CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1a - Bestemmingsplan Fietspad HTCE-De Run

Raadsvergadering 2 juli 2024, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan ‘Fietspad HTCE – De Run’28.073 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

5.3.7

Regenwater

Het plangebied ligt niet in de 25-jaarszone van drinkwaterwinning Welschap. Dit betekent dat het hemelwater afkomstig van het fietspad wel mag worden geïnfiltreerd. Tevens watert het fietspad af naar de berm.

5.3.8

Berging

De naast gelegen watergangen worden beschouwd als bergingen voor het huidige fietspad.

5.3.9

Waterkwaliteit

Bij het afwateren van een fietspad in het algemeen, verdient de waterkwaliteit van het afstromend regenwater bijzondere aandacht. Sommige nieuw aan te sluiten verharde oppervlakken kunnen de waterkwaliteit nadelig beïnvloedden (bv. olie van parkeerterrein, en uitloogbare bouwmaterialen zoals zink, lood en koper). In het kader van duurzaamheid worden de initiatiefnemers gestimuleerd om alleen met niet uitloogbare materialen te werken.

5.3.10

Boringsvrije zone

Het plangebied is tevens gelegen in een 'boringsvrije zone'. Een bestemmingsplan dat is gelegen in een 'boringsvrije zone' strekt mede tot het behoud van de beschermende kleilaag in de bodem. Het is niet noodzakelijk om inhoudelijke bescherming via het ruimtelijke spoor op te nemen omdat in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (Iov) al is voorzien in een systeem van melding van dergelijke activiteiten. Van opname in het bestemmingsplan van de boringsvrije zone gaat dan ook vooral een signalerende functie uit.

5.4

Toekomstige situatie van het watersysteem

5.4.1

Verharding

Om de toename van het aantal fietsers op te vangen, wordt het huidige fietspad verbreed van 2,5 naar 3,5 meter over een lengte van ca. 886 meter. Bovendien wordt het nieuwe fietspad ter plaatse van deel 2 verhoogd conform opgaaf van waterschap De Dommel. Dit wil zeggen dat een oppervlak van ca. 3.100 m2 wordt verhoogd. De hoogte van de kering op een bepaald punt is vastgesteld door middel van rechtlijnige interpolatie tussen tracé 1: +18.02 m & +17.97 m en tracé 2: +17.97 m +17.74m. De reden van de verhoging is dat het fietspad een regionaal waterkerende functie heeft en het moet voldoen aan de nieuwe veiligheidsnorm van een keer in de 100 jaar toekomstig klimaat

vastgesteld Fietspad HTCE-De Run Gemeente Eindhoven

53

Figuur 1: Tracé fietspad met verschillende hoogtes.

5.4.2

Berging

Conform de afspraak met het waterschap is in dit plangebied er voor gekozen de waterberging langs het fietspad aan te leggen. Deze bergingsopgave wordt gerealiseerd door middel van drainzand (zie figuur 2), omdat in het kader van klimaatdoestelling 0,2 m3/ m2 berging wordt vereist voor dit plan. Dit betekent in de praktijk dat voor iedere m2 verhard oppervlak, een berging moet wordengecreëerd binnen dit plan. Langs het fietspad wordt ca.797 m3 berging gerealiseerd, terwijl de totale vereiste berging voor dit plan ca. 620 m3 is.

Figuur 2: profiel fietspad en drainzand. 54

vastgesteld Fietspad HTCE-De Run Gemeente Eindhoven

5.4.3

Oppervlaktewater

Het fietspad is omgeven door de volgende watergangen. Ten zuiden van het fietspad de Klotputten/Dommel, ten noorden Het Werdje of DL61_HO9c en ten oosten het Afwateringskanaal. Het fietspad heeft een regionaal waterkerende functie om aan de veiligheidsnorm van T100 toekomstig klimaat te voldoen. Hiervoor moet in een latere fase een watervergunning worden aangevraagd bij het waterschap.

5.4.4

Waterkwaliteit

De aanleg van het fietspad mag de waterkwaliteit niet verslechteren. Er wordt zorg gedragen voor niet uitloogbare materialen en schone grond. De vuilvracht van een intensiever fietspad heeft nauwelijks invloed op de waterkwaliteit. De naast gelegen berm dient afgewerkt te worden, zodat voldoende humus en lutum (beide 2%) aanwezig is. Hier hechten de vuildeeltjes zich gemakkelijker aan, zodat uitloging of uitspoeling van vervuiling wordt tegen gegaan.

5.4.5

Hydrologisch neutraal bouwen

Het nieuwe fietspad heeft een verhard oppervlak van ca. 3.101 m2. Het fietspad (breed 3,5 meter) wordt toonrond aangelegd en een drainzand (breed 2 meter) wordt aangebracht langs het fietspad. Op deze manier wordt een berging gecreëerd waarin het water van het fietspad kan zakken in de bodem.

5.4.6

Advies / overleg Waterschap

In 2020 is met waterschap De Dommel gestart met overleg over dit plan. Naar aanleiding van de beschreven ontwikkelingen zijn de volgende intenties vastgesteld ten aanzien van de waterhuishouding: De duiker DL61-KDU13 (Ø 800 mm) kan verlengen worden met 2 meter; De hoogte van de kering op een bepaald punt kan worden vastgesteld (tracé 1: 18,02 m & 17,97 m; tracé 2: 17,97 m & 17,74 m); Op 19 december 2023 is deze waterparagraaf met waterschap De Dommel besproken en daarop is positief gereageerd.

vastgesteld Fietspad HTCE-De Run Gemeente Eindhoven

55

56

vastgesteld Fietspad HTCE-De Run Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 6

6.1

Juridische vormgeving

Algemeen

Het bestemmingsplan "Fietspad HTCE-De Run" is te typeren als een gedetailleerd plan. De methodiek van het bestemmingsplan is gebaseerd op de SVBP2012. Waar dat noodzakelijk is wordt afgeweken van de standaard en is specifiek ingespeeld op de situatie binnen het onderhavige plangebied.

6.2

Planmethodiek

Er is, conform de Wro, gekozen voor een analoge en digitale verbeelding van het plan. Aan de bestemmingen zijn bouw- en gebruiksregels gekoppeld die direct inzichtelijk maken welke ontwikkelingen zijn toegestaan. Verbeelding en regels bieden een directe bouwtitel voor bebouwing en gebruik. Al dan niet in combinatie met een nadere - eisen - regeling.

6.3

Verbeelding

Op de analoge en digitale verbeelding hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. Deze aanduidingen hebben slechts juridische betekenis indien en voor zover hier in de regels naar wordt verwezen. In verband met de leesbaarheid is het plan op een topografische ondergrond getekend. De bestemmingen en de aanduidingen zijn ingedeeld in hoofdgroepen volgens de SVBP2012 en zijn op de verbeelding opgenomen in het renvooi. Opgemerkt wordt dat de analoge en digitale verbeelding qua verschijning van elkaar verschillen. Dit heeft ermee te maken dat de manier van raadplegen anders is. De digitale verbeelding is juridisch bindend.

6.4

Planregels

De planregels zijn ondergebracht in inleidende regels, bestemmingsregels, algemene regels en overgangs- en slotregels.

Inleidende regels (Artikel 1 en 2) De Inleidende regels bestaan uit begrippen en de wijze van meten. Dit is om te voorkomen dat er discussie ontstaat over de interpretatie van de regels. In 'Begrippen' (Artikel 1) wordt een omschrijving gegeven van de in de regels gehanteerde begrippen. Als in de regels begrippen voorkomen die niet in dit artikel zijn opgenomen, dan geldt hiervoor de uitleg/interpretatie conform het normale taalgebruik. In 'Wijze van meten' (Artikel 2) zijn de te gebruiken meetmethodes opgenomen. De regels bij de bestemming wordt hierna afzonderlijk toegelicht.

Bestemmingsregels

Bestemming 'Natuur - 1' (Artikel 3) vastgesteld Fietspad HTCE-De Run Gemeente Eindhoven

57

Deze bestemming beperkt zich tot grond die ingevolge de provinciale Interim omgevingsverordening behoort tot het ruimtelijke werkingsgebied Natuur Netwerk Brabant (NNB). Deze gronden genieten een hoge mate van bescherming tegen ontwikkelingen die een inbreuk kunnen betekenen op de ecologische waarden en kwaliteiten ervan. Extensief medegebruik (bijvoorbeeld wandelen en fietsen) is een belangrijk functioneel onderdeel hiervan. Bestemming 'Natuur - 2' (Artikel 4) De gronden die ingevolge de provinciale Interim omgevingsverordening (IOV) behoren tot de ruimtelijke structuur Groenblauwe mantel zijn voorzien van de bestemming 'Natuur - 2' en zijn gericht op het behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van natuur- en watersystemen en het landschap. Ook hier is extensief recreatief medegebruik van belang. Van een aantal gebieden zijn de specifieke waarden en kenmerken beschreven. Die beschrijvingen zijn toegevoegd in een bij de regels behorende bijlage (Bijlage 3). Aan de hand hiervan kan worden beoordeeld of ontwikkelingen ter plaatse al dan niet aanvaardbaar zijn.

Bestemming 'Verkeer - Verblijfsgebied' (Artikel 5) Deze bestemming rust op het fietspad, de fietsbrug en de daarbij behorende bermen en taluds.

Dubbelbestemmingen 'Leiding - Leidingstrook' (Artikel 6) De hierop betrekking hebbende regels hebben tot doel de leidingen te beschermen. Daarvoor is een beschermingszone van in totaal 15 meter (7,5 aan weerzijden van het hart van de leiding).

Dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 6 en -7' (Artikel 7 en Artikel 8) Deze dubbelbestemming rust op gronden waarvan verwacht wordt daar sprake is van een mogelijke concentratie aan archeologische sporen en vondsten. Deze bestemmingen bieden een beschermingsniveau.

Dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie - 2' (Artikel 9) Het betreft de gebieden die zijn opgenomen als (landschaps)elementen met hoge en zeer hoge waarde, weergegeven op de 'Cultuurhistorische waarderingskaart historisch landschap' (kaart 2b, blad 1 t/m 4 en kaart 2c, blad 1 t/m 4) met de bijbehorende rapportage, en opgenomen in bijlage 10.

Dubbelbestemming 'Waarde - Ecologische verbindingszone'(Artikel 10) De dubbelbestemming is gericht op realisatie, behoud en beheer van ecologische verbindingszones. Voor de ecologische verbindingszones geldt een beperkt beschermingsregime, gericht op het bieden van basisbescherming. De strekking van de regels is om onevenredige aantasting van die ecologisch van belang zijnde verbindingsfuncties te voorkomen. Dit overeenkomstig de provinciale verordening; Natuur Netwerk Brabant ecologische verbindingszone (artikel 3.25 IOV). Dubbelbestemming 'Waarde - Natuur en landschap' (Artikel 11) Een aantal gebieden hebben bijzondere natuur- en landschappelijke waarden en kenmerken waarvan het van belang is om die te beschermen tegen ongewenste ontwikkelingen. De 58

vastgesteld Fietspad HTCE-De Run Gemeente Eindhoven

dubbelbestemming in combinatie met de in de bijlage bij de regels vervatte beschrijving van die waarden en kenmerken vormen het beoordelingskader of een ontwikkeling/activiteit op grond van de andere ter plaatse van toepassing zijnde bestemming al dan niet is toegestaan. Dubbelbestemming 'Waterstaat - Water' (Artikel 12) Door het toekennen van deze dubbelbestemming is een combinatie tussen een basisbestemming en een waterbestemming gewaarborgd. Vaak waar de bestemming 'Verkeer' de bestemming 'Water' kruist, is voor deze dubbelbestemming gekozen (o.a. bij Beatrixkanaal). Dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterbergingsgebied' (Artikel 13) Om te kunnen voorzien in voldoende waterbergend vermogen zijn bepaalde gebieden aangewezen en voorzien van deze dubbelbestemming opdat die in voorkomende gevallen gronden kunnen dienen voor de tijdelijke opvang van water. Het gaat hier om de in de provinciale verordening opgenomen aanduidingen 'Regionale waterbering' (artikel 3.35 IOV) en 'Reservering waterbering' (artikel 3.36 IOV). De onderliggende bestemmingen zijn ondergeschikt aan deze dubbelbestemming. De regels zijn gericht op het beperken van functies en activiteiten die ten koste kunnen gaan van het waterbergend vermogen van het gebied.

Binnen regionale waterberging gelden meer beperkingen dan in de reserveringsgebieden waterberging, omdat deze gebieden concreet nodig zijn om wateroverlast tegen te gaan. Binnen reservering waterberging is een afweging mogelijk. Daarom geldt dat betrokkenheid van de waterschappen, als primair verantwoordelijk bestuursorgaan voor de inrichting van de waterbergingsgebieden, nodig is. Dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering' (Artikel 14) In het plangebied ligt een kering. Deze kering (met beschermingszone), die per 21 april 2020 is vastgelegd als 'Legger waterkering 2020', is met deze dubbelbestemming op de verbeelding en regels geborgd.

Algemene regels Onder de Algemene regels zijn de Anti-dubbeltelregel, Algemene gebruiksregels, Algemene aanduidingsregels, Algemene afwijkingsregels en de Voorwaardelijke verplichting waterberging. Deze regels gelden voor het hele plan.

Onder Algemene aanduidingsregels (Artikel 17) is een aantal aanduidingsregel opgenomen die voortkomen uit de provinciale verordening, zoals:

Overige zone - attentiezone waterhuishouding (artikel 17.3) Deze attentiezone strekt tot bescherming van de waterhuishouding en sluit functies en activiteiten uit die een negatief effect hebben op de hydrologische instandhoudingsdoelen van het hierbinnen gelegen Natuur Netwerk Brabant. Dit overeenkomstig de geldende provinciale verordening (artikel 3.26 IOV). Doel van de attentiezone is om ontwikkelingen die een negatieve invloed hebben op de binnen de attentiezone gelegen natte natuurparels tegen te gaan. Stromingen in het grondwatersysteem kunnen veranderen door verandering van bodemopbouw of het doorboren van lagen (bij grondverzet of diepploegen). Voor activiteiten die een negatief effect op de (grond)waterstand in een natte natuurparel kunnen hebben, is een vergunning nodig. Bij het toelaten van functies die een negatief effect kunnen hebben op de waterhuishouding, geldt dat overleg met het waterschap nodig is. vastgesteld Fietspad HTCE-De Run Gemeente Eindhoven

59

Overige zone - behoud en herstel watersystemen (artikel 17.4) Het werkingsgebied 'Behoud en herstel watersystemen' is gebaseerd op het Provinciaal milieu- en waterplan en gebaseerd op: waterlopen met de functie waternatuur, (natte) ecologische verbindingszones en gebieden die in de reconstructie- en gebiedsplannen zijn aangeduid als 'ruimte voor beek- en kreekherstel'. In deze gebieden is het beleid vanuit een regionaal belang gericht op behoud, verbetering en herstel van het natuurlijke watersysteem. Het werkingsgebied behoud en herstel van watersystemen overlapt voor een deel met het Natuur Netwerk Brabant - ecologische verbindingszone en de groenblauwe mantel. Binnen behoud en herstel van watersystemen zijn dan aanvullend, specifieke regels gesteld ter bescherming van het belang, zoals het ophogen van gronden. De Algemene afwijkingsregels bevatten bepalingen op basis waarvan in bepaalde gevallen binnenplans kan worden afgeweken van de bepalingen uit de bestemmingsregels. Onder de Overige regels zijn eisen opgenomen die gelden met betrekking tot het aspect parkeren. Voor het aantal parkeerplaatsen wordt in de regels verwezen naar de vigerende parkeernormen.

