CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Kadernota 2022

Raadsvergadering 13 juli 2021, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel met nadere toelichting Kadernota 202220.577 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

kader nota 2022

2

Inhoudsopgave

Hoofdstuk 1. Algemeen

2. Programma’s 3. Paragrafen

4. Bijlagen

Onderdeel 1.1 Bestuurlijke hoofdlijn

pag. 4

1.2 Financiële hoofdlijn 1.3 Sociaal domein

10 15

2.1 Toelichtingen actuele ontwikkelingen 3.1 Lokale lasten

17 29

3.2 Weerstandsvermogen 3.2a Herintroductie saldireserve actuele ontwikkelingen

30 31

3.3 Organisatie 3.4 Strategische investeringen

32 36

3.4a Investeringen: sturen en verantwoorden 3.5 Brede Welvaart

37 40

4.1 Financieel overzicht 4.2. Technische richtlijnen

42 44

3

1.1 Bestuurlijke hoofdlijn Er gloort licht…. In de jaarrekening bent u meegenomen in het afgelopen coronajaar. Een bizar jaar waarin we geconfronteerd werden met het feit dat veel verworvenheden niet zo vanzelfsprekend waren als we altijd dachten. Het virus heeft veel leed gebracht: overlijden van dierbaren, eenzaamheid en onzekerheid over de toekomst. De maatregelen om het virus te bestrijden hebben ook een grote wissel getrokken op het leven van mensen. De crisis heeft ons bewust gemaakt van de kwetsbaarheden in de samenleving en in de manier waarop ons land georganiseerd is. Het heeft al dan niet sluimerende verschillen in de samenleving versterkt en onder een vergrootglas gelegd. En het zal nog enige jaren duren voordat er echt zicht is op de impact van deze mondiale pandemie op de wereld en het leven van mensen. De lakmoesproef voor de korte termijn is de afbouw van de landelijke en lokale steunmaatregelen. Dan is te zien of banen en bedrijven daadwerkelijk behouden blijven en welke invloed de pandemie heeft (gehad) op onze stad en lokale samenleving. We hebben het afgelopen jaar veel tijd, energie en middelen gestoken in het omgaan met corona en het instandhouden van onze vitale maatschappelijke infrastructuur.

We hebben een substantieel bedrag vrijgemaakt om zo goed mogelijk onze rol te vervullen binnen de beperkende maatregelen en om aanvullende ondersteuningsmaatregelen te ontwikkelen om inwoners en ondernemers een extra zet in de rug te geven. Gelukkig was die ruimte er. In de jaarrekening hebben wij hier uitgebreid verslag over gedaan. We hebben veel waardering voor iedereen die op de toppen van zijn kunnen presteert en gepresteerd heeft in de zorg, in het onderwijs, op het gebied van toezicht en handhaving, in het helpen van mensen in een kwetsbare positie, met het ondersteunen van ondernemers en met alles wat er verder nog nodig was om de gevolgen van de pandemie voor de Eindhovense samenleving beheersbaar te houden. Er was veel veerkracht in de stad te zien en we zijn trots op iedereen die zijn steentje heeft bijgedragen om Eindhoven door deze moeilijke tijd te loodsen. Deze kadernota kijkt vooruit naar 2022. Hopelijk een heel ander jaar dan de afgelopen periode. Er is reden om optimistisch te zijn. Er gloren lichtpuntjes aan de horizon. We zijn er nog niet, maar de signalen gaan de goede kant op. Oplopende vaccinaties en afnemende druk op de zorg zijn de noodzakelijke en op dit moment zichtbare ingrediënten om af te komen van alle beperkingen die corona met zich meebrengt. Ingrediënten die lucht gaan geven aan mensen en organisaties om weer vooruit te kunnen kijken.

De vaccins lijken goed te werken. Tot nu toe ook voor varianten van het virus. Deskundigen achten daarom de kans op een vierde golf op dit moment klein. We zijn optimistisch dat we de gezondheidscrisis in 2021 achter ons kunnen laten. En we hebben er vertrouwen in dat de stad voldoende weerbaar is om de langetermijneffecten van deze crisis het hoofd te kunnen bieden: omgaan met de bedreigingen en verzilveren van de kansen. De tijd zal het leren, maar de toekomst lijkt ons voorzichtig weer wat toe te lachen. Evenwichtig en energiek de toekomst in ‘Evenwicht en Energie’ is de basis van ons coalitieakkoord. En ondanks corona zijn we met volle overtuiging aan ‘Evenwicht en Energie’ blijven werken. Niet alleen hebben we naar ons beste vermogen de stad door de coronacrisis geleid. We hebben ook de opgaven en ambities die we bij de start van onze periode voor ogen hadden inmiddels grotendeels gerealiseerd. We hebben de stad weggeleid van de rand van het faillissement en in veilig vaarwater gebracht. We hebben het sociaal domein financieel onder controle gebracht, waarbij het uitgangspunt bleef mensen in hun ondersteuningsbehoefte te voorzien. We hebben knopen doorgehakt in langslepende en weerbarstige dossiers zoals REnescience, Tongelreep, Vestdijk en IHP. In de jaarrekening hebben we hier uitgebreid op teruggeblikt.

Gelukkig hebben we dit tijdig kunnen realiseren zodat er financiële slagkracht was om in te spelen op de coronacrisis. Eindhoven liep in deze operatie voor op andere gemeenten omdat wij eerder in de financiële problemen zijn geraakt. Doordat wij stevig hebben doorgepakt, zijn wij nu in de positie om te doen wat nodig is tijdens de coronacrisis. Daarnaast kunnen we ons inzetten op de energiekant van ons coalitieakkoord.

4

Deze kadernota staat daarom vooral in het teken van het zetten van grote stappen in het realiseren van de ambities van ons coalitieakkoord en het leggen van een solide fundament voor een volgende coalitieperiode. Nog los van corona zijn de opgaven van onze groeiende stad namelijk groot. Deels komen die voort uit ambities, maar voor een belangrijk deel zijn ze het gevolg van het feit dat de schaalsprong, waarover we al langer spreken, nu echt zichtbaar wordt door de ontwikkeling van de stad naar een ander, grootstedelijker niveau in de volle breedte. Dit gaat over meer dan (hoog)bouwen alleen. Met het grootstedelijker worden, neemt ook de veelheid en complexiteit van onze vraagstukken toe. De aantrekkingskracht en daarmee de groei van de stad betekent dat we moeten omgaan met groeiende vraagstukken op het gebied van veiligheid en leefbaarheid, tegengaan van achterstanden, voldoende aantrekkelijke en betaalbare woningen in aangename wijken, werk, goede bereikbaarheid, een passend voorzieningenaanbod op het gebied van cultuur, sport en recreatie en de grote opgaven zoals de klimaatopgave en verduurzaming in combinatie met de verdichting en verstedelijking. Direct gevolg van meer mensen en meer woningen in de stad zijn vraagstukken op het gebied van bereikbaarheid, duurzaamheid en leefbaarheid in de breedste zin van het woord.

Dit komt bij uitstek samen in de ontwikkeling van KnoopXL. Het gaat hier niet alleen om het realiseren van (veel) woningen, het borgen van bereikbaarheid en dit alles op een klimaatneutrale en duurzame manier. We bouwen hier in feite een nieuw stuk stad. Zeker als je dat beziet in de brede ontwikkeling van de hele binnenstad. Het kernwinkelgebied is in transitie naar meer wonen en meer beleving en daarmee van ‘place to buy’ naar ‘place to be’ Er komen hier ook steeds meer mensen wonen en dat vraagt nieuwe dingen in de fysieke infrastructuur met oog voor sociale cohesie. Het moet aangenaam, veilig en leefbaar zijn met dagelijkse voorzieningen onder handbereik. Een omgeving waarin mensen goed kunnen samenleven, kinderen dichtbij naar school kunnen en waar medische voorzieningen onder handbereik zijn. Waar oude en nieuwe Eindhovenaren goede zorg kunnen krijgen en de (oudere) jeugd zich niet hoeft te vervelen. Waar iets te zien en iets te beleven is op cultureel gebied. En dat alles ook met oog voor de verschillende behoeften die een steeds verder internationaliserende stad met zich meebrengt. Kortom, een echte grootschalige integrale woon- en samenlevingsopgave in het hart van de stad, waar ruimtelijke, economische en sociaal-maatschappelijke ontwikkeling in onderlinge samenhang ontwikkeld moet worden. Dat is in de kern de ontwerpopgave voor KnoopXL.

