CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Nota van zienswijzen ontwerp omgevingsvisie

Raadsvergadering 26 november 2024, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Omgevingsvisie Eindhoven10.796 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

registratienummer: 7784561

Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen Omgevingsvisie Eindhoven en

Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie Eindhoven

Gemeente Eindhoven Ruimtelijk Beleid en Ontwikkeling – Omgevingskwaliteit september 2024

1

registratienummer: 7784561

Inhoudsopgave

Inhoud 1.

2.

Inleiding ........................................................................................................... 3 1.1.

Zienswijzen ................................................................................................ 3

1.2.

Ambtelijke wijzigingen ................................................................................ 4

1.3.

Advies commissie m.e.r.............................................................................. 4

Samenvatting en reactie zienswijzen .................................................................. 5 2.1.

Zienswijze Stichting Beter Eindhoven ........................................................... 5

2.2.

Zienswijze GGD Brabant Zuid Oost .............................................................. 8

2.3.

Zienswijze Provincie Noord Brabant............................................................. 9

2.4.

Zienswijze ProRail .................................................................................... 14

2.5.

Zienswijze Tennet ..................................................................................... 14

2.6.

Zienswijze Trefpunt Groen ........................................................................ 16

2.7.

Zienswijze inwoner 1 ................................................................................ 20

2.8.

Zienswijze Henri van Abbestichting ........................................................... 21

2.9.

Zienswijze inwoner 2 ................................................................................ 22

2.10.

Zienswijze Enexis (mondeling ingekomen) .............................................. 23

3.

Ambtelijke wijzigingen ..................................................................................... 25

4.

Reactie commissie voor de milieueffectrapportage ........................................... 26

2

registratienummer: 7784561

1. Inleiding Deze nota van zienswijzen hoort bij de Omgevingsvisie Eindhoven en het bijbehorende Omgevingseffectrapport omgevingsvisie Eindhoven. De ontwerp omgevingsvisie Eindhoven en het ontwerp omgevingseffectrapport (OER) van 11 juni 2024 hebben van donderdag 24 juni 2024 tot en met woensdag 18 augustus 2024 ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn is iedereen in de gelegenheid gesteld om digitaal, schriftelijk of mondeling een zienswijze kenbaar te maken op beide stukken. Kennisgeving van de terinzagelegging en de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen is in het Gemeenteblad van 20 juni 2024 gepubliceerd. Ook is kennisgegeven van de mogelijkheid om een digitale versie van de ontwerp omgevingsvisie te raadplegen via de landelijke website https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart en via de gemeentelijke website Omgevingsvisie | Gemeente Eindhoven. Tevens zijn de ontwerp omgevingsvisie en het OER onder de aandacht gebracht via een publicatie in Eindhoven Dichterbij.

1.1.

Zienswijzen

In deze nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen zijn de zienswijzen opgenomen en samengevat. De samenvatting heeft uitsluitend tot doel om de leesbaarheid van deze nota te vergroten. Bij de beoordeling van de zienswijzen zijn de volledige brieven met bijlagen, zoals deze bij de gemeente zijn binnengekomen, betrokken. Naar aanleiding van de terinzagelegging zijn één mondelinge en negen schriftelijke zienswijzen ontvangen. Deze zienswijzen zijn in hoofdstuk 2 van een gemeentelijk standpunt voorzien.

Nr.

Beantwoording

Naam

Datum ontvangst

Schriftelijke Zienswijzen 1. 2.1 2. 2.2 3. 2.3 4. 2.4 5. 2.5 6. 2.6

Stichting Beter Eindhoven GGD Brabant ZuidOost Provincie Noord-Brabant ProRail TenneT Trefpunt Groen

7.

Inwoner 1 (S)

18 augustus 2024 16 augustus 2024 16 augustus 2024 14 augustus 2024 26 juli 2024 18 augustus 2024 Aangevuld 20 augustus 2024 18 augustus 2024 Aangevuld 20 augustus 2024 19 augustus 2024 19 augustus 2024

2.7

8. 2.8 Henri van Abbestichting 9. 2.9 Inwoner 2 (H) Mondelinge Zienswijzen 10. 2.10 Enexis

15 augustus 2024

3

registratienummer: 7784561

1.2.

Ambtshalve wijzigingen

Tijdens de terinzagelegging is gebleken dat de omgevingsvisie nog enkele wijzigingen behoeft. Deze wijzigingen hebben met name betrekking op: -

De beoogde ontwikkeling van ASML op de BIC campus is toegevoegd. De kaarten van de BIC campus zijn aangepast. Fase 2 is opgenomen bij de kaarten. Ook de juiste naam, Brainport Industries Campus is meegenomen. Per abuis stond hier de oude naam Brainport Innovatie Campus. - Enkele tekstuele aanscherpingen op het gebied van erfgoed. Deze wijzigingen vindt u terug bij hoofdstuk 3.

1.3.

Advies commissie m.e.r.

Tijdens de periode terinzagelegging is de commissie voor de milieueffectrapportage (commissie m.e.r.) gevraagd om advies uit te brengen op het bij de omgevingsvisie behorende Omgevingseffectrapport. Dit is verplicht. De commissie brengt een advies uit in de vorm van een adviesverslag. Een samenvatting van het adviesverslag is onder hoofdstuk 4 opgenomen in de nota van zienswijzen. Tevens is het adviesverslag van een standpunt voorzien. Het integrale adviesverslag is als bijlage opgenomen.

4

registratienummer: 7784561

2. Samenvatting en reactie zienswijzen Ten aanzien van de ontwerp omgevingsvisie Eindhoven en het ontwerp OER zijn een tiental zienswijzen ontvangen. Deze zienswijzen zijn binnen de termijn ingediend en ontvankelijk. Hieronder wordt een samenvatting van de zienswijzen weergegeven en worden ze voorzien van een gemeentelijk standpunt. De nota van zienswijzen wordt op onze website gepubliceerd onder www.eindhoven.nl/omgevingsvisie en is daarmee voor iedereen toegankelijk. De volledige teksten van de zienswijzen zijn alleen digitaal beschikbaar gesteld aan de raadsleden en zijn niet openbaar toegankelijk in verband met privacy en adresgegevens. De zienswijzen zijn ingediend vanuit een grote betrokkenheid bij de stad en haar opgaven. We waarderen dit zeer. Een aantal zienswijzen leidt tot aanscherping van de omgevingsvisie op onderdelen. Andere (delen van) zienswijzen nemen we om verschillende redenen niet mee: ze zijn te gedetailleerd, ze gaan over de uitwerking en/of ze zijn niet van toepassing. Bij elke zienswijze hebben we aangegeven of we deze wel of niet deze meenemen en voor welk onderdeel. Ten aanzien van de ontwerp omgevingsvisie Eindhoven en het ontwerp OER zijn er tien zienswijzen kenbaar gemaakt, waarvan acht door overheden, belangenorganisaties, stichtingen en twee door inwoners. Hieronder gaan we in op alle zienswijzen

2.1.

Zienswijze Stichting Beter Eindhoven

Algemeen De omgevingsvisie “biedt een strategisch kader voor de ontwikkeling, het gebruik, het beheer en de bescherming van de fysieke leefomgeving” (ontwerp omgevingsvisie, pag. 4). Elke economische groei gaat gepaard met extra ruimtebeslag voor wonen, voorzieningen, groen, mobiliteit etc. S.B.E. is ervan overtuigd dat dit niet zonder meer past binnen de beschikbare ruimte van de gemeente Eindhoven. De omgevingsvisie erkent ook dat de ruimte beperkt is, maar de voorgestelde “scherpe keuzes, slim ruimtegebruik en een goede organisatie van de stad” (omgevingsvisie pag. 3) worden nergens expliciet gemaakt. De omgevingsvisie moet aangeven hoe die ambities zich tot elkaar verhouden en in welke opzichten ze wel of niet met elkaar verenigbaar zijn. Verstedelijking Het gekozen verstedelijkingsmodel, Stedelijke knooppunten, lijkt de ‘gulden middenweg’ tussen twee uitersten, Eindhoven City en Gespreide groei. Wij zien echter veel kansen in het model “gespreide groei” voor het revitaliseren van met name na-oorlogse wijken. Ruimtelijke ingrepen zien wij als aanjager om wijken en buurten te revitaliseren. De omgevingsvisie zou hierin richtinggevend moeten zijn waarbij de gemeente initiatieven uit de buurt faciliteert. Circulariteit We verbruiken in de westerse wereld veel te veel grondstoffen en materialen waarvan de productie een grote bijdrage heeft aan de klimaatopwarming.

Eindhoven moet inzetten op

5

registratienummer: 7784561 maximale bronscheiding, bijvoorbeeld door middel van een dicht netwerk van inzamelpunten voor afvalstromen die gering zijn in omvang. Verdichting Eindhoven is, vergeleken met de meeste middelgrote en vrijwel alle grote steden niet compact. Uit onderzoek van KAW blijkt dat in de na-oorlogse wijken veel mogelijkheden zijn om extra woningen toe te voegen aan de bestaande voorraad. Dat geldt ook (vooral) voor Eindhoven. Wij vragen ons af of de beschikbaarheid van publieke voorzieningen gelijke tred houdt met de enorme toename van bevolking en arbeidsplaatsen. Wij denken dat de concentratie van hoogbouw in het centrum veel problemen met zich meebrengt: snelle doorstroom van bewoners, anonimiteit en weinig binding met de buurt. Tweedeling De focus op hightech en innovatie trekt hoogopgeleide, goedbetaalde professionals aan. Het aantrekken van internationale bedrijven en werknemers verandert het karakter van de stad. Dit kan leiden tot een kosmopolitische omgeving die aantrekkelijk is voor global talent, maar ook tot een gevoel van vervreemding bij lokale bewoners die hun stad niet meer herkennen. Dit kan resulteren in een 'tweesteden-samenleving' binnen Eindhoven. Ook om die reden pleiten wij ervoor om de voorziene komst van tienduizenden kenniswerkers in de hightechindustrie meer te spreiden over andere gemeenten en regio’s.

Wonen Een probleem is de prijsopdrijving op de woningmarkt. Voornamelijk kapitaalkrachtige mensen en vooral (jonge) kenniswerkers kunnen hoogbouwappartementen betalen. Deze doelgroep zou ook een plek kunnen krijgen in het model “gespreide groei” en zodoende bij kunnen dragen aan het draagvlak van wijkvoorzieningen. Onderbelicht is het afremmen van eenzijdige woonculturen om de sociale cohesie in de stad te bewaren/bevorderen. Wij pleiten voor menging van verschillende woningtypes (huur-koop, betaalbaar-duur, kleingroot). Wij pleiten voor een degelijke analyse van de woonvraag, uitgesplitst naar verschillende doelgroepen. Groen Groenstructuren zijn nodig om hittestress tegen te gaan. Dit conflicteert direct met de wens om extra woningen te bouwen in de hoogstedelijke gebieden in de stad. Heeft het aanleggen van een park, dat als 'spons' dient bij extreme regenval, de voorkeur boven het bouwen van woningen? Volgens de groennormen moet de bouw van 40.000 nieuwe woningen leiden tot een forse toename van het groenareaal: 40.000 * 8 = 320.000 m2 = 32 ha. Wij vinden het onterecht om groene daken dito gevels tot het groenareaal te rekenen. Groen is onzes inziens geworteld in de bodem en hoort bovendien openbaar toegankelijk te zijn zodat het ook ten goede komt aan de leefbaarheid van de wijken.

Wij pleiten ook voor meer bomen in straten en op pleinen; ze zijn nodig voor de verkoeling van de stad. Al met al denken wij dat het model “gespreide groei” veel betere mogelijkheden biedt om aan de zelfopgelegde groennormen te kunnen voldoen, ook in combinatie met verdichting. Energie De verdichtingsplannen en de sterke groei van de bedrijvigheid zal een extra beslag leggen op de capaciteit van het elektriciteitsnet. Verzwaring van het gebruik is begrensd vanwege

6

registratienummer: 7784561 de gezondheidsrisico's voor de bevolking. S.B.E. vraagt zich af of de plannen wel realistisch zijn. Het is een extra reden om uit te gaan van lagere groeicijfers voor Eindhoven, te kiezen voor het verstedelijking principe van gespreide groei en de groei spreiden over een groter gebied. Mobiliteit De ambities van de omgevingsvisie hebben een grote toename van de mobiliteit en druk op de bestaande infrastructuur tot gevolg. S.B.E. juicht een onderzoek naar de mogelijkheden voor de aanleg van een tram lightrail of metro in Eindhoven én omgeving van harte toe. Participatie Veel uitgangspunten van de omgevingsvisie zijn buiten democratische gremia tot stand gekomen (OPE, woondeal, Brainport nationale actieagenda, ruimtelijk economische ontwikkelstrategie, verstedelijkingsakkoord stedelijk gebied Eindhoven etc.). Wij vinden dat een probleem omdat dit het draagvlak voor de te maken keuzes aantast. Gemeentelijk standpunt Verstedelijking, verdichting en tweedeling De stichting wil meer inzetten op gespreide groei in Eindhoven en de regio. In de visie zetten we in op concentratie in het centrum en gespreide groei in de wijken. De opgenomen verstedelijkingsprincipes bieden de randvoorwaarden om te zorgen voor een verantwoorde groei, waarbij de ruimte in de stad optimaal benut wordt. Daarnaast werken we aan een sociale en inclusieve stad.

De keuze voor de verstedelijkingsprincipes en daarmee het voorkeursalternatief uit het omgevingseffectrapport (OER) komen voort uit het opgehaalde in het participatietraject, de uitkomsten uit de onderzoekscenario’s van het OER en de synergie binnen de opgaven. Om te zorgen dat er voldoende basisvoorzieningen in de stad zijn werkt Eindhoven aan een programma voorzieningen. Wij kunnen daarom op dit punt niet meegaan met de zienswijze van SBE. De gemeente zal naar aanleiding van de zienswijze wel beter toelichten wat de relatie is tussen ambities, verstedelijkingsprincipes en stedelijke opgaven. In het verstedelijkingsakkoord zijn afspraken gemaakt over de spreiding van nieuwe woningen over de regio. Eindhoven neemt hierbij, als grootste stad, een groot deel van de woningen voor haar rekening. We kunnen niet meegaan in de reactie om meer te spreiden in de regio en minder te concentreren in Eindhoven, omdat we daarmee bestaande afspraken uit het verstedelijkingsakkoord onder druk zouden zetten. Met toepassing van de verstedelijkingsprincipes kan de verstedelijking op een verantwoorde wijze en met een hoge ruimtelijke en sociale kwaliteit gerealiseerd worden. Participatie De visie is tot stand gekomen na een uitgebreid participatietraject. We herkennen daarom het beeld van SBE hierover niet. Mobiliteit Eindhoven kiest bewust voor de ontwikkeling van een hoogwaardig busstation.

Daarover zijn voor de toekomst ook afspraken gemaakt met de rijksoverheid qua inhoud en financiering.

7

registratienummer: 7784561 De verkenning naar ontwikkeling van railvervoer is niet een Eindhovens vraagstuk, maar een regionaal vraagstuk en MRE en provincie hebben aangegeven daar niet aan mee te werken. Groen Eindhoven streeft ernaar zoveel mogelijk groen in de stad te brengen. Hierbij werkt zij toe naar een win-win situatie waarbij groen op daken en gevels ook meewerkt en meeweegt voor klimaatadaptatie (waterberging en tegengaan van hittestress). Dat neemt niet weg dat groen op maaiveldniveau van groot belang is. Daarom zetten we ook op maaiveld in op meer groen in de stad. De uitwerking van de groene opgave volgt in opvolgend beleid. Conclusie zienswijze De zienswijze biedt deels aanleiding tot het aanpassen van de omgevingsvisie. In paragraaf 3.1 zullen de randvoorwaarden voor verstedelijking, de verstedelijkingsprincipes en de relatie met de ambities duidelijker toegelicht worden. De andere punten uit de zienswijze zijn al in de omgevingsvisie opgenomen en/of worden verder uitgewerkt in opvolgend beleid of programma's.

2.2.

Zienswijze GGD Brabant-Zuidoost

De GGD Brabant-Zuidoost spreekt allereerst haar complimenten uit over de aandacht die in de Omgevingsvisie is besteed aan de publieke gezondheid. De GGD is blij met de aandacht en prioriteit die de gemeente in de omgevingsvisie geeft aan onder meer het vergroenen van de stad, de aandacht voor het elkaar ontmoeten, het beschikken over voldoende voorzieningen en de aandacht voor wandelen en fietsen. Wat de GGD mist is een concrete uitwerking hoe de gemeente wil voorkomen dat de bewoners worden blootgesteld aan onder meer een teveel aan vervuilde lucht, aan geluiden geurhinder. Advies van de GGD om op te nemen in de Omgevingsvisie: •

•

• •

Neem de WHO advieswaarden voor alle gebieden in de gemeente als uitgangspunt en streef ernaar om slechts bij uitzondering de wettelijke normen als minimum te hanteren. Ervaring leert dat verschillende vormen van omgevingsinvloeden bij elkaar opgeteld tot gezondheidsschade kunnen leiden. Neem cumulatieve omgevingseffecten op de gezondheid als concreet uitgangspunt in uw visie op. Verbind het ruimtelijk beleid met het sociale beleid op gebied van sport en bewegen, preventieakkoord of lokale nota volksgezondheid. Aandachtspunt blijft de beleving van de inwoners van de leefomgeving op aspecten zoals geluid en geur. Voor inzicht in de beleving verwijzen we naar onze Brabantse Omgevingsscan (BrOS).

Ten aanzien van het omgevingsplan heeft GGD ook een aantal suggesties meegegeven. Bij een klimaatbestendige leefomgeving is aandacht nodig voor de buitenruimte (koele binnenruimte), maar ook voor de bewoners zelf (gebied, gebouw, gebruiker). Gebruik o.a. de Brabantse Omgevingsscan om kwetsbaarheden in kaart te brengen. Advies om op te nemen in de omgevingsvisie: •

Neem onder het thema 5.3 Eindhoven vergroent en wordt gezonder met oog voor mens en dier een passage op over het voorkomen van hittestress door middel van

8

registratienummer: 7784561

• •

een groene inrichting van de bebouwde omgeving met als doel het bieden van verkoeling en ontspanning. Denk bij voldoende verkoeling ook aan watertappunten, goede waterkwaliteit bij speelwater, fonteinen en bedriegertjes en gebruik de RIVM Waterkwaliteitscheck. Aandachtspunt blijft de beleving van de inwoners van de leefomgeving. Voor inzicht in de beleving verwijzen we naar onze Brabantse Omgevingsscan (BrOS).

Gemeentelijk standpunt We hebben gezondheid een prominente plek gegeven in onze omgevingsvisie. De opgave gezonde leefomgeving wordt nader uitgewerkt in een programma Gezonde fysieke leefomgeving. Het is een langjarige opgave om te werken aan een gezonde leefomgeving, waar we met veel partners waaronder de GGD willen samenwerken. Naar aanleiding van de zienswijze van de GGD passen we een aantal zaken aan. De verwijzing naar de Brabantse Omgevingsscan (BrOS) nemen we op in de omgevingsvisie. Ten tweede voegen we een passage toe over verkoeling bij hoofdstuk 5.3.2. De overige opmerkingen van de GGD zijn te gedetailleerd voor de omgevingsvisie of niet van toepassing. Zo gaan we de WHO-advieswaarden betrekken bij de uitwerking van de visie en nu niet als harde richtlijn opnemen. De gemaakte opmerkingen over het omgevingsplan nemen we mee bij de verdere uitwerking van het omgevingsplan. We waarderen de GGD als vooroverlegpartner en blijven haar betrekken bij de nadere uitwerking van deze opgave. Conclusie zienswijze De zienswijze geeft deels aanleiding tot het aanpassen van de omgevingsvisie. De volgende zaken worden meegenomen: • De verwijzing naar de Brabantse omgevingsscan in paragraaf 5.3.3. • Een passage over extra verkoeling in paragraaf 5.3.2.

2.3.

Zienswijze Provincie Noord-Brabant

Algemeen De provincie geeft complimenten met het voorliggende resultaat. De visie is een goed leesbaar en overzichtelijk document met duidelijk omschreven ambities en een integrale benadering. Aan het ontwerp is een breed participatieproces voorafgegaan. De provincie is betrokken geweest bij dit participatieproces. De inbreng van de provincie is gebaseerd op het geldende beleidskader, vastgelegd in de Brabantse omgevingsvisie, diverse beleidsnota's en uitvoeringsagenda ’s en de omgevingsverordening Noord-Brabant.

Hoofdlijnen provinciaal beleid We missen in de visie een toelichting op de doorvertaling van provinciaal beleid. Het gaat om een aantal belangrijke maatschappelijke opgaven: Gezonde & veilige leefomgeving, Energietransitie, Klimaatproof Brabant. Duurzame verstedelijking, Vitaal Platteland, Mobiliteit en Duurzame en concurrerende econome.

9

registratienummer: 7784561

Algemeen/ keuzes maken: We missen in de visie de relatie met het Beethoven convenant. Het valt op dat in de visie veel algemene ambities zijn opgenomen. Maar hoe deze ambities gecombineerd en geprioriteerd worden wordt niet duidelijk. Duurzaamheid en energie Mede door de enorme stedelijke opgave is het extra belangrijk om voldoende ruimte te behouden voor niet-stedelijke functies om te zorgen voor een toekomstbestendig en klimaatbestendig Eindhoven. De ambitie voor een toekomstige duurzame energievoorziening is niet als stedelijke opgave benoemd, hoewel het een belangrijke randvoorwaarde is voor de ontwikkeling van de stad. Tevens wordt de relatie met de woningbouwambitie gemist waarbij naast snelheid en betaalbaarheid ook CO2 neutraal en biobased materialen belangrijk zijn. Met betrekking tot de energieopgave is duidelijk dat Eindhoven niet zelf kan voorzien in de vraag naar energie door middel van duurzame en/of hernieuwbare opwek binnen haar eigen gemeentegrenzen. Er zou nog aandacht besteed kunnen worden aan de mate van afhankelijkheid van andere partijen bij het realiseren van de energieopgave. En welke stappen Eindhoven wil uitwerken of nemen om haar ambities (toch) waar te maken. In relatie hiermee mist de visie nog een toelichting, standpunt op de noodzaak op, en effect van, het inzetten op het besparen van energie.

Verder ontbreekt in de visie nog de link met de warmtetransitie bij de koppeling van de omgevingsvisie aan de RES (paragraaf 5.2.3) en is ten aanzien van windenergie de ambitie niet eenduidig geformuleerd. Wat verder opvalt is dat kaart met zoekgebieden zonneenergie op blz. 43 de aanduiding “Nee, tenzij pauzelandschap natuur” ook is toegekend op delen van het natuurnetwerk Brabant (NNB). In het NNB is de aanleg van zonneparken uitgesloten conform de omgevingsverordening Noord-Brabant. Geluid In de omgevingsvisie staat voor wat betreft geluid alleen een algemeen streven benoemd: het terugdringen van geluidhinder. Nergens staat vervolgens wat dit precies betekent voor de diverse beleidsvelden. Landbouw en voedsel We zien dat de landbouw geen grote rol vervult in de omgevingsvisie, mede omdat de focus vooral ligt op groei als Brainport Eindhoven. In de regio Zuidoost-Brabant zien we niet alleen een opgave in het stedelijk gebied. Er is sprake van een stad-ommeland verbinding en daarom verdient ook transitie landelijk gebied aandacht. Bij de trends en ontwikkelingen, in paragraaf 4.7 is het advies om de transitie van het landelijk gebied toe te voegen. Water en bodem In paragraaf 5.2.7 gaat het over het principe water en bodem sturend waarbij er vooral ingegaan wordt op waterkwaliteit.

Wat onderbelicht is bij dit onderdeel is het belang van een vitale bodem voor natuur en landbouwopgaven. Onze suggestie is om dit aan te vullen.

10

registratienummer: 7784561 Werklocaties Economisch is Eindhoven belangrijk voor een grote regio. Regionale samenwerking is belangrijk om de bestaande economie te versterken en nieuwe bedrijven aan te trekken. Wanneer de blik in de visie over de gemeentegrens heen gaat, is niet altijd duidelijk of dit het schaalniveau van de (Brainport) regio, het Stedelijk gebied Eindhoven (SGE) of de Metropoolregio Eindhoven (MRE) betreft. Eindhoven kiest ervoor om de Brainporteconomie te behouden en versterken door in te zetten op Technologie, Design en Kennis. Eindhoven ziet daarbij geen ruimte meer voor het toevoegen van grootschalige logistiek, warehousing en datacenters. Is er in beeld welke intensivering hiervoor nog mogelijk is op bestaande bedrijventerreinen? De ruimtevraag is er namelijk wel. Bij blz. 76 behoeft de tekst actualisering als (een significant deel van) de BIC campus voor ASML ontwikkeld zal worden. Dit ook gezien het Beethoven akkoord. Werk lijkt door Eindhoven niet als een basisvoorziening te worden gezien in de 15-minuten stad. Klopt dat? Wonen De woningbouwambitie staat in de visie goed beschreven, maar hoe deze gerealiseerd kan worden ontbreekt nog. De afgelopen 10 jaar zijn in Eindhoven gemiddeld 1.500 woningen per jaar toegevoegd aan de voorraad. Dat tempo is veel te laag om in 2040 aan 40.000 woningen te komen.

Wat gaat de gemeente doen om te zorgen voor een versnelling van de woningbouw? Dit zou in de visie moeten worden beschreven. Waarden en kwaliteit in het landelijk gebied In de visie komt het landelijk gebied nauwelijks aan bod, waarschijnlijk omdat Eindhoven relatief weinig buitengebied heeft. Er wordt alleen gesproken over de groene wiggen en het behoud ervan. In relatie tot het landelijk gebied kan de visie meer aanhaken bij de provinciale uitgangspunten van beleid: de zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit en diep, rond en breed kijken. De provincie roept op om ook aandacht te besteden aan de transitie van het landelijk gebied, hoewel de omvang van het buitengebied beperkt is. Mobiliteit De omgevingsvisie sluit op hoofdlijnen goed aan op de provinciale ambities zoals vastgelegd in het “Beleidskader Koers Mobiliteit”. Er worden twee zoekgebieden genoemd voor extra stations. De provincie neemt kennis van deze ambitie. Beide stations worden niet genoemd in het Bidboek OV 2040. Voorzieningen In de visie wordt gesteld dat er overal voldoende basisvoorzieningen zijn. Door MRE wordt momenteel onderzoek gedaan en een 0-meting gedaan naar voorzieningen. Het toevoegen van voldoende voorzieningen wordt wel benoemd (paragraaf 6.2.1) maar verder niet concreet gemaakt. Gemeentelijk standpunt De provincie heeft een uitgebreide zienswijze op de visie gegeven.

Mede naar aanleiding hiervan hebben we met de provincie overleg gevoerd voor een nadere toelichting. De provincie gaf aan graag mee te willen denken over de visie en heeft vanuit dat idee diverse opmerkingen en suggesties meegegeven. We nemen de suggesties graag mee, maar niet

11

registratienummer: 7784561 alles kan landen in de omgevingsvisie, gezien het detailniveau van sommige opmerkingen. We gaan er hieronder verder op in. Op één onderdeel is er per abuis sprake van een strijdigheid met het provinciaal beleid: op de kaart ‘Zoekgebieden voor de opwek van zonne-energie’ op blz. 43 is de aanduiding “Nee, tenzij pauzelandschap natuur” deels toegekend op delen van het natuurnetwerk Brabant (NNB). De gemeente gaat uiteraard geen zonneparken aanleggen in natuurgebieden, de kaart zelf kunnen we niet aanpassen, omdat deze uit eerder vastgesteld beleid komt. Wel voegen we in de tekst een opmerking toe dat zonneparken uitgesloten zijn in gebieden die aangemerkt zijn als NNB. In onze visie is rekening gehouden met de provinciale ambities uit de provinciale omgevingsvisie. Per abuis is de tekst die hierover ging weggevallen, we zullen deze opnieuw opnemen in hoofdstuk 4, paragraaf 4.4. De opmerkingen over de samenhang van ambities en opgaven en het ruimtebeslag nemen we ter harte. We hebben hiervoor onze verstedelijkingsprincipes opgenomen. In hoofdstuk 3.1 nemen we een passage op die ingaat op de samenhang tussen ambities, verstedelijkingsprincipes en stedelijke opgaven. Hoewel Eindhoven zeer weinig buitengebied heeft, staan we wel in directe verbinding met onze regiogemeenten, waar de transitie landelijk gebied een belangrijke opgave is.

We sluiten ook bij de regionale overlegtafels hierover aan. We nemen de suggestie van de provincie over bij 5.3.2 en onder het kopje provinciaal beleid in hoofdstuk 4.4. Bij economie wordt samengewerkt met de regio zowel op MRE- als SGE-niveau. Er wordt gevraagd om meer ruimte te zoeken voor logistiek, warehousing en datacenters op bestaande bedrijventerreinen. Dit onderdeel nemen we niet mee. We hebben een bedrijventerrein voor grootschalige logistiek aangewezen, Goederen distributiecentrum Acht (GDC). Daarbuiten zien we geen ruimte voor grootschalige logistiek. We nemen de vraag van de provincie over logistiek daarom niet mee in de omgevingsvisie. De programmering van nieuwe locaties vindt plaats op MRE-niveau met daarbij speciale aandacht voor de subregio's. De vraag voor meer logistiek wordt daarin meegenomen in overleg met de regio. De Beethoven deal is tot op zekere hoogte meegenomen in de visie. De deal behoeft nog verdere uitwerking. De omgevingsvisie is echter met de randvoorwaardelijke verstedelijkingsprincipes zodanig opgebouwd dat de hoeveelheid woningen, of de snelheid waarmee de verstedelijking gerealiseerd wordt, leidt tot een prettige en leefbare stad ongeacht de hoeveelheid en/of snelheid van de realisatie. Water en bodem sturend is één van de leidende principes in de omgevingsvisie.

Hier wordt in het verstedelijkingsprincipe ‘De groene hoofdstructuur is leidend voor de gezonde ontwikkeling van de stad’ verder op ingegaan. Daarom nemen we de suggestie van de provincie m.b.t. het belang van een vitale bodem voor natuur niet extra op in onze visie. Vitale landbouwgronden hebben we niet, dus dit onderdeel nemen we ook niet mee. De grondwaterbeschermingsgebieden staan niet op de kaart omgevingskwaliteiten op blz. 88. Deze gebieden worden beschermd volgens de provinciale verordening en worden opgenomen in het omgevingsplan. Dit geldt ook voor de boringsvrije zones.

12

registratienummer: 7784561 Voor het onderdeel wonen delen we de suggestie van de provincie niet. In de omgevingsvisie staan ontwikkelzones voor wonen (centrumgebieden en langs HOV-assen) opgenomen, dit wordt uitgewerkt in opvolgend beleid waaronder gebiedsontwikkelingen. Deze duidelijke keuze voor een vorm van verstedelijking biedt de mogelijkheid om bouwprojecten beter te prioriteren en vanuit het beleid daarmee ook te versnellen. Daarnaast zetten we al diverse jaren in op de versnelling van woningbouw in onze gemeente, onder andere via het bouwoffensief en het programma ‘Eindhoven bouwt door’. Dit doen we met verschillende partners in de stad. Graag blijven we hierover in gesprek met de provincie. De opgave voorzieningen wordt in een programma voorzieningen door ons uitgewerkt, in nauw overleg met de regio. Werken valt niet onder de 15-minutenstad als basisvoorziening. Voor mobiliteit nemen we de opmerkingen van de provincie mee bij de uitwerking. Er zijn inderdaad twee zoekgebieden voor stations opgenomen in de visie. We zullen deze zoekgebieden ook inbrengen bij de regio, provincie en rijk bij overleggen over mobiliteit. De omgevingsvisie benoemt energie als een belangrijke en meerjarige opgave en is in de visie opgenomen op diverse plekken. We sluiten aan bij de regionale energiestrategie.

Deze richt zich op de gebouwde omgeving en elektriciteit, het gaat hierbij ook om de warmtetransitie. Dit voegen we naar aanleiding van de zienswijze van de provincie toe bij hoofdstuk 5.2.3. We kijken in Eindhoven vooral naar mogelijkheden voor zonnepanelen op daken en innovatieve toepassingen als Powernest. We zien weinig mogelijkheden voor windenergie en zullen dit woord dan ook weghalen in 5.2.2. De overige opmerkingen van de provincie over energie, economie, klimaat, groen zijn te gedetailleerd voor visie, die nemen we mee bij de uitwerking. Dit geldt ook voor de opmerkingen in de bijlage. Conclusie zienswijze We waarderen de samenwerking met de provincie, de zienswijze van de provincie biedt deels aanleiding tot aanpassing van de visie, het gaat om: • De provinciale ambities en opgaven zijn meegenomen in de visie, we nemen hier bij 4.4 een passage over op. • Bij paragraaf 4.4 en in 5.3: de transitie landelijk gebied is een belangrijke regionale ontwikkeling, hier nemen we een passage over op. • 5.2.4 blz. 42: we voegen een opmerking toe: Grootschalige zonneparken zijn uitgesloten binnen het Natuurnetwerk Brabant. • 5.2.3 blz. 42: toevoegen dat de regionale energiestrategie zich ook richt op de warmtetransitie. • 6.2.3: met de Beethoven deal is bekend dat een groot deel van BIC gebruikt gaat worden t.b.v. ASML.

Daarom wordt in H 6.2.3 bij de uitbreiding van BIC de volgende zin toegevoegd: “De verwachting is dat ASML zich op een groot deel van dit terrein zal vestigen”. • We passen de kaartjes aan ten aanzien van de BIC campus bij: o Blz. 62 en 79 op kaart overal de naam Brainport Industries Campus opnemen. o Blz. 76 werklocaties: kaartje BIC wordt N-Z geplaatst.

13

registratienummer: 7784561

2.4.

Zienswijze ProRail

ProRail ziet de bereikbaarheid per spoor als belangrijke voorwaarde voor ruimtelijke ontwikkelingen die ook een mobiliteitsbehoefte hebben. ProRail wil meedenken bij nieuwbouw van woningen langs het spoor in de nabijheid van stations, de verdichting rond stations en de vrije baan. Dat draagt bij aan de duurzame OV-bereikbaarheid in Nederland. Bouwen nabij het spoor is een samenspel met meerdere belangen dat ook afwegingen noodzakelijk maakt. Er moet aan meerdere aspecten worden gedacht zoals externe veiligheid, geluid, trillingen en waterpeil. De stabiliteit van de spoorbaan met bijbehorende voorzieningen mag niet worden beïnvloed. ProRail verzoekt de gemeente om voor al deze aspecten ProRail actief te betrekken bij het verder ontwikkelen van bouwplannen in de directe nabijheid van de spoorbaan. ProRail wijst u op de in de Omgevingswet c.q. vastgelegde beperkingengebieden voor hoofdspoorwegen. De beperkingengebieden staan vermeld in artikel 3.5 van het Omgevingsbesluit https://wetten overheid.nl/BWBR0041278/2024-01 -01. Percelen ProRail ln de omgevingsvisie zijn percelen opgenomen die in eigendom zijn van Railinfratrust B.V./ProRail B.V. (verder te noemen ProRail). ProRail merkt op dat deze percelen - zonder nadrukkelijke schriftelijke toestemming van ProRail - niet mogen worden gebruikt.

Deze percelen zijn door ProRail benodigd ten behoeve van de uitvoering van haar wettelijke taken en voor eventuele toekomstige (uitbreidings)plannen. De percelen van ProRail, alsmede de spoorbaan, dienen door ProRail, haar aannemers of hulpdiensten te allen tijde onbelemmerd toegankelijk te zijn en te blijven. Gemeentelijk standpunt De gemeente is zich ervan bewust dat de stedelijke ontwikkeling rondom het spoor gepaard gaat met veel afwegingen rondom spoor en diverse aspecten (waaronder externe veiligheid en trillingen) zoals genoemd door ProRail. De toetsing op deze aspecten vindt plaats bij de uitwerking van de visie in gebiedsontwikkeling. Het spoor staat als leidende structuur in de omgevingsvisie. Bij ontwikkelingen rondom het spoor betrekken we ProRail in een vroeg stadium. Conclusie zienswijze De zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van de omgevingsvisie. De belangen van het spoor zijn geborgd in de visie. Bij ontwikkelingen rondom het spoor wordt ProRail in een vroeg stadium betrokken als vooroverleg partner.

2.5.

Zienswijze Tennet

Algemeen TenneT is aangewezen als beheerder van het landelijke hoogspanningsnet, dat aangeduid is als vitale infrastructuur. Zij is verantwoordelijk voor een ongestoorde werking van dit net om daarmee de Ievering van elektriciteit zo goed mogelijk te kunnen garanderen. Uitgangspunt daarbij is dat de vitale infrastructuur een gepaste bescherming verkrijgt en behoudt in ruimtelijke plannen en besluiten die worden op- en vastgesteld voor zowel de onder- als bovengrond. Dit alles met als doel deze infrastructuur niet te verstoren en deze op een effectieve en efficiënte manier in stand te kunnen houden en beheren.

14

registratienummer: 7784561 Verbeelding Met name bij de relatief grootschalige hoogspanningsinfrastructuur kan het waardevol zijn het bestaande en eventuele toekomstige ruimtebeslag op te nemen. TenneT verzoekt toevoeging van deze functie op de verbeelding te overwegen, zodat een zorgvuldige belangenafweging kan worden gemaakt. Binnen Eindhoven bevinden zich diverse hoogspanningsverbindingen (boven en ondergronds) en hoogspanningsstations 150 kV en 380 kV die onderdeel uitmaken van het landelijke hoogspanningsnet en die in beheer en eigendom zijn van TenneT. Voor meer informatie is eventueel een DWG/SHP/PNG bestand op te vragen via mail bij ruimtelijkeplannen@tennet.eu Energietransitie De komende decennia gaat de energievoorziening in Nederland fors veranderen. Een stabiel en toekomstbestendig elektriciteitsnetwerk wordt nog meer noodzakelijk vanwege de afnemende beschikbaarheid van fossiele brandstoffen en de opkomst van nieuwe energiebronnen. Door uitbreiding of aanpassing van het hoogspanningsnetwerk naar aanleiding van de energietransitie in uw visie te benoemen, speelt u alvast in op een uitbreiding en wordt het op deze wijze meegenomen en kan er mogelijk ruimte worden belegd. Om toekomstige ontwikkelingen zo snel mogelijk uit te kunnen voeren, is het gewenst om dit ruimtebeslag op te nemen c.q. te vermelden. Ambities ln uw visie worden diverse ambities beschreven.

Bij al deze ambities speelt uiteraard ruimte een rol. Veel ontwikkelingen kunnen van invloed zijn op een ongestoorde werking van het hoogspanningsnetwerk. Wij verzoeken om bij voorgenomen ontwikkelingen zo vroeg mogelijk afstemming met ons te hebben, zodat wij u tijdig van advies kunnen voorzien en een afweging kunnen maken of de beoogde ontwikkelingen mogelijk zijn en geen afbreuk kunnen doen aan het ongestoord functioneren van de aanwezige hoogspanningsverbindingen. U kunt hiervoor contact zoeken door een mail te sturen naar ruimtelijkeplannen@tennet.eu Staalkaart TenneT heeft, in samenwerking met Netbeheer Nederland, de staalkaart "Elektriciteit en gas in het Omgevingsplan" inclusief bijbehorende voorbeeldregels opgesteld. De Staalkaart betreft een handreiking om gemeentelijke ambities in samenhang met ambities op het gebied van energievoorziening bij elkaar te brengen in het Omgevingsplan Vooroverlegpartner Bij toekomstige plannen of beleidsdocumenten die keuzes omvatten die relevant zijn voor het landelijke hoogspanningsnet, zouden wij het prettig vinden om deel te nemen aan het vooroverleg. Op deze manier worden wij vroegtijdig bij plannen betrokken, wat maakt dat wij ook tijdig kunnen beoordelen of de veiligheid en leveringszekerheid van onze hoogspanningsverbindingen in het geding komen en of de plannen (technisch) uitvoerbaar zijn.

Gemeentelijk standpunt De omgevingsvisie benoemt energie als een belangrijke opgave. Voor de huidige en toekomstige energievraag is ruimte nodig in de stad. We geven dit in de omgevingsvisie

15

registratienummer: 7784561 globaal aan en werken dit nader uit in opvolgende programma's en wijzigingen van het omgevingsplan. Bij de uitwerking worden partners zoals TenneT, Enexis en de regio nader betrokken. De bestaande hoofdinfrastructuur van TenneT is in de omgevingsvisie opgenomen op basis van vigerende bestemmingsplannen. Bij het opstellen van het omgevingsplan zullen we dit tracé nogmaals naast de kaarten van TenneT leggen ter controle. Er zijn geen ruimtelijke ontwikkelingen gepland in de zones van de bestaande energie hoofdinfrastructuur. Conclusie zienswijze De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van de omgevingsvisie. De exacte begrenzing van de hoogspanningstracé’s zullen in het omgevingsplan worden opgenomen. Daarvoor hebben we van TenneT inmiddels de juiste kaarten ontvangen om op te nemen in het omgevingsplan. We werken al geruime tijd samen met TenneT voor het daadwerkelijk uitbreiden van hoogspanningsstations en de aanleg van nieuwe hoogspanningsverbindingen. Bij de uitwerking van de energieopgave in opvolgende programma's en omgevingsplannen zullen we TenneT als vooroverleg partner blijven betrekken.

2.6.

Zienswijze Trefpunt Groen Eindhoven (TGE)

Het is heel positief dat groen een prioriteit is voor Eindhoven in deze omgevingsvisie en dat de klimaataanpak centraal staat. De omgevingsvisie zou volgens TGE op punten ambitieuzer kunnen zijn. Deze hebben vooral betrekking op een betere bescherming van die groene wiggen, de ecologische verbindingszone langs de Dommel en een beter onderscheid tussen multifunctioneel groen en belangrijk groen voor natuur. Het spanningsveld tussen ruimte voor robuust groen, nieuwbouw en energievoorzieningen zou ook expliciet benoemd en aangepakt moeten worden. Daarnaast mag het document beter richting geven en concreter worden waardoor monitoring mogelijk gemaakt wordt. Beschermen en versterken groene wiggen De groene wiggen zijn een belangrijke drager voor een goed verblijfs- en vestigingsklimaat van de stad. Voor mensen en voor de biodiversiteit, die onder druk staat, is een gedegen robuuste zone waarin zich een ecosysteem kan ontwikkelen zeer waardevol. We bepleiten om geen enkele vorm van bebouwing toe te staan in de groene wiggen. In de verstedelijkingsprincipes wordt geschreven over verschillende groene verbindingszones. In de stedelijke opgaven missen we een goed vervolg. We benadrukken om robuuste zones met gedegen natuurwaarden in te richten voor kwalitatief groene verbindingszones.

Een voorkeursrecht moet ook worden toegepast om groene gebieden in de groene wiggen te beschermen of uit te breiden. We uiten onze verbazing over de kaart op bladzijde 43. We begrijpen enkel de keuze om zonnepanelen te plaatsen op gronden die in pauzelandschap verkeren van grootschalige landbouw naar natuur. In de omgevingsvisie moet duidelijk worden dat in andere groene of natuurgebieden geen grote installaties van zonnepanelen of andere grootschalige energieproductie- of opslagvoorzieningen worden toegestaan.

16

registratienummer: 7784561 -

Het is van belang om de samenwerking aan te gaan met de randgemeentes voor het verbeteren van de natuurwaardes van de groene wiggen. In de omgevingsvisie zou concreter moeten staan hoe dat vormgegeven wordt voor Eindhoven.

Groen in Eindhoven Groen moet niet overal multifunctioneel zijn. Hoewel we denken dat veel openbaar groen multifunctioneel gebruikt kan worden, zou in de omgevingsvisie ook expliciet moeten staan dat sommige groengebieden gereserveerd moeten worden voor natuur en biodiversiteit. Behoud van belangrijke groengebieden Het behoud van belangrijke gebieden voor natuur binnen de stad buiten de groene wiggen moet ook een prioriteit zijn en duidelijke worden weerspiegeld in de verstedelijkingsprincipes en de stedelijke opgaven. De gemeente zou in kaart moeten brengen in welke gebieden de aanleg van nieuw groen effectiever is voor de groene hoofdstructuur. Dit wordt ook geadviseerd in het OER. Meer ambitie en heldere doelen voor groenarme gebieden Vergroening van de groenarme gebieden wordt verschillende keren beschreven in verstedelijkingsprincipe 3.2.1. In de stedelijke opgaven wordt niet nader toegelicht hoe dit doel bereikt moet worden of wat de ambitie is voor deze groenarme gebieden. Wij roepen de gemeente op om hierin ambitieus te zijn, omdat het direct te maken heeft met de leefbaarheid in de stad, zeker in tijden van klimaatverandering. Waarom niet als doel stellen om 25% minder groenarme gebieden te hebben in 2040? Meer ontharding op openbare ruimte In de omgevingsvisie staat dat we bij het vernieuwen van openbare ruimte kansen zoeken voor meer groen en 10% minder verharding.

Wij konden niet begrijpen wat de hoeveelheid van 10% minder verharding bepaalde en waarom deze niet hoger is. De huidige stelling moet minstens herschreven worden tot “ten minste 10% minder verharding”. Streven naar kwaliteitsvol groen In de omgevingsvisie wordt veel ingezet op het toevoegen van groen in de stad en dat vinden we goed. Wij willen u er aan herinneren dat het huidig beleid van de gemeente al voorziet in de implementatie van niet zomaar groen, maar van hoogwaardig, kwalitatief groen. Daarom moet deze ambitie tot kwaliteitsgroen ook terugkomen in de tekst van de omgevingsvisie. De Dommel en zijn ecologische verbindingszone Wij staan achter de verbetering van de ecologische verbindingszone langs de Dommel om daarmee die groene wig Genneper Parken te verbinden met groene wig De Karpen. De ecologische verbindingszones vormen een essentiële bouwsteen van het Natuurnetwerk Brabant. Wij zijn echter verbaasd dat tegelijkertijd wordt geschreven over het voornemen om de oevers toegankelijker te maken. Toegankelijkheid en robuuste natuur gaan in de meeste gevallen niet samen. Om die reden zien we liever terug dat de Dommel niet toegankelijker wordt voor recreatie en dat het doel van de groene uitbreiding van de Dommel niet “vooral gericht op beleefbaarheid en toegankelijkheid” is maar dat de natuurwaarde wordt versterkt om een echte ecologische verbindingszone te realiseren.

17

registratienummer: 7784561 -

-

De Dommel moeten ruimte krijgen om te ademen er mogen geen nieuwe bouwontwikkelingen in de marges van de Dommel worden toegestaan inclusief uitbreiding van bestaande gebouwen. Mogelijkheden om bestaande bebouwing te verwijderen moet ook worden onderzocht. Op pagina 49 worden op de kaart 3 plaatsen aangegeven met betrekking tot de “Robuuste Dommel”. Hier zou minstens één locatie aan moeten worden toegevoegd: de onderdoorgang onder de spoorlijn. Dit is waarschijnlijk het grootste knelpunt voor de Dommel binnen de stad.

Spanningsvelden In de gehele omgevingsvisie komt naar voren dat er een spanningsveld is -of komt- over het ruimtegebruik in Eindhoven. Dit is vooral merkbaar in de spanning tussen groen-, bouw- en energieopgaven. Deze mogelijke conflicten worden echter niet geadresseerd in de omgevingsvisie. Het OER vermeldt dit in zijn analyse van synergieën en strijdigheden van de deelambities. Ook uit de praktijk blijkt dat programma's vaak conflicteren. Daarom moet het bestaan van deze spanningsvelden expliciet genoemd en geadresseerd worden in de omgevingsvisie. Monitoring van de omgevingsvisie De omgevingsvisie is een belangrijk sturend document voor Eindhoven waarin staat welke stad we in 2040 willen zijn. Daarom moet de voortgang ervan goed geëvalueerd kunnen worden en moet duidelijk zijn of de ambities en opgaven gehaald worden. Zelfs rekening houdend met het feit dat dit een visiedocument is, vinden wij dat het hoofdstuk over monitoring moet worden verbeterd met enkele hoofdindicatoren die gekoppeld zijn aan de stedelijke opgaven die in latere beleidsdocumenten verder kunnen worden uitgewerkt. Gemeentelijk standpunt Vanuit de gemeente zijn we blij met de reactie van Trefpunt Groen Eindhoven ten aanzien van het groen en de klimaataanpak in de omgevingsvisie. TGE spreekt zijn waardering uit dat groen een prioriteit is en dat de klimaataanpak centraal staat.

De omgevingsvisie zou volgens TGE op punten ambitieuzer kunnen zijn. We hebben groen in onze visie op verschillende plekken een prominente plek gegeven. Zowel bij de beschrijving van de stad, de ambitie, de stedelijke opgaven en de verstedelijkingsprincipes. De verstedelijkingsprincipes vormen de randvoorwaarden voor toekomstige beleidsontwikkeling en projecten. Eén van de verstedelijkingsprincipes is: ‘de groene hoofdstructuur is leidend voor een gezonde ontwikkeling van de stad’. Hiermee is groen één van de leidende randvoorwaarden voor de stedelijke ontwikkeling van Eindhoven. TGE merkt op dat er in de omgevingsvisie een spanningsveld is over het gebruik van ruimte in Eindhoven. De omgevingsvisie maakt juist duidelijk dat het belangrijk is om strategisch met de ruimte om te gaan. De verstedelijkingsprincipes bieden handvatten om toe te werken naar synergie tussen de verschillende opgaven en daarmee toe te werken naar multifunctioneel ruimtegebruik. Ook de verschillende functies van groen staan soms op gespannen voet. In een dichtbebouwd gebied als Eindhoven zal dat vaak vragen om multifunctioneel gebruik. Dit wordt verder uitgewerkt in opvolgende beleidsstukken zoals het Ontwikkel Perspectief Eindhoven (OPE) en de gebiedskaders.

18

registratienummer: 7784561 TGE bepleit om geen enkele bebouwing in de groene wiggen toe te staan. In de groene wiggen zijn al een aantal (bebouwings)structuren aanwezig. Ook de Ontwikkelvisie voor het Stadsbos houdt op bepaalde plekken ruimte voor bebouwing. Deze gebieden kunnen enkel ontwikkeld worden met een balans tussen groen en bebouwing. Een totaalverbod op ontwikkelingen in de groene wiggen is hierdoor niet mogelijk en niet wenselijk. We kunnen daarom niet meegaan in de zienswijze van TGE hierover. Het beschermen van bestaande groene gebieden met een voorkeursrecht is juridisch niet mogelijk en niet wenselijk. In de omgevingsvisie is de volgende passage opgenomen ‘In de toekomst kunnen we ook op andere plaatsen een voorkeursrecht vestigen om te zorgen dat belangrijke stedelijke opgaven uitgevoerd kunnen worden.’ (paragraaf 6.2.1 pag 73). Voor het verkrijgen van nieuwe gebieden ten behoeve van groen onderzoekt de gemeente of het instrument voorkeursrecht inzetbaar is voor natuurontwikkeling indien er sprake is van een functiewijziging. De kaart opgenomen op pagina 43 is afkomstig uit bestaand beleid. Zonneparken zijn uitgesloten binnen het Natuurnetwerk Brabant. We voegen hier een opmerking toe aan de visie. Zoals TGE terecht aangeeft is het van belang om de samenwerking met de omliggende gemeenten te versterken.

Eindhoven zit hiervoor in een aantal samenwerkingen zoals het Van Gogh Nationaal park, De groene corridor en het verstedelijkingsakkoord. In paragraaf 5.3.1. zullen wij deze samenwerkingen aanstippen. TGE vraagt de gemeente om ambitieus te zijn en zich doelen te stellen voor de vergroening van groenarme gebieden. Hoewel de groenarme gebieden over het algemeen lastig te vergroenen zijn, stelt Eindhoven zich als doel om dit wel te doen. Vergroenen wordt altijd meegenomen in projecten d.m.v. groencompensatie en ontharding. Wel nemen we het voorstel van TGE over om de huidige stelling tot ontharding te versterken door ‘ten minste 10% ontharding’ op te nemen. Daarnaast is de opmerking van TGE m.b.t. ‘kwaliteitsgroen’ terecht. Het beleidsuitgangspunt om te voorzien in kwaliteitsgroen is weggevallen en zal opnieuw opgenomen worden in paragraaf 5.3.2. TGE geeft aan dat toegankelijkheid en robuuste natuur in de meeste gevallen niet samengaan. In de uitvoeringsstrategie groenplan centrum staat benoemd dat het uitgangspunt is om de biodiversiteit van de Dommel verder te versterken, maar ook de beleefbaarheid van de rivier. Met de beschrijving van de Super Dommel volgt de omgevingsvisie het eerder vastgestelde beleid. Daarnaast geef TGE aan dat de Dommel ruimte moet krijgen om te ademen en dat hierom geen nieuwe bebouwing rondom de Dommel mag worden toegestaan.

Bebouwing rondom de Dommel wordt in gebiedskaders uitgewerkt. Hierbij wordt rekening gehouden met de Dommel als ecologische verbindingszone. Dit wordt ook uitgewerkt in het Super Dommel project. De andere punten uit de zienswijze zijn te gedetailleerd om nu mee te nemen in de visie. Deze komen terug bij de uitwerking van de visie in opvolgend beleid. Dit betreft de opmerking m.b.t. de natuurwaarden, het multifunctioneel gebruik van het groen, bebouwing rondom de Dommel en een studie naar een extra locatie voor de ‘Robuuste Dommel’ bij de onderdoorgang van het spoor.

19

registratienummer: 7784561

Conclusie zienswijze De zienswijze van Trefpunt Groen Eindhoven geeft op onderdelen aanleiding tot aanpassing van de visie. Andere opmerkingen komen terug bij de uitwerking van de visie. We nemen de volgende aanpassingen mee: In hoofdstuk 3.1: een korte duiding van de verhouding tussen de ambitie, verstedelijkingsprincipes en de stedelijke opgaven. Kaart ‘zoekgebieden voor de opwek van zonne-energie’ pagina 43. Hier wordt de tekst toegevoegd dat het niet de intentie is om te zonne-parken aan te leggen in Natuur Netwerk Brabant (NNB). Paragraaf 5.3.1 eerste alinea toevoegen: De wiggen vormen de verbinding met het groene buitengebied. Om deze verbinding te versterken nemen we deel aan Van Gogh Nationaal Park. In paragraaf 5.3.2 nemen we in de derde alinea in de laatste regel op: Bij het vernieuwen van openbare ruimte zoeken we kansen voor meer groen en ten minste 10% minder verharding.

2.7.

Zienswijze inwoner 1

Het ontbreekt aan een duidelijke visie op buitenspelen, terwijl onderzoek aanwijst dat het 2 voor 12 is. In Nederland spelen 400.000 kinderen 6-12 jaar nauwelijks buiten. Het aantal buiten spelende kinderen is in de afgelopen tweejaar gehalveerd. Met name in steden gaat het slecht. Ook wordt duidelijk dat meisjes steeds minder op straat te zien zijn, en dat is een zeer zorgelijk signaal voor de leefbaarheid in de groeiende stad! Het beleid moet op gemeentelijk niveau worden georganiseerd. De meeste gemeenten hebben een uitgebreid buitenspeelbeleid met een uitvoeringsagenda, gemeente Eindhoven heeft (nog) niets. Terwijl het aantal m2 bespeelbare ruimte, waar kinderen avontuurlijk en veilig kunnen spelen, achteruit gaat. En voor nieuwbouw is er geen norm. Er is een duidelijke businesscase voor de samenleving. Recentelijk is onderzocht dat kinderen minder op de zorgkosten drukken wanneer ze meer buitenspelen. Sterker nog; buitenspelen draagt zelfs bij aan sociale cohesie onder volwassenen. De zienswijze is aangevuld met een drietal bijlagen om het standpunt te onderschrijven. 1. Artikel uit stadsontwerp d.d. 25 april 2024 2. Onderzoek buitenspelen 2024 van stichting Jantje Beton d.d. 10-06-2024 3. Het grote buitenspeelonderzoek van kind & samenleving vzw te Mechelen d.d. 2020 Gemeentelijk standpunt We onderschrijven als gemeente het belang van buiten spelen.

In kader van gezondheid moeten kinderen buiten kunnen spelen en moeten er genoeg speelplekken voorhanden zijn. We nemen de bijlagen over buitenspelen mee als inspiratie bij de uitwerking van onze opgave voor het speelbeleid wat op dit moment in ontwikkeling is. Conclusie zienswijze

20

registratienummer: 7784561 De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van de omgevingsvisie, De gemeente werkt aan beleid rondom buitenspelen. De uitwerking hiervan vindt niet plaats in de omgevingsvisie maar in programmatisch beleid.

2.8.

Zienswijze Henri van Abbestichting

De stichting geeft aan dat het ontwerp van de omgevingsvisie Eindhoven en het bijbehorende ontwerp Omgevingseffectrapport twee lijvige stukken zijn, die moeilijk in de 8 weken bestuderingstijd zijn te doorgronden. De ambities vastgelegd in de stedelijke opgaven en de verstedelijkingsprincipes monden uit in een zeer omvangrijke opgave tot het jaar 2040, waarvan de haalbaarheid ook ernstig in twijfel kan worden getrokken. Er zal volgens de stichting veel zorg moeten worden besteed aan de leefbaarheid van de stad tijdens deze veelheid aan ontwikkelingen. Een strategie hiervoor bij de verdere uitwerking lijkt ons zeer wenselijk. Erfgoed Het is positief dat in de Ontwerp Omgevingsvisie op verschillende plaatsen het belang van erfgoed wordt onderkend. De groene hoofdstructuur en de herkenbaarheid van de ruimtelijke structuur maken deel uit van de verstedelijkingsprincipes. Dit sluit aan bij een constante in het erfgoedbeleid van de laatste decennia. Niet helemaal duidelijk wordt hoe de rol van erfgoed zich verhoudt tot de ambities. In de verdere uitwerking van de omgevingsvisie zou de rol van erfgoed een belangrijke input moeten zijn en om dit te kunnen bewaken pleiten wij voor een vroegtijdige betrokkenheid van de Henri van Abbe Stichting en de Stichting Bescherming Wederopbouwerfgoed Eindhoven bij deze uitwerking.

Groen De ambitie om sterk te vergroenen omarmt de Stichting en ze ondersteunt ook de aandacht die de groene hoofdstructuur krijgt. Deze vergroening moet volgens haar echter geen restpost zijn in de drang om 40.000 woningen plus voorzieningen te bouwen. Daarom is het wezenlijk om groen ook een volwaardig ontwikkeluitgangspunt te laten zijn bij de diverse plannen. De suggestie van een nieuw stadspark binnen de ring ondersteunt de stichting ook. Daar hoort ook een upgrading van het (niet genoemde) Genderpark bij. Gemeentelijk standpunt Vanuit de gemeente zijn we blij met de reactie van de stichting ten aanzien van het erfgoed in de omgevingsvisie. We hebben erfgoed een volwaardige plek gegeven in de visie zowel bij de ambities, stedelijke opgaven als de verstedelijkingsprincipes. Bij de uitwerking van de visie zal maatwerk nodig zijn, ook ten aanzien van het erfgoed. We willen de Henri van Abbestichting graag als gesprekspartner blijven betrekken bij de uitwerking van (her)ontwikkeling van erfgoed in onze stad. De gemeente wil groeien met een goede balans tussen ecologie, economie en welzijn. Daarvoor hebben we integrale verstedelijkingprincipes in de omgevingsvisie opgenomen. Groen heeft in de visie een volwaardige plek gekregen. Zowel bij de ambities, stedelijke opgaven als verstedelijkingsprincipes staat groen als uitgangspunt opgenomen.

Bij de uitwerking van groen rondom het centrum zullen we ook de upgrading van het Genderpark nader onderzoek en waar mogelijk meenemen.

21

registratienummer: 7784561 Conclusie zienswijze De zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van de omgevingsvisie. Erfgoed en groen zijn goed geborgd in de visie. Wij gaan nadenken over de suggestie van het Genderpark in opvolgend beleid. We danken de stichting voor de suggestie.

2.9.

Zienswijze inwoner 2

Parkeren - De afstanden moeten binnen 15 minuten afgelegd worden. Mensen met een beperking doen dit met hulpmiddel en auto. Er dienen daarom voldoende gehandicaptenparkeerplaatsen te zijn. - Wanneer er minder parkeerplaatsen in buurten komen worden buurten onrustiger. Bezoek is lastiger en de onderlinge samenhang gaat achteruit. - Uitstapstroken naast geparkeerde auto’s moeten 105 cm in plaats van 60 cm zijn in verband met parkeren voor mensen met een beperking. - In het centrum moeten parkeerplaatsen voor mensen met een beperking behouden worden. Openbaar vervoer - Ambtenaren krijgen OV pas, maar vervoer met de bus duurt erg lang. Voorzieningen - Zijn de buurtcentra van de gemeente? - Bejaardentehuizen nabij centra. - De internationale school is te ver weg. Deze zou aan gewone scholen verbonden moeten worden. - Aangepaste toiletten in stadsdeelbibliotheken. - Parkeergarages met aangepaste toiletten. - Buurthuizen met aangepast sanitair. - Evenementen in wijken. - Eindhoven heeft het hoogste aantal mensen met autisme in Nederland. Die mensen zijn prikkelgevoelig. Daarom moet de kermis meer prikkelarme uren, mogen in de buitenruimtes geen beeldschermen en geen overdadige reclames. Centrumgebieden - Te weinig centrumgebieden.

Groene verbindingen - Verbinding Karpen - Eindhoven Noordwest via Fellenoord; betreft dit water? Gemeentelijk standpunt Parkeren De opmerkingen rondom parkeren betreffen vooral zaken die worden opgepakt In de uitwerking van de omgevingsvisie. In deze uitwerkingen is opgenomen dat bij nieuwe publieks-/bezoekersvoorzieningen 2% van het aantal parkeerplaatsen dat nodig is wordt uitgevoerd als algemene gehandicaptenparkeerplaats. Voor bewoners is er de mogelijkheid een individuele gehandicaptenparkeerplaats aan te vragen nabij de woning. Bij bestaande voorzieningen

22

registratienummer: 7784561 worden verzoeken tot gehandicaptenparkeerplaatsen beoordeeld en gerealiseerd naar aanvraag. In het centrum wordt straatparkeren opgeheven en dienen bezoekers in de parkeergarages te parkeren. Gehandicaptenparkeerplaatsen blijven behouden, het aantal op basis van de behoefte o.a. in overleg met de Stichting Eindhoven Toegankelijk. Elders in de stad wordt bij herinrichting altijd in samenspraak gekeken naar het aantal te realiseren parkeerplaatsen in de nieuwe situatie. Gehandicaptenparkeerplaatsen worden volgens de gebruikelijke richtlijnen aangelegd. OV De gemeente is continu in overleg met de provincie en vervoerder Hermes om het busvervoer te verbeteren. Voorzieningen In paragraaf 5.5.2 geven wij aan dat er extra aandacht is in wijken voor specifieke groepen zoals studenten, senioren en kwetsbare mensen. Verdichting in woonwijken gebeurt vooral dichtbij HOV-lijnen en buurt- en wijkwinkelcentra. Hierdoor kan ook voor senioren gezorgd worden dat belangrijke functies dichtbij zijn. Dit is verder uitgewerkt In de woonzorgvisie van Eindhoven. De overige genoemde punten vallen onder uitwerking van de omgevingsvisie en zullen indien noodzakelijk in ander gemeentelijk beleid worden opgenomen. De gemeente heeft in haar beleid aandacht voor inclusiviteit van alle inwoners.

Centrumgebieden De gemeente kiest in de omgevingsvisie voor één stadscentrum en twee stadsdeelcentra. Hierdoor kunnen met name de stedelijke functies goed verspreid over de stad verdeeld worden terwijl daarnaast de economische haalbaarheid van de centra gewaarborgd blijft. In de wijken vormen buurt- en wijkwinkelcentra belangrijke plekken voor dagelijkse voorzieningen en ontmoeting in de wijk. Groene verbindingen De groene wiggen Eindhoven Noordwest en De Karpen worden via de Fellenoord met elkaar verbonden. Dit betreft een stedelijke parkachtige groene verbinding. Deze wordt uitgewerkt in het project knoop XL. Conclusie zienswijze De zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van de omgevingsvisie. Veel punten staan al in de visie of worden meegenomen bij de uitwerking van de visie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14638371/1