Overgangs- en slotregels In de Overgangs- en slotregels (Hoofdstuk 4) zijn het overgangsrecht en de slotregel opgenomen.

60

vastgesteld Fietspad HTCE-De Run Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 7

Handhaving

Handhavingsnota Leefomgeving 2018-2021 In Eindhoven streven we naar een aantrekkelijke stad waar inwoners en bezoekers zich welkom, thuis en veilig voelen. Voor het behoud van een prettige leefomgeving zijn regels nodig. Het voorkomen van overtredingen en de bereidheid om regels na te leven heeft een hoge prioriteit. Hoe dit wordt vormgegeven staat in de 'nota Handhaving Leefomgeving 2018-2021'. De nota is op 27 februari 2018 door het college vastgesteld. Het is een integraal beleidsplan waarin op hoofdlijnen de keuzes voor het handhaven van de fysieke leefomgeving staan beschreven. Op basis van de nota wordt jaarlijks een uitvoeringsplan opgesteld waarin de aanpak wordt geconcretiseerd. Uitgangspunten Bij de vertaling van dit beleidskader naar een concreet, jaarlijks uitvoeringsplan worden een aantal uitgangspunten in acht genomen. De belangrijkste uitgangspunten zijn: Informatie gestuurd De gemeente Eindhoven ziet informatie gestuurde handhaving als een belangrijke pijler. Er zijn ontwikkelingen op het gebied van ICT en data analyse. Door gemeentelijke en andere informatiebronnen te ontsluiten, te analyseren en te combineren kunnen we een problematiek eerder (of preventief) en gerichter aanpakken. Gebiedsgericht Om optimaal in te kunnen spelen op vraagstukken van inwoners zet de gemeente Eindhoven binnen het ruimtelijk domein al geruime tijd in op gebiedsgericht toezicht.

Dit doen we door - vanuit een actieve samenwerking met wijkteams - te kijken naar naleefgedrag, oorzaken en oplossingen gerelateerd aan geografische gebieden. Er zijn verschillende vragen, doelgroepen en belangen. Kennis wordt gedeeld en ervaringen van inwoners en bedrijven worden verzameld. Deze input is van invloed op de prioriteiten in het jaarlijkse uitvoeringsplan, waar mogelijk toegespitst op een specifieke wijk. Per wijk kunnen er dus op basis van gebiedsanalyses en bijvoorbeeld buurtcontracten verschillende bouwstenen zijn voor het uitvoeringsplan. Risico- en oplossingsgerichte benadering De gemeente Eindhoven benadert toezicht en handhaving risico- en oplossingsgericht. De prioriteiten worden in beginsel gebaseerd op een inschatting van de veiligheids- en gezondheidsrisico's voor inwoners. Ook aspecten als leefbaarheid, duurzaamheid en omgevingskwaliteit wegen in belangrijke mate mee. Daarnaast worden prioriteiten mede gebaseerd op wat inwoners en bedrijven belangrijk vinden. Eindhoven hecht eraan om vraagstukken waar mogelijk gezamenlijk op te lossen. Er zijn onderwerpen die in algemene zin aandacht vragen. Brandveilig gebruik van woongebouwen verdient (nog) meer aandacht, in de context van kwetsbare groepen die langer zelfstandig blijven wonen. Ook aanpak van jeugdoverlast, duurzaamheid en de bestaande bouw zijn voorbeelden.

Er wordt gezocht naar de beste oplossing die nodig is voor het versterken van de veiligheid in de leefomgeving van onze inwoners. Hiermee ontstaat een risicoanalyse op basis waarvan vervolgens de prioriteiten binnen het toezicht worden gesteld. Consequent en doelmatig Uitvoeringsplannen en jaarverslagen bevatten een overzicht van de inzet en capaciteit voor handhaving. In het verlengde van informatie gestuurde en oplossingsgerichte handhaving vergt doelmatige handhaving een analyse van resultaten. Meetbare doelen om te vastgesteld Fietspad HTCE-De Run Gemeente Eindhoven

61

beoordelen of de beschikbare capaciteit zo doelmatig mogelijk wordt ingezet. We beogen in de komende jaren een ontwikkeling door te maken in de vierslag capaciteit – prioriteit – risicoanalyse - nalevingsniveau. Dit moet onder andere leiden tot meer inzicht in de relatie tussen handhavingsinspanningen en het nalevingsniveau (effect). Prioritering De gemeente Eindhoven maakt keuzes om ervoor te zorgen dat de beschikbare capaciteit zo adequaat mogelijk wordt ingezet. Om goede prioriteiten te stellen is inzicht noodzakelijk in mogelijke problemen, de risico's en negatieve effecten. Hierdoor kan beter ingespeeld worden op de grootste ergernissen en notoire overtreders en draagt handhaving bij aan een verhoogd gevoel van veiligheid. Met inachtneming van de uitgangspunten zijn in de nota prioriteiten gesteld. Aan de hand van deze prioriteiten, het budget uit de programmabegroting, incidentele bestuurlijke prioriteiten en het naleefgedrag van burgers en bedrijven, wordt jaarlijks het uitvoeringsplan voor toezicht en handhavingsprogramma opgesteld. Uitvoeringsplan In het uitvoeringsplan wordt op hoofdlijnen opgenomen waar de capaciteit dat jaar wordt ingezet.

Daarbij is een onderverdeling gemaakt in: Object en informatiegericht - Bouwen en Wonen - Openbare leefomgeving - Bedrijven Gebiedsgericht - Pilot Veiligheid en leefbaarheid - Actiegebieden Themagericht Bij ieder onderdeel worden jaarlijks een aantal belangrijke ontwikkelingen op het gebied van toezicht en handhaving opgenomen. Dat kan bijvoorbeeld gaan om woonoverlast bij de Activiteiten Bouwen & Wonen. Of duurzaamheid en energiebesparing bij de Activiteiten Bedrijven. Bovengenoemde onderverdeling komt in elk uitvoeringsplan terug. Per jaar wordt aangegeven welke prioriteit een onderdeel heeft en hoeveel capaciteit er wordt ingezet. Duidelijke regels Om overtredingen te voorkomen en goed te kunnen handhaven is het belangrijk dat regels duidelijk zijn. Het moet duidelijk zijn wat wel en niet mag. Regels dienen niet voor verschillende uitleg vatbaar te zijn. Bij het opstellen van bestemmingsplannen is daarom gekozen voor een zo helder mogelijke juridische methodiek. De regels zijn zo geschreven, dat deze in de praktijk goed toetsbaar zijn. De juridische toelichting op het bestemmingsplan en de begrippenlijst geven nadere uitleg over de regels en over de begrippen die gebruikt worden.

62

vastgesteld Fietspad HTCE-De Run Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 8

Financiële aspecten

Bij de vaststelling van een bestemmingsplan, waarin een 'bouwplan' mogelijk wordt gemaakt, moet de gemeenteraad eveneens een exploitatieplan vaststellen. Dit heeft te maken met de wettelijke verplichting om de kosten, die de gemeente moet maken om deze ontwikkeling mogelijk te maken, te verhalen op de eigenaar/ontwikkelaar. Artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) bepaalt voor welke 'bouwplannen' een exploitatieplan moet worden vastgesteld. De ontwikkeling die met voorliggend bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt is geen 'bouwplan' als bedoeld in artikel 6.2.1. Bro. Hierdoor hoeft geen exploitatieplan voor dit bestemmingsplan te worden vastgesteld. De kosten voor zowel het opstellen als het realiseren van het bestemmingsplan worden bekostigd uit reeds beschikbare en toegezegde bijdragen en subsidies.

vastgesteld Fietspad HTCE-De Run Gemeente Eindhoven

63

64

vastgesteld Fietspad HTCE-De Run Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 9 Procedure en maatschappelijke uitvoerbaarheid

9.1

Bekendmaking ex artikel 1.3.1 Bro

Op grond van artikel 1.3.1. van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet van het voornemen een bestemmingsplan voor te bereiden, kennis worden gegeven. De kennisgeving van de voorbereiding van onderhavig bestemmingsplan is geplaatst in het Gemeenteblad van 25 januari 2023 (nr. 31132). Er zijn geen stukken betreffende het voornemen ter inzage gelegd, noch de mogelijkheid open gesteld om zienswijzen tegen het voornemen in te dienen of instanties om advies te vragen.

9.2

Overleg ex artikel 3.1.1 Bro

Op grond van artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moeten burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met de rijks- en provinciale diensten die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Gezien de aard en omvang van het planvoornemen alsmede het feit dat er met het plan geen Rijksbelangen in het geding zijn, heeft geen vooroverleg met het Rijk plaatsgevonden. Met het waterschap De Dommel heeft vooroverleg plaatsgevonden. Tevens is de waterparagraaf en de bijbehorende watertoets beoordeeld door het waterschap. De resultaten hiervan zijn opgenomen in hoofdstuk 5. Het concept van het ontwerp bestemmingsplan is in het kader van het wettelijk vooroverleg aan de provincie voorgelegd.

9.3

Samenspraak

Per 1 oktober 2008 is de "Verordening Samenspraak en Inspraak gemeente Eindhoven 2008" in werking getreden. Het doel hiervan is het betrekken van burgers bij de besluitvorming. De participatie voor dit project heeft gelopen van 2018 tot 2023. Bij de start van dit project werden voornamelijk Trefpunt Groen Eindhoven en de fietsersbond betrokken en werden inwoners geïnformeerd. In 2020 is door het college besloten om dit proces te veranderen. Om de route zoveel mogelijk aan te laten sluiten bij de behoefte van bewoners en belanghebbenden zijn zij uitgenodigd om me te denken (consulterende rol) over de voorkeursroute, met een vast begin- en eindpunt. Ook is toen de projectwebsite actief ingezet. Na het uitgebreide proces om tot een voorkeursroute te komen is de rol van de bewoners veranderd naar een insprekende rol. Een samenvatting van dit traject is participatieverslag (zie bijlage 11 bij de toelichting van dit plan gevoegd en is samen met het geoptimaliseerd definitief ontwerp gedeeld met de omgeving via de website en via het mailadres van de fietsroute.

vastgesteld Fietspad HTCE-De Run Gemeente Eindhoven

65

66

vastgesteld Fietspad HTCE-De Run Gemeente Eindhoven

Bijlagen toelichting

Bijlage 1

Bureauonderzoek Archeologie

Bijlage 2

Verkeersveiligheidsaudit SO fietsroute

Bijlage 3

Verkeersveiligheidsaudit SO fietsroute DE Run - HTCE

Bijlage 4

Aanvulling verkeersveiligheidsaudit DO fietsroute

Bijlage 5

BEA

Bijlage 6

Memo plus stikstofdepositieberekening

Bijlage 7

Natuurtoets

Bijlage 8

Vervolgonderzoek

Bijlage 9

Nader onderzoek ecologie

Bijlage 10 Cultuurhistorisch onderzoek uitgevoerd door RAAP (rapportnr. 3258: 'De groene zoom van Eindhoven - Een cultuurhistorische waardenkaart van het buitengebied van Eindhoven, alsmede enkele groene delen van de bebouwde kom'). Bijlage 11

Participatieverslag Fietsroute De Run-HTCE

Deze bijlagen zijn te raadplegen op de landelijke website ruimtelijkeplannen.nl

vastgesteld Fietspad HTCE-De Run Gemeente Eindhoven

67

68

vastgesteld Fietspad HTCE-De Run Gemeente Eindhoven

Regels

vastgesteld Fietspad HTCE-De Run Gemeente Eindhoven

69

70

vastgesteld Fietspad HTCE-De Run Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 1

Artikel 1 1.1

Inleidende regels

Begrippen

aanduiding

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.2

aanduidingsgrens

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.3

aardkundige waarden

landschapswaarden die samenhangen met (abiotische) milieukenmerken, zoals geologie, geomorfologie, reliëf, grondwaterhuishouding, (kwelgebieden), bodemopbouw/bodemsamenstelling, afzonderlijk of in onderlinge samenhang. 1.4

abiotische waarde

geheel van waarden in verband met het abiotische milieu (=niet levende natuur), in de vorm van specifieke aardkundige verschijnselen zoals steilranden en bodemovergangen. 1.5

archeologisch onderzoek

onderzoek verricht door een daartoe gecertificeerde instantie en werkend volgens de geldende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA). 1.6

archeologische verwachting

de aan een gebied toegekende verwachting in verband met de kans op het voorkomen van archeologische relicten (resten uit het verleden). 1.7

archeologische waarde

de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende archeologische relicten (resten uit het verleden). 1.8

bebouwing

één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.9

beeldbepalende boom

Bomen met een hoge esthetische en belevingswaarde voor de directe omgeving of voor de wijk. De bomen zijn door hun leeftijd, omvang of verschijningsvorm onvervangbaar voor het karakter van de omgeving en vormen bovendien een buitengewoon structurerend element voor de openbare ruimte. Het criterium beeldbepalend zegt tevens iets over de zichtbaarheid. Een beeldbepalende boom dient voor >50% van de omvang zichtbaar te zijn vanaf openbaar terrein. 1.10

behoud ex situ

behoud van archeologische informatie door middel van een opgraving.

vastgesteld Fietspad HTCE-De Run Gemeente Eindhoven

71

1.11

behoud in situ

behoud van archeologische resten op dezelfde plaats door planaanpassing (behoudsmaatregelen). 1.12

belemmeringenstrook

een strook grond ten behoeve van het onderhoud van een buisleiding waarbinnen geen bebouwing mag worden opgericht en/of werken en werkzaamheden (niet zijnde bouwen) mogen worden uitgevoerd die van invloed kunnen zijn op de ongestoorde ligging van de buisleiding. 1.13

beperkt kwetsbaar object

a. verspreid liggende woningen, woonschepen en woonwagens, voor zover zij niet behoren tot een Bevi-inrichting en met een dichtheid van maximaal twee woningen, woonschepen of woonwagens per hectare; b. bedrijfswoningen, voor zover zij niet behoren tot een Bevi-inrichting; c. kantoorgebouwen, hotels en restaurants, winkels en bedrijfsgebouwen voor zover zij niet onder het begrip kwetsbaar object vallen en voor zover zij niet behoren tot een beviinrichting; d. sporthallen, sportterreinen, zwembaden en speeltuinen; e. kampeerterreinen en andere terreinen bestemd voor recreatieve doeleinden, voor zover zij niet onder het begrip kwetsbaar object vallen; f. objecten die met het onder a. tot en met e. genoemde gelijkgesteld kunnen worden uit hoofde van de gemiddelde tijd per dag gedurende welke personen daar verblijven, het aantal personen dat daarin meestal aanwezig is en de mogelijkheden voor zelfredzaamheid bij een ongeval, voor zover die objecten geen kwetsbare objecten zijn; g. objecten met hoge infrastructurele waarde, waaronder in ieder geval telefoon- en elektriciteitscentrale of een gebouw met vluchtleidingsapparatuur, voor zover die objecten wegens de aard van de gevaarlijke stoffen die bij een ongeval kunnen vrijkomen, bescherming verdienen tegen de gevolgen van dat ongeval. 1.14

bestaand

bij bouwwerken: legale bouwwerken die aanwezig of in uitvoering zijn op het tijdstip van ter visie legging van het ontwerp van het bestemmingsplan, dan wel bouwwerken zoals die mogen worden gebouwd krachtens een vergunning; bij gebruik: legaal gebruik van grond en opstallen zoals aanwezig tijdens de inwerkingtreding van het bestemmingsplan. 1.15

bestemmingsgrens

de grens van een bestemmingsvlak. 1.16

bestemmingsplan

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.17

bestemmingsvlak

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.18

bouwen

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.19

bouwgrens

de grens van een bouwvlak.

72

vastgesteld Fietspad HTCE-De Run Gemeente Eindhoven

1.20

bouwvlak

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.21

bouwwerk

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.22

cultuurhistorische waarde

de aan een bouwwerk of gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis heeft gemaakt van dat bouwwerk of gebied. 1.23

dagrecreatie

Een vorm van recreëren die zich beperkt tot één dag (zonder overnachting), dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld kamperen en dergelijke waarbij men zich voor meerdere dagen van huis begeeft. 1.24

ecologische waarden en kenmerken

aanwezige en potentiële waarden, gebaseerd op de beoogde natuurkwaliteit voor het gebied, waartoe behoren natuurdoelen en natuurkwaliteit, geomorfologische processen, waterhuishouding, kwaliteit van bodem, water en lucht, rust, mate van stilte, donkerte, openheid, landschapsstructuur en belevingswaarde 1.25

evenementen

een evenement zoals bedoeld in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). 1.26

extensief agrarisch grondgebruik

die vormen van agrarisch grondgebruik die het behoud en/of ontwikkeling van de aanwezige natuur- en landschapswaarden beogen en waarbij voor de grondbewerking slechts in geringe mate gebruik wordt gemaakt van agrarische middelen en de verbouw van (vollegronds)teeltproducten in hoofdzaak gericht op de instandhouding en/of vergroting van de natuur-, landschappelijke en cultuurhistorische waarden. 1.27

extensief recreatief medegebruik

die vormen van recreatie welke in hoofdzaak zijn gericht op natuur- en landschapsbeleving, zoals wandelen en fietsen. 1.28

gebouw

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.29

gebruiken

het gebruiken, in gebruik geven of laten gebruiken. 1.30

gebruiksfunctie

een gebruiksfunctie passend binnen een bestemming waarbij sprake is van een auto- en fietsparkeerbehoefte conform de Actualisatie Nota Parkeernormen (2019). 1.31

geluidgevoelige functies

bewoning of andere geluidgevoelige functies zoals bedoeld in de Wet geluidhinder c.q. het Besluit geluidhinder.

vastgesteld Fietspad HTCE-De Run Gemeente Eindhoven

73

1.32

gemeentelijk adviseur archeologie

een door het college van burgemeester en wethouders aangewezen aantoonbaar ervaringsdeskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg. 1.33

gemeentelijk archeologisch monument

archeologisch monument dat overeenkomstig de erfgoedverordening als beschermd monument is aangewezen en is ingeschreven in het gemeentelijk erfgoedregister. 1.34

gevaarlijke stoffen

gevaarlijke stoffen zijn stoffen waarvan het gebruik, het transport of de opslag (overslag e.d.), risico's met zich meebrengt. Het kan gaan om explosiegevaar, brand, giftigheid of radioactiviteit. 1.35

kleinschalig kamperen

Kleinschalig kamperen is een kampeerfunctie, uitsluitend als nevenfunctie bij een agrarisch bedrijf. 1.36

kunstobject

een bouwwerk, geen gebouw zijnde, of onderdelen van bouwwerken die worden aangemerkt als uitingen van één der beeldende kunsten. 1.37

kunstwerk

bouwwerk, geen gebouw zijnde ten behoeve van civieltechnische en/of infrastructurele doeleinden, zoals een brug, een dam, een duiker, een tunnel, een via- of aquaduct, een sluis, dan wel een daarmee gelijk te stellen voorziening. 1.38

landschappelijke waarden

gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde van het landschap, gericht op ruimtelijke, ecologische, cultuurhistorische en recreatieve aspecten. 1.39

natuurwaarde

de aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door geologisch, geomorfologische, bodemkundige en biologische elementen, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang. 1.40

nutsvoorzieningen

voorzieningen ten behoeve van algemeen nut in ruime zin zoals: voorzieningen / installaties ten behoeve van gas, water en elektriciteit, signaalverdeling, telecommunicatieverkeer, waterzuivering, waterbeheersing, waterhuishouding, vuil- en afvalverwerking, compostering, wijkverwarming, milieuvoorzieningen e.d. 1.41

peil

0.30 m' boven de kruin van de weg. 1.42

plan

het bestemmingsplan Fietspad HTCE-De Run met identificatienummer NL.IMRO.0772.80438-0201 van de gemeente Eindhoven. 1.43

rijstrook

gemarkeerd gedeelte van de rijweg dat voldoende plaats biedt aan een enkele rij motorvoertuigen op meer dan twee wielen met uitzondering van in- en uitvoegstroken, voorsorteerstroken en fietspaden.

74

vastgesteld Fietspad HTCE-De Run Gemeente Eindhoven

1.44

voorkeursgrenswaarde

de toelaatbare waarde voor de geluidbelasting, zoals deze rechtstreeks kan worden afgeleid uit de Wet geluidhinder c.q. het Besluit geluidhinder. 1.45

water

al het oppervlaktewater zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen. 1.46

waterberging

voorziening voor het tijdelijk vasthouden van regenwater dat afstroomt vanaf de oppervlakte van een bouwwerk. 1.47

waterhuishoudkundige voorzieningen

voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en waterkwaliteit (zoals duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten, sloten, greppels en vijvers, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen etc.). 1.48

Wet geluidhinder

Wet van 16 februari 1979 (Stb. 99) houdende regels inzake het voorkomen of beperken van geluidhinder, zoals deze luidde op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan. 1.49

Wet milieubeheer

Wet van 13 juni 1979 (Stb. 442) houdende regelen met betrekking tot een aantal algemene onderwerpen op het gebied van de milieuhygiëne, zoals deze luidde op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan. 1.50

Wet ruimtelijke ordening

Wet van 20 oktober 2006 (Stb. 2006, nr. 566) houdende nieuwe regels omtrent de ruimtelijke ordening, zoals deze luidde op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan.

vastgesteld Fietspad HTCE-De Run Gemeente Eindhoven

75

76

vastgesteld Fietspad HTCE-De Run Gemeente Eindhoven

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1

bebouwingspercentage

een aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van het bouwvlak aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd. 2.2

dakhelling

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.3

goothoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeiboord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.4

inhoud van een bouwwerk

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.5

bouwhoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, liftopbouwen, installatieruimten en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.6

oppervlakte van een bouwwerk

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.7

hoogte van een windturbine

vanaf het peil tot aan de (wieken)as van de windturbine. 2.8

ondergeschikte bouwdelen

bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen wordt de overschrijding van de bouwgrens door ondergeschikte bouwdelen, zoals plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, gevel- en kroonlijsten, gevelisolatie, ventilatiekanalen, reclameaanduidingen, luifels, erkers, balkons en overstekende daken e.d. buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van de bouwgrens niet meer dan 1 meter bedraagt.

vastgesteld Fietspad HTCE-De Run Gemeente Eindhoven

77

78

vastgesteld Fietspad HTCE-De Run Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 2

Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels

Natuur - 1

Bestemmingsomschrijving

De voor `Natuur - 1´ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken; b. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; c. extensief recreatief medegebruik; d. instandhouding van (onverharde) wegen, voet- en fietspaden; met daarbij behorende: e. voorzieningen, zoals informatieborden, banken, picknicktafels en prullenbakken.

3.2

Bouwregels

3.2.1

Gebouwen

Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd.

3.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. het oprichten van perceelafscheidingen is niet toegestaan, met uitzondering van afrasteringen met een hoogte van maximaal 1 m; b. voor informatie- en entreevoorzieningen geldt een maximum bouwhoogte van 3 m; c. voor overige bouwwerken, geen gebouw zijnde, niet zijnde zend-, ontvang- en/of sirenemasten, geldt een maximum bouwhoogte van 2 m. d. voor zover de bestaande situatie afwijkt van het bepaalde onder sub a tot en met c, gelden die maten als maxima.

3.3

Afwijken van de bouwregels

Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde lid 3.2.2 onder a tot en met c en een bouwhoogte van 4 m toestaan, mits dit noodzakelijk is voor het natuurbeheer.

3.4

Specifieke gebruiksregels

3.4.1

Strijdig gebruik

Tot een gebruik strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in lid 3.1, wordt in ieder geval gerekend: a. het opslaan, storten of bergen van materialen, producten en mest, behoudens voor zover dit plaatsvindt in het kader van het op de bestemming gerichte gebruik; b. het bedrijfsmatig vervaardigen, opslaan, verwerken of herstellen van goederen en het vastgesteld Fietspad HTCE-De Run Gemeente Eindhoven

79

opslaan en be- en verwerken van producten, behoudens voor zover dit plaatsvindt in het kader van het op de bestemming gerichte gebruik; c. handel en dienstverlening zonder dat direct verband houdt met de bestemming; d. het uitoefenen van lawaaisporten en -hobby's, zoals racen/crossen met en beproeven van motoren en motorvoertuigen en het vliegen met modelvliegtuigen en drones uitgerust met verbrandings- en elektromotoren; e. verblijfsrecreatie, waarbij gebruik gemaakt wordt van kampeermiddelen, met uitzondering van kamperen in scoutingverband. f. het gebruiken of laten gebruiken van gronden voor het plaatsen van teeltondersteunende voorzieningen of zend-, ontvang- en/of sirenemasten .

3.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

3.5.1

Vergunningsvereiste

Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke omgevingsvergunning (voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden) van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: a. het dieper dan 0,3 m afgraven, woelen, ploegen en verlagen van gronden; b. het egaliseren, ophogen en/of anderszins wijzigen van de bodemstructuur; c. het wijzigen van de perceelsindeling zoals die door sloten, greppels en beplantingselementen is aangegeven d. het aanleggen of verharden van paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen met een totale oppervlakte van meer dan 100 m2; e. het graven, verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten, greppels en poelen; f. het dempen van waterlopen, sloten, greppels en poelen; g. het planten van houtgewas, het vellen, rooien of verminken van houtopstand; h. het (onder)bemalen, het onttrekken van grondwater door het slaan van putten en het aanbrengen van drainage; i. het aanbrengen van oeverbeschoeiingen en het aanleggen van kaden en aanlegplaatsen; j. het aanbrengen van (infrastructurele) leidingen, zoals ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- en/of telecommunicatieleidingen en het plaatsen/uitbreiden van de daarbij behorende installaties en apparatuur. 3.5.2

Uitzonderingen

Het in lid 3.5.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden: a. waarvoor ten tijde van inwerkingtreding van het bestemmingsplan een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden is verleend. b. welke ten tijde van inwerkingtreding van het bestemmingsplan legaal in uitvoering waren; c. waarvoor een vergunning is vereist krachtens de Ontgrondingenwet, welke is verleend en van kracht is; d. welke betreffen het normale onderhoud en beheer; e. het aanbrengen van ondergrondse (infrastructurele) transport-, energie- en/of telecommunicatieleidingen, binnen het profiel van bestaande paden en wegen. 3.5.3

Toelaatbaarheid

De in lid 3.5.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend als voldaan wordt aan de criteria: a. de werken of werkzaamheden zijn noodzakelijk in verband met natuurontwikkeling, natuur- en landschapsbeheer of extensief recreatief medegebruik en 80

vastgesteld Fietspad HTCE-De Run Gemeente Eindhoven

b. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de aanwezige waarden en kenmerken zoals beschreven in lid 3.1.

vastgesteld Fietspad HTCE-De Run Gemeente Eindhoven

81

82

vastgesteld Fietspad HTCE-De Run Gemeente Eindhoven

Artikel 4 4.1

Natuur - 2

Bestemmingsomschrijving

De voor `Natuur - 2´ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van het watersysteem en de daarmee samenhangende ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden; b. extensief agrarisch grondgebruik c. extensief recreatief medegebruik; d. water en waterhuishoudkundige voorzieningen met de daarbij behorende: e. voorzieningen, zoals (onverharde) voet- en fietspaden, informatieborden, schuilgelegenheden, banken, picknicktafels en prullenbakken. f. bouwwerken, geen gebouw zijnde.

4.2

Bouwregels

4.2.1

Gebouwen

a. Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd; 4.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. het oprichten van perceelafscheidingen is niet toegestaan, met uitzondering van open afrasteringen met een hoogte van maximaal 1 m; b. voor informatie-, entree- dan wel schuilvoorziening geldt een maximum bouwhoogte van 3 m.; c. voor overige bouwwerken, geen gebouw zijnde, niet zijnde zend-, ontvang- en/of sirenemasten, geldt een maximum bouwhoogte van 2 m.; d. voor zover de bestaande situatie afwijkt van het bepaalde onder sub a tot en met c, gelden die maten als maxima.

4.3

Afwijken van de bouwregels

Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde lid 4.2.2 onder a tot en met c en een bouwhoogte van 4 m toestaan, mits dit noodzakelijk is voor het natuurbeheer.

4.4

Specifieke gebruiksregels

4.4.1

Strijdig gebruik

Tot een gebruik strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in lid 4.1, wordt in ieder geval gerekend: a. het opslaan, storten of bergen van materialen, producten en mest, behoudens voor zover dit plaatsvindt in het kader van het op de bestemming gerichte gebruik; b. het bedrijfsmatig vervaardigen, opslaan, verwerken of herstellen van goederen en het opslaan en be- en verwerken van producten, behoudens voor zover dit plaatsvindt in het kader van het op de bestemming gerichte gebruik; c. handel en dienstverlening zonder dat direct verband houdt met de bestemming; d. het uitoefenen van lawaaisporten en -hobby's, zoals racen/crossen met en beproeven van vastgesteld Fietspad HTCE-De Run Gemeente Eindhoven

83

motoren en motorvoertuigen en het vliegen met modelvliegtuigen en drones uitgerust met verbrandings- of elektromotoren; e. verblijfsrecreatie, waarbij gebruik gemaakt wordt van kampeermiddelen, met uitzondering van kamperen in scoutingverband.

4.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

4.5.1

Werk, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden

Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden) op of in de gronden met de bestemming `Natuur - 2´ de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: a. het dieper dan 0,5 m afgraven, diepploegen, en verlagen van gronden; b. het egaliseren, ophogen en/of anderszins wijzigen van de bodemstructuur; c. het wijzigen van de perceelsindeling zoals die door sloten, greppels en beplantingselementen is aangegeven d. het aanleggen of verharden van wegen, fiets- en wandelpaden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen met een totale oppervlakte van meer dan 100 m2; e. het graven, verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten, greppels en poelen; f. het opslaan, storten of bergen van materialen en producten voor andere doeleinden dan die bedoeld lid 4.1; g. het planten, het vellen, rooien of verminken van houtopstand en hagen; h. het (onder)bemalen, het onttrekken van grondwater door het slaan van putten en het aanbrengen van drainage; i. het aanbrengen van oeverbeschoeiingen en het aanleggen van kaden en aanlegplaatsen; j.

het aanbrengen van (infrastructurele) leidingen, zoals ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- en/of telecommunicatieleidingen en het plaatsen/uitbreiden van de daarbij behorende installaties en apparatuur. 4.5.2

Uitzonderingen

Het in lid 4.5.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden: a. waarvoor ten tijde van inwerkingtreding van het bestemmingsplan een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden is verleend. b. welke ten tijde van inwerkingtreding van het bestemmingsplan legaal in uitvoering waren; c. waarvoor een vergunning is vereist krachtens de Ontgrondingenwet, welke is verleend en van kracht is; d. welke betreffen het normale onderhoud en beheer; e. het aanbrengen van ondergrondse (infrastructurele) transport-, energie- en/of telecommunicatieleidingen, binnen het profiel van bestaande paden en wegen. 4.5.3

Toelaatbaarheid

De in lid 4.5.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien: a. de werken of werkzaamheden noodzakelijk zijn in verband met natuurontwikkeling en/of beheer van natuur, landschap, extensief recreatief medegebruik en watersystemen; b. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de aanwezige waarden zoals beschreven in lid 4.1 onder a.

84

vastgesteld Fietspad HTCE-De Run Gemeente Eindhoven

Artikel 5 5.1

Verkeer - Verblijfsgebied

Bestemmingsomschrijving

De voor `Verkeer - Verblijfsgebied´ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. h. i.

woonstraten; voet- en fietspaden; parkeervoorzieningen; groenvoorzieningen; speelvoorzieningen; kunstobjecten; nutsvoorzieningen; voorzieningen voor het opwekken van duurzame energie; water en waterhuishoudkundige voorzieningen;

met daarbij behorende: j.

bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

5.2

Bouwregels

5.2.1

Nutsvoorzieningen en voorzieningen voor het opwekken van duurzame energie

Op of in deze gronden mogen uitsluitend gebouwen worden gebouwd voor nutsvoorzieningen en voorzieningen voor het opwekken van duurzame energie, waarvoor de volgende regels gelden: a. de maximum bouwhoogte is 3 m; b. de maximum oppervlakte is 15 m2. 5.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan rechtstreeks voor de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer, gelden de volgende regels: a. de maximum bouwhoogte van lichtmasten is 10 m; b. de maximum bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, is 4 m.

5.3

Strijdig gebruik

Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals vermeld in lid 5.1 wordt in ieder geval gerekend het niet realiseren en nadien in standhouden van de mitigerende maatregelen zoals opgenomen in Bijlage 1 bij deze regels, uiterlijk binnen 3 jaar na onherroepelijk worden van het bestemmingsplan.

vastgesteld Fietspad HTCE-De Run Gemeente Eindhoven

85

86

vastgesteld Fietspad HTCE-De Run Gemeente Eindhoven

Artikel 6 6.1

Leiding - Leidingstrook

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Leiding - Leidingstrook' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de aanleg, de instandhouding en bescherming van leidingen met een strook van 7,5 meter ter weerszijden van de aangeduide leiding. In geval van strijdigheid van bepalingen gaan de bepalingen van dit artikel voor de bepalingen die ingevolge andere artikelen op de desbetreffende gronden van toepassing zijn.

6.2

Bouwregels

Binnen deze dubbelbestemming 'Leiding - Leidingstrook' mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde ten behoeve van deze dubbelbestemming worden gebouwd. Voor de gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde geldt dat de maximum hoogte niet meer dan 5 meter mag bedragen. De vloeroppervlakte van gebouwen is maximaal 20 m2.

6.3

Afwijken van de bouwregels

Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder 6.2 en toestaan dat de in de basis bestemming genoemde gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde mogen worden gebouwd, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de leiding en vooraf advies wordt ingewonnen van de leidingbeheerder/directeur van het energiebedrijf.

6.4

Specifieke gebruiksregels

Het is verboden de in deze bestemming begrepen gronden en de daarop voorkomende bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken voor een doel of op een wijze strijdig met deze bestemming.

6.5

Afwijken van de gebruiksregels

a. Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder 6.4 indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke beperking niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd. b. Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder 6.4 en toestaan dat de gronden gebruikt worden conform de basisbestemming, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de leiding en vooraf advies wordt ingewonnen van de leidingbeheerder/directeur van het energiebedrijf.

vastgesteld Fietspad HTCE-De Run Gemeente Eindhoven

87

6.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

6.6.1

Vergunningsvereiste

Het is verboden op de tot 'Leiding - Leidingstrook' bestemde grond, zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden), de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen of te laten uitvoeren, die de veiligheid kunnen schaden of de continuïteit van de energievoorziening in gevaar kunnen brengen: Voor zover het bovengrondse leidingen betreft: a. het aanbrengen van hoogopgaande beplanting of bomen; b. het aanbrengen van bovengrondse constructies, installaties of apparatuur hoger dan 2,5 meter; c. het opslaan van materialen of stoffen, die onder bepaalde omstandigheden gevaar van brand of explosie kunnen opleveren; d. het ophogen en egaliseren, bodemverlaging of afgraven of anderszins wijzigen in maaivelden weghoogte; Voor zover het ondergrondse leidingen betreft: e. het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; f. het uitvoeren van graafwerkzaamheden; g. het uitvoeren van heiwerken of het anderszins indringen van voorwerpen; h. het aanbrengen van diepgewortelde beplanting en of bomen; i. het vellen of rooien van houtgewas. 6.6.2

Uitzonderingen

Het onder lid 6.6.1 vervatte verbod geldt niet voor werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden: a. welke betreffen het normale onderhoud en beheer van de leiding; b. die op het tijdstip waarop het bestemmingsplan rechtskracht verkrijgt in uitvoering zijn. 6.6.3

Toelaatbaarheid

De werken en werkzaamheden als bedoeld in lid 6.6.1 zijn slechts toelaatbaar indien door die werken en werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen geen onevenredige aantasting van de belangen van de leidingen en/of energievoorziening ontstaat of kan ontstaan. Alvorens te beslissen omtrent een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden als bedoeld onder 6.6.1 wordt het advies ingewonnen van de leiding beheerder/ directeur van het energiebedrijf.

