Bijlage 1a - Bestemmingsplan II Vredeoord (VB-terrein)
Tekst van het document
Wat betreft openbaar groen wordt de totale groenoppervlakte uitgebreid ten opzichte van de huidige situatie (zie paragraaf 3.8.1), waarbij tevens een natuurlijke verbinding wordt gezocht met het GGZE terrein waarbij (mogelijk) de scheidende weg (Vredeoord) versmald/vergroend wordt. vastgesteld II Vredeoord (VB-terrein) Gemeente Eindhoven
31
Invloed voor bewoners (4) De toekomstige bewoners zijn op dit moment nog niet bekend. Initiatiefnemer houdt de gronden zelf deels in eigendom en gaat dit deel zelf exploiteren. Zij zijn daarom gebaat bij het vraaggericht ontwikkelen in plaats van het van bovenaf opleggen van hun eigen kaders zonder dat daar draagvlak voor is. Dat is juist ook de kracht van deze wijk: samen met belanghebbenden kijken waar zij behoefte aan hebben en vervolgens onderzoeken hoe dat kan worden uitgevoerd. Verder zullen er faciliteiten worden opgenomen in de vorm enkele publieksgerichte voorzieningen die zijn bedoeld voor de bewoners van het VB-gebouw en/of uit de wijk/buurt.
Vraaggericht ontwikkelen (5) en Benutting regionaal schaalniveau (6) Het betreft studentenwoningen en er is ruimte voor vrije/sociale huur/koop appartementen . Uit regionaal woningmarktonderzoek blijkt dat er nog een grote behoefte is aan sociale huurwoningen. In het huursegment zijn de grootste tekorten in de betaalbare huurprijsklasse. Tevens is er behoefte aan verblijfsruimten voor studenten in Eindhoven. De groei komt vooral op het conto van internationale studenten en tevens is er sprake van een toenemende (en ook onder huidige kamerbewoners verschuivende) vraag naar zelfstandige eenheden (kwaliteitsverbetering). Door middel van transformatie van het bestaande vastgoed kan met onderhavig planvoornemen deze kwantitatieve en kwalitatieve groei gefaciliteerd worden. Dit draagt bij aan de wens van meer zichtbaarheid van studenten in de stad en de dynamiek in de stad. Verder biedt het aantal woningen op stedelijk niveau een belangrijke bijdrage aan het verminderen van het tekort aan woningen in Eindhoven. Tenslotte is het plan een inbreidingsplan waardoor het de druk op woningbouw in uitbreidingslocaties wat verlicht.
Gezonde verstedelijking (7) De gedachte daarbij is dat gezonde mensen de basis vormen van een gezonde stad. Andersom draagt een gezonde leefomgeving bij aan een gezonde leefstijl. Dat inzicht raakt direct aan stedelijke ontwikkelingen. Verdichting is daarbij een effectief middel in het streven naar een gezonde verstedelijking. Onderhavig planvoornemen voorziet daarnaast in een inpandige transformatie van een voormalig kantoorgebouw naar woningen. In veel opzichten is transformatie van leegstaande gebouwen per definitie duurzaam. Het casco, de fundering, gevels en vele andere onderdelen worden opnieuw gebruikt. Dat spaart nieuwe bouwmaterialen uit en geeft bestaande grondstoffen een langere technische levensduur. Het past ook in het concept van een duurzame stedelijke ontwikkeling omdat de levendigheid van de omgeving en het 'geheugen' van de stad behouden blijven.
Beoordeling plan Dit bestemmingsplan voorziet in de realisatie van maximaal 862 wooneenheden waaronder studentenwoningen. Het planvoornemen past binnen de kwantitatieve prognose en kwantitatieve woningbehoefte voor Eindhoven, zoals hierboven is beschreven, alsook in paragraaf 3.2.2 (Ladder voor duurzame verstedelijking). Bovendien is de locatie gelegen binnen het 'bestaand stedelijk gebied' zoals aangegeven in de Interim omgevingsverordening. Daarmee past het binnen de regionale afspraken voor woningbouwontwikkelingen.
32
vastgesteld II Vredeoord (VB-terrein) Gemeente Eindhoven
3.5.2
Gemeentelijk beleid
Woonvisie 2015 Op 15 december 2015 heeft de gemeenteraad van Eindhoven de Woonvisie 2015 vastgesteld. De woonvisie geeft inzicht in de gemeentelijke ambities op het gebied van bouwen en wonen en steunt op drie pijlers: Eindhoven als ambitieuze stad, als solidaire stad en als innovatieve stad. Ambitieuze stad Eindhoven groeit en wil verder verstedelijken, in het bijzonder in het gebied binnen de Rondweg (Ring). Tot 2030 wil de gemeente minstens twee derde van de extra woningcapaciteit binnen dit gebied realiseren. Hierbij wordt gestreefd naar een gemengde en gevarieerde woonomgeving waar mensen wonen, werken en elkaar ontmoeten. En die tegelijkertijd ook groen en gemoedelijk blijft. Solidaire stad De gemeente wil dat Eindhoven een inclusieve en solidaire samenleving is. De meeste inwoners kunnen hierin zelf hun plek vinden. Minder zelfredzame inwoners worden hierbij ondersteund. Door de vergrijzing en de decentralisatie van de langdurige zorg, neemt de vraag naar passende huisvesting voor ouderen en bijzondere doelgroepen toe. Het is belangrijk dat er voor al deze mensen een plek blijft op de woningmarkt. Concentratie van bijzondere doelgroepen in bepaalde wijken is ongewenst. Innovatieve stad De gemeente Eindhoven daagt ontwikkelaars van nieuwe woningen uit om klantgeoriënteerd, sneller, goedkoper en duurzamer te produceren.
Ook in de aanpak van de bestaande woningvoorraad en in de transformatie van kantoren en zorgvastgoed is er een grote behoefte aan vernieuwing en aan creatieve, betaalbare oplossingen. Voor inwoners die behoefte hebben aan tijdelijke woonruimte, die snel beschikbaar en financieel bereikbaar is, worden in Eindhoven flexwoningen ontwikkeld. Dit biedt tevens kansen voor transformatie van leegstaand vastgoed. Verder wil de gemeente Eindhoven dat inwoners zoveel mogelijk invloed hebben op hun eigen woning en woonomgeving, bijvoorbeeld door (collectief) particulier opdrachtgeverschap. Daarnaast wil de gemeente dat zelf bouwen niet alleen bereikbaar is voor huishoudens met een hoger inkomen. Woonprogramma Eindhoven 2021-2025 Vanwege de hoge dynamiek op de woningmarkt heeft de gemeenteraad op 15 december 2020 het Woonprogramma 2021-2025 vastgesteld. Het Woonprogramma sluit aan bij eerder vastgesteld beleid voor wonen en de fysieke leefomgeving. De ambities uit de Woonvisie 2015 blijven cruciaal voor de ontwikkeling van de stad, maar komen door de snelle prijsstijgingen in de afgelopen jaren in een ander daglicht te staan. Met het oog daarop kiest de gemeente voor een accentverschuiving richting de volgende ambities: 1. forse groei van de woningvoorraad (binnen én buiten de ring) om de grote groei van woningen te kunnen opvangen; 2.
een evenwichtig woningaanbod, zodat alle inwoners een betaalbare woning kunnen vinden; 3. voldoende geschikte woningen voor kwetsbare inwoners. Eindhoven streeft ernaar om jaarlijks minimaal 3.000 extra woningen aan de voorraad toe te voegen. Voor de stad als geheel is voor de periode 2020-2022 de onderstaande differentiatie leidend:
vastgesteld II Vredeoord (VB-terrein) Gemeente Eindhoven
33
Deze percentages hoeven niet bij elk woningbouwproject gerealiseerd te worden. De exacte invulling op projectniveau is onder meer afhankelijk van het (beoogde) woonmilieu en de bestaande woningvoorraad in het betreffende gebied. Het streefpercentage van 20% sociale huur is opgenomen in het Collegeprogramma 2018-2022. Voor de periode daarna voorzien we een noodzakelijke groei naar 30%. Woonzorgvisie 2023-2030 Op 20 jun 2023 heeft de gemeenteraad de Woonzorgvisie 2023-2030 vastgesteld. De visie betreft een uitwerking op het thema wonen en zorg uit de woonvisie. Uit deze visie en de daaraan ten grondslag gelegde onderzoeken blijkt dat veel ouderen wel een woning hebben, maar dat deze niet geschikt is om ouder in te worden of niet passend is bij de grootte van het huishouden. Voor de woningmarkt is het van belang dat ouderen doorstromen. Een verhuizing van een oudere vanuit een eengezinswoning, kan wel leiden tot vijf verhuisbewegingen in de keten. Ouderen vormen dan ook een belangrijke sleutel om de doorstroming op de Eindhovense woningmarkt te verbeteren. Uit het woningbehoeftenonderzoek voor ouderen blijkt dat het aantal 65-plussers in Eindhoven groeit van bijna 40000 naar bijna 57000in 2040. Omdat de zorgcapaciteit afneemt, is de verwachte en benodigde zorg voor ouderen niet meer te bieden, daarom is clustering en levensloopbestendig wonen noodzakelijk.
