Bijlage 1 - Buitengebied (Museumpark VONK)
Tekst van het document
5.2.3
Beleid Waterschap
5.2.3.1 Waterbeheerplan 'Waardevol Water' Waterschap de Dommel heeft op 29 september 2015 het Waterbeheerplan "Waardevol Water" vastgesteld. Dit strategisch document dat op 1 januari 2016 in werking getreden beschrijft de doelstellingen voor de periode 2016-2021 en op welke wijze zij die wil bereiken. Het plan is afgestemd op de ontwikkeling van het Stroomgebiedbeheerplan de Dommel, het Nationaal en het Provinciaal Milieu- en Waterplan. Dit plan biedt ruimte voor initiatieven van derden en speelt in op kansen die zich in het waterschapgebied voordoen, waarbij de in het plan beschreven doelen leidend zijn. In de projecten zelf worden de doelen van het Waterbeheerplan uitgewerkt in concrete maatregelen. Het waterschap heeft de volgende uitgangspunten geformuleerd die richtinggevend zijn voor de plannen en oplossingen. Beekdalbenadering: ook al zijn de verschillen tussen stad en buitengebied groot toch maken zij deel uit van hetzelfde beekdal waar logische natuurwetten gelden. Door dit beekdal als groter geheel steeds voor ogen te houden, kan integraler en effectiever worden gewerkt. Wel is samenwerking met andere overheden, waterpartners en inwoners daarbij essentieel. Water verbindt de stad met het buitgebied. De gebruiker centraal: de omgeving wordt op heel veel verschillende manieren gebruikt en de behoeften en belangen van de gebruikers veranderen continu.
Ook de waarde van water verandert mee en daarop moet worden ingespeeld. Samen sterker: door samen te werken met andere overheden en waterpartners, boeren en bedrijven en door samen oplossingen te zoeken en uitvoering te geven wordt het meest bereikt. Het waterschap wil daarin een inspirerende rol spelen en partijen daartoe de ruimte bieden. Door flexibel te zijn in de samenwerking met en rekening te houden met de inbreng en ideeën van andere partijen wordt de uitvoeringskracht versterkt. Gezonde toekomst: ook toekomstige generaties moeten over voldoende, veilig en schoon water. Ook in de maatschappij is het streven naar duurzaamheid steeds actueler en de vastgesteld Buitengebied (Museumpark VONK) Gemeente Eindhoven
67
kringloopgedachte sluit hierop aan. Het waterschap ziet dit als een inspirerende uitdaging en wil mensen bewust maken van de waarde van water en het belang van een duurzaam gebruik ervan. 5.2.3.2 Waterbeheerprogramma 2022-2027 In het waterbeheerplan (WBP) staan de doelstellingen van waterschap De Dommel voor de periode 2022-2027 en wordt beschreven hoe die doelstelling gehaald gaan worden. Hiernaast wordt invulling gegeven aan de verplichting vanuit de Waterwet en de Verordening Water om een WBP op te stellen. Het WBP staat in haar ambities voor onder andere een leefomgeving die klaar is voor de toekomst en een watersysteem dat daarbij past. Dat wil zeggen; een waterhuishouding die robuust, flexibel en in balans is met de natuur en de omgeving én zorgt voor een goede waterkwaliteit. De ambities en veranderingen zijn gericht op: Van beekdalgericht naar gebiedsgericht; Van sectorale aanpak naar een integrale aanpak; Van ‘water afvoeren’ naar ‘elke druppel telt’. Daarbij werkt het waterschap aan drie waterdoelen die elke een programmatische aanpak hebben. Dit zijn: droge voeten, schoon water en voldoende water. Het waterschap heeft waar nodig toegespitst beleid en beleidsregels op de verschillende thema’s c.q. speerpunten uit het waterbeheerplan en het waterschap heeft een verordening; de Keur (met bijbehorende kaart beschermde gebieden) en de Legger.
5.2.3.3 Keur Waterschap De Dommel 2015 De 'Keur Waterschap De Dommel 2015' bevat regels met daarin verboden en verplichtingen ten aanzien van oppervlaktewater en grondwater die gelden voor iedereen die woont of werkt binnen het gebied van Waterschap De Dommel. Hierin wordt het beheer en het onderhoud van watergangen geregeld (bijvoorbeeld betreffende onderhoudsstroken) en is aangegeven wanneer een vergunning of algemene regels van toepassing zijn voor ingrepen in de waterhuishouding. Verder zijn er beleidsregels voor het beschermingsbeleid van gebieden. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen beschermde gebieden waterhuishouding, attentiegebieden, beekdalen en overige gebieden. Met deze beleidsregels wordt aangegeven op welke wijze gebiedsgericht wordt omgegaan met vergunningverlening. 5.2.3.4 Hydrologisch neutraal bouwen Hydrologisch neutraal bouwen is opgenomen in de Keur. In de Algemene Regels en in de Beleidsregels wordt nader beschreven en uitgewerkt waar dit voor staat en welke maatregelen er nodig zijn om daaraan te kunnen voldoen. Hieronder is een samenvatting voor Hydrologisch neutraal bouwen opgenomen. Neerslag die op een onverharde bodem valt infiltreert voor een (belangrijk) deel in de bodem en komt dan uiteindelijk in het grondwater of via ondergrondse afstroming in een oppervlaktewaterlichaam terecht.
Ter plaatse van verhard oppervlak zal de neerslag niet of nauwelijks in de bodem dringen. Als het verhard oppervlak niet is aangesloten op de riolering, stroomt vrijwel al het water direct af naar het oppervlaktewatersysteem. Dit betekent dat het oppervlaktewatersysteem bij een flinke regenbui een grote afvoerpiek moet kunnen opvangen en dat infiltratie in de bodem niet of slechts beperkt kan plaatsvinden. Bij het afkoppelen van verhard oppervlak zal de neerslag die valt op de verharding niet meer worden afgevoerd naar de rioolwaterzuivering maar rechtstreeks op de ontvangende waterloop worden geloosd. Ook dit zorgt voor een versnelde en/of extra afvoer richting het ontvangende oppervlaktewater. Realisatie van nieuw verhard oppervlak en het afkoppelen van verhard oppervlak moet daarom zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd en optimaal worden ingepast in het bestaande watersysteem. Dit houdt in dat de aanvrager/initiatiefnemer voldoende compenserende maatregelen moet nemen, zodat het oppervlaktewatersysteem na realisatie 68
vastgesteld Buitengebied (Museumpark VONK) Gemeente Eindhoven
van de verharding voldoende robuust blijft. Hierbij wordt getoetst aan de trits “vasthouden-bergen-afvoeren”. Wateroverlast door versneld afvoeren van verhard oppervlak moet zoveel mogelijk worden voorkomen. Dit kan op twee manieren waarbij de voorkeur uitgaat naar zoveel mogelijk vasthouden aan de bron. Vasthouden kan door hergebruik of door het infiltreren van water in de bodem. Dit past het meest bij het principe hydrologisch neutraal ontwikkelen, zowel voor het ontvangend oppervlaktewatersysteem als het grondwatersysteem. Ingeval niet of onvoldoende kan worden geïnfiltreerd is een aanvullende voorziening die het water tijdelijk bergt noodzakelijk. Het gaat hier dan om een voorziening die er voor zorgt dat water in ieder geval niet versneld wordt afgevoerd.
