Bijlage 1a - Bestemmingsplan Gestel buiten de Ring 2020 (Humperdincklaan) 20-2-2024
Tekst van het document
Voor de andere gemeenten in het SGE is geen informatie beschikbaar over de woningbehoefte van studenten. De vraag van kennismigranten (expats) maakt onderdeel uit van de totale woningvraag in het SGE. Deze groep woningzoekenden richt zich met name op de gemeente Eindhoven. Volgens onderzoek van het PON zijn in het Stedelijk Gebied Eindhoven daarnaast bijna 20.500 arbeidsmigranten werkzaam, die veelal productiewerk verrichten. In november 2020 stelden de SGE-gemeenten het Afsprakenkader Huisvesting Arbeidsmigranten Stedelijk Gebied Eindhoven vast. De regionale ambitie is om in de periode 2021 tot en met 2024 circa 4.000 humane huisvestingsplaatsen voor arbeidsmigranten te realiseren. Er zijn geen afspraken over specifieke aantallen per gemeente, maar iedere gemeente heeft passend bij de aard en omvang een eigen verantwoordelijkheid. In het afsprakenkader wordt onderscheid gemaakt tussen twee typen huisvesting: tijdelijke huisvesting (korter dan 2 tot 3 jaar) en permanente huisvesting (arbeidsmigranten die zich definitief vestigen in Nederland). Hierbij is bekend (op basis van ervaring) dat zo'n 80% van de arbeidsmigranten in de regio er op tijdelijke basis is en zo'n 20% zich definitief vestigt. De woningbehoefte van arbeidsmigranten die zich definitief in het SGE willen vestigen, maakt onderdeel uit van de totale regionale woningbehoefte.
vastgesteld I Gestel buiten de Ring 2020 (Humperdincklaan) Gemeente Eindhoven
29
Planbeschrijving en conclusie Onderhavige ontwikkeling voorziet in maximaal 400 woningen. Dit past binnen de kwantitatieve prognose voor Eindhoven. Bovendien is de locatie gelegen binnen het 'bestaand stedelijk gebied' zoals aangegeven in de provinciale omgevingsverordening. Deze ontwikkeling is via het coördinatieteam voorgelegd aan het portefeuillehoudersoverleg en akkoord bevonden. Daarmee past het binnen de bestaande afspraken voor woningbouwontwikkelingen. In paragraaf 3.2.1 is de behoefte nader onderbouwd. Brainport principes Alle nieuwe woningbouwontwikkelingen dienen te worden ontwikkeld aan de hand van 7 Brainport Principes. De basis voor deze principes is vastgelegd in het regionale Afsprakenkader. Deze gelden voor alle gemeenten die deel uitmaken van het Stedelijk Gebied Eindhoven. De Brainport Principes zijn: 1. Koesteren van Identiteit; 2. Ruimte voor Innovatie; 3. Invloed voor bewoners; 4. Aantrekkelijke en gevarieerde woonmilieus: de wauw-factor; 5. Vraaggericht ontwikkelen; 6. Benutting regionaal schaalniveau; 7. Gezonde verstedelijking. Koesteren van Identiteit Bij het ontwerpen van de gebouwen is sterk rekening gehouden met de cultuurhistorische waarden van het gebied (zie ook 3.6.2).
Het plan versterkt het Parkwayprincipe door een groene structuur gezien vanaf de Karel de Grotelaan en passende bebouwing die de continuïteit van de Karel de Grotelaan versterkt. Het plan ziet toe op een ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied. Ruimte voor Innovatie Duurzaamheid speelt een belangrijke rol in de ontwikkeling (zie ook 4.6.2). Invloed voor bewoners Er is een uitgebreid participatieproces opgezet, daarover is meer te lezen in paragraaf 9.3 en bijlage 16. De toekomstige bewoners zijn nog niet bekend. Aantrekkelijke en gevarieerde woonmilieus De gebouwen zijn gesitueerd in een aantrekkelijke groene omgeving dat ruimte biedt voor ontmoeting, rust en ruimte. Vraaggericht ontwikkelen Het plan bevat verschillende woningbouwcategorieën in verschillende prijsklassen, over de behoefte is geschreven in paragraaf 3.2.1. Benutting regionaal schaalniveau Het planvoornemen gaat uit van inbreiding en sluit hiermee aan op regionale afspraken zoals hiervoor beschreven. De bereikbaarheid is met de ligging aan de Karel de Grotelaan uitstekend te noemen, zowel met auto, fiets als OV. Gezonde verstedelijking Het plan bevat veel groene verblijfsruimte dat uitnodigt om te ontmoeten. Het plan voldoet aan de brainport principes. 30
vastgesteld I Gestel buiten de Ring 2020 (Humperdincklaan) Gemeente Eindhoven
3.5.2
Lokaal beleid
Woonvisie 2015 De Woonvisie is op 15 december 2015 vastgesteld. In de woonvisie gaat de gemeente in op haar ambities op het gebied van bouwen en wonen. Daarmee maken we de richting waarin we ons willen ontwikkelen duidelijk aan de stad, haar bewoners en alle partijen die een rol spelen in de verdere ontwikkeling van de stad. Ambitieuze stad Eindhoven groeit en dat creëert een nieuwe vraag naar wonen. Eindhoven wil verder verstedelijken. Onder stedelijkheid verstaan we een gemengde en gevarieerde omgeving waar mensen wonen, werken en elkaar ontmoeten. En een stad die tegelijk ook groen en gemoedelijk blijft. We staan voor de unieke kans om de stad als geheel, en het gebied binnen de Rondweg in het bijzonder, de komende jaren te laten groeien. We verwachten dat het inwonersaantal van Eindhoven de komende 10 jaar fors zal toenemen, harder dan de prognoses nu voorspellen. De bijzondere bevolkingsopbouw van Eindhoven (een relatief jonge bevolking) draagt daaraan bij. Die groei moet ook op het vlak van wonen gefaciliteerd worden. Tot 2030 willen we minstens twee derde van de extra woningcapaciteit binnen de Rondweg realiseren. Voor het gebied binnen de Rondweg staan met projecten als Strijp S, Stationsomgeving, NRE en Philips Lighting in deze periode al circa 5.000 nieuwe woningen in de planning.
Daarnaast is de wens dat boven winkels wooneenheden worden gerealiseerd en kantoren worden omgebouwd tot woningen. Hierin is de markt aan zet. Eindhoven formuleert in deze Woonvisie geen concreet woningbouwprogramma, gegoten in cijfers en categorieën. Dat zou niet passen bij de rol van een gemeente anno 2015. We willen ruimte geven aan de markt om gewenste ontwikkelingen te realiseren. Zonder op voorhand aan te geven wat-waar-wanneer gebouwd moet worden. Dat doen we door gebruik te maken van een model voor de onderbouwing van de wenselijkheid van nieuwe initiatieven. Daarin vragen we van initiatiefnemers (projectontwikkelaars, corporaties, gemeentelijke grondexploitaties) om in te gaan op een aantal punten zoals bijvoorbeeld het marktsegment, het woonmilieu en de periode van oplevering. Solidaire stad Wij willen dat Eindhoven een samenleving is, waarvan iedereen onderdeel is. De meeste inwoners kunnen zelfstandig hun plaats vinden in die samenleving, sommigen hebben een steuntje in de rug nodig. We zorgen dat er voor hen een vangnet is. We hebben oog voor mensen in lastige situaties: asielzoekers, daklozen, mensen in psychische nood en ex-gedetineerden. Door de decentralisatie in de zorg moeten meer mensen met een beperking een plek in de wijk vinden. De vergrijzing zet de komende jaren stevig door. Veel ouderen, met of zonder zorgvraag, zullen langer thuis blijven wonen.