Beoordeling plan Het betreft woningen in de sociale- en middenhuur, studentenwoningen, zorgwoningen en er is ruimte voor de vrije sector huur. Uit regionaal woningmarktonderzoek blijkt dat er nog een grote behoefte is aan sociale huurwoningen. In het huursegment zijn de grootste tekorten in de betaalbare huurprijsklasse.
34
vastgesteld II Vredeoord (VB-terrein) Gemeente Eindhoven
Tevens is er behoefte aan verblijfsruimten voor studenten in Eindhoven. De groei komt vooral op het conto van internationale studenten en tevens is er sprake van een toenemende (en ook onder huidige kamerbewoners verschuivende) vraag naar zelfstandige eenheden (kwaliteitsverbetering). Door middel van transformatie van het bestaande vastgoed kan met onderhavig planvoornemen deze kwantitatieve en kwalitatieve groei gefaciliteerd worden. Dit draagt bij aan de wens van meer zichtbaarheid van studenten in de stad en de dynamiek in de stad. Verder biedt het aantal woningen op stedelijk niveau een belangrijke bijdrage aan het verminderen van het tekort aan woningen in Eindhoven. Tenslotte is het plan een inbreidingsplan waardoor het de druk op woningbouw in uitbreidingslocaties wat verlicht.
3.5.3
Kamerverhuur en woningsplitsing
Op 24 mei 2022 heeft de gemeenteraad het paraplubestemmingsplan 'parkeren, kamerverhuur en woningsplitsing 2021' vastgesteld. Tot het moment van inwerkingtreding van dit paraplubestemmingsplan, werd via de huisvestingsverordening voorkomen dat woningen zonder vergunning werden gesplitst, omgezet, onttrokken en samengevoegd. Hoewel kamerverhuur en woningsplitsing verschillend zijn en andere toetsingskaders kennen, hebben beiden wel een zelfde soort ruimtelijk effect op de omgeving en is het wenselijk om deze initiatieven soortgelijk te reguleren in bestemmingsplannen. Door de regeling in het paraplubestemmingsplan wordt kamerverhuur en woningsplitsing voortaan via één vergunning (omgevingsvergunning) geregeld. Deze regeling moet in opvolgende bestemmingsplannen zoals het onderhavige worden overgenomen om geldend te blijven voor het betreffende projectgebied. Om die reden is de regeling uit dit paraplubestemmingsplan in dit bestemmingsplan overgenomen.
3.6
Archeologische en cultuurhistorische waarden
3.6.1
Archeologie
Wettelijk en beleidsmatig kader Nationaal Beleid Het Verdrag van Valletta (Malta) verplicht de Europese overheden tot het beschermen van archeologisch erfgoed. Hierbij wordt als uitgangspunt gehanteerd dat archeologische waarden in situ bewaard moeten blijven. Dat wil zeggen, dat er naar gestreefd moet worden om de waarden op de locatie te behouden. Als dit niet mogelijk blijkt, bijvoorbeeld wanneer andere belangen zwaarder wegen, dan moeten de waarden worden opgegraven en daarmee ex situ worden behouden. Het Verdrag van Valletta is doorvertaald in de Monumentenwet 1988, zoals deze gewijzigd is in september 2007. Sinds deze wijziging van september 2007 is de gemeente het bevoegd gezag op het gebied van archeologie en cultuurhistorie. Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. De uitgangspunten uit het Verdrag van Valletta (Malta) blijven in de Erfgoedwet de basis van de omgang met archeologie. Gemeenten houden een belangrijke rol in het archeologische stelsel. In bestemmingsplannen en het toekomstig omgevingsplan houden ze rekening met (te verwachten) archeologische waarden door het stellen van regels. Het al dan niet stellen van regels ten aanzien van archeologie dient te rusten op voldoende informatie over de archeologische situatie.
Deze informatie kan worden verkregen door gebiedsdekkende kaarten waarop de archeologische (te verwachten) waarden in de ondergrond zichtbaar zijn. Op basis hiervan kan archeologisch beleid worden ontwikkeld. Gemeentelijk beleid De gemeente Eindhoven beschikt, als invulling van haar verantwoordelijkheid volgens de Erfgoedwet, over een eigen Archeologische verwachtingen- en waardenkaart. Met deze kaart wil de gemeente het ondergronds cultureel erfgoed van Eindhoven behouden door vastgesteld II Vredeoord (VB-terrein) Gemeente Eindhoven
35
behoedzame ontwikkeling en beheer. De geactualiseerde Archeologische verwachtingen- en waardenkaart (vastgesteld op 21 juni 2022) wordt beschouwd als een bureauonderzoek op gemeentelijk schaalniveau en geldt vanaf het moment van vaststelling als onderlegger voor nieuwe bestemmingsplannen en - na inwerkingtreding van de Omgevingswet - het omgevingsplan. Op de archeologische verwachtingen- en waardenkaart zijn de archeologische waarden en verwachtingswaarden binnen de gemeentegrenzen aangegeven door middel van categorieën (de categorieën 1 tot en met 8). Ter bescherming van de archeologische waarden zijn in het Paraplubestemmingsplan Archeologie 2023 de op dit bestemmingsplangebied van toepassing zijnde categorieën (met uitzondering van categorie 8) op de verbeelding van dit bestemmingsplan opgenomen als dubbelbestemming Waarde - Archeologie -6. Hieraan zijn per categorie regels gekoppeld. Deze regels geven aan wanneer archeologisch onderzoek verplicht is. (Bouw)werkzaamheden die binnen de in de regels vermelde oppervlakten én diepte vallen worden vrijgesteld van archeologisch onderzoek. Hierdoor kunnen bij ruimtelijke ordeningsprocedures sneller beslissingen worden genomen en kan de archeologie in een vroeg stadium in het proces worden meegenomen.
Archeologisch kader De van oorsprong hoger gelegen oude bouwlanden met een dik plaggendek, waaruit een groot deel van het gemeentelijk grondgebied bestond, blijken een goed geconserveerd bodemarchief te herbergen. Maar ook andere landschappelijke eenheden - zoals de nattere beekdalen en de flanken daarvan, de vennen of het 'restveen' - blijken vaak een waardevol archeologisch gegevensbestand te bevatten. Het gemeentelijk bodemarchief geeft blijk van een bewoningsgeschiedenis van duizenden jaren en herbergt archeologische resten daterend uit de (late) prehistorie, de Romeinse tijd, de vroege middeleeuwen, de late middeleeuwen en nieuwe tijd. Deze gegevens zijn van groot belang voor de reconstructie van het verleden, temeer omdat geschreven bronnen in Eindhoven nagenoeg ontbreken. Een bijzondere betekenis heeft de historische kern van Eindhoven, die als stad al in de loop van de late middeleeuwen een belangrijke regionale economische en bestuurlijke rol vervulde. Daarnaast kent de gemeente uit deze periode een aantal (verdwenen) hoeven, kasteeltjes, kerken, (water)molens en dergelijke die zowel archeologisch en cultuurlandschappelijk van hoge waarde zijn.
Archeologische waarnemingen binnen en ook buiten de van oorsprong laatmiddeleeuwse historische kernen bieden mogelijkheden om meer te weten te komen over de ontstaansgeschiedenis, ontwikkeling en bewoningsdynamiek tussen de plattelandsdorpen en de stad in wording en kunnen daarmee een verrijking vormen voor de lokale, regionale en landelijke geschiedenis. Daarnaast zijn in de gemeente resten van ondergronds militair erfgoed te verwachten. In de Tweede Wereldoorlog lag hier bijvoorbeeld een militair vliegveld ('Fliegerhorst Eindhoven') en de gemeente maakte deel uit van het operatieterrein 'Market Garden' van het geallieerde bevrijdingsleger.
