Bijlage 1 - Jaarstukken 2020
Tekst van het document
Nodig om de in gang gezette en in deze periode steeds zichtbaar wordende schaalsprong van de stad in goede banen te leiden. Met het realiseren van onze ambities uit het coalitieakkoord, met het op orde brengen van onze financiën en het in control krijgen van het sociaal domein, met het oplossen van langslepende dossiers zoals Renescience, Tongelreep, Vestdijk en IHP en door de stad naar ons beste kunnen door de conoracrisis te leiden, werken we ook dit jaar aan een solide basis voor de doorontwikkeling van de stad en het verder vormgeven van de daarbij horende ruimtelijke en sociaal-maatschappelijke opgaven.
20
Deze schaalsprong met de bijbehorende complexe opgaven is geen geringe opgave. Ook los van corona zien we dat we als bestuur en organisatie op de toppen van ons kunnen moeten presteren om deze opgave te realiseren. Een schaalsprong van de stad, betekent ook een schaalsprong van de organisatie. Ook hier heeft corona al langer sluimerende kwetsbaarheden zichtbaar gemaakt. Met name kwetsbaarheden in onze informatievoorziening en IT-infrastructuur en daarmee in onze flexibiliteit, in het organisatorisch vermogen om steeds complexer wordende opgaven aan te pakken en in het vermogen om een aantrekkelijke werkgever te zijn om divers talent duurzaam te binden aan de gemeentelijke organisatie. Ook dit is een zaak van lange adem, waarmee de ambtelijke directie met Richting Eindhoven een eerste stap gezet heeft. Wij zijn in ieder geval met stevige energie aan de slag. Toen we begonnen aan onze coalitieperiode hadden niet gedacht dat we er nu zo goed voor zouden staan. Daar zijn we trots op. We hebben inhoudelijk vrijwel alles gerealiseerd en grote stappen gezet. Dat willen we de komende tijd borgen en daarmee de stad een weer een stuk beter achter te laten.
21
451.753
200.850
91.182
51.559
Sociaal Domein
Bestuur en ondersteuning
Sport, cultuur en recreatie
Verkeer, vervoer en waterstaat 51.249 Onderwijs 31.316
104.719
Veiligheid
76.162
Volkshuisvesting Volksgezondheid en ruimtelijk ordening en milieu stedelijke vernieuwing
15.181 Economie 1.073.972
TOTAAL LASTEN
697.825
168.227
60.030
Bestuur en ondersteuning
Sociaal Domein
Volksgezondheid en milieu 28.109
26.469
Sport, cultuur en recreatie
Verkeer, vervoer en waterstaat 11.717
94.287 Volkshuisvesting 27.325 ruimtelijk ordening en Onderwijs stedelijke vernieuwing
Economie 3.349 Veiligheid 1.117.339
TOTAAL BATEN
127.899
122.206
Storting in reserves
Onttrekking uit reserves
43.367 voordelig
22
1.3 Financiële hoofdlijn In deze paragraaf geven we op hoofdlijn inzicht in de financiën. De paragraaf bestaat uit twee delen: het financieel resultaat 2020 en het balansbeeld.
Financieel resultaat Ontwikkeling gedurende 2020 In 2020 hebben we op 4 momenten een inschatting gemaakt van ons verwacht resultaat: voorjaarsbericht (april), 1e Turap (juli), 2e Turap (oktober) en het najaarsbericht (december). In het voorjaarsbericht meldden we u dat we - mede i.v.m. de coronacrisis - nog geen prognose van het verwacht rekeningresultaat 2020 konden geven. Wel namen we u mee in de financiële effecten die op dat moment al voorzichtig geduid konden worden als gevolg van corona en de afwijkingen in de reguliere exploitatie met daarbij de kanttekening dat de coronaeffecten en de afwijkingen in de exploitatie mogelijk nog dubbelingen bevatte. In de 1e tussentijdse rapportage rapporteerde we u dat we weliswaar een eerste prognose hadden opgesteld (N € 7,5 miljoen), maar dat de rijkscompensatie voor de corona effecten èn de bijstelling van het macro budget BUIG voor de corona effecten nog onduidelijk waren. We gaven u aan dat onze verwachting was dat we met de actualisatie van het BUIG budget, de Rijkscompensatie en het door de raad ter beschikking gestelde budget van € 15 miljoen het verwacht nadelig effect konden opvangen. Bij het opstellen van Turap 2 was er, gebaseerd op de eerste coronagolf inmiddels meer inzicht.
Op dat moment werd een voordeel verwacht van € 22,2 miljoen (jeugd - € 4,2 miljoen, wmo + € 8,5 miljoen, gemeentefonds + € 8,3 miljoen, grond + € 4,0 miljoen, renteresultaat + € 1,3 miljoen, personeel + € 1,3 miljoen, overhead+ € 1,5 miljoen en div. overig + € 1,5 miljoen) waarbij alle coronaeffecten gedekt werden uit de € 15 miljoen en de rijkscompensatie. Uw raad heeft gebaseerd op de inzichten van Turap 2, voornamelijk voor de coronaeffecten die in beeld waren vanuit de 1e coronagolf, de budgetten in de gemeentelijke begroting bijgesteld. De 2e tussentijdse rapportage (Turap 2) en in vervolg hierop het raadsvoorstel “begrotingswijzigingen n.a.v. Turap 2’ is ongeveer gelijktijdig aangeboden met het moment dat we geconfronteerd werden met de 2 e coronagolf en de (gedeeltelijke) lockdown. De effecten hiervan waren dan ook nog niet verwerkt in Turap 2. Het eerste inzicht in de financiële gevolgen van de 2e coronagolf en de noodzakelijk dekking heeft u in een separaat raadsvoorstel ontvangen en over besloten (Vaststellen begrotingswijziging naar aanleiding van de verlenging ondersteunende maatregelen aan partners in de stad wegens COVID-19 crisis). Afsluitend hebben we u het najaarsbericht aangeboden waarbij de prognose is bijgesteld naar een verwacht voordelig resultaat over 2020 van € 29,8 miljoen.
De meest materiële wijzing hierin ten opzichte van Turap 2 was de vrijval uit de reserve groot onderhoud van € 7,5 miljoen. De vrijval vloeit voort uit het raadsvoorstel wegenbeheerplan 2021-2024 waarover uw raad op 24 november heeft besloten. Tevens hebben we u geïnformeerd dat we op basis van de 2e coronagolf nog aanvullende corona effecten zagen die we gedekt hebben uit de saldireserve specifiek.
Voorjaars bericht V 0,0
1e turap
2e turap
N 7,5
V 22,2
Najaars bericht V 29,8
Jaarrekening (bruto) V 43,4
Voorstel bestemming N 4,3
Jaarrekening (netto) V 39,1
Het definitief resultaat 2020 komt uit op € 43,4 miljoen waarvan we voorstellen € 4,3 miljoen te bestemmen. Een stijging van € 13,6 miljoen ten opzichte van de laatste berichtgeving eind december. Deze stijging is opgebouwd uit voordelen, maar ook nadelen. Op programma 6 (sociaal domein) is het resultaat € 8,3 miljoen
23
voordeliger dan eerder ingeschat in het najaarsbericht. Dit is opgebouwd uit minder nadeel op jeugd (+ € 1,9 miljoen), meer voordeel op WMO(+ € 1,9 miljoen), lagere storting in de voorziening dubieuze cliëntdebiteuren (+ € 0,7 miljoen), overschot op de ontvangen vergoeding voor de uitvoering van de TOZO (+ € 2,7 miljoen) en diverse overige posten (+ € 1,1 miljoen). Omdat de afwikkeling van de in 2020 verstrekte TOZO uitkering een doorloop kent in 2021 wordt voorgesteld de middelen voor de uitvoering van de TOZO te bestemmen. We constateren bij sport dat we een specifieke uitkering van het rijk hebben ontvangen voor compensatie van de gederfde inkomsten die niet begroot was (+ € 0,6 miljoen). Daarnaast is de dekking die we in hebben gezet vanuit de coronamiddelen niet volledig nodig geweest (+ € 0,5 miljoen). Voorgesteld wordt deze middelen terug te storten in de saldi reserve specifiek. Het netto resultaat op grond is lager dan eerder verwacht (- € 2,6 miljoen). Dit is het totaal effect van de actuele berekeningen die gebaseerd zijn op het MPG 2021 (winstneming, storting in de reserve bovenwijks en reserve knoop XL, actueel beeld van de verliesvoorzieningen). Op de overhead is een groter voordeel dan verwacht (+ € 2,0 miljoen) en de opbrengst van de bouwvergunningen ligt hoger dan eerder verwacht (+ € 0,7 miljoen).
