Conclusie

Het aspect externe veiligheid vormt geen planologische belemmering voor het plan.

4.6

Duurzaamheid

4.6.1

Duurzame en gezonde ontwikkeling van Eindhoven in het hart van de brainportregio

Alles wat we als gemeente doen draagt bij aan een goede kwaliteit van leven, nu en in de toekomst. Met name hier in Eindhoven maar ook daarbuiten. Om te werken aan een goede kwaliteit van leven in Eindhoven zorgen we er voor dat we de stad zowel boven- als ondergronds zodanig ontwerpen en inrichten dat deze vanuit economisch, ecologisch en menselijk oogpunt gezond, aantrekkelijk en toekomstbestendig is: gezonde en duurzame verstedelijking. In een gezonde stad is ruimte voor de natuur en duurzame voedsel-, energie-, water-, grondstoffen- en afvalkringlopen. Niet alleen hier en nu maar ook elders in de wereld en voor volgende generaties.

Kwaliteit van leven wordt in steeds grotere mate bedreigd door globale problemen als klimaatverandering en luchtvervuiling. Integrale duurzaamheid gaat daarom ook in deze opgave verder dan de gebouwen alleen. We streven ernaar in elk project ook het gebied/ de openbare ruimte te verduurzamen en daarmee een integrale bijdrage te leveren aan kwaliteit van leven in Eindhoven. 4.6.2

Een systeemaanpak

De gemeente Eindhoven heeft gekozen voor een aanpak die uitgaat van een systeembenadering van duurzaamheid voor de ontwikkeling van Eindhoven tot duurzame, gezonde, energie-neutrale, flexibel bestuurde, aantrekkelijke en inspirerende stad; The Natural Step-aanpak.

54

vastgesteld IV Gestel binnen de Ring 2007 (Hessen Kasselstraat 6-8) Gemeente Eindhoven

4.6.3

The Natural Step: vier principes van een duurzame samenleving

The Natural Step Aanpak is eind jaren '80 ontstaan in Zweden in een nauwe samenwerking tussen overheid, wetenschap en bedrijfsleven; een Triple Helix. In de kern van The Natural Step-aanpak vinden we vier duurzaamheidsprincipes, gebaseerd op de ecologische en sociale systeemeigenschappen. Aan de basis van deze principes ligt ruim 20 jaar wetenschappelijk onderzoek en de praktische toepassing daarvan bij bedrijven, gemeenten, scholen en non-profit organisaties over de hele wereld.

De 4 duurzaamheidsprincipes kunnen we zien als spelregels. Houden we ons aan deze regels dan zijn we duurzaam bezig. Ze vertellen wat de grenzen zijn die we moeten respecteren als we een duurzaam product, een duurzame organisatie of duurzame gemeenschap willen ontwikkelen.

4.6.4

Ambities duurzaamheid

De ambities van de gemeente op het gebied van duurzaamheid zijn vastgelegd in het raadsprogramma Duurzaamheid. 1. CO2 reductie Het klimaat verandert door de toegenomen uitstoot van CO2. Dat gaat sneller dan we gedacht hadden. De temperatuur op aarde neemt toe waardoor de weersomstandigheden extremer worden: meer hitte, meer droogte, hevigere neerslag, meer stormen enz. Om de gevolgen van de klimaatverandering beperkt te houden, moet de CO2 uitstoot drastisch dalen. Wereldwijd vastgesteld IV Gestel binnen de Ring 2007 (Hessen Kasselstraat 6-8) Gemeente Eindhoven

55

zijn eind 2015 afspraken gemaakt om te proberen het probleem van klimaatverandering zoveel mogelijk te beperken: het klimaatakkoord van Parijs. Eindhoven onderschrijft dat akkoord door de in 2016 vastgestelde Klimaatverordening040. Hierin is vastgelegd dat de CO2 emissie van de stad teruggedrongen moet worden met 55% in 2030 en 95% in 2050. Referentiepunt daarbij is de emissie in het jaar 1990. In januari 2017 heeft de gemeenteraad in het Klimaatplan 2016-2020 de doelstellingen van de klimaatverordening uitgewerkt. a. Aardgasloze verwarming Om de vereiste 95% reductie in CO2 uitstoot te realiseren is op termijn een volledig aardgasloze verwarming van de gebouwde omgeving noodzakelijk. We zetten daar als gemeente op in en dit is nadrukkelijk ook het Rijksbeleid. Sinds 1 juli 2018 moeten kleinverbruikers, zowel nieuwe woningen als nieuwe bedrijven, 'aardgasloos bouwen'.

In het Klimaatplan 2016-2020 heeft de gemeenteraad bovendien vastgelegd dat 'zoveel mogelijk voorkomen moet worden dat nieuwbouw nog wordt aangesloten op aardgas'. Het is voor bouwers en ontwikkelaars verstandig om zich te realiseren dat aardgas uitgefaseerd zal gaan worden en daarom nu al aardgasloos te bouwen of in ieder geval zodanig dat een alternatieve warmtevoorziening in de toekomst zonder grote ingrepen mogelijk is.

Met de beleidsregel ´Voorkomen aansluiting nieuwbouw op aardgas', die wordt gehanteerd tot 31 december 2020 (of 1-7-2018), wordt beoogd nieuwe aansluitingen op aardgas te voorkomen. b. Duurzame mobiliteit Om de vereiste 95% reductie in CO2 uitstoot in 2050 te bereiken, is een volledig CO2-emissievrije mobiliteit noodzakelijk. Dit betekent dat op termijn voertuigen op fossiele brandstoffen (benzine, diesel en LPG) volledig zullen verdwijnen en vervangen zullen worden door emissievrije voertuigen (elektrisch, waterstof of anderszins). Naast emissievrije voertuigen, willen we ook minder voertuigen in het centrum van de stad om daarmee de leefbaarheid in onze groeiende stad overeind te houden. Dat betekent meer ruimte voor fietsen, wandelen smart mobility concepten, met een belangrijke rol voor autodelen, autonoom rijden en slimme openbaar vervoerconcepten. c. Warmte- en energiebesparing Om tot een reductie van 95% CO2 uitstoot te komen in 2050 moeten we naast het dichtdraaien van de aardgaskraan, het overgaan op emissievrije mobiliteit en het zoveel mogelijk duurzaam opwekken, ook naar grote besparingen in energie en warmte. Dit kan door isolatie, mogelijkheden voor opslag, innovatieve technieken enz. d. Duurzame energie opwekking Naast de reductie in CO2, willen we als stad ook graag in 2045 energieneutraal zijn.

Dat betekent dat de hoeveelheid energie die we dan als stad gebruiken, bij voorkeur binnen de grenzen van stad of regio duurzaam opgewekt wordt. Om dit te realiseren is het noodzakelijk dat alle kansen voor duurzame opwekking genomen worden. Met name op het gebied van zonne-energie zijn er kansen in Eindhoven. 2. Circulaire Economie Circulaire economie is een economisch systeem dat bedoeld is om de herbruikbaarheid van producten en grondstoffen te maximaliseren en waardevernietiging te minimaliseren. We 56

vastgesteld IV Gestel binnen de Ring 2007 (Hessen Kasselstraat 6-8) Gemeente Eindhoven

