CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Koers Sociaal (2)040

Raadsvergadering 10 september 2024, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Koers Sociaal (2)04012.408 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

52 RIVM (2022), Invloed van de fysieke leefomgeving op gezond gedrag.

Deelambities 2040 ƒ Alle inwoners van Eindhoven hebben binnen 15 minuten toegang tot een fysieke plek waar zij terecht kunnen voor basiszorg en -ondersteuning en ontmoeting. ƒ Sociale ontwerpprincipes maken standaard deel uit van ieder projectplan voor woningen en de inrichting van de openbare ruimte. – Specifiek; › ontmoeting als een van de ontwerpprincipes; › er zijn levensloopbestendige/dementievriendelijke woningen/ plekken in de stad gecreëerd; › voor iedere levensfase en portemonnee moet binnen Eindhoven een passende woning te vinden zijn. Wat betekent dit? ƒ Een structurele samenwerking tussen sociaal en ruimtelijk domein vraagt een andere inrichting van de gemeentelijke organisatie: van een verkokerde naar een integrale manier van organiseren, aansturen en uitvoeren. Langs de lijn van de belangrijkste opgaven van de gemeente, i.p.v. naar beleidsdomein/thema. ƒ Een stevigere verankering van het perspectief van het sociaal domein aan de ruimtelijke ontwerp- en besluitvormingstafels. Onder andere gebiedsplannen, programmering van gebieden en afspraken met ontwikkelaars en woningcorporaties zullen bij moeten dragen aan de sociale doelen van Eindhoven. ƒ Als gemeente zijn we de hoofdaannemer van deze opgave. We staan aan het roer van de ruimtelijke inrichting van onze stad, gaan over de stedelijke ontwikkeling en beslissen welke soort woningen waar worden gebouwd.

Koers Sociaal (2)040 | 27

4.6 ‘Plus’: 4. Kansrijk opgroeien De noodzaak We streven ernaar dat alle jeugdigen in Eindhoven van -9 maanden tot 23 jaar de mogelijkheid krijgen zich optimaal te ontwikkelen, ongeacht hun achtergrond of leefomstandigheden. We zien echter dat het gezin en de buurt waarin je geboren wordt sterk bepalend zijn voor de kansen die je krijgt in het leven. Op jonge leeftijd investeren in kansengelijkheid, is het meest effectief. Uit onderzoek blijkt dat zo vroeg mogelijk investeren in de kindertijd het meest effect heeft en ongelijkheid tegengaat. Dit betekent concreet dat investeren in opvoedings- en ontwikkelingskansen voor gezinnen in achterstandssituaties de kansen in de brede ontwikkeling van kinderen vergroot53. In Eindhoven zien we dat de komende jaren het aantal eenoudergezinnen stijgt. Jongeren die niet met beide ouders in één huis wonen, laten een problematischer profiel zien dan jongeren die wel met beide ouders in één huis wonen54. Ook zijn er verschillen in de mate waarin ouders ondersteuning weten te krijgen bij de opvoeding van hun kinderen. Ouders met een praktische opleiding krijgen minder vaak informele, praktische hulp dan ouders met een wetenschappelijke opleiding55. De opgave Alle jeugdigen in Eindhoven horen gelijke kansen te krijgen om gezond en gelukkig op te groeien en hun talenten te ontplooien. Dit vraagt een brede benadering.

Hierbij investeren we in de brede context en leefomgeving waar kinderen in opgroeien en zetten we gericht in op het verminderen van risicofactoren en het vergroten van beschermende factoren.

53 Heckman, J. J. (2006), Skill formation and the economics of investing in disadvantaged children. Science, 312(5782), 1900-1902 54 SCP (2021), Gezondheid en welzijn van jongeren in Nederland 55 SCP (2021), Sociale netwerken van ouders

Meer concreet betekent dit dat we komende jaren: ƒ De pedagogische basis versterken voor alle kinderen en normaliseren waar het kan waarbij oplossingen eerst worden gezocht in het informele netwerk. ƒ We verbinden in samenhang de verschillende leefomgevingen (thuis, school, straat, digitaal) van het kind en de jongere zodat zij hun talenten met zo min mogelijk drempels optimaal kunnen ontwikkelen vanuit gelijke kansen om zo bij te dragen aan de stad en samenleving. ƒ De leefwereld en de context waarin kwetsbare jeugdigen opgroeien versterken met focus op de vroegtijdige inzet en aandacht voor grondoorzaken van problemen. Met extra aandacht voor eenoudergezinnen en wijken met een stapeling van problematiek. ƒ Investeren in positieve rolmodellen en netwerk voor kwetsbare jeugdigen. Zoals eerder in de koers omschreven worden kansen in het leven ook bepaald door mensen die je kent, die je inspireren en verder helpen (sociaal kapitaal). ƒ Investeren in de school als samenwerkplaats. Goed onderwijs bevat meer dan voldoen aan de prestatiekwalificaties en biedt een integrale en inclusieve basisvoorziening voor kinderen van 0 tot 12 jaar56.

We zien de basisschool als een integrale en inclusieve basisvoorziening voor alle kinderen van 0 tot 12 jaar met een spilfunctie in de buurt en wijk: – Dat betekent onder andere dat we een deel van de nu nog individueel georganiseerde aanvullende jeugdhulp, waar passend collectief gaan organiseren op school (zie ook de opgave versterken institutionele sociale basis). Dit gaat zowel over 1e als 2e lijns ondersteuning. – We zien de school als een belangrijke samenwerkplaats in de buurt en wijk. – We hebben specifiek oog voor de groei van het aantal jeugdigen met een internationale achtergrond.

56 VNG (2021), Winst van het sociaal domein

Koers Sociaal (2)040 | 28

4.7 ‘Plus’: 5. Een financieel zeker bestaan Deelambities 2040 ƒ Alle kinderen en jongeren van 0-23 jaar in Eindhoven doen actief mee in Eindhoven en krijgen de kans om zich optimaal te ontwikkelen tot zelfredzame burgers. ƒ We zetten in op talentontwikkeling, het tegengaan van onderwijsachterstanden en schooluitval en bevorderen van integratie. ƒ Jongeren groeien op met perspectief, dankzij positieve rolmodellen en een sociaal netwerk. Wat betekent dit? ƒ Vertaling in de inkoop van jeugdhulp: hierbij benutten we het moment dat onze inkoopstrategie afloopt en vernieuwd moet worden (2026) – Dit betekent mogelijk een verschuiving van individuele aanvullende zorg (regionaal ingekocht) naar collectieve ondersteuning in de wijk, waar mogelijk, en specifiek verbonden aan de leefwereld (waaronder de school) van kinderen. Dit vertaalt zich in een verschuiving van middelen. – Van kind naar gezinszorg met aandacht voor de grondoorzaken van problemen. – De groei van internationale inwoners vraagt om meer aandacht voor kinderen met een internationale achtergrond en wat zij nodig hebben om een goede start te maken in Eindhoven. Het doorbreken van problemen die van generatie op generatie worden doorgegeven vraagt een gerichte inzet op het vergroten van de bestaans­ zekerheid van gezinnen57.

Opgaven 5 en 6 zetten hier specifiek op in en zijn daarmee sterk gelinkt aan de opgave ‘Kansrijk opgroeien’.

57 Universiteit Groningen (2023), Verschillende gezichten, diverse paden; SCP (2021), Opgroeien in een kwetsbare wijk

De noodzaak Financiële bestaansonzekerheid leidt tot een tal van problemen voor zowel het individu als de maatschappij, o.a. sociale isolatie, verminderde gezondheid en onderbenutting van het menselijk kapitaal58. Met name dat laatste wordt komende jaren steeds belangrijker naarmate de vergrijzing toeneemt en de beroepsbevolking verder krimpt. Armoede kan ook leiden tot eenzaamheid en kansenongelijkheid en is daarmee een belangrijke indicator voor zowel de kwaliteit van leven van individuen als de kwaliteit van de samenleving59. Onderzoek wijst uit dat een aantal groepen structureel meer moeite hebben om financiële bestaanszekerheid te bereiken. Mensen met een niet-westerse migratieachtergrond zijn vaker werkloos, behouden minder vaak hun baan, zijn oververtegenwoordigd in uitkeringen en hebben vaker flexibel werk60. Daarnaast krijgt van de 50-plussers 18% te maken met leeftijdsdiscriminatie bij het solliciteren naar ander werk61. In Eindhoven nemen juist deze groepen, absoluut en relatief, in omvang toe. Om iedereen in Eindhoven rond te laten komen, mee te laten doen en mogelijkheden te bieden om zich te ontwikkelen zijn betaald werk naar vermogen en een stabiel inkomen cruciaal. Hiervoor is een goed function­ erende arbeidsmarkt van belang, waar nu en in de toekomst passend werk is voor alle doelgroepen met oog op ontwikkelen zoals de digitalisering en robotisering.

Op deze manier wordt ook het beschikbare arbeidsmarkt­ potentieel van de stad optimaal benut. Uit diverse onderzoeken blijkt dat betaald werk bijdraagt aan verschillende belangrijke aspecten van het leven van individuen en de samenleving als geheel. Het gaat hierbij onder andere over economische zelfstandigheid, sociale status en identiteit, welbevinden en welzijn, sociale contacten, persoonlijke ontwikkeling en tot slot economische groei62. 58 Commissie Sociaal Minimum (2023), Een zeker bestaan 59 Kennisnotitie Armoede ramingen (2022) 60 Movisie (2022), Bestaanszekerheid onder druk 61 Oude Mulders (2020) 62 AVWB (2023), De betekenis van betaald werk voor mensen met een verstandelijke beperking; SCP (2022), Hoe arbeid en zingeving tot een win-win situatie kunnen leiden; CBS (2022), Integratie en Samenleven.

Koers Sociaal (2)040 | 29

De opgave We zetten in op een sterkere verbinding tussen meedoen en inkomens­ stabiliteit. Onder meedoen verstaan we alle vormen van betaald en onbetaald (vrijwilligerswerk, mantelzorg) werk. Gezien worden en je mee kunnen ontwikkelen in de samenleving is immers evenzo belangrijk. Daarom zetten we de komende jaren in op: ƒ Passend werk voor iedereen met het oog op toekomstige arbeidsmarktveranderingen. ƒ Financiële stabiliteit en een herkenbaar vangnet van regelingen en schuldhulp. ƒ Het wegnemen van drempels bij werkzoekenden en werkgevers om passend werk te bieden voor mensen met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt. ƒ Stimuleren van meedoen naar vermogen, een leven lang leren, en inclusief werkgeverschap – We zien kansen in de context van Eindhoven en de ontwikkelingen rondom Brainport voor Elkaar. o.a. door de samenwerking tussen gemeente(n), bedrijfsleven en onderwijs gericht op inkomens- en baanzekerheid te versterken. Daarbij denken we aan een brede mix aan betaald en niet betaald werk & arbeidseisen die aansluiten op het potentieel van mensen. Dit combineren we met talentontwikkeling en een leven lang leren.

Deelambities 2040 ƒ Versterken van het Meedoen-vermogen van Eindhovenaren: Meer Eindhovenaren participeren (betaald of onbetaald) ƒ Voor iedereen een duurzaam toekomstperspectief op meedoen ƒ Voldoende passende banen voor de gehele beroepsbevolking ƒ Inkomenszekerheid voor alle Eindhovenaren

Wat betekent dit? ƒ Anders vormgeven van de uitvoering van de Participatiewet – Vereenvoudiging sociaal domein. – Werken vanuit een systeem dat uitgaat van vertrouwen en waar nodig controleren. ƒ Focus op het voorkomen van schulden en het doorbreken van intergenerationele armoede. ƒ Meer focus op het hebben van een betaalde banen die passend zijn – Investeren in werkgeversdienstverlening – Investeren in doelgroep die langdurig werkloos is – Meedoen en participeren in de buurt vormgeven in de sociale basis – Als gemeente zijn we verantwoordelijk voor de uitvoering van de Participatiewet. We hebben beperkte invloed om daadwerkelijk financiële bestaanszekerheid te garanderen, maar kunnen wel invloed uitoefenen via de lobby op de keuzes van het Rijk.

Koers Sociaal (2)040 | 30

4.8 ‘Plus’: 6. Eerst een thuis De noodzaak Een veilig dak boven je hoofd is een mensenrecht, een basisvoorwaarde voor bestaan63 en draagt bij aan persoonlijk en maatschappelijk herstel. Zonder dak boven je hoofd, is het oplossen van andere problemen slechts symptoombestrijding. De woningnood is hoog in Eindhoven. De stijgende huizenprijzen (huur en koop) in Eindhoven leiden bij niks doen tot een verdere verdringing van kwetsbare doelgroepen op de woningmarkt. We zien nieuwe groepen dakloze mensen in de stad en regio. Het gaat dan onder andere om economisch daklozen (alleen woonvraag), jongeren en mensen met een migratieachtergrond. De groep daklozen tussen de 18 en 30 jaar en de groep daklozen met een migratieachtergrond zijn beiden tussen 2009 en 2019 verdriedubbeld in omvang64. Ook zien we (nu al) de instroom in zowel Beschermd Wonen als Maatschappelijke Opvang toenemen, en de uitstroom stagneren vanwege het gebrek aan woningen. Hierdoor zetten we dure opvang en verblijfsplekken in voor de doelgroep die zelfstandig kan wonen (met ondersteuning). De opgave De komende jaren worden tussen nu en 2040 bijna 40.000 woningen bijgebouwd65. Om een thuis voor de meest kwetsbaren te realiseren zijn er voldoende passende en betaalbare woningen nodig. Meer specifiek is bij deze nieuwe woningbouw aandacht nodig voor de woonbehoefte van kwetsbare doelgroepen.

Gezien maatschappelijke opvang (MO) en beschermd wonen (BW) regionale voorzieningen zijn, is het ook nodig om afspraken te maken met regiogemeenten over voldoende huisvesting voor eigen inwoners om instroom in MO en BW te voorkomen en uitstroom te vergroten. Deze opgave vraagt nadrukkelijk om een stevige samenwerking met het ruimtelijk domein en woningbouwcorporaties. In aansluiting op de woonzorgvisie zien we de volgende oplossingsrichtingen: 63 Universele Verklaring van de Rechten van de Mens 64 Landelijke cijfers via CBS (2024) 65 MRE (2021), Verstedelijkingsakkoord

ƒ Integrale aanpak sociaal en ruimtelijk domein – Prioriteren van huisvesting voor kwetsbare groepen bij bestaande en nieuwe woningbouw en voorzien in voldoende passende en betaalbare woningen bij nieuwe woningbouw – Toewijzingspercentages: benutten beschikbare woningvoorraad ƒ Verkennen van alternatieve woonvormen; ‘samen’-woonvormen, die tevens bijdragen aan versterken van het sociale netwerk.

Deelambities 2040 ƒ Beweging van maatschappelijke opvang naar Eerst een thuis. Mensen die dakloos zijn krijgen zo snel mogelijk een woning om aan herstel te werken en slaan de opvangketen over. ƒ Van Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis: Mensen met psychische problematiek wonen zo veel als mogelijk zelfstandig en krijgen passende ondersteuning op de verschillende leefgebieden. Wat betekent dit? ƒ Het als gemeente komen tot een woonprogramma (volkshuisvestingsbeleid) is noodzakelijk om uitvoering te geven aan deze opgave. ƒ Woonvraag van kwetsbare en bijzondere doelgroepen integraal benaderen, hier integrale afwegingen en keuzes in maken. Hoeveel woningen hebben we nodig voor deze doelgroepen en welke woningen komen er voor wie beschikbaar (verdeel- en toewijzingsvraagstuk)? ƒ We hebben als gemeente een wettelijke opdracht met betrekking tot de huisvesting van statushouders en we zijn gebonden aan landelijke afspraken voor de MO en BW doelgroep met betrekking tot ‘Beschermd thuis’ en ‘Eerst een thuis’.

5

Koers Sociaal (2)040 | 31

5. Conclusie en veranderstrategie In voorgaande hoofdstuk zijn de opgaven voor het sociaal domein voor de komende jaren geschetst. Deze opgaven schetsen een aantal grote bewegingen: ƒ Van symptoombestrijding naar het voornamelijk inzetten op grondoorzaken van sociaal maatschappelijke problemen bij inwoners; ƒ Van stapeling van (individuele) zorg en ondersteuning naar een integrale aanpak gericht op het versterken van het dagelijks leven; ƒ Van gelijke inzet voor alle inwoners naar extra investeren in inwoners, wijken en buurten met een samenloop van problemen; ƒ Van ‘inwoners betrekken naar bij inwoners betrokken willen raken’; ƒ Van de sociale basis als instrument, naar de sociale basis als het fundament van onze samenleving; ƒ Van fysiek programmeren van de openbare ruimte naar fysiek en sociaal programmeren op stedelijk, wijk- en buurtniveau. ƒ Van het uitstellen van fundamentele keuzes en vinden van tijdelijke oplossingen binnen het sociaal domein naar het omarmen dat deze keuzes nodig zijn en structurele oplossingen zoeken vanuit vernieuwing en innovatie. Het waarmaken van deze bewegingen vraagt om een stevige transformatie van ons en onze partners in het sociaal domein. Daarbij is het belangrijk om te beseffen dat dit zich afspeelt in een complexe context van snelle veranderingen en onvoorspelbaarheden, met veel afhankelijkheden van andere domeinen.

Bovendien is er in de praktijk nu al druk vanwege een tekort aan personeel en een groeiende vraag. Deze transformatie gaat over een substantiële vernieuwing van werkwijzen, cultuur en structuur. Dit vraagt om een meerjarige aanpak en een blijvende dialoog met betrokken partners. Daarnaast vraagt het enerzijds wendbaarheid om in te spelen op veranderingen en anderzijds koersvastheid om doelen en resultaten te bereiken.

De uitvoering van deze koers heeft gevolgen voor inwoners, samenwerkings­ partners en de gemeentelijke organisatie. Dit krijgt verder invulling in de nadere uitwerking van de opgaven. Dat doen we in een ontwikkelagenda, die we samen met inwoners en partners vormgeven.

5.1 Uitgangspunten veranderstrategie Om de uitvoering van de koers een succes te laten zijn, is het van belang om dit langs de volgende uitgangspunten vorm te geven. ƒ Focus op effectiviteit en impact: De context van het sociaal domein staat onder druk, Daarom zetten we in op programma’s, projecten en interventies met aantoonbare meerwaarde. We hebben daarbij geleerd van lessen uit het verleden en kiezen ervoor om in lijn met één van de leidende principes (uitgaan van kansen en krachten red.) de focus te leggen op ‘what’s strong, not what’s wrong’. We maken onze inzet in programma’s, projecten en interventies meetbaar. We objectiveren en onderbouwen investeringsbeslissingen en stoppen met wat niet werkt. ƒ Eenvoud in de uitvoering: We willen met deze koers bijdragen aan meer eenvoud in ons beleid en zullen hier dan ook bij het ontwerp, de inrichting en de uitvoering van de koers op inzetten. Het zijn van een betrouwbare overheid en transparantie voor inwoners en professionals staan hierbij hoog in het vaandel. ƒ Voortbouwen op de huidige uitvoeringspraktijk: We bouwen zoveel mogelijk voort op bestaande netwerken en processen op regionaal, stedelijk, wijk- en buurtniveau. Hierbij leggen we expliciet de verbinding, voor zover deze er niet al zijn, tussen deze netwerken, het ruimtelijk domein, economisch domein en het medische domein.

ƒ Partnerschap: Als gemeente hebben we een aanjagende rol in het bewerkstelligen van de benodigde transformatie. In lijn met de opgave ‘krachtige inwoners en gemeenschappen centraal’ en de werkwijze bij

Koers Sociaal (2)040 | 32

opstelling van de koers doen we dit samen. De verdere vertaling en uitvoering van de koers vindt plaats in co-creatie met inwoners, maat­ schappelijke partners, het bedrijfsleven en kennisinstituten. Dit doen we, waar relevant, in intensieve samenwerking met andere domeinen. ƒ Lerende aanpak: De koers heeft impact op de rol en positie van gemeente Eindhoven, partners en het samenspel. We beseffen ons dat dit een periode wordt waar in we samen moeten ontdekken en leren hoe de koers in de praktijk toe te passen. Het gaat om een cultuurverandering en paradigmashift. Deze transformatie vraagt substantiële vernieuwing in cultuur: in de manier van werken, houding en gedrag. Dit vraagt om reflectie op wat er goed gaat en wat er beter kan.

5.2 De koers begint nu De Koers Sociaal (2)040 begint nu. Daarom nemen we op korte termijn een aantal concrete stappen. In een ontwikkelagenda werken we samen met partners en inwoners de opgaven van de koers verder uit naar wat dit concreet in de praktijk betekent en vraagt van ons allemaal. De impact van de koers op inhoudelijke beleidsontwikkeling, planvorming en de inrichting van het zorg- en ondersteuningslandschap wordt in kaart gebracht. Daarbij wordt expliciet gekeken naar de fasering in de uitvoering van de koers op basis van het transformatieprogramma Transformatie Sociaal (2)040 en natuurlijke implementatiemomenten. Ook is er aandacht voor de monitoring en sturing en het verder uitwerken van de veranderstrategie. De gemeentelijke uitvoering van deze koers vindt op korte termijn op twee niveaus plaats: 1. Verankering in gemeentelijk beleid & inkoop-, contract- en subsidie-afspraken; 2. Versnelling via het transformatieprogramma Transformatie Sociaal (2)040.

Verankering in gemeentelijk beleid & inkoop-, contract- en subsidie-afspraken Na vaststelling van de koers vormt deze het richtinggevende kader voor al het gemeentelijke sociaal domein beleid. Alle beleidsstukken die we daarna opstellen of vernieuwen in het sociaal domein moeten bijdragen aan een of meerdere opgaven van de koers. Tegelijkertijd zien we dat om echt effect te hebben in het sociaal domein er ook actie nodig is vanuit aanpalende domeinen, zoals het ruimtelijk domein. Daarom zetten we er ook op in dat de visie van de koers en de opgaven landen in de strategische stukken die we vanuit deze domeinen opstellen of vernieuwen. Om ook partners volgens de nieuwe koers te laten werken binnen de afspraken die we met hen maken, verankeren we de koers na vaststelling ook in onze inkoop-, contract en subsidie-afspraken. We maken hierbij gebruik van het natuurlijk verloop of verval van gemaakte afspraken. Een belangrijk ijkpunt hierbij is de gemeentelijke inkoopstrategie 2026. Versnelling via het transformatieprogramma Transformatie Sociaal (2)040 In de verkenning van de koers zijn er met partners diverse gesprekken gevoerd. In deze gesprekken kwamen innovatieve ideeën ter sprake die een versnelling van de koers kunnen veroorzaken. Op deze manier hoeven we niet te wachten tot al het beleid is vernieuwd of de inkoopstrategie is aangepast, maar kunnen we voortvarend aan de slag.

Dit willen we doen voortbordurend op het traject dat er is doorlopen met de Koers Sociaal (2)040. Dat betekent dat we opnieuw samen met partners en ook met inwoners om tafel willen om de verdere uitwerking van de opgaven en concrete innovatieve ideeën verder vorm te geven. Hierbij werken we in co-creatie aan roadmaps per opgave.

Koers Sociaal (2)040 | 33

5.3 Datagedreven werken en sturing Met deze koers willen we steviger inzetten op datagedreven werken binnen het sociaal domein. Dit betekent dat we het structureel in beeld brengen van data, dit duiden met partners en hierop acteren inbedden in onze werkwijze. Op deze manier houden we vinger aan de pols, kunnen we gericht evalueren en (bij)sturen waar nodig. Dit past ook bij de lerende aanpak die we voor ogen hebben. Gezien de grote opgaven die de koers schetst is het van belang om consistent en consequent op de koers te sturen. Dit doen we via het gemeentelijk beleid, de verdeling van financiën, inkoop en uitvoering.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14377141/1