Op de doorbelaste projecturen resteert een groter nadeel dan verwacht. Dit wordt veroorzaakt doordat overhead niet volledig kan worden doorbelast aan de projecten (- € 2,3 miljoen) en omdat er gewerkt is aan specifieke taken, niet zijnde projecten (- € 0,9 miljoen). Tot slot is er ten opzicht van het najaarsbericht nog sprake van voordelen op afgesloten projecten verkeer & vervoer (+ € 0,5 miljoen), heeft op diverse onderdelen vrijval van voorzieningen plaatsgevonden (+ € 1,6 miljoen) en zijn er over de hele linie genomen veel voordelen <€ 0,5 miljoen die samen optellen tot een voordeel (€ 5,2 miljoen).
( x € 1.000) 0 Bestuur en ondersteuning 1 Veiligheid 2 Verkeer, vervoer en waterstaat 3 Economie 4 Onderwijs 5 Sport, cultuur en recreatie 6 Sociaal domein 7 Volksgezondheid en milieu 8 Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening Resultaat
saldo begroting primair (1) -471,1 29,2 34,5 3,8 23,2 62,0 294,5 16,3 7,6 0,0
bijstelling begroting (2) -12,1 0,0 -7,4 -0,3 1,1 3,1 5,0 0,7 2,7 -7,3
saldo begroting na wijziging (3=1+2) -483,2 29,2 27,1 3,5 24,3 65,1 299,5 17,0 10,3 -7,3
saldo realisatie (4) -497,0 28,0 25,1 3,5 23,9 63,1 283,5 16,1 10,4 -43,4
afwijking realisatie tov begroting na wijziging (5=4-3) 13,8 V 1,2 V 2,0 V 0,1 V 0,4 V 2,0 V 15,9 V 0,8 V 0,2 N 36,0 V
* Opgetelde bedragen kunnen afwijken i.v.m. afrondingsverschillen.
Eindbeeld 2020 Bovenstaand is de ontwikkeling van de resultaatprognose gedurende 2020 toegelicht. Hieronder treft u het eindbeeld over 2020 aan per programma. De grootste afwijkingen per programma zijn toegelicht. In de programma’s lichten we bij "wat heeft het gekost" de financiële resultaten meer gedetailleerd toe. Op programma 0 bestuur en ondersteuning ontstaat een afwijking van € 13,8 miljoen Op de algemene uitkering is een voordeel van € 8,5 miljoen. Er is sprake van een nagekomen resultaat over 2017, 2018, 2019) als gevolg van de actualisering van verdeelmaatstaven (+ € 0,5 miljoen). Voor het uitkeringsjaar 2020 hebben we bijgedragen aan landelijke voorzieningen (- € 0,3 miljoen). De accressen zijn aangepast (+ € 3,3 miljoen) en de ruimte onder het BCF-plafond is aangepast (+ € 0,5 miljoen). We hebben compensatie gekregen voor Loon- en prijsontwikkeling Sociaal Domein (+ € 2,1 miljoen) en de restant behoedzaamheidsreserve is vrijgevallen (+ € 2,5 miljoen).Voor het uitkeringsjaar 2020 hebben we bij de Decembercirculaire geld gekregen voor taakmutaties, flankerend beleid in verband met corona en corona compensatie (+ € 2,5 miljoen). Dit geld is gestort in de reserve circulaires gemeentefonds om besteding in 2021 mogelijk te mogelijk te maken (- € 2,5 miljoen). Op de overhead is sprake van een voordeel van € 3,0 miljoen.
Er is een voordeel op de inkopen (+ 0,9 miljoen) veroorzaakt door opgelegde boetes omdat niet voldaan is aan de social return verplichting en behaald voordeel
24
op één inkoopcontract. Als gevolg van corona is er een voordeel op de opleidingskosten (+ € 1,2 miljoen) en een nadeel op de facilitaire kosten zoals Arbo en schoonmaak (- € 0,3 miljoen). Gerelateerd aan personeel wordt per saldo een voordeel behaald (+ € 0,8) doordat meerinkomsten uit detachering worden gegenereerd, er uitstroom plaatsvindt uit de voorziening frictiekosten, instroom in de voorziening WW-verplichtingen en de vaste kosten op personeel lager liggen dan begroot. Tot slot zijn aanpassingen in software uitgesteld (+ € 0,6 miljoen) en is er beperkt nadeel op de overige overheadcomponenten (- € 0,2 miljoen). Op de lokale lasten en belastingen is per saldo een nadeel van € 0,1 miljoen. Dit bestaat uit een aantal componenten. De opbrengsten van parkeren en naheffingsaanslagen zijn gedurende het jaar al bijgesteld met € 2,8 miljoen. Als gevolg van de steeds strengere maatregelen na de zomervakantie en volledige lockdown per jaareinde is alsnog sprake van een nadeel (- € 0,6 miljoen). Voorgesteld wordt dit nadeel via resultaatbestemming aanvullend te dekken uit de coronamiddelen binnen saldireserve specifiek. Op de parkeervergunningen wordt een voordeel behaald (+ € 0,1 miljoen). Op de overige belastingen (hondenbelasting, invorderingskosten, precario bouwprojecten) worden eveneens een voordeel behaald (+ € 0,5 miljoen).
De precario op de terrassen is in de loop van het jaar bijgesteld. Hierop is geen aanvullend resultaat. In 2020 heeft voor ‘vernieuwbouw’ van de locatie Vonderweg 1 een aanbesteding plaatsgevonden en naar verwachting wordt in Q1 2021 een anterieure overeenkomst gesloten met de begunstigde partijen (Stichting Petri/TAC en Focus Real Estate). Onderdeel van de aanbesteding zijn afspraken over betaling van de openstaande vordering aan de gemeente, dat leidt tot vrijval uit de voorziening dubieuze debiteuren (+ € 0,5 miljoen). Op basis van de beoordeling van de lopende juridische claims en geschillen kan een gedeelte van de voorziening vrijvallen (+ € 0,4 miljoen). De voorziening wachtgeldverplichting valt eveneens voor een gedeelte vrij (+ € 0,3 miljoen) omdat betrokkenen meer inkomsten kunnen genereren, dan wel hebben afgezien van wachtgeld. Tot slot is sprake van rentevoordeel (+ € 1,5 miljoen) vanwege de achterblijvende investeringen, voorlopige VPB last over 2020 die niet begroot is (- € 1,3 miljoen) en diverse overige voordelen (+ 1,0 miljoen). Op programma 1 veiligheid ontstaat een afwijking van € 1,2 miljoen. Ongeveer de helft van het resultaat komt voort uit de afwikkeling met Mobility-s van de handhavingsinzet over voorgaande jaren (+ € 0,5 miljoen).
Daarnaast ontstaat een voordeel (+ € 0,2 miljoen) omdat opleidingen rampen en crisisbeheersing niet volledig hebben plaatsgevonden, en omdat door herprioritering de middelen gebiedsgericht werken en veiligheidsmaatregelen niet volledig zijn benut. Als gevolg van de coronacrisis is vertraging ontstaan in een aantal veiligheidsprojecten waarvoor externe middelen zijn ontvangen. Op de niet bestede middelen geldt een terugbetalingsverplichting. Door de vertraging bestaat incidenteel een voordeel op de lasten (+ € 0,9 miljoen) in 2020 en omdat de middelen nu voor 2021 beschikbaar zijn een nadeel op de baten in 2020 (- € 0,9 miljoen). Het gaat om de projecten Protect pre financiering Paymet DITSS, Preventieve aanpak tegen ondermijning, Versterkingsgelden Radicalisering, Intensiveringsmiddelen High Impact Crimes (HIC) en Jeugdoverlast en -criminaliteit (JOC). Tot slot zijn er diverse overige afwijkingen (+ 0,5 miljoen). De afwijking op programma 2 verkeer, vervoer en waterstaat is € 2,0 miljoen. In 2020 zijn een aantal projecten openbare ruimte en verkeer afgerond en afgesloten met een voordelig resultaat (+ € 0,5 miljoen). Door een zachte winter hebben we minder strooiacties uitgevoerd (+ € 0,2 miljoen). Vanuit het Besluit Begroting en Verantwoording moeten wegen die vervangen worden geactiveerd worden.
Dit resulteert in een incidenteel overschot op het budget van groot onderhoud (+ € 0,2 miljoen). Op de activiteiten van zwerfafval hebben we extra middelen ontvangen (+ € 0,1 miljoen). Op het onderhoud en beheer van parkeren wordt per saldo een voordeel (+ € 0,3 miljoen) met name door vertraagde in gebruik name van P&R, nog niet gerealiseerde fietsflat Neckerspoel en achterblijvende inkomsten uit de profitsharing P1. Diverse overige afwijkingen zorgen voor een beperkt nadeel (- € 0,1 miljoen).