88

vastgesteld Fietspad HTCE-De Run Gemeente Eindhoven

Artikel 7 7.1

Waarde - Archeologie 6

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 6' (middelhoge archeologische verwachting) aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van de op en/of in deze gronden voorkomende archeologische waarden. In geval van strijdigheid van bepalingen gaan de bepalingen van dit artikel voor de bepalingen die ingevolge andere artikelen op de desbetreffende gronden van toepassing zijn. 7.2

Bouwregels

7.2.1

Bouwverbod

Op de voor 'Waarde - Archeologie 6' aangewezen gronden is het niet toegestaan om te bouwen, met uitzondering van: a. het bebouwen van gronden waarbij minder dan 2.500 m2 van de grond wordt geroerd, én; b. het bebouwen van gronden waarbij werkzaamheden plaatsvinden tot een maximum diepte van 0,3 m onder maaiveld. 7.3

Afwijken van de bouwregels

7.3.1

Voorwaarden

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd af te wijken van het bepaalde in lid 7.2.1 voor het bouwen van gebouwen, aan- en uitbouwen en bijgebouwen, alsmede bouwwerken geen gebouwen zijnde, mits met een archeologisch onderzoek is vastgesteld dat met oprichting van het bouwwerk geen onevenredige verstoring plaatsvindt van de archeologische waarden. Als het oprichten van het bouwwerk waarvoor een afwijking wordt gevraagd, kan leiden tot onevenredige verstoring van archeologische waarden, dan worden aan de afwijking de volgende regels verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden (behoud in situ), en/of; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen (behoud ex situ).

7.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

7.4.1

Vergunningvereiste

Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden dieper dan 0,3 m onder maaiveld over een oppervlakte van 2.500 m2 of meer, uit te voeren: a. het uitvoeren van grondwerkzaamheden, zoals het aanleggen van drainage, diepwoelen, mengen van grond, diepploegen en ontginnen; b. het verlagen of afgraven, ophogen of egaliseren van de bodem; c. het graven, verbreden, verdiepen en dempen van sloten, vijvers en andere wateren; d. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen; e. het rooien en vellen van diepwortelende beplantingen en bomen, waarbij de stobben worden verwijderd; f. het omzetten van gras- of akkerland in een teelt waarbij grond wordt afgevoerd, zoals boomteelt en graszodenteelt; g. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van voorwerpen in de grond; h. het aanbrengen van bovengrondse of ondergrondse transportleidingen en de daarmee vastgesteld Fietspad HTCE-De Run Gemeente Eindhoven

89

verband houdende constructies; het uitvoeren van werkzaamheden ter verlaging van de grondwaterstand; het slopen van gebouwen, het verwijderen van funderingen en bodemverhardingen waarbij grondroering plaatsvindt; k. het aanbrengen van verhardingen. i. j.

7.4.2

Uitzonderingen

Het in lid 7.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die: a. b. c. d.

van ondergeschikte betekenis zijn dan wel behoren tot het normale onderhoud; mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan; benodigd zijn voor het uitvoeren van een archeologisch onderzoek zoals bedoeld in lid 7.3.

7.4.3

Toelaatbaarheid

De in lid 7.4.1 genoemde werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden zijn slechts toelaatbaar indien door die werken, geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen geen onevenredige aantasting van de archeologische waarden kan ontstaan, met dien verstande dat: a. indien het niet mogelijk is om de middels archeologisch vooronderzoek vastgestelde aanwezige archeologische waarden geheel of gedeeltelijk ter plekke te behouden, wordt aan de vergunning het voorschrift gebonden dat voorafgaand aan het uitvoeren van de werken en/of werkzaamheden een archeologische opgraving zal plaatsvinden; b. alvorens een vergunning wordt verleend, wordt advies ingewonnen bij de gemeentelijke adviseur archeologie.

90

vastgesteld Fietspad HTCE-De Run Gemeente Eindhoven

Artikel 8 8.1

Waarde - Archeologie 7

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 7' (lage archeologische verwachting) aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van de op en/of in deze gronden voorkomende archeologische waarden. In geval van strijdigheid van bepalingen gaan de bepalingen van dit artikel voor de bepalingen die ingevolge andere artikelen op de desbetreffende gronden van toepassing zijn. 8.2

Bouwregels

8.2.1

Bouwverbod

Op de voor 'Waarde - Archeologie 7' aangewezen gronden is het niet toegestaan om te bouwen, met uitzondering van: a. het bebouwen van gronden waarbij minder dan 25.000 m2 van de grond wordt geroerd, én; b. het bebouwen van gronden waarbij werkzaamheden plaatsvinden tot een maximum diepte van 0,3 m onder maaiveld. 8.3

Afwijken van de bouwregels

8.3.1

Voorwaarden

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd af te wijken van het bepaalde in lid 8.2.1 voor het bouwen van gebouwen, aan- en uitbouwen en bijgebouwen, alsmede bouwwerken geen gebouwen zijnde, mits met een archeologisch onderzoek is vastgesteld dat met oprichting van het bouwwerk geen onevenredige verstoring plaatsvindt van de archeologische waarden. Als het oprichten van het bouwwerk waarvoor een afwijking wordt gevraagd, kan leiden tot onevenredige verstoring van archeologische waarden, dan worden aan de afwijking de volgende regels verbonden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden (behoud in situ), en/of; b. de verplichting tot het doen van opgravingen (behoud ex situ). 8.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

8.4.1

Vergunningvereiste

Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden dieper dan 0,3 m onder maaiveld over een oppervlakte van 25.000 m2 of meer, uit te voeren: a. het uitvoeren van grondwerkzaamheden, zoals het aanleggen van drainage, diepwoelen, mengen van grond, diepploegen en ontginnen; b. het verlagen of afgraven, ophogen of egaliseren van de bodem; c. het graven, verbreden, verdiepen en dempen van sloten, vijvers en andere wateren; d. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen; e. het rooien en vellen van diepwortelende beplantingen en bomen, waarbij de stobben worden verwijderd; f. het omzetten van gras- of akkerland in een teelt waarbij grond wordt afgevoerd, zoals boomteelt en graszodenteelt; g. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van voorwerpen in de grond; h. het aanbrengen van bovengrondse of ondergrondse transportleidingen en de daarmee verband houdende constructies; i. het uitvoeren van werkzaamheden ter verlaging van de grondwaterstand; vastgesteld Fietspad HTCE-De Run Gemeente Eindhoven

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14175651/1