CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1a - Bestemmingsplan Buitengebied (Eikenburg)

Raadsvergadering 23 januari 2024, gemeente EindhovenBij agendapunt: AFGEVOERD - Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan 'Buitengebied (Eikenburg)’32.122 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

In deze rapportage wordt toegelicht hoe de geplande ingrepen ervoor zorgen dat waarden behouden blijven en waar mogelijk verbeterd worden. Deze rapportage maakt als bijlage onderdeel uit van deze toelichting. Ter plaatse van het plangebied gelden tevens de aanduidingen 'Landelijk gebied', 'Groenblauwe mantel', 'Natuur Netwerk Brabant', 'Grondwaterbeschermingsgebied', Boringsvrije zone' en 'Attentiezone waterhuishouding'. Natuur Netwerk Brabant (NNB) Het Natuur Netwerk Brabant (NNB) is een samenhangend netwerk van natuurgebieden en landbouwgebieden met natuurwaarden van (inter-)nationaal belang, zoals de bossen, de heide en vennen, de stuifduinen, de schraalgraslanden, de rivieren en beken. Het doel van het NNB-beleid is het veiligstellen van ecosystemen en het realiseren van leefgebieden met goede condities voor de biodiversiteit. Deze leefgebieden zijn belangrijk voor dier- en plantensoorten. Om de populaties gezond te houden en de genetische uitwisseling te bevorderen, moeten de gebieden groot genoeg zijn en de mogelijkheid bieden voor migratie tussen de gebieden. Om het NNB als zo`n netwerk te laten functioneren, werkt de provincie samen met andere partijen aan het aanleggen van ecologische verbindingszones en het oplossen van faunaknelpunten in de wegenstructuur.

Als de omstandigheden in een bepaald gebied (tijdelijk) verslechteren, dan kan een soort uitwijken naar een ander geschikt gebied. In het licht van de klimaatveranderingen is dit van toenemend belang. De ecologische verbindingszones zijn (vaak) langgerekte landschapselementen die als groene schakels de Brabantse natuurgebieden met elkaar verbinden. Niet alleen het behouden, herstellen en beschermen van bestaande waarden in het natuurnetwerk is belangrijk: er moet ook ruimte zijn voor ontwikkelingen. Juist daarmee ontstaan ook kansen voor de realisering en versterking van het natuurnetwerk. Hiervoor zijn de door Rijk en provincies opgestelde "Spelregels EHS beleidskader voor compensatiebeginsel, EHS-saldobenadering en herbegrenzen EHS" (20 augustus 2007) van belang. vastgesteld Buitengebied (Eikenburg) Gemeente Eindhoven

33

1. het 'nee, tenzij-principe': (nieuwe) plannen, projecten of handelingen zijn niet toegestaan indien deze de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied significant aantasten, tenzij er sprake is van een groot openbaar belang en er geen alternatieven beschikbaar zijn. 2. de saldobenadering: als een combinatie van plannen, projecten of handelingen per saldo tot een kwantitatieve en kwalitatieve verbetering van het NNB leidt. 3. kleinschalige ingrepen: in geval van een kleinschalige ingreep kan de grens van het NNB worden aangepast. Sluitstuk van de toepassing van de spelregels is dat er compensatie moet plaatsvinden. De te beschermen ecologische waarden en kenmerken zijn per gebied vastgelegd in een beheertypekaart en in een ambitiekaart. Beide kaarten vormen de kern van het Natuurbeheerplan. De beheertypekaart brengt in beeld wat de actuele situatie is. De ambitiekaart geeft de gewenste eindsituatie (ambitie) aan. Verder zijn de wezenlijke actuele en potentiële waarden van het gebied bijvoorbeeld: natuurdoelen-en kwaliteit, geomorfologische en aardkundige waarden en processen, de waterhuishouding, kwaliteit van bodem, water en lucht, rust, stilte, donkerte en openheid of juist geslotenheid en de landschapsstructuur. Het Masterplan Eikenburg Eindhoven is een ontwikkelingsgericht plan waarbinnen de kansen voor cultuurhistorische en landschappelijke waarden benut worden.

De bijzondere groenstructuur kan bijdragen aan de bebouwing en vice versa. Door een intelligente en gefaseerde ontwikkeling kan het saldo natuur behouden blijven of zelfs toenemen, terwijl Eikenburg ook nieuwe functies en gebouwen in zich opneemt. In het kader van het planvoornemen wordt er een ingreep gedaan in het NNB. Conform de Interim omgevingsverordening is het mogelijk een ingreep te doen in het NNB.

In de Interim omgevingsverordening (IOV) is in paragraaf 3.2.3, die betrekking heeft op het NNB, verwoord hoe de bescherming van het NNB is geregeld (artikel 3.15 IOV). Tevens is beschreven volgens welke voorwaarden ontwikkelingen binnen het NNB wel mogelijk zijn. Onder verwijzing naar het toepassingsbereik van deze artikelen en de beperkte ecologische waarde van de strook bos, wordt geconcludeerd dat de aantasting van het NNB als gevolg van het ruimtebeslag van het ontbrekende stuk ring kan worden gezien als een “kleinschalige ingreep” en dat daarom artikel 3.21 IOV (kleinschalige herbegrenzing) de meest voor de hand liggende oplossing is. Voor een verzoek tot wijziging van de begrenzing van het NNB op grond van een kleinschalige herbegrenzing is met name lid 1 van artikel 3.21 IOV van belang: artikel 3.21 Kleinschalige herbegrenzing verplicht

34

vastgesteld Buitengebied (Eikenburg) Gemeente Eindhoven

Aantasting NNB (oranje) en extra impuls groen en natuur (donkergroen).

Het toekomstige stuk ring ligt aan de rand van een bosvak en heeft een oppervlakte van 370 m² (zie bovenstaande afbeelding). Het bosgebied behoort tot het NNB met als beheertype 'N16.03 Droog bos met productie'. Het beheertype 'Droog bos met productie' bestaat uit verschillende, veelal van oorsprong aangeplante, bosopstanden. Het bostype komt voor op een voedselarme tot lemige, zandige, zure ondergrond. De diversiteit is relatief laag, door de uniforme aanleg en beheer in het verleden.

3.3.3.1 Kleinschalige herbegrenzing Artikel 3.21 IOV stelt dat een bestemmingsplan een ontwikkeling binnen Natuur Netwerk Brabant mogelijk kan maken in het geval dat: 1. de aantasting van areaal Natuurnetwerk Brabant kleinschalig is; 2. de ontwikkeling slechts leidt tot een beperkte aantasting van de ecologische waarden en kenmerken van het Natuur Netwerk Brabant; 3. de ontwikkeling leidt tot een kwalitatieve of kwantitatieve versterking van de ecologische waarden en kenmerken van het Natuur Netwerk Brabant als geheel; 4. er een afweging van alternatieven heeft plaatsgevonden; 5. er sprake is van een goede landschappelijke en natuurlijke inpassing; 6. er bij verlies van ecologische waarden en kenmerken wordt voldaan aan artikel 3.22 Compensatie; 7. op welke wijze de uitvoering en monitoring zijn verzekerd. Bij deze uitzondering voor kleinschalige herbegrenzing is de voorwaarde is opgenomen dat er enkel sprake kan zijn van een nieuwe begrenzing als het plan ook leidt tot een versterking van het NNB. Dit kan bijvoorbeeld doordat er knelpunten worden opgelost of een vastgesteld Buitengebied (Eikenburg) Gemeente Eindhoven

35

kwaliteitsverbetering ontstaat. Bij een kleinschalige herbegrenzing geldt de voorwaarde dat de gemeente verzoekt om een aanpassing van de grenzen van het NNB.

36

vastgesteld Buitengebied (Eikenburg) Gemeente Eindhoven

Hieronder wordt gemotiveerd hoe invulling wordt gegeven aan de hiervoor vereiste onderdelen: a.

De aantasting van het NNB is kleinschalig, het betref 370m2 binnen een groter bosgebied, waarvan ca. 15,4ha NNB is.

b.

Volgens het rapport van Faunaconsult d.d. 16 juli 2020 leidt de voorgenomen ingreep niet tot noemenswaardige beperkingen. De aanwezige ecologische waarden worden als volgt omschreven: “Op het oog werd er één vegetatietype in het te kappen bos onderscheiden; open Douglassparrenbos. Hier domineert Douglasspar de boomlaag en groeit er her en der wat braam. Het grootste deel van de bosbodem is in de kruidlaag en struiklaag echter kaal”. Verder werden in het betreffende gebied geen marterachtigen en geen vleermuizen aangetroffen.

c.

De ontwikkeling als geheel leidt tot een kwalitatieve en kwantitatieve versterking van de ecologische waarden en kenmerken van het NNB als geheel. Door een efficiëntere ontsluitingsstructuur kan verharding op andere plaatsen in het bos (tevens NNB) verdwijnen. Daar waar verharding in het beukenbos (NNB) ten westen van Pannenhoef/Leemerhoef verwijderd wordt, zal de vrijkomende ruimte aangeplant worden met jonge beuken. Aan weerszijden van het nieuw aan te leggen stuk ringweg wordt het open Douglas sparrenbos aangevuld met soorten die meer bijdragen aan biodiversiteit, zoals zomereiken, krenten, lijsterbes e.d. Ook op andere plaatsen zal verharding in het NNB plaats maken voor groen, bijvoorbeeld ten westen van het zwembad en ter plaatse van het pad naar de werf dat overbodig wordt door aanleg van de ring.

d.

Er zijn diverse alternatieven afgewogen, zoals een ander verloop van de ring of het handhaven van de huidige situatie. In beide opties zou verkeer en parkeren niet geconcentreerd kunnen worden in de kern en zou er geen grootschalige ontharding plaats kunnen vinden in de randen van het bos. De aanleg van het ontbrekende kwadrant van de ring ontlast het bos op diverse andere plekken.

e.

De aanleg van de ring gaat gepaard met versterking van de ecologische kwaliteiten van het bosvak waarin de ring wordt aangelegd. De monocultuur van met name Douglassparren wordt aangevuld met diverse soorten bomen en heesters, die zorgen voor een polycultuur en gelaagde opbouw van het bos en daardoor meer bijdragen aan de biodiversiteit (zie ook punt c).

f.

De oppervlakte van het NNB dat verdwijnt, wordt gecompenseerd volgens artikel 3.22 IOV. In de volgende paragraaf wordt toegelicht hoe hieraan invulling wordt gegeven.

g.

Aanleg en beheer van groen is onder te verdelen in twee categorieën: a. Rondom geplande transformaties of nieuwbouw van gebouwen en infrastructuur. Bij elke transformatie wordt een inrichtingsplan gemaakt. De termijn is dus gekoppeld aan de ingreep. Op deze manier zijn reeds de terreinen rondom het hoofdgebouw en paviljoen Pannenhoef-Leemerhoef aangelegd. De overige transformaties vinden naar verwachting binnen nu en ca. 15 jaar plaats. b.

Het bosgebied rondom.

Voor het bosgebied is een lange termijn beheervisie opgesteld voor 2019-2034. Het huidige beheer vindt nu en in de toekomst structureel plaats volgens dit beheerplan. Uitvoering vind plaats door Bosgroep Zuid.

Artikel 3.22 IOV bepaalt dat compensatie van het verlies aan NNB naar keuze plaats kan vastgesteld Buitengebied (Eikenburg) Gemeente Eindhoven

37

vinden door fysieke of financiële compensatie. In dit geval wordt gekozen voor financiële compensatie, geregeld in artikel 3.24 IOV. De financiële compensatie wordt bepaald op grond van de omvang van de compensatie, die op haar beurt wordt bepaald door de omvang van het vernietigde of verstoorde areaal en de ontwikkeltijd van de aangetaste natuur. De financiële compensatie is bepaald op € 10,71 per m2. Het totale compensatiebedrag bedraagt: 370 m2 * € 10,71 = € 3.962,70 De financiële compensatie wordt uiterlijk zes weken na de vaststelling van dit bestemmingsplan gestort in de provinciale compensatievoorziening ter uitvoering van de geformuleerde compensatietaakstelling.

Fysieke impuls groen en natuur Hieronder wordt aangegeven op welke wijze een extra impuls wordt gegeven aan het NNB.

De locatie waar het NNB nog een extra fysieke impuls krijgt, ligt net buiten het huidige NNB, namelijk ter plaatse van de verharde parkeerplaats achter het zwembad. De compensatie sluit aan op een bestaand stuk wigvormig NNB, waardoor het NNB robuuster wordt. De wig bestaat uit een open bos van Amerikaanse eiken, dat in de toekomst door Bosgroep Zuid omgevormd zal worden tot een soortenrijker en gelaagder bostype.

De parkeerplaats wordt omgevormd tot dierenweide met de aanduiding 'Specifieke vorm van natuur - 2 – dierenweide'. De dierenweide zal bestaan uit een grasweide, omzoomd met gemengde hagen (veldesdoorn, liguster, beuk, meidoorn, haagbeuk). In de weide komt een groep zomereiken van 3-5 stuks. In de hoek van de weide wordt een poel aangelegd. De weide achter het zwembad is onderdeel van het grotere geheel met meerdere dierenweides. De weides worden van elkaar gescheiden door halfverharde paden met aan weerszijden een kruidenrijke grasberm met soorten voor vlinders, bijen, hommels en insecten.

De dierenweides met kruidenrijke grasbermen rondom vormen een overgang naar de bestaande bosvakken en bomenlanen. Deze overgangen zijn een aantrekkelijke plek voor insecten en daarmee ook een foerageergebied voor vogels en vleermuizen.

De uitvoering van de fysieke impuls wordt binnen drie jaar na onherroepelijk worden van het bestemmingsplan afgerond. Het gebied wordt beheerd door de Bosgroep Zuid en kan meegenomen worden in het reguliere bosbeheer van het omliggende gebied waarvan Bosgroep tevens beheerder is. De gemengde hagen worden ca. 2x per jaar gesnoeid. De jonge boomgroep van eiken zal de eerste jaren na aanplant beschermd moeten worden tegen vraat en de kruidlaag zal regelmatig gemaaid moeten worden. Na enkele jaren kan dit beheer omgezet worden in regulier beheer van de hagen, bomen en weide.”.

Verzoek GS In het kader van de herbegrenzing is een verzoek daartoe op 14 juni 2023 bij GS van de provincie Noord-Brabant ingediend. GS hebben op 19 september 2023 besloten in te stemmen met het wijzigingsverzoek dat leidt tot de hierboven weergegeven Als gevolg hiervan wijzigt de IOV (kaartaanpassing). Landelijk Gebied 38

vastgesteld Buitengebied (Eikenburg) Gemeente Eindhoven

Het landelijk gebied ligt buiten de groenblauwe structuur en de stedelijke structuur zoals steden, dorpen en bedrijventerreinen. Het landelijk gebied biedt een multifunctionele gebruiksruimte voor land- en tuinbouw, natuur, water, recreatie, toerisme en kleinschalige stedelijke functies. Ontwikkelingen in het landelijk gebied leveren een bijdrage aan de versterking en beleving van het landschap, bijvoorbeeld door investeringen in de fijnmazige groenblauwe dooradering van het platteland, in het cultuurhistorisch erfgoed en in de versterking van de recreatieve structuur. Vestiging niet-agrarische functie in Landelijk gebied (artikel 3.73) Artikel 3.73 'Vestiging niet-agrarische functie in Landelijk gebied' zet diverse provinciale regels uiteen waaraan bestemminsplannen voor niet-agrarische bedrijven aan moeten voldoen binnen het gemengd landelijk gebied. Hieronder wordt initiatief aan de regels getoetst: Lid 1 Een bestemmingsplan van toepassing op Landelijk gebied kan voorzien in de vestiging van een niet-agrarische functie op een bestaand bouwperceel als aan de volgende voorwaarden is voldaan: a. de vestiging past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied waarbij de volgende aspecten zijn betrokken: 1. een gebiedsgerichte benadering welke activiteiten en functies passen in de omgeving; Voor het projectgebied is een Masterplan opgesteld.

Dit is een ontwikkelingsgericht plan waarbinnen de kansen voor cultuurhistorische en landschappelijke waarden benut worden. De bijzondere groenstructuur kan bijdragen aan de bebouwing en vice versa. Door een intelligente en gefaseerde ontwikkeling kan het saldo natuur behouden blijven of zelfs toenemen, terwijl Eikenburg ook nieuwe functies en gebouwen in zich opneemt. 2. Welke effecten de mogelijke ontwikkeling heeft op andere aspecten, waaronder mobiliteit, agrarische ontwikkeling, leefbaarheid en leegstand elders; 3. Hoe de vestiging bijdraagt aan het versterken van de omgevingskwaliteit, waaronder een bijdrage aan de sloop van overtollig en leegstaand vastgoed in het Landelijk gebied. De ontwikkeling voorziet in nieuwe economische dragers en een toekomstbestendig Landgoed Eikenburg. Het behoud van de karakteristieke en landschappelijke kwaliteiten van het bestaande ensemble en de typologie van het landgoed is altijd het uitgangspunt geweest. Onderdeel hiervan is het toevoegen van een nieuwe tijdslaag die als zodanig ook herkenbaar is. b. Er vindt geen splitsing plaats van het bouwperceel; Alle ontwikkelingen vinden plaats op Landgoed Eikenburg en eigendommen van initiatiefnemer. c.

Overtollige bebouwing wordt gesloopt; Een aantal gebouwen wordt gesloopt en er wordt een grote stap gezet in het verminderen van het verhard oppervlak en opwaarderen van de groene kwaliteiten en natuurwaarden. d. De vestiging heeft geen betrekking op: 1. een kantoor met baliefunctie; vastgesteld Buitengebied (Eikenburg) Gemeente Eindhoven

39

2. lawaaisport; 3. mestbewerking. Hier wordt aan voldaan. Lid 2. Het bestemmingsplan dat de vestiging mogelijk maakt, borgt dat de functie, ook op langere termijn, past binnen de ontwikkelingsrichting en stelt daartoe regels: a. b. c. d.

Over een bij de omgeving passende omvang en publieksaantrekkende werking; Welke specifieke gebruiksactiviteit is toegestaan; Dat opslag en stalling plaatsvindt in gebouwen; Dat de ontwikkeling verplaatst naar een passende locatie als deze niet langer past binnen de maximaal toegestane omvang.

In paragraaf 3.2.3 is ingegaan op de noodzaak en behoefte (het toekomstbestendig maken van het langoed) van de beoogde ontwikkeling. Daarnaast is de beoogde specifieke gebruiksactiviteit expliciet geregeld in onderhavig bestemmingsplan en wordt alles ingepast in beperkte volumes. De gronden welke worden ingezet voor decompensatie, zijn in het bestemmingsplan voorzien van een natuurbestemming. Daarbij is initiatiefnemer voornemens om eerder de kwaliteit te verhogen in plaats van de kwantiteit. De beoogde omvang is daarom ook op langere termijn van voldoende grootte voor de beoogde ontwikkeling. Lid 3. Als een binnen de omgeving passende omvang geldt voor: a. bedrijvigheid, dat deze kleinschalig is en past binnen een gemengde omgeving waardoor het niet doelmatig is om deze te vestigen op een bedrijventerrein; b. een detailhandelsvoorziening, een omvang van het verkoopvloeroppervlak van ten hoogste 200 m²; c. een voorziening ten dienste van vrije-tijd en zorg, een omvang van de bebouwing van ten hoogste 1 hectare. Hier wordt aan voldaan zoals beschreven in deze toelichting. Groenblauwe mantel Het plangebied ligt gedeeltelijk in de Groenblauwe mantel. Om de beoogde situatie te kunnen realiseren is het noodzakelijk om een ingreep te doen in het Groenblauwe mantel.

Voor nieuwe ontwikkelingen worden onder strikte voorwaarden via de spelregels voor het NNN diverse mogelijkheden geboden. Deze zijn opgenomen in de Interim Omgevingsverordening ruimte van de provincie Noord-Brabant. In deze paragraaf en in paragraaf 4.7 wordt onderbouwd dat in het kader van onderhavige ontwikkeling aanwezige ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden en kenmerken worden gewaarborgd. Grondwaterbeschermingsgebied Een bestemmingsplan van toepassing op 'Grondwaterbeschermingsgebied' strekt mede tot bescherming van de kwaliteit van het grondwater en de bodem. 2. Functies en activiteiten die risico's geven voor de kwaliteit van het grondwater, zoals stedelijke ontwikkeling, het houden van evenementen en milieubelastende activiteiten die (potentieel) schadelijke stoffen gebruiken, dienen beperkt te worden. Ook het risico op schade aan de bodem en het zich daarin bevindende grondwater dient voorkomen te worden. Daarnaast is het gebruik van schadelijk uitloogbaar bouwmateriaal verboden.

40

vastgesteld Buitengebied (Eikenburg) Gemeente Eindhoven

Attentiezone waterhuishouding Het plangebied ligt bovendien ook in de attentiezone waterhuishouding. In hoofdstuk 5 (waterparagraaf) wordt onderbouwd dat in het kader van onderhavig planvoornemen de waterhuishouding wordt beschermd en wordt aangetoond dat het initiatief geen negatief effect heeft op de hydrologische instandhoudingsdoelen van het hierbinnen gelegen Natuur Netwerk Brabant. Boringsvrije zone Een bestemmingsplan van toepassing op 'Boringsvrije Zone' strekt mede tot het behoud van de weerstandbiedende bodemlagen en stelt regels die het risico op schade aan de bodem en het zich daarin bevindende grondwater voorkomen.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Omgevingsvisie Eindhoven

Samen met de stad heeft de gemeente Eindhoven een omgevingsvisie opgesteld. Met ons hebben meegedacht: inwoners, ondernemers, belangenorganisaties, GGD, Veiligheidsregio, Omgevingsdienst, woningcorporaties, projectontwikkelaars, investeerders en andere overheden (buurgemeentes, provincie, rijk). Op 16 juni 2020 is de omgevingsvisie vastgesteld door de gemeenteraad. De omgevingsvisie is een integraal verbindende visie voor de fysieke leefomgeving die focus aanbrengt bij het inrichten van onze stad en stimuleert om samen te werken aan de stedelijke opgaven. De omgevingsvisie is gebaseerd op bestaand beleid. Het hebben van een omgevingsvisie is onder de nieuwe Omgevingswet verplicht. Omdat een omgevingsvisie allesomvattend is, willen we die lerende wijs ontwikkelen. Dat betekent concreet dat we, eerder dan wettelijk verplicht, met een omgevingsvisie komen. Maar dan wel een 'light-variant' (versie 1.0), die we één of twee jaar later gaan aanvullen en verfijnen. Deze omgevingsvisie (versie 1.0) is gebaseerd op het bestaand beleid. Het document vervangt niet de bestaande beleidsdocumenten, maar is een aanvullend beleidsdocument. De interim structuurvisie blijft daarom nog steeds van kracht. Bij het opstellen van een omgevingsvisie versie 2.0 wordt de interim structuurvisie wel ingetrokken.

Brainportregio De Brainportregio is een technologische topregio en één van de belangrijkste pijlers van de Nederlandse economie. De sleutel tot dit succes is samenwerking. Het is een regio van contrasten en dat maakt ons uniek: een hecht netwerk van steden, stedelijke buurgemeenten, dorpen en bewoond landelijk gebied. Je bent snel in de stad of juist in het groen, er is cultuur én natuur. We zijn sterk in high tech, design en innovaties en kennen een dynamische economie en een gastvrije bourgondische levensstijl. De strategie van de regio is gericht op het sterker maken van deze kwaliteiten door aan te haken op de eigen kracht en identiteit van de deelgebieden. Ambitie Als centrumstad vervult Eindhoven een cruciale rol bij de versterking van Brainport Eindhoven als economische wereldspeler op het gebied van kennisintensieve maakindustrie en design. Om internationaal concurrerend te blijven, streeft Eindhoven samen met de regio naar een excellent woon- en werkklimaat. Eindhoven zet daarom in op gezonde en duurzame verstedelijking met behoud van stedelijke en dorpse kwaliteiten en met bijzondere aandacht voor sociale cohesie en inclusie. Eindhoven is in staat om zich snel aan te passen aan de vastgesteld Buitengebied (Eikenburg) Gemeente Eindhoven

41

steeds veranderende vraag naar geschikte en betaalbare ruimte om te wonen, werken, verblijven en recreëren. Deze ambitie vertaalt zich naar vier deelambities. Eindhoven als: economische wereldspeler; gezonde en toekomstbestendige stad; een sociale, inclusieve en gastvrije stad en een authentieke stad met sterke gebieden. Van ambitie naar stedelijke opgaven Als we onze ambities leggen naast de huidige kwaliteiten en structuren van de stad en de actuele trends en ontwikkelingen, zien we een aantal stedelijke opgaven voor de stad. Brainport Eindhoven blijft groeien, mede door de sterke economische positie. De ambities en groei vragen om ruimte voor nieuwe woningen, bedrijven en voorzieningen. Ruimte die we bieden door te verdichten in het gebied binnen de Ring en door te verdichten nabij voorzieningen als HOV en winkelcentra. Met name binnen de Ring is voldoende ruimte om te verdichten, omdat er nog relatief weinig mensen wonen. Met de keuze voor verdichten binnen de Ring gaan we duurzaam om met de (groene) ruimte die de stad heeft. We behouden hiermee de kwaliteit van de groenstedelijke woonwijken, de landschapsparken en het buitengebied. De keuze voor een compact stedelijke woonmilieu gaat gepaard met forse investeringen in o.a. bereikbaarheid, luchtkwaliteit, groen en voorzieningen.