Het is belangrijk dat er voor al deze mensen een plek blijft op de woningmarkt. Concentratie in bepaalde wijken is ongewenst. De sociale woningvoorraad is onderdeel van de sociale basisinfrastructuur. In theorie is in Eindhoven de sociale woningvoorraad in balans met de doelgroep. Twee ontwikkelingen vragen echter om aandacht: de samenstelling van de sociale woningvoorraad en de positie van de 13.500 huishoudens met een middeninkomen. Met de inwerkingtreding van de nieuwe woningwet 2015 moeten woningcorporaties hun woningen 'passend toewijzen'. Minimaal 80% van de vrijkomende sociale huurwoningen moet aan huishoudens met een laag inkomen worden toegewezen. Daarnaast is er ruimte om 10% van de woningen toe te wijzen aan huishoudens met een middeninkomen. De resterende 10% sociale huurwoningen mogen woningcorporaties vrij toewijzen, maar daarbij moeten zij wel voorrang geven aan mensen die door bijvoorbeeld fysieke of psychische beperkingen moeilijk aan voor hen passende huisvesting kunnen komen. Het aantal eenpersoons- en tweepersoonshuishoudens groeit. Dit betekent een grote vastgesteld I Gestel buiten de Ring 2020 (Humperdincklaan) Gemeente Eindhoven
31
uitdaging. Niet alleen in woonwensen maar ook in betaalbaarheid, want alleen wonen is relatief duur. We zetten in op transformatie en ander gebruik. Bij de transformatie van grotere kantoren, zorg- en onderwijsgebouwen kunnen (collectief) particulier opdrachtgeverschap en nieuwe woonconcepten een oplossing bieden. Ook het gebruik van eengezinswoningen door bijvoorbeeld twee eenpersoonshuishoudens, met name in het gebied buiten de Rondweg, behoort tot de mogelijkheden. Innovatieve stad We gaan partijen uitdagen om klantgeoriënteerd, sneller, goedkoper en duurzamer te produceren. En ook in de aanpak van de bestaande voorraad en in de transformatie van kantoren en zorggebouwen is er een grote behoefte aan vernieuwing en aan creatieve, betaalbare oplossingen. Een andere ontwikkeling is het zogenaamde flexwonen. Tot voor kort kende de woningmarkt een vrij overzichtelijk aanbod: koop- of huurwoningen, zelfstandige of onzelfstandige woonruimten, grondgebonden woningen of appartementen. Maar de vraagkant is de afgelopen jaren sterk veranderd. Er komen steeds meer groepen die behoefte hebben aan tijdelijke woonruimte. Denk bijvoorbeeld aan studenten, expats, arbeidsmigranten, mensen die een echtscheiding achter de rug hebben, ex-gedetineerden en mensen die uit een opvangvoorziening komen.
Deze mensen zijn op zoek naar goede tijdelijke huisvesting, met passende voorzieningen, die snel beschikbaar is en tegen een prijs die past bij hun budget. Dit flexwonen wordt een belangrijke nieuwe woonvorm in Eindhoven. Het biedt tevens kansen voor de transformatie van leegstaand vastgoed. Verder willen we in de koopsector dat inwoners zoveel mogelijk invloed hebben op hun eigen woning en woonomgeving, bijvoorbeeld door het stimuleren (collectief) particulier opdrachtgeverschap. En we willen dat zelf bouwen niet alleen bereikbaar is voor de huishoudens met een hoger inkomen. Ook in de huursector is er sinds de herziening van de Woningwet meer aandacht voor mede-eigendom en zelfbeheer, bijvoorbeeld via het model van wooncoöperaties. Wooncoöperaties zijn een soort tussenvorm van huur en koop. Samen met de corporaties willen we de vraag naar deze eigendoms- en beheervorm en de mogelijkheden in Eindhoven onderzoeken. De realisatie van 400 woningen bij de Humperdincklaan levert een bijdrage aan de vraag naar woningen in de gehele regio. Door onder andere ook sociale huurwoningen te realiseren draagt de ontwikkeling bij aan de sociale woningvoorraad. 3.5.3
Kamerbewoning en woningsplitsing
Op 24 mei 2022 heeft de gemeenteraad het paraplubestemmingsplan 'parkeren, kamerbewoning en woningsplitsing' vastgesteld. Het paraplubestemmingsplan voorziet in de koppeling met het geactualiseerde parkeerbeleid van de gemeente Eindhoven. Ook voorziet het in het actualiseren van het ruimtelijk reguleren van kamerbewoning en woningsplitsing. De gemeenteraad heeft op 26 november 2019 de 'Huisvestingsverordening gemeente Eindhoven 2020' vastgesteld, waarin onder andere is geregeld dat kamerbewoning en woningsplitsing niet zonder meer toegestaan zijn. Dit, aangezien het vormen van extra woningen door middel van kamerbewoning en het splitsen van woningen de leefomgeving onevenredig kan aantasten. Meer specifiek dienen onevenredige en onevenwichtige effecten van schaarste aan reguliere woonruimte voorkomen te worden. Hoewel kamerbewoning en woningsplitsing verschillend zijn en andere toetsingskaders kennen, hebben beide wel eenzelfde soort ruimtelijk effect op de leefbaarheid van het omliggende gebied en is het wenselijk om deze initiatieven op gelijke wijze te reguleren in bestemmingsplannen. Met de regeling in het paraplubestemmingsplan worden kamerbewoning en woningsplitsing via één omgevingsvergunning geregeld.
Er is een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid opgenomen op basis waarvan burgemeester en wethouders bij omgevingsvergunning kunnen afwijken van het verbod op kamerbewoning en woningsplitsing indien de verkamering of splitsing niet leidt tot een onaanvaardbare inbreuk op het woon- en leefklimaat ter plaatse van en in de omgeving van het betreffende gebouw, hetgeen wordt getoetst aan de hand van de 32
vastgesteld I Gestel buiten de Ring 2020 (Humperdincklaan) Gemeente Eindhoven
'Beleidsregels kamerbewoning en woningsplitsing Eindhoven 2021'. Deze regeling moet in opvolgende bestemmingsplannen zoals het onderhavige worden overgenomen om geldend te blijven voor het betreffende plangebied. Om die reden is de regeling uit dit paraplubestemmingsplan in dit bestemmingsplan overgenomen. 3.5.4
Conclusie
Gelet op het bovenstaande voorziet deze ontwikkeling aldus in een actuele behoefte. Zowel kwantitatief als kwalitatief is er behoefte aan de beoogde appartementen en woningen in het centrumstedelijk milieu. Zie hiervoor ook paragraaf 3.2.1.
3.6
Archeologische en cultuurhistorische waarden
3.6.1
Archeologie
Wettelijk en beleidsmatig kader Nationaal beleid Het Verdrag van Valletta (Malta) verplicht de Europese overheden tot het beschermen van archeologisch erfgoed. Hierbij wordt als uitgangspunt gehanteerd dat archeologische waarden in situ bewaard moeten blijven. Dat wil zeggen, dat er naar gestreefd moet worden om de waarden op de locatie te behouden. Als dit niet mogelijk blijkt, bijvoorbeeld bij bouwplannen, dan moeten de waarden worden opgegraven en ex situ worden bewaard. Het Verdrag van Valletta is doorvertaald in de Monumentenwet 1988, zoals deze gewijzigd is in september 2007. Sinds deze wijziging van september 2007 is de gemeente bevoegd gezag op het gebied van cultuurhistorie en archeologie. Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. De uitgangspunten uit het Verdrag van Valletta (Malta) blijven in de Erfgoedwet de basis van de omgang met archeologie. Gemeenten houden een belangrijke rol in het archeologische stelsel. In bestemmingsplannen houden ze rekening met (te verwachten) archeologische waarden door het stellen van regels. Het al dan niet stellen van regels ten aanzien van archeologie dient te rusten op voldoende informatie over de archeologische situatie. Deze informatie kan worden verkregen door gebiedsdekkende kaarten waarop de archeologische (te verwachten) waarden in de ondergrond zichtbaar zijn. Op basis hiervan kan archeologisch beleid worden ontwikkeld.
Gemeentelijk beleid De gemeente Eindhoven beschikt, als invulling van haar verantwoordelijkheid volgens de Erfgoedwet, over een eigen Archeologische verwachtingen- en waardenkaart. Met deze kaart wil de gemeente het ondergronds cultureel erfgoed van Eindhoven behouden door behoedzame ontwikkeling en beheer. De geactualiseerde Archeologische verwachtingen- en waardenkaart (vastgesteld op 21 juni 2022) wordt beschouwd als een bureauonderzoek op gemeentelijk schaalniveau en geldt vanaf het moment van vaststelling als onderlegger voor nieuwe bestemmingsplannen en - na inwerkingtreding van de Omgevingswet - het omgevingsplan. Op de archeologische verwachtingen- en waardenkaart zijn de archeologische waarden en verwachtingen binnen de gemeentegrenzen aangegeven door middel van categorieën (de categorieën 1 tot en met 8). Ter bescherming van de archeologische waarden worden deze (met uitzondering van categorie 8) op de verbeelding van dit bestemmingsplan opgenomen als dubbelbestemming Waarde - Archeologie. Hieraan zijn per categorie regels gekoppeld. Deze regels geven aan wanneer archeologisch onderzoek verplicht is. (Bouw)werkzaamheden die binnen de in de regels vermelde oppervlakten én diepte vallen worden vrijgesteld van archeologisch onderzoek.