Toetsing Binnen de grenzen van het bestemmingsplangebied geldt grotendeels een middelhoge archeologische verwachting (categorie 6). Archeologisch (voor)onderzoek is verplicht bij initiatieven met een bodemverstoring over een oppervlak groter dan 2.500 m2 én dieper dan 0,3 m beneden maaiveld. Is de oppervlakte óf diepte van de bodemvestorende activiteiten ten behoeve van de herontwikkeling kleiner dan de ondergrens, dan is een archeologisch (voor)onderzoek niet nodig.
36
vastgesteld II Vredeoord (VB-terrein) Gemeente Eindhoven
Uitsnede Archeologische verwachtingen- en waardenkaart (Berkvens/Arts 2022) gemeente Eindhoven met daarop de projectlocatie rood omkaderd
Archeologisch (voor)onderzoek Toetsing aan de archeologische verwachtingen- en waardenkaart heeft ertoe geleid dat een archeologisch vooronderzoek door middel van een bureau- en (verkennend) booronderzoek is uitgevoerd. Deze is als bijlage 2 opgenomen bij deze toelichting. In het hele plangebied zijn diepe verstoringen aanwezig, waardoor de oorspronkelijke bodem verdwenen is. De top van de natuurlijke ondergrond, die bestaat uit zogenaamde Brabantleem, bevindt zich op 70 tot 220 cm –mv. Vanwege de diepe verstoringen worden in het hele plangebied geen archeologische resten meer verwacht. Omdat er geen archeologische resten meer worden verwacht, wordt verder archeologisch onderzoek niet zinvol geacht. Geadviseerd wordt om het hele plangebied in het toekomstige bestemmingsplan geen dubbelbestemming archeologie te geven. Om die reden wordt de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 6' binnen het plangebied niet langer opgenomen.
Meldingsplicht toevalsvondsten Ook in de delen waarvoor geen dubbelbestemming Waarde - Archeologie wordt opgenomen is de kans aanwezig dat er archeologische resten kunnen worden aangetroffen. De wettelijke meldingsplicht voor archeologische toevalsvondsten geldt altijd (art. 5.10 Erfgoedwet 2016). Mochten tijdens grondwerkzaamheden (vermoedelijke) archeologische resten (vondsten, muurwerk, grondsporen et cetera) worden aangetroffen, dan dienen deze direct gemeld te worden aan de Minister van OCW en bij de (afdeling Omgevingskwaliteit) gemeente vastgesteld II Vredeoord (VB-terrein) Gemeente Eindhoven
37
Eindhoven. Vervolgens zal bepaald worden of, en zo ja welke, aanvullende maatregelen getroffen dienen te worden.
3.6.2
Cultuurhistorie
Op 29 november 2022 is de cultuurhistorische waardenkaart van Eindhoven geactualiseerd. De kaart dient als beleidskader om bij ruimtelijke ontwikkelingen in de stad rekening te kunnen houden met de cultuurhistorie van Eindhoven. De kaart bestaat uit twee deelwaardenkaarten, te weten de waardenkaart historisch cultuurlandschap en de waardenkaart historische stedenbouw en erfgoed.
Op de waardenkaart historisch cultuurlandschap zijn aangegeven en gewaardeerd de historische landschappelijke gebieden (incl. historische nederzettingslocaties) en elementen (landschapselementen infrastructuur, waterstaat, opgaand groen, religie en funerair erfgoed en reliëf), die belangrijk zijn voor de herkenbaarheid van de historische ontwikkeling van Eindhoven
Op de waardenkaart historische stedenbouw en erfgoed zijn aangegeven de beschermde rijksen gemeentelijke monumenten, beschermde stads- en dorpsgezichten, gemeentelijke archeologische monumenten, cultuurhistorisch waardevolle objecten, historisch waardevolle kunstwerken, historische wegen en waterlopen, historisch-stedenbouwkundige structuren en waardevol aangelegd groen en bomen, die belangrijk zijn voor de herkenbaarheid van de historische ontwikkeling van Eindhoven.
Uitsnede waardenkaart historisch cultuurlandschap (plangebied blauw omlijnd)
38
vastgesteld II Vredeoord (VB-terrein) Gemeente Eindhoven
Uitsnede waardenkaart historische stedenbouw en erfgoed (plangebied rood omlijnd)
Hierboven is een uitsnede van de cultuurhistorische waardenkaart van gemeente Eindhoven opgenomen. Zoals op deze afbeelding te zien is, ligt het plangebied niet binnen een cultuurhistorisch gebied. De Boschdijk is ter plaatse opgenomen als 'historische wegenstructuur voor 1900'. De bebouwing aan de op de cultuurhistorische waardenkaart aangeduide historische radialen en wegstructuren kenmerken zich voor het overgrote deel door een bescheiden maat, kleine variaties in bouwhoogte, rooilijnverschillen, afwisseling in vrijstaande en aaneengesloten bebouwing en een diversiteit aan bouwperioden. Langs deze historische wegstructuren bevindt zich nog een aantal gebouwen die dateren uit de periode voor of rond 1920 en daarmee nog een fysieke verwijzing zijn naar de pre-stedelijke situatie. In maat en positionering, maar ook in de vormgeving van de panden is dit nog duidelijk af te lezen. Daarnaast zijn er panden die in hun verschijningsvorm en gaafheid in belangrijke mate bijdragen aan het zichtbaar en afleesbaar houden van de groei en ontwikkeling van deze historische wegstructuren en radialen in latere perioden. Bovendien zijn het panden met een zorgvuldige architectuur en representeren zij de tijdsperiode waarin ze ontworpen zijn. Daarnaast is het oude hoofdkantoor van Philips (kantoorgebouw VB) onderdeel van het beoogde planvoornemen.
Dit gebouw is op 23 november 2021 officieel aangewezen als rijksmonument. Wat in Eindhoven bekend staat als “Philips Nederland” is een onderdeel van het voormalige Philipscomplex aan de Vredeoord/Boschdijk. De hoogbouw, met de daaraan verbonden laagbouw aan de Boschdijk, is een belangrijk gebouw met name vanwege zijn bijzondere constructie. Het werd in 1964 in een bijzonder korte periode gebouwd. De laagbouw van het gebouw is in 2002-2006 flink verkleind en verlaagd. Daarbij zijn karakteristieke delen als een golvend dak verdwenen. Het gebouw is van een meer gebruikt type dat werd ontwikkeld om ruimte te geven aan de kantoorfunctie in een relatief onafhankelijk hoogbouwdeel en aan de grondgebonden algemene functies op begane grond niveau. Grote ondernemingen en overheidsinstellingen konden met dergelijke gebouwen aan hun moderne “corporate identity” werken. Het samenstel van laagbouw en hoogbouw roept een sterk contrast op van ruimtelijkheid en is daardoor moderner dan het voordien gebruikte massale en gesloten bouwblok. Met zijn 66 meter en zijn 15 bouwlagen was het indertijd het hoogste (kantoor)gebouw van Nederland.
Toetsing vastgesteld II Vredeoord (VB-terrein) Gemeente Eindhoven
39
Door SteenhuisMeurs is een erfgoedstrategie uitgevoerd. Deze maakt als bijlage 3 onderdeel uit van deze toelichting. De informatie van deze rapportage is als input gebruikt voor de ontwerpbenaderingen op verschillende schaalniveau’s. De benaderingen zijn hieronder kort omschreven. Er wordt een publieke ruimte gemaakt met een krachtige identiteit die geïnspireerd is op het lokale verleden. Inrichtingsmiddelen zoals keerwanden, taluds, terrassen en verbindende padenstructuren bepalen het beeld. Net als bij de oude kantoorcampus verzorgt de openbare ruimte de samenhang tussen de verschillende plandelen. Het wordt een gebied toegespitst op het gebruik door voetgangers en ander langzaam verkeer en waarbij de auto niet verder komt dan de tot in de randen. Nieuwe toevoegingen van gebouwen laten typische zichtlijnen op het monument open en definiëren een nieuwe entree van Eindhoven via de Boschdijk. Voor de bestaande gebouwen zijn de door SteenhuisMeurs beschreven kwaliteiten de inspiratie voor herstel en vernieuwbouw. Gebouwen en landschap maken samen één geheel waarbij de interactie tussen beiden en een sterke doorwaadbaarheid centraal staan.
