Bijlage 1 toets NNB evz
Tekst van het document
Blz. 10 van 12
• •
waterspiegel is aan te bevelen om voor de ijsvogels uitkijkposten en rustlocaties te creëren en plekken om prooien (visjes) dood te slaan en deze rustig op te eten; Kies een locatie waar geen water- of oevervegetatie aanwezig is; Indien wel oevervegetatie aanwezig is haal deze dan weg door het water uit te diepen tot circa 75 cm onder het de waterspiegel.
Een voorbeeld van een betonnen ijsvogel broedwand, zoals deze gerealiseerd is op het terrein van Golfbaan Midden-Brabant in Esbeek, is weergegeven in figuur 6. (links). In figuur 6 (rechts) is tevens de westoever van Dommel weergegeven (rode pijl) die direct ten oosten van de planlocatie ligt (zie ook figuur 4, boven).
Figuur 6: Links: voorbeeld van een betonnen ijsvogel broedwand in Esbeek. Bron: Greenkeeper.nl. Rechts: de westoever van de Dommel direct ten oosten van het plangebied (rode pijl).
Er zijn daarnaast mogelijkheden om verblijfplaatsen voor vleermuizen te creëren door het ophangen van vleermuiskasten (5 stuks) in de platanen aan de zuidzijde van het plangebied (zie figuur 7 links) en / of mogelijk aan bomen aan de oostzijde van het plangebied (zie figuur 7 rechts) nabij de rivier de Dommel (vorming van geschikte verblijf- en/of voortplantingsplaatsen), het versterken van de groene structuur binnen het plangebied (vorming van geschikt foerageergebied) en het voorkomen van lichtverstoring nabij de vleermuiskasten. De locaties waar mogelijk vleermuiskasten in bomen kunnen worden opgehangen zijn ook in figuur 4 (boven) weergegeven als rode stippen. Mogelijk kunnen ook inbouw vleermuiskasten aan de gevels van de te realiseren kantoorgebouwen aan de zuid-, zuidwest, en zuidoostzijde van het plangebied worden gerealiseerd, maar gezien de verwachte grote mate van lichtverstoring is dit minder kansrijk..
Figuur 7: Geschikte bomen aan de zuidzijde (links) en oostzijde (rechts) van de planlocatie waar mogelijk vleermuiskasten kunnen worden opgehangen voor BREEAM LE4 2e punt, buiten de demarcatiegrens (Bron ondergrond: Google maps).
Ontwerpfase BREEAM LE 4 Nieuwbouw kantoorgebouw Stationsweg te Eindhoven Kenmerk: 20190200/LE4/brf01, versie 1, d.d. 11 juli 2019
Blz. 11 van 12
Het plaatsen van deze vleermuiskasten dient wel in overleg met de gemeente Eindhoven te gebeuren aangezien de bovengenoemde bomenrijen buiten de planlocatie liggen. A3. Verklaring projectontwikkelaar In bijlage 3 is een verklaring opgenomen van de projectontwikkelaar dat de aanbevelingen als genoemd in tabel 1 worden uitgevoerd. Vervolg: opleverfase Wanneer de gehele terreininrichting is voltooid, dient een ter zake kundige ecoloog een controle uit te voeren op de uitgevoerde maatregelen. Hierbij wordt nagegaan of (conform de aanbevelingen in tabel 1, het concept-inrichtingsplan in figuur 3 en de plaatsingscriteria van faunakasten) voldoende is gedaan om het medegebruik van het terrein door (beschermde) planten en dieren te stimuleren. De bevindingen worden vastgelegd in een eindverklaring en vormen de bewijslast voor de opleverfase. Benodigd bewijsmateriaal – ontwerpfase De opdrachtgever is voornemens externe groenvoorziening zonder irrigatie in het plangebied toe te passen. In de ontwerpfase dient derhalve volgende bewijslast te worden aangeleverd: - Goedkeuring van de toe te passen beplanting door een erkend ecoloog of hovenier. Vervolg: opleverfase In de opleverfase dient de opdrachtgever/ontwikkelaar een rapportage van een inspectie op locatie door de assessor en fotografisch bewijsmateriaal aan te leveren.
In deze rapportage wordt bevestigd dat de voorgestelde (irrigatie)strategie wordt toegepast. Tot slot Ik vertrouw erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Indien u opmerkingen heeft of aanvullende informatie wenst, dan kunt u hiervoor contact opnemen met ondergetekende via 0881153273, 06-35113846 of per e-mail i.spierts@at-kb.nl. Met vriendelijke groet, ATKB B.V.
I.L.Y. (Igor) Spierts Projectadviseur Ecologie
Ontwerpfase BREEAM LE 4 Nieuwbouw kantoorgebouw Stationsweg te Eindhoven Kenmerk: 20190200/LE4/brf01, versie 1, d.d. 11 juli 2019
Blz. 12 van 12
ATKB kan u tevens van dienst zijn met:
ECOLOGIE • Soortgericht onderzoek (o.a. vleermuizen, amfibieën, kleine marterachtigen)
BODEM • Verkennend en nader bodemonderzoek • Partijkeuringen grond, baggerspecie en niet vormgegeven bouwstof
• Opstellen saneringsplannen en bestekken conventionele, in-situ landbodemsaneringen • Begeleiding en evaluatie van conventionele en in-situ landbodemsanering • (3D)-grondradaronderzoek • Arbitrage en juridisch advies bodemzaken • Civieltechnisch onderzoek naar asfalt, zand en klei • Coördinatie archeologisch onderzoek
Integrale dienstverlening
• Toetsingen aan natuurwetgeving • Ecologisch werkprotocol en begeleiding • Vegetatiekarteringen • Hydrobiologisch onderzoek • Waterplantenonderzoek en Ecoscans • Visstandbemonstering • Vismigratieonderzoek (vistelemetrie, pit-tag) • Actief Biologisch Beheer • Visserijmanagement • Visbeheerplannen • Schouw en kwaliteitsbeoordeling nieuwe natuur • SNL-monitoring en gebiedsanalyses
WATER&RUIMTE • Monitoring grondwater/oppervlaktewater (meetstrategie, inrichting/beheer meetnet, kwaliteit & kwantiteit) • Waterbodemonderzoek (NEN 5717, NEN 5720) • Kwantitatief waterbodemonderzoek • Voorbereiding en begeleiding van baggerwerken, inclusief waterbodemsaneringen • Baggerplan en werkplan • Bemalingsadvies • Ondersteuning en advies bij (stedelijk) waterbeheer • Ondersteuning en advies bij wettelijke procedures, inclusief vergunningen en meldingen
• Asbestinventarisatie gebouwen en objecten • Risicobeoordeling asbest in gebouwen NEN2991 • Opstellen en onderhouden asbestbeheersplan • Begeleiding, directievoering, saneringsonderzoek bij asbestverwijdering • Bewijsmateriaal duurzaamheidscertificering onder BREEAM-NL (diverse milieukundige credits onder Nieuwbouw en renovatie, In Use, Gebiedsontwikkeling en Sloop) • Beleidsondersteuning • Beleidsstudies, beheerplannen en adviezen • Second opinions • Monitoring en nazorg • Directievoering & toezicht • Uitvoeringsbegeleiding • Coördinatie • Detachering
ATKB Assen Weiersloop 9 9401 DZ Assen
ATKB Middelharnis Prins Bernhardlaan 147 3241 TA Middelharnis
ATKB Waardenburg Koeweistraat 7 4181 CD Waardenburg
ATKB Zoetermeer Baron de Coubertinlaan 3 2719 EN Zoetermeer
T 088 11 53 200 www.at-kb.nl info@at-kb.nl
BIJLAGE 1
Criteria faunakasten BREEAM
Doelgroep (lijst niet uitputtend)
Geschikt Vivara-model (lijst niet uitputtend)
Positie opening (windrichting)
Hoogte
Nestkast koloniebroeder
Nestkast solitaire holenbroeder
Halfopen nestkasten
Nestkast roofvogel
Vleermuiskast (klein model)
Insectenhotel
Huismus, gierzwaluw en huiszwaluw
Koolmees, pimpelmees
Zwarte roodstaart
Winterkoning
Torenvalk, slechtvalk
Diverse vleermuissoorten
Bijen, vlinders en overige geleedpotigen
Bijv. systeem-nestkast huismus, gierzwaluw woodstone, kunstnest huiszwaluw, huiszwaluwtil
Bijv. Sevilla 32 mm (koolmees) en 28 mm (pimpelmees)
Bijv. Barcelona Woodstone
Bijv. Ecuador
Bijv. nestkast torenvalk of nestkast slechtvalk
Bijv. Chambord, Chillon of Beaumaris
Bijv. Soleil of Sinne
Alle windrichtingen, maar bij voorkeur in de zon.
