CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1a - Bestemmimgsplan V Tongelre buiten de Ring 2019 (Kalverstraat 72-76)

Raadsvergadering 25 maart 2025, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel gewijzigde vaststelling Bestemmingsplan V Tongelre buiten de Ring 2019 (Kalverstraat 72-76)30.840 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Op de archeologische verwachtingen- en waardenkaart zijn de archeologische waarden en verwachtingen binnen de gemeentegrenzen aangegeven door middel van categorieën (de categorieën 1 tot en met 8). Ter bescherming van de archeologische waarden worden de op dit bestemmingsplangebied van toepassing zijnde categorieën (met uitzondering van categorie 8) op de verbeelding van dit bestemmingsplan opgenomen als dubbelbestemming Waarde – Archeologie. Hieraan zijn per categorie regels gekoppeld. Deze regels geven aan wanneer archeologisch onderzoek verplicht is. (Bouw)werkzaamheden die binnen de in de regels vermelde oppervlakten én diepte vallen worden vrijgesteld van archeologisch onderzoek. Hierdoor kunnen bij ruimtelijke ordeningsprocedures sneller beslissingen worden genomen en kan de archeologie in een vroeg stadium in het proces worden meegenomen. Archeologisch kader De van oorsprong hoger gelegen oude bouwlanden met een dik plaggendek, waaruit een groot deel van het gemeentelijk grondgebied bestond, blijken een goed geconserveerd bodemarchief te herbergen. Maar ook andere landschappelijke eenheden - zoals de nattere beekdalen en de flanken daarvan, de vennen of het ‘restveen’ - blijken vaak een waardevol archeologisch vastgesteld V Tongelre buiten de Ring 2019 (Kalverstraat 72-76) Gemeente Eindhoven

31

gegevensbestand te bevatten. Het gemeentelijk bodemarchief geeft blijk van een bewoningsgeschiedenis van duizenden jaren en herbergt archeologische resten daterend uit de (late) prehistorie, de Romeinse tijd, de vroege middeleeuwen, de late middeleeuwen en nieuwe tijd. Deze gegevens zijn van groot belang voor de reconstructie van het verleden, temeer omdat geschreven bronnen in Eindhoven nagenoeg ontbreken Een bijzondere betekenis heeft de historische kern van Eindhoven, die als stad al in de loop van de late middeleeuwen een belangrijke regionale economische en bestuurlijke rol vervulde. Daarnaast kent de gemeente uit deze periode een aantal (verdwenen) hoeven, kasteeltjes, kerken, (water)molens en dergelijke die zowel archeologisch en cultuurlandschappelijk van hoge waarde zijn. Archeologische waarnemingen binnen en ook buiten de van oorsprong laatmiddeleeuwse historische kernen bieden mogelijkheden om meer te weten te komen over de ontstaansgeschiedenis, ontwikkeling en bewoningsdynamiek tussen de plattelandsdorpen en de stad in wording en kunnen daarmee een verrijking vormen voor de lokale en regionale geschiedenis. Daarnaast zijn in de gemeente resten van ondergronds militair erfgoed te verwachten.

In de Tweede Wereldoorlog lag hier bijvoorbeeld een militair vliegveld (‘Fliegerhorst Eindhoven’) en het grondgebied van de gemeente maakte deel uit van het operatieterrein ‘Market Garden’ van het geallieerde bevrijdingsleger. Op de archeologische verwachtingen- en waardenkaart uit 2022 ligt het plangebied voor het overgrote deel binnen een gebied van categorie 6: ‘gebied met een middelhoge archeologische verwachting’. De bodem onder de bestaande bebouwing heeft geen archeologische verwachting meer, vanwege de aanwezigheid van bebouwing van na 1980. Voor gebieden met een middelhoge archeologische verwachting geldt onderzoeksplicht bij initiatieven met een bodemverstoring groter dan 2500 m2 én dieper dan 30 cm beneden het huidige maaiveld. Voor gebieden zonder archeologische verwachting geldt geen onderzoeksplicht. Bij het bepalen of wordt voldaan aan de vrijstellingsgrenzen, worden de afmetingen in oppervlakte én diepte van het totaal aan verwachte bodemingrepen (voor alle relevante activiteiten, zoals: bouwen, ondergronds slopen, het uitvoeren van werken of werkzaamheden) in het plangebied bij elkaar opgeteld.

Conclusie Omdat de omvang van de te verwachten bodemverstorende activiteiten ten behoeve van de planontwikkeling de vrijstellingsondergrenzen voor archeologie niet zullen overschrijden (het huidige plan gaat uit van een bodemverstoring van 1500 m2), is het uitvoeren van een archeologisch onderzoek in het kader van dit bestemmingsplan niet nodig. Wel dient de dubbelbestemming archeologie behouden te blijven. 3.5.2

Cultuurhistorische waarden

Op 18 maart 2008 is de cultuurhistorische waardenkaart van Eindhoven vastgesteld. De kaart dient als beleidskader om bij ruimtelijke ontwikkelingen in de stad rekening te kunnen houden met de cultuurhistorie van Eindhoven. De kaart geeft, naast rijks- en gemeentelijke monumenten, een overzicht van de historische structuur van wegen en waterlopen, historisch waardevolle stedenbouwkundige en landschappelijke- en groenstructuren, beschermde stadsen dorpsgezichten en monumentale bomen. Bij de samenstelling van de kaart is onder andere gebruik gemaakt van de gegevens van de provinciale cultuurhistorische waardenkaart.

32

vastgesteld V Tongelre buiten de Ring 2019 (Kalverstraat 72-76) Gemeente Eindhoven

uitsnede cultuurhistorische waardenkaart Overeenkomstig de cultuurhistorische waardenkaart van de Gemeente Eindhoven is het te ontwikkelen deel van de locatie onderdeel van “aan de weg gerelateerde bebouwing”. Het betreft hier de “Rondweg”. De aanleg van de rondweg als stedelijke infrastructuur kent een lange geschiedenis (1918-1973). Al in het eerste Algemeen Uitbreidingsplan van Eindhoven (1918, Cuypers en Kooken) wordt deze weg geprojecteerd als verbinding tussen de verschillende stadsdelen (voormalige dorpen). In deze eerste vooroorlogse periode worden diverse fragmenten van de rondweg al gerealiseerd, vaak als onderdeel van een buurt- of wijkontwikkeling aan weerszijden van de rondweg (bijv. Bloemenbuurt). Na de oorlog wordt ingezet op het voltooien van de rondweg. Dat krijgt uiteindelijk zijn beslag met de Berenkuil en omgeving in 1973 in de directe nabijheid van het plangebied. In deze naoorlogse periode wordt aanvankelijk doorgebouwd in de kleinschalige bouwtrant, maar met de gewijzigde inzichten over hoogbouw in de jaren '50 komen ook diverse hogere volumes langs de rondweg (bijv. flats van 3 of 4 woonlagen) tot stand. Sterker nog, aan de rondweg wordt gestreefd naar bebouwingsblokken met een grotere maat, vrije ligging en omgeven door groen om deze belangrijke stedelijke weg de grandeur en allure te geven die het toekomt.

Ook in functie treedt er een verandering en schaalvergroting op. De rondweg doorkruist diverse groene en landschappelijke structuren, o.a. de Genderloop ter hoogte van de Limburglaan en het groene gebied met de lopen van de Dommel en Tongelreep, in de naoorlogse periode verder ingericht als stadsparken (bijv. Stadswandelpark) in overloop naar de Genneper Parken. Deze groene inprikkers rondom de beken vormen van oudsher de markeringen van de grenzen tussen de voormalige dorpen/ huidige stadsdelen en dragen dus in belangrijke mate bij aan herkenbaarheid en het onderscheidende karakter van de verschillende gebieden aan de rondweg. Tenslotte, niet onbelangrijk zijn de kruisingen met de vooroorlogse historische radialen en dorpslinten. Deze vormen ankerpunten aan de rondweg en in het stedelijk weefsel, vooral benadrukt door afwijkende functies, maatvoeringen en verschijningsvormen van de bebouwing ter plaatse. De rondweg is als cultuurhistorisch waardevolle structuur opgenomen op de cultuurhistorische waardenkaart. Daarnaast is de gehele strook langs beide zijden van de rondweg opgenomen als 'aan de weg gerelateerde bebouwing'. De rondweg ontleent zijn waarden namelijk ook aan de directe historische relatie met de aangrenzende bebouwing, groenstructuren e.d.