willen een afvalloze stad worden waar producten in gesloten technologische en biologische kringlopen gebruikt worden. (Grond)stoffen, materialen en producten die we gebruiken hebben geen negatieve effecten op mens en milieu, niet bij winning of productie, niet bij transport of gebruik en dus ook niet aan het einde van de levensduur. In ons plan van aanpak CE 2018-2020 hebben we de rijksambitie om in 2050 een circulaire economie te hebben onderschreven net als de ambitie om in 2030 50% minder primaire grondstoffen te gebruiken. a. Duurzame materialen Materialen die in gesloten kringlopen steeds weer opnieuw gebruikt kunnen worden zonder schadelijke gevolgen voor mens of natuur, of die biologisch afbreekbaar zijn, zijn duurzame materialen. b. Geen afval In 2020 willen we 0% restafval hebben. In eerste instantie geldt deze ambitie voor het huishoudelijk afval maar uiteindelijk voor alle afval. c. Flexibel en demontabel bouwen Om te voorkomen dat gebouwen afgebroken moeten worden, moet bij het ontwerp al rekening gehouden worden met de flexibiliteit en demonteerbaarheid van het gebouw. d. Deeleconomie/ as a service concepten De deeleconomie biedt een nieuw model voor consumptie en bezit. In plaats van telkens nieuwe goederen aan te schaffen, kunnen we de spullen die we al bezitten delen en zo beter benutten.

Betalen voor vervoer, verlichting, werkruimte enz. voorkomt dat we zelf voertuigen, lampen, stoelen enz. moeten bezitten. Door diensten als een service aan te bieden en niet als een product, kunnen ze efficiënter gebruikt worden en blijft de verantwoordelijkheid voor het (hergebruik) van het product bij de leverancier. 3. Natuur a. Biodiversiteit Om biodiversiteit te behouden wordt op Europees niveau gewerkt aan een duurzaam ecologisch netwerk van grote natuurgebieden met goede verbindingen. Ook in Eindhoven willen we ecologische versnippering in onze stad tegen gaan. b. Oppervlakte groen We willen geen verlies van groen in de openbare ruimte en daar waar mogelijk het groen versterken, ook op of aan onze gebouwen. 4. Sociale basisbehoeften The Natural Step neemt de 9 menselijke behoefte van Manfred Max Neef als uitgangspunt. Omdat het hier om ruimtelijke projecten en activiteiten gaat, richten wij ons op de ruimtelijke component van deze basisbehoeften. We hebben het dan over klimaatadaptatie; gezonde lucht, bodem en water; beperkte geluidsoverlast; externe veiligheid; openbare ruimte om te ontmoeten en bewegen; bereikbaarheid van voorzieningen en het betrekken van bewoners bij projecten. Daarnaast spelen de sociale menselijke basisbehoeften wel een rol bij de aanschaf van materialen en diensten (we willen dat er maatschappelijk verantwoord ingekocht wordt).

vastgesteld IV Gestel binnen de Ring 2007 (Hessen Kasselstraat 6-8) Gemeente Eindhoven

57

a. Klimaatadaptatie Extreme regen en onweersbuien, hittegolven en droogte komen steeds vaker voor. In het Klimaatplan 2016-2020 is de ambitie opgenomen dat de gemeente Eindhoven in 2020 klimaatrobuust handelt en dat de gehele stad in 2050 klimaatrobuust is. Met de beleidsregel 'Klimaatrobuust' beogen we in Eindhoven risico op schade in de nabije toekomst te beperken. Nieuwe (her)inrichtingen en ruimtelijke ontwikkelingen in de openbare en de private ruimte, waarbij de gemeente een rol heeft, worden voortaan aan de hand van deze beleidsregel ontwikkeld. We hanteren als uitgangspunt de voorkeursvolgorde gebruiken, vasthouden (infiltreren), vertragen en afvoeren van hemelwater. Groene maatregelen worden hierbij beloond met een lagere bergingsnorm en dragen tevens bij aan het voorkomen van hittestress. b. Gezonde verstedelijking Hieronder verstaan we: gezonde lucht, bodem en water; beperkte geluidsoverlast; externe veiligheid en mogelijkheden om te bewegen en ontmoeten in de openbare ruimte c. Participatieve stad, betrokkenheid van burgers en bereikbare voorzieningen We betrekken onze inwoners graag bij de ontwikkelingen en veranderingen die hen aangaan. Dit leidt tot meer draagvlak en betere eindresultaten.

Onze ambities op gebied van duurzame mobiliteit mogen niet leiden tot een geringere bereikbaarheid van belangrijke voorzieningen.

Specifiek Eindhovens Daarnaast zijn er nog een aantal factoren die we specifiek op dit moment en in deze stad belangrijk vinden en die we extra waarderen. Het gaat dan om de zichtbaarheid van de duurzame successen, de duurzaamheid van de betrokken partijen zelf (hun MVO beleid) en het aansluiten bij het DNA van Eindhoven: TDK (technologie, design en kennis). Wat dat laatste betreft sluit innovatie daar dus goed bij aan.

Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen MVO is een integrale visie op een duurzame bedrijfsvoering. Een bedrijf dat maatschappelijk verantwoord onderneemt, maakt bij iedere bedrijfsbeslissing een afweging tussen de verschillende maatschappelijke en economische effecten hiervan, en houdt hierbij rekening met stakeholderbelangen. Elke bedrijfsbeslissing heeft immers invloed op de stakeholders (belanghebbenden) van een bedrijf. Dat kunnen medewerkers of klanten zijn, maar bijvoorbeeld ook omwonenden, leveranciers, investeerders en ook 'de maatschappij' in algemene zin. 4.6.5

Toepassing plangebied

Voor de toepassing van duurzaamheid in dit planvoornemen wordt verwezen naar paragraaf 2.2.4 van deze toelichting. De duurzaamheidsdoelen zijn integraal in het ontwerp opgenomen.

58

vastgesteld IV Gestel binnen de Ring 2007 (Hessen Kasselstraat 6-8) Gemeente Eindhoven

4.7

Bodem

4.7.1

Inleiding

Uitgangspunt is dat de bodemkwaliteit geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem. Bij een ruimtelijke ontwikkeling moet worden beoordeeld of de bodemkwaliteit past bij deze nieuwe functie. 4.7.2

Analyse

Om de huidige bodemkwaliteit inzichtelijk te maken heeft Lankelma Geotechniek Zuid B.V. uit Oirschot een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd: rapport "verkennend bodemonderzoek Hessen Kasselstraat 4-8 te Eindhoven" (31 mei 2018, 1800130). Het onderzoeksrapport is bijgevoegd als bijlage 5.

Lankelma Geotechniek Zuid B.V. concludeert dat: In grondmengmonster MM1 (bovengrond) is analytisch een matig verhoogd gehalte met zink aangetoond. Grondmengmonster MM1 is vervolgens uitgesplitst en de grondmonsters zijn separaat geanalyseerd op de parameter zink. Uit de analyseresultaten blijkt dat in grondmonster B1-2 en B4-1 analytisch een sterk verhoogd gehalte met zink is aangetroffen. In grondmonsters B1-1 en B3-1 is analytisch een licht verhoogd gehalte met zink aangetroffen. In de overige grondmonsters (B2-1, B2-2, B3-2 en B4-2) zijn geen verhoogde gehalten met zink aangetoond.

In grondmengmonster MM2 (bovengrond) is analytisch een licht verhoogd gehalte met cadmium aangetroffen. In grondmengmonster MM7 (ondergrond) zijn analytisch licht verhoogde gehalten met koper, PAK, PCB en minerale olie aangetoond. Deze concentraties overschrijden de achtergrondwaarden, doch overschrijden de interventiewaarden niet.

In de overige grondmengmonsters van de ondergrond (MM3 t/m MM6 en MM8) zijn analytisch geen van de onderzochte parameters in verhoogde mate aangetoond. Allen liggen onder de achtergrondwaarden.

Verontreiniging VOCl en vluchtige aromaten In de grondmonsters (B1-6, B1-8, B2-9, B3-8, B4-10, B5-6, B5-9, B6-6 en B6-9) zijn analytisch geen van de onderzochte parameters in verhoogde mate aangetoond. Allen liggen onder de achtergrondwaarden.