Voor het mogelijk maken van de ontwikkeling van KnoopXL maken we in deze kadernota ruimte. In het algemeen vraagt ontwikkeling van de stad om een breder en rijker voorzieningenaanbod. Hier zetten we ons al langere tijd voor in. Met de middelen uit de Regiodeal is daar al een mooie start mee gemaakt, zoals de impuls aan de DDW, Glow en Area51. We komen met een vervolg van de plannen voor het Eindhoven Museum/VONK, voor het Futurelab, samen met het Next Nature Netwerk en voor het Muziekgebouw. Voor de planvorming van het Futurelab en het Muziekgebouw maken we incidentele intensiveringsmiddelen vrij. We realiseren ons dat al deze opgaven te groot zijn voor Eindhoven alleen. Niet voor niets hebben we hiervoor een samenwerkingsagenda met de provincie ontwikkeld. Dit één van de hoofdonderwerpen waarop we met het Rijk samenwerken in het kader van het MIRT en de Brainport Nationale Actieagenda. Bij de MIRT-afspraken met het Rijk hebben we in 2020 basisafspraken gemaakt met een eerste financiële impuls. De komende jaren zetten we in op vervolgafspraken voor de verdere ontwikkeling van KnoopXL, waaronder de mobiliteitstransitie en de verbetering van het hoofd- en onderliggend wegennet om onze stad en regio bereikbaar te houden.

We kijken uit naar een steviger (financieel) commitment van het Rijk hierop, want Eindhoven heeft meefinancierende medeoverheden nodig om dit überhaupt mogelijk te maken. Omdat we niet alleen naar anderen kunnen kijken voor de realisatie van deze ontwikkeling, zullen we zelf ook hiervoor moeten sparen. Met de strategische investeringsagenda is daarvoor het vehikel gecreëerd. Veel plannen van de afgelopen jaren komen inmiddels tot ontwikkeling. Er gaat in 2022 ook weer het nodige gebeuren op verkeersgebied (van volgende stap in de wegenstructuur Noordwest, tot Mathildelaan en vele andere aanpassingen) terwijl de stad ‘gewoon’ door moet gaan en bereikbaar moet blijven. Ook werken we aan het instandhouden van de bestaande stad via onderhoudsprojecten zoals de Boschdijk, Javalaan, Ruysdaelbaan en Vlokhovenseweg. Op dit moment vinden de veranderingen vooral in de binnenstad plaats, waar een toenemende verdichting op gang komt. Er zijn bouwactiviteiten bij de Bunkertoren, op Strijp-S en de Nieuwe Bergen. We staan aan de vooravond van de ontwikkeling van District-E en VDMA. En de ontwerpen voor het

5

Stadhuisplein en de Heuvel zijn ambitieus. Veel bouwen, snel bouwen en slim bouwen zijn in het algemeen de noodzakelijke ingrediënten om de groeiende vraag naar woonruimte op te vangen. De snelle stijging van de huizenprijzen en het tekort aan betaalbare huurwoningen hebben het risico in zich dat de stad alleen betaalbaar wordt voor mensen met een beter gevulde beurs. Dat is niet wat we willen en dat past ook niet bij Eindhoven. Versnellen van de bouw met voldoende nieuw aanbod van betaalbare woningen is ons antwoord hierop. Deze opgave roept veel discussie op en daar moeten en willen we serieus mee omgaan. Daarom ook een extra impuls aan inwonerparticipatie, zodat we met het nieuwe participatiebeleid in de hand, hier recht aan kunnen doen. We vinden het cruciaal dat investeren in de ‘toekomstige stad’ niet ten koste kan en mag gaan van investeren in de bestaande stad en samenleving en het niveau van gemeentelijke diensten en publieke voorzieningen. Deze opgaven moeten hand in hand gaan en in goede onderlinge samenhang ontwikkeld worden. Te grote verschillen in de stad zijn niet wenselijk en is ook niet Eindhovens. Een grotere bijdrage uit het Gemeentefonds is in de toekomst in ieder geval hiervoor noodzakelijk: om de schaalsprong in de volle breedte te maken en ook om het huidige voorzieningenniveau in stand te kunnen houden.

De jarenlange lobby hiervoor lijkt de goede kant op te gaan, maar is nog geen gelopen race, mede gezien de uitermate complexe kabinetsformatie. In deze kadernota zijn een aantal keuzes gemaakt met als doel om de opgaven in goede onderlinge samenhang te ontwikkelen. Het realiseren van een toekomstbestendig sociaal domein is nog steeds een belangrijke prioriteit. En randvoorwaardelijk om bovengenoemde ontwikkelingen tot een succes te maken. Waar in het begin van de collegeperiode noodgedwongen de focus lag op beheersen van de financiën, ontstaat er nu weer meer ruimte om te ontwikkelen en verdere stappen te zetten in de transformatie naar een toekomstvast sociaal domein. In de jaarrekening staan een aantal mooie voorbeelden van hetgeen doorontwikkeling oplevert en daarop bouwen we verder. Zo willen we de dienstverlening verder verbeteren met name bij de zogenoemde ‘toegang’ voor inwoners. We willen drempels wegnemen voor inwoners om te zorgen dat de regie bij inwoners ligt en we willen ons focussen op de kwaliteit van de uitvoering. De toeslagenaffaire, de rapporten van de Ombudsman en de parlementaire enquête over de uitvoeringsorganisaties hebben ons geleerd dat kwaliteit van uitvoering en dienstverlening bepalend is voor het vertrouwen in de overheid. Op het gebied van werk krijgt dit verder vorm in het Huis naar Werk.

Geen ‘kastjes en muren’, maar een ‘one stop shop’ voor inwoners en werkgevers waar vraag en aanbod op de arbeidsmarkt laagdrempelig bij elkaar gebracht wordt. Of je nu een jong talent, een oudere werkzoekende of iemand met een rugzakje bent. Op die manier proberen we de overgangen van school of werkloosheid naar werk zo soepel mogelijk te laten verlopen en – juist in deze regio – tot goede matches tussen vraag en talenten te komen. In de afgelopen jaren hebben we binnen het sociaal domein een stabiele basis gecreëerd. Het is belangrijk om die stabiele basis naar de toekomst toe vast te houden. Door in deze kadernota voldoende financiële ruimte te creëren voor het sociaal domein zorgen we dat er ruimte is om op actuele maatschappelijke ontwikkelingen in de stad te kunnen reageren. De basis is stabiel, maar de toekomst is onzeker en op een aantal punten ook kwetsbaar. De recente uitkomst van de arbitragezaak die de VNG heeft aangespannen over de middelen voor jeugdzorg die het Rijk beschikbaar stelde, is een treffende illustratie dat - nog los van de mogelijke lange termijneffecten van corona op de jeugd – dat onze budgetten niet toereikend zijn. Eindhoven herkent dus het landelijk beeld. Reparatie van de rijksbijdrage voor jeugdzorg ligt nu op de onderhandelingstafel voor een nieuwe regering.

Er zijn naast jeugd nog andere gebieden die onzekerheden met zich meebrengen, zoals bijvoorbeeld de doordecentralisatie van beschermd wonen, de ontwikkeling van de armoede en schuldenproblematiek en de werkgelegenheidsontwikkeling post-corona. Ondanks de bijdrage van het sociaal domein aan het positieve rekeningresultaat trappen we niet in de valkuil om onszelf rijk te rekenen en zorgen dus voor voldoende bufferruimte. Er zijn nog de nodige onzekerheden en – minstens zo belangrijk - de ontwikkeling van de stad gaat ook een schaalsprong van het sociaal domein vragen. De opgave van het grootstedelijker worden, gaat ook over het evenwicht met de bestaande stad. Het één kan niet zonder het ander. Gelukkig gaat het in Eindhoven in veel wijken goed, maar niet voor niets is Eindhoven één van de steden die het manifest “Kom op voor kwetsbare gebieden” mee ontwikkeld heeft. In onze kwetsbare wijken is sprake van – mede door corona– oplopende en complexer wordende problematiek. Ondermijnende criminaliteit krijgt vruchtbare voedingsbodem als mensen de eindjes slecht aan elkaar kunnen knopen. Kansongelijkheid,

6

gezondheidsproblemen, armoede, werkloosheid, onveiligheid en overlast komt in een aantal wijken bovengemiddeld meer voor dan in anderen. Dat zorgt voor spanningen in de samenleving. Een samenleving die ook nog eens steeds diverser wordt. En dat gaat meer wringen naarmate Eindhoven het als stad goed doet. Weinig kansen hebben in een kansrijke omgeving zorgt voor meer spanning en polarisatie dan in een omgeving waar dat niet speelt. Eindhoven heeft hierin dus een extra uitdaging en een opgave die we met dezelfde verve moeten aanpakken. We trekken daarom mede de landelijke lobby hierin en hebben de hoop en verwachting dat ruim tien jaar na het einde van het Grotestedenbeleid aan de formatietafel het besef doordringt dat het aanpakken van achterstanden van mensen in kwetsbare wijken een zaak van nationaal belang is. Indien onze aanvraag voor het Volkshuisvestingsfonds gehonoreerd wordt, is er ruimte om extra te investeren in de ‘stenen’ en in duurzaamheid (in relatie tot betaalbaarheid en energiearmoede) van de kwetsbare gebieden. Om te kunnen investeren in mensen is meer nodig. We nemen in afwachting van de formatie in deze kadernota zelf ook verantwoordelijkheid hierin door stappen te zetten voor organisatorische inbedding van de wijkaanpak en met geld voor verbetering van leefbaarheid en veiligheid in kwetsbare wijken.

Ook als het gaat om de klimaatopgave maken we nu aanvullende keuzes. In de afgelopen jaren zijn al een aantal stappen gezet. De vergroeningsopgave behoort samen met de klimaatopgave en de omschakeling naar een circulaire stad tot de grote maatschappelijke opgaven voor Eindhoven. De transitie die in de klimaatverordening is vastgelegd, is omvangrijk en complex. Niet alleen voor de nieuw te ontwikkelen delen van de stad, maar vooral ook voor de meer dan 100.000 woningen in de bestaande stad, de vele bedrijfspanden en de leefomgeving daar omheen. De bestaande en de nieuwe stad gaan we natuurlijk gezond, groen, klimaatneutraal en klimaatrobuust inrichten én op een manier waarbij iedereen ervan kan profiteren en mee kan doen. Waar circulariteit nog in de kinderschoenen staat, hebben we de afgelopen jaren op het terrein van vergroening en de energietransitie middels verschillende initiatieven al de nodige ervaring in het ‘klein’ kunnen opdoen. We hebben ervaring opgedaan met het programma Aardgasvrije Wijken en we werken hard aan de warmtestrategie om te zorgen dat Eindhoven in de toekomst duurzaam in zijn energiebehoefte kan voorzien. Voor deze omvangrijke opgave zijn tot op heden voornamelijk incidentele middelen ingezet, terwijl realiseren van de opgave structurele inzet vraagt om te kunnen opschalen. We zijn nu in de fase gekomen waarop we kúnnen, willen en moeten opschalen.

Met ingang van 2022 zetten we daarom structureel extra € 2,4 miljoen hiervoor in, waaronder een deel van de strategische investeringsmiddelen. Hiermee wordt voor het eerst sinds lange tijd op het programma duurzaamheid met structurele middelen geïntensiveerd. Ook nodig om de goede mensen met (schaarse) expertise duurzaam aan onze organisatie te binden. Maar de investeringen zijn groot en er is meer nodig. Dat kunnen we niet alleen. We willen een voorloper zijn en niet wachten totdat het Rijk zijn verantwoordelijkheid richting gemeenten pakt. Dit is een krachtig signaal. In de jaarrekening staat wat we al doen én er is meer nodig. Met deze kadernota geven we een structurele impuls om de keuzes die in het verleden zijn gemaakt en tot op heden incidenteel hebben ingeregeld, structureel te maken en goed borgen. En we gebruiken de strategische investeringsagenda om extra investeringen in de (opschaling van de) klimaatopgave te doen. We gaan hiermee onder andere het groen in de wiggen, de wijken en het centrum versterken, meer wijken aardgasvrij krijgen en het warmtenet verduurzamen. Daarnaast zetten we vol in om gebruik te maken van Europese middelen met onze inzet op de mogelijkheden van de Green Deal en de Europese missie Klimaatneutrale steden: een wervend vehikel en drager om de krachten te bundelen met inwoners, bedrijven en andere partners in stad en regio.

Zo laten we zien dat Eindhoven CO2-reductie serieus neemt. En dat met oog voor de betaalbaarheid hiervan voor iedere beurs. Ook hier geldt dat een beroep doen op investeringsmogelijkheden van anderen niet gaat zonder eigen inzet en het nemen van verantwoordelijkheid. Dat ziet u terug in de keuzes die we in deze kadernota maken. Daarnaast laat bovenstaande samenhangende inzet voor de komende periode zien dat kijken met de bril van brede welvaart bij uitstek behulpzaam is bij het maken van keuzes voor een evenwichtige ontwikkeling van de stad, ook in de binnenstad en bij KnoopXL. Brede welvaart is geen absoluut of normatief begrip en gaat over alles wat relevant is in het leven van mensen: gezondheid, vrije tijd, werk, veiligheid, onderwijs, zorg, wonen, natuur, leefomgeving en natuurlijk ook materiële welvaart. Het begrip brede welvaart gaat niet over nivelleren of verschillen in de samenleving. Het is een hulpmiddel en een bril waarmee we kijken bij het maken van keuzes

7

waarin de verschillende aspecten goed tegen elkaar afgewogen worden. Nieuwe keuzes en ontwikkelingen in de bestaande stad en samenleving bekijken we meer en meer via deze bril. Dat is niet gemakkelijk, want nationaal en internationaal zijn daar nog niet veel goede voorbeelden van. Eindhoven pioniert hier echt mee en loopt voorop. Ook bij het Rijk komt brede welvaart steeds hoger op de politieke agenda. We weten inmiddels hoe we de ontwikkeling van brede welvaart inzichtelijk kunnen maken via onze lokale Monitor Brede Welvaart, maar we zoeken nog naar de manier hoe dit in onze P&C-cyclus in te bedden. Het CBP, PBL en SCP ontwikkelen momenteel als vingeroefening een kernset aan indicatoren die vooruitkijken en daarmee sturen mogelijk moeten gaan maken. Dit is volop in ontwikkeling en zou in de toekomst handvatten kunnen bieden. Ook wij blijven zoeken naar de beste manier om met een integrale blik te kijken wat goed is voor de toekomst van de stad en voor inwoners. Op dit moment krijgt dit vorm door middel van de dialoog Blik op Eindhoven met de stad om zo ons inzicht te vergroten hoe het gaat met de Eindhovenaren en waar ze belang aan hechten in hun leven. Dit alles om op drie niveaus concrete resultaten te halen: 1. het gaat ons naar verwachting voor de korte termijn suggesties voor concrete interventies geven; 2. het levert bouwstenen voor een volgende coalitieperiode; 3.

we verwachten waardevolle inzichten voor de strategische langetermijnontwikkeling van de stad. De afgelopen jaren groeit de stad niet alleen, maar ook de complexiteit en de veelheid van de vraagstukken neemt flink toe. Naast nieuwe wet- en regelgeving, zoals de AVG, Omgevingswet en de wet Open Overheid, zien we ook dat er een steeds groter beroep wordt gedaan op de dienstverlening van de gemeente, bijvoorbeeld op het gebied van leerlingenvervoer, afvalverwerking, belastingheffing, informatie- en documentverstrekkingen, vergunningen, contactmomenten en bezwaren. Het omgaan met deze schaalsprong vraagt steeds meer van de organisatie: kwantitatief en vooral ook kwalitatief. In de afgelopen jaren neemt de druk flink toe. Niet in de laatste plaats omdat in het verleden uitgegaan werd van een krimpende organisatie met meer uitbesteding van taken. De bezuinigingen uit het verleden waren hierop gebaseerd, waardoor een groeiende discrepantie is ontstaan tussen wat kan en wat moet. Tegelijkertijd is er een groot improviserend vermogen in onze organisatie: als het moet, wordt het geregeld.

Of het nu gaat om de organisatie van een (nooit vertoonde combinatie van een fysieke en digitale) Koningsdag, het samen met partners in de stad aanpakken van de coronacrisis of het realiseren van vernieuwende concepten als 3D-geprinte woningen of het organiseren van een stadsbrede dialoog in het kader van brede welvaart. Medewerkers zijn in dit opzicht loyaal en werken hard, maar we komen op een punt dat improvisatie niet langer volstaat en niet duurzaam is. In de afgelopen jaren is er extra ruimte gemaakt. Dit was vooral incidenteel en daarom noodgedwongen ingevuld met inhuur, wat maakt dat we niet kunnen borgen. Terugkijkend waren dat stoplappen en telkens weer steekt de discussie de kop op dat het niet genoeg is. En dat is niet omdat er niet keihard gewerkt wordt of omdat de organisatie niet doelmatig werkt, maar omdat er een mismatch is tussen de opgaven en huidige mogelijkheden. Corona heeft dit nog eens extra duidelijk gemaakt. Het leidt tot ongemakkelijke discussies met de raad en maakt de organisatie tot politieke speelbal. De schaalsprong van de stad maakt dat ook een kwalitatieve en kwantitatieve schaalsprong van de organisatie nodig is. De debatten in de raad hierover zijn in de afgelopen jaren moeizaam geweest. We hebben ons afgevraagd wat er nodig is om uit de niet-productieve groef te komen en de discussie te objectiveren.

De conclusie is dat we het vraagstuk van een op de stad toegeruste organisatie op een fundamentele manier aan moeten vliegen. We gaan daarom opdracht geven om extern en objectief een ‘peilstok’ in de organisatie te steken. Een peilstok die gericht is op de staat van de organisatie in relatie tot de ontwikkelingen en vraagstukken en ambities die de komende jaren op de stad afkomen. Daarbij onder andere gebruik makend van benchmarking met vergelijkbare organisaties voor zover dit behulpzaam is bij het inzicht. Deze externe peilstok geeft houvast en perspectief: een objectief beeld van wat er nodig is als opmaat naar een gestructureerde strategie gericht op onze ambities en een bijbehorende toekomstbestendige organisatie die kan mee-ademen met de ontwikkeling van de stad. Het is daarmee behulpzaam en zelfs noodzakelijk voor het verder vormgeven van ‘Richting Eindhoven’, het vorig jaar gestart organisatie-ontwikkeltraject. Vooruitlopend daarop maken we in deze kadernota voor twee jaar incidenteel ruimte vrij ter overbrugging en ter voorkoming dat er zaken door het ijs zakken. Verderop in deze kadernota vindt u daarover meer details.

8

Tenslotte Met deze kadernota hebben we de balans gezocht om in de breedte te investeren in de toekomst van de stad en om accenten te zetten op onderwerpen die daarvoor randvoorwaardelijk zijn. Onder andere doen we dit door het structureel maken van een flink deel van onze intensiveringen in de afgelopen jaren. We hebben daarnaast de gevolgen van eerder genomen besluiten verwerkt en maken ruimte om onvoorziene en onvermijdelijke zaken goed op te vangen. Ook maken we net als vorig jaar ruimte om corona-ondersteuningsmaatregelen waar nodig door te kunnen laten lopen en om herstelmaatregelen in gang te kunnen zetten. Het raadsvoorstel hierover behandelt u tegelijkertijd met deze kadernota. Verder hebben we – mede dankzij de ruimte die er financieel is – onze flexibiliteit vergroot door middelen te reserveren om als raad en college snel in te kunnen spelen op actuele ontwikkelingen, zoals wellicht ook op zaken die voortkomen uit de brede welvaartsdialoog. Wendbaarheid is juist nu noodzakelijk. Mede door de onzekerheid over het verloop van de pandemie. Dit alles werken we richting de begroting verder uit. In hoofdstukken 2 en 3 staan de financiële en inhoudelijke details van de zaken die in dit hoofdstuk benoemd zijn. Corona is nog niet voorbij.

We weten niet wat er gaat gebeuren als de steunmaatregelen stoppen en de samenleving weer volledig ‘opengaat’ en er is op dit moment ook nog onvoldoende zicht op de ‘littekens’ die deze crisis achterlaat, maar we zijn ervan overtuigd dat we met deze kadernota een stevig fundament leggen zodat in een volgende coalitieperiode met optimisme de toekomst tegemoet getreden kan worden. Eindhoven is historisch gezien de stad van hoop en van de zoektocht naar een beter leven. De magneetfunctie van de stad was er vanwege Philips, is er nog steeds vanwege het internationaal aansprekende hightech-ecosysteem en zal er in de toekomst zijn omdat in Eindhoven vanuit de geschiedenis de belofte besloten ligt van een beter leven. Eindhoven is een stad van (veer)kracht, van samenwerking en van oog voor elkaar. We staan hierin op de schouders van al onze voorgangers. Daarom zijn we optimistisch, inhoudelijk ambitieus en financieel prudent. En dat is precies wat Eindhoven nodig heeft om de komende jaren de volgende stap in haar ontwikkeling te kunnen maken.

9

1.2 Financiële hoofdlijn Voor 2022 is de kadernota opnieuw het startdocument voor de jaarlijkse cyclus. Deze kadernota markeert het laatste jaar van deze coalitieperiode en staat dan ook in het teken van de voltooiing van ons coalitieakkoord Evenwicht & Energie. In lijn met dit coalitieakkoord hebben we de afgelopen periode de tekorten in het sociaal domein omgebogen en hebben we een start gemaakt met de beoogde intensiveringen. In deze kadernota ronden we dit af. Ook geven we inzicht in de actuele ontwikkelingen rondom het gemeentefonds, lokale lasten en indexatie enerzijds en contractuele afspraken, gevolgen van eerdere keuzes en nieuwe intensiveringen anderzijds. Ruimte vinden we bij het op G40 niveau houden/ brengen van de lokale lasten voor zowel woningen als niet-woningen. Ook kijken we naar onderwerpen waarbij uit de jaarrekening over 2020 een onderuitputting blijkt. Incidentele dekkingsmiddelen zijn tevens voorhanden. Het vrij besteedbare rekeningresultaat over 2020 bedraagt €39 miljoen. De Kadernota 2022 is wederom opgebouwd volgens de structuur van de begroting en de jaarrekening. Dat betekent dat we in dit hoofdstuk het financieel meerjarenbeeld op hoofdlijnen schetsen. In hoofdstuk 2 lichten we de (financiële) effecten toe op programmaniveau.

In hoofdstuk 3 gaan we via de paragrafen in op de lokale lasten, weerstandsvermogen en risico’s, organisatie en investeringen. In hoofdstuk 4 staan de toelichtende tabellen. Onderstaand gaan we op nader in op de structurele en incidentele intensiveringen en de dekkingsmogelijkheden. Structurele ontwikkelingen Gemeentefonds Bij het aantreden van kabinet Rutte III is een herijking van het gemeentefonds ingezet vanwege achterstallig onderhoud, de wens tot sterke vereenvoudiging en een correcte toedeling voor het sociaal domein. De beoogde invoeringsdatum van de herijking is inmiddels een jaar verschoven naar 2023. Uiterlijke publicatie van het definitieve herijkingsvoorstel en definitieve herverdeeleffecten vindt plaats in de meicirculaire 2022. BZK heeft een adviesaanvraag ingediend bij de Raad Openbaar Bestuur (ROB). Gelijktijdig is een overzicht van de voorlopige herverdeeleffecten gepubliceerd. Eindhoven heeft een groot positief herverdeeleffect van +€ 128 per inwoner (ijkjaar 2017). Dit is een voorlopig effect en gaat nog herrekend worden naar cijfers 2019 en uiteindelijk 2022 en als gevolg van mogelijke aanpassingen na consultatie ROB. BZK stelt een ingroeipad voor van € 15 per inwoner per jaar, voor zowel gemeenten die voordeel als gemeenten die nadeel hebben.

In deze kadernota nemen we in het meerjarenbeeld nu nog geen financiele effecten mee op basis van de herijking gemeentefonds. We baseren de groei van het gemeentefonds (accres) op de septembercirculaire 2020, wat uitkomt op een positief effect van €14,8 miljoen. Dit bedrag is in basis bestemd voor het toepassen van loon-, prijs- en volumecompensatie. Daarnaast houden we nog steeds rekening met een nieuwe tranche van de opschalingskorting. x €1 miljoen

2022

2023

2024

2025

Accres gemeentefonds

14,8

14,8

14,8

14,8

Overige ontwikkelingen gemeentefonds (o.a. opschalingskorting)

3,4

2,9

0,7

-1,9

Gemeentefonds

18,2

17,7

15,5

12,9

Lokale lasten In lijn met het coalitieakkoord brengen we ook in 2022 de lokale lasten op het gemiddelde niveau van de G40. In 2021 is het gemiddelde van de G40 sterker gestegen dan dat we hadden ingecalculeerd. Omdat de groei van het gemiddelde onvoorspelbaar blijft hanteren we in 2022 opnieuw 3%. Richting begroting wordt de ontwikkeling bij de andere grote gemeenten gevolgd zodat dan inzichtelijk is wat de ontwikkeling daadwerkelijk is. Bij de begroting volgt een voorstel of en hoe dit eventueel nog tot aanpassing leidt. Inclusief de inhaalslag over het lopende jaar komt de groei van de woonlasten in Eindhoven gemiddeld uit op 5,4%. Dit lichten we nader toe in paragraaf 3.1. De OZB-component hierin bedraagt 6,3%. Dit percentage hanteren we ook voor niet-woningen. De afgesproken stijging van de lokale lasten leidt tot een ruimte van €4,6 miljoen. x €1 miljoen

2022

2023

2024

2025

Woningen

2,3

2,3

2,3

2,3

Niet woningen

2,3

2,3

2,3

2,3

Lokale lasten

4,6

4,6

4,6

4,6

10

Indexatie Voor loon- en prijscompensatie en de indexatie van de overige inkomsten hebben we de afgelopen jaren een standaard toegepast van 2%. We zetten deze standaard jaarlijks af tegen het CPB cijfer ‘overheidsconsumptie netto materieel’. De meest recente inschatting van dit cijfer komt voor 2022 uit op 1,4%. Aangezien dit significant lager is dan het standaardpercentage hanteren we voor 2022 de 1,4%. Voor volumeontwikkelingen bij jeugd en Wmo komt daar 0,8% bovenop. Voor onze personeelskosten volgen we de CAO. Tenslotte passen we (eerder besloten) percentages toe op specifieke onderdelen zoals onderwijs en gemeenschappelijke regelingen. Een totaaloverzicht hiervan staat in tabel 2 van hoofdstuk 4. x €1 miljoen

2022

2023

2024

2025

Loon-, prijs- en volumecompensatie

-11,0

-11,0

-11,0

-11,0

Indexatie

-11,0

-11,0

-11,0

-11,0

Harde verplichtingen en gevolgen van eerdere keuzes In deze kadernota lopen de actuele ontwikkelingen op van €5,2 miljoen in 2022 tot €6,4 miljoen in 2025. Hierbij maken we onderscheid naar harde verplichtingen en gevolgen van eerdere keuzes. Onder de harde verplichtingen liggen (contractuele) afspraken. In deze categorie vallen de lopende afspraken op het gebied van SVGG, arbodienstverlening, onderwijshuisvesting en de aanbesteding van het reinigingsbestek. Deze onderwerpen worden in hoofdstuk 2 nader toegelicht. Besluitvorming die reeds genomen is in aanloop naar deze kadernota valt onder gevolgen van eerdere keuzes. Vaak zijn dit vervolgkosten die niet ingeregeld zijn, maar die we toch moeten dragen. Structureel betreft dit Ergon, jeugd/jongerenwerk en het van Abbehuis. Daarnaast zijn er enkele kleinere knelpunten budgettair neutraal opgelost binnen de programma’s. Een overzicht hiervan treft u aan in tabel 1 van hoofdstuk 4. x €1 miljoen

2022

2023

2024

2025

Harde verplichtingen

-2,2

-2,5

-3,3

-3,4

Gevolg van eerdere keuzes

-3,0

-3,0

-3,0

-3,0

Actuele ontwikkelingen

-5,2

-5,5

-6,3

-6,4

Intensiveringen coalitieakkoord In het coalitieakkoord zijn structurele intensiveringen afgesproken op de gebieden Klimaat en energie, Ruimte en mobiliteit, Leefbare stad en wijken en Bedrijfsvoering. In de afgelopen periode is het gelukt om al enkele van deze intensiveringen structureel te maken (veiligheid, IHP, sport). Op de overige gebieden zijn de intensiveringen incidenteel van aard geweest. Voor 2022 maken we ook op het gebied van Klimaat en energie (€1,4 miljoen), Ruimte en mobiliteit (€0,2 miljoen), Leefbare stad en wijken (€0,4 miljoen) en Bedrijfsvoering (€0,6 miljoen) nieuwe intensiveringen structureel. Daarnaast wijzen we stelpost kapitaallasten toe die in de Begroting 2021 is opgenomen (oplopend van € 0,5 miljoen in 2021 tot €2 miljoen vanaf 2024). Dit bedrag verdelen we als volgt: Klimaat en energie (€1 miljoen) en Ruimte en mobiliteit. Zo ontstaan de volgende structurele intensiveringen, die we onderstaand nader toelichten: x € 1 miljoen Klimaat en energie Ruimte en mobiliteit Leefbare stad en wijken

Begroting 2021 1,0

Kadernota 2022 1,4

Totaal 2,4

1,0

0,2 0,4

1,2 0,4

0,6

0,6

Bedrijfsvoering

Klimaat en energie In het coalitieakkoord 2018-2022 zijn structurele intensiveringen afgesproken onder de vlag van ‘Frisse lucht en nieuwe Energie’ voor de klimaatopgave, de energietransitie en de vergroening van de stad. Met ingang van 2022 zetten we in totaal structureel extra €2,4 miljoen hiervoor in. Met 1,4 miljoen van deze structurele middelen gaan we de keuzes die we in het verleden hebben gemaakt en tot op heden incidenteel hebben ingeregeld, structureel maken en goed borgen. De andere €1 miljoen zetten we in de strategische investeringsagenda waardoor we tot

11

30 mln aan investeringen in de (opschaling van de) klimaatopgave kunnen doen. We gaan hiermee het groen in de wiggen, de wijken (waaronder schoolpleinen) en het centrum versterken, een aantal uitwerkingen van het groenplan centrum realiseren), meer wijken aardgasvrij krijgen, het warmtenet verduurzamen, ruimte voor proeven met laadinfrastructuur en stappen zetten naar Eindhoven circulair. Ook gaan we het isolatieprogramma versterken om tegemoet te komen aan de wens van de burger voor ondersteuning in het verduurzamen van hun woningen om de transitie betaalbaar te houden. De gelden vormen tevens een eerste, maar tegelijk ook belangrijke stap richting bijvoorbeeld cofinanciering. De middelen gaan we dan ook inzetten om aanvullende middelen vanuit bijvoorbeeld Europa te kunnen genereren, meer concreet via het bidbook European Mission dat we samen met de gemeente Helmond voorbereiden en willen gaan inbrengen. Voor de totaal benodigde vergroeningsopgave en klimaatopgave zijn we echter ook afhankelijk van extra middelen van het rijk. Met deze structurele middelen kunnen we ervoor zorgen dat we wanneer er gelden vanuit het rijk of andere subsidies komen de organisatie er klaar voor staat, én we tegelijkertijd verdere flinke stappen kunnen blijven zetten naar een gezonde klimaatneutrale, klimaatbestendige, circulaire en groene stad.

Ruimte en mobiliteit In 2020 hebben we met Rijk en regio het MIRT onderzoek Verstedelijking en Bereikbaarheid Brainportregio 2040 uitgevoerd, waar gezamenlijk de regionale opgave voor de betrokken partners is bepaald. Hierover zijn tussen Rijk en regio afspraken gemaakt over de verdere uitwerking en bekostiging van de opgaven. De mobiliteitsopgaven richten zich op een mobiliteitstransitie met hubs, fiets en smart mobility, de ontwikkeling van Eindhoven Knoop XL, de opschaling van OV en het hoofd- en onderliggend wegennet. Leefbare stad en wijken In onze stad hebben we een aantal gebieden waar sprake is van een domein- en programma-overstijgende cumulatieve en geconcentreerde problematiek. Voor deze gebieden hanteren we sinds jaar en dag de wijkaanpak die op dit moment wordt doorontwikkeld naar integrale stedelijke vernieuwing. Dit alles in verbinding met bewoners en andere (investerende) partners, zoals woningcorporaties, politie, jongerenwerk en zorg(instellingen). Niet alleen in ruimtelijke en duurzaamheids-projecten, maar ook rond actief burgerschap en het aanpakken van problemen zoals armoede, onderwijsachterstanden, werkeloosheid, polarisatie, veiligheid en ondermijning. Het is nodig om vanuit een geformuleerde gebiedsopgave (de behoeften vanuit het gebied) te kunnen sturen op programmatische keuzen voor het betreffende gebied.

Hiervoor is een organisatorische inbedding van de wijkaanpak nodig, maar ook budgetruimte die op basis van de wijkaanpak strategisch kan worden ingezet voor verbetering van leefbaarheid en veiligheid in kwetsbare wijken. Bedrijfsvoering De stad groeit en daarmee ook de gevraagde dienstverlening en activiteiten. De investeringen in de gemeentelijk organisatie hebben geen gelijke tred gehouden met onze ambities. Dit komt onder meer ook door het aantal groeiende inwoners en de toename van wettelijke eisen. Hierdoor ontstaan, risico’s, mogelijke meerkosten en beperkingen ten aanzien van onze ambities. Vanwege de beperkte structurele ruimte hebben we hier een keuze moeten maken. Omdat we niet meer kunnen voldoen aan de eisen die de Waarderingskamer stelt aan de randvoorwaarden voor de belastingheffing (OZB), er zwaardere wettelijke eisen gesteld worden aan gegevensbeheer en er ook een toename van het aantal objecten is, met daaruit voortvloeiend een groei van het aantal bezwaren is uitbreiding van de capaciteit bij belastingen noodzakelijk. Uitbreiding komt uit op € 0,4 miljoen. Daarnaast nemen wij ook een intensivering op voor architectuur in de IV-functie. Er is sprake van een achterstandssituatie op diverse gebieden. De informatiesystemen zijn een onmisbare schakel geworden voor onze dienstverlening.

Onder meer zijn er meerdere aanbestedingen aan de orde in de komende jaren en om er voor te zorgen dat er goede keuzes gemaakt kunnen worden is het van belang dat daarvoor een juiste en consistente basis ligt. Toenemende randvoorwaarden, bijvoorbeeld op het gebied van informatiebeveiliging en privacy, en nieuwe ontwikkelingen zoals bijvoorbeeld de omgevingswet brengen een grote complexiteit met zich mee. De noodzaak voor structurele robuustheid kan momenteel niet geheel ingevuld worden; voor dit moment nemen wij naast een incidentele inzet een structurele uitbreiding van €0,2 miljoen op. x €1 miljoen

2022

2023

2024

2025

Intensiveringen Klimaat, Ruimte, Wijken en Bedrijfsvoering (nieuw)

-2,6

-2,6

-2,6

-2,6

-2,6

-2,6

-2,6

-2,6

Intensiveringen coalitieakkoord

12

Financieel beeld (structureel) In de jaarrekening 2020 zien we op beperkte schaal structurele voordelen (+€0,2 miljoen oplopend naar €0,6 miljoen). Gecombineerd met bovenstaande ontwikkelingen leidt dat tot het volgende financieel meerjarenbeeld: x €1 miljoen

2022

2023

2024

2025

Gemeentefonds

18,2

17,7

15,5

12,9

4,6

4,6

4,6

4,6

Indexatie

-11,0

-11,0

-11,0

-11,0

Actuele ontwikkelingen

-5,2

-5,5

-6,3

-6,4

Extra intensiveringen coalitieakkoord

-2,6

-2,6

-2,6

-2,6

Structurele voordelen

0,2

0,2

0,2

0,6

Tussentelling Kadernota 2022

4,2

3,4

0,3

-2,0

Lokale lasten

De meerjarenbegroting is in de eerste 3 jaren structureel sluitend. In deze jaren is zelfs sprake van een incidenteel restsaldo dat we onderstaand inzetten op incidentele ontwikkelingen. In 2025 is op basis van de huidige inzichten sprake van een tekort van €2 miljoen. Gezien de landelijke discussies over toereikende rijksmiddelen achten wij dit saldo voor deze kadernota acceptabel. Voor de begrotingsbehandeling volgen immers nog de mei- en septembercirculaire en hierin staan naar verwachting nieuwe standpunten van het Rijk. Daarnaast blijft de financiele positie dagelijks in ontwikkeling en die nieuwe inzichten nemen we mee in de Begroting 2022. Incidentele ontwikkelingen Naast de structurele effecten op de gemeentelijke begroting zien we ook een aantal incidentele ontwikkelingen waar we op inspelen. Aangezien het weerstandsvermogen op peil is, kan het vrij besteedbare rekeningresultaat geheel worden ingezet. Daarnaast zijn er nog incidentele voordelen vanuit rente leningen en de vrijgekomen middelen wegenbeheerplan. In totaal is €51,6 miljoen beschikbaar. De inzet daarvan lichten we onderstaand toe. Er is geen ruimte om alle aangedragen claims te honoreren. Ten aanzien van een enkele claim is afgesproken deze richting begroting verder in beeld te brengen, zoals bijvoorbeeld aflopende projecten bij het Expatcenter. x €1 miljoen

2022

Rekeningresultaat 2021 (netto)

39,1

Rente

2,4

Wegenbeheerplan

2,5

Tussentelling Kadernota 2022

4,2

3,4

Beschikbare incidentele middelen

48,2

3,4

2023

2024

2025

Corona €15 miljoen In 2020 hebben we een bedrag van € 15 miljoen gereserveerd voor de financiele effecten van corona in de stad en de organisatie. Inmiddels zijn deze middelen (medio 2021) geheel ingezet. Voor 2021 gaan we er vanuit dat het Rijk de gemeenten op vergelijkbare wijze financieel tegemoet gaat komen. Op basis hiervan zullen we opnieuw € 15 miljoen reserveren uit het rekeningresultaat 2020. Op deze manier zijn we wederom in staat de financiele effecten van corona voor de periode tot eind 2022 op te vangen, waarbij we ook specifieke voorstellen zullen uitwerken voor de ‘herstelfase’. Als separate bijlage is een overzicht bijgevoegd van de actuele stand van de corona-middelen in de Saldireserve specifiek. Harde verplichtingen en gevolgen van eerdere keuzes €11,4 miljoen Ook op het incidentele vlak is sprake van harde verplichtingen op het gebied van de aanbestedingskalender en de proces-en gerechtskosten van de WOZ. Incidentele gevolgen van eerdere keuzes zijn er ten aanzien van Ergon, MGE/Futurelab en Richting Eindhoven. Voor KnoopXL (‘de nieuwe stad’) maken we 4 x € 1 miljoen vrij.

13

Incidentele intensiveringen coalitieakkoord €4 miljoen Aanvullend maken we voor het nodige evenwicht ook voor de bestaande stad een bedrag van € 4 miljoen incidenteel vrij om waar nodig extra impulsen te kunnen geven (gelijk aan KnoopXL/nieuwe stad). Richting de begroting werken we dit verder uit. De raad kan hierbij door middel van moties mede richting aan geven. Noodzaak wegens mogelijke gevolgen €8 miljoen Op een groot aantal gebieden zien we ook de noodzaak om incidenteel te intensiveren. Bij het uitblijven van deze intensiveringen ontstaan mogelijke nadelige gevolgen. Denk hierbij aan noodzakelijke kosten die we moeten maken om wettelijke verplichtingen in te vullen of te voldoen aan rechtmatigheid, of om te voorkomen dat er zwaardere vervolgkosten gemaakt moeten worden of dat er afbreukrisico of boetes aan de orde zijn. Het betreft onder meer de capaciteit Bezwaar en beroep, architectuur van onze gemeentelijke systemen, vervanging van het financieel systeem, update van het relatiemanagementsysteem en de formatie van de griffie. Op deze onderwerpen kennen we voor 2 jaar financiele middelen toe teneinde op termijn hogere kosten te voorkomen. Sociaal domein €8,2 miljoen Voor de mogelijke tekorten bij jeugd stellen we 2x € 4,1 miljoen beschikbaar als buffer. Dit bedrag is gelijk aan het bedrag dat het Rijk in 2020 extra voor jeugd beschikbaar heeft gesteld.

Een toelichting op de financiele positie van het sociaal domein is opgenomen in de speciale paragraaf hierover (1.3). Saldireserve actuele ontwikkelingen €1,5 miljoen Tot 2012 werd bij de gemeente Eindhoven gewerkt met een Saldireserve algemeen. Gedurende het jaar werden in deze reserve kleinere voor- en nadelen geëgaliseerd. Het jaar 2012 markeerde de start van een grootscheepse ombuigingsoperatie, waarbij de Saldireserve algemeen buiten werking werd gesteld. Ook in de jaren daarna, die gekenmerkt werden door tekorten in het sociaal domein, was herintroductie niet aan de orde. Inmiddels is de financiele situatie op orde, de rekeningresultaten zijn weer positief en het weerstandsvermogen is boven de norm. Tegelijkertijd ziet de wereld er nu anders uit. De maatregelen om corona te beteugelen leggen een zware druk op de stad en de organisatie. Ontwikkelingen volgen elkaar in een snel tempo op. Juist in deze tijd is het belangrijk snel te kunnen handelen. Daarom introduceren we opnieuw deze systematiek onder de naam ‘Saldireserve actuele ontwikkelingen’. De spelregels voor deze reserve lichten we toe in het laatste deel van hoofdstuk 4. x €1 miljoen

2022

Corona

-15,0

Harde verplichtingen

-3,3

-2,3

Gevolgen van eerdere keuzes

-2,1

-1,7

Incidentele intensiveringen coalitieakkoord

-4,0

Noodzaak wegens mogelijke gevolgen

-4,1

-3,9

Sociaal domein

-4,1

-4,1

Saldireserve actuele ontwikkelingen

-1,5

Aanvulling reserve strategische investeringen

-3,6

Inzet incidentele middelen

-37,6

2023

-11,9

2024

2025

-1,0

-1,0

-1,0

-1,0

Met de keuzes die we in deze kadernota maken ten aanzien van de structurele en incidentele ontwikkelingen leveren we opnieuw een financieel meerjarenbeeld op dat voldoet aan de eisen van de wet en aan die van de vijfde stad van het land. Samengevat is het financiele plaatje in deze kadernota: x €1 miljoen

2022

2023

2024

2025

Tussentelling Kadernota 2022 (structureel)

4,2

3,4

0,3

-2,0

Incidentele middelen (rekeningresultaat, rente, wegenbeheerplan)

44,0

Inzet incidentele middelen

-37,6

-11,9

-1,0

-1,0

Spreiding inzet rekeningresultaat over de jaren

-10,5

8,5

1,0

1,0

0,0

0,0

0,3

-2,0

Saldo Kadernota 2022

14

1.3 Sociaal Domein In het Sociaal Domein is veel in beweging, zowel lokaal als landelijk. In de regio Eindhoven tekent zich in 2021 een verdere stijging van de vraag naar jeugdzorg af en dat zorgt voor een oplopend financieel tekort . Dat sluit aan bij het landelijke beeld, waarbij ook deels de huidige coronapandemie een factor zal spelen. Die oplopende trend gaat ook gepaard met signalen van wachtlijstproblematiek. We onderzoeken in samenspraak met de instellingen of en welke maatregelen er mogelijk zijn. Daartoe moeten er voldoende middelen beschikbaar zijn in de begroting. Eerder zijn er reeds afspraken gemaakt over een achtervang in de vorm van een buffer van € 10 miljoen in het weerstandsvermogen; hierna zullen wij ingaan op de kaders voor de begroting. Landelijk speelt de discussie tussen Rijk en gemeenten rondom voldoende middelen. Bijna alle gemeenten kampen met oplopende tekorten op het gebied van middelen jeugd. Eind 2020 heeft onderzoeksbureau AEF in opdracht van het Rijk (ministeries van VWS, Financiën, BZK en JenV) en de VNG onderzocht of er structureel extra middelen nodig zijn voor de uitvoering van de Jeugdwet. De uitkomst hiervan is dat er een structureel landelijk tekort is van 1,6 - 1,8 miljard euro voor 2019, waarvan 1,5 miljard niet beïnvloedbaar door gemeenten.

De besluitvorming over extra structurele middelen jeugd wordt overgelaten aan het nieuw te vormen kabinet. Er heeft inmiddels wel aanvullend onderzoek plaatsgevonden welke maatregelen concreet door Rijk en gemeenten genomen kunnen worden om de jeugdzorg toekomstbestendig te maken. De discussie met het Rijk over extra structurele middelen verloopt moeizaam. Naast dat er in 2019 t/m 2021 (voor 3 jaar) extra middelen beschikbaar zijn gesteld door het Rijk (ca 300 miljoen per jaar), is dat bedrag voor 2021 kortgeleden eenmalig verhoogd met €613 miljoen. Ondertussen was er een arbitragezaak over het vervolg door de VNG opgestart, en de uitkomst daarvan is dat er meer geld naar de gemeenten moet. Duidelijk is dat hier structurele afspraken over moeten volgen. In de tussentijd is het de vraag hoe dat zich verhoudt tot de Kadernota’s en begrotingen van de gemeenten. In het overleg van de 100.000+ gemeenten is de mogelijkheid besproken om in de meerjarenbegrotingen voor een deel rekening te houden met een structurele compensatie door het rijk in de orde grootte van € 750 miljoen (de helft van het bedrag uit het AEF-rapport). Voor Eindhoven zou dit, gebaseerd op een gewicht van 1,3%, neerkomen op € 9,8 miljoen.

Dat bedrag is dus vooralsnog een aanname, vooruitlopend op de vertaling van de uitkomsten van de arbitrage en vooruitlopend op de te nemen maatregelen die aan de extra middelen worden gekoppeld om de jeugdzorg toekomstbestendig te maken. Bij de vaststelling van de begroting 2020 is reeds rekening gehouden met de eerder beschikbare ruimte van €300 miljoen (voor Eindhoven € 4,1 miljoen). Deze middelen zijn via het gemeentefonds beschikbaar gesteld en omdat het gemeentefonds toen in zijn totaliteit een tekort te zien gaf en er op dat moment overschotten waren in het sociaal domein in zijn totaliteit, is besloten deze middelen in te zetten als algemeen dekkingsmiddel en verwerkt in de meerjarenbegroting. Daarmee waren deze middelen niet meer beschikbaar voor het sociaal domein; wel is daar tegenover in het kader van risicobeheersing tegelijkertijd een buffer ingebouwd. Inmiddels zien we dat dit besluit heroverweging behoeft omdat er nu wel tekorten optreden op jeugd. We volgen de ontwikkeling nauwgezet, maar er is geen zekerheid dat de resterende € 5,7 miljoen (9,8 minus 4,1) van deze landelijke middelen voldoende zal zijn om de tekorten te dekken. We willen ons kwalitatief (de juiste zorgproducten) en kwantitatief (de benodigde hoeveelheid) verhouden tot de ontstane behoefte en we willen niet meer in de situatie van de tekorten van een aantal jaar geleden terecht komen.

Daarom is het nodig zaken pro-actief goed te regelen. Dat doen we in eerste instantie door voor 2 jaar aanvullend incidenteel € 4,1 miljoen beschikbaar te stellen zodat het totale bedrag van € 9,8 miljoen ook ten goede komt aan jeugd, indien noodzakelijk. Wij stellen dat bedrag beschikbaar om de zorg voor onze jeugd te kunnen borgen en om te kunnen blijven ontwikkelen op het gebied van preventie (zoals bijvoorbeeld opvoedondersteuning). Dit omdat we preventie belangrijk vinden en omdat de verwachting is dat het Rijk voorwaarden zal stellen aan de inzet van deze middelen. De exacte invulling en randvoorwaarden zullen we richting begroting formuleren. Hiermee borgen we de zorg, het kunnen blijven ontwikkelen en het op orde houden van de begroting van het sociaal domein.

15

We kiezen nu voor deze passende (incidentele) oplossing in de veronderstelling dat er ten aanzien van de financiën van het sociaal domein een aantal ontwikkelingen in de komende jaren duidelijk zullen worden. Dat zal duidelijkheid geven ten aanzien van de structurele middelen jeugd en naar verwachting voor 2023 de herijking van het gemeentefonds voor het onderdeel sociaal domein. Wij verwachten op beide ontwikkelingen een structureel positief effect en op dat moment hebben we een actueel beeld van de eigen ontwikkeling met betrekking tot jeugd, en of en welk deel daarvan corona-gerelateerd was. Dan kan een meer definitieve afweging gemaakt worden hoe we de begroting van het sociaal domein op orde houden, zo mogelijk bij de Kadernota 2023. Indien nodig wordt deze structureel aangepast. Naast deze belangrijke kaderstelling op het gebied van de begroting voor jeugd zijn er nog een aantal andere ontwikkelingen van belang in het sociaal domein. Wij hebben een nieuw inkooptraject in gang gezet en dat is een majeure ontwikkeling die van groot belang is voor de uitvoering van onze zorgtaken. De invulling daarvan verloopt volgens plan. De aanbestedingsprocedure is in gang gezet. Op het gebied van huishoudelijke ondersteuning hebben wij in Eindhoven ook te maken met een forse aanzuigende werking door het abonnementstarief.

Wij hebben daar enkele jaren geleden de budgetten voor verhoogd en volgen deze ontwikkeling. Laatste ontwikkeling om hier te benoemen betreft beschermd wonen waar wij een regiotaak in hebben die vanaf 2023 wordt doorgedecentraliseerd. Het verdeelmodel wat hieraan ten grondslag ligt is landelijk in ontwikkeling. Dat zal nu nog onbekende effecten hebben voor onze begroting en ook voor de afspraken met de regio. Daarnaast speelt hier de uitname van Wlz-cliënten een rol. Op dit moment zien we een hogere uitstroom naar de Wlz, maar de kans bestaat dat een aantal cliënten weer terug komt (waar geen compensatie meer voor wordt gegeven). Voor het sociaal domein zijn er drie andere onderwerpen die we in deze Kadernota in willen vullen. Het gaat om jongerenwerk waar we structureel € 0,6 miljoen voor vrijmaken om het totale aanbod jeugd- en jongerenwerk stadsbreed op goed niveau te houden, en om opvang winternood waar we gaan onderzoeken hoe dat – gezien de ervaringen van afgelopen jaar – goed in te richten. Voor dat laatste onderwerp vinden we binnen de begroting sociaal domein dekking omdat er ruimte zit in het budget voor specialistische kinderopvang (met Sociaal Medische Indicatie) in verband met een beleidswijziging. Als derde onderwerp maken wij in deze Kadernota € 2,4 miljoen vrij voor de strategische koers van Ergon.

Over de strategische koers is inmiddels een raadsvoorstel in procedure.

16

2. Programma’s Verdeeld over de programma’s geven de actuele ontwikkelingen het volgende beeld:

Structureel

categorie

2022

2023

2024

2025

0. Bestuur en ondersteuning

Harde verplichting

0,1

0,4

0,5

0,6

2. Verkeer, vervoer en waterstaat Harde verplichting

1,6

1,6

2,3

2,3

4. Onderwijs

Harde verplichting

0,5

0,5

0,5

0,5

6. Sociaal domein

Gevolg van eerdere keuzes

3,0

3,0

3,0

3,0

8. VHROSV

Gevolg van eerdere keuzes

0,0

0,0

0,0

0,0

5,2

5,5

6,3

6,4

2022

2023

2024

2025

Totaal structureel Incidenteel

categorie

0. Bestuur en ondersteuning

Harde verplichting

3,3

2,3

Gevolg van eerdere keuzes

0,5

0,5

Noodzaak wegens mogelijke gevolgen

3,9

3,8

Noodzaak wegens mogelijke gevolgen

0,1

0,0

2. Verkeer, vervoer en waterstaat Noodzaak wegens mogelijke gevolgen

0,1

0,1

5. Sport, cultuur en recreatie

Gevolg van eerdere keuzes

0,2

0,2

6. Sociaal domein

Gevolg van eerdere keuzes

0,4

0,0

Sociaal domein

4,1

4,1

Gevolg van eerdere keuzes

1,0

1,0

1,0

1,0

13,5

11,9

1,0

1,0

1. Veiligheid

8. VHROSV Totaal incidenteel

Structureel Hieronder zijn categorieën gespecificeerd per onderwerp met daarna de bijbehorende toelichtingen (op volgnummer). nr.

Onderwerp

TV

2022

2023

2024

2025

Harde verplichting 1 2

Integrale huisvesting: SVGG Meerkosten contract arbodienstverlening

0.4 0.4

0,1 0,1

0,3 0,1

0,4 0,1

0,6 0,1

3 4

Aanbesteding reinigingsbestek Basis op orde onderwijshuisvesting

2.1 4.2

1,6 0,5

1,6 0,5

2,3 0,5

2,3 0,5

2,2

2,5

3,3

3,4

5

Gevolg van eerdere keuzes Strategische koers Ergon

6.3

2,4

2,4

2,4

2,4

6 7

Jeugd/jongerenwerk Toekomst Albert van Abbehuis (€ 0,035)

6.1 8.3

0,6 0,0

0,6 0,0

0,6 0,0

0,6 0,0

3,0

3,0

3,0

3,0

5,2

5,5

6,3

6,4

Totaal structureel

17

Toelichting structurele ontwikkelingen (bedragen x € 1.000): nr.

Onderwerp en toelichting

TV 2022 2023 2024 2025

1

Integrale huisvesting onderdeel Slim Verduurzamen Gemeentelijke Gebouwen

0.4

71 326 444 562

0.4

100 100 100 100

De kosten voor het contract SVGG zijn gerelateerd aan de m2 huisvesting. Meer m2 is meer kosten en minder m2 is minder kosten. Het contract SVGG is in de begroting van de gemeente verwerkt met een afnemende behoefte aan m2 huisvesting. Het aantal m2 meters huisvesting is gebaseerd op een aantal vooraf bepaalde uitgangspunten waaronder de flexfactor en een aanzienlijke krimp van de formatie. Die uitgangspunten zijn niet allemaal realistisch gebleken. Toename van taken en groei van de stad resulteerden in een stijging van het aantal formatieplaatsen. Het aantal m2 huisvesting zoals in de begroting was opgenomen ging juist uit van krimp van de formatie en is daarmee niet realistisch meer. Het aantal m2 huisvesting wordt nu vastgeklikt voor de komende jaren in plaats van de oorspronkelijke opgenomen daling. Om e.e.a. juist op te nemen in de begroting dienen de kosten in de begroting opgehoogd te worden om aan de contractuele verplichtingen te kunnen voldoen. 2

Meerkosten contract arbodienstverlening Het in 2020 afgesloten contract arbo dienstverlening brengt hogere kosten met zich mee. Dit als gevolg van ontwikkeling van de geldende marktprijzen.

3

Aanbesteding reinigingsbestek

2.1 1.550 1.550 2.300 2.300

In 2021 moet het restant-deel van het integrale reinigingsbestek voor het reinigen van de openbare ruimte (grijs en groen) opnieuw aanbesteed worden. Het beleid is om de hele stad op B-niveau te onderhouden m.u.v. het kernwinkelgebied en Winkelcentrum Woensel. Door een gunstige aanbesteding is het gelukt om in 2015 voor de middelen voor niveau B, niveau A te realiseren. De markt is echter flink veranderd in de tussentijd (meer vraag, minder aanbod). Het nieuwe bestek wordt aanbesteed op B-niveau (conform beleid), maar ook dan wordt een forse stijging van kosten verwacht. 4

Basis op orde onderwijshuisvesting

4.2

483 483 483 483

6.1

600 600 600 600

Deze claim is gericht op het op orde brengen van de begroting. Structurele lasten vragen structurele dekking en op dit moment vindt dekking plaats vanuit de reserve onderwijshuisvesting. • Bewegingsonderwijs: Door een toename van leerlingenaantallen zijn de lasten van bewegingsonderwijs toegenomen. Daaronder vallen de klokuren die de gemeente vergoedt aan scholen en het leerlingenvervoer. Ook dit jaar is deze ontwikkeling wederom zichtbaar. Uit de leerlingentelling per 1-1-2020 blijkt dat de leerlingenaantallen zijn toegenomen en op basis van de prognoses is de verwachting dat de leerlingenaantallen blijven stijgen. Er is sprake van een structurele ontwikkeling. € 263.000 • Schades: het blijkt dat de “reguliere” schades jaarlijks ongeveer constant zijn en dat er jaarlijks ca. € 146.000 over blijft op het budget. Bij grote calamiteiten zoals een brand is het budget echter niet toereikend en zal er een beroep gedaan moeten worden op de reserve. • OZB (€ 366.000): de huidige budgetten binnen onderwijs zijn niet toereikend om onze eigen OZB-aanslagen te kunnen betalen. Voor toekomst wordt geregeld dat OZB budgetneutraal wordt doorgevoerd. 6

Jongerenwerk De afgelopen jaren is het budget voor het jeugd- en jongerenwerk in Woensel Noord afgeroomd van circa € 1 mln. naar circa € 400.000. Dit heeft geleid tot verschraling van het totale aanbod jeugd- en jongerenwerk. In 2021 is ervoor gekozen om het brede aanbod in te zetten in de wijken Eckart, Vaartbroek, De Tempel en Vlokhoven. Deze wijken kennen relatief

18

nr.

Onderwerp en toelichting

TV 2022 2023 2024 2025

veel kwetsbare jongeren en kinderen, waar zowel overlast voorkomt als kwetsbare jongeren waar preventief werken noodzakelijk is. Een aantal wijken krijgt hiermee onvoldoende aandacht en 2 jongerencentra worden niet optimaal benut. Vanaf 2022 willen we de inzet van jeugd- en jongerenwerk ook in de overige wijken inzetten. 7

Toekomst Albert van Abbehuis - Bilderdijklaan 19

8.3

Het Albert van Abbehuis is in 1957 geschonken aan de gemeente, onder de voorwaarde dat het gebruikt wordt voor “de verdere culturele ontwikkeling van Eindhoven”. Ondanks de lastige exploitatie heeft de raad op 6 april jl. besloten het pand in eigendom te willen houden. Dit betekent wel dat er kosten gemaakt moeten worden voor de exploitatie, onderhoudsplanning en noodzakelijke aanpassingen. De raad heeft verzocht de kosten voor het Van Abbehuis op te voeren voor de kadernota 2022.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11748990/1