CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Gebiedsplan Gebiedsgericht Grondwaterbeheer Centrumgebied

Raadsvergadering 12 oktober 2021, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gebiedsgericht Grondwaterbeheer Eindhoven Centrum20.272 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Gebiedsplan Gebiedsgericht Grondwaterbeheer EindhovenCentrum

Opdrachtgever Gemeente Eindhoven

Adviseurs V&S Milieu Adviseurs Vreugdenhil Milieuexpert

Status Definitief Datum 5 mei 2021 Projectreferentie 20797.4197GBP/2.1

Gebiedsplan Gebiedsgericht Grondwaterbeheer Eindhoven-Centrum

Inhoudsopgave

1

Inleiding Aanleiding Doel Reikwijdte van het plan

1 1 1 2

2

Gebiedsanalyse Bodemopbouw en geohydrologie Gebruik van het gebied Onttrekkingen Warmte-Koude opslag (WKO) / warmtebronnen Gevallen van bodemverontreiniging Natuurlijke afbraakpotentie Kwetsbare objecten Ondergronds bouwen Dimensies gebied Eindhoven-Centrum Gebiedsindeling

4 4 7 7 8 10 16 16 17 18 20

3

Analyse belangen

22

4

Vertrekpunten Gebiedsplan Juridisch kader Uitgangspunten en onderbouwing Strategische doelstellingen

25 25 27 30

5

Uitwerking gebiedsgerichte aanpak Beschermen Benutten Verbeteren Looptijd van het plan

31 31 33 34 35

6

Monitoring Algemeen Monitoringsdoelstellingen Uitgangspunten monitoringssysteem Gefaseerde opzet van het monitoringssysteem IJkmomenten Fall-back maatregelen

36 36 37 39 40 44 44

7

Organisatie Betrokken partijen Organisatie gebiedsbeheer Deelname aan GGB en afkoop Bevoegd gezag Informatiebeheer Communicatie

46 46 46 48 49 50 50

8

Kosten en financiering Kosten GGB Financiering GGB

52 52 52

Projectnummer

Datum

20797.4197

5 mei 2021

-/-

Gebiedsplan Gebiedsgericht Grondwaterbeheer Eindhoven-Centrum

Bijlagen 1 Gemodelleerde verspreiding van het grondwater: Grondwaterstromingsmodel gedurende 50 jaar Stoftransportmodel gedurende 25 jaar Dwarsdoorsnedes verontreiniging 2 Overzichtssituatie Beheergebied

Projectnummer

Datum

20797.4197

5 mei 2021

-/-

Gebiedsplan Gebiedsgericht Grondwaterbeheer Eindhoven-Centrum

1

Inleiding Aanleiding

Het centrum van de gemeente Eindhoven kent een rijk industrieel verleden. Een groot aantal industrieën – waarvan Philips de meest herkenbare en aanwezige – heeft zich in het verleden aan de randen van de oorspronkelijke kern gevestigd. Met de groei van de stad zijn deze locaties opgeslokt door de woonomgeving en daar onderdeel van geworden. Met de groei van de bevolking en vrijwel gelijktijdige afname van de “maakindustrie” zijn met de tijd de locaties van de industrie vrijgevallen. Veelal heeft dit geleid tot volledige herontwikkeling, maar tegenwoordig wordt er naar gestreefd het industriële verleden niet weg te poetsen maar te integreren in de woonomgeving. Dit levert unieke ontwikkelingslocaties op. Er is ook een keerzijde: de industrie heeft, met name in en rondom het huidige centrum, een behoorlijke erfenis achtergelaten in de vorm van grootschalige bodemverontreiniging. Het ondiepe, veelal grondgebonden deel van de verontreiniging kan vrij eenvoudig worden weggenomen op het moment dat bestaande bebouwing wordt verwijderd. Dit is al in ruime mate toegepast. Met het gewenste behoud van de oorspronkelijke bebouwing is sanering van de bodem minder eenvoudig. Dit geldt eveneens voor de verontreiniging die via het grondwater is verspreid. Veel van deze gevallen zijn met de tijd gesaneerd, echter een aantal complexe grootschalige verontreinigingen resteert.

Deze zijn als gevolg van natuurlijke verspreiding en alle dynamiek aanzienlijk van omvang en soms zelfs niet meer van elkaar te onderscheiden. Het toepassen van de gebruikelijke Wbb-aanpak (“gevalsgericht”) is op deze gevallen niet doelmatig en zeker niet kosteneffectief. Dit Gebiedsplan is opgesteld vanuit de noodzaak het beheer van de grootschalige, deels in elkaar overlopende, grondwaterverontreinigingen in relatie tot de ondergrondse dynamiek binnen het centrum wettelijk te verankeren. De Wet bodembescherming (Wbb) biedt de mogelijkheid een Gebiedsplan Gebiedsgericht Grondwaterbeheer op te stellen, specifiek bedoeld voor situaties zoals in het centrum van Eindhoven. De gemeente Eindhoven is, gebruikmakend van dit beleid, als saneringsplichtige, als uitvoerder van ingrepen in de ondergrond én als bevoegd gezag in staat de gewenste dynamische ontwikkeling (sloop/nieuwbouw, energietransitie etc.) van de stad meer ontwikkelingsruimte te bieden en kan daarnaast meer kosteneffectief werken. Dit vereist dat onderliggend plan door de gemeente Eindhoven wordt vastgesteld. In dit Gebiedsplan is beschreven hoe het Gebiedsgericht Grondwaterbeheer is georganiseerd en welke beheersmaatregelen worden genomen. Het Gebiedsgericht Grondwaterbeheer start met 16 verontreinigingsgevallen waar de gemeente Eindhoven verantwoordelijk voor is.

Later kunnen overige verontreinigingsgevallen met VOCl (Vluchtige Organo Chloorverbindingen) die in het gebied liggen, bijvoorbeeld de verontreiniging onder “De Witte Dame”, toegevoegd worden. Doel In de Omgevingsvisie 1.0 (juni 2020) is opgenomen dat Eindhoven de ambitie heeft om een gezonde en toekomstbestendige stad te zijn met diverse stedelijke opgaven zoals een gezonde groei van de stad, verdere vergroening en de energietransitie. Hierbij is de beperkte ruimte in de ondergrond een belangrijk aandachtspunt. De ontwikkeling van de spoorzone (in

projectnummer

datum

20797.4197

5 mei 2021

1

Gebiedsplan Gebiedsgericht Grondwaterbeheer Eindhoven-Centrum

het centrumgebied) vraagt hierbij om bijzondere aandacht. Om onze ambities waar te kunnen maken is het noodzakelijk meer regie te nemen over de ondergrond, zodat de (beperkte) ondergrondse ruimte op een zorgvuldige manier wordt verdeeld. Met voorliggend Gebiedsplan zetten we hierin een eerste stap. Het Gebiedsplan biedt een kader voor de omgang met grondwaterverontreinigingen, waarmee de gewenste dynamische ontwikkelingen (o.a. stedelijke verdichting en energietransitie) in het centrumgebied van de stad meer ruimte krijgen en daarnaast eenvoudiger en meer kosteneffectief uitgevoerd kunnen worden. Het Gebiedsplan geeft tevens invulling aan het duurzaam beheer van het grondwater door het te beschermen, te benutten en te verbeteren. Een gebiedsgerichte aanpak in het centrumgebied biedt voordelen: • Een gebiedsgerichte aanpak biedt mogelijkheden voor de gemeente Eindhoven als Gebiedsbeheerder1, oftewel GGB-beheerder, de provincie Noord-Brabant en andere gebruikers van grondwater om afspraken te maken over het samen beschermen van de grondwatervoorraad. • Budgetten die nu worden besteed aan beheers- en saneringsmaatregelen van separate ‘gevallen van ernstige bodemverontreiniging’ kunnen onder de noemer van het Gebiedsplan doelmatig worden ingezet voor beheermaatregelen op gebiedsniveau.

• In een gebiedsgerichte aanpak kan de potentie van de ondergrond om te dienen als reactorvat voor (al of niet gestimuleerde) biologische afbraakprocessen beter worden benut. Deze biologische afbraakprocessen hebben tijd en ruimte nodig, wat wordt geboden in het gebiedsgericht grondwaterbeheer. • Aanvullende eisen en maatregelen om werkzaamheden in de ondergrond, te denken aan WKO-systemen, warmtebronnen en (tijdelijke) bemalingen, mogelijk te maken, kunnen worden verminderd of zelfs vervallen. Vaak zijn dergelijke eisen het gevolg van het niet mogen verspreiden van verontreinigingen. Door minder eisen aan deze gewenste ontwikkelingen op te hoeven leggen, komt er “nieuwe” ruimte onder de grond beschikbaar voor aanvullende bodemenergiesystemen. • Initiatiefnemers van activiteiten in de ondergrond (zgn. gebruikers) binnen het gebied, kunnen profiteren van de baten van het grondwaterbeheer ten opzichte van de situatie zonder gebiedsgerichte aanpak. Reikwijdte van het plan Het Gebiedsplan geldt alleen voor de VOCl verontreinigingen2 die in het Beheergebied liggen en die, publiekrechtelijk gezien, onder de verantwoordelijkheid van de GGB-beheerder vallen. De betreffende “gevallen van bodemverontreiniging” die onderdeel uitmaken van dit plan zijn benoemd in paragraaf 2.5. Voor de overige verontreinigingen die binnen het Beheergebied vallen geldt het reguliere Wbb-kader.