Ontwerpbenadering rijksmonument De hoogbouw van VB is het deel met de hoogste monumentale waarde. Het volume en de gevels worden gerestaureerd waar dat nodig is in geval van beschadiging. Intern wordt de van oudsher aanwezige flexibiliteit wat betreft indeling benut om een nieuw programma te huisvesten. De hoofdstructuur van verticale ontsluiting en visvormige lay-out blijven daarbij ongewijzigd. De laagbouw is in de loop der jaren ingrijpend aangepast. Dit is ten koste gegaan van het totale monument: met name de balans met de hoogbouw is verloren gegaan. Het doel is om deze balans te herstellen en daarbij alle nog wel aanwezige monumentale elementen een prominente rol te geven. De historische contour is leidend en gestreefd wordt om zonder te historiseren een nieuwe interpretatie te geven van de architectonische uitgangspunten van het oorspronkelijk ontwerp. De belangrijkste hiervan zijn: de tectoniek van gestapelde volumes, de doorwaadbaarheid op verschillende niveaus, de geleding in sterke horizontale en lichte verticale elementen, expressief vorm- en materiaalgebruik. Concreet betekent dit bijvoorbeeld dat de 1e verdieping teruggebracht wordt, zodat de 'hals' van de hoogbouw niet meer bloot ligt. De originele daklijn heeft hierbij als inspiratie gediend. Ook wordt het volume uitgebreid naar achteren, daarbij blijvend binnen de historische contour.
Aan de achterzijde was de volledige expeditiezone verdwenen: deze wordt deels teruggebracht in de vorm van de campusstraat. De nog aanwezige diamantvloer, ooit fietsenstalling, blijft behouden en krijgt weer een plek aan diezelfde campusstraat.
3.7
Verkeer en parkeren
3.7.1
Beleidskader
De mobiliteitsvisie 'Eindhoven op Weg' is in 2013 door de gemeenteraad vastgesteld en recent geactualiseerd (Actualisatie Eindhoven op weg 2022). Hierin is het verkeersbeleid voor de komende decennia (planhorizon 2040) vastgelegd. Deze visie vormt het bestuurlijke beleidskader voor alle verkeers- en mobiliteitsopgaven. Het plangebied is goed bereikbaar. Volgens de nota 'Eindhoven op Weg' (2013) is de aansluitende weg Vredeoord aangewezen als buurt- en wijkontsluitingsweg, die vervolgens aansluit op de gebiedsontsluitingsweg de Boschdijk en richting het zuiden naar de Achtseweg-Zuid. De toekomstige woningen worden voor auto's via deze wegen ontsloten. Voor onderhavig planvoornemen is een verkeers- en parkeeronderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek maakt als bijlage 4 onderdeel uit van deze toelichting.
40
vastgesteld II Vredeoord (VB-terrein) Gemeente Eindhoven
3.7.2
STOMP-principe
STOMP staat voor Stappen – Trappen – Ov – MaaS - Privéauto en biedt een basis voor de ruimtelijke inpassing van mobiliteit. De prioriteit ligt hierbij bij de Stappen (lopen), vervolgens het Trappen (fietsen), daarna komt het O(penbaar vervoer), daarna de M van Maas en als allerlaatste de P(ersonen auto).
Stimuleren actieve mobiliteit (S en T) Het stimuleren van lopen en fietsen vormt de eerste twee stappen binnen het STOMP-principe en vormen het fundament voor de rest van de mobiliteitsmaatregelen. Binnen loopafstand van de ontwikkeling is een beperkt voorzieningenniveau, investeren in bijvoorbeeld looproutes zal daardoor beperkt effect hebben. Het tweede deel van ‘stappen’ is het beperken van de noodzaak tot bewegen, daarin bieden beide scenario’s verschillende mogelijkheden. Alle toekomstige niet-woonfuncties in VB zijn voornamelijk bedoeld voor eigen bewoners of bewoners uit Vredeoord. Daarnaast wordt geadviseerd om fietsen te stimuleren. In beide scenario’s zijn mogelijkheden om de doelgroep zo goed mogelijk te voorzien. Allereerst is in ieder geval belangrijk dat er de afgelopen jaren een sterke toename is in het gebruik van ‘speciale fietsen’, denk hierbij aan bak- en kratfietsen, maar ook elektrische fietsen in allerlei soorten en maten. De doelgroep studenten zal meer gebruik maken van reguliere fietsen. De ervaring leert dat er rondom woningen waar veel studenten wonen vaak een tekort aan fietsenstallingen heerst. Door aanvullende fietsparkeerplaatsen te realiseren, bijvoorbeeld ten koste van autoparkeerplaatsen, wordt fietsen aantrekkelijker gemaakt. Voor bewoners van de sociale huur- of koopwoningen is het moeilijker om specifieke suggesties te doen.
We verwachten wel dat de bewoners van de sociale huurwoningen vergelijkbare kenmerken zullen hebben met de kenmerken van het hoofdscenario (studentenwoningen). De scenariospecifieke voorzieningen zullen deze groep namelijk aantrekken.
Openbaar vervoer (O) Bij studenten zal het OV-gebruik relatief hoog zijn. Studenten kunnen doorgaans gebruik maken van gratis openbaar vervoer wat de drempel tot het gebruiken van ov aanzienlijk verlaagt. We verwachten dat studenten minder gebruik zullen maken van lijn 8 maar wel van treinstations in combinatie met een eigen fiets of deelmobiliteit.
Voor bewoners van sociale huur- of koopwoningen kan de drempel tot het gebruiken van OV sterk worden verlaagd door het aanbieden van een proefabonnement aan nieuwe bewoners. Daarnaast zorgt het aanbieden van live reisinformatie voor een betere connectie met het openbaar vervoer. Denk bijvoorbeeld aan het tonen van actuele vertrektijd
MaaS (M) MaaS biedt een aanvulling op het aanbieden van deelauto’s, denk hierbij aan deel(bak)fietsen, -snorscooters en -bromscooters. Er is een breed aanbod aan deze kleinschalige vorm van deelmobiliteit waarbij in ieder geval een duidelijk onderscheid gemaakt kan worden tussen ‘free floating’ concepten en ‘station based’ concepten. De beoogde doelgroepen zoal internationale studenten, expats en starters maken veel gebruik van deelmobiliteit. Voorbeelden die met name toepasbaar zijn op de scenario’s gericht op vastgesteld II Vredeoord (VB-terrein) Gemeente Eindhoven
41
deze doelgroepen zullen deels ook van toepassing zijn op de toekomstige bewoners van de sociale huurwoningen. Free Floating aanbieders zijn vindbaar in veel Nederlandse steden, denk aan Check, Felyx en Bird. Deze aanbieders bieden elektrische deelscooters- en fietsen aan die binnen een bepaald gebied kunnen worden gebruikt, en binnen dat gebied ook weer overal kunnen worden achtergelaten. Vooral onder jongeren is deze vorm van mobiliteit erg populair, het kan dan ook bijdragen aan het verlagen van de parkeeropgave om deze te faciliteren. Er kan bijvoorbeeld worden gedacht aan een toegewezen plaats om deelscooters te plaatsen, vaak ontstaat deze plaats op termijn vanzelf. Door deze te faciliteren, en hierbij bijvoorbeeld aanvullende voorzieningen te bieden, kan deze vorm van mobiliteit optimaal worden benut. Aanvullend kan in overleg met aanbieders eventueel worden overeengekomen dat deze bijdragen aan een stabiel aanbod op de locatie. Een alternatieve vorm is het ‘station based’ aanbieden van deelmobiliteit. Voertuigen staan dan op een vaste plek en kunnen ook alleen op een aantal vaste plekken worden ingeleverd. De OV-fiets van NS is hiervan het meest bekende voorbeeld, maar er zijn verschillende opties mogelijk. Een andere vorm is bijvoorbeeld Arriva Bike & GO.
