Bijlage 1 - Was-wordt-tabel aanpassing verordeningen Omgevingswet
Tekst van het document
Was-wordt-tabel voorstel tot technische aanpassing van Eindhovense verordeningen vanwege inwerkingtreding van de Omgevingswet In de ‘bestaande tekst’ zijn de woorden en leestekens waaraan iets verandert, cursief gezet. In de ‘nieuwe tekst’ zijn de nieuwe woorden en leestekens vet gedrukt.
Afvalstoffenverordening Eindhoven 2021 Artikel 1:1 (artikel II, onderdeel A, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd:
Bestaande tekst Artikel 14. Dumpingsverbod 1.Het is verboden buiten een inrichting, hinder of nadelige beïnvloeding van het milieu te veroorzaken, door een afvalstof, een stof of een voorwerp op of in de bodem te brengen, te storten, te houden, achter te laten of anderszins daar te plaatsen.
Nieuwe tekst Artikel 14. Dumpingsverbod 1.Het is verboden buiten een inrichting, hinder of nadelige beïnvloeding van het milieu te veroorzaken, door een afvalstof, een stof of een voorwerp op of in de bodem te brengen, te storten, te houden, achter te laten of anderszins daar te plaatsen.
2.Het eerste lid is niet van toepassing op:
2.Het eerste lid is niet van toepassing op:
a. het laden, lossen of vervoeren van afvalstoffen, met inbegrip van daarbij niet te vermijden plaatsing van afvalstoffen, stoffen of voorwerpen op de weg, bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994;
a. het laden, lossen of vervoeren van afvalstoffen, met inbegrip van daarbij niet te vermijden plaatsing van afvalstoffen, stoffen of voorwerpen op de weg, bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994;
b. handelingen die zijn verboden bij of krachtens de Wet bodembescherming, de Waterwet of het Besluit bodemkwaliteit.
b. handelingen die zijn verboden bij of krachtens de Omgevingswet, de Waterwet of het Besluit bodemkwaliteit.
APV Eindhoven Artikel 1:1 (artikel II, onderdeel A, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd:
Bestaande tekst Artikel 1:1 Begripsbepalingen
Nieuwe tekst Artikel 1:1 Begripsbepalingen
In deze verordening wordt verstaan onder:
In deze verordening wordt verstaan onder:
• bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen waarvan gedeputeerde staten de grenzen hebben
• bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen waarvan gedeputeerde staten de grenzen hebben
vastgesteld overeenkomstig artikel 27, tweede lid, van de Wegenwet;
vastgesteld overeenkomstig artikel 27, tweede lid, van de Wegenwet;
• bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;
• beperkingengebiedactiviteit: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet;
• bouwwerk: wat in artikel 1 van de Bouwverordening daaronder wordt verstaan;
• bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Omgevingswet;
• bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid van het Reglement;
• bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet;
• deelvoertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1.1. van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, die op een openbare plaats ter beschikking worden gesteld om, al dan niet tegen betaling of anderszins met commerciële doeleinden, herhaald en opeenvolgend gezamenlijk gebruikt te worden op grond van een overeenkomst tussen natuurlijke en rechtspersonen en/of een of meerdere aanbieder(s). Onder deelvoertuigen wordt niet verstaan voertuigen waarvoor burgemeester en wethouders een vergunning voor deelauto’s zoals bedoeld in categorie III in artikel 3 van de Parkeerverordening 2009 Eindhoven hebben verleend;
• bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid van het Reglement;
• gebouw: gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid van de Woningwet;
• deelvoertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1.1. van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, die op een openbare plaats ter beschikking worden gesteld om, al dan niet tegen betaling of anderszins met commerciële doeleinden, herhaald en opeenvolgend gezamenlijk gebruikt te worden op grond van een overeenkomst tussen natuurlijke en rechtspersonen en/of een of meerdere aanbieder(s). Onder deelvoertuigen wordt niet verstaan voertuigen waarvoor burgemeester en wethouders een vergunning voor deelauto’s zoals bedoeld in categorie III in artikel 3 van de Parkeerverordening 2009 Eindhoven hebben verleend;
• handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen;
• gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving;
• motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.
• handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen;
2
• openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn;
• motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.
• openbare plaats: wat in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties daaronder wordt verstaan;
• openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn;
• rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht;
• openbare plaats: wat in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties daaronder wordt verstaan;
• slecht levensgedrag: wat daaronder wordt verstaan bij toepassing van artikel 8 van de Alcoholwet;
• rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht;
• voertuig: voertuig als bedoeld in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens, zoals kruiwagens en kinderwagens, en rolstoelen;
• slecht levensgedrag: wat daaronder wordt verstaan bij toepassing van artikel 8 van de Alcoholwet; • voertuig: voertuig als bedoeld in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens, zoals kruiwagens en kinderwagens, en rolstoelen;
• weg: a. weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994; b. de – al dan niet met enige beperking – voor publiek toegankelijke parkeerterreinen en parkeergebouwen;
• weg: a. weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994;
c. de – al dan niet met enige beperking – voor publiek toegankelijke stegen, pleinen, open plaatsen, parken, plantsoenen, speelweiden, bossen en andere natuurterreinen, ijsvlakten, veerponten en aanlegplaatsen voor vaartuigen;
b. de – al dan niet met enige beperking – voor publiek toegankelijke parkeerterreinen en parkeergebouwen; c. de – al dan niet met enige beperking – voor publiek toegankelijke stegen, pleinen, open plaatsen, parken, plantsoenen, speelweiden, bossen en andere natuurterreinen, ijsvlakten, veerponten en aanlegplaatsen voor vaartuigen;
d. de voor het publiek toegankelijke stoepen, trappen, portieken, gangen, passages en galerijen die uitsluitend tot voor bewoning in gebruik zijnde ruimten toegang geven en niet afsluitbaar zijn;
d. de voor het publiek toegankelijke stoepen, trappen, portieken, gangen, passages en galerijen die uitsluitend tot voor bewoning in gebruik zijnde
e. andere voor het publiek toegankelijke – al dan niet afsluitbare – stoepen, trappen, portieken,
3
gangen, passages en galerijen; de afsluitbare alleen gedurende de tijd dat zij niet door of vanwege degene die daartoe naar burgerlijk recht is bevoegd zijn afgesloten.
ruimten toegang geven en niet afsluitbaar zijn; e. andere voor het publiek toegankelijke – al dan niet afsluitbare – stoepen, trappen, portieken, gangen, passages en galerijen; de afsluitbare alleen gedurende de tijd dat zij niet door of vanwege degene die daartoe naar burgerlijk recht is bevoegd zijn afgesloten.
Artikel 1:2 (artikel II, onderdeel B, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd:
Bestaande tekst Artikel 1:2 Beslistermijn
Nieuwe tekst Artikel 1:2 Beslistermijn
1.Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag om een vergunning of ontheffing op grond van deze verordening binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag, tenzij in een volgend hoofdstuk anders is bepaald.
1.Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag om een vergunning of ontheffing op grond van deze verordening binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag, tenzij in een volgend hoofdstuk anders is bepaald.
2.Het bevoegde bestuursorgaan kan de beslistermijn voor ten hoogste acht weken verdagen met inachtneming van artikel 31 van de Dienstenwet.
2.Het bevoegde bestuursorgaan kan de beslistermijn voor ten hoogste acht weken verdagen met inachtneming van artikel 31 van de Dienstenwet. 3. Dit artikel is niet van toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning.
Artikel 1:4 (artikel II, onderdeel C, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd:
Bestaande tekst Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen
Nieuwe tekst Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen
1.Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden.
1.Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden.
2.Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen.
2.Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen.
4
3.Een ieder voor wie een krachtens deze verordening gestelde nadere regel geldt, is verplicht deze regel na te leven.
3.Een ieder voor wie een krachtens deze verordening gestelde nadere regel geldt, is verplicht deze regel na te leven. 4. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op een omgevingsvergunning.
Artikel 1:5 (artikel II, onderdeel D, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd:
Bestaande tekst Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van de vergunning of ontheffing
Nieuwe tekst Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van de vergunning of ontheffing
De vergunning of ontheffing is persoonlijk, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald.
1. De vergunning of ontheffing is persoonlijk, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.
Artikel 1:6 (artikel II, onderdeel E, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd:
Bestaande tekst Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing
Nieuwe tekst Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing
De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:
1. De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:
a. indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt;
a. indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt;
b. indien op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist;
b. indien op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist;
c. indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en
c. indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften
5
beperkingen niet zijn of worden nagekomen;
en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;
d. indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; of
d. indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; of
e. indien de houder of de rechtverkrijgende dit verzoekt.
e. indien de houder of de rechtverkrijgende dit verzoekt.
f. Indien de houder of rechtverkrijgende van slecht levensgedrag is.
f. Indien de houder of rechtverkrijgende van slecht levensgedrag is. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.
Artikel 2:10 (artikel II, onderdeel F, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd:
Bestaande tekst Artikel 2:10 Gebruik van of voorwerpen op, aan, onder of boven de weg
Nieuwe tekst Artikel 2:10 Gebruik van of voorwerpen op, aan, onder of boven de weg
1.Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders de weg anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan.
1.Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders de weg anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan.
2.Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het in het eerste lid bedoelde gebruik, voor zover dit een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j of onder k van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
2.Geen vergunning is vereist voor de door burgemeester en wethouders aan te wijzen categorieën en gevallen onder de door hen te stellen voorwaarden. 3.Behalve op de gronden genoemd in artikel 1:8, kan de vergunning worden geweigerd:
3.Geen vergunning is vereist voor de door burgemeester en wethouders aan te wijzen categorieën en gevallen onder de door hen te stellen voorwaarden.
a.als het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig of veilig gebruik daarvan, of een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg;
4.Behalve op de gronden genoemd in artikel 1:8, kan de vergunning worden geweigerd:
6
a. als het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig of veilig gebruik daarvan, of een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg;
b.als het beoogde gebruik op zichzelf of in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; c.in het belang van het voorkomen of beperken van overlast voor gebruikers van een in de nabijheid gelegen onroerende zaak.
b. als het beoogde gebruik op zichzelf of in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand;
4.Het college kan in het belang van de openbare orde, de volksgezondheid of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen ten aanzien van laadpalen, terrassen, uitstallingen en reclameborden.
c. in het belang van het voorkomen of beperken van overlast voor gebruikers van een in de nabijheid gelegen onroerende zaak. 5.Het college kan in het belang van de openbare orde, de volksgezondheid of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen ten aanzien van laadpalen, terrassen, uitstallingen en reclameborden.
5.Het verbod is niet van toepassing als in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam uitvoering wordt gegeven aan een publieke taak. 6. Op de aanvraag om een vergunning, niet zijnde een omgevingsvergunning, is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
6.Het verbod is niet van toepassing als in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam uitvoering wordt gegeven aan een publieke taak. 7.Op de aanvraag om een vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2:10a (artikel II, onderdeel G, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd:
Bestaande tekst Artikel 2:10a Afbakeningsbepalingen en uitzonderingen
Nieuwe tekst Artikel 2:10a Afbakeningsbepalingen en uitzonderingen
1.Het in artikel 2:10 gestelde verbod is niet van toepassing op:
1.Het in artikel 2:10 gestelde verbod is niet van toepassing op:
a. evenementen, bedoeld in artikel 2:24;
a. evenementen, bedoeld in artikel 2:24;
7
b. standplaatsen, bedoeld in artikel 5:17;
b. standplaatsen, bedoeld in artikel 5:17;
c. voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard.
c. voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard.
2.Het verbod is ook niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Verordening wegen Noord-Brabant 2010.
2. Het verbod is ook niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de Omgevingsverordening NoordBrabant of de Waterschapsverordening Waterschap De Dommel 2022.
3.De weigeringsgrond van artikel 2:10, vierde lid, onder a, is niet van toepassing indien in het daar geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet.
3.De weigeringsgrond van artikel 2:10, derde lid, onder a, is niet van toepassing indien in het daar geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet.
4.De weigeringsgrond van artikel 2:10, vierde lid, onder b, is niet van toepassing op bouwwerken. 5.De weigeringsgrond van artikel 2:10, vierde lid, onder c, is niet van toepassing indien hierin wordt voorzien door de Wet milieubeheer.
4.De weigeringsgrond van artikel 2:10, derde lid, onder b, is niet van toepassing op bouwwerken. 5.De weigeringsgrond van artikel 2:10, derde lid, onder c, is niet van toepassing indien hierin wordt voorzien door de Wet milieubeheer.
Artikel 2:11 (artikel II, onderdeel H, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd:
Bestaande tekst Artikel 2:11 (Omgevinges)vergunning voor het aanleggen, beschadigen of veranderen van een weg
Nieuwe tekst Artikel 2:11 (Omgevinges)vergunning voor het aanleggen, beschadigen of veranderen van een weg
1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg.
1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te
8
2.De vergunning wordt verleend:
brengen in de wijze van aanleg van een weg.
a. als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, indien de activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit, of;
2. Het verbod is niet van toepassing als in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam uitvoering wordt gegeven aan een publieke taak.
b. door burgemeester en wethouders in overige gevallen.
3. Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale Omgevingsverordening NoordBrabant of de Waterschapsverordening Waterschap De Dommel 2022 of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, de Wegenwet, het Wetboek van Strafrecht of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet.
3. Het verbod is niet van toepassing als in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam uitvoering wordt gegeven aan een publieke taak. 4. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wegenwet, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de provinciale wegenverordening, de Keur Waterschap De Dommel 2015, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening of de Verordening Kabels en Leidingen gemeente Eindhoven 2014. 5. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Artikel 2:12 (artikel II, onderdeel I, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd:
Bestaande tekst Artikel 2:12 Maken of veranderen van een uitweg
Nieuwe tekst Artikel 2:12 Maken of veranderen van een uitweg
1.Het is verboden zonder omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders:
1.Het is verboden zonder omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders:
a. een uitweg te maken naar de weg;
a. een uitweg te maken naar de weg;
b. van de weg gebruik te maken voor het hebben van een uitweg;
b. van de weg gebruik te maken voor het hebben van een uitweg;
9
c. verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg.
c. verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg.
2. De vergunning kan worden geweigerd in het belang van:
2. De vergunning kan worden geweigerd in het belang van:
a. de bruikbaarheid van de weg; a. de bruikbaarheid van de weg; b. het veilig en doelmatig gebruik van de weg;
b. het veilig en doelmatig gebruik van de weg;
c. de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving;
c. de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving;
d. de bescherming van groenvoorzieningen in de gemeente.
d. de bescherming van groenvoorzieningen in de gemeente.
3. Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Verordening wegen Noord-Brabant 2010.
3. Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een wet of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale Omgevingsverordening NoordBrabant of de Waterschapsverordening Waterschap De Dommel 2022.
Artikel 2:14 (artikel II, onderdeel J, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd:
Bestaande tekst Artikel 2:14 Winkelwagentjes
Nieuwe tekst Artikel 2:14 Winkelwagentjes
1. In dit artikel wordt onder de onmiddellijke omgeving van het bedrijf verstaan:
1. In dit artikel wordt onder de onmiddellijke omgeving van het bedrijf verstaan:
a. het winkelcentrum waarin het bedrijf is gevestigd;
a. het winkelcentrum waarin het bedrijf is gevestigd;
b. de aan het bedrijf of dat winkelcentrum grenzende weg;
b. de aan het bedrijf of dat winkelcentrum grenzende weg;
c. een aan die weg aansluitende parkeerplaats.
c. een aan die weg aansluitende parkeerplaats.
2. De rechthebbende op een bedrijf die winkelwagentjes ter beschikking stelt is verplicht deze:
2. De rechthebbende op een bedrijf die winkelwagentjes ter beschikking stelt is verplicht deze:
10
a. te voorzien van de naam van dat bedrijf of van een ander herkenningsteken, en
a. te voorzien van de naam van dat bedrijf of van een ander herkenningsteken, en
b. bij achterlating in de onmiddellijke omgeving van het bedrijf op een daartoe niet aangewezen en ingerichte plaats, terstond te verwijderen of te doen verwijderen.
b. bij achterlating in de onmiddellijke omgeving van het bedrijf op een daartoe niet aangewezen en ingerichte plaats, terstond te verwijderen of te doen verwijderen.
3. Het is verboden zich met een winkelwagentje buiten de onmiddellijke omgeving van het bedrijf te bevinden of dat winkelwagentje na gebruik onbeheerd achter te laten.
3. Het is verboden zich met een winkelwagentje buiten de onmiddellijke omgeving van het bedrijf te bevinden of dat winkelwagentje na gebruik onbeheerd achter te laten.
4. Het is verboden een winkelwagentje dat is gebruikt op de weg, onbeheerd daar op achter te laten anders dan op een daartoe aangewezen plaats.
4. Het is verboden een winkelwagentje dat is gebruikt op de weg, onbeheerd daar op achter te laten anders dan op een daartoe aangewezen plaats.
5. Het in het tweede lid bepaalde is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer.
5. Het in het tweede lid bepaalde is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet.
Artikel 2:21 (artikel II, onderdeel K, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd:
Bestaande tekst Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting
Nieuwe tekst Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting
1. De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of aan dat bouwwerk, vanwege en overeenkomstig de aanwijzingen van burgemeester en wethouders, voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve van het openbaar verkeer of de openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.
1. De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of aan dat bouwwerk, vanwege en overeenkomstig de aanwijzingen van burgemeester en wethouders, voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve van het openbaar verkeer of de openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.
2. Burgemeester en wethouders maken van tevoren aan de rechthebbende het besluit tot het doen aanbrengen of wijzigen van een voorwerp, bord of voorziening, bekend.
2. Burgemeester en wethouders maken van tevoren aan de rechthebbende het besluit tot het doen aanbrengen of wijzigen van een voorwerp, bord of voorziening, bekend.
11
3. Dit gebod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Waterstaatswet 1900, de Onteigeningswet, of de Belemmeringenwet Privaatrecht.
3. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door hoofdstuk 10 van de Omgevingswet.
Artikel 2:24 (artikel II, onderdeel L, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd:
Bestaande tekst Artikel 2:24 Begripsbepalingen
Nieuwe tekst Artikel 2:24 Begripsbepalingen
1. In deze afdeling wordt onder evenement verstaan: elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van:
1. In deze afdeling wordt onder evenement verstaan: elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van:
a. bioscoopvoorstellingen;
a. bioscoopvoorstellingen;
b. schouwburg-, muziek- en/of theatervoorstellingen die plaatsvinden in een inrichting als bedoeld in de Wet milieubeheer; c. voetbalwedstrijden, als bedoeld in artikel 2:26a, tweede lid;
b. schouwburg-, muziek- of theatervoorstellingen die plaatsvinden in een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet;
d. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;
c. voetbalwedstrijden, als bedoeld in artikel 2:26a, tweede lid;
e. het in een inrichting in de zin van de Alcoholwet gelegenheid geven tot dansen;
d. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen; e. het in een inrichting in de zin van de Alcoholwet gelegenheid geven tot dansen;
f. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties;
f. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties;
g. activiteiten als bedoeld in artikel 2:9 en 2:39; h. sportwedstrijden, georganiseerd door een bij de NOC*NSF aangesloten of door burgemeester en wethouders erkende instelling, die volgens door die instelling vastgestelde regels worden gehouden of gespeeld en worden gespeeld of gehouden in of op accommodaties waarover de organisator permanent de beschikking heeft.
12
g. activiteiten als bedoeld in artikel 2:9 en 2:39; h. sportwedstrijden, georganiseerd door een bij de NOC*NSF aangesloten of door burgemeester en wethouders erkende instelling, die volgens door die instelling vastgestelde regels worden gehouden of gespeeld en worden gespeeld of gehouden in of op
accommodaties waarover de organisator permanent de beschikking heeft.
2.Onder evenement wordt mede verstaan: a. een herdenkingsplechtigheid;
2.Onder evenement wordt mede verstaan:
b. een braderie; a. een herdenkingsplechtigheid; c. een optocht niet zijnde een samenkomst, betoging of vergadering als bedoeld in artikel 2:3;
b. een braderie;
d. een festiviteit, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg;
c. een optocht niet zijnde een samenkomst, betoging of vergadering als bedoeld in artikel 2:3;
e. een circus of kermis; d. een festiviteit, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg;
f. een vechtsportwedstrijd of -gala.
e. een circus of kermis; f. een vechtsportwedstrijd of -gala.
Artikel 2:25 (artikel II, onderdeel M, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd:
Bestaande tekst Artikel 2:25 Evenementenvergunning
Nieuwe tekst Artikel 2:25 Evenementenvergunning
1.Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren.
1.Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren.
2.Onverminderd artikel 1:8 weigert de burgemeester de evenementenvergunning bedoeld in artikel 2:24, tweede lid, onder f., als de organisator van dat evenement in enig opzicht van slecht levensgedrag is. 3.Het verbod geldt niet voor een wedstrijd op of aan de weg, voor zover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 10 juncto artikel 148 van de Wegenverkeerswet 1994 en de Provinciale milieuverordening Noord-Brabant 2010. 4.Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht
2.Onverminderd artikel 1:8 weigert de burgemeester de evenementenvergunning bedoeld in artikel 2:24, tweede lid, onder f., als de organisator van dat evenement in enig opzicht van slecht levensgedrag is. 3.Het verbod geldt niet voor een wedstrijd op of aan de weg, voor zover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 10 juncto artikel 148 van de Wegenverkeerswet 1994 en de Omgevingsverordening NoordBrabant. 4.Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van
13
(positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
5.Bij de indiening van een vergunningaanvraag worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd voor zover het evenement een gebruiksmelding zou moeten worden gedaan op grond van artikel 2:1, eerste lid, van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen.
5.Bij de indiening van een vergunningaanvraag worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd voor zover het evenement een gebruiksmelding zou moeten worden gedaan op grond van artikel 2:1, eerste lid, van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen.
Artikel 2:29 (artikel II, onderdeel N, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd:
Bestaande tekst Artikel 2:29 Sluitingstijd
Nieuwe tekst Artikel 2:29 Sluitingstijd
1. Het is verboden een openbare inrichting geopend te hebben of bezoekers in de inrichting te laten verblijven tussen 02:00 uur en 08:00 uur.
1. Het is verboden een openbare inrichting geopend te hebben of bezoekers in de inrichting te laten verblijven tussen 02:00 uur en 08:00 uur.
2. Het verbod geldt niet tussen 02.00 uur en 04.00 uur op zaterdag en zondag, en tijdens de carnavalsdagen,Tweede Paasdag, Koningsdag, de dag na Hemelvaart, Tweede Pinksterdag, Eerste Kerstdag en de dag na Tweede Kerstdag ,voorts niet tussen 02.00 uur en 05.00 uur in de nacht van het ingaan van de zomertijd, voor een openbare inrichting die is gelegen binnen het gebied:
2. Het verbod geldt niet tussen 02.00 uur en 04.00 uur op zaterdag en zondag, en tijdens de carnavalsdagen,Tweede Paasdag, Koningsdag, de dag na Hemelvaart, Tweede Pinksterdag, Eerste Kerstdag en de dag na Tweede Kerstdag ,voorts niet tussen 02.00 uur en 05.00 uur in de nacht van het ingaan van de zomertijd, voor een openbare inrichting die is gelegen binnen het gebied:
a. Centrum, zijnde het gebied dat wordt begrensd door de Emmasingel, de Keizersgracht, de Wal, de P.C. Hooftlaan, de Hertogstraat, de Vestdijk en het 18 Septemberplein, de inrichtingen, die aan deze wegen zijn gelegen voor zover niet zijn gelegen in het gebied ‘de Bergen’((CBS wijkcode 112) alsmede de openbare inrichtingen gelegen aan het Stationsplein en de Dommelstraat;
a. Centrum, zijnde het gebied dat wordt begrensd door de Emmasingel, de Keizersgracht, de Wal, de P.C. Hooftlaan, de Hertogstraat, de Vestdijk en het 18 Septemberplein, de inrichtingen, die aan deze wegen zijn gelegen voor zover niet zijn gelegen in het gebied ‘de Bergen’((CBS wijkcode 112) alsmede de openbare inrichtingen gelegen aan het Stationsplein en de Dommelstraat;
14
b. Strijp S, zijnde het gebied dat wordt begrensd door de Beukenlaan, het spoor, de Glaslaan, de Kastanjelaan en Schootsestraat, met uitzondering van deze wegen en mits daarin geen bezoekers worden toegelaten tussen 02.00 uur en 04.00 uur.
b. Strijp S, zijnde het gebied dat wordt begrensd door de Beukenlaan, het spoor, de Glaslaan, de Kastanjelaan en Schootsestraat, met uitzondering van deze wegen en mits daarin geen bezoekers worden toegelaten tussen 02.00 uur en 04.00 uur.
3. Het verbod geldt niet:
3. Het verbod geldt niet:
a. tussen 02.00 uur en 07.00 uur op maximaal tien keer per kalenderjaar voor de houder van de openbare inrichting gevestigd op de begane grond in het Klokgebouw op Strijp S, mits daarin geen bezoekers worden toegelaten tussen 02.00 uur en 07.00 uur, de gewenste dag minimaal vier weken van tevoren aan de burgemeester wordt gemeld en de burgemeester na ontvangst van de melding niet heeft besloten tot een verbod.
a. tussen 02.00 uur en 07.00 uur op maximaal tien keer per kalenderjaar voor de houder van de openbare inrichting gevestigd op de begane grond in het Klokgebouw op Strijp S, mits daarin geen bezoekers worden toegelaten tussen 02.00 uur en 07.00 uur, de gewenste dag minimaal vier weken van tevoren aan de burgemeester wordt gemeld en de burgemeester na ontvangst van de melding niet heeft besloten tot een verbod.
b. tussen 02.00 uur en 07.00 uur op maximaal vijf dagen per kalenderjaar, op carnavalszondag en op Koningsdag voor de houder van de openbare inrichting gevestigd in het Beursgebouw aan de Lardinoisstraat, mits daarin geen bezoekers worden toegelaten tussen 02.00 uur en 07.00 uur, de gewenste dag minimaal vier weken van tevoren aan de burgemeester wordt gemeld en de burgemeester na ontvangst van de melding niet heeft besloten tot een verbod.
b. tussen 02.00 uur en 07.00 uur op maximaal vijf dagen per kalenderjaar, op carnavalszondag en op Koningsdag voor de houder van de openbare inrichting gevestigd in het Beursgebouw aan de Lardinoisstraat, mits daarin geen bezoekers worden toegelaten tussen 02.00 uur en 07.00 uur, de gewenste dag minimaal vier weken van tevoren aan de burgemeester wordt gemeld en de burgemeester na ontvangst van de melding niet heeft besloten tot een verbod.
c. op nieuwjaarsdag, mits de openbare inrichting op dat moment niet gesloten hoeft te zijn op grond van de Wet milieubeheer, de Opiumwet, de Gemeentewet of artikel 2:40a.
c. op nieuwjaarsdag, mits de openbare inrichting op dat moment niet gesloten hoeft te zijn op grond van de Omgevingswet, de Opiumwet, de Gemeentewet of artikel 2:40a.
d. tussen 06.00 uur en 08.00 uur in verband met het serveren van een alcoholvrij ontbijt.
d. tussen 06.00 uur en 08.00 uur in verband met het serveren van een alcoholvrij ontbijt.
4. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod.
4. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod.
15
5. Het verbod geldt niet voor openbare inrichtingen die zijn genoemd in artikel 2:28 lid 3 onder b. Voor een openbare inrichting in een winkel als bedoeld in artikel 2:28, derde lid onder b eerste gedachtestreepje gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel.
5. Het verbod geldt niet voor openbare inrichtingen die zijn genoemd in artikel 2:28 lid 3 onder b. Voor een openbare inrichting in een winkel als bedoeld in artikel 2:28, derde lid onder b eerste gedachtestreepje gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel.
6. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Wet milieubeheer is voorzien.
6. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Omgevingswet is voorzien.
7. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
7. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2:52a (artikel II, onderdeel O, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd:
Bestaande tekst Artikel 2:52a Hinder door bromfietsen e.d.
Nieuwe tekst Artikel 2:52a Hinder door bromfietsen e.d.
Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer zich met een motorvoertuig of een bromfiets zodanig te gedragen, dat daardoor voor een omwonende of overigens voor de omgeving hinder ontstaat.
Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, zich met een motorvoertuig of een bromfiets zodanig te gedragen, dat daardoor voor een omwonende of overigens voor de omgeving hinder ontstaat.
Artikel 2:60 (artikel II, onderdeel P, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd:
Bestaande tekst Artikel 2:60 Houden of voeren van hinderlijke of schadelijke dieren
Nieuwe tekst Artikel 2:60 Houden of voeren van hinderlijke of schadelijke dieren
1. Het is verboden op door burgemeester en wethouders ter voorkoming of beëindiging van overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, bij dat
1. Het is verboden op door burgemeester en wethouders ter voorkoming of beëindiging van overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet
16
aanwijzingsbesluit aangeduide dieren:
luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren:
a. aanwezig te hebben; b. aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door burgemeester en wethouders in het aanwijzingsbesluit gestelde regels;
a. aanwezig te hebben;
c. aanwezig te hebben in een groter aantal dan in dat aanwijzingsbesluit is aangegeven, of;
b. aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door burgemeester en wethouders in het aanwijzingsbesluit gestelde regels; c. aanwezig te hebben in een groter aantal dan in dat aanwijzingsbesluit is aangegeven, of;
d. te voeren. 2. Burgemeester en wethouders kunnen de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen binnen een plaats die krachtens het eerste lid is aangewezen, ontheffing verlenen van een of meer verboden bedoeld in het eerste lid.
d. te voeren.
3. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
2. Burgemeester en wethouders kunnen de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen binnen een plaats die krachtens het eerste lid is aangewezen, ontheffing verlenen van een of meer verboden bedoeld in het eerste lid. 3. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Artikel 2:64a (artikel II, onderdeel Q, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd:
Bestaande tekst Artikel 2:64a Hinder door dieren
Nieuwe tekst Artikel 2:64a Hinder door dieren
Het is degene die buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer de zorg heeft voor een dier, verboden dat dier voor een omwonende of overigens voor de omgeving hinder te laten veroorzaken.
Het is degene die buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, de zorg heeft voor een dier, verboden dat dier voor een omwonende of overigens voor de omgeving hinder te laten veroorzaken.
Artikel 2:71 (artikel II, onderdeel R, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd:
17
Bestaande tekst Artikel 2:71 Begripsbepaling
Nieuwe tekst Artikel 2:71 Begripsbepaling
In deze afdeling wordt verstaan onder consumentenvuurwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in het Vuurwerkbesluit.
In deze afdeling wordt verstaan onder: • consumentenvuurwerk: vuurwerk van categorie F1, F2 of F3 dat op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik; • fop- en schertsvuurwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in het Vuurwerkbesluit.
Artikel 2:73a (artikel II, onderdeel S, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd:
Bestaande tekst Artikel 2:73a Carbidschieten
Nieuwe tekst Artikel 2:73a Carbidschieten
1. Het is verboden acetyleengas afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide (carbid) en water, of een gasmengsels met vergelijkbare eigenschappen op explosieve wijze te verbranden.
1. Het is verboden acetyleengas afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide (carbid) en water, of een gasmengsels met vergelijkbare eigenschappen op explosieve wijze te verbranden.
2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in de periode van 31 december 10.00 uur en 1 januari 02.00 uur van het daaropvolgende jaar.
2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in de periode van 31 december 10.00 uur en 1 januari 02.00 uur van het daaropvolgende jaar.
3. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet wapens en munitie of het Wetboek van Strafrecht.
3. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet, de Wet wapens en munitie of het Wetboek van Strafrecht.
Artikel 2:73b (artikel II, onderdeel T, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd:
Bestaande tekst Artikel 2:73b Vervoeren of bij zich hebben van carbid of soortgelijke stoffen
Nieuwe tekst Artikel 2:73b Vervoeren of bij zich hebben van carbid of soortgelijke stoffen
1.Het is verboden op een openbare plaats carbid of soortgelijke stoffen of voorwerpen als bedoeld in artikel
1.Het is verboden op een openbare plaats carbid of soortgelijke stoffen of voorwerpen als bedoeld in artikel
18
2:73a te vervoeren of bij zich te hebben, waarvan gelet op hun aard of de omstandigheden waaronder deze worden aangetroffen, redelijkerwijs kan worden aangenomen dat deze zullen worden gebruikt in strijd met het bepaalde in artikel 2:73a.
2:73a te vervoeren of bij zich te hebben, waarvan gelet op hun aard of de omstandigheden waaronder deze worden aangetroffen, redelijkerwijs kan worden aangenomen dat deze zullen worden gebruikt in strijd met het bepaalde in artikel 2:73a.
2.Het verbod is niet van toepassing op degenen aan wie carbid is afgeleverd gedurende de tijd die nodig is om thuis te komen, noch op degene die aannemelijk maakt dat hij het carbid nodig heeft in de uitoefening van beroep of bedrijf.
2.Het verbod is niet van toepassing op degenen aan wie carbid is afgeleverd gedurende de tijd die nodig is om thuis te komen, noch op degene die aannemelijk maakt dat hij het carbid nodig heeft in de uitoefening van beroep of bedrijf.
3.Dit artikel is niet van toepassing, voor zover de Wet milieubeheer, de Wet wapens en munitie, de Wet vervoer gevaarlijke stoffen of het Wetboek van Strafrecht van toepassing zijn.
3. Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet, de Wet wapens en munitie, de Wet vervoer gevaarlijke stoffen of het Wetboek van Strafrecht.
Artikel 3.2.3 (artikel II, onderdeel U, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd:
Bestaande tekst Artikel 3.2.3 Sluitingsuur
Nieuwe tekst Artikel 3.2.3 Sluitingsuur
1. Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben of daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven tussen 02.00 uur en 08.00 uur.
1.Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben of daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven tussen 02.00 uur en 08.00 uur.
2.Het bevoegd bestuursorgaan kan:
2.Het bevoegd bestuursorgaan kan:
a.door middel van een voorschrift als bedoeld in artikel 1:4 voor een afzonderlijke seksinrichting andere sluitingstijden vaststellen;
a.door middel van een voorschrift als bedoeld in artikel 1:4 voor een afzonderlijke seksinrichting andere sluitingstijden vaststellen;
b.ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.
b.ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.
3.Het is bezoekers van een seksinrichting verboden gedurende de tijd dat die seksinrichting krachtens het eerste of tweede lid gesloten dient te zijn, zich daarin of aldaar te bevinden.
3.Het is bezoekers van een seksinrichting verboden gedurende de tijd dat die seksinrichting krachtens het eerste of tweede lid gesloten dient te zijn, zich daarin of aldaar te bevinden.
19
4.Het voorgaande geldt niet voor zover de Wet milieubeheer van toepassing is.
4. Het voorgaande is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet.
Artikel 3.3.2 (artikel II, onderdeel V, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd:
Bestaande tekst Artikel 3.3.2 Weigeringsgronden
Nieuwe tekst Artikel 3.3.2 Weigeringsgronden
De vergunning als bedoeld in artikel 3.2.1 eerste lid, wordt onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 geweigerd indien:
De vergunning als bedoeld in artikel 3.2.1 eerste lid, wordt onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 geweigerd indien:
a. de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in artikel 3.2.2 gestelde eisen;
a. de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in artikel 3.2.2 gestelde eisen;
b. de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of escortbedrijf in strijd is met een geldend bestemmingsplan, stadsvernieuwingsplan;
b. de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of escortbedrijf in strijd is met het omgevingsplan of een bekendgemaakte ontwerpwijziging daarvan;
c. er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht, of met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde;
c. er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht, of met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde;
d. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvrage vermelde in overeenstemming zal zijn.
d. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvrage vermelde in overeenstemming zal zijn.
e. Er aanwijzingen zijn dat voor of bij het seksbedrijf personen tewerkgesteld zijn of zullen zijn die, als het prostituees betreft, nog niet de leeftijd van 21 jaar hebben bereikt.
e. Er aanwijzingen zijn dat voor of bij het seksbedrijf personen tewerkgesteld zijn of zullen zijn die, als het prostituees betreft, nog niet de leeftijd van 21 jaar hebben bereikt.
Artikel 4:1 (artikel II, onderdeel W, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd:
Bestaande tekst Artikel 4:1 Begripsbepalingen
Nieuwe tekst Artikel 4:1 Begripsbepalingen
20
In deze afdeling wordt verstaan onder:
In deze afdeling wordt verstaan onder:
• Besluit: het Activiteitenbesluit milieubeheer;
• Besluit: Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat besluit luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet;
• collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal inrichtingen is verbonden;
• collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal inrichtingen is verbonden;
• houder van een inrichting: degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting drijft;
• houder van een inrichting: degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting drijft;
• horeca-inrichting: een inrichting waarbij uitsluitend of in hoofdzaak sprake is van:
• horeca-inrichting: een inrichting waarbij uitsluitend of in hoofdzaak sprake is van:
a. een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar, discotheek, of
a. een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar, discotheek, of
b. daaraan verwante inrichting, waar tegen vergoeding logies worden verstrekt, dranken worden geschonken of spijzen voor directe consumptie worden bereid of verstrekt.
b. daaraan verwante inrichting, waar tegen vergoeding logies worden verstrekt, dranken worden geschonken of spijzen voor directe consumptie worden bereid of verstrekt.
• incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen;
• incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen;
• inrichting: inrichting type A of type B als bedoeld in het Besluit; • recreatie-inrichting: inrichting waarbij uitsluitend of in hoofdzaak sprake is van:
• inrichting: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, met dien verstande dat de artikelen 4:2 tot en met 4:5 uitsluitend van toepassing zijn op inrichtingen type A of type B als bedoeld in het Besluit;
a. een gelegenheid tot zwemmen of baden, b. een of meer voorzieningen of installaties voor het dansen of geven van dansonderricht, c. het onderrichten van muziek of toneel, of oefenen voor of houden van muziek-, toneel- of daarmee verwante uitvoeringen,
• recreatie-inrichting: inrichting waarbij uitsluitend of in hoofdzaak sprake is van:
21
d. het vertonen van films, het houden van presentaties, vergaderingen of congressen, of tentoonstellen van gebruiksvoorwerpen of voortbrengsels van kunst, cultuur of wetenschap,
a. een gelegenheid tot zwemmen of baden,
e. het gelegenheid bieden tot het deelnemen aan kansspelen of om mee te dingen naar prijzen of premies door enige kansbepaling of tot het gebruiken van speelautomaten,
c. het onderrichten van muziek of toneel, of oefenen voor of houden van muziek-, toneel- of daarmee verwante uitvoeringen,
b. een of meer voorzieningen of installaties voor het dansen of geven van dansonderricht,
f. het recreatief dagverblijf bieden of waar een of meer voorzieningen aanwezig zijn voor recreatieve doeleinden, recreatief nachtverblijf bieden in vakantiewoningen, trekkershutten of door middel van een kampeerterrein;
d. het vertonen van films, het houden van presentaties, vergaderingen of congressen, of tentoonstellen van gebruiksvoorwerpen of voortbrengsels van kunst, cultuur of wetenschap, e. het gelegenheid bieden tot het deelnemen aan kansspelen of om mee te dingen naar prijzen of premies door enige kansbepaling of tot het gebruiken van speelautomaten,
• sportinrichting: inrichting waarbij uitsluitend of in hoofdzaak sprake is van een of meer voorzieningen of installaties voor het beoefenen van sport in wedstrijdverband, ter voorbereiding van wedstrijden of ter recreatie.
f. het recreatief dagverblijf bieden of waar een of meer voorzieningen aanwezig zijn voor recreatieve doeleinden, recreatief nachtverblijf bieden in vakantiewoningen, trekkershutten of door middel van een kampeerterrein; • sportinrichting: inrichting waarbij uitsluitend of in hoofdzaak sprake is van een of meer voorzieningen of installaties voor het beoefenen van sport in wedstrijdverband, ter voorbereiding van wedstrijden of ter recreatie.
Artikel 4:6 (artikel II, onderdeel X, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd:
Bestaande tekst Artikel 4:6 Overige geluidshinder
Nieuwe tekst Artikel 4:6 Overige geluidshinder
1. Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer op een zodanige wijze
1. Het is verboden buiten een inrichting op een zodanige wijze toestellen of geluidsapparaten in
22
toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidshinder wordt veroorzaakt.
werking te hebben of handelingen te verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidshinder wordt veroorzaakt. 2. Burgemeester en wethouders kunnen van het verbod ontheffing verlenen.
2. Burgemeester en wethouders kunnen van het verbod ontheffing verlenen.
3. Het verbod is niet van toepassing op:
3. Het verbod is niet van toepassing op:
a. categorieën handelingen aangewezen door burgemeester wethouders;
a. categorieën handelingen aangewezen door burgemeester wethouders;
b. handelingen tussen 19.00 uur en 07.00 uur of op zaterdagen, zondagen en algemeen erkende feestdagen, als deze uiterlijk 4 weken van te voren zijn gemeld.
b. handelingen tussen 19.00 uur en 07.00 uur of op zaterdagen, zondagen en algemeen erkende feestdagen, als deze uiterlijk 4 weken van te voren zijn gemeld.
4. Burgemeester en wethouders kunnen, onverminderd artikel 1:8, voorschriften stellen aan deze handelingen betreffende:
4. Burgemeester en wethouders kunnen, onverminderd artikel 1:8, voorschriften stellen aan deze handelingen betreffende:
a. het geluidsniveau; a. het geluidsniveau; b. de situering van geluidsbronnen; b. de situering van geluidsbronnen; c. de frequentie en tijden van gebruik;
c. de frequentie en tijden van gebruik;
d. de communicatie.
d. de communicatie.
5. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Bouwbesluit 2012, de Wet milieubeheer, de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de Provinciale milieuverordening Noord-Brabant 2010, het Wetboek van Strafrecht, de Luchtvaarwet, het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 en de Wegenverkeerswet 1994.
5. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de Omgevingsverordening NoordBrabant. 6. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
6. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
23
Artikel 4:13 (artikel II, onderdeel Y, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd:
Bestaande tekst Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz.
Nieuwe tekst Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz.
1. Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, in de open lucht of buiten de weg de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben:
1. Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, in de open lucht of buiten de weg de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben:
a. onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan;
a. onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan;
b. bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan; c. kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of onderdelen daarvan, indien het plaatsen of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een commercieel doel, of d. mestopslag, gierkelders of andere verzamelplaatsen van vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen;
b. bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan; c. kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of onderdelen daarvan, indien het plaatsen of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een commercieel doel, of d. mestopslag, gierkelders of andere verzamelplaatsen van vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen;
voor zover daardoor het uiterlijk aanzien van de gemeente wordt aangetast of overlast, hinder of schade wordt veroorzaakt. 2.Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien krachtens de Wet ruimtelijke ordening of door of krachtens de Provinciale milieuverordening Noord-Brabant 2010 of de Afvalstoffenverordening Eindhoven.
24
voor zover daardoor het uiterlijk aanzien van de gemeente wordt aangetast of overlast, hinder of schade wordt veroorzaakt. 2. Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet, de Omgevingsverordening NoordBrabant of de
Afvalstoffenverordening Eindhoven 2021. Artikel 4:15 (artikel II, onderdeel Z, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd:
Bestaande tekst Artikel 4:15 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame
Nieuwe tekst Artikel 4:15 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame
1. Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren door middel van een opschrift, aankondiging of afbeelding waardoor het verkeer in gevaar wordt gebracht of ernstige hinder ontstaat voor de omgeving.
1. Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren door middel van een opschrift, aankondiging of afbeelding waardoor het verkeer in gevaar wordt gebracht of ernstige hinder ontstaat voor de omgeving.
2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Besluit.
2. Het verbod is niet van toepassing in gevallen waarin een omgevingsvergunning is verleend en het gevaar en de hinder zijn betrokken bij de afweging.
Artikel 4:17 (artikel II, onderdeel AA, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd:
Bestaande tekst Artikel 4:17 Begripsbepaling
Nieuwe tekst Artikel 4:17 Begripsbepaling
In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: een onderkomen of voertuig dat bestemd is, opgericht is of gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor verblijf waarvoor geen omgevingsvergunning voor het bouwen in de zin van artikel 2.1, eerste lid onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist.
In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: een nietgrondgebonden onderkomen of voertuig dat bestemd is, opgericht is of gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor verblijf.
Artikel 4:18 (artikel II, onderdeel AB, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd:
Bestaande tekst Artikel 4:18 Verblijf buiten kampeerterreinen
Nieuwe tekst Artikel 4:18 Verblijf buiten kampeerterreinen
1. Het is verboden voor recreatief nachtverblijf een kampeermiddel te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan, de
1. Het is verboden voor recreatief nachtverblijf een kampeermiddel te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als
25
beheersverordening, het exploitatieplan of voorbereidingsbesluit is bestemd of mede bestemd.
zodanig in het omgevingsplan is bestemd of mede bestemd. 2. Het is verboden voor verblijf een kampeermiddel te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het omgevingsplan is bestemd of mede bestemd, voor zover daardoor het uiterlijk aanzien van de gemeente wordt aangetast, of schade, hinder of overlast wordt veroorzaakt.
2. Het is verboden voor verblijf een kampeermiddel te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan, de beheersverordening, het exploitatieplan of voorbereidingsbesluit is bestemd of mede bestemd, voor zover daardoor het uiterlijk aanzien van de gemeente wordt aangetast, of schade, hinder of overlast wordt veroorzaakt.
3. Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein.
3. Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein.
4. Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het eerste lid.
4. Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het eerste lid.