CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Buitengebied (Bokt ongenummerd)

Raadsvergadering 1 juni 2021, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Buitengebied (Bokt ongenummerd)24.740 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Met deze waterparagraaf wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 3.1.6, lid 1, onder b en c van het Besluit ruimtelijke ordening.

5.2

Beleid

5.2.1

Rijksbeleid

In 2009 is de Waterwet in werking getreden. Deze wet regelt het beheer van oppervlakte- en grondwater en is gericht op de samenhang met de ruimtelijke ordening. De wet kent een vergunningstelsel (watervergunning).

Nationaal Waterplan 2016 - 2021 Op 10 december 2015 is het Nationaal Waterplan 2016 - 2021 vastgesteld door de minister van Infrastructuur en milieu. Voor wat de ruimtelijke aspecten betreft moet dit plan worden gezien als een structuurvisie en is het bindend voor het Rijk. Het Rijk is verantwoordelijk voor het hoofdwatersysteem. Het waterplan beschrijft de strategische doelen voor het waterbeheer. De condities en maatregelen voor het bereiken van deze doelen staan beschreven in het 'Beheer- en ontwikkelplan voor de Rijkswateren' van Rijkswaterstaat. Lagere overheden dienen het Nationaal Waterplan 2016 - 2021 in hun beleid te verwerken.

5.2.2

Provinciaal beleid

Provinciaal Milieu- en Waterplan 2016 - 2021 Het Provinciaal Milieu- en Waterplan 2016 - 2021 (hierna: PMWP) is op 18 december 2015 door Provinciale Staten vastgesteld. Het plan staat voor het samen werken aan een provincie waar iedereen prettig woont, werkt en leeft in een veilige en gezonde leefomgeving en waarin de zorg voor een duurzaam schone en veilige fysieke leefomgeving centraal staat. De agenda van Brabant plaatst provinciaal beleid in dienst van gezondheid, biodiversiteit, sociale ontwikkeling en een innovatieve, duurzame economie. Het PMWP integreert de milieu- en de wateropgave en het zet de nieuwe koers uit voor de provinciale inzet met betrekking tot water, bodem, lucht en de overige milieuaspecten. Behalve het PMWP is er een provinciaal natuurbeleidsplan (Brabant Uitnodigend Groen), een energieplan (Energieagenda) en is er beleid om de Brabantse agrofoodsector duurzaam te maken (Uitvoeringsagenda Brabantse Agrofood). Het PMWP vult deze plannen aan daar waar er grote raakvlakken zijn met het vastgesteld Buitengebied (Bokt ongenummerd) Gemeente Eindhoven

71

milieu- en waterbeleid. Op deze manier wordt gewerkt aan een integrale benadering van de duurzame fysieke leefomgeving.

Wettelijke taken De wettelijke taken op het gebied van milieu en water worden zorgvuldig uitgevoerd. Voor de vergunningverlening, toezicht en handhaving binnen het omgevingsrecht besteedt de provincie de uitvoering van taken uit aan de drie Brabantse omgevingsdiensten. De gemeente Eindhoven valt onder het werkgebied van de Omgevingsdienst Oost Brabant (ODZOB). Afstemming vindt plaats in het Bestuurlijk Platform Omgevingsrecht. De provincie bereid zich voor op de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

Integrale en gezamenlijke aanpak Provincie en partners blijven samenwerken (lokaal, regionaal, nationaal en internationaal). De provinciale rol hangt af van het onderwerp en van de onzekerheid die er is over doel en route. De provincie werkt waar mogelijk gebiedsgericht samen en dat moet uiteindelijk vanzelfsprekend worden. Daarbij worden alle belangen zoveel mogelijk meegenomen. De provincie nodigt de Brabantse partners (gemeenten, waterschappen, terreinbeheerders, bedrijven en maatschappelijke organisaties) uit om een gezamenlijke klimaatagenda voor Brabant op te stellen. De provincie heeft daarbij de rol van kennismakelaar en verbinder (integratie van projecten en uitrol van goede voorbeelden. In de klimaatagenda worden gezamenlijke ambities en maatregelen vastgelegd. Ook op Europees niveau blijft de provincie samenwerken aan de milieu- en wateropgaven.

Bij grote ruimtelijke en infrastructurele werken wordt gezocht naar oplossingen met minder milieueffecten, bijvoorbeeld door de hoogwaardige inzet van secundaire materialen. Groene inpassing krijgt veel aandacht. De gronden en provinciale wegen die bij de provincie in bezit zijn worden beheerd op een natuur- en milieuvriendelijke manier. De provincie brengt de duurzaamheidsaspecten van nieuwe grote projecten en programma's bij aanvang in beeld middels een duurzaamheidsscan.

De provincie gaat verder met het Programma DuurzaamDoor. Provincie en partners kijken samen wie welke rol kan oppakken bij het stimuleren van gedrag dat bijdraagt aan gezondheid, veiligheid en groene groei in relatie tot milieu en water.

5.2.3

Beleid Waterschap

Waterbeheerplan 'Waardevol Water' Waterschap de Dommel heeft op 29 september 2015 het Waterbeheerplan “Waardevol Water” vastgesteld. Dit strategisch document dat op 1 januari 2016 in werking getreden beschrijft de doelstellingen voor de periode 2016-2021 en op welke wijze zij die wil bereiken. Het plan is afgestemd op de ontwikkeling van het Stroomgebiedbeheerplan de Dommel, het Nationaal en het Provinciaal Milieu- en Waterplan.

Dit plan biedt ruimte voor initiatieven van derden en speelt in op kansen die zich in het waterschapgebied voordoen, waarbij de in het plan beschreven doelen leidend zijn. In de projecten zelf worden de doelen van het Waterbeheerplan uitgewerkt in concrete maatregelen. Het waterschap heeft de volgende uitgangspunten geformuleerd die richtinggevend zijn voor de plannen en oplossingen.

