Bijlage 1 - Clusterpaspoort Cluster 1A
Tekst van het document
Clusterpaspoort Ontwikkelvisie Fellenoord Cluster 1a
Gemeente Eindhoven KCAP
oor
Past
t
traa
rs Pete
Krui
EKC
at
sstra Holiday Inn
1a
Vierlander
ijk chd Bos
oord
n Felle
Inhoudsopgave 1. Introductie
4
2. Ontwikkelingsvisie Fellenoord
6
3. Programma en functies
10
4. Stedebouw
12
5. Mobiliteit
19
6. Klimaat(bestendigheid), gezondheid en circulariteit
21
7. Energie
24
8. Milieuaspecten
26
9. Techniek, conditionering en ondergrond
27
10. Samenwerking, participatie en placemaking
29
11. Instrumenten planuitwerking en planproces anterieure overeenkomst
30
Bijlage A. Invulling geven aan de Kritieke Prestatie Indicatoren (KPI’s)
1. Introductie A. Het clusterpaspoort voor Cluster 1a In maart 2021 is de ontwikkelvisie Fellenoord vastgesteld door de gemeenteraad. Deze ontwikkelvisie is de basis voor de verdere ontwikkeling van dit gebied1 en geeft uitgangspunten mee voor de verschillende thema’s die van belang zijn in de planuitwerking. In dit clusterpaspoort zijn deze uitgangspunten en doelstellingen vertaald naar cluster 1A en de beoogde openbare ruimte binnen het cluster. Alle clusterpaspoorten voor de gebiedsontwikkeling Fellenoord worden vastgesteld door het college van B&W van de gemeente Eindhoven. Vooraf worden deze in de raadscommissie Knoop XL gepresenteerd, in aanwezigheid van de verantwoordelijk wethouder, conform raadsbesluit/amendement Raad in positie.
Oppervlakte cluster 1a: 11.838 m2 Dichtheid cluster 1a: FSI 7.7 Ontwikkelbaarheid / randvoorwaarden: Direct beginnen. Aandachtspunten zijn de aanleg van het stramriool, cultuurhistorie, goede logistiek, positie K&L en damwanden. Ook is aanpassing van de kruising Fellenoord/Boschdijk noodzakelijk. Aantal partijen: 4 Type partijen: private partijen Uitwerking: eigenaar maakt stedebouwkundig plan Rol gemeente: Faciliteren en toetsen
CKE
1c
d noor
Felle
t
1b
1a
straa
1 De gemeente behoudt zich het recht voor om beleidswijzigingen door te voeren. Indien deze beleidswijzigingen strijdig zijn met de vastgestelde Ontwikkelvisie of de overige genoemde documenten dan maakt het gemeentebestuur de belangenafweging welk beleid voorrang krijgt. In de ten behoeve van de ontwikkeling af te sluiten anterieure overeenkomst zal een (nog te bepalen) maximum termijn vanaf ondertekening van de overeenkomst tot vaststelling van het ontwerp bestemmingsplan/omgevingsplan t.b.v. de voorgenomen ontwikkeling worden opgenomen, waarbinnen beleidswijzigingen die zijn vastgesteld na ondertekening van de anterieure overeenkomst, voor zover dat mogelijk is, niet van toepassing zijn op de betreffende ontwikkeling. 2 De gemeente Eindhoven en provincie Noord-Brabant hebben samen een publieke ontwikkelmaatschappij (BV) opgericht die de gebiedsontwikkeling Fellenoord gaat realiseren.
at
stra
eter
or P
to Pas
Kruis
Cluster 1a
Indicatief laadvermogen: 91.000 m2 bvo
hdijk
4
Invulling geven aan de Kritieke Prestatie Indicatoren (KPI’s) Bij de voorbereiding van het oprichten van de Ontwikkelmaatschappij Fellenoord zijn zogenaamde Kritieke Prestatie Indicatoren (KPI’s) opgesteld. Zie bijlage A voor de manier waarop hier voor cluster 1A invulling aan is gegeven.
Factsheet Cluster 1a
Bosc
Planontwikkeling Voor de voorbereiding, uitvoering en gebruiksfase van de ontwikkeling dient rekening te worden gehouden met de actuele gemeentelijke verordeningen, gemeentelijk beleid, gemeentelijke handboeken en geldende wet- en regelgeving. De Ontwikkelvisie Fellenoord, dit clusterpaspoort en de door de gemeenteraad vastgestelde Kritieke Prestatie Indicatoren (KPI’s) voor de Ontwikkelmaatschappij Fellenoord vormen de basis voor de verdere planuitwerking voor dit cluster. Deze documenten zijn daarmee het kader voor de eigenaar of eigenaren om in samenspraak met de Ontwikkelmaatschappij Fellenoord tot invulling van een realistisch plan voor dit cluster te komen. De verder uitgewerkte afspraken over de planuitwerking die op basis van deze documenten worden gemaakt, worden vastgelegd in het VO(SP), DO(SP), de anterieure overeenkomst (allen bevoegdheid B&W) en uiteindelijk het omgevingsplan incl. motivering en benodigde onderzoeken (bevoegdheid Raad). De beoogde openbare ruimte binnen het cluster wordt daarin meegenomen. Op basis van de afspraken in de anterieure overeenkomst kan vervolgens een Definitief Ontwerp worden gemaakt en een omgevingsvergunning worden aangevraagd. De supervisor, AOKE (Adviescommissie Omgevingskwaliteit Eindhoven) en het Q-team (kwaliteitsteam) stuurt tijdens de verschillende planfasen en toetst tenslotte bij de aanvraag van
de omgevingsvergunning. De Ontwikkelmaatschappij Fellenoord is verantwoordelijk voor de toets op het totale programma en een juiste verevening van het programma binnen en tussen de clusters.
2
1a
Het (indicatieve) raamwerk openbare ruimte met daarin de clusters aangegeven Clusterpaspoorten Fellenoord - gemeente Eindhoven [NL]
5
2. Ontwikkelingsvisie Fellenoord
De Fellenoord (niet de Prof. Dr. Dorgelolaan zelf) transformeert van hoofdweg voor autoverkeer naar een autoluwere stadsboulevard. Door deze substantiële afwaardering wordt het gebied heringericht met focus op langzaam verkeer. Door de overmaat aan verkeersruimte terug te brengen tot 45 meter ontstaat enerzijds een prettige, oversteekbare boulevard en anderzijds veel nieuwe ontwikkelruimte. Deze ruimte wordt aangewend voor een verdichtingsstrategie met als resultaat een stedelijk milieu dat bestaat uit een typologie van gesloten en halfopen bouwblokken. Op flexibele wijze kunnen hoogteaccenten geplaatst worden, zodat een sterk gedefinieerd netwerk van openbare ruimtes ontstaat. Daarmee biedt de Ontwikkelvisie ruimte aan diverse toekomstige initiatieven. Bovendien scheppen deze ingrepen condities voor een nieuw type stedelijk gebied met een nieuw vestigingsklimaat als onderdeel van het stadscentrum. De ontwikkeling van een nieuw busstation en de transformatie naar multimodale hub maakt station Eindhoven een belangrijk internationaal knooppunt. Dat biedt bovendien kansen om te werken aan het visitekaartje van Brainport Eindhoven met een fraai, nieuw stationsplein.
De lange termijn ambitie van de ontwikkelvisie Fellenoord is om met een verbreding van de tunnel naast het verbreden van het Dommeldal ook een nieuwe stationsentree te realiseren, om zo op termijn de universiteit en het gebied rond cluster 9 beter bereikbaar te maken. Aan de oostzijde krijgt het Dommeldal meer ruimte en wordt het groene karakter zoveel mogelijk verweven met de stad. Door sterkere programmering van de groene ruimte ontstaat een stedelijk stadspark. Uiteindelijk
6
Cluster 1a
Montgomer ylaan
Indicatieve verkaveling uit de Ontwikkelvisie Fellenoord
Kruisstraat
De spoorzone in Eindhoven speelt een sleutelrol in de groei van de stad en het versterken van haar positie als hart van de high-tech maakindustrie van Brainport Eindhoven. Het stationsgebied transformeert van een monofunctioneel gebied, gekarakteriseerd door verkeersruimte en kantoren, naar een levendig en gemengd stadsdistrict met bebouwing van hoge dichtheid. In de Ontwikkelvisie Fellenoord komen verschillende ambities en thema’s bij elkaar zoals gezonde verstedelijking, klimaatadaptatie, maatschappelijke opgaven, de implementatie van een stedelijke mobiliteitsstrategie en de ontwikkeling van een nieuw busstation.
or
sto
Pa
P
1a
t
aa str
r ete
d noor
Felle
zal dit stadspark ook aansluiten op het park langs het spoor (Limbeek). Het plangebied van de gebiedsontwikkeling Fellenoord is onderverdeeld in 11 ontwikkelclusters. De kavels van elk ontwikkelcluster dienen in samenhang uitgewerkt te worden om de hoge ambities van Fellenoord te kunnen waarmaken. Dit betekent samenwerking voor de eigenaren binnen een cluster. Voor de openbare ruimte buiten de clusters wordt een raamwerk openbare ruimte opgesteld, waarin uitgangspunten voor de herinrichting en ontwikkeling van de openbare ruimte buiten de clusters worden vastgelegd. Het raamwerk is het kader waarbinnen de openbare ruimte verder wordt uitgewerkt in een schetsontwerp, voorlopige ontwerpen (VO’s) en definitieve ontwerpen (DO’s). Het raamwerk openbare ruimte wordt vastgesteld door de Gemeenteraad en zet in op het continueren en verbeteren van enkele (historische) structuren, zoals de Kruisstraat en de Dommel. Evenals het verbeteren van de leef kwaliteit door o.a. het vergroenen van de Fellenoord.
