Bijlage 1 - Clusterpaspoort Cluster 1A
Tekst van het document
zijn naar wens onderling te koppelen. De diameter van de aansluitleidingen van de groe bodembronnen (sectie E tot en met sectie I) zijn ook gegeven in de onderstaande tabel.
Meer oostelijk buiten de kaart zijn extra bronnen beschikbaar. De koppelleiding dient da Aansluiting gebouw 5 en 6; benodigd aantal bronnen is 2,2. Gerealiseerd extra aantal bronnen is 1. Optimaal aantal bronnen is bereikt. Er staan nu 6 gebouwen die in totaal 7 bronnen nodig hebben. Bij individuele aansluiting bedraagt het totale aantal bronnen 9. Het 4 bronnet geeft dus een winst van 2 bronnenparen.
door te lopen over de Professor Dr. Dorgelolaan. Er moet nog exact bekend worden wel energiebehoefte de gebouwen uiteindelijk krijgen. Dan pas zijn de aantallen bronnen
duidelijk in beeld. De nieuwbouw is gekoppeld aan de netten. De bestaande bouw vorm een goede koppelkans.
Bestaande hoogbouw in het gebied die is voorzien (of kan worden voorzien door vergro van radiatoren) van lage temperatuur warmteafgifte kan ook op het systeem worden
aangesloten. De installatie in het gebouw moet daar mogelijk nog op worden aangepast
Welke aanpassingen er nodig zijn moet blijken uit een inspectie. Bij gebleken geschikthe 5 Aansluiting van het bronnet op aquathermie en/of andere bronnen zoals riothermie, energie uit drinkwater of buitenlucht.
kan het gebouw op het bronnet worden aangesloten.
Principeschema zeer lage temperatuur bronnet met WKO. Blauwe bollen zijn De aangegeven plaats van de aansluiting voor aquathermie en andere duurzame bronne koude bronnen, rode bollen zijn warme bronnen. De oranje vijfhoek is de Figuur 2 Principeschema zeer lage temperatuur bronnet met WKO. Blauwe bollen zijn koude bronnen, rode bollen zijn warme de bronnen voor WKO, de leidingen voor het bronnet en de plaats van de technische installatieruimte in de gebouwen waarop het bronnet wordt aangesloten. bronnen. De oranje vijfhoek is de installatieruimte in de gebouwen waarop het bronnet wordt aangesloten.
24
Cluster 1a
20220110 Gebiedsenergieplan Fellenoord Eindhoven 20220110 Gebiedsenergieplan Fellenoord Eindhoven
10
Bronnet Fellenoord Dit collectieve warmte- en koudenet, bronnet genoemd, omvat bodemenergiebronnen (WKO), aangevuld met bijvoorbeeld aquathermie, riothermie en warmte uit de hoofdleiding van het drinkwater. Het aantal bodemenergiebronnen en hun precieze locatie wordt uitgewerkt in de bronnenstrategie Fellenoord. Voor de opslag van energie moet naar een gebiedsgerichte oplossing worden toegewerkt. Om het collectief bronnet te kunnen realiseren, onthoudt de eigenaar/de eigenaren zich van het ontwikkelen en realiseren van een eigen WKOsysteem op eigen terrein en/of in de openbare ruimte. Het is wel toegestaan gebouweigen installaties te ontwikkelen/ realiseren die op het bronnet kunnen worden aangesloten en hierin samen te werken met de beheerder van het bronnet. Er dient zorg te worden gedragen dat zoveel als mogelijk op klimaatneutrale wijze zelf wordt voorzien in de opwekking van de benodigde energie (elektriciteit) voor het functioneren van de gebouweigen installaties, bijvoorbeeld door het aanbrengen van zonnepanelen op gevels en daken. De gemeente streeft ernaar om binnen een jaar na ondertekening van de koopovereenkomst aan de eigenaar/eigenaren een voorstel te doen voor aansluiting op het collectieve bronnet. Technische ruimte In het gebouw wordt energie afgenomen van het bronnet.
Hiervoor dient een technische ruimte te worden gerealiseerd van ongeveer 10 m2, ten behoeve van het plaatsen van een warmtewisselaar voor aansluiting op het bronnet. De technische ruimte ligt bij voorkeur in een parkeergarage of bergingenlaag in de kelder of de begane grond en mag worden gecombineerd met de technische ruimte voor de energie-opwek, -opslag en -distributie installaties. Energie-opwekking De ontwikkelaar kan zelf een installatie met warmtepompen voor de opwekking van bruikbare warmte voor ruimteverwarming, warm tapwater en koeling ontwerpen en realiseren. De voorkeur is hierin samen te werken met
de beheerder van het bronnet. Zij kan tevens een op maat gemaakt aanbod verstrekken voor ontwerp, realisatie en levering van warmte en koude aan woningen en commerciële ruimtes. Ook kan het eigendom en het beheer van deze installatie later door de beheerder van het bronnet Fellenoord worden overgenomen.
De tarieven zijn maximaal marktconform en voldoen aan weten regelgeving (bv. ACM). Als de beheerder van het bronnet Fellenoord de energie-opwekking en -opslag overneemt dan staat hier een nader af te spreken vergoeding tegenover.
Elektriciteit Op het gebouw wordt elektriciteit opgewekt. Daarvoor wordt een optimaal deel van het dakvlak en een optimaal deel van de gevels gebruikt. Streven is een hoeveelheid PV-panelen van 0,0333 m2 per m2 BVO. Energie-opslag De ontwikkelaar kan zelf de opslag van de benodigde bruikbare warmte voor ruimteverwarming, warm tapwater en koeling voor minimaal 1 dag (24 uur) realiseren of ook hierin samenwerken met de beheerder van het bronnet, om aanbod en vraag naar warmte te optimaliseren. Het eigendom en het beheer van deze opslag wordt later bij voorkeur overgenomen door de beheerder van het bronnet Fellenoord. Aansluiting Het bronnet Fellenoord wordt tot in de technische ruimte aangelegd door de beheerder van het bronnet. De installatie eindigt met een warmtewisselaar met het opgegeven vermogen van de aansluiting. Op de warmtewisselaar zijn afsluiters aangebracht. De afsluiters gebouwzijdig van de warmtewisselaar markeren de grens tussen bronnet Fellenoord en de gebouwinstallatie. Als de beheerder van het bronnet de installatie voor energie-opwekking en -opslag overneemt wordt de grens in overleg nader bepaald. Tarieven Het tarief voor gebruik van energie uit het bronnet Fellenoord bestaat uit: • Eenmalige aansluitbijdrage • Vastrecht per jaar op basis van aangevraagd vermogen • Prijs voor afgenomen GJ warmte • Prijs voor afgenomen GJ koude
Clusterpaspoorten Fellenoord - gemeente Eindhoven [NL]
25
8. Milieuaspecten Voor de gebiedsontwikkeling Fellenoord is een Cumulatienotitie opgesteld. Deze notitie brengt in beeld wat de mogelijke cumulatieve milieueffecten zijn als gevolg van de ontwikkelingen in het gebied Fellenoord. De cumulatienotitie geldt als uitgangspunt voor de op te stellen m.e.r.-beoordeling voor een betreffende ontwikkeling in het gebied Fellenoord.
standaardwaarde mag worden verondersteld dat inpassing van het plan aanvaardbaar is. Wanneer een grenswaarde wordt overschreden is er sprake van een locatie die normaal niet geschikt is voor de vestiging van een geluidgevoelige bestemming. Uitzonderingen zijn mogelijk en staan specifiek beschreven in het gemeentelijk beleid.
Externe veiligheid Er vindt een toename plaats van het aantal personen in het gebied naast het spoor waar transporten van gevaarlijke stoffen over worden vervoerd. Om de veiligheid te bevorderen moeten er maatregelen worden getroffen om te komen tot een acceptabel veiligheidsniveau: • De meeste veiligheidswinst kan worden behaald door de afstand tot de risicobron te vergroten. De zone van 30 meter tot aan het spoor wordt vrijgehouden van grote groepen personen. • Kwetsbare groepen worden uitgesloten tot 200 meter aan de risicobron. Dit zijn objecten voor scholen, kinderdagverblijven, verzorgingstehuizen etc.
Bij plannen met geluidbelastingen in de bandbreedte tussen standaardwaarde en grenswaarde moet er een nadere afweging worden gemaakt in hoeverre bron- en/ of overdrachtsmaatregelen kunnen worden getroffen om de geluidbelastingen te beperken. Voorbeelden van bronmaatregelen zijn een stiller wegdek en een verlaging van de snelheid bij auto’s. Geluidschermen en geluidwallen zijn voorbeelden van overdrachtsmaatregelen.
Geluid De normstelling voor geluid is geregeld in de Omgevingswet, het Besluit kwaliteit leefomgeving en het gemeentelijk geluidbeleid “Geluid in geluidaandachtsgebieden”. De gemeentelijke beleidsnota is vastgesteld op 14 november 2023 en stelt een vergunningplicht in voor de oprichting van nieuwe geluidgevoelige gebouwen in geluidaandachtsgebieden. Het gaat om normen voor milieubelastende activiteiten, (spoor) wegen, industrielawaai en luchtvaart. De normstelling heeft tot doel nieuwe geluidhindersituaties en daarmee gezondheidsschade te voorkomen. Hiermee kan getoetst worden of sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Om dit doel te bereiken worden geluidaandachtsgebieden gedefinieerd, waarbinnen plannen met geluidgevoelige gebouwen moeten worden getoetst aan de normen. Volgens het gemeentelijkbeleid gelden er standaardwaarden en grenswaarden. Bij de
26
Cluster 1a
Voorlopige conclusie Het cluster is gelegen binnen geluidaandachtsgebieden van rail- en wegverkeerslawaai. De geluidbelasting door het wegverkeerslawaai is bij alle plansituaties lager dan in de referentiesituatie, als gevolg van de lagere verkeersintensiteiten en/of de lagere snelheden op de omringende wegen. Echter de geluidsbelasting afkomstig van het wegverkeer overschrijdt de standaardwaarde ter plaatse van alle clusters bij alle plansituaties. Dit betekent dat bij de invulling van het plangebied rekening gehouden moet worden met mogelijke geluidmaatregelen bij de betreffende ontwikkelingen. Bij de verdere planuitwerking op omgevingsplanniveau zal een nader en gedetailleerd akoestisch onderzoek uitgevoerd moeten worden
9. Techniek, conditionering en ondergrond Binnen de gemeente Eindhoven wordt gewerkt conform het vastgestelde Omgevingsprogramma ondergrond. Alle aspecten van de ondergrond die hierin aanbod komen zijn overzichtelijk op een rij gezet in de checklist van de Ondergrond; jan2024_Checklist ondergrondthemas Extern.pdf (eindhoven.nl) Voor de voorbereiding, uitvoering en gebruiksfase van de ontwikkeling dient rekening te worden gehouden met de gemeentelijke verordeningen, gemeentelijk beleid, gemeentelijke handboeken en geldende wet- en regelgeving. Bodemverontreiniging Voor de aanwezige bodemverontreiniging gelden de volgende uitgangspunten: • Voorafgaand aan de ontwikkeling dient het bodemonderzoek te worden uitgevoerd; • Tijdens uitvoering dient er rekening te worden gehouden met de omliggende grondwater verontreinigingen en met het Gebiedsgericht Grondwaterbeheer centrumgebied Eindhoven (Gebiedsgericht Grondwaterbeheer EindhovenCentrum | Gemeente Eindhoven). Kabels en leidingen Voor de bestaande en nieuwe kabels en leidingen gelden de volgende uitgangspunten: • Er dient nadere afstemming plaats te vinden met de gemeente over de ligging van de nieuwe kabels en leidingen tracés zoals deze worden ingericht in het raamwerk.
Op basis van deze afstemming kan het cluster worden vrijgemaakt van bestaande doorgaande kabels en leidingen tracés; • De gemeente Eindhoven bepaalt in overleg met Netwerkbeheerders de ligging van de nieuwe K&L; • De ontwikkelaar dient een KLIC-melding uit te voeren; • Alle kabels en leidingen komen op één punt het gebouw binnen; • Er dient met de bouwplanning en de bouw rekening gehouden te worden met ruimte voor nieuwe kabels- en leidingentracés langs de gevels van gebouwen.
•
•
•
Het t.b.v. de bouw meerdere malen verleggen van kabels en leidingen dient voorkomen te worden. De gemeente draagt zorg voor het kabel- en leidingvrij opleveren van de te verkopen gronden. De kosten voor latere verleggingen t.b.v. de bouw komen voor rekening van de ontwikkeling in het cluster. De voor de ontwikkeling van de clusters benodigde nieuwe of nieuw in te passen transformatorstations (Enexis) zullen inpandig worden gerealiseerd. De traforuimten moeten vanaf de openbare ruimte (straat) bereikbaar zijn.
Riolering Voor de riolering gelden de volgende uitgangspunten: • Het vuil- en regenwaterriool wordt op één punt op een door de gemeente nader aan te geven locatie aangesloten op de gemeentelijke riolering. • De hemelwateraansluitingen mogen hemelwater alleen vertraagd aanleveren (plus een noodoverlaat). • Vuil- en regenwaterriool worden gescheiden aangeleverd tot de erfgrens op een door de gemeente aan te wijzen locatie. • Voorafgaand aan de bouwwerkzaamheden van cluster 1b wordt mogelijk een deel van het nieuwe tracé stamriool van de gemeente Eindhoven omgelegd naar de Pastor Petersstraat. Bij de planontwikkeling en bouw van cluster 1b dient rekening gehouden te worden met het stamriool. U dient in de voorbereiding van uw planontwikkeling hierover actief af te stemmen met de gemeente. In de bouw- en eindsituatie dient het stamriool te allen tijde bereikbaar te zijn voor werkzaamheden aan het riool.
Opsporen van Ontplofbare Oorlogsresten (OOO) • In verdachte gebieden dient voorafgaand aan grondverzet een explosieven onderzoek uitgevoerd te worden, in de vorm van een risicoanalyse (RA) en een detectie onderzoek. Wanneer op basis van onderzoek nietgesprongen explosieven worden aangetroffen worden deze geruimd. De Explosieven Opruimingsdienst Defensie
(EODD) is verantwoordelijk de opruiming en vernietiging van niet-gesprongen explosieven. Archeologie Voor archeologie gelden de volgende uitgangspunten: • Voorafgaand aan de ontwikkeling dient een archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. • Er dient rekening gehouden te worden met de regels over archeologie in het (tijdelijk deel van het) omgevingsplan. Geohydrologie Voor geohydrologisch situatie gelden de volgende uitgangspunten: • Het cluster dient grondwaterneutraal te worden ingericht; • De toekomstige kelders en toe te passen bouwmethoden mogen géén negatieve invloed uitoefenen op de grondwaterstand. Indien dat wel het geval is dient het negatieve effect gecompenseerd te worden. Bij het bepalen van het toekomstige effect van de kelders en bouwmethoden dient niet alleen het werk op het eigen cluster in ogenschouw te worden genomen. De bouwwerken en bouwmethodes van de clusters en de openbare ruimte in de omgeving dienen ook betroken te worden bij de effectbepaling. Het cumulatief effect van de diverse bouwwerken op het grondwater dient door de ontwikkelaar bepaald te worden en wordt door de gemeente integraal bewaakt. • Een uitzondering is als er in de huidige situatie al grondwaterproblemen zijn. In dat geval biedt de ontwikkeling een kans voor verbetering.
• Raakvlakken met de huidige en toekomstige warmtekoude opslag in de bodem moeten worden bepaald met het bodemenergieplan van de gemeente en het collectieve systeem van het Eindhovens Energiebedrijf; • Ontwateringeisen voor woningen/panden is 1,0 meter t.o.v. het maaiveld • Nieuwe parkeerkelders worden aangelegd met daarboven een leeflaag van minimaal 1,5 meter (voor zover deze kelder niet ligt onder het gebouw). • Gezien de aanwezigheid van een bestaande
Clusterpaspoorten Fellenoord - gemeente Eindhoven [NL]
27
parkeergarage onder een groot deel van het cluster, willen we de openbare ruimte vrijhouden van geparkeerde auto’s. Bouw, veiligheid, logistiek en materieel Voor bouw veiligheid, logistiek en het (bouw) materieel gelden de volgende uitgangspunten: • Voor de uitvoering dient een BLVC-kader (bereikbaarheid, leefbaarheid, veiligheid en communicatie) en een bouwlogistiek plan te worden opgesteld. Voor bouwlogistiek geldt daarbij dat er zo min mogelijk bouwverkeer in het gebied is. Hiervoor worden de mogelijkheden om gebruik te maken van een gebiedsgerichte bouwhub verkend. • De bouwlogistiek dient te worden afgestemd met de uitvoering van de andere clusters en het raamwerk openbare ruimte. • Er dient rekening te worden gehouden met de kwetsbare boomzone van bestaande bomen welke worden gehandhaafd. • Opstellen van een BEA (bomen effecten analyse) voor de te handhaven bomen; • Werkzaamheden en de opslag van materiaal en materieel zijn binnen de kwetsbare boomzone niet toegestaan. Tijdelijke situatie • In alle fasen van de ontwikkeling dient aandacht besteed te worden aan de aansluiting van de randen van het cluster op het omliggende gebied.
• In gezamenlijke gesprekken met de projectorganisatie van de gebiedsontwikkeling worden afspraken gemaakt over de aansluiting aan en leefbaarheid van de openbare ruimte/het omliggende gebied tijdens de gefaseerde ontwikkeling / in tijdelijke situaties. Afvalinzameling • Het huidige afvalinzamelingssysteem in het stadscentrum dient binnen het stedebouwkundig concept opgelost te worden. Het plaatsen van ondergrondse afvalcontainers in de openbare ruimte als inzamelmiddel voor huishoudelijk
28
Cluster 1a
(rest)afval in de openbare ruimte is niet langer wenselijk. Dit betekent dat in overleg met en op advies van Cure Afvalbeheer een andere manier van afvalinzameling moet worden toegepast. De initiatiefnemer dient hierover zo snel mogelijk contact op te nemen met de adviseurs van Cure. De gemeente is tegelijkertijd bezig met het ontwikkelen van een nieuw afvalinzamelsysteem (afvalstrategie) voor het centrumgebied. Overige (ondergrondse) objecten • Fundering en overige ondergrondse objecten (damwanden, ankers etc.) dienen binnen kavelgrenzen te worden geplaatst. Indien de gemeente toestemming geeft om bijvoorbeeld een damwand in de openbare ruimte te plaatsen dan dient deze na de bouw te worden verwijderd; • Indien gebruik wordt gemaakt van tijdelijke damwanden moeten deze weer worden verwijderd incl. verankering. Tijdens het inbrengen en verwijderen mag geen schade aan andere objecten optreden. • Na de bouw blijven geen ankers (incl. groutankers) onder de openbare ruimte achter.
10. Samenwerking, participatie en placemaking Om de Ontwikkelvisie Fellenoord tot uitvoering te brengen is samenwerking tussen alle betrokken partijen en op verschillende niveaus nodig. Deze samenwerking kan op een drietal schaalniveaus plaatsvinden. •
•
•
Raamwerk - gebiedsniveau: Op dit niveau is samenwerking van eigenaren en andere stakeholders vereist. Een denkbare optie is om een stichting of vereniging van gebiedseigenaren op te tuigen voor de overall planuitwerking, uitbouw en invulling van het gebiedsconcept. De stichting of vereniging kan ook een regierol pakken rondom activiteiten zoals placemaking, branding etc. Ontwikkelclusters - clusterniveau: Op dit niveau is samenwerking met andere eigenaren binnen hetzelfde cluster nodig voor het opstellen van een collectief stedebouwkundig plan. Eventueel kan ook een collectieve intentieovereenkomst met de gebiedsentiteit worden gesloten. Ook participatie met de omgeving wordt op clusterniveau georganiseerd. Aanleg en beheer van de openbare ruimte binnen de clusters dient in samenwerking met de gemeente te gescheiden. Individueel niveau/kavelniveau: Een lidmaatschap of bijdrage voor een eventuele stichting of vereniging van gebiedseigenaren wordt afgesloten op kavelniveau.
Participatie Wie in Eindhoven ontwikkelt betrekt actief en creatief de omgeving en andere belanghebbenden. Van een initiatiefnemer (plannenmaker) verwachten we dat zij/ hij mensen die daarbij een belang hebben, betrekt bij het uitwerken van de plannen. Dit gebeurt binnen de ontwikkeling Fellenoord op clusterniveau. Dit betekent dat als in een cluster verschillende ontwikkelingen van verschillende eigenaren plaatsvinden samenwerking een vereiste is. Daarom verwachten we dat een participatieplan onderdeel uitmaakt van het proces naar het sluiten van een overeenkomst met de gemeente. En zijn we het met elkaar eens over dat plan. Alle informatie en documenten voor het schrijven van een goed participatieplan staan op de website: Participatie bij bouwplannen en initiatieven | Gemeente Eindhoven Deze aanpak sluit aan bij de participatie strategie welke door het college van B&W wordt opgesteld conform de motie Motie (raadsinformatie.nl) Placemaking Er wordt op diverse manieren en niveaus placemaking toegepast in het hele plangebied, wat zorgt voor een positieve kennismaking met het gebied en aantrekkingskracht naar het gebied. Ook wordt onderzoekend te werk gegaan om uit te vinden welke acties en interventies passen bij het gebied,
de nieuwe stadswijk en de identiteit hiervan. Participatory placemaking wordt ingezet als instrument om erachter te komen wat er leeft. Hierbij zijn omwonenden en gebruikers van het gebied belangrijke stakeholders. De mens staat centraal. Samen gaan doen, ruimte bieden om bijvoorbeeld een markt te organiseren, samenwerken met de lokale gemeenschap (bijvoorbeeld ondernemers uit de buurt, CKE, basisschool etc.). Kom iets halen én wat brengen. Inspiratieboek placemaking en participatie De vraag om te dromen over hoe het gebied er uit gaat zien is makkelijk gesteld, maar de vertaling van het antwoord is minder makkelijk. Het is een uitdaging om de input van betrokkenen, bewoners, gebruikers mee te nemen in de plannen. De gemeente helpt hierbij met het inspiratieboek placemaking en participatie waarmee een begin is gemaakt voor Knoop XL. Dit boek biedt inspiratie en adviezen voor zowel het ontwerp van de (openbare) ruimte en gebouwen als bijvoorbeeld mobiliteitsoplossingen en een toekomstbestendige stad. Met elke partij die gaat ontwikkelen, wordt een sessie (bij voorkeur per cluster) georganiseerd aan de hand van de aanbevelingen in dit boek, met o.a. als doel inzicht te krijgen welke aanbevelingen aansluiten bij de ontwikkellocatie en de mogelijkheden dit verder te integreren in het plan.
Clusterpaspoorten Fellenoord - gemeente Eindhoven [NL]
29
11. Instrumenten planuitwerking en planproces anterieure overeenkomst Het inhoudelijke kader voor deze gebiedsontwikkeling is de Ontwikkelvisie Fellenoord. In hoofdstuk 4 van het ontwikkelkader van deze visie wordt omschreven hoe de uitvoering van de ambities financieel georganiseerd wordt en hoe markt en overheid op deze opgave samenwerken (juridisch-planologisch kader).
Proces planuitwerking Naast de hierboven geschetste instrumenten onderscheidt de gemeente/projectorganisatie een aantal processtappen waarbinnen de planuitwerking voor het ontwikkelcluster verloopt. Dat zijn de volgende: 1.
In dit hoofdstuk worden de concrete instrumenten en het planproces in relatie tot financiën en anterieure overeenkomst verder uitgewerkt. Instrumenten planuitwerking Om de planontwikkeling effectief en efficiënt ter hand te nemen is het van belang dat de markt en de projectorganisatie dezelfde taal spreken en elkaar begrijpen. Daarbij past een gemeenschappelijk kader. Om die reden zijn de volgende instrumenten/planproducten onderscheiden die worden ingezet voor de borging van de inhoudelijke kwaliteit tijdens de initiatieffase en planuitwerking. • Op basis van de ontwikkelvisie, het raamwerk openbare ruimte en dit clusterpaspoort kan de planontwikkeling ter hand worden genomen. Daarbij onderscheiden we een stedebouwkundig Schetsplan, een Voorlopig Ontwerp Stedebouwkundig Plan (VOSP), een Definitief Ontwerp Stedebouwkundig Plan (DOSP) en een Inrichtingsplan (Openbare Ruimte). Voor de opstalontwikkeling onderscheiden we een Schetsplan (bouwplan), een Voorlopig Ontwerp Bouwplan (VO), een Definitief Ontwerp Bouwplan (DO) en vervolgens de aanvraag omgevingsvergunning dan wel een wijziging van het omgevingsplan. • Binnen het raamwerk voor de openbare ruimte, wordt het ontwerp voor de boven- en ondergrond uitgewerkt. Het ontwerp van het cluster dient aan te sluiten op het raamwerk.
• Met een kwantitatief & kwalitatief dashboard wordt het programma in de breedte (wonen, werken, commerciëleen niet commerciële voorzieningen, mobiliteit, energie en klimaat) gemonitord. • In elk geval zullen de plannen worden begeleid en getoetst door een Supervisor of Q Team en de AOKE.
2.
De initiatiefnemer (eigenaar en/of gemandateerd door eigenaar) neemt contact op met de projectorganisatie van de gebiedsontwikkeling over haar initiatief tot ontwikkelen. In het initiatief staat ten minste op schetsplan-niveau de massa volume van het initiatief en het beoogde programma, uitgewerkt en afgestemd op clusterniveau opgenomen. Initiatiefnemer en projectorganisatie zullen op hoofdlijnen verkennen of het project kansrijk is (massa volume, programma en financiën & haalbaarheid) in brede zin en passend binnen de ontwikkelvisie, het raamwerk openbare ruimte en dit clusterpaspoort. Indien na enkele overleggen naar het oordeel van de projectorganisatie blijkt, dat het initiatief kansrijk is wordt een plankostenbrief opgesteld, waarin afspraken worden gemaakt over de verdere uitwerking van het initiatief en waarin initiatiefnemer verklaart de plankosten van de projectorganisatie tot en met het afsluiten van
Kostenverhaal per m² bvo nettotoevoeging (nieuwbouw minus sloop)
2022* wonen sociale huur studenten wonen sociale huur regulier wonen middelduur laag wonen middelduur hoog wonen sociale koop wonen middeldure koop wonen vrije sector kantoren logies TDK-ruimtes commerciële voorzieningen niet-commerciële voorzieningen vastgoed-specials parkeerplaatsen */** dit is (mogelijk) nog aan indexactie onderhevig
30
Cluster 1a
Kostenverhaal Ontwikkelclusters
€ 79 € 47 € 73 € 95 € 85 € 85 € 111 € 69 € 151 € 51 € 82 € 43 € 43 €0
3.
4.
5.
de anterieure overeenkomst voor haar rekening te nemen (werkelijke kosten op basis van bevoorschotting). Uitgangspunt is dat initiatiefnemer verantwoordelijk is voor het opstellen van de planproducten (schetsplan, VO(SP), DO(SP), ontwerp wijziging omgevingsplan/aanvraag omgevingsvergunning voor een Buitenplanse OmgevingsPlan Activiteit (BOPA) en benodigde (milieu)-onderzoeken, (etc.). De projectorganisatie levert input voor deze planproducten en zal deze vaststellen en/of het proces om tot vaststelling van deze producten door het bevoegde gezag te komen begeleiden. Op het moment dat overeenstemming bestaat over VOSP/DOSP, programma en financiën wordt een Anterieure overeenkomst opgesteld om de afspraken over voorgenomen ontwikkeling vast te leggen en het kostenverhaal te verzekeren. De Kostenverhaalsbijdragen die de gemeente/entiteit gaat hanteren zijn toegelicht en bepaald in de Ontwikkelvisie. Deze bestaat uit Kostenverhaal ontwikkelclusters en kostenverhaal Bovenwijks. Zoals omschreven zal de kostenverhaalbijdrage ontwikkelclusters ten minste jaarlijks worden geïndexeerd met de Grond-, weg- en waterbouwindex van het CBS. Indien dit nodig is kunnen deze bedragen ook worden herijkt en geactualiseerd. In onderstaande tabel zijn de actuele bijdragen per functie weergegeven. De betaalde voorschotbedragen (plankostenbrief) worden verrekend.
Kostenverhaal Bovenwijkse Voorzieningen** €0 €0 € 42 € 42 € 42 € 42 € 42 € 42 € 42 € 42 € 42 €0 €0 €0
Totaal kostenverhaal 2022 € 79 € 49 € 115 € 137 € 127 € 127 € 153 € 111 € 193 € 93 € 124 € 43 € 43 €0
6.
7.
8.
Eventuele Grondinbreng door de gemeente/ projectorganisatie vindt plaats tegen marktwaarde (complexwaarde). Op basis van de anterieure overeenkomst worden de plannen vader uitgewerkt en kan een wijziging van een omgevingsplan worden opgesteld dan wel een aanvraag voor een BOPA worden ingediend. De wijziging van omgevingsplan wordt vastgesteld door de gemeenteraad. Een omgevingsvergunning voor een BOPA wordt verleend door het college van B&W (in de meeste gevallen zal hiervoor een bindend advies van de gemeenteraad nodig zijn). Onderdeel van de wijziging van het omgevingsplan dan wel de omgevingsvergunning voor de BOPA is het m.er.-beoordelingsbesluit. Het m.e.r.-beoordelingsbesluit zal in de fase van het ontwerp wijziging omgevingsplan dan wel ontwerp omgevingsvergunning BOPA moeten worden genomen. De resultaten van dit besluit wordt in de wijziging van het omgevingsplan/omgevingsvergunning BOPA opgenomen. In de kader van de procedure wordt overleg gevoerd met de Provincie. De fysieke realisatie van de plannen vindt plaats binnen de kaders van het omgevingsplan & de verleende omgevingsvergunning en de gemaakte afspraken in de anterieure overeenkomst.
Clusterpaspoorten Fellenoord - gemeente Eindhoven [NL]
31
32
Cluster 1a