5.2.4
Gemeentelijk beleid
5.2.4.1 Gemeentelijk Rioleringsplan (2019-2022) In het GRP 2019 - 2022 wordt aangegeven op welke wijze er omgegaan wordt met de zorgplichten rondom afval-, hemel- en grondwater. Hiervoor zijn in het plan activiteiten opgenomen enerzijds gericht op het beheer en onderhoud en anderzijds op het verbeteren van de oppervlaktewaterkwaliteit en het hydraulisch functioneren van het rioolstelsel. Speerpunt van het GRP is het inspelen op de klimaatverandering welke extreme regenbuien, langdurige droogteperiodes en hittestress met zich meebrengt. Hiervoor zijn uitgangspunten, richtlijnen en ontwerpnormen uit het klimaatplan 2016-2020 en de hierin benoemde beleidsregel ´Klimaat robuust (her)inrichten en ruimtelijk ontwikkelen´ nader uitgewerkt. Concreet betekent dit dat voor het aspect water bij nieuwe ontwikkelingen tot max. 75 mm berging gerealiseerd dient te worden over het totaal verhard oppervlak binnen het plangebied. Daarbij kan de waterbergingseis gereduceerd of verhoogd worden naargelang de hoeveelheid groen of grijs binnen datzelfde plangebied. Dit om overlast van hittestress, verdroging en biodiversiteit te beperken. Om initiatiefnemers te ondersteunen heeft de gemeente een website ontwikkeld waar de benodigde waterberging kan worden berekend en voorbeelden zijn beschreven om invulling te geven aan de opgave.
5.2.5
Waterplan
Het Waterplan is een plan dat is opgesteld door de gemeente Eindhoven, Waterschap De Dommel, de provincie Noord-Brabant en het (drink)waterleidingbedrijf Brabant Water. Het plan omvat drie delen. Het "Visiedocument" (vastgesteld door de gemeenteraad op 26 januari 2004) geeft het gezamenlijke streefbeeld van de waterpartijen weer. De onderdelen "Taken en Bevoegdheden" en "Maatregelen" zijn achterhaald.
5.3
Eindhovense klimaattoets
Het klimaat verandert. Dat heeft gevolgen voor Eindhoven. We krijgen onder andere te maken met meer en hevigere buien, langere perioden van droogte en meer hitte(stress). Om in de toekomst prettig te wonen en te werken in onze groeiende stad, is het noodzakelijk nú maatregelen te nemen. Dit betekent dat we 'klimaatrobuust' te werk moeten gaan. 5.3.1
Klimaatadaptiebeleid
In samenwerking met Brabantse overheden en kennisinstellingen is een prototype klimaatadaptatie-toets ontwikkeld met richtlijnen en ontwerpnormen voor de (her)inrichting en ruimtelijke ontwikkeling van stedelijk gebied op straat- en wijkniveau. De toets omvat 3 hoofdregels en deze vormen de basis voor het Eindhovens klimaatadaptatie beleid: Zorg voor voldoende bergingsruimte om extreme buien tijdelijk op te vangen en vertraagd vastgesteld Buitengebied (Museumpark VONK) Gemeente Eindhoven
69
af te voeren. Infiltreer regenwater zoveel mogelijk en waar mogelijk op de plek waar het valt, en voorkom daarmee droogte. Zorg dat de straat niet onnodig opwarmt en voldoende plekken voor verkoeling heeft op het heetst van de dag. Voor de klimaatadaptatie normen en richtlijnen is een indeling gemaakt naar ruimtelijke ontwikkelingen op privaat terrein (circa 60% van het areaal) en op publiek terrein (circa 40% van het areaal). In de binnenstad ligt deze verhouding zelfs op 80-20%. Bovenstaand is vertaald in een waterbergingsnorm.
5.3.2
Waterbergingsnorm
5.3.2.1 Minimale en maximale ontwerpnormen waterberging openbaar terrein Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen op openbaar terrein moet minimaal 20 mm en mag tot 60 mm van de waterbergingsopgave ingevuld worden via primaire waterberging. Voorbeelden zijn waterpleinen, wadi's, watergangen, waterbergende funderingen of bakken. Eventuele resterende mm's (tot 40mm) van de waterbergingsopgave dient secundair te worden ingevuld. Denk daarbij aan parken, plantsoen c.q. grasvelden, parkeerplaatsen en wegen. Dit is acceptabel zolang er geen schade wordt veroorzaakt en/of dit niet ten koste gaat van andere primaire functies zoals op routes van hulpdiensten, markt- of evenement locaties. Als de secundaire waterbergings-opgave niet mogelijk is binnen de grenzen van de ruimtelijke ontwikkeling dan dient de waterbergingsopgave alsnog als primaire waterberging te worden ingevuld. Of er dienen maatregelen te worden genomen om de secundaire waterberging naar nabijgelegen ruimte te verplaatsen als dat hydraulisch mogelijk is. Bij ontwikkelingen op privaat terrein ligt de verantwoordelijkheid voor het opvangen en verwerken van hemelwater in eerste instantie bij de eigenaar van het perceel waar de druppel valt. De landelijke voorkeursvolgorde '(her)gebruiken, vasthouden, bergen en vertraagd afvoeren´ is van toepassing.
Een voorbeeld van hergebruiken is hemelwater als spoelwater voor toiletten en een voorbeeld van vasthouden is infiltratie van hemelwater in de bodem. Als hergebruik en vasthouden door lokale omstandigheden niet doelmatig is kan hemelwater worden geborgen en vertraagd worden afgevoerd. Dat is de waterbergingsopgave. Hiermee wordt het rioolstelsel bij piekbuien ontlast met als gevolg beperking van wateroverlast. Daarnaast wordt het oppervlaktewatersysteem gelijkmatiger belast. Als ondersteuning voor de berekening van de waterbergingsopgave op privaat terrein is een rekentool ontwikkeld, te vinden via de website rekentool.eindhovenduurzaam.nl/. 5.3.2.2 Ontwerpnorm waterberging privaat terrein De waterbergingsopgave geldt voor alle nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen op privaat terrein in Eindhoven. In gebieden waar vanuit het verleden afspraken over waterberging zijn gemaakt, wordt in overleg bepaald of en hoe de waterbergingsopgave in de ontwikkeling wordt verhoogd. Klimaatverandering kan namelijk ook in deze gebieden aanvullende waterberging noodzakelijk maken en daarmee het risico op waterschade aan (nieuw)bouw verlagen. Indien nodig worden hierover maatwerkafspraken gemaakt.
In het beleid 'Klimaatrobuust (her)inrichten en ruimtelijk ontwikkelen' wordt onderscheid gemaakt tussen ontwikkelingen met 150 m² of meer verharding binnen het plangebied en kleinere ontwikkelingen tot 150 m² verharding binnen het plangebied. Voor de eerste groep geldt de eis tot 75 mm waterberging per m² verharding. Dit komt overeen met 75 liter waterberging per m² of voor een bouwplan met 400 m² verhard oppervlak 30 m³ (ofwel 30.000 liter) waterberging. Voor de tweede groep is de eis tot 25 mm. Dit komt overeen met 25 liter waterberging per m² of voor een woning met 100 m² verhard oppervlak 2,5 m³ (ofwel 2500 liter) waterberging. De ontwerpnormen ter voorkoming van wateroverlast betekenen voor particulieren, ontwikkelaars en de gemeente een opgave om klimaat adaptief te bouwen. Vanaf 1 januari 70
vastgesteld Buitengebied (Museumpark VONK) Gemeente Eindhoven
2020 geldt voor particulieren en ontwikkelaars een wateropgave om bij ruimtelijke ontwikkelingen klimaat adaptief handelen. De datum van indiening van de omgevingsvergunning is leidend. De uitzonderingsregel is geregeld in artikel 32.2.2 van de regels. 5.3.2.3 Stimulans klimaatadaptatiebeleid De gemeente Eindhoven draagt met het klimaatbeleid ook bij aan het verbeteren van de kwaliteit van een gezonde leefomgeving en meer biodiversiteit door de voorkeur te geven aan vergroenen als klimaat adaptieve maatregel. Het beleid is zo opgesteld dat vergroening op privaat terrein bij nieuwbouw wordt gestimuleerd en beloond. Hoe groener een plangebied wordt ingericht hoe lager de waterbergingseis in mm wordt. Ook groene ontwikkelingen in groen arme buurten worden op deze manier gestimuleerd.
5.4
Beschrijving watersysteem plangebied
5.4.1
Checklist watersysteem
Checklist Watersysteem Hoofdw atergang cq open w ater binnen plangebied?
Nee
Zijw atergang binnen plangebied?
Nee
Beschermd keurgebied binnen plangebied?
Ja, klein gedeelte beschermd gebied, de rest beekdal
Binnen 25-100 jaarszone?
Nee
Binnen boringsvrije zone?
Ja, maximale boordiepte 80 meter
Ecologische verbindingszone?
Nee
Binnen reserveringsgebied w aterberging 2050?
Nee
Attentiegebied EHS
Nee
Rioolw atertransportleiding binnen plangebied?
Nee
Waterschap gemaal
Nee
Landelijke afvoernorm binnen plangebied
2 l/s/ha
Verdachte/verontreinigde locaties?
Toegelicht in bodemparagraaf
Infiltratie praktisch mogelijk?
Ja, beperkt (eventueel grondverbetering toepassen)
Uitw erkingsplicht / w ijzigingsbevoegdheid
5.4.2
Gebied specifieke eigenschappen m.b.t. water
Op basis van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant ligt het plangebied in een aangewezen gebied voor behoud en herstel van watersystemen. Daarnaast ligt het plangebied binnen de groenblauwe mantel die het Natuur Netwerk Brabant verbind met het landelijk gebied. De locatie is tevens gelegen binnen een aangewezen gebied voor waterwinning voor menselijke consumptie en in een 'boringsvrije zone'. Op basis van de Keur is het plangebied gelegen binnen een beschermd keurgebied. Voor de beschermde gebieden die in de keur zijn aangewezen geldt voor zowel het grondwater- als het oppervlaktewatersysteem een strikt beschermingsbeleid conform het provinciaal beleid (Provinciaal Milieu- en Waterplan). Dit betekent dat alle ingrepen in dergelijke gebieden in beginsel vergunningplichtig blijven, met daaraan gekoppeld een terughoudend en stringent vergunningenbeleid. Dit betekent dat in de algemene regels dat voor diverse handelingen de algemene regel alleen geldt buiten de beschermde gebieden en attentiegebieden. Uitzonderingen zijn ingrepen die een dermate beperkt en tijdelijk effect hebben dat deze geen bedreiging vormen voor het beoogde doel van het standstill-beleid, niet op zichzelf en ook niet vastgesteld Buitengebied (Museumpark VONK) Gemeente Eindhoven
71
cumulatief. Dit geldt uiteraard wel zolang voldaan wordt aan de kaderstellende regels die als waarborg in de algemene regels zijn opgenomen.
5.4.3
Oppervlaktewater
Ten westen van het plangebied stromen de A-wateren De Dommel en de Trompetterloop. In het oosten liggen de A-wateren De Vleut en de Tongelreep. Het plangebied is niet gelegen binnen het profiel van vrije ruimte of het natuurlijke overstromingsgebied van deze wateren en vormen derhalve geen belemmering voor het planvoornemen.
5.4.4
Bodemopbouw
Het plangebied heeft een maaiveldhoogte van circa 17 m +NAP. De deklaag betreft een complexe eenheid van 3 meter dik, bestaande uit een afwisseling van zandig klei, middelfijn tot fijn zand, klei, leem en veen en weinig grof zand. De doorlatendheid van de deklaag is slecht te noemen. Het 1e watervoerend pakket betreft een zandige eenheid van 16 meter dik, hoofdzakelijk bestaande uit middelfijn en fijn zand, met weinig zandig klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind. De doorlatendheid is goed te noemen.
5.4.5
Grondwater
De regionale stromingsrichting van het freatisch grondwater is noordoostelijk en heeft een stijghoogte van 15 m +NAP. Het 1e watervoerende pakket heeft een stijghoogte van 16 m +NAP en tevens een noordoostelijke regionale stromingsrichting. Uit het DINOloket blijkt dat ter plaatse van de Boutenslaan 161 twee peilbuizen aanwezig zijn voor het meten van de grondwaterstand. Ter plaatse de peilbuizen heeft het maaiveld een hoogte van 16,75 m +NAP. De laagst gemeten grondwaterstand bij peilbuis 1 bedraagt 14,75 m +NAP en de hoogst gemeten grondwaterstand bedraagt 16,30 m +NAP. Bij peilbuis 2 bedraagt de hoogst gemeten grondwaterstand 16,90 m +NAP en de laagst gemeten grondwaterstand 15,45 m +NAP. Door Tritium Advies is een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd op een deel van het plangebied (Verkennend bodem- en Asbestonderzoek Boutenslaan (ong.) te Eindhoven, 2109/145/JN-01, d.d. 20 december 2021). Tijdens de bemonstering van het grondwater op 28 november 2021 bedroeg de grondwaterstand in peilbuis A01 1,42 m-mv, het maaiveld ligt ter plekke van de peilbuis op een hoogte van 16,784 m +NAP. De 72
vastgesteld Buitengebied (Museumpark VONK) Gemeente Eindhoven
grondwaterstand in peilbuis A02 bedroeg 1,67 m-mv, het maailveld ligt ter plekke van de peilbuis een hoogte van 17,218 m +NAP.
5.4.6
Regenwater
In de huidige situatie wordt het regenwater dat binnen het plangebied valt ter plaatse geïnfiltreerd.
5.4.7
Afvalwater
In de huidige situatie is het riool voor afvalwater aangesloten op de gemeentelijke riolering in de Boutenslaan.
5.4.8
Boringsvrije zone
Het plangebied is tevens gelegen in een 'boringsvrije zone'. Een bestemmingsplan dat is gelegen in een 'boringsvrije zone' strekt mede tot het behoud van de beschermende kleilaag in de bodem. Het is niet noodzakelijk om inhoudelijke bescherming via het ruimtelijke spoor op te nemen omdat in de Provinciale milieuverordening (PMV) al is voorzien in een systeem van melding van dergelijke activiteiten. Van opname in het bestemmingsplan van de boringsvrije zone gaat dan ook vooral een signalerende functie uit.
5.5
Toekomstige situatie van het watersysteem
5.5.1
Verhardingsopgave
Het plangebied wordt voor een deel ingericht als Museumpark en voor een deel als openbaar park. De verharding ter plaatse van de verkeersschool aan de Boutenslaan 161 wordt in de toekomstige situatie volledig verwijderd, hier komt een entreegebouw in het Museumpark voor in de plaats. Beoogd wordt om het dak van het entreegebouw te voorzien van een groen dak. Voor een ‘worstcase’ benadering wordt het dak echter als verharding meegerekend. De overige verharding zal voor een deel bestaan uit halfverharding en er worden onverharde paden aangelegd in het Museumpark en het openbare park. Door de opdrachtgever is een verhardingsopgave van het plangebied verstrekt zoals weergegeven in figuur 5.2. De verhardingsopgave geeft oppervlaktes weer inclusief het bestaande preHistorisch Dorp. De inrichting van het preHistorisch Dorp blijft in de toekomstige situatie ongewijzigd.
vastgesteld Buitengebied (Museumpark VONK) Gemeente Eindhoven
73
74
vastgesteld Buitengebied (Museumpark VONK) Gemeente Eindhoven
De gemeente Eindhoven maakt bij de beoordeling van de voor een nieuwe ontwikkeling in een plangebied voorgestelde maatregelen gebruik van een rekentool. Deze rekentool klimaatopgave is via rekentool.eindhovenduurzaam.nl ingevuld op basis van de verhardingsopgave in figuur 5.2. De resultaten van de rekentool zijn opgenomen in de bijlage. In de toekomstige situatie is er sprake van nieuw verhard oppervlak. Uit de rekentool blijkt dat hiervoor 86 m3 aan compensatie benodigd is. Het uitgangspunt van het planvoornemen is dat het hemelwater volledig ter plaatse van het plangebied zal worden verwerkt. De sloot/greppel in het midden van het plangebied blijft behouden. Daarnaast worden er extra poelen aangelegd. Hierin kan eventueel overtollig hemelwater worden opgevangen, waarna het langzaam in de bodem kan infiltreren. De bodem van de poelen dient daarbij boven de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) te blijven. Gezien de gegevens betreffende de grondwaterstand uit het DINOloket ligt de GHG rond de 1 à 1,5 m-mv. Dit biedt voldoende ruimte voor de realisatie van de poelen. Eventueel kan grondverbetering worden toegepast in de deklaag om de waterdoorlatendheid van de bodem te verbeteren en zodat het hemelwater beter kan infiltreren in de bodem.
Indien noodzakelijk kan tevens een overstort gerealiseerd worden om overtollig hemelwater bij extreme buien alsnog (geleidelijk) af te kunnen voeren. Tevens zal er rekening mee worden gehouden dat er aan de buitenzijde (aankleding) van de bebouwing géén gebruik wordt gemaakt van uitlogende materialen, zoals zink en lood. Dit om de kwaliteit van het oppervlaktewater te kunnen beschermen. Het regenwater van dit plan vastgesteld Buitengebied (Museumpark VONK) Gemeente Eindhoven
75
stroomt uiteindelijk af richting de Dommel. De extra benodigde waterberging als gevolg van het nieuw verhard oppervlak zal dus worden gerealiseerd in de vorm van poelen (wadi’s). Daarnaast worden nieuwe bomen aangeplant binnen het plangebied. Voor een boom met minimaal 6 m3 aan ondergrondse groeiruimte geldt dat deze bijdraagt aan extra waterberging. Voor elke 10 nieuwe bomen bedraagt de extra waterberging 5 m3.
5.5.2
Afvalwater
Het vuil- en eventuele hemelwaterriolering vanaf het nieuw te realiseren entreegebouw zal gescheiden worden aangeboden aan de perceelsgrens en worden aangesloten op de gemeentelijke riolering in de Boutenslaan.
5.5.3
Advies / overleg Waterschap
Voor het bestuurlijk overleg met het Waterschap wordt verwezen naar bijlage 14 (Nota vanvooroverleg).
76
vastgesteld Buitengebied (Museumpark VONK) Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 6
6.1
Juridische vormgeving
Algemeen
Het bestemmingsplan "Format bestemmingsplan" is te typeren als een gedetailleerd plan. De methodiek van het bestemmingsplan is gebaseerd op de SVBP2012. Waar dat noodzakelijk is wordt afgeweken van de standaard en is specifiek ingespeeld op de situatie binnen het onderhavige plangebied.
6.2
Planmethodiek
Er is, conform de Wro, gekozen voor een analoge en digitale verbeelding van het plan. Aan de bestemmingen zijn bouw- en gebruiksregels gekoppeld die direct inzichtelijk maken welke ontwikkelingen zijn toegestaan. Verbeelding en regels bieden een directe bouwtitel voor bebouwing en gebruik. Al dan niet in combinatie met een nadere - eisen - regeling.
6.3
Verbeelding
Op de analoge en digitale verbeelding hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. Deze aanduidingen hebben slechts juridische betekenis indien en voor zover hier in de regels naar wordt verwezen. In verband met de leesbaarheid is het plan op een topografische ondergrond getekend. De bestemmingen en de aanduidingen zijn ingedeeld in hoofdgroepen volgens de SVBP2012 en zijn op de verbeelding opgenomen in het renvooi. Opgemerkt wordt dat de analoge en digitale verbeelding qua verschijning van elkaar verschillen. Dit heeft ermee te maken dat de manier van raadplegen anders is. De digitale verbeelding is juridisch bindend.
6.4
Planregels
De planregels zijn ondergebracht in inleidende regels (hoofdstuk 1), bestemmingsregels (hoofdstuk 2), algemene regels (hoofdstuk 3) en in overgangs- en slotregels (hoofdstuk 4). Hoofdstuk 1 - Inleidende regels De Inleidende regels bestaan uit begrippen en de wijze van meten. Dit om te voorkomen dat discussie ontstaat over de interpretatie van de regels. In 'Artikel 1 Begrippen' wordt een omschrijving gegeven van de in de regels gehanteerde begrippen. Als in de regels gebruikte begrippen niet in dit artikel voorkomen, dan geldt de uitleg/interpretatie conform het normale taalgebruik. In 'Artikel 2 Wijze van meten' zijn de te gebruiken meetmethodes vastgelegd. Hoofdstuk 2 - Bestemmingsregels De regels bij de bestemmingen worden hierna afzonderlijk toegelicht. In geval meerdere dubbelbestemmingen en gebiedsaanduidingen gelijktijdig van toepassing zijn op een gebied of in het geval dat er meerdere bepalingen van toepassing zijn binnen één bouwperceel, geldt dat vastgesteld Buitengebied (Museumpark VONK) Gemeente Eindhoven
77
deze bepalingen qua rangorde gelijk zijn aan elkaar. Dit betekent dat aan alle voorwaarden uit de relevante bepalingen voldaan moet worden. Logischerwijs heeft dit tot gevolg dat de meest beperkende bepaling geldt. Bestemming `Maatschappelijk' Het betreft hier een “verzamelbestemming” ten behoeve van medische, sociaal-culturele, religieuze, educatieve en openbare dienstverlenende (non-profijt) instellingen. Concreet is voor de ontwikkeling van Museumpark VONK* de aanduiding ‘specifieke vorm van maatschappelijk – 1’ toegekend waar uitsluitend een museale educatief-recreatieve functie is toegestaan, evenals een openbare horecagelegenheid in de vorm van een café/ restaurant met maximale (inpandige) oppervlakte van 300 m², met (uitpandig) maximaal 300 m2 terras. Voorwaarde voor de openbare horeca is wel dat deze alleen geopend mag zijn tijdens de reguliere openingstijden van de 'museale educatief-recreatieve functie'. De reguliere openingstijden zijn de openingstijden van het (openlucht) museum. Voor het overige is er binnen de bestemming `Maatschappelijk´ ondergeschikte horeca toegestaan voor zover die ondergeschikt is aan dan wel ter ondersteuning van de desbetreffende maatschappelijke functie(s).
Ingevolge het gemeentelijke Horecabeleidsplan wil dat zeggen dat de openingstijden van de horeca-activiteit niet ruimer mogen zijn dan die van de hoofdactiviteit, dat de horecavoorziening geen eigen toegang mag hebben en dat er geen separate reclame-uitingen zijn toegestaan. Tevens is er geregeld dat binnen deze maatschappelijke bestemming de beoogde kunstwerken en kunstobjecten gerealiseerd kunnen worden. Bestemming 'Natuur - 1' Deze bestemming beperkt zich tot grond die ingevolge de provinciale Interim omgevingsverordening behoort tot de ruimtelijke structuur Natuur Netwerk Brabant (NNB). Deze gronden genieten een hoge mate van bescherming tegen ontwikkelingen die een inbreuk kunnen betekenen op de ecologische waarden en kwaliteiten ervan. Extensief medegebruik (bijvoorbeeld wandelen en fietsen) is een belangrijk functioneel onderdeel hiervan. Bestemming 'Natuur - 2' De gronden die ingevolge de provinciale Interim omgevingsverordening (IOV) behoren tot de ruimtelijke structuur Groenblauwe mantel zijn voorzien van de bestemming 'Natuur - 2'. Alleen die gronden die evident voor (intensievere vormen van) agrarisch grondgebruik in gebruik zijn, zijn voorzien van de bestemming 'Agrarisch met waarden'. Beide bestemmingen zijn gericht op het behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van natuur- en watersystemen en het landschap.
Ook hier is extensief recreatief medegebruik van belang. Dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 2' Aan gebieden waarvan o.a. op grond van geomorfologische, bodemkundige opbouw en historische gegevens het aannemelijk is dat zich daar een hoge concentratie van archeologische sporen en vondsten bevinden is deze dubbelbestemming toegekend. Het in de betreffende planregels opgenomen niveau van bescherming tegen inbreuken daarop is nog steeds hoog. Dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie - 1' Het betreft de gebieden die zijn opgenomen als landschapstypen met hoge en zeer hoge waarde, weergegeven op de 'Cultuurhistorische waarderingskaart historisch landschap' (kaart 2a, blad 1 t/m 4) met de bijbehorende rapportage, en opgenomen in Cultuurhistorisch onderzoek uitgevoerd door RAAP (rapportnr. 3258: 'De groene zoom van Eindhoven - Een cultuurhistorische waardenkaart van het buitengebied van Eindhoven, alsmede enkele groene delen van de bebouwde kom'). De gebieden waar blijkens het door RAAP uitgevoerde onderzoek sprake is van hoge en zeer hoge cultuurhistorische waarden en kenmerken, zijn voorzien van deze dubbelbestemming. De regels bieden bescherming tegen onevenredige aantasting van die waarden en kenmerken. 78
vastgesteld Buitengebied (Museumpark VONK) Gemeente Eindhoven
Dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie - 2' Het betreft de gebieden die zijn opgenomen als (landschaps)elementen met hoge en zeer hoge waarde, weergegeven op de 'Cultuurhistorische waarderingskaart historisch landschap' (kaart 2b, blad 1 t/m 4 en kaart 2c, blad 1 t/m 4) met de bijbehorende rapportage, en opgenomen in Bijlage 3 Cultuurhistorisch onderzoek uitgevoerd door RAAP (rapportnr. 3258: 'De groene zoom van Eindhoven - Een cultuurhistorische waardenkaart van het buitengebied van Eindhoven, alsmede enkele groene delen van de bebouwde kom'). Aan bouwwerken en (landschaps)elementen die ingevolge het onderzoek van RAAP cultuurhistorisch gezien een hoge tot zeer hoge waardering hebben verkregen, is deze dubbelbestemming toegekend. De regels hebben tot doel ongewenste aantasting ervan te voorkomen. Dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterbergingsgebied' Om te kunnen voorzien in voldoende waterbergend vermogen zijn bepaalde gebieden aangewezen en voorzien van deze dubbelbestemming omin voorkomende gevallen te kunnen dienen voor de tijdelijke opvang van water. Het gaat hier om de in de provinciale verordening opgenomen aanduidingen 'Regionale waterbering' (artikel 3.35 IOV) en 'Reservering waterbering' (artikel 3.36 IOV). De onderliggende bestemmingen zijn ondergeschikt aan deze dubbelbestemming.
De regels zijn gericht op het beperken van functies en activiteiten die ten koste kunnen gaan van het waterbergend vermogen van het gebied. Binnen regionale waterberging gelden meer beperkingen dan in de reserveringsgebieden waterberging, omdat deze gebieden concreet nodig zijn om wateroverlast tegen te gaan. Binnen reservering waterberging is een afweging mogelijk. Daarom geldt dat betrokkenheid van de waterschappen, als primair verantwoordelijk bestuursorgaan voor de inrichting van de waterbergingsgebieden, nodig is. Hoofdstuk 3 - Algemene regels Onder de Algemene regels zijn opgenomen de Anti-dubbeltelregel, de Algemene aanduidingsregels, de Algemene bouwregels, de Algemene gebruiksregels en de Algemene afwijkingsregels. Daarnaast zijn in de regels opgenomen voor parkeren en waterberging. Onder Algemene aanduidingsregels zijn onder andere milieuzones opgenomen om het drinkwater te beschermen. Dit overeenkomstig de provinciale handreiking Drinkwaterbescherming Noord- Brabant. Milieuzone - boringsvrije zone Boringsvrije zones liggen als een schil rond de waterwingebieden. Bij een boringsvrije zone wordt het water gewonnen uit een dieper pakket, dat wordt afgesloten door een kleilaag. Boringsvrije zones zijn daarom minder kwetsbaar dan grondwaterbeschermingsgebieden. Een boringsvrije zone moet zorgen voor behoud van de beschermende kleilaag in de bodem.
Dit door middel van een aanlegvergunningenstelsel voor activiteiten in de bodem op een diepte van meer dan 10 meter. De vergunning voor boringen of andere grondwerkzaamheden kan worden verleend als boringen of grondwerkzaamheden dieper dan 10 meter beneden maaiveld gaan, maar de beschermende kleilaag niet doorboren. Dit kan nagegaan worden in de kaartbank van de provincie Noord-Brabant in de map 'Water in de provinciale Interim Omgevingsverordening' de kaartlaag Boordiepte Boringsvrijezone (de laatste kaartlaag in de map Water Algemeen) te raadplegen. Deze kaart gebruikt de provincie ook om te bepalen of boringen meldingsplichtig zijn op grond van de IOV. Overige zone - attentiezone waterhuishouding Deze attentiezone strekt tot bescherming van de waterhuishouding en sluit functies en activiteiten uit die een negatief effect hebben op de hydrologische instandhoudingsdoelen van het hierbinnen gelegen Natuur Netwerk Brabant. Dit overeenkomstig de geldende provinciale verordening (artikel 3.26 IOV). Doel van de attentiezone is om ontwikkelingen die een negatieve invloed hebben op de binnen de attentiezone gelegen natte natuurparels tegen te gaan. Stromingen in het grondwatersysteem kunnen veranderen door verandering van bodemopbouw of het doorboren van lagen (bij grondverzet of diepploegen). Voor activiteiten die vastgesteld Buitengebied (Museumpark VONK) Gemeente Eindhoven
79
een negatief effect op de (grond)waterstand in een natte natuurparel kunnen hebben, is een vergunning nodig. Bij het toelaten van functies die een negatief effect kunnen hebben op de waterhuishouding, geldt dat overleg met het waterschap nodig is. Overige zone - behoud en herstel watersystemen Het werkingsgebied 'Behoud en herstel watersystemen' is gebaseerd op het Provinciaal milieu- en waterplan en gebaseerd op: waterlopen met de functie waternatuur, (natte) ecologische verbindingszones en gebieden die in de reconstructie- en gebiedsplannen zijn aangeduid als 'ruimte voor beek- en kreekherstel'. In deze gebieden is het beleid vanuit een regionaal belang gericht op behoud, verbetering en herstel van het natuurlijke watersysteem. Het werkingsgebied behoud en herstel van watersystemen overlapt voor een deel met het Natuur Netwerk Brabant - ecologische verbindingszone en de groenblauwe mantel. Binnen behoud en herstel van watersystemen zijn dan aanvullend, specifieke regels gesteld ter bescherming van het belang, zoals het ophogen van gronden. Ook zijn twee voorwaardelijke verplichtingen opgenomen, te weten voor parkeren en voor waterberging: Voorwaardelijke verplichting parkeren De regeling voor parkeren heeft betrekking op fiets- en autoparkeren. Met dit artikel werkt het geldende beleid door in het bestemmingsplan.
Indien dit beleid op enig moment wordt gewijzigd, wordt van de gewijzigde regeling uitgegaan. Hierdoor is de regeling 'dynamisch', in die zin dat een bestemmingsplan niet hoeft te worden herzien als het beleid wijzigt. In het kader van de ontwikkeling van Museumpark VONK* wordt concreet verwezen naar de parkeervoorzieningen en maatregelen als gevolg van het parkeeronderzoek dat voor de ontwikkeling is gedaan. In bijzondere gebieden of situaties kan het bevoegd gezag bij omgevingsvergunning afwijken van de regeling, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de bereikbaarheid en/of ruimtelijke situatie. Verder kan het bevoegd gezag bij omgevingsvergunning nadere eisen stellen ten aanzien van de maatvoering van de (fiets)parkeervoorzieningen indien dit, gelet op de feitelijke omstandigheden, noodzakelijk is. bij wisseling gebruiksfunctie Binnen enkele (gemengde) bestemmingen kan het mogelijk zijn om van gebruiksfunctie te wisselen zonder dat een omgevingsvergunning nodig is. Het wijzigen van gebruiksfunctie kan echter wel gevolgen hebben voor de parkeerbehoefte. Namelijk in het geval niet in voldoende mate parkeergelegenheid op eigen terrein wordt gerealiseerd en in stand wordt gehouden, een en ander volgens de geldende beleidsregeling. In die gevallen is sprake van een verbod tot gebruikswijziging.