Karakteristiek zijn de diverse bebouwingsstructuren die in hun maat en schaal, maar ook in hun verschijningsvorm en architectuur een duidelijk weerklank zijn van de tijd waarin ze zijn gerealiseerd. Daarnaast is het ervaren van de groene inprikkers en de openheid vanaf de rondweg een waardevolle karakteristiek. De diversiteit van de bebouwing en de afwisseling in gebiedstypen- en karakters (woningen, bedrijvigheid afgewisseld met groene structuren) langs de rondweg, ingegeven door zijn verbindingsfunctie tussen de stadsdelen, lange ontwikkelingsgeschiedenis en het nog altijd dynamische karakter van ontwikkeling aan de rondweg, vormen de belangrijkste kenmerken van de rondweg als cultuurhistorisch waardevolle structuur. Bovendien is de rondweg als voltooide structuur een 'latent monument' vastgesteld V Tongelre buiten de Ring 2019 (Kalverstraat 72-76) Gemeente Eindhoven

33

van de stedelijke infrastructuur in Nederland. Mede dankzij zijn lange ontwikkelingsgeschiedenis (1918-1973) staat de rondweg ook symbool voor de groei van de stad Eindhoven in diezelfde periode en de veranderende ideeën over stedelijke ontwikkeling, infrastructuur/autogebruik en hoogbouw die in die periode dominant waren. Diverse gebouwen, objecten en structuren langs de rondweg zijn van cultuurhistorische waarde. Daarnaast zijn diverse gebouwen aan de rondweg aangewezen als gemeentelijk monument of rijksmonument. Het tracé van de rondweg is afdoende geborgd met de hoofdbestemming verkeer. Voor de waardering van de locatie is het navolgende van belang. De herkenbaarheid van de historische wegenstructuur wordt in belangrijke mate bepaald door de bebouwing. Oorspronkelijk was er een verspreide bebouwing tussen de stad en de dorpen en de buurtschappen. Door de industrialisatie, bevolkingsgroei en urbanisatie vindt van de tweede helft van de 19e eeuw tot ca 1920 geleidelijk een verdichting plaats. Karakteristiek is de perceelsgewijze opbouw, pand voor pand. De typologie van deze lintbebouwing was gevarieerd en kleinschalig, buiten de stad overwegend een laag met kap, incidenteel afgewisseld met hogere panden. Voor de herkenbaarheid van de historische ontwikkeling is behoud van deze karakteristiek van belang.

In de positionering, vormgeving, oriëntatie en volume zal hiermee rekening moeten worden gehouden. Wat het aspect cultuurhistorie betreft is in het bestemmingsplan Tongelre buiten de Ring 2019 een uitgebreide beschouwing opgenomen, waaruit blijkt dat de locatie geen bijzondere cultuurhistorische aspecten kent, die vaststelling van het bestemmingsplan c.q. de oprichting van het hiermee samenhangende bedrijfsgebouw in de weg zouden staan. Het te amoveren bijgebouw is vanuit cultuurhistorisch perspectief niet waardevol. Gezien het voorgaande heeft cultuurhistorie geen belemmeringen voor onderhavig planvoornemen.

3.6

Verkeer en parkeren

3.6.1

Eindhoven op weg

De mobiliteitsvisie 'Eindhoven op Weg' is in 2013 door de gemeenteraad vastgesteld en recent geactualiseerd (Actualisatie Eindhoven op weg 2022). Hierin is het verkeersbeleid voor de komende decennia (planhorizon 2040) vastgelegd. Deze visie vormt het bestuurlijke beleidskader voor alle verkeers- en mobiliteitsopgaven. In de volgende paragrafen zijn de essentiële elementen voor het plangebied beschreven. Autoverkeer De wegencategorisering is in Eindhoven op Weg geactualiseerd. Er is een nieuwe tussencategorie opgenomen ten opzichte van de vorige wegencategorisering: de zogenaamde 'wijk- en buurtontsluitingsweg'. Kernmerkend voor het plangebied is de directe ligging aan de Kalverstraat en daarmee aan de Isulindelaan, onderdeel van de Eindhovense binnenring. Daarmee is sprake van een goede bereikbaarheid van de locatie.

34

vastgesteld V Tongelre buiten de Ring 2019 (Kalverstraat 72-76) Gemeente Eindhoven

afbeelding : Regio en Randweg/automobilist (Eindhoven op weg) Fietsverkeer De gemeente Eindhoven wil het gebruik van de fiets stimuleren. In de mobiliteitsvisie 'Eindhoven op Weg' is een fietsnetwerk opgenomen dat bestaat uit drie soorten fietsroutes. In volgorde van belangrijkheid; snelfietsroutes, primaire fietsroutes en secundaire fietsroutes. Deze fietsroutes zijn weergegeven in onderstaande afbeelding. De Kalverstraat is hierbij gekenschetst aks secundaire fietsroute. Secundaire fietsroutes hebben geen specifieke inrichtingseisen, maar worden wel gekenmerkt door een of andere vorm van fietsvoorzieningen. Dat kunnen vrijliggende of aanliggende fietspaden zijn, maar ook fietsstroken of fietssuggestiestroken.

Afbeelding : Regio en Randweg / Fietser (Eindhoven op weg) Openbaar vervoer Eindhoven op Weg gaat uit van twee netwerken voor het openbaar vervoer: een Hoogwaardig Openbaar Vervoer netwerk (HOV-netwerk) en een netwerk van ontsluitende buslijnen. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van het HOV-netwerk. Wel ligt de spoorlijn direct naast het plangebied.

vastgesteld V Tongelre buiten de Ring 2019 (Kalverstraat 72-76) Gemeente Eindhoven

35

afbeelding : Stadsdelen en Ring / (H)OV reiziger (Eindhoven op weg) Autoparkeren De ruimte in de stad is beperkt en kostbaar. De gemeente moet dan ook de schaarse ruimte efficiënt gebruiken. Daarom worden bij een plan eisen aan het aantal te realiseren parkeerplaatsen gesteld. Bij besluit van 17 mei 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders de Nota Parkeernormen 2016 vastgesteld. Hierin zijn normen vastgelegd voor parkeren. Deze nota is in 2024 voor de tweede keer geactualiseerd door de Nota Parkeernormen 2024. In bijlage 1 is de parkeerbalans opgenomen. De bestaande parkeerbehoefte van 24 plaatsen dient voor de ontwikkeling te worden uitbreid met 12 plaatsen. Uit onderstaande tekening blijkt dat aan de parkeeropgave ruimschoots kan worden voldaan in het plangebied. Qua fietsparkeren dient te worden voorzien in 60 plaatsen, hetgeen wordt opgelost in een hiervoor te realiseren voorziening.

36

vastgesteld V Tongelre buiten de Ring 2019 (Kalverstraat 72-76) Gemeente Eindhoven

3.6.2

Cultuurhistorische waarden

Op 18 maart 2008 is de cultuurhistorische waardenkaart van Eindhoven vastgesteld. De kaart dient als beleidskader om bij ruimtelijke ontwikkelingen in de stad rekening te kunnen houden met de cultuurhistorie van Eindhoven. De kaart geeft, naast rijks- en gemeentelijke monumenten, een overzicht van de historische structuur van wegen en waterlopen, historisch waardevolle stedenbouwkundige en landschappelijke- en groenstructuren, beschermde stadsen dorpsgezichten en monumentale bomen. Bij de samenstelling van de kaart is onder andere gebruik gemaakt van de gegevens van de provinciale cultuurhistorische waardenkaart. Overeenkomstig de cultuurhistorische waardenkaart van de Gemeente Eindhoven kent de locatie geen bijzondere cultuurhistorische waarde. Binnen Gestel is rondom de Hoogstraat een hoge herkenbaarheid wat betreft het prestedelijk landschap aanwezig. Van dit lintdorp is de openbare ruimte dusdanig ingericht dat het historische en dorpse karakter goed tot zijn recht komt. Zuidelijker hiervan ligt een van het historisch lint met middel herkenbaarheid. Noordelijker ligt eveneens een onderdeel van het lint met middel herkenbaarheid. Ook een gebied rond het laatste deel van de Hoogstraat richting de Mauritsstraat heeft een middel herkenbaarheid.

Dit gebied is aan verkaveling en wegenstructuur, heel plaatselijk aan bebouwing, nog herkenbaar als prestedelijke 'voorstad' van Eindhoven. Daarnaast heeft het Dommelplantsoen, aangelegd vanaf eind jaren '20 en eind jaren '50, met een gecultiveerd deel in het noorden en een ruiger deel in het zuiden, aansluitend op de bestaande landschappelijke situatie, ook een hoge herkenbaarheid (een hoge waarde). Gezien het voorgaande heeft cultuurhistorie geen belemmeringen voor onderhavig planvoornemen.

3.7

Groen

3.7.1

Groenbeleidsplan 2017

In januari 2017 is een actualisatie van het Groenbeleidsplan door de gemeenteraad vastgesteld. Dit Groenbeleidsplan 2017 is gemaakt met de veranderende rol van de overheid in het achterhoofd. Het voorziet in vier sporen "het verhaal van de stad", wat de waarde van groen is, welke ambitie de gemeente daarmee heeft en het daadwerkelijke groenbeleid. De doelen van het Groenbeleidsplan 2017 zijn:

richting geven aan ontwikkelingen en ambities formuleren; faciliteren van de ontwikkeling van Eindhoven als gezonde, klimaatadaptieve en groene stad om zo de vitaliteit en het welzijn van haar bewoners naar een hoger plan te kunnen brengen; aanknopingspunten bieden voor beheer en inrichting; groen en groenontwikkelingsmogelijkheden voor Eindhoven duurzaam veiligstellen waar het moet en flexibiliteit bieden waar het kan; partners in de stad inspireren en stimuleren: inwoners, bedrijfsleven, kennis- en onderwijsinstellingen en overheid. Het Groenbeleidsplan 2017 blijft van kracht tot de gemeenteraad anders beslist; het streven is een geldigheid van 10 jaar of langer. Het plan heeft in principe betrekking op al het groen van Eindhoven, dus niet alleen het groen in eigendom van de gemeente. Omdat niet al het groen bescherming krijgt door een specifieke groenbestemming en de gemeente enkel directe invloed heeft op haar eigen eigendommen, is niet al het groen automatisch beschermd. In het Groenbeleidsplan 2017 zijn onder andere procesafspraken genoemd die een relatie hebben met een ruimtelijke procedure.

Het betreft een procesafspraak over groenplannen bij ontwikkeling van gebouwen of gebieden en de procesafspraak over de groenregelingen voor bomen (Verordening Bomen en Nadere regels bomen) en de Regeling vastgesteld V Tongelre buiten de Ring 2019 (Kalverstraat 72-76) Gemeente Eindhoven

37

Groencompensatie-fonds. De genoemde groenplannen dienen een toelichting van de groene inrichting van een ontwikkeling te geven. Behoud van het bestaande groen is het uitgangspunt, evenals het (door)ontwikkelen van de groene kwaliteiten waar nodig. Het Groenbeleidsplan 2017 geeft in een kaart met zes ruimtelijke strategieën de kaders voor de ruimtelijke ontwikkeling in relatie tot groen.

ruimtelijke strategieënk aart groenbeleidsplan 2017 Dit bestemmingsplan is gelegen binnen de strategie 'Stad, groen beeldbepalend'. Het betreft gebieden waar groen en rood met elkaar verweven zijn, vaak gelegen aan de periferie van de stad. Uitgangspunt voor deze gebieden is het behouden en ontwikkelen van het bijzondere groene karakter. Beleidsregel groencompensatie Op 13 maart 2018 is de 'Regeling Groencompensatiefonds' vastgesteld. Bij deze regeling hoort de 'Beleidsregel Groencompensatie'. Deze beleidsregel is bedoeld als afwegingskader bij aanvragen voor (ruimtelijke) ontwikkelingen die kunnen leiden tot aantasting van groen. Bij aantasting en verlies van groen is compensatie vereist, de Beleidsregel geeft hiervoor de richtlijnen. Plangebied : beoordeling bureau Ecologica Door bureau Ecologica is gekomen tot een onderzoeksrapportage “Quickscan in het kader van de Wet natuurbescherming en ecologische waardebepaling groen” (d.d. 28 april 2021, projectnummer P 2021/38), hier opgenomen als bijlage 6. Hierin wordt ten aanzien van het op de locatie aanwezige groen opgemerkt : Het groen in het plangebied is in het gemeentelijk groenbeleidsplan aangemerkt als ´groenwaarde hoog´ en is gelegen in een groenarm gebied. De waarde hoog is toegekend aan de hoofdgroenstructuur inclusief de fijnmazige dooradering. Daarnaast is het groen aangemerkt als beeldbepalend groen.

Na overleg tussen opdrachtgever en de gemeente is door de gemeente is aangegeven dat er een bomeninventarisatie dient plaats te vinden incl. een waardebepaling en een Bomen Effect Analyse (BEA) om te bepalen wat de kwaliteit van de bomen is en wat de impact van de werk zaamheden zal zijn op de bomen. Een Bomen effect analyse maakt geen onderdeel uit van dit deze notitie. 38

vastgesteld V Tongelre buiten de Ring 2019 (Kalverstraat 72-76) Gemeente Eindhoven

De waardebepaling groenwaarde ‘hoog’ zoals aangegeven in het groenbeleidsplan moet geheel vanuit menselijk oogpunt worden bezien. De natuurwaarde is immers zeer gering. Het betreft voor een groot deel uitheemse dennen en bodembedekkend cultuurgroen in de vorm van onder meer coniferen, klimop en mahonie. Gezien de uitermate sterke verstoring als gevolg van de zeer drukke Insulindelaan en spoorlijn en de beperkte aanwezigheid van bloemen is het groen ook van beperkt belang voor in de omgeving voorkomende fauna. De opslag van boswilg op het talud tussen het plangebied en de weg heeft een grotere natuurwaarde; met name voor voorjaarsactieve bijen. Deze wilgen zijn waarschijnlijk slechts aanwezig gezien het steile talud wat maaien en andere beheerswerkzaamheden bemoeilijkt. Vanuit de lager gelegen Insulindelaan zijn alleen de buitenste, meer westelijke, dennen zichtbaar. Deze blijven in de plannen behouden. Vanuit ecologisch oogpunt zijn er geen dringende redenen voor behoud van de aanwezige aanplant en kan deze goed worden vervangen door vergelijkbaar en meer waardevolle soorten en cultivars. Verplanting van de aanwezige Pinus-bomen lijkt gezien de grootte van circa 8 meter niet haalbaar. Pinus-soorten hebben over het algemeen een diepgaande hoofdwortel met ver uittrekkende zijwortels wat verplanten van grotere bomen weinig kansrijk maakt.

Conclusie en aanbevelingen Het aanwezige cultuurgroen wordt als ecologisch weinig waardevol ingeschat gezien de locatie, aanwezige soorten en beperkte dracht. Plangebied : Bomen Effect Analyse (BEA) Door Soontiens boomverzorging is gekomen tot een Bomen Effect Analyse (BEA) van de in het plangebied aanwezig bomen. Deze is neergelegd in de hier als bijlage 2 opgenomen rapportage van 27 september 2023.

bomeninventarisatie Op basis van een bomeninventarisatie is gekomen tot onderstaande samenvattende conclusie: Uit het onderzoek is gebleken dat de bomen een gemiddelde levensverwachting hebben van 10-15 jaar, en enkele een levensverwachting van minder dan 5 jaar. De bomen hebben een vastgesteld V Tongelre buiten de Ring 2019 (Kalverstraat 72-76) Gemeente Eindhoven

39

overmatige begroeiing van Hedera (klimop) op de stam en in de kroon en zijn achterstallig wat betreft de onderhoudstoestand. Boom 1, 2, 3 ,6 ,7 ,8 ondervinden negatieve effecten van de geplande bouwwerkzaam-heden en k unnen hierdoor niet duurzaam behouden blijven. Boom 4, 5, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16 ondervinden geen negatieve effecten van de bouwwerkzaamheden en kunnen duurzaam behouden blijven, mits de boombeschermende maatregelen worden nageleefd. De begroeiing van klimop dient te worden verwijderd om verdere achteruitgang van de conditie van de bomen te voorkomen. Genoemde boombeschermende maatregelen zullen bij de planrealisatie worden uitgevoerd. De invulling van de locatie na realisatie van de uitbreiding is opgenomen in het als bijlage bij de regels opgenomen groenplan en in de regels van dit bestemmingsplan middels een voorwaardelijke verplichting geborgd. 3.7.2

Verordening bomen 2024

In de Verordening bomen 2024 is de bescherming van bomen geregeld, doordat voor het kappen van bomen een omgevingsvergunning nodig is. Daarbij kan ook nog worden gezorgd voor herplant van de te kappen bomen (compensatieplicht). De verordening bevat regels over hoe wordt omgegaan met overlast door bomen, de compensatieplicht bij kap, de indieningvereisten bij een vergunningaanvraag, de beoordeling (weigeringsgronden) van een kapaanvraag en het aanbrengen van verlichting in bomen. Conform de verordening is een vergunning voor kappen van bomen binnen de bebouwingscontour nodig voor:

bomen/houtopstand vanaf 45 cm stamomtrek op 1.30 meter hoogte; het snoeien van het kroonvulume of wortelgestel van een boom of houtopstand van minimaal 45 cm stamomtrek op 130 centimeter hoogte met meer dan 30%; het verplanten van een boom/houtopstand vanaf 45 cm stamomtrek op 1.30 meter hoogte; een houtopstand of boom met een stamnomtrek van minimaal 45 cm op 130 centimeter hoogte die voor de eerste keer wordt teruggesnoeid tot op de hoofdtakken of stam; een houtopstand, ongeacht de stamomtrek, die is aangelegd op grond van een herplant-, compensatie en/of instandhoudingsplicht op grond van artikel 6 of een overeenkomst met het college; het voorhanden of in voorraad hebben dan wel het vervoeren van een gekapte houtopstand of delen ervan met een plantenziekte is, voor zover deze plantenziekte zich kan verspreiden een vergunning nodig. Groene kaart Er is een groene kaart waarop ter informatie het volgende is aangegeven:

Groenstructuur van de gemeente Eindhoven (groene wiggen, groene dooradering en hoofgroenstructuur); Groenarme gebieden; Centrumgebied; Bebouwdingscontour houtkap als bedoeld in artikel 5.165b Besluit kwaliteit leefomgeving; gemeentelijke waardevolle bomen en monumentale bomen. De informatie op de groene kaart is nodig om: Te duiden waar de waardevolle bomen staan; Te duiden waar de monumentale bomen staan; Inzicht te geven in de Bebouwingscontourgrens; Inzicht te geven in de gebieden waar een compensatiefactor geldt in het geval financiële compensatie aan de orde is, het centrumgebied en de groenarme gebieden.

Om de kaart actueel te houden wordt de informatie over de bomen op de kaart en de 40

vastgesteld V Tongelre buiten de Ring 2019 (Kalverstraat 72-76) Gemeente Eindhoven

kadastrale situatie op de kaart, zeer frequent bijgewerkt. Zo blijft de kaart up-to-date en betrouwbaar voor zowel interne als externe gebruikers. Compensatieplicht bomen Door het kappen van bomen gaat groen verloren. Het weggevallen groen moet in beginsel worden gecompenseerd. Aan een omgevingsvergunning voor het kappen van een houtopstand (bomen) kunnen voorschriften worden verbonden. Onder andere kan een compensatieplicht worden opgelegd. In de Nadere regels Verordening bomen 2024 is bepaald wanneer een compensatieplicht ontstaat en hoe die wordt bepaald. Nadere regels voor compensatie De Verordening is uitgewerkt in nadere regels voor compensatie, zoals op 9 juli 2024 in werking getreden. Het college mag op basis van de Verordening Bomen 2024 compensatie opleggen zoals uitgewerkt in de 'Nadere regels compensatieplicht Verordening bomen 2024'. Plangebied Wat de bomen in het plangebied betreft kan worden verwezen naar de hiervoor genoemde Bomen Effecten Analyse. Voorafgaand aan de realisatie van de bebouwing zal door ontwikkelaar worden geborgd dat de invloed van eventuele bouwwerkzaamheden op de omliggende bomen geminimaliseerd wordt.

3.8

Kabels, leidingen

Planologisch relevante leidingen dienen in het bestemmingsplan te worden bestemd. Tevens moeten relevante zones worden aangegeven, waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. Planologisch relevante leidingen zijn leidingen waarin de navolgende producten worden vervoerd:

gas, olie, olieproducten, chemische producten, vaste stoffen/goederen; aardgas; defensiebrandstoffen; warmte en afvalwater, ruwwater of halffabricaat voor de drink- en industriewatervoorziening met een diameter groter of gelijk aan 18 inch. Daarnaast moeten optisch vrije paden in het bestemmingsplan worden opgenomen. Binnen het plangebied liggen geen hoofdtransportleidingen en straalpaden die vanuit ruimtelijk oogpunt relevant zijn voor verwerking in het bestemmingsplan. Binnen het plangebied bevinden zich geen onder- of bovengrondse hoogspanningsleidingen. Ook in de nabijheid van het plangebied ontbreken dergelijke leidingen. In het plangebied bevinden zich belangrijke transportriolen en een waterleiding, waarvoor zakelijk recht is gevestigd voor de gemeente Eindhoven respectievelijk Brabant Water. Een dergelijk recht is er voor dit perceel ook voor KPN en Enexis, t.a.v. respectievelijk dataverkeer en gas.

3.9

Explosieven

Aan de hand van uitgebreid historisch archiefonderzoek is voor Eindhoven geïnventariseerd welke locaties mogelijk kans hebben op de aanwezigheid van niet gesprongen conventionele explosieven (zogenaamde blindgangers). Voor de gebieden die 'explosieven-verdacht' zijn wordt een nader onderzoek gewenst geacht. Uit zo'n nader onderzoek moet dan blijken of een feitelijk explosieven onderzoek nodig is. Doordat de geallieerden dwars door Eindhoven zijn getrokken naar Son en er over en weer is geschoten met artillerie, is het nooit helemaal uit te sluiten dat er explosieven worden aangetroffen bij de grondwerkzaamheden. vastgesteld V Tongelre buiten de Ring 2019 (Kalverstraat 72-76) Gemeente Eindhoven

41

Een deel van de locatie is verdacht voor niet gesprongen explosieven. Het betreft gedumpte klein kalibermunitie, handgranaten, geweergranaten, munitie voor granaatwerpers en munitietoebehoren. Op basis van de luchtfoto’s zijn verdachte gebieden afgebakend. Voorafgaand aan werkzaamheden in dit gebied is aanvullend onderzoek naar niet gesprongen explosieven om die reden noodzakelijk.

Conclusie is dat het aspect CE de totstandkoming van dit bestemmingsplan niet in de weg staat, mits voormeld onderzoek voorafgaand aan uitvoering van de werkzaamheden in het gebied wordt uitgevoerd.

42

vastgesteld V Tongelre buiten de Ring 2019 (Kalverstraat 72-76) Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 4

Milieuparagraaf

4.1

M.e.r.-beoordeling

4.1.1

Wettelijk kader

Met een milieueffectrapportage (m.e.r.) worden de milieugevolgen van een plan in beeld gebracht. De m.e.r. is gebaseerd op Europese regelgeving. In Nederland is de m.e.r. geregeld in de Wet milieubeheer (Wm) en in het Besluit m.e.r.. De Wm gaat vooral in op de procedure en de inhoudsvereisten. In het Besluit m.e.r. is geregeld in welke gevallen een m.e.r. moet worden opgesteld. Bij het Besluit m.e.r. is een bijlage opgenomen waarin de criteria voor een m.e.r.-plicht (onderdeel C) en een m.e.r.-beoordelingsplicht (onderdeel D) staan. Een beoordelingsplicht houdt in dat moet worden nagegaan of er sprake is van (mogelijke) belangrijke milieugevolgen. Als deze niet kunnen worden uitgesloten, dan geldt een m.e.r.-plicht. De onderdelen C en D zijn onderverdeeld in 4 kolommen:

Kolom 1: de activiteit zelf Kolom 2: drempelwaarden activiteit Kolom 3: de kaderstellende plannen (zoals een bestemmingsplan) Kolom 4: de besluiten De drempelwaarden van activiteiten die zijn opgenomen in onderdeel D zijn indicatief. Indien een activiteit wordt genoemd in onderdeel D, maar beneden de drempelwaarde van kolom 2 valt, moet een vormvrije m.e.r.-beoordeling plaatsvinden. Dit geldt zowel voor kaderstellende plannen, zoals een bestemmingsplan, als voor besluiten. In dit kader is 11.2 van onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r. van belang. Het gaat daarbij om D 11.2: de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen." 4.1.2

Geen stedelijke ontwikkelingsproject

Uit de jurisprudentie volgt dat of er sprake is van een (wijziging van een) stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van Besluit m.e.r afhangt van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als aard, omvang en locatie van de voorziene wijzigingen van de stedelijke ontwikkeling een rol spelen. Hieronder wordt ingegaan op deze aspecten. Het planvoornemen betreft de realisatie van circa 1500 m2 bedrijfsbebouwing op een locatie met bestaande bedrijfsbestemming. Het bouwvolume komt overeen met de bestaande bebouwing in het plangebied en met directe omgeving van het plangebied. Het plangebied is gelegen in stedelijk gebied nabij de rondweg. Een dergelijke stedelijke ontwikkeling past daardoor goed in het aanwezige stedelijke woonmilieu. Het planvoornemen zal wat betreft verkeer aansluiten op de aanwezige infrastructuur. De infrastructuur heeft voldoende capaciteit en hoeft hierdoor niet worden opgeschaald. Het toekomstige verkeer gaat op in het heersende verkeersbeeld. Het plangebied is daarom goed bereikbaar. De parkeerbehoefte die deze ontwikkeling met zich mee brengt wordt op eigen terrein opgelost. Tenslotte wordt nog opgemerkt dat de uitgevoerde onderzoeken (bodem, flora & fauna, geluid vastgesteld V Tongelre buiten de Ring 2019 (Kalverstraat 72-76) Gemeente Eindhoven

43

en water) aantonen dat het realiseren van deze bedrijfsbebouwing op de locatie voldoet aan de wettelijke eisen vanuit milieuoogpunt. De verrichte onderzoeken onderstrepen de conclusie dat geen sprake is van aanzienlijke milieueffecten. 4.1.3

Conclusie

Hieruit kan worden geconcludeerd dat geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit m.e.r. Een vormvrije m.e.r.-beoordeling is daardoor niet van toepassing.

4.2

Bedrijven en milieuzonering

Om te komen tot een ruimtelijk relevante toetsing van bedrijfsvestigingen op milieuhygiënische aspecten wordt milieuzonering gehanteerd. Hieronder wordt verstaan een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds milieubelastende bedrijven of inrichtingen en anderzijds milieugevoelige gebieden zoals woongebieden. Om milieuzonering hanteerbaar te maken wordt gebruik gemaakt van de Staat van bedrijfsactiviteiten zoals die is opgenomen in de VNG - brochure 'Bedrijven en milieuzonering', editie 2009. De gebruiksfunctie van het plangebied zal niet wijzigen. Enkel is sprake van een beperkte toename van het bebouwd oppervlak. Het plan zal niet zorgen voor een verslechtering van het woon- en leefklimaat binnen en in de omgeving van het plangebied. Evenmin brengt het planvoornemen een verslechtering teweeg voor de niet-woonfuncties. Conform de planregels zijn bij de functieaanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - 2' ook nieuwe bedrijven in categorie 3.1 of 3.2 toegestaan. Bij gemend gebied is hier sprake van een minimale richtafstand van 50 meter. De dichtstbijzijnde gevel van een woning, gemeten vanaf de grens van de bedrijfsbestemming is ongeveer 50,5 meter. Aan de richtafstand wordt dus voldaan. Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt dus geen belemmering voor de ontwikkeling. Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor onderhavig bestemmingsplan.

4.3

Geluid

4.3.1

Normstelling en geluidsbronnen

De normstelling voor geluid is geregeld in de Wet geluidhinder, de Wet milieubeheer en de Wet luchtvaart. Het betreft normen voor industrielawaai, weg- en railverkeerslawaai en luchtvaartlawaai. Er wordt uitgegaan van voorkeursgrenswaarden, waarvan met ontheffing tot een bepaald maximum in een aantal gevallen mag worden afgeweken. 4.3.2

Wegverkeerslawaai

Langs alle wegen bevinden zich als gevolg van de Wet geluidhinder geluidzones, met uitzondering van woonerven en 30 km/h-gebieden. Binnen de geluidzone van een weg moet de geluidsbelasting aan de gevel van nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen aan bepaalde wettelijke normen voldoen. Het bestemmingsplan voorziet niet in de bouw van nieuwe geluidgevoelige bestemmingen, zodat geen akoestisch onderzoek naar geluidbelastingen ten gevolge van het wegverkeerslawaai noodzakelijk is. 4.3.3

Railverkeerslawaai

Het plan ligt in de zone van de spoorlijn Eindhoven-Boxtel, met een zonebreedte aan weerszijden daarvan van 600 meter. Het bestemmingsplan voorziet echter niet in de bouw van nieuwe geluidgevoelige bestemmingen, zodat geen akoestisch onderzoek naar geluidbelastingen ten gevolge van het railverkeerslawaai noodzakelijk is.

44

vastgesteld V Tongelre buiten de Ring 2019 (Kalverstraat 72-76) Gemeente Eindhoven

4.3.4

Industrielawaai

Het bestemmingsplan voorziet echter niet in de bouw van nieuwe geluidgevoelige bestemmingen, zodat geen akoestisch onderzoek naar geluidbelastingen ten gevolge van het industrielawaai noodzakelijk is. 4.3.5

Luchtvaartlawaai

Het plangebied niet binnen de vastgestelde geluidszone (35Ke-contouren. Luchtvaartlawaai werkt derhalve niet belemmerend voor onderhavig plangebied en is onderzoek op dit onderdeel niet aan de orde.

4.4

Luchtkwaliteit

4.4.1

Wettelijk kader

Hoofdstuk 5 (met name onder titel 5.2) van de Wet milieubeheer bevat bepalingen over luchtkwaliteit. Dit hoofdstuk voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Het Rijk, provincies en gemeenten werken in het NSL-programma samen aan maatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren. Dit gebeurt zodanig dat voldaan wordt aan de daartoe gestelde normen, ook in gebieden waar nu de normen voor luchtkwaliteit niet worden gehaald (overschrijdingsgebieden). De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Hierdoor kunnen ruimtelijke ontwikkelingen doorgang vinden, terwijl ondertussen maatregelen ter verbetering van de luchtkwaliteit worden uitgevoerd. Sinds 1 januari 2015 moet voldaan worden aan de Europese grenswaarden: voor stikstofdioxide (NO2) geldt een jaargemiddelde van 40 microgram/m3, voor fijnstof (PM10) geldt een jaargemiddelde van 40 microgram/m3 en een daggemiddelde van 50 microgram/m3. Het daggemiddelde mag jaarlijks maximaal 35 keer worden overschreden. Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt met ingang van 1 januari 2015 een blootstellings-concentratieverplichting van ten hoogste 20 microgram per m3, gedefinieerd als gemiddelde blootstellingsindex. 4.4.2

Besluit niet in betekenende mate bijdragen

In artikel 4 van het 'Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' en de bijlagen van de 'Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' zijn voor bepaalde categorieën projecten grenzen vastgesteld. Op grond daarvan kan worden gesteld dat deze een 'niet in betekenende mate bijdragen' (NIBM) leveren aan de luchtverontreiniging. Deze projecten mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Dit geldt onder andere voor:

kantoorlocaties die niet meer dan 100.000 m2 bruto vloeroppervlakte omvatten bij minimaal 1 ontsluitingsweg en kantoorlocaties die niet meer dan 200.000 m2 bruto vloeroppervlakte omvatten bij minimaal 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling. Wanneer projecten wel in betekenende mate bijdragen aan de luchtkwaliteit, dient luchtonderzoek uitgevoerd te worden en moet worden getoetst aan de normen. Kort samengevat dienen nieuwe plannen te worden beoordeeld op basis van artikel 5.16 van de Wet milieubeheer. Luchtkwaliteitseisen vormen geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkelingen mits:

er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL. vastgesteld V Tongelre buiten de Ring 2019 (Kalverstraat 72-76) Gemeente Eindhoven

45

4.4.3

Besluit gevoelige bestemmingen

Naast toetsing aan de 'Wet luchtkwaliteit' en het 'Besluit gevoelige bestemmingen' dient altijd te worden onderzocht of sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Het principe van een 'goede ruimtelijke ordening' blijft naast toetsing aan de 'Wet luchtkwaliteit' en het 'Besluit gevoelige bestemmingen' onverkort gelden. De Wet ruimtelijke ordening (Wro), art. 3.1, schrijft voor dat een bestemmingsplan moet voldoen aan de criteria voor goede ruimtelijke ordening. Die verplichting heeft in dit verband betrekking op situaties waarop het Besluit gevoelige bestemmingen niet ziet, maar die vanuit het oogpunt van goede ruimtelijke ordening onwenselijk zijn, bijvoorbeeld de bouw van woningen langs een snelweg, of de bouw van een school langs een drukke binnenstedelijke weg. In het algemeen is het verstandig om terughoudend te zijn met de vestiging van gevoelige bestemmingen nabij drukke (snel)wegen. De Gezondheidsraad concludeert niet voor niets dat ook bij concentraties beneden de grenswaarden gezondheidsschade kan optreden. 4.4.4

Planbeschrijving en toetsing

Dit bestemmingsplan maakt circa 1.500 m2 bedrijfsbebouwing mogelijk. Hierbij zal gezien de aard van de bebouwing en de ligging geen sprake zijn van specifiek milieubelastende bedrijvigheid. Aldus is qua luchtkwaliteit een vergelijking te maken met de nieuwbouw van een kantoorlocatie. Uitgaande van een bebouwing als voormeld anderzijds een NIBM ondergrens voor kantoorontwikkeling van 100.000 m2 kan ten deze zonder nader onderzoek worden vastgesteld dat geen sprake is van een 'in betekende mate' project. 4.4.5

Conclusie

De vaststelling van dit bestemmingsplan niet leidt tot een overschrijding van de luchtkwaliteitseisen. Luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor dit plan.

4.5

Externe veiligheid

Externe veiligheid gaat over het beperken en beheersen van risico's en effecten van calamiteiten, en over het bevorderen van de veiligheid van personen in de omgeving van activiteiten met gevaarlijke stoffen (inrichtingen, transportroutes en buisleidingen). Dat gebeurt door te voorkomen dat te dicht bij gevoelige bestemmingen activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden, door de zelfredzaamheid te bevorderen en door de calamiteitenbestrijding te optimaliseren. In deze paragraaf wordt ingegaan op externe veiligheid in relatie tot verschillende risicovolle bronnen en/of objecten in en nabij het plangebied. Hierbij wordt ook een beschrijving gegeven van het wettelijk kader op gebied van externe veiligheid. 4.5.1

Wettelijk kader

Op nationaal niveau zijn verschillende wetten en regels ten aanzien van externe veiligheid. Voor bedrijven geldt het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi; oktober 2004). Voor transport is het Besluit externe veiligheid transportroutes van toepassing (Bevt; april 2015). Voor buisleidingen moet worden getoetst aan het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb; januari 2011). Bij externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt tussen het Plaatsgebonden risico en het Groepsrisico. Plaatsgebonden risio een maat voor de kans dat iemand dodelijk getroffen kan worden door een calamiteit met een gevaarlijke stof. De gestelde norm is een ten minste in acht te nemen grenswaarde (PR 10-6/jr) die niet mag worden overschreden ten aanzien van 'kwetsbare objecten', alsmede een zoveel mogelijk te bereiken richtwaarde (PR 10-6/jr) ten aanzien van 'beperkt kwetsbare 46

vastgesteld V Tongelre buiten de Ring 2019 (Kalverstraat 72-76) Gemeente Eindhoven

objecten'; Groepsrisico een maat voor de kans dat een grotere groep tegelijkertijd dodelijk getroffen kan worden door een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht.

4.5.2

Gemeentelijke Visie externe veiligheid

De Gemeente Eindhoven heeft in mei 2009 de Visie externe veiligheid vastgesteld. Daarin is onder meer vastgelegd hoe in de stad nabij risicobronnen wordt omgegaan met het veilig stellen van een acceptabel niveau voor risico's in het kader van externe veiligheid en de beheersbaarheid ervan. Ook is in de visie voor de gebieden buiten invloedsgebieden van risicobronnen (o.m. het gebied > 200m van het spoor) een verantwoording van het groepsrisico uitgewerkt. 4.5.3

Het plangebied

Hieronder wordt beschreven welke risicovolle inrichtingen in of nabij het gebied liggen, of er vervoer van gevaarlijke stoffen in het gebied plaatsvindt en of er risicovolle buisleidingen liggen. In of nabij het plangebied zijn geen voor het aspect externe veiligheid relevante inrichtingen gelegen. wegen Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van een gemeentelijke weg waarover gevaarlijke stoffen vervoerd worden, namelijk de Insulindelaan (200 meter). In 2010 is een onderzoek uitgevoerd naar de externe veiligheidsrisico's van bulktransport over gemeentelijke wegen binnen Eindhoven (“Transport Gevaarlijke stoffen door de Gemeente Eindhoven: SRE Milieudienst, 25 oktober 2010, Rapportnr. 491815-491816). Hieruit blijkt dat er voor de gemeentelijke wegen geen plaatsgebonden risicocontouren (10-6/jaar) worden berekend. Verder is het groepsrisico onder de oriëntatiewaarde en worden er geen ontwikkelingen mogelijk gemaakt waarbij (beperkt) kwetsbare objecten gerealiseerd kunnen worden met onderhavig plan. Hierbij is de standaardverantwoording uit de “Visie externe veiligheid – 2009” van toepassing.

Spoor Het plan ligt grotendeels binnen het invloedsgebied van het spoor. Het betreft hier zowel de trajecten Eindhoven - Venlo als Eindhoven - Roermond. De gemeente Eindhoven heeft in de vastgesteld V Tongelre buiten de Ring 2019 (Kalverstraat 72-76) Gemeente Eindhoven

47

“Visie externe veiligheid - Risico's de maat genomen, 2009” een zone van 200 meter rond transportroutes, waarover gevaarlijke stoffen vervoerd worden, aangewezen waarin rekening gehouden moet worden met de gevaren hiervan. Deze zone is, zoals ook in het bestemmings Tongelre buiten de Ring 2019 opgenomen in de regels en op de verbeelding van dit bestemmingsplan. Op grond van het Besluit externe veiligheid transportroutes dient een verantwoording van het groepsrisico te worden doorlopen. Binnen de gemeente Eindhoven is voor het gehele grondgebied een groepsrisicoverantwoording gedaan voor plannen vanaf 200 meter van de transportassen. Aangezien het plan ook binnen de 200 meter van het spoor valt wordt voor dit gedeelte de verantwoording doorlopen in paragraaf 4.5.4.. Binnen het plangebied liggen geen buisleidingen die bescherming behoeven in het kader van externe veiligheid. Hoogspanningsleidingen gaan gepaard met magnetische velden. Met het oog op gezondheidsrisico's wordt uit voorzorg geadviseerd om bij bovengrondse hoogspanningsleidingen geen nieuwe gevoelige bestemmingen binnen de 0,4 micro-teslazone toe te staan. Binnen het plangebied bevinden zich geen onder- of bovengrondse hoogspanningsleidingen. Ook in de nabijheid van het plangebied ontbreken dergelijke leidingen. Het plangebied is gelegen op circa 8,5 km van de luchthaven Eindhoven.

Dit is een militair vliegveld met medegebruik door de burgerluchtvaart (Eindhoven Airport). Vanaf 1 november 2009 geldt de Wet luchtvaart. Conform de systematiek van deze wet is voor luchthaven Eindhoven één luchthavenbesluit vastgesteld op 26 september 2014. In het kader van dit luchthavenbesluit is een milieueffectrapportage uitgevoerd. In het Milieueffectrapport Militair Luchtvaartterrein Eindhoven (MER) zijn onder andere de gevolgen voor geluid, de luchtkwaliteit en externe veiligheid weergegeven voor de maximaal mogelijke gebruiksruimte van de luchthaven. Het aanwijzingsbesluit komt overeen met planalternatief 2 uit het MER. Uit de rapportage blijkt dat het plangebied buiten de 10-6 contour van het vliegveld is gelegen. Het plangebied ondervindt dan ook geen belemmeringen als gevolg van de externe veiligheid van luchthaven Eindhoven. 4.5.4

Verantwoording groepsrisico

Bij het vaststellen van het bestemmingsplan dient het groepsrisico te worden verantwoord door de gemeenteraad. Daarbij wordt een afweging gemaakt tussen het belang van een ruimtelijke ontwikkeling en het risico dat een groep mensen komt te overlijden als gevolg van een ramp of incident met gevaarlijke stoffen. Standaard verantwoording groepsrisico bij minder dan 50 woningen langs lokale wegen in de zone van 0 tot 200 m. Dit bestemmingsplan maakt geen woningen mogelijk. Hieronder volgt dan ook deze standaard verantwoording. Binnen zone van 0 tot 200 m zijn de blootstelling aan brandbare gassen (BLEVE) en toxische gassen de bepalende scenario's. Uitgaande van de diverse elementen van de verantwoordingsplicht leidt dit tot het volgende standaard externe veiligheidsadvies:

De “Beleidsregels bluswatervoorzieningen en bereikbaarheid gemeente Eindhoven” zijn van toepassing. De ontvluchtingsrichting vanuit het bouwwerk moet van de risicobron af gericht zijn. Eigenaren van bouwwerken moeten, indien van toepassing, ontruimingsafspraken maken met de gebruikers daarvan. Er is geen specifiek verzoek om advies van de Veiligheidsregio noodzakelijk. Wel moet een kopie van het advies naar de Veiligheidsregio worden toegezonden. Nabij het plangebied lopen twee spoortrajecten waarover gevaarlijke stoffen vervoerd worden. Dit zijn de trajecten Eindhoven-Venlo en Eindhoven-Roermond. De gevaarlijke stoffen die hierover vervoerd worden zijn in onderstaande tabel weergeven. 48

vastgesteld V Tongelre buiten de Ring 2019 (Kalverstraat 72-76) Gemeente Eindhoven

In verband hiermee zijn op de verbeelding twee aanduidingen opgenomen die een beperking inhouden van de gebruiksmogelijkheden van het betreffende gebied nabij het spoor : 5.1 veiligheidszone - invloedgebied Ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - invloedsgebied' zijn geen nieuwe gebouwen toegestaan die zijn bestemd voor het verblijf, al dan niet gedurende een gedeelte van de dag, van groepen verminderd zelfredzame personen. Daartoe behoren in ieder geval (psychiatrische) ziekenhuizen, bejaardenhuizen en verpleeghuizen, basisscholen, sociale werkplaatsen, of gebouwen of gedeelten daarvan bestemd voor dagopvang van minderjarigen. Het wijzigen van bestaande gebouwen voor het gebruik voor verminderd zelfredzame personen is eveneens niet toegestaan. 5.2 veiligheidszone – plasbrand aandachtsgebied Binnen de gebiedsaanduiding 'veiligheidszone - plasbrand aandachtsgebied' zijn geen nieuwe kwetsbare objecten toegestaan. Daarnaast is wijziging van gebruik van beperkt kwetsbaar naar kwetsbaar niet toegestaan. Wat betreft de beoordeling van het groepsrisico is gekomen tot een memo van Antea groep d.d. 27 oktober 2023, hier opgenomen als bijlage 3. Het groepsrisico wordt bepaald per kilometer route en vergeleken met de oriëntatiewaarde. Deze waarde helpt het bevoegd gezag bij de afweging of de kans op een ramp opweegt tegen het maatschappelijk voordeel van het voorgenomen besluit.

Het begrip oriëntatiewaarde houdt in dat het bevoegd gezag gemotiveerd kan besluiten een hogere kans op een ramp te accepteren. Antea groep geeft in dit memo het navolgende aan : Spoorlijn Eindhoven – Roermond • Het groepsrisico van de spoorlijn bevindt zich onder de oriëntatiewaarde en neemt niet significant toe ten gevolge van de ontwikkeling. Spoorlijn Eindhoven – Venlo • Het groepsrisico van de spoorlijn bevindt zich onder de oriëntatiewaarde en neemt niet significant toe ten gevolge van de ontwikkeling.De reden waarom het groepsrisico voor beide spoorlijnen gelijk is komt doordat het punt met het hoogste groepsrisico bij station Eindhoven ligt. Op dit deel van het traject zijn voor zowel de spoorlijn Eindhoven – Roermond als voor de spoorlijn Eindhoven – Venlo de transportaantallen nog gelijk. De splitsing van de trajecten vind pas na het punt met het hoogste groepsrisico plaats. In het kader van het aspect “goede ruimtelijke ordening kan wat betreft de mogelijkheden tot bestrijdbaarheid worden vastgesteld :

Bereikbaarheid: Het gehele gebied is goed bereikbaar. Bluswater: Het aanwezige bluswater voldoet aan de beleidsregels 'Bluswater en bereikbaarheid'. Brandweerzorg: De Veiligheidsregio heeft 24-uurs post gerealiseerd op het TUE terrein samen met de aanwezige bedrijfsbrandweer. Hierdoor is de opkomsttijd in het plangebied sneller. In juni 2020 is vanuit de gemeente Eindhoven door de adviseur externe veiligheid geadviseerd: Het betreft een omzetting van een fietsenstalling naar k antoor van max 500 m2. Het betreft in dit geval het realiseren van een beperkt kwetsbaar object. Het object ligt binnen de 30 meter van het spoor en hiermee in het plasbrandaandachtsgebied (PAG). Het object ligt niet binnen het plaatsgebonden risicocontour. In de visie vastgesteld V Tongelre buiten de Ring 2019 (Kalverstraat 72-76) Gemeente Eindhoven

49

externe veiligheid is aangegeven dat beperkt kwetsbare objecten binnen de 30 meter van het spoor mogelijk is als de zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid en bereikbaarheid op orde is. In een kantoor kunnen personen als zelfredzaam worden aangemerkt. Conform artikel 10 van het Besluit externe veiligheid transportroutes dient expliciet de reden vermeld te worden die er toe hebben geleid om een beperkt kwetsbaar object binnen het PAG te situeren. Daarnaast dienen de gevels binnen het PAG te voldoen aan afdeling 2.16 van het Bouwbesluit 2012. Dit houdt o.a. in dat de wanden 60 minuten brandwerend moeten zijn en vluchtroutes niet in het PAG mogen zijn gesitueerd. Daarnaast moet advies van de Veiligheidsregio te worden verkregen en dient een berekening groepsrisico en verantwoording groepsrisico te worden opgesteld. Conclusie: de ontwikkeling is onder bovengenoemde voorwaarde mogelijk. Op 27 januari 2021 is vanuit de gemeente Eindhoven door de adviseur externe veiligheid aangegeven dat zijn advies hetzelfde blijft mits de bebouwing niet groter wordt dan 1.500 m2 BVO. De reden om het nieuwe bedrijfsgebouw binnen het PAG te realiseren is gelegen in de wens om samen met het bestaande gebouw te komen tot de campusinvulling als in deze toelichting in hoofdstuk 2 is beschreven.

In aanvulling op het vorenstaande is bij schrijven van 21 september 2023 het advies van de Veiligheidsregio Brabant Zuid Oost ontvangen, dat hier als bijlage 4 is opgenomen. De hierin geadviseerdeaanvulling op de regels van dit bestemmingsplan is in de regels verwerkt. Gelet op het vorenstaande wordt het groepsrisico aanvaardbaar geacht. Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.

