Bijlage 1 - Concept Gebiedskader Vaartbroek
Tekst van het document
In hun werk is anonimiteit voor hun doelgroep juist wel gewenst.
Elk stadsdeel dient een deel van de stedelijke opgave omtrent maatschappelijke opvang te dragen. Zo ook Woensel-Noord. Voorkom echter stapeling van maatschap pelijke opvanglocaties van kwetsbare groepen die overlast kunnen veroorzaken. Duurzaamheid: Integreer duurzame ontwerpprincipes zoals groene energie, waterbeheer en afval vermindering om de ecologische voetafdruk van de buurt te minimaliseren en de leefbaarheid op lange termijn te waarborgen. Sociale cohesie: Stimuleer sociale interactie en betrokkenheid door het creëren van gemeenschaps ruimtes, recreatiemogelijkheden, evenementen en activiteiten die de onderlinge band tussen bewoners versterken. Denk daarbij als voorbeeld aan: ▪ De routing van thuiskomen die ontmoeting van buren stimuleert. ▪ Programmering van het park dat (toevallige) ontmoeting bevordert. ▪ Ontmoetingsmogelijkheden voor de opgroeiende jeugd. Toegankelijkheid: Zorg ervoor dat de buurt toegankelijk is voor mensen van alle leeftijden en mobiliteitsniveaus door het bevorderen van fiets- en voetgangersvriendelijke infrastructuur en voorzieningen voor mensen met een beperking. ▪ Toegankelijkheid en bereikbaarheid voor hulpdiensten is cruciaal. ▪ Goede balans tussen toegankelijkheid en beweging stimuleren: Aantrekke lijk ontworpen trappen zijn een goede manier om beweging te stimuleren in plaats van de lift te gebruiken.
Beheer en onderhoud: Stel een duidelijk plan op voor het beheer en onderhoud van de openbare ruimtes, groenvoorzieningen en voorzieningen om de kwaliteit van de leefomgeving op lange termijn te waarborgen. Wellicht is het daarnaast mogelijk om bewoners van dit gebied, blijvend te betrekken bij het onderhoud van de groenvoorzieningen in dit gebied.
GEBIEDSKADER VAARTBROEK | 35
CG emeentelijke maatregelen en haalbaarheid
GEBIEDSKADER VAARTBROEK | 36
A. Maatregelen De maatregelen, die de Gemeente gaat treffen, om de geformuleerde doelstellingen voor de fysieke leefomgeving in Vaartbroek te bereiken zijn: 1. Na vaststelling van het kader wordt een plankostenbrief opgesteld, waarin onder an dere wordt aangegeven dat de initiatiefnemer(s) verantwoordelijk is voor de realisatie van de ontwikkeling. De gemeente is verantwoordelijk voor de herinrichting van het Amandelpark. Deze verantwoordelijkheidsverdeling kan bijvoorbeeld via een intentie- of samenwerkings overeenkomst (IOK of SOK) tussen initiatiefnemer en gemeente worden vastgelegd. 2. De gemeente faciliteert en draagt bij aan het bereiken van de ambities voor dit gebied door actief te sturen op de (her)inrichting en het (uiteindelijke) beheer van de open bare ruimte binnen de grenzen van het gebiedskader. Een goed functionerende en kwalitatieve openbare ruimte is van groot belang (zie ook Deel B, hoofdstuk 4). 3. Nadere uitwerking van projectafspraken, waaronder afspraken over kostenverhaal (welke toerekenbaar of verhaalbaar zijn op de gebiedsontwikkeling), worden vervol gens in een anterieure overeenkomst uitgewerkt. De afspraken met de initiatiefne mer(s) en gemeente (bv via IOK of SOK) worden als bijlage aan de anterieure overeen komst toegevoegd.
Kosten In deze fase van de gebiedsontwikkeling kunnen er nog geen concrete uitspraken gedaan worden over de investeringen in het (openbaar) gebied en dus ook nog niet over de hoogte van de kosten hiervan . Het Amandelpark is openbaar gebied en valt onder de verantwoordelijkheid van de gemeente. De herinrichting van het Amandelpark wordt in een volgende fase (na vaststelling gebiedskader) verder uitgewerkt en ter besluitvor ming aan het college van burgemeester en wethouders voorgelegd.
Als standaard uitgangspunt geldt dat de volgende kosten verhaald dienen te worden (conform Omgevingswet) op de initiatiefnemer(s): Plankosten: Dit betreft de gemeentelijke- plan en apparaatskosten of externe onderzoekskosten in opdracht van de gemeente die toe te rekenen zijn aan de plannen van de initiatiefnemer(s); Gebiedskosten: Dit betreft kosten die samenhangen met de gebiedsontwikkeling en grotendeels hier aan toe te rekenen zijn, maar ook deels aan de bestaande stad. Het betreft o.a. herinrichting openbaar gebied direct rondom de bouwplannen en bestaande gebouwen. Het deel dat aan de bestaande stad wordt toegerekend kan niet worden gefinancierd via kostenverhaal voor deze gebiedskosten. Nog bepaald dient te worden welk deel toegerekend kan worden aan de initiatiefnemers. Afdracht bovenplanse investeringen: Dit betreft een uniforme afdracht voor alle initiatiefnemers van bouwprojecten in Eindhoven en wordt verhaald volgens de kaders van het Programma Bovenplanse Investeringen. De afdrachten komen in de Reserve Bovenplanse Investeringen. In hoeverre de investeringen die gedaan worden in deze gebiedsontwikkeling aanspraak kunnen maken op bedragen uit deze Reserve is nog onbekend, dit betreft een integrale afweging door de raad bij de kadernota en/of begroting en hangt af van het bovenplanse karakter van de investe ringen.
B. Beoordeling mogelijke milieu-effecten Op basis van het omgevingsbesluit is er voor deze ontwikkeling een planmer-beoorde ling uitgevoerd. Op basis van een kwalitatieve beoordeling van de milieuthema’s wordt gesteld dat er geen belangrijk nadelige milieugevolgen worden verwacht met de ont wikkelingen die het gebiedskader Vaartbroek mogelijk maakt. Vanwege de kwalitatieve aard van deze mer-beoordeling zal een concreet ruimtelijk initiatief middels onderzoek moeten onderbouwen of er sprake is van nadelige milieu-effecten.
GEBIEDSKADER VAARTBROEK | 37
Een aantal van de potentiële effecten kan zijn:
C. Globale toets op haalbaarheid
1. Stikstof De verwachting is dat het gebiedskader en de daarin mogelijk gemaakte ontwikkelin gen leiden tot belemmeringen voor stikstof. Maar door de ruimte die het gebiedskader geeft en daarmee de onzekerheid van de ontwikkelingen, is dit nu niet met zekerheid te stellen. Het feit is dat er momenteel weinig stikstofruimte beschikbaar is in Bra bant en dat er verwacht wordt dat de stikstof uitstoot zal toenemen door het gebieds kader, zowel door de bouw als door extra verkeer. Voor concrete uitwerkingen van ruimtelijke ontwikkelingen (wanneer sprake is van bestemmingsplanwijzigingen of omgevingsvergunningaanvragen) dient de stikstof depositie op Natura 2000 te zijner tijd nader te worden onderzocht.
2. Luchtkwaliteit De herontwikkeling van Vaartbroek kan, door de toename van woningen en overi ge functies, leiden tot meer stikstofuitstoot in de aanleg- en de gebruikersfase. De inbreiding, transformatie en uitbreiding kan tijdelijk resulteren in een verslechtering van de luchtkwaliteit vanwege de emissie door de inzet van materieel. Daarnaast kan de extra woningbouw ook structureel meer verkeer opleveren wat een effect kan hebben op de concentraties fijnstof en stikstofdioxide in de gemeente. Gelijktijdig zet het gebiedskader ook in op klimaatneutrale en klimaatbestendige leefomgeving en duurzame mobiliteit. Met de voorgenomen ontwikkeling zal de verkeersaantrekkende werking richting het gebied naar verwachting toenemen. Er zal per initiatief in het gebied Vaartbroek onderzoek moeten worden gedaan naar de luchtkwaliteit om te bepalen of dit aspect een belemmering vormt.
3. Archeologie Vanwege de hoge verwachtingswaarde is het thema archeologie een aandachtspunt, maar gezien het huidige gebruik en de geroerde grond zal onderzoek moeten uitwij zen of archeologie voor initiatieven daadwerkelijk een belemmering vormt.
De ideeën en ambities evenals de randvoorwaarden rond de ontwikkeling van dit gebied zijn dusdanig, dat een haalbare business case niet vanzelfsprekend is. De wens en het streven om Vaartbroek te gaan ontwikkelen is dusdanig dat extra kansen en mogelijk heden moeten worden onderzocht, zodat financiële afwegingen door ontwikkelende partijen kunnen worden gemaakt. Het gaat om keuzes over o.a. de parkeeroplossing, maar ook over het programma en de doelgroep, bv het toevoegen van senioren (zorg) woningen, starters , woning delen e.d. om het aantal toe te voegen woningen mogelijk te maken (85% betaalbaar is en blijft een randvoorwaarde). Er zijn wellicht kansen op subsidie bijdragen, bijvoorbeeld in de vorm van een WBI-sub sidie, die nog bekeken moeten worden. Uiteindelijk is het aan de ontwikkelende partijen om te bepalen welk financieel risico ze durven te nemen. Door gefaseerd te ontwikkelen kunnen financiële risico’s b.v. over een bepaalde periode worden verspreid. Tegelijkertijd is de impact van het aantal woningen (circa 1.000) een uitdaging voor de verkeersafwikkeling van het gebied. De verkeersintensiteit op delen van de bestaande wegenstructuur is nu al hoog en op sommige kruispunten is er weinig tot geen restca paciteit. De bereikbaarheid en verkeersafwikkeling moet worden geborgd en samen met de verkeersafwikkeling nader worden uitgewerkt in een mobiliteitsplan.
Daarin moet duidelijk worden gemaakt in hoeverre kan worden voldaan aan de mobiliteitseisen om het totale programma ruimtelijk te kunnen realiseren, en welke (infrastructurele) maat regelen daarvoor nodig zijn. Met betrekking tot het collectief parkeren is de aanwezigheid van een of meer parkeer hubs in het gebied randvoorwaardelijk. De ontwikkeling en exploitatie van deze par keerhubs vraagt nog aandacht. Er zijn meerdere scenario’s mogelijk, wellicht met ook een rol voor de gemeente. Wat die rol is wordt niet alleen voor Vaartbroek, maar voor meerdere gebieden in de stad bekeken.