Bijlage 1a - Bestemmingsplan Blixembosch 2020
Tekst van het document
Het is belangrijk dat er voor al deze mensen een plek blijft op de woningmarkt. Concentratie in bepaalde wijken is ongewenst. De sociale woningvoorraad is onderdeel van de sociale basisinfrastructuur. In theorie is in Eindhoven de sociale woningvoorraad in balans met de doelgroep. Twee ontwikkelingen vragen echter om aandacht: de samenstelling van de sociale woningvoorraad en de positie vastgesteld Blixembosch 2020 Gemeente Eindhoven
31
van de 13.500 huishoudens met een middeninkomen. Met de inwerkingtreding van de nieuwe woningwet 2015 moeten woningcorporaties hun woningen 'passend toewijzen'. Minimaal 80% van de vrijkomende sociale huurwoningen moet aan huishoudens met een laag inkomen worden toegewezen. Daarnaast is er ruimte om 10% van de woningen toe te wijzen aan huishoudens met een middeninkomen. De resterende 10% sociale huurwoningen mogen woningcorporaties vrij toewijzen, maar daarbij moeten zij wel voorrang geven aan mensen die door bijvoorbeeld fysieke of psychische beperkingen moeilijk aan voor hen passende huisvesting kunnen komen. Het aantal eenpersoons- en tweepersoonshuishoudens groeit. Dit betekent een grote uitdaging. Niet alleen in woonwensen maar ook in betaalbaarheid, want alleen wonen is relatief duur. We zetten in op transformatie en ander gebruik. Bij de transformatie van grotere kantoren, zorg- en onderwijsgebouwen kunnen (collectief) particulier opdrachtgeverschap en nieuwe woonconcepten een oplossing bieden. Ook het gebruik van eengezinswoningen door bijvoorbeeld twee eenpersoonshuishoudens, met name in het gebied buiten de Rondweg, behoort tot de mogelijkheden. Innovatieve stad We gaan partijen uitdagen om klantgeoriënteerd, sneller, goedkoper en duurzamer te produceren.
En ook in de aanpak van de bestaande voorraad en in de transformatie van kantoren en zorggebouwen is er een grote behoefte aan vernieuwing en aan creatieve, betaalbare oplossingen. Een andere ontwikkeling is het zogenaamde flexwonen. Tot voor kort kende de woningmarkt een vrij overzichtelijk aanbod: koop- of huurwoningen, zelfstandige of onzelfstandige woonruimten, grondgebonden woningen of appartementen. Maar de vraagkant is de afgelopen jaren sterk veranderd. Er komen steeds meer groepen die behoefte hebben aan tijdelijke woonruimte. Denk bijvoorbeeld aan studenten, expats, arbeidsmigranten, mensen die een echtscheiding achter de rug hebben, ex-gedetineerden en mensen die uit een opvangvoorziening komen. Deze mensen zijn op zoek naar goede tijdelijke huisvesting, met passende voorzieningen, die snel beschikbaar is en tegen een prijs die past bij hun budget. Dit flexwonen wordt een belangrijke nieuwe woonvorm in Eindhoven. Het biedt tevens kansen voor de transformatie van leegstaand vastgoed. Verder willen we in de koopsector dat inwoners zoveel mogelijk invloed hebben op hun eigen woning en woonomgeving, bijvoorbeeld door het stimuleren (collectief) particulier opdrachtgeverschap. En we willen dat zelf bouwen niet alleen bereikbaar is voor de huishoudens met een hoger inkomen.
Ook in de huursector is er sinds de herziening van de Woningwet meer aandacht voor mede-eigendom en zelfbeheer, bijvoorbeeld via het model van wooncoöperaties. Wooncoöperaties zijn een soort tussenvorm van huur en koop. Samen met de corporaties willen we de vraag naar deze eigendoms- en beheervorm en de mogelijkheden in Eindhoven onderzoeken. 3.5.3
Kamerverhuur en woningsplitsing
Op 12 juni 2018 heeft de gemeenteraad het paraplubestemmingsplan 'parkeren, kamerverhuur en woningsplitsing' vastgesteld. Tot het moment van inwerkingtreding van dit paraplubestemmingsplan, werd via de huisvestingsverordening voorkomen dat woningen zonder vergunning werden gesplitst, omgezet, onttrokken en samengevoegd. Hoewel kamerverhuur en woningsplitsing verschillend zijn en andere toetsingskaders kennen, hebben beiden wel een zelfde soort ruimtelijk effect op de omgeving en is het wenselijk om deze initiatieven soortgelijk te reguleren in bestemmingsplannen. Door de regeling in het paraplubestemmingsplan wordt kamerverhuur en woningsplitsing voortaan via één vergunning (omgevingsvergunning) geregeld. Deze regeling moet in opvolgende bestemmingsplannen zoals het onderhavige worden overgenomen om geldend te blijven voor het betreffende plangebied. Om die reden is de regeling uit dit paraplubestemmingsplan in dit bestemmingsplan overgenomen.
32
vastgesteld Blixembosch 2020 Gemeente Eindhoven
3.6
Archeologische en cultuurhistorische waarden
3.6.1
Archeologie
Het Verdrag van Valletta (Malta) verplicht de Europese overheden tot het beschermen van archeologisch erfgoed. Hierbij wordt als uitgangspunt gehanteerd dat archeologische waarden in situ bewaard moeten blijven. Dat wil zeggen, dat er naar gestreefd moet worden om de waarden op de locatie te behouden. Als dit niet mogelijk blijkt, bijvoorbeeld bij bouwplannen, dan moeten de waarden worden opgegraven en ex situ worden bewaard. Het Verdrag van Valletta is doorvertaald in de Monumentenwet 1988, zoals deze gewijzigd is in september 2007. Sinds deze wijziging van september 2007 is de gemeente bevoegd gezag op het gebied van cultuurhistorie en archeologie. Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. De uitgangspunten uit het Verdrag van Valletta (Malta) blijven in de Erfgoedwet de basis van de omgang met archeologie. Gemeenten houden een belangrijke rol in het archeologische stelsel. In bestemmingsplannen houden ze rekening met (te verwachten) archeologische waarden. Dit wordt samen met de andere onderdelen rond de omgang met archeologie in de fysieke leefomgeving overgeheveld naar de toekomstige Omgevingswet.
Gemeentelijk beleid De gemeente Eindhoven heeft eigen archeologiebeleid, als uitwerking van het nationale en provinciale beleid. Dit beleid staat in het 'Beleidsplan archeologie Eindhoven en Helmond 2008-2012' , dat de raad in september 2008 heeft vastgesteld. De gemeente neemt de verantwoordelijkheid voor het bodemarchief zelf ter hand door te investeren in kerntaken en opbouw van expertise. De gemeente kent archeologische waarden daterend uit de prehistorie en de Romeinse tijd. Het gemeentelijk bodemarchief herbergt tevens fundamentele gegevens over de geschiedenis van stad en platteland gedurende en na de middeleeuwen. Deze gegevens zijn van groot belang voor de reconstructie van het verleden, temeer omdat archivalische bronnen in Eindhoven nagenoeg ontbreken. De archeologische gebieden binnen de gemeente Eindhoven staan aangegeven op de gemeentelijke archeologische waardenkaart, onderdeel van de gemeentelijke cultuurhistorische waardenkaart. Het beleid is om bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening te houden met de archeologische waarden en verwachtingen in de ondergrond en daarbij uit te gaan van de gemeentelijke archeologische waardenkaart. 3.6.2
Archeologische waarden plangebied
Op de gemeentelijke Archeologische Waardenkaart zijn twee archeologisch waardevolle gebieden opgenomen die beide voor een deel gelegen zijn binnen het plangebied van dit bestemmingsplan. Het gaat om de volgende gebieden:
Naam:
Status
Verw achting
A01: Aanschot
Niet onderzocht
Nederzetting uit de late middeleeuw en (historisch buurtschap). Blijkens archeologische vondsten (een boomstamw aterput, potscherven) dateert dit buurtschap uit de dertiende eeuw .
A38: Castiliëlaan
Niet onderzocht
Dekzandrug met esdek. Nederzettingen uit de prehistorie. Romeinse tijd en late middeleeuw en historisch buurtschap (Ekkersrijt). Gedeeltelijk opgegraven in 2004 en 2005.
vastgesteld Blixembosch 2020 Gemeente Eindhoven
33
Uitsnede uit de Archeologische Waardenkaart van Eindhoven (bron: GeoFundament gemeente Eindhoven, 27 maart 2020). De archeologische gebieden zijn rood gerasterd. In het noordwesten gebied A38 Castiliëlaan. Ongeveer in het midden gebied A01 Aanschot. Voor zowel gebied A01 Aanschot en gebied A038 Castiliëlaan geldt een hoge archeologische verwachting (volgens Beleidsplan Archeologie Eindhoven en Helmond 2008-2012). 3.6.3
Dubbelbestemming Waarde - Archeologie
Voor de in de tabel opgenomen gebieden is een archeologische dubbelbestemming opgenomen: 'Waarde - Archeologie -1'. Daarmee worden de ter plaatse aanwezige archeologische waarden beschermd. Door middel van het stellen van diverse voorwaarden is het niet zonder meer mogelijk om bodemverstorende ingrepen uit te voeren. Door middel van de bouwregels en omgevingsvergunningvereisten in de regels, worden de op en/of in deze gronden voorkomende archeologische waarden beschermd en veiliggesteld. Daar waar binnen het bestemmingsplan geen rekening gehouden hoeft te worden met archeologische waarden of verwachtingen, geldt wel ten aanzien van archeologie een meldingsplicht voor archeologische toevalsvondsten. Mochten tijdens eventuele grondwerkzaamheden archeologische resten worden aangetroffen, dan dienen deze (op grond van de meldingsplicht ingevolge art. 5.10 Erfgoedwet 2016) direct gemeld te worden aan de Minister van OCW en de afdeling Omgevingskwaliteit van de gemeente Eindhoven. Vervolgens zal bepaald worden of, en zo ja welke, aanvullende maatregelen getroffen dienen te worden.
34
vastgesteld Blixembosch 2020 Gemeente Eindhoven
3.6.4
Cultuurhistorie
Cultuurhistorische waardenkaart gemeente Eindhoven Zoals op de cultuurhistorische waardenkaart van gemeente Eindhoven te zien is, zijn er de volgende cultuurhistorisch waardevolle structuren binnen het plangebied aanwezig. Zo is in het zuidoosten van het plangebied het overblijfsel van de Philipswijk aangeduid als 'Historisch stedenbouwkundige structuur' en 'Historisch landschap'. Daarnaast is de straat Aanschot op de cultuurhistorische waardenkaart aangeduid als zowel 'Historische wegenstructuur voor 1900' en 'Historisch landschap'. Wat in onderhavig plangebied goed zichtbaar is, is de 'ommekeer' (periode 1975-heden). Na 1975 kwam er geleidelijk meer aandacht voor de inpassing van bestaande structuren in nieuwe plannen. De oliecrisis van 1973 was daarvoor een stevige aanjager, maar ook de algemene onderkenning dat de oude manier van bouwen de menselijke schaal te boven ging. Aanvankelijk werden vooral bestaande plannen verder uitgevoerd, maar de behoefte aan intiemer bouwen en meer aandacht voor langzaam verkeer was goed verenigbaar met het inpassen van historische wegen in nieuwe plannen. We zien dit bijvoorbeeld terug hoe de weg Aanschot in de wijk Blixembosch-Oost is ingepast. Hetzelfde geldt voor het behoud van (een deel van) Philipswijk en het gehucht Aanschot.
Historisch landschap Algemeen Op de Cultuurhistorische Waardenkaart van de gemeente uit 2008 zijn landschappelijke/groene waarden van het historisch landschap (historische wegenstructuren, waterlopen en waterwegen, historisch landschap en groenstructuren) in kaart gebracht. In 2015-2017 en 2018-2019 zijn in opdracht van de gemeente Eindhoven cultuurhistorische onderzoeken uitgevoerd door RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V. Deze onderzoeken hadden als doel de gemeentelijke Cultuurhistorische Waardenkaart wat betreft het onderdeel historisch landschap nader te onderbouwen en waar nodig aan te vullen. Door middel van een cultuurhistorische inventarisatie en waardering is met deze onderzoeken allereerst het buitengebied en vervolgens het stedelijk gebied van Eindhoven gedetailleerd in beeld gebracht. In 2017 zijn de resultaten van het onderzoek naar het buitengebied gepubliceerd in het rapport 'De groene zoom van Eindhoven' (zie Bijlagen) en in 2019 verscheen het rapport van het stedelijk gebied 'Het landschap onder de stad' (zie Bijlagen). Onderhavig plangebied valt deels onder het onderzoek van het buitengebied (Castiliëlaan) en vastgesteld Blixembosch 2020 Gemeente Eindhoven
35
deels onder het onderzoek van het stedelijk gebied (Blixembosch - Oost en Blixembosch West). De rapporten geven de diversiteit weer binnen de landschappen zoals deze zich tussen omstreeks 1840 en het moment van verstedelijking en deels ook al daarvoor manifesteerden. De 'Kenmerkenkaart' bij de rapporten geeft een overzicht van de afgedekte cultuurlandschappen (landschapstypen) met de nog bestaande en verdwenen landschapselementen. De 'Cultuurhistorische waarderingskaart historisch landschap' (buitengebied) en de kaart 'Herkenbaarheid prestedelijk landschap' (stedelijk gebied) geven respectievelijk de mate van waardering van de verschillende landschapstypen en de mate van herkenbaarheid van het prestedelijk landschap in de afzonderlijke deelgebieden weer. De waardering van nog bestaande landschapselementen wordt weergegeven op de 'Waarderingskaart landschapselementen'. Tot ver in de 20e eeuw breidde Eindhoven zich vooral uit over de oude akkers van Woensel, Strijp, Stratum, Tongelre en Gestel. Alhoewel deze ontwikkelingen veel van het vroegere landelijke karakter van het gebied hebben uitgewist, is er zeker nog het nodige in het buitengebied en stedelijk gebied te herkennen dat voortkomt uit de oude structuur van het platteland, het vroegere agrarisch cultuurlandschap.
Het kan daarbij gaan om grotere structuren, zoals groene gebieden, maar ook om kleine verwijzingen als het verloop van een rooilijn, een oude boom of bomenrij of een wegtracé. De mate waarin dit historisch landschap nog herkenbaar is, hangt mede af van de stedenbouwkundige ontwikkelingswijze van de stad. Met name in de wederopbouwperiode is veel van het bestaande landschap als een tabula rasa overschreven, terwijl vóór de Tweede Wereldoorlog en na 1975/1980 er meer aandacht bestond voor verwijzingen naar de vroegere situatie. Zelfs wanneer een gebied door stedelijke ontwikkeling sterk gewijzigd is, zijn er nog verwijzingen naar het vroegere agrarisch cultuurlandschap te vinden.
Algemene karakteristiek plangebied Het plangebied omvat de buurten Blixembosch - Oost en Blixembosch - West ten zuidoosten van het beekdal van de Groote Beek (de Aanschotse Beemden) en een deel van de buurt Castiliëlaan (Sint Marie en een woonwagenlocatie) ten noordwesten van het beekdal. Het plangebied behoorde tot 1973 bijna geheel (op een klein puntje na) tot de gemeente Son en Breugel. Het cultuurlandschap binnen het plangebied was een voortzetting van het oude cultuurlandschap van Woensel. Het dal van de Groote Beek lag van zuidwest naar noordoost tussen de twee delen van het plangebied in. Ten zuidoosten van het beekdal lagen de akkers van het gehucht Aanschot en ten noorden van het beekdal de akkers bij het gehucht Hoeven. Het plangebied bestond uit verschillende types kampontginningen. In het uiterste zuidoosten van het plangebied (ten oosten van Philipswijk) lag een punt van een vochtige kampontginning (Kn1) die zich verder naar het oosten (buiten het plangebied) uitstrekte. Bij vochtige kampontginningen is het voornaamste grondgebruik grasland in plaats van bouwland. Verder bestond het oosten van het plangebied rond 1900 nog uit heide (de Esper Heide), waar het vee werd geweid en waar strooisel en plaggen werden gewonnen. In 1921 was dit heidegebied inmiddels bijna geheel ontgonnen tot landbouwgrond (jonge heideontginning tot landbouw, Hl1).
Aansluitend ging het landschap richting het noordwesten over in het oude akkergebied van Aanschot. Hier lagen akkers met zichtbare perceelscheidingen (Ka2) Dit zijn grotere aaneengesloten akkercomplexen met daarbinnen enkele houtsingels of bomenrijen, die de akker in kleinere eenheden verdeelden. 36
vastgesteld Blixembosch 2020 Gemeente Eindhoven
Tussen de 2 delen van het plangebied lag het beekdal van de Groote Beek, een beek die ten zuiden van Son in de Dommel uitmondde. Het was een beekdal met strookvormige verkaveling (Bs1), met opgaand groen op de kavelgrenzen en haaks op de beek. Deze beek was een samenvoeging van meerdere stroompjes die op de heide van Acht ontstonden. Het uiterste noordwestelijk deel van Blixembosch - Oost lag binnen dit beekdal. Smalle stroken in het zuiden en zuidoosten van het noordelijk deel van het plangebied (Sint-Marie en de woonwagenlocatie) behoorden ook nog tot het dal. Aan de noordwestzijde van het dal van de Groote Beek lag de open akker (Ka1) van het verdwenen gehucht Hoeven. Akkers van dat landschapstype behoren tot de oudst nog herkenbare cultuurlandschappen van het Zuid-Nederlandse zandgebied. De oorsprong van dit soort akkers ligt al in de late middeleeuwen. De open akker lag op een dekzandrug die vanaf Acht doorliep naar Son en Breugel. Ten westen (binnen het plangebied) en ten noorden (buiten het plangebied) van de open akker lagen weer akkers met zichtbare perceelscheidingen. Binnen het plangebied zijn op de akkers het complex Sint Marie en de woonwagenlocatie gebouwd. Door het plangebied liepen diverse paden en wegen. Dwars door het gebied van zuidwest naar noordoost liep de weg Aanschot. De bebouwing binnen het gebied bevond zich aan deze weg.
Sinds de late middeleeuwen vinden we in Brabant de historische gehuchten op de overgang van de hogere zandgronden waarop de akkers werden aangelegd, naar de beekdalen waarin de beemden lagen. Dat is hier ook het geval. In het zuidwesten lag op de overgang van akkers naar beekdal een gehucht dat deels in het plangebied viel. Het deels nog bestaande gehucht Aanschot lag verderop in noordoostelijke richting langs de weg Aanschot, deels buiten en deels binnen het plangebied, ook op de overgang van akkers naar beekdal. Het gehucht Hoeven ten noordwesten van Sint Marie lag voor een klein deel in het plangebied.
vastgesteld Blixembosch 2020 Gemeente Eindhoven
37
Uitsnede uit de Cultuurhistorische kenmerkenkaart historisch landschap, kaartbijlage 1, blad 1 bij het RAAP-rapport 3258 'De groene zoom van Eindhoven'.
Uitsnede uit de Prestedelijke kenmerkenkaart, kaartbijlage 1 bij het RAAP-rapport 3398 'Het landschap onder de stad'.
38
vastgesteld Blixembosch 2020 Gemeente Eindhoven
Beschrijving Historisch landschappelijke waarden Herkenbaarheid prestedelijk landschap in Blixembosch - Oost en Blixembosch - West (gebieden) Binnen Blixembosch - Oost en Blixembosch - West liggen verschillende gebieden waar het oorspronkelijke cultuurlandschap in hoge of middelhoge mate nog herkenbaar is en daarmee waardevol. Jonge heide- en broekontginningen (Hl1): De prestedelijke buurt Philipswijk is ingepast in de jonge heideontginning die hier lag. Het gebied heeft een hoge herkenbaarheid van het prestedelijk landschap. Vochtige kampontginning (kn1) Een deel van het puntje vochtige kampontginning ten oosten van Philipswijk maakt onderdeel uit van de groene context rond Philipswijk en heeft eveneens een hoge herkenbaarheid. Beekdal met strookvormige verkaveling (Bs1) Het noordwestelijkste deel van Blixembosch - Oost heeft een middel herkenbaarheid van het beekdallandschap dat hier lag. De bestaande structuren zijn in de wijk ingepast. Akkers met zichtbare perceelsscheidingen (Ka2) In het noordwestelijk deel van Blixembosch - Oost zijn ook structuren van de akkers met zichtbare perceelsscheidingen in de wijk ingepast. Dit gebied heeft eveneens een middel herkenbaarheid. De akkers lagen hier om een deel van het gehucht Aanschot heen. Een deel van een boerderijlocatie (bij de boerderij Aanschot 21) heeft een hoge herkenbaarheid als akkerlandschap.
Blixembosch - West en het park tussen de twee buurten in liggen geheel binnen dit landschapstype en hebben een middel herkenbaarheid. Ook hier zijn bestaande structuren in de wijk ingepast. Nederzettingen Het gehucht in het zuidoosten dat voor een deel binnen het plangebied lag heeft een middel herkenbaarheid als nederzetting. Bestaande structuren zijn in de wijk ingepast. Het deel van het historisch gehucht Aanschot dat onder de bebouwing van Blixembosch Oost lag heeft een middel herkenbaarheid. Bestaande structuren zijn in de wijk ingepast. De nog bestaande boerderij Aanschot 21 ligt hier geïsoleerd in een verstedelijkte omgeving, nog langs een oude weg en heeft net als het eerder genoemde stukje oude akker een hoge herkenbaarheid.
vastgesteld Blixembosch 2020 Gemeente Eindhoven
39
Uitsnede uit de kaart Herkenbaarheid prestedelijk landschap, kaartbijlage 2 bij het RAAP-rapport 3398 'Het landschap onder de stad'. Donkerpaars = hoge herkenbaarheid; midden paars = middel herkenbaarheid; licht paars = lage herkenbaarheid. De historische gehuchten (nederzettingen) zijn daarnaast gestippeld. Onder andere de donker paarse gebieden zijn in dit bestemmingsplan voorzien van de dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie - 2'. Voor de gebieden met een middel herkenbaarheid (midden paars), die hierboven zijn vermeld, is geen dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie - 2' opgenomen. Binnen deze gebieden worden de historisch landschappelijke waarden geborgd met de hoofdbestemmingen en bouwvlakken. Waardering historische landschapstypen Castiliëlaan (gebieden) Beekdal met strook vormige verkaveling (Bs1) Enkele stroken in het zuiden en zuidoosten van het noordelijk deel van het plangebied (Castiliëlaan/ Sint-Marie en de woonwagenlocatie) hebben als onderdeel van het beekdal een zeer hoge waarde. Open akker (Ka1) Helaas is binnen het plangebied van de oude akkers ten noorden van het beekdal niets meer herkenbaar. Nederzettingen Ook het deel van het gehucht Hoeven dat in het noordwesten van Sint Marie lag is geheel verdwenen. Van het deel dat buiten het plangebied lag is op wat bomen na niets meer te herkennen.
40
vastgesteld Blixembosch 2020 Gemeente Eindhoven
Uitsnede uit de Cultuurhistorische waarderingskaart historisch landschap/Landschapstypen, kaartbijlage 2a blad 1 bij het RAAP-rapport 3258 'De groene zoom van Eindhoven'. Donkeroranje = zeer hoge waarde. Grijs = niet cultuurlandschappelijk gewaardeerd. Het gebied met zeer hoge waarde is in dit bestemmingsplan voorzien van de dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie - 2'. Waardevolle historische landschapselementen Binnen Blixembosch - Oost en Blixembosch - West is een aantal historische landschapselementen bewaard gebleven. Dat betreft wegen en paden, opgaand groen en reliëf. Een aantal van die elementen is hoog of zeer hoog gewaardeerd. In het gebied Castiliëlaan zijn alleen in het zuiden van het plangebied twee strookjes opgaand groen zeer hoog gewaardeerd. Opgaand groen en Infrastructuur In het noordelijk deel van het plangebied zijn ten zuiden van de bebouwing van instelling Sint Marie twee structuren opgaand groen zeer hoog gewaardeerd als structurerend element in het beekdal. Dwars door Blixembosch - Oost en Blixembosch - West loopt de weg Aanschot (een weg van voor 1832). Van het zuidelijk deel van de weg is een deel hoog en een deel zeer hoog gewaardeerd, vooral vanwege het profiel en het opgaand groen. Het noordelijk deel is in zijn geheel hoog gewaardeerd, vanwege het profiel en deels ook vanwege het opgaand groen.
Aan de Aanschot staan (deels aan weerszijden van de weg) bomenrijen die zeer hoog gewaardeerd zijn. Een bomenrij helemaal in het noordwesten aan de Aanschot is hoog gewaardeerd. In het noorden van Blixembosch - Oost staan aan weerszijden van een zijweg/-pad van de Aanschot hoog gewaardeerde bomenrijen. Het betreffende pad is aangelegd tussen 1832 en vastgesteld Blixembosch 2020 Gemeente Eindhoven
41
1953 en is ook hoog gewaardeerd, vanwege het profiel en het opgaand groen. Het pad van de Aanschot naar de monumentale boerderij Aanschot 21 is zeer hoog gewaardeerd, vanwege materialisering, profiel en het historisch ontbreken van opgaand groen. Verder zijn in de groengebiedjes ten noorden van de Miles Davislaan en in de oksel van de Opera korte bomenrijen te vinden die hoog gewaardeerd zijn als structurerend element langs een (nu verdwenen) weg. In het oosten van het plangebied ligt de Esperheide, een pad van voor 1832. Aan weerszijden hiervan staan bomenrijen met een zeer hoge waarde als structurerend element langs de weg. Het pad zelf heeft een midden waarde. Aan weerszijden van de weg Philipswijk staan bomenrijen van hoge waarde als structurerend element langs de weg. De weg zelf en enkele zijpaden hebben een zeer hoge waarde. In het groene gebied tussen Blixembosch - Oost en Blixembosch - West ligt een hoog gewaardeerde bomenrij als structurerend element van de akkers met zichtbare perceelscheidingen die hier lagen. De bomenrij ligt evenwijdig aan een nog zichtbare historische kavelgrens van voor 1832. Reliëf Eveneens in het hiervoor genoemde groene gebied ligt een bos van voor 1843 dat midden gewaardeerd is. Hoewel de context van het bos verdwenen is, is het bos toch vrij bijzonder als restant van het prestedelijk landschap.
In een deel van het bos ligt een rabattenstructuur die nog goed herkenbaar is en als historisch reliëf een hoge waarde heeft.
42
vastgesteld Blixembosch 2020 Gemeente Eindhoven
Uitsnede uit de Cultuurhistorische waarderingskaart historisch landschap/Landschapselementen, kaartbijlage 2b blad 1 bij het RAAP-rapport 3258 'De groene zoom van Eindhoven'. De rode lijnvormige structuren opgaand groen ten zuiden van Sint Marie, hebben een zeer hoge waarde en zijn in dit bestemmingsplan voorzien van de dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie - 2'.
vastgesteld Blixembosch 2020 Gemeente Eindhoven
43
Uitsnede uit de Waarderingskaart landschapselementen, kaartbijlage 3 bij het RAAP-rapport 3398 "Het landschap onder de stad'. De rode en oranje lijnvormige structuren (wegen, paden en bomenrijen) en het oranje gestippelde vlakje (reliëf) zijn waardevol en zijn in dit bestemmingsplan voorzien van de dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie - 2'. De oranje bolletjes zijn monumentale bomen. Historisch wegstructuur voor 1900: Aanschot De historische wegstructuur 'Aanschot' markeert de oude weg met verspreide bebouwing dat bekend stond als het agrarisch gehucht 'Aanschot'. De weg vormde de verbinding tussen de dorpskernen van Son en Acht en bevond zich op de hoger gelegen gronden tussen de Groote Beek (noordelijk gelegen) en de Woenselsche Heide (zuidelijk gelegen). Het tracé is, ondanks latere nieuwbouwontwikkelingen, nog in tact en wordt geflankeerd door karakteristieke bomenrijen. Enkele panden langs het tracé zijn kenmerkend voor het historische bebouwingslint. De aanwezige karakteristieken worden ter plaatse van de bomenrijen langs het tracé geborgd doordat de dubbelbestemming Waarde - Cultuurhistorie - 2 is opgenomen. Het tracé zelf is in principe afdoende geborgd met de hoofdbestemming verkeer.
De weg zelf is vooral vanwege het profiel en het opgaand groen voor het grootste deel hoog of zeer hoog gewaardeerd en krijgt voor die delen een dubbelbestemming Waarde Cultuurhistorie - 2. Langs deze historische wegstructuur bevindt zich een gemeentelijk monument Aanschot 21. Historisch stedenbouwkundig gebied 'Philipswijk' De Philipswijk is gelegen in het noordelijkste deel van Eindhoven, ten zuiden van Son. De oorspronkelijke landelijke nederzetting werd in 1928-1929 in opdracht van Philips opgezet om arbeiders van elders die uit een agrarische omgeving afkomstig waren de mogelijkheid te geven tot landbouw op kleine schaal. Het gehucht bestond oorspronkelijk uit een centraal ovaal, waaromheen een weg met aangrenzende, radiaal uitgelegde, langgerekte percelen van circa één hectare waarop, volgens plannen van Philips' Bouwbureau, dubbele woonhuizen en 44
vastgesteld Blixembosch 2020 Gemeente Eindhoven
schuren werden opgetrokken. Langs de weg is een laan- beplanting van zomereiken aangebracht, de erven zijn omgeven door beukenhagen. Van de oorspronkelijke situatie resteren nog de bovenste helft van het ovaal met de oorspronkelijke, in details gewijzigde bebouwing, resten van eikenlanen en de oorspronkelijk aangeplante beukenhagen rond de, overigens verkleinde percelen. Het resterende deel van het gehucht is nu weliswaar geheel omgeven door recente uitbreidingen, maar het landelijk karakter is nog goed bewaard gebleven. De aanwezige stedenbouwkundige karakteristieken van de wijk worden geborgd doordat de dubbelbestemming Waarde - Cultuurhistorie - 1 is opgenomen. De aanwezige historisch landschappelijke karakteristieken van het gebied geborgd doordat de dubbelbestemming Waarde - Cultuurhistorie - 2 is opgenomen. Monumenten In het plangebied komen de volgende beschermde monumenten voor: Adres
Functie
Type monument
Aanschot 21
Boerderij
Gemeentelijk monument
Philipswijk 1-4, 19-32
Complex woningen
Gemeentelijk monument
Beschrijvingen monumenten Aanschot 21: Langgevelboerderij gebouwd in 1933. Het oorspronkelijke karakter van het exterieur van de boerderij is in hoofdzaak goed bewaard gebleven. De boerderij bestaat uit twee bouwlagen onder een mansardedak gedekt door gesmoorde tuile du Nord dakpannen. De noordelijke kopgevel van de boerderij is naar de openbare weg gericht. Deze gevel bezit op de begane grond twee kruisvensters met luiken en op de verdieping twee T-vensters met stolpramen. De bovenramen zijn voorzien van kathedraalglas. In de westelijke zijgevel zitten, ter plaatse van het woonhuis, twee kruisvensters met luiken waartussen de voordeur met bovenlicht is gelegen. Ter plaatse van het stalgedeelte zijn in de westelijke zijgevel, de grote gevelopeningen van de oorspronkelijke schuurdeuren dichtgemetseld en vervangen door een drietal enkele staldeuren met daartussen een viertal betonnen stalvensters. Boven één stalvenster zit een, door de goot stekend, hooiluik. De boerderij maakte deel uit van de lintbebouwing van het oude buurtschap Aanschot. Inmiddels is de boerderij omgeven door de nieuwbouwwijk Blixembosch. De boerderij bezit een stedenbouwkundige waarde als onderdeel van een oudere structuur binnen een stedenbouwkundig vernieuwde omgeving.
