Bijlage 1 - Nota van zienswijzen ontwerp omgevingsvisie
Tekst van het document
2.10. Zienswijze Enexis (mondeling ingekomen) Enexis geeft de complimenten over de participatie. Enexis heeft zeer actief mee kunnen doen. Ze zien dat dit daadwerkelijk terugkomt in de ontwerp-omgevingsvisie. Enexis wil nog wel een aantal adviezen geven en wat aandachtspunten benoemen. Het gaat zowel om tekstuele opmerkingen als om opmerkingen over het energienetwerk. Enexis wil meer detaillering op de energieopgave, o.a. dat ook de ondergrondse kabels op de kaarten worden opgenomen. De gemaakte opmerkingen:
23
registratienummer: 7784561 •
• •
•
• •
Enexis mist een verwijzing naar de gemeentelijke en regionale energievisie. De regionale energievisie gaat via de provinciale paraplu mogelijk consequenties krijgen; op basis van het provinciale energieperspectief en PMIEK maakt Enexis strategische keuzes. Komen er ook waterstofleidingen en waterstofopslag? In de plannen zou je daar rekening mee moeten houden. Gebruik van het woord Energiestations: het verzoek is het woord Elektriciteitsstations te gebruiken. In dit verband klopt het gebruikte woord niet. En liever de tekst opnemen: voor het uitbreiden van bestaande en het toevoegen van nieuwe elektriciteitsstation en niet de bestaande tekst handhaven. Enexis mist de uitwerking van de energieopgave in de stad, waaronder de ondergrondse kabelverbindingen. De pijlen in het plaatje op blz. 18 voegen niet veel toe want er zouden uiteindelijk veel meer pijlen gezet moeten worden. In alle buurten komen er namelijk kleine en middelgrote stations bij met verbindingen daartussen. Daarnaast komen er nieuwe hoog- / midden-spanningsstations bij in de regio en herverdelen we voorzieningsgebieden. De woningbouwopgave: is de Beethoven deal meegenomen bovenop de woondeal? Er zijn inmiddels recent nieuwe cijfers en ambities.
Is er ook gedacht aan plekken voor laadvoorzieningen voor de bussen? Als je dat in de toekomst op een andere plek gaat doen dan vraagt dat zeer veel energie en afhankelijk van de plek en de aantallen plekken heeft dat grotere of kleinere impact. Het heeft zowel ruimtelijke als energie-impact.
Gemeentelijk standpunt De omgevingsvisie benoemt energie als een belangrijke opgave. Voor de huidige en toekomstige energievraag is ruimte nodig in de stad. We geven dit in de omgevingsvisie globaal aan en werken dit nader uit in opvolgende programma's en het omgevingsplan. Bij de uitwerking worden partners zoals TenneT, Enexis en de regio nader betrokken. Ook worden hierbij de regionale en provinciale visies betrokken. De gemeente waardeert de complimenten van Enexis op het proces en het goed meedenken bij de visie. Enexis vraagt om meer inzicht in de energieopgave in de stad. De energieopgave wordt nader uitgewerkt en met wijzigingen van het omgevingsplan zullen de concrete fysieke ingrepen per buurt inzichtelijk worden gemaakt. We zullen dit toevoegen bij blz. 17 bij paragraaf 3.2.2. De waterstofleiding en warmtenetten worden benoemd in paragraaf 3.2.2. We nemen geen extra verwijzingen naar andere visies op ter voorkoming van het vroegtijdig verouderen van de omgevingsvisie. Met betrekking tot het gebruik van het woord energiestations: we zullen dit vervangen door elektriciteitsstations. Met betrekking tot de ondergrondse kabelverbindingen kunnen we niet meegaan in de zienswijze van Enexis om deze allemaal op kaart op te nemen. De omgevingsvisie schetst een globaal beeld en een globale richting voor ontwikkeling van de stad.
Het voert te ver om in de omgevingsvisie alle kabelverbindingen boven en onder de grond weer te geven. Dit komt bij de uitwerking van de visie aan bod.
24
registratienummer: 7784561 De Beethoven deal is tot op zekere hoogte meegenomen in de visie. De deal behoeft nog verdere uitwerking. De omgevingsvisie is echter met de randvoorwaardelijke verstedelijkingsprincipes zodanig opgebouwd dat de hoeveelheid woningen of de snelheid waarmee de verstedelijking gerealiseerd wordt leidt tot een prettige en leefbare stad, ongeacht de hoeveelheid en/of snelheid van de realisatie. Laadvoorzieningen voor bussen wordt meegenomen bij de uitwerking van de visie. De overige gemaakte opmerkingen nemen we niet mee bij de visie omdat ze niet van toepassing zijn. Conclusie zienswijze De zienswijze geeft aanleiding tot een kleine aanpassing van de visie. Het gaat om een aanscherping van de volgende onderdelen: - 3.2.2 blz.17 het woord energiestations wordt vervangen door elektriciteitsstations. 3.2.2 blz. 17 toevoegen dat de concrete uitwerking van de energietransitie gebiedsgericht gebeurt via wijzigingen van het omgevingsplan
3. Ambsthalve wijzigingen Rondom de Brainport Industries Campus stonden wat fouten, het ging daarbij om de benaming en begrenzing op de kaarten. Dit is aangepast: • De naamgeving van BIC op de kaarten in hoofdstuk 5 en 6 is aangepast. • BIC fase 2 is vastgesteld, de begrenzing is opgenomen op de kaarten bij hoofdstuk 5 en 6. • In hoofdstuk 7 wordt de kaart Omgevingskwaliteiten aangepast ter hoogte van de BIC campus. Delen van BIC Noord hebben geen beschermde status vanuit het Natuurnetwerk Brabant. We passen dit aan op de kaart blz 88. • In Eindhoven Noordwest stond nog een witte vlek op sommige kaarten ter hoogte van noordwestelijk deel BIC campus, dit deel was voorheen grondgebied van Best en is nu van Eindhoven. De witte vlek is ingetekend in H6 bij de bestaande gebieden. Bij economie zijn een aantal wijzigingen meegenomen om de visie aan te scherpen, het gaat om de volgende punten: • Paragraaf 3.2.5: hier wordt in alinea 4 na de zin ‘We versterken de bestaande campussen en grote werkgebieden en onderzoeken wat de mogelijkheden zijn voor functiemenging in deze gebieden.’ De volgende zin toegevoegd “Uitgangspunt is; mengen waar het kan en scheiden waar noodzakelijk’.
• Paragraaf 5.7.1: omdat de railterminal bij het GDC sinds kort niet meer in gebruik is halen we de onderstaande doorgehaalde tekst weg: We moedigen het vervoer van goederen via waterwegen (WilhelminakanaalBeatrixkanaal) aan en bevorderen de overslag van goederen naar het spoor. bijvoorbeeld bij het Goederen Distributiecentrum Acht. Bij erfgoed zijn een aantal wijzigingen meegenomen om de visie aan te scherpen. Het gaat om de volgende punten: • Paragraaf 3.2.6: in de 1e alinea wordt diverse woonbuurten vervangen door beschermde en karakteristieke woonbuurten.
25
registratienummer: 7784561 •
•
•
In paragraaf 3.2.6 laatste alinea: vervangen ‘We beschermen het bestaande erfgoed en stimuleren transformatie’ door: ‘We houden de historische ontwikkeling van de stad herkenbaar door het beschermen van bestaand erfgoed en stimuleren transformatie.’ Hierdoor sluiten we aan bij het erfgoedbeleid en kan de erfgoedvisie worden ingetrokken. Paragraaf 4.2: onder alinea 2 wordt na de zin ‘Tussen 1800 en 1900 worden Eindhoven en de dorpen steeds beter bereikbaar’ toegevoegd: ‘door de aanleg van het kanaal, de spoorlijnen en de wegen’. Paragraaf 4.4: in deze alinea staat een schrijffout; De stad en regio komen er weer bovenop door een sterke en samenwerking, tussen bedrijven, onderwijsinstellingen en de 21 gemeenten uit de Metropool Regio Eindhoven (MRE)
4. Reactie commissie voor de milieueffectrapportage De gemeente heeft het Omgevingseffectrapport (OER) omgevingsvisie Eindhoven tijdens de periode terinzagelegging aan de commissie voor de m.e.r. aangeboden. Dit is verplicht. In het advies spreekt de Commissie zich uit over de kwaliteit en de volledigheid van het OER. Wat staat er in het OER In het OER zijn drie onderzoeksvarianten (alternatieven) opgenomen. De drie onderzoeksvarianten onderscheiden zich van elkaar op deze onderdelen: -
de verdichtingsstrategie voor wonen en werken; de wijze van vergroening van de stad; de locaties van basis- en stedelijke voorzieningen; mobiliteitsmaatregelen.
Uit de beoordeling van de varianten blijkt dat alle varianten negatieve effecten hebben op gezondheid (geluid, luchtkwaliteit), verkeersveiligheid, ondergrond en waterkwaliteit. De varianten scoren positief op duurzame mobiliteit (de verdeling tussen autoverkeer, OV en fiets) en beschikbaarheid en bereikbaarheid van voorzieningen. Op andere aspecten, zoals natuur, klimaatadaptatie en sociale veiligheid zijn zowel positieve als negatieve effecten mogelijk. In het OER is ook geanalyseerd of de oorspronkelijk voor de omgevingsvisie geformuleerde stedelijke opgaven met elkaar te verenigen zijn. Vooral de opgave om Eindhoven verder te ontwikkelen als hart van de Brainportregio kan leiden tot conflicten met andere opgaven, bijvoorbeeld voor natuur of welzijn. Ook leiden de grote stedelijke opgaven tot uitdagingen, omdat er veel ruimte nodig is voor woningen, bedrijven, infrastructuur, energievoorziening, water en groen. De analyse in het OER maakt duidelijk dat samenhang tussen ontwikkelingen in de stad cruciaal is om de ambities van de gemeente te kunnen halen. In de ontwerp omgevingsvisie zijn zes verstedelijkingsprincipes opgenomen. Deze verstedelijkingsprincipes zijn in het OER opgenomen als het voorkeursalternatief (VKA). Advies commissie
26
registratienummer: 7784561 Het OER volgt de eerste stappen die zijn gezet in het proces van totstandkoming van de omgevingsvisie. De huidige situatie en autonome ontwikkeling zijn relatief gedetailleerd in beeld gebracht, waardoor een goede basis is gelegd voor de beoordeling van effecten. Het onderdeel mobiliteit is relatief uitgebreid en kwantitatief uitgewerkt. Dit levert een belangrijke meerwaarde op voor de omgevingsvisie, omdat het duidelijk maakt welke mobiliteitsmaatregelen er mogelijk zijn en in hoeverre toekomstige knelpunten daarmee voorkomen kunnen worden. De Commissie signaleert bij de toetsing van het OER dat nog belangrijke informatie ontbreekt. Het aanvullen van die informatie is essentieel om het belang van de leefomgeving volwaardig mee te kunnen wegen bij het besluit over de omgevingsvisie. Het gaat om de volgende punten: • Aansluiting op de omgevingsvisie. Het OER gaat wel uitgebreid in op onderzoeksvarianten, maar nauwelijks op de keuzes die gemaakt zijn om tot de verstedelijkingsprincipes te komen die de basis vormen voor de ontwerpomgevingsvisie (het voorkeursalternatief). Daardoor is de beoordeling van de effecten hiervan niet goed te volgen. • Haalbaarheid ambities. De beoogde groei van het aantal woningen en arbeidsplaatsen is dermate groot, dat bewaking van de samenhang met andere ambities cruciaal is.
In het OER ontbreekt een uitgebreidere gevoeligheidsanalyse voor de ontwerp omgevingsvisie. Hierdoor zijn de risico’s en dilemma’s voor de uitwerking van de omgevingsvisie niet in beeld. • Vergelijking referentiesituatie, varianten en voorkeursalternatief. Veel gebruikte criteria in het OER, bijvoorbeeld voor gezonde leefomgeving, bodem en water en recreatie zeggen (te) weinig over de aangegeven indicatoren. De informatie die is gebruikt voor de beschrijving van de huidige situatie en autonome ontwikkeling komt weinig terug in de beoordeling van de varianten en het voorkeursalternatief. • Samenvatting. De samenvatting is niet zelfstandig leesbaar en geeft onvoldoende inzicht in de belangrijkste conclusies van het OER. Daarmee sluit de samenvatting ook niet aan op de omgevingsvisie. De Commissie adviseert om, voordat een besluit wordt genomen over de omgevingsvisie, een (zelfstandig leesbare) aanvulling op het OER te maken. Vergelijk daarin de effecten van de omgevingsvisie (het voorkeursalternatief) met de referentiesituatie. Doe dit op basis van navolgbare indicatoren. Breng vervolgens de kansen en risico’s van de omgevingsvisie met behulp van gevoeligheidsanalyses in beeld. Gemeentelijk standpunt De gemeente onderschrijft dat de samenvatting van het OER niet zelfstandig leesbaar is.
Om deze reden wordt de samenvatting van het OER aangepast en aangevuld op de volgende punten: - De samenvatting wordt korter en leesbaarder met minder jargon. - De samenvatting zal zich vooral richten op het voorkeursalternatief en de ontwikkelkaart omdat dit voor de uitwerking van de omgevingsvisie van cruciaal belang is.
27
registratienummer: 7784561 -
-
-
Het tot stand komen van de verstedelijkingsprincipes en het voorkeursalternatief wordt duidelijker beschreven waardoor ook de samenhang tussen het OER en de omgevingsvisie duidelijker wordt. De leidende uitgangspunten van de verstedelijkingsprincipes, zoals het in samenhang bezien en toepassen van de verstedelijkingsprincipes, worden benadrukt in de samenvatting. In de samenvatting wordt een beschrijving van de huidige situatie en de autonome ontwikkeling (HSAO) opgenomen. Er wordt een korte beschrijving van het proces opgenomen.
Rapportage OER - De rapportage wordt aangepast op een verdere duiding van de beoordelingscriteria (vooral de criteria die expliciet genoemd worden door de Commissie in haar advies) d.m.v. voetnoten of korte toevoegingen aan de tekst. - In het OER wordt nadrukkelijker uitgelegd wat de afwegingen zijn geweest waarom gekomen is tot verstedelijkingsprincipes en wat het doel is en wat de verhouding is tussen de stedelijke opgaven, ambities en verstedelijkingsprincipes. - In de gevoeligheidsanalyse wordt een nadere duiding opgenomen van de meest relevante gevoeligheden / risico’s waar een nadere analyse voor is uitgevoerd. Dit zijn voornamelijk de totale omvang en het tempo van de voorziene ontwikkelingen. Dit is eveneens een belangrijke reden geweest om met de verstedelijkingsprincipes te gaan werken. Ten aanzien van overige risico’s en/of gevoeligheden wordt uiteengezet dat deze nader worden uitgewerkt in programma’s of projecten.
28