3.7.3
Verkeersgeneratie
Voor de vraag of de ontwikkeling van het plangebied van kantoor naar woningbouw gelet op de verkeersgeneratie aanvaardbaar is, dient het maximale gebruik van het plangebied als kantoor vergeleken te worden met het maximum aantal woningen dat ontwikkeld kan worden op basis van het nieuwe bestemmingsplan. Bepalend voor de verkeersafwikkeling in de directe omgeving van het plangebied is de kruising Vredeoord – Boschdijk. In de huidige situatie is deze kruising overbelast. Voor het jaar 2024/2025 staat een herinrichting van deze kruising gepland met als doel de verkeersafwikkeling te verbeteren en daarmee de druk op deze kruising te verminderen. Als gevolg van de autonome groei zullen echter steeds meer kruispunten in Eindhoven overbelast gaan raken. De mobiliteitstransitie moet een bijdrage gaan leveren aan het verminderen van de toename van het autoverkeer en leidt in sommige delen van de stad zelfs tot een vermindering van het autoverkeer. Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling is nog geen rekening gehouden met het effect van de herinrichting van deze kruising op de verkeersafwikkeling en niet met de effecten van de mobiliteitstransitie.
Voor de bestaande situatie is onderzocht wat het effect op de verkeersafwikkeling is als het maximaal planologische gebruik op basis van het kantoorgebruik wordt gewijzigd naar het maximum aantal woningen dat het bestemmingsplan mogelijk maakt. Uitgangspunt hierbij is dat alleen het extra verkeer als gevolg van de woningbouw is meegenomen en niet het extra verkeer van overige voorzieningen zoals horeca, sportvoorzieningen en detailhandel. Deze laatste voorzieningen zullen hoofdzakelijk verkeer genereren buiten de maatgevende spitsperioden en dus geen of slechts minimaal invloed hebben op de verkeersafwikkeling in de spitsperioden. In het voorgaande bestemmingsplan Vredeoord was het VB-gebouw bestemd als kantoor. Het bestaande gebouw omvat in totaal 33.791 m2 bvo. Voor de berekening van de verkeersgeneratie wordt het CROW-kencijfer van 4,05 motorvoertuigbewegingen per weekdagetmaal voor de functie 'Kantoor zonder baliefunctie' gehanteerd. Omdat niet het weekdagetmaal maar het werkdagetmaal verkeerskundig gezien maatgevend is, wordt een ophoogfactor van 1,33 gehanteerd. De theoretische verkeersaantrekkende werking bedraagt dan 33.791 / 100 * 4,05 * 1,33 = 1.820 motorvoertuigbewegingen per werkdagetmaal. Omgerekend komt dit neer op 147pae (personenautoequivalent) tijdens het drukste ochtendspitsuur en 165 pae tijdens het drukste avondspitsuur (zie onderzoek Mobycon, bijlage 4). 42
vastgesteld II Vredeoord (VB-terrein) Gemeente Eindhoven
Voor de berekening van de verkeersgeneratie na verwezenlijking van het volledige potentieel aan woningen in het plangebied geldt het volgende. De nieuwe ontwikkeling genereert 2510 motorvoertuigbewegingen per werkdagetmaal. Omgerekend komt dit neer op 203 pae tijdens het drukste ochtendspitsuur en 228 pae tijdens het drukste avondspitsuur. In de ochtendspits resulteert de verkeersgeneratie van het kantoorgebruik tot een iets betere verkeersafwikkeling dan bij de verkeersgeneratie als gevolg van de woningbouw. In beide situaties is echter sprake van een acceptabele verkeersafwikkeling. In de avondspits zijn de gevolgen van de verkeersgeneratie op de verkeersafwikkeling bij woningbouw iets gunstiger dan de verkeersgeneratie op de verkeersafwikkeling als gevolg van het kantoorgebruik. Dit komt omdat de verdeling van het extra verkeer gespiegeld is. Bij de kantoorvariant is het extra verkeer in de drukste periode (avondspits) gebundeld op Vredeoord. In de woningbouwvariant is het extra verkeer in de drukste periode (avondspits) verdeeld over de drie toeleidende richtingen. De berekende effecten op de verkeersafwikkeling tonen aan dat de planontwikkeling een positief effect op de verkeersafwikkeling bij de kruising Vredeoord – Boschdijk, ondanks het feit dat de woningbouwontwikkeling tot een toename van het aantal motorvoertuigen leidt.
De kruising bij Vredeoord wordt bij maximaal planologische invulling van het kantoorgebruik naast het bestaande verkeer zwaarder belast dan bij een maximaal planologische invulling van het nieuwe bestemmingsplan met woningbouw. Hoewel een maximale invulling van het aantal woningen in het plangebied theoretisch tot een hogere verkeersgeneratie leidt, leidt dat niet tot toename van de verkeersafwikkeling op de kruising Vredeoord – Boschdijk, maar zelfs tot een lichte verbetering. Zoals eerder genoemd is in de berekeningen geen rekening gehouden met de herinrichting van de kruising, die tot een verdere verbetering van de verkeersafwikkeling zal gaan leiden. Opgemerkt wordt dat bovenstaande berekeningen zijn gebaseerd op de maximale planologische invulling en daarmee theoretisch zijn. In de praktijk zal de komende jaren de verkeerstoename als gevolg van de wooonscenario's in de toren niet kunnen leiden tot de berekende verkeerstoename. Dit is het gevolg van het feit dat de mogelijke woningen in het VB-gebouw de komende 9 jaren niet ontwikkeld zullen gaan worden. In 2023 is het VB-gebouw op basis van een tijdelijke omgevingsvergunning geschikt gemaakt om gedurende maximaal 10 jaren dienst te doen als studentenverblijven. In het gebouw zijn op dit moment 456 studenten gehuisvest in onzelfstandige wooneenheden.
Het aantal verkleersbewegingen als gevolg van deze studentenhuisvesting is laag.
Voetgangers Het planvoorstel is voor voetgangers en mindervaliden prima doorwaadbaar. Allerlei bestemmingen op verschillende niveau's zijn bereikbaar gemaakt met een continue padenstructuur die mede de landschappelijke mozaïek definieert. Het eventuele woondek aan de Boschdijk en de verdiepte campusstraat zijn onderdeel van deze structuur. De paden takken op verschillende plekken aan op het bestaande omliggende netwerk.
Fietsverkeer Doorgaande fietsroutes zijn er niet in het plangebied. Routes voor fietsers ontsluiten stallingsvoorzieningen voor bewoners, bezoekers en personeel.
Auto- & expeditieverkeer Auto's en vrachtwagens kunnen alleen aan de noordzijde vanaf Vredeoord het plangebied op. vastgesteld II Vredeoord (VB-terrein) Gemeente Eindhoven
43
Vanaf daar zijn de verschillende parkeervoorzieingen en de expeditie van het VB-gebouw op -1 bereikbaar. De expeditievoorziening is toegankelijk via de bestaande hellingbaan. Er is ruimte gereserveerd om vrachtwagens te laten keren, vervolgens kunnen ze achteruit de hellingbaan af. Uitrijden gebeurt met de cabine vooruit via de uitrit aan Vredeoord. Alle verkeersbewegingen van auto's en vrachtwagens zijn dus niet doorgaand en maken gebruik van een vernieuwde (op de huidige positie) in- en uitritsituatie aan Vredeoord.
Ambitie Er ligt een kans om het profiel van de weg Vredeoord aan de noordzijde van het plangebied optisch te versmallen, dat verbetert de oversteekbaarheid en de bereikbaarheid van het bosrijke landgoed. Omdat Vredeoord (de straat) buiten het plangebied ligt zal in overleg met de gemeente onderzocht worden wat hierin de mogelijkheden zijn. Dat geldt ook voor een mogelijke oversteekplaats op de kop van de bestaande loper bij de aansluiting met de Boschdijk. Hier ligt een kans om de verbinding tussen Vredeoord en Barrier te verbeteren en om de bushalte aan de overzijde (stad uit) veilig bereikbaar te maken.
44
vastgesteld II Vredeoord (VB-terrein) Gemeente Eindhoven
Indicatieve wegenstructuur/routes
De gemeente zal aan de hand van een analyse met een verkeersmodel beoordelen of er in de toekomstige situatie sprake is van een acceptabele verkeerssituatie.
3.7.4
Autoparkeren
Bij besluit van 19 maart 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders de Nota Parkeernormen 2024 vastgesteld, waarmee de Nota Parkeernormen 2019 zijn geactualiseerd. de voornaamste aanpassingen ten opzichte van de Nota Parkeernormen betreffen: 1. Betere aansluiting van de parkeernormen op de parkeerbehoefte In de nota zijn de parkeernormen beter aangesloten op de daadwerkelijke parkeerbehoefte. Uit CBS-gegevens is gebleken dat het autobezit in Eindhoven deels veranderd is ten opzichte van de parkeernorm uit 2019. In de sociale sector is het verschil het grootst met een verschil tot 0,4 parkeerplaats per woning ten opzichte van de huidige norm. Door de parkeernormen hierop aan te passen wordt voorkomen dat er te veel parkeerplaatsen worden gerealiseerd en worden plannen beter haalbaar. 2. De nieuwe parkeernormen spelen beter in op de ruimtelijke ontwikkeling waarbij onrealistische oplossingen worden voorkomen. In de geactualiseerde nota parkeernormen is een aanpassing van de gebiedsindeling opgenomen en om te voorkomen dat plannen de parkeeropgave helemaal wegschrijven via afkoop en/of deelmobiliteit, worden beperkingen gesteld aan de reductie van parkeerplaatsen. 3. Er is grip op een hogere parkeerbehoefte als deze hoger woordt dan de norm.
Door de introductie van onderscheid in koop, huur en sociale sectorwoningen kan het in de toekomst gebeuren dat de parkeerbehoefte hoger wordt dan de toegepaste parkeernorm als gevolg van omzetting van een woning naar een andere categorie (bijv. verkoop van een huurwoning). Binnen betaald parkeren gebied (binnen de ring) heeft dat geen gevolgen voor de parkeerdruk, omdat nieuwe woningen op de adressenlijst uitsluiting parkeervergunningen komen te staan. Buiten de ring kan betaald parkeren worden ingevoerd op verzoek van de omgeving als er als gevolg van de omzetting van huur naar koop parkeeroverlast zou ontstaan. Door Mobycon is een onderbouwing opgesteld voor de parkeeropgave. (zie bijlage 4). De parkeeropgave van de ontwikkelingen bedraagt 449 parkeerplaatsen voor auto’s. Een deel van de parkeeropgave voor auto’s kan worden ingevuld met deelmobiliteit. Bij het aanbieden van 8 deelauto’s en 87 deeltweewielers conform de eisen die de gemeente daaraan stelt, kan de parkeeropgave voor auto’s worden gereduceerd naar 370 parkeerplaatsen. Op grond van het parkeerbeleid bestaat de mogelijkheid om 20% van de resterende vastgesteld II Vredeoord (VB-terrein) Gemeente Eindhoven
45
parkeeropgave niet direct aan te leggen, maar wel de ruimte daartoe te reserveren. De resterende parkeeropgave bedraagt dan 297 parkeerplaatsen. De totaal beoogde parkeercapaciteit bedraagt 306 parkeerplaatsen, 258 voor bewoners en bezoekers en 48 als privéparkeerplaats voor de bewoners. daarmee is er een overschot van 9 parkeerplaatsen ten opzichte van de restrende parkeeropgave. Er moeten echter 73 parkeerplaatsen worden gereserveerd, daarvoor is de ruimte er echter niet. Om die reden worden 10 parkeerplaatsen afgekocht, waardoor de resterende parkeeropgave uitkomt op 287. Het overschot op de parkeeropgave bedraagt daardoor 306-287 = 19 parkeerplaatsen.Ten opzichte van de parkeeropgave van 370 parkeerplaatsen exclusief reservering, dienen dan (73 – 19 =) 54 parkeerplaatsen te worden gereserveerd als privéparkeerplaatsen voor bewoners. Deze ruimte is beschikbaar. De parkeerplaatsen staan op onderstaande afbeelding aangeduid.
Situatieschets parkeerplaatsen
Het betreffen: - In en naast VB-gebouw: 251 parkeerplaatsen, waarvan 44 als reservering - Op hoek Vredeoord-Boschdijk: 99 parkeerplaatsen - Op hoek Loofhout/boulevard (bij buurtschuur): 10 als reservering Initiatiefnemer zal in afstemming met gemeente Eindhoven bepalen hoeveel parkeerplaatsen 46
vastgesteld II Vredeoord (VB-terrein) Gemeente Eindhoven
er gerealiseerd zullen worden. Beoogd wordt om 20% van de plaatsen aan te houden als ruimtereservering. Ter plekke van het parkeerterrein naast het VB-gebouw en bij Loofhout (aansluitend bij de boulevard) kunnen indien nodig 54 reserve-parkeerplaatsen worden gecreëerd. De boulevard wordt dan zo ingericht dat deze eenvoudig omgezet kan worden in extra parkeerplaatsen. Mocht in de praktijk blijken dat er toch extra parkeerplaatsen nodig zouden zijn (wat niet de verwachting is), kunnen deze plekken alsnog ingezet worden.
3.7.5
Fietsparkeren
De parkeeropgave van de ontwikkelingen bedraagt in totaal 1.842 stallingsplaatsen voor fietsen, waarvan 1.699 voor bewoners/gebruikers en 143 voor bezoekers. Voor bewoners zijn er overdekte gebouwde voorzieningen opgenomen in de diverse gebouwen. Zij bestaan uit een combinatie van afsluitbare individuele bergingen en collectieve stallingen. Voor bezoekers zijn er verspreid over het plangebied oplossingen op maaiveld in de openbare ruimte opgenomen.
3.8
Groen
3.8.1
Groenbeleidsplan
Begin 2017 is een actualisatie van Groenbeleidsplan door de gemeenteraad vastgesteld. Dit Groenbeleidsplan 2017 is gemaakt met de veranderende rol van de overheid in het achterhoofd. Het voorziet in vier sporen "het verhaal van de stad", wat de waarde van groen is (functies als uitgangspunt), welke ambitie de gemeente daarmee heeft en het daadwerkelijke groenbeleid. Het groenbeleidsplan heeft als doel het duurzaam veiligstellen en ontwikkelen van een kwalitatief hoogwaardige groenstructuur met daarin passende functies. Hiermee levert de toepassing van het groenbeleid een wezenlijke bijdrage aan een aantrekkelijke en gezonde woon- en werkomgeving als karakteristieke kwaliteit van Eindhoven. Een omgeving die leefbaar en klimaatadaptief is en een volwaardig vestigingsklimaat biedt voor Brainport.
Het groenbeleid sluit aan op de geomorfologische structuur van de stad: de structuur van dekzandruggen en beken (Dommel en Gender) die Eindhoven hebben gevormd. Op basis van de tuinstad gedachte is bij de verdere ontwikkeling van Eindhoven sterk ingezet op het behoud van de groene ruimten tussen de voormalige dorpen. Genneper Parken (tussen Stratum en Gestel), Brainport Park (tussen Strijp en Woensel) en De Karpen (tussen Woensel en Tongelre) vormen nog altijd imposante, groene wiggen, die tot diep in de stad reiken. Het behoud van de robuuste groenstructuur, die vanuit het buitengebied, via de wiggen tot aan de bomen bij de voordeur reikt, is een belangrijk uitgangspunt van het groenbeleidsplan.
Het Groenbeleidsplan heeft in principe betrekking op al het groen van Eindhoven, dus niet alleen het groen in eigendom van de gemeente. Omdat niet al het groen bescherming krijgt door een specifieke groenbestemming en de gemeente enkel directe invloed heeft op haar eigen eigendommen, is niet al het groen automatisch beschermd.
In het Groenbeleidsplan 2017 zijn onder andere procesafspraken genoemd die een relatie hebben met een ruimtelijke procedure. Het betreft een procesafspraak over groenplannen bij ontwikkeling van gebouwen of gebieden en de procesafspraak over de groenregelingen voor bomen (Verordening Bomen en Nadere regels bomen) en de Regeling Groencompensatiefonds. De genoemde groenplannen dienen een toelichting van de groene inrichting van een ontwikkeling te geven. Behoud van het bestaande groen is het uitgangspunt, evenals het (door)ontwikkelen van de groene kwaliteiten waar nodig. Het Groenbeleidsplan 2017 geeft in een kaart met zes ruimtelijke strategieën de kaders voor de ruimtelijke ontwikkeling in relatie tot groen.
vastgesteld II Vredeoord (VB-terrein) Gemeente Eindhoven
47
Beoordeling plan Het projectgebied is in het Groenbeleidsplan 2017 aangeduid als 'Stad, rood beeldbepalend' in een groenarm gebied. In dit gebied wordt als ordeningsprincipe de volgende strategie(en) aangehouden:
Strategie 1: Stad, rood beeldbepalend In deze gebieden heeft groen een ondersteunende functie aan de stedelijke identiteit ('aankledingsgroen') of een recreatieve functie voor de woonomgeving (parken). Het beleid is gericht op behoud en ontwikkelen van deze groene elementen of functies. Het oppervlak groen binnen deze categorie zou niet verder af moeten nemen. Binnen de aangeduide groenarme buurten wordt gestreefd naar uitbreiding van het groenareaal. Dit plangebied is tevens aangeduid als groenarme buurt.