Eindhoven wil een leefbare en een inclusieve stad zijn waar iedereen kan profiteren van het succes van de Brainport. Dat vraagt om keuzes ten aanzien van het woning- en voorzieningenaanbod. Het verschil tussen de ambitie en de huidige stand van zaken in Eindhoven leidt tot zes concrete stedelijke opgaven: Werken aan een gezonde groei van de stad Werken aan een aantrekkelijk en hoogstedelijk centrum Werken aan leefbare, sociale wijken met een sterke identiteit Werken aan een duurzame en concurrerende economie Werken aan de energietransitie van de stad Werken aan een goede stedelijke bereikbaarheid Samen werken aan de stedelijke opgaven Dit zijn de opgaven waar we als gemeente de komende jaren samen met onze partners aan werken. Wij werken zelf aan deze opgaven, maar stimuleren ook andere partijen in de stad om dit te doen. We bepalen samen met de stad en regio wat kansrijke initiatieven en locaties zijn. We geven prioriteit aan initiatieven die bijdragen aan meerdere stedelijke opgaven tegelijkertijd en kwaliteit toevoegen aan de stad. Hiernaast zetten we in op het beschermen en versterken van de stedelijke en groene hoofdstructuur van de stad. De gemeente organiseert het werken aan de stedelijke opgaven met thematische en gebiedsprogramma's en stimuleert o.a.

via regels en uitgangspunten zoals opgenomen in de omgevingsvisie dat ook andere initiatiefnemers bijdragen aan het realiseren van de opgaven. Plangebied Onderhavige ontwikkeling voorziet met deze transformatie in een toekomstbestendige ontwikkeling van Eikenburg, inclusief groene en duurzame toepassingen. Daarnaast is de cultuurhistorische waarde van dit gebied verder op een herkenbare manier meegenomen in de nieuwe ontwikkeling en voldoende afgestemd op de ensemblewaarde van de aanwezige gebouwen. Hiermee geeft het invulling aan de ambities in de Omgevingsvisie.

42

vastgesteld Buitengebied (Eikenburg) Gemeente Eindhoven

3.5

Volkshuisvesting

3.5.1

Regionaal beleid

Het bestemmingsplan maakt de bouw van maximaal 17 nieuwe woningen mogelijk. Het ruimtelijk verzorgingsgebied voor de beoogde woningbouw op deze locatie betreft de gemeente Eindhoven. Samen met de acht omringende gemeenten (Best, Geldrop-Mierlo, Helmond, Nuenen. Oirschot, Son en Breugel, Veldhoven en Waalre) vormt Eindhoven het Stedelijk Gebied Eindhoven. In dit verband werken de gemeenten samen aan regionale opgaven op het gebied van wonen. Het SGE is een subregio van de Metropoolregio Eindhoven, die in totaal 21 gemeenten omvat. Afsprakenkader wonen 2017 Zowel in de gemeente Eindhoven als in de overige SGE-gemeenten is de woningbehoefte groter dan de totale harde plancapaciteit. De sterke economische groei in de Brainportregio stelt de gemeenten in het SGE voor de dubbele opgave om voldoende woningen toe te voegen om de groei van de bevolking te kunnen opvangen, zonder dat dit ten koste gaat van de kwaliteit. Om dit te realiseren, besloten de negen gemeenten woningbouwafspraken te maken en de woningbouwproductie programmatisch af te stemmen vanuit een gezamenlijke visie op wonen. In het Afsprakenkader wonen 2017 hebben de SGE-gemeenten vastgelegd dat zij majeure en nieuwe projecten gefaseerd en gezamenlijk ontwikkelen, zodat deze elkaar versterken en niet beconcurreren.

Ook is in het Afsprakenkader Wonen opgenomen dat hierbij bij voorkeur gekozen wordt voor inbreiding en transformatie. Nieuwe uitbreidingslocaties worden in principe de komende jaren niet meer toegevoegd. Woondeal 2019-2023 Op 7 maart 2019 heeft Eindhoven, samen met de andere SGE-gemeenten en de provincie Noord-Brabant, een Woondeal gesloten met de minister van Binnenlandse Zaken (BZK). De Woondeal is gericht op het versnellen van de woningbouwproductie in het SGE. Deze versnelling moet in de periode tot 2024 zo'n 27.000 woningen opleveren. Voor Eindhoven komt dit neer op een productie van 15.000 woningen, gemiddeld 3.000 per jaar. Dit komt overeen met de in het onderzoek Marktmechanismen op de Eindhovense woningmarkt (2018) geraamde behoefte. In navolging van het Afsprakenkader Wonen SGE 2017, is in de Woondeal vastgelegd dat de ontwikkeling van groen-stedelijke woonmilieus zich zal concentreren op de negen prioritaire locaties: Aarle, Brandevoort, Blixembosch, Ekenrooi Zuid, Nuenen West, Meerhoven, Tongelrese Akkers, Waalre Noord en Zilverackers. Het zwaartepunt voor de realisatie van centrum-stedelijke woonmilieus ligt in Eindhoven binnen de Ring. Naast het Afsprakenkader is de Brabantse Agenda Wonen een belangrijke leidraad bij de uitvoering van de Woondeal.

Visie op wonen stedelijk gebied Eindhoven 2019 In de Visie op wonen stedelijk gebied Eindhoven uit april 2019 geven de SGE-gemeenten een kwalitatieve invulling aan het Afsprakenkader 2017. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van twee conceptuele handvatten: de kwadrantenbenadering en de uitgewerkte Brainport Principes. De kwadrantenbenadering bevordert de diversiteit bij nieuwe woningbouwprojecten door in te zetten op de eigenheid en kwaliteiten van alle afzonderlijke plekken binnen het SGE. De Brainport Principes zijn algemene kwaliteitscriteria waaraan ieder woningbouwproject wordt getoetst. Zo houden de regiogemeenten zichzelf scherp in het maken van unieke woongebieden die van toegevoegde waarde zijn op het bestaande palet in de regio. Regionaal woningbehoefteonderzoek 2021 vastgesteld Buitengebied (Eikenburg) Gemeente Eindhoven

43

In 2020 hebben de gemeenten in het SGE gezamenlijk opdracht gegeven aan Stec Groep voor de uitvoering van een regionaal woningbehoefteonderzoek voor de periode tot 2040. Kwantitatieve opgave In het in mei 2021 gereedgekomen Regionaal woningbehoefteonderzoek voor het stedelijk gebied Eindhoven wordt onderbouwd dat het aantal huishoudens in het SGE tot 2040 naar verwachting met circa 48.700 zal toenemen. Daarnaast is er een opgave om het huidige woningtekort in te lopen. De totale woningbouwopgave voor het SGE komt daarmee uit op 53.900 woningen tot 2040. In de gemeente Eindhoven zouden volgens dit onderzoek tot 2040 ongeveer 35.280 extra woningen moeten worden gerealiseerd. De behoefte aan extra woningen is vooral fors in de periode 2020-2025. In de eerst komende 5 jaar is er regionaal een uitbreidingsbehoefte van circa 16.400 woningen, circa 30% van de woningbehoefte tot 2040. In de MIRT-afspraken met het Rijk is vastgelegd dat de gemeenten in het SGE tot 2040 de bouw van 62.000 woningen faciliteren. Kwalitatieve opgave Het Regionaal woningbehoefteonderzoek voor het stedelijk gebied Eindhoven geeft ook inzicht in de (ontwikkeling van) de kwalitatieve woningbehoefte. De verwachte groei van het aantal huishoudens is volgens dit onderzoek terug te zien in alle leeftijdsgroepen, maar vooral onder 65-plussers.

Waar gezinnen nu nog het merendeel van alle huishoudens in het SGE vormen, bestaat in 2040 het grootste gedeelte van de huishoudens uit alleenstaanden en stellen van 65 jaar of ouder. Afhankelijk van de mate van doorstroming in de woningmarkt gaat 41% tot 55% van de regionale woningvraag tot 2040 uit naar een appartement. De vraag naar appartementen is op lange termijn structureel hoog. Het overige deel van de vraag gaat uit naar grondgebonden woningen. Vooral in de eerst komende jaren is de vraag naar grondgebonden woningen groot. Op lange termijn neemt deze opgave naar verwachting wel af. Een opvallende bevinding van het onderzoek is dat woningzoekenden tot 35 jaar de voorkeur geven aan een (betaalbare) grondgebonden koopwoning, maar in de praktijk vaker (dan gewenst) verhuizen naar een huurappartement. Dit zien we zowel in de sociale als in de vrije huursector. Voor stedelijke doelgroepen geldt dit tot en met de hoge inkomens, voor suburbane en landelijke doelgroepen primair voor de middeninkomens. De woningbehoefte in Eindhoven is voornamelijk stedelijk georiënteerd. Het overgrote deel van de woningbehoefte gaat uit naar een grondgebonden woning in een stedelijk woonmilieu buiten het centrum. Opvallend is dat een klein deel van de behoefte aan grondgebonden koopwoningen in een centrum stedelijk milieu landt.

Deze vraag kan worden opgevangen door het realiseren van een meer hybride woonvorm, zoals gezinsappartementen in het centrum van Eindhoven. Specifieke doelgroepen De toename van het aantal 65-plus huishoudens zorgt ook voor een groeiende behoefte aan woningen die geschikt zijn voor zelfstandig wonen met ondersteuning en zorg aan huis. In de periode tot 2040 wordt een sterke toename verwacht van het aantal inwoners met een indicatie voor langdurige zorg. Door het extramuraliseringbeleid van de rijksoverheid zal het aanbod van intramurale verzorgingsplaatsen naar verwachting niet evenredig meegroeien. Een specifieke woningvraag is verder te verwachten van studenten. In de gemeente Eindhoven wordt tot het collegejaar 2027-2028 een groei van 120 tot 660 uitwonende studenten verwacht. In de gemeente Helmond blijft het aantal uitwonende studenten tot het collegejaar 2027-2028 naar verwachting stabiel. Voor de andere gemeenten in het SGE is geen informatie beschikbaar over de woningbehoefte van studenten. 44

vastgesteld Buitengebied (Eikenburg) Gemeente Eindhoven

De vraag van kennismigranten (expats) maakt onderdeel uit van de totale woningvraag in het SGE. Deze groep woningzoekenden richt zich met name op de gemeente Eindhoven. Volgens onderzoek van het PON zijn in het Stedelijk Gebied Eindhoven daarnaast bijna 20.500 arbeidsmigranten werkzaam, die veelal productiewerk verrichten. In november 2020 stelden de SGE-gemeenten het Afsprakenkader Huisvesting Arbeidsmigranten Stedelijk Gebied Eindhoven vast. De regionale ambitie is om in de periode 2021 tot en met 2024 circa 4.000 humane huisvestingsplaatsen voor arbeidsmigranten te realiseren. Er zijn geen afspraken over specifieke aantallen per gemeente, maar iedere gemeente heeft passend bij de aard en omvang een eigen verantwoordelijkheid. In het afsprakenkader wordt onderscheid gemaakt tussen twee typen huisvesting: tijdelijke huisvesting (korter dan 2 tot 3 jaar) en permanente huisvesting (arbeidsmigranten die zich definitief vestigen in Nederland). Hierbij is bekend (op basis van ervaring) dat zo'n 80% van de arbeidsmigranten in de regio er op tijdelijke basis is en zo'n 20% zich definitief vestigt. De woningbehoefte van arbeidsmigranten die zich definitief in het SGE willen vestigen, maakt onderdeel uit van de totale regionale woningbehoefte.

Beoordeling plan De realisatie van 17 wooneenheden is passend in het regionaal woonbeleid van het SGE en de Woondeal.

3.5.2

Lokaal beleid

Woonvisie De Woonvisie is op 15 december 2015 vastgesteld. In de woonvisie gaat de gemeente in op haar ambities op het gebied van bouwen en wonen. Daarmee maken we de richting waarin we ons willen ontwikkelen duidelijk aan de stad, haar bewoners en alle partijen die een rol spelen in de verdere ontwikkeling van de stad. Ambitieuze stad Eindhoven groeit en wil verder verstedelijken, in het bijzonder in het gebied binnen de Rondweg (Ring). Tot 2030 wil de gemeente minstens twee derde van de extra woningcapaciteit binnen dit gebied realiseren. Hierbij wordt gestreefd naar een gemengde en gevarieerde woonomgeving waar mensen wonen, werken en elkaar ontmoeten. En die tegelijkertijd ook groen en gemoedelijk blijft. Solidaire stad De gemeente wil dat Eindhoven een inclusieve en solidaire samenleving is. De meeste inwoners kunnen hierin zelf hun plek vinden. Minder zelfredzame inwoners worden hierbij ondersteund. Door de vergrijzing en de decentralisatie van de langdurige zorg, neemt de vraag naar passende huisvesting voor ouderen en bijzondere doelgroepen toe. Het is belangrijk dat er voor al deze mensen een plek blijft op de woningmarkt. Concentratie van bijzondere doelgroepen in bepaalde wijken is ongewenst. Innovatieve stad De gemeente Eindhoven daagt ontwikkelaars van nieuwe woningen uit om klantgeoriënteerd, sneller, goedkoper en duurzamer te produceren.

Ook in de aanpak van de bestaande woningvoorraad en in de transformatie van kantoren en zorgvastgoed is er een grote behoefte aan vernieuwing en aan creatieve, betaalbare oplossingen. Voor inwoners die behoefte hebben aan tijdelijke woonruimte, die snel beschikbaar en financieel bereikbaar is, worden in Eindhoven flexwoningen ontwikkeld. Dit biedt tevens kansen voor transformatie van leegstaand vastgoed. Verder wil de gemeente Eindhoven dat inwoners zoveel mogelijk invloed hebben op hun eigen woning en woonomgeving, bijvoorbeeld door (collectief) particulier opdrachtgeverschap. Daarnaast wil de gemeente dat zelf bouwen niet alleen bereikbaar is voor huishoudens met een hoger inkomen.

vastgesteld Buitengebied (Eikenburg) Gemeente Eindhoven

45

Woonprogramma Eindhoven 2021-2025 Vanwege de hoge dynamiek op de woningmarkt heeft de gemeenteraad op 15 december 2020 het Woonprogramma 2021-2025 vastgesteld. Het Woonprogramma sluit aan bij eerder vastgesteld beleid voor wonen en de fysieke leefomgeving. De ambities uit de Woonvisie 2015 blijven cruciaal voor de ontwikkeling van de stad, maar komen door de snelle prijsstijgingen in de afgelopen jaren in een ander daglicht te staan. Met het oog daarop kiest de gemeente voor een accentverschuiving richting de volgende ambities: 1. forse groei van de woningvoorraad (binnen én buiten de ring) om de grote groei van woningen te kunnen opvangen; 2. een evenwichtig woningaanbod, zodat alle inwoners een betaalbare woning kunnen vinden; 3. voldoende geschikte woningen voor kwetsbare inwoners. Eindhoven streeft ernaar om jaarlijks minimaal 3.000 extra woningen aan de voorraad toe te voegen. Voor de stad als geheel is voor de periode 2020-2022 de onderstaande differentiatie leidend:

Deze percentages hoeven niet bij elk woningbouwproject gerealiseerd te worden. De exacte invulling op projectniveau is onder meer afhankelijk van het (beoogde) woonmilieu en de bestaande woningvoorraad in het betreffende gebied. Het streefpercentage van 20% sociale huur is opgenomen in het Collegeprogramma 2018-2022. Voor de periode daarna voorzien we een noodzakelijke groei naar 30%.

3.5.3

Woningbouwbehoefte

Kwalitatieve behoefte In paragraaf 2.3.1. is een toelichting gegeven op het woonprogramma. In het plangebied zijn voornamelijk wooneenheden beoogd in de vorm van woningen voor de sociale woningbouw. Onder sociale woningbouw kan ook verstaan worden dat bewoners de eigen woning bouwen (CPO) en dat die bewoners daarvoor de grond pachten voor een eindige periode. Daarmee is sprake van een situatie die vergelijkbaar is met 'Slimmer Kopen', een erkende vorm van sociale woningbouw. 46

vastgesteld Buitengebied (Eikenburg) Gemeente Eindhoven

Uit het meest recente regionaal woningmarktonderzoek (2018) blijkt dat er nog een grote behoefte is aan sociale huurwoningen. In het huursegment zijn de grootste tekorten in de betaalbare huurprijsklasse (€ 418 tot € 711). In absolute zin is dit het grootste theoretische tekort in alle prijsklassen van zowel huur als koop. Kwantitatieve behoefte Uit het 3.2.2 en 3.5.1 blijkt dat ook kwantitatief voldoende ruimte is om deze woningen te realiseren. Deze ontwikkeling voorziet zowel in een kwalitatieve behoefte als kwantitatieve behoefte. Daarnaast sluit dit plan aan bij de gemeentelijke woonvisie.

3.5.4

Kamerverhuur en woningsplitsing

Op 12 juni 2018 heeft de gemeenteraad het paraplubestemmingsplan 'parkeren, kamerverhuur en woningsplitsing' vastgesteld. Tot het moment van inwerkingtreding van dit paraplubestemmingsplan, werd via de huisvestingsverordening voorkomen dat woningen zonder vergunning werden gesplitst, omgezet, onttrokken en samengevoegd. Hoewel kamerverhuur en woningsplitsing verschillend zijn en andere toetsingskaders kennen, hebben beiden wel een zelfde soort ruimtelijk effect op de omgeving en is het wenselijk om deze initiatieven soortgelijk te reguleren in bestemmingsplannen. Door de regeling in het paraplubestemmingsplan wordt kamerverhuur en woningsplitsing voortaan via één vergunning (omgevingsvergunning) geregeld. Deze regeling moet in opvolgende bestemmingsplannen zoals het onderhavige worden overgenomen om geldend te blijven voor het betreffende plangebied. Om die reden is de regeling uit dit paraplubestemmingsplan in dit bestemmingsplan overgenomen.

3.6

Archeologische en cultuurhistorische waarden

3.6.1

Archeologie

Wettelijk en beleidsmatig kader Nationaal beleid Het Verdrag van Valletta (Malta) verplicht de Europese overheden tot het beschermen van archeologisch erfgoed. Hierbij wordt als uitgangspunt gehanteerd dat archeologische waarden in situ bewaard moeten blijven. Dat wil zeggen, dat er naar gestreefd moet worden om de waarden op de locatie te behouden. Als dit niet mogelijk blijkt, bijvoorbeeld wanneer andere belangen zwaarder wegen, dan moeten de waarden worden opgegraven en daarmee ex situ worden behouden. Het Verdrag van Valletta is doorvertaald in de Monumentenwet 1988, zoals deze gewijzigd is in september 2007. Sinds deze wijziging van september 2007 is de gemeente het bevoegd gezag op het gebied van archeologie en cultuurhistorie. Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. De uitgangspunten uit het Verdrag van Valletta (Malta) blijven in de Erfgoedwet de basis van de omgang met archeologie. Gemeenten houden een belangrijke rol in het archeologische stelsel. In bestemmingsplannen en het toekomstig omgevingsplan houden ze rekening met (te verwachten) archeologische waarden door het stellen van regels. Het al dan niet stellen van regels ten aanzien van archeologie dient te rusten op voldoende informatie over de archeologische situatie.

Deze informatie kan worden verkregen door gebiedsdekkende kaarten waarop de archeologische (te verwachten) waarden in de ondergrond zichtbaar zijn. Op basis hiervan kan archeologisch beleid worden ontwikkeld. Gemeentelijk beleid De gemeente Eindhoven beschikt, als invulling van haar verantwoordelijkheid volgens de vastgesteld Buitengebied (Eikenburg) Gemeente Eindhoven

47

Erfgoedwet, over een eigen archeologische verwachtingen- en waardenkaart. Met deze kaart wil de gemeente het ondergronds cultureel erfgoed van Eindhoven behouden door behoedzame ontwikkeling en beheer. De geactualiseerde archeologische verwachtingen- en waardenkaart (vastgesteld op 21 juni 2022) wordt beschouwd als een bureauonderzoek op gemeentelijk schaalniveau en geldt vanaf het moment van vaststelling als onderlegger voor nieuwe bestemmingsplannen en - na inwerkingtreding van de Omgevingswet - het omgevingsplan. Op de archeologische verwachtingen- en waardenkaart zijn de archeologische waarden en verwachtingen binnen de gemeentegrenzen aangegeven door middel van categorieën (de categorieën 1 tot en met 8). Ter bescherming van de archeologische waarden worden deze (met uitzondering van categorie 8) op de verbeelding van dit bestemmingsplan opgenomen als dubbelbestemming Waarde - Archeologie. Hieraan zijn per categorie regels gekoppeld. Deze regels geven aan wanneer archeologisch onderzoek verplicht is. (Bouw)werkzaamheden die binnen de in de regels vermelde oppervlakten én diepte vallen worden vrijgesteld van archeologisch onderzoek. Hierdoor kunnen bij ruimtelijke ordeningsprocedures sneller beslissingen worden genomen en kan de archeologie in een vroeg stadium in het proces worden meegenomen.

Archeologisch kader De van oorsprong hoger gelegen oude bouwlanden met een dik plaggendek, waaruit een groot deel van het gemeentelijk grondgebied bestond, blijken een goed geconserveerd bodemarchief te herbergen. Maar ook andere landschappelijke eenheden - zoals de nattere beekdalen en de flanken daarvan, de vennen of het 'restveen' - blijken vaak een waardevol archeologisch gegevensbestand te bevatten. Het gemeentelijk bodemarchief geeft blijk van een bewoningsgeschiedenis van duizenden jaren en herbergt archeologische resten daterend uit de (late) prehistorie, de Romeinse tijd, de vroege middeleeuwen, de late middeleeuwen en nieuwe tijd. Deze gegevens zijn van groot belang voor de reconstructie van het verleden, temeer omdat geschreven bronnen in Eindhoven nagenoeg ontbreken. Een bijzondere betekenis heeft de historische kern van Eindhoven, die als stad al in de loop van de late middeleeuwen een belangrijke regionale economische en bestuurlijke rol vervulde. Daarnaast kent de gemeente uit deze periode een aantal (verdwenen) hoeven, kasteeltjes, kerken, (water)molens en dergelijke die zowel archeologisch en cultuurlandschappelijk van hoge waarde zijn.

Archeologische waarnemingen binnen en ook buiten de van oorsprong laatmiddeleeuwse historische kernen bieden mogelijkheden om meer te weten te komen over de ontstaansgeschiedenis, ontwikkeling en bewoningsdynamiek tussen de plattelandsdorpen en de stad in wording en kunnen daarmee een verrijking vormen voor de lokale en regionale geschiedenis. Daarnaast zijn in de gemeente resten van ondergronds militair erfgoed te verwachten. In de Tweede Wereldoorlog lag hier bijvoorbeeld een militair vliegveld ('Fliegerhorst Eindhoven') en de gemeente maakte deel uit van het operatieterrein 'Market Garden' van het geallieerde bevrijdingsleger.

Plangebied Op de geactualiseerde archeologische verwachtings- en waardenkaart bevinden zich in het plangebied verschillende categorieën met archeologische (verwachtings)waarden. Deze categorieën zijn op de hieronder staande afbeelding opgenomen. Het gaat om de categorieën 3, 4, 5, 6 en 8. Vanuit beleidsmatig oogpunt is per categorie aangegeven wat voor een archeologische onderzoeksplicht hieraan gekoppeld is. Is de oppervlakte én diepte van de bodemverstorende activiteiten ten behoeve van een planontwikkeling groter dan de ondergrens, dan is een archeologisch (voor)onderzoek verplicht. De gemeentelijk adviseur archeologie kan aangeven welke vorm van archeologisch (voor)onderzoek noodzakelijk is voor 48

vastgesteld Buitengebied (Eikenburg) Gemeente Eindhoven

de aanvraag. Is de oppervlakte óf diepte van de bodemverstorende activiteiten ten behoeve van een planontwikkeling kleiner dan de ondergrens, dan is een archeologisch (voor)onderzoek niet verplicht.

Uitsnede archeologische waardenkaart 2022 (plangebied blauw omcirkeld)

Renvooi behorend bij de archeologische waardenkaart 2022

vastgesteld Buitengebied (Eikenburg) Gemeente Eindhoven

49

Conclusie De categorieën zijn op de verbeelding en de regels van het bestemmingsplan opgenomen als dubbelbestemming 'Waarde Archeologie 3' (gebieden van categorie 3), 'Waarde - Archeologie 4' (gebieden van categorie 4), 'Waarde - Archeologie 5' (gebieden van categorie 5) en 'Waarde - Archeologie 6' (gebieden van categorie 6).

Meldingsplicht toevalsvondsten De wettelijke meldingsplicht voor archeologische toevalsvondsten geldt altijd (art. 5.10 Erfgoedwet 2016). Mochten tijdens grondwerkzaamheden (vermoedelijke) archeologische resten (vondsten, muurwerk, grondsporen et cetera) worden aangetroffen, dan dienen deze direct gemeld te worden aan de Minister van OCW en bij de (afdeling Omgevingskwaliteit) gemeente Eindhoven. Vervolgens zal bepaald worden of, en zo ja welke, aanvullende maatregelen getroffen dienen te worden. .

3.6.2

Cultuurhistorie

Op 29 november 2022 is de cultuurhistorische waardenkaart van Eindhoven geactualiseerd De kaart dient als beleidskader om bij ruimtelijke ontwikkelingen in de stad rekening te kunnen houden met de cultuurhistorie van Eindhoven. De overzichtskaart met cultuurhistorische waarden bestaat uit twee deelwaardenkaarten, te weten de waardenkaart historisch cultuurlandschap en de waardenkaart historische stedenbouw en gebouwd erfgoed. Op de waardenkaart historisch cultuurlandschap zijn aangegeven en gewaardeerd de historische landschappelijke gebieden (incl. historische nederzettingslocaties) en elementen (landschapselementen infrastructuur, waterstaat, opgaand groen, religie en funerair erfgoed en reliëf), die belangrijk zijn voor de herkenbaarheid van de historische ontwikkeling van Eindhoven. Op de waardenkaart historische stedenbouw en gebouwd erfgoed zijn aangegeven de beschermde rijks- en gemeentelijke monumenten, beschermde stads- en dorpsgezichten, gemeentelijke archeologische monumenten, cultuurhistorisch waardevolle objecten, historisch waardevolle kunstwerken, historische wegen en waterlopen, historisch-stedenbouwkundige structuren en waardevol aangelegd groen en bomen, die belangrijk zijn voor de herkenbaarheid van de historische ontwikkeling van Eindhoven.

50

vastgesteld Buitengebied (Eikenburg) Gemeente Eindhoven

Uitsnede cultuurhistorische waardenkaart 2022 (overzichtskaart) (projectgebied rood omleind) met de daarbij behorende legenda

Conclusie Ter plaatse van het plangebied is sprake van verschillende cultuurhistorische waarden. Voor Landgoed Eikenburg is een cultuurhistorische onderbouwing opgesteld (bijlage 2 bij de toelichting). In deze bijlage wordt toegelicht hoe de geplande ingrepen ervoor zorgen dat deze waarden behouden blijven en waar mogelijk verbeterd worden. Dit gebeurt o.a. door een schriftelijke toelichting van de ingrepen, een vergelijking van de waardenkaarten met het Masterplan en foto's van de locatie ter plaatse.

vastgesteld Buitengebied (Eikenburg) Gemeente Eindhoven

51

3.7

Verkeer en parkeren

Verkeer Het plangebied is goed bereikbaar. Volgens de nota 'Eindhoven op Weg' (2013) is de Aalsterweg aangewezen als gebiedsontsluitingsweg. De woningen worden voor auto's ontsloten via de aansluiting op de Aalsterweg. Dit geldt tevens voor langzaam verkeer, echter is het plangebied ook bereikbaar via de Roostenlaan. De realisatie van 17 woningen zullen geen verkeerskundig negatieve effecten opleveren op de omliggende wegenstructuur, ook gezien het feit dat de locatie nabij de Aalsterweg is gelegen. Autoparkeren De ruimte in de stad is beperkt en kostbaar. De gemeente moet dan ook de schaarse ruimte efficiënt gebruiken. Daarom worden bij een bouwplan eisen aan het aantal te realiseren parkeerplaatsen gesteld. Daarbij dienen de parkeernormen uit de Nota Parkeernormen 2019 gehanteerd te worden. De parkeernormen uit 2016 zijn geactualiseerd, maar wel met voorwaarden om parkeeroverlast in woonwijken te voorkomen. Flexibele parkeernormen maken ontwikkelingen mogelijk die goed zijn voor de stad. Ook is het wenselijk dat er niet meer parkeerplekken worden gerealiseerd in de stad dan nodig. Dan blijft er meer ruimte over voor bijvoorbeeld groen of recreatie. Tot slot wordt duurzame mobiliteit gestimuleerd, dus meer lopen, fietsen en openbaar vervoer-gebruik.

Ontwikkelingen op locaties die goed bereikbaar zijn per openbaar vervoer, die goede voorzieningen hebben voor fietsers en bijvoorbeeld deelauto's aanbieden, hebben minder ruimte nodig voor parkeren. Dat betekent ook dat bewoners op zo'n nieuwe locatie geen recht hebben op een gemeentelijke parkeervergunning of bezoekersregeling indien betaald parkeren wordt ingevoerd. Zo wordt meer mogelijk gemaakt en wordt gezorgd voor een goede leefbaarheid in wijken en buurten. Voor het masterplan is een separate parkeernotitie opgesteld. Hierin is het parkeren (en mobiliteit) verder uitgewerkt. De rapportage hiervan is als bijlage bij deze toelichting gevoegd. Tijdens het bestemmingsplanproces is het verzoek gekomen om het aantal woningen in de kloostertuin met 2 te verhogen, zodat er 8 in plaats van 6 woningen op deze locatie gerealiseerd kunnen worden. De parkeerbehoefte gaat hiermee van 7 naar 9 parkeerplaatsen. In totaal zit er een overmaat van 5 parkeerplaatsen over het hele masterplan. Deze toename vormt dus geen belemmering voor het beoogde planvoornemen. In totaal zit er een overmaat van 5 parkeerplaatsen over het hele masterplan. De parkeerbehoefte is zoveel mogelijk per deelgebied opgelost. Dit lukt echter niet overal. In deelgebied D is er een tekort aan parkeerplaatsen. Dit wordt opgevangen in de gebieden A en I.

In deelgebied E ontstond in eerste instantie een tekort vanwege de manier waarop de parkeerbehoefte van de sporthal wordt berekend in de parkeertool. De uitkomst van de parkeertool komt echter niet overeen met het gebruik van de sporthal, i.e. sporten op inschrijving tot max 12 personen. Daarom is er teruggerekend naar het maximaal aantal benodigde parkeerplaatsen. Dit is als uitgangspunt genomen voor de parkeerbalans van deelgebied E. In deelgebied H is een tekort aan 2 parkeerplaatsen, dit is opgelost met een overschot in deelgebied G. De conclusie is dat per deelgebied enkele overschotten of tekorten ontstaan. Over het gehele plan genomen zijn er ruim voldoende parkeerplaatsen voorzien, en kan worden voldaan aan de Nota Parkeernormen 2019. Fietsparkeren Vanuit de parkeertool zijn 45 stallingen benodigd voor fietsen (3 fietsen per nieuwe woning). Elke woning krijgt een eigen berging in het achtererfgebied of op het bouwterrein waar 3 fietsen kunnen worden gestald. Hiermee wordt voldaan aan de Nota Parkeernormen 2019. 52

vastgesteld Buitengebied (Eikenburg) Gemeente Eindhoven

3.8

Groen

3.8.1

Groenbeleidsplan

Begin 2017 is een actualisatie van het Groenbeleidsplan door de gemeenteraad vastgesteld. Dit Groenbeleidsplan 2017 is gemaakt met de veranderende rol van de overheid in het achterhoofd. Het voorziet in vier sporen "het verhaal van de stad", wat de waarde van groen is, welke ambitie de gemeente daarmee heeft en het daadwerkelijke groenbeleid. De doelen van het Groenbeleidsplan 2017 zijn: richting geven aan ontwikkelingen en ambities formuleren; faciliteren van de ontwikkeling van Eindhoven als gezonde, klimaatadaptieve en groene stad om zo de vitaliteit en het welzijn van haar bewoners naar een hoger plan te kunnen brengen; aanknopingspunten bieden voor beheer en inrichting; groen en groenontwikkelingsmogelijkheden voor Eindhoven duurzaam veiligstellen waar het moet en flexibiliteit bieden waar het kan; partners in de stad inspireren en stimuleren: inwoners, bedrijfsleven, kennis- en onderwijsinstellingen en overheid. Het Groenbeleidsplan 2017 blijft na vaststelling van kracht tot de gemeenteraad anders beslist; het streven is een geldigheid van 10 jaar of langer. Het plan heeft in principe betrekking op al het groen van Eindhoven, dus niet alleen het groen in eigendom van de gemeente. Omdat niet al het groen bescherming krijgt door een specifieke groenbestemming en de gemeente enkel directe invloed heeft op haar eigen eigendommen, is niet al het groen automatisch beschermd.