25
Programma 3 Economie laat een afwijking zien van € 0,1 miljoen. Op de grondexploitaties-bedrijventerreinen is conform BBV tussentijds winst genomen (+ € 1,3 miljoen). Conform besluitvorming is een gedeelte hiervan gestort in de reserve bovenwijks (- € 1,2 miljoen). De opbrengsten van de markten zijn gedurende het jaar naar beneden bijgesteld met € 0,2 miljoen als gevolg van corona. In algemene zin blijven de opbrengsten al enige jaren achter door dalende vierkante meters en minder marktkooplieden waardoor per jaareinde een nadeel ontstaat (- € 0,1 miljoen). We werken aan een nieuw beleidsplan voor de markten. Als gevolg van corona kan minder toeristenbelasting worden opgelegd. Gedurende het jaar hebben we de begrote opbrengst al met € 0,7 miljoen naar beneden bijgesteld. Op basis van de op te leggen aanslagen over 2020 wordt een aanvullend nadeel verwacht (- € 0,1 miljoen). Tegelijkertijd zijn er nagekomen baten uit voorgaande jaren (+ € 0,3 miljoen). De resultaten op de toeristenbelasting worden afgewikkeld met de reserve citydynamiek waarin per saldo een storting plaatsvindt (- € 0,2 miljoen). Daarnaast zijn er diverse overige voordelen (+ € 0,1 miljoen). De afwijking op programma 4 onderwijs is € 0,4 miljoen.
Er is vertraging in de IHP-projecten (+ € 3,1 miljoen) en vertraging in de nieuwbouw van een aantal SPIL-locaties waardoor ook vertraging optreedt in activiteiten als asbestsanering (+ € 0,3 miljoen), inrichten openbare ruimte bij de scholen (+0,1 miljoen), boekwaarde van oude panden later wordt gesaneerd (+ € 0,9 miljoen) en extra kosten worden gemaakt voor aanhuren van tijdelijke (wissel)locaties (- € 0,3 miljoen). De werkzaamheden om de gevel van Startbaan/Meerbos te herstellen zijn goedkoper dan verwacht (+ € 0,4 miljoen). Daarnaast is een schadeuitkering ontvangen voor de brand aan de Mainelaan en de Vlokhovenseweg (+ € 2,8 miljoen). Deze resultaten zijn vereffend met de reserve onderwijshuisvesting (- € 7,3 miljoen) waardoor per saldo geen resultaat ontstaat. Op onderwijsbeleid, waarbij met name wordt ingezet op voortijdig schoolverlaten, bestrijden van onderwijsachterstanden en versterken van basisvaardigheden volwassen is een voordeel (+ € 0,5 miljoen) omdat verschillende projecten op andere wijze dan eerder gedacht zijn gedekt. Tot slot nog diverse kleinere verschillen (- € 0,1 miljoen). Programma 5 sport, cultuur en recreatie kent een afwijking van € 2,0 miljoen. In 2020 is van het Rijk een tegemoetkoming ontvangen in de door de gemeente Eindhoven kwijtgescholden huur in de periode van 1 maart tot 1 juni 2020 aan amateursportorganisaties.
De huurinkomsten zijn in 2020 reeds bijgesteld uit de coronamiddelen waardoor een voordeel ontstaat (+ € 0,6 miljoen). Voor de exploitatie van de sportparken zijn in 2020 de inkomsten € 1,5 miljoen naar beneden bijgesteld voor het ingeschatte corona effect. Eind 2020 blijkt het daadwerkelijke effect € 1,0 miljoen waardoor een voordeel ontstaat (+ € 0,5 miljoen). Voorgesteld wordt beide voordelen van in totaal € 1,1 miljoen te bestemmen en terug te storen in de saldi reserve specifiek. In de voorziening waardevermindering materieel vaste activa was op basis van de eerdere planning rekening gehouden met de sloop van de om te vormen onderdelen Tongelreep in 2020. Vanwege de aanpassing in de planning (en doorlopende afschrijvingskosten) is in 2020 een deel van het voorziene bedrag vrijgevallen (+ € 0,3 miljoen). In het kader van veiligheid en wet- en regelgeving worden er vanuit de gemeente in rol als eigenaar tal van inspecties uitgevoerd in onze gemeentelijke panden op het gebied van asbest, legionella en brandveiligheid. Een recent asbestonderzoek in het Parktheater heeft uitgewezen, dat er in dit pand kordate maatregelen moesten worden getroffen om toekomstige gezondheidsrisico’s te voorkomen wat voor een gedeelte in 2020 is uitgevoerd (- € 0,2 miljoen).
Het Muziekgebouw heeft de huurachterstand ingelopen conform de gemaakte afspraken, waardoor een deel van de getroffen voorziening dubieuze debiteuren kon vrijvallen (+ € 0,5 miljoen). Er is een voordeel op het planmatig onderhoud (+ € 1,7 miljoen) omdat de werkzaamheden aan de Catharinakerk zijn uitgesteld en omdat de corona een golf van reorganisaties bij de cultuurinstellingen teweeg bracht, waardoor werkzaamheden zijn doorgeschoven. Dit wordt afgewikkeld met de reserve planmatig onderhoud vastgoed (- € 1,7 miljoen). Het van Abbemuseum heeft geen nadelig resultaat omdat gedurende 2020 de begroting met een bedrag van € 0,6 miljoen is bijgesteld vanuit de eigen coronamiddelen, provinciale middelen en het Mondriaanfonds. Tot slot zijn er binnen dit programma nog diverse kleine resultaten (+ € 0,3 miljoen).
26
Op programma 6 sociaal domein zien we een voordeel van € 15,9 miljoen. Met als doel om de sociaal maatschappelijke/culturele infrastructuur voor de stad te behouden is door de raad midden 2020 besloten om maatschappelijke partners van het sociaal domein tegemoet te komen in de huisvestingslasten. De daadwerkelijke ondersteuning op basis van ingediende aanvragen is achtergebleven bij de eerdere verwachting (+ € 0,8 miljoen). Op basis van het reserveringsbesluit zijn de restant middelen van het fonds teruggestort in de saldireserve specifiek (- € 0,8 miljoen). Op WMO is in totaal een resultaat van voordelig € 11,8 miljoen. Op de WMO-voorzieningen is, met uitzondering van de woonvoorzieningen sprake van een voordelig resultaat. Dit wordt veroorzaakt doordat als gevolg van de corona crisis niet alle voorzieningen en ondersteuning geleverd konden worden, de begroting gebaseerd is op de hogere realisatie van voorgaande jaren waarin het maatregelenpakket van budgetplafonds en verscherpte toegang nog niet waren ingevoerd en doordat de verwachte aanzuigende werking is uitgebleven. In de begroting 2021 is dit aangepast en de voordelen over 2020 zijn tussentijds gemeld. Een gedeelte van het voordeel is vervolgens ingezet om de omzetgarantieregelingen van in totaal € 1,3 miljoen, waarop door een beperkt aandeel van de aanbieders een beroep is gedaan, te dekken (+ € 8,4 miljoen).
Er is al langere tijd sprake van een dalende trend in de maatschappelijke opvang met name door een verschuiving van de doelgroep naar beschermd wonen (+ € 1,0 miljoen). Daarnaast zijn de kosten van de nachtopvang lager (+ € 0,3 miljoen) en zijn de extra kosten als gevolg van corona voor de opvang lager dan verwacht (+ € 0,2 miljoen). Op beschermd wonen wordt op de lasten een voordeel behaald (+ € 1,5 miljoen) omdat de begroting nog niet is aangepast op het effect van het maatregelenpakket, daarnaast is er een hogere eigen bijdrage gerealiseerd vanwege hogere aantallen (+ € 0,4 miljoen). De lasten van de pilot werkplaats financiën XL zijn gedekt binnen bestaande budgetten 2020 waardoor het in 2019 gereserveerde budget niet noodzakelijk is gebleken (+ € 0,3 miljoen). Daarnaast is sprake van vergoeding van meerkosten WMO aan de zorgaanbieders vanwege corona (- € 0,3 miljoen). Voorgesteld wordt deze meerkosten te dekken uit de saldireserve specifiek coronamiddelen omdat hier de landelijke bijdrage ook in opgenomen is. Op jeugd wordt een nadelig resultaat van - € 3,5 miljoen behaald. In de loop van 2020 is een stijging opgetreden van het aantal kinderen in de jeugdzorgplus met name omdat een aantal complexe casussen niet bij de reguliere zorg terecht kan (- € 0,6 miljoen). Op de landelijke inkoop van jeugd is meer uitgegeven (- € 1,0 miljoen).
Op de inkoop van ondersteuning zelfstandig leven en wonen wordt in 2020 per saldo een nadeel behaald (- € 0,2 miljoen) en is een nagekomen resultaat uit de afwikkeling 2018/ 2019 (- € 0,5 miljoen). Omdat wachttijden zijn ontstaan bij de gecontracteerde zorg is een toename geweest in de uitgaven aan de niet gecontracteerde zorg (- € 1,9 miljoen). Op de crisishulp wordt een voordeel behaald (+ € 0,7 miljoen) en er zijn diverse kleinere resultaten op jeugd (+ € 0,3 miljoen). Het blijkt in de praktijk lastig om beheersmaatregelen goed te kunnen effectueren omdat verwijzers vaak aanbieders kiezen waar we geen contract mee hebben afgesloten, en we over landelijke producten geen regie kunnen voeren. Daarnaast is sprake van vergoeding van de meerkosten Jeugd aan de zorgaanbieders vanwege corona (- € 0,3 miljoen). Voorgesteld wordt deze meerkosten te dekken uit de saldireserve specifiek coronamiddelen omdat hier de landelijke bijdrage ook in opgenomen is. Op participatie en inkomen is een positief resultaat van € 4,7 miljoen behaald. Er is een voordeel op de ontvangen vergoeding voor de uitvoering van de TOZO-regeling (+ € 2,7 miljoen). Voorgesteld wordt deze restantmiddelen voor de uitvoering van TOZO te bestemmen voor 2021. De bijstorting in de voorziening dubieuze cliëntdebiteuren is hoger dan begroot (- € 1,6 miljoen) maar wel lager dan eerder verwacht bij het najaarsbericht.
De loonkostensubsidie en de begeleidingskosten zijn lager omdat externe plaatsingen als gevolg van de corona crisis minder plaatsvinden (+ € 1,7 miljoen). Als gevolg van de corona crisis doen zelfstandigen een beroep op de TOZO-regeling. Hierdoor treedt het effect op dat er minder beroep op de BBZ-regeling wordt gedaan (+ € 0,7 miljoen). Onder andere door onbekendheid met de regelgeving wordt er minder studietoeslag aangevraagd (+ € 0,4 miljoen). De inzet van re-integratie trajecten (door het participatiebedrijf) blijft achter bij de raming als gevolg van corona. Het aantal private trajecten blijft ook achter bij de verwachting (+ € 0,8 miljoen). Er zijn minder subsidies aangevraagd door bewonersverenigingen en een aantal bewonersverenigingen zijn opgeheven (+ € 0,3 miljoen). Op de kinder- en peuteropvang zijn minder inspecties uitgevoerd als gevolg van corona (+ 0,2 miljoen) en de indicatiestelling voor medische kinderdagverblijven is verlegd naar WIJ-Eindhoven (+
27
€ 0,5 miljoen). Op de gemeentelijke BBBB- middelen is een voordeel (+ € 1,3 miljoen). Conform het collegebesluit inzake de BBBB- uitgaven worden deze ten laste gebracht van het budget Landelijke Vreemdelingen Voorziening. Daarnaast zijn er diverse overige voordelen (+ € 0,6 miljoen). De afwijking op programma 7 volksgezondheid en milieu bedraagt € 0,8 miljoen. Door corona is er minder fysiek toezicht mogelijk geweest door de omgevingsdienst. Daarnaast is de horeca grotendeels gesloten geweest en zijn evenementen amper mogelijk geweest, waardoor er minder klachten waren, en er minder inzet nodig was, zowel bij gemeente als bij de omgevingsdienst (+ € 0,4 miljoen). Relatief veel grafrechten van aflopende overeenkomsten zijn niet verlengd waardoor de inkomsten achterblijven tevens leidt dit tot extra kosten voor het ruimen van de graven (- € 0,2 miljoen). Op riolering wordt een voordeel behaald ( + € 0,5 miljoen) en de in 2019 getroffen voorziening renescience is in 2020 deels vrijgevallen (+ € 0,2 miljoen) omdat op basis van actueel inzicht het negatief eigen vermogen Cure lager is dan eerder ingeschat. Tot slot zijn er diverse kleine resultaten (- € 0,1 miljoen). Op programma 8 volkshuisvesting en ruimtelijke ordening is een afwijking van - € 0,2 miljoen.
Op de grondexploitaties(niet bedrijventerreinen) is in 2020 meer aan tussentijdse winst gerealiseerd dan geraamd (+ € 6,4 miljoen). Conform afspraak is een gedeelte van dit resultaat gestort in de reserve bovenwijks (- € 5,1 miljoen). Daarnaast zijn op basis van het MPG 2021 de verliesvoorzieningen voor negatieve planexploitaties geactualiseerd (- € 0,2 miljoen). Daarnaast is een resultaat op het beheer van de gronden en panden die op een later moment in de grondexploitaties worden ingebracht, de incidentele grondverkopen en voorbereiding van projecten (+ € 0,5 miljoen). De taakstelling verkoop panden wordt niet volledig gerealiseerd door latere verkoop, naar verwachting in 2021 (- € 0,6 miljoen). Vanwege de verkoop van de Ventoseflat in 2020 worden de geraamde beheerlasten en te ontvangen opbrengsten niet meer gerealiseerd (- € 0,5 miljoen). De coronacrisis leidt ertoe dat meer mensen zijn gaan verbouwen. De kosten en opbrengsten van de 'kleine 'bouwvergunningen zijn daarom hoger. Daarnaast ligt de gemiddelde opbrengst van de 'grote bouwvergunningen' hoger (+ € 1,4 miljoen). Als resultaat van een rechterlijke uitspraak heeft de gemeente een bedrag ontvangen van de inmiddels failliet verklaarde Stichting Zonnehuizen, de voormalige huurder van het gemeentelijk vastgoed aan de Genepperweg (+ € 0,5 miljoen).
Op de dekking van de personele lasten uit projecten wordt een nadeel behaald (- € 3,1 miljoen) omdat de overhead niet meer integraal mag worden doorgerekend en een verschuiving is opgetreden tussen de gemaakte uren voor beleid en projecten. Tot slot zijn er diverse kleine resultaten (+ € 0,5 miljoen). Uitgangspunten De volgende uitgangspunten liggen ten grondslag aan de totstandkoming van het resultaat en zijn van belang integraal te duiden: • Tussentijdse beleidswijzigingen (uitbreiding scope, aanvullend beleid, extra krediet) zijn besloten via separate dossiers en het financieel effect op 2020 is verwerkt in de begroting. • De tussentijds geprognosticeerde financiële voor- en nadelen op lopend beleid 2020 zijn gerapporteerd bij de tussentijdse rapportages, maar zijn tussentijds niet verwerkt in de begroting. Hierop gelden drie uitzonderingen die door de raad besloten zijn: Vier begrotingsposten zijn- op basis van het raadsvoorstel 'BGW n.a.v. Turap 2' verhoogd vanuit rechtmatigheidsprincipe (droogteschade, plaagdierenbestrijding, onderhoud cultuurpanden, warmtetransportleidingen Tongelreep); De kapitaallasten zijn - op basis van het raadsvoorstel 'BGW n.a.v. Turap 2' naar beneden bijgesteld; In december 2020 is het dossier reserveringsvoorstel 2020 door de raad vastgesteld.
De verwachte budgetvoordelen per jaareinde zijn begrotingstechnisch verwerkt (verlagen budget en storting in de reserve reserveringen) Per jaareinde zijn de werkelijke restantbedragen gestort. Dat leidt op enkele programma's tot afwijkingen die zijn toegelicht; De dekking van de extra lasten en derving van de inkomsten als gevolg van corona zijn tussentijds naar beste inzicht verwerkt. • De voor- en nadelen op het budget groot onderhoud vastgoed verrekenen we per jaareinde in de in 2019 ingestelde reserves voor onderhoud tot het moment dat we kunnen terugkeren naar voorzieningen groot onderhoud. Daarover hebben we in december 2019 de raad met een separate RIB geïnformeerd.
28
•
Op diverse beleidsterreinen voeren we activiteiten projectmatig uit (bijvoorbeeld groot onderhoud, revitalisering bomen, verbeteren luchtkwaliteiten). Bij de start van het project worden de beschikbare middelen samengebracht. Projecten hebben als kenmerk dat ze jaaroverschrijdend zijn. Het toegekende projectbudget is beschikbaar voor alle jaren. De raming per jaarschijf en de realisatie per jaarschijf wijken om verschillende reden af van de planning. De middelen blijven beschikbaar doordat we deze projecten egaliseren via de reserve (maatschappelijk nut in ontwikkeling). Per programma waar dit aan de orde is, is op de afzonderlijke taakvelden inzichtelijk gemaakt wat de afwijking op jaarschijf 2020 is.
Balansbeeld en kengetallen bedragen x € 1 miljoen Balans Activa (im)materiele vaste activa Leningen aan derden Overige financiële vaste activa Voorraden overige vlottende activa TOTAAL
31-12-2019 665,2 24,6 8,1 91,7 103,6 893,2
31-12-2020 Balans Passiva 695,8 Eigen vermogen 18,9 Voorzieningen 8,1 Vaste schulden 97,9 Kasgeldleningen 112,8 overige vlottende passiva 933,6
31-12-2019 301,6 21,1 400,2 35,0 135,4 893,2
31-12-2020 350,6 16,0 372,8 50,0 144,2 933,6
* Opgetelde bedragen kunnen afwijken i.v.m. afrondingsverschillen.
Toelichting balansbeeld Activa De vaste activa zijn toegenomen met € 30,6 mln. Dit betreft voornamelijk investeringen in maatschappelijk nut en de bijdrage aan activa in eigendom van derden (schoolgebouwen). De leningen aan derden zijn afgenomen met € 5,7 miljoen, met name doordat een lening aan een woningbouwcorporatie vervroegd is afgelost op de renteherzieningsdatum. Onder de overige financiële vaste activa zijn de kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen opgenomen. De waardering is overeenkomstig voorgaand jaar. De voorraden nemen met € 6,2 miljoen toe. Dit komt met name door de overheveling van de boekwaarden van gronden (actief) naar de actieve grondexploitatie. De overige vlottende activa nemen met € 9,2 miljoen toe. Dit is opgebouwd uit een afname van de liquide middelen met € 6,1 miljoen, afname van de overlopende activa (vooruitbetaalde bedragen en nog te ontvangen bedragen) van € 1,9 miljoen en een stijging van de debiteuren met € 17,2 miljoen (waarvan 8,7 miljoen betrekking heeft op openbare lichamen). Passiva De omvang van het eigen vermogen bedraagt eind 2020 € 350,6 miljoen. De vermogenspositie eind 2020 is verbeterd met € 49 miljoen. Deze verbetering is met name het gevolg van het in 2020 behaalde rekeningresultaat (+ € 43,4 miljoen). Stille reserves, zoals de kunst van het Van Abbemuseum tellen niet mee in de omvang van het vermogen.
De voorzieningen zijn per saldo met € 5,1 miljoen afgenomen. De grootste mutatie is de inzet vanuit de voorziening riolering ter bekostiging van vervangingsinvesteringen (- € 12,2 miljoen). Deze voorziening is conform begroting ook weer aangevuld (+ € 8,5 miljoen). Daarnaast zijn kosten voormalig personeel, frictiekosten, sociaal plan, WW -en wachtgeldverplichtingen afgewikkeld op de personeelsgerelateerde voorzieningen (- € 1,1 miljoen) en de voorziening renescience is voor een deel vrijgevallen (€ -0,2 miljoen) op basis van nieuwe inschatting. De schuldpositie is door aflossingen op opgenomen geldleningen per saldo verlaagd met € 27,4 miljoen. Hier staat tegenover dat de opgenomen kasgeldleningen met € 15 miljoen zijn toegenomen. De overige vlottende passiva nemen met € 8,9 miljoen toe. Dit is opgebouwd uit een negatief banksaldi van € 2,1 miljoen, toename van de overlopende passiva (vooruitontvangen en nog te betalen bedragen) van € 10,1 miljoen en een daling van de overige schulden met 3,3 miljoen. Sturen met normen We hebben sturen met normen geïntroduceerd om financiële ontwikkelingen snel te onderkennen en de sturingsmogelijkheden te vergroten. Sinds 2016 is een dergelijk systeem ook verankerd in het BBV (verslaggevingsvoorschriften). Met de komst van deze kengetallen hebben we onze eigen norm voor het weerstandsvermogen vastgehouden.
De eerder geïntroduceerde kapitaallastennorm hebben we losgelaten.
29
In de paragrafen weerstandsvermogen en financiering zijn de wettelijke kengetallen uitgewerkt en toegelicht. Onderstaand een eerste blik op deze kengetallen Norm (bedragen x € 1 miljoen)
rekening 2019
norm 2020
0
80
renterisiconorm
41
weerstandsvermogen
130
Saldo op structurele posten
7%
kasgeldlimiet
rekening 2020 24
✔
187
28
✔
93
149
✔
0%
8%
✔
Waar gaat het geld naar toe?
30
Waar komt het geld vandaan?
31
1.4 Coronacrisis Het jaar 2020 is een bijzonder jaar. In het eerste kwartaal van 2020 is de wereld opgeschrikt door de uitbraak van het coronavirus. Sindsdien heeft het coronavirus grote impact. In het voorjaar is Nederland overgegaan tot een intelligente lockdown waar richting de zomerperiode steeds meer ruimte ontstond voor versoepeling. Na de zomerperiode zijn we echter geconfronteerd met een 2e golf waardoor de versoepelingen steeds weer verder zijn ingeperkt en we uiteindelijk eind december 2020 in een situatie van algehele lockdown zijn beland. Er zijn gedurende het jaar forse maatregelen getroffen en regels ingesteld om het virus onder controle te krijgen. Regels om afstand tot elkaar te houden en maandenlange sluiting van horeca, scholen, maatschappelijke en culturele instellingen. Maatregelen die evenementen, sportcompetities en grootschalige samenkomsten onmogelijk maken en waardoor veel mensen thuis moeten werken. We hebben geprobeerd mee te bewegen en zo snel als mogelijk maatregelen te treffen met de kennis die we op dat moment hadden om de schade voor de stad en onze ondernemers en inwoners te beperken en de bestaande infrastructuur zoveel als mogelijk in stand te houden.
Rijkscompensatie en inzet weerstandsvermogen In april heeft de raad besloten € 1 miljoen beschikbaar te stellen voor acute crisismaatregelen. Aanvullend heeft de raad een maatschappelijk ondersteuningsfonds ingesteld van € 6,95 miljoen en is de plusregeling culturele instelling aanvullend voor € 0,2 miljoen vastgesteld. Om de maatregelen te kunnen dekken is – in afwachting van compensatie door het rijk- een bedrag van € 15 miljoen vanuit het rekeningresultaat 2019 gelabeld in het weerstandsvermogen. Vervolgens is vanuit het rijk het 1e en 2e steunpakket uitgewerkt. Het 1e en 2e steunpakket is toegekend aan en verdeeld over de gemeenten middels de mei- en septembercirculaire. Eindhoven heeft via het gemeentefonds (mei- en septembercirculaire) € 14 miljoen ontvangen voor 2020 en zal in 2021 op basis van deze steunpakketten nog € 2 miljoen ontvangen. Deze rijkscompensatie 2020 en de eigen middelen zijn gestort in de saldireserve specifiek (besluitvorming turap 2). Het 3e steunpakket heeft het rijk uitgewerkt aan het einde van 2020. Een gedeelte van deze middelen is toegekend en verdeeld over de gemeenten via het gemeentefonds (decembercirculaire). Via het raadsvoorstel decembercirculaire is aan de raad voorgesteld de toegekende coronacompensatie van € 4,1 miljoen toe te voegen aan de saldireserve specifiek in 2021. De raad neemt hierover in 2021 een besluit.
Conform de gebruikelijke wijze zijn de eind 2020 ontvangen middelen vanuit decembercirculaire gestort in de reserve circulaires gemeentefonds in afwachting van het besluit van de raad. De toegekende compensatie in de steunpakketten heeft betrekking op continuïteit van zorg (meerkosten en inhaalzorg jeugd/wmo), instandhouding lokale en regionale culturele infrastructuur, voorlopige inkomstenderving toeristenbelasting en parkeerbelasting, inkomstenderving precariobelasting (terrassen) en markt- en evenementenleges, extra kosten 2e kamerverkiezingen, extra uitgaven voor buurt- en dorpshuizen, extra toezicht- en handhavingstaken, instandhouden lokale vrijwilligersorganisaties, exploitatietekorten sociaal werkbedrijf. Daarnaast is de oploop in de opschalingskorting (aangekondigd vóór de situatie van de crisis) incidenteel geschrapt voor de jaren 2020 en 2021. In 2021 wordt een aanvullende toekenning en verdeling van compensatiemiddelen verwacht vanuit het 3e steunpakket dat in de decembercirculaire al is aangekondigd.