In het grondwater uit peilbuizen B1, B2, B3, B4 en B4 analytisch een licht verhoogd gehalte aan tetrachlooretheen aangetoond. Tevens is in peilbuis B3 een licht verhoogd gehalte met molybdeen aangetoond. In peilbuis B6 is analytisch een licht verhoogd gehalte met barium aangetroffen. Deze concentraties overschrijden de streefwaarden doch niet de interventiewaarden. De eerder aangetoonde sterke verontreiniging met VOCL in het grondwater bevindt zich niet op freatisch niveau.

Restverontreiniging minerale olie buiten pand Aan de hand van de huidige onderzoeksresultaten blijkt dat de restverontreiniging zich niet vastgesteld IV Gestel binnen de Ring 2007 (Hessen Kasselstraat 6-8) Gemeente Eindhoven

59

heeft verspreid tot onder de huidige bebouwing.

Asbest in grond In het kader van dit onderzoek is geen specifiek onderzoek (conform NEN5707) verricht naar het voorkomen van asbest in de grond en op het maaiveld. Wel heeft een indicatieve inspectie van het terrein plaatsgevonden. In de vrijkomende grond en op het maaiveld zijn geen asbestverdachte (plaat)materialen aangetroffen. Het voorliggende onderzoek doet echter geen bindende uitspraak over de aan- of afwezigheid van asbest in de bodem binnen de onderzoekslocatie.

Nader bodemonderzoek Middels onderhavig bodemonderzoek is de milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater vastgelegd. In het kader van de Wet bodembescherming is een nader bodemonderzoek naar zink in de grond noodzakelijk. Op basis van de bevindingen uit onderhavig bodemonderzoek zijn er, ons inziens, vanuit milieuhygiënisch oogpunt vooralsnog belemmeringen c.q. beperkingen voor de geplande nieuwbouw op deze locatie. Het nader onderzoek naar het voorkomen van zink zal plaatvinden zodra de huidige bebouwing is gesloopt.

VOCL in het grondwater algemeen In de omgevingsvergunning voor Hessen Kasselstraat 3 is gesteld dat, als er geen gebruik wordt gemaakt van grondverdringende heipalen, een saneringsplan ingediend moet worden waarin staat aangegeven hoe er wordt omgegaan met de VOCL verontreiniging in het grondwater. Immers in dat geval kan er verontreinigd grondwater/sludge naar boven komen en dient aangegeven te worden hoe hiermee wordt omgegaan. Dit geldt ook als er grondwater onttrokken gaat worden. In opdracht van de gemeente Eindhoven is een saneringsplan opgesteld voor de gehele VOCL-verontreiniging. De sanering van het grondwater is sinds enkele jaren in uitvoering. 4.7.3

Conclusie

Het aspect bodemkwaliteit vormt vooralsnog wel een belemmering voor het plan. Er zijn echter mogelijkheden (grondverdringend funderen) om deze belemmeringen weg te nemen.

4.8

Natuur

4.8.1

Inleiding

Ten behoeve van de bescherming van natuurwaarden geldt de Wet natuurbescherming. De daarin opgenomen bescherming omvat de onderdelen: gebiedsbescherming; soortenbescherming; bescherming van houtopstanden.

60

vastgesteld IV Gestel binnen de Ring 2007 (Hessen Kasselstraat 6-8) Gemeente Eindhoven

4.8.2

Analyse

Gebiedsbescherming Het plangebied bevindt zich niet in of nabij een Natura 2000-gebied. Gebiedsbescherming is daarom niet aan de orde. De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden zijn Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux en Strabrechtse Heide & Beuven. Beide liggen op een afstand van meer dan 10 kilometer afstand. Hierdoor zijn gezien de aard, omvang, het effectbereik en de afstand, significant negatieve effecten uit te sluiten. Daarnaast ligt het plangebied buiten Natuur Netwerk Brabant, ook hier zijn negatieve effecten uit te sluiten.