Bij gebruikswijzigingen kan geen dynamische verwijzing opgenomen worden, dit zoals in rechtspraak bevestigd. In bijzondere gebieden of situaties kan het bevoegd gezag bij omgevingsvergunning afwijken van het verbod, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de bereikbaarheid en/of ruimtelijke situatie. Voorwaardelijke verplichting waterberging Een voorwaardelijke verplichting is opgenomen voor de aanleg van waterberging bij de bouw van bouwwerken. Op grond van deze verplichting mag er alleen gebouwd worden als er voldoende waterberging is aangelegd, eventueel in combinatie met andere maatregelen die bijdragen aan het klimaatbestendig maken van de stad. Deze verplichting is ontleend aan paragraaf 5.5 en de beleidsregel “Klimaat robuust (her)inrichten en ruimtelijk ontwikkelen” in bijlage 5 van het Gemeentelijk Rioleringsplan Eindhoven 2019-2022 (verder: GRP). Bij bouwwerken met een oppervlakte van 150 m² of meer moet in principe een waterberging aangelegd worden tot 75 mm per m² oppervlakte van het bouwwerk. Voor bouwwerken met een oppervlakte tussen 50 m² en 150 m² geldt een lagere bergingseis: daar moet in principe worden voorzien in een waterberging tot 25 mm per vierkante meter bouwoppervlakte. In groenarme gebieden geldt een hogere eis, omdat daar een grotere opgave ligt.
Een deel van de vereiste waterberging kan worden gecompenseerd met andere maatregelen die in lijn zijn met het beleid voor klimaatadaptatie, dat is beschreven in de beleidsregel Klimaat robuust (her)inrichten en ruimtelijk ontwikkelen. Hierbij kan worden gedacht aan bijvoorbeeld het aanplanten van nieuwe bomen (die zorgen voor vasthouden van regenwater en beschaduwing) 80
vastgesteld Buitengebied (Museumpark VONK) Gemeente Eindhoven
of het aanleggen van gevelgroen. De exacte omvang van de benodigde waterberging en de omvang van andere maatregelen is sterk afhankelijk van de kenmerken van het bouwplan en de locatie. De wijze waarop de benodigde maatregelen moeten worden bepaald, is uitgewerkt in de genoemde beleidsregel. De gemeente heeft een rekentool beschikbaar gesteld waarmee initiatiefnemers eenvoudig kunnen nagaan wat de omvang van de maatregelen moet zijn, op basis van een aantal gegevens van hun initiatief en de locatie. Deze rekentool is te raadplegen op https://rekentool.eindhovenduurzaam.nl. De rekentool is dynamisch van aard, dat wil zeggen dat deze kan worden aangepast. Hoofdstuk 4 - Overgangs- en slotregels In hoofdstuk 4, Overgangs- en slotregels, zijn het Overgangsrecht en Slotregel opgenomen.
vastgesteld Buitengebied (Museumpark VONK) Gemeente Eindhoven
81
82
vastgesteld Buitengebied (Museumpark VONK) Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 7
Handhaving
Handhavingsnota Leefomgeving 2018-2021 In Eindhoven streven we naar een aantrekkelijke stad waar inwoners en bezoekers zich welkom, thuis en veilig voelen. Voor het behoud van een prettige leefomgeving zijn regels nodig. Het voorkomen van overtredingen en de bereidheid om regels na te leven heeft een hoge prioriteit. Hoe dit wordt vormgegeven staat in de 'nota Handhaving Leefomgeving 2018-2021'. De nota is op 27 februari 2018 door het college vastgesteld. Het is een integraal beleidsplan waarin op hoofdlijnen de keuzes voor het handhaven van de fysieke leefomgeving staan beschreven. Op basis van de nota wordt jaarlijks een uitvoeringsplan opgesteld waarin de aanpak wordt geconcretiseerd. Uitgangspunten Bij de vertaling van dit beleidskader naar een concreet, jaarlijks uitvoeringsplan worden een aantal uitgangspunten in acht genomen. De belangrijkste uitgangspunten zijn: Informatie gestuurd De gemeente Eindhoven ziet informatie gestuurde handhaving als een belangrijke pijler. Er zijn ontwikkelingen op het gebied van ICT en data analyse. Door gemeentelijke en andere informatiebronnen te ontsluiten, te analyseren en te combineren kunnen we een problematiek eerder (of preventief) en gerichter aanpakken. Gebiedsgericht Om optimaal in te kunnen spelen op vraagstukken van inwoners zet de gemeente Eindhoven binnen het ruimtelijk domein al geruime tijd in op gebiedsgericht toezicht.
Dit doen we door vanuit een actieve samenwerking met wijkteams - te kijken naar naleefgedrag, oorzaken en oplossingen gerelateerd aan geografische gebieden. Er zijn verschillende vragen, doelgroepen en belangen. Kennis wordt gedeeld en ervaringen van inwoners en bedrijven worden verzameld. Deze input is van invloed op de prioriteiten in het jaarlijkse uitvoeringsplan, waar mogelijk toegespitst op een specifieke wijk. Per wijk kunnen er dus op basis van gebiedsanalyses en bijvoorbeeld buurtcontracten verschillende bouwstenen zijn voor het uitvoeringsplan. Risico- en oplossingsgerichte benadering De gemeente Eindhoven benadert toezicht en handhaving risico- en oplossingsgericht. De prioriteiten worden in beginsel gebaseerd op een inschatting van de veiligheids- en gezondheidsrisico's voor inwoners. Ook aspecten als leefbaarheid, duurzaamheid en omgevingskwaliteit wegen in belangrijke mate mee. Daarnaast worden prioriteiten mede gebaseerd op wat inwoners en bedrijven belangrijk vinden. Eindhoven hecht eraan om vraagstukken waar mogelijk gezamenlijk op te lossen. Er zijn onderwerpen die in algemene zin aandacht vragen. Brandveilig gebruik van woongebouwen verdient (nog) meer aandacht, in de context van kwetsbare groepen die langer zelfstandig blijven wonen. Ook aanpak van jeugdoverlast, duurzaamheid en de bestaande bouw zijn voorbeelden.
Er wordt gezocht naar de beste oplossing die nodig is voor het versterken van de veiligheid in de leefomgeving van onze inwoners. Hiermee ontstaat een risicoanalyse op basis waarvan vervolgens de prioriteiten binnen het toezicht worden gesteld. Consequent en doelmatig Uitvoeringsplannen en jaarverslagen bevatten een overzicht van de inzet en capaciteit voor handhaving. In het verlengde van informatie gestuurde en oplossingsgerichte handhaving vergt doelmatige handhaving een analyse van resultaten. Meetbare doelen om te beoordelen of de beschikbare capaciteit zo doelmatig mogelijk wordt ingezet. We beogen in de komende jaren een ontwikkeling door te maken in de vierslag capaciteit – prioriteit – risicoanalyse nalevingsniveau. Dit moet onder andere leiden tot meer inzicht in de relatie tussen handhavingsinspanningen en het nalevingsniveau (effect). vastgesteld Buitengebied (Museumpark VONK) Gemeente Eindhoven
83
Prioritering De gemeente Eindhoven maakt keuzes om ervoor te zorgen dat de beschikbare capaciteit zo adequaat mogelijk wordt ingezet. Om goede prioriteiten te stellen is inzicht noodzakelijk in mogelijke problemen, de risico's en negatieve effecten. Hierdoor kan beter ingespeeld worden op de grootste ergernissen en notoire overtreders en draagt handhaving bij aan een verhoogd gevoel van veiligheid. Met inachtneming van de uitgangspunten zijn in de nota prioriteiten gesteld. Aan de hand van deze prioriteiten, het budget uit de programmabegroting, incidentele bestuurlijke prioriteiten en het naleefgedrag van burgers en bedrijven, wordt jaarlijks het uitvoeringsplan voor toezicht en handhavingsprogramma opgesteld. Uitvoeringsplan In het uitvoeringsplan wordt op hoofdlijnen opgenomen waar de capaciteit dat jaar wordt ingezet. Daarbij is een onderverdeling gemaakt in: Object en informatiegericht 1. Bouwen en Wonen 2. Openbare leefomgeving 3. Bedrijven Gebiedsgericht 1. Pilot Veiligheid en leefbaarheid 2. Actiegebieden Themagericht Bij ieder onderdeel worden jaarlijks een aantal belangrijke ontwikkelingen op het gebied van toezicht en handhaving opgenomen. Dat kan bijvoorbeeld gaan om woonoverlast bij de Activiteiten Bouwen & Wonen. Of duurzaamheid en energiebesparing bij de Activiteiten Bedrijven. Bovengenoemde onderverdeling komt in elk uitvoeringsplan terug.
Per jaar wordt aangegeven welke prioriteit een onderdeel heeft en hoeveel capaciteit er wordt ingezet. Duidelijke regels Om overtredingen te voorkomen en goed te kunnen handhaven is het belangrijk dat regels duidelijk zijn. Het moet duidelijk zijn wat wel en niet mag. Regels dienen niet voor verschillende uitleg vatbaar te zijn. Bij het opstellen van bestemmingsplannen is daarom gekozen voor een zo helder mogelijke juridische methodiek. De regels zijn zo geschreven, dat deze in de praktijk goed toetsbaar zijn. De juridische toelichting op het bestemmingsplan en de begrippenlijst geven nadere uitleg over de regels en over de begrippen die gebruikt worden.
84
vastgesteld Buitengebied (Museumpark VONK) Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 8
Financiële aspecten
Bij de vaststelling van een bestemmingsplan, waarin ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt, dient de gemeenteraad eveneens een exploitatieplan vast te stellen. Dit heeft te maken met de wettelijke verplichting om de kosten; die de gemeente moet maken om deze ontwikkeling mogelijk te maken, te verhalen op de eigenaar/ontwikkelaar. Van deze verplichting tot het vaststellen van een exploitatieplan kan worden afgezien als het kostenverhaal op een andere manier is geregeld. Dit kan bijvoorbeeld door middel van gemeentelijke gronduitgifte of door het afsluiten van een overeenkomst. Ook kan er sprake zijn van zogenaamde “kruimelgevallen”. Het komt er hierbij op neer dat de door de gemeente te maken kosten beperkt zijn en de kosten verhaald kunnen worden via de legesverordening. Voorwaarde hierbij is dat er geen sprake is van fasering, locatie-eisen of eisen aan woningbouwcategorieën. Er is in casu een anterieure overeenkomst afgesloten zodat er geen verplichting bestaat tot het vaststellen van een exploitatieplan.
vastgesteld Buitengebied (Museumpark VONK) Gemeente Eindhoven
85
86
vastgesteld Buitengebied (Museumpark VONK) Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 9 Procedure en maatschappelijke uitvoerbaarheid
9.1
Bekendmaking ex artikel 1.3.1. Bro
Op grond van artikel 1.3.1. van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet van het voornemen een bestemmingsplan voor te bereiden, kennis worden gegeven. De kennisgeving van de voorbereiding van onderhavig bestemmingsplan is geplaatst in Groot Eindhoven op 19 januari 2022. De kennisgeving is tevens bij de officiële publicaties op de gemeentelijke website www.eindhoven.nl geplaatst. Er zijn geen stukken betreffende het voornemen ter inzage gelegd, noch de mogelijkheid open gesteld om zienswijzen tegen het voornemen in te dienen of instanties om advies te vragen.
9.2
Overleg ex artikel 3.1.1. Bro
Op grond van artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moeten burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met de rijks- en provinciale diensten die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Het plan is mondeling besproken met de provincie en het waterschap en ook via de formele weg ter vooroverleg aangeboden. Voor de reacties wordt verwezen naar de Nota van (bestuurlijk) vooroverleg (bijlage 14).
9.3
Inspraak
Per 1 oktober 2008 is de "Verordening Samenspraak en Inspraak gemeente Eindhoven 2008" in werking getreden. Het doel hiervan is het betrekken van burgers bij de besluitvorming. Eindhoven Museum heeft de omgeving op verschillende momenten in het traject geïnformeerd en betrokken bij de planvorming. Niet alleen via de Klankbordgroep Genneper Parken, maar ook via de werkgroep waarin onder andere ook Henri van Abbe Stichting vertegenwoordigd is. Ook zijn omwonenden en andere geïnteresseerden in de gelegenheid gesteld de ontwerpen en tussenstappen te bekijken en vragen te stellen. Tevens is het plan aangeboden aan de informele vooroverlegpartners, waaronder Trefpunt Groen Eindhoven (TGE), Henri van Abbe Stichting en Stichting Bescherming Wederopbouw Erfgoed Eindhoven. Voor de reacties en een overzicht van alle contactmomenten wordt verwezen naar de Nota van (bestuurlijk) vooroverleg (bijlage 14).
9.4
Zienswijzen
Het ontwerp van het bestemmingsplan heeft met ingang van donderdag PM tot en met woensdag PM op de gebruikelijke wijze ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn is iedereen in de gelegenheid gesteld om schriftelijk of mondeling een zienswijze ten aanzien van het ontwerp van het bestemmingsplan kenbaar te maken. PM
vastgesteld Buitengebied (Museumpark VONK) Gemeente Eindhoven
87
9.5
Ambtshalve aanpassingen
Facultatief PM
88
vastgesteld Buitengebied (Museumpark VONK) Gemeente Eindhoven
Bijlagen bij toelichting
Bijlage 1
Voorlopig ontwerp Museumpark VONK*
Bijlage 2
Rapport RAAP 3258 De groene zoom van Eindhoven
Bijlage 3 Archeologisch Bureauonderzoek (BO) en Inventariserend Veldonderzoek (IVO), verkennende fase, VONK* Eindhoven
Bijlage 4
Rapport Onderbouwing parkeren en verkeer VONK*
Bijlage 5
Boom Effect Analyse Museumpark VONK*
Bijlage 6
Vormvrije m.e.r.-beoordelingsnotitie
Bijlage 7 Akoestisch onderzoek omgevingslawaai Museumpark VONK* Boutenslaan 161B te Eindhoven
Bijlage 8 Eindhoven
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Boutenslaan (ong.) te
Bijlage 9 Eindhoven
Verkennend bodem- en verhardingsonderzoek Boutenslaan 161A te
Bijlage 10
Quickscan beschermde flora en fauna preHistorisch Dorp Eindhoven
Bijlage 11 Nader onderzoek Wet natuurbescherming uitbereiding preHistorisch Dorp Eindhoven
Bijlage 12 Eindhoven
Berekening stikstofdepositie gebruiksfase Museumpark VONK* te
Bijlage 13
Resultaten rekentool klimaatopgave Eindhoven
Bijlage 14
Nota van (bestuurlijk) vooroverleg
Deze bijlagen zijn te raadplegen op de landelijke websote www.ruimtelijkeplannen.nl vastgesteld Buitengebied (Museumpark VONK) Gemeente Eindhoven
89
90
vastgesteld Buitengebied (Museumpark VONK) Gemeente Eindhoven
Regels
vastgesteld Buitengebied (Museumpark VONK) Gemeente Eindhoven
91
92
vastgesteld Buitengebied (Museumpark VONK) Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 1
Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder: 1.1
plan
het bestemmingsplan Buitengebied (Museumpark VONK) met identificatienummer NL.IMRO.0772.80421-0301 van de gemeente Eindhoven. 1.2
bestemmingsplan
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen bij de regels. 1.3
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5
aardkundige waarden
landschapswaarden die samenhangen met (abiotische) milieukenmerken, zoals geologie, geomorfologie, reliëf, grondwaterhuishouding, (kwelgebieden), bodemopbouw/bodemsamenstelling, afzonderlijk of in onderlinge samenhang. 1.6
abiotische waarde
geheel van waarden in verband met het abiotische milieu (=niet levende natuur), in de vorm van specifieke aardkundige verschijnselen zoals steilranden en bodemovergangen. 1.7
Actualisatie nota parkeernormen (2019)
Nota gepubliceerd op 3 oktober 2019 en in werking getreden op 4 oktober 2019. 1.8
agrarisch grondgebruik
het gebruik van gronden voor het telen van gewassen en/of het weiden van dieren, in het kader van een agrarisch bedrijf, alsmede het gebruik van gronden voor het weiden van hobbymatig gehouden dieren. 1.9
archeologisch adviseur
een door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg. 1.10
archeologisch onderzoek
onderzoek verricht door of namens een dienst of instelling dat voldoet aan de meest actuele versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA).
vastgesteld Buitengebied (Museumpark VONK) Gemeente Eindhoven
93
1.11
archeologische verwachting
de aan een gebied toegekende verwachting in verband met de kans op het voorkomen van archeologische waarden. 1.12
archeologische waarde
de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in het gebied voorkomende overblijfselen uit oude tijden. 1.13
bebouwing
één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 1.14
bebouwingspercentage
het op de verbeelding of in de regels aangegeven percentage dat de grootte van het deel van een terrein (bouwvlak, bestemmingsvlak of bouwperceel) aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd. 1.15
bed & breakfast
toeristisch en kortdurend (maximaal 2 weken) nachtverblijf met het serveren van ontbijt. Overnachtingen noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid zijn hieronder niet begrepen. 1.16
bedrijf
een (dienstverlenend) bedrijf of instelling, inclusief de daarbij behorende voorzieningen ten behoeve van opslag- en administratie, welke gericht is op het ontwikkelen, produceren, bewerken, herstellen, installeren, inzamelen, verwerken, verhuren, opslaan en of distribueren van goederen. 1.17
bedrijfsactiviteiten
handelingen en werkzaamheden die plaatsvinden in het kader van de uitoefening van een bedrijf. 1.18
bedrijfsgebouw
een gebouw dat dient voor de uitoefening van een bedrijf. 1.19
bedrijfsvloeroppervlakte
de totale oppervlakte van de voor bedrijfsuitoefening of (agrarische) nevenactiviteit benodigde bedrijfsruimte, inclusief de verkoopvloeroppervlakte, opslag- en administratieruimten en dergelijke. 1.20
bedrijfswoning
een woning in of bij een gebouw of op een terrein, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden, dan wel voor de huisvesting van maximaal twee personen die geen gezamenlijk huishouden voeren, wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw of terrein wenselijk is. 1.21
bestaand
bij bouwwerken: legale bouwwerken die aanwezig of in uitvoering zijn op het moment van ter visie legging van het ontwerp van het bestemmingsplan, dan wel bouwwerken zoals die mogen worden gebouwd krachtens een onherroepelijke omgevingsvergunning; bij gebruik: legaal gebruik van grond en opstallen zoals aanwezig tijdens de inwerkingtreding van het bestemmingsplan.
94
vastgesteld Buitengebied (Museumpark VONK) Gemeente Eindhoven
1.22
bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak. 1.23
bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.24
bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.25
bouwgrens
de grens van een bouwvlak. 1.26
bouwperceel
een aaneengesloten (virtueel) vlak, waarop ingevolge de regels zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing en voorzieningen is toegelaten. 1.27
bouwperceelgrens
een grens van een bouwperceel. 1.28
bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.29
bouwwerk
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.30
buitenschoolse opvang (BSO)
het in georganiseerd verband opvangen van meer dan 6 kinderen in de leeftijdscategorie 4 tot 13 jaar voor en na schooltijd, in de middagpauze en tijdens schoolvakanties. 1.31
café
horeca, niet zijnde een discotheek of bar/dancing, uitsluitend of overwegend gericht op het verstrekken van dranken voor consumptie ter plaatse, met als nevenactiviteit het verstrekken van kleine etenswaren, al dan niet ter plaatse bereid. 1.32
caravan
een al dan niet uitklapbare wagen of voertuig, onder welke benaming ook aangeduid, die uitsluitend of in hoofdzaak dient of kan dienen tot onderkomen van één of meer personen die het hoofdverblijf elders heeft of hebben, en die bestemd is om regelmatig en op normale wijze op de verkeerswegen, ook over grote afstanden, als aanhangsel van een auto te worden voortbewogen. Ook indien deze wagen of dit voertuig wegens daaraan of daarbij aangebrachte wijzigingen of voorzieningen niet of niet meer geschikt is om te worden verreden, wordt hij voor de toepassing van dit plan aangemerkt als caravan. 1.33
cultuurhistorische waarde
de aan een bouwwerk of gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis heeft gemaakt van dat bouwwerk of gebied.
vastgesteld Buitengebied (Museumpark VONK) Gemeente Eindhoven
95
1.34
dagrecreatie
een vorm van recreëren die zich beperkt tot één dag, zonder overnachting. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld kamperen en dergelijke waarbij men zich meerdere dagen van huis begeeft. 1.35
dak
iedere bovenbeëindiging van een gebouw. 1.36
detailhandel
het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop), verkopen en leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. Onder detailhandel wordt ook begrepen grootschalige detailhandel, volumineuze detailhandel, tuincentrum, internetwinkel/webwinkel, afhaalpunt en supermarkt. 1.37
dienstverlenend bedrijf en/of dienstverlenende instelling
bedrijf of instelling waarvan de werkzaamheden bestaan uit het bedrijfsmatig verlenen van diensten aan derden, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen, waaronder ook zijn begrepen kapperszaken, belwinkels, internetcafé, schoonheidsinstituten, fotostudio´s en naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijven en inrichtingen, met uitzondering van een garagebedrijf en een seksinrichting. 1.38
dienstverlening
het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen. 1.39
diepploegen
een kerende grondbewerking door middel van een ploeg, die dieper gaat dan de teeltlaag. 1.40
erotisch getinte vermaakfunctie
een vermaakfunctie, welke is gericht op het doen plaatsvinden van voorstellingen en/of vertoningen van porno-erotische aard, waaronder begrepen een seksbioscoop, een seksclub en een seksautomatenhal. 1.41
evenementen
een evenement zoals bedoeld in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van Eindhoven. 1.42
extensief agrarisch grondgebruik
die vormen agrarisch grondgebruik die het behoud en/of ontwikkeling van de aanwezige natuur- en landschapswaarden beogen en waarbij voor de grondbewerking slechts in geringe mate gebruik wordt gemaakt van agrarische middelen en de verbouw van (vollegronds)teeltproducten, in hoofdzaak gericht op de instandhouding en/of vergroting van de natuur-, landschappelijke en cultuurhistorische waarden. 1.43
extensief recratief medegebruik
die vormen van recreatie welke in hoofdzaak zijn gericht op natuur- en landschapsbeleving, zoals wandelen, fietsen en kanoën. 1.44
gebouw
bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.45
gebruiken
het gebruiken, in gebruik geven of laten gebruiken. 96
vastgesteld Buitengebied (Museumpark VONK) Gemeente Eindhoven
1.46
gebruiksfunctie
een gebruiksfunctie passend binnen een bestemming waarbij sprake is van een auto- en fietsparkeerbehoefte conform de Actualisatie nota parkeernormen (2019). 1.47
gevaarlijke stoffen
gevaarlijke stoffen zijn stoffen waarvan het gebruik, het transport of de opslag (overslag e.d.), risico's met zich meebrengt. Het kan gaan om explosiegevaar, brand, giftigheid of radioactiviteit. 1.48
groepsaccommodatie
een gebouw of een gedeelte van een bouwwerk dat is bestemd voor verblijfsrecreatie (recreatief nachtverblijf) door meerdere personen in groepsverband. 1.49
hoofdgebouw
een gebouw dat, op een bouwperceel door zijn constructie of afmetingen dan wel gelet op de bestemming, als het belangrijkste bouwwerk op een bouwperceel kan worden aangemerkt. 1.50
horeca
een bedrijf, waar bedrijfsmatig dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of waarin bedrijfsmatig logies wordt verstrekt (niet zijnde een bed & breakfast) zoals een hotel, motel of een groepsaccommodatie, één en ander al dan niet in combinatie met een vermaakfunctie, met uitzondering van een erotisch getinte vermaakfunctie. 1.51
hotel
een bedrijf hoofdzakelijk gericht op het verstrekken van logies (per nacht) met - al dan niet als nevenactiviteit het verstrekken van maaltijden en dranken voor consumptie ter plaatse. 1.52
huishouden
een meerderjarige alleenstaande, dan wel twee of meer personen, waarvan er tenminste één meerderjarig is, die twee jaar of langer duurzaam een gemeenschappelijke huishouding voeren. 1.53