Het gaat om de definitieve afrekening compensatie inkomstenderving toeristenbelasting en parkeren (op basis van de definitieve cijfers 2020), compensatie van extra kosten en inkomstenderving afvalinzameling, financiële impuls om perspectief aan jeugd en jongeren te geven en elkaar kleinschalig fysiek te ontmoeten en Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK) voor huishoudens die door omstandigheden in ernstige financiële problemen dreigen te komen. Deze compensatie is conform uitspraak van de commissie BBV niet in de jaarstukken 2020 verwerkt. Voor een deel is de compensatie in de maartcirculaire 2021 verwerkt, een gedeelte (met name de afrekeningen van toeristenbelasting en parkeerbelasting) zal later volgen.
32
Binnen de steunpakketten zijn ook een aantal specifieke regelingen beschikbaar gesteld of worden nog nader uitgewerkt. Dit betreft steun voor zwem- en ijsbanen, steun voor sportverenigingen, 'coronabanen' bij toezicht & handhaving en de TOZO. Deze specifieke middelen zijn niet gestort in de saldi reserve specifiek, maar direct toegekend aan het betreffende beleidsveld. De uitvoeringskosten van TOZO, onderdeel van de specifieke middelen worden vergoed op basis van een vast bedrag per besluit op een aanvraag. Eind 2020 hebben we een gedeelte van deze vergoeding niet benut. We verwachten in 2021 nog inspanningen te moeten leveren voor de afwikkeling van de reeds in 2020 verstrekte TOZO uitkeringen (vb.: terughalen onterechte verstrekkingen). Ons voorstel is om het restant van de vergoeding hiervoor beschikbaar te houden en via de reserve reserveringen 2020 weer beschikbaar te stellen als budget in 2021.
Getroffen maatregelen Onze eigen middelen en de rijksmiddelen zijn ingezet om de door ons getroffen maatregelen te dekken. Over de inzet van de middelen is besloten via Turap 2, najaarsbericht en via enkele separate college- en raadsvoorstellen. Op basis van het reserveringsdossier zijn de restantmiddelen vanuit het maatschappelijk ondersteuningsfonds eind 2020 teruggestort in de reserve. De overige inzet wordt conform de begroting onttrokken. Eind 2020 resteert een saldo van € 11,3 miljoen in de reserve ter dekking van aanvullende coronamaatregelen en effecten in 2021. Instandhouding van de stad Het maatschappelijke ondersteuningsfonds is bedoeld om te voorkomen dat maatschappelijke partners in surseance van betaling komen en/of failliet gaan als gevolg van de corona crisis en dus om de infrastructuur in stand te houden. Binnen het sociaal domein (welzijn) is lokale steun gegeven aan onze subsidiepartners. Enerzijds door coulance te verlenen op de beoordeling van de lopende subsidieregelingen. En anderzijds hebben we gezorgd voor een tegemoetkoming in de huisvestingskosten voor onder andere buurthuizen. Aan de culturele sector zijn de incidentele middelen beschikbaar gesteld om de infrastructuur in stand te houden. Om de toegang voor de steun toegankelijk te maken is een ondernemersloket en corona helpdesk ingericht. Tevens is een noodfonds voor start-ups ingericht.
Voor ondernemers hebben we uitstel van betaling verleend voor de gemeentelijke belastingen 2020 en als verhuurder hebben we geen incasso's en aanmaningen verstuurd en uitstel van betaling verleend. We hebben uitvoering gegeven aan de TOZO-regeling. De continuïteit van de zorg hebben we gewaarborgd door de zorgaanbieders door te betalen (ook als de prestatie niet is geleverd) en de meerkosten te vergoeden. Voor de inwoners is een mogelijkheid gekomen om de reisdocumenten thuis te laten bezorgen en er is een gastteam ingesteld om de publieke dienstverlening op locatie volgens de coronaregels te begeleiden. Om de naleving van de landelijke maatregelen te waarborgen is extra ingezet op en verschoven in de prioriteit van toezicht en handhaving. Er is in de regelgeving meer ruimte aangebracht voor 24-uurs bevoorrading in het centrum. Er is ingezet op regulering van bezoekersstromen in het centrum en er is ingezet op een actieplan voor de binnenstad waarbij het 'nieuwe normaal' vormgegeven wordt in de binnenstad op middellange termijn. Gezien de impact van corona op de stad, is ervoor gekozen om meer inkopen te gunnen aan het MKB in de regio. Dit is vastgelegd in de aanpassing van het aanbestedingsbeleid door meervoudig onderhands aan te besteden. Deze inkoopmaatregelen lopen door tot en met half 2021.
Beheersing interne organisatie Om de organisatie en de noodzakelijke besluitvorming te begeleiden is een CMT (crisis-managementteam) ingesteld. Er zijn maatregelen getroffen om de continuïteit van de gemeentelijke organisatie te waarborgen. Digitale toepassingen zijn versneld uitgerold om het thuiswerken te faciliteren en digitaal vergaderen mogelijk te maken. Er is ingezet op verstrekken van extra hulpmiddelen en een thuiswerkfaciliteitenregeling om ziekteverzuim zoveel als mogelijk te voorkomen en in de gemeentelijke gebouwen heeft extra schoonmaak plaatsgevonden.
33
Financieel beeld inzet coronamiddelen Overzicht inzet eigen middelen en rijkscompensatie via de saldireserve specifiek De regels omtrent begrotingsrechtmatigheid schrijven ons voor dat we bij de jaarrekening aan de reserves het bedrag onttrekken dat op basis van de begroting is opgenomen. Hiervan kan alleen worden afgeweken als er een besluit van de raad is dat de betreffende reserve op ‘realisatiebasis’ afgewikkeld mag worden. De beschikbare middelen voor corona zijn gestort in de saldi reserve specifiek en vanuit daar ingezet op basis van besluitvorming ter afdekking van de extra kosten of de voorziene inkomstenderving. Voor deze reserve is er geen besluit dat deze op ‘realisatiebasis’ mag worden afgewikkeld. Dit betekent dat in de jaarrekening 2020 de inzet van de coronamiddelen op begrotingsbasis verwerkt is. Uitzondering hierop zijn de maatschappelijke fondsen, hiervan is door de raad besloten bij het reserveringsdossier 2020 dat het restant van de middelen behouden mag worden. Dat is ook geëffectueerd. Op basis van de feitelijke inkomstenderving en extra lasten op de overige onderdelen is de begrote en gerealiseerde dekking vanuit de saldireserve specifiek per saldo € 0,3, miljoen te hoog geweest en stellen we voor deze terug te storten in de saldireserve specifiek.
Dit leidt tot het volgende totaalbeeld eind 2020: Saldireserve specifiek-corona middelen 31-12-2020 x € 1 miljoen
Reserve
Eigen middelen Rijkscompensatie septembercirculaire Beschikbare middelen Af: inzet Turap 2 rijksmiddelen en eigen middelen Af: afzonderlijke college en raadsvoorstellen over te treffen maatregelen Af: inzet op basis van najaarsbericht Bij: verschuiving inzet thuiswerkfaciliteitenregeling naar 2021 cf. besluit Saldo Bij: restant maatschappelijk ondersteuningsfonds welzijn en sport cf. reserveringsdossier Saldo 31-12-2020 BIJ: Voorgestelde resultaatbestemming (gerealiseerde t.o.v. benodigde inzet in 2020 uit de saldireserve speciefiek coronamiddelen)
15,0 14,0 29,0 - 16,2 - 1,9 - 0,6 0,2 10,5 0,8
Waarvan maatschappelijke fondsen 7,2 7,2 - 4,0 -1,3
1,9 0,8
11,3 0,3
2,7
* Opgetelde bedragen kunnen afwijken i.v.m. afrondingsverschillen.
Het saldo van de fondsen dat beschikbaar is in de reserve is, afgerond op miljoenen eind 2020 als volgt te specificeren: x € 1 miljoen Omschrijving
Beschikbaar in reserve 3,4 1,5 2,3 7,2
Noodfonds cultuur incl. Plusregeling Maatschappelijk ondersteuningsfonds Welzijn Maatschappelijk ondersteuningsfonds sport Totaal
Lasten 2020 2,7 0,5 1,3
Beschikbaar restant eind 2020 0,7 1,0 1,0 2,7
* Opgetelde bedragen kunnen afwijken i.v.m. afrondingsverschillen.
Vanuit de septembercirculaire 2020 komt voor 2021 aanvullend € 2 miljoen beschikbaar. Via de decembercirculaire 2020 is aanvullend coronacompensatie ontvangen ad € 4,1 miljoen. Deze middelen zijn eind 2020 gestort in de reserve circulaires gemeentefonds. In maart 2021 heeft de gemeenteraad besloten deze middelen aanvullend toe te voegen aan de saldireserve specifiek ter dekking van de nog te verwachten extra kosten in 2021.
34
Toelichting voorgestelde resultaatbestemming saldireserve specifiek € 1 miljoen Onderwerp
Inzet vanuit saldireserve specifiek in 2020
Programma 1 Regionale noodverordening Leges Programma 2 Reguleren bezoekersstromen Programma 3 Actieplan nieuwe binnenstad Markten Toeristenbelasting Programma 5 Kwijtschelding huur en coulancemaatregelen Derving inkomsten sportvoorzieningen Noodfonds cultuur incl. Plusregeling Inkomsten Abbe museum Programma 6 Meerkosten jeugd /wmo Meerkosten noodopvang, kinderopvang, openstellen dagbesteding en extra ondersteuning leerlingen in de winter Maatschappelijk ondersteuningsfonds Welzijn Ergon Programma 7 Cure Programma 0 Parkeerinkomsten, naheffingsaanslagen Precario kohieren terrassen Dividenduitkeringen Digitalisering, thuiswerken, communicatie en dienstverlening en dubieuze debiteuren Totaal
Benodigd uit saldireserve Specifiek in 2020
Voorstel Resultaatbestemming Raadsvoorstel jaarstukken 2020
0,1 0,2
0,1 0,2
0 0
0,5 0,2 0,7
0,4 0,2 0,7
0,1 0 0
1,3
0,7
0,6
1,6
1,1
0,5
2,7 0,3
2,7 0,3
0 0
0 2,3
0,6 2,1
-0,6 0,2
1,3
0,5
2,6
2,6
0
0,7
0,7
0
2,8
3,4
-0,6
0,3 0,3 0,6
0,3 0,3 0,5
0 0 0,1
18,5
17,4
0,3
Reeds teruggestort o.b.v. besluit reserveringsdossier 2020
0,8
0,8
* Opgetelde bedragen kunnen afwijken i.v.m. afrondingsverschillen.
Programma 1 De extra lasten voor de uitvoering van de regionale noodverordening (toezicht & handhaving) bedragen € 0,6 miljoen en zijn gedurende 2020 aan het budget toegevoegd. Deze lasten zijn in 2020 voor € 0,5 miljoen gedekt binnen bestaande budgetten door herprioritering. € 0,1 miljoen is gedekt vanuit coronamiddelen in de saldi reserve specifiek. Er is per jaareinde geen afwijking hierop. Voor de leges is de begroting ten laste van de coronamiddelen bijgesteld met € 0,2 miljoen. Programma 2 De extra kosten van het reguleren van bezoekersstromen om tijdens de corona de veiligheid en bereikbaarheid van de stad te borgen bedragen vanuit verkeer en vervoer € 22.000, deze zijn gedekt uit de saldireserve specifiek. Programma 3 Het Actieplan de ‘nieuwe’ binnenstad heeft geleid tot extra kosten in 2020 van € 0,4 miljoen. Er is budget toegekend in 2020 van € 0,5 miljoen gedekt uit de saldireserve specifiek zodat nu wordt voorgesteld € 0,1 miljoen terug te storten. De opbrengsten markten zijn vanuit de coronamiddelen gedurende het jaar al naar beneden bijgesteld met € 0,2 miljoen als gevolg van corona. Deze bijstelling is gedekt uit de saldireserve en komt overeen met het gerealiseerde corona effect. Als gevolg van corona kan minder toeristenbelasting worden opgelegd.
35
Gedurende het jaar hebben we de begrote opbrengst al met € 0,7 miljoen naar beneden bijgesteld vanuit de coronamiddelen. Op basis van de op te leggen aanslagen over 2020 is sprake van een aanvullend nadeel van € 0,1 miljoen. Dit wordt opgevangen uit er nagekomen baten uit voorgaande jaren zodat per saldo geen effect in het rekeningresultaat ontstaat.
Programma 5 Besloten is een maatschappelijk ondersteuningsfonds sport in te stellen vanuit de coronamiddelen van in totaal € 2,3 miljoen. De begrote en gerealiseerde inzet voor het kwijtschelden van huur en coulancemaatregelen bedraagt in 2020 € 1,3 miljoen. Daarnaast is uit de coronamiddelen de geraamde derving inkomsten sportvoorzieningen en de regierol sport voor € 1,6 miljoen gedekt. Per jaareinde is echter een gedeelte vergoed via rijksregelingen (€ 0,6 miljoen huurcompensatie) en bovendien is de verwachte derving van de sportopbrengsten lager dan ingeschat (€ 0,5 miljoen). Per saldo leidt dit tot een voordeel in 2020 van € 1,1 miljoen. We stellen voor dit bedrag terug te storten in de saldireserve specifiek. Besloten is om € 3,4 miljoen vanuit de coronamiddelen beschikbaar te stellen voor culturele instellingen (maatschappelijk ondersteuningsfonds cultuur). De geraamde en gerealiseerde inzet in 2020 bedraagt € 2,7 miljoen. De begroting van het Van Abbemuseum is gedurende 2020 bijgesteld op het gebied van bezoekersinkomsten, museumwinkel, verhuuractiviteiten, bruikleen collectie, museum restaurant, inkomsten uit ondernemerschap, rondleidingen, scholenbezoek en overige educatieve activiteiten.
De verlaging van de inkomsten met € 0,6 miljoen is gedekt door een bijdrage uit het Mondriaanfonds (€ 0,3 miljoen), provincie (€ 0,1 miljoen) en uit de coronamiddelen in de saldireserve voor € 0,3 miljoen. Programma 6 De kosten van de omzetgarantieregeling van € 1,3 miljoen zijn opgevangen binnen het voordeel op de reguliere budgetten. De meerkosten inzake jeugd/wmo bedragen € 0,6 miljoen en zijn onderdeel van het rekeningresultaat 2020. De ontvangen rijksmiddelen ter dekking van de meerkosten zijn in 2020 gestort in de saldireserve specifiek. Voorgesteld wordt deze middelen via resultaatbestemming te onttrekken aan de saldireserve specifiek. De meerkosten als gevolg van corona voor de noodopvang, kinderopvang, openstellen dagbesteding en extra ondersteuning leerlingen in de winter zijn begroot op € 2,3 miljoen en gedekt uit de saldireserve specifiek. In werkelijkheid bedragen deze kosten € 2,1 miljoen zodat we voorstellen om € 0,2 miljoen terug te storten in de saldi reserve specifiek. Het maatschappelijk ondersteuningsfonds welzijn is ingesteld voor € 1,5 miljoen. De begrote kosten 2020 welke gedekt zijn uit de saldireserve bedragen € 1,3 miljoen. In werkelijkheid zijn de lasten € 0,5 miljoen.
Het verschil van € 0,8 miljoen is conform besluit van de raad bij het reserveringsdossier 2020 teruggestort in de saldireserve specifiek en leidt per jaareinde niet meer tot een resultaat dan wel voorstel tot resultaatbestemming. De gevolgen van het coronavirus hebben ook grote impact gehad op de Ergon, het budget is gedurende het jaar ten laste van de coronamiddelen verhoogd met € 2,6 miljoen. Bij de 2e turap zijn de lasten op BUIG bijgesteld met € 2,6 miljoen omdat het uitkeringenbestand toeneemt. Deze budgetverhoging is gedekt uit de risicobuffer sociaal domein en niet uit de coronamiddelen en per jaareinde is geen sprake van een afwijking in relatie tot de saldireserve. Programma 7 Cure heeft haar begroting moeten wijzigen, resulterende in € 1,4 miljoen extra lasten voor Eindhoven. Hiervan is € 0,7 miljoen veroorzaakt door corona. De budgetverhoging is gedurende 2020 gedekt uit de beschikbaar gestelde coronamiddelen. Programma 0 De begrote parkeerinkomsten en naheffingsaanslagen zijn in 2020 met € 2,8 miljoen verlaagd ten laste van de coronamiddelen. Per jaareinde blijkt het effect € 0,6 miljoen groter te zijn waarvan we voorstellen dit aanvullend te onttrekken aan de saldireserve specifiek coronamiddelen. De begrote inkomsten voor precario kohieren terrassen zijn ten laste van de coronamiddelen in 2020 bijgesteld met € 0,3 miljoen.
Daarnaast zijn de geraamde dividenduitkeringen zijn gedurende 2020 met € 0,3 miljoen naar beneden bijgesteld ten laste van de coronamiddelen. De begrote extra kosten van € 0,6 miljoen voor digitalisering, thuiswerken, communicatie en dienstverlening en voorziening dubieuze debiteuren zijn in 2020 gedekt uit de coronamiddelen. Per jaareinde is € 0,1 miljoen minder nodig. Voorgesteld wordt deze middelen terug te storten in de saldireserve specifiek. 36
Overzicht per programma Visueel zijn de meerkosten en inkomstenderving per programma in 2020 als volgt te duiden.
Deze kosten en gederfde inkomsten zijn deels opgevangen binnen bestaande budgetten door herprioritering, deels gedekt uit specifieke uitkeringen of bijdragen van derden en deels uit de corona middelen binnen de saldireserve specifiek. In de financiële hoofdlijn (1.3) en de programmaverantwoording (hoofdstuk 2) is toegelicht welke afwijkingen per jaareinde zijn ontstaan ten opzichte van de tussentijds bijgestelde begroting.
Risico's De crisis leidt op dit moment niet tot een verhoogd risicoprofiel voor de gemeente. De continuïteit van de gemeente is niet in gevaar. In algemene zin wordt de gemeente grotendeels gefinancierd door de middelen vanuit de algemene uitkering. Eventueel noodzakelijke financiering, vanwege de incidenteel achterblijvende inkomsten als gevolg van corona, kunnen vanuit de gemeente relatief eenvoudig worden aangetrokken en vanuit de algemene reserves zijn we in staat om tijdelijke effecten op te vangen. Het inroepen van de door de gemeente verleende borg- en garantstelling zou als gevolg van toename van het aantal faillissementen potentieel kunnen toenemen. Echter de cultuurinstellingen, welzijn en sport verenigingen worden ondersteund met de getroffen maatregelen en steunpakketten waardoor op dit moment geen sprake is van een verhoogd risico en daarnaast is voor de afdekking van het risico met betrekking tot de verstrekte leningen en garanties een reserve beschikbaar. De kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen leiden op dit moment ook niet tot extra risico's. Slechts het dividend is in enkele gevallen opgeschort, maar dat is van beperkte omvang. 37
Door het verlenen van uitstel van betaling neemt het debiteurenrisico wel toe. In de voorziening dubieuze debiteuren is hiervoor gedurende het jaar en per jaareinde een aanvullende storting gedaan waardoor het risico op balansdatum voldoende gedekt is. De eerder verwachte effecten op de bouw- en woningmarkt door verslechterde economische vooruitzichten blijven vooralsnog uit. Bovendien blijkt uit een brief aan de 2e kamer (mei 2020) dat het rijk voornemens is de effecten te compenseren indien deze zich wel voordoen zodat er geen vertragingen optreden in de investeringen en de (woning)bouw niet tot stilstand komt. De coronacrisis heeft een toekomstig effect op de toename van de kosten op de regelingen binnen het sociaal domein op het gebied van bijstand, armoede en zorg. In het 3e steunpakket heeft het rijk oog voor deze gevolgen. Ze stelt dan ook middelen beschikbaar voor flankerend beleid voor re-integratie van bijstandsgerechtigden, een tijdelijk impuls voor re-integratie, extra middelen voor het gemeentelijk schuldenbeleid en de bijzondere bijstand (gelet op de voorziene toename van de armoede- en schuldenproblematiek). Voor de arbeidsmarktregio’s komen middelen beschikbaar om werkloosheid te bestrijden. Voor Eindhoven is dit, op basis van de decembercirculaire een bedrag van € 5,8 miljoen.
De raad heeft in maart 2021 besloten deze middelen voor flankerend beleid direct als budgetten aan de beleidsvelden toe te kennen in 2021.
38
2. Programma's Leeswijzer Algemene toelichting In dit hoofdstuk is de programmaverantwoording opgenomen. We presenteren de volgende voorgeschreven (BBV) onderdelen in deze programmaverantwoording: 1. De realisatie per programma, die inzicht geeft in de mate waarin de doelstellingen gerealiseerd zijn, wat we daarvoor gedaan hebben, welke verbonden partijen daarbij betrokken zijn en wat dit heeft gekost. 2. Het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen. 3. Het overzicht van de overheadkosten. 4. Het bedrag voor de heffing van de vennootschapsbelasting. 5. Een toelichting op het bedrag 'onvoorzien'. Binnen programma 0 wordt het overzicht van algemene dekkingsmiddelen (programma inleiding), overheadkosten (taakveld 0.4), vennootschapsbelasting (taakveld 0.9) en post onvoorzien (taakveld 0.8) gepresenteerd. Opbouw van de programmaverantwoording De raad bepaalt de indeling van de programma’s. Per programma zijn taakvelden gedefinieerd. Eindhoven heeft ervoor gekozen om qua programma en daaronderliggende taakvelden aan te sluiten op de voorgeschreven programma- en taakveldindeling van het BBV. Achtereenvolgens zijn in de programmaverantwoording toegelicht: 1. Veiligheid 2. Verkeer, vervoer en waterstaat 3. Economie 4. Onderwijs 5. Sport, Cultuur en Recreatie 6. Sociaal domein 7. Volksgezondheid en milieu 8. Volksgezondheid, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing 0.
Bestuur en ondersteuning We presenteren programma 0 als laatste omdat dit uit veel uiteenlopende taakvelden bestaat. Op basis van eerdere ervaringen en de bevindingen van de commissie ABV zijn er ten opzichte van de begroting 2019 in de begroting 2020 een aantal aanpassingen binnen de programma’s doorgevoerd ter verbetering van de leesbaarheid. Omdat de jaarrekening 2020 de begroting 2020 volgt ziet u deze wijzigingen ook in de jaarrekening 2020 terug. We maken meer gebruik van pictogrammen en thema's binnen de programma’s waarmee de taakvelden zijn gebundeld. De doelenboom is per thema opgebouwd (was eerder per programma) waardoor deze duidelijker en leesbaarder wordt. De indeling per programma is als volgt:
39
Inleiding
Hierin staat per thema een toelichting en een doelenboom. Vervolgens wordt per taakveld ingegaan op de drie sturingsvragen (de drie w’s). Wat hebben we bereikt? (eerste W-vraag) Hier staan de doelen beschreven. Wat hebben we daarvoor gedaan? (tweede W-vraag) Hier staan de prestaties behorend bij het doel beschreven.
Indicatoren
De te bereiken doelen en prestaties zijn meetbaar gemaakt met door de raad vastgestelde effect- en prestatie-indicatoren. Ook zijn de belangrijkste speerpunten van 2020 opgenomen. Bij de indicatoren en de prestaties (wat hebben we daarvoor gedaan) wordt met een kleur aangegeven of de uitvoering conform de raming is verlopen. Conform raming Niet conform raming, maar de planning c.q. de raming is bijgesteld Niet conform raming en realisatie is een probleem Gegeven is niet bekend Wat heeft het gekost? (derde W-vraag) Bij "wat heeft het gekost" lichten we de financiële resultaten in de exploitatie toe met een toelichting op de afwijkingen. De begrote en gerealiseerde lasten zijn positief gepresenteerd. De begrote en gerealiseerde baten negatief (-/-). Bij de afwijkingen geldt dat een -/- een nadeel en een + een voordeel is. We geven aan of de afwijking structureel is of niet. Voor onze investeringen voteert de raad een krediet. Dit krediet wordt in meerdere jaren geraamd om uit te geven. De afwijkingen tussen de in 2020 geplande uitgaven en de werkelijke uitgaven lichten we ook toe bij dit onderdeel. In de gepresenteerde tabellen kunnen afrondingsverschillen voorkomen.
Dit komt doordat de gegevens in de jaarrekening, ter bevordering van de leesbaarheid, op duizendtallen gepresenteerd worden terwijl de automatisch vanuit de administratie ingelezen gegevens op centen nauwkeurig zijn. BBV-indicatoren: deze zijn wettelijk verplicht en gelden voor alle gemeenten. De definties van deze indicatoren zijn vastgesteld en vastgelegd in de regeling beleidsindicatoren gemeenten. Voor de BBVindicatoren wordt de vergelijking gemaakt met de gemeenten in Nederland en met gemeenten van 100.000 tot 300.000 inwoners. Deze gegevens worden ontleend van de website www.waarstaatjegemeente.nl maar zijn in sommige gevallen niet recent of nog niet bekend. Voor de indicatoren binnen programma 0 geldt dat deze gegevens niet worden ontsloten via de website waardoor vergelijkende cijfers van andere gemeenten niet beschikbaar zijn. Daarom vergelijken we daar realisatie 2020 met realisatie 2019. Verbonden partijen: de bijdrage van de verbonden partij aan onze programma’s/taakvelden (extra informatie is terug te vinden in de paragraaf verbonden partijen).