Bijlage 1a - Bestemmingsplan Buitengebied Eindhoven 2023
Tekst van het document
bedrijfsactiviteit wordt in een bepaalde milieucategorie ingedeeld. Bedrijfscategorie
Ten minste aan te houden ruimtelijke scheiding (in meters) ten opzichte van een milieugevoellig object (richtafstanden)
1
10
2
30
3.1
50
3.2
100
4.1
200
4.2
300
5.1
500
5.2
700
5.3
1.000
6
1.500
De staat van bedrijfsactiviteiten van de VNG is als bijlage bij de regels van dit plan gevoegd.
4.3
Geluid
4.3.1
Wettelijk kader
De normstelling voor geluid is geregeld in de Wet geluidhinder, de Wet milieubeheer en de Wet luchtvaart. Het betreft normen voor industrie-, luchtvaart-, weg- en railverkeerslawaai. Er wordt uitgegaan van voorkeursgrenswaarden, waarvan met ontheffing tot een bepaalde maximum hoogte in een aantal gevallen mag worden afgeweken. De normstelling heeft tot doel nieuwe geluidhindersituaties en daarmee gezondheidsschade te voorkomen. Om dit doel te bereiken worden zones gedefinieerd, waarbinnen plannen met nieuwe bestemmingen waar geluidgevoelige gebouwen kunnen worden opgericht (zoals woningen, woonwagens, woonwagenwoningen en gebouwen gericht op onderwijs en gezondheidszorg) moeten worden getoetst aan de normen. Volgens de Wet geluidhinder gelden er voorkeursgrenswaarden en maximale ontheffingswaarden. Bij de voorkeursgrenswaarde mag worden verondersteld dat de geluidbelasting op de gevels van voor 90
vastgesteld Buitengebied Eindhoven 2023 Gemeente Eindhoven
gevoelige functies bestemde gebouwen aanvaardbaar is. Wanneer een maximale ontheffingswaarde wordt overschreden dan is er sprake van een locatie die in beginsel niet geschikt is voor de vestiging van een geluidgevoelige bestemming. Bij plannen met geluidbelastingen in de bandbreedte tussen voorkeursgrenswaarde en maximale ontheffingswaarde moet er een nadere afweging worden gemaakt in hoeverre bronen/of overdrachtmaatregelen kunnen worden getroffen om de geluidbelastingen te beperken. Voorbeelden van bronmaatregelen zijn een stiller wegdek en een verlaging van de snelheid bij auto's. Geluidschermen en geluidwallen zijn voorbeelden van overdrachtsmaatregelen. Het voorliggend bestemmingsplan bevat geen bestemmingen die het mogelijk maken om nieuwe geluidgevoelige bestemmingen te realiseren.
4.3.2
Wegverkeerslawaai
In grote delen van het plangebied, met name in de zone van de A2/N2 met een breedte van 600 m aan weerszijden van de weg, wordt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt overschreden. Dat betekent dat hier geen nieuwe geluidgevoelige bestemmingen kunnen komen. Verder bevinden zich in en nabij het plangebied een aantal wegen waar een snelheidsregime geldt van 50 km per uur en in het kader van "Duurzaam Veilig" zijn enkele daarvan 30 km per uur wegen geworden. Wegen waarop de maximum snelheid is beperkt tot 30 km per uur hebben volgens de Wet geluidhinder geen zone, zodat deze verder buiten beschouwing kunnen blijven. De Wet geluidhinder maakt onderscheid tussen zogenaamde bestaande situaties en nieuwe situaties. Ingevolge hoofdstuk VI, afdeling 3 ("bestaande situaties") van de Wet geluidhinder behoeft voor de reeds aanwezige geluidgevoelige bebouwing geen nieuw akoestisch onderzoek te worden ingesteld. Het onderhavig bestemmingsplan voorziet niet in de mogelijkheid tot het realiseren van geluidgevoelige gebouwen en om die reden is een hogere ontheffingswaardenbesluit niet aan de orde. Reconstructies van wegen, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder, die leiden tot een toename van de geluidbelasting met 2 dB of meer, worden niet toegestaan.