Ook bij ontwikkelingen buiten natuurgebieden moet het effect worden beoordeeld, de zogenaamde 'externe werking'. Het gaat dan met name om stikstofdepositie. Conform de Wet natuurbescherming mag de stikstofdepositie namelijk niet toenemen. Er geldt dan ook een grenswaarde van 0,00 mol/hectare/jaar. Om de effecten van onderhavig plan op de omliggende Natura 2000-gebieden te bepalen is een stikstofdepositie-onderzoek uitgevoerd. Het onderzoeksrapport (V02 200408 29019005 NTT stikstofdepositie, 8 april 2020) is als bijlage 6 bijgevoegd. Uit het onderzoek volgt dat zowel in de bouwfase als in de gebruiksfase wordt voldaan aan de genoemde grenswaarde. Er is dan ook geen ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming nodig.

Soortenbescherming Quickscan flora en fauna De beoordeling van het plan ten aanzien van de soortenbescherming is uitgevoerd door Econsultancy uit Swalmen: rapport 'Rapportage quickscan flora en fauna Hessen Kasselstraat 6-8 te Eindhoven' (6 juni 2019, nr. 9944.001). Het onderzoeksrapport is als bijlage 7 bijgevoegd. In het onderzoeksrapport doet Econsultancy de volgende aanbevelingen om te voldoen aan de Wet natuurbescherming: Op basis van de quickscan flora en fauna dient voor uitvoering van de plannen middels aanvullend veldonderzoek duidelijkheid te worden verkregen omtrent de aan- of afwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen, steenmarter en gierzwaluw (zie resultaten hierna); Voor overige beschermde soorten zijn overtredingen ten aanzien van de Wet natuurbescherming gezien de aard van de voorgenomen ingreep of wegens het ontbreken van geschikt habitat, het ontbreken van sporen en/of vanwege een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling niet aan de orde. Wel dient rekening te worden gehouden met de algemene zorgplicht. Nader onderzoek verblijfplaatsen van vleermuizen, steenmarter en gierzwaluw. Het nader onderzoek is uitgevoerd door Econsultancy uit Swalmen: rapport 'Rapportage quickscan flora en fauna Hessen Kasselstraat 6-8 te Eindhoven' (9 oktober 2019, nr. 9944.002). Het onderzoeksrapport is als bijlage 8 bijgevoegd.

In het onderzoeksrapport doet Econsultancy de volgende aanbevelingen om te voldoen aan de Wet natuurbescherming: Er zijn geen nestplaatsen van gierzwaluwen of verblijfplaatsen van vleermuizen of de steenmarter in de te slopen bebouwing geconstateerd. Verblijfplaatsen van gierzwaluwen en vleermuizen in de omliggende bebouwing zullen, gezien de onderlinge afstand en de schaal van de werkzaamheden, geen hinder ondervinden van de geplande sloop en nieuwbouw op de onderzoekslocatie. Door de voorgenomen werkzaamheden worden geen essentiële foerageergebieden of vliegroutes van vleermuizen aangetast. Econsultancy verwacht dat juridisch gezien er geen overtreding van de verbodsartikelen uit de Wet natuurbescherming aan de orde is en dat een ontheffing niet noodzakelijk is. Door de voorgenomen werkzaamheden zullen er geen vaste rust- en verblijfplaatsen van gierzwaluwen, steenmarters en vleermuizen worden aangetast of essentiële vastgesteld IV Gestel binnen de Ring 2007 (Hessen Kasselstraat 6-8) Gemeente Eindhoven

61

foerageergebieden en vliegroutes van vleermuizen worden verstoord. Gedurende de werkzaamheden dient te allen tijde de algemene zorgplicht in acht te worden genomen. Eventueel ten tijde van de sloop en nieuwbouw op de onderzoekslocatie aanwezige dieren dienen de mogelijkheid te krijgen om weg te komen. Bescherming van houtopstanden Het plan omvat niet het kappen van bomen buiten de bebouwde kom of in een houtopstand van meer dan 10 are, of het kappen van een bomenrij van meer dan 20 bomen. Er is derhalve geen herplantplicht conform artikel 4.3 van de Wet natuurbescherming. 4.8.3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11742078/1