4.6

Duurzaamheid

4.6.1

Gemeentelijke ambities

De ambities van de gemeente op het gebied van duurzaamheid zijn vastgelegd in het raadsprogramma Duurzaamheid. Een duurzame stad is een stad die rekening houdt met de behoeften van de huidige generatie zonder die van toekomstige generaties in gevaar te brengen. Onderstaande tekst legt concreet uit wat we als stad willen en waar dat op gebaseerd is. Het klimaat verandert door de toegenomen uitstoot van CO2. Dat gaat sneller dan we gedacht hadden. De temperatuur op aarde neemt toe waardoor de weersomstandigheden extremer worden: meer hitte, meer droogte, hevigere neerslag, meer stormen enz. Om de gevolgen van de klimaatverandering beperkt te houden, moet de CO2 uitstoot drastisch dalen. Wereldwijd zijn eind 2015 afspraken gemaakt om te pogen het probleem van klimaatverandering zoveel mogelijk te beperken: het klimaatakkoord van Parijs. Eindhoven onderschrijft dat akkoord door de in 2016 vastgestelde Klimaatverordening040. Hierin is vastgelegd dat de CO2 emissie van de stad teruggedrongen moet worden met 55% in 2030 en 95% in 2050. Referentiepunt daarbij is de emissie in het jaar 1990. In januari 2017 heeft de gemeenteraad in het Klimaatplan 2016-2020 de doelstellingen van de klimaatverordening uitgewerkt. 1A) Aardgasloze warmte Om de vereiste 95% reductie in CO2 uitstoot te realiseren is op termijn een volledig aardgasloze verwarming van de gebouwde omgeving noodzakelijk.

We zetten daar als gemeente op in en dit is nadrukkelijk ook het Rijksbeleid. Per 1 juli 2018 is de Wet voortgang energietransitie in werking getreden. Te bouwen bouwwerken (in gewone taal: nieuwbouw) voor kleinverbruikers – woningen, winkels, kantoren – mogen niet langer worden aangesloten op aardgasnetten. Daarnaast streeft de gemeente er nadrukkelijk naar te voorkomen dat 50

vastgesteld V Tongelre buiten de Ring 2019 (Kalverstraat 72-76) Gemeente Eindhoven

ALLE nieuwe ontwikkelingen nog op aardgas worden aangesloten. In het Klimaatplan 2016-2020 heeft de gemeenteraad vastgelegd dat 'zoveel mogelijk voorkomen moet worden dat nieuwbouw nog wordt aangesloten op aardgas'. Het is voor bouwers en ontwikkelaars verstandig om zich te realiseren dat aardgas uitgefaseerd zal gaan worden en ook daar waar het nog niet wettelijk is bepaald nu al aardgasloos te bouwen of in ieder geval zodanig dat een alternatieve warmtevoorziening in de toekomst zonder grote ingrepen mogelijk is. 1B) Duurzame mobiliteit Om de vereiste 95% reductie in CO2 uitstoot in 2050 te bereiken, is een volledig CO2-emissievrije mobiliteit noodzakelijk. Dit betekent dat op termijn voertuigen op fossiele brandstoffen (benzine, diesel en LPG) volledig zullen verdwijnen en vervangen zullen worden door emissievrije voertuigen (elektrisch, waterstof of anderszins). Naast emissievrije voertuigen, willen we ook minder voertuigen in het centrum van de stad om daarmee de leefbaarheid in onze groeiende stad overeind te houden. Dat betekent meer ruimte voor fietsen, wandelen smart mobility concepten, met een belangrijke rol voor autodelen, autonoom rijden en slimme openbaar vervoerconcepten.

1C) Warmte- en energiebesparing Om tot een reductie van 95% CO2 uitstoot te komen in 2050 moeten we naast het dichtdraaien van de aardgaskraan, het overgaan op emissievrije mobiliteit en het zoveel mogelijk duurzaam opwekken, ook naar grote besparingen in energie en warmte. Dit kan door isolatie, mogelijkheden voor opslag, innovatieve technieken enz. 1D Duurzame energieopwekking Naast de reductie in CO2, willen we als stad ook graag in 2045 energieneutraal zijn. Dat betekent dat de hoeveelheid energie die we dan als stad gebruiken, bij voorkeur binnen de grenzen van stad of regio duurzaam opgewekt wordt. Om dit te realiseren is het noodzakelijk dat alle kansen voor duurzame opwekking genomen worden. Met name op gebied van zonne-energie zijn er kansen in Eindhoven. 2. Circulaire economie Circulaire economie is een economisch systeem dat bedoeld is om de herbruikbaarheid van producten en grondstoffen te maximaliseren en waardevernietiging te minimaliseren. We willen een afvalloze stad worden waar producten in gesloten technologische en biologische kringlopen gebruikt worden. (Grond)stoffen, materialen en producten die we gebruiken hebben geen negatieve effecten op mens en milieu, niet bij winning of productie, niet bij transport of gebruik en dus ook niet aan het einde van de levensduur.

In ons plan van aanpak CE 2018-2020 hebben we de rijksambitie om in 2050 een circulaire economie te hebben onderschreven net als de ambitie om in 2030 50% minder primaire grondstoffen te gebruiken. 2A) Duurzame materialen Materialen die in gesloten kringlopen steeds weer opnieuw gebruikt kunnen worden zonder schadelijke gevolgen voor mens of natuur, of die biologisch afbreekbaar zijn, zijn duurzame materialen. 2B) Geen afval In 2020 willen we 0% restafval hebben. In eerste instantie geldt deze ambitie voor het huishoudelijk afval maar uiteindelijk voor alle afval. 2C) Flexibel en demontabel bouwen Om te voorkomen dat gebouwen afgebroken moeten worden, moet bij het ontwerp al rekening gehouden worden met de flexibiliteit en demonteerbaarheid van het gebouw. 2D) Deeleconomie/as a service concepten De deeleconomie biedt een nieuw model voor consumptie en bezit. In plaats van telkens vastgesteld V Tongelre buiten de Ring 2019 (Kalverstraat 72-76) Gemeente Eindhoven

51

nieuwe goederen aan te schaffen, kunnen we de spullen die we al bezitten delen en zo beter benutten. Betalen voor vervoer, verlichting, werkruimte enz. voorkomt dat we zelf voertuigen, lampen, stoelen enz. moeten bezitten. Door diensten als een service aan te bieden en niet als een product, kunnen ze efficiënter gebruikt worden en blijft de verantwoordelijkheid voor het (hergebruik van het) product bij de leverancier. 3 Natuur Eindhoven de groenste! Groene daken en gevels, biodiversiteit, klimaatadaptatie (het wordt steeds warmer en natter), stadslandbouw en aantrekkelijk groen voor recreatie, ontspanning en bewegen. Hoe dragen nieuwe en herontwikkelingen in Eindhoven hieraan bij? Brengt het schade toe aan bestaande natuur of biedt het kansen voor toevoeging/uitbreiding? 3A) Biodiversiteit Om biodiversiteit te behouden wordt op Europees niveau gewerkt aan een duurzaam ecologisch netwerk van grote natuurgebieden met goede verbindingen. Ook in Eindhoven willen we ecologische versnippering in onze stad tegen gaan. 3B) Oppervlakte groen We willen geen verlies van groen in de openbare ruimte en daar waar mogelijk het groen versterken, ook op of aan onze gebouwen. 4 Sociale basisbehoeften The Natural Step neemt de 9 menselijke behoefte van Manfred Max Neef als uitgangspunt.

Omdat het hier om ruimtelijke projecten en activiteiten gaat, richten wij ons op de ruimtelijke component van deze basisbehoeften. We hebben het dan over klimaatadaptatie; gezonde lucht, bodem en water; beperkte geluidsoverlast; externe veiligheid; openbare ruimte om te ontmoeten en bewegen; bereikbaarheid van voorzieningen en het betrekken van bewoners bij projecten. Daarnaast spelen de sociale menselijke basisbehoeften wel een rol bij de aanschaf van materialen en diensten (we willen dat er maatschappelijk verantwoord ingekocht wordt). 4A) Klimaatdaptatie Extreme regen en onweersbuien, hittegolven en droogte komen steeds vaker voor. In het Klimaatplan 2016-2020 is de ambitie opgenomen dat de gemeente Eindhoven in 2020 klimaatrobuust handelt en dat de gehele stad in 2050 klimaatrobuust is. Met de beleidsregel 'Klimaatrobuust' beogen we in Eindhoven risico op schade in de nabije toekomst te beperken. Nieuwe (her)inrichtingen en ruimtelijke ontwikkelingen in de openbare en de private ruimte, waarbij de gemeente een rol heeft, worden voortaan aan de hand van deze beleidsregel ontwikkeld. We hanteren als uitgangspunt de voorkeursvolgorde gebruiken, vasthouden (infiltreren), vertragen en afvoeren van hemelwater. Groene maatregelen worden hierbij beloond met een lagere bergingsnorm en dragen tevens bij aan het voorkomen van hittestress.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15096505/2