3
1a
2
1b
10
11 7
8
9a
9c
9b
6 4
5
Het (indicatieve) raamwerk openbare ruimte met daarin de clusters aangegeven
9b
9c
Ontwikkelgebied Bijzonder verblijfsgebied waarmee Knoop XL verbonden is. Openbare hoofdroute voetganger Openbare route voetganger (exacte positie n.t.b.) Begeleidende bebouwing stadssboulevard Clusters Huidige percelen Hoofdstructuur groen Groene verbinding op niveau Ruimtelijke uitgangspunten raamwerk
Clusterpaspoorten Fellenoord - gemeente Eindhoven [NL]
7
Karakter en positionering van Cluster 1a Positionering Cluster 1A grenst aan de oostzijde aan cluster 1B, aan de zuidzijde aan de Fellenoord, aan de noordzijde aan de Pastoor Petersstraat en aan de westzijde de Boschdijk.
Indicatieve volumeopbouw uit de Ontwikkelvisie Fellenoord
In de toekomstige situatie wordt het cluster gekenmerkt door drie hoge torens met een centrale binnenhof, dat deel uitmaakt van een beoogde (informele) wandelroute die Woensel zuid/ Hemelrijken verbindt met de binnenstad (Piazza/Bijenkorf) en het Emmasingelkwadrant. Aan de zuidzijde ligt het cluster prominent aan de Fellenoord. Deze verkeersader wordt in de toekomst en groene stadsboulevard: een hoofdroute voor (ondergronds) HOV busverkeer en een belangrijke fietsroute. De Fellenoord wordt minder intensief gebruikt door de auto en kan hierdoor stevig vergroend worden wat een belangrijke bijdrage levert aan de leefkwaliteit in Knoop XL. De Pastoor Petersstraat bevat tevens een mooie rij platanen die behouden dient te blijven. De toekomstige stadsboulevard Fellenoord krijgt actieve plinten, er is zoveel mogelijk groen, er rijdt (veel) minder autoverkeer, fietsers en voetgangers keren terug op maaiveld en er is ruimte voor duurzame mobiliteit. Karakter Dit cluster ligt aan de noordwest kant van het ontwikkelgebied, op korte loop- en fietsafstand van het Centraal Station en sluit aan op de Boschdijk. Dit biedt kansen voor een dicht woon- en werkmilieu met aanbod dat voorziet in de basisbehoefte van de bewoners in het directe verzorgingsgebied en voor de buurten in de nabije omgeving.
Bereikbaarheid De nabijheid van het station Eindhoven Centraal biedt uitstekende kansen voor een duurzame ontsluiting van het cluster. De voetganger heeft hier de hoofdrol. Daarnaast zijn de fiets en deelmobiliteit belangrijke spelers. Het cluster wordt bereikbaar met de auto die in de bestaande ondergrondse parkeergarage wordt gestald. De gebouwde fietsenstalling(en) wordt goed bereikbaar vanaf het maaiveld met zorgvuldig ontworpen entrees die naadloos overgaan in de stedelijke plint. 8
Cluster 1a
Boschdijk
Fellenoord
Binnenterrein 1a / Boogert
Pastoor Peterstraat
Cultuurhistorie Alvorens tot sloop of transformatie van bestaande gebouwen wordt overgegaan dient inzicht te worden gegeven in bestaande cultuurhistorische waarden. Daarna dient een verantwoord besluit te worden genomen of sloop dan wel transformatie mogelijk is en onder welke voorwaarden. Bij nieuwbouw is de specifieke ligging aan historische structuren belangrijk. Ook kan uitdrukking worden gegeven aan historische gegevens. Zo stond op deze locatie vroeger de Fellenoordkerk, die begin jaren ’70 is gesloopt. Maar ook de karakteristiek van het WTC kan helpen aan het geven van identiteit aan de nieuwe gebouwen.
*
Ligging cluster 1a binnen het dwaalmilieu en een netwerk van langzaamverkeerroutes
* Indicatieve richting van de wijze waarop Fellenoord programmatisch ingevuld kan worden, afhankelijk van kansen die zich in clusters voordoen. Ligging cluster 1b binnen dit indicatieve programmatische concept
Ligging cluster 1a en de belangrijke noord-zuid verbindingen
Clusterpaspoorten Fellenoord - gemeente Eindhoven [NL]
9
3. Programma en functies 3.1 Algemene doelstelling programma en TDK-profiel Voor Fellenoord ligt de ambitie om een levendig en stedelijk woon – werkmilieu te creëren met bijhorend (maatschappelijk) voorzieningenniveau. Een inclusief gebied waar iedereen een plekje kan hebben, waar de woonbeleving centraal staat en mensen zich thuis voelen. Fellenoord wordt daarnaast een knooppunt van vervoermiddelen, wandel- en fietsroutes en een gebied met (inter)nationale allure. Doelstelling wonen Fellenoord biedt ruimte voor zo’n 6.000 – 7.000 woningen. Een van de ontwikkelprincipes is dat Fellenoord een wijk voor iedereen is. Dat uit zich ook in het programma. De woonladder voor Fellenoord is daarbij het uitgangspunt: in aanvulling op de Ontwikkelvisie Fellenoord heeft de gemeenteraad op 21 juli 2022 besloten dat in dit gebied op hoofdlijnen wordt uitgegaan van een verdeling in wooncategorieën in aantallen van 30% sociale huur, 15% middenhuur, 40% sociale en middeldure koop en 15% vrijesector woningen. Woningbouwcorporaties krijgen een preferente positie aan tafel bij de programmering op gebiedsniveau. Er worden woningen ontwikkeld voor mensen met grote en kleine beurs, studenten, Eindhovenaren, expats, kwetsbare doelgroepen, gezinnen, ouderen, jongeren, kenniswerkers.
Uit onderzoek (Kompanen 2024) blijkt dat de grootste groep aan nieuwe bewoners verwacht wordt vanuit de Young urban professionals, die op zoek zijn naar een omgeving ”hip & happening”, waarbij het belangrijk is om een diverse mix te bieden van woninggrootte en woningtypologieën, dit zijn zowel woningen voor 1-2 persoons huishoudens maar ook (kleine) gezinnen. Het doel is om de mix te bewerkstelligen. Ook om met het aanbod van woningen bij te dragen aan doorstroom op de woningmarkt van (regio) Eindhoven. De nadruk zal in dit gebied liggen op appartementen, ook dus voor meerpersoonshuishoudens. Het gebied moet daarvoor woonkwaliteiten gaan bieden die veel mensen nu nog koppelen aan gebieden met een lage dichtheid (bv. hoogwaardig groen, veilig spelen, voldoende buitenruimte). Gebouwen worden zo ontworpen, dat ze ontmoeting tussen bewoners stimuleren (door bijvoorbeeld een multifunctioneel plein, waar uitwisseling tussen personen en van functies centraal staat). Voor de meeste doelgroepen is het belangrijk
10
Cluster 1a
dat een bepaalde geborgenheid geboden wordt in en tussen de gebouwen, waarbij groen en gemeenschappelijke ruimten een grote rol spelen. Ook de juiste voorzieningen of in ieder geval een makkelijke toegang (kleine actieradius en onderdeel vormend van de woonbeleving) is essentieel om een juist woonmilieu te creëren. Doelstelling werken Een gebied voor iedereen uit zich ook in het werk(ruimte) aanbod in Fellenoord. Daarnaast is het belangrijk werkruimte te bieden aan startende bedrijven in de maakindustrie, tot kantoorruimte voor grotere, gevestigde bedrijven. Voor Fellenoord wordt ingezet op zo’n 40.000 – 70.000 m2 aan Eindhovense werkvloer: kantoorruimte met evt. ruimte voor een ondergeschikte bedrijfsvloer, waar in een werkplaats geëxperimenteerd kan worden (toegankelijkheid via een laad- en losdeur behoort tot de mogelijkheden). Per cluster betekent dit zo’n 5% van het werkprogramma gereserveerd is voor dit segment (Eindhovense werkvloer/TDK) . T.b.v. de flexibiliteit van programma in het gebied moet in het ontwerp van gebouwen rekeningen worden gehouden met meerdere functies, waaronder productie (plafondhoogte plint 7 meter, vloerbelasting en interne logistiek). De ambitie is om een levendige bedrijfsomgeving te creëren waar samenwerking met externe organisaties, dienstverleners en klanten wordt gestimuleerd. Het plintenprogramma levert hier een bijdrage aan.
