Bijlage 1a - Bestemmimgsplan V Tongelre buiten de Ring 2019 (Kalverstraat 72-76)
Tekst van het document
Vastgesteld bestemmingsplan
V Tongelre buiten de Ring 2019 (Kalverstraat 72-76)
Januari 2025
V Tongelre buiten de Ring 2019 (Kalverstraat 72-76)
Inhoudsopgave Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding
7
1.1
Aanleiding
7
1.2
Het plangebied
7
1.3
Vigerend plan
7
1.4
Leeswijzer
8
Hoofdstuk 2 Beschrijving plangebied
9
2.1
Historisch perspectief
9
2.2
Stedenbouwkundige structuur
11
2.3
Projectprofiel
13
Hoofdstuk 3 Uitgangspunten, randvoorwaarden en beleidskader
17
3.1
Inleiding
17
3.2
Rijksbeleid
17
3.3
Provinciaal beleid
22
3.4
Gemeentelijk beleid
25
3.5
Archeologische en cultuurhistorische waarden
30
3.6
Verkeer en parkeren
34
3.7
Groen
37
3.8
Kabels, leidingen
41
3.9
Explosieven
41
Hoofdstuk 4 Milieuparagraaf
43
4.1
M.e.r.-beoordeling
43
4.2
Bedrijven en milieuzonering
44
4.3
Geluid
44
4.4
Luchtkwaliteit
45
4.5
Externe veiligheid
46
4.6
Duurzaamheid
50
4.7
Bodem
53
4.8
Natuur
55
Hoofdstuk 5 Waterparagraaf
59
5.1
Inleiding
59
5.2
Beleid
59
5.3
Eindhovense klimaattoets
63
5.4
Beschrijving watersysteem plangebied van de huidige situatie
66
5.5
Toekomstige situatie van het watersysteem
67
5.6
Afspraken waterschap
68
Hoofdstuk 6 Juridische vormgeving
71
6.1
71
2
Algemeen
vastgesteld V Tongelre buiten de Ring 2019 (Kalverstraat 72-76) Gemeente Eindhoven
6.2
Planmethodiek
71
6.3
Verbeelding
71
6.4
Planregels
71
Hoofdstuk 7 Handhaving
73
7.1
Algemeen
73
7.2
Handhaving
74
Hoofdstuk 8 Financiële aspecten
77
Hoofdstuk 9 Procedure en maatschappelijke uitvoerbaarheid
79
9.1
Bekendmaking ex artikel 1.3.1. Bro
79
9.2
Overleg ex artikel 3.1.1 Bro
79
9.3
Inspraak
79
9.4
Zienswijzen
79
Bijlagen bij toelichting
81
Regels
83
Hoofdstuk 1 Inleidende regels
85
Artikel 1
Begrippen
85
Artikel 2
Wijze van meten
93
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels
95
Artikel 3
Bedrijf
95
Artikel 4
Leiding - Leidingstrook
97
Artikel 5
Waarde - Archeologie 6
99
Hoofdstuk 3 Algemene regels
101
Artikel 6
Anti-dubbeltelregel
101
Artikel 7
Algemene aanduidingsregels
103
Artikel 8
Algemene afwijkingsregels
105
Artikel 9
Overige regels
107
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels
109
Artikel 10
Overgangsrecht
109
Artikel 11
Slotregel
111
Bijlagen bij regels
113
Bijlage 1
Staat van bedrijfsactiviteiten
114
Bijlage 2
Groenplan
127
Bijlage 3
Ontwerp nieuw tracé riolering
142
vastgesteld V Tongelre buiten de Ring 2019 (Kalverstraat 72-76) Gemeente Eindhoven
3
4
vastgesteld V Tongelre buiten de Ring 2019 (Kalverstraat 72-76) Gemeente Eindhoven
Toelichting
vastgesteld V Tongelre buiten de Ring 2019 (Kalverstraat 72-76) Gemeente Eindhoven
5
6
vastgesteld V Tongelre buiten de Ring 2019 (Kalverstraat 72-76) Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding
Aanleiding en doel van dit bestemmingsplan is de uitbreiding van de bestaande bebouwingsmogelijkheden met gelijkblijvend bedrijfsmatig gebruikskader van een locatie aan Kalverstraat te Eindhoven. Het project bestaat uit de realisatie van een bedrijfsgebouw met een bruto vloeroppervlak van maximaal van 1500 m2 ter vervanging van een bestaande fietsenstalling annex opslaggebouw. Dit bestemmingsplan is aldus opgesteld en voorziet in een passende juridische en planologische regeling om de ontwikkeling mogelijk te maken.
1.2
Het plangebied
De bebouwing binnen het plangebied zal deels worden geamoveerd en de locatie (kadastraal bekend gemeente Tongelre sectie F nummer 1580) zal worden bebouwd met het project. De locatie ligt tussen Insulindelaan (binnenring) in het westen, de spoorlijn Eindhoven-Weert in het noorden, de Kalverstraat in het zuiden en de Hofstraat in het oosten.
plangebied
1.3
Vigerend plan
Het bestemmingsplan Tongelre buiten de Ring 2019 (onherroepelijk, vastgesteld 26-11-2019) wordt voor wat betreft het plangebied vervangen door het bestemmingsplan “V Tongelre buiten de Ring 2019 (Kalverstraat 72-76)”. Hieronder is opgenomen een gedeelte van de plankaart (verbeelding) van het bestaande bestemmingsplan met daarin het plangebied. Het plangebied kende de enkelbestemming “bedrijf, welke bestemming met dit nieuwe bestemmingsplan niet wordt gewijzigd. Er is hier slechts sprake van een tweede bouwvlak in het westelijk deel van het plangebied. vastgesteld V Tongelre buiten de Ring 2019 (Kalverstraat 72-76) Gemeente Eindhoven
7
uitsnede verbeelding vigerend bestemmingsplan
1.4
Leeswijzer
Het bestemmingsplan “V Tongelre buiten de Ring 2019 (Kalverstraat 72-76)” bestaat uit een digitale en analoge verbeelding (plankaart) met de daarbij behorende regels. De verbeelding vormt samen met de regels het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. Bij het bestemmingsplan is een toelichting gevoegd. In de toelichting wordt aangegeven waarom het bestemmingsplan is opgesteld en welke afwegingen hebben plaatsgevonden in het kader van een goede ruimtelijke ordening. De toelichting bestaat uit negen hoofdstukken. Na deze inleiding volgt hoofdstuk 2 met de beschrijving van de bestaande situatie in het plangebied en een beschrijving van het project en de randvoorwaarden. Hoofdstuk 3 bevat de uitgangspunten bij, de randvoorwaarden voor en het beleidskader voor de opstelling van het voorliggende bestemmingsplan. Hoofdstuk 4 geeft inzicht in de relevante milieuaspecten. Hoofdstuk 5 bevat de waterparagraaf. De juridische vormgeving van het bestemmingsplan is beschreven in hoofdstuk 6. Handhaving komt in hoofdstuk 7 aan de orde. De financiële uitvoerbaarheid is beschreven in hoofdstuk 8 en hoofdstuk 9 gaat ten slotte in op de gevolgde en te volgen procedure inclusief de maatschappelijke uitvoerbaarheid. (met name de resultaten van het gevoerde overleg en de samenspraak/inspraak). Naast de digitale versie is er tevens een papieren versie van het bestemmingsplan beschikbaar.
De digitale versie is juridisch bindend.
8
vastgesteld V Tongelre buiten de Ring 2019 (Kalverstraat 72-76) Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 2
2.1
Beschrijving plangebied
Historisch perspectief
Eindhoven Eindhoven is ontstaan op het punt waar de riviertjes de Dommel en de Gender bij elkaar komen. In 1232 kreeg de nederzetting stadsrechten, maar tot het begin van de 19e eeuw blijft de stad klein en heeft deze slechts een beperkte regionale betekenis. Door de aanleg van het Eindhovens Kanaal in 1846 wordt de economische reikwijdte van de stad vele malen groter. De aanleg van de spoorlijn in 1866 versterkt dat proces. Naast de opkomst van de grotere industrieën zoals de textiel aan de randen van de stad, is er ook een opleving van de bedrijvigheid in kleinere industrieën zoals de tabaksverwerking, leerlooierijen, brouwerijen en hoedenmakerijen. In 1874 wordt de stad daartoe uitgebreid met delen van Woensel en Tongelre. In 1891 vestigt Philips zich met een gloeilampenfabriek in het pand Emmasingel 31. Gaandeweg koopt Philips veel grond om naast de fabrieken ook woningbouw en allerlei maatschappelijke en culturele voorzieningen voor haar werknemers te kunnen bouwen. Om de snelle groei die de stad doormaakt te accommoderen worden in 1920 de dorpen Stratum, Strijp, Gestel, Tongelre en Woensel toegevoegd aan de stad. Van een verzameling dorpen groeit Eindhoven zo uit tot een industriële stad, waar de oude dorpslintstructuur nog goed in de huidige stadsplattegrond is terug te vinden.
centrumgebied Eindhoven rond 1850 Om de nieuwe relatie tussen de dorpen en de stad te verbeteren, worden in de loop der tijd verschillende uitbreidingsplannen gemaakt. In alle plannen is de vraag of en zo ja hoe de binnenstad vergroot moet worden, hoe de verkeersfuik van het noord-zuidverkeer in en door het centrum opgelost kan worden en tenslotte, hoe er een structurele verbinding gelegd kan worden tussen de dorpen en de binnenstad. Het meest bekende plan dat gemaakt is, is van de planoloog De Casseres in 1929, dat uitgaat van eerdere plannen, maar waarin de verkeerscirculatie nog verder is verbeterd. Het duurt echter tot na de 2e Wereldoorlog voordat de belangrijkste onderdelen van dit plan, namelijk de Rondweg en haar radiale ontsluitingswegen van en naar het centrum, worden gerealiseerd. In de Tweede Wereldoorlog wordt de binnenstad van Eindhoven meerdere keren getroffen door bombardementen. De Wederopbouwplannen hebben enerzijds herstel van deze schade en opbouw van de stad tot doel, anderzijds wordt de vooroorlogse ambitie om het verkeer rondom en naar de binnenstad te verbeteren voortgezet, samen met hoe de binnenstad vergroot kan worden. De grootste ingreep die gedaan wordt is het aanleggen van het hoog spoor in noordelijke richting.
Daardoor wordt een deel van Woensel bij de binnenstad gevoegd en ontstaat er een langgerekte zone direct naast het hoog spoor, waar ruimte is voor nieuwe vastgesteld V Tongelre buiten de Ring 2019 (Kalverstraat 72-76) Gemeente Eindhoven
9
grootstedelijke functies zoals een modern station, een stadspostkantoor, warenhuizen en kantoren. Tevens maakt het hoog spoor een einde aan de barrière tussen het centrum en het stadsdeel Woensel. Dit betekent een grote verbetering voor het doorgaande verkeer in de noord-zuidrichting. De bereikbaarheid van de binnenstad wordt vergroot door het completeren van de binnenring. Vanaf 1961 is Eindhoven qua inwonertal de vijfde stad van Nederland en gaat de verkeersafwikkeling met de opkomst van de auto een bepalende rol spelen in de stadsontwikkeling. Verkeer i.c.de auto wordt als stimulans voor de groei van de stad gezien en als middel om grote functies in de binnenstad te faciliteren. In het midden van de jaren '80 neemt de ruimte en de dominantie van de industrie op de stad af. Dit is vooral merkbaar in het centrum. Leegstaande bedrijfs- en industriegebouwen worden gesloopt of hergebruikt. De gerenoveerde bedrijfsgebouwen bieden plek aan de opkomende creatieve- en kennisindustrie. Bekende voorbeelden hiervan zijn de Witte Dame, de Lichttoren en het gebied Strijp S. Meer en meer wordt duidelijk dat een prettig (be)leefbare stad, die ruimte biedt aan wonen, winkelen, werken, horeca en leisure van groot belang is voor de aantrekkingskracht van Eindhoven.
Het verbeteren en verdichten van de binnenstad wordt daarmee een belangrijk doel, mede in verband met de positie van de stad als 'hart' van de regio Zuidoost Brabant, beter bekend als Brainport. Het plangebied en haar omgeving Kenmerkend voor het plangebied is de ligging in de wijk “Tongelre” nabij de binnenring/rondweg en de spoorlijn Eindhoven-Weert. Tongelre was vroeger een overwegend agrarisch gebied. Dit is goed te zien aan de bewaard gebleven karakteristieke boerderijen aan de Doolstraat, de Loostraat, 't Hofke en de Urkhovenseweg.
plangebied en omgeving circa 1900 Historisch was Tongelre minder verbonden met Eindhoven dan de andere gemeenten die in 1920 bij Eindhoven werden gevoegd. Het behoorde voor de 19e eeuw tot het kwartier van Peelland en had niet dezelfde heerlijkheidsrelaties met de Prins van Oranje. De dorpskern werd gevormd door 't Hofke, nog steeds herkenbaar aan o.a. de St. Martinuskerk en het oude raadhuis. Vanaf 't Hofke waaierden verbindingswegen uit naar Woensel, Nuenen, Geldrop en Stratum. De verbinding met Eindhoven liep vroeger via Stratum en Klein Tongelre. In 1872 werd de huidige Tongelresestraat vanaf de Geldropseweg aangelegd, die ter hoogte van de Kievitlaan aansloot op het oude tracé. In de tweede helft van de 19e eeuw, ontstond aan de oostzijde van het centrumgebied van Eindhoven een concentratie van industrie, voornamelijk in het gebied rond het havenhoofd en de Tongelresestraat dat toen nog tot de gemeente Stratum behoorde. Deze industrialisatie werd mogelijk gemaakt door de aanleg van het Eindhovens Kanaal in 1846 en de spoorlijnen naar Venlo in 1866 en naar Weert in 1913. 10
vastgesteld V Tongelre buiten de Ring 2019 (Kalverstraat 72-76) Gemeente Eindhoven
Door de industrialisatie ontstond er ook meer woonbebouwing in deze omgeving, hoewel de uitbreiding in Tongelre beperkt bleef en pas tot ontwikkeling kwam nadat fabrikanten zich gingen vestigen aan de Parklaan, wat het begin vormde van villapark Tongelre. Het Uitbreidingsplan voor Groot Eindhoven van Cuypers en Kooken uit 1918 voorzag in een Ringweg en nieuwe wijken tussen de radialen, maar ook na de annexatie met Eindhoven in 1920 bleef de stadsuitbreiding in Tongelre vooral beperkt tot het gebied binnen de huidige Ring. Een voorbeeld van de sociale woningbouw uit de twintiger jaren is het gebied Lakerlopen. Een uitbreidingsplan van de stedenbouwkundige De Casseres verscheen in 1930, waarvan het plan de Doornakker nog vóór 1940 werd gerealiseerd. Verder bestond de woningbouw in de dertiger jaren vooral uit middenstandswoningen. Een belangrijk project uit deze periode was de aanleg van het zwembad De IJzeren Man in 1929. Na de Tweede Wereldoorlog ontstaat er in het kader van de wederopbouw wederom een bouwhausse. Bijzonder daarbij zijn de zogenaamde 'zelfbouwwoningen' nabij de Melkweg. Philips bouwt Oostenrijkse woningen in de Generaal Bothastraat en omgeving en een Zweeds dorp bij de Javalaan (inmiddels verdwenen) en er worden noodwoningen gerealiseerd aan de Rustenburgstraat. In de jaren 60 is men gestart met het bebouwen van het gebied Muschberg/Geestenberg.
Hierdoor zijn Eindhoven en Tongelre niet alleen bestuurlijk maar ook fysiek met elkaar verbonden. Het historisch wegenpatroon werd daarbij doorbroken. In dezelfde tijd doorsneed een nieuwe weg naar Helmond het gebied.
2.2
Stedenbouwkundige structuur
Op de onderstaande afbeelding is een deel van de gemeente Eindhoven te zien, waarbinnen met rode pijl globaal aangeduid het plangebied.
Ligging plangebied in Eindhoven Tongelre is een van de vijf lobben die rond het centrum van Eindhoven zijn ontwikkeld. Deze vastgesteld V Tongelre buiten de Ring 2019 (Kalverstraat 72-76) Gemeente Eindhoven
11
lobben zijn te vergelijken met een bloem waarvan de blaadjes (de lobben) rondom het hart (Eindhoven Centrum) zijn geformeerd. De scheiding tussen de lobben is duidelijk waarneembaar en wordt gevormd door groengebieden of bedrijfsterreinen. In het noordoosten wordt Tongelre door het groengebied rond de Karpendonkse Plas en de Dommel gescheiden van Woensel. Aan de zuidzijde vormt bedrijventerrein De Kade de scheiding tussen Tongelre en Stratum. De hoofdwegenstructuur van Tongelre buiten de Ring wordt gevormd door de Tongelresestraat en de Eisenhowerlaan. Aan de westzijde van het plangebied vormen de Jeroen Boschlaan en de Insulindelaan een onderdeel van de Ring. Bepalend voor de structuur van Tongelre buiten de Ring zijn ook de spoorlijnen Eindhoven-Venlo en Eindhoven-Weert die het gebied in oost westelijke richting doorsnijden. Het stadsdeel Tongelre ligt voor een groot deel ingebed in het groen. Met name ten noorden van de spoorlijn Eindhoven-Venlo bevinden zich grootschalige groengebieden. Tongelre kent in totaal zes buurten, waarbij het plangebied is gelegen in de buurt Doornakkers West :
De buurt Doornakkers wordt door het tracé Rogier van de Weydenstraat-President Steynstraat-Generaal Bothastraat in twee nagenoeg gelijken delen verdeeld: Doornakkers-West en Doornakkers-Oost. Een groot deel van de woningen in Doornakkers-West is gebouwd voor 1945. Vervolgens is in de periode 1945-1969 de buurt verder uitgebreid en is het grootste deel van Doornakkers-Oost gebouwd.
12
vastgesteld V Tongelre buiten de Ring 2019 (Kalverstraat 72-76) Gemeente Eindhoven
Ligging plangebied in haar omgeving
2.3
Projectprofiel
Het project in het plangebied is genoemd “The Village Where design meets innovation”. The Village - een wetenschaps- en innovatiecampus - gelegen tegen het centrum van Eindhoven met twee hoogwaardige, duurzame lab-/bedrijfsgebouwen en veel openbaar groen. The Village ligt op nog geen kilometer afstand van de TU/e en vormt een driehoek met de High Tech Campus en Strijp TQ. The Village wil dienen als een collaboratieve hub voor design-, wetenschap- en tech-industrieën. De eerste (bestaande) van de twee bedrijfsgebouwen in The Village in Eindhoven, Kalverstraat 72-78 van circa 2.600 m2, biedt reeds een zeer efficiënte indeling, waar innovatieve bedrijven zich kunnen vestigen en groeien. Met de nieuwe beoogde ontwikkeling wordt circa 1.500 m2 bedrijfsruimte toegevoegd en hiermee omvat het plan een totaal van 4.100 m2 aan werkruimtes. Het nieuw te ontwikkelen gebouw is ontworpen om lab/bedrijfsruimte te combineren met hiermee samenhangend kantoorgebruik. De beoogde, nieuwe ontwikkeling aan de Kalverstraat (80), is een 4 verdiepingen tellend gebouw. Grotendeels kolom vrije verdiepingen met royale vloer-tot-plafond hoogtes voor een flexibele invulling. The Village biedt een optimale infrastructuur om kritische wetenschap, innovatie en design te ondersteunen.
Met Eindhoven Airport op slechts 10 minuten rijden of 30 minuten met de bus en Eindhoven Centraal Station op minder dan een kilometer afstand, is The Village strategisch goed gelegen. Met de ontwikkeling wordt een fietsenstalling / opslaggebouw vervangen door een bedrijfsgebouw van maximaal 1.500 m2 bedrijfsvloeroppervlakte (verdeeld over vier verdiepingen), dat aansluiting zoekt bij zijn omgeving en de bestaande bedrijfsbebouwing in het plangebied. Als onderdeel van de ontwikkeling wordt - met behoud van de bestaande groenstructuur - ook het maaiveld rondom het nieuwe gebouw getransformeerd, waarbij het verblijfsklimaat sterk wordt verbeterd.
vastgesteld V Tongelre buiten de Ring 2019 (Kalverstraat 72-76) Gemeente Eindhoven
13
afbeelding: bestaand opslaggebouw
Uitgangspunten locatie Naast het feit dat de locatie omsloten is door een zware infrastructuur zoals het spoor en de ring maakt het kavel ook onderdeel uit van “stad, groen beeldbepalend”. Dit zijn stedelijke gebieden waar sprake is van verweving van rood en groen, met een uitgesproken groen karakter die aansluiten bij de hoofdgroenstructuur en deze daardoor ruimtelijk versterken. Het plangebied zal met deze nieuwe ontwikkeling een sterkere aansluiting vinden bij de bestaande structuren. Het groenplan dat deel uitmaakt van de regels, wordt als voorwaarde gesteld aan het realiseren van de nieuwe ontwikkeling.
afbeelding: groenstructuur aan de Ring
Stedenbouwkundige inpassing In overleg met de gemeente is gekeken naar het versterken van de stedenbouwkundige inpassing en aansluiting op de bestaande context. De zuidwest hoek van het kavel ligt op het knikpunt van de wegen Kalverstraat - Fuutlaan en Insulindelaan. In relatie tot de bestaande bebouwing aan de Kalverstraat 72 wordt de inpassing van het nieuwe volume het schakelpunt van deze plek. Het knikpunt van wegen is ingezet als basis voor het nieuw te realiseren gebouw. Door een verdraaiing van het volume rondom een ankerpunt oriënteert het zich op zowel de Kalverstraat, Fuutlaan en de groenstructuur aan de Ring. Daarbij geeft het open en groene karakter aan de 14
vastgesteld V Tongelre buiten de Ring 2019 (Kalverstraat 72-76) Gemeente Eindhoven
Ring aanleiding om het knikpunt stedenbouwkundig te versterken met een hoger accent op deze hoek.
ontwerp schema
Het volume Het nieuwe volume is achter de rooilijn van het naastgelegen bedrijfsgebouw aan de Kalverstraat 72 gepositioneerd. De footprint van het gebouw ligt in de lijn van de Fuutlaan, daardoor ontstaat de mogelijkheid de bovenliggende massa te oriënteren op de naastgelegen bebouwing aan de Kalverstraat. Deze verdraaiing zorgt ook direct voor een bijzondere aftrapping van het volume naar de groenstructuur aan de Ring. Samen met het toevoegen van stedenbouwkundige kwaliteit wordt ook ingezet op het verbeteren en updaten van deze groenstructuur op maaiveld niveau. Het bestaande groen wordt daar waar nodig aangevuld en doorgezet richting de Kalverstraat.
ontwerp uitgangspunten in context
vastgesteld V Tongelre buiten de Ring 2019 (Kalverstraat 72-76) Gemeente Eindhoven
15
16
vastgesteld V Tongelre buiten de Ring 2019 (Kalverstraat 72-76) Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 3 beleidskader
3.1
Uitgangspunten, randvoorwaarden en
Inleiding
In dit hoofdstuk zijn de randvoorwaarden opgenomen waar bij de realisatie van het bestemmingsplan rekening mee dient te worden gehouden. De voorgenomen ontwikkeling moet passen in het (toekomstig) ruimtelijk beleid. Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling in dit hoofdstuk een complete samenvatting te geven van het beleid. Uitsluitend de meest relevante beleidskaders voor het plangebied zijn in dit hoofdstuk weergegeven. Niet-ruimtelijk beleid is per onderwerp apart in dit hoofdstuk opgenomen. Het beleid dat gericht is op verschillende milieu- en andere planologische aspecten wordt toegelicht in de milieuparagraaf. Beleid met betrekking tot het aspect water wordt beschreven in de waterparagraaf.
3.2
Rijksbeleid
3.2.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven, zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw, zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI bevat een toekomstperspectief met de ambities van het Rijk. De opgaven die voortkomen uit de nationale belangen van het Rijk zijn vertaald in vier integrale prioriteiten : 1. 2. 3. 4.
Ruimte maken voor klimaatadaptatie en energietransitie. Duurzaam economisch groeipotentieel bevorderen. Zorgen voor sterke en gezonde steden en regio's. Stimuleren van een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
De NOVI benoemt de volgende nationale belangen: 1. Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving. 2. Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit. 3. Waarborgen en versterken van grensoverschrijdende en internationale relaties. 4. Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. 5. Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften. 6. Waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem. 7. In stand houden en ontwikkelen van de hoofdinfrastructuur voor mobiliteit. 8. Waarborgen van een goede toegankelijkheid van de leefomgeving. 9. Zorg dragen voor nationale veiligheid en ruimte bieden voor militaire activiteiten. 10. Beperken van klimaatverandering. 11. Realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO2-arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur. 12. Waarborgen van de hoofdinfrastructuur voor transport van stoffen via (buis)leidingen. 13. Realiseren van een toekomstbestendige, circulaire economie. vastgesteld V Tongelre buiten de Ring 2019 (Kalverstraat 72-76) Gemeente Eindhoven
17
14. Waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit). 15. Waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater. 16. Waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat. 17. Realiseren en behouden van een kwalitatief hoogwaardige digitale connectiviteit. 18. Ontwikkelen van een duurzame voedsel- en agroproductie. 19. Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang. 20. Verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit. 21. Ontwikkelen van een duurzame visserij. Conclusie Een opgave in de NOVI is het waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat. Dit bestemmingsplan maakt het mogelijk om in het plangebied specifieke bedrijvigheid te realiseren en wil hierbij een goede leef- en werkomgeving vastleggen. De NOVI krijgt doorwerking op lagere beleidsniveaus. De relevante beleidsstukken op provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau zijn in de navolgende paragrafen getoetst. Tot slot zijn op rijksniveau geen belangen benoemd die rechtstreeks van invloed zijn op het plangebied Het bestemmingsplan past aldus binnen het rijksbeleid. 3.2.2
Duurzaamheidsladder
Op 1 oktober 2012 is de Ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen in artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De ladder vormt daarmee een bindend toetsingskader voor alle gemeentelijke bestemmingsplannen, provinciale inpassingsplannen en provinciale ruimtelijke verordeningen. Per 1 juli 2017 is artikel 3.1.6. lid 2 Bro gewijzigd en komen te luiden als volgt : Uitgangspunt is dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling in beginsel in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd en dat eerst als dat niet mogelijk is wordt gemotiveerd waarom die ontwikkeling niet in bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd. De volgende stappen dienen doorlopen te worden: 1.
Uitgangspunten vaststellen: Wat zal met het bestemmingsplan mogelijk gemaakt worden. Is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling? 2. Afweging locatiekeuze: valt het bestemmingsplan binnen of buiten bestaand stedelijk gebied. 3. Beschrijving van de behoefte: voorzien de diverse functies die het plan mogelijk maakt in een behoefte. Ad. 1 Nieuwe stedelijke ontwikkeling De eerste vraag die aan de orde blijft, is - op basis van planvergelijking - of het voorliggende bestemmingsplan voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Hierbij is van belang wat het voorgaande bestemmingsplan aan ruimtelijke mogelijkheden bood en in hoeverre het nieuwe bestemmingsplan hierop een toevoeging of wijziging mogelijk maakt. In het Bro (artikel 1.1.1, lid 1, onder i) is voor stedelijke ontwikkeling een definitie opgenomen: “ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen”. Als een bestemmingsplan voorziet in functiewijziging en nieuwbouw van een zekere omvang dan is in beginsel sprake van een “stedelijke ontwikkeling” als bedoeld in artikel 1.1.1 lid 1 aanhef en onder i Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Consequentie daarvan is dat dan de 18
vastgesteld V Tongelre buiten de Ring 2019 (Kalverstraat 72-76) Gemeente Eindhoven
plantoelichting een verantwoording aan de Ladder moet bevatten (artikel 3.1.6 lid 2 Bro). Zeer kleinschalige bebouwingsmogelijkheden of functiewijzigingen “sec” die niet voorzien in een toename van het ruimtebeslag kwalificeren niet als een stedelijke ontwikkeling. In dat geval hoeft de Ladder niet te worden toegepast. Het bestemmingsplan voorziet in een beperkte uitbreiding van bedrijfsruimte zonder dat hierbij sprake is van wijziging van het ter plaatste vigerende gebruikskader. Dit bestemmingsplan voorziet in een gebouw met een bruto-vloeroppervlakte groter dan 500 m2, zodat op basis van geldende jurisprudentie op dit onderdeel sprake is van een ontwikkeling die de grens van een kleinschalige ontwikkeling overstijgt. Deze ontwikkeling dient dus als een stedelijke ontwikkeling te worden aangemerkt, zodat een laddertoets dienaangaande aan de orde is. Gezien de beperkte omvang van deze ontwikkeling kan de onderbouwing dienovereenkomstig beknopt zijn. Ad. 2 Ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied Voor ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied dient gemotiveerd te worden of deze behoefte niet in stedelijk gebied kan worden gerealiseerd. Daarom is het van belang om te weten of het plangebied binnen of buiten stedelijk gebied is gelegen.
In artikel 1.1.1 Bro wordt het stedelijk gebied als volgt gedefinieerd: ‘Bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’. Dit plangebied is gelegen binnen het bestaand stedelijk gebied van Eindhoven. Zoals in deze toelichting beschreven kiest de gemeente voor toevoeging van een beperkte hoeveelheid bedrijfsruimte op deze locatie met een bestaande bedrijfsbestemming om hiermee te komen tot een beperkte inbreiding c.q. intensivering van bestaand grondgebruik. Op basis van vaste jurisprudentie hoeft de gemeente - indien een behoefte bestaat waarin kan worden voorzien binnen bestaand stedelijk gebied - niet te beoordelen of ook elders binnen bestaand stedelijk gebied in de gemeente of de regio in deze behoefte zou kunnen worden voorzien. Ad 3. Beschrijving van de behoefte Het plangebied is gelegen binnen de MIRT-regio Brabant en Limburg. Voor deze regio geldt een aantal specifieke opgaven van nationaal belang. Zo wordt ingezet op het versterken van het vestigingsklimaat van de Brainport Zuidoost-Nederland (regio Eindhoven-Helmond).
Een goed vestigingsklimaat kan bereikt worden door hoogwaardige stedelijke woonmilieus, stedelijke voorzieningen en variërende toegankelijke groengebieden rond het stedelijk gebied te realiseren. Op deze manier wordt de regio aantrekkelijker voor (buitenlandse) bedrijven en kenniswerkers om hier te komen werken en/of zich hier te vestigen. The Village - een wetenschaps- en innovatiecampus met twee hoogwaardige, duurzame lab-/bedrijfsgebouwen nabij de TU/e en als aanvulling op de High Tech Campus en Strijp TQ will dienen als een collaboratieve hub voor design-, wetenschap- en tech-industrieën. Hiermee zal The Village onderdeel gaan uitmaken van de Brainport invulling van Eindhoven en omstreken. 3.2.3
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
Naast de SVIR is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), ook wel AMvB Ruimte genoemd, van toepassing. Het besluit bevat regels ter borging van een aantal nationale belangen. Het gaat onder meer over rijksbelangen zoals rijksvaarwegen, zones buisleidingen, zones van hoogspanningsleidingen en militaire objecten. Voor Eindhoven is de 380 Kv hoogspanningsleiding van belang. Deze is gelegen in Eindhoven Noord en (deels) Oost. Verder is in het Barro opgenomen dat de provinciale begrenzing van het Nationaal NatuurNetwerk (NNN) direct doorwerkt naar het bestemmingsplan. De gebieden die het NNN vormen worden bij provinciale Interim Omgevingsverordening aangewezen, vastgesteld V Tongelre buiten de Ring 2019 (Kalverstraat 72-76) Gemeente Eindhoven
19
waarmee het NNN een provinciaal belang is geworden. Tot slot worden de belangen van luchthaven Eindhoven via het Barro geborgd. De 380 Kv hoogspanningsleiding is niet in het plangebied gelegen. Ook valt het plangebied niet in het NNN / NNB. 3.2.4
Regeling algemene regels ruimtelijke ordening
In de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) zijn de terreinen, gebieden en installaties zoals bedoeld in het Barro, aangewezen. Het plangebied is niet gelegen binnen de zones behorende bij de luchthaven.
kaart militair luchtvaartterrein - Vliegbasis Eindhoven Bron: wetten.overheid.nl
20
vastgesteld V Tongelre buiten de Ring 2019 (Kalverstraat 72-76) Gemeente Eindhoven
3.2.5
Luchthavenbesluit
In 2009 is de Wet luchtvaart gewijzigd. Naar aanleiding hiervan is een nieuw luchthavenbesluit voor Eindhoven vastgesteld. Dit is op 26 september 2014 vastgesteld en met ingang van 1 november 2014 in werking getreden. In het luchthavenbesluit zijn het terrein van de luchthaven (het luchthavengebied), de gebruiksmogelijkheden (openstellingstijden, de geluidsruimte voor het militaire luchtverkeer en het burgerluchtverkeer, en het maximum aantal recreatieve vliegbewegingen per jaar) en het beperkingengebied vastgelegd. Op onderstaande kaart is het Luchthavengebied weergegeven. Voor dit bestemmingsplan is vooral het beperkingengebied van belang. Het beperkingengebied bestaat uit: 1. de geluidszone: dit is de weergave van de geluidsbelasting van het gezamenlijke luchtverkeer (hier wordt in paragraaf 4.2.5 op ingegaan). Binnen deze zone gelden regels voor het bouwen van woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen. 2. de obstakelbeheergebieden: hier gelden maximaal toelaatbare hoogtes voor objecten. 3. het vogelbeheersgebied: binnen dit gebied gelden regels voor een bestemming of gebruik dat vogels aantrekt. Het plangebied is niet gelegen binnen een van dit beperkingengebied. 3.2.6
Bakens luchthaven Eindhoven en radarverstoringsgebied vliegbasis Volkel
Bij het bepalen van de maximaal toegestane bouwhoogte in het bestemmingsplan moet rekening worden gehouden met de bakens van luchthaven Eindhoven en het radarverstoringsgebied van vliegbasis Volkel. Bakens luchthaven Eindhoven Op en nabij de luchthaven Eindhoven zijn bakens aanwezig om de richting van het vliegverkeer (zowel horizontaal als verticaal) te kunnen volgen:
een VDF baken: Vertical Directional Finder. Dit is een hulpmiddel voor de luchtverkeersleiding om de richting te kunnen bepalen van het vliegtuig waarmee op dat moment wordt gecommuniceerd. een NDB; Non Directional Beacon. Dit wordt door vliegtuigen gebruikt als navigatiehulpmiddel op luchtroutes. Het is een bakenzender die een radiosignaal uitzendt dat door een peilontvanger in het vliegtuig wordt opgevangen. Hierdoor wordt de richting van het signaal ten opzichte van het vliegtuig bepaald. Door de richting van twee verschillende bakens te peilen kan de piloot zijn/haar positie bepalen. De toetsingsgebieden voor deze bakens liggen niet over het plangebied. Radarverstoringsgebied Volkel Om het ongestoord functioneren van radar- en communicatie-apparatuur op de vliegbasis Volkel te waarborgen ligt er rond deze vliegbasis een cirkel met een straal van 50 nautische mijl (=27,8 km), gemeten vanaf de positie van de radar. Binnen dit radarverstoringsgebied moet voor ieder obstakel hoger dan 65 meter worden berekend of er verstoring van de radar optreedt. Onderhavig plangebied ligt binnen dit radarverstoringsgebied, maar dit heeft geen consequenties gezien de maximaal toegestane bouwhoogtes.
vastgesteld V Tongelre buiten de Ring 2019 (Kalverstraat 72-76) Gemeente Eindhoven
21
Uitsnede uit kaart hoogtebelemmeringen als gevolg van luchthaven Eindhoven. Blauwe lijnen- arcering= radarverstoringsgebied van vliegbasis Volkel 3.2.7
Conclusie Rijksbeleid
Het rijksbeleid heeft 13 nationale belangen. Het bestemmingsplan heeft geen raakvlakken met deze belangen. Het bestemmingsplan voorziet in een beperkte uitbreiding van bebouwingsmogelijkheden op een locatie met gelijkblijvend bedrijfsmatig gebruikskader en past binnen de uitgangspunten van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en conflicteert niet met nationale belangen. De voorgenomen ontwikkeling voldoet aan artikel 3.1.6. lid 2 Bro.
3.3
Provinciaal beleid
3.3.1
Omgevingsvisie
De Brabantse Omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Op 14 december 2018 is de omgevingsvisie vastgesteld. Daarna volgt een doorvertaling in een Omgevingsverordening en programma's. Tot die zijn vastgesteld blijven bestaande beleidsplannen voor natuur, ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer en milieu en water van kracht. Daarmee wil Brabant op tijd klaar zijn voor de Omgevingswet wanneer deze in 2021 wordt ingevoerd. In de Omgevingswet staan waarden als veiligheid, gezondheid en duurzame omgevingskwaliteit centraal. De Brabantse Omgevingsvisie voegt daar ambities aan toe voor vier hoofdopgaven: de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. Voor ieder van deze opgaven geeft de omgevingsvisie aan wat de ambities op lange termijn zijn: wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn? Maar ook een concreet tussendoel: waar moeten we in 2030 op zijn minst staan om dat langetermijndoel te halen? De omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. De Omgevingsvisie bevat geen specifieke ambities voor het plangebied. 3.3.2
Interim omgevingsverordening
De Interim omgevingsverordening is vastgesteld door Provinciale Staten op 25 oktober 2019 en vervangt een aantal provinciale verordeningen :
provinciale milieuverordening verordenring natuurbescherming 22
vastgesteld V Tongelre buiten de Ring 2019 (Kalverstraat 72-76) Gemeente Eindhoven
verordening ontgrondingen verordening ruimte verordening water verordening wegen Inmiddels is de Omgevingswet sinds 1-1-2024 in werking getreden. Gelet op artikel 4.6, tweede lid, van de Invoeringswet Omgevingswet blijft het oude recht, de Wet ruimtelijke ordening en alle daarop gebaseerde regelgeving op het besluit tot vaststelling van dit bestemmingsplan van toepassing tot dit besluit van kracht is. Vandaar dat ten behoeve van dit bestemmingsplan wordt getoetst aan de regelingen die van kracht waren voor invoering van de Omgevingswet. De ‘Interim’ omgevingsverordening werd zo genoemd om zo te benadrukken dat dit een tussenstap was naar de ‘definitieve’ omgevingsverordening gebaseerd op de Omgevingswet. De Interim omgevingsverordening is gebaseerd op de oudewetgeving en moet aan de wettelijke bepalingen van die wetgeving voldoen. Dat betekent dat nieuwe mogelijkheden uit de Omgevingswet nog niet hierin waren verwerkt. Er is wel zo veel als mogelijk aansluiting gezocht bij de Omgevingswet en de voorwaarden voor een omgevingsverordening (bijvoorbeeld bij de opbouw en de digitale vormgeving).Deze Interim omgevingsverordening voegt de bestaande regels over de fysieke leefomgeving zoveel mogelijk samen in één verordening en is beleidsneutraal. Alleen aanpassingen die nodig zijn vanwege de samenvoeging of vanwege al vastgesteld beleid, zoals de omgevingsvisie, worden meegenomen.
In de Interim omgevingsverordening staan regels voor:
Burgers en bedrijven: dit zijn zogenaamde rechtstreeks werkende regels voor activiteiten. Deze regels bevatten voorwaarden om zo’n activiteit te verrichten en geven ook aan of je bijvoorbeeld eerst een melding moet doen voordat je mag beginnen. Bestuursorganen van de overheid: dit zijn zogenaamde instructieregels. Met deze regels kan de provincie een opdracht geven aan gemeenten over onderwerpen die zij in het bestemmingsplan moeten opnemen of aan het waterschap over de manier waarop ze hun taken uitvoeren. Dit zijn de regels die tot voor kort waren opgenomen in de Verordening ruimte Noord-Brabant. 3.3.2.1 de toedeling van functies Het plangebied is aangeduid als 'Stedelijk gebied'. Het provinciale beleid is er al decennia lang op gericht om stedelijke ontwikkeling in stedelijke concentratiegebieden te bundelen. Het doel daarvan is om voldoende draagvlak voor de steden als economische en culturele motor te creëren en om het dichtslibben van het landelijk gebied tegen te gaan. Op provinciale schaal betekent dit dat het merendeel van de woningbouw, de bedrijventerreinen, voorzieningen en bijbehorende infrastructuur moet plaatsvinden in of aansluitend op de stedelijke concentratiegebieden. Binnen het bestaand stedelijke gebied is de gemeente in het algemeen vrij om te voorzien in stedelijke ontwikkeling.
Op basis van artikel 3.42 duurzame stedelijke ontwikkeling dient een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen binnen het Stedelijk gebied te liggen. Het bestemmingsplan dient daarbij te zijn voorzien van een onderbouwing dat de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken alsmede dat het een duurzame stedelijke ontwikkeling is.
vastgesteld V Tongelre buiten de Ring 2019 (Kalverstraat 72-76) Gemeente Eindhoven
23
uitsnede kaart "Instructieregels gemeenten: stedelijke ontwikkeling en erfgoed" Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant
Zoals in deze toelichting op diverse onderdelen beschreven past dit bestemmingsplan binnen deze regels van de Interim omgevingsverordening. 3.3.2.2 De basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies Uit artikel 3.5 komt naar voren dat aan een drietal aspecten getoetst moet worden om een goede omgevingskwaliteit en een veilige, gezonde leefomgeving te waarborgen. Dit zijn de volgende aspecten: 1. zorgvuldig ruimtegebruik (artikel 3.6); 2. de waarden in een gebied met toepassing van de lagenbenadering (artikel 3.7); 3. meerwaardecreatie (artikel 3.8). Zorgvuldig ruimtegebruik Onderhavig planvoornemen betreft een beperkte uitbreiding van bebouwingsmogelijkheden op een locatie met gelijkblijvend bedrijfsmatig gebruikskader binnen het stedelijke concentratiegebied. Binnen het planvoornemen wordt een zorgvuldig ruimtegebruik verkregen door te komen tot intensivering van bestaand bedrijfsmatig ruimtegebruik binnen de kern van Eindhoven. Toepassing van de lagenbenadering De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op de lagen in onderlinge wisselwerking met elkaar en het actief benutten van de factor tijd. De lagenbenadering omvat de effecten op: a. de ondergrond; zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden; b.
de netwerklaag; zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer. c. de bovenste laag; zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu. 24
vastgesteld V Tongelre buiten de Ring 2019 (Kalverstraat 72-76) Gemeente Eindhoven
Onderhavig planvoornemen zorgt niet voor een wijziging in de eerste twee lagen. Desalniettemin treedt er wel een verandering op in de derde laag. Doordat er een ontwikkeling plaatsvindt, waarbij een bedrijfsgebouw wordt gerealiseerd, zorgt dit voor intensivering van de bestaande functie. Deze functie draagt bij aan het werkklimaat van Eindhoven. Hiermee wordt voldaan aan dit aspect. Meerwaardecreatie Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder: a. de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat; b. de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. Onderhavig planvoornemen zorgt voor diverse sociaaleconomische meerwaardecreaties. Allereerst wordt gekomen tot een aanvulling op bestaande bebouwing op de locatie. Daarnaast leidt de ingebruikname van de bedrijfsruimte tot werkgelegenheid in Eindhoven en draagt dit bij aan de instandhouding van het infrastructurele netwerk, wat een positieve invloed heeft op de herkenbaarheid van dit stadsdeel.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Interimstructuurvisie 2009
In december 2009 is de Interimstructuurvisie 2009 door de gemeenteraad van Eindhoven vastgesteld. Met de Interimstructuurvisie 2009 geeft de gemeenteraad invulling aan de ambitie om Eindhoven door te ontwikkelen in zijn kwalitatief hoogwaardige combinatie van wonen, werken en groen. De nadruk ligt daarbij ook op leefbaarheid en bereikbaarheid. Als kerngemeente van Brainport Zuidoost Brabant stuurt Eindhoven aan op het bieden van ruimte aan een krachtige ontwikkeling van deze economische kernzone, een hoge kwaliteit van de leefomgeving en aandacht voor sociale betrokkenheid en ondernemend burgerschap tot op buurtniveau. Op deze wijze geeft de raad invulling aan het begrip duurzame ruimtelijke kwaliteit. De Interimstructuurvisie is het resultaat van de integratie van de ruimtelijk relevante raadsprogramma's die tot medio 2009 zijn vastgesteld. Dit is onder andere verbeeld in een kaart die inzicht biedt in de ontwikkelingen ten opzichte van de ruimtelijke hoofdstructuur. De kaart geeft de ontwikkelingen aan binnen de hoofdstructuur. Het plangebied is in onderstaande afbeelding aangeduid met een blauwe cirkel. De onderdelen van de ruimtelijke hoofdstructuur vormen een raamwerk waarnaar het grondgebruik zich richt. De hoofdstructuur ligt grotendeels vast, in fysieke en/of beleidsmatige zin.
Het gaat op hoofdlijnen om onderdelen als de hoofdwegenstructuur, spoorlijnen, waterlopen, het bebouwde gebied en de Groene Hoofdstructuur. De kaart geeft ook nieuwe, te ontwikkelen onderdelen van de hoofdstructuur aan, voortvloeiend uit vastgesteld beleid. Voor de evenwichtige doorontwikkeling van Eindhoven zijn deze essentieel. Voorgenomen ontwikkelingen zijn gearceerd of met een onderbroken lijn aangegeven. Het plangebied ligt niet in een op de kaart aangegeven transformatiegebied. Kaartlaag a. Ruimtelijk e hoofdstructuur
vastgesteld V Tongelre buiten de Ring 2019 (Kalverstraat 72-76) Gemeente Eindhoven
25
ruimtelijke hoofdstructuur Interimstructuurvisie Eindhoven Kaartlaag b. Gebruik van de Ruimte De Interimstructuurvisie is het resultaat van de integratie van de ruimtelijk relevante raadsprogramma's die tot medio 2009 zijn vastgesteld. Dit is onder andere verbeeld in een kaart die inzicht biedt in de verdeling van het actuele en gewenste grondgebruik In onderstaande afbeelding is de kaart 'Gebruik van de ruimte' uit de Interimstructuurvisie opgenomen. Het plangebied is globaal aangeduid met een blauwe cirkel. Het plangebied is aangeduid als “wonen”. Deze gronden zijn voornamelijk bedoeld voor wonen, inclusief alle afgeleide wijk- en buurtgerichte functies op het gebied van (middelbaar-/ basis-)onderwijs, zorg, opvang, cultuur, religieuze voorzieningen, ontspanning en vrije tijd, groen (o.a. buurt- en wijkparken, sportfaciliteiten en –velden, buurtontmoetingsruimten), detailhandel en werken (woonwerkcombinaties en kleine bedrijven met milieucategorie 1, 2 en gedeeltelijk 3). Deze functies zijn noodzakelijk voor het functioneren van een gebied als woongebied. Zij vallen dus onder deze definitie en worden niet afzonderlijk in beeld gebracht, mede omdat hun ruimtebeslag relatief beperkt. Het plan past binnen de Interimstructuurvisie.
26
vastgesteld V Tongelre buiten de Ring 2019 (Kalverstraat 72-76) Gemeente Eindhoven
Gebruik van de ruimte Interimstructuurvisie Eindhoven
3.4.2
Omgevingsvisie Eindhoven
Samen met de stad heeft de gemeente Eindhoven een omgevingsvisie opgesteld. Met ons hebben meegedacht: inwoners, ondernemers, belangenorganisaties, GGD, Veiligheidsregio, Omgevingsdienst, woningcorporaties, projectontwikkelaars, investeerders en andere overheden (buurgemeentes, provincie, rijk). Op 16 juni 2020 is de omgevingsvisie vastgesteld door de gemeenteraad. De omgevingsvisie is een integraal verbindende visie voor de fysieke leefomgeving die focus aanbrengt bij het inrichten van onze stad en stimuleert om samen te werken aan de stedelijke opgaven. De omgevingsvisie is gebaseerd op bestaand beleid. Het hebben van een omgevingsvisie is onder de nieuwe Omgevingswet verplicht. Omdat een omgevingsvisie allesomvattend is, willen we die lerende wijs ontwikkelen. Dat betekent concreet dat we, eerder dan wettelijk verplicht, met een omgevingsvisie komen. Maar dan wel een 'light-variant' (versie 1.0), die we één of twee jaar later gaan aanvullen en verfijnen. Deze omgevingsvisie (versie 1.0) is gebaseerd op het bestaand beleid. Het document vervangt niet de bestaande beleidsdocumenten, maar is een aanvullend beleidsdocument. De interim structuurvisie blijft daarom nog steeds van kracht. Bij het opstellen van een omgevingsvisie versie 2.0 wordt de interim structuurvisie wel ingetrokken.
De Brainportregio is een technologische topregio en één van de belangrijkste pijlers van de Nederlandse economie. De sleutel tot dit succes is samenwerking. Het is een regio van contrasten en dat maakt ons uniek: een hecht netwerk van steden, stedelijke buurgemeenten, dorpen en bewoond landelijk gebied. Je bent snel in de stad of juist in het groen, er is cultuur én natuur. We zijn sterk in high tech, design en innovaties en kennen een dynamische economie en een gastvrije bourgondische levensstijl. De strategie van de regio is gericht op het sterker maken van deze kwaliteiten door aan te haken op de eigen kracht en identiteit van de deelgebieden. Als centrumstad vervult Eindhoven een cruciale rol bij de versterking van Brainport Eindhoven als economische wereldspeler op het gebied van kennisintensieve maakindustrie en design. Om internationaal concurrerend te blijven, streeft Eindhoven samen met de regio naar een vastgesteld V Tongelre buiten de Ring 2019 (Kalverstraat 72-76) Gemeente Eindhoven
27
excellent woon- en werkklimaat. Eindhoven zet daarom in op gezonde en duurzame verstedelijking met behoud van stedelijke en dorpse kwaliteiten en met bijzondere aandacht voor sociale cohesie en inclusie. Eindhoven is in staat om zich snel aan te passen aan de steeds veranderende vraag naar geschikte en betaalbare ruimte om te wonen, werken, verblijven en recreëren. Deze ambitie vertaalt zich naar vier deelambities. Eindhoven als :
economische wereldspeler; gezonde en toekomstbestendige stad; een sociale, inclusieve en gastvrije stad en een authentieke stad met sterke gebieden. Als we onze ambities leggen naast de huidige kwaliteiten en structuren van de stad en de actuele trends en ontwikkelingen, zien we een aantal stedelijke opgaven voor de stad. Brainport Eindhoven blijft groeien, mede door de sterke economische positie. De ambities en groei vragen om ruimte voor nieuwe woningen, bedrijven en voorzieningen. Ruimte die we bieden door te verdichten in het gebied binnen de Ring en door te verdichten nabij voorzieningen als HOV en winkelcentra. Met name binnen de Ring is voldoende ruimte om te verdichten, omdat er nog relatief weinig mensen wonen. Met de keuze voor verdichten binnen de Ring gaan we duurzaam om met de (groene) ruimte die de stad heeft. We behouden hiermee de kwaliteit van de groenstedelijke woonwijken, de landschapsparken en het buitengebied. De keuze voor een compact stedelijke woonmilieu gaat gepaard met forse investeringen in o.a. bereikbaarheid, luchtkwaliteit, groen en voorzieningen. Eindhoven wil een leefbare en een inclusieve stad zijn waar iedereen kan profiteren van het succes van de Brainport. Dat vraagt om keuzes ten aanzien van het woning- en voorzieningenaanbod.
Het verschil tussen de ambitie en de huidige stand van zaken in Eindhoven leidt tot zes concrete stedelijke opgaven :
Werken aan een gezonde groei van de stad Werken aan een aantrekkelijk en hoogstedelijk centrum Werken aan leefbare, sociale wijken met een sterke identiteit Werken aan een duurzame en concurrerende economie Werken aan de energietransitie van de stad Werken aan een goede stedelijke bereikbaarheid Dit zijn de opgaven waar we als gemeente de komende jaren samen met onze partners aan werken. Wij werken zelf aan deze opgaven, maar stimuleren ook andere partijen in de stad om dit te doen. We bepalen samen met de stad en regio wat kansrijke initiatieven en locaties zijn. We geven prioriteit aan initiatieven die bijdragen aan meerdere stedelijke opgaven tegelijkertijd en kwaliteit toevoegen aan de stad. Hiernaast zetten we in op het beschermen en versterken van de stedelijke en groene hoofdstructuur van de stad. De gemeente organiseert het werken aan de stedelijke opgaven met thematische en gebiedsprogramma's en stimuleert o.a. via regels en uitgangspunten zoals opgenomen in de omgevingsvisie dat ook andere initiatiefnemers bijdragen aan het realiseren van de opgaven. Plangebied Dit bestemmingsplan voorziet in de intensivering van bestaand ruimtegebruik op een hiervoor geschikte locatie. Het plan draagt bij aan een aantrekkelijk stedelijk werkmilieu in aansluiting op de ontwikkelingen de laatste jaren in de directe omgeving van de plan.
Aldus wordt bijgedragen aan een gezonde groei van de stad en een duurzame en concurrerende economie Op deze wijze geeft dit plan invulling aan de ambities die zijn geformuleerd in de Omgevingsvisie.
28
vastgesteld V Tongelre buiten de Ring 2019 (Kalverstraat 72-76) Gemeente Eindhoven
3.4.3 Beleidsregel ‘Klimaatrobuust (her)inrichten en ruimtelijk ontwikkelen’ en Parapluplan waterberging
Het klimaat verandert. Dat heeft gevolgen voor Eindhoven. We krijgen onder andere te maken met meer en hevigere buien, langere perioden van droogte en meer hitte(stress). Om in de toekomst prettig te wonen en te werken in onze groeiende stad, is het noodzakelijk nú maatregelen te nemen. De beleidsregel Klimaatrobuust (her)inrichten en ruimtelijk ontwikkelen’ biedt daar concrete handvaten voor. De beleidsregel is een uitwerking van het vigerende Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) en het vastgestelde Klimaatplan 2016-2020, met de ambitie om in 2020 als gemeente klimaatrobuust te handelen en in 2050 als stad klimaatrobuust te zijn. De beleidsregel zorgt er voor dat gemeente Eindhoven per direct klimaatrobuust handelt bij het ontwerp, de inrichting en de realisatie van projecten en dit ook bij private partijen afdwingt per 2019. Dat doet de gemeente met privaatrechtelijke grond- en vastgoedtransacties en publiekrechtelijk middels het opnemen van de beleidsregel in nieuwe en gewijzigde bestemmingsplannen (en omgevingsplannen). Daarbij wordt getoetst aan de criteria voor klimaatrobuustheid, zoals opgenomen in de bijlagen van de beleidsregel. Het uitgangspunt van deze criteria is het voorkomen van wateroverlast, droogte en hittestress door de voorkeursvolgorde “vasthouden (infiltreren), vertragen en afvoeren van hemelwater” te hanteren.
Groene maatregelen dragen daar aan bij en voorkomen tevens hittestress. Concreet bestaat de beleidsregel uit: 1. De klimaatadaptatie labels worden het nieuwe monitoringsinstrument om inzichtelijk te maken hoe ver de gemeente is verwijderd van de ambitie om in 2050 als gehele stad klimaatrobuust ingericht te zijn. Daarbij wordt op buurtniveau gevisualiseerd wat het risico op wateroverlast, droogte en hittestress is en op straatniveau in hoeverre de openbare ruimte klimaatrobuust is ingericht. 2. Een nieuwe (her)inrichting van een straat of ruimtelijke ontwikkeling in de openbare ruimte voldoet minimaal aan label B op basis van de uitgangspunten. Label A behalen is optioneel. De programmaleider Water kan daar beargumenteerd van afwijken, als: a. andere maatschappelijke belangen zwaarder wegen en we de risico's en schade die daardoor ontstaan accepteren. In dit geval is het wel vereist dat de nieuwe (her)inrichting of ruimtelijke ontwikkeling minimaal 1 label beter scoort dan de uitgangssituatie; b. als het doelmatiger is de klimaatadaptatie opgave voor deze ontwikkeling in het omliggende gebied op te vangen. In dit geval is het wel vereist dat de nieuwe (her)inrichting of ruimtelijke ontwikkeling minimaal 1 label beter scoort dan de uitgangssituatie. Daarnaast moet de compenserende maatregel maximaal 3 jaar na deze afweging gerealiseerd kunnen zijn. 3.
Conform het Klimaatplan 2016-2020 is de gehele stad in 2050 klimaatrobuuster, dus ook een groot deel van de private ruimte moet dan klimaatrobuust zijn. Zodra de gemeente Eindhoven in de juridische positie is om eisen te stellen aan klimaatrobuustheid zal ze dat dan ook doen bij inwerking treden van het GRP 2019-2022. Dit geldt: a. Bij bouwaanvragen die het bodem- en watersysteem kunnen beïnvloeden en nieuwe of gewijzigde bestemmingsplannen (en omgevingsplannen); b. Bij initiatieven waarin de gemeente een grondpositie heeft, wordt het instrumentarium van de Nota Grondbeleid 2017-2021 ´Koersen op Waarden' gebruikt om klimaatrobuustheid als harde randvoorwaarde te stellen. Deze nota geeft aan dat duurzaamheid één van de vier centrale waarden is in het grondbeleid. 4. Uitzondering op regel 3, waarbij de gemeente geen aanvullende eisen aan klimaatrobuustheid kan stellen, zijn: a. Initiatieven die passen binnen geldende bestemmingsplannen. b. In het geval dat er al afspraken zijn gemaakt en/of vergunningen zijn verstrekt. Samenhangend met het beginsel van behoorlijk bestuur worden verleende vergunningen gerespecteerd. c. Bijzondere situaties, zoals verbouwingen van monumenten, om maatschappelijke vastgesteld V Tongelre buiten de Ring 2019 (Kalverstraat 72-76) Gemeente Eindhoven
29
desinvestering te voorkomen. 5. De Prestatieafspraken met de Woningbouwcorporaties worden ingezet om bij nieuwbouw en verbouwing in de sociale woningbouw klimaatrobuustere woningen en percelen te realiseren conform bijlage 1 van deze beleidsregel. 6. Als er geen gemeentelijke grondpositie is en het klimaatrobuust bouwen niet in strijd is met het bestemmingsplan, zal de gemeente de initiatiefnemer stimuleren tot klimaatrobuust bouwen door middel van goede argumenten. De nieuwe gebouwen zullen gasloos worden uitgevoerd en het dak wordt voorzien van sedum beplanting. Uitgangpunten bij de ontwikkeling zijn: een lage energievraag, een laag energieverbruik en gebruik van hernieuwbare energie. Het gebouw wordt voorzien van een warmtepomp en WTW installatie. Deze warmtepomp zorgt voor warm tapwater en is aangesloten op de vloerverwarming, aangevuld met elektrische radiatoren waar nodig. Door het gebruik van de juiste filters in de gebouwinstallatie wordt tevens de luchtkwaliteit geoptimaliseerd in het gebouw. De opgenomen apparatuur zal minimaal voldoen aan energielabel A. Voor het toe te passen hout is het FSC-keurmerk van toepassing. Ook zal tijdens de bouw aandacht worden besteed aan de bouwplaats in relatie tot de omgeving, de milieu-impact van de bouwplaats en het afvalmanagement. De gemeente heeft voor haar gehele grondgebied een integrale, regeling in voorbereiding.
Daartoe is het 'Paraplubestemmingsplan waterberging 2020' inmiddels vastgesteld. Het parapluplan zal worden geïncorporeerd in onderhavige bestemmingsplan. In dat parapluplan wordt geregeld dat bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen vast dient te staan dat wordt voorzien in een waterberging of andere maatregelen die bijdragen aan de klimaatbestendigheid. De inhoud van de waterberging en de omvang van de andere maatregelen worden vastgesteld met toepassing van de beleidsregel "Klimaat robuust (her)inrichten en ruimtelijk ontwikkelen" behorende bij de bijlage uit het Gemeentelijk Rioleringsplan Eindhoven 2019-2022 met dien verstande dat indien voornoemde beleidsregels gedurende de planperiode kan worden gewijzigd en aan de hand van die nieuwe beleidsregels wordt bepaald of er sprake is van voldoende bijdrage aan de klimaatbestendigheid. Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning nadere eisen stellen ten aanzien van de maatvoering van de waterberging, indien dit, gelet op de feitelijke omstandigheden, noodzakelijk is. Toetsing In het bouwplan wordt rekening gehouden met deze eisen en maatregelen, zodat wordt voldaan aan het paraplubestemmingsplan en de beleidsregel. De desbetreffende bepalingen zijn in de planregels van het voorliggende bestemmingsplan opgenomen.
3.5
Archeologische en cultuurhistorische waarden
3.5.1
Archeologie
Het Verdrag van Valletta (Malta) verplicht de Europese overheden tot het beschermen van archeologisch erfgoed. Hierbij wordt als uitgangspunt gehanteerd dat archeologische waarden in situ bewaard moeten blijven. Dat wil zeggen, dat er naar gestreefd moet worden om de waarden op de locatie te behouden. Als dit niet mogelijk blijkt, bijvoorbeeld bij bouwplannen, dan moeten de waarden worden opgegraven en ex situ worden bewaard. Het Verdrag van Valletta is doorvertaald in de Monumentenwet 1988, zoals deze gewijzigd is in september 2007. Sinds deze wijziging van september 2007 is de gemeente bevoegd gezag op het gebied van cultuurhistorie en archeologie. Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. De uitgangspunten uit het Verdrag van Valletta (Malta) blijven in de Erfgoedwet de basis van de omgang met archeologie. Gemeenten houden een belangrijke rol in het archeologische stelsel. 30
vastgesteld V Tongelre buiten de Ring 2019 (Kalverstraat 72-76) Gemeente Eindhoven
projectgebied (binnen de zwarte contour) en zijn nabije omgeving geprojecteerd op een uitsnede van de archeologische verwachtingen- en waardenkaart (Berkvens/Arts 2022) In bestemmingsplannen en het toekomstig omgevingsplan houden ze rekening met (te verwachten) archeologische waarden door het stellen van regels. Het al dan niet stellen van regels ten aanzien van archeologie dient te rusten op voldoende informatie over de archeologische situatie. Deze informatie kan worden verkregen door gebiedsdekkende kaarten waarop de archeologische (te verwachten) waarden in de ondergrond zichtbaar zijn. Op basis hiervan kan archeologisch beleid worden ontwikkeld. De gemeente Eindhoven beschikt, als invulling van haar verantwoordelijkheid volgens de Erfgoedwet, over een eigen Archeologische verwachtingen- en waardenkaart en een Erfgoedverordening. Met deze kaart wil de gemeente het ondergronds cultureel erfgoed van Eindhoven behouden door behoedzame ontwikkeling en beheer. De geactualiseerde Archeologische verwachtingen- en waardenkaart (vastgesteld op 21 juni 2022) wordt beschouwd als een bureauonderzoek op gemeentelijk schaalniveau en geldt vanaf het moment van vaststelling als onderlegger voor nieuwe bestemmingsplannen en – na inwerkingtreding van de Omgevingswet – het omgevingsplan.