(W), ZW, Z, ZO, (O)
4 meter
Minimaal 0,5 meter.
Geen beperking
Geen beperking
Geen beperking
Geen beperking
Zorg voor vrije uitvliegopening (vrij van obstakels op minder dan 3 meter afstand) en onverlichte locatie.
Openingen moeten verschillend van formaat en glad (afgevijld/ geschuurd) zijn. Plaatsing dichtbij nectaraanbod van bloemen.
N, NO, O (bij voorkeur NO vanwege beschutting tegen de wind)
Huismus: 3-5 meter Gierzwaluw: min. 2,5 meter Huiszwaluw: 2-12 meter
Afstand tot faunakast soortgenoten
0,5 meter
Afstand tot faunakast andere soorten
3 meter
Bijzonderheden
Zorg voor vrije uitvliegopening
1,5 – 2 meter
Zo hoog mogelijk, maar minimaal op 3 meter
0,5 – 2 meter
10 meter
25 meter
10 meter
3 meter (tot faunakast nietroofvogels)
3 meter
3 meter
Torenvalk: 5-7 meter Slechtvalk: zo hoog mogelijk (vanaf enkele tientallen meters)
Maximaal één roofvogelkast per projectlocatie
Bovenstaande tabel biedt enig houvast bij het ophangen van de faunakasten. Het ophangen van faunakasten blijft echter maatwerk; bij voorkeur worden de kasten dan ook opgehangen door (of onder begeleiding van) een ter zake kundige. Dit voorkomt dat bij de eindcontrole blijkt dat de locatie van de reeds gerealiseerde kasten nog gewijzigd dient te worden.
BIJLAGE 2
IJSVOGEL Leefgebied
Optimaal leefgebied voor ijsvogels bevat gevarieerde, schone, visrijke wateren met rustige oevers, uitkijkposten boven het water in de vorm van overhangende takken en steile oevers of grote wortelkluiten om in te nestelen.
Voedsel
IJsvogels eten vis.
Inrichting
Stimuleren van een gevarieerd beekdallandschap, met stromende, meanderende beken met gevarieerd profiel, steilkanten, van de hoofdloop geïsoleerde oude beekarmen en veel dood hout op de oevers en in het water. Ook het creëren van rust langs delen van waterlopen kan helpen (oevers zonder wandelpaden). Op locaties met een gebrek aan nestgelegenheid kunnen eventueel actief enkele bomen omver getrokken worden.
Beheer en onderhoud
Gefaseerd beheer van wateren, zodat niet alles tegelijk geschoond wordt. Stimuleren van een goede waterkwaliteit, doorzicht en een gezonde visstand. Behouden van struiken met overhangende takken en niet te intensief snoeien.
IJsvogel De ijsvogel leeft nabij water. Vaak betreft dit stromend water, maar ook stilstaand wordt geaccepteerd. Van belang is vooral dat het water relatief helder is, er voldoende vis aanwezig is als voedselbron en uitkijkposten om vanaf te jagen. De soort nestelt in zelf gegraven gangen in steile oevers of in de wortelkluiten van omgevallen bomen. IJsvogels trekken ’s winters niet weg. Gevolg hiervan is dat de ijsvogelstand af en toe gedecimeerd wordt gedurende een strenge vorstperiode waarin wateren dichtvriezen. In dergelijke periodes is de soort sterk afhankelijk van wakken en van beken die te sterk stromen om dicht te vriezen. Gelukkig kunnen ijsvogels onder gunstige omstandigheden veel jongen grootbrengen, waardoor de stand ook relatief snel weer op kan krabbelen. In Eindhoven wordt de soort in goede jaren regelmatig gezien, met name nabij de Dommel, Kleine Dommel en Tongelreep.
BIJLAGE 3
Dit document is opgesteld in het kader van de handleiding BREEAM-NL Nieuwbouw (beoordelingsrichtlijn (BRL) 2014 v2.0, 16 februari 2017) voor het project ‘kantoorgebouw Stationsweg te Eindhoven’. Dit document vormt een onderdeel van de benodigde bewijslast voor de credit LE 4 1e en 2e punt. De opdrachtgever bevestigt bij dezen dat de aanbevelingen van de ecoloog (zie onderstaande tabellen 1 en 2), zoals opgenomen in briefrapport met kenmerk 20190200/LE4/brf01, versie 1, d.d. 11 juli 2019 en eventuele daarop volgende verbeteringen worden overgenomen en uitgevoerd: Tabel 1: Aanbevelingen voor het stimuleren van het terreingebruik door (beschermde) flora en fauna: BREEAM credit LE 4 – eerste punt. Nr. Maatregel Minimum eis # Doelsoorten 4 stuks Holtebroeders zoals bv. 1 Aanbrengen gesloten nestkasten voor kool- en pimpelmees vogels in bomen aan de zuid- en oostzijde van het plangebied. De plaatsing geschiedt onder begeleiding van of door een ter zake kundige, of wordt achteraf gecontroleerd 4 stuks 2 Aanbrengen insectenhotels in / bij Insecten, vlinders bv.
groenstructuren aan de zuid- en oostzijde kleine vos, van het plangebied, en op kantoorgebouw dagpauwoog, diverse (groen dak) met rondom nectarplanten voor soorten koolwitjes en insecten blauwtjes, wilde bijen Insecten, vogels, 3 A) Aanplanten lineaire structuren zoals A) 75-100 m grondgebonden hagen en klimop (beuken, liguster, veldesdoorn, of andere inheemse keuze, zoogdieren mogelijk aan oostzijde terrein nabij de Dommel en aan de noordzijde (spoorzijde) B) Versterken groene structuur door B) 5-10 inheems bes aanplant inheemse bes dragende struiken, dragende zoals meidoorn, sleedoorn, krent, lijsterbes struiken / nectarplanten of gewone vlier, en aanplant van nectarplanten zoals herfstaster, kattenkruid en koninginnekruid, o.a. mogelijk in plantenbakken in zuid- en oostzijde van het plangebied en mogelijk op groen dak kantoorgebouw
4 5
C) Aanplant bomen (alleen inheemse soorten), aan de oost- en zuidzijde van het plangebied Groen dak sedum mix op kantoorgebouw Aanplant meerjarige vaste planten, mogelijk nabij parkeerplaatsen op kantoorgebouw en aan oost- en zuidzijde van het plangebied en mogelijk op groene dak kantoorgebouw
C) 5 stuks 100 m2
Insecten, vogels
25-50 m2
Ongewervelden, foerageermogelijkheden voor vogels en vleermuizen
Tabel 2: Aanbevelingen voor het stimuleren van het terreingebruik door (beschermde) flora en fauna: BREEAM credit LE 4 – tweede punt. Nr. Maatregel Minimum eis # Doelsoorten 1 Aanbrengen van een ijsvogel broedwand Ruimte voor minimaal 5 IJsvogel nesten tegen een steil oeverdeel van de rivier de Dommel, bv. direct naast het plangebied aan de westoever van de Dommel (dit ligt beiden buiten het plangebied zelf, dus overleg met de gemeente is hiervoor nodig). 5 stuks 2 Aanbrengen vleermuiskasten in bomen Gewone en ruige (platanen) zuidzijde, en mogelijk oostzijde dwergvleermuis, rosse van het plangebied nabij de rivier de vleermuis Dommel (dit ligt beiden buiten het plangebied zelf, dus overleg met de gemeente is hiervoor nodig). Mogelijk ook inbouw vleermuiskasten aan de gevels van kantoorgebouwen aan de zuid-, zuidwest, en zuidoostzijde van het plangebied
Bovengenoemde zaken worden uitgevoerd volgens het meest actuele natuurrapport van de ecoloog. Naam:
Datum:
Handtekening: