Bijlage 1a - Bestemmingsplan Buitengebied (Brabant Water Aalsterweg)
Tekst van het document
Vastgesteld bestemmingsplan
Buitengebied (Brabant Water Aalsterweg)
Februari 2021
Buitengebied (Brabant Water Aalsterweg)
Inhoudsopgave Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding
7
1.1
Aanleiding
7
1.2
Het plangebied
7
1.3
Voorgaande plannen
8
1.4
Leeswijzer
9
Hoofdstuk 2 Beschrijving plangebied
11
2.1
Historisch perspectief
11
2.2
Stedenbouwkundige structuur
12
2.3
De buurten
15
2.4
Ontwikkelingen in het plangebied
15
Hoofdstuk 3 Uitgangspunten, randvoorwaarden en beleidskader
23
3.1
Inleiding
23
3.2
Rijksbeleid
23
3.3
Provinciaal beleid
27
3.4
Gemeentelijk beleid
33
3.5
Archeologische en cultuurhistorische waarden
34
3.6
Verkeer en parkeren
38
3.7
Groen
40
3.8
Bedrijvigheid
43
3.9
Kabels, leidingen en straalpaden
43
Hoofdstuk 4 Milieuparagraaf
45
4.1
Milieueffectrapportage
45
4.2
Bedrijven en milieuzonering
46
4.3
Geluid
49
4.4
Luchtkwaliteit
50
4.5
Externe veiligheid
52
4.6
Duurzaamheid
54
4.7
Bodem
58
4.8
Natuur
58
Hoofdstuk 5 Waterparagraaf
63
5.1
Inleiding
63
5.2
Beleid
63
5.3
Beschrijving watersysteem plangebied
69
5.4
Toekomstige situatie van het watersysteem
71
Hoofdstuk 6 Juridische vormgeving
77
6.1
Algemeen
77
6.2
Planmethodiek
77
2
vastgesteld Buitengebied (Brabant Water Aalsterweg) Gemeente Eindhoven
6.3
Verbeelding
77
6.4
Planregels
77
Hoofdstuk 7 Handhaving
79
Hoofdstuk 8 Financiële aspecten
81
Hoofdstuk 9 Procedure en maatschappelijke uitvoerbaarheid
83
9.1
Bekendmaking ex artikel 1.3.1 Bro
83
9.2
Overleg ex artikel 3.1.1 Bro
83
9.3
Inspraak
85
9.4
Zienswijzen
86
Bijlagen bij de toelichting
87
Regels
89
Hoofdstuk 1 Inleidende regels
91
Artikel 1
Begrippen
91
Artikel 2
Wijze van meten
97
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels
99
Artikel 3
Bedrijf
99
Artikel 4
Waarde - Cultuurhistorie - 2
103
Hoofdstuk 3 Algemene regels
105
Artikel 5
Anti-dubbeltelregel
105
Artikel 6
Algemene gebruiksregels
107
Artikel 7
Algemene aanduidingsregels
109
Artikel 8
Algemene afwijkingsregels
113
Artikel 9
Overige regels
115
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels
117
Artikel 10
Overgangsrecht
117
Artikel 11
Slotregel
119
Bijlagen bij de regels
121
Bijlage 1
Lijst van bedrijfsactiviteiten
122
Bijlage 2
Sloopverplichting
123
Bijlage 3
Invulling landschapsinrichting
124
vastgesteld Buitengebied (Brabant Water Aalsterweg) Gemeente Eindhoven
3
4
vastgesteld Buitengebied (Brabant Water Aalsterweg) Gemeente Eindhoven
Toelichting
vastgesteld Buitengebied (Brabant Water Aalsterweg) Gemeente Eindhoven
5
6
vastgesteld Buitengebied (Brabant Water Aalsterweg) Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding
Het bestemmingsplan "Buitengebied (Brabant Water Aalsterweg)" bestaat uit een digitale en analoge verbeelding (plankaart) met de daarbij behorende regels. Bij het bestemmingsplan is een toelichting gevoegd. In de toelichting wordt aangegeven waarom het bestemmingsplan is opgesteld en welke afwegingen hebben plaatsgevonden in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Naast de digitale versie is er tevens een papieren versie van het bestemmingsplan beschikbaar. De digitale versie is juridisch bindend. Dit bestemmingsplan is opgesteld om het planologisch-juridische kader te vormen voor de ingrepen en ontwikkelingen die Brabant Water heeft voorzien op haar productielocatie aan de Antoon Coolenlaan (bij de Aalsterweg). Deze ingrepen zijn nodig om in de toekomst te kunnen blijven voorzien in voldoende drinkwater voor de stad, met de gewenste kwaliteit. Om dit te kunnen garanderen, dient de zuiveringsinstallatie voor het drinkwater en bijbehorende installaties vernieuwd te worden. Dit kan niet op de plek van de huidige installaties, want deze moeten blijven functioneren totdat de nieuwe installaties gereed zijn zodat de drinkwatervoorziening in Eindhoven niet in gevaar komt. In hoofdstuk 2 is in meer detail omschreven welke ingrepen en ontwikkelingen gaan plaatsvinden op de productielocatie aan de Aalsterweg.
1.2
Het plangebied
Het plangebied ligt in het zuidelijke deel van de gemeente en wordt in grote lijnen begrensd door de Aalsterweg ten oosten, de Anton Coolenlaan ten noorden, de Theo Koomenlaan ten zuiden en de Willem Elsschotlaan ten westen van de locatie. In de onderstaande afbeelding is het plangebied weergegeven.
vastgesteld Buitengebied (Brabant Water Aalsterweg) Gemeente Eindhoven
7
Figuur 1: Het plangebied op luchtfoto met straatnamen. In de inzet de locatie in de stad.
1.3
Voorgaande plannen
Het bestemmingsplan "Buitengebied (Brabant Water Aalsterweg)" vervangt deels het bestemmingsplan "Buitengebied" vastgesteld door de raad op 22 augustus 2006. En het bestemmingsplan "Paraplubestemmingsplan parkeren, kamerverhuur en woningsplitsing". Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 12 juni 2018. Op dit moment is het nieuwe bestemmingsplan Buitengebied 2019 in voorbereiding. Het voorontwerp hiervan is op 14 februari 2019 gepubliceerd. De productielocatie van Brabant Water is in dit voorontwerpbestemmingsplan opgenomen, maar zal in de ontwerpversie worden verwijderd uit het bestemmingsplan Buitengebied 2019.
8
vastgesteld Buitengebied (Brabant Water Aalsterweg) Gemeente Eindhoven
1.4
Leeswijzer
Deze toelichting bestaat uit 9 hoofdstukken. Na deze inleiding volgt hoofdstuk 2. Hierin is een beschrijving van het plangebied gegeven, evenals een beschrijving van de voorgenomen ingrepen in het plangebied. Hoofdstuk 3 bevat de uitgangspunten bij, de randvoorwaarden en de beleidskaders voor het opstellen van het bestemmingsplan. Hoofdstuk 4 geeft inzicht in en een verantwoording van alle relevante milieuaspecten. Hoofdstuk 5 bevat de waterparagraaf. In deze paragraaf is beschreven op welke wijze rekening wordt gehouden met de gevolgen van het bestemmingsplan voor de waterhuishouding. De juridische vormgeving van het bestemmingsplan is verwoord in hoofdstuk 6. In hoofdstuk 7 wordt ingegaan op de handhaving van het bestemmingsplan. De financiële en economische uitvoerbaarheid is verantwoord in hoofdstuk 8. Hoofdstuk 9 gaat ten slotte in op de gevolgde procedure, inclusief een paragraaf over de maatschappelijke uitvoerbaarheid, waaronder de resultaten van het gevoerde overleg en de samenspraak/inspraak.
vastgesteld Buitengebied (Brabant Water Aalsterweg) Gemeente Eindhoven
9
10
vastgesteld Buitengebied (Brabant Water Aalsterweg) Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 2
2.1
Beschrijving plangebied
Historisch perspectief
De begroeiing van het kleinschalig beekdal van de Tongelreep dateert deels van ongeveer 1850 en deels van 1930 en bestaat uit bos, geriefbosjes, houtwallen, laanbeplanting en perceelrandbegroeiing. Rondom dit beekdal is Genneper Parken ontstaan. Het zuidoostelijk deel van Genneper Parken, waarbinnen de planlocatie is gelegen, is primair bestemd voor sportactiviteiten. In het verlengde van het van oudsher aanwezige voetbalstadion van FC Eindhoven ligt het IJssportcentrum, het Nationaal Zwemcentrum De Tongelreep, diverse voetbal- en hockeyclusters, tennisfaciliteiten en het Indoor Sportcentrum Eindhoven. Dit deel van Genneper Parken heeft een omvang van ruim 75 hectare. De sportfuncties in dit gebied waren nogal 'uitgesmeerd' over het gebied, waardoor veel tussenruimte en restruimten aanwezig was. Dit gebied wordt verder gekenmerkt door natuur en cultuurhistorisch waardevolle landschappelijke elementen. Zo vormen de beken belangrijke landschappelijke aders. Binnen het plangebied is de drinkwaterproductie al meer dan een eeuw gevestigd. In de tweede helft van de negentiende eeuw nam het aantal klachten over de kwaliteit van het drinkwater (dat men betrok uit putten) in Eindhoven schrikbarend toe. Een kwaliteitsonderzoek in 1890 leverde trieste uitkomsten op, maar acties bleven nog uit. Een nieuw onderzoek in 1899 leidde tot het advies een gemeentelijk waterbedrijf op te richten.
Dat advies werd opgevolgd en in 1900 besloot de gemeenteraad tot de aanleg van een heus waterleidingnet, zoals bijvoorbeeld Helmond dat al kende. In 1903 begon men daadwerkelijk met de aanleg van het drinkwaternet, daarbij inbegrepen een watertoren, een machinekamer met ketelhuis, twee dienstwoningen en kantoorruimten, twee stoomketels, twee stoompompinstallaties en een buizennet. Het oorspronkelijke gebouw van de machinekamer en pompinstallaties is nog steeds aanwezig op het terrein. Bovendien bepaalde de gemeenteraad dat het waterleidingbedrijf ten minste één uur gaans van het centrum van Eindhoven moest komen. Zo kwamen pompstation en watertoren buiten de grenzen van de toenmalige gemeente Eindhoven te liggen, namelijk op de 'woeste gronden' in Stratum. Stadsarchitect L.J.P Kooken maakte het ontwerp van de watertoren en leverde de tekeningen. In 1904 metselde burgemeester P.H. van Mens het Eindhovense gemeentewapen officieel in de in aanbouw zijnde toren. Het jaar daarop werd het drinkwatersysteem feestelijk door commissaris van de koningin Van Voorst tot Voorst in gebruik genomen. De toren doorstond onbeschadigd de Tweede Wereldoorlog. Gebrekkig onderhoud begon de toren echter parten te spelen. Het metselwerk verkruimelde totdat de situatie op een gegeven moment zo belabberd was, dat er geen andere keuze overbleef dan afbraak.
Daarbij kwam dat eind jaren zestig de capaciteit van de watertoren ook onvoldoende was geworden om aan de steeds groeiende vraag te kunnen voldoen. In 1970 ging men over tot afbraak van de toren en bouw van een nieuwe en veel krachtiger watertoren op nagenoeg dezelfde plaats, naar ontwerp van Wim Quist. De nieuwe watertoren stond echter niet meer aan de Willem Elsschotlaan, maar aan de Anton Coolenlaan, dus om de hoek. Gaandeweg de verdere ontwikkeling van de stad, is de locatie steeds meer binnen het stedelijk gebied komen te liggen. Op dit moment is de productielocatie het grootste drinkwaterproductiebedrijf vastgesteld Buitengebied (Brabant Water Aalsterweg) Gemeente Eindhoven
11
van Nederland dat grondwater als bron gebruikt. Vanuit deze locatie worden 350.000 inwoners en bedrijven in de regio bediend.
2.2
Stedenbouwkundige structuur
Opbouw Het plangebied wordt in de huidige situatie gekenmerkt als een naar binnen gekeerd, introvert terrein. Rondom het plangebied zijn hekwerken aanwezig ten behoeve van de beveiliging van de drinkwaterproductie. Het plangebied is functioneel in te delen in een vijftal zones (zie onderstaande figuur), waar verschillende activiteiten plaats vinden.
Figuur 2: functionele zonering in het plangebied. In zone 1 is momenteel de waterproductie (waterzuivering en de spoelwaterterugwinning) gevestigd. In de omgeving van de productielocatie liggen diverse winputten voor 'ruw' grondwater. Dit water wordt met leidingen getransporteerd naar de waterproductielocatie. In de waterzuivering wordt het uit de grond opgepompte water gezuiverd voor gebruik en wordt spoelwater weer geschikt gemaakt als drinkwater. In zone 2 ligt de hoofdingang tot het plangebied. Buiten het hek ligt hier een parkeerplaats. Tevens is hier het pompgebouw gelegen. In dit gebouw staan verschillende (hogedruk)pompen die het drinkwater op druk in het leidingnet brengen ten behoeve van distributie naar afnemers. Ook staan hier 'de bollen'. Deze zijn in het verleden gerealiseerd om water onder druk in het leidingnet te brengen. Momenteel worden de bollen gebruikt als noodvoorziening bij plotselinge drukuitval van de pompgemalen. 12
vastgesteld Buitengebied (Brabant Water Aalsterweg) Gemeente Eindhoven
Zone 3: dit deelgebied lijkt van buiten te bestaan uit open grasvelden. In deze zone ligt echter een vijftal reinwaterkelders: grote ondergrondse reservoirs waarin het drinkwater na zuivering wordt gebufferd. In zone 4 liggen meerdere opstallen: een kantoorgebouw van Brabant Water, een onderhoudsmagazijn voor monteurs in de regio en de cultuurhistorisch zeer waardevolle Oudheidskamer, welke door Brabant Water wordt gebruikt als kantine en vergaderruimte. Op de planlocatie worden ook opleidingen voor monteurs gegeven; hiervoor wordt gebruik gemaakt van de ruimten in de gebouwen en van de buitenruimte (praktijklocatie). Zone 5 betreft een betrekkelijk rustig bosgebied. Aan de zuidzijde is een parkeerplaats gevestigd en middenin het bos ligt een locatie voor kleinschalige opslag van afvalstoffen en bouwstoffen die vrij komen en worden gebruikt tijdens klein onderhoud aan het leidingnet. Centraal door het gebied loopt vanuit de ingang aan de Anton Coolenlaan een toegangsweg richting gebouwen in deelgebied 4 en 5. Aan de oostzijde (Aalsterweg) is tevens een toegang gelegen. Echter, door de beperkte ontsluitingsmogelijkheden op de drukke Aalsterweg en de kruising met een fietspad en een vrij liggende busbaan, wordt deze toegang weinig gebruikt.
Op nagenoeg het gehele terrein is een uitgebreid netwerk van ondergrondse kabels en leidingen aanwezig ten behoeve van de verschillende activiteiten op het terrein. Verkeersstructuur De Aalsterweg is één van de hoofdontsluitingsroutes van de stad naar de A2, via afrit 33 (Waalre) en loopt vanaf de A2 door via de binnenring (Boutenslaan) richting Stratumsedijk. Ten zuiden van de A2 loopt de Aalsterweg over in de N69 richting Belgische grens. Diverse wegen aan de zuidzijde van de stad, waaronder de Antoon Coolenlaan, sluiten aan op de Aalsterweg. De hoofdingang van het terrein is momenteel aan de Antoon Coolenlaan gevestigd. Ten westen en zuiden van de locatie liggen respectievelijk de Willem Elsschotlaan en Theo Koomenlaan. De Willem Elsschotlaan is een lokale verbindingsweg en belangrijke fietsroute richting Genneper Parken. De Theo Koomenlaan ontsluit de diverse school- en sportfuncties aan de oostzijde van de Genneper Parken. Groen en water Langs de Tongelreep in de bebouwde kom van Eindhoven (in de Genneper Parken, ten westen van het plangebied) komen enkele waardevolle natuurelementen voor, die zeldzaam tot matig zeldzaam en moeilijk vervangbaar of kwetsbaar zijn, zoals vochtige tot plaatselijk natte loofbosjes en waterplassen. Kenmerkende soorten zijn bijvoorbeeld lange ereprijs, moerasstreepzaad, vlottende waterranonkel, ijsvogel en weidebeekjuffer.
De Tongelreep is, samen met de Genneper Parken, een belangrijk groengebied voor Eindhoven. In het plangebied zelf is t.a.v. groen vooral het bosgebied van belang, dat in het zuidelijke deel van het terrein ligt. Binnen het plangebied zijn geen oppervlaktewaterstructuren gelegen, anders dan enkele zakslootjes langs de randen. Grondwatersysteem De regionale grondwaterstroming is naar het noorden gericht en treedt in de beekdalen als kwel aan de oppervlakte. Deze kwel is afkomstig van neerslag die op het Kempisch plateau en de dekzandruggen infiltreert en via de diepere ondergrond in de richting van de beekdalen stroomt. Voor de gemeente Eindhoven betekent dit dat kwel optreedt in de beekdalen en de overige delen van het buitengebied zijn aan te merken als infiltratie- of intermediair gebied. In sommige delen van het dal van de Dommel en Kleine Dommel komt nog kalkhoudend grondwater voor. De aanwezigheid van deze kalkgehalten in het grondwater indiceert de vastgesteld Buitengebied (Brabant Water Aalsterweg) Gemeente Eindhoven
13
aanwezigheid van kwel afkomstig uit (matig) diepe grondlagen. Het kwelwater komt tegenwoordig vaak niet meer aan het maaiveld, maar wordt doorgaans direct afgevoerd via sloten, waterlopen en beken. Ook grondwaterwinning heeft invloed op de kweldruk in het gebied. Vanuit provinciaal beleid zijn de grondwateronttrekkingen de laatste jaren (gedeeltelijk) afgebouwd. Vermindering van de kweldruk heeft negatieve gevolgen voor natuurdoeltypen die afhankelijk zijn van kwelwater. In sommige gebieden waarin afname heeft plaatsgevonden van het kalkhoudend grondwater, heeft zich een regenwaterlens gevormd die 'drijft' op het kalkhoudende grondwater. Daarnaast worden natuurwaarden in het gebied bedreigd door verontreiniging van vooral het ondiepe grondwater, door o.a. landbouwkundige activiteiten als overbemesting. Oppervlaktewatersysteem Het plangebied maakt deel uit van het stroomgebied van de Boven Dommel. Dit stroomgebied kenmerkt zich door een hoge verstedelijkingsgraad, een kwart van het oppervlak is bebouwd. Het watersysteem bestaat uit een aantal korte beken die op het Kempisch plateau ontspringen en bij Eindhoven in de Dommel uitmonden. De Dommel stroomt door de Genneper Parken op ca. 1 kilometer van het plangebied. Direct naast het plangebied ligt de Tongelreep, deze is op ca. 200 meter gesitueerd.
Ecosysteem De natuur, die gebonden is aan de natte beekdalen, is doorgaans sterk achteruitgegaan en versnipperd. Hoewel de natuurwaarden vaak hoog zijn. Tussen de gebieden ontbreken de noodzakelijke ecologische schakels. Door allerlei waterhuishoudkundige ingrepen is het oorspronkelijke beeksysteem sterk verstoord. De oorspronkelijke gradiënt van een voedselarm naar een voedselrijk milieu, respectievelijk van 'brongebied' naar benedenloop, is geheel of grotendeels verdwenen. Momenteel is nagenoeg overal sprake van een voedselrijk milieu. Een gelijkmatige en natuurlijke afvoer van het regen- en kwelwater heeft plaats gemaakt voor een versnelde afvoer, met in droge zomers meestal geheel droogvallende bovenlopen. Ook de waardevolle lokale systemen, waarin hoger gelegen en voedselarme bossen en heidevelden geleidelijk overgaan naar voedselrijkere beekdalen, komen nauwelijks meer voor. Waterkwaliteit De waterkwaliteit van de meeste beken en waterlopen voldoet momenteel, mede door de te hoge concentratie aan voedingsstoffen, niet aan de Algemene Milieu Kwaliteitsnorm. De voedingsstoffen worden voornamelijk aangevoerd door afvalwater van zuiveringsinstallaties en door uitspoeling van mest van landbouwgronden. De ecologische waterkwaliteit van het bekenstelsel van de Dommel en Tongelreep is in het algemeen nog altijd onvoldoende.
De waterkwaliteit van de meeste stilstaande wateren voldoet wel aan de milieukwaliteit, waarbij de voedselrijkdom varieert van zeer voedselarm tot matig voedselrijk. Recreatief gebruik Waterschap De Dommel is belast met het nautisch beheer, gebaseerd op de scheepvaartwet. Dit heeft betrekking op het gebruik van water als vaarwater. Hieronder vallen vrijwel alle recreatieve activiteiten die op het water plaatsvinden zoals kanoën, roeien, varen met vlotten en boten en het afmeren van (woon)boten. Het varen is alleen toegestaan als men in het bezit is van een geldige ontheffing van het waterschap. Voor gemotoriseerde vaartuigen wordt geen ontheffing verleend. Voor overig vaargebruik met een groep van maximaal vier vaartuigen en maximaal vier personen is geen toestemming van het waterschap nodig als gevaren wordt op de Dommel (met uitzondering van het traject de Wal - TU/Eindhoven), op het afwateringskanaal en op de Kleine Dommel vanaf de Wettense Watermolen tot de samenkomst met de Dommel. Op de Tongelreep mag alleen met ontheffing worden gevaren in de winterperiode. 14
vastgesteld Buitengebied (Brabant Water Aalsterweg) Gemeente Eindhoven
2.3
De buurten
Het plangebied is gelegen in stadsdeel Stratum, in de wijk Kortonjo. Het bevindt zich in buurt 'Sportpark Aalsterweg' en grenst direct aan de buurten 'Eikenburg' en 'Genneperzijde'.
Figuur 3: Ligging van het plangebied (rood omlijnd) in het gebied 'Sportpark Aalsterweg' en de omliggende buurten. In de buurt Sportpark Aalsterweg bevinden zich nauwelijks woningen. De buurt kent vooral recreatie, zoals onder meer het Jan Louwers Stadion (FC Eindhoven), Hockeyclub Oranje-Rood, diverse tennisverenigingen en de Tongelreep, zowel het zwembad als de golfclub. Samen met de buurten Gennep en Genneperzijde staat het gebied ook bekend als de Genneper Parken.
2.4
Ontwikkelingen in het plangebied
Brabant Water moet het productieproces op de locatie Aalsterweg vernieuwen om in de toekomst te kunnen voorzien in de groeiende vraag naar drinkwater in Eindhoven. Er zijn daarnaast relatief veel bruinwaterklachten in Eindhoven. Om dit op te lossen, moet de drinkwaterkwaliteit worden verbeterd en dit vraagt vernieuwing van het productieproces. Het aanpassen en uitbreiden van de huidige productiefaciliteiten is geen duurzame en toekomstbestendige optie. Daarom dient een nieuwe zuivering (inclusief spoelwaterterugwinning) op de locatie gerealiseerd te worden. Gedurende de bouwperiode kan de huidige zuivering ongestoord door draaien en nadat de nieuwe installatie is opgeleverd kan de huidige installatie uit bedrijf worden genomen. Naast de nieuwbouw van de zuivering vinden er ook andere ingrepen plaats op en rondom de locatie: vastgesteld Buitengebied (Brabant Water Aalsterweg) Gemeente Eindhoven
15
in het nieuwe gebouw wordt ook de spoelwaterterugwinning gerealiseerd;, worden de ondergrondse reinwaterkelders en het pompgebouw op de locatie gerenoveerd en wellicht uitgebreid; worden benodigde infiltratievoorzieningen gerealiseerd om hemelwater af te koppelen van het rioolsysteem; wordt het samenwerkend systeem van winputten op en rondom de locatie verbeterd (dit leidt onder andere tot andere plekken voor winputten binnen het plangebied); Wordt aan de noordzijde een tweede pompgebouw gerealiseerd, zodat de bedrijfszekerheid van de drinkwaterdistributie (betere continue waterdruk, betere opvang bij eventuele calamiteiten) verbeterd wordt. Deze ingrepen zijn niet allemaal mogelijk binnen het huidige bestemmingsplan. Met dit bestemmingsplan wordt het planologisch-juridisch kader voor het plangebied herzien. Om de omschreven activiteiten uit te voeren, is onderzocht hoe het een en ander het beste op het terrein ingepast kan worden. In de onderstaande figuur worden de ingrepen t.a.v. sloop en nieuwbouw globaal weergegeven, navolgend worden deze toegelicht. In de figuur is aangegeven waar de nieuwbouw (filtergebouw en pompengebouw) zijn gepland en welke gebouwen gesloopt kunnen worden als de nieuwbouw in bedrijf is. Het merendeel van de bebouwing op de locatie blijft gehandhaafd.
Figuur 4: Te handhaven, te slopen en nieuw te realiseren bebouwing in het gebied. NB kleine gebouwtjes en bouwwerken geen gebouw zijnde zijn niet weergegeven in deze afbeelding. De nieuwe productielocatie (drinkwaterzuivering en spoelwaterverwerking) wordt ten noorden van de huidige zuivering beoogd. Deze twee installaties worden in één nieuw gebouw geplaatst (zie Figuur ). Het gebouw heeft een afmeting van ca. 70 x 40 m en een hoogte van ca. 16 m. Dit gebouw is zo ontworpen, dat de processen zo efficiënt en energiezuinig mogelijk ingedeeld kunnen worden en er een minimaal ruimtebeslag is. Tevens leidt de clustering van de installaties tot minder leidingstraten op de locatie. De locatie van het gebouw is zo gekozen, dat er een maximale afstand is tot omliggende woningen. Zodat eventuele hinder voor omwonenden tot een minimum wordt beperkt. De ligging is ook ingegeven door de bestaande infrastructuur: op deze locatie liggen nagenoeg geen kabels en leidingen in de ondergrond, waardoor de kostbare verplaatsing van kabels en leidingen zo min mogelijk nodig is. De locatie waar het gebouw is gepland, is momenteel bebost. Dit bos wordt deels gekapt om ruimte te creëren voor de nieuwbouw. Voor de aan- en afvoer van hulp- en reststoffen zullen er enkele tientallen vrachtwagens per 16
vastgesteld Buitengebied (Brabant Water Aalsterweg) Gemeente Eindhoven
jaar het terrein moeten bezoeken. Dit kan via de hoofdingang aan de Anton Coolenlaan, maar het heeft de voorkeur om deze logistiek via de Willem Elsschotlaan te laten verlopen. Op deze wijze wordt bevoorradingsverkeer gescheiden van ander verkeer (bijvoorbeeld bezoekers, cursisten voor de opleidingen en medewerkers van Brabant Water). Bevoorrading van het naastgelegen zwemcentrum gebeurt momenteel ook via deze weg, zodat de vrachtwagenstromen maximaal kunnen worden gebundeld. Naast het nieuwe gebouw worden er drie nieuwe locaties voor winputten op het terrein voorzien (dit zijn twee nieuwe winputten en één te verplaatsen put). Nabij de ingang, ten oosten van het huidige pompgebouw, wordt een locatie voorzien waar in de toekomst het nieuwe tweede pompgebouw gerealiseerd zal worden. De huidige zuivering en spoelwaterverwerking zijn in de zuidwesthoek van het gebied gelegen. Als het nieuwe gebouw is gerealiseerd, zal deze huidige bebouwing gesloopt worden waardoor de plek vrij komt voor ander gebruik. Tot slot wordt gekeken naar de inrichting van het terrein. De bovengrondse en (zeer uitgebreide) ondergrondse infrastructuur dient in de toekomst aangepast te worden op de andere configuratie van het gebied. Niet alleen de voorgenomen ingrepen maar ook het toekomstig gebruik (kantoorruimten, magazijnen, opleidingscentrum voor monteurs) van het terrein wordt hierin meegenomen.
Figuur 5: Architectonische impressie van het nieuwe zuiveringsgebouw. Verantwoording locatiekeuze nieuwbouw Een deel van het aanwezige bos zal gekapt worden om het nieuwe gebouw voor de drinkwaterzuivering en spoelwaterterugwinning te kunnen realiseren. Dit is een noodzakelijke keuze. De nieuwbouw is essentieel om in de toekomst te kunnen blijven voorzien in voldoende en goed drinkwater. De locatie was oorspronkelijk gelegen buiten de bebouwde kom, maar de stad is de afgelopen decennia om de locatie 'heen gegroeid'. Het is technisch en financieel niet haalbaar om een volledig nieuwe locatie buiten de huidige locatie te ontwikkelen. Bij een volledig nieuwe locatie vastgesteld Buitengebied (Brabant Water Aalsterweg) Gemeente Eindhoven
17
dient niet alleen een zuiveringsinstallatie (en spoelwaterterugwinning) te worden gerealiseerd, maar dan dienen ook meerdere reinwaterkelders, pompvoorzieningen, transportleidingen van wingebieden naar de productielocatie en andere bijbehorende voorzieningen gerealiseerd te worden. Er is dan sprake van een ontwikkeling van ca. 5 tot 8 ha, waarin deze functies een plek dienen te krijgen. Daarnaast dient het waterleidingnet in Eindhoven fors aangepast te worden op een nieuwe locatie. De huidige leidinginfrastructuur is zodanig ingericht, dat vanaf de huidige locatie de benodigde hoeveelheden water getransporteerd kunnen worden. Het leidingsysteem is er op ingericht, dat de grootste debieten en druk vanaf deze locatie komen. Indien een andere locatie ontwikkeld zou worden, dan dient een aanzienlijk deel van het distributiesysteem (de waterleidingen) in de stad aangepast te worden (bijvoorbeeld grotere of sterkere buizen op de ene plek, kleinere buizen op de andere plek). Een dergelijke grootschalige operatie is niet noodzakelijk en zowel technisch als financieel en vanwege overlast voor de stad zeer ongewenst. Op het terrein zelf zijn de mogelijkheden voor nieuwbouw beperkt. Nieuwbouw ter plekke van de huidige zuivering en spoelwaterterugwinning is niet mogelijk, omdat de bestaande installaties in bedrijf moeten blijven totdat de nieuwbouw gereed is.
De 'open plekken' binnen het plangebied zijn reeds volledig in gebruik door de diverse gebouwen en (ondergrondse) reinwaterkelders. Alleen binnen het bosgebied (zie voorgaande paragraaf) is fysieke ruimte om de nieuwbouw te realiseren. Dit kan aan de westzijde (op de voorziene locatie) en aan de zuidoostzijde. Er is voor de westzijde gekozen, omdat de nieuwbouw hiermee verder weg komt te liggen van omwonenden. Hierdoor wordt eventuele milieuhinder en overlast geminimaliseerd. Het proces van drinkwaterproductie wordt hierdoor geconcentreerd op het noordelijke deel van het terrein, wat voordelen oplevert voor een compactere beveiliging en kortere interne transportstromen. Daarnaast kan de bevoorrading dan efficiënt vanuit de Willem Elsschotlaan plaatsvinden. Ruimtelijke visie Brabant Water maakt van de noodzaak om de beschreven ingrepen te doen een deugd door de voorgenomen ontwikkelingen direct te koppelen aan een strategische visie op het gehele terrein. In de strategische visie is ruimtelijk uitgewerkt op welke wijze de voorgenomen ontwikkelingen goed ingepast kunnen worden en tegelijk een meerwaarde kunnen bieden voor de omgeving en de stad. Deze visie kan het beste worden uitgelegd met de strategische kaart, die in de navolgende figuur is opgenomen.
18
vastgesteld Buitengebied (Brabant Water Aalsterweg) Gemeente Eindhoven
Figuur 6: Strategische kaart voor het plangebied. In het plangebied wordt onderscheid gemaakt in drie verschillende deelgebieden. De noordelijke helft, vanaf de Anton Coolenlaan tot aan de gebouwen centraal in het gebied, wordt benut voor het drinkwaterproductieproces. Pompgebouwen en reinwaterkelders zijn hier reeds aanwezig, de nieuwbouw voor de zuivering en spoelwaterterugwinning wordt hiernaast gerealiseerd. De ondergrondse reinwaterkelders bieden goede mogelijkheden om hier een speels en ecologisch landschap aan te leggen. Door de grasvelden op de reinwaterkelders in te zaaien met verschillende gras- en bloemenmengsels, krijgt de biodiversiteit op deze plek een forse impuls. Duurzame energie (zonnepanelen, kleinschalige windmolen e.d.) kan hierin een plek krijgen, aanvullend op de reeds aanwezige zonnepanelen. De huidige toegangsweg blijft als centrale ontsluiting door dit plande el lopen. In het midden van het gebied (het hart) worden de meeste gebouwen geconcentreerd. De meer bezoekersintensieve functies (kantoor, opleidingen) vinden hier plaats. Water als zichtbaar element krijgt in het hart een centrale plek. Bijvoorbeeld in de buitenruimte, waar retentie en zichtbaar water gecombineerd kunnen worden. Ook wordt getracht het waterproductieproces hier zichtbaar te maken, bijvoorbeeld door de nieuwbouw (deels) transparant te maken.
Aan de Willem Elsschotlaan wordt een nieuwe entree gecreëerd, waardoor de verkeersbewegingen van en naar het nieuwe zuiveringsgebouw zo efficiënt mogelijk het terrein opgaan. De zuidzijde van het gebied krijgt een functie als landschapspark. Door het verdwijnen van de huidige zuivering en spoelwaterterugwinning ontstaat hier plek voor nieuwe retentie in combinatie met natuur. Het bestaande bos wordt hier uitgebreid. Het bosgebied / landschapspark is een extensieve plek. Het landschapspark wordt, vanwege de veiligheidseisen die worden gesteld aan de waterproductie, niet publiek toegankelijk. Wel wordt aan de zuidzijde, op de grens met het openbaar gebied van de Theo Koomenlaan, onderzocht op welke wijze het landschapspark beleefbaar gemaakt kan worden. Bijvoorbeeld door het creëren van zitjes en/of een klein paviljoen. vastgesteld Buitengebied (Brabant Water Aalsterweg) Gemeente Eindhoven
19
Momenteel is het gehele gebied afgesloten met grote en zichtbare hekwerken. Veiligheid is en blijft een belangrijk thema voor de locatie, maar er wordt wel onderzocht op welke wijze deze barrières minder zichtbaar gemaakt kunnen worden. Bijvoorbeeld door dubbele hekwerken te verwijderen (noordzijde) of door andere barrière zoals watergangen (zuidzijde rondom het landschapspark) te gebruiken. Toekomstige inrichting van het gebied Naast de nieuwe gebouwen zal ook het terrein opnieuw worden ingericht. De nieuwe gebouwen vragen om een goede landschappelijke inpassing en de clustering van functies in het gebied speelt ook ruimte vrij voor een nieuwe kwaliteitsimpuls. In de onderstaande figuur is een impressie gegeven van de toekomstige inrichting van het terrein.
20
vastgesteld Buitengebied (Brabant Water Aalsterweg) Gemeente Eindhoven
Figuur 7: Impressie inrichting van het gebied. De grootste kwaliteitswinst in ruimtelijk/landschappelijk opzicht wordt behaald aan de zuidzijde van het terrein. Het huidige filtergebouw, de spoelwaterterugwinning en de bijbehorende bouwwerken wordt hier gesloopt als de nieuwbouw in bedrijf genomen is. Dit schept ruimte om deze zuidwestelijke hoek van het terrein opnieuw in te richten. Hierbij is gezocht naar een combinatie van functies, door een vriendelijkere begrenzing van het terrein, de wateropgave, landschappelijke ontwikkeling en recreatief medegebruik te combineren: Het terrein in de zuidwesthoek wordt momenteel begrensd door dichte bosschages en een zogenoemd 'powerfence'. Dit hogere hekwerk is noodzakelijk voor de beveiliging van het terrein. Het terrein heeft hierdoor een gesloten indruk. Vanwege de ingrepen dient een deel van het groen verwijderd te worden. Door het powerfence verder terug te leggen (vanuit de Theo Koomenlaan), krijgt het gebied gevoelsmatig een meer open karakter. Door het verwijderen van de bebouwing ontstaat ruimte voor een andere inrichting van het gebied. Er is voor gekozen om het gebied niet 'vol te planten' met bomen, maar om hier een waterpartij te realiseren. Deels zal in dit gebied altijd water staan, deels zullen plekken soms droog staan. Hierdoor ontstaat een zogenoemde 'plasdraszone'.
De waterpartij zorgt voor een fysieke en visuele ontmoediging om het terrein op te gaan, maar is vanuit de randen wel erg goed beleefbaar. Door het verblijfsgebied langs de zuidrand van de Theo Koomenlaan te 'spiegelen' wordt langs de rand een aantrekkelijk verblijfsgebied toegevoegd van enkele meter breed, met zicht op het water en de plasdraszone. Het verblijfsgebied is toegankelijk voor wandelaars tot de plasdraszone. De waterpartij zal tevens fungeren als retentiegebied voor hemelwater. Het gehele terrein is momenteel niet 'afgekoppeld': regenwater dat valt op daken en terreinverharding verdwijnt direct in het riool. Eén van de terreiningrepen die gaan plaatsvinden, is het afkoppelen van hemelwater. Dit kan worden geborgen in de waterpartij. Daarnaast biedt de waterpartij ruimte voor buffering bij noodsituaties, bijvoorbeeld in het geval dat water vanuit productieproces 'uit het proces gehaald moet worden' door een calamiteit. Via de waterpartij wordt een noodoverstort richting Tongelreep gebruikt voor de incidentele situaties dat de waterpartij 'vol' is. Ook aan de noordzijde wordt de gebiedsrand aantrekkelijker ingericht. De powerfence staat hier op afstand van de openbare weg en blijft gehandhaafd. Langs de rand van de weg staat nu wel een laag wit hekwerk, dat erg zichtbaar in het landschap aanwezig is.
Dit hekwerk zal worden verwijderd en de zone tussen weg en powerfence wordt opnieuw landschappelijk ingericht. Ook bij het naastgelegen politiebureau zal dit witte hekwerk worden verwijderd. Daarnaast wordt de hoofdingang van het terrein opnieuw vormgegeven. De nu aanwezige parkeerplaats verdwijnt en wordt vervangen door twee haaksparkeerstroken met halfverharding langs de toegangsweg.
vastgesteld Buitengebied (Brabant Water Aalsterweg) Gemeente Eindhoven
21
22
vastgesteld Buitengebied (Brabant Water Aalsterweg) Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 3 beleidskader
3.1
Uitgangspunten, randvoorwaarden en
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de ruimtelijke beleidskaders op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau. Verantwoord wordt dat de voorgenomen ontwikkeling past in het (toekomstig) ruimtelijk beleid. Er wordt geen complete samenvatting gegeven van alle beleidsaspecten. Uitsluitend de relevante beleidskaders voor het plangebied zijn in dit hoofdstuk weergegeven en verantwoord. Met het nieuwe bestemmingsplan wordt voor de komende jaren een adequaat planologisch kader voor het gebied gegeven. Het plangebied omvat alle aspecten die behoren bij het drinkwaterproductieproces. Afgezien van de nieuwbouw voor de zuivering vinden geen grootschalige ontwikkelingen plaats.
3.2
Rijksbeleid
3.2.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte
In de definitieve Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) schetst het Rijk ambities van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid voor Nederland in 2040. Het Rijk zet twee zaken helder neer: een kader voor prioritering van investeringen om Nederland in beweging te krijgen en een selectief ruimtelijk beleid dat meer loslaat en overlaat aan provincies en gemeenten. Het is de uitdaging om Nederland in de wereldeconomie van de toekomst concurrerend te houden. Dat betekent dat onze stedelijke regio's en netwerken versterkt moeten worden door de kwaliteit voor de leefomgeving te verbeteren, hoogwaardige en klimaatbestendige woon- en werkmilieus te realiseren, de bereikbaarheid te verbeteren en de mobiliteit te verduurzamen, maatregelen te treffen ten behoeve van waterveiligheid, zoetwatervoorziening en ruimte te maken voor de noodzakelijke transitie naar duurzame energie. Het Rijk onderscheidt 13 nationale belangen in de SVIR. Daarnaast kiest ze nadrukkelijk voor een vereenvoudiging van de regelgeving en brengt de ruimtelijke ordening zo dicht mogelijk bij degenen die het aangaat: burgers en bedrijven. Zo beëindigt het Rijk zijn rol bij nationale landschappen, rijksbufferzones, binnenstedelijk bouwen, landsbrede verstedelijkingsafspraken, sport- en recreatievoorzieningen.
Het Rijk vindt de stedelijke regio's rond de Mainports (Rotterdam en Amsterdam), de Brainport, greenports en de valleys van nationaal belang (nationaal belang 1). De gebiedsontwikkeling Brainport Avenue is van nationaal belang. In de SVIR wordt Brainport Zuid-Oost Nederland beschouwd als de belangrijkste toptechnologieregio van ons land. Het centrum van deze Brainport is gelegen in Eindhoven met o.a. Hightech systemen, medische technologie en automotive als belangrijkste thema's. In de regio Eindhoven moeten vanwege de groei van het aantal huishoudens in de periode tot 2040 nog circa 40.000 woningen worden bijgebouwd en ook een kleine 30.000 woningen worden vervangen die niet meer voldoen aan de woonwensen. Het vestigingsklimaat voor (buitenlandse) bedrijven en kenniswerkers behoeft versterking met o.a. hoogwaardige woonmilieus en stedelijke voorzieningen. Allen moeten voorzien worden en blijven van voldoende drinkwater. vastgesteld Buitengebied (Brabant Water Aalsterweg) Gemeente Eindhoven
23
Realisatie Voor het juridisch borgen van de nationale belangen uit de SVIR heeft het Rijk, op basis van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), twee besluiten waarmee dat mogelijk is. Deze twee besluiten zijn verschillend van aard (beleidsmatig versus procesmatig). Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Dit geeft de juridische kaders die nodig zijn om het geldende ruimtelijk rijksbeleid te borgen. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het Bro stelt vanuit de rijksverantwoordelijkheid voor een goed systeem van ruimtelijke ordening juridische kaders aan de processen van ruimtelijke belangenafweging en besluitvorming bij de verschillende overheden. De ladder voor duurzame verstedelijking en de proceseisen voor goed ontwerp en aandacht voor de waterhuishouding (watertoets), het milieu en het cultureel erfgoed zijn allen geborgd in het Bro. Nationaal belang 13 vraagt om een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Dit moet met behulp van de ladder voor duurzame verstedelijking worden onderbouwd. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen (bijvoorbeeld kantoorlocaties, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen) moet in het bestemmingsplan worden gemotiveerd hoe een zorgvuldige afweging is gemaakt van het ruimtegebruik. De ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in artikel 3.1.6, lid 2 Bro.
Daarin staat: De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Er is in dit geval geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, maar van het behouden van de huidige functionaliteiten van het plangebied. Er wordt een nieuw gebouw gerealiseerd, maar deze is ter vervanging van de huidige gebouwen voor zuivering en spoelwaterterugwinning. Toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking is derhalve niet nodig.
3.2.2
Ontwerp Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
In Nederland staan we voor een aantal urgente opgaven, die zowel lokaal, nationaal als wereldwijd spelen. Denk aan de opgaven op het gebied van klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Deze opgaven zullen Nederland flink veranderen. Door goed in te spelen op deze veranderingen kan Nederland vooroplopen en kansen verzilveren. Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. In de NOVI zijn deze maatschappelijke opgaven samengevat in vier prioriteiten: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie duurzaam economisch groeipotentieel sterke en gezonde steden en regio's toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Het ontwerp NOVI heeft van 20 augustus tot en met 30 september 2019 ter inzage gelegen. Naar verwachting wordt de NOVI eind 2020 vastgesteld. In dit bestemmingsplan zijn geen strijdigheden met de uitgangspunten uit de ontwerp NOVI 24
vastgesteld Buitengebied (Brabant Water Aalsterweg) Gemeente Eindhoven
opgenomen.
3.2.3
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
Naast de SVIR is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), ook wel AMvB Ruimte genoemd, van toepassing. Het besluit bevat regels ter borging van een aantal nationale belangen. Het gaat onder meer over rijksbelangen zoals rijksvaarwegen, zones buisleidingen, zones van hoogspanningsleidingen en militaire objecten. Voor Eindhoven is de 380 kV hoogspanningsleiding van belang. Deze is gelegen in Eindhoven Noord en (deels) Oost. Het plangebied ligt niet binnen de zones van deze hoogspanningsleiding. Verder is in het Barro opgenomen dat de provinciale begrenzing van het Nationaal Natuur Netwerk (NNN) direct doorwerkt naar het bestemmingsplan. De gebieden die het NNN vormen worden bij provinciale Interim Omgevingsverordening aangewezen (zie ook paragraaf 3.3.3) waarmee het NNN een provinciaal belang is geworden. Het plangebied ligt niet binnen het NNN .Tot slot worden de belangen van luchthaven Eindhoven via het Barro geborgd. Het plangebied raakt de belangen van de luchthaven Eindhoven niet, zie onderstaande figuur.
Figuur 8: Ligging van het plangebied (rood omlijnd) ten opzichte van de geluidzones van luchthaven Eindhoven.
3.2.4
Bakens luchthaven Eindhoven en radarverstoringsgebied vliegbasis Volkel
Bij het bepalen van de maximaal toegestane bouwhoogte in het bestemmingsplan moet rekening worden gehouden met de bakens van luchthaven Eindhoven en het radarverstoringsgebied van vliegbasis Volkel. Bakens luchthaven Eindhoven Op en nabij de luchthaven Eindhoven zijn bakens (zie Figuur 9) aanwezig om de richting van het vliegverkeer (zowel horizontaal als verticaal) te kunnen volgen. De maximale bouwhoogten die in dit bestemmingsplan zijn toegestaan, zijn fors lager dan de hoogtebeperkingen die vanuit deze bakens gelden. vastgesteld Buitengebied (Brabant Water Aalsterweg) Gemeente Eindhoven
25
Figuur 9: Afbeelding hoogtebelemmeringen bakens nabij luchthaven Eindhoven. Blauwe lijnen= VDF. Rode lijnen= NDB. Radarverstoringsgebied Volkel Om het ongestoord functioneren van radar- en communicatieapparatuur op de vliegbasis Volkel te waarborgen ligt er rond deze vliegbasis een cirkel met een straal van 50 nautische mijl (=27,8 km), gemeten vanaf de positie van de radar. Binnen dit radarverstoringsgebied moet voor ieder obstakel hoger dan 65 meter worden berekend of er verstoring van de radar optreedt. Het plangebied ligt niet binnen dit radarverstoringsgebied.
Figuur 10: Uitsnede uit kaart hoogtebelemmeringen als gevolg van luchthaven Eindhoven. 26
vastgesteld Buitengebied (Brabant Water Aalsterweg) Gemeente Eindhoven
Blauwe lijnen- arcering= radarverstoringsgebied van vliegbasis Volkel.
3.3
Provinciaal beleid
3.3.1
Omgevingsvisie
De Brabantse Omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Op 14 december 2018 is de omgevingsvisie vastgesteld. Daarna volgt een doorvertaling in een Omgevingsverordening en programma's. Tot die zijn vastgesteld blijven bestaande beleidsplannen voor natuur, ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer en milieu en water van kracht. Daarmee wil Brabant op tijd klaar zijn voor de Omgevingswet wanneer deze in 2021 wordt ingevoerd. In de Omgevingswet staan waarden als veiligheid, gezondheid en duurzame omgevingskwaliteit centraal. De Brabantse Omgevingsvisie voegt daar ambities aan toe voor vier hoofdopgaven: de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. Voor ieder van deze opgaven geeft de omgevingsvisie aan wat de ambities op lange termijn zijn: wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn? Maar ook een concreet tussendoel: waar moeten we in 2030 op zijn minst staan om dat lange termijn doel te halen? De omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan.
3.3.2
Structuurvisie
Op 19 maart 2014 is de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2014 in werking getreden. Deze structuurvisie is een actualisatie van de visie die in 2010 werd vastgesteld. De structuurvisie bestaat uit twee delen (A en B) en een uitwerking. Deel A Deel A bevat de hoofdlijnen van het beleid. Hierin heeft de provincie haar belangen gedefinieerd en ruimtelijke keuzes gemaakt. De ruimtelijke visie van de provincie bestaat op hoofdlijnen uit een robuust en veerkrachtig natuur- en watersysteem, met aandacht voor bescherming tegen hoogwater, droogte en biodiversiteit. Een multifunctioneel landelijk gebied, waar de functies landbouw, recreatie en natuur in relatie tot elkaar ruimte krijgen en een gevarieerd en aantrekkelijk stedelijk gebied met sterke steden, groene geledingszones en uitloopgebieden (intensieve recreatie, stadslandbouw). Aandacht wordt gevraagd voor sterke regionale economische clusters, (inter)nationale bereikbaarheid en knooppuntontwikkeling (zowel in de centra als aan de randen van de steden). De provincie realiseert haar doelen door regionaal samen te werken, te ontwikkelen, te beschermen en te stimuleren.
vastgesteld Buitengebied (Brabant Water Aalsterweg) Gemeente Eindhoven
27
Figuur 11: Visiekaart van de structuurvisie. Deel B De ruimtelijke belangen en keuzes zijn in vier ruimtelijke structuren geordend. Deze vier ruimtelijke structuren worden in deel B beschreven en zijn: 1. de groenblauwe structuur De groenblauwe structuur bestaat uit bestaande natuur, watersystemen en nieuwe natuur in hiervoor kansrijke gebieden. Het behoud en de ontwikkeling van natuurwaarden is hier belangrijk. Daarnaast biedt de groenblauwe structuur ruimte aan een natuurlijk en robuust watersysteem. Dit is nodig voor een goed waterbeheer en biedt mogelijkheden om in te spelen op de effecten van klimaatverandering. 2. het landelijk gebied Het landelijk gebied ligt buiten de groenblauwe structuur en de stedelijke structuur. Het landelijk gebied biedt een multifunctionele gebruiksruimte voor land- en tuinbouw, natuur, water, recreatie, toerisme en kleinschalige stedelijke functies. Land- en tuinbouw zijn de grootste ruimtegebruikers. De provincie streeft hier naar een multifunctionele gebruiksruimte, met behoud van agrarische productieruimte in die delen van het landelijk gebied waar de landbouw leidend is voor nieuwe ontwikkelingen. 3. de stedelijke structuur De stedelijke structuur bestaat uit de steden en dorpen in Noord-Brabant. De provincie kiest hier voor twee perspectieven. Ten eerste stedelijke concentratiegebieden waar de groei van de verstedelijking wordt opgevangen.
De provincie wil de verstedelijking op goed ontsloten plekken concentreren en de groene ruimte tussen steden openhouden. Ten tweede dienen kernen in het landelijk gebied zoveel mogelijk te worden ontzien van verdere verstedelijking. 28
vastgesteld Buitengebied (Brabant Water Aalsterweg) Gemeente Eindhoven
Alleen de eigen verstedelijkingsbehoefte wordt daar opgevangen. 4. de infrastructuur Het infrastructuurnetwerk bestaat uit een fijnmazig en samenhangend netwerk van wegen, spoorlijnen, vaarwegen, luchthavens en buisleidingen. De Brabantse infrastructuur maakt deel uit van het internationale netwerk van infrastructuur in noordwest Europa. De provincie kiest hier voor een goede bereikbaarheid van BrabantStad en de economische clusters van Noord-Brabant. Voor het personenvervoer zijn het hoofdwegennet en het OV-netwerk BrabantStad de dragers. Het goederenvervoer wordt zoveel mogelijk via de te ontwikkelen Goederenruit (spoor en waterwegen) geleid. Zo wordt ruimte gemaakt voor het versterken van de (inter)nationale ontsluiting (weg, water, spoor en lucht) van de Brabantse steden. Uitwerking structuurvisie De provincie heeft geen aparte ruimtelijke visie op het landschap ontwikkeld, maar geeft haar visie op het landschap vorm in de zogenaamde 'gebiedspaspoorten'. Daarin beschrijft de provincie welke landschapskenmerken zij op regionaal niveau van belang vindt en hoe deze kunnen worden versterkt. Er zijn ook deelstructuurvisies opgesteld voor specifieke onderwerpen. Zo is voor het gebied ten oosten van Eindhoven de deelstructuurvisie Brainport Oost opgesteld. Deze bevat keuzes voor wonen, werken en bereikbaarheid ten oosten van Eindhoven.
Eindhoven vormt samen met de provincie en met de steden Breda, Helmond, 's-Hertogenbosch en Tilburg het stedelijk netwerk BrabantStad. Dit samenwerkingsverband vervult een voortrekkersrol bij de ruimtelijke en economische ontwikkeling van Noord-Brabant. Sterke steden zijn een voorwaarde voor de toekomst van Noord-Brabant. Vooral in deze steden is de dynamiek van Noord-Brabant goed zichtbaar. De provincie ziet deze steden als het brandpunt van de verstedelijking. Hier wordt geïnvesteerd in de binnensteden (stationsgebieden, kanaal- en snelwegzones) en worden hoogstedelijke functies, zoals bovenregionale voorzieningen, geconcentreerd. Daardoor wordt de centrale positie van de steden versterkt en het draagvlak voor hoogwaardig openbaar vervoer en stedelijke- en culturele voorzieningen op peil gehouden. Dat draagt bij een hoogwaardig leef- en vestigingsklimaat in Noord-Brabant.
3.3.3
Interim omgevingsverordening
De Interim omgevingsverordening is vastgesteld door Provinciale Staten op 25 oktober 2019. De Interim omgevingsverordening is gebaseerd op de huidige wetgeving en moet aan de wettelijke bepalingen van die wetgeving voldoen. Dat betekent dat nieuwe mogelijkheden uit de Omgevingswet nog niet zijn verwerkt. Er is wel zo veel als mogelijk aansluiting gezocht bij de Omgevingswet en de voorwaarden voor een omgevingsverordening (bijvoorbeeld bij de opbouw en de digitale vormgeving).Deze Interim omgevingsverordening voegt de bestaande regels over de fysieke leefomgeving zoveel mogelijk samen in één verordening en is beleidsneutraal. Alleen aanpassingen die nodig zijn vanwege de samenvoeging of vanwege al vastgesteld beleid, zoals de omgevingsvisie, worden meegenomen. In de Interim omgevingsverordening staan regels voor: Burgers en bedrijven: dit zijn zogenaamde rechtstreeks werkende regels voor activiteiten. Deze regels bevatten voorwaarden om zo'n activiteit te verrichten en geven ook aan of je bijvoorbeeld eerst een melding moet doen voordat je mag beginnen. Bestuursorganen van de overheid: dit zijn zogenaamde instructieregels. Met deze regels kan de provincie een opdracht geven aan gemeenten over onderwerpen die zij in het vastgesteld Buitengebied (Brabant Water Aalsterweg) Gemeente Eindhoven
29
bestemmingsplan moeten opnemen of aan het waterschap over de manier waarop ze hun taken uitvoeren. Rechtstreeks werkende regels voor burgers en bedrijven De locatie is aangewezen als waterwingebied en waterwinning voor de menselijke consumptie.
Figuur 12: Uitsnede provinciaal beleid. Het waterwingebied is het gebied waar het drinkwater daadwerkelijk wordt gewonnen. Daarvoor is een zeer stringente bescherming nodig. Doel van de regels is om te voorkomen dat de bodem en het zich daarin bevindende grondwater verontreinigd raakt, door activiteiten en functies te verbieden die risico geven voor de kwaliteit van het grondwater. De relevante regels zijn opgenomen in artikel 2.3 tot en met 2.6 van de Interim Omgevingsverordening. Onder meer activiteiten die noodzakelijk zijn voor de drinkwaterwinning zijn toegestaan binnen waterwingebied. De locatie heeft ook rechtstreekse regels ten aanzien van de aanduidingen landelijk gebied, beperkingen veehouderij en stalderingsgebied; deze regels zijn niet relevant voor het gebruik van de locatie voor de winning van drinkwater. Instructieregels De instructieregels gelden onder andere voor gemeenten en moeten gevolgd worden in geval van onder meer een bestemmingsplanherziening (zoals hier het geval is). Voor het plangebied zijn de aanduidingen waterwingebied, landelijk gebied en groenblauwe mantel relevant. Navolgend worden de hierbij behorende uitgangspunten benoemd, vervolgens is aangegeven hoe hiermee is omgegaan in onderhavig plan.
Waterwingebied Een bestemmingsplan van toepassing op Waterwingebied mag uitsluitend de instandhouding van de openbare drinkwatervoorziening regelen (artikel 3.10). In het bestemmingsplan moeten regels worden opgenomen waarmee het risico op schade aan de bodem en grondwater wordt voorkomen en het gebruik van uitloogbare materialen wordt verboden. 30
vastgesteld Buitengebied (Brabant Water Aalsterweg) Gemeente Eindhoven
Landelijk gebied In landelijk gebied moet bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening gehouden worden met kwaliteitsverbetering van het landschap (een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving; artikel 3.9). In het bestemmingsplan moet opgenomen zijn hoe dit past binnen de gewenste ontwikkeling van het gebied en hoe de uitvoering geborgd is (financieel, juridisch en feitelijk). In artikel 3.9 is aangeven welke aspecten binnen deze kwaliteitsverbetering kunnen passen. In onderhavig geval gaat het om: het toevoegen, versterken of herstellen van landschapselementen die een bijdrage leveren aan de versterking van de landschapsstructuur of de relatie stad-land; het wegnemen van verharding; het slopen van bebouwing; het aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden. Groenblauwe mantel De planlocatie heeft ook de aanduiding groenblauwe mantel.
Een bestemmingsplan van toepassing op de groenblauwe mantel: strekt tot behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van het watersysteem en de daarmee samenhangende ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden en kenmerken; stelt regels ter bescherming van de ecologische, landschappelijke en hydrologische waarden en kenmerken van het gebied; borgt dat een ontwikkeling gepaard gaat met een positieve bijdrage aan de bescherming en ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden en kenmerken. De aanwezige ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden en kenmerken dienen in het bestemmingsplan omschreven te worden. Uitwerking van de instructieregels De voorwaarde t.a.v. de aanduiding waterwingebied wordt met onderhavig bestemmingsplan ingevuld; de locatie is en blijft immers in gebruik als win- en productielocatie van drinkwater. Schade aan de bodem en grondwater wordt voorkomen en er wordt geen gebruik gemaakt van uitloogbare materialen. Kwaliteitsverbetering van het landschap ziet niet alleen op groenontwikkeling, maar ook op sloop van bebouwing of uiterlijke verschijningsvorm van bebouwing. De noodzaak van kwaliteitsverbetering van het landschap hangt deels samen met de vraag of er sprake is van een 'ruimtelijke ontwikkeling'.
Ingevolge de Interim omgevingsverordening wordt onder een 'ruimtelijke ontwikkeling' verstaan: "bouwactiviteiten en planologische gebruiksactiviteiten waarvoor een wijziging van het planologisch regime nodig is". In dit geval is er geen sprake van een ruimtelijke ontwikkeling. De bestemming van het gebied (bedoeld voor drinkwaterbedrijf) blijft immers hetzelfde en verandert niet. Hoewel straks sprake is van meer bebouwing ten opzichte van de huidige, feitelijke situatie, maakt dit bestemmingsplan (planologisch) minder bebouwing mogelijk. Momenteel is het totale oppervlak aan bovengrondse bebouwing ca. 4.300 m² (exclusief kleine losstaande gebouwtjes voor installaties). Daarnaast hebben de (ondergrondse) reinwaterkelders in totaal een oppervlak van ca. 8.100 m². In de plannen wordt de bebouwing aan de zuidzijde, met een totaaloppervlak van ca. 1.800 m², gesloopt. De nieuwbouw (nieuw filtergebouw en nieuw pompgebouw) heeft een oppervlak van ca. 3.000 m², waardoor er netto ca. 1.200 m² aan bebouwing bij komt. Planologisch is echter sprake van een afname aan bebouwingsmogelijkheden. Als wordt gekeken naar de planologische kaders, dan zijn er in het huidige bestemmingsplan drie bouwvlakken opgenomen. Deze hebben in totaal een oppervlak van ca. 32.800 m². Deze vastgesteld Buitengebied (Brabant Water Aalsterweg) Gemeente Eindhoven
31
mogen volledig worden bebouwd. In dit bestemmingsplan zijn tevens drie bouwvlakken opgenomen maar is het totaaloppervlak teruggebracht naar 22.632 m2. De ondergrondse bouwmogelijkheden (reinwaterkelders) zijn hier bewust buiten gelaten, omdat deze geen ruimtelijke of landschappelijke impact hebben. Dit bestemmingsplan leidt daarom niet tot meer bouw- en gebruiksmogelijkheden dan voorheen; er is dan ook geen sprake van een ruimtelijke ontwikkeling. Dit wil echter niet zeggen dat er geen investering in de kwaliteitsverbetering van het landschap wordt gedaan.Brabant Water grijpt de vernieuwing van de drinkwaterproductielocatie aan om de locatie ook te etaleren als 'green flagship', waarbij inzichtelijk wordt dat drinkwater op een duurzame wijze wordt geproduceerd. Dit komt tot uiting in de waterzuiveringstechnieken, in de nieuwbouw maar ook in de inrichting van het terrein (zie ook Figuur ). Dit is afgezet tegen het principe kwaliteitsverbetering. De bestemmingswaarde van de huidige en toekomstige situatie berekend. Hieruit blijkt dat de bestemmingswaarde daalt met € 995.000,-. Op basis van het principe kwaliteitsverbetering hoeft er dan ook géén investering plaats te vinden in het landschap, behalve de op grond van de IOV verplichte landschappelijke inpassing. Toch investeert Brabant Water om bovenstaande redenen in de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse.
In het kader van de benodigde bomenkap, waarvoor kapvergunning is verleend, is bepaald dat de totale waarde van de te kappen bomen maximaal ca. € 225.000 bedraagt (dit kan minder worden als uiteindelijk nog enkele bomen behouden kunnen worden). Ten behoeve van de kap is een concept compensatieplan opgesteld. De totale investering in nieuwe bomen conform dit compensatieplan bedraagt ca. € 325.000. In de komende periode wordt het concept compensatieplan in overleg met betrokken stakeholders (zoals de gemeente en TGE) nader uitgewerkt. Daarnaast vinden ook andere investeringen plaats in het plangebied ten gunste van de landschappelijke kwaliteiten. Te noemen zijn: slopen bebouwing en verwijderen verharding aan de zuidzijde; inrichten gebied zuidzijde met waterpartij, landschappelijke inrichting, verplaatsing van de powerfence en recreatieve elementen (wandelpad, zitbankjes e.d.); herinrichting noordzijde langs Antoon Coolenlaan en hoofdingang. De totale kosten van deze aspecten bedragen ca. € 385.000, waardoor de totale investering in de landschappelijke en ruimtelijke kwaliteit (exclusief compensatie voor de bomenkap) ca. € 710.000 bedraagt. De berekening kwaliteitsverbetering is als bijlage bij dit bestemmingsplan opgenomen.
Tevens zijn de ruimtelijke maatregelen opgenomen op een inrichtingstekening welke in de regels van die bestemmingsplan juridisch-planologisch is geborgd in een voorwaardelijke verplichting. In bijlage 1 bij deze toelichting is een nadere uiteenzetting van de voorgenomen landschappelijke investering weergegeven. De groenblauwe mantel heeft daarnaast tot doel om het nabijgelegen NatuurNetwerk Brabant (NNB) te beschermen. In dit geval betreft dit de ecologische en hydrologische kwaliteiten van de NNB langs de Tongelreep. De landschappelijke, hydrologische en ecologische kwaliteiten binnen het plangebied zelf zijn beperkt. Doordat de planlocatie op enige afstand ligt van de natuur langs de Tongelreep (ca. 125 - 150 m afstand) en door de aanwezigheid van tussenliggende functies en bebouwing (zoals het zwembad), zijn de mogelijke effecten vanuit het plangebied op de Tongelreep beperkt. Door de afkoppeling van het hemelwater op de locatie en de afvoer met landelijk debiet van dit hemelwater richting Tongelreep, wordt het watersysteem van de Tongelreep (kwantitatief en kwalitatief) versterkt.
32
vastgesteld Buitengebied (Brabant Water Aalsterweg) Gemeente Eindhoven