Voor verontreinigingen ontstaan ná 1987 geldt artikel 13

1

Binnen de wetgeving en de ‘bodemsector’ wordt nomaliter gesproken over de ‘Gebiedsbeheerder’. Dit betreft de gemeente Eindhoven, of specifieker gesteld, een aangewezen medewerker die is belast met de uitvoering van de in dit plan genoemde zaken. Om verwarring te voorkomen met de gebiedsbeheerders zoals de gemeente Eindhoven die op dit moment kent, wordt in afwijking van de gebruikelijke term Gebiedsbeheerder, in dit plan zoveel mogelijk gesproken over GGB-beheerder. 2 Er is voor gekozen om alleen de VOCl-verontreinigingen op te nemen, omdat juist deze verontreinigingen door hun grote verspreiding (als gevolg van beperkte afbraak) en voorkomen op grotere diepte (als gevolg van de stofkarakteristieken) het grootste effect hebben op open WKO-installaties en onttrekkingen. Andersom worden zij ook het sterkst beïnvloed door dezelfde installaties en onttrekkingen.

projectnummer

datum

20797.4197

5 mei 2021

2

Gebiedsplan Gebiedsgericht Grondwaterbeheer Eindhoven-Centrum

van de Wet bodembescherming (de zgn. Zorgplicht), deze vallen hierdoor eveneens buiten de scope van dit Gebiedsplan. Verontreinigingen van derden kunnen pas na het sluiten van een afkoopovereenkomst met de gemeente Eindhoven, als GGB-beheerder, onderdeel van het Gebiedsgericht beheer worden. Activiteiten van derden, zoals bijvoorbeeld WKO-systemen, die van invloed zijn op de grondwaterverontreinigingen waarop het Gebiedsplan betrekking heeft, kunnen door de GGBbeheerder toegestaan worden. Uiteraard, mits deze voldoende onderbouwd zijn en zonder dat er risico’s voor het gebiedsgericht grondwaterbeheer ontstaan of (te veel) vergroot worden. In essentie bestaat gebiedsgericht grondwaterbeheer uit het verwijderen van bronverontreinigingen, het toestaan van verspreiding van grondwaterverontreinigingen binnen het begrensde gebied en het volgen en stimuleren van biologische afbraakprocessen en Natural Attenuation in de ondergrond. Hierdoor verbetert de grondwaterkwaliteit gestaag. Monitoring van de optredende verspreiding en beheer- en beheersmaatregelen zorgen ervoor dat de grenzen van het beheergebied niet worden overschreden en dat kwetsbare objecten worden beschermd.

De zorg voor het grondwater en het behouden van het beoogde resultaat is in principe ‘eeuwigdurend’, maar in de praktijk is tot doel gesteld om het in dit Gebiedsplan verwoorde resultaat in de komende 30 à 50 jaar te behalen en aan te tonen. Dit sluit goed aan bij de te verwachten snelheid en effecten van de processen die in de alinea hiervoor beschreven zijn. De looptijd van dit Gebiedsplan bedraagt daarom 50 jaar.

projectnummer

datum

20797.4197

5 mei 2021

3

Gebiedsplan Gebiedsgericht Grondwaterbeheer Eindhoven-Centrum

2

Gebiedsanalyse

In onderstaande paragrafen worden achtereenvolgens de meest relevante kenmerken en factoren voor het Gebiedsgericht beheer van Eindhoven benoemd en besproken. Vervolgens wordt op basis van al deze factoren het Beheergebied bepaald. Bodemopbouw en geohydrologie In navolgende figuren is de geschematiseerde bodemopbouw in het beoogde Beheergebied van Eindhoven weergegeven.

Figuur 1A Dwarsdoorsnede West-Oost binnen de ring (DINOloket)

Figuur 1B Dwarsdoorsnede Noord-Zuid binnen de ring (DINOloket)

De schematisering van de opbouw van de diepere ondergrond is gebaseerd op de REGIS II kartering uit 2009 (Regionaal geohydrologisch informatiesysteem). In het DINOloket zijn twee bodemprofielen opgevraagd tot 150m -NAP, één noord-zuid en één oost-west doorsnede,

projectnummer

datum

20797.4197

5 mei 2021

4

Gebiedsplan Gebiedsgericht Grondwaterbeheer Eindhoven-Centrum

beide begrensd door de rondweg Eindhoven. Opgemerkt wordt dat het geschematiseerde weergaves zijn van de bodemopbouw. Uit overige beschikbare ondergrondgegevens is gebleken dat sommige, met name scheidende, lagen plaatselijk niet of minder prominent voorkomen. De bodem bestaat tot circa 2m -NAP uit de Formatie van Boxtel met plaatselijk een toplaag van Holocene afzettingen in de beekdalen (deklaag). De Formatie van Boxtel bestaat uit afwisselend (lemig) fijn tot zeer fijn zand en leemlagen. Van 2m -NAP tot 10m -NAP is een scheidende laag van zandige leem aanwezig uit de Formatie van Boxtel. De dikte en samenstelling van deze laag varieert sterk. Hieronder is tot – plaatselijk – circa 70m -NAP de Formatie van Sterksel aanwezig. Deze formatie bestaat uit overwegend matig grof tot grof (grindhoudend) zand (1e watervoerende pakket). Vanaf 70m -NAP tot 105m -NAP is afwisselend klei en matig fijn zand aanwezig van de Formatie van Stramproy. Deze laag wordt in het kader van dit Gebiedsplan als basis beschouwd. Onder de Formatie van Stramproy is de Formatie van Waalre aanwezig tot een diepte van circa 190m -NAP die bestaat uit dikkere lagen zwak zandig, sterk siltige klei en kleihoudend zand. Waterlopen Het oppervlaktewatersysteem is beschreven met digitale informatie verkregen van Waterschap de Dommel. Van de waterlopen is een kaart vervaardigd in ArcGIS (fig. 2).

Hierop zijn de huidige waterlopen weergegeven. De Dommel Het stroomgebied van de Dommel behoort tot het stroomgebied van de Maas. De Dommel ontspringt in België op het Kempisch-Plateau. Door zijn drainerende werking is de Dommel de waterloop met de meeste invloed op het grondwater in het Centrumgebied van Eindhoven. Het peil in de Dommel is sinds enkele jaren niet meer strikt gereguleerd maar heeft een natuurlijke meandering en meerdere vistrappen. Om wateroverlast in de binnenstad te voorkomen is de watertoevoer bij grote afvoeren te controleren door een overlaat op het Afwateringskanaal Eindhoven. Hierdoor is het water te sturen via de Dommel door de stad of door het Afwateringskanaal dat uitkomt op het Beatrixkanaal. De Dommel valt onder de KRW3-oppervlaktewaterlichamen en geniet op die wijze een beschermde status. De Gender De Gender ontspringt ongeveer 10 kilometer ten zuidwesten van Eindhoven nabij Steensel. De huidige Gender bestaat nog maar uit een klein deel van de oorspronkelijke loop. In het verleden voerde de Gender door het centrum van Eindhoven en mondde uit in de Dommel ten noordoosten van de stad. Deze loop is afgesneden in het zuidwesten van de stad en afvoer vindt nu plaats op het Afwateringskanaal Eindhoven welke verbonden is met het Beatrixkanaal.

3

Kaderrichtlijn Water

projectnummer

datum

20797.4197

5 mei 2021

5

Gebiedsplan Gebiedsgericht Grondwaterbeheer Eindhoven-Centrum

De gemeente Eindhoven is momenteel in samenwerking met Waterschap De Dommel bezig met de inrichting van de Nieuwe Gender. Deze moet nabij de oorspronkelijke locatie van de Gender worden aangelegd en zal voor een belangrijk deel weer bovengronds komen te liggen. De Nieuwe Gender moet een positieve bijdrage leveren aan het oplossen van bestaande wateroverlast, vandaar ook de ligging in het oude stroomgebied.

Figuur 2 Waterlopen in het centrum van Eindhoven

Eindhovens Kanaal Net buiten het centrumgebied bevindt zich het einde van het Eindhovens Kanaal. Het gemiddelde peil in het Eindhovens Kanaal is circa 18,5m +NAP en dit wordt vrij constant gehouden gedurende het gehele jaar. Uit informatie blijkt dat het Eindhovens Kanaal nagenoeg hydrologisch geïsoleerd is. Dit betekent dat het kanaal vrijwel niet in verbinding staat met het grondwater. Wel wordt jaarrond water uit het Eindhovens kanaal gebruikt om de singels in de wijk Villapark te voeden. Overig oppervlaktewater Ten noordoosten van het centrumgebied bevinden zich twee waterpartijen. Dit zijn de zwemplas de IJzeren Man en de Karpendonkse Plas. Deze twee plassen bevinden zich net buiten de rand van de ring. De IJzeren Man werd omstreeks 1910 gegraven voor zandwinning ten behoeve van onder meer de aanleg van het nieuwe Station Eindhoven dat in 1912 werd geopend en de spoorverbinding Eindhoven-Weert die in 1913 tot stand kwam. De naam IJzeren Man is een verwijzing naar de graafmachine die gebruikt werd voor de zandwinning; deze werd in de

projectnummer

datum

20797.4197

5 mei 2021

6

Gebiedsplan Gebiedsgericht Grondwaterbeheer Eindhoven-Centrum

volksmond de IJzeren Man genoemd. Van de IJzeren Man is bekend dat deze slechts 5 meter diep is, destijds gestopt op de harde leemlaag. De Karpendonkse plas (start ontgraving 1953) is ontstaan uit zandwinning ten behoeve van de aanleg van het Hoogspoor, de nieuwe spoorverbinding van oost naar west. De diepte van de plas is ca. 2,5 meter. De plas staat niet in direct contact met het 1e watervoerende pakket. Beide plassen zijn onderdeel van het Nationaal Natuurnetwerk (voorheen EHS) en hebben een beschermde status. Tot slot zijn er binnen het Beheersgebied nog enkele stadswateren gelegen bij Villa de Laak en Dommelhoef (omgeving Parklaan en Nachtegaallaan). Deze wateren hebben een uitlaat op de Dommel. Gezien de verspreidingspatronen van de verontreinigingspluimen zullen deze wateren naar verwachting niet bedreigd worden. Gebruik van het gebied Het Gebiedsplan beslaat een belangrijk deel van het centrum en is intensief bebouwd. Het industriële verleden heeft nadrukkelijk effect (gehad) op de ontwikkeling van het Centrum. Het verdwijnen van de maakindustrie heeft vanaf midden jaren ’80 geleid tot grootschalige sloop en nieuwbouw. De huidige resterende industriële panden hebben veelal een beschermde status als industrieel monument en worden bij herontwikkeling zo goed mogelijk intact gehouden (o.a. de Witte Dame en de Lichttoren) of anders geïncorporeerd in de nieuwbouw.

Als gevolg van de dichte bebouwing en verdergaande verstedelijking worden steeds hogere kantoor- en woontorens gebouwd voorzien van meerlaags parkeergarages en bodemenergiesystemen (als gevolg van gasloos bouwen). Het Gebiedsplan kent daarmee nadrukkelijk, en in de toekomst toenemend, gebruik van de ondergrond. Groen Binnen het beoogde gebied is beperkt sprake van “openbaar” groen. Het zijn met name de rand rondom het TU/e-terrein, de zone aan de noordoostzijde (rond De Dommel en de Karpendonkse Plas) en een groene strook rondom De Dommel in het resterende deel van het gebied. De zone langs de Dommel is onderdeel van het Nationaal Natuurnetwerk, evenals de groenzone rondom de Karpendonkse Plas / de IJzeren Man. Het betreft een beschermde verbindingszone (De Dommel) en een voormalige EHS (rondom de plassen) waarbinnen dieren zich kunnen bewegen en planten zich kunnen ontwikkelen. Onttrekkingen Drinkwaterproductie gebeurt voor een groot deel uit grondwater. Grootschalige winningen zijn vaak continu en bepalen in belangrijke mate de grondwaterstand en –stroming in de omgeving. Grondwater dat gewonnen wordt voor drinkwater heeft vaak een hoge kwaliteit doordat het is gefilterd door de diverse zand- en overige bodemlagen. Eindhoven specifiek Binnen de gemeentegrens van Eindhoven liggen de waterwingebieden Aalsterweg, Klotputten en Welschap.

Het drinkwater op pompstation Aalsterweg wordt zowel uit de watervoerende

projectnummer

datum

20797.4197

5 mei 2021

7

Gebiedsplan Gebiedsgericht Grondwaterbeheer Eindhoven-Centrum

laag tussen 25 en 80 meter beneden maaiveld (eerste watervoerend pakket) gewonnen als op grotere diepte tussen 200 en 280 meter beneden maaiveld (tweede watervoerend pakket). Al deze wingebieden liggen buiten het Beheergebied van het onderliggende plan. Overige permanente onttrekkingen Fellenoord / Neckerspoel Er bevindt zich een permanente drainage nabij de Fellenoord tunnel / het huidige busstation Neckerspoel. Deze locatie ligt op het laagste punt van de gemeente in een kwelzone en fungeert min of meer als een overstort. Ter voorkoming van wateroverlast is een permanente grondwaterafvoer geïnstalleerd. Deze installatie is in 2011 nog volledig herzien / vernieuwd. Het systeem bestaat uit een horizontaal en verticaal systeem: • een drainagesysteem op ca. 0,5 m -mv om het kwelwater af te vangen; • drie drainageputten met elk 2 filters (op 5,0 – 6,5 en 7,5 – 9,0 m -mv) bedoeld om bij een verhoogd grondwaterniveau dit water af te vangen en tijdelijk op te slaan in een kelder die periodiek wordt leeggepompt; • het debiet bedraagt ca. 20 à 25 m3/uur. Het water wordt geloosd op het riool. In het onttrokken water wordt VOCl-verontreiniging aangetroffen. Dit wordt in verband gebracht met een bron aan de zuidzijde van het spoor, zie paragraaf 2.5. Berenkuil Er bevindt zich een permanente drainage onder de Berenkuil. Deze locatie ligt eveneens op een laag punt van de gemeente.

Ter voorkoming van wateroverlast wordt er middels de drainage ca. 5 m3/dag geloosd op de riolering. Warmte-Koude opslag (WKO) / warmtebronnen De toepassing van warmte of koude uit de ondergrond is even simpel als duurzaam. De ondergrond fungeert als accu. Het overschot aan warmte of koude, dat afhankelijk van het seizoen ontstaat, wordt tijdelijk opgeslagen tot er behoefte aan is. Het grondwater is de warmtedrager en/of -transporteur. Warmte of koude via het grondwater ophalen kan met een open systeem of met een gesloten systeem. Open WKO-systeem De meeste bodemenergiesystemen om grondwater mee op te pompen bevinden zich in het eerste watervoerend pakket (tot 70 meter beneden het NAP) van Eindhoven. Een open systeem onttrekt grondwater aan de bodem. In de winter wordt warmte uit het opgepompte grondwater onttrokken, waarbij het afgekoelde water terug in de bodem stroomt. De temperatuur van dit onttrokken grondwater wordt verhoogd door een warmtepomp. Vervolgens wordt via een warmtewisselaar warmte afgegeven aan het te verwarmen gebouw. In de zomer wordt juist koude uit het grondwater onttrokken en stroomt het warme water weer terug de grond in. Een open systeem heeft een merkbaar effect op de grondwaterstroming. Gesloten WKO-systeem Een gesloten systeem onttrekt in de winter warmte en in de zomer koude aan de bodem via ondergrondse leidingen of slangen.

Gesloten systemen bestaan uit een lus die tot grote diepte, vaak tot in het 2e watervoerend pakket, in de bodem wordt geboord. Om te voorkomen dat het water in de lus bevriest, worden vaak antivries en andere stoffen aan het water toegevoegd.

projectnummer

datum

20797.4197

5 mei 2021

8

Gebiedsplan Gebiedsgericht Grondwaterbeheer Eindhoven-Centrum

Onder de grond koelt het mengsel af of warmt het op, waarna het vervolgens boven de grond woningen en kantoren kan afkoelen / verwarmen. Gesloten systemen worden meestal voor individuele huizen of kleine kantoren toegepast. Voordeel is dat er geen (horizontaal) effect is op grondwaterverontreinigingen vanwege het gesloten systeem. Groot nadeel is dat voor optimale werking vaak de scheidende laag naar het tweede watervoerend pakket (strategische drinkwatervoorraad) wordt doorboord en potentieel “lek” gemaakt. Eindhoven specifiek In potentie is de hele Eindhovense ondergrond geschikt voor de toepassing van warmtekoudeopslagsystemen (WKO's). Al vanaf de jaren ‘90 spelen bodemenergiesystemen in de vorm van WKO's een rol in het gebruik van de Eindhovense ondergrond. Warmtekoude-opslag levert een bijdrage aan de duurzame energiehuishouding en aan het klimaatbeleid. De toepassing van warmtekoude-opslag kent een omvangrijke ruimteclaim voor de te plaatsen warmte en koude bronnen. In Eindhoven, met veel verontreinigingen in de ondergrond, is het soms moeilijk om de WKO-systemen in de ondergrond een plek te geven. Een WKO-systeem kan een bodemverontreiniging verplaatsen of verspreiden, waardoor een groter gebied verontreinigd kan raken. Soms kan door de slimme inzet van WKO een grondwaterverontreiniging zich juist minder snel verspreiden.

De, op dit moment aanwezige, open WKO-installaties zijn in de navolgende figuur te zien, evenals enkele permanente grondwateronttrekkingen / -beheersingen.

Figuur 3 Overzicht WKO-installaties (warm: rood, koud: blauw), WKO/beheersing (geel) en beheersing (oranje) in Eindhoven-Centrum (situatie 2020)

projectnummer

datum

20797.4197

5 mei 2021

9

Gebiedsplan Gebiedsgericht Grondwaterbeheer Eindhoven-Centrum

Toekomstbeeld Eindhoven werkt hard om een energieneutrale stad te worden. Dat is dan ook reden om het gebruik van bodemenergie te stimuleren en de maximale capaciteit van de ondergrond op een duurzame wijze te benutten. Kansen en randvoorwaarden voor de toepassing van bodemenergiesystemen zijn: • Combineer de aanleg van WKO met de aanpak van bodemverontreiniging. • Benut de energiepotentie van de ondergrond door bodemwarmte structureel te benutten bij herstructurering en uitbreidingsopgaven voor wonen en werken. • Voorkom interferentie tussen bodemenergiesystemen. • Benut de ondergrondse ruimte voor tijdelijke opslag van duurzaam opgewekte energie (ondergrondse accu’s bijvoorbeeld in de vorm van Ecovat). Belangrijk is te beseffen dat de bodemenergiesystemen invloed hebben op grondwaterstromen en grondwaterpeilen. Dit kan bij een ondoordachte of onzorgvuldige planning van de ruimte in de ondergrond leiden tot ernstige problemen met andere grondwaterbelangen, bijvoorbeeld een te hoog grondwaterniveau. Bij aanleg moet rekening gehouden worden met al aanwezige ondergrondse functies zoals kabels en leidingen en archeologie evenals met aanwezige (grootschalige) grondwaterverontreinigingen. Belemmeringen zoals verontreinigingen en al aanwezige WKO’s moeten een rol spelen in de besluitvorming of plaatsing van een nieuw WKO systeem wel of niet geschikt is.

Gevallen van bodemverontreiniging Een schone en veilige bodem is een bodem zonder bodemverontreiniging. Bodemverontreinigingen kunnen leiden tot schade aan het ecosysteem en de gezondheid van mensen. (Her)ontwikkeling van gebieden leidt in het geval van bodemverontreiniging meestal tot bodemsanering. Eindhoven specifiek Stoffen, die oorspronkelijk niet in de bodem of het grondwater horen te zitten, kunnen schade aan het milieu veroorzaken en een belemmering vormen voor herontwikkeling. Het industriële verleden van Eindhoven heeft zijn sporen in de ondergrond achter gelaten. In de afgelopen jaren heeft op zeer veel locaties in Eindhoven milieukundig bodemonderzoek plaatsgevonden, bijvoorbeeld in het kader van een bouwaanvraag of waar sprake is van aanof verkoop van locaties. Ook de gemeente heeft zelf op grote schaal verdachte locaties onderzocht. Inmiddels zijn van ruim 5.000 locaties gegevens beschikbaar over de bodemkwaliteit. Door de Eindhovense bodemopbouw spelen de verontreinigingsproblemen zich op meerdere dieptes af. In de zandige bodem kunnen bepaalde soorten verontreinigingen zich relatief eenvoudig verplaatsen. De beschermende leemlaag naar het eerste watervoerend pakket bevat gaten waardoor de verontreinigingen in het eerste watervoerend pakket terecht kunnen komen. De figuur op de volgende bladzijde laat dit zien.

projectnummer

datum

20797.4197

5 mei 2021

10

Gebiedsplan Gebiedsgericht Grondwaterbeheer Eindhoven-Centrum

Figuur 4 Soorten verontreiniging en hun verspreiding

Het belang van een schone en veilige bodem is dat de bodem zonder meer geschikt is om alle denkbare functies te realiseren. Er gelden dan geen regels en beperkingen voor grondverzet. Op diverse locaties in de stad is dat niet het geval en zouden er beperkingen aan het gebruik kunnen zijn. Kansen en randvoorwaarden voor de omgang met bodemverontreiniging zijn: • Gebruik gebiedsgericht grondwaterbeheer voor enerzijds vereenvoudiging van het dynamische proces van herontwikkeling en anderzijds verbetering van de bodemkwaliteit. Een voorbeeld van het eerste is toestaan van bemalingen en toekomstige WKO-systemen – binnen randvoorwaarden – zonder aanvullende sanerende activiteiten. Een voorbeeld van het laatste is om langer en meer grondwater te onttrekken dan strikt noodzakelijk teneinde meer verontreiniging te verwijderen bij bijvoorbeeld de aanleg van riolering. • Voorkom onnodige saneringskosten door de sanering van de bodem af te stemmen op de gewenste functies en eventueel te combineren met warmte koude opslag. Verontreinigingen binnen het Gebiedsplan In Eindhoven, waaronder het centrumgebied, komen verschillende soorten verontreinigingen voor, zoals minerale olie, zware metalen en VOCl. De aandacht van het gebiedsgericht grondwaterbeheer richt zich op de meest voorkomende en meest bepalende verontreinigingsparameter in het centrumgebied, VOCl.

Deze verontreinigingen zijn weergegeven in figuur 5. Enkel verontreinigingen met deze stof kunnen opgenomen worden in het Gebiedsgericht Grondwaterbeheer Centrumgebied Eindhoven. De overige verontreinigingen betreffen veelal verontreinigingen met een beperkt(er) verspreidingsrisico die locatiespecifiek zijn of worden gesaneerd.

projectnummer

datum

20797.4197

5 mei 2021

11

Gebiedsplan Gebiedsgericht Grondwaterbeheer Eindhoven-Centrum

Als toelichting op figuur 5 wordt vermeld dat dit een bovenaanzicht is van de verontreinigingen en daarmee het maximale ruimtebeslag laat zien. De omvang van de verontreiniging varieert met de diepte. Veelal geldt bij dit type verontreiniging dat de omvang toeneemt met de diepte. De omvang van de verontreinigingen in, bijvoorbeeld, het ondiepe grondwater is aanzienlijker kleiner.

Figuur 5 Verontreinigingen in grondwater in het centrumgebied. Voor de locatienamen behorend bij de nummers wordt verwezen naar de tekst hieronder.

In totaal is sprake van 18 bekende locaties oftewel “gevallen van bodemverontreiniging” met de stof VOCl binnen het Centrumgebied. Van deze locaties maken er 16 onderdeel uit van het Gebiedsgericht Grondwaterbeheer en vallen, bij de start van het Gebiedsbeheer, onder dit Gebiedsplan. De verontreinigingen Witte Dame (locatie 7) en Strijpsestraat / Den Bult (locatie 8) maken geen onderdeel uit van het Gebiedsplan. Voor al deze 18 locaties is onderstaand de ‘Wbb-status’ weergegeven zodat een gevoel bestaat bij de aard van de bodemverontreiniging. 1. Hessen Kasselstraat 8 De locatie is als “ernstig en spoedeisend” aangemerkt, (“Beschikking ingevolge de Wet bodembescherming (Wbb), locatie Hessen Kasselstraat eo te Eindhoven, locatiecode: EH077202958-SP-1”, Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant, geen kenmerk, d.d. 27 oktober 2015) te saneren binnen 4 jaar, op grond van verspreiding. In 2015 is een deelsaneringsplan opgesteld (“Deelsaneringsplan Hessen Kasselstraat te Eindhoven, Locatiecode

projectnummer

datum

20797.4197

5 mei 2021

12

Gebiedsplan Gebiedsgericht Grondwaterbeheer Eindhoven-Centrum

EH077202958-ES-2”, Tauw, kenmerk R001-1222204SAW-rvb-V02-NL, d.d. 27 mei 2015), waarin de navolgende doelstelling is opgenomen: “Kosteneffectieve vrachtverwijdering met als doel extra verontreinigingsvracht te verwijderen.” De bodemsanering is gestart. 2. Palingstraat De locatie is in 2003 als “ernstig en spoedeisend” aangemerkt, te saneren binnen 4 jaar, op grond van verspreiding. In 2013 is een deelsaneringsplan opgesteld (“Deelsaneringsplan VOCl-verontreiniging Palingstraat Eindhoven”, Tauw, kenmerk R001-1210474SAW-nij-V01NL, d.d. 23 mei 2013), waarin de navolgende doelstelling is opgenomen: “..op een kosteneffectieve wijze vracht te verwijderen, waardoor de verspreiding van de VOClverontreinigingen wordt beperkt en er uiteindelijk lagere VOCl-concentraties aanwezig zullen zijn in de pluim…” De bodemsanering is gestart. 3. Hallenweg ongenummerd De locatie is in 2012 als “ernstig, maar niet-spoedeisend” aangemerkt, beschikking d.d. 3 januari 2012 (“Beschikking ingevolge de Wet bodembescherming (Wbb), locatie Hallenweg 811 te Eindhoven, locatiecode: EH077200286-ES-1”, gemeente Eindhoven, kenmerk VTH/I2uit0oo42/TR/AN, d.d. 3 januari 2012). Dit betreft de aanwezige VOCl-verontreiniging. 4. Hallenweg 12 Er is in het verleden geen beschikking afgegeven op ernst en urgentie of op het saneringsplan (daterend uit eind jaren ’80).

In het rapport uit 2015 (“Eindrapport monitoring Hallenweg e.o. te Eindhoven”, Aeres Milieu, projectnummer AM13041, d.d. 5 oktober 2015) wordt de restverontreiniging met zware metalen “ernstig en niet-spoedeisend” benoemd. Dit heeft geen betrekking op de VOCl-verontreiniging. Deze is echter beperkt van omvang en kan getypeerd worden als “ernstig, maar niet spoedeisend”. 5. Gestelsestraat Er is nog geen beschikking afgegeven. Op grond van de beschikbare gegevens (“Nader bodemonderzoek Gestelsestraat 60-62 in Eindhoven”, Tauw, kenmerk R001-4823070RlJhgmV03-NL, d.d. 19 januari 2012) is sprake van een geval van “ernstige, maar nietspoedeisende” bodemverontreiniging. 6. Grote Berg 81-101 De locatie is in 2015 als “ernstig, maar niet-spoedeisend” aangemerkt. Beschikking d.d. 15 december 2015 (“Beschikking ingevolge de Wet bodembescherming (Wbb), locatie Grote Berg / Kleine Berg te Eindhoven, locatiecode: EH077200063-ES1”, Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant, kenmerk Z.33623/D.119919, d.d. 15 december 2015). 7. De Witte Dame (maakt nog geen onderdeel uit van het Gebiedsgericht Beheer) Er is in het verleden geen beschikking afgegeven op ernst en urgentie. De verontreiniging kan echter getypeerd worden als “ernstig en spoedeisend”, op grond van verspreiding. In 1995 is het saneringsplan (“De Witte Dame, Emmasingel, Eindhoven, saneringsplan”, DHV, dossier K 0013-73-003, d.d.

7 juni 1995) opgesteld waarin is uitgegaan van een beheersingsmaatregel. Voor dit saneringsplan is een beschikking afgegeven, nummer 356685, d.d. 30 november 1995. Later is de aanpak gewijzigd in een biologische variant. De bodemsanering is gestart. Op dit moment wordt een aanvullende bronaanpak voorbereid.

projectnummer

datum

20797.4197

5 mei 2021

13

Gebiedsplan Gebiedsgericht Grondwaterbeheer Eindhoven-Centrum

8. Strijpsestraat / Den Bult (maakt geen onderdeel uit van het Gebiedsgericht Beheer) De locatie is als “ernstig en spoedeisend” aangemerkt, te saneren binnen 4 jaar, op grond van verspreiding. Beschikking d.d. 6 januari 2015 (“Beschikking ingevolge de Wet bodembescherming (Wbb), locatie Strijpsestraat 60 te Eindhoven, locatiecode: EH077202579-ES-1”, Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant, geen kenmerk, d.d. 6 januari 2015). Er is tevens een beschikking afgegeven op het saneringsplan (“Saneringsplan Strijpsestraat Den Bult Eindhoven”, Royal Haskoning DHV, projectnummer BE5570-102-101, d.d. 11 juni 2018), op 12 februari 2019). 9. Gagelstraat Er is nog geen beschikking afgegeven. Op grond van de beschikbare gegevens (“Verkennend bodemonderzoek deel 1 en nader milieukundig bodemonderzoek Gagelstraat / Vonderweg / Mathildelaan te Eindhoven”, UDM, rapportnummer 06020313.R01, d.d. 12 februari 2007) is sprake van een geval van “ernstige bodemverontreiniging, maar niet-spoedeisend”. 10. Vestdijktunnel Er is nog geen separate beschikking afgegeven. De verontreiniging is meegenomen als gebruiksbeperking bij de goedkeuring van het saneringsverslag van Grontmij (“Evaluatierapport deelsanering Vestdijktunnel Eindhoven”, Grontmij Nederland BV, kenmerk GM-01 76853, d.d.

22 januari 2016) wat betrekking heeft op de uitgevoerde bemaling in het kader van de werkzaamheden in de tunnel (vervangen van de drainage). In het nader grondwateronderzoek (“Nader grondwateronderzoek Vestdijktunnel Eindhoven”, Tritium advies, documentkenmerk 1604/119/SR-01, d.d. 18 juli 2016) wordt gesproken over een geval van “ernstige bodemverontreiniging, niet-spoedeisend”. 11. Kruisstraat 68/68a De locatie is in 2007 als “ernstig, maar niet-spoedeisend” aangemerkt. Beschikking d.d. 9 augustus 2007 (“Beschikking ingevolge de Wet bodembescherming (Wbb), locatie Kruisstraat 68 en 68a te Eindhoven, locatiecode: EH077201025-ES-1”, Milieudienst Regio Eindhoven, kenmerk EHV/07-12423/RV/TR, d.d. 9 augustus 2007). 12. Kruisstraat 97/138 De locatie is in 2007 als “ernstig, maar niet-spoedeisend” aangemerkt. Beschikking d.d. 21 november 2013 (“Beschikking ingevolge de Wet bodembescherming (Wbb), locatie Kruisstraat 97-99 te Eindhoven, locatiecode: EH077201401-ES-1”, Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant, kenmerk Z.1284/D.8231/TR/ap, d.d. 21 november 2013). 13. Tapuitstraat / Rietvinkstraat De locatie is als “ernstig en spoedeisend” aangemerkt, te saneren binnen 4 jaar, op grond van verspreiding. Beschikking d.d. 2 december 2014 (“Beschikking ingevolge de Wet bodembescherming (Wbb), locatie Tapuitstraat/Rletvinkstraat e.o.

te Eindhoven, locatiecode: EH077203392-ES-1”, Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant, kenmerk Z.13265/D.53436/ TR/TK/ec, d.d. 2 december 2014). 14. Bleekstraat De locatie is in 2016 als “ernstig, maar niet-spoedeisend” aangemerkt. Beschikking d.d. 23 februari 2016 (“Beschikking ingevolge de Wet bodembescherming (Wbb), locatie Bleekstraat Vestdijk te Eindhoven, locatiecode: EH077205022-ES-1”, Omgevingsdienst ZuidoostBrabant, kenmerk Z.34477/D.131050, d.d. 23 februari 2016).

projectnummer

datum

20797.4197

5 mei 2021

14

Gebiedsplan Gebiedsgericht Grondwaterbeheer Eindhoven-Centrum

15. Stratumseind 34/36 Er is nog geen beschikking afgegeven. Naar verwachting is het geval “ernstig, maar niet spoedeisend” op basis van de onderzoeksresultaten (“Nader bodemonderzoek Stratumseind 32-34 te Eindhoven”, BK Bodem, projectnummer 131196, d.d. 10 september 2013). 16. Vestdijk Philip Morris Er is destijds geen beschikking opgesteld. Voorafgaande aan de sanering was sprake van een “ernstige verontreiniging met risico’s voor mens en milieu”. De locatie is half jaren ’90 reeds gesaneerd. 17. Kerkstraat 10/34 De locatie is in 2011 als “ernstig, maar niet-spoedeisend” aangemerkt. Beschikking d.d. 29 maart 2011 (“Beschikking ingevolge de Wet bodembescherming Melding nader onderzoek, locatie Kerkstraat 10-34 te Eindhoven, locatiecode: EH077202571-ES-1”, Gemeente Eindhoven, kenmerk VTH/rruit04854/TR/AN, d.d. 29 maart 2011). 18. Begijnenhof De locatie is in 2011 als “ernstig, maar niet-spoedeisend” aangemerkt. beschikking d.d. 10 februari 2011 (“Beschikking ingevolge de Wet bodembescherming (Wbb), melding nader onderzoek, locatie Begijnenhof 4-6 te Eindhoven, locatiecode: EH077202351-ES-1”, Gemeente Eindhoven, kenmerk VTH/uuit02259/TR/AN, d.d. 10 februari 2011). In onderstaande tabel is een en ander samengevat en verder gespecificeerd. Hiermee ontstaat een eerste prioritering vanuit sec. verontreinigingsperspectief, ongeacht de ligging ten opzichte van de Gebiedsgrenzen dus.

1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14. 15. 16. 17. 18.

Locatie Hessen Kasselstraat 8 Palingstraat Hallenweg ongen. Hallenweg 12 Gestelsestraat Grote Berg 81-101 De Witte Dame Strijpsestraat / Den Bult Gagelstraat Vestdijktunnel Kruisstraat 68/68a Kruisstraat 97/138 Tapuitstraat / Rietvinkstraat Bleekstraat Stratumseind 34/36 Vestdijk Philip Morris Kerkstraat 10/34 Begijnenhof

Ernst ja ja ja ja ja ja ja ja ja ja ja ja ja ja ja ja ja ja

Spoed ja ja nee nee nee nee ja ja nee nee nee nee ja nee nee nee nee nee

Sanering? loopt loopt

loopt * in voorbereiding

gepland

gesaneerd

* een aanvullende actieve aanpak van de bron van de verontreiniging is daarnaast in voorbereiding

projectnummer

datum

20797.4197

5 mei 2021

15

Gebiedsplan Gebiedsgericht Grondwaterbeheer Eindhoven-Centrum

Natuurlijke afbraakpotentie De omstandigheden voor de natuurlijke afbraak van VOCl-verontreinigingen in de Eindhovense ondergrond zouden redelijk tot goed kunnen zijn mits er afdoende “voedingsstoffen” in de vorm van opgeloste organische koolstof of organische nevenverontreiniging (aromaten / olie) voorhanden zouden zijn. De Eindhovense bodem heeft echter over het algemeen beperkte hoeveelheden aan opgelost organisch stof / nevenverontreinigingen beschikbaar. Kenmerkend voor de Eindhovense situatie is dus dat zonder stimuleringsmaatregelen natuurlijke afbraak van VOCl niet tot het gewenste onschuldige einddoel leidt. Veelal wordt geconstateerd dat een afbraakproces wél op gang is gekomen maar bij gebrek aan voedingsstof stokt. Dit leidt tot onvolledige afbraak en een, in potentie, minder stabiele situatie (de afbraakproducten cis-1,2-dichlooretheen en met name vinylchloride zijn beide minder onschuldig en bovendien meer mobiel). Natuurlijke afbraak van VOCl wordt daarnaast nog bemoeilijkt op het moment dat er sprake is van (sterk) stromend grondwater. Als gevolg van de aanwezige dynamiek in het gebied, zoals bestaande en toekomstige WKO’s, maar ook de (tijdelijke) bemalingen / onttrekkingen is in het centrumgebied sprake van een versnelde stroming en, daarmee, vaak van minder effectieve afbraak.

Kwetsbare objecten Door verspreiding kan het verontreinigde grondwater een bedreiging vormen voor beschermde gebieden en kwetsbare objecten (Circulaire bodemsanering). De beschermde gebieden zijn vastgelegd in het Nationaal Register Beschermde Gebieden. Alleen, op grond van Europese regelgeving, beschermde gebieden zijn opgenomen in dit register. Het betreft bijvoorbeeld beschermde natuurgebieden, zwemwaterlocaties, schelpdierwateren en waterlichamen waaruit onttrekking voor menselijke consumptie plaatsvindt. Voor kwetsbare objecten bestaat geen vastgesteld of strak omlijnd register. De gemeente Eindhoven kan te beschermen kwetsbare objecten uiteraard wel vrijwillig vastleggen. Het kan hierbij gaan om de te beschermen grondwaterfuncties zoals drinkwater of industriële onttrekkingen voor menselijke consumptie, (strategische) watervoorraden, maar ook om natuurplassen waar, eventueel, in een kwelsituatie risico zou kunnen ontstaan voor het ecosysteem. Om te voorkomen dat verspreiding mogelijk leidt tot negatieve effecten is het noodzakelijk om naast de grenzen van het beheergebied ook de monitoringslocaties en -frequenties en de beheers- en beheermaatregelen af te stemmen op de ligging van deze gebieden en objecten.

Vooralsnog wordt rekening gehouden met de navolgende vastgestelde beschermde/kwetsbare objecten: • De IJzeren Man en de Karpendonkse Plas, gelegen in de noordoosthoek van Eindhoven, als onderdelen van het Nationaal Natuurnetwerk; • De Dommel, vallend onder de KRW-oppervlaktewaterlichamen; • Het 2e watervoerende pakket als strategische drinkwatervoorraad;

projectnummer

datum

20797.4197

5 mei 2021

16

Gebiedsplan Gebiedsgericht Grondwaterbeheer Eindhoven-Centrum

•

Gebieden met kwelsituatie of zeer ondiepe grondwaterstand, zie figuur 6. In deze figuur zijn de relevante kwelgebieden / laaggelegen gebieden zichtbaar als ‘donkerblauw’. Duidelijk is dat de gebieden in de directe nabijheid van De Gender en De Dommel gelegen zijn.

Figuur 6 Overzichtstekening grondwaterstanden (ten opzichte van maaiveld) in het centrumgebied

Ondergronds bouwen Ondergronds bouwen creëert ruimte onder het maaiveld. Zandgronden met lage grondwaterspiegels zijn geschikter voor de realisatie van ondergrondse bouwwerken dan kleien veengronden met hoge grondwaterspiegels. Eindhoven specifiek De toenemende drukte boven de grond zorgt voor een intensivering van het ruimtegebruik in de bovengrond en stimuleert de inzet van ondergrondse oplossingen voor ruimte vragende activiteiten zoals parkeergarages, fietsenstallingen, afvalcontainers en kelders. Daarnaast liggen ook kabels, leidingen en rioleringen standaard ondergronds. Ze liggen vooral onder trottoirs en wegen zodat ze bij calamiteiten relatief makkelijk toegankelijk zijn. Bij werkzaamheden in het kader van zowel aanleg als onderhoud moet over het algemeen gegraven worden.

projectnummer

datum

20797.4197

5 mei 2021

17

Gebiedsplan Gebiedsgericht Grondwaterbeheer Eindhoven-Centrum

Figuur 7 Overzichtstekening diverse ondergrondse bouwwerken in het centrumgebied

Ondergronds bouwen betekent rekening houden met grondwateronttrekkingen (zowel permanente bestaande onttrekkingen als tijdelijke bemalingen bij aanleg), grondwaterstromen, grondwaterstanden, verontreinigingen in de bodem, andere ondergrondse bouwwerken en warmtekoude-opslagsystemen. Indien een ondergronds bouwproject grondwateroverlast of –onderlast kan veroorzaken, kan de gemeente eventueel compenserende maatregelen opleggen. Dimensies gebied Eindhoven -Centrum Op basis van de in de vorige paragrafen beschreven informatie is het Beheergebied gedefinieerd. Dit Beheergebied omvat een groot deel van het centrum van Eindhoven. Bij de afbakening ervan is getracht zo veel als mogelijk aan te sluiten bij hydrologisch (De Dommel) of infrastructureel (binnenste / buitenste Ringweg) goed te onderscheiden elementen. Verdere overwegingen zijn: • het buiten het Beheergebied houden van het Strijpgebied. Voor de aanpak van de in het Strijpgebied gelegen grondwaterverontreinigingen zijn separate afspraken gemaakt en geldt reeds een gebiedsgerichte aanpak;; • het binnen de grenzen opnemen van alle relevante VOCl-verontreinigingen (behoudens Strijpsestraat / Den Bult; die wordt op korte termijn binnen het reguliere Wbb-spoor aangepakt) zoals die momenteel bekend zijn.

Hierbij is er naar gestreefd het gebied niet groter te maken dan strikt noodzakelijk; • het omvatten van de meest relevante dynamische ontwikkelingen in het centrumgebied met verwacht effect op het grondwater. Hieronder vallen bestaande en toekomstige WKO-installaties, ondergrondse bebouwing en (tijdelijke) bemalingen; • het omvatten van het verwachte verspreidingsgebied dat als gevolg van de natuurlijke stroming en dynamiek (m.n. WKO), ondanks bronaanpak, mogelijk beïnvloed zal worden. Modelberekeningen grondwater In opdracht van de GGB-beheerder is een specialistisch grondwatermodel opgesteld waarmee zowel grondwaterstromings- als stoftransportberekeningen zijn uitgevoerd.

projectnummer

datum

20797.4197

5 mei 2021

18

Gebiedsplan Gebiedsgericht Grondwaterbeheer Eindhoven-Centrum

De resultaten van deze berekeningen zijn gebruikt om het gebiedsbeheer inhoudelijk op te baseren en vormen de grondslag voor zowel de omvang van het Beheergebied, de bijbehorende monitoringsinspanning en alle onderliggende keuzes. De belangrijkste input voor dit Gebiedsplan vormen: • grondwaterstromingsberekeningen uitgevoerd voor een periode van 10, 25 en 50 jaar vanaf nu; • stoftransportberekeningen uitgevoerd voor de meest kritische, want meest mobiele, parameter (Vinylchloride) voor een periode van 25 jaar vanaf nu. Visualisaties van de meest relevante uitkomsten van beide soorten modelberekeningen voor diverse bodemlagen zijn opgenomen in bijlage 1. Modelberekeningen zijn per definitie een simulatie van de werkelijkheid en laten de verwachte ontwikkelingen in de toekomst zien, maar zijn geen vaststaande waarheid. Zeker in deze situatie waarin toekomstige activiteiten in de ondergrond een groot en gegarandeerd, maar ook nu onbekend, effect op de modelberekeningen gaan hebben. Met het model is daarom een gevoeligheidsanalyse uitgevoerd op basis van meer positieve dan wel meer negatieve inschattingen. Op basis van deze bandbreedte is het gebiedsbeheer ontworpen en in onderhavig Gebiedsplan beschreven.

Voor een volledige weergave van de gehanteerde uitgangspunten, uitgevoerde modelberekeningen en de resultaten wordt verwezen naar het separaat opgestelde rapport (“Geohydrologische modelstudie, Centrumgebied e.o. te Eindhoven (GGB)”, Geofoxx, document 20190825_b1RAP, d.d. 17 maart 2020). Het uiteindelijk bepaalde gebied is in figuur 8 weergegeven. In bijlage 2 is een grotere versie van het Beheergebied opgenomen.

Figuur 8 Dimensies Beheergebied Eindhoven-Centrum

Het gehele gebied omvat ca. 7,5 km2 en heeft een omtrek van 13,5 km.

projectnummer

datum

20797.4197

5 mei 2021

19

Gebiedsplan Gebiedsgericht Grondwaterbeheer Eindhoven-Centrum

Gebiedsindeling De resultaten van de uitgevoerde grondwatermodelberekeningen zijn bepalend geweest voor de Beheergebiedsgrenzen, zowel in horizontale als verticale richting. In onderstaande paragraaf wordt een nadere toelichting gegeven op de gedefinieerde grenzen. Horizontale gebiedsgrens Binnen het totale gebied is – horizontaal – sprake van een tweedeling: • Het Beheergebied (het rood omlijnde gebied in figuur 8). Dit omvat het gehele gebied, inclusief het noordelijke en noordoostelijke deel tot de buitenring. De noordelijke – stroomafwaartse – begrenzing van het Beheergebied is gedimensioneerd op de modelmatig bepaalde verspreiding (zonder additionele beheersof saneringsactiviteiten) van het grondwater in een periode van ca. 50 jaar. Dit gebied is de procedureel vastgestelde maximale omvang van het gebied waarvoor het Gebiedsplan geldt; • Het Doelgebied (het groen omlijnde gebied in figuur 8). Dit omvat het gehele gebied waarbinnen verspreiding van de aangetoonde VOCl-verontreinigingen is toegestaan. Het omvat het gehele gebied behoudens het deel buiten de binnenring. Het is nadrukkelijk de wens om de verspreiding van de verontreinigingen tot dit gebied te beperken. Daarmee wordt het grondwatervolume dat mogelijk licht verontreinigd raakt (dit noemen we ‘vergrijzing’) in de toekomst zoveel mogelijk beperkt.

Uit de modelberekeningen blijkt dat de zuidwest zijde van de TU/e een strategisch centraal punt is, in stroomafwaartse richting van een groot deel van de aanwezige grondwaterverontreinigingen. Daarom wordt dit punt naast de twee bovengenoemde grenzen nauwlettend in de gaten gehouden. Verticale gebiedsgrens Naast een horizontale gebiedsgrens is ook gekozen voor een verticale zonering omdat de strategische doelstellingen voor de kwaliteit van het grondwater boven en onder de 1 e scheidende laag (aanwezig op ca. 90 m -mv) sterk verschillen: • Boven de 1e scheidende laag (behorend bij de formatie van Sterksel), in het 1 e watervoerende pakket (WVP), is het beleid gericht op het faciliteren van stedelijke ontwikkelingen en het opheffen van knelpunten die het gevolg zijn van de aanwezigheid van de verontreinigingen; • Onder de 1e scheidende laag, in het 2e WVP, is het beleid gericht op het veilig stellen van de waterkwaliteit ten behoeve van menselijke consumptie (Strategische drinkwatervoorraad). De verticale zonering biedt de beste mogelijkheid om de ondergrond optimaal te benutten en tegelijkertijd de bescherming van (toekomstige) grondwaterwinning te garanderen. De maximaal toegestane concentraties aan verontreiniging binnen het Beheergebied liggen namelijk duidelijk boven de maximale toegestane waarden ten behoeve van (potentieel toekomstige) drinkwaterwinning.

projectnummer

datum

20797.4197

5 mei 2021

20

Gebiedsplan Gebiedsgericht Grondwaterbeheer Eindhoven-Centrum

Verticaal zijn op grond van bodemopbouw en beïnvloeding van grondwaterstroming (oppervlaktewater, WKO’s), binnen het gekozen Beheergebied, meerdere lagen herkenbaar, te weten: • Deklaag van 0 – ca. 25 m -mv met 2 te onderscheiden lagen: o Bovenste deel van de deklaag (tot ca. 12 m -mv). Fijn, plaatselijk matig grof zand met op enkele dieptes een dunne lemige of siltige laag, onder directe invloed van oppervlaktewater; o Onderste deel van de deklaag (12 tot ca. 25 m -mv). Fijn zand met beduidend meer leem- en siltlagen en een sterke gelaagdheid, eveneens onder invloed van oppervlaktewater; e • Het 1 WVP van ca. 25 m -mv – ca. 90 m -mv , waarin ook 2 lagen worden onderscheiden: o De 1e etage (25 tot ca. 62 m -mv). Fijn tot matig grof zand, onder invloed van alle aanwezige WKO’s, geen invloed van oppervlaktewater; o De 2e etage (62 tot ca. 90 m -mv). Matig tot grof zand, plaatselijk grind, onder beperkte invloed van een select aantal diepe WKO’s; e • De 1 scheidende laag op ca. 90 m -mv. Deze heeft een gemiddelde dikte van ca. 5 – 10 meter en bestaat in hoofdzaak uit klei. De 1e scheidende laag is de enige barrière tussen het 1e en 2e watervoerende pakket en vormt in die zin de natuurlijke bescherming van de strategische drinkwatervoorraad.

Aantasting van deze scheidende laag (doorboren etc.) is onwenselijk, vandaar dat deze laag wordt aangehouden als verticale begrenzing van het Beheergebied. In verband met eenduidigheid wordt de ondergrens van het Beheergebied daarom vastgelegd op ca. 90 m -mv (oftewel 70 m -NAP). De verwachting is dat in de nieuwe provinciale verordening de op dit moment algemeen geldende ondergrens van 80 m -mv voor open bodemenergiesystemen (OBES) wordt vervangen door een meer locatiespecifieke maximale boordiepte, afgestemd op de bovenkant van deze 1e scheidende laag. Doordat de verticale begrenzing van het Beheersgebied in dit Gebiedsplan op 90 m -mv is gelegd, kan deze (mogelijke) verruiming van boordiepte voor OBES ook daadwerkelijk benut gaan worden.

projectnummer

datum

20797.4197

5 mei 2021

21

Gebiedsplan Gebiedsgericht Grondwaterbeheer Eindhoven-Centrum

3

Analyse belangen

Een Gebiedsplan voor het grondwater heeft impact op ruimtelijke ontwikkelingen waarbij ingrepen in de ondergrond plaatsvinden. Ook kan deze van invloed zijn op taken en belangen die derden hebben in relatie tot het grondwater. In voorgaande paragrafen is hiervan een beschrijving opgenomen. Door in de gebiedsaanpak deze zaken, zo mogelijk, als uitgangspunt te hanteren kan een voor meerdere partijen acceptabele of zelfs gunstige oplossing voor ondergrondopgaven worden ontwikkeld. Voor de hier beschreven gebiedsaanpak zijn onderstaand de partijen en belangen geïdentificeerd die bij de gebiedsaanpak zijn meegenomen. Hierbij is aangegeven welke uitgangspunten zijn gehanteerd bij de inpassing van deze partijen en hun belangen om eventuele belemmeringen voor een doelmatige gebiedsaanpak weg te nemen in de uitwerking daarvan. Probleemhouders bodemverontreinigingen De gemeente Eindhoven is de belangrijkste probleemhouder van de aanwezige “grootschalige VOCl-grondwaterverontreinigingen” (andersoortige (niet-VOCl) verontreinigingen maken geen onderdeel uit van het Gebiedsgerichte Beheer). In het gebied zijn meerdere grootschalige en mobiele bronnen en pluimen aanwezig. Onder invloed van de natuurlijke grondwaterstroming verspreiden deze verontreinigingen zich in noordelijke, c.q. noordoostelijke richting.

Als gevolg van de verschillende historische onttrekkingen, variatie daarin en huidige WKO-installaties zijn deze verontreinigingspluimen meer “uitgewaaierd”. Een gebiedsgerichte aanpak biedt voor de gemeente voor deze verontreinigingen een doelmatige en kostenefficiënte oplossing. Naast de gemeente is - voor zover bekend – binnen het Beheergebied alleen Signify een probleemeigenaar met de locatie De Witte Dame. Deze verontreiniging, of pluim daarvan, maakt vooralsnog geen onderdeel uit van dit Gebiedsplan en hiervoor blijft derhalve het bestaande Wbb instrumentarium van toepassing. Het is mogelijk om deze of andere gevallen van bodemverontreiniging met VOCl, die zich binnen het Beheergebied bevinden, in de toekomst alsnog toe te voegen aan de gebiedsgerichte aanpak (Wbb art. 55g, sub 2). Hiermee wordt bedoeld dat deze partijen ten aanzien van de aanpak van een grondwaterverontreiniging kunnen aansluiten bij het Gebiedsgerichte Beheer inclusief de kaders die hiervoor zijn opgesteld. De aanpak van een eventuele bron blijft – in principe – de verantwoordelijkheid van de initiële probleemhouder. In dat geval kan het resultaat zijn dat een bron actief wordt aangepakt, waarna een resterende grondwaterverontreiniging middels het Gebiedsgerichte Beheer wordt beheerd. De partijen dienen in dat geval een financiële bijdrage te leveren ten behoeve van de gebiedsgerichte aanpak.

Hiervoor moet een afkoopovereenkomst (maatwerk) worden opgesteld. De GGB-beheerder kan er voor kiezen de verantwoordelijkheid voor de aanpak van een bron onder bepaalde voorwaarden, bijvoorbeeld financiële compensatie of gedeeltelijke bronaanpak, over te nemen. Dit wordt op individuele basis beoordeeld. Permanente grondwateronttrekkingen De drinkwaterwinning Aalsterweg en haar 25 jaars-beschermingszone bevinden zich geheel bovenstrooms buiten het Beheergebied. De winning is van invloed op de grondwaterstroming

projectnummer

datum

20797.4197

5 mei 2021

22

Gebiedsplan Gebiedsgericht Grondwaterbeheer Eindhoven-Centrum

in het gebied, maar andersom wordt geen invloed van de gebiedsgerichte aanpak op de winning verwacht. Bodemenergiesystemen Open systemen Zowel binnen als buiten het Beheergebied liggen diverse open WKO-systemen, zie ook paragraaf 2.4. Het merendeel daarvan bestaat uit doubletten, die door hun werking en ligging tot een sprong in de verspreiding van de verontreiniging zouden kunnen leiden. Een aantal verontreinigingen ligt naar verwachting en op basis van de gemodelleerde verspreiding (zie par. 2.9) al binnen de invloed van nabijgelegen WKO’s. De meest relevante daarvan zijn de WKO’s van de Lichttoren en van de Admirant, beide dicht nabij De Witte Dame. Het effect van deze WKO’s is eveneens gemodelleerd. Er zijn echter vooralsnog geen daadwerkelijke kwaliteitsgegevens bekend van het grondwater dat door deze WKO-systemen wordt rondgepompt. Indien een grondwaterverontreiniging nog niet tot een WKO reikt maar zich in de toekomst wél verplaatst tot binnen het invloedsgebied daarvan (hetzij door natuurlijke stroming hetzij door verspreiding die met de gebiedsaanpak mogelijk wordt gemaakt) dan kan dit leiden tot extra verspreiding. Op dat moment zal de beheerder van een dergelijk systeem voordeel hebben bij een gebiedsaanpak omdat die een dergelijke extra verspreiding kan toestaan (binnen zekere kaders).

Gezien de relatief lage gehalten aan VOCl in het 1e WVP zijn er geen risico’s voor aantasting van de PVC-leidingen die in dergelijke WKO-systemen zijn toegepast. Deze risico’s treden pas op bij VOCl-gehalten boven enkele milligrammen per liter. De gehalten in het watervoerende pakket binnen de gebiedsgrens liggen ruim beneden dit niveau. Wél zal eventueel sprake kunnen zijn van aanvullende V&G-maatregelen bij onderhoud aan de WKOinstallaties. Binnen de kaders van de gebiedsaanpak zal het belang van de WKO-systemen ook in de toekomst geborgd worden. Ook bij de implementatie van nieuwe WKO’s dient rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van de verontreinigingen in het grondwater (materiaalkeuze, veiligheidsmaatregelen bij aanleg en onderhoud, potentiële verspreiding). Gesloten systemen De aangetroffen VOCl-verontreinigingen reiken op meerdere plaatsen tot diep in het 1e WVP. Bescherming van het 2e WVP vereist gegarandeerde scheidende werking van de 1e scheidende laag. Dit impliceert dat binnen het Beheergebied aantasting van de scheidende werking en daarmee aanleg van diepe warmtebronnen (> 70 m -NAP, ca. 90 m -mv) in principe niet toegestaan is. Een eventueel voornemen hiertoe dient te allen tijde te worden kortgesloten met de GGB-beheerder, de gemeente Eindhoven. Regie op toekomstige ontwikkelingen m.b.t.

WKO-systemen De modellering (zie paragraaf 2.9) heeft aangetoond dat de ligging van de warmte en koude bronnen van een WKO ten opzichte van de grondwaterstroming in een aantal gevallen een direct en bepalend effect heeft op de potentiële verspreiding van de grondwaterverontreiniging (zowel horizontaal als verticaal). Deze conclusie maakt dat het noodzakelijk is om de ruimtelijke plaatsing van toekomstige WKO-systemen binnen het Beheergebied te kunnen regisseren.

projectnummer

datum

20797.4197

5 mei 2021

23

Gebiedsplan Gebiedsgericht Grondwaterbeheer Eindhoven-Centrum

Onderhavig Gebiedsplan geeft te weinig mogelijkheden om goed op deze WKOontwikkelingen te kunnen sturen. Voor een goede en doelmatige uitvoering van het Gebiedsbeheer is een Masterplan WKO een goede optie. Met een dergelijk Masterplan wordt, naast een goede bijdrage aan het Gebiedsbeheer, tevens zorg gedragen voor het genereren van maximaal rendement uit de ondergrond in het kader van de komende energietransitie. De tot nu toe geldende regel “wie het eerst komt die het eerst pompt” heeft namelijk gezorgd voor versnipperde en min of meer ongecontroleerde aanleg met in elk geval niet voldoende oog voor mogelijke interferentie en eventuele toekomstige initiatiefnemers. In een Masterplan WKO worden bijvoorbeeld preferente gebieden voor warmte en koude geïdentificeerd en worden regels gesteld aan mogelijke collectiviteit, positionering en dimensionering (afstemming van de vergunning op de daadwerkelijke vraag). Tijdelijke grondwateronttrekkingen Bij de realisatie van werken waarbij grondwater moet worden opgepompt moet vaak rekening worden gehouden met aanwezige grondwaterverontreinigingen. Om verplaatsing van verontreinigingen te voorkomen zijn kostbare compenserende maatregelen noodzakelijk en moet rekening worden gehouden met het doorlopen van diverse benodigde procedures.

Bij de toepassing van GGB is dit niet meer nodig, mits met de GGB-beheerder alternatieve afspraken gemaakt worden en het Gebiedsbeheer niet bedreigd wordt. De initiatiefnemers hebben daarom baat bij de implementatie van de gebiedsgerichte aanpak. Gezien de voorgenomen nieuwbouw- / renovatieplannen, de stedelijke dynamiek en de diepte van het grondwater mag verwacht worden dat er in de komende jaren veel grote en kleine projecten in uitvoering komen waarbij bemalingen nodig zijn (bouw, ondergronds parkeren, infrastructuur, et cetera). Oppervlaktewaterbeheer De Dommel, waarvan Waterschap De Dommel de beheerder is, vormt een deel van de oostelijke grens van het beheergebied. Er is in de huidige situatie sprake van een kleine “natuurlijke lozing”, afkomstig van locatie 14, Bleekstraat. Uit de verrichte modelberekeningen blijkt dat in de toekomst de mogelijkheid bestaat dat de pluimen vanuit locatie 17, Kerkstraat en locatie 11/12, Kruisstraat, de Dommel zullen bereiken. Het Wettelijke kader voor dergelijke lozingen wordt gegeven door de Europese Kaderrichtlijn Water. Deze richtlijn is gericht op het voorkomen en beperken van verontreiniging in het watersysteem. Ook voor dit Gebiedsplan wordt van dit voorzorgbeginsel uitgegaan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11743208/1