Philipswijk 1-4 en 19-32: Geheel van negen dubbele woonhuizen op ruime kavels aan een gebogen straat met bomen, oorspronkelijk gelegen in de gemeente Son en Breugel. Philips liet deze woningen bouwen om boerenfamilies, waarvan gezinsleden in de fabrieken werkzaam waren, in de gelegenheid te stellen een kleinschalig agrarisch bedrijf uit te oefenen. De symmetrische eenlaagse panden hebben een steil zadeldak boven het middendeel en een lager schild aan de beide zijgevels. Het gehele dak is gedekt met rode tuiles du Nord en ligt met de nok parallel aan de straat. De topgevels aan de zijkanten zijn bekleed met liggende rabatdelen. Eenvoudige deuren zijn geplaatst in het midden van de voorgevel en in de zijgevels. De ramen zijn samengesteld. De woningen worden omgeven door tuinen, die van de straat zijn gescheiden door middel van beukenhagen. Hoewel een gedeelte inmiddels is verdwenen, is het een landschappelijk fraai ensemble, dat van cultuurhistorisch belang is wegens de typologie van de woningen en als een woningbouwproject dat een bijzondere plaats inneemt in de ontwikkeling van Eindhoven. Bescherming van de monumentenstatus geschiedt middels de Erfgoedverordening 2010 en de Wabo.
vastgesteld Blixembosch 2020 Gemeente Eindhoven
45
3.7
Verkeer en parkeren
De mobiliteitsvisie 'Eindhoven op Weg' is in 2013 door de gemeenteraad vastgesteld. Hierin is het verkeersbeleid voor de komende decennia (planhorizon 2040) vastgelegd. Deze visie vormt het bestuurlijke beleidskader voor alle verkeers- en mobiliteitsopgaven. In de volgende paragrafen zijn de essentiële elementen voor het plangebied beschreven. Autoverkeer De wegencategorisering is in Eindhoven op Weg geactualiseerd. Er is een nieuwe tussencategorie opgenomen ten opzichte van de vorige wegencategorisering: de zogenaamde 'wijk- en buurtontsluitingsweg'.
Uitsnede kaart 'Eindhoven op weg', Regio en Randweg / Automobilist In het plangebied zijn de Shakespearelaan, Opera, Sprookjesbos en Buitendreef als wijk- en buurtontsluitingsweg aangewezen. Hier geldt een snelheidsregime van 30 of 50 km/uur. Vaak maken deze 'wijk- en buurtontsluitingswegen' deel uit van primaire dan wel secundaire routes voor hulpdiensten. Dat legt beperkingen op aan het aantal en de vorm van snelheid remmende voorzieningen. De straten Huizingalaan, Hondsruglaan, Tempellaan en John F. Kennedylaan zijn aangewezen als gebiedsontsluitingsweg. Hier wordt het verkeer gebundeld en is sprake van een snelheidsregime van 50 of 70 km/uur. Alle overige wegen in het plangebied zijn erftoegangswegen met een snelheidsregime van 30 km/uur. Fietsverkeer De gemeente Eindhoven wil het gebruik van de fiets stimuleren. In de mobiliteitsvisie 'Eindhoven op Weg' is een fietsnetwerk opgenomen dat bestaat uit drie soorten fietsroutes. Dat netwerk is in de Agenda Fiets 2016-2025, als uitwerking van Eindhoven op Weg, geactualiseerd. In volgorde van belangrijkheid; snelfietsroutes, primaire fietsroutes en secundaire fietsroutes. Deze fietsroutes zijn weergegeven in onderstaande afbeelding. 46
vastgesteld Blixembosch 2020 Gemeente Eindhoven
Uitsnede kaart 'Agenda Fiets 2016-2025 Binnen het plangebied liggen twee snelfietsroutes, namelijk de route centrum – Ekkersrijt (de lichtgroene lijn) en de Slowlane (de rode lijn). Het tracé van de Slowlane is inmiddels gewijzigd en volgt de Buitendreef en Esperheide naar de Tempellaan en volgt vervolgens de Tempellaan tot de rotonde Eindhovenseweg/Esp. Hiermee is de oversteek over de Kennedylaan naar Esp-Noord en de Eindhovenseweg die op de kaart staat komen te vervallen. De snelfietsroutes zijn hoogwaardige fietsroutes. Op een snelfietsroute moet een fietser zoveel mogelijk non-stop, comfortabel en veilig kunnen fietsen. Het zijn brede, vrij liggende asfaltfietspaden met goede verlichting en in principe voorrang op kruisend verkeer. Aan de Hondsruglaan en Tempellaan zijn primaire fietsroutes gelegen. De primaire fietsroutes zijn ook van een hoog kwaliteitsniveau. De kenmerken komen overeen met die van snelfietsroutes, maar het ambitieniveau om deze kenmerken te realiseren is iets lager. Tot slot is een aantal secundaire fietsroutes aanwezig in het plangebied. Dat zijn de dunne gestippelde lijnen in voorgaande afbeelding. Secundaire fietsroutes hebben geen specifieke inrichtingseisen, maar worden wel gekenmerkt door een of andere vorm van fietsvoorzieningen. Dat kunnen vrij liggende of aanliggende fietspaden zijn, maar ook fietsstroken of fietssuggestiestroken.
Openbaar vervoer Eindhoven op Weg gaat uit van twee netwerken voor het openbaar vervoer: een Hoogwaardig Openbaar Vervoer netwerk (HOV-netwerk) en een netwerk van ontsluitende buslijnen.
vastgesteld Blixembosch 2020 Gemeente Eindhoven
47
Uitsnede kaart 'Eindhoven op weg', Regio en Randweg / (H)OV reiziger Door het plangebied zelf loopt geen HOV-tracé. Wel maakt de Huizingalaan onderdeel uit het HOV-tracé in de richting van bedrijventerrein Ekkersrijt en Eindhoven Airport. De wijk is ontsloten met openbaar vervoer via een reguliere stadslijn. Deze route is niet op de afbeelding en de plankaart weergegeven omdat deze in tegenstelling tot een HOV-verbinding niet ruimtelijk structurerend is. Autoparkeren De ruimte in de stad is beperkt en kostbaar. De gemeente moet dan ook de schaarse ruimte efficiënt gebruiken. Daarom worden bij een plan eisen aan het aantal te realiseren parkeerplaatsen gesteld. Bij besluit van 17 mei 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders de Nota Parkeernormen 2016 vastgesteld. Hierin zijn normen vastgelegd voor parkeren. Deze nota is inmiddels geactualiseerd door de Actualisatie Nota Parkeernormen 2019. De Actualisatie Nota Parkeernormen 2019 is vanaf 4 oktober 2019 van kracht en past in de ontwikkeling naar een groenere, bereikbare en duurzame stad. We hebben te maken met een grote verdichtingsopgave in Eindhoven en tegelijk moeten we het centrum van Eindhoven goed bereikbaar houden. Er is straks minder plaats voor autoverkeer en parkeren in en om het autoluwe centrum.
Daarom streven we nu naar het aanleggen van zo min mogelijk nieuwe parkeerplaatsen en we zetten zoveel mogelijk in op duurzame alternatieve vervoerswijzen: lopen, fietsen en openbaar vervoer. In de nota is dat uitgewerkt in de zogenaamde verplichte "HOV-reductie" (minder parkeerplaatsen bij stations en Hoogwaardig openbaar vervoer-haltes) en het stimuleren van gebruik van deelauto's voor bewoners. Als tweede aanpassing willen we de bestaande (privé) parkeercapaciteit beter en efficiënter gaan benutten ten opzichte van realisatie van parkeerplaatsen op eigen terrein. De derde belangrijke aanpassing is dat ontwikkelaars een bijdrage in het mobiliteitsfonds moeten storten, bij gebruik van reeds aanwezige openbare parkeerplaatsen. Met dat geld willen we onder andere de opbouw van een stadsbreed deelmobiliteit netwerk op weg helpen. In de Actualisatie Nota Parkeernormen 2019 hebben we eveneens de fietsparkeernormen geactualiseerd en gaan daar uitgebreider op toetsen en 48
vastgesteld Blixembosch 2020 Gemeente Eindhoven
handhaven. Verder is van belang dat elk bestaand adres of een nieuw adres waar een omgevingsvergunning is afgegeven na 2016 in het POET-overzicht (parkeren op eigen terrein) komt. Adressen uit dit overzicht kunnen geen (nieuwe) parkeervergunning aanvragen en hebben geen recht op een bezoekersregeling binnen betaald parkeergebieden. Bestaande parkeervergunningen worden niet meer verlengd. Dat gaan we in een vroeg stadium communiceren met de nieuwe bewoners.
3.8
Groen
3.8.1
Groenbeleidsplan
Begin 2017 is een actualisatie van Groenbeleidsplan door de gemeenteraad vastgesteld. Dit Groenbeleidsplan 2017 is gemaakt met de veranderende rol van de overheid in het achterhoofd. Het voorziet in vier sporen "het verhaal van de stad", wat de waarde van groen is (functies als uitgangspunt), welke ambitie de gemeente daarmee heeft en het daadwerkelijke groenbeleid. Het groenbeleidsplan heeft als doel het duurzaam veiligstellen en ontwikkelen van een kwalitatief hoogwaardige groenstructuur met daarin passende functies. Hiermee levert de toepassing van het groenbeleid een wezenlijke bijdrage aan een aantrekkelijke en gezonde woon- en werkomgeving als karakteristieke kwaliteit van Eindhoven. Een omgeving die leefbaar en klimaatadaptief is en een volwaardig vestigingsklimaat biedt voor Brainport. Het groenbeleid sluit aan op de geomorfologische structuur van de stad: de structuur van dekzandruggen en beken (Dommel en Gender) die Eindhoven hebben gevormd. Op basis van de tuinstad gedachte is bij de verdere ontwikkeling van Eindhoven sterk ingezet op het behoud van de groene ruimten tussen de voormalige dorpen. Genneper Parken (tussen Stratum en Gestel), Brainport Park (tussen Strijp en Woensel) en De Karpen (tussen Woensel en Tongelre) vormen nog altijd imposante, groene wiggen, die tot diep in de stad reiken.
Het behoud van de robuuste groenstructuur, die vanuit het buitengebied, via de wiggen tot aan de bomen bij de voordeur reikt, is een belangrijk uitgangspunt van het groenbeleidsplan. Het Groenbeleidsplan heeft in principe betrekking op al het groen van Eindhoven, dus niet alleen het groen in eigendom van de gemeente. Omdat niet al het groen bescherming krijgt door een specifieke groenbestemming en de gemeente enkel directe invloed heeft op haar eigen eigendommen, is niet al het groen automatisch beschermd. In het Groenbeleidsplan 2017 zijn onder andere procesafspraken genoemd die een relatie hebben met een ruimtelijke procedure. Het betreft een procesafspraak over groenplannen bij ontwikkeling van gebouwen of gebieden en de procesafspraak over de groenregelingen voor bomen (Verordening Bomen en Nadere regels bomen) en de Regeling Groencompensatiefonds. De genoemde groenplannen dienen een toelichting van de groene inrichting van een ontwikkeling te geven. Behoud van het bestaande groen is het uitgangspunt, evenals het (door)ontwikkelen van de groene kwaliteiten waar nodig. Het Groenbeleidsplan 2017 geeft in een kaart met zes ruimtelijke strategieën de kaders voor de ruimtelijke ontwikkeling in relatie tot groen.
vastgesteld Blixembosch 2020 Gemeente Eindhoven
49
Figuur: Ruimtelijke Strategieënkaart Binnen onderhavig plangebied is ingevolge het Groenbeleidsplan 2017 hoofdzakelijk de strategie 'Stad, rood beeldbepalend' van toepassing. De maatschappelijke voorzieningen aan de Castiliëlaan zijn gelegen binnen de strategie 'Stad, groen bepalend'. Dit geldt ook voor bebouwing in de voormalige Philipswijk. Als 'Structureel stadsgroen' zijn aangemerkt het Aanschotpark en het groen rondom de Huizingalaan, Hondsruglaan, Tempellaan, Philipswijk en John F. Kennedylaan. Tot slot worden het deelgebied rondom de Castiliëlaan en het deelgebied met de woonwijk Blixembosch van elkaar gescheiden door het beekdal van de Groote Beek, dat is aangewezen als 'Multifunctioneel groen'. Dit multifunctionele groen maakt echter geen onderdeel uit van het plangebied. Strategie: Stad, rood beeldbepalend In deze gebieden heeft groen een ondersteunende functie aan de stedelijke identiteit ('aankledingsgroen') of een recreatieve functie voor de woonomgeving (parken). Het beleid is gericht op behoud en ontwikkelen van deze groene elementen of functies. Het oppervlak groen binnen deze categorie zou niet verder af moeten nemen. Binnen de aangeduide groenarme buurten wordt gestreefd naar uitbreiding van het groenareaal. Strategie: Stad, groen beeldbepalend Het betreft gebieden met een bijzonder groen imago, vaak gelegen aan de periferie van de stad.
Uitgangspunt voor deze gebieden is het behouden en ontwikkelen van het bijzondere groene karakter. Deze gebieden maken ook onderdeel uit van de groene kaart (onderdeel verordening bomen en nadere regels). Voor de kap van bomen (met een omtrek van 45 centimeter op een stam hoogte van 130 centimeter) in deze gebieden is een vergunning verplicht. Uitzondering hierop vormt de taxus welke vanaf een omtrek van 30 centimeter een vergunningplicht kent. Strategie: Structureel stadsgroen Deze gebieden zijn bedoeld voor groene dooradering van de stad, voor intensieve recreatie en ontspanning (parken), natuur en waterberging. Het beleid is gericht op het versterken van de functionaliteit van deze gebieden en het verbinden tot robuuste structuren. Toevoeging van niet-groene voorzieningen is slechts mogelijk als sprake is van een zwaarwegend maatschappelijk belang, als er geen alternatieven voorhanden zijn, als door een 50
vastgesteld Blixembosch 2020 Gemeente Eindhoven
'groen-inclusief ontwerp' de groene kwaliteit tenminste wordt gehandhaafd en als compensatie plaatsvindt van de per saldo verloren deel van de groenstructuur.
Strategie Multifunctioneel groen Het betreft voornamelijk aan de stadsrand gelegen gebieden met uiteenlopende groenfuncties, gericht op relatief intensieve benutting van het landschap. Het beleid is gericht op het versterken van het contact tussen de stedelingen en het landschap, derhalve met een relatief intensieve benutting van het landschap. Uitgangspunt daarbij is het behouden van de aanwezige natuur- en landschapskwaliteiten en waar mogelijk deze verder te ontwikkelen. Gebruiksfuncties zijn veelal volkstuinen, golfbanen, bos, natuureducatie, kleinschalige sportgebieden, maneges, wandelen, fietsen, maar ook landbouw. Gebieden met deze aanduiding liggen voor een belangrijk deel in het Natuur Netwerk Brabant. Verdere verstedelijking (toevoeging van niet aan het groen gebonden functies of gebouwen) is in deze categorie derhalve niet aan de orde tenzij in geval van zwaarwegende maatschappelijke belangen waarvoor alternatieven ontbreken en met toepassing van compensatie. De aanleg van nieuwe sportcomplexen wordt uitgesloten (wel eventueel verplaatsing van sportterreinen naar minder kwetsbare locaties). Uitbreiding van sportcomplexen kan echter niet worden uitgesloten. Versterking van multifunctioneel groen als element van de ruimtelijke hoofdstructuur is in het bijzonder gewenst langs de Oirschotsedijk (verbinding met groengebied Groene Woud).
Het plangebied Daar waar de strategieën 'Stad, rood bepalend', 'Stad, groen bepalend' en 'Structureel stadsgroen' gelden zijn de bestaande groenstructuren als 'Groen' bestemd. Het snippergroen is opgenomen binnen de bestemming 'Verkeer' of 'Verkeer-Verblijfsgebied'. Binnen deze bestemmingen is groen toegestaan. Hiermee wordt het aanwezige groen op een goede wijze beschermd. Ter plaatse van de waterpartijen van enige omvang, zoals de vijver aan de Stiffelio, waterpartijen aan de Castiliëlaan, in de voormalige Philipswijk en watergangen parallel aan de straat Aanschot, is de bestemming 'Water' opgenomen. Deze wateren worden met deze bestemming beschermd. Historisch groen wordt tevens beschermd met een dubbelbestemming (zie paragraaf 3.6.2). Deze dubbelbestemming heeft tot doel het behoud van de aanwezige cultuurhistorische en landschappelijke (groen)waarden. Beleidsregel groencompensatie Op 13 maart 2018 is de 'Regeling Groencompensatiefonds' vastgesteld. Bij deze regeling hoort de 'Beleidsregel Groencompensatie'. Deze beleidsregel is bedoeld als afwegingskader bij aanvragen voor (ruimtelijke) ontwikkelingen die kunnen leiden tot aantasting van groen. Bij aantasting en verlies van groen is compensatie vereist, de Beleidsregel geeft hiervoor de richtlijnen.
3.8.2
Beleid Bomen
Het gemeentelijk beleid ten aanzien van bomen is vastgelegd in de Verordening Bomen 2015. Deze is op 7 april 2015 door de gemeenteraad vastgesteld en op 24 augustus 2016 in werking getreden. De Verordening en (uitwerking daarvan in) nadere regels Bomen is van toepassing op bomen die niet vallen onder de regelgeving van de Wet natuurbescherming (Wnb). De Wet natuurbescherming is van toepassing op: - bossen die buiten de 'bebouwde kom Wnb' liggen; - alle beplantingen van bomen die groter zijn dan 10 are; - bomen in een rijbeplanting, als de rij uit meer dan 20 bomen bestaat. Voor bomen geldt dus of de Wet natuurbescherming of of de Verordening Bomen 2015. Voor vastgesteld Blixembosch 2020 Gemeente Eindhoven
51
het vellen van bomen dient, behoudens een aantal vrijstellingen, een melding te worden gedaan bij de Provincie Noord Brabant. Er is een herplantplicht van toepassing. Verordening Bomen Het bomenbeleid is gebaseerd op drie pijlers: behoud, versterking en ruimte voor dynamiek. Eindhoven wil een aantrekkelijke groene stad zijn en blijven. Bomen spelen daarbij een voorname rol. Een hoogwaardig bomenbestand dat een duurzame bijdrage levert aan de ruimtelijke kwaliteit en recht doet aan het groene imago van de stad is waar de gemeente naar streeft. Duurzaam behoud van de groene signatuur staat voorop. Het bomenbestand dient echter ook aan te sluiten op intensief gebruik van de openbare ruimte en de gewenste ruimtelijke kwaliteit. Dit betekent soms dat in een bepaalde situatie andere belangen preferabel zijn en bomen moeten wijken. Het bomenbeleid voorziet in die gevallen in de mogelijkheden tot mitigatie en compensatie. Groene kaart Een belangrijk onderdeel van de Verordening Bomen is de Groene Kaart. Het is een topografische kaart met daarop aangegeven de beschermde houtopstand. De Groene Kaart bevat verschillende categorieën houtopstanden. Voor bomen in gemeentelijk eigendom (publiek eigendom) kent de Groene Kaart zes categorieën: Monumentale bomen; Waardevolle bomen; Basisbomen; Bomen hoofdstructuur; Bomen nevenstructuur; Bomen in gebieden stad, groen beeldbepalend.
De Groene Kaart kent daarnaast voor bomen in particulier eigendom (privaat eigendom) drie categorieën: Waardevolle bomen; Bomen in gebieden stad, groen beeldbepalend; Bomen op percelen van 500 m2 of groter. Voor het vellen van een houtopstand die deel uit maakt van tenminste één van deze categorieën is, behoudens een aantal vrijstellingen, een omgevingsvergunning verplicht. Nadere regels Bomen De Verordening is uitgewerkt in nadere regels Bomen. Deze zijn op 19 juli 2016 vastgesteld door het college en op 4 augustus 2016 in werking getreden. De beleidsregels geven inzicht in de wijze waarop het college gebruik maakt van de aan haar in de Verordening toegekende bevoegdheden tot het aanwijzen en plaatsen van houtopstanden op de Groene Kaart. Tevens zijn richtlijnen uitgewerkt voor omgang met overlast, de compensatieplicht bij kap, de indieningvereisten bij een vergunningaanvraag, de weigeringsgronden bij beoordeling van een kapaanvraag en het aanbrengen van verlichting in houtopstanden. Het plangebied Binnen het plangebied staan volgens de Groene Kaart grote aantallen basisbomen, Basisbomen zijn volgens het beleid in principe vervangbaar.
Waardevolle (gemeentelijk en particulier) en monumentale bomen dienen in principe te worden behouden waarbij, bij ruimtelijke ontwikkelingen en werkzaamheden in de buurt van deze bomen, uit een bomeneffectanalyse moet blijken of en welke maatregelen nodig zijn voor behoud. In dit bestemmingsplan worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Nader onderzoek is in het kader van dit bestemmingsplan dan ook niet noodzakelijk.
52
vastgesteld Blixembosch 2020 Gemeente Eindhoven
3.9
Maatschappelijke voorzieningen
Tot de maatschappelijke functies worden gerekend educatieve, medische, sociaal-medische, sociaal-culturele en levensbeschouwelijke voorzieningen, wooneenheden voor beschermd en/of verzorgd wonen en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening alsmede begraafplaatsen. In het plangebied zijn meerdere maatschappelijke voorzieningen aanwezig. Het deelgebied rondom de Castiliëlaan vormt een cluster van maatschappelijke functies, zoals het orthopedagogisch centrum St. Marie (Kentalis), het revalidatiecentrum Blixembosch en meerdere schoolgebouwen. In het andere deelgebied zijn verspreid over het woongebied Blixembosch een aantal basisscholen en kinderopvanglocaties gelegen. In de buurt Blixembosch-Oost zijn rondom het buurtwinkelcentrum aan de Ouverture een SPIL-centrum en medisch-maatschappelijke voorzieningen zoals een apotheek, huisartsen- en tandartsenpraktijk geclusterd.
3.10
Detailhandel
Leegstaande winkelpanden en borden met ‘opheffingsuitverkoop’ en ‘leegverkoop’ sieren de Nederlandse winkelstraten. Door onder meer de economische crisis en de toenemende invloed van internetverkopen heeft de retail-sector het erg moeilijk. Tegelijkertijd bieden de veranderingen in de sector ook nieuwe uitdagingen en mogelijkheden voor innovatieve concepten. Duidelijk is in ieder geval dat regionale afstemming steeds meer noodzakelijk wordt. Bovendien vraagt de provincie in de Verordening Ruimte om regionale afstemming en zijn regionale afspraken van belang voor de Ladder voor duurzame verstedelijking. Naar aanleiding hiervan heeft de Metropoolregio Eindhoven een detailhandelsvisie opgesteld. Hierin zijn de verschillende trends en ontwikkelingen en de gevolgen daarvan beschreven. Vervolgens is er een visie opgesteld, op basis waarvan concrete afspraken geformuleerd zijn. In de subregio’s is vervolgens gewerkt aan subregionale detailhandelsvisies. Deze visies bieden een kader, maar vragen wel nog om lokale verankering. Dat is gebeurd in de gemeentelijke Detailhandelsnota. In deze paragraaf wordt ingegaan op de verschillende visies. De gemeenteraad heeft op 15 december 2015 ingestemd met de regionale en subregionale visies. In diezelfde raadsvergadering is ook de gemeentelijke detailhandelsnota vastgesteld. Deze is op 2 november 2016 gepubliceerd. 3.10.1
Regionale detailhandelsvisie Metropoolregio Eindhoven
De detailhandelswereld is de laatste jaren sterk veranderd. Er zijn een aantal belangrijke trends en ontwikkelingen die daaraan ten grondslag liggen: de economische crisis, toename internetdetailhandel, vergrijzing, huishoudenssamenstelling, veranderend consumentengedrag, het verdwijnen van supermarkten en andere voorzieningen (zoals banken, bibliotheken etc.) in centra en branchevervaging. Deze trends en ontwikkelingen hebben grote gevolgen voor het winkellandschap. Goed voorzieningenniveau Het doel van de regionale detaihandelsvisie is om een goed voorzieningenniveau voor de inwoners van de regio te creëren. De detailhandelsstructuur in de regio is opgebouwd uit verschillende lagen. Het centrum van Eindhoven en Ekkersrijt vormen de top van de piramide. Beiden hebben een bovenregionaal verzorgingsgebied. De tweede laag van de piramide bestaat uit regionaal en bovenlokaal verzorgende centra. Deze centra hebben een belangrijke functie in de subregio of voor de omliggende gemeenten. Daarna volgen de grote en kleine kernverzorgende centra, de belangrijkste winkelcentra in de kernen met een lokaal verzorgingsgebied. De onderste laag van de piramide zijn de wijk- en buurtcentra (inclusief kerkdorpen). Naast alle centra zijn er in de regio diverse PDV-locaties. Op Ekkersrijt en de Engelseweg na hebben deze locaties veelal een lokaal verzorgingsgebied.
vastgesteld Blixembosch 2020 Gemeente Eindhoven
53
Detailhandelsstructuur Metropoolregio Eindhoven
Specifieke thema's Op drie regionale thema’s is specifiek ingezoomd. Het gaat om supermarkten, internetdetailhandel en marketing. Supermarkten zelf hebben de voorkeur voor een vestigingsplaats aan de rand van een centrum of net buiten het centrum. Echter, een gevarieerd aanbod in een centrum is van groot belang voor de levensvatbaarheid van het centrum. Daarom is het essentieel om supermarkten zoveel mogelijk in centra te vestigen of te behouden. Daarbij is het wel van belang dat de overheid de supermarkten zo goed mogelijk faciliteert (bijvoorbeeld bij parkeren, goede bereikbaarheid of een slimme oplossing voor een uitbreidingsvraag). Internetdetailhandel kent allerlei (verschijnings)vormen met verschillende ruimtelijke consequenties. In de visie wordt ingegaan op deze vormen en aangegeven waar deze het beste gevestigd kunnen worden (zie de regionale afspraken die hieronder zijn beschreven). Tot slot het thema marketing. Gemeenten moeten niet allemaal hetzelfde willen zijn, maar een statement maken en dat ook met trots uitdragen. Vervolgens is het goed om evenementen en activiteiten aan te bieden die passen bij het profiel en het ook kunnen versterken. Regionale afspraken Op basis van de trends en ontwikkelingen en de visie, zijn in de detailhandelsvisie regionale afspraken geformuleerd. In de subregionale detailhandelsvisies worden deze afspraken nader uitgewerkt.
Detailhandel wordt geconcentreerd in bestaande winkelgebieden (ruimtelijke concentratie) om zo de hoofdstructuur te behouden en te versterken; Nieuwe detailhandelsontwikkelingen moeten passen bij het verzorgingsgebied en aantoonbaar kwaliteit toevoegen en de structuur versterken; Nieuwe detailhandelsontwikkelingen vinden in principe alleen plaats in de concentratiegebieden of op plekken waar dat voor de leefbaarheid noodzakelijk is; Supermarkten worden gerealiseerd in of aan de rand van bestaande winkelgebieden; 54
vastgesteld Blixembosch 2020 Gemeente Eindhoven
Solitaire supermarkten op bedrijventerreinen of perifere detailhandelslocaties zijn niet toegestaan; Perifere detailhandel (PDV) met een bovenlokale impact wordt geclusterd op bestaande locaties. Er worden in principe geen nieuwe PDV-locaties met een bovenlokale functie toegevoegd; Er komt geen Retail Park of mega mall in de regio; Internetwinkels zonder fysieke bezoekmogelijkheid voor de consument zijn toegestaan op bedrijventerreinen (passen in reguliere bestemming); Zuivere afhaalpunten (pick-up points) worden geconcentreerd op bestaande detailhandelslocaties of op een kruispunt van passanten; Internetwinkels met een fysieke bezoekmogelijkheid en een showroom worden gezien als reguliere winkels en worden gerealiseerd op een bestaande detailhandelslocatie; Ontwikkelingen met een bovenlokale impact worden subregionaal afgestemd (nader gespecificeerd in subregionale detailhandelvisies), ontwikkelingen met een regionale impact worden regionaal afgestemd.
3.10.2
Detailhandelsvisie Stedelijk Gebied Eindhoven
In de detailhandelsvisie van de subregio Stedelijk Gebied Eindhoven wordt gestreefd naar een sterke, vitale en dynamische detailhandelsstructuur. Het beleid is gericht op het versterken van de bestaande detailhandelsstructuur. Nieuwe vestigingslocaties voor detailhandel mogen niet ten koste gaan van de bestaande (perspectiefrijke) winkelgebieden.
Detailhandelsstructuur Stedelijk Gebied Eindhoven
Het regionaal detailhandelsbeleid streeft naar een heldere en evenwichtige voorzieningenstructuur, waarbij onderscheid en complementariteit van winkelgebieden centraal staan. Dit houdt in dat detailhandel zoveel mogelijk wordt geclusterd in winkelgebieden en verspreide bewinkeling wordt afgebouwd. Dit geldt ook voor grootschalige winkels zoals tuincentra en bouwmarkten. Indien deze ruimtelijk niet inpasbaar zijn, dan is vestiging buiten de aangewezen winkelgebieden in regionaal verband bespreekbaar. De afwegingen voor het al dan niet toestaan van nieuwvestiging van een tuincentrum of bouwmarkt is gericht op de consumentenverzorging in het verzorgingsgebied. De hoofdwinkelgebieden hebben allemaal een eigen functie in de structuur. Aard, omvang en samenstelling van het aanbod zijn afgestemd op de verzorgingsfunctie. De binnenstad van vastgesteld Blixembosch 2020 Gemeente Eindhoven
55
Eindhoven moet streven naar het toevoegen van het topsegment om haar positie te verstevigen. Perifere concentraties hebben een complementair en aanvullend aanbod ten opzichte van de centrumvoorzieningen en buurt- en wijkvoorzieningen. Verbreding van het aanbod is niet het uitgangspunt. Uitzondering hierop is de locatie Ekkersrijt. De consument verwacht in dit winkelgebied een compleet aanbod op het gebied van ‘in en om het huis’. Ekkersrijt dient uit te groeien tot één van de leidende perifere winkelconcentraties in Nederland. De komst van een Retail Park (Mega Mall) in de regio is niet wenselijk. Een dergelijke ontwikkeling heeft een verstorend effect op de bestaande structuur en ondermijnt de ontwikkelingskansen van andere clusters. Internetafhaalpunten voor consumenten (met of zonder showroom) kunnen bestaande winkelgebieden versterken en worden daarom zoveel mogelijk in of aansluitend aan deze gebieden gesitueerd. Nieuwe initiatieven Het Rijk heeft de "Ladder voor duurzame verstedelijking" in het leven geroepen om nieuwe stedelijke ontwikkelingen aan te toetsen. In de regionale detailhandelsvisie is ook een soort 'ladder' opgenomen voor nieuwe initiatieven. Aan nieuwe winkelontwikkelingen wordt in principe meegewerkt als: 1. de initiatiefnemer kan aantonen dat het initiatief een meerwaarde heeft voor de lokale en/of regionale detailhandelsstructuur. 2.
aangetoond kan worden dat het initiatief resulteert in een versterking van de bestaande detailhandelslocaties. Wanneer dit niet het geval is, dient nadrukkelijk beargumenteerd te worden of er sprake is van meerwaarde en waarom het initiatief niet in- of aangrenzend aan een bestaand winkelgebied kan worden gefaciliteerd. De argumenten dienen van ruimtelijke aard te zijn, bijvoorbeeld grootschaligheid/ ruimtelijke inpassing, bereikbaarheid en parkeren en bevoorrading. 3. aangetoond kan worden dat het initiatief geen (blijvende) negatieve effecten heeft op de bestaande detailhandelsstructuur en/of in het beleid aangegeven ontwikkeling daarvan. Wanneer er op provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau ingestemd wordt met een initiatief, dient het initiatief onderbouwd te worden op basis van ruimtelijke ordening relevante criteria (in de ruimtelijke onderbouwing). De ladder en de criteria zijn in regionale detailhandelsvisie uitgebreid beschreven.
3.10.3
Detailhandelsnota gemeente Eindhoven
Op 15 december 2015 is de Eindhovense detailhandelsnota “Wie kiest, wordt gekozen” vastgesteld. Zoals hiervoor beschreven heeft de detailhandelssector te maken met veel veranderingen. De veranderingen raken de consument, de ondernemer en de vastgoedeigenaar. Het is zaak om uit deze veranderingen een positieve impuls te halen. De veranderende markt zorgt immers ook voor nieuwe kansen die goede winkelgebieden verder kunnen versterken. Zeker voor een stad als Eindhoven is het belangrijk om gewenste initiatieven een plek te geven binnen de structuur. In de detailhandelsnota worden duidelijke keuzes gemaakt over waar welke vormen van detailhandel zijn toegestaan en waar niet. In de nota wordt eerst ingegaan op verschillende onderdelen. Vervolgens wordt per stadsdeel de positie en het perspectief van alle winkelcentra beschreven. Beleid op onderdelen Op onderdelen is de detailhandel aan grote veranderingen onderhevig. De volgende onderdelen zijn nadrukkelijk opnieuw tegen het licht gehouden: Megasupermarkten Vanwege de mogelijke effecten van megasupermarkten op de voorzieningenstructuur, met name op de winkelcentra die een belangrijke functie op het gebied van boodschappen doen 56
vastgesteld Blixembosch 2020 Gemeente Eindhoven