De plintenvisie uit de Ontwikkelvisie geeft aan welke doelstellingen er liggen voor de verschillende plintruimtes. Doelstelling (maatschappelijke) voorzieningen en plintenprogramma Fellenoord betekent een flinke toevoeging van woningen. Hier moet het voorzieningenniveau op geëquipeerd zijn. Waarbij wisselwerking plaats gaat vinden tussen nieuw te ontwikkelen (maatschappelijke) voorzieningen en specials (7,5% per cluster ) en reeds bestaande voorzieningen in de omgeving van Fellenoord. Gezien de lange doorlooptijd en fasering van de gebiedsontwikkeling is er ook veel ruimte voor tijdelijke functies, welke passen binnen het toekomstig, gewenste profiel In dit geval is het wenselijk om in te zetten
op initiatieven binnen het thema Zorg en Welzijn. Ook voorzieningen met een stedelijke en/of regionale uitstraling landen idealiter in Fellenoord, de zogenaamde specials. Op welke plek die gaan landen binnen Fellenoord is nog niet exact bepaald. Middels de diverse clusterpaspoorten wordt hier stap voor stap invulling aan gegeven. Daarnaast moet er aandacht zijn voor inclusiviteit van voorzieningen; iedereen moet mee kunnen doen. Bijv. aandacht voor jongerenwerk, maar ook voor mensen met een (lichte) verstandelijke beperking, etc. Het voorzieningenprogramma draagt bij aan een voor publiek aantrekkelijk gebied. In de voorzieningenkaart is een indicatie gegeven van welke voorzieningen in welk cluster moeten landen. De maatschappelijke voorzieningen die minimaal in (of nabij) Fellenoord moeten landen, zijn: basisschool, huisarts, gezondheidscentrum, tandarts, apotheek, faciliteiten voor binnen- en buitensport (gymzaal, sportveld), speelplekken, BSO, kinderopvang en een buurthuis. In een voorzieningenkaart zijn locaties en zoekgebieden voor deze functies aangewezen. Gezien de situering van dit cluster, de verwachte toekomstige behoefte en het bestaande aanbod in de directe omgeving zien we met name ruimte voor aanbod in het zorg- en welzijnssegment. Op dit moment zijn er in het ontwikkelgebied geen voorzieningen in het zorg- en welzijnssegment.
Binnen de reikwijdte van 15 minuten lopen en fietsen is er aanbod, maar met een beperkte capaciteit. Het is aannemelijk dat nieuwe inwoners van het ontwikkelgebied niet volledig opgenomen kunnen worden in het bestaande aanbod. Ondanks dat Eindhoven een studentenstad is met een relatief jonge bevolking zal de zorgvraag door vergrijzing toenemen. In Eindhoven is zichtbaar dat zorgvoorzieningen zich bij voorkeur bij elkaar vestigen in gezondheidscentra. Deze voorzieningen kunnen landen in de plint maar ook op verdiepingen.
De gemeente/gebiedsentiteit en initiatiefnemer kunnen nadere afspraken over het huurniveau maken om het realiseren van maatschappelijke voorzieningen en de Eindhovense werkvloer/TDK mogelijk te maken. 4 De gemeente/gebiedsentiteit en initiatiefnemer kunnen nadere afspraken over het huurniveau maken om het realiseren van maatschappelijke voorzieningen en de Eindhovense werkvloer/TDK mogelijk te maken. 3
3.2 Invulling en verdeling programma cluster 1a Plinten De invulling van de begane grond (“plint”) gecombineerd met de openbare ruimte bepaalt voor 90% de beleving van het gebied. Van oudsher zijn plinten vooral gevuld met commerciële voorzieningen, maar door veranderend consumentengedrag en de toename van meters door verdichting ligt het gevaar van een groot monotoon commercieel programma met weinig belevingswaarde op de loer. De plint moet bijdragen aan de realisatie van de ambitie voor dit ontwikkelgebied. De gewenste invulling van de plint is daarom met name gericht op aanbod in het zorgen welzijnssegment, aangevuld met mogelijk aanpalend commercieel aanbod aan de zuidzijde, de stadsboulevard. Invulling en verdeling programma cluster 1a Voor het hele gebied is de ambitie om te komen tot een programmamix met circa 70% wonen, 15% werken en 15% voorzieningen conform ontwikkelingsvisie. Fellenoord is naast een etalage waar technologie, design en kennis samenkomen en voelbaar zijn, ook een plek waar aangenaam gewoond kan worden. Dit vraagt naast bijzondere en zichtbare functies in de plinten en openbare ruimte die het TDK-profiel van Eindhoven uitstralen ook om een goed aanbod in basisvoorzieningen. Om te komen tot ontwikkeling van de combinatie tussen het unieke profiel en een goede basis zouden elementen van technologie, design en kennis een plek kunnen krijgen.
Uitgangspunt is dat in dit cluster in principe dezelfde programmamix wordt ontwikkeld, met specifiek een focus op zorg en welzijn. In de volgende paragrafen van dit hoofdstuk volgt op onderdelen een nadere toelichting. Daarnaast gelden de volgende uitgangspunten voor het programma van cluster 1a: • Het indicatieve laadvermogen voor Cluster 1a is 91.000 m2 bvo. • De nabijheid van Oud-Woensel maakt dat cluster 1a een logische plek is om functies in het segment Zorg en Welzijn een plek te geven, zoals bijvoorbeeld een
•
•
•
• •
•
gezondheidscentrum met geclusterd aanbod. Wonen voor gezinnen is kansrijk op deze plek vanwege de nabijheid van basisschool Fellenoord en kinderopvang. Deze clusterspecifieke doelstellingen leiden daarmee tot de volgende clusterspecifieke randvoorwaarden voor het programma: 10% woonprogramma toerekenen aan doorstroom (regionale) woningmarkt en/of innovatieve woonconcepten zoals friendswonen, ouderenwoningen, woningen voor gezinnen die woonkwaliteiten vragen die normaal passen bij wonen in lage dichtheden. Voor de middeldure huurwoningen geldt dat hier een diversificatie van type woningen nodig is, van zowel 2-3-4 kamer appartementen. 5% woonprogramma toerekenen aan kwetsbare doelgroepen. 7,5% van het totale programma van cluster 1a bestaat uit (goed toegankelijke) maatschappelijke voorzieningen, met name in het segment Zorg en Welzijn. Bij de invulling van deze 7,5% maatschappelijke voorzieningen dient nader onderzoek in de (omliggende) buurten gedaan te worden naar concrete behoeftes en wensen. De gemeente/gebiedsentiteit en initiatiefnemer maken nadere afspraken over het huurniveau om het realiseren van maatschappelijke voorzieningen en de Eindhovense werkvloer/TDK mogelijk te maken.