Hierdoor kunnen bij ruimtelijke ordeningsprocedures sneller beslissingen worden genomen en kan de archeologie in een vroeg stadium in het proces worden meegenomen. Archeologisch kader De van oorsprong hoger gelegen oude bouwlanden met een dik plaggendek, waaruit een groot vastgesteld I Gestel buiten de Ring 2020 (Humperdincklaan) Gemeente Eindhoven
33
deel van het gemeentelijk grondgebied bestond, blijken een goed geconserveerd bodemarchief te herbergen. Maar ook andere landschappelijke eenheden - zoals de nattere beekdalen en de flanken daarvan, de vennen of het 'restveen' - blijken vaak een waardevol archeologisch gegevensbestand te bevatten. Het gemeentelijk bodemarchief geeft blijk van een bewoningsgeschiedenis van duizenden jaren en herbergt archeologische resten daterend uit de (late) prehistorie, de Romeinse tijd, de vroege middeleeuwen, de late middeleeuwen en nieuwe tijd. Deze gegevens zijn van groot belang voor de reconstructie van het verleden, temeer omdat geschreven bronnen in Eindhoven nagenoeg ontbreken. Een bijzondere betekenis heeft de historische kern van Eindhoven, die als stad al in de loop van de late middeleeuwen een belangrijke regionale economische en bestuurlijke rol vervulde. Daarnaast kent de gemeente uit deze periode een aantal (verdwenen) hoeven, kasteeltjes, kerken, (water)molens en dergelijke die zowel archeologisch en cultuurlandschappelijk van hoge waarde zijn.
Archeologische waarnemingen binnen en ook buiten de van oorsprong laatmiddeleeuwse historische kernen bieden mogelijkheden om meer te weten te komen over de ontstaansgeschiedenis, ontwikkeling en bewoningsdynamiek tussen de plattelandsdorpen en de stad in wording en kunnen daarmee een verrijking vormen voor de lokale en regionale geschiedenis. Daarnaast zijn in de gemeente resten van ondergronds militair erfgoed te verwachten. In de Tweede Wereldoorlog lag hier bijvoorbeeld een militair vliegveld ('Fliegerhorst Eindhoven') en de gemeente maakte deel uit van het operatieterrein 'Market Garden' van het geallieerde bevrijdingsleger. Archeologisch (voor)onderzoek Toetsing aan de archeologische verwachtingen- en waardenkaart heeft ertoe geleid dat een archeologisch vooronderzoek door middel van een bureau- en (verkennend) booronderzoek is uitgevoerd. In het plangebied kunnen, afhankelijk van de opgetrede bodemverstoringen, archeologische waarden aanwezig zijn uit de periode Laat-Paleolithicum – Nieuwe Tijd. De archeologische verwachting voor alle perioden is echter relatief laag. De kans op archeologische waarden is het grootst in delen van de bodem die relatief onverstoord zijn door de 20e-eeuwse bouw. Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek is een inventariserend veldonderzoek uitgevoerd in de vorm van een verkennend booronderzoek.
Dit veldonderzoek heeft tot doel informatie te verkrijgen over de bodemopbouw en de mate van verstoring. Hiermee kan de archeologische verwachting worden getoetst en waar nodig aangepast worden. Er zijn 6 boringen per hectare geplaatst op locaties waar de bodem niet is verstoord door de bouw van een kelder of door de bestaande riolering. Met een totale oppervlakte van 2,28 hectare betekent dit in totaal 14 boringen. Mogelijk is onder de 20e-eeuwse bebouwing nog archeologie aanwezig. Onder de Internationale School is de bodem mogelijk verstoord tot op 80 cm diepte, het is echter mogelijk dat alleen voor de funderingen gaten zijn gegraven tot deze diepte en de rest van het terrein vanaf 40 cm onder maaiveld nog intact is. Onder het Grafisch Lyceum is de bodem mogelijk vanaf 40 cm onder maaiveld intact. Ook hier zijn mogelijk nog archeologische waarden aanwezig. Uit het booronderzoek volgt dat de bovengrond bestaat uit een recente bouwvoor, en ophoogzand, gevolgd door een zeer humeuze dikke eerdlaag. Daaronder vertoont zich een scherpe begrenzing met het geelbeige dekzand. Deze gronden zijn duidelijk gevormd in zeer natte omstandigheden, en daarom waarschijnlijk niet aantrekkelijk voor bewoning. Uit de AHN blijkt dat het plangebied iets hoger gelegen is dan het omringende gebied, ca. 20 tot 30 cm hoger. Er kan wat ophoging hebben plaatsgevonden in het plangebied.
Er zijn geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische waarden aangetroffen tijdens het booronderzoek. Ook lijken de aanwezige gronden gevormd te zijn in relatief natte omstandigheden, die ongeschikt zijn voor bewoning. Ter plaatse van de in dit booronderzoek onderzochte delen zijn geen aanwijzingen aangetroffen voor eventuele locaties voor de mogelijke aanwezigheid van archeologische vindplaatsen en kan de archeologische 34
vastgesteld I Gestel buiten de Ring 2020 (Humperdincklaan) Gemeente Eindhoven
verwachting worden bijgesteld naar laag. Er worden geen archeologische waarden bedreigd door de voorgenomen planontwikkeling. De tijdens het booronderzoek aangetroffen bodems zijn gevormd in relatief natte omstandigheden en bestaan uit gooreerd/beekeerdgronden. Ook is er een scherpe grens met de C-horizont, die in enkele boringen verspoeld lijkt. Er worden dan ook geen archeologische waarden verwacht binnen het plangebied. De geplande ingrepen kunnen worden uitgevoerd. Meldingsplicht toevalsvondsten Het door Sweco opgestelde rapport van het archeologisch bureau- en booronderzoek is door de gemeente Eindhoven getoetst. Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat in het plangebied sprake is van een lage verwachting op het aantreffen van archeologische waarden. Conform het advies van Sweco, kan de gemeente Eindhoven nu adviseren om geen archeologisch vervolgonderzoek binnen het plangebied uit te laten voeren. Het terrein kan derhalve worden vrijgegeven voor wat betreft het aspect archeologie. In het bestemmingsplan hoeft daarom geen dubbelbestemming waarde archeologie te worden opgenomen. Er geldt te allen tijde een wettelijke meldingsplicht voor archeologische toevalsvondsten. Mochten tijdens grondwerkzaamheden archeologische resten (vondsten, grondsporen et cetera) worden aangetroffen, dan dienen deze (op grond van de meldingsplicht ingevolge art.
5.10 Erfgoedwet 2016) direct gemeld te worden aan de Minister van OCW en bij de (afdeling Omgevingskwaliteit) gemeente Eindhoven. Vervolgens zal bepaald worden of, en zo ja welke, aanvullende maatregelen getroffen dienen te worden.
3.6.2
Cultuurhistorie
Op 29 november 2022 is de cultuurhistorische waardenkaart van Eindhoven geactualiseerd. De kaart dient als beleidskader om bij ruimtelijke ontwikkelingen in de stad rekening te kunnen houden met de cultuurhistorie van Eindhoven. De kaart bestaat uit twee deelwaardenkaarten, te weten de waardenkaart historisch cultuurlandschap en de waardenkaart historische stedenbouw en erfgoed. Op de waardenkaart historisch cultuurlandschap zijn aangegeven en gewaardeerd de historische landschappelijke gebieden (incl. historische nederzettingslocaties) en elementen (landschapselementen infrastructuur, waterstaat, opgaand groen, religie en funerair erfgoed en reliëf), die belangrijk zijn voor de herkenbaarheid van de historische ontwikkeling van Eindhoven Op de waardenkaart historische stedenbouw en erfgoed zijn aangegeven de beschermde rijksen gemeentelijke monumenten, beschermde stads- en dorpsgezichten, gemeentelijke archeologische monumenten, cultuurhistorisch waardevolle objecten, historisch waardevolle kunstwerken, historische wegen en waterlopen, historisch-stedenbouwkundige structuren en waardevol aangelegd groen en bomen, die belangrijk zijn voor de herkenbaarheid van de historische ontwikkeling van Eindhoven.
vastgesteld I Gestel buiten de Ring 2020 (Humperdincklaan) Gemeente Eindhoven
35
Figuur 3.8 Uitsnede van de cultuurhistorische waardenkaart historische stedenbouw en erfgoed met een globale weergave van het plangebied. Het plangebied valt onder stedenbouwkundig gebied. Het plangebied is gelegen naast een weg geldend met kenmerk historisch wegenstructuur na 1900. Op de cultuurhistorische waardenkaart historische stedenbouw en erfgoed valt het plangebied onder de categorie 'aan de weg gerelateerde bebouwing'. In de cultuurhistorische analyse Genderdal wordt ingegaan op de cultuurhistorische kenmerken van de Karel de Grotelaan en omgeving. Genderdal ligt aan de rand van het voormalige dorp Gestel in het zuidwesten van de gemeente Eindhoven, aan de buitenzijde van de stadsring. Het gebied vormt samen met Hagenkamp één van de zogenaamde ‘bloembladen’ rond de binnenstad. De Karel de Grotelaan werd in de jaren vijftig aangelegd als de ‘nerf’ van het blad. Genderdal wordt begrensd door: het tracé van de stadsring met de Limburglaan en de Boutenslaan aan de noordzijde; de historische linten van de Hoogstraat, Laagstraat en de Blaarthemseweg aan de oosten zuidzijde; de groene zone aan weerszijden van het Afwateringskanaal en het beekdal van de Gender aan de westzijde. Aan weerszijden van de Karel de Grotelaan kwam tussen 1955 en 1960 een nieuwe woonwijk tot ontwikkeling. Ten noorden van de ring werd de wijk Hagenkamp afgebouwd.
Ten zuiden hiervan verrees de nieuwe wijk Genderdal. De wijken Hagenkamp en Genderdal vormden samen één bloemblad in het uitbreidingsmodel van Eindhoven. Genderdal vormde één parochie, waarvan de kerk (architectenbureau Geenen & Oskam, 1961-1963), de lagere scholen en twee buurtcentra waren gepland in het gebied ten noordwesten van de Karel de Grotelaan. De historische bebouwing aan de Hoogstraat en de nieuwbouw ten zuidoosten daarvan vormden eveneens een parochie rond de bestaande St. Lambertuskerk en een nieuw winkelplein. De Karel de Grotelaan kenmerkt zich door de naoorlogse hoven, de blokstructuur, licht, ruimte en het assymetrische profiel. Ter hoogte van de Humperdincklaan kenmerkt het gebied zich door de naoorlogse structuur met blokken in het groen. In de cultuurhistorische analyse wordt gesteld dat de Karel de Grotelaan mist aan continuïteit in de uitstraling ter plaatse van de Aireybuurt door de toevoeging van een ventweg en de onderbreking in de bomenrij, en ter plaatse van de Glinkastraat omdat het lage schoolgebouw niet meedoet in de stedelijke rand: continuïteit over de volle lengte doortrekken. De complexen aan weerszijden van de Karel de Grotelaan ten zuiden van de rotonde kunnen bij 36
vastgesteld I Gestel buiten de Ring 2020 (Humperdincklaan) Gemeente Eindhoven
vervangende nieuwbouw als voorbeeld dienen. In het stedenbouwkundig ontwerp wordt de zogenaamde Parkway en haar kwaliteiten gerespecteerd en waar mogelijk versterkt. Hierbij is sterk rekening gehouden met de cultuurhistorsiche waarde van het gebied. De bebouwing sluit qua ligging aan bij de bestaande bebouwing aan de Karel de Grotelaan, waardoor de continuïteit langs de Parkway wordt hersteld. De cultuurhistorische elementen worden met dit plan niet aangetast. Gezien het vorenstaande heeft cultuurhistorie geen belemmeringen voor onderhavig planvoornemen.
3.7
Verkeer en parkeren
De mobiliteitsvisie 'Eindhoven op Weg' is in 2013 door de gemeenteraad vastgesteld en recent geactualiseerd (Actualisatie Eindhoven op weg 2022). Hierin is het verkeersbeleid voor de komende decennia (planhorizon 2040) vastgelegd. Deze visie vormt het bestuurlijke beleidskader voor alle verkeers- en mobiliteitsopgaven. In de volgende paragrafen zijn de essentiële elementen voor het gebied beschreven. Autoverkeer Het plangebied wordt omsloten door de gebiedsontsluitingswegen Keizer Karel V Singel (onderdeel van de Ring) en de Karel de Grotelaan en door de erftoegangswegen (30-km zone) Glinkastraat en Humperdincklaan. De verkeersafwikkeling is beschreven in de verkeersnotitie, opgenomen in bijlage 3. Het bouwplan brengt 1450 verkeersbewegingen met zich mee. In de bestaande situatie rijden er afgerond 2000 voertuigen per etmaal over de Humperdincklaan en afgerond 4000 over de Glinkastraat. Het extra verkeer als gevolg van het plan kan verkeerskundig probleemloos aan deze straten worden toegevoegd. De twee kruispunten die het bouwplan toegang geven tot de genoemde gebiedsontsluitingswegen, worden ook drukker. De afwikkelcapaciteit van deze kruisingen is, ook in de toekomst, voldoende om het extra verkeer te kunnen verwerken.
De verkeersafwikkeling kan geoptimaliseerd worden door aanpassing van de infrastructuur waardoor de wachtrijen in de spits korter worden, maar dit is niet noodzakelijk. De bestaande infrastructuur is toereikend voor de bereikbaarheid van het plan. Fietsverkeer De gemeente Eindhoven wil het gebruik van de fiets stimuleren. In de mobiliteitsvisie 'Eindhoven op Weg' is het fietsnetwerk van Eindhoven opgenomen dat bestaat drie soorten fietsroutes. In volgorde van belangrijkheid; snelfietsroutes, primaire fietsroutes en secundaire fietsroutes. Deze fietsroutes zijn weergegeven in onderstaande afbeelding. Het plangebied ligt nabij de primaire fietsroute langs de Ring en de Karel de Grotelaan die onderdeel uitmaakt van het secundaire fietsroutenetwerk.
vastgesteld I Gestel buiten de Ring 2020 (Humperdincklaan) Gemeente Eindhoven
37
Figuur 3.9 Regio en Randwegen fiets Openbaar vervoer Eindhoven op Weg gaat uit van twee netwerken voor het openbaar vervoer: een Hoogwaardig Openbaar Vervoer netwerk (HOV) en een netwerk van ontsluitende buslijnen. Het plangebied wordt aan de noordwestzijde ontsloten door de doorstroomas van het OV over de Karel de Grotelaan en Meerveldhovenseweg. Er bevindt zich een HOV-halte ter hoogte van het plan aan de Karel de Grotelaan.
Autoparkeren De ruimte in de stad is beperkt en kostbaar. De gemeente moet dan ook de schaarse ruimte efficiënt gebruiken. Daarom worden bij een plan eisen aan het aantal te realiseren parkeerplaatsen gesteld. Het college van burgemeester en wethouders heeft in 2019 de Actualisatie Nota Parkeernormen 2019 vastgesteld. 38
vastgesteld I Gestel buiten de Ring 2020 (Humperdincklaan) Gemeente Eindhoven
De Actualisatie Nota Parkeernormen 2019 is vanaf 4 oktober 2019 van kracht en past in de ontwikkeling naar een groenere, bereikbare en duurzame stad. We hebben te maken met een grote verdichtingsopgave in Eindhoven en tegelijk moeten we het centrum van Eindhoven goed bereikbaar houden. Er is straks minder plaats voor autoverkeer en parkeren in en om het autoluwe centrum. Daarom streven we nu naar het aanleggen van zo min mogelijk nieuwe parkeerplaatsen en we zetten zoveel mogelijk in op duurzame alternatieve vervoerswijzen: lopen, fietsen en openbaar vervoer. In de nota is dat uitgewerkt in de zogenaamde verplichte "HOV-reductie" (minder parkeerplaatsen bij stations en Hoogwaardig openbaar vervoer-haltes) en het stimuleren van gebruik van deelauto's voor bewoners. Als tweede aanpassing willen we de bestaande (privé) parkeercapaciteit beter en efficiënter gaan benutten ten opzichte van realisatie van parkeerplaatsen op eigen terrein. De derde belangrijke aanpassing is dat ontwikkelaars een bijdrage in het mobiliteitsfonds moeten storten, bij gebruik van reeds aanwezige openbare parkeerplaatsen of bij afkoop van een deel van de parkeeropgave. Het mobiliteitsfonds is bestemd voor de ontwikkeling van stadsbrede mobiliteitsvoorzieningen.
Verder is van belang dat elk bestaand adres of een nieuw adres waar een omgevingsvergunning is afgegeven na 2016 in het POET-overzicht (parkeren op eigen terrein) komt. Adressen uit dit overzicht kunnen geen (nieuwe) parkeervergunning aanvragen en hebben geen recht op een bezoekersregeling binnen betaald parkeergebieden. Bestaande parkeervergunningen worden niet meer verlengd. Dat gaan we in een vroeg stadium communiceren met de nieuwe bewoners. Volgens de gemeentelijke parkeernormen bestaat de parkeeropgave inclusief HOV-reductie uit 318 parkeerplaatsen. Het plan zet in op deelmobiliteit met 7 deelauto's (waarmee netto 21 parkeerplaatsen worden bespaard) en gebruikt 10 openbare parkeerplaatsen in de omgeving die nog beschikbaar zijn. Het grootste deel (280 plaasten) van de parkeeropgave wordt opgelost in twee parkeergarages op eigen terrein met plek voor 229 auto's en de overige op maaiveld. Met de afkoop van de resterende 7 parkeerplaatsen via het mobiliteitsfonds is de parkeerbalans sluitend waarmee het plan voldoet aan de gemeentelijke parkeernorm. Voorts komen de woningen niet in aanmerking voor een parkeervergunning waardoor parkeeroverlast zou kunnen ontstaan. Tot slot worden er een aantal plaatsen voor kort parkeren gerealiseerd. Hier kunnen bezorgen servicediensten kort parkeren om hun goederen of diensten te leveren.
Fietsparkeren De fietsparkeerbehoefte bedraagt volgens de norm 1273 plaatsen. Het grootste deel van deze opgave (1136 plekken) wordt op eigen terrein opgevangen in inpandige fietsenstallingen. Het restant wordt op maaiveld opgelost met fietsparkeerplekken voor bezoekers. In de fietsparkeervoorzieningen wordt rekening gehouden met voldoende ruimte voor verschillende soorten tweewielers zoals bakfietsen. Het plan voldoet hiermee aan de fietsparkeernorm. Conclusie In de regels van het bestemmingsplan zijn regels opgenomen ten aanzien van parkeren, waardoor geborgd wordt dat voldoende parkeerplaatsen worden gerealiseerd en in stand worden gehouden. Het plan is uitvoerbaar voor wat betreft verkeer en parkeren. Er worden geen belemeringen verwacht op het gebied van parkeren en verkeer door de voorgenomen ontwikkeling.
vastgesteld I Gestel buiten de Ring 2020 (Humperdincklaan) Gemeente Eindhoven
39
3.8
Groen
3.8.1
Groenbeleidsplan
Begin 2017 is een actualisatie van Groenbeleidsplan door de gemeenteraad vastgesteld. Dit Groenbeleidsplan 2017 is gemaakt met de veranderende rol van de overheid in het achterhoofd. Het voorziet in vier sporen "het verhaal van de stad", wat de waarde van groen is (functies als uitgangspunt), welke ambitie de gemeente daarmee heeft en het daadwerkelijke groenbeleid. Het groenbeleidsplan heeft als doel het duurzaam veiligstellen en ontwikkelen van een kwalitatief hoogwaardige groenstructuur met daarin passende functies. Hiermee levert de toepassing van het groenbeleid een wezenlijke bijdrage aan een aantrekkelijke en gezonde woon- en werkomgeving als karakteristieke kwaliteit van Eindhoven. Een omgeving die leefbaar en klimaatadaptief is en een volwaardig vestigingsklimaat biedt voor Brainport. Het groenbeleid sluit aan op de geomorfologische structuur van de stad: de structuur van dekzandruggen en beken (Dommel en Gender) die Eindhoven hebben gevormd. Op basis van de tuinstad gedachte is bij de verdere ontwikkeling van Eindhoven sterk ingezet op het behoud van de groene ruimten tussen de voormalige dorpen. Genneper Parken (tussen Stratum en Gestel), Brainport Park (tussen Strijp en Woensel) en De Karpen (tussen Woensel en Tongelre) vormen nog altijd imposante, groene wiggen, die tot diep in de stad reiken.
Het behoud van de robuuste groenstructuur, die vanuit het buitengebied, via de wiggen tot aan de bomen bij de voordeur reikt, is een belangrijk uitgangspunt van het groenbeleidsplan. Het Groenbeleidsplan heeft in principe betrekking op al het groen van Eindhoven, dus niet alleen het groen in eigendom van de gemeente. Omdat niet al het groen bescherming krijgt door een specifieke groenbestemming en de gemeente enkel directe invloed heeft op haar eigen eigendommen, is niet al het groen automatisch beschermd. In het Groenbeleidsplan 2017 zijn onder andere procesafspraken genoemd die een relatie hebben met een ruimtelijke procedure. Het betreft een procesafspraak over groenplannen bij ontwikkeling van gebouwen of gebieden en de procesafspraak over de groenregelingen voor bomen (Verordening Bomen en Nadere regels bomen) en de Regeling Groencompensatiefonds. De genoemde groenplannen dienen een toelichting van de groene inrichting van een ontwikkeling te geven. Behoud van het bestaande groen is het uitgangspunt, evenals het (door)ontwikkelen van de groene kwaliteiten waar nodig. Het Groenbeleidsplan 2017 geeft in een kaart met zes ruimtelijke strategieën de kaders voor de ruimtelijke ontwikkeling in relatie tot groen.
40
vastgesteld I Gestel buiten de Ring 2020 (Humperdincklaan) Gemeente Eindhoven
Figuur 3.10 Ruimtelijke Strategieënkaart Onderhavig plangebied is in het Groenbeleidsplan 2017 aangeduid als deels stad, rood beeldbepalend en deels structureel stadsgroen In dit gebied wordt als ordeningsprincipe de volgende strategie(en) aangehouden: Strategie 1: Stad, rood beeldbepalend In deze gebieden heeft groen een ondersteunende functie aan de stedelijke identiteit ('aankledingsgroen') of een recreatieve functie voor de woonomgeving (parken). Het beleid is gericht op behoud en ontwikkelen van deze groene elementen of functies. Het oppervlak groen binnen deze categorie zou niet verder af moeten nemen. Binnen de aangeduide groenarme buurten wordt gestreefd naar uitbreiding van het groenareaal. Strategie 4: Structureel stadsgroen Deze gebieden zijn bedoeld voor groene dooradering van de stad, voor intensieve recreatie en ontspanning (parken), natuur en waterberging. Het beleid is gericht op het versterken van de functionaliteit van deze gebieden en het verbinden tot robuuste structuren. Toevoeging van niet-groene voorzieningen is slechts mogelijk als sprake is van een zwaarwegend maatschappelijk belang, als er geen alternatieven voorhanden zijn, als door een 'groen-inclusief ontwerp' de groene kwaliteit tenminste wordt gehandhaafd en als compensatie plaatsvindt van de per saldo verloren deel van de groenstructuur.
Het plangebied Het plangebied is overwegend aangeduid als ruimtelijke strategie 'stad, rood beeldbepalend'. Aan de rand van het plangebied aan de Karel de Grotelaan zijn de gronden aangeduid als 'structureel stadsgroen'. Voorafgaand aan de bestemmingsplanprocedure is een boominventarisatie uitgevoerd om het bomenbestand binnen het plangebied in kaart te brengen en te waarderen. Aan de hand van de plankaart is in beeld gebracht welke bomen binnen de woonbestemming vallen in komen te vervallen. Tijdens de vergunningfase zal aan de hand van het definitieve inrichtingsplan een boomeffect analyse worden opgesteld. In een latere fase wordt vervolgens een boombeschermingsplan opgesteld.
vastgesteld I Gestel buiten de Ring 2020 (Humperdincklaan) Gemeente Eindhoven
41
Bij de nader uitwerking van de inrichting zal gekeken worden hoe wordt omgegaan met de hoogteverschillen en bosschages in de zone 'Hoek Glinkastraat – Karel de Grotelaan'. Een afwisselend beeld van open delen met kruidenrijk gras + enkele bomen en dichtere delen met bosplantsoen en boomvormers is hier een mogelijke invulling. Ook bij de invulling van het groen wordt het NL Greenlabel gehanteerd (zie paragraaf 4.6). Zo wordt bij het opstellen van het groenplan ingezet op een positief effect naar de omgeving door middel van de parkzone tussen de bebouwing en de woningen aan de huidige Humperdincklaan. Met deze zone wordt hittestress verminderd. Bij de invulling wordt duurzaam plantmateriaal toegepast waarbij uiteraard wordt gekeken naar de bestaande waarden in het gebied en wordt gezorgd dat het project aansluit bij de lokale natuur. Hiertoe zal bij de uitwerking van de inrichting worden gekeken hoe wordt omgegaan met de hoogteverschillen en bosschages in de zone 'Hoek Glinkastraat – Karel de Grotelaan'. Een afwisselend beeld van open delen met kruidenrijk gras en enkele bomen en dichtere delen met bosplantsoen en boomvormers is hier een mogelijke invulling.
Bij het bewerken van de grond en eventuele aanvoer van grond wordt rekening gehouden met de bestaande bodem en welke maatregelen nodig zijn om het bodemleven de stimuleren en de biodiversiteit te verhogen en of te bevorderen. Per toe te voegen woning zal minimaal 8 m² groen binnen het plangebied worden gerealiseerd. Dit is ook geborgd in de regels van het bestemmingsplan. Beleidsregel groencompensatie Op 13 maart 2018 is de 'Regeling Groencompensatiefonds' vastgesteld. Bij deze regeling hoort de 'Beleidsregel Groencompensatie'. Deze beleidsregel is bedoeld als afwegingskader bij aanvragen voor (ruimtelijke) ontwikkelingen die kunnen leiden tot aantasting van groen. Bij aantasting en verlies van groen is compensatie vereist, de Beleidsregel geeft hiervoor de richtlijnen. 3.8.2
Beleid Bomen
Het gemeentelijk beleid ten aanzien van bomen is vastgelegd in de Verordening Bomen 2021. Deze is op 6 april 2021 door de gemeenteraad vastgesteld en de verordening met bijbehorende regels is op 23 april 2021 in werking getreden. De Verordening en (uitwerking daarvan in) nadere regels voor compensatie is van toepassing op bomen die niet vallen onder de regelgeving van de Wet natuurbescherming (Wnb). De Wet natuurbescherming is van toepassing op: - bossen die buiten de 'bebouwde kom Wnb' liggen; - alle beplantingen van bomen die groter zijn dan 10 are; - bomen in een rijbeplanting, als de rij uit meer dan 20 bomen bestaat. Voor bomen geldt dus of de Wet natuurbescherming of de Verordening Bomen 2021. Voor het vellen van bomen dient, behoudens een aantal vrijstellingen, een melding te worden gedaan bij de Provincie Noord Brabant. Er is een herplantplicht van toepassing. Verordening Bomen 2021 In de Verordening Bomen 2021 is de bescherming van bomen geregeld, doordat voor het kappen van bomen een omgevingsvergunning nodig is. Daarbij kan ook nog worden gezorgd voor herplant van de te kappen bomen (compensatieplicht). De verordening bevat regels over hoe wordt omgegaan met overlast door bomen, de compensatieplicht bij kap, de indieningvereisten bij een vergunningaanvraag, de beoordeling (weigeringsgronden) van een kapaanvraag en het aanbrengen van verlichting in bomen.
Conform de verordening is een vergunning voor kappen van bomen nodig als: bomen vanaf 45 cm stamomtrek op gemeentegrond of op particuliere percelen groter dan 250 m2; een houtopstand die voor de eerste keer wordt teruggesnoeid tot op de hoofdtakken of stam; 42
vastgesteld I Gestel buiten de Ring 2020 (Humperdincklaan) Gemeente Eindhoven
een houtopstand, ongeacht de stamomtrek, die is aangelegd op grond van een herplant-, compensatie en/of instandhoudingsplicht op grond van artikel 6 of een overeenkomst met het college. voor het voorhanden of in voorraad hebben dan wel het vervoeren van een gekapte houtopstand of delen ervan met een plantenziekte is een omgevingsvergunning vereist, voor zover deze plantenziekte zich kan verspreiden is wel een vergunning nodig. Groene kaart Er is een groene kaart waarop ter informatie het volgende is aangegeven: Groenstructuur van de gemeente Eindhoven (groene wiggen, groene dooradering en hoofgroenstructuur); Groenarme gebieden; Centrumgebied; Bebouwde komgrens Wet natuurbescherming; (Particuliere) percelen groter dan 250 m2. De informatie op de groene kaart is nodig om: Te duiden waar de waardevolle bomen staan; Te duiden waar de monumentale bomen staan; Inzicht te geven in de Bebouwde komgrens wet natuurbescherming; Inzicht te geven in de gebieden waar een compensatiefactor geldt in het geval financiële compensatie aan de orde is, het centrumgebied en de groenarme gebieden. Om de kaart actueel te houden wordt de informatie over de bomen op de kaart en de kadastrale situatie op de kaart, zeer frequent bijgewerkt. Zo blijft de kaart up-to-date en betrouwbaar voor zowel interne als externe gebruikers. Compensatieplicht bomen Door het kappen van bomen gaat groen verloren.
Het weggevallen groen moet in beginsel worden gecompenseerd. Aan een omgevingsvergunning voor het kappen van een houtopstand (bomen) kunnen voorschriften worden verbonden. Onder andere kan een compensatieplicht worden opgelegd. In de Nadere regels Verordening bomen 2021 is bepaald wanneer een compensatieplicht ontstaat en hoe die wordt bepaald. Nadere regels voor compensatie De Verordening is uitgewerkt in nadere regels voor compensatie. Deze zijn op 21 april 2021 vastgesteld door het college en op 23 april 2021 in werking getreden. Het college mag op basis van de Verordening bomen 2021 compensatie opleggen zoals uitgewerkt in de 'Nadere Regels voor compensatie'. Het plangebied Voor het plangebied is een bomeninventarisatie uitgevoerd. Geïnventariseerd is welke bomen behouden kunnen en moeten worden.
vastgesteld I Gestel buiten de Ring 2020 (Humperdincklaan) Gemeente Eindhoven
43
Figuur 3.11 Bomeninventarisatie De bomen die niet behouden kunnen worden, worden in het plangebied gecompenseerd. Wanneer fysieke compensatie niet mogelijk is op locatie kan financieel compensatie bepaalt worden aan het Bomencompensatiefonds van de gemeente Eindhoven. De hoogte van het compensatiebedrag is gelijk aan de waarde van de houtopstand conform de verordening bomen 2021 vermenigvuldigd met de compensatiefactor conform de nadere regels voor compensatie. Wanneer in het plangebied sprake is van activiteiten met betrekking tot kappen en compensatie van bomen, is de bescherming van bomen niet geregeld in het bestemmingsplan. De Bomenverordening 2021 is in die gevallen van toepassing.
3.9
Kabels, leidingen en straalpaden
Binnen het plangebied zijn geen planologisch relevante kabels, leidingen of straalpaden aanwezig. Het planvoornemen wordt dan ook niet belemmerd door de aanwezigheid van kabels, leidingen en straalpaden.
3.10
Windhinder en bezonning
3.10.1
Windhinder
Op basis van artikel 3.1. Wro dient in het kader van de zorg voor een goede ruimtelijke ordening bij het opstellen van ruimtelijke plannen windhinder of windgevaar te worden meegenomen in de afwegingen, indien aard of omvang van de bebouwing en van de omgeving hiertoe aanleiding geeft. Het plan heeft een maximale bouwhoogte van 35 meter. Volgens het beslismodel zoals opgenomen in de Nederlandse norm NEN 8100:2006 Windhinder en windgevaar in de gebouwde omgeving wordt, gezien de bouwhoogte van meer dan 30 meter, het uitvoeren van een windklimaatonderzoek als noodzakelijk gezien. Ter indicatie van het te verwachten windklimaat is een kwalitatieve beoordeling van de geplande windsituatie rondom de planlocatie uitgevoerd (bijlage 6). Grootschalig gezien is de locatie binnenstedelijk gelegen, hetgeen in het algemeen gunstig is voor het windklimaat. De dominante windrichting is zuidwest. De hoogste bouwdelen van het plan zijn gezien de dominante windrichting relatief gunstig gelegen in de luwte van de rest van het plan. Ten gevolge van de zuidwestelijke wind is een plaatselijke toename van de windhinder te verwachten bij de noord- en oosthoek, en in de doorgang tussen de rood en blauw aangegeven bouwdelen van zowel bouwveld A als B, en tussen het roze en gele bouwdeel in bouwveld A. Dit wordt met geel aangeven in figuur 3.11.
Dit wordt veroorzaakt doordat de wind, die over de omgevingsbebouwing heen stroomt, door de hogere bouwdelen van het plan wordt tegengehouden, en door drukverschillen naar beneden slaat. In het geval van de noordhoek van beide bouwvelden wordt de toename in hinderkans veroorzaakt door de relatief vrije aanstroom tot aan de noordwestgevels van de roze bouwdelen. Deze toename van windhinder kan zich uiten als een plaatselijk matig windklimaat volgens de categorie doorlopen. Bij de noord- en oosthoek van de planlocatie kan deze windhinder zich uitstrekken over het voet- en fietspad. Mogelijk strekt de windhinder bij de noordhoek van bouwveld A zich eveneens uit over het voet- fietspad. Windaanstroming uit andere windrichtingen zal nauwelijks bijdragen aan de hinderkans. Verder rondom de planlocatie, behalve op de eerdergenoemde plekken, zal voornamelijk sprake zijn van een goed windklimaat, voor zowel het criterium doorlopen als het criterium slenteren.
44
vastgesteld I Gestel buiten de Ring 2020 (Humperdincklaan) Gemeente Eindhoven
Figuur 3.12 Verwachtte windsituatie bij zuidwestenwind Op basis van de windstatistiek, de oriëntatie en hoogte van de geplande nieuwbouw en omgevingsfactoren is bepaald dat het optreden van windhinder in het openbaar gebied aan de voet van de hoogbouw op voorhand niet uit te sluiten is. Een exacte duiding van de hinderkans kan alleen worden vastgesteld met een aanvullend onderzoek op basis van windtunnel- of CFD simulaties. De windhinder wordt oplosbaar geacht op basis van de eerste beoordeling. Aanvullend onderzoek wordt uitgevoerd als onderdeel van de omgevingsvergunning voor bouwen. Alvorens een omgevingsvergunning voor bouwen wordt verleend, wordt getoetst of het plan voldoet aan de beleidsregel 'gemeentelijke normen windhinder'. Er moet sprake zijn van een acceptabel windklimaat. In de regels is hiervoor een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Gelet op het bovenstaande wordt het plan uitvoerbaar geacht voor het aspect windhinder. 3.10.2
Bezonning
Er bestaan geen wettelijke normen die zien op een minimum aantal zonuren per dag in een woning of op een balkon. De wetgever heeft ervoor gekozen regulering hiervan over te laten aan bestuursorganen. Dit betekent dat bestuursorganen op dit onderwerp beleidsruimte hebben. Deze beleidsruimte heeft de gemeente Eindhoven ingevuld door in 2017 de 'beleidsregels voor bezonning woningen' vast te stellen. Volgens deze beleidsregels is ten aanzien van zonlicht in de woning onder andere het volgende bepaald: In de periode van 19 februari t/m 21 oktober moet minimaal 2 uur zonneschijn per dag aanwezig kunnen zijn op de gevel, ter hoogte van het midden van de vensterbank van het raam van de woonkamer. In de gemeentelijke beleidsregels ten aanzien van zonlicht op het balkon is het volgende bepaald: In de periode van 21 maart t/m 21 september moet minimaal 2 uur zonlicht aanwezig kunnen zijn op enig punt op het balkon. Zonlicht op het balkon mag in de nieuwe situatie in tijdsduur niet meer dan 50% verminderen dan in de bestaande situatie. Voor de planontwikkeling is een studie gedaan naar schaduwwerking (bijlage 7):
vastgesteld I Gestel buiten de Ring 2020 (Humperdincklaan) Gemeente Eindhoven
45
46
vastgesteld I Gestel buiten de Ring 2020 (Humperdincklaan) Gemeente Eindhoven
Figuur 3.13 Schaduwwerking in het plangebied. De studie toont aan dat wordt voldaan aan de beleidsregels.
vastgesteld I Gestel buiten de Ring 2020 (Humperdincklaan) Gemeente Eindhoven
47
48
vastgesteld I Gestel buiten de Ring 2020 (Humperdincklaan) Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 4
Milieuparagraaf
4.1
Milieueffectrapportage
4.1.1
Wettelijk kader
Met een milieueffectrapportage (m.e.r.) worden de milieugevolgen van een plan in beeld gebracht. De m.e.r. is gebaseerd op Europese regelgeving. In Nederland is de m.e.r. geregeld in de Wet milieubeheer (Wm) en in het Besluit m.e.r.. De Wm gaat vooral in op de procedure en de inhoudsvereisten. In het Besluit m.e.r. is geregeld in welke gevallen een m.e.r. moet worden opgesteld. Bij het Besluit m.e.r. is een bijlage opgenomen waarin de criteria voor een m.e.r.-plicht (onderdeel C) en een m.e.r.-beoordelingsplicht (onderdeel D) staan. Een beoordelingsplicht houdt in dat moet worden nagegaan of er sprake is van (mogelijke) belangrijke milieugevolgen. Als deze niet kunnen worden uitgesloten, dan geldt een m.e.r.-plicht. De onderdelen C en D zijn onderverdeeld in 4 kolommen: Kolom 1: de activiteit zelf Kolom 2: drempelwaarden activiteit Kolom 3: de kaderstellende plannen (zoals een bestemmingsplan) Kolom 4: de besluiten De drempelwaarden van activiteiten die zijn opgenomen in onderdeel D zijn indicatief. Indien een activiteit wordt genoemd in onderdeel D, maar beneden de drempelwaarde van kolom 2 valt, moet een vormvrije m.e.r.-beoordeling plaatsvinden. Dit geldt zowel voor kaderstellende plannen, zoals een bestemmingsplan, als voor besluiten. In bijlage D van het Besluit m.e.r. is een groot aantal activiteiten genoemd waarvoor een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt.
Eén van de genoemde activiteiten betreft 'de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject, met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen' (activiteit D11.2). Deze activiteit is m.e.r.-beoordelingsplichtig in geval deze betrekking heeft op een oppervlakte van 100 ha of meer of wanneer het een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat. Het planvoornemen ligt onder de plandrempels waarvoor conform het Besluit m.e.r. een m.e.r.-beoordelingsprocedure noodzakelijk is. De (indicatieve) drempelwaarden uit het Besluit mer worden niet overschreden, zodat een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.-beoordeling' dient te worden uitgevoerd. Voor het plan is een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd (bijlage 4). 4.1.2
Conclusie
Gezien de omvang van de activiteiten in relatie tot de drempelwaarden en te verwachten effecten, zijn belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu uit te sluiten (zie ook bijlage 4). Nader onderzoek in een MER/m.e.r.-beoordeling is dan ook niet noodzakelijk.
4.2
Bedrijven en milieuzonering
Op basis van milieuzonering wordt bepaald welke categorieën bedrijven en/of inrichtingen in het plangebied zijn toegestaan. Dit houdt in dat er voldoende ruimtelijke scheiding moet zijn tussen milieubelastende bedrijven/inrichtingen en woongebieden. Hoe zwaarder de toegestane milieucategorie, hoe groter de afstand. Bij het bepalen van deze afstand wordt gebruik gemaakt van de VNG - brochure 'Bedrijven en milieuzonering', editie 2009. In deze brochure worden richtafstanden gegeven tot de omgevingstypen rustige woonwijk en gemengd gebied. Bij een gemengd gebied geldt een kortere afstand dan bij een rustige vastgesteld I Gestel buiten de Ring 2020 (Humperdincklaan) Gemeente Eindhoven
49
woonwijk. Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies voor. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen behoren ook tot gemengd gebied. 4.2.1
Staat van bedrijfsactiviteiten
De indeling van de bedrijven c.q. bedrijfsactiviteiten is vastgelegd in de Staat van bedrijfsactiviteiten. Deze staat is gebaseerd op bovengenoemde VNG - brochure. In deze staat worden bedrijfsactiviteiten ingedeeld in een zestal categorieën met potentiële milieuemissies. Op grond van deze staat wordt een beleidsmatige selectie gemaakt van die bedrijfsactiviteiten die in het plangebied worden toegestaan. De bedrijven zijn op basis van de Standaard Bedrijfs Indeling (SBI -codes) in deze staat gerangschikt. Per bedrijfsactiviteit is voor elke ruimtelijk relevante milieucomponent (geur, stof, geluid en gevaar) een richtafstand aangegeven. Deze afstand moet in beginsel worden aangehouden tussen een bedrijf en milieugevoelige objecten (veelal woningen) om hinder en schade aan mensen binnen aanvaardbare normen te houden. Bij het bepalen van deze richtafstanden zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: het betreft 'gemiddelde' moderne bedrijfsactiviteiten met gebruikelijke productieprocessen en voorzieningen; de richtafstanden hebben betrekking op het omgevingstype 'rustige woonwijk'; de richtafstanden bieden in beginsel ruimte voor normale groei van de bedrijfsactiviteiten. De grootste afstand van de milieucomponenten vormt de indicatie voor de aan te houden afstand van de bedrijfsactiviteit tot een milieugevoelig object. Elk bedrijf c.q.
bedrijfsactiviteit wordt in een bepaalde milieucategorie ingedeeld. De milieucategorie is direct afgeleid van de grootste afstand. categorie 1: grootste afstand 10 meter; categorie 2: grootste afstand 30 meter; categorie 3.1: grootste afstand 50 meter; categorie 3.2: grootste afstand 100 meter; categorie 4.1: grootste afstand 200 meter; categorie 4.2: grootste afstand 300 meter; categorie 5.1: grootste afstand 500 meter; categorie 5.2: grootste afstand 700 meter; categorie 5.3: grootste afstand 1.000 meter; categorie 6: grootste afstand 1.500 meter. Met het planvoornemen worden geen bedrijven gerealiseerd die een effect op nabijgelegen gevoelige objecten hebben. Daarnaast zijn er geen andere bedrijven in de omgeving die een belemmering vormen voor de beoogde ontwikkeling.
4.3
Geluid
4.3.1
Wettelijk kader
De normstelling voor geluid is geregeld in de Wet geluidhinder, de Wet milieubeheer en de Wet luchtvaart. Het betreft normen voor industrielawaai, weg- en railverkeerslawaai en luchtvaartlawaai. Er wordt uitgegaan van voorkeursgrenswaarden, waarvan in een aantal gevallen met ontheffing tot een bepaalde maximum hoogte, mag worden afgeweken. De normstelling heeft tot doel nieuwe geluidhindersituaties en daarmee gezondheidsschade te voorkomen. Om dit doel te bereiken worden zones gedefinieerd, waarbinnen plannen met geluidgevoelige bestemmingen moeten worden getoetst aan de normen. Volgens de Wet geluidhinder gelden er voorkeursgrenswaarden en maximale ontheffingswaarden. Bij de voorkeursgrenswaarde mag worden verondersteld dat het percentage gehinderden beperkt is. Wanneer een maximale ontheffingswaarde wordt overschreden dan is er sprake van een 50
vastgesteld I Gestel buiten de Ring 2020 (Humperdincklaan) Gemeente Eindhoven
locatie die in beginsel niet geschikt is voor de vestiging van een geluidgevoelige bestemming. Bij plannen met geluidbelastingen in de bandbreedte tussen voorkeursgrenswaarde en maximale ontheffingswaarde moet er een nadere afweging worden gemaakt in hoeverre bronen/of overdrachtmaatregelen kunnen worden getroffen om de geluidbelastingen te beperken. Voorbeelden van bronmaatregelen zijn een stiller wegdek en een verlaging van de snelheid bij auto's. Geluidschermen en geluidwallen zijn voorbeelden van overdrachtsmaatregelen. In dit bestemmingsplan worden woningen mogelijk gemaakt. Een woning is een geluidgevoelig object. 4.3.2
Wegverkeerslawaai
Het plan ligt in de zone van de Karel de Grotelaan en de Limburglaan, een weg gelegen in (of buiten) stedelijke gebied met een maximumsnelheid van meer dan 30 km per uur. In het kader van "Duurzaam Veilig" zijn alle overige wegen in en nabij het plangebied 30 km per uur wegen geworden. Deze wegen en woonerven hebben volgens de Wet geluidhinder geen zone, zodat deze verder buiten beschouwing kunnen blijven. De Wet geluidhinder maakt onderscheid tussen zogenaamde bestaande situaties en nieuwe situaties. Ingevolge hoofdstuk VI, afdeling 3 ("bestaande situaties") van de Wet geluidhinder hoeft voor de reeds aanwezige geluidgevoelige bebouwing geen nieuw akoestisch onderzoek te worden ingesteld. Voor het planvoornemen is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar wegverkeerslawaai (bijlage 5). Ter plaatse van het plangebied wordt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB voor nieuwe geluidgevoelige bestemmingen overschreden. De geluidsbelasting ten gevolge van verkeer over de Limburglaan en Karel de Grotelaan veroorzaken allen afzonderlijk beschouwd voor een overschrijding van de hoogste toelaatbare geluidsbelasting van Lden 48 dB. De hoogst gevonden waarde is Lden 61 dB ten gevolge van de Karel de Grotelaan. Deze waarde is inclusief correctie art. 3.4 uit het RMG 2012.
Deze waarde is hoger dan de ten hoogste toelaatbare waarde van 48 dB, maar lager dan de maximale ontheffingswaarde van 63 dB. Hiervoor dienen maatregelen te worden onderzocht. Het treffen van bron- en overdrachtsbeperkende maatregelen, zoals het toepassen van een stil wegdek en geluidschermen, biedt geen reële mogelijkheden om de geluidbelastingen te reduceren daarom worden hogere waarden vastgesteld. Alvorens het bestemmingsplan kan worden vastgesteld moet de procedure tot vaststelling van hogere ontheffingswaarden zijn gevolgd. Wanneer ontheffingswaarden worden vastgesteld, die hoger zijn dan 53 dB, dan moeten die woningen volgens het gemeentelijk hogere waardenbeleid worden uitgevoerd met een geluidluwe zijde. Reconstructies van wegen, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder, die leiden tot een toename van de geluidbelasting met 2 dB of meer, worden niet toegestaan. 4.3.3
Railverkeerslawaai
Het plan ligt niet in de zone van een spoorlijn. 4.3.4
Industrielawaai
Het plan ligt niet in de zone van een industrieterrein 4.3.5
Luchtvaartlawaai
Het plangebied ligt op enige afstand (circa 4,3 km) van de luchthaven Eindhoven. Dit is een militaire luchthaven met medegebruik door de burgerluchtvaart (Eindhoven Airport). De Wet luchtvaart regelt het gebruik van luchtvaartuigen en luchtvaartterreinen in Nederland. De wet voorziet in regels over besluitvorming en normen voor alle luchthavens. Op basis van deze wet is voor luchthaven Eindhoven een luchthavenbesluit vastgesteld. De Wet luchtvaart regelt onder andere dat grenswaarden moeten worden vastgesteld voor de maximaal toegelaten geluidbelasting door landende en opstijgende luchtvaartuigen. Deze vastgesteld I Gestel buiten de Ring 2020 (Humperdincklaan) Gemeente Eindhoven
51
geluidsbelasting wordt uitgedrukt in Kosteneenheden (Ke). De nadere regelgeving over de geluidsbelasting staat in het Besluit militaire luchthavens. De grenswaarde voor de maximaal toelaatbare geluidsbelasting voor het burgerluchtverkeer en voor het militaire luchtverkeer is in beginsel 35 Ke. Deze grenswaarde geldt voor woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen (art. 1 Besluit militaire luchthavens jo artikel 1.1 Bouwbesluit 2012) en voor standplaatsen en ligplaatsen. De ligging van de Ke contouren is opgenomen in het luchthavenbesluit Eindhoven. In bijlage 7 is de 35 Ke contour voor het militaire luchtverkeer aangewezen en in bijlage 8 de contour van het commercieel burgerluchtverkeer. De cumulatieve Ke contouren staan in bijlage 3. De 35 Ke contour is tevens in het Barro en Rarro verwerkt. Hierbinnen zijn geen geluidsgevoelige objecten (woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen, alsmede standplaatsen en ligplaatsen) toegestaan. Het plangebied ligt buiten bereik van deze geluidszone. Deze geluidszone werkt daarom niet belemmerend voor onderhavig plangebied.