Uitsnede kaart Groebeleidsplan 2017 (plangebied in 'Stad, rood beeldbepalend')
Beleidsregel groencompensatie Het Groenbeleidsplan 2017 omschrijft het beleid voor de combinatie van verdichten en vergroenen. Dit betekent dat voor iedere woning die wordt toegevoegd, er wordt gestreefd naar 8 m² toegevoegd groen. Ook kent de gemeente een regeling voor groencompensatie (Beleidsregel groencompensatie), die kortweg inhoudt dat groen, dat plaats moet maken voor een ontwikkeling, door de ontwikkelende partij moet worden gecompenseerd, fysiek en/of financieel.
De gemeentelijk norm van 8 m2 toegevoegd groen per woning wordt ruim gehaald. Bij ca. 1.000 woningen zou de groennorm uitkomen op ca. 8.000 m2. De groene ruimte rondom de woongebouwen aan de Boschdijk bedragen ca. 5.000 m2, de parkruimte rondom het VB gebouw is ca. 12.000 m2.
48
vastgesteld II Vredeoord (VB-terrein) Gemeente Eindhoven
Indicatieve groenstructuur
Van de groenstructuur van het voormalig Philipsterrein is weinig over. Op dit moment is het gebied rondom het VB gebouw niet meer dan een braakliggend terrein. Alleen aan de randen bij de Boschdijk en Vredeoord resteren nog stevige hagen en een aantal grote bomen. Deze twee randen zijn ook de enige plekken die in het huidige bestemmingsplan als groen bestemd zijn. Beoogd wordt om de groene kwaliteit van het voormalig Philipsterrein rondom VB weer terug te brengen. Het VB gebouw met zijn parkeerplaatsen was in die tijd omgeven door een groene ruimte met een orthogonale padenstructuren, grasvlakken, een waterpartij, bomenrijen en hagen. Een spel met keerwanden, trappen en hellingbanen zorgde voor hoogteverschillen die bijdroegen aan een 'gedramatiseerde' benadering van het monumentale gebouw en die zorgden dat het gebouw met zijn logistiek bijna als een machine werkte. Bovenstaande ingrediënten worden geherinterpreteerd en op een eigentijdse manier teruggebracht in het ontwerp van het landschap. Het VB gebouw wordt weer omringd met een landschap van orthogonale tuinen, grasvlakken en hagen. Hoogteverschillen worden ingezet om een terrassenlandschap te maken. Op deze grasterrassen kan verbleven worden, vastgesteld II Vredeoord (VB-terrein) Gemeente Eindhoven
49
sommige terrassen worden ingezet als beplantingsvlak, andere terrassen vormen laagtes waar waterberging in opgenomen kan worden. Terrassen met bomen vervolmaken dit mozaïeklandschap dat als een Mondriaanschilderij rondom het VB gebouw ligt. Zowel de ontwikkeling van het VB gebouw als de ontwikkeling op de voormalige parkeerplaats aan de Boschdijk passen in dit mozaïeklandschap. De terrassenstructuur vormt zowel onderdeel van de ruimte rondom het VB gebouw als de ruimte rondom het woondek aan de Boschdijk. Het woondek zelf zal ook groen ingericht worden en onderdeel van het landschap worden. Zo is er weer één herkenbaar en verbindend landschap waarin het VB gebouw kan stralen.
Sfeer en principes De inrichtingsmiddelen van de openbare ruimte ondersteunen dat idee. De basis van het landschap zijn terrassen die hoogteverschillen overbruggen. De terrassen zullen met groen worden ingericht. Soms is een terras, of een onderdeel van een terras een beplantingsvak, een wadi of een groep bomen. Door het terrassenlandschap loopt een orthogonale padenstructuur. Hoogteovergangen worden in de paden met trappen en hellingbanen opgelost. De paden worden in het landschap opgenomen, dit kan door ze visueel te versmallen met behulp van open verharding aan de randen van de paden, waar het gras doorheen zal groeien. Hoogteverschillen tussen de terrassen worden landschappelijk opgelost met hagen of grastaluds. De grotere hoogteverschillen bij de randen van het woondek zullen een groene aankleding krijgen met lage of hangende beplanting. Als er valbescherming nodig is, dan wordt dit vormgegeven door transparante hekwerken. Het woondek doet mee in de vormgeving van de terrassen. Dus ook hier is groen met een orthogonale padenstructuur de basis van de inrichting, met beplantingsvakken en boomgroepen als toevoeging. De overgangen openbaar-privé worden zo vormgegeven dat de privéterrassen in de groene ruimte liggen en door beplanting of lage hagen worden afgeschermd. Toegang mindervaliden en onderhoud en beheer zijn belangrijke thema's voor de uitwerking.
3.8.2
Beleid Bomen
Verordening Bomen 2024 Sinds 18 mei 2024 is de Verordening Bomen 2024 in werking getreden. In de Verordening Bomen 2024 is de bescherming van bomen geregeld, doordat voor het kappen van bomen een omgevingsvergunning nodig is. Daarbij kan ook nog worden gezorgd voor herplant van de te kappen bomen (compensatieplicht). De verordening bevat regels over hoe wordt omgegaan met overlast door bomen, de compensatieplicht bij kap, de indieningvereisten bij een vergunningaanvraag, de beoordeling (weigeringsgronden) van een kapaanvraag en handhaving bij illegale kap of beschadiging van bomen. De belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de Verordening Bomen 2021 betreffen. het vervallen van de uitzondering kapvergunningsplicht voor bomen op percelen kleiner dan 250m2; herintroductie van de bescherming van houtopstanden buiten de bebouwde kom, bij een perceelsoppervlakte vanaf 10 are; het vervallen van de vergunningsplicht voor bomen met een levensverwachting van minder dan 5 jaar; uitbreiding van de mogelijkheden tot aansprakelijkheidsstelling bij illegaal vellen van bomen of het beschadigen van een boom. Conform de verordening is een vergunning voor kappen van bomen nodig als: bomen vanaf 45 cm stamomtrek op gemeentegrond of op particuliere percelen; 50
vastgesteld II Vredeoord (VB-terrein) Gemeente Eindhoven
een houtopstand, ongeacht de stamomtrek, die is aangelegd op grond van een herplant-, compensatie en/of instandhoudingsplicht op grond van artikel 8 of een overeenkomst met het college. Groene kaart Er is een groene kaart waarop ter informatie het volgende is aangegeven: Groenstructuur van de gemeente Eindhoven (groene wiggen, groene dooradering en hoofgroenstructuur); Groenarme gebieden; Centrumgebied; Bebouwingscontour als bedoeld in artikel 5.165 Besluit kwaliteit leefomgeving; gemeentelijke waardevolle bomen en monumentale bomen. De informatie op de groene kaart is nodig om: Te duiden waar de waardevolle bomen staan; Te duiden waar de monumentale bomen staan; Inzicht te geven in de bebouwingscontour als bedoeld in artikel 5.165b Besluit kwaliteit leefomgeving; Inzicht te geven in de gebieden waar een compensatiefactor geldt in het geval financiële compensatie aan de orde is, het centrumgebied en de groenarme gebieden. Om de kaart actueel te houden wordt de informatie over de bomen op de kaart en de kadastrale situatie op de kaart, zeer frequent bijgewerkt. Zo blijft de kaart up-to-date en betrouwbaar voor zowel interne als externe gebruikers.
Compensatieplicht bomen Door het kappen van bomen gaat groen verloren. Het weggevallen groen moet in beginsel worden gecompenseerd. Aan een omgevingsvergunning voor het kappen van een houtopstand (bomen) kunnen voorschriften worden verbonden. Onder andere kan een compensatieplicht worden opgelegd. In de Nadere regels Verordening bomen 2024 is bepaald wanneer een compensatieplicht ontstaat en hoe die wordt bepaald.
