Bijlage 1a - Bestemmingsplan Blixembosch 2020
Tekst van het document
Vastgesteld bestemmingsplan
Blixembosch 2020
Februari 2021
Blixembosch 2020
Inhoudsopgave Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding
7
1.1
Aanleiding
7
1.2
Het plangebied
7
1.3
Voorgaande plannen
8
1.4
Leeswijzer
9
Hoofdstuk 2 Beschrijving plangebied
11
2.1
Historisch perspectief
11
2.2
Stedenbouwkundige structuur
11
2.3
De buurten
12
Hoofdstuk 3 Uitgangspunten, randvoorwaarden en beleidskader
15
3.1
Inleiding
15
3.2
Rijksbeleid
15
3.3
Provinciaal beleid
21
3.4
Gemeentelijk beleid
26
3.5
Volkshuisvesting
30
3.6
Archeologische en cultuurhistorische waarden
33
3.7
Verkeer en parkeren
46
3.8
Groen
49
3.9
Maatschappelijke voorzieningen
53
3.10
Detailhandel
53
3.11
Horeca
59
3.12
Bedrijvigheid
61
3.13
Kabels, leidingen en straalpaden
62
Hoofdstuk 4 Milieuparagraaf
63
4.1
Milieueffectrapportage
63
4.2
Bedrijven en milieuzonering
63
4.3
Geluid
64
4.4
Luchtkwaliteit
65
4.5
Externe veiligheid
67
4.6
Duurzaamheid
75
4.7
Bodem
78
4.8
Natuur
80
4.9
Geur
81
Hoofdstuk 5 Waterparagraaf
83
5.1
Inleiding
83
5.2
Beleid
83
5.3
Eindhovense klimaattoets
86
2
vastgesteld Blixembosch 2020 Gemeente Eindhoven
5.4
Beschrijving watersysteem plangebied
89
5.5
Toekomstige situatie van het watersysteem
91
5.6
Advies / overleg Waterschap
91
Hoofdstuk 6 Juridische vormgeving
93
6.1
Algemeen
93
6.2
Planmethodiek
93
6.3
Verbeelding
93
6.4
Planregels
93
Hoofdstuk 7 Handhaving
99
Hoofdstuk 8 Financiële aspecten
101
Hoofdstuk 9 Procedure en maatschappelijke uitvoerbaarheid
103
9.1
Bekendmaking ex artikel 1.3.1 Bro
103
9.2
Overleg ex artikel 3.1.1 Bro
103
9.3
Inspraak
105
9.4
Zienswijze
110
Bijlagen bij de toelichting
111
Regels
113
Hoofdstuk 1 Inleidende regels
115
Artikel 1
Begrippen
115
Artikel 2
Wijze van meten
127
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels
129
Artikel 3
Bedrijf
129
Artikel 4
Bedrijf - Nutsvoorziening
133
Artikel 5
Centrum
135
Artikel 6
Groen
139
Artikel 7
Maatschappelijk
141
Artikel 8
Verkeer
145
Artikel 9
Verkeer - Verblijfsgebied
147
Artikel 10
Water
149
Artikel 11
Wonen
151
Artikel 12
Wonen - Woonwagenstandplaats
155
Artikel 13
Waarde - Archeologie - 1
159
Artikel 14
Waarde - Cultuurhistorie - 1
161
Artikel 15
Waarde - Cultuurhistorie - 2
163
Hoofdstuk 3 Algemene regels
165
Artikel 16
Anti-dubbeltelregel
165
Artikel 17
Algemene aanduidingsregels
167
Artikel 18
Algemene afwijkingsregels
169
Artikel 19
Overige regels
171
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels
173
Artikel 20
173
Overgangsrecht
vastgesteld Blixembosch 2020 Gemeente Eindhoven
3
Artikel 21
Slotregel
175
Bijlagen bij de regels
177
Bijlage 1
Lijst van bedrijfsactiviteiten
178
Bijlage 2
Lijst van bedrijfsactiviteiten bij wonen
200
Bijlage 3
Lijst van horeca-activiteiten
202
Bijlage 4
Besluit externe veiligheid inrichtingen, artikel 2
204
Bijlage 5
Regeling externe veiligheid inrichtingen, artikel 1b
206
Bijlage 6
Regeling provinciale risicokaart, Bijlage I
208
Bijlage 7
Waterberging
211
4
vastgesteld Blixembosch 2020 Gemeente Eindhoven
Toelichting
vastgesteld Blixembosch 2020 Gemeente Eindhoven
5
6
vastgesteld Blixembosch 2020 Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding
Naar verwachting treedt op 1 januari 2022 de Omgevingswet in werking. Eindhoven heeft ervoor gekozen om alle bestemmingsplannen op dat moment actueel te hebben. Het bestemmingsplan "Blixembosch 2007" is 16 december 2008 vastgesteld. Om die reden is actualisatie van die bestemmingsplannen nu aan de orde. Het bestemmingsplan "Blixembosch 2020" bestaat uit een digitale en analoge verbeelding met de daarbij behorende regels. In onderhavige toelichting wordt aangegeven waarom het bestemmingsplan is opgesteld en welke afwegingen hebben plaatsgevonden in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Naast de juridisch bindende digitale versie is een papieren versie van het bestemmingsplan beschikbaar.
1.2
Het plangebied
Het plangebied is globaal gelegen tussen de A50 in het noorden, de John F. Kennedylaan in het oosten, de Hondsruglaan en Tempellaan in het zuiden en de Huizingalaan in het westen. Het plangebied bestaat uit twee delen, die van elkaar worden gescheiden door het beekdal van de Groote Beek. Het gaat om de volgende deelgebieden: Woongebied Blixembosch: Dit deelgebied omvat vooral de woongebieden Blixembosch-West en Blixembosch-Oost, maar ook een deel van de John F. Kennedylaan. Het plangebied omvat in het zuidwesten de Hondsruglaan vanaf de Huizingalaan en loopt verder in noordelijke richting via de achterste perceelsgrenzen van de woningen aan de Agaat, Aquamarijn en Bloedkoraal. Vervolgens loopt de grens verder via de Diamantring, de achterste perceelsgrenzen van de woningen aan de Briljant en de zijdelingse perceelgrenzen van de woningen Aanschot 83 en Granaat 17. Vanaf hier volgt de plangrens de straat Granaat in oostelijke richting en vervolgens in noordelijke richting de Victor Hugolaan, Rabelaislaan en de achterste perceelsgrenzen van de woningen aan de Budy Boldenlaan. Daarna volgt de plangrens de Count Basiegracht, een hoekje met woningen aan de Duke Ellingtonlaan en de straat Aanschot in oostelijke richting. Halverwege deze straat loopt de grens tussen de woningen door in zuidoostelijke richting tot basisschool De Vuurvlinder.
De plangrens loopt hier om de basisschool heen en vervolgens in zuidelijke richting via de Ernani, Atilla en de achterste perceelsgrenzen van de woningen en bedrijven aan de Wildeman en Assepoester. De zuidgrens volgt de Tempellaan en Hondsruglaan in westelijke richting tot aan de Huizingalaan. De Tempellaan in oostelijke richting tot en met het viaduct over de John F. Kennedylaan en de John F. Kennedylaan in noordelijke richting tot overgang tussen bedrijventerrein Esp en het buitengebied behoren eveneens tot het plangebied. Omgeving Castiliëlaan: Dit deelgebied omvat met name het terrein van de maatschappelijke voorzieningen aan de Castiliëlaan en de Toledolaan, maar ook de woonwagenlocatie aan het eind van de Castiliëlaan. Aan de noordzijde volgt de bestemmingsplangrens de gehele Castiliëlaan vanaf de Huizingalaan tot aan de woonwagenlocatie. Hier loopt de plangrens om de woonwagenlocatie heen. Aan de zuidzijde volgt de plangrens de terreingrens van de genoemde maatschappelijke functies. Deze terreingrens loopt evenwijdig aan de meer naar het zuiden gelegen Groote Beek. Het beekdal van de Groote Beek maakt geen onderdeel uit van het plangebied, maar vormt een groene buffer tussen het plangebied rondom de vastgesteld Blixembosch 2020 Gemeente Eindhoven
7
Castiliëlaan en het woongebied Blixembosch. In het zuidwesten buigt de plangrens evenwijdig aan de Groote Beek af richting het zuiden tot aan de Roubaixlaan, maar blijft de terreingrens van de maatschappelijke voorzieningen volgen. Vanaf hier loopt de grens richting de Roubaixlaan en volgt deze vervolgens de Huizingalaan in noordelijke richting tot aan de Castiliëlaan.
Grenzen van het plangebied (blauw omlijnd) met als ondergrond het bestemmingsplan Blixembosch 2007.
1.3
Voorgaande plannen
Het bestemmingsplan "Blixembosch 2020" vervangt en actualiseert het bestemmingsplan "Blixembosch 2007" dat is vastgesteld op 16 december 2008. Daarnaast wordt de woonwagenlocatie aan de Castiliëlaan in dit bestemmingsplan opgenomen. Voor die woonwagenlocatie geldt het bestemmingsplan "II Verspreide Woonwagenlocaties" (vastgesteld d.d. 7 februari 2000). Ook dat bestemmingsplan wordt met het bestemmingsplan "Blixembosch 2020" vervangen en geactualiseerd. Verder is op 12 juni 2018 het "Paraplubestemmingsplan parkeren, kamerverhuur en woningsplitsing" vastgesteld. Dit bestemmingsplan bevat bepalingen over parkeren, kamerverhuur en woningsplitsing. De bepalingen van dat bestemmingsplan zullen zo veel mogelijk in het bestemmingplan "Blixembosch 2020" verwerkt worden.
8
vastgesteld Blixembosch 2020 Gemeente Eindhoven
1.4
Leeswijzer
Deze toelichting bestaat uit 9 hoofdstukken. Na deze inleiding volgt hoofdstuk 2. Hierin is een beschrijving van het plangebied gegeven. Hoofdstuk 3 bevat de uitgangspunten bij en de randvoorwaarden en beleidskaders voor het opstellen van het bestemmingsplan. Hoofdstuk 4 geeft inzicht in en een verantwoording van alle relevante milieuaspecten. Hoofdstuk 5 bevat de waterparagraaf, waarin is beschreven op welke wijze rekening wordt gehouden met de gevolgen van het bestemmingsplan voor de waterhuishouding. De juridische vormgeving van het bestemmingsplan is verwoord in hoofdstuk 6. In hoofdstuk 7 wordt ingegaan op de handhaving van het bestemmingsplan. De financiële uitvoerbaarheid is verantwoord in hoofdstuk 8. Hoofdstuk 9 gaat ten slotte in op de gevolgde procedure, inclusief een paragraaf over de maatschappelijke uitvoerbaarheid, met name de resultaten van het gevoerde overleg en de samenspraak/inspraak.
vastgesteld Blixembosch 2020 Gemeente Eindhoven
9
10
vastgesteld Blixembosch 2020 Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 2
2.1
Beschrijving plangebied
Historisch perspectief
In 1920 versmolt Woensel met nog vijf andere dorpen tot de stad Eindhoven. In Woensel-Noord is eind jaren '50, begin jaren '60 een zeer groot aantal onbebouwde terreinen gelegen met een zodanige oppervlakte dat hier nieuwe woonwijken met de daarbij behorende voorzieningen tot stand moeten komen die het gezicht van het "nieuwe Eindhoven" moeten gaan vormen. Na het bouwen van 'parochies' ten tijde van de woningnood, werd eind jaren '70 het gebied Achtse Barrier ontwikkeld, gevolgd door Acht en Blixembosch. De stadsbuurt Blixembosch is gebouwd op voormalige akkergronden en bestaat na gefaseerde nieuwbouwplannen van de gemeente Eindhoven uit verschillende buurten. De wijk Aanschot dankt zijn naam aan het oude gehucht Aanschot. Dat was vroeger grondgebied van de gemeente Son. Aan de gelijknamige weg door Blixembosch liggen nog enkele boerderijen. De naam Blixembosch is al in 1390 vermeld. Hier lagen voorheen een boerderij en zandweggetje "Bliksembos". Toen de buurt gebouwd werd, koos men voor de chique spelling.
2.2
Stedenbouwkundige structuur
2.2.1
Opbouw
Blixembosch kan gezien worden als een afronding van Woensel-Noord richting de A58. De woonwijken Blixembosch-West en Blixembosch-Oost worden gescheiden door een open gebied met een parkachtige invulling in de vorm van het Aanschotpark. Dit park sluit in het zuiden aan op Henri Dunantpark. In het noorden loopt dit gebied door tot aan het beekdal van de Groote Beek. Een opvallend element in dit deel van het plangebied is de weg Aanschot. Deze weg die van oudsher aanwezig was, is gehandhaafd in de latere planvorming en loopt nu dwars door de verschillende buurten. Ten noordwesten van de woonwijken Blixembosch-West en -Oost bevindt zich de buurt Castiliëlaan. Een groot deel van de buurt bestaat uit gebouwen van het orthopedagogisch centrum St. Marie (Kentalis). Tevens ligt hier een aantal schoolgebouwen, het revalidatiecentrum Blixembosch en een woonwagenlocatie. Deze buurt wordt door het beekdal van de Groote Beek afgescheiden van het andere deelgebied van het dit bestemmingsplan.
vastgesteld Blixembosch 2020 Gemeente Eindhoven
11
2.2.2
Groen en water
Het groen speelt een belangrijke rol in de structuur van de wijk. De buurten zijn ontworpen waarbij rekening is gehouden met bestaande landschappelijke kwaliteiten. De scheiding die is aangebracht tussen Blixembosch-West en Blixembosch-Oost is hiervan een voorbeeld. Het Aanschotpark vormt als het ware het verlengde van het Henri Dunantpark en mondt uiteindelijk uit in het groen van de Aanschotse Beemden. Bij de inrichting van het Aanschotpark met een open karakter is zoveel als mogelijk gebruik gemaakt van bestaande landschappelijke gegevenheden en zijn bestaande waardevolle groenelementen ingepast. In de buurten zelf zijn op diverse plaatsen groenelementen te vinden. Deze zijn ingericht als speelveldjes of kennen een meer parkachtige invulling. In Blixembosch-Oost bevindt zich nog een aantal waterpartijen dat met name de centrale as van Blixembosch-Oost vormgeeft. Het water loopt door tot aan de Groote Beek. Voor het plangebied vormen de radialen een goede verbinding met de binnenstad en de regio. De bereikbaarheid van de verschillende buurten is mogelijk door de buurtontsluitingswegen. Er is een duidelijke hiërarchie aanwezig in de ontsluitingswegen, woonstraten en autovrije zones. Alle ontsluitingswegen van Blixembosch komen uit op de Hondsruglaan of de Tempellaan.
2.3
De buurten
2.3.1
Castiliëlaan
In deze buurt is het instituut Sint Marie gelegen. Het betreft een orthopedagogisch centrum voor onderzoek en behandeling van kinderen vanaf twee jaar, jeugdigen en jongvolwassenen, die problemen hebben met communicatie. Verder ligt er nog een aantal instellingen voor speciaal onderwijs en het revalidatiecentrum Blixembosch. De hele buurt wordt via de gelijknamige Castiliëlaan ontsloten. De bebouwing bestaat vooral uit grote complexen met daarbij behorende parkeerplaatsen. Uitzondering hierop vormen de gebouwen aan de oostzijde van Castiliëlaan. Deze bestaan uit geclusterde wooneenheden. De gebouwen liggen in een ruim opgezette parkachtige omgeving. Tussen de gebouwen door liggen voornamelijk wegen en paden ten behoeve van langzaam verkeer. Aan het eind van de Castiliëlaan ligt een woonwagenlocatie voor maximaal 15 woonwagens. De woonbestemming ligt in twee rijen rondom een doodlopende straat, waarbij de middenberm tevens kan wordt gebruikt voor parkeren.
2.3.2
Blixembosch-West
Eind jaren tachtig van vorige eeuw is begonnen met de bouw van Blixembosch-West. Deze buurt wordt ontsloten via de Diamantring. Deze weg loopt als een lus door de gehele buurt en vormt samen met de Hondsruglaan een vijfhoek. Met name binnen de Diamantring komt deze vijfhoek terug in de bebouwingstructuur. Opvallend element is dat de weg Aanschot dwars door de buurt loopt en in zijn oorspronkelijke ligging is gehandhaafd. Hierbij is ook de begeleidende bomenrij behouden. De buurt bestaat geheel uit grondgebonden woningen. Zowel rijen, als geschakelde- en vrijstaande woningen komen voor. De vrijstaande woningen bevinden zich voornamelijk aan de rand van de wijk, zij grenzen aan het buitengebied. Met name in het zuiden bevinden zich de rijenwoningen. De aaneengeschakelde bebouwing zorgt voor een stedelijke wand naar de Hondsruglaan toe. Centraal in de buurt ligt een speelveldje en parkachtig ingericht groen. Tevens bevindt zich hier een kinderdagverblijf. Naast de woonfunctie is dit de enige zelfstandige afwijkende functie binnen de buurt. 12
vastgesteld Blixembosch 2020 Gemeente Eindhoven
2.3.3
Blixembosch-Oost
Na de realisatie van Blixembosch-West werd in de jaren negentig een tweede buurt gebouwd: Blixembosch-Oost. Blixembosch-Oost werd tegen de oude Philipswijk op de Esperheide gebouwd. De wijk is een aanzienlijk stuk groter dan Blixembosch-West en kent met name eengezins-koopwoningen. In tegenstelling tot Blixembosch-West is binnen deze wijk een aantal buurten te herkennen dat zich onder andere onderscheidt in architectuur, typologie en structuur. Ten noorden van de Tempellaan is een aantal woningen, behorende tot Philipswijk, behouden en ingepast in de latere plannen voor Blixembosch-Oost. De Philipswijk, die al voor de helft verloren ging door de realisering van het plan Tempel, werd aan het eind van de jaren twintig gesticht voor de huisvesting van vanuit Drenthe afkomstige arbeiders van Philips. De woningen boden de Drentenaren een overgang van de kleine Drentse boer naar de stedelijke fabrieksarbeider. De woningen kenden destijds grote kaveloppervlakten mede om het landelijke karakter te benadrukken. Nu zijn de kavels sterk verkleind en zijn de woningen opgegaan in de stedelijke omgeving. Ten noordoosten van Philipswijk ligt Sprookjesbos. De straatnamen zijn hier vernoemd naar sprookjes en sprookjesfiguren. De buurt bestaat voor een groot deel uit rijen- en geschakelde woningen. Centraal in de buurt ligt een speelveld en een school.
Aan de oostzijde van de buurt bevinden zich enkele vrijstaande woningen waarbij aan de straat Wildeman woningen staan die aan de achterzijde nog bedrijfs- en/of kantoorgebouwen hebben. De buurt wordt ontsloten via de weg Sprookjesbos die uitkomt op de Tempellaan. De overige delen van Blixembosch-Oost staan ook wel bekend als de landenbuurten. Zo ligt ten westen van Sprookjesbos de Engelse buurt. In deze buurt zijn de straatnamen vernoemd naar Engelse schrijvers. De buurt bestaat uit geschakelde en vrijstaande woningen en wordt ontsloten via de Shakespearelaan. In het noorden, tegen het wijkcentrum aan liggen enkele voorzieningen waaronder een basisschool. Het wijkcentrum zelf ligt op de grens van de Franse en Italiaanse buurt. Dit is ook een van de weinige plaatsen in Blixembosch-Oost waar appartementen zijn gelegen. De Franse en Italiaanse buurt bestaan voornamelijk uit rijenwoningen en kennen daarmee ook een hoge dichtheid in vergelijking met de rest van Blixembosch-Oost. Midden in de Italiaanse buurt ligt een grote waterpartij die noordwaarts doorgetrokken wordt tot in de Amerikaanse buurt. Aan de kop van de grote vijver liggen enkele appartementencomplexen. De Amerikaanse buurt bestaat geheel uit vrijstaande woningen, waarbij typische Amerikaanse architectuur is toegepast.
De van oudsher aanwezige weg Aanschot is net zoals in Blixembosch-West gerespecteerd in Blixembosch-Oost en loopt door de gehele buurt. Geheel aan de oostkant van Blixembosch ligt het pad Esperheide. Dit pad loopt ongeveer vanaf de Tempellaan tot aan de weg Aanschot en loopt daarmee vrijwel geheel om de buurt Blixembosch-Oost heen. Ten noordoosten van het pad is momenteel de buurt Blixembosch-Noordoost in aanbouw. Van deze wijk zijn de eerste bouwvelden inmiddels opgeleverd.
vastgesteld Blixembosch 2020 Gemeente Eindhoven
13
14
vastgesteld Blixembosch 2020 Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 3 beleidskader
3.1
Uitgangspunten, randvoorwaarden en
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de ruimtelijke beleidskaders op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau. Verantwoord wordt dat de voorgenomen ontwikkeling past in het (toekomstig) ruimtelijk beleid. Er wordt geen complete samenvatting gegeven van alle beleidsaspecten. Uitsluitend de relevante beleidskaders voor het plangebied zijn in dit hoofdstuk weergegeven en verantwoord.
3.2
Rijksbeleid
3.2.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte
In de definitieve Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) schetst het Rijk ambities van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid voor Nederland in 2040. Het Rijk zet twee zaken helder neer: een kader voor prioritering van investeringen om Nederland in beweging te krijgen en een selectief ruimtelijk beleid dat meer loslaat en overlaat aan provincies en gemeenten. Het is de uitdaging om Nederland in de wereldeconomie van de toekomst concurrerend te houden. Dat betekent dat onze stedelijke regio's en netwerken versterkt moeten worden door de kwaliteit voor de leefomgeving te verbeteren, hoogwaardige en klimaatbestendige woon- en werkmilieus te realiseren, de bereikbaarheid te verbeteren en de mobiliteit te verduurzamen, maatregelen te treffen ten behoeve van waterveiligheid, zoetwatervoorziening en ruimte te maken voor de noodzakelijke transitie naar duurzame energie. Het Rijk onderscheidt 13 nationale belangen in de SVIR. Daarnaast kiest ze nadrukkelijk voor een vereenvoudiging van de regelgeving en brengt de ruimtelijke ordening zo dicht mogelijk bij degenen die het aangaat: burgers en bedrijven. Zo beëindigt het Rijk zijn rol bij nationale landschappen, rijksbufferzones, binnenstedelijk bouwen, landsbrede verstedelijkingsafspraken, sport- en recreatievoorzieningen.
Het Rijk vindt de stedelijke regio's rond de Mainports (Rotterdam en Amsterdam), de Brainport, greenports en de valleys van nationaal belang (nationaal belang 1). De gebiedsontwikkeling Brainport Avenue is van nationaal belang. In de SVIR wordt Brainport Zuid-Oost Nederland beschouwd als de belangrijkste toptechnologieregio van ons land.Het centrum van deze Brainport is gelegen in Eindhoven met o.a. High-tech systemen, medische technologie en automotive als belangrijkste thema's. Daarnaast zijn Chemelot in Sittard-Geleen als belangrijk chemie-cluster, het medische cluster in Maastricht en de greenport Venlo als cluster van agro-food, tuinbouw en logistiek belangrijk. In de regio Eindhoven moeten vanwege de groei van het aantal huishoudens in de periode tot 2040 nog circa 40.000 woningen worden bijgebouwd en ook een kleine 30.000 woningen worden vervangen die niet meer voldoen aan de woonwensen. Het vestigingsklimaat voor (buitenlandse) bedrijven en kenniswerkers behoeft versterking met hoogwaardige woonmilieu's, stedelijke voorzieningen, voldoende aanbod van cultuur en sport en grensoverschrijdende verbindingen. Ook de diversiteit aan toegankelijke groengebieden rond de steden en een robuust netwerk voor natuur vormen voor deze regio een belangrijke vestigingsfactor. Realisatie
vastgesteld Blixembosch 2020 Gemeente Eindhoven
15
Uitgangspunt bij het realiseren van de doelstellingen is een integrale, regionaal-specifieke aanpak, waarmee investeringen en ander rijksinstrumentarium zo effectief en efficiënt mogelijk ingezet kunnen worden. Dat vraagt om een gedegen afweging van alle relevante belangen en goede afstemming en samenwerking tussen regio en Rijk. Over de rijksopgaven zullen op basis van de MIRT-gebiedsagenda's afspraken worden gemaakt. De SVIR kent een realisatieparagraaf, waarin per nationaal belang de aanpak is uitgewerkt op basis van lopende en voorziene projecten. Het Rijk heeft voor de realisatie van de nationale belangen de beschikking over de volgende vier instrumenten: Kaders (gebiedsgerichte of thematische uitwerkingen van de SVIR, relevante wetgeving); Bestuurlijke prestatieafspraken (bijvoorbeeld afspraken met provincies en gemeenten, internationale afspraken met overheden in buurlanden); Financieel (bijvoorbeeld Infrastructuurfonds, Deltafonds); Kennis (bijvoorbeeld inzetten van het College van Rijksadviseurs bij ruimtelijke ontwikkelingen, verspreiden van “best practices”). Voor het juridisch borgen van de nationale belangen uit de SVIR heeft het Rijk, op basis van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), twee besluiten waarmee dat mogelijk is. Deze twee besluiten zijn verschillend van aard (beleidsmatig versus procesmatig). Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro).
Dit geeft de juridische kaders die nodig zijn om het geldende ruimtelijk rijksbeleid te borgen. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het Bro stelt vanuit de rijksverantwoordelijkheid voor een goed systeem van ruimtelijke ordening juridische kaders aan de processen van ruimtelijke belangenafweging en besluitvorming bij de verschillende overheden. De ladder voor duurzame verstedelijking en de proceseisen voor goed ontwerp en aandacht voor de waterhuishouding (watertoets), het milieu en het cultureel erfgoed zijn allen geborgd in het Bro. Nationaal belang 13 vraagt om een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Dit moet met behulp van de ladder voor duurzame verstedelijking worden onderbouwd. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen (bijvoorbeeld kantoorlocaties, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen) moet in het bestemmingsplan worden gemotiveerd hoe een zorgvuldige afweging is gemaakt van het ruimtegebruik. De ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in artikel 3.1.6 lid 2 Bro.
Daarin staat: De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.
Conclusie Dit bestemmingsplan richt zich op het vastleggen van de bestaande situatie en van de functionele en ruimtelijke structuur. Er is dus geen sprake van een stedelijke ontwikkeling waarvoor een ladderonderzoek nodig is.
3.2.2
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
In Nederland staan we voor een aantal urgente opgaven, die zowel lokaal, nationaal als wereldwijd spelen. Denk aan de opgaven op het gebied van klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Deze opgaven zullen Nederland flink veranderen. Door goed in te spelen op deze veranderingen kan Nederland vooroplopen en kansen verzilveren. Met de NOVI geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. 16
vastgesteld Blixembosch 2020 Gemeente Eindhoven
In de NOVI zijn deze maatschappelijke opgaven samengevat in vier prioriteiten: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie duurzaam economisch groeipotentieel sterke en gezonde steden en regio's toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is op 9 september 2020 vastgesteld. Publicatie heeft plaatsgevonden op 11 september 2020. In dit bestemmingsplan zijn geen strijdigheden met de uitgangspunten uit de NOVI opgenomen.
3.2.3
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
Naast de SVIR is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), ook wel AMvB Ruimte genoemd, van toepassing. Het besluit bevat regels ter borging van een aantal nationale belangen. Het gaat onder meer over rijksbelangen zoals rijksvaarwegen, zones buisleidingen, zones van hoogspanningsleidingen en militaire objecten. Voor Eindhoven is de 380 Kv hoogspanningsleiding van belang. Deze is gelegen in Eindhoven Noord en (deels) Oost. Verder is in het Barro opgenomen dat de provinciale begrenzing van het Nationaal NatuurNetwerk (NNN) direct doorwerkt naar het bestemmingsplan. De gebieden die het NNN vormen worden bij provinciale Interim Omgevingsverordening aangewezen (zie ook paragraaf 3.3.3) waarmee het NNN een provinciaal belang is geworden. Tot slot worden de belangen van luchthaven Eindhoven via het Barro geborgd. Op de luchthaven wordt nader ingegaan in paragraaf 3.2.4 en 3.2.5.
3.2.4
Regeling algemene regels ruimtelijke ordening
In de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) zijn de terreinen, gebieden en installaties zoals bedoeld in het Barro, aangewezen. Voor onderhavig gebied zijn de geluidszone en het obstakelbeheergebied behorende bij het luchtvaartterrein relevant. Deze gebieden zijn op onderstaande kaart aangegeven. In paragraaf 4.3 wordt nader ingegaan op geluid en in paragraaf 3.2.5 op de beperkingengebieden. Onderstaande kaart behoort bij de Rarro.
vastgesteld Blixembosch 2020 Gemeente Eindhoven
17
kaart militair luchtvaartterrein – Vliegbasis Eindhoven (bijlage 3.4 Rarro) Bron: http://wetten.overheid.nl
3.2.5
Luchthavenbesluit
In 2009 is de Wet luchtvaart gewijzigd. Naar aanleiding hiervan is een nieuw luchthavenbesluit voor Eindhoven vastgesteld. Dit is op 26 september 2014 vastgesteld en met ingang van 1 november 2014 in werking getreden. In het luchthavenbesluit is het luchthavengebied, de gebruiksmogelijkheden en het beperkingengebied vastgelegd. Voor het bestemmingsplan is vooral het beperkingengebied van belang. Het beperkingengebied bestaat uit: 1. de geluidszone: dit is de weergave van de geluidsbelasting van het gezamenlijke luchtverkeer (hier wordt in paragraaf 4.2.5 op ingegaan). Binnen deze zone gelden regels voor het bouwen van woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen. 18
vastgesteld Blixembosch 2020 Gemeente Eindhoven
2. de obstakelbeheergebieden: hier gelden maximaal toelaatbare hoogtes voor objecten. 3. het vogelbeheersgebied: binnen dit gebied gelden regels voor een bestemming of gebruik dat vogels aantrekt.
Kaart beperkingengebied Het plangebied van dit bestemmingsplan ligt niet binnen de geluidzone, vliegfunnel of ILS verstoringsgebied van Eindhoven Airport. Wel ligt het zuidwestelijke deel van het plangebied (delen van Blixembosch-West en Castiliëlaan) binnen het obstakelbeheergebied (IHCS) en vogelbeheersgebied van de luchthaven. Dit bestemmingsplan is echter conserverend van aard en maakt geen (nieuwe) functies en activiteiten mogelijk die vogels aantrekken. De bouwhoogte van de woningen en overige toegestane bouwwerken binnen het plangebied valt ruimschoots onder de vastgestelde obstakelvrije hoogte. Dit bestemmingsplan wordt dan ook niet belemmerd door het luchthavenbesluit en omgekeerd vormt het plan geen belemmering voor de luchthaven. Dit bestemmingsplan maakt geen bestemmingen of grondgebruik zoals hiervoor omschreven mogelijk. 3.2.6
Bakens luchthaven Eindhoven en radarverstoringsgebied vliegbasis Volkel
Bij het bepalen van de maximaal toegestane bouwhoogte in het bestemmingsplan moet rekening worden gehouden met de bakens van luchthaven Eindhoven en het radarverstoringsgebied van vliegbasis Volkel. Bakens luchthaven Eindhoven Op en nabij de luchthaven Eindhoven zijn bakens (zie figuur 3.1) aanwezig om de richting van het vliegverkeer (zowel horizontaal als verticaal) te kunnen volgen: een VDF baken: Vertical Directional Finder. Dit is een hulpmiddel voor de luchtverkeersleiding om de richting te kunnen bepalen van het vliegtuig waarmee op dat moment wordt gecommuniceerd. een NDB; Non Directional Beacon. Dit wordt door vliegtuigen gebruikt als navigatiehulpmiddel op luchtroutes. Het is een bakenzender die een radiosignaal uitzendt dat door een peilontvanger in het vliegtuig wordt opgevangen. Hierdoor wordt de richting van het signaal ten opzichte van het vliegtuig bepaald. Door de richting van twee verschillende bakens te peilen kan de piloot zijn/haar positie bepalen. De toetsingsgebieden liggen voor VDF geheel over het plangebied, maar hebben gezien de maximaal toegestane bouwhoogte geen consequenties. vastgesteld Blixembosch 2020 Gemeente Eindhoven
19
Figuur 3.1. Afbeelding hoogtebelemmeringen bakens nabij luchthaven Eindhoven. Blauwe lijnen= VDF. Rode lijnen= NDB.
Radarverstoringsgebied Volkel Om het ongestoord functioneren van radar- en communicatieapparatuur op de vliegbasis Volkel te waarborgen ligt er rond deze vliegbasis een cirkel met een straal van 50 nautische mijl (=27,8 km), gemeten vanaf de positie van de radar. Binnen dit radarverstoringsgebied moet voor ieder obstakel hoger dan 65 meter worden berekend of er verstoring van de radar optreedt. Het plangebied valt niet binnen die cirkel. Buiten die cirkel is eveneens nog sprake van een radarverstoringsgebied van de vliegbasis Volkel, waarbinnen een hoogtebeperking geldt van 114 meter voor windturbines. Het plangebied bevindt zich weliswaar daarbinnen, maar omdat de ontwikkelingen niet voorzien in de bouw van windturbines is het functioneren van het radarstation niet in het geding.
20
vastgesteld Blixembosch 2020 Gemeente Eindhoven
Uitsnede uit kaart hoogtebelemmeringen als gevolg van luchthaven Eindhoven. Blauwe lijnenarcering= radarverstoringsgebied van vliegbasis Volkel.
3.3
Provinciaal beleid
3.3.1
Omgevingsvisie
De Brabantse Omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Op 14 december 2018 is de omgevingsvisie vastgesteld. Daarna volgt een doorvertaling in een Omgevingsverordening en programma's. Tot die zijn vastgesteld blijven bestaande beleidsplannen voor natuur, ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer en milieu en water van kracht. Daarmee wil Brabant op tijd klaar zijn voor de Omgevingswet wanneer deze in 2021 wordt ingevoerd. In de Omgevingswet staan waarden als veiligheid, gezondheid en duurzame omgevingskwaliteit centraal. De Brabantse Omgevingsvisie voegt daar ambities aan toe voor vier hoofdopgaven: de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. Voor ieder van deze opgaven geeft de omgevingsvisie aan wat de ambities op lange termijn zijn: wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn? Maar ook een concreet tussendoel: waar moeten we in 2030 op zijn minst staan om dat langetermijndoel te halen? De omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan.
3.3.2
Structuurvisie
Op 19 maart 2014 is de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2014 in werking getreden. Deze structuurvisie is een actualisatie van de visie die in 2010 werd vastgesteld. De structuurvisie bestaat uit twee delen (A en B) en een uitwerking.
Deel A Deel A bevat de hoofdlijnen van het beleid. Hierin heeft de provincie haar belangen gedefinieerd en ruimtelijke keuzes gemaakt. De ruimtelijke visie van de provincie bestaat op hoofdlijnen uit een robuust en veerkrachtig natuur- en watersysteem, met aandacht voor bescherming tegen hoogwater, droogte en biodiversiteit. Een multifunctioneel landelijk gebied, waar de functies landbouw, recreatie en natuur in relatie tot elkaar ruimte krijgen en een vastgesteld Blixembosch 2020 Gemeente Eindhoven
21
gevarieerd en aantrekkelijk stedelijk gebied met sterke steden, groene geledingszones en uitloopgebieden (intensieve recreatie, stadslandbouw). Aandacht wordt gevraagd voor sterke regionale economische clusters, (inter)nationale bereikbaarheid en knooppuntontwikkeling (zowel in de centra als aan de randen van de steden). De provincie realiseert haar doelen door regionaal samen te werken, te ontwikkelen, te beschermen en te stimuleren.
Deel B De ruimtelijke belangen en keuzes zijn in vier ruimtelijke structuren geordend. Deze vier ruimtelijke structuren worden in deel B beschreven en zijn:
1. de groenblauwe structuur De groenblauwe structuur bestaat uit bestaande natuur, watersystemen en nieuwe natuur in hiervoor kansrijke gebieden. Het behoud en de ontwikkeling van natuurwaarden is hier belangrijk. Daarnaast biedt de groenblauwe structuur ruimte aan een natuurlijk en robuust watersysteem. Dit is nodig voor een goed waterbeheer en biedt mogelijkheden om in te spelen op de effecten van klimaatverandering.
2. het landelijk gebied Het landelijk gebied ligt buiten de groenblauwe structuur en de stedelijke structuur. Het landelijk gebied biedt een multifunctionele gebruiksruimte voor land- en tuinbouw, natuur, water, recreatie, toerisme en kleinschalige stedelijke functies. Land- en tuinbouw zijn de grootste ruimtegebruikers. De provincie streeft hier naar een multifunctionele gebruiksruimte, met behoud van agrarische productieruimte in die delen van het landelijk gebied waar de landbouw leidend is voor nieuwe ontwikkelingen.
3. de stedelijke structuur De stedelijke structuur bestaat uit de steden en dorpen in Noord-Brabant. De provincie kiest hier voor twee perspectieven. Ten eerste stedelijke concentratiegebieden waar de groei van de 22
vastgesteld Blixembosch 2020 Gemeente Eindhoven
verstedelijking wordt opgevangen. De provincie wil de verstedelijking op goed ontsloten plekken concentreren en de groene ruimte tussen steden openhouden. Ten tweede dienen kernen in het landelijk gebied zoveel mogelijk te worden ontzien van verdere verstedelijking. Alleen de eigen verstedelijkingsbehoefte wordt daar opgevangen.
4. de infrastructuur Het infrastructuurnetwerk bestaat uit een fijnmazig en samenhangend netwerk van wegen, spoorlijnen, vaarwegen, luchthavens en buisleidingen. De Brabantse infrastructuur maakt deel uit van het internationale netwerk van infrastructuur in noordwest Europa. De provincie kiest hier voor een goede bereikbaarheid van BrabantStad en de economische clusters van Noord-Brabant. Voor het personenvervoer zijn het hoofdwegennet en het OV-netwerk BrabantStad de dragers. Het goederenvervoer wordt zoveel mogelijk via de te ontwikkelen Goederenruit (spoor en waterwegen) geleid. Zo wordt ruimte gemaakt voor het versterken van de (inter)nationale ontsluiting (weg, water, spoor en lucht) van de Brabantse steden.
Uitwerking structuurvisie De provincie heeft geen aparte ruimtelijke visie op het landschap ontwikkeld, maar geeft haar visie op het landschap vorm in de zogenaamde 'gebiedspaspoorten'. Daarin beschrijft de provincie welke landschapskenmerken zij op regionaal niveau van belang vindt en hoe deze kunnen worden versterkt. Er zijn ook deelstructuurvisies opgesteld voor specifieke onderwerpen. Zo is voor het gebied ten oosten van Eindhoven de deelstructuurvisie Brainport Oost opgesteld. Deze bevat keuzes voor wonen, werken en bereikbaarheid ten oosten van Eindhoven. Eindhoven vormt samen met de provincie en met de steden Breda, Helmond, 's-Hertogenbosch en Tilburg het stedelijk netwerk BrabantStad. Dit samenwerkingsverband vervult een voortrekkersrol bij de ruimtelijke en economische ontwikkeling van Noord-Brabant. Sterke steden zijn een voorwaarde voor de toekomst van Noord-Brabant. Vooral in deze steden is de dynamiek van Noord-Brabant goed zichtbaar. De provincie ziet deze steden als het brandpunt van de verstedelijking. Hier wordt geïnvesteerd in de binnensteden (stationsgebieden, kanaal- en snelwegzones) en worden hoogstedelijke functies, zoals bovenregionale voorzieningen, geconcentreerd. Daardoor wordt de centrale positie van de steden versterkt en het draagvlak voor hoogwaardig openbaar vervoer en stedelijke- en culturele voorzieningen op peil gehouden.
Dat draagt bij een hoogwaardig leef- en vestigingsklimaat in Noord-Brabant.
3.3.3
Interim omgevingsverordening
De Interim omgevingsverordening is vastgesteld door Provinciale Staten op 25 oktober 2019 en vervangt een aantal provinciale verordeningen: provinciale milieuverordening verordenring natuurbescherming verordening ontgrondingen verordening ruimte verordening water verordening wegen Om straks klaar te zijn als de Omgevingswet in werking treedt, heeft de provincie eerst een Interim omgevingsverordening vastgesteld. Het is een ‘Interim’ omgevingsverordening om zo te benadrukken dat dit een tussenstap is naar de ‘definitieve’ omgevingsverordening gebaseerd op de Omgevingswet. De Interim omgevingsverordening is gebaseerd op de huidige wetgeving en moet aan de vastgesteld Blixembosch 2020 Gemeente Eindhoven
23
wettelijke bepalingen van die wetgeving voldoen. Dat betekent dat nieuwe mogelijkheden uit de Omgevingswet nog niet zijn verwerkt. Er is wel zo veel als mogelijk aansluiting gezocht bij de Omgevingswet en de voorwaarden voor een omgevingsverordening (bijvoorbeeld bij de opbouw en de digitale vormgeving).Deze Interim omgevingsverordening voegt de bestaande regels over de fysieke leefomgeving zoveel mogelijk samen in één verordening en is beleidsneutraal. Alleen aanpassingen die nodig zijn vanwege de samenvoeging of vanwege al vastgesteld beleid, zoals de omgevingsvisie, worden meegenomen. In de Interim omgevingsverordening staan regels voor: Burgers en bedrijven: dit zijn zogenaamde rechtstreeks werkende regels voor activiteiten. Deze regels bevatten voorwaarden om zo’n activiteit te verrichten en geven ook aan of je bijvoorbeeld eerst een melding moet doen voordat je mag beginnen. Bestuursorganen van de overheid: dit zijn zogenaamde instructieregels. Met deze regels kan de provincie een opdracht geven aan gemeenten over onderwerpen die zij in het bestemmingsplan moeten opnemen of aan het waterschap over de manier waarop ze hun taken uitvoeren. Rechtstreeks werkende regels voor burgers en bedrijven Het gaat hier om regels die naast een eventuele vergunningplicht gelden.
Er zijn in de Interim Omgevingsverordening voor de volgende thema's rechtstreekse regels opgenomen: grondwaterbescherming, grondwateronttrekking, bodemsanering, stortplaatsen, ontgrondingen, varend ontgassen, stiltegebied, wegen, natuur en landbouw. De meeste van deze regels waren eerst opgenomen in de Provinciale milieuverordening, de Verordening wegen, de Verordening ontgrondingen en de Verordening natuurbescherming. Binnen het plangebied zijn rechtstreekse regels van toepassing voor grondwateronttrekking. Volgens Kaart 1: Rechtstreeks werkende regels: milieubeschermingsgebieden, natuur en wegen van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is het plangebied in zijn geheel aangeduid als 'Diep grondwaterlichaam' en 'Geen attentiezone waterhuishouding'. Volgens artikel 2.20 van de Interim omgevingsverordening is de onconventionele winning van koolwaterstoffen verboden boven, in of onder een diep grondwaterlichaam. Artikel 2.21 regelt dat onder bepaalde voorwaarden geen vergunning tot het onttrekken van grondwater ten behoeve van een bodemenergiesysteem, bedoeld in artikel 6.4, eerste lid, onder b, Waterwet, is vereist als sprake is van de zone 'Geen Attentiezone waterhuishouding'. Instructieregels Dit zijn de regels die tot voor kort waren opgenomen in de Verordening ruimte Noord-Brabant.
De regels zijn gekoppeld aan de aanduidingen die op de verschillende kaarten van de Interim omgevingsverordening zijn opgenomen. Het plangebied is grotendeels gelegen binnen de aanduiding 'Stedelijk gebied'. Alleen de woonwagenlocatie aan de Castiliëlaan en het stukje John F. Kennedylaan dat onderdeel uitmaakt van dit bestemmingsplan, is aangewezen als 'Landelijk gebied' met onder andere de aanduidingen 'Verstedelijking afweegbaar' en 'Gemengd landelijk gebied'. Het 'stedelijk gebied' is primair aangewezen om stedelijke functies zoals wonen, bedrijven en maatschappelijke voorzieningen op te vangen. In de interim omgevingsverordening zijn hier regels aan gekoppeld. Bij nieuwe ontwikkelingen moet hieraan getoetst worden. Dat is bij dit bestemmingsplan niet aan de orde. De huidige functies binnen het plangebied passen binnen de op basis van de verordening toegestane functies binnen stedelijk gebied. Zoals aangegeven liggen de woonwagenlocatie aan de Castiliëlaan en een deel van de John F. Kennedylaan binnen het 'Landelijk gebied'. Voor de functie 'Wonen' is in de interim omgevingsverordening bepaald dat alleen bestaande burgerwoningen en bedrijfswoningen zijn 24
vastgesteld Blixembosch 2020 Gemeente Eindhoven
toegestaan. Er zijn uitzonderingen om nieuwe woningen te realiseren, maar die zijn in dit geval niet aan de orde. Bovendien worden geen nieuwe woningen mogelijk gemaakt met dit bestemmingsplan. Voor de functie 'Verkeersdoeleinden' is in de interim omgevingsverordening bepaald dat een bestemmingsplan binnen 'Landelijk gebied' kan voorzien in de aanleg of wijziging van een gemeentelijke of provinciale weg of de bouw of aanleg van een parkeervoorziening, indien hier een goede motivatie aan ten grondslag ligt die aan bepaalde voorwaarden moet voldoen. Verder is bepaald dat 'Buiten stedelijk gebied' de nieuwbouw of nieuwvestiging van kunstwerken ten behoeve van infrastructuur is toegestaan, indien het bestemmingsplan hiervoor een onderbouwing bevat die aan een aantal criteria voldoet. Dit bestemmingsplan voorziet niet in de aanleg of wijziging van infrastructuur, waardoor een motivatie of onderbouwing hiervoor niet nodig is. Binnen gebieden met de aanduiding 'Verstedelijking afweegbaar' kan een bestemmingsplan onder voorwaarden voorzien in de nieuwvestiging van een duurzame stedelijke ontwikkeling (realisatie van woningen, bedrijven of voorzieningen). Dit bestemmingsplan maakt echter geen nieuwe functies mogelijk, waardoor de betreffende voorwaarden niet van toepassing zijn op dit bestemmingsplan.
Verder zijn binnen het 'landelijk gebied' de aanduidingen 'Beperkingen veehouderij' en 'Stalderingsgebied' aan de orde. Binnen gebieden met deze aanduidingen gelden specifieke regels voor veehouderijen. Aangezien dit bestemmingsplan geen veehouderijen bevat of mogelijk maakt, zijn de betreffende bepalingen uit de interimomgevingsverordening niet van toepassing op dit bestemmingsplan.
Kaart 5: Instructieregels gemeenten: grondwaterbescherming, waterveiligheid en -berging (Bron: www.ruimtelijkeplannen.brabant.nl) Op de 'Kaart 5: Instructieregels gemeenten: grondwaterbescherming, waterveiligheid en -berging' is te zien dat twee aanduidingen het plangebied slechts op enkele plaatsen beperkt overlappen. In de interimomgevingsverordening is aangegeven dat met het vaststellen van een bestemmingsplan geen afbreuk mag worden gedaan aan het waterbergend vermogen van gronden die gelegen zijn binnen aanduiding 'Reservering waterberging'. Hetzelfde geldt voor gronden die gelegen zijn binnen de aanduiding 'Regionale waterberging', al geldt voor gronden binnen die aanduiding een strenger regime dan voor gronden binnen de aanduiding 'Reservering waterberging'. In de waterparagraaf (Hoofdstuk 5) wordt verder ingegaan op de wijze waarop dit bestemmingsplan strekt tot het behoud van het bergend vermogen van de betreffende gronden. In beginsel kan worden opgemerkt dat het bestemmingsplan vastgesteld Blixembosch 2020 Gemeente Eindhoven
25
conserverend van aard is en geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt. Ten opzichte van de huidige situatie blijft het waterbergend vermogen van het gebied dan ook gelijk. Dit bestemmingsplan is een actualisering die past binnen de regels van de Interim omgevingsverordening.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Interimstructuurvisie 2009
In december 2009 is de Interimstructuurvisie 2009 door de gemeenteraad vastgesteld. Met de Interimstructuurvisie 2009 geeft de gemeenteraad invulling aan de ambitie om Eindhoven door te ontwikkelen in zijn kwalitatief hoogwaardige combinatie van wonen, werken en groen. De nadruk ligt daarbij ook op leefbaarheid en bereikbaarheid. Als kerngemeente van Brainport Zuidoost Brabant stuurt Eindhoven aan op het bieden van ruimte aan een krachtige ontwikkeling van deze economische kernzone, een hoge kwaliteit van de leefomgeving en aandacht voor sociale betrokkenheid en ondernemend burgerschap tot op buurtniveau. Op deze wijze geeft de raad invulling aan het begrip duurzame ruimtelijke kwaliteit.
Figuur: Ruimtelijke hoofdstructuur Interimstructuurvisie Eindhoven 3.4.1.1 Ruimtelijke hoofdstructuur De Interimstructuurvisie is het resultaat van de integratie van de ruimtelijk relevante raadsprogramma's die tot medio 2009 zijn vastgesteld. Dit is onder andere verbeeld in een kaart die inzicht biedt in de ontwikkelingen ten opzichte van de ruimtelijke hoofdstructuur. Met andere woorden de kaart geeft de ontwikkelingen aan binnen de hoofdstructuur. 3.4.1.2 Gebruik van de ruimte De Interimstructuurvisie is het resultaat van de integratie van de ruimtelijk relevante raadsprogramma's die tot medio 2009 zijn vastgesteld. Dit is onder andere verbeeld in een kaart die inzicht biedt in de verdeling van het actuele en gewenste grondgebruik.
26
vastgesteld Blixembosch 2020 Gemeente Eindhoven
Figuur: Gebruik van de ruimte Interimstructuurvisie Eindhoven
De afzonderlijke deelgebieden van dit bestemmingsplan zijn ook verschillend aangeduid op de kaart 'Gebruik van de ruimte' uit de Interimstructuurvisie. Het deelgebied met de woonwijken Blixembosch-West en -Oost is hoofdzakelijk aangeduid als 'Wonen'. Daarnaast is het Aanschotpark aangeduid als 'gebruiksgroen'. Het deelgebied Castiliëlaan is aangeduid als 'Zorg en opvang'. Wonen Deze gronden zijn voornamelijk bedoeld voor wonen, inclusief alle afgeleide wijk- en buurtgerichte functies op het gebied van (middelbaar-/ basis-) onderwijs, zorg, opvang, cultuur, religieuze voorzieningen, ontspanning en vrije tijd, groen (o.a. buurt- en wijkparken, sportfaciliteiten en -velden, buurtontmoetingsruimten), detailhandel en werken (woonwerkcombinaties en kleine bedrijven met milieucategorie 1, 2 en gedeeltelijk 3). Deze functies zijn noodzakelijk voor het functioneren van een gebied als woongebied. Zij vallen dus onder deze definitie en worden niet afzonderlijk in beeld gebracht, mede omdat hun ruimtebeslag relatief beperkt is. Gebruiksgroen Dit zijn groengebieden, veelal behorende tot de Groene Hoofdstructuur, waarin op voorwaarde van het behoud van de natuur- en landschapskwaliteiten uiteenlopende (groen)recreatieve functies kunnen zijn ondergebracht, zoals maneges, golfbanen, uitloopgebieden, parken en volkstuinen.
Verder zijn de gronden bedoeld voor landbouw, kleinschalige aan het buitengebied gebonden bedrijven (inclusief kleinschalige horeca) en extensieve sportgebieden. Zorg en opvang Deze gronden zijn bedoeld voor geclusterde stedelijke en/of regionale zorggerelateerde opvangvoorzieningen zoals ziekenhuizen, verslavingszorg, instellingen voor geestelijke gezondheidszorg, revalidatiecentra en gevangenissen.
vastgesteld Blixembosch 2020 Gemeente Eindhoven
27
Dit bestemmingsplan is conserverend van aard. De huidige functies binnen het plangebied sluiten aan bij de in de Interimstructuurvisie genoemde functies.
3.4.2
Omgevingsvisie Eindhoven: Kloppend hart van Brainport
Samen met de stad heeft de gemeente Eindhoven een omgevingsvisie opgesteld. Met ons hebben meegedacht: inwoners, ondernemers, belangenorganisaties, GGD, Veiligheidsregio, Omgevingsdienst, woningcorporaties, projectontwikkelaars, investeerders en andere overheden (buurgemeentes, provincie, rijk). Op 16 juni 2020 is de omgevingsvisie vastgesteld door de gemeenteraad. De omgevingsvisie is een integraal verbindende visie voor de fysieke leefomgeving die focus aanbrengt bij het inrichten van onze stad en stimuleert om samen te werken aan de stedelijke opgaven. De omgevingsvisie is gebaseerd op bestaand beleid. Het hebben van een omgevingsvisie is onder de nieuwe Omgevingswet verplicht. Omdat een omgevingsvisie allesomvattend is, willen we die lerende wijs ontwikkelen. Dat betekent concreet dat we, eerder dan wettelijk verplicht, met een omgevingsvisie komen. Maar dan wel een 'light-variant', die we één of twee jaar later gaan aanvullen en verfijnen. Het document vervangt niet de bestaande beleidsdocumenten, maar is een aanvullend beleidsdocument. De interim structuurvisie blijft daarom nog steeds van kracht. Bij het opstellen van een omgevingsvisie 2.0 zal de interim structuurvisie wel worden ingetrokken. Brainportregio De Brainportregio is een technologische topregio en één van de belangrijkste pijlers van de Nederlandse economie. De sleutel tot dit succes is samenwerking.
Het is een regio van contrasten en dat maakt ons uniek: een hecht netwerk van steden, stedelijke buurgemeenten, dorpen en bewoond landelijk gebied. Je bent snel in de stad of juist in het groen, er is cultuur én natuur. We zijn sterk in high tech, design en innovaties en kennen een dynamische economie en een gastvrije bourgondische levensstijl. De strategie van de regio is gericht op het sterker maken van deze kwaliteiten door aan te haken op de eigen kracht en identiteit van de deelgebieden. Ambitie Als centrumstad vervult Eindhoven een cruciale rol bij de versterking van Brainport Eindhoven als economische wereldspeler op het gebied van kennisintensieve maakindustrie en design. Om internationaal concurrerend te blijven, streeft Eindhoven samen met de regio naar een excellent woon- en werkklimaat. Eindhoven zet daarom in op gezonde en duurzame verstedelijking met behoud van stedelijke en dorpse kwaliteiten en met bijzondere aandacht voor sociale cohesie en inclusie. Eindhoven is in staat om zich snel aan te passen aan de steeds veranderende vraag naar geschikte en betaalbare ruimte om te wonen, werken, verblijven en recreëren. Deze ambitie vertaalt zich naar vier deelambities. Eindhoven als: economische wereldspeler gezonde en toekomstbestendige stad een sociale, inclusieve en gastvrije stad en een authentieke stad met sterke gebieden.
Van ambitie naar stedelijke opgaven Als we onze ambities leggen naast de huidige kwaliteiten en structuren van de stad en de actuele trends en ontwikkelingen, zien we een aantal stedelijke opgaven voor de stad. Brainport Eindhoven blijft groeien, mede door de sterke economische positie. De ambities en groei vragen om ruimte voor nieuwe woningen, bedrijven en voorzieningen. Ruimte die we bieden door te verdichten in het gebied binnen de Ring en door te verdichten nabij 28
vastgesteld Blixembosch 2020 Gemeente Eindhoven
voorzieningen als HOV en winkelcentra. Met name binnen de Ring is voldoende ruimte om te verdichten, omdat er nog relatief weinig mensen wonen. Met de keuze voor verdichten binnen de Ring gaan we duurzaam om met de (groene) ruimte die de stad heeft. We behouden hiermee de kwaliteit van de groenstedelijke woonwijken, de landschapsparken en het buitengebied. De keuze voor een compact stedelijke woonmilieu gaat gepaard met forse investeringen in o.a. bereikbaarheid, luchtkwaliteit, groen en voorzieningen. Eindhoven wil een leefbare en een inclusieve stad zijn waar iedereen kan profiteren van het succes van de Brainport. Dat vraagt om keuzes ten aanzien van het woning- en voorzieningenaanbod. Het verschil tussen de ambitie en de huidige stand van zaken in Eindhoven leidt tot zes concrete stedelijke opgaven: 1.
Werken aan een gezonde groei van de stad
2.
Werken aan een aantrekkelijk en hoogstedelijk centrum
3.
Werken aan leefbare, sociale wijken met een sterke identiteit
4.
Werken aan een duurzame en concurrerende economie
5.
Werken aan de energietransitie van de stad
6.
Werken aan een goede stedelijke bereikbaarheid
Samen werken aan de stedelijke opgaven Dit zijn de opgaven waar we als gemeente de komende jaren samen met onze partners aan werken. Wij werken zelf aan deze opgaven, maar stimuleren ook andere partijen in de stad om dit te doen. We bepalen samen met de stad en regio wat kansrijke initiatieven en locaties zijn. We geven prioriteit aan initiatieven die bijdragen aan meerdere stedelijke opgaven tegelijkertijd en kwaliteit toevoegen aan de stad. Hiernaast zetten we in op het beschermen en versterken van de stedelijke en groene hoofdstructuur van de stad. De gemeente organiseert het werken aan de stedelijke opgaven met thematische en gebiedsprogramma's en stimuleert o.a. via regels en uitgangspunten zoals opgenomen in de omgevingsvisie dat ook andere initiatiefnemers bijdragen aan het realiseren van de opgaven. Het plangebied Dit bestemmingsplan is niet gericht op ontwikkeling. Het bereiken van de doelen uit de omgevingsvisie gebeurt met name door ontwikkeling. Wel ziet dit bestemmingsplan op de doelen van de omgevingsvisie die zich richten op bescherming. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het beschermen van ons natuurnetwerk, het in stand houden van ecologische verbindingszones en het beperken van risico's bij branden, rampen en crisis door het opnemen van regels vanuit het oogpunt van externe veiligheid.
Ook het beschermen van erfgoed zoals historische radialen, historisch groen en historische stedenbouwkundige structuur vallen hieronder. Daarnaast draagt dit bestemmingsplan bij aan een goede gezondheid van inwoners en een veilige leefomgeving. Zo is een specifieke bestemming voor het groen in het plangebied opgenomen en wordt ruimte geboden voor het realiseren van voet- en fietspaden en het bouwen van sport- en spelvoorzieningen in het openbare gebied. Ook is in het bestemmingsplan een regeling opgenomen voor waterberging wanneer zich ontwikkelingen voordoen. Dit draagt bij aan een beter functionerend watersysteem. In de omgevingsvisie is ook aangegeven dat de gemeente ruimte biedt aan de buurteconomie, vastgesteld Blixembosch 2020 Gemeente Eindhoven
29
deeleconomie en andere initiatieven die bijdragen aan de levendigheid van wijken. Denk aan kleine bedrijfjes aan huis en ruimte voor creatief ondernemerschap. In dit bestemmingsplan zijn regels opgenomen waarbinnen beroep en bedrijf aan huis is toegestaan. Dit draagt bij aan de verbetering van de economische structuur en de levendigheid in de wijken. Het bestemmingsplan is dus in lijn met de uitgangspunten van de omgevingsvisie.
3.5
Volkshuisvesting
In het onderhavige plangebied zijn geen concrete nieuwe ontwikkelingen voorzien. Indien zich nieuwe ontwikkelingen in het gebied voordoen op het gebied van wonen zal dit worden getoetst aan het volkshuisvestingsbeleid. 3.5.1
Regionaal beleid
Samen staan de negen gemeenten in het Stedelijk Gebied Eindhoven(SGE) aan de lat om een woon- en leefklimaat van hoge kwaliteit te realiseren en de veranderende kwalitatieve en kwantitatieve vraag zo goed mogelijk te bedienen. Dit is een voorwaarde voor een aantrekkelijke vestigingsplek voor nieuwe inwoners en om te kunnen blijven concurreren met andere (inter)nationale topregio's. Dit gaat niet alleen. We hebben elkaar maar vooral bewoners en partners, zoals corporaties, ontwikkelaars, beleggers, bouwondernemingen en makelaars, nodig. Die investeren mee in de kwaliteit van de regio en het woonklimaat. Als samenwerkende partners in een creatieve regio zoeken we daarbij ook naar mogelijkheden om innovaties in het bouwproces te realiseren. Het Regionaal Ruimtelijk Overleg (gemeenten, provincie) heeft op 13 december 2017 het 'Afsprakenkader Wonen 2017' bekrachtigd dat door de afzonderlijke negen gemeenteraden is vastgesteld. Hierin zijn o.a. de volgende afspraken over woningbouwontwikkelingen opgenomen: 1. We geven ruim baan aan initiatieven die uitgaan van herstructurering, transformatie en inbreiding. Dit betreft de locaties binnen het bestaand stedelijk gebied zoals dat is aangegeven in de provinciale Verordening ruimte. 2.
Alle overige initiatieven stemmen we op elkaar af, waarbij geldt dat we geen nieuwe uitleglocaties ontwikkelen, tenzij…….Het regionaal portefeuillehoudersoverleg neemt hierover een unanieme beslissing. Uitleglocaties liggen buiten het bestaand stedelijk gebied zoals aangegeven in de provinciale Verordening ruimte. 3. In principe beschouwen we de kwantitatieve provinciale prognoses 2017 als richtinggevend op het niveau van het Stedelijk Gebied. Hierbij maken we zo optimaal mogelijk gebruik van de ruimte die de Brabantse Agenda Wonen biedt. Door de woningbouwontwikkelingen goed te monitoren kunnen we ingrijpen op het moment dat dat nodig is en voorkomen we dat goede plannen voor de korte termijn (2021) worden tegengehouden op basis van de programmering op langere termijn (2030). Hierdoor ontstaat meer ruimte om snel in te kunnen spelen op marktontwikkelingen. 4. Het Stedelijk Gebied Eindhoven heeft een bestuursopdracht voor de aanpak van een negental majeure projecten gegeven. Het onderdeel programmering kan echter volgens het coördinatieteam op dit moment niet voldoende worden uitgewerkt. Hiervoor heeft zij kaders in de vorm van een regionale visie op wonen en bijbehorende marktonderzoek(en) nodig. Deze visie wordt 2e helft 2019 verwacht.
Het merendeel van de majeure projecten kan daar niet op wachten omdat er enerzijds behoefte is aan deze woningen en anderzijds bestemmingsplannen geactualiseerd, gewijzigd dan wel opgesteld moeten worden. Daarom is in het portefeuillehoudersoverleg van 26 oktober en 21 december 2017 besloten het onderdeel programmeren, voor nu uit de Bestuursopdracht te halen en ten aanzien van de locaties planologische voorwaarden in de nieuwe bestemmingsplannen mee te geven.
30
vastgesteld Blixembosch 2020 Gemeente Eindhoven
In het Afsprakenkader 2017 is aangegeven welke plannen regionaal afgestemd worden. Een nieuw bestemmingsplan dat meer dan 75 woningen in stedelijke kernen of 25 woningen in landelijke kernen mogelijk maakt, dient regionaal afgestemd te worden. Via het coördinatieteam worden deze plannen aan het portefeuillehoudersoverleg voorgelegd. De provincie ziet er op toe dat de plannen regionaal afgestemd worden. Wanneer bij het vooroverleg blijkt dat dat niet het geval is worden de plannen door de provincie niet in behandeling genomen. 3.5.2
Lokaal beleid
Woonvisie De Woonvisie is op 15 december 2015 vastgesteld. In de woonvisie gaat de gemeente in op haar ambities op het gebied van bouwen en wonen. Daarmee maken we de richting waarin we ons willen ontwikkelen duidelijk aan de stad, haar bewoners en alle partijen die een rol spelen in de verdere ontwikkeling van de stad. Ambitieuze stad Eindhoven groeit en dat creëert een nieuwe vraag naar wonen. Eindhoven wil verder verstedelijken. Onder stedelijkheid verstaan we een gemengde en gevarieerde omgeving waar mensen wonen, werken en elkaar ontmoeten. En een stad die tegelijk ook groen en gemoedelijk blijft. We staan voor de unieke kans om de stad als geheel, en het gebied binnen de Rondweg in het bijzonder, de komende jaren te laten groeien. We verwachten dat het inwonersaantal van Eindhoven de komende 10 jaar fors zal toenemen, harder dan de prognoses nu voorspellen. De bijzondere bevolkingsopbouw van Eindhoven (een relatief jonge bevolking) draagt daaraan bij. Die groei moet ook op het vlak van wonen gefaciliteerd worden. Tot 2030 willen we minstens twee derde van de extra woningcapaciteit binnen de Rondweg realiseren. Voor het gebied binnen de Rondweg staan met projecten als Strijp S, Stationsomgeving, NRE en Philips Lighting in deze periode al circa 5.000 nieuwe woningen in de planning.
Daarnaast is de wens dat boven winkels wooneenheden worden gerealiseerd en kantoren worden omgebouwd tot woningen. Hierin is de markt aan zet. Eindhoven formuleert in deze Woonvisie geen concreet woningbouwprogramma, gegoten in cijfers en categorieën. Dat zou niet passen bij de rol van een gemeente anno 2015. We willen ruimte geven aan de markt om gewenste ontwikkelingen te realiseren. Zonder op voorhand aan te geven wat-waar-wanneer gebouwd moet worden. Dat doen we door gebruik te maken van een model voor de onderbouwing van de wenselijkheid van nieuwe initiatieven. Daarin vragen we van initiatiefnemers (projectontwikkelaars, corporaties, gemeentelijke grondexploitaties) om in te gaan op een aantal punten zoals bijvoorbeeld het marktsegment, het woonmilieu en de periode van oplevering. Solidaire stad Wij willen dat Eindhoven een samenleving is, waarvan iedereen onderdeel is. De meeste inwoners kunnen zelfstandig hun plaats vinden in die samenleving, sommigen hebben een steuntje in de rug nodig. We zorgen dat er voor hen een vangnet is. We hebben oog voor mensen in lastige situaties: asielzoekers, daklozen, mensen in psychische nood en ex-gedetineerden. Door de decentralisatie in de zorg moeten meer mensen met een beperking een plek in de wijk vinden. De vergrijzing zet de komende jaren stevig door. Veel ouderen, met of zonder zorgvraag, zullen langer thuis blijven wonen.