4.3.3
Railverkeerslawaai
Binnen het plangebied bevindt zich een aantal spoorverbindingen. Het gaat om de trajecten Den Bosch-Eindhoven, Tilburg-Eindhoven en Eindhoven-Venlo en Eindhoven-Maastricht. lijnen. Aan weerszijden moet rekening worden gehouden met een zonebreedte zoals vermeld in artikel 1.4a.1 van het Besluit geluidhinder. Het onderhavig bestemmingsplan voorziet niet in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe geluidgevoelige gebouwen en om die reden is een hogere ontheffingswaardenbesluit niet aan de orde. Het bestemmingsplan biedt geen mogelijkheden tot het wijzigen van de spoorwegen, zoals nader omschreven in het Besluit geluidhinder (artikelen 1.1.1.f en 1.1.2).
4.3.4
Industrielawaai
Een geluidszone wordt vastgesteld rond industrieterreinen waar inrichtingen zijn gevestigd die "in belangrijke mate geluidshinder kunnen veroorzaken" zoals bedoeld in de Wet geluidhinder (Wgh). Op het luchtvaartterrein worden sinds decennia vliegtuigmotoren beproefd na (correctief) onderhoud of reparaties. Vanwege dit proefdraaien, is het luchtvaartterrein een inrichting die in belangrijke mate geluidshinder kan veroorzaken. Het luchtvaartterrein is daarom een gezoneerd industrieterrein op grond van de Wet geluidhinder. In dat kader is in 1993 van vastgesteld Buitengebied Eindhoven 2023 Gemeente Eindhoven
91
rechtswege een geluidszone vastgelegd rondom het industrieterrein waar zowel Vliegbasis Eindhoven als Eindhoven Airport bij horen. Op grond van de Wgh behoort het gebied tussen het industrieterrein en de buitengrens van de zone, tot de geluidszone. Het industrieterrein zelf (het luchthavengebied) maakt dus geen deel uit van de zone. Buiten de geluidszone mag de geluidsbelasting als gevolg van het industrieterrein niet meer dan 50 dB(A) bedragen.
Kaart: geluidszone industrielawaai Vliegbasis Eindhoven/Eindhoven Airport
92
vastgesteld Buitengebied Eindhoven 2023 Gemeente Eindhoven
Kaart: geluidscontouren voor militaire luchtvaartterein (rood: 55 dB(A) / blauw: 50 dB(A))
In 2011 is een vrijstelling van het bestemmingsplan verleend als bedoeld in artikel 19, eerste lid van de voormalige Wet Ruimtelijke Ordening (WRO), voor het verplaatsen van de proefdraailocatie. De daarbij behorende wijziging van de geluidzone is, met de daarbij behorende MTG-waarden, per 29 april 2015 onherroepelijk geworden (zie bovenstaande figuur). De wijzigingen zijn tevens in het Barro en Rarro opgenomen. Binnen de geluidszone zijn bestaande woonbestemmingen en andere bestaande geluidsgevoelige bestemmingen slechts aanvaardbaar indien de geluidsbelasting aan de gevel aan de wettelijke grenswaarden voldoet. De geluidszone is met een gebiedsaanduiding in het bestemmingsplan opgenomen. In de regels is opgenomen dat nieuwe geluidsgevoelige functies binnen deze zone niet zijn toegestaan. Met de vaststelling van dit bestemmingsplan wordt de begrenzing van de geluidzone behorende bij de nieuwe proefdraailocatie vastgelegd. De geluidszone is met een gebiedsaanduiding op de verbeelding opgenomen. De rioolwaterzuiveringsinstallatie gelegen de Van Oldenbarneveltlaan is, anders dan tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan 'Buitengebied' (2006), thans geen zoneringsplichtige inrichting meer als bedoeld in de Wet geluidhinder. Om die reden is op de verbeelding van het nieuwe bestemmingsplan geen zonegrens of 50 dB(A)contour meer opgenomen.
In het plangebied moet wel rekening worden gehouden met de geluidzones van de bestaande bedrijventerreinen De Hurk en de High Tech Campus. Op bedrijventerrein De Hurk is vestiging van zogenaamde grote lawaaimakers toegestaan. Op de verbeelding van het plan Buitengebied Eindhoven 2023 zijn ook de zonegrenzen van deze twee bedrijventerreinen weergegeven. Met de vaststelling van het onderhavige bestemmingsplan wordt daarin geen verandering gebracht.
vastgesteld Buitengebied Eindhoven 2023 Gemeente Eindhoven
93
4.3.5
Luchtvaartlawaai
Ten oosten van het plangebied ligt op enige afstand van de luchthaven Eindhoven. Dit is een militaire luchthaven met medegebruik door de burgerluchtvaart (Eindhoven Airport). De Wet luchtvaart regelt het gebruik van luchtvaartuigen en luchtvaartterreinen in Nederland. De wet voorziet in regels over besluitvorming en normen voor alle luchthavens. Op basis van deze wet is voor luchthaven Eindhoven een luchthavenbesluit vastgesteld. De Wet luchtvaart regelt onder andere dat grenswaarden moeten worden vastgesteld voor de maximaal toegelaten geluidbelasting door landende en opstijgende luchtvaartuigen. Deze geluidsbelasting wordt uitgedrukt in Kosteneenheden (Ke). De nadere regelgeving over de geluidsbelasting staat in het Besluit militaire luchthavens. De grenswaarde voor de maximaal toelaatbare geluidsbelasting voor het burgerluchtverkeer en voor het militaire luchtverkeer is in beginsel 35 Ke. Deze grenswaarde geldt voor woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen (art. 1 Besluit militaire luchthavens juncto artikel 1.1 Bouwbesluit 2012) en voor standplaatsen en ligplaatsen. De ligging van de Ke contouren is opgenomen in het luchthavenbesluit Eindhoven. De 35 Ke contour is tevens in het Barro en Rarro verwerkt.
Hierbinnen zijn geen geluidgevoelige objecten (woningen en andere geluidgevoelige gebouwen, alsmede standplaatsen voor woonwagens en ligplaatsen voor woonboten) toegestaan.
94
vastgesteld Buitengebied Eindhoven 2023 Gemeente Eindhoven
Kaart: cumulatieve Ke-contouren luchthaven Eindhoven zoals opgenomen in het luchthavenbesluit Eindhoven.
Het plangebied ligt gedeeltelijk binnen deze vastgestelde geluidszone (35 Ke-contour). Omdat het bestemmingsplan geen nieuwe woningen of andere nieuwe geluidgevoelige ontwikkelingen (zoals staanplaatsen voor woonwagens, scholen e.d.) binnen deze geluidzone mogelijk maakt is deze contour niet op de verbeelding opgenomen.
4.4
Geur
4.4.1
Geur (veehouderijen)
Wettelijk kader
vastgesteld Buitengebied Eindhoven 2023 Gemeente Eindhoven
95
Bij het vaststellen van een bestemmingsplan of het verlenen van een omgevingsvergunning dient met het aspect geur rekening te worden gehouden. De Wet geurhinder en veehouderij (hierna: Wgv) bevat regels inzake geurhinder veroorzaakt door veehouderijen. Die wet heeft tot doel het beschermen van mens en milieu tegen de negatieve effecten van geurbelasting als gevolg van emissies door veehouderijbedrijven. Met de in de Wgv opgenomen grenswaarden moet rekening worden gehouden bij het nemen van beslissingen in het kader van de Wabo en de Wro. Nieuwe knelpunten moeten worden voorkomen. Voor het met dierenhouderijen verband houdende aspect geur zijn die objecten van belang welke als geurgevoelig kunnen worden betiteld. Van een geurgevoelig object is, aldus de Wgv, sprake indien het gaat om een gebouw, bestemd voor en blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf en die daarvoor permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, wordt gebruikt. Onder 'gebouw, bestemd voor menselijk wonen of menselijk verblijf' verstaat die wet een gebouw dat op grond van een planologisch besluit (bestemmingsplan, inpassingsplan, beheersverordening of Wabo omgevingsvergunning) mag worden gebruikt voor bewoning of verblijf door mensen.
Dit betekent dat gebouwen die feitelijk wel voor bewoning of menselijk verblijf worden gebruikt maar hiervoor in planologische zin niet zijn bestemd, niet als geurgevoelig object worden beschouwd. Alleen indien het wonen of het verblijf in een gebouw op grond van het overgangsrecht is toegestaan is dit anders (bijv. indien het gebruik ingevolge persoonsgebonden overgangsrecht van het bestemmingsplan is toegestaan). De laatste eis, dat sprake moet zijn van ‘feitelijk en permanent’ gebruik, laat zien dat het bij het betreffende gebouw moet gaan om langdurige blootstelling aan geurhinder. Ten aanzien van bedrijfswoningen die nog behoren bij een veehouderij (artikel 3, lid 2 Wgv) geldt op grond van de Wgv een verlaagd beschermingsniveau tegen geurhinder afkomstig van een andere veehouderij. Ook ten aanzien van een geurgevoelig object dat voorheen bij een veehouderij hoorde maar dat sinds 19 maart 2000 daarvan geen deel meer uitmaakt (artikel 3, lid 2 Wgv) en ten aanzien van een woning die op of na 19 maart 2000 is gebouwd ter vervanging van gesloopte agrarische bedrijfsopstallen (artikel 14, lid 2 Wgv) geldt op grond van de Wgv een verlaagd beschermingsniveau. In de Regeling geurhinder en veehouderij (hierna: Rgv) zijn ter uitvoering van de Wgv regels vastgelegd met betrekking tot de wijze van berekening van de geurcontouren.
Afhankelijk van de diersoort en het toegepaste stalsysteem wordt een geuremissiefactor vastgelegd of een minimale vaste afstand voorgeschreven. Aan de hand van de geuremissiefactor en het aantal vergunde dieren van een bepaalde diersoort kan de geurbelasting worden berekend. Met behulp van rekenprogramma's kan worden bekeken of een milieuvergunning kan worden verleend, gelet op de in de omgeving aanwezige geurgevoelige objecten en of er sprake zal zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor te realiseren geurgevoelige objecten. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan of het verlenen van een omgevingsvergunning, waarbij wordt voorzien in de bouw van nieuwe geurgevoelige objecten (veelal woningen) nabij een bestaand (veehouderij-) bedrijf dat geurhinder veroorzaakt, dient het aspect geurhinder bij de totale belangenafweging te worden meegenomen. Hierbij gaat het er vooral om dat kan worden aangetoond dat ondanks de aanwezigheid in de nabijheid van geurveroorzakende bedrijvigheid ter plaatse van de nieuw te bouwen geurgevoelige objecten een goed woon- en verblijfsklimaat kan worden gegarandeerd. Er dient tevens rekening te worden gehouden met de bestaande belangen van het nabijgelegen geurveroorzakende bedrijf, bijvoorbeeld een aanwezige veehouderij.
Het oprichten van geurgevoelige bebouwing binnen een aanwezige geurcontour kan mogelijk vanuit een oogpunt van een goed woon- en leefklimaat wel aanvaardbaar zijn, maar niet als bestaande belangen van het geurveroorzakende bedrijf daarmee op een onevenredige wijze worden aangetast. In de Wgv zijn voor sommige diercategorieën geurnormen opgenomen en voor enkele andere gelden vaste afstanden ten opzichte van geurgevoelige objecten. De geuremissie van een veehouderij wordt uitgedrukt in Europese odour units per tijdseenheid (hierna: ouE/s. De geurbelasting van een veehouderij wordt uitgedrukt in Europese odour units per m3 lucht als 98-percentielswaarde (hierna: ouE/m3). De 98-percentielswaarde betekent dat deze 96
vastgesteld Buitengebied Eindhoven 2023 Gemeente Eindhoven
concentratie gedurende 2% van de tijd wordt overschreden. De overige 98% van het jaar is de concentratie lager. Tevens is in de wet bepaald dat gemeenten hun eigen normen mogen vaststellen (binnen een bepaalde bandbreedte). De gemeente Eindhoven heeft geen eigen normen vastgesteld. Daarom gelden hier de normen op grond van de Wgv. De individuele norm bij dieren met een geurnorm bedraagt 3 ouE/m3 ten opzichte van objecten binnen de bebouwde kom en 14 ouE/m3 ten opzichte van objecten buiten de bebouwde kom. Voor diercategorieën met vaste afstanden is dit 100 meter ten opzichte van objecten binnen de bebouwde kom en 50 meter ten opzichte van geurgevoelige objecten buiten de bebouwde kom. Achtergrondbelasting geur Op onderstaand kaartbeeld is de achtergrondbelasting geur als gevolg van alle veehouderijen in beeld gebracht.
Vrijwel overal in het plangebied is de achtergrondbelasting kleiner dan 3 ouE/m3. Dat komt overeen met een zeer goed leefklimaat. Alleen in de onmiddellijke omgeving van de bedrijven Bokt 11a/12a/12b en de Urkhov enseweg ongenummerd , is sprake van een lichte verhoging van de achtergrondbelasting. De streefwaarde (20 ouE/m3) op grond van de provinciale VrNB wordt echter nergens overschreden.
4.4.2
Geur (niet agrarische bedrijven)
Aan de Van Oldenbarnev eltlaan bevindt zich de rioolwaterzuiveringsinstallatie (hierna 'rwzi') van het Waterschap De Dommel. In het bestemmingsplan 'Buitengebied' (2006) is deze installatie positief bestemd en op de daarbij behorende plankaart (blad 4) is een zogenaamde geurcontour (situatie 2003) opgenomen, waardoor de invloed op de omgeving inzichtelijk is gemaakt. De rwzi bevindt zich ook binnen de grenzen van dit bestemmingsplan. In het kader van de voorbereiding van de algehele herziening van het bestemmingsplan 'Oude Gracht' is een onderzoek uitgevoerd met als doel inzichtelijk te maken wat de actuele vastgesteld Buitengebied Eindhoven 2023 Gemeente Eindhoven
97
gevolgen zijn van de aanwezigheid van de rwzi voor dit aangrenzende stedelijk gebied voor zover het gaat om geur. In 2003 is voor deze inrichting al een geurcontour bepaald. Dit uit 2015 daterend onderzoek is in opdracht van de gemeente door de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant uitgevoerd.
kaart: geurcontouren 2003 en 2015
Dit onderzoek laat zien dat de huidige geurcontour (rode lijn) zich minder ver buiten de rwzi uitstrekt dan in 2003 (gestippelde lijn). Alleen aan de westzijde is sprake van een zekere verruiming. Omdat dit bestemmingsplan binnen de geactualiseerde contour niet voorziet in nieuwe geurgevoelige bestemmingen is er geen ruimtelijk relevant belang om de contour op de verbeelding op te nemen en daaraan regels te verbinden.
4.5
Luchtkwaliteit
4.5.1
Wettelijk kader
Hoofdstuk 5 (met name onder titel 5.2) van de Wet milieubeheer bevat bepalingen over luchtkwaliteit. Dit hoofdstuk voorziet onder meer in een gebiedgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Het Rijk, provincies en gemeenten werken in het NSL-programma samen aan maatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren en wel zodanig dat voldaan wordt aan de daartoe gestelde normen, ook in gebieden waar nu de normen voor luchtkwaliteit niet worden gehaald (overschrijdingsgebieden). De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Hierdoor kunnen ruimtelijke ontwikkelingen doorgang vinden, terwijl ondertussen maatregelen ter verbetering van de luchtkwaliteit worden uitgevoerd. Sinds 1 januari 2015 moet worden voldaan aan de Europese grenswaarden. Voor stikstofdioxide (NO2) geldt een jaargemiddelde van 40 microgram/m3 en voor fijn stof (PM10) een jaargemiddelde van 40 microgram/m3 en een daggemiddelde van 50 microgram/m3. Het daggemiddelde mag jaarlijks maximaal 35 keer worden overschreden. Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt met ingang van 1 januari 2015 een blootstellings-concentratieverplichting van ten 98
vastgesteld Buitengebied Eindhoven 2023 Gemeente Eindhoven