Nadere regels voor compensatie De Verordening is uitgewerkt in nadere regels voor compensatie. Deze zijn vastgesteld door het college en op 8 juli 2024 in werking getreden. Het college mag op basis van de Verordening bomen 2024 compensatie opleggen zoals uitgewerkt in de 'Nadere Regels voor compensatie'.
Beoordeling plan Binnen en rondom het plangebied zijn bomen gesitueerd. Ten behoeve van de realisatie zijn werkzaamheden noodzakelijk binnen de kwetsbare boomzone. Voor het beoogde planvoornemen zijn middels een bomeninventarisatie en een Bomen Effect Analyse (BEA) de bomen in kaart gebracht die invloed gaan ondervinden van de herontwikkeling. Beide rapportages zijn als bijlage 6 en bijlage 8 bij deze toelichting gevoegd.
Aanbevolen wordt om de bomen met afgestorven en/of te laag hangende takken voorafgaand aan de werkzaamheden aan onderhoudssnoei te onderwerpen. Kans op uitbreken tijdens de werkzaamheden wordt op deze wijze voorkomen. De bomen aan de rand van het terrein, langs Vredeoord en Boschdijk worden duurzaam in vastgesteld II Vredeoord (VB-terrein) Gemeente Eindhoven
51
stand gehouden. Bestaande bomen op de beide parkeerterreinen kunnen niet in stand worden gehouden i.v.m. voorgenomen bouwwerkzaamheden. Op de hoek Vredeoord-Boschdijk wordt het bestaande parkeerterrein uitgebreid, daar dienen 4 bomen gekapt te worden, voor de resterende bomen zullen voldoende maatregelen worden getroffen om toekomstig groeipotentieel te waarborgen.
Compensatieplicht In dit geval worden een aantal bomen gekapt waarvoor een omgevingsvergunning benodigd is. De te kappen bomen zullen worden gecompenseerd in het nieuwe plan door aanplant van nieuwe bomen binnen het plangebied.
3.9
Kabels, leidingen en straalpaden
Binnen het plangebied zijn geen planologisch relevante kabels, leidingen of straalpaden aanwezig. Het planvoornemen wordt dan ook niet belemmerd door de aanwezigheid van kabels, leidingen en straalpaden.
3.10
Windhinder, privaatrechtelijke belemmering en bezonning
3.10.1
Windhinder
Op basis van artikel 3.1. Wro dient in het kader van de zorg voor een goede ruimtelijke ordening bij het opstellen van ruimtelijke plannen windhinder of windgevaar te worden meegenomen in de afwegingen, indien aard of omvang van de bebouwing en van de omgeving hiertoe aanleiding geeft. Voor windhinder en windgevaar in de gebouwde omgeving bestaat een landelijk privaatrechtelijke norm (NEN 8100:2006). NEN8100:2006 wordt niet in landelijke wetgeving aangestuurd. In deze norm worden vooral de toepassingscriteria beschreven. Deze norm geeft enkel aan hoe windhinder en windgevaar geclassificeerd en beoordeeld kunnen worden, maar niet wanneer iets acceptabel is of niet. Met lokaal beleid kunnen gemeenten hier zelf een eigen invulling aan geven. Ten aanzien van windhinder zijn in de norm vijf kwaliteitsklassen A t/m E gedefinieerd, waarbij A overeenkomt met de kleinste overschrijdingskans en E met de grootste overschrijdingskans. De waardering van de kwaliteitsklasse is afhankelijk van de activiteitenklasse. Ten aanzien van windhinder worden drie verschillende activiteitenklassen I, II en III onderscheiden, die kortweg worden gekenmerkt met 'doorlopen', 'slenteren' en 'langdurig zitten'. De waardering van het lokale windklimaat wordt gekwalificeerd met 'goed', 'matig' of 'slecht'. Bij windgevaar worden twee kwalificaties gegeven: 'beperkt risico' en 'gevaarlijk'.
De gemeente Eindhoven heeft de "Beleidsregel gemeentelijke normen windhinder" vastgesteld. Deze beleidsregel ziet op de situatie dat nieuwe hoge gebouwen in de stad worden toegevoegd en is niet van toepassing op een situatie als de onderhavige waarin nabij een hoog gebouw lagere gebouwen worden gerealiseerd. In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient bij nieuwe ontwikkelingen zoals de onderhavige waarbij nieuwbouw wordt gerealiseerd, wel in voldoende mate komen vast te staan dat op de betreffende locaties geen sprake is van een onaanvaardbaar windklimaat. Tegen deze achtergrond is een onderzoek uitgevoerd, waarbij waar mogelijk aansluiting wordt gezocht bij hetgeen in de beleidsregel is bepaald om een zo goed mogelijk windklimaat te bereiken. Dit onderzoek 52
vastgesteld II Vredeoord (VB-terrein) Gemeente Eindhoven
maakt als bijlahe 9 onderdeel uit van de toelichting van dit bestemmingsplan. De hoogste nieuwe gebouwen in dit bestemmingsplan betreffen de woongebouwen langs de Boschdijk met een maximale bouwhoogte van 20 meter. Dit is niet aan te merken als hoogbouw waarvoor een windhinderonderzoek noodzakelijk is. Uit de resultaten van het windhinderonderzoek blijkt dat als gevolg van de plannen er geen consequenties zijn op het gebied van wind voor de bestaande woningbouw rondom het plangebied. Uit de resultaten van het windhinderonderzoek blijkt dat als gevolg van de plannen het windklimaat rondom het bestaande VB-gebouw verandert en op de meeste plekken verbetert ten opzichte van de bestaande situatie. Uit het onderzoek is gebleken dat nergens sprake zal zijn van een onaanvaardbaar windklimaat. Voor zover er sprake is van locaties met windhinderklasse D wordt bij de situering van ingangen tot gebouwen e.d. hiermee rekening gehouden door deze niet op dergelijke locaties te situeren. Ook verblijfsgebieden zullen op dergelijke plekken niet ontwikkeld worden
3.10.2
Privaatrechtelijke belemmeringen
Uit jurisprudentie blijkt dat eigendomsverhoudingen uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening in beginsel niet van doorslaggevende betekenis zijn. Hieraan kan slechts betekenis toekomen, indien privaatrechtelijke verhoudingen van een dusdanig evident belemmerende aard zijn dat in verband daarmee de realisering van het planvoornemen binnen de planperiode niet aannemelijk is.
Met het planvoornemen is geen sprake van privaatrechtelijke belemmering. Ten opzichte van de huidige situatie vinden er geen belangrijke veranderingen plaats die mogelijk privaatrechtelijk tot belemmeringen zouden kunnen leiden. 3.10.3
Bezonning
Er bestaan in Nederland geen formele wettelijke normen en eisen ten aanzien van de bezonning voor bebouwing. Gemeentes zijn daarom vrij om een eigen invulling te geven aan de eisen omtrent bezonning.
Beleidsregels voor bezonning woningen Op 10 januari 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders de "beleidsregels voor bezonning woningen" vastgesteld. Uit deze beleidsregels volgt onder andere dat minimaal 2 uur zonneschijn per dag in de periode van 19 februari t/m 21 oktober aanwezig dient te zijn op de gevel, ter hoogte van het midden van de vensterbank van het raam van de woonkamer. Toetsing plan In het kader van de realisatie van het beoogde planvoornemen is een zonnestudie uitgevoerd. De totale zonnestudie is opgenomen in bijlage 10 bij deze toelichting. De resultaten tonen aan dat de nieuwbouw een minimale invloed heeft op de bezonning van de woningen die in de directe nabijheid van de ontwikkeling aan de Boschdijk staan. Het aantal bezonningsuren vermindert hier lokaal tot maximaal 1 uur en 55 minuten voor de woningen Boschdijk 494 t/m 504 en 524 t/m 534. Desondanks voldoen deze woningen nog steeds aan de minimale grenswaarde van 2 uur directe bezonnning, conform de ‘lichte‘ TNO-norm. Er is geen verschil gemeten in het aantal zonuren tussen de bestaande en toekomstige situaties voor de woningen Boschdijk 470 t/m 490, 510 t/m 514 en 538 t/m 556. Deze woningen ontvangen tussen de 5 en 7 uur direct zonlicht per dag. vastgesteld II Vredeoord (VB-terrein) Gemeente Eindhoven
53