Sociale veiligheid – zien en gezien worden Er wordt binnen de clusters veel aandacht gegeven om binnenen buitenruimtes sociaal veilig vorm te geven. Dit om hiermee anonimiteit in de beoogde openbare ruimtes én binnen de gebouwen te voorkomen. Door een integrale aanpak bij ontwerp en beheer van bebouwing en gebied zal dit bijdragen aan een prettig verblijfs- en woongebied voor bewoners en gebruikers. Andere paragrafen van het clusterpaspoort refereren hier uiteraard ook al aan c.q. zien het belang hiervan (o.a. plinten, groen en gezondheid). Het stimuleren van ontmoeting zal een van de speerpunten zijn bij de ontwikkeling van bebouwing binnen het cluster. Dit gaat de eenzaamheid van bewoners tegen, is een goed
middel om ondermijning te bestrijden, draagt bij aan een verhoogde woonkwaliteit en betrokkenheid en beperkt de kans op anonimiteit en verloedering. Elk nieuw (hoogbouw-)initiatief moet dan ook een onderbouwing geven over hoe ontmoeting wordt georganiseerd in en rondom het gebouw. Uitgangspunt hierbij is dat anonimiteit pas achter de voordeur begint en de gemeenschappelijke ruimtes in een gebouw hoogwaardig worden vormgegeven. Daarnaast gelden de volgende uitgangspunten waar in de planvorming per project op getoetst gaat worden: • Elk gebouw heeft een multifunctioneel, centraal plein (hal), waar uitwisseling tussen personen en functies centraal staat. Bijvoorbeeld de voetgangersingang naar de parkeergarage, de plek waar mensen pakketjes kunnen afhalen of een collectieve wasserette. • In het gebouw worden routes zo vormgegeven dat vanuit elke entree (ook parkeren) het plein onderdeel van die route is. Het is niet mogelijk direct vanuit de parkeergarage naar de woonverdieping te gaan. Iedere bewoner komt eerst door de multifunctionele ruimte voordat hij/zij naar de woonverdieping kan gaan. • Er wordt geen onderscheid gemaakt in liften per doelgroepen/prijsniveaus. Deze zijn voor alle bewoners en gebruikers van het gebouw toegankelijk. • Andere elementen die toevallige ontmoetingen stimuleren kunnen ook hoger in het gebouw een plaats krijgen.
Vormen van sport of een andere activiteit, een gemeenschappelijke keuken of een kas op het dak. • Transparantie van ruimtes is ook cruciaal voor sociale veiligheid. • meer sociale controle op wie zich in de hoogbouw begeven en wat zij doen.
Clusterpaspoorten Fellenoord - gemeente Eindhoven [NL]
11
4. Stedebouw Algemeen Alle bebouwing in Fellenoord wordt gerealiseerd in clusters. Clusters zijn geen individuele gebouwen, maar stedebouwkundige eenheden binnen het gebied. Individuele plannen binnen een cluster dienen altijd in de context van de opzet van het cluster te worden uitgewerkt op alle aspecten die in het clusterpaspoort worden genoemd. Met andere woorden, er dient een integrale en samenhangende visie op clusterniveau te zijn, alvorens tot individuele gebouwontwikkeling kan worden overgegaan.
Zicht op de Pastoor Peterstraat vanaf de kruising ten westen van Cluster 1A
12
Cluster 1a
indicatief beeld van een mogelijke volumeopbouw voor cluster 1a
4.1 Volumeopbouw Twee zones Een cluster heeft twee zones: de stedelijke laag en de hoogbouwlaag. De stedelijke laag is de eerste ca. 21 meter van het blok. Deze laag begeleidt de openbare ruimte, bevat plintruimte met daarboven multifunctionele verdiepingen voor werken of andere functies. In de lagen boven de plint zouden behalve werken ook andere functies, zoals ontspanning of voorzieningen terug kunnen komen. De stedelijke laag bestaat uit een tot vijf bouwlagen, hierin mag gevarieerd worden per ontwikkelcluster.
Twee zones
Stedelijke laag • Binnen de gestelde hoogte van zo’n 21 meter kunnen er verschillende functies komen. • Plinthoogte (min. 7 meter aan de buitenzijde, min. 4 meter aan de binnenzijde) • Multifunctionele laag van max. 14 meter met werken of andere functies (bijv. 4x3,5m werken)
Stedelijke laag 1 = plint 2 = multifunctionele laag
Hoogbouwlaag • In principe kunnen per blok één of meer torens worden gebouwd. • Binnen een cluster ontstaat een divers beeld doordat hoogteaccenten uit elke categorie voorkomen. In cluster 1a is de maximum hoogte bepaald op 135 meter, exclusief een eventueel energiedak. Dit vanwege wind, schaduwwerking etc, die op hoofdlijnen is getoetst. • Bij de positionering en de hoogte van hoogbouw dient rekening te worden gehouden met de bestaande omgeving (voor o.a. bezonning en windhinder). • Boven de stedelijke laag van ca. 21m dient het volume te verjongen d.m.v. set-backs en andere slankheidsingrepen.
Hoogbouwlaag
Clusterpaspoorten Fellenoord - gemeente Eindhoven [NL]
13
4.2 Bezonning, hittestress en wind Bebouwingspercentage Opbouw van de bouwblokken en maximale bouwhoogte: • Plint 1 of 2 lagen: 90%-100% bebouwd tot 7m, binnen de bouwvlakken • Multifunctionele laag: 70-90% bebouwd tot 21m • Hoogbouwlaag: max. 40% van de footprint bebouwd • Verdiepingshoogte ca 3.6m voor kantoren en hotels, ca 3m voor wonen.
Bezonning en schaduw Voor alle clusters dient een bezonnings- en schaduwstudie in een vroeg stadium (SO) te worden uitgevoerd, waarbij ook de effecten op wind en zon door de bebouwing in de omgeving worden meegenomen. Over het algemeen geldt, dat de verblijfsgebieden (zoals in het raamwerk openbare ruimte Fellenoord aangegeven) aan de normen ten aanzien van wind en zon moeten voldoen. Er moet voor bezonning voor woningen aan geldend beleid voldaan worden. Op dit moment is er nieuw, nog niet vastgesteld beleid in de maak (verwachting is dat in 2024 het nieuwe bezonningsbeleid wordt vastgesteld). Hoewel de kans groot is dat voor cluster 1a het nieuwe bezonningsbeleid zal gelden wordt hierna aangegeven waar rekening mee moet worden gehouden op basis van het nu geldende beleid voor bezonning, Zodra nieuw beleid is vastgesteld, wordt dit gepubliceerd in het Gemeenteblad Eindhoven en is het via deze weg in ieder geval raadpleegbaar. De beleidsregels van de gemeente stellen op dit moment dat er ter plekke van woningen tussen 19 februari en 21 oktober (een periode van 8 maanden) minimaal 2 uur zonlicht per dag aanwezig moet kunnen zijn op de gevel, ter hoogte van het midden van de vensterbank van het raam van de woonkamer. Voor hoek- en doorzonwoningen mag bezonning op zij- of achtergevels worden opgeteld.
Deze eis komt overeen met de veelgebruikte ‘lichte TNO-norm’ voor bezonning van woningen. Daarnaast stelt de gemeente eisen aan bezonning van tuinen
of balkons. Hier dient tussen 21 maart en 21 september minimaal 2 uur zonlicht per dag in de tuin of op balkon te vallen. De duur van bezonning mag in een nieuwe situatie met niet meer dan 50% afnemen ten opzichte van de bestaande situatie. Bovenstaande eisen gelden alleen voor woonfuncties. Hoewel er in Nederland, noch in Eindhoven specifieke eisen worden gesteld aan bezonning van functies zoals kantoren, hotels/ short stay of andere gebouwfuncties, dient de bezonning van gebouwen zo goed mogelijk te zijn. Waarbij de bouwmassa’s binnen het cluster elkaar zo min mogelijk beschaduwen.
Schaduw en zonuren studie juni
Hoogbouwlaag Max. 40% bebouwd
Multifunctionele laag 70%-90% bebouwd Plint 1 of 2 lagen 100% bebouwd
Volumeopbouw
14
Cluster 1a
Schaduw en zonuren studie februari
Schaduw en zonuren studie maart
Hittestress Het is belangrijk dat er een aangenaam woon- en leefklimaat ontstaat in Fellenoord. Dit betekent dat nieuwe ontwikkelingen in ieder geval niet een toename van het hitte-eiland mogen veroorzaken. Naast de verplichte groen- en wateropgave (door toepassen van de Rekentool klimaatopgave Eindhoven) binnen het cluster moet de initiatiefnemer laten zien welke andere maatregelen er nog getroffen worden die bijdragen aan het voorkomen van hittestress. Denk hierbij aan materiaalen kleurkeuze voor gebouwen en openbare ruimte. Met berekeningen moet worden aangetoond wat het effect van de ontwikkeling op het hitte-eiland en de gevoelstemperatuur is. Wind De stedebouwkundige opzet van een cluster dient in een vroeg stadium in een windtunnel of in een gelijkwaardige computersimulatie te worden getest volgens de methoden beschreven in de NEN 8100:2006.
Het windklimaat wordt getoetst aan de Beleidsregel gemeentelijke normen windhinder van de gemeente Eindhoven. Windhinder en windgevaar moeten conform NEN 8100:2006 in beeld worden gebracht. Voor de openbare ruimte moet als ondergrens een ‘goed’ (zoals gekwalificeerd in NEN 8100:2006) windklimaat worden nagestreefd. Voor ‘langdurig zitten’ wordt altijd een kwalificatie ‘goed’ verlangd. Deze kwalificatie geldt ook voor ‘slenteren’ wanneer een hoofdentree van een gebouw in een dergelijk gebied is gelegen. Een beoordeling ‘matig’ kan eventueel na bestuurlijke afweging worden geaccepteerd, hierbij spelen kosten van windhinderbeperkende maatregelen en het ontbreken van alternatieven een rol. Een ‘slecht’ windklimaat is niet toegestaan. Bij windgevaar moet de kwalificatie ‘gevaarlijk’ te allen tijde worden vermeden. Gezien de verschillende hoogbouwontwikkelingen in cluster 1A bestaat er een grote kans dat deze invloed op elkaar hebben. Het is daarom nodig langdurig zitten slenteren loopgebied
Pastoor Peterstraat
Fellenoord (trottoir)
om de invloed van de afzonderlijke ontwikkelingen te bepalen, om zo te kunnen nagaan welke mogelijke problemen door welke ontwikkeling veroorzaakt worden. In elk geval moet de bebouwing worden meegenomen die naar verwachting in de komende 10 jaar in de clusters 1A en 1B gerealiseerd zal worden. Het is niet nuttig om de volledige planologisch toegestane volumes te gebruiken, omdat die vaak een onrealistisch negatief beeld opleveren. Het is niet de bedoeling dat windproblemen die veroorzaakt worden door gebouwen in de studies opgelost worden met maatregelen in de openbare ruimte (zoals vegetatie, schermen etc.). De oplossing van deze problemen zal gezocht moeten worden in de vorm en locatie van de gebouwen. Vegetatie (bomen, struiken etc.) en vaste objecten die in de huidige situatie aanwezig zijn mogen wel (op realistische wijze) worden meegenomen in de onderzoeken. Gezien de verwachte toekomstige invulling van de Fellenoord met extra groen, mag voor die weg wel worden uitgegaan van extra vegetatie. Conclusie Het centrale deel van het binnenterrein is met betrekking tot windhinder grotendeels geschikt om te lopen in het geval dat het gebouw van The Bounce geamoveerd is. Slenteren en zitten gaat ook relatief goed in het centrale gebied.
Wat betreft bezonning is te zien is dat op de maatgevende dag 21 maart een groot deel van het binnenterrein blauw scoort en daarmee minder dan 2 uur zon per dag vangt. Met name de noordzijde van het binnenterrein scoort redelijk goed en lijkt dus het meest geschikt als sunspot. Het pleintje tussen Brightlight en de Vierlander scoort ook vrij goed op aantal zonuren en is dus goed geschikt als sunspot met bijbehorende publieke functies zoals horeca met terras. Hoge dichtheden brengen uitdagingen met zich mee en het is belangrijk dat de kwaliteit is getoetst met een goed en aangenaam leefklimaat in relatie tot zon, wind en hittestress. Dit geldt zowel voor maaiveld als op hoogte.
Fellenoord (middenberm)
Windcomfort meting indicatie
indicatief schema met criteria voor windklimaat
Clusterpaspoorten Fellenoord - gemeente Eindhoven [NL]
15
4.3 Begane grond en openbare ruimte Plinten en positionering Het uitgangspunt voor de ontwikkelingen in Fellenoord is in principe een alzijdig gebouw. Niet alleen het programma, maar ook gevelopeningen en toegankelijkheid zijn belangrijke factoren bij een goed functionerende plint. In de plint moet de aansluiting tussen het gebouw en de directe omgeving georganiseerd worden. Cluster 1a en 1b hebben raakvlakken met elkaar. De beoogde binnenhoven lopen in elkaar over en ook wordt er een gezamenlijke ontsluiting beoogd. Het binnenterrein van de clusters is voor langzaam verkeer toegankelijk vanaf de Fellenoord (zuidzijde). Aan de Pastoor Petersstraat (noordzijde) is het binnenterrein naast voetgangers en fietsers ook bereikbaar voor motorvoertuigen. Een logistieke lus faciliteert de noodzakelijke bereikbaarheid over het binnenterrein vanaf de Pastoor Petersstraat via 1a en 1b terug naar de Pastoor Petersstraat.
Plinthoogte binnen- en buitenzijde blok
16
Cluster 1a
Daarnaast gelden er de volgende uitgangspunten: • Gebouwplinten aan de buitenzijde zijn min. 7 m hoog. Binnen de 7m is er ruimte voor een entresol. • Plinten aan de binnenzijde zijn min. 4m hoog. • Iedere functie heeft zoveel mogelijk een eigen entree vanaf de openbare ruimte aan de buitenzijde van het cluster, zodat levendigheid en sociale controle ontstaat. • Zowel wonen, werken als andere functies kunnen zich op de begane grond bevinden.
Bloktypologie - halfopen bouwblok met openbaar toegankelijk interieur hof
Doorwaadbaarheid en binnengebied • De stationsomgeving is bij uitstek een stadsdeel dat is georiënteerd op voetgangers. Goede en logische doorwaadbaarheid is dus van belang. Binnengebieden en wandelverbindingen zijn openbaar toegankelijk. • De openbare structuur binnen een cluster staat niet vast. Wel dient er voldaan te worden aan de groennormen en de openbare structuren binnen de clusters zoals in het raamwerk openbare ruimte aangegeven. • De beoogde openbare ruimte binnen het cluster moet in overleg met de gemeente worden ingericht en voldoen aan de eisen die in de handboeken openbare ruimte en toegankelijkheid van de gemeente Eindhoven worden gesteld. De gemeente heeft zeer beperkt eigendom in het cluster. Met respect voor het eigendom, streven we naar een openbaar binnengebied, toegankelijk voor zowel bewoners als bezoekers
Routing binnengebied geel = secundaire wandelstructuur, oranje = tertiaire wandelstructuur
4.4 Korrel en fasering Fasering • Zo weinig mogelijk wederzijdse afhankelijkheden: elke ontwikkelstap moet ook op zichzelf kunnen functioneren. Architectonische diversiteit • Er moet verschil zijn in materialisering en uitstraling binnen een kavel; • In samenwerking met AOKE/supervisor/Q-team dient het gebouw met een verfijnde korrel te worden ontworpen waardoor een differentiatie in het gevelbeeld ontstaat en het cluster niet leest als één gebouw.
Voorbeeld van architectonische diversiteit
Clusterpaspoorten Fellenoord - gemeente Eindhoven [NL]
17
4.5 Clusterkaart 700 45m 18m
15m
12,5 ca +18.5 NAP
ens
rgr
ste
clu
d
staan
P be
Min. 10m
1B
18m
Legenda 650 110m
16
Bestaande bebouwing handhaven Stedelijke laag
16m ng rga doo itie ntb pos
ca +19.5 NAP
P -1
Clustergrens
15m
15m
ca +18.5 NAP
Min. 12m
Hoogbouw Overbouwing t.b.v. doorgang (exacte positie n.t.b.) Zoekruimte hoogbouw (met overkragingen) 21m
700 135m
?
21m
Stedelijke laag: maximale bouwhoogte Hoogbouw: maximaal vloeroppervlak en bouwhoogte
1A
,6
Min. 10m
21m
ca +19.5 NAP
(beoogde) openbare ruimte: groenzone
650 100m
10
10,5
Uiterst mogelijke rooilijn buitenzijde blok Flexibele rooilijn binnenzijde
340 42m
700 135m
Aandacht voor levendige plint
ca +18.5 NAP
s ren erg
750 107m
Vaste rooilijn
t clus
Openbare ruimte: pleinzone / voetgangersgebied
21m
Overstek mogelijk Min. 12m
Voetgangersverbinding Ontsluiting auto P -1
ca +18.5 NAP
Parkeergarage auto Ontsluiting logistics Indicatieve hoofdentrees Indicatieve entree fietsparkeren flexibele rooilijn binnenzijde vrije zone begane grond
? 18
nog nader te bestuderen
Cluster 1a
atief
ic P ind
5. Mobiliteit Met het in maart 2024 vastgestelde Masterplan Mobiliteit 2050 zet de gemeente gericht in op doorontwikkeling naar duurzame mobiliteitsoplossingen. De voor het cluster te ontwikkelen oplossingen dienen maximaal flexibel en adaptief te zijn om op een later moment aan te kunnen haken op later te realiseren collectieve systemen. Auto ontsluiting en autoparkeren Eindhoven heeft besloten tot de invoering van een nul-emissie zone binnen de Ring voor alle motorvoertuigen in 2030. Met ingang van 2025 geldt dit al voor vracht- en bestelvervoer, taxi’s en touringcars (met overgangsregelingen voor bestaande voertuigen). De mobiliteit in de wijk Fellenoord is dus in de toekomst emissieloos. Bij voorkeur vindt het vervoer plaats te voet, al dan niet in combinatie met het openbaar vervoer (EHV Centraal) of via actieve (deel)mobiliteit (fietsen). Dat betekent dat wordt ingezet op een laag autobezit en -gebruik, met als gevolg dat er ook minder parkeerplaatsen voor auto’s worden gerealiseerd. Het gebied wordt enkel autotoegankelijk voor bestemmingsverkeer. Alternatieven voor de auto worden goed zichtbaar en toegankelijk gepositioneerd. Om de doelen te bereiken gelden de volgende algemene uitgangspunten, die in dit cluster iets anders zijn, aangezien er een grote
Auto-ontsluiting, toegankelijkheid parkeergarage en opstelplaatsen taxi
parkeergarage reeds aanwezig is: • De ondergrondse parkeergarage wordt bereikt via de ontsluiting vanaf de Pastoor Petersstraat. • Cluster 1a heeft één ontsluiting en ingang in het gebouw voor werkers, bezoekers en deelauto’s (mini-hub). • Conform de ontwikkelvisie geldt een gemiddelde parkeernorm van ca. 0,35 parkeerplaats per woning of 1 pp per 400 m2 programma (incl. mobiliteitscorrectie van 50% en dubbelgebruik parkeervoorzieningen). Concrete planuitwerkingen voor het voorgestelde programma worden voor de berekening van de op te vangen parkeerbehoefte getoetst aan de actuele gemeentelijke parkeernormen, de daarbij te hanteren correctiepercentages en de voor het ontwikkelgebied Fellenoord vastgestelde gebiedsgerichte spelregels in de Nota Parkeernormen 2024. De hoofdpunten daarvan zijn: 1. Mobiliteitscorrectie van 50% geldt voor het gehele ontwikkelgebied Fellenoord; 2. Dubbelgebruik van autoparkeerplekken wordt toegepast conform de waarden uit de nota parkeernormen; parkeerplaatsen worden niet gekoppeld aan een woning: parkeerplaatsen blijven collectief. 3. Het bezoekersdeel van de berekende parkeerbehoefte
Logistieke ontsluiting
4.
•
• • •
wordt opgevangen in gebiedsgerichte openbare parkeervoorzieningen, waar de reeds aanwezige parkeergarage onder gerekend wordt. De resterende parkeerbehoefte wordt voor max. 50% van de parkeerbehoefte inpandig opgevangen op de eigen plot en voor min. 50% gebiedsgericht opgevangen. Hiervan mag worden afgeweken als: • Er niet voldoende capaciteit aanwezig is in de gebiedsvoorziening; • De resterende parkeerbehoefte voor meer dan de helft kan worden opgevangen binnen een te handhaven bestaande gebouwde parkeervoorziening op eigen terrein. Er worden geen parkeerplaatsen toegevoegd in de openbare ruimte van het cluster. Uitgezonderd zijn Kiss+Ride plekken en parkeerplekken voor gehandicapten (2% van de totaalopgave) indien dit niet mogelijk is in de parkeergarage. Autoparkeerplaatsen zijn voor minimaal 15% ingericht en beschikbaar voor e-laden en 100% voorbereid op e-laden. Laadinfrastructuur voor e-fietsen is aanwezig in de fietsenstalling. In de nabije omgeving zijn er geen mogelijkheden meer voor (gratis) parkeren op maaiveld.
Voorbeeld centraal pickup point
Clusterpaspoorten Fellenoord - gemeente Eindhoven [NL]
19
Logistiek • Afvalinzameling, expeditie en logistiek verkeer vindt, in samenhang met cluster 1b, plaats via de benoemde ontsluitingslus over het binnenterrein van en naar de Pastoor Petersstraat. • Dit wordt binnen het cluster afgehandeld, met minimale impact op omgevings- en belevingskwaliteit. • Het complex kent een centraal pakketdienst servicepoint/ verzamelpunt, mogelijk in combinatie met een mobiliteitshub. Actieve mobiliteit Duurzaam vervoer wordt gestimuleerd door het realiseren van een hoogwaardig langzaam-verkeernetwerk dat uitnodigt tot lopen en fietsen. Daarmee wordt tevens het openbaar vervoer bevorderd door goede routes naar het (bus)station. De fietsparkeerplekken zijn daarvoor makkelijker bereikbaar dan de autoparkeerplekken. Daarnaast wordt er vol ingezet op deelmobiliteit, als een hoogwaardig en betaalbaar alternatief voor de eigen auto. Deelmobiliteit dient zichtbaar, toegankelijk
fietsenstalling & ontsluiting
20
Cluster 1a
en voor iedereen uitnodigend te zijn. Inzet is om door gebruik van deelauto’s de parkeerbehoefte te beperken. Om dit voor elkaar te krijgen, gelden de volgende uitgangspunten: • Het cluster is voor voetgangers zowel aan de Pastoor Petersstraat als aan de Fellenoord ontsloten. • De inpandige fietsenstalling is via een korte en directe verbinding met de aanliggende fietsroute verbonden. • Gemiddelde normering van 1 fietsparkeerplek per 30 m2 bvo programma bij een nog onbekend of zeer globaal programma. Concrete planuitwerkingen voor het voorgestelde programma worden voor de berekening van de op te vangen fietsparkeerbehoefte getoetst aan de actuele gemeentelijke parkeernormen, de daarbij te hanteren correctie-percentages en de voor het ontwikkelgebied Fellenoord vastgestelde gebiedsgerichte spelregels in de Nota Parkeernormen 2024. • Voor bezoekers zijn fietsparkeerplekken (ook voor deelfietsen) clustergewijs te organiseren in openbaar toegankelijke locaties. • Voor bewoners/werkers worden fietsparkeerplekken clustergewijs, danwel per bouwblok/kavel georganiseerd. • Gebouwde fietsparkeervoorzieningen (ook voor deelfietsen) dienen te worden gerealiseerd conform vastgestelde gemeentelijke kwaliteitseisen, op logische en goed toegankelijke inpandige locaties op de begane grond en gekoppeld aan de fietsroutes. Er dient rekening te worden gehouden met afwijkende fietsmaten (bv.
kraten bakfietsen). Mobiliteitshub Deelmobiliteit is een structureel onderdeel van het te ontwikkelen mobiliteitsaanbod in het ontwikkelgebied. Elk cluster wordt voorzien van een (of meer) inpandige mobiliteitshubs, waar gebruikers terecht kunnen voor passend deelvervoer. Om dit voor elkaar te krijgen, gelden de volgende uitgangspunten: • Ontwikkeling van mobiliteitshubs middels ruimtereservering voor deelmobiliteit binnen het cluster volgens de regels: • per 20 woningen 1 parkeerplaats deelauto en ruimte voor 2 (bak)fietsen/LEV etc.
•
• per 10 niet-gerealiseerde parkeerplaatsen (van de 50% mobiliteitscorrectie): 1 parkeerplaats deelauto en ruimte voor 2 (bak)fietsen/LEV etc De mobiliteitshub wordt op maaiveldniveau gerealiseerd (in ieder geval voor deelfietsen en LEV’s).
De mobiliteitshub in het cluster biedt de basisvoorzieningen voor deelmobiliteit. De aanvulling op deze basisvoorzieningen zijn vooral beschikbaar rondom Eindhoven CS als centrale hub binnen het gebied. Mobility XL Er wordt maximaal ingezet op ruimte-efficiëntie en gebruiksefficiëntie van het mobiliteitsaanbod. Er wordt toegewerkt naar een gebiedsgerichte aanpak met een balans tussen maatregelen op individueel-, cluster- en gebiedsniveau. Om dit te bereiken zal gebiedsgerichte mobiliteitsregie plaatsvinden door een nog op te richten mobiliteitsbedrijf Mobility XL. De belangrijkste uitgangspunten hiervoor zijn: • Voornemen is een op te richten mobiliteitsorganisatie (Mobility XL) de regie te geven op het realiseren van gebiedsgerichte parkeeroplossingen en de verdeling van parkeerrechten (abonnementen) en het regisseren van het aanbod deelmobiliteit in de clusters. Aansluitend op een stadsbreed netwerk van deelaanbod. • Het gebiedsgericht, door Mobility XL te realiseren, deel van de parkeeropgave wordt daarvoor afgekocht door de initiatiefnemer. De afkoopbedragen zijn opgenomen in de Nota Parkeernormen 2024. • De hubruimte in het cluster wordt om niet ter beschikking gesteld aan Mobility XL voor het regisseren van het gewenst aanbod aan deelmobiliteit in overleg met de initiatiefnemers en of eigenaren/huurders.
6. Klimaat(bestendigheid), gezondheid en circulariteit Klimaatbestendigheid Fellenoord wordt in de toekomst een groene wijk met groen-blauwe verbindingen. De belangrijkste groen-blauwe structuren in de wijk zijn de Fellenoord en het Dommeldal. Fellenoord is een van de laagst gelegen gebieden in Eindhoven, waardoor er zoveel mogelijk grondwaterneutraal gebouwd moet worden. In de toekomst is dit gebied klimaatadaptief ingericht met zo min mogelijk wateroverlast door overtollig regenwater, met veel plekken waar dit water de grond kan infiltreren, of waar het tijdelijk wordt opgeslagen om overbelasting van het riool of de Dommel te voorkomen. Alle ondergrondse oplossingen dienen de ondergrondse ruimte zo efficiënt mogelijk te benutten. Dit leidt tot de volgende uitgangspunten: • Waterberging private terreinen conform het geldende beleid zoals opgenomen in het (tijdelijk deel van het) omgevingsplan en de daaraan verbonden rekentool klimaatopgave (https://rekentool.eindhovenduurzaam. nl) op eigen kavel en bij grote voorkeur middels groene oplossingen. • Waterveiligheid: 30cm hoogteverschil tussen toegangsniveau gebouw en kruinpeil van de
Indicatieve uitwerking voor een groen stadsblok
•
• •
•
aangrenzende wegen. Daarbij dient rekening te worden gehouden met het maaiveldverloop, in het bijzonder bij ingangen van parkeergarages. Dit dient in NAP maten te worden aangeleverd bij het ontwerp. Risico’s op wateroverlast bij een lager hoogteverschil moeten in beeld worden gebracht en gedragen worden door de initiatiefnemer. De verschillende ontwikkelingen mogen géén nieuwe (aaneengesloten) ondergrondse belemmering vormen (door bv. parkeergarages, kelders of verloren bekisting/ damwanden) en daarmee grondwaterstromingen negatief beïnvloeden. (Groene) daken groter dan 150m2 beschikken over afvoervertraging. Per m2 verhard openbaar oppervlak dient er minimaal 60mm hemelwater in het cluster geborgd te worden: minimaal 20mm in een daarvoor ontworpen voorziening, de rest in een secundaire berging, mits dat laatste te combineren is met andere functies op de betreffende locatie. De prestaties van het ontwerp dienen aangetoond te worden via de rekentool van de gemeente Eindhoven. Er wordt zoveel mogelijk groen en waterberging op
•
•
•
•
maaiveld gerealiseerd, pas daarna wordt gekeken naar dubbel ruimtegebruik en groen op daken en waterberging op daken of in ondergrondse voorzieningen. Zoveel mogelijk daken dienen beschikbaar te zijn voor toegankelijk kwaliteitsgroen dat uitnodigt om langere tijd te verblijven. Het object dient de huidige GHG en GHL waarden zowel in de gebruiksfase als aanlegfase niet negatief te beïnvloeden (of de negatieve invloed te compenseren) en de grondwaterstand niet te verlagen of af te voeren buiten het plangebied. Het object dient geen nadelig effect te hebben op de kwaliteit van grondwater, oppervlaktewater en afstromend regenwater. Regenwater wordt geïnfiltreerd of geloosd met dezelfde kwaliteit als dat het uit de lucht valt. Bij de aankleding van buitenzijde van gebouwen géén gebruik maken van uitlogende materialen zoals bv. zink en lood. Dit om de kwaliteit van het oppervlaktewater te beschermen.
Groen en gezondheid Een gezonde stad begint bij de eigen voordeur. Fellenoord wordt een levendige, gezonde en groene stadswijk, waarbij de openbare ruimte én de inrichting en situering van de gebouwen uitnodigt om te bewegen en elkaar te ontmoeten. De openbare ruimte in Fellenoord is groen en beweegvriendelijk ingericht, bv. met trapjes en heuveltjes, waar bewoners ongedwongen kunnen bewegen en elkaar kunnen ontmoeten. Sport- en speelvoorzieningen sluiten bij de behoefte van bewoners aan en zijn laagdrempelig toegankelijk, bovendien past dit bij het zorg/welzijn programma wat voorzien is in het cluster. Het toevoegen van groen dat gebruikt en beleefd kan worden leidt tot minder hittestress. Daken zijn zo veel mogelijk groen-blauw ingericht (voor waterberging en groen) en zijn beleefbaar en betreedbaar. De volgende algemene uitgangspunten gelden voor groen en gezondheid: • Groen, water en waterberging worden zoveel mogelijk in grotere eenheden gerealiseerd, in samenhang voor het
Wateropvang en hergebruik
Clusterpaspoorten Fellenoord - gemeente Eindhoven [NL]
21
•
•
22
hele cluster (dus ook in samenhang en in samenwerking met cluster 1b) en draagt bij aan het realiseren van de Ontwikkelvisie Fellenoord. Bij de uitwerking van de groenopgave wordt gebruik gemaakt van de rekentool klimaatopgave (https:// rekentool.eindhovenduurzaam.nl), verbonden aan een paraplubestemmingsplan. De tool heeft zowel een kwantitatieve als kwalitatieve component. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen drie oppervlakten (maaiveld/ dak/gevel) met ieder drie kwaliteitsniveaus. De rekentool verbindt een weegfactor aan elke keuze. Hoe meer de keuze helpt de leefbaarheid te verbeteren, hoe hoger de weegfactor. De groenopgave voor het cluster bestaat uit een aantal onderdelen, te weten 1) de Beleidsregel Groencompensatie, 2) de Verordening Bomen (inclusief Nadere Regels voor Compensatie van bomen) en 3) de extra groennorm zoals deze onder andere is vastgesteld in het Groenbeleidsplan en het Ontwikkelperspectief Centrum. • Deze extra groennorm betreft het toevoegen van 8m2 groen per nieuwe woning. Voor niet-woonfuncties is dat 10% van het BVO. • Uitgangspunt is dat de groenopgave binnen de projectlocatie wordt gerealiseerd. Indien dat niet haalbaar is, dient de groenopgave in het cluster te worden geaccommodeerd. Indien dat niet haalbaar is, moet de groenopgave in de omgeving van het cluster worden gerealiseerd.
Indien ook dat niet haalbaar is, dient financiële compensatie (storting) t.b.v. kwantitatieve toevoeging óf kwalitatieve toevoeging elders in de gemeente plaats te vinden. • Vooruitlopend op nieuw vast te stellen groenbeleid is de kwaliteit van het groen belangrijker dan de kwantiteit. De primaire inzet is het vergroenen van het binnen-gebied en de (gemeenschappelijke) buitenruimtes, ook op niveau (als een tweede maaiveld). Pas dan is het wenselijk om te werken met groene daken en/of gevels of een eventuele afkoop als de normen vanuit het beleid niet worden gehaald. • Cluster 1a
•
•
•
•
•
•
•
•
• •
Groen levert een bijdrage aan biodiversiteit, nieuwe aanplant is resistent tegen ziekte en biedt een habitat voor andere planten en dieren. De beplanting van daktuinen, groene daken en binnenterreinen moet worden afgestemd op de bezonning op de locatie om te zorgen voor goede groeiomstandigheden en soortkeuze. Een groot deel van het groen is gebruiksgroen en kan worden gebruikt voor sport, recreëren, ontmoeten en spelen (aansluitend bij het zorg/welzijn concept). Er wordt natuurinclusief gebouwd, bijvoorbeeld door nestvoorzieningen voor gebouwbewonende soorten zoals de gierzwaluw of vleermuizen te realiseren. Inrichten en beheer gebeurt met diversiteit als uitgangspunt en met aandacht voor deze waarden en kenmerken. Openbare ruimte binnen het cluster is voor minimaal 50% onverhard (hier wordt het maaiveld bedoeld, gezien de reeds aanwezige parkeergarage onder het maaiveld). Het is de ambitie om het binnenterrein van cluster 1A groen in te richten en openbaar toegankelijk en doorwaadbaar te maken, zodat een voetgangersverbinding tussen de Fellenoord en de Pastoor Petersstraat en Woensel-zuid ontstaat. De parkeerfunctie op maaiveld in de huidige situatie wordt daarmee opgeheven wanneer dit mogelijk is conform parkeernormberekeningen op basis van de parkeernota, per plan.
Tussen bovenkant kelder en bovenkant maaiveld op openbare ruimte dient zoveel mogelijk ‘werk’ruimte beschikbaar te zijn voor het creëren van gezond levensvatbaar groen en de aanleg van riolering/kabels en leidingen. Binnen 5 minuten lopen is een koelteplek (50% schaduw door beplanting) beschikbaar met een minimale omvang van 200 m2. Zoveel mogelijk voorkomen dat gebouwen ’s nachts warmte vasthouden, bijvoorbeeld door materialen toe te passen met een hoge solar reflectance index. Er worden geen koeloplossingen geaccepteerd die warme lucht uitblazen. Voor inspiratie over gebouwen die fysieke beweging stimuleren wordt verwezen naar het ‘Inspiratieboek
Beweeglogica in Gebouwen’ van BETA in opdracht van de Gemeente Amsterdam. Circulariteit: Het Nieuwe Normaal Vanuit het grondstoffenakkoord (2017) is de route ingezet naar een volledige circulaire economie in 2050, en 50% circulair in 2030. De bouwsector neemt hierin een belangrijk aandeel. Deze sector neemt 50% van het grondstoffenverbruik in Nederland voor zijn rekening en daarmee een belangrijk deel van de CO2-uitstoot. Het belangrijkste uitgangspunt bij circulaire gebiedsontwikkeling is waarde behoud. Niets wat van waarde is, zou verloren mogen gaan. Dit kan gaan om materiële én immateriële waarden en daarmee ook financiële waarden. Alle nieuwbouw, transformatie en buitenruimte (incl. infra) in Fellenoord wordt zo circulair mogelijk ontworpen en gebouwd. Hierbij wordt rekening gehouden met toekomstbestendigheid. Het ontwerp is aanpasbaar voor toekomstig wensen en eisen waaronder flexibiliteit en demonteerbaarheid (materiaalgericht ontwerpen). In Fellenoord wordt gebruik gemaakt van de kennis en ervaring die opgebouwd wordt via Het Nieuwe Normaal. Het Nieuwe Normaal (HNN) - Cirkelstad. Samen met gemeenten, ontwikkelaars en bouwers wordt gezocht naar de wijze waarop circulariteit een plek kan krijgen in bouwplannen en gebiedsontwikkeling. De thema’s en indicatoren voor
Circulair ontwerp en bouwprincipe
gebouwen vanuit het Nieuwe Normaal gebruiken we in Fellenoord bij ontwerp en uitvoering van de gebouwclusters. Zie schema hieronder. Uitwerking ervan zal per cluster maatwerk zijn om te bepalen welke kansen er liggen. Het opstellen van een materialenpaspoort ligt daarbij voor de hand om op die manier zicht te krijgen welke materialen vrijkomen, gebruikt worden en op lange termijn circulair inzetbaar zijn. Daarnaast is het streven om de hoeveelheid huishoudelijk en bedrijfsafval te reduceren. We streven naar integrale plannen, waarbij materialisatie niet op zichzelf staat. Het is onderdeel van een integrale duurzaamheidsvisie. Materialen dragen bij aan optimale functievervulling en houden rekening met verandering en dynamiek op de korte en lange termijn. We sturen op Total Cost of Ownership (TCO) en lange levensduur. Keuzes in materialisatie zetten we af tegen de ambities op energiebeheersing, binnenklimaat, groene uitstraling, klimaatrobuustheid etc.
etc. • Alle gebouwen moeten zoveel mogelijk demonteerbaar zijn voor optimaal hergebruik en eventueel afvalscheiding. • Multifunctioneel ontwerpen waardoor ruimtes over de jaren heen flexibel kunnen worden benut. Het gebouw moet adaptief zijn voor ander gebruik en functies. • Geen gebruik van materialen die schadelijk zijn voor mens en/of milieu. Alle gebruikte materialen zijn vrij van stoffen die voorkomen op de Rode Lijst van LBC/TNS (https://living-future. org/lbc/red-list/). • Ontwerp waar mogelijk met hernieuwbare materialen (biobased materialen zoals hout). • Stel een materialenpaspoort op: Het materiaalgebruik moet geregistreerd worden zodat bekend is waar welk materiaal is toegepast en altijd duidelijk is welke grondstoffen hierdoor later geleverd kunnen worden en welke waarde dat vertegenwoordigt. • Bij ontwerp en bouw wordt gebruik gemaakt van een grondstoffenbank, waarin alle materialen van te slopen gebouwen te vinden zijn en hergebruikt kunnen worden. • Stimuleer het delen van voorzieningen.
Om dit te bereiken gelden de volgende algemene uitgangspunten voor circulariteit (mede op basis van de normen uit Het Nieuwe Normaal): • Gebruik de leidraad Het Nieuwe Normaal Gebouw: Uitgangspunten · Gebouw | Het Nieuwe Normaal • Onderzoek of geheel of gedeeltelijke transformatie tot de mogelijkheden behoort. • In het kader van het omgaan met bouw- en sloopafval: voor alle te slopen gebouwen, buitenruimte etc. dient een oogstplan opgesteld te worden, met daarin aangegeven hoe de elementen zo hoogwaardig hergebruikt kunnen worden ten eerste in de geplande vervangende nieuwbouw, ten tweede elders in het gebied, ten derde buiten het gebied. • Ontwerp voor preventie door zich te richten op het voorkomen van het gebruik van producten, elementen of materialen. Dit door simpelweg van de ontworpen functie af te zien of door een geheel andere oplossing te leveren. We beperken materiaalgebruik door efficiënte en compacte ontwerpen, bijvoorbeeld door beperking geveloppervlak, maximalisatie binnenruimte ten opzichte van geveloppervlak Clusterpaspoorten Fellenoord - gemeente Eindhoven [NL]
23
7. Energie
Plankaart warmte met leidingverloop
De plankaart is gegeven in figuur 3. De plankaart geeft een beeld van de eindsituatie. De situatie zal zich in de loop van de tijd ontwikkelen.
Binnen vigerend (gemeentelijk) beleid dient te worden voorzien in energieoplossingen. Deze oplossingen dienen maximaal flexibel en adaptief te zijn om later aan te kunnen haken op te realiseren collectieve energiesystemen. Vertrekpunt is dat Fellenoord een energieneutrale wijk wordt. In Fellenoord zal in de toekomst dan ook zoveel mogelijk energie in het gebied zelf opgewekt worden. Voor een overzicht aan verschillende technieken en innovaties die de energieprestaties van een gebouw verbeteren, wordt verwezen naar het “Inspiratieboek voor Duurzame Ontwikkelaars”. Voor nieuwe gebouwen is bepaald dat deze gasloos zijn. En ook voor de transformatie van bestaande gebouwen is de ambitie dat ze volledig van het gas afgaan. De ambitie is om alle gebouwen aan te sluiten op een collectief (zeer) laag temperatuur warmteen koudenet. Een gasaansluiting is dus niet mogelijk. De volgende uitgangspunten gelden voor energie: • Een bepaald percentage van het dak- en geveloppervlak dient te worden benut voor energieopwekking via de zon en/ of wind. Dit percentage wordt in de anterieure overeenkomst vastgelegd. • Gebouwen voldoen aan de meest recente BENG normen. Bij de woningen en functies aan de zuidkant van het cluster is het essentieel om te rekenen aan de opwarming van de ruimtes. In de BENG gaat het om de indicator t.o.v. de maand juli.
• Kopers worden meegenomen in de klantreis naar energieneutraal en aangemoedigd om zoveel mogelijk te verduurzamen. • 100% voeding vanuit duurzame bronnen: alleen groene stroom mag worden ingekocht (aan te tonen d.m.v. groencertificaten), duurzame bronnen moeten passen bij criteria van The Natural Step. • Alle aansluitingen komen op één plek (technische ruimte) de gebouwen binnen.
1 Aansluiting gebouw 1; benodigd aantal bronnen is 1,3. Gerealiseerd aantal bronnen is 2
Aansluiting gebouw 2 en 3; benodigd aantal bronnen is 2,5. Gerealiseerd aantal extra bronnen is 3. Er is ruim een bron aan capaciteit 2 over.
Indicatieve plankaart energievoorziening met indicatieve bouwstenen. Figuur 3 Plankaart energievoorziening Fellenoord metFellenoord indicatieve bouwstenen. 3 Aansluiting gebouw 4; benodigd aantal bronnen is 1. Gerealiseerd extra aantal bronnen is 1.
De hoofdleiding van het bronnet is in vier secties opgedeeld. Sectie A tot en met sectie D
De secties zijn door een rode lijn gescheiden van elkaar. De diameter van de leidingen is
onderstaand gegeven. Er zijn meerdere clusters van bronnetten gedefinieerd. Die cluste