In het Groenbeleidsplan 2017 zijn onder andere procesafspraken genoemd die een relatie hebben met een ruimtelijke procedure. Het betreft een procesafspraak over groenplannen bij ontwikkeling van gebouwen of gebieden en de procesafspraak over de groenregelingen voor bomen (Verordening Bomen en Nadere regels bomen) en de Regeling Groencompensatiefonds. De genoemde groenplannen dienen een toelichting van de groene inrichting van een ontwikkeling te geven. Behoud van het bestaande groen is het uitgangspunt, evenals het (door)ontwikkelen van de groene kwaliteiten waar nodig. Het Groenbeleidsplan 2017 geeft in een kaart met zes ruimtelijke strategieën de kaders voor de ruimtelijke ontwikkeling in relatie tot groen. Onderhavig plangebied is grotendeels gelegen binnen de strategie 'Stad, groen beeldbepalend'. Strategie: Stad, groen beeldbepalend Het plangebied is grotendeels gelegen binnen de strategie 'Stad, groen beeldbepalend'. Dit zijn stedelijke gebieden met een uitgesproken groen karakter die bovendien aansluiten bij de hoofdgroenstructuur en deze daardoor ruimtelijk versterken. De verweving van rood en groen manifesteert zich in deze gebieden op allerlei manieren: kleinschalig en grootschalig, in privéen openbare ruimtes. Het karakter is vaak afhankelijk van de aangrenzende groenstructuur en kan dus zowel landschappelijk als stedelijk zijn.

Het beleid is gericht op het behouden en ontwikkelen van het bijzondere groene imago en de aansluiting op de groenstructuur. De groene beleving staan voorop. De specifieke kwaliteit en identiteit van een plek moet daarom worden beschermd en versterkt. Bouwen is in deze gebieden beperkt mogelijk mits het groene karakter centraal blijft staan. In de nader uit te werken ontwerprichtlijnen wordt beschreven wat dat in de praktijk betekent. Om het groene karakter te beschermen geldt in ieder geval een algehele kapvergunningsplicht, ook voor private percelen. Deze vergunningplicht is opgenomen en bestuurlijk vastgesteld in de Verordening Bomen en Nadere regels bomen. vastgesteld Buitengebied (Eikenburg) Gemeente Eindhoven

53

Uitsnede ruimtelijke strategieën Groenbeleidsplan 2017 Beleidsregel groencompensatie Op 13 maart 2018 is de 'Regeling Groencompensatiefonds' vastgesteld. Bij deze regeling hoort de 'Beleidsregel Groencompensatie'. Deze beleidsregel is bedoeld als afwegingskader bij aanvragen voor (ruimtelijke) ontwikkelingen die kunnen leiden tot aantasting van groen. Bij aantasting en verlies van groen is compensatie vereist, de Beleidsregel geeft hiervoor de richtlijnen. Deze Beleidsregel is niet van toepassing bij locaties buiten het bestaand stedelijk gebied, zoals aangegeven in de plankaart behorend bij de Verordening ruimte 2014 van de provincie Noord-Brabant. In dat gebied is de Verordening ruimte (is nu Interim Verordening) leidend. Door Buro Lubbers is een Masterplan opgesteld voor Landgoed Eikenburg en is door hen uitgebreid ingegaan op de groene inpassing (groenplan) voor het landgoed. Beide documenten zijn als bijlage toegevoegd bij deze toelichting. De hoeveelheid groen neemt toe als gevolg van vermindering van de bebouwing en verharding. Per saldo gaat het om een totale oppervlakte van 4.145 m² extra groen ten opzichte van de huidige situatie. Dit nieuwe groen wordt o.a. ingezet in NNB (zie ook de ecologische waardebepeling t.b.v. van het aanvullend natuuronderzoek van Faunaconsult in de bijlage), achter het zwembad en ten westen van Pannenhoef-Leemerhoef.

Gelet op het voorgaande voldoet dit plan aan het Groenbeleidsplan en Beleidsregel groencompensatie.

54

vastgesteld Buitengebied (Eikenburg) Gemeente Eindhoven

3.8.2

Beleid Bomen

Het gemeentelijk beleid ten aanzien van bomen is vastgelegd in de Verordening Bomen 2021. Deze is op 6 april 2021 door de gemeenteraad vastgesteld en de verordening met bijbehorende regels is op 23 april 2021 in werking getreden. De Verordening en (uitwerking daarvan in) nadere regels voor compensatie is van toepassing op bomen die niet vallen onder de regelgeving van de Wet natuurbescherming (Wnb). De Wet natuurbescherming is van toepassing op: bossen die buiten de 'bebouwde kom Wnb' liggen; alle beplantingen van bomen die groter zijn dan 10 are; bomen in een rijbeplanting, als de rij uit meer dan 20 bomen bestaat. Voor bomen geldt dus of de Wet natuurbescherming of de Verordening Bomen 2021. Voor het vellen van bomen dient, behoudens een aantal vrijstellingen, een melding te worden gedaan bij de Provincie Noord Brabant. Er is een herplantplicht van toepassing. Verordening Bomen 2021 In de Verordening Bomen 2021 is de bescherming van bomen geregeld, doordat voor het kappen van bomen een omgevingsvergunning nodig is. Daarbij kan ook nog worden gezorgd voor herplant van de te kappen bomen (compensatieplicht). De verordening bevat regels over hoe wordt omgegaan met overlast door bomen, de compensatieplicht bij kap, de indieningvereisten bij een vergunningaanvraag, de beoordeling (weigeringsgronden) van een kapaanvraag en het aanbrengen van verlichting in bomen.

Conform de verordening is een vergunning voor kappen van bomen nodig als: bomen vanaf 45 cm stamomtrek op gemeentegrond of op particuliere percelen groter dan 250 m2; een houtopstand die voor de eerste keer wordt teruggesnoeid tot op de hoofdtakken of stam; een houtopstand, ongeacht de stamomtrek, die is aangelegd op grond van een herplant-, compensatie en/of instandhoudingsplicht op grond van artikel 6 of een overeenkomst met het college. voor het voorhanden of in voorraad hebben dan wel het vervoeren van een gekapte houtopstand of delen ervan met een plantenziekte is een omgevingsvergunning vereist, voor zover deze plantenziekte zich kan verspreiden is wel een vergunning nodig. Groene kaart Er is een groene kaart waarop ter informatie het volgende is aangegeven: Groenstructuur van de gemeente Eindhoven (groene wiggen, groene dooradering en hoofgroenstructuur); Groenarme gebieden; Centrumgebied; Bebouwde komgrens Wet natuurbescherming; (Particuliere) percelen groter dan 250 m2. De informatie op de groene kaart is nodig om: Te duiden waar de waardevolle bomen staan; Te duiden waar de monumentale bomen staan; Inzicht te geven in de Bebouwde komgrens wet natuurbescherming; Inzicht te geven in de gebieden waar een compensatiefactor geldt in het geval financiële compensatie aan de orde is, het centrumgebied en de groenarme gebieden.

vastgesteld Buitengebied (Eikenburg) Gemeente Eindhoven

55

Om de kaart actueel te houden wordt de informatie over de bomen op de kaart en de kadastrale situatie op de kaart, zeer frequent bijgewerkt. Zo blijft de kaart up-to-date en betrouwbaar voor zowel interne als externe gebruikers. Compensatieplicht bomen Door het kappen van bomen gaat groen verloren. Het weggevallen groen moet in beginsel worden gecompenseerd. Aan een omgevingsvergunning voor het kappen van een houtopstand (bomen) kunnen voorschriften worden verbonden. Onder andere kan een compensatieplicht worden opgelegd. In de Nadere regels Verordening bomen 2021 is bepaald wanneer een compensatieplicht ontstaat en hoe die wordt bepaald. Nadere regels voor compensatie De Verordening is uitgewerkt in nadere regels voor compensatie. Deze zijn op 21 april 2021 vastgesteld door het college en op 23 april 2021 in werking getreden. Het college mag op basis van de Verordening bomen 2021 compensatie opleggen zoals uitgewerkt in de 'Nadere Regels voor compensatie'.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13415760/2