72

vastgesteld Buitengebied (Bokt ongenummerd) Gemeente Eindhoven

Beekdalbenadering: ook al zijn de verschillen tussen stad en buitengebied groot toch maken zij deel uit van hetzelfde beekdal waar logische natuurwetten gelden. Door dit beekdal als groter geheel steeds voor ogen te houden, kan integraler en effectiever worden gewerkt. wel is samenwerking met andere overheden, waterpartners en inwoners daarbij essentieel. Water verbindt de stad met het buitgebied. De gebruiker centraal: de omgeving wordt op heel veel verschillende manieren gebruikt en de behoeften en belangen van de gebruikers veranderen continu. Ook de waarde van water verandert mee en daarop moet worden ingespeeld. Samen sterker: door samen te werken met andere overheden en waterpartners, boeren en bedrijven en door samen oplossingen te zoeken en uitvoering te geven wordt het meest bereikt. Het waterschap wil daarin een inspirerende rol spelen en partijen daartoe de ruimte bieden. Door flexibel te zijn in de samenwerking met en rekening te houden met de inbreng en ideeën van andere partijen wordt de uitvoeringskracht versterkt. Gezonde toekomst: ook toekomstige generaties moeten over voldoende, veilig en schoon water. Ook in de maatschappij is het streven naar duurzaamheid steeds actueler en de kringloopgedachte sluit hierop aan.

Het waterschap ziet dit als een inspirerende uitdaging en wil mensen bewust maken van de waarde van water en het belang van een duurzaam gebruik ervan. Keur Waterschap De Dommel 2015 De 'Keur Waterschap De Dommel 2015' bevat regels met daarin verboden en verplichtingen ten aanzien van oppervlaktewater en grondwater die gelden voor iedereen die woont of werkt binnen het gebied van Waterschap De Dommel. Hierin wordt het beheer en het onderhoud van watergangen geregeld (bijvoorbeeld betreffende onderhoudsstroken) en is aangegeven wanneer een vergunning of algemene regels van toepassing zijn voor ingrepen in de waterhuishouding. Verder zijn er beleidsregels voor het beschermingsbeleid van gebieden. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen beschermde gebieden waterhuishouding, attentiegebieden, beekdalen en overige gebieden. Met deze beleidsregels wordt aangegeven op welke wijze gebiedsgericht wordt omgegaan met vergunning verlening.

Hydrologisch neutraal bouwen Hydrologisch neutraal bouwen is opgenomen in de Keur. In de Algemene Regels en in de Beleidsregels wordt nader beschreven en uitgewerkt waar dit voor staat en welke maatregelen er nodig zijn om daaraan te kunnen voldoen. Hieronder is een samenvatting voor Hydrologisch neutraal bouwen opgenomen. Neerslag die op een onverharde bodem valt infiltreert voor een (belangrijk) deel in de bodem en komt dan uiteindelijk in het grondwater of via ondergrondse afstroming in een oppervlaktewaterlichaam terecht. Ter plaatse van verhard oppervlak zal de neerslag niet of nauwelijks in de bodem dringen. Als het verhard oppervlak niet is aangesloten op de riolering, stroomt vrijwel al het water direct af naar het oppervlaktewatersysteem. Dit betekent dat het oppervlaktewatersysteem bij een flinke regenbui een grote afvoerpiek moet kunnen opvangen en dat infiltratie in de bodem niet of slechts beperkt kan plaatsvinden. Bij het afkoppelen van verhard oppervlak zal de neerslag die valt op de verharding niet meer worden afgevoerd naar de rioolwaterzuivering maar rechtstreeks op de ontvangende waterloop worden geloosd. Ook dit zorgt voor een versnelde en/of extra afvoer richting het ontvangende oppervlaktewater.

Realisatie van nieuw verhard oppervlak en het afkoppelen van verhard oppervlak moet daarom zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd en optimaal worden ingepast in het bestaande watersysteem. Dit houdt in dat de aanvrager/initiatiefnemer voldoende compenserende maatregelen moet nemen, zodat het oppervlaktewatersysteem na realisatie van de verharding voldoende robuust blijft. Hierbij wordt getoetst aan de trits “vasthouden-bergen-afvoeren”. Wateroverlast door versneld afvoeren van verhard oppervlak vastgesteld Buitengebied (Bokt ongenummerd) Gemeente Eindhoven

73

moet zoveel mogelijk worden voorkomen. Dit kan op twee manieren waarbij de voorkeur uitgaat naar zoveel mogelijk vasthouden aan de bron. Vasthouden kan door hergebruik of door het infiltreren van water in de bodem. Dit past het meest bij het principe hydrologisch neutraal ontwikkelen, zowel voor het ontvangend oppervlaktewatersysteem als het grondwatersysteem. Ingeval niet of onvoldoende kan worden geïnfiltreerd is een aanvullende voorziening die het water tijdelijk bergt noodzakelijk. Het gaat hier dan om een voorziening die er voor zorgt dat water in ieder geval niet versneld wordt afgevoerd.

5.2.4

Gemeentelijk beleid

Gemeentelijk Rioleringsplan (2019-2022) Het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) verantwoordt aan de inwoners van Eindhoven de ambities en bijbehorende maatregelen en middelen op watergebied.

In het GRP 2019 – 2022 wordt aangegeven op welke wijze er omgegaan wordt met de zorgplichten rondom afval-, hemel- en grondwater. Hiervoor zijn in het plan activiteiten opgenomen enerzijds gericht op het beheer en onderhoud en anderzijds op het verbeteren van de oppervlaktewaterkwaliteit en het hydraulisch functioneren van het rioolstelsel.

Speerpunt van het GRP is het inspelen op de klimaatverandering welke extreme regenbuien, langdurige droogteperiodes en hittestress met zich meebrengt. Hiervoor zijn uitgangspunten, richtlijnen en ontwerpnormen uit het klimaatplan 2016-2020 en de hierin benoemde beleidsregel ´Klimaat robuust (her)inrichten en ruimtelijk ontwikkelen´ nader uitgewerkt. Concreet betekent dit dat voor het aspect water bij nieuwe ontwikkelingen 60mm berging gerealiseerd dient te worden over het totaal verhard oppervlak binnen het plangebied. Daarbij kan de waterbergingseis gereduceerd worden naargelang de hoeveelheid groen binnen datzelfde plangebied. Om initiatiefnemers te ondersteunen heeft de gemeente een website ontwikkeld waar de benodigde waterberging kan worden berekend en voorbeelden zijn beschreven om invulling te geven aan de opgave.

5.2.5

Waterplan

Het Waterplan is een plan dat is opgesteld door de gemeente Eindhoven, Waterschap De Dommel, de provincie Noord-Brabant en het (drink)waterleidingbedrijf Brabant Water. Het plan omvat drie delen. Het "Visiedocument" (vastgesteld door de gemeenteraad op 26 januari 2004) geeft het gezamenlijke streefbeeld van de waterpartijen weer. De onderdelen "Taken en Bevoegdheden" en "Maatregelen" zijn achterhaald.

5.3

Beschrijving watersysteem plangebied

5.3.1

Checklist watersysteem

Checklist Watersysteem Hoofdw atergang c.q. open w ater

Niet aanw ezig

zijw atergang

Niet aanw ezig

Keurgebied binnen plangebied?

Ja, ligt in attentiegebied

Binnen 25-100 jaarszone?

Nee

74

vastgesteld Buitengebied (Bokt ongenummerd) Gemeente Eindhoven

Binnen boringsvrije zone?

Nee

Ecologische verbindingszone?

Nee

Binnen reserveringsgebied w aterberging 2050?

Nee

Attentiegebied EHS

Ja, ligt binnen attentiegebied

Rioolw atertransportleiding

Is aanw ezig.

Waterschap gemaal

Nee, niet aanw ezig

Landelijke afvoernorm binnen plangebied

Nee

Verdachte/verontreinigde locaties?

Nee

Infiltratie praktisch mogelijk?

Ja

Uitw erkingsplicht/ w ijzigingsbevoegdheid

nee

5.3.2

Gebied specifieke eigenschappen m.b.t. water

Het plangebied heeft voldoende infiltratie-eigenschappen.

5.3.3

Oppervlaktewater

In het plangebied bevindt zich geen oppervlakte water.

5.3.4

Verharding

In de huidige situatie is sprake van één gebouw met een oppervlakte van 145 m².

5.3.5

Bodemopbouw

Ter plaatse is sprake van zogenaamde eerdgronden, die bekend staan als voedselrijk en vochtig tot droge gronden (bron: Bodematlas Brabant).

5.3.6

Grondwater

Ter plaatse is sprake van grondwatertrap VII. De Gemiddeld Hoogste Grondwater stand ligt op 100 – 120 centimeter onder maaiveld. De Gemiddeld Laagste Grondwaterstand ligt op 180 – 200 centimeter onder maaiveld (bron: Bodematlas Brabant). De maaiveldhoogte bevindt zich op circa 15 meter N.A.P.

5.3.7

Regenwater

Het hemelwater wordt afgekoppeld van het afvalwater. Het water wat op de verharding valt, wordt afgevoerd via een greppel en vastgehouden in een zaksloot of poel, waarna het water kan infiltreren in de bodem

5.3.8

Afvalwater

Het afvalwater wordt via het rioleringsstelsel afgevoerd. Daartoe zal een aansluiting op het rioleringsstelsel worden gerealiseerd.

vastgesteld Buitengebied (Bokt ongenummerd) Gemeente Eindhoven

75

5.4

Toekomstige situatie van het watersysteem

5.4.1

Verharding

In de huidige situatie is sprake van één gebouw met een oppervlakte van 145 m². In de toekomstige situatie kan 2.000 m² worden verhard. De toename van (potentiële) verharding betreft op locatie 1.855 m². Daartegenover staat een afname van (potentiële) verharding van 9.250 m², door het opheffen van bouwvlakken in Son en Breugel. De infiltratiemogelijkheden nemen daardoor toe, wat positief is voor de hydrologische situatie ter plaatse en in het Dommeldal.

5.4.2

Berging

Het water dat niet direct kan infiltreren wordt opgevangen in het gebied middels een zaksloot of poel en kan later infiltreren. De bodem is daartoe geschikt. In onderstaande tabellen is de huidige en toekomstige situatie weergegeven, wanneer het gaat om verharding. Op www.eindhovenduurzaam.nl/klimaat is de Eindhovense rekentool ingevuld (zie bijlage 3). Daaruit is gebleken dat de te nemen maatregelen (o.a. planten van 6 bomen en de realisatie van een watergang met een bergingscapaciteit van minimaal 50,2 m³) voldoende is om aan de waterbergingsopgave te voldoen. De sloot zal aan de zuid- en/of noordzijde van het plangebied (grenzend aan het bouwvlak) worden gerealiseerd.

Tabel 2: Huidige en toekomstige situatie verhard plan specifiek (uitsluitend Eindhoven) Oppervlakte

Huidige m2

Toekomstige m2

Verschil

Daken

145

600

+ 455

Verhard terrein

0

1400

+ 1.400

Onverhard terrein

1855

0

- 1.855

Totaal

2000

2000

0

Tabel 3: Huidige en toekomstige situatie verhard totale plan (Son en Breugel – Eindhoven) Oppervlakte

Huidige m2

Toekomstige m2

Verschil

Daken (Bokt ong. Eindhoven)

145

600

+ 455

Verharding (Bokt ong. Eindhoven)

0

1.400

+ 1.400

Totaal verharding

145

2000

+ 1.855

Daken (Bokt ong. Son en Breugel)

170

0

- 170

Verharding (Bokt ong. Son en Breugel)

235

0

- 235

Totaal verharding

405

0

- 405

Daken (Bokt 2b Son en Breugel)

1.334

876

- 458

Verharding (Bokt 2c Son en Breugel

2.312

2.312

0

Totaal verharding

4.196

5.188

+ 992

5.4.3

Oppervlaktewater

Er is geenaansluiting of effect op oppervlaktewater. 76

vastgesteld Buitengebied (Bokt ongenummerd) Gemeente Eindhoven

5.4.4

Waterkwaliteit

Het gebruik van uitlogende materialen is niet toegestaan, zodat er geen vervuiling plaats kan vinden op het te infiltreren water.

vastgesteld Buitengebied (Bokt ongenummerd) Gemeente Eindhoven

77

78

vastgesteld Buitengebied (Bokt ongenummerd) Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 6

Financiële aspecten

Bij de vaststelling van een bestemmingsplan, waarin ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt die betrekking hebben op het realiseren van een bouwplan, conform artikel 6.12 Wro, dient de gemeenteraad eveneens een exploitatieplan vast te stellen. Dit heeft te maken met de wettelijke verplichting om de kosten; die de gemeente moet maken om deze ontwikkeling mogelijk te maken, te verhalen op de eigenaar/ontwikkelaar.

Van deze verplichting tot het vaststellen van een exploitatieplan kan worden afgezien indien het kostenverhaal op een andere manier is geregeld. Dit kan bijvoorbeeld door middel van gemeentelijke legesverordening of door het afsluiten van een overeenkomst.

Ook kan er sprake zijn van zogenaamde “kruimelgevallen”. Het komt er hierbij op neer dat de door de gemeente te maken kosten beperkt zijn en de kosten verhaald kunnen worden via de legesverordening. Voorwaarde hierbij is dat er geen sprake is van fasering, locatie-eisen of eisen aan woningbouwcategorieën.

In dit geval is sprake van een bouwplan conform artikel 6.12 (bedrijfswoning), waardoor de gemeente verplicht is haar kosten te verhalen via een exploitatieplan of via een anterieure overeenkomst. De ontwikkeling wordt op kosten van de initiatienemer gerealiseerd. De ontwikkeling leidt niet tot aanpassing in de openbare ruimte, waardoor geen sprake is van gemeentelijke kosten.

Hiermee is het kostenverhaal voor de gemeente verzekerd.

vastgesteld Buitengebied (Bokt ongenummerd) Gemeente Eindhoven

79

80

vastgesteld Buitengebied (Bokt ongenummerd) Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 7 Procedure en maatschappelijke uitvoerbaarheid

Inleiding In dit hoofdstuk is de procedure beschreven.

7.1

Bekendmaking ex artikel 1.3.1 Bro

Op grond van artikel 1.3.1. van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet van het voornemen een bestemmingsplan voor te bereiden, kennis worden gegeven. De kennisgeving van de voorbereiding van onderhavig bestemmingsplan is geplaatst in Groot Eindhoven op 9 september 2020. De kennisgeving is tevens bij de officiële publicaties op de gemeentelijke website www.eindhoven.nl geplaatst. Er zijn geen stukken betreffende het voornemen ter inzage gelegd, noch de mogelijkheid open gesteld om zienswijzen tegen het voornemen in te dienen of instanties om advies te vragen.

7.2

Overleg ex artikel 3.1.1 Bro

Op grond van artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moeten burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met de rijks- en provinciale diensten die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Bij de voorbereiding is overleg geweest met de provincie en het Waterschap De Dommel. Het Waterschap Waterschap De Dommel heeft per brief van 10 augustus 2020 laten weten in te stemmen met het (concept)bestemmingsplan. Aangegeven is: “Het plan geeft op een goede manier invulling aan de waterbelangen. Het plan voldoet aan het gemeentelijke hemelwaterbeleid, dat is vastgelegd in het Klimaatplan en de bijbehorende Beleidsregel. De planregels bevatten een voorwaardelijke verplichting die verzek ert dat de hemelwaterberging wordt aangelegd. Afstromend regenwater van de nieuwe en bestaande bebouwing en verharding binnen het perceel WSL01 X5135 wordt opgevangen in een zak sloot (50,2 m³), zodat het kan infiltreren in de bodem. Ook in de directe omgeving krijgt regenwater meer kans om in de bodem te infiltreren. Door het plan worden de bouwvlakken aan Bokt 2b en Bokt 3a (gemeente Son en Breugel) verkleind, dan wel verwijderd.

Concreet neemt de totale hoeveelheid verharding en bebouwing bij Bokt 2b en Bokt 3a hierdoor af met 863 m².” Provincie De provincie heeft per brief van 23 juli 2020 gereageerd. Daarin is aangegeven: “Deze locatie is al eerder besproken in de bijeenkomst van het VAB Impuls d.d. 4 april 2019. Ook is deze locatie opgenomen in het voorontwerp bestemmingsplan “Buitengebied 2019”. In ons schrijven van 6 juni 2019, kenmerk C2240107/4491453 hebben wij op dat plan al een reactie afgegeven.”

vastgesteld Buitengebied (Bokt ongenummerd) Gemeente Eindhoven

81

In de reactie van 6 juni 2019 is aangegeven: “Wij hebben ambtelijk overleg gehad over het voornemen om dit bouwvlak ten noorden van het adres Bokt 3 te Eindhoven en ten zuiden van het adres Bokt 2b te Son en Breugel op te heffen, de bebouwing geheel te slopen en te verplaatsen naar het beoogde gekoppelde bouwvlak aan de overzijde van de weg. Daardoor wordt een bouwvlak uit het Dommeldal verwijderd en kunnen de gronden 'natuurlijk' worden ingericht. Bovendien is het de bedoeling het naastgelegen bouwvlak op het adres Bokt 2b in Son en Breugel te verkleinen en eveneens de gronden 'natuurlijk' in te richten. Ambtelijk is geconstateerd dat deze plannen leiden tot een kwaliteitsverbetering van het Dommeldal aan de oostzijde van de straat Bokt. Wij zijn ons er van bewust dat uw bevoegdheden zich uitstrekken tot het eigen grondgebied. Gelet op voorgaande stellen wij voor het beoogde bouwvlak aan de westzijde van Bokt planologisch-juridisch verbaal te koppelen aan het desbetreffende bouwvlak in de gemeente Son en Breugel. Een voorwaardelijke bepaling gekoppeld aan de toekomstige mogelijkheden en de bouw- en gebruik sbepalingen in de planregels is daarbij een mogelijkheid.

Grondslag voor de mogelijkheden vormen dan de hiervoor genoemde ontwikkelingen in de naastgelegen gemeente Son en Breugel.” Ook is aangegeven: “In het verlengde van onze reactie op het plan “Buitengebied 2019” merken wij op dat onderhavige ontwikkeling op deze locatie vooralsnog niet volledig in overeenstemming is met bepalingen uit de IOV. De kwaliteitsverbetering van het landschap dient op een goede manier te worden geborgd in het bestemmingsplan, waardoor uiteindelijk het landschappelijk streefbeeld ontstaat zoals dat ook in de toelichting is opgenomen. In verband met deze borging hebben we enkele opmerkingen. Artik el 3.4.3 Voor de landschappelijke inrichting wordt verwezen naar bijlage 1 bij de regels. Deze bijlage ontbreekt en kan dus ook niet worden beoordeeld. Deze zal dan ook aan de planregels van het ontwerp-bestemmingsplan moeten worden toegevoegd. Artik el 3.4.2 Dit artikel bepaalt dat een bouwblok dient te worden verkleind en een bouwblok dient te worden opgeheven. Op die (gedeelten van) bouwblokken zijn ook bebouwing en voorzieningen (teelt ondersteunende voorzieningen) en verhardingen aanwezig. Het verwijderen van genoemde zaken is vooralsnog niet geborgd in het plan en deze borging zal nog opgenomen moeten worden.

Wij adviseren om het (totale) eindbeeld ten aanzien van de bouwblokken eveneens op te nemen in een bijlage bij de regels en in artikel 3.4.2 hiernaar te verwijzen. Ten aanzien van de regels constateren wij dat deze nog in bewerking zijn. Wij vragen aandacht voor een goede afstemming van de regels met de IOV. Tot slot vragen wij nog uw aandacht voor het volgende. Omdat dit plan niet los staat van een ontwikkeling die in de gemeente Son en Breugel plaats moet gaan vinden adviseren wij u met klem de procedure dan ook af te stemmen met de gemeente Son en Breugel. Vanuit het oogpunt van zorgvuldigheid en duidelijkheid verdient het de voorkeur de procedures voor beide plannen min of meer gelijktijdig op te starten en te doorlopen." Gemeentelijke reactie Artikel 3.4.2: In de planregels is onder de 'specifieke gebruiksregels' een voorwaardelijke verplichting opgenomen (artikel 3.4.2), waarin geborgd is dat de nieuwe bebouwing pas in gebruik genomen mag worden wanneer de locatie Bokt 3a in Son en Breugel feitelijk en juridisch is beëindigd en het bouwvlak op de locatie Bokt 2b in Son en Breugel feitelijk en juridisch is verkleind. Ter verduidelijking is tevens toegevoegd dat de bebouwing gesloopt dient te worden. Artikel 3.4.3: Als bijlage bij de planregels is de landschappelijke inpassing gevoegd, waar in artikel 3.4.3 van de planregels van het voorontwerp al naar is verwezen. 82

vastgesteld Buitengebied (Bokt ongenummerd) Gemeente Eindhoven

7.3

Inspraak

7.3.1

overlegpartners

Trefpunt Groen Eindhoven (TGE) Per mail van 9 juli 2020 is namens TGE laten weten: “TGE heeft kennis genomen van de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en het voornemen afgestemd met relevante aangesloten groepen. Op basis hiervan kan ik u informeren dat TGE positief staat tegenover de bestemmingsplanwijziging. De ontwikkeling schaadt geen van de belangen van het Trefpunt Groen Eindhoven. Onderstaand onze bek nopte reactie: Reactie TGE Bestemmingsplanwijziging Bokt ongenummerd: TGE ziet de voorgenomen ontwikkeling als een kans om de betreffende percelen natuurlijker in te richten. Een nieuw bouwvolume tegenover Bokt 3 wordt toegevoegd. Echter staat hier tegenover dat: 1. De huidige (veld)schuur zal worden opgeruimd welke in de huidige situatie voor landschappelijke verrommeling zorgt. 2. Bokt 3a (Son en Breugel) 3.200 m2 bouwvlak wordt opgeheven en gesaneerd - ten gunste van landschappelijke en natuurlijke waarden.\ 3. Bokt 2b (Son en Breugel), het bouwvlak met ruim 5.000 m2 zal worden verk leind - ten gunste van landschappelijke en natuurlijke waarden. Het resultaat van de voorgenomen ontwikkeling is een afname van bouwvlak van ruim 8.000 m2 in het kwetsbare Dommeldal (Kerngebied Natuur en Water). Tegenover Bokt 3 wordt een nieuw bouwvalk van 2.000 m2 toegevoegd waar beperkt bebouwing wordt toegestaan (max 400 m2).

Totale reductie van het bouwvlak in het gebied is met deze ontwikkeling dus ruim 6.000 m2. Een positief resultaat voor natuur en landschap waar TGE steun aan geeft. Echter, belangrijker is de landschappelijke invulling waar als gevolg van deze ontwikkeling uiting aan wordt gegeven. TGE verzoekt om met het omzetten van de bouwvakken naar agrarische productiegronden biodiversiteit als belangrijk speerpunt mee te nemen. Denk aan bloemrijke randen rondom de akkers en besdragende heesters tussen akkers. Hiermee wordt zowel de productiviteit van de akkers alsmede de natuur- en landschappelijke waarde van het gebied vergroot. Tot slot staat TGE positief tegenover het voorliggende beplantingsplan voor het te ontwikkelen perceel tegenover Bokt 3. Gekozen is voor inheemse soorten, passend binnen het landschap met waarde voor de ecologie ter plaatse (o.a. winterlinde, wilde liguster, gele kornoelje, inheemse vogelkers).” Henri van Abbe Stichting Per mail van 23 juli 2020 is laten weten: “Wij hebben geen opmerkingen bij het conceptbestemmingsplan Bokt ongenummerd Eindhoven.”

7.4

Omgevingsdialoog/Buuroverleg

Per 1 oktober 2008 is de 'Verordening Samenspraak en Inspraak gemeente Eindhoven 2008' in werking getreden. Het doel hiervan is het betrekken van burgers bij de besluitvorming. Voorafgaand aan de formele procedure heeft initiatiefnemer de omgeving geïnformeerd over het plan in een bijeenkomst. Hieronder is een kort verslag van deze bijeenkomst weergegeven. Vrijdag 4 oktober 2019

vastgesteld Buitengebied (Bokt ongenummerd) Gemeente Eindhoven

83

Herontwikkeling Bokt ong. Eindhoven Bewoners van Bokt 2b, Bokt 3a, Bokt 3, Bokt 4 en Bokt 5

Het planvoornemen is met de buurt besproken. De ruimtelijke onderbouwing is gezamenlijk doorgenomen en het plan is toegelicht. De bewoners van Bokt 2b t/m Bokt 5 vinden het een goede ontwikkeling. Er zijn geen op- of aanmerkingen gemaakt ten aanzien van het planvoornemen of het proces. De voorgenomen kwaliteitsverbetering die de ontwikkeling met zich meebrengt wordt erg goed ontvangen. Het planvoornemen kan op alle steun uit de omgeving rekenen. Verslag is op maandag 8 oktober 2019 opgesteld door: initiatiefnemer Op vrijdag 4 september 2020 heeft de initiatiefnemer de buurt bijgepraat over de stand van zaken omtrent het uitgewerkte plan en de procedure. Dit heeft niet geleid tot andere inzichten vanuit de buurt. De buurt was positief dat ze op de hoogte worden gehouden.

7.5

Zienswijzen

Het ontwerp van het bestemmingsplan heeft met ingang van 25 maart tot en met 5 mei 2021 op de gebruikelijke wijze ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn is iedereen in de gelegenheid gesteld om schriftelijk of mondeling een zienswijze ten aanzien van het ontwerp van het bestemmingsplan kenbaar te maken. Kennisgeving van de ter inzage legging en de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen is in de edities van de Staatscourant en het weekblad Groot Eindhoven van 24 maart 2021 gepubliceerd. Ook is kennis gegeven van de mogelijkheid om de digitale versie van het ontwerp bestemmingsplan via de gemeentelijke website www.eindhoven.nl/bestemmingsplannen en de landelijke website www.ruimtelijkeplannen.nl te raadplegen. Naar aanleiding van de tervisielegging zijn geen zienswijzen ontvangen.

7.6

Ambtshalve aanpassingen

Er is één ambtshalve aanpassing doorgevoerd. Ter plaatse van de groen-/landschappelijke inpassing is de bouwmogelijkheid van teeltondersteunende voorzieningen uitgesloten. Dit door in de regels artikel 4.2.3 (teeltondersteunende voorzieningen) te verwijderen.

84

vastgesteld Buitengebied (Bokt ongenummerd) Gemeente Eindhoven

Bijlagen toelichting

Bijlage 1

Inrichting huidige en toekomstige situatie

Bijlage 2

Archeologisch onderzoek

Bijlage 3

Bodemonderzoek

Bijlage 4

Flora en faunaonderzoek

Bijlage 5

Rekentool waterbergingsopgave gemeente Eindhoven

Deze bijlagen zijn te raadplegen op de landelijke website www.ruimtelijkeplannen.nl

vastgesteld Buitengebied (Bokt ongenummerd) Gemeente Eindhoven

85

86

vastgesteld Buitengebied (Bokt ongenummerd) Gemeente Eindhoven

Regels

vastgesteld Buitengebied (Bokt ongenummerd) Gemeente Eindhoven

87

88

vastgesteld Buitengebied (Bokt ongenummerd) Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 1

Artikel 1 1.1

Inleidende regels

Begrippen

plan

het bestemmingsplan Buitengebied (Bokt ongenummerd) met identificatienummer NL.IMRO.0772.80393-0301 van de gemeente Eindhoven.

1.2

bestemmingsplan

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen bij de regels.

1.3

aan-huis-verbonden beroep of bedrijf

een vrij beroep of bedrijfsactiviteit, dat in of bij een woongebouw wordt uitgeoefend waarbij het woongebouw in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is. Hieronder wordt tevens verstaan het enkel uitoefenen van een administratie ten behoeve van een bedrijf alsmede detailhandel via internet zonder opslag en/of verkoop aan huis, dat in of bij een woongebouw wordt uitgevoerd. Onder vrije beroepen worden verstaan: (para)medische, juridische, therapeutische, ontwerp-technische, administratieve, sociaal-maatschappelijke, kunstzinnige en daarmee gelijk te stellen beroepen.

1.4

aanbouw

een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.

1.5

aanduiding

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.

1.6

aanduidingsgrens

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.

1.7

aanvaardbaar woon- en leefklimaat

een milieuhygiënisch inpasbare ontwikkeling waarvan is aangetoond dat: a. voldaan wordt aan de wettelijke of vastgestelde geurnormen en/of b. voldaan wordt aan de geluidvoorkeursgrenswaarde of vastgestelde hogere grenswaarde en/of vastgesteld Buitengebied (Bokt ongenummerd) Gemeente Eindhoven

89

c. er geen belemmeringen zijn op het gebied van externe veiligheid en/of d. de lucht- en bodemkwaliteit geschikt zijn voor de nieuwe functie.

1.8

aardkundige waarden

landschapswaarden die samenhangen met (abiotische) milieukenmerken, zoals geologie, geomorfologie, reliëf, grondwaterhuishouding, (kwelgebieden), bodemopbouw/bodemsamenstelling, afzonderlijk of in onderlinge samenhang.

1.9

abiotische waarden / kenmerken

geheel van waarden in verband met het abiotische milieu (=niet levende natuur), in de vorm van specifieke aardkundige en/of hydrologische verschijnselen en kenmerken zoals steilranden en bodemovergangen.

1.10

agrarisch adviseur

een onafhankelijk deskundig adviseur op het gebied van agrarische bedrijfsvoering en bedrijfsexploitatie, zoals de Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen.

1.11

agrarisch bedrijf

een bedrijf/ inrichting die tot een krachtens artikel 1.1, derde lid van de Wet milieubeheer aangewezen categorie behoort en die uitsluitend of in hoofdzaak is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen (waaronder ook hout- of fruitteelt is begrepen) of het houden (incl. het fokken) van (landbouwhuis)dieren, zijnde: een (vollegronds)teeltbedrijf; een veehouderij; een glastuinbouwbedrijf; een overig agrarisch bedrijf.

1.12

agrarisch bedrijfsgebouw

een (gedeelte van een) gebouw, dat dient voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf.

1.13

agrarisch gebruik

het gebruik van gronden of gebouwen, al dan niet in combinatie met teeltondersteunende voorzieningen, in het kader van de exploitatie van een agrarisch bedrijf, voor het telen van gewassen of het houden van dieren.

1.14

agrarisch-technisch hulpbedrijf

een bedrijf dat geheel of in overwegend mate gericht is op het leveren van goederen en/of het verlenen van diensten aan agrarische bedrijven of dat agrarische producten bewerkt, vervoert of verhandelt (zoals loonwerkbedrijven, veehandel- en veetransportbedrijven), met uitzondering van mestbewerkingsbedrijven.

90

vastgesteld Buitengebied (Bokt ongenummerd) Gemeente Eindhoven

1.15

agrarisch verwant bedrijf

een bedrijf dat geheel of in overwegende mate gericht is op het verlenen van diensten aan particulieren of niet-agrarische bedrijven waarbij gebruik wordt gemaakt van het telen van gewassen, het houden van dieren of het toepassen van andere land-, bos- of natuurbouwkundige methoden (zoals dierenasiels, dierenklinieken, maneges, groencomposteringsbedrijven, hondenkennels, hoveniersbedrijven), met uitzondering van mestbewerking.

1.16

archeologisch adviseur

een door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg.

1.17

archeologisch onderzoek

onderzoek verricht door of namens een dienst of instelling erkend door het Centraal College van Deskundigen (CCvD) en werkend volgens de meest actuele versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA).

1.18

archeologische verwachting

de aan een gebied toegekende verwachting in verband met de kans op het voorkomen van archeologische sporen en relicten.

1.19

archeologische waarde

de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in het gebied voorkomende overblijfselen (sporen en relicten van menselijke bewoning en/of grondgebruik) uit oude tijden.

1.20

bebouwing

één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

1.21

bebouwingspercentage

het op de verbeelding of in de regels aangegeven percentage dat de grootte van het deel van een terrein (bouwvlak, bestemmingsvlak of bouwperceel) aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd.

1.22

bed & breakfast

Verblijfsrecreatie gericht op het bieden van kortdurend (maximaal 2 weken) logies met ontbijtservice, in een woning en/of de bijbehorende bij- of bedrijfsgebouwen en geëxploiteerd door de bewoners van de woning. Overnachtingen noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid zijn hieronder niet begrepen.

vastgesteld Buitengebied (Bokt ongenummerd) Gemeente Eindhoven

91

1.23

bedrijf

een (dienstverlenend) bedrijf of instelling, inclusief de daarbij behorende voorzieningen ten behoeve van opslag- en administratie, welke gericht is op het ontwikkelen, produceren, bewerken, herstellen, installeren, inzamelen, verwerken, verhuren, opslaan en of distribueren van goederen.

1.24

bedrijfsactiviteiten

handelingen en werkzaamheden die plaatsvinden in het kader van de uitoefening van een bedrijf.

1.25

bedrijfsgebouw

een niet voor bewoning bestemd gebouw dat dient voor de uitoefening van een bedrijf.

1.26

bedrijfsvloeroppervlakte

de totale oppervlakte van de voor bedrijfsuitoefening benodigde bedrijfsruimte, inclusief de verkoopvloeroppervlakte, opslag- en administratieruimten en dergelijke.

1.27

bedrijfswoning

een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de bestemming of de aard van de dagelijkse bedrijfsvoering noodzakelijk is.

1.28

bestaande situatie

ten aanzien van bouwwerken: een legaal bouwwerk dat op het tijdstip van ter visielegging van het ontwerp-bestemmingsplan reeds aanwezig of in uitvoering was, dan wel gebouwd mocht worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen; ten aanzien van het gebruik: het legale gebruik van grond en bouwwerken dat reeds plaatsvond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan met uitzondering van het gebruik dat reeds (zonder omgevingsvergunning) plaatsvond op genoemd tijdstip en in strijd was met het daarvoor geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

1.29

bestemmingsgrens

de grens van een bestemmingsvlak.

1.30

bestemmingsvlak

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.

1.31

Bevi (Besluit externe veiligheid inrichtingen)

Besluit van 27 mei 2004, Stb. 250, houdende regels inzake milieukwaliteitseisen op het gebied van de externe veiligheid. 92

vastgesteld Buitengebied (Bokt ongenummerd) Gemeente Eindhoven

1.32

bijgebouw

een op zichzelf staand al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.

1.33

boerderij

een (voormalige) agrarische bedrijfswoning met in de bouwmassa opgenomen (voormalige) agrarische bedrijfsruimten, die samen een geïntegreerde eenheid (bouwkarakteristiek waarbij woon- en stalgedeelte van oudsher aan elkaar verbonden zijn) vormen.

1.34

boerderijsplitsing

het - binnen de bestaande (hoofd)bouwmassa - opdelen van een boerderij(gebouw), in maximaal twee woningen.

1.35

boomkwekerij

een bedrijfsactiviteit gericht op het voortbrengen van beplantingsgewassen, zoals bos- en haagplantsoen, laan- en parkbomen, vruchtbomen, rozenstruiken, (sier)coniferen, buxus, overige sierheesters, een en ander in de vorm van vollegrondsteelt dan wel containerteelt.

1.36

bos

elk terrein waarop bosbouw wordt uitgeoefend, zijnde het geheel van (bedrijfsmatig) handelen en activiteiten gericht op de duurzame instandhouding en ontwikkeling van bestaande en nieuwe bossen ten behoeve van (een of meerdere van de functies) natuur, houtproductie, landschap, milieu (waaronder begrepen waterhuishouding) en recreatie.

1.37

bouwen

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk.

1.38

bouwgrens

de grens van een bouwvlak.

1.39

bouwlaag

een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren (of horizontale balklagen) is begrensd en waarvan de lagen een nagenoeg gelijk omvang hebben, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van kelder, onderbouw, dakopbouw en/of zolder.

vastgesteld Buitengebied (Bokt ongenummerd) Gemeente Eindhoven

93

1.40

bouwperceel

een aaneengesloten (virtueel) vlak, waarop ingevolge de regels zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing en voorzieningen zijn toegelaten.

1.41

bouwperceelgrens

een grens van een bouwperceel.

1.42

bouwvlak

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.

1.43

bouwwerk

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect duurzaam met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect duurzaam steun vindt in of op de grond.

1.44

caravan

een al dan niet uitklapbare wagen of voertuig, onder welke benaming ook aangeduid, die uitsluitend of in hoofdzaak dient of kan dienen tot woon-, dag- of nachtverblijf van één of meer personen en die bestemd is om regelmatig en op normale wijze op de verkeerswegen, ook over grote afstanden, als een aanhangsel van een personenauto te worden voortbewogen. Ook indien deze wagen of dit voertuig wegens daaraan of daarbij aangebrachte wijzigingen of voorzieningen niet of niet meer geschikt is om te worden verreden, wordt hij voor de toepassing van dit plan aangemerkt als caravan.

1.45

containerteelt

de teelt van gewassen waarbij de grond wordt afgedekt met plastic, beton en/of enig ander materiaal, al dan niet gecombineerd. De gewassen worden op deze afdeklaag los van de ondergrond geteeld.

1.46

cultuurhistorische waarden en kenmerken

de aan een bouwwerk of gebied of landschapselement toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis heeft gemaakt van dat bouwwerk of gebied, of vanwege de historische herkenbaarheid ervan.

1.47

dagrecreatie

een vorm van recreëren die zich beperkt tot één dag, zonder overnachting.

1.48

dagrecreatieve voorzieningen

voorzieningen ten behoeve extensief recreatief medegebruik, zoals aanlegsteigers, picknickplaatsen, observatiepunten, informatieborden en banken.

94

vastgesteld Buitengebied (Bokt ongenummerd) Gemeente Eindhoven

1.49

dak

iedere gesloten bovenbeëindiging van een gebouw c.q. bouwwerk.

1.50

deskundige

een door burgemeester en wethouders of ander daartoe aangewezen bevoegd gezag erkende onafhankelijke deskundige of commissie van deskundigen op een bepaald vakgebied

1.51

detailhandel

het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop), verkopen en leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. Onder detailhandel wordt ook begrepen een afhaalservice zonder de mogelijkheid om de goederen ter plaatse te consumeren alsmede grootschalige detailhandel, volumineuze detailhandel, tuincentrum en supermarkt.

1.52

dienstverlenend bedrijf en/of dienstverlenende instelling

bedrijf of instelling waarvan de werkzaamheden bestaan uit het bedrijfsmatig verlenen van diensten aan derden, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen, waaronder ook zijn begrepen kapperszaken, belwinkels, internetcafé, schoonheidsinstituten, fotostudio´s en naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijven en inrichtingen, met uitzondering van een garagebedrijf en een seksinrichting.

1.53

dienstverlening

het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen.

1.54

diepploegen

het vermengen, keren van (alle) lagen in het bodemprofiel met een diepte van minimaal 30 cm (gemeten vanaf het peil) ten behoeve van agrarisch gebruik. Ploegen minder dan 30 cm diep wordt beschouwd als normaal onderhoud en beheer.

1.55

ecologische hoofdstructuur

een samenhangend netwerk van natuurgebieden van (inter)nationaal belang met als doel de veiligstelling van ecosystemen met de daarbij behorende soorten, bestaande uit de meest waardevolle natuur- en bosgebieden en andere gebieden met belangrijke aanwezige en te ontwikkelen natuurwaarden. Tot de ecologische hoofdstructuur behoren bestaande en te ontwikkelen natuurgebieden en ecologische verbindingszones.

1.56

ecologische verbindingszone

zone (vaak langgerekt gebied) gericht op het verbinden van natuurgebieden, die dienst doet als verspreidingsgebied of als migratieroute voor planten en dieren tussen natuurgebieden en/of waarbinnen natuur- en landschapselementen zijn of worden gerealiseerd.

vastgesteld Buitengebied (Bokt ongenummerd) Gemeente Eindhoven

95

1.57

ecologische waarden en kenmerken

aanwezige en potentiële waarden, gebaseerd op de beoogde natuurkwaