Bijlage 1a - Bestemmingspan VIII De Bergen (St. Catharinastraat 13)
Tekst van het document
vastgesteld VIII De Bergen (St. Catharinastraat 13) Gemeente Eindhoven
Archeologisch kader De van oorsprong hoger gelegen oude bouwlanden met een dik plaggendek, waaruit een groot deel van het gemeentelijk grondgebied bestond, blijken een goed geconserveerd bodemarchief te herbergen. Maar ook andere landschappelijke eenheden - zoals de nattere beekdalen en de flanken daarvan, de vennen of het 'restveen' - blijken vaak een waardevol archeologisch gegevensbestand te bevatten. Het gemeentelijk bodemarchief geeft blijk van een bewoningsgeschiedenis van duizenden jaren en herbergt archeologische resten daterend uit de (late) prehistorie, de Romeinse tijd, de vroege middeleeuwen, de late middeleeuwen en nieuwe tijd. Deze gegevens zijn van groot belang voor de reconstructie van het verleden, temeer omdat geschreven bronnen in Eindhoven nagenoeg ontbreken. Een bijzondere betekenis heeft de historische kern van Eindhoven, die als stad al in de loop van de late middeleeuwen een belangrijke regionale economische en bestuurlijke rol vervulde. Daarnaast kent de gemeente uit deze periode een aantal (verdwenen) hoeven, kasteeltjes, kerken, (water)molens en dergelijke die zowel archeologisch en cultuurlandschappelijk van hoge waarde zijn.
Archeologische waarnemingen binnen en ook buiten de van oorsprong laatmiddeleeuwse historische kernen bieden mogelijkheden om meer te weten te komen over de ontstaansgeschiedenis, ontwikkeling en bewoningsdynamiek tussen de plattelandsdorpen en de stad in wording en kunnen daarmee een verrijking vormen voor de lokale, regionale en landelijke geschiedenis. Daarnaast zijn in de gemeente resten van ondergronds militair erfgoed te verwachten. In de Tweede Wereldoorlog lag hier bijvoorbeeld een militair vliegveld ('Fliegerhorst Eindhoven') en de gemeente maakte deel uit van het operatieterrein 'Market Garden' van het geallieerde bevrijdingsleger.
Conclusie Op de archeologische waardenkaart van de gemeente Eindhoven is het plangebied niet aangeduid als een archeologisch waardevol of verwachtingsgebied of als een gebied dat op de landelijke Archeologische Monumentenkaart voorkomt.
Uitsnede Archeologische verwachtingen- en waardenkaart 2022 (bouwvlak blauw omlijnd)
vastgesteld VIII De Bergen (St. Catharinastraat 13) Gemeente Eindhoven
33
Het gebied is echter ook niet aangeduid als archeologisch onderzocht gebied. Dat betekent dat het gebied te typeren is als een gebied van Categorie V. Een dergelijk terrein heeft een lage of geen archeologische verwachting. Het uitvoeren van archeologisch onderzoek is in deze gebieden niet noodzakelijk, tenzij het gaat om een MER-plichtig project of om een project dat onder de Tracéwet valt. Van een dergelijk project is in dit geval geen sprake. Het uitvoeren van archeologisch (voor)onderzoek is dus niet verplicht. Dit geldt ook voor de ontwerp Archeologische verwachtingen- en waardenkaart (2022) daar het plangebied met wit is aangeduid (geen verwachting).
Meldingsplicht toevalsvondsten Ook in de delen waarvoor geen dubbelbestemming Waarde - Archeologie wordt opgenomen is de kans aanwezig dat er archeologische resten kunnen worden aangetroffen. De wettelijke meldingsplicht voor archeologische toevalsvondsten geldt altijd (art. 5.10 Erfgoedwet 2016). Mochten tijdens grondwerkzaamheden (vermoedelijke) archeologische resten (vondsten, muurwerk, grondsporen et cetera) worden aangetroffen, dan dienen deze direct gemeld te worden aan de Minister van OCW en bij de (afdeling Omgevingskwaliteit) gemeente Eindhoven. Vervolgens zal bepaald worden of, en zo ja welke, aanvullende maatregelen getroffen dienen te worden.
3.6.2
Cultuurhistorie
Op 29 november 2022 is de cultuurhistorische waardenkaart van Eindhoven geactualiseerd. De kaart dient als beleidskader om bij ruimtelijke ontwikkelingen in de stad rekening te kunnen houden met de cultuurhistorie van Eindhoven. De kaart bestaat uit twee deelwaardenkaarten, te weten de waardenkaart historisch cultuurlandschap en de waardenkaart historische stedenbouw en erfgoed. Op de waardenkaart historisch cultuurlandschap zijn aangegeven en gewaardeerd de historische landschappelijke gebieden (incl. historische nederzettingslocaties) en elementen (landschapselementen infrastructuur, waterstaat, opgaand groen, religie en funerair erfgoed en reliëf), die belangrijk zijn voor de herkenbaarheid van de historische ontwikkeling van Eindhoven Op de waardenkaart historische stedenbouw en erfgoed zijn aangegeven de beschermde rijksen gemeentelijke monumenten, beschermde stads- en dorpsgezichten, gemeentelijke archeologische monumenten, cultuurhistorisch waardevolle objecten, historisch waardevolle kunstwerken, historische wegen en waterlopen, historisch-stedenbouwkundige structuren en waardevol aangelegd groen en bomen, die belangrijk zijn voor de herkenbaarheid van de historische ontwikkeling van Eindhoven.
34
vastgesteld VIII De Bergen (St. Catharinastraat 13) Gemeente Eindhoven
Uitsnede cultuurhistorische waardenkaart Eindhoven (plangebied rood omlijnd)
Hierboven is een uitsnede van de cultuurhistorische waardenkaart van gemeente Eindhoven opgenomen. Zoals op deze afbeelding te zien is, ligt het plangebied binnen een cultuurhistorisch gebied, namelijk 'Historische stedenbouwkundige structuur'. Deze waarde is in het vigerende bestemmingsplan 'De Bergen' planologisch verankerd door de opname van dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie'. Dit betekent dat deze gronden tevens bestemd zijn voor het behoud, de versterking en ontwikkeling van de aanwezige cultuurhistorische en ruimtelijke waarden. Volgens de regels van deze dubbelbestemming bevat de bebouwing op de locatie de waarde 'basiskwaliteit'. Dat wil zeggen dat de omgevingsvergunning voor bouwen volgens de gebiedsgerichte welstandscriteria voldoende bescherming biedt en het sloopvergunningstelsel voor dergelijke panden geldt als nader afwegingsmoment voor de nieuwbouw dat uit dient te gaan van de cultuurhistorische parameters. Het slopen van de bebouwing is alleen mogelijk indien bouwhistorisch onderzoek wordt uitgevoerd. Ten behoeve van de sloop van de bebouwing in het plangebied is daarom een bouwhistorische verkenning en een cultuurhistorische verkenning is uitgevoerd om de resultaten hiervan mee te nemen in de uitwerking van onderhavig planvoornemen.
Op deze wijze zijn de aanwezige cultuurhistorische waarden en bouwgeschiedenis goed gedocumenteerd, en met deze achtergrond als basis is de sloopvergunning t.b.v. de bebouwing in het plangebied verleend. De rapporten zijn als bijlagen1 en 2 bij deze toelichting gevoegd. Hierna volgt een samenvatting van de resultaten uit de cultuurhistorische verkenning, die mede als uitgangspunten hebben gediend bij het ontwerp van het planvoornemen:
o Het pand is met de bouw in 1918 later dan de meeste bebouwing, die van rond 1900 dateert, opgetrokken. Direct rechts van het pand staat een blok van vier jaren '30 woningen. Hiermee zorgt het voor een variatie in het straatbeeld die typerend is voor zowel de Sint Catharinastraat als de wijk. o Het pand sluit aan bij gesloten gevelwand waarbij de rooilijn direct langs de stoep ligt en de voordeur direct aan deze stoep ligt. Hiervan is in de hele Sint Catharinaststraat sprake. o Het pand heeft net als de omliggende bebouwing twee bouwlagen met een kapverdieping. vastgesteld VIII De Bergen (St. Catharinastraat 13) Gemeente Eindhoven
35
Wel ligt deze haaks op de straat terwijl de meeste kappen parallel aan de straat liggen. De vele Vlaamse gevels van de omliggende bebouwing zorgen er voor dat dit niet storend is. Voorts sluiten de topgevels goed aan bij de verdere parcellering in de straat. De variatie binnen een gelijke hoofdvorm zorgt voor een levendig gevel- en straatbeeld. De dak bedekking met Tuille-du-Nord dakpannen sluit goed aan bij de vele pannengedekte kappen in de omgeving. o De gevel is beduidend breder dan die van de andere bebouwing. Daarom is deze in vijf gelijke delen geleed met daarbinnen een brede en smalle beuk zoals aanwezig bij de woningen in directe omgeving. De naastliggende jaren '30 woningen zijn op gelijke wijze vormgegeven. Voorts wordt met deze gevelindeling aangesloten bij diepe percellering van de tweebeukige woonhuizen. o De architectuur van het pand wijkt door de bouwtijd af van de meeste andere panden in de straat. Er is een sobere rationalistische baksteenarchitectuur toegepast waarbij de ornamentiek met dezelfde bakstenen is uitgevoerd. De omliggende bebouwing is of in een neorenaissancestijl met ornamentiek in verblendstenen of in een geheel rationalistische stijl met geglazuurde stenen vorm gegeven. Hiermee wijkt het pand af van de omgeving. Tegelijk zijn alle panden met bakstenen opgetrokken en hebben een overeenkomstige schaal.
De enigszins afwijkende architectuur is van waarde voor een levendig straatbeeld. De bruinrode bak steen geeft hierbij een rustig beeld dat de verder indeling van de gevel goed laat uitk omen. o De indeling van de gevel sluit goed aan bij die van de straat en van de wijk. De openingen hebben een verticaal karakter waarbij er zowel bij de deuren als de vensters bovenlichten zijn toegepast. Net als in de rest van de straat en wijk zijn houten kozijnen aangebracht die oorspronkelijk een roedenverdeling hadden. De oorspronkelijke aftimmeringen en kleuren aan de binnenzijde nog aanwezig. o Als voormalige school en breed gebouw vormt het pand een Einzelgänger dat een bijzondere rol heeft in de wijk. Hierbij is met name de bijzondere bouwgeschiedenis waarbij het onduidelijk is of het pand direct als school is ontworpen of dat het een aangepaste ontwerp van vijf woningen betreft. In het ontwerp van het planvoornemen is op diverse wijzen invulling gegeven aan de resultaten zoals bovenstaand benoemd. Het plan voorziet een gebouw direct gelegen aan de stoep waarbij de rooilijn, zoals herkenbaar in de gehele straat, wordt gevolgd. De woningen die vanaf straat bereikbaar zijn hebben een voordeur direct gelegen aan de stoep. Deze woningen zijn verbijzonderd met een dubbelhoge erker. De toepassing van een erker past binnen het gevarieerde straatbeeld van de St. Catharinastraat.
Het voormalige complex was voorzien van een beduidend bredere gevel van de andere bebouwing in de straat. Deze gevel was in vijf gelijke delen verdeeld om aan te sluiten bij de vormgeving van de omliggende bebouwing. In het ontwerp van het planvoornemen is de brede gevel opgedeeld in zes gelijke en een afwijkend deel om aan te sluiten op de aanwezige parcellering in het straatbeeld. Het ontwerp voorziet in vier bouwlagen waarvan de bovenste laag terug staat ten opzichte van de gevelrooilijn om in hoogte aan te sluiten op het straatbeeld. In de straat hebben veel gevelopeningen een verticaal karakter. Dit is in het nieuwe ontwerp terug te zien in de vormgeving van de gevel en wordt benadrukt door de dubbelhoge erkers. De voormalige bebouwing op nr. 13 was voorzien van een sobere rationalistische baksteenarchitectuur. Deze bouwstijl is eigentijds vertaald in het huidige ontwerp dat voorzien is van sobere ornamentiek en uitgevoerd in baksteen.
Hiermee kan geconcludeerd worden dat het planvoornemen geen onevenredige afbreuk doet 36
vastgesteld VIII De Bergen (St. Catharinastraat 13) Gemeente Eindhoven
aan de cultuurhistorische waarde van haar omgeving en zijn belangrijke cultuurhistorische elementen gedocumenteerd en deels meegenomen bij de totstandkoming van het ontwerp van de nieuwbouw.
3.7
Verkeer en parkeren
De mobiliteitsvisie 'Eindhoven op Weg' is in 2013 door de gemeenteraad vastgesteld. Hierin is het verkeersbeleid voor de komende decennia (planhorizon 2040) vastgelegd. Deze visie vormt het bestuurlijke beleidskader voor alle verkeers- en mobiliteitsopgaven. In de volgende paragrafen zijn de essentiële elementen voor het plangebied beschreven. 3.7.1
Verkeer
Het plangebied is goed bereikbaar. Volgens de nota 'Eindhoven op Weg' (2013) zijn de Willemstraat, Grote Berg en Edenstraat aangewezen als buurt- en wijkontsluitingsweg. Daarnaast is het NS-station Eindhoven Centraal op loopafstand gesitueerd van het plangebied.
De toekomstige woningen worden voor auto's en langzaam verkeer via de St. Catharinastraat ontsloten richting Willem de Zwijgerstraat. Deze situatie wijkt niet af van de huidige situatie. Wat betreft verkeersgeneratie worden er nauwelijks verschillen verwacht, omdat in de huidige situatie reeds 29 woonstudio's aanwezig waren. De toekomstige situatie bevat 27 appartementen voor één- en tweepersoons huishoudens.
Ten behoeve van logistiek ten aanzien van afhandeling van calamiteiten, goederen (pakketjes), verhuizingen en vuilnis zullen geen wijzigingen plaatsvinden ten opzichte van de huidige situatie. Dit vindt plaats in de openbare ruimte. Er wordt geen aanvullende vuilcontainer aangelegd (er is nog capaciteit elders in de buurt).
3.7.2
Parkeren
Autoparkeren De ruimte in de stad is beperkt en kostbaar. De gemeente moet dan ook de schaarse ruimte efficiënt gebruiken. Daarom worden bij een bouwplan eisen aan het aantal te realiseren parkeerplaatsen gesteld. Daarbij dienen de parkeernormen uit de Nota Parkeernormen 2019 gehanteerd te worden.
De parkeernormen uit 2016 zijn geactualiseerd, maar wel met voorwaarden om parkeeroverlast in woonwijken te voorkomen. Flexibele parkeernormen maken ontwikkelingen mogelijk die goed zijn voor de stad. Ook is het wenselijk dat er niet meer parkeerplekken worden gerealiseerd in de stad dan nodig. Dan blijft er meer ruimte over voor bijvoorbeeld groen of recreatie. Tot slot wordt duurzame mobiliteit gestimuleerd, dus meer lopen, fietsen en openbaar vervoer-gebruik. Ontwikkelingen op locaties die goed bereikbaar zijn per openbaar vervoer, die goede voorzieningen hebben voor fietsers en bijvoorbeeld deelauto's aanbieden, hebben minder ruimte nodig voor parkeren. Dat betekent ook dat bewoners op zo'n nieuwe locatie geen recht hebben op een gemeentelijke parkeervergunning of bezoekersregeling indien betaald parkeren wordt ingevoerd. Zo wordt meer mogelijk gemaakt en wordt gezorgd voor een goede leefbaarheid in wijken en buurten.
Voor dit planvoornemen is een parkeerberekening uitgevoerd. Bij deze berekening (zie bijlage 3) is uitgegaan van het programma op basis van het meest actuele inrichtingsplan voor het beoogde planvoornemen. Dat betreft de 27 appartementen. vastgesteld VIII De Bergen (St. Catharinastraat 13) Gemeente Eindhoven
37
De Sint Catherinastraat is onderdeel van het betaald parkeergebied. De toekomstige bewoners kunnen hierdoor geen parkeervergunningen en bezoekersregelingen krijgen voor deze adressen als ze hier komen wonen (deze adressen worden aan de “adressenlijst uitsluiting parkeervergunningen” toegevoegd). Aangezien toekomstige bewoners geen parkeervergunningen krijgen, moet deze ontwikkeling de volledige parkeerbehoefte voor de nieuwe situatie oplossen. Het is niet mogelijk de oude situatie te salderen. Daarom is in de rekentool voor deze ontwikkeling alleen met de nieuwe situatie rekening gehouden.
Het is niet mogelijk om het parkeren voor de bewoners op eigen terrein te faciliteren. Conform de actualisatie nota parkeernormen 2019 zijn dan de volgende opties mogelijk: 1. Het toepassen van twee deelauto's en bezoekersparkeren afkopen. Dubbelgebruik/correctie aanwezigheidspercentages is niet van toepassing door het inzetten van de deelauto's in dit plan. De parkeeroplossing bewoners en bezoekers wordt hierdoor uit elkaar getrokken uit de bijgevoegde rekentool. Conform de bijgevoegde rekentool is de parkeerbehoefte van de bewoners maximaal op een werkdagnacht. Dat komt uit op (4,8+4+6,6) * 25% HOV reductie = 11,55 = afgerond 12 parkeerplekken voor bewoners. Deze parkeerbehoefte kan voor de bewoners met twee deelauto's opgevangen worden (één deelauto vervangt max. 10 parkeerplaatsen in het centrum). De parkeeropgave van 12 parkeerplaatsen voor bewoners kan hierdoor volledig worden opgevangen met deelauto's. De parkeerbehoefte voor bezoekers kan niet met deelauto's opvangen worden. Conform de actualisatie nota parkeernormen 2019 dient het bezoekersparkeren opgelost te worden in het huidige parkeeraanbod in/rond het centrum of aan de rand van de stad. Deze dient dus afgekocht te worden via het mobiliteitsfonds. Conform de bijgevoegde rekentool is de parkeerbehoefte van de bezoekers op maatgevend moment (zaterdagavond) 2,7 parkeerplaatsen.
2,7 * 25% HOV reductie = 2 parkeerplaatsen. Deze 2 parkeerplaatsen kunnen afgekocht worden voor een bedrag van 1000 euro per parkeerplaats. 2. Het toepassen van één deelauto's, gedeelte bewonersparkeren afkopen en bezoekersparkeren afkopen. Dubbelgebruik/correctie aanwezigheidspercentages is niet van toepassing door het inzetten van een deelauto in dit plan. De parkeeroplossing bewoners en bezoekers wordt hierdoor uit elkaar getrokken uit de bijgevoegde rekentool. Conform de bijgevoegde rekentool is de parkeerbehoefte van de bewoners maximaal op een werkdagnacht. Dat komt uit op (4,8+4+6,6) * 25% HOV reductie = 11,55 = afgerond 12 parkeerplekken voor bewoners. Als er één deelauto voor dit plan wordt ingezet dan vervangt één deelauto max. 10 parkeerplaatsen in het centrum. Het toepassen van één deelauto zal tot een reductie van (netto) 9 parkeerplaatsen leiden (niet 10 omdat deelauto zelf ook 1 parkeerplaats nodig heeft). Dat betekent dus dat er nog 3 parkeerplaatsen overblijven van de bewoners die geen invulling hebben. Deze overgebleven 3 parkeerplaatsen kunnen afgekocht via het mobiliteitsfonds voor 1000 euro per parkeerplaats. Hoewel voor de bewoners de parkeeropgave met de bovengenoemde stappen opgelost is, is dat voor de bezoekers van de bewoners niet het geval. Deze parkeerbehoefte kun je niet met deelauto's opvangen.
Conform de vigerende nota parkeernormen dient het bezoekersparkeren opgelost te worden in het huidige parkeeraanbod in/rond het centrum of aan de rand van de stad. Deze dient dus ook afgekocht te worden via het mobiliteitsfonds. Conform de bijgevoegde rekentool is de parkeerbehoefte van de bezoekers op maatgevend moment (zaterdagavond) 2,7 parkeerplaatsen. 2,7 * 25% HOV 38
vastgesteld VIII De Bergen (St. Catharinastraat 13) Gemeente Eindhoven
reductie = 2 parkeerplaatsen. Deze 2 parkeerplaatsen kunnen afgekocht worden voor een bedrag van 1000 euro per parkeerplaats. 3. Het afkopen van de totale parkeerbehoefte. Dubbelgebruik/correctie aanwezigheidspercentages is hier wel van toepassing. Er is geen splitsing in bewoners en bezoekers van toepassing. Indien deelmobiliteit niet mogelijk zou zijn bij vergunningverlening biedt de actualisatie nota parkeernormen 2019 ook de mogelijkheid om de totale parkeerbehoefte in het centrumgebied volledig af te kopen. 1000 euro per parkeerplaats. De totale parkeerbehoefte van 13 parkeerplaatsen dient dan afgekocht te worden voor een bedrag van 13.000 euro. Hiermee is de parkeeroplossing ook sluitend. Gelet op het bovenstaande kan voldaan worden aan de actualisatie nota parkeernormen 2019. Ten behoeve van de realisatie van de doorgang naar het binnenterrein komt een parkeervak te vervallen (hiervoor wordt een inritvergunning aangevraagd). Dit parkeervak wordt gecompenseerd naast het huidige parkeervak, waardoor het aantal parkeervakken in de straat niet zal afnemen.
Fietsparkeren Vanuit de parkeertool zijn 72 stallingen benodigd voor fietsen voor de bewoners. Het beoogde planvoornemen voorziet in voldoende fietsparkeerplaatsen in een collectieve fietsenstalling. Voor bezoekers zijn 6 fietsparkeerplaatsen benodigd en deze worden gerealiseerd achter de poort in de onderdoorgang (3 fietsnietjes).
Hiermee wordt voldaan aan de Nota Parkeernormen 2019 en is dit bestemmingsplan uitvoerbaar. Ook zal bij de omgevingsvergunning voldaan worden aan de 'Kwaliteitseisen inpandige fietsenstallingen' en 'Gelijkwaardigheid buitenbergingen bij woongebouwen'. Zo zal de hoogte van de ruimte hoog genoeg zijn: in dit geval 2,6 meter, zoals uit voorgaande tekening blijkt.
Tek ening hoogte collectieve fietsenstalling
vastgesteld VIII De Bergen (St. Catharinastraat 13) Gemeente Eindhoven
39
3.8
Groen
3.8.1
Groenbeleidsplan
Begin 2017 is een actualisatie van Groenbeleidsplan door de gemeenteraad vastgesteld. Dit Groenbeleidsplan 2017 is gemaakt met de veranderende rol van de overheid in het achterhoofd. Het voorziet in vier sporen "het verhaal van de stad", wat de waarde van groen is (functies als uitgangspunt), welke ambitie de gemeente daarmee heeft en het daadwerkelijke groenbeleid. Het groenbeleidsplan heeft als doel het duurzaam veiligstellen en ontwikkelen van een kwalitatief hoogwaardige groenstructuur met daarin passende functies. Hiermee levert de toepassing van het groenbeleid een wezenlijke bijdrage aan een aantrekkelijke en gezonde woon- en werkomgeving als karakteristieke kwaliteit van Eindhoven. Een omgeving die leefbaar en klimaatadaptief is en een volwaardig vestigingsklimaat biedt voor Brainport.
Het groenbeleid sluit aan op de geomorfologische structuur van de stad: de structuur van dekzandruggen en beken (Dommel en Gender) die Eindhoven hebben gevormd. Op basis van de tuinstad gedachte is bij de verdere ontwikkeling van Eindhoven sterk ingezet op het behoud van de groene ruimten tussen de voormalige dorpen. Genneper Parken (tussen Stratum en Gestel), Brainport Park (tussen Strijp en Woensel) en De Karpen (tussen Woensel en Tongelre) vormen nog altijd imposante, groene wiggen, die tot diep in de stad reiken. Het behoud van de robuuste groenstructuur, die vanuit het buitengebied, via de wiggen tot aan de bomen bij de voordeur reikt, is een belangrijk uitgangspunt van het groenbeleidsplan.
Het Groenbeleidsplan heeft in principe betrekking op al het groen van Eindhoven, dus niet alleen het groen in eigendom van de gemeente. Omdat niet al het groen bescherming krijgt door een specifieke groenbestemming en de gemeente enkel directe invloed heeft op haar eigen eigendommen, is niet al het groen automatisch beschermd.
In het Groenbeleidsplan 2017 zijn onder andere procesafspraken genoemd die een relatie hebben met een ruimtelijke procedure. Het betreft een procesafspraak over groenplannen bij ontwikkeling van gebouwen of gebieden en de procesafspraak over de groenregelingen voor bomen (Verordening Bomen en Nadere regels bomen) en de Regeling Groencompensatiefonds. De genoemde groenplannen dienen een toelichting van de groene inrichting van een ontwikkeling te geven. Behoud van het bestaande groen is het uitgangspunt, evenals het (door)ontwikkelen van de groene kwaliteiten waar nodig. Het Groenbeleidsplan 2017 geeft in een kaart met zes ruimtelijke strategieën de kaders voor de ruimtelijke ontwikkeling in relatie tot groen.
Beoordeling plan Het projectgebied is in het Groenbeleidsplan 2017 aangeduid als 'Stad, rood beeldbepalend' in een groenarm gebied. In dit gebied wordt als ordeningsprincipe de volgende strategie(en) aangehouden:
Strategie 1: Stad, rood beeldbepalend In deze gebieden heeft groen een ondersteunende functie aan de stedelijke identiteit ('aankledingsgroen') of een recreatieve functie voor de woonomgeving (parken). Het beleid is gericht op behoud en ontwikkelen van deze groene elementen of functies. Het oppervlak groen binnen deze categorie zou niet verder af moeten nemen. Binnen de aangeduide groenarme buurten wordt gestreefd naar uitbreiding van het groenareaal. 40
vastgesteld VIII De Bergen (St. Catharinastraat 13) Gemeente Eindhoven
Dit plangebied is tevens aangeduid als groenarme buurt.
Uitsnede kaart Groebeleidsplan 2017 (plangebied in 'Stad, rood beeldbepalend')
Beleidsregel groencompensatie Het Groenbeleidsplan 2017 omschrijft het beleid voor de combinatie van verdichten en vergroenen. Dit betekent dat voor iedere woning die wordt toegevoegd, er wordt gestreefd naar 8 m² toegevoegd groen. Ook kent de gemeente een regeling voor groencompensatie (Beleidsregel groencompensatie), die kortweg inhoudt dat groen, dat plaats moet maken voor een ontwikkeling, door de ontwikkelende partij moet worden gecompenseerd, fysiek en/of financieel.
Gezien het voorgaande is een Groenplan opgesteld. De rapportage van het groenplan is als bijlage 4 bij deze toelichting gevoegd.
vastgesteld VIII De Bergen (St. Catharinastraat 13) Gemeente Eindhoven
41
Situatieschets groenvoorzieningen in planvoornemen
Ingevolge het Groenbeleidsplan is 108 m² - 216 m² nieuw groen benodigd. Het plan is om groene daken te realiseren, veel groen op maaiveld te laten terugkomen en om verticaal groen toe te passen (natuurinclusief bouwen). In totaliteit gaat het om 155 m² groen op maaiveld en 350 m² op daken. Hiermee wordt ruim voldoende voldaan aan het Groenbeleidsplan. Het groen wordt aangelegd direct na voltooiing van de bouw. Beheer en onderhoud van groen zal in opdracht van Trudo worden uitgevoerd.
3.8.2
Beleid Bomen
Het gemeentelijk beleid ten aanzien van bomen is vastgelegd in de Verordening Bomen 2021. Deze is op 6 april 2021 door de gemeenteraad vastgesteld. De Verordening en (uitwerking daarvan in) nadere regels Bomen is van toepassing op bomen die niet vallen onder de regelgeving van de Wet natuurbescherming (Wnb). De Wet natuurbescherming is van toepassing op: bossen die buiten de 'bebouwde kom Wnb' liggen; alle beplantingen van bomen die groter zijn dan 10 are; bomen in een rijbeplanting, als de rij uit meer dan 20 bomen bestaat. Voor bomen geldt dus of de Wet natuurbescherming of de Verordening Bomen 2021 Voor het vellen van bomen dient, behoudens een aantal vrijstellingen, een melding te worden gedaan bij de Provincie Noord Brabant. Er is een herplantplicht van toepassing.
Verordening Bomen 2021 In de Verordening Bomen 2021 is de bescherming van bomen geregeld, doordat voor het kappen van bomen een omgevingsvergunning nodig is. Daarbij kan ook nog worden gezorgd voor herplant van de te kappen bomen (compensatieplicht). De verordening bevat regels over hoe wordt omgegaan met overlast door bomen, de compensatieplicht bij kap, de indieningvereisten bij een vergunningaanvraag, de beoordeling (weigeringsgronden) van een kapaanvraag en het aanbrengen van verlichting in bomen. Conform de verordening is een vergunning voor kappen van bomen nodig als: 42
vastgesteld VIII De Bergen (St. Catharinastraat 13) Gemeente Eindhoven
bomen vanaf 45 cm stamomtrek op gemeentegrond of op particuliere percelen groter dan 250 m2; een houtopstand die voor de eerste keer wordt teruggesnoeid tot op de hoofdtakken of stam; een houtopstand, ongeacht de stamomtrek, die is aangelegd op grond van een herplant-, compensatie en/of instandhoudingsplicht op grond van artikel 6 of een overeenkomst met het college. voor het voorhanden of in voorraad hebben dan wel het vervoeren van een gekapte houtopstand of delen ervan met een plantenziekte is een omgevingsvergunning vereist, voor zover deze plantenziekte zich kan verspreiden is wel een vergunning nodig. Groene kaart Er is een groene kaart waarop ter informatie het volgende is aangegeven: Groenstructuur van de gemeente Eindhoven (groene wiggen, groene dooradering en hoofgroenstructuur); Groenarme gebieden; Centrumgebied; Bebouwde komgrens Wet natuurbescherming; (Particuliere) percelen groter dan 250 m2. De informatie op de groene kaart is nodig om: Te duiden waar de waardevolle bomen staan; Te duiden waar de monumentale bomen staan; Inzicht te geven in de Bebouwde komgrens wet natuurbescherming; Inzicht te geven in de gebieden waar een compensatiefactor geldt in het geval financiële compensatie aan de orde is, het centrumgebied en de groenarme gebieden.
Om de kaart actueel te houden wordt de informatie over de bomen op de kaart en de kadastrale situatie op de kaart, zeer frequent bijgewerkt. Zo blijft de kaart up-to-date en betrouwbaar voor zowel interne als externe gebruikers.
Compensatieplicht bomen Door het kappen van bomen gaat groen verloren. Het weggevallen groen moet in beginsel worden gecompenseerd. Aan een omgevingsvergunning voor het kappen van een houtopstand (bomen) kunnen voorschriften worden verbonden. Onder andere kan een compensatieplicht worden opgelegd. In de Nadere regels Verordening bomen 2021 is bepaald wanneer een compensatieplicht ontstaat en hoe die wordt bepaald.
Nadere regels voor compensatie De Verordening is uitgewerkt in nadere regels voor compensatie. Deze zijn op 21 april 2021 vastgesteld door het college en op 23 april 2021 in werking getreden. Het college mag op basis van de Verordening bomen 2021 compensatie opleggen zoals uitgewerkt in de 'Nadere Regels voor compensatie'.
Beoordeling plan Binnen en rondom het plangebied zijn bomen gesitueerd. Ten behoeve van de realisatie zijn werkzaamheden noodzakelijk binnen de kwetsbare boomzone. Voor het beoogde planvoornemen zijn middels een bomeninventarisatie, kwaliteitsbeoordeling, waardebepaling en een Bomen Effect Analyse (BEA) de bomen in kaart gebracht die invloed gaan ondervinden van de herontwikkeling. Deze rapportages zijn als bijlagen 5, 6, 7 en 8 bij deze toelichting vastgesteld VIII De Bergen (St. Catharinastraat 13) Gemeente Eindhoven
43
gevoegd. Hierna volgen de belangrijkste conclusies uit deze rapportage.
Inventarisatie en kwaliteitsbeoordeling bomen Met een inventarisatie en kwaliteitsbeoordeling zijn de bomen in en rondom het plangebied in beeld gebracht en is de kwaliteit van deze bomen bepaald. Hieruit volgt een boomtechnisch oordeel voor de betreffende bomen, waarbij algemene boomgegevens (soort, hoogte, stamdiameter, kroondiameter), conditie, veiligheid/gebreken en toekomstverwachting zijn bekeken. Door middel van een weging heeft dit geleid tot een algemene boomtechnische kwaliteit. Daarnaast is de beeldkwaliteit beoordeeld. Tezamen heeft dit tot een eindoordeel geleid.
Van de onderzochte bomen (10) in en rondom het plangebied zijn zeven bomen behoudenswaardig, één boom is niet behoudenswaardig en van twee bomen wordt geadviseerd te rooien.
Waardebepaling te kappen bomen Ten behoeve van het planvoornemen zijn twee bomen gekapt (4 en 5). Voor de kap van deze 44
vastgesteld VIII De Bergen (St. Catharinastraat 13) Gemeente Eindhoven
bomen is een kapvergunning verleend. Twee bomen binnen het plangebied zijn kapvergunningsplichtig (2 en 3). Het betreffen twee bomen in het binnenterrein (een boomhazelaar en een venijnboom). De conditie van de boomhazelaar (2) is redelijk met een positief toekomstperspectief. De conditie van de venijnboom (3) is matig met een positief toekomstperspectief. Ten behoeve van dit planvoornemen is de boomhazelaar (2) betrokken in het bouwplan, waardoor deze boom waarschijnlijk kan behouden blijven. Echter kan uit bouwtechnische planuitwerking nog volgen dat behoud van deze boom (2) niet haalbaar is. De venijnboom kan in geen geval behouden worden, omdat op deze plek bebouwing is voorzien. De waarde van alle 4 de bomen tezamen bedraagt totaal € 4.750,00 exclusief BTW.
In het nieuwbouwplan is de aanplant van drie nieuwe bomen voorzien ter compensatie van het verlies door de reeds gekapte bomen en te kappen venijnboom. In het groenplan zijn deze nieuwe bomen opgenomen. Het groenplan maakt als bijlage onderdeel uit van deze toelichting.
Bomeneffectanalyse Aan de straatzijde van het plangebied is een gemeentelijke boom gesitueerd. Het betreft een Basisboom met een afstand van 2,9 meter van de huidige en toekomstige gevel. Omdat de nieuwbouw op de verdieping wordt voorzien van een overstek komt in de nieuwe situatie de kroon van de boom dichter bij de gevel. Om deze reden is een bomeneffectanalyse uitgevoerd (bijlage 9). De betreffende Carpinus betulus 'Columnare' heeft een redelijk tot goede conditie met een positieve toekomstverwachting (behoudenswaardig). De boom is gelegen buiten de ontgravingslijn van de bebouwing, waardoor de stabiliteit niet wordt verminderd tijdens de werkzaamheden. Er is geen aantoonbaar verhoogd risico op windworp. De hoeveelheid wortelverlies is beperkt, waardoor de boom duurzaam behouden kan blijven. In het ontwerp van de nieuwbouw wordt een overstek gerealiseerd op circa 0,75m van het hart van de boom. Zonder ingrijpen is dit een onwenselijke situatie. Om deze reden is ervoor gekozen de boom te snoeien, omdat beoordeeld is dat dit verantwoord mogelijk is, ruim binnen de maximaal toegestane 30% van het kroonvolume. Geadviseerd wordt de onderste drie gesteltakken in zijn geheel te verwijderen en daarnaast boven in de kroon 'tak voor tak' het volume kroon te beperkten, zodanig dat voldoende vrije ruimte ontstaat. De snoei dient uitgevoerd te worden in het bladseizoen.
3.9
Kabels, leidingen en straalpaden
Binnen het plangebied zijn geen planologisch relevante kabels, leidingen of straalpaden aanwezig. Het planvoornemen wordt dan ook niet belemmerd door de aanwezigheid van kabels, leidingen en straalpaden.
3.10
Windhinder, privaatrechtelijke belemmering en bezonning
3.10.1
Windhinder
Op basis van artikel 3.1. Wro dient in het kader van de zorg voor een goede ruimtelijke ordening bij het opstellen van ruimtelijke plannen windhinder of windgevaar te worden meegenomen in de afwegingen, indien aard of omvang van de bebouwing en van de omgeving hiertoe aanleiding geeft.
De toekomstige situatie voorziet in gelijksoortige bouwhoogten als in de bestaande situatie. Om deze reden is het in het kader van een zorgvuldige afweging niet nodig om nader in te gaan op windhinder.
vastgesteld VIII De Bergen (St. Catharinastraat 13) Gemeente Eindhoven
45
3.10.2
Privaatrechtelijke belemmeringen
Uit jurisprudentie blijkt dat eigendomsverhoudingen uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening in beginsel niet van doorslaggevende betekenis zijn. Hieraan kan slechts betekenis toekomen, indien privaatrechtelijke verhoudingen van een dusdanig evident belemmerende aard zijn dat in verband daarmee de realisering van het planvoornemen binnen de planperiode niet aannemelijk is.
Met het planvoornemen is geen sprake van privaatrechtelijke belemmering. Ten opzichte van de huidige situatie vinden er geen belangrijke veranderingen plaats die mogelijk privaatrechtelijk tot belemmeringen zouden kunnen leiden. 3.10.3
Bezonning
Er bestaan in Nederland geen formele wettelijke normen en eisen ten aanzien van de bezonning voor bebouwing. Gemeentes zijn daarom vrij om een eigen invulling te geven aan de eisen omtrent bezonning.
Beleidsregels voor bezonning woningen Op 10 januari 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders de "beleidsregels voor bezonning woningen" vastgesteld. Uit deze beleidsregels volgt onder andere dat minimaal 2 uur zonneschijn per dag in de periode van 19 februari t/m 21 oktober aanwezig dient te zijn op de gevel, ter hoogte van het midden van de vensterbank van het raam van de woonkamer.
Toetsing plan In het kader van de realisatie van het beoogde planvoornemen is een zonnestudie uitgevoerd. De totale zonnestudie is opgenomen in de bijlage 10 en bijlage 11 bij deze toelichting.
De nieuwbouwontwikkeling voldoet aan de gestelde norm. De bestaande bebouwing grenzend aan de nieuwbouwontwikkeling voldoet ook aan de gestelde norm. Hiermee wordt voldaan Beleidsregels voor bezonning woningen.
46
vastgesteld VIII De Bergen (St. Catharinastraat 13) Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 4
Milieuparagraaf
4.1
Milieueffectrapportage
4.1.1
Wettelijk kader
Met een milieueffectrapportage (m.e.r.) worden de milieugevolgen van een plan in beeld gebracht. De m.e.r. is gebaseerd op Europese regelgeving. In Nederland is de m.e.r. geregeld in de Wet milieubeheer (Wm) en in het Besluit m.e.r.. De Wm gaat vooral in op de procedure en de inhoudsvereisten. In het Besluit m.e.r. is geregeld in welke gevallen een m.e.r. moet worden opgesteld. Bij het Besluit m.e.r. is een bijlage opgenomen waarin de criteria voor een m.e.r.-plicht (onderdeel C) en een m.e.r.-beoordelingsplicht (onderdeel D) staan. Een beoordelingsplicht houdt in dat moet worden nagegaan of er sprake is van (mogelijke) belangrijke milieugevolgen. Als deze niet kunnen worden uitgesloten, dan geldt een m.e.r.-plicht. De onderdelen C en D zijn onderverdeeld in 4 kolommen: Kolom 1: de activiteit zelf Kolom 2: drempelwaarden activiteit Kolom 3: de kaderstellende plannen (zoals een bestemmingsplan) Kolom 4: de besluiten De drempelwaarden van activiteiten die zijn opgenomen in onderdeel D zijn indicatief. Indien een activiteit wordt genoemd in onderdeel D, maar beneden de drempelwaarde van kolom 2 valt, moet een vormvrije m.e.r.-beoordeling plaatsvinden. Dit geldt zowel voor kaderstellende plannen, zoals een bestemmingsplan, als voor besluiten.
In dit kader zijn met name 11.2 van onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r. van belang. Het gaat daarbij om: de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen;
Stedelijk ontwikkelingsproject Uit de jurisprudentie volgt dat of er sprake is van een (wijziging van een) stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van Besluit m.e.r. afhangt van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als aard, omvang en locatie van de voorziene wijzigingen van de stedelijke ontwikkeling een rol spelen. Daarbij is van belang dat het ruimtebeslag van de voorziene bebouwing beperkt is en dat de voorziene ontwikkeling gepaard gaat met een beperkte bebouwing op het perceel. Hieronder wordt ingegaan op deze aspecten.
Dit bestemmingsplan voorziet in de realisatie van maximaal 27 wooneenheden in twee gebouwen op een locatie waar in de huidige situatie reeds twee gebouwen met 29 woonstudio's aanwezig waren. Het ruimtebeslag van de voorziene bebouwing is daardoor beperkt en zelfs vergelijkbaar. Het plangebied ligt daarnaast in hoog stedelijk gebied. Een dergelijke stadsontwikkeling past daardoor goed in het aanwezige stedelijke woonmilieu. Geconcludeerd kan worden dat er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject als in de zin van het Besluit m.e.r.
Het planvoornemen zal wat betreft verkeer aansluiten op de aanwezige infrastructuur. De vastgesteld VIII De Bergen (St. Catharinastraat 13) Gemeente Eindhoven
47
infrastructuur heeft voldoende capaciteit en hoeft hierdoor niet te worden opgeschaald. Het plangebied is goed bereikbaar. De parkeerbehoefte die deze ontwikkeling met zich mee brengt wordt goed opgelost.
Tenslotte wordt nog opgemerkt dat de uitgevoerde onderzoeken aantonen dat het realiseren van deze woningen op de locatie voldoet aan de wettelijke eisen vanuit milieuoogpunt. Op basis hiervan, en op basis van de overige in dit Hoofdstuk 4 behandelde milieu- en omgevingsaspecten, kan geconcludeerd worden dat het milieubelang van de beoogde ontwikkeling in voldoende mate is afgewogen.
4.2
Bedrijven en milieuzonering
4.2.1
Inleiding
Op basis van milieuzonering wordt bepaald welke categorieën bedrijven en/of inrichtingen in het plangebied zijn toegestaan. Dit houdt in dat er voldoende ruimtelijke scheiding moet zijn tussen milieubelastende bedrijven/inrichtingen en woongebieden. Hoe zwaarder de toegestane milieucategorie, hoe groter de afstand. Bij het bepalen van deze afstand wordt gebruik gemaakt van de VNG - brochure 'Bedrijven en milieuzonering', editie 2009. In deze brochure worden richtafstanden gegeven tot de omgevingstypen rustige woonwijk en gemengd gebied. De bedrijven zijn op basis van de Standaard Bedrijfs Indeling (SBI-codes) in de richtafstandentabel gerangschikt. Per bedrijfsactiviteit is voor elke ruimtelijk relevante milieucomponent (geur, stof, geluid en gevaar) een richtafstand aangegeven. Deze afstand moet in beginsel worden aangehouden tussen een bedrijf en milieugevoelige objecten (veelal woningen) om hinder en schade aan mensen binnen aanvaardbare normen te houden. Bij het bepalen van deze richtafstanden zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: het betreft 'gemiddelde' moderne bedrijfsactiviteiten met gebruikelijke productieprocessen en voorzieningen; de richtafstanden hebben betrekking op het omgevingstype 'rustige woonwijk'; de richtafstanden bieden in beginsel ruimte voor normale groei van de bedrijfsactiviteiten.
Bij een gemengd gebied geldt een kortere afstand dan bij een rustige woonwijk. Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies voor. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen behoren ook tot gemengd gebied. 4.2.2
Beoordeling plan
Dit bestemmingsplan voorziet in de realisatie van maximaal 27 appartementen op de locatie waar tot voor kort 29 woonstudio's aanwezig waren. Het plangebied kent een woonbestemming, zoals in paragraaf 1.3 is toegelicht. Omliggende gronden zijn tevens voorzien een woonbestemming en met woningen bebouwd. Om deze reden is sprake van een 'rustige woonwijk' en zijn in navolgende toetsing de originele richtafstanden toegepast.
Smitsstraat 17 Het pand aan Smitsstraat 17 is voorzien van de bestemming 'Maatschappelijk'. In het pand is een ontmoetingscentrum aanwezig. Voor buurthuizen geldt 2 milieucategorie 2 en een richtafstand van 30 meter. De bestemming 'Maatschappelijk' is gelegen op 35 meter afstand van het plangebied van dit bestemmingsplan. Aan de richtafstand kan worden voldaan. 48
vastgesteld VIII De Bergen (St. Catharinastraat 13) Gemeente Eindhoven
Wilhelminaplein 9-13 De horecapanden aan Wilhelminaplein 9, 10, 11, 12 en 13 zijn ondergebracht in de bestemming 'Gemengd - 1'. Met deze bestemming zijn meerdere functies mogelijk, zoals detailhandel, dienstverlening, praktijkruimten, maatschappelijke voorzieningen, kleinschalige kantoren en horeca (cat. 1). Deze functies zijn uitsluitend toebedeelbaar in milieucategorie 1. De panden zijn in de huidige situatie in gebruik als café en/of restaurant. De richtafstand betreft 10 meter. De afstand tot de bestemming 'Gemengd - 1' betreft 20 meter. Aan de richtafstand kan worden voldaan.
Prins Hendrikstraat 5 Het pand aan Prins Hendrikstraat 5 heeft de bestemming 'Dienstverlening'. Dit bekent dat de gronden bestemd zijn voor dienstverlenende bedrijven. Dergelijke bedrijven zijn een inrichting in de milieucategorie 1 met een richtafstand van 10 meter. De bestemming 'Dienstverlening' is gelegen op 57 meter afstand van het plangebied van dit bestemmingsplan. Aan de richtafstand kan worden voldaan.
Oranjestraat 2a-2c Het pand aan Oranjestraat 2a-2c heeft de bestemming 'Kantoor'. Dit bekent dat de gronden bestemd zijn voor kantoren. Een kantoor is een inrichting in de milieucategorie 1 met een richtafstand van 10 meter. De bestemming 'Kantoor' is gelegen op 70 meter afstand van het plangebied van dit bestemmingsplan. Aan de richtafstand kan worden voldaan.
Prins Hendrikstraat 48-50 Het pand op dit adries is voorzien van de bestemming 'Bedrijf'. In het pand is een autobedrijf aanwezig. Voor autobedrijven, waarbij handel en reparatie plaatsvindt geldt de milieucategorie 2 en een richtafstand van 30 meter. De bestemming 'Bedrijf' is gelegen op 55 meter afstand van het plangebied van dit bestemmingsplan. Aan de richtafstand kan worden voldaan.
Conclusie Gelet op het voorgaande wordt geconcludeerd dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Aan de richtafstanden wordt voldaan, waardoor enerzijds sprake is van een goed woon- en leefklimaat, en anderzijds worden niet-woonfuncties niet in de bedrijfsvoering belemmerd
4.3
Geluid
4.3.1
Wettelijk kader
De normstelling voor geluid is geregeld in de Wet geluidhinder, de Wet milieubeheer en de Wet luchtvaart. Het betreft normen voor industrielawaai, weg- en railverkeerslawaai en luchtvaartlawaai. Er wordt uitgegaan van voorkeursgrenswaarden, waarvan in een aantal gevallen met ontheffing tot een bepaalde maximum hoogte, mag worden afgeweken.
De normstelling heeft tot doel nieuwe geluidhindersituaties en daarmee gezondheidsschade te voorkomen. Om dit doel te bereiken worden zones gedefinieerd, waarbinnen plannen met geluidgevoelige bestemmingen moeten worden getoetst aan de normen. Volgens de Wet geluidhinder gelden er voorkeursgrenswaarden en maximale ontheffingswaarden. Bij de vastgesteld VIII De Bergen (St. Catharinastraat 13) Gemeente Eindhoven
49
voorkeursgrenswaarde mag worden verondersteld dat het percentage gehinderden beperkt is. Wanneer een maximale ontheffingswaarde wordt overschreden dan is er sprake van een locatie die in beginsel niet geschikt is voor de vestiging van een geluidgevoelige bestemming.
Bij plannen met geluidbelastingen in de bandbreedte tussen voorkeursgrenswaarde en maximale ontheffingswaarde moet er een nadere afweging worden gemaakt in hoeverre bronen/of overdrachtmaatregelen kunnen worden getroffen om de geluidbelastingen te beperken. Voorbeelden van bronmaatregelen zijn een stiller wegdek en een verlaging van de snelheid bij auto's. Geluidschermen en geluidwallen zijn voorbeelden van overdrachtsmaatregelen.
Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in realisatie van wooneenheden. Deze zijn geluidsgevoelig in de zin van de Wgh. 4.3.2
Wegverkeerslawaai
In de huidige situatie zijn reeds wooneenheden aanwezig. Daarnaast is er sprake van 30 km/u-wegen rondom het plangebied. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de invloed van de nabijgelegen 30 km/uur wegen tevens inzichtelijk gemaakt op basis van kaartmateriaal van Omgevingsdienst Zuidoost Brabant. Hieruit volgt dat er ter plaatse van het plangebied een goed woon- en leefklimaat aanwezig is (groen, <48 dB). Een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai is om deze reden niet benodigd, omdat het voldoende aanneembaar dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat.
Uitsnede kaart geluid 2030 (plangebied groen omlijnd) 4.3.3
Railverkeerslawaai
Het plangebied ligt op ongeveer 580 meter van de spoorlijn Best-Eindhoven. Het plangebied is dan ook niet gelegen binnen deze geluidzone. Het aspect railverkeerslawaai is dan ook niet aan de orde voor dit planvoornemen. 4.3.4
Industrielawaai
Het plangebied is niet gelegen binnen een geluidzone van industrie. Het aspect is dan ook niet aan de orde voor dit planvoornemen.
50
vastgesteld VIII De Bergen (St. Catharinastraat 13) Gemeente Eindhoven
4.3.5
Luchtvaartlawaai
Het plangebied ligt op hemelsbreed circa 7 km van de luchthaven Eindhoven. Dit is een militair vliegveld met medegebruik door de burgerluchtvaart (Eindhoven Airport). Vanaf 1 november 2009 geldt de Wet luchtvaart. Deze wet omvat een nieuw stelsel van besluitvorming en normen voor alle luchthavens, met uitzondering van Schiphol. Conform de systematiek van deze wet is voor luchthaven Eindhoven één luchthavenbesluit vastgesteld met een militaire geluidsruimte voor militair vliegverkeer en een burgergeluidsruimte voor het commercieel burgermedegebruik. Het luchthavenbesluit is op 26 september 2014 vastgesteld. Met dit besluit is de 35Ke-geluidszone rond de luchthaven vastgelegd als grens van de geluidsbelasting van het gezamenlijke militaire en civiele vliegverkeer. Het plangebied ligt niet binnen deze vastgestelde geluidszone (35Ke-contour). Deze geluidszone werkt daarom niet belemmerend voor onderhavig plangebied.
4.4
Luchtkwaliteit
4.4.1
Wettelijk kader
Hoofdstuk 5 (met name onder titel 5.2) van de Wet milieubeheer bevat bepalingen over luchtkwaliteit. Dit hoofdstuk voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Het Rijk, provincies en gemeenten werken in het NSL-programma samen aan maatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren. Dit gebeurt zodanig dat voldaan wordt aan de daartoe gestelde normen, ook in gebieden waar nu de normen voor luchtkwaliteit niet worden gehaald (overschrijdingsgebieden). De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Hierdoor kunnen ruimtelijke ontwikkelingen doorgang vinden, terwijl ondertussen maatregelen ter verbetering van de luchtkwaliteit worden uitgevoerd.
Sinds 1 januari 2015 moet voldaan worden aan de Europese grenswaarden: voor stikstofdioxide (NO2) geldt een jaargemiddelde van 40 microgram/m3, voor fijnstof (PM10) geldt een jaargemiddelde van 40 microgram/m3 en een daggemiddelde van 50 microgram/m3. Het daggemiddelde mag jaarlijks maximaal 35 keer worden overschreden. Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt met ingang van 1 januari 2015 een blootstellings-concentratieverplichting van ten hoogste 20 microgram per m3, gedefinieerd als gemiddelde blootstellingsindex. 4.4.2
Besluit niet in betekenende mate bijdragen
In artikel 4 van het 'Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' en de bijlagen van de 'Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' zijn voor bepaalde categorieën projecten grenzen vastgesteld. Op grond daarvan kan worden gesteld dat deze een 'niet in betekenende mate bijdragen' (NIBM) leveren aan de luchtverontreiniging. Deze projecten mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Dit geldt onder andere voor: woningbouwlocaties die niet meer dan 1500 nieuwe woningen omvatten in de situatie met 1 ontsluitingsweg; woningbouwlocaties die niet meer dan 3000 nieuwe woningen omvatten in de situatie met 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling; kantoorlocaties die niet meer dan 100.000 m2 bruto vloeroppervlakte omvatten bij minimaal 1 ontsluitingsweg en kantoorlocaties die niet meer dan 200.000 m2 bruto vloeroppervlakte omvatten bij minimaal 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling. Wanneer projecten wel in betekenende mate bijdragen aan de luchtkwaliteit, dient luchtonderzoek uitgevoerd te worden en moet worden getoetst aan de normen.
vastgesteld VIII De Bergen (St. Catharinastraat 13) Gemeente Eindhoven
51
Samengevat Kort samengevat dienen nieuwe plannen te worden beoordeeld op basis van artikel 5.16 van de Wet milieubeheer. Luchtkwaliteitseisen vormen geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkelingen mits: er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL.
4.4.3
Besluit gevoelige bestemmingen
Met deze Algemene Maatregel van Bestuur wordt de vestiging van zogeheten 'gevoelige bestemmingen' in de nabijheid van provinciale en rijkswegen beperkt. Dit heeft consequenties voor de ruimtelijke ordening. Het 'Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen)' is gebaseerd op artikel 5.16a van de Wet milieubeheer. Het besluit is gericht op de bescherming van mensen met een verhoogde gevoeligheid voor stikstofdioxide en fijnstof. Het gaat met name om kinderen, ouderen en zieken. Het besluit voorziet in zones waarbinnen luchtkwaliteitsonderzoek nodig is als een 'gevoelige bestemmingen' wordt mogelijk gemaakt. Voor rijkswegen geldt een zone van 300 meter aan weerszijden en langs provinciale wegen 50 meter, gemeten vanaf de rand van de weg. De volgende gebouwen met de bijbehorende terreinen zijn aangemerkt als 'gevoelige bestemming': scholen, kinderdagverblijven, en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Het gaat hierbij niet om bestemmingen in de meest enge zin van het woord, maar om alle vergelijkbare functies, ongeacht de exacte aanduiding ervan in bestemmingsplannen en andere besluiten. Van doorslaggevend belang is de (voorziene) functie van het gebouw en het bijbehorende terrein. In de context van dit besluit worden ziekenhuizen, woningen en sportaccommodaties niet als gevoelige bestemming gezien.
In aanvulling op het Besluit gevoelige bestemmingen is er een Brabantse “Handreiking gevoelige bestemmingen luchtkwaliteit” opgesteld (maar in Eindhoven (nog) niet vastgesteld). Deze Handreiking heeft als uitgangspunt geheel nieuwe bestemmingen voor kinderen en ouderen (conform de AmvB gevoelige bestemmingen) niet te situeren binnen 50 meter van de wegrand van drukke gemeentelijke wegen (als eerstelijns bebouwing) of binnen 300 meter van snelwegen, ongeacht de berekende concentraties. 4.4.4
Goede ruimtelijke ordening
Naast toetsing aan de 'Wet luchtkwaliteit' en het 'Besluit gevoelige bestemmingen' dient altijd te worden onderzocht of sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Het principe van een 'goede ruimtelijke ordening' blijft naast toetsing aan de 'Wet luchtkwaliteit' en het 'Besluit gevoelige bestemmingen' onverkort gelden. De Wet ruimtelijke ordening (Wro), art. 3.1, schrijft voor dat een bestemmingsplan moet voldoen aan de criteria voor goede ruimtelijke ordening. Die verplichting heeft in dit verband betrekking op situaties waarop het Besluit gevoelige bestemmingen niet ziet, maar die vanuit het oogpunt van goede ruimtelijke ordening onwenselijk zijn, bijvoorbeeld de bouw van woningen langs een snelweg, of de bouw van een school langs een drukke binnenstedelijke weg. In het algemeen is het verstandig om terughoudend te zijn met de vestiging van gevoelige bestemmingen nabij drukke (snel)wegen. De Gezondheidsraad concludeert niet voor niets dat ook bij concentraties beneden de grenswaarden gezondheidsschade kan optreden.
52
vastgesteld VIII De Bergen (St. Catharinastraat 13) Gemeente Eindhoven
4.4.5
Planbeschrijving en toetsing
Het planvoornemen ziet op de realisatie van maximaal 27 woningen. Op basis hiervan kan worden gesteld, voor zover daarvan al sprake is, dat deze ontwikkeling 'niet in betekenende mate bijdraagt' aan de luchtverontreiniging. Het project mag dan ook zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Aangezien woningen in de zin het Besluit gevoelige bestemmingen niet als een gevoelige bestemming worden gezien, hoeft niet aan dit besluit getoetst te worden. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied bepaald met de monitoringstool van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit. Met behulp van de monitoringstool kan inzicht worden gekregen in de concentraties van de luchtverontreinigende stoffen waarvoor grenswaarden zijn opgenomen in de Wet milieubeheer. Uit de monitoringstool volgt dat ter hoogte van de Mauritsstraat zowel in de huidige situatie als voor 2030 de jaargemiddelde concentraties van NO2 en PM10 onder de grenswaarden van 35 microgram per kubieke meter lucht liggen. Het aantal dagen per jaar dat de etmaalgemiddelde concentratie van PM10 groter is dan 50 microgram per kubieke meter lucht ligt eveneens ruimschoots onder de grenswaarde van 35 dagen per jaar.
De grenswaarde van 25 microgram per kubieke meter lucht als jaargemiddelde concentratie voor PM2,5 wordt eveneens niet overschreden. Uit de monitoringstool blijkt dat de optredende concentraties NO2 en PM10 ter plaatse van het plangebied ruim onder de in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5, titel 5.2) gestelde grenswaarden liggen. Gesteld kan worden dat ter plaatse van het plangebied vanuit het oogpunt van luchtkwaliteit sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Op basis van het voorgaande kan worden geconcludeerd dat het plan ten aanzien van luchtkwaliteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. 4.4.6
Conclusie
Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor dit plan.
4.5
Externe veiligheid
Externe veiligheid gaat over het beperken en beheersen van risico's en effecten van calamiteiten, en over het bevorderen van de veiligheid van personen in de omgeving van activiteiten met gevaarlijke stoffen (inrichtingen, transportroutes en buisleidingen). Dat gebeurt door te voorkomen dat te dicht bij gevoelige bestemmingen activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden, door de zelfredzaamheid te bevorderen en door de calamiteitenbestrijding te optimaliseren. In deze paragraaf wordt ingegaan op externe veiligheid in relatie tot verschillende risicovolle bronnen en/of objecten in en nabij het plangebied. Hierbij wordt ook een beschrijving gegeven van het wettelijk kader op gebied van externe veiligheid. Tot slot wordt het groepsrisico verantwoord in een beknopte verantwoording. 4.5.1
Wettelijk kader
Op nationaal niveau zijn verschillende wetten en regels ten aanzien van externe veiligheid. Voor bedrijven geldt het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi; oktober 2004). Voor transport is het Besluit externe veiligheid transportroutes van toepassing (Bevt; april 2015). Voor buisleidingen moet worden getoetst aan het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb; januari 2011). Bij externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt tussen het Plaatsgebonden risico en het Groepsrisico. vastgesteld VIII De Bergen (St. Catharinastraat 13) Gemeente Eindhoven
53
Plaatsgebonden Risico (PR) Dit is een maat voor de kans dat iemand dodelijk getroffen kan worden door een calamiteit met een gevaarlijke stof. De gestelde norm is een ten minste in acht te nemen grenswaarde (PR 10-6/jr) die niet mag worden overschreden ten aanzien van 'kwetsbare objecten', alsmede een zoveel mogelijk te bereiken richtwaarde (PR 10-6/jr) ten aanzien van 'beperkt kwetsbare objecten'.
Groepsrisico (GR) Dit is een maat voor de kans dat een grotere groep tegelijkertijd dodelijk getroffen kan worden door een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht. 4.5.2
Gemeentelijk beleid: Visie Externe Veiligheid
De Gemeente Eindhoven heeft in mei 2009 de Visie externe veiligheid vastgesteld. Daarin is onder meer vastgelegd hoe in de stad nabij risicobronnen wordt omgegaan met het veilig stellen van een acceptabel niveau voor risico's in het kader van externe veiligheid en de beheersbaarheid ervan. Ook is in de visie voor de gebieden buiten invloedsgebieden van risicobronnen (o.m. het gebied > 200m van de weg) een verantwoording van het groepsrisico uitgewerkt.
In de Visie wordt aangegeven waar ruimte bestaat voor nieuwe risicovolle bedrijvigheid en onder welke veiligheidscondities dat mogelijk is. Tevens wordt aangegeven waar in de stad geïnvesteerd dient te worden in een beter niveau van beheersbaarheid. Tot slot wordt beschreven waar de veiligheid in de bestaande woonomgeving door het treffen 'aanpakken' van bestaande knelpunten kan worden verbeterd.
In de visie is een aantal aanvullende maatregelen bij functies nabij risicobronnen (wonen, werken, recreatie) opgenomen. Om de risico's zo klein mogelijk te houden, komen er aanvullende beschermingsmaatregelen voor de veiligheid van kwetsbare functies in de buurt van risicobronnen.
Nieuwe kwetsbare functies moeten op een afstand van minimaal 30 meter van het spoor en de rijkswegen worden gesitueerd.
In een gebied van 200 meter rondom een risicovolle transportas worden geen functies toegestaan voor personen die verminderd zelfredzaam zijn (zoals kinderdagverblijf, basisschool, bejaardenhuis, verpleeghuis, ziekenhuis e.d.).
De verantwoording van het groepsrisico wordt gedaan door de raad van de gemeente Eindhoven, waarbij een afweging wordt gemaakt tussen het belang van de ruimtelijke ontwikkeling ten opzichte van het risico dat een groep mensen komt te overlijden als gevolg van een ramp of incident met gevaarlijke stoffen.
54
vastgesteld VIII De Bergen (St. Catharinastraat 13) Gemeente Eindhoven
4.5.3
Beoordeling plan
Met de realisatie van het planvoornemen zal de populatiedichtheid in de dag- en nachtperiode afnemen, omdat er naar verwachting een kleine afname plaatsvindt van 29 woonstudio's naar 27 appartementen (voor één- en tweepersoonshuishoudens). De beoogde woningen liggen echter niet binnen een invloedsgebied of plaatsgebonden risicocontour van een buisleiding, een inrichting of transportroute. Externe veiligheid vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
4.6
Duurzaamheid
De ambities van de gemeente op het gebied van duurzaamheid zijn vastgelegd in het raadsprogramma Duurzaamheid. Een duurzame stad is een stad die rekening houdt met de behoeften van de huidige generatie zonder die van toekomstige generaties in gevaar te brengen. Onderstaande tekst legt concreet uit wat we als stad willen en waar dat op gebaseerd is. 1. CO2 reductie Het klimaat verandert door de toegenomen uitstoot van CO2. Dat gaat sneller dan we gedacht hadden. De temperatuur op aarde neemt toe waardoor de weersomstandigheden extremer worden: meer hitte, meer droogte, hevigere neerslag, meer stormen enz. Om de gevolgen van de klimaatverandering beperkt te houden, moet de CO2 uitstoot drastisch dalen. Wereldwijd zijn eind 2015 afspraken gemaakt om te pogen het probleem van klimaatverandering zoveel mogelijk te beperken: het klimaatakkoord van Parijs. Eindhoven onderschrijft dat akkoord door de in 2016 vastgestelde Klimaatverordening040. Hierin is vastgelegd dat de CO2 emissie van de stad teruggedrongen moet worden met 55% in 2030 en 95% in 2050. Referentiepunt daarbij is de emissie in het jaar 1990. De gemeenteraad heeft in het Klimaatplan 2021-2025 de doelstellingen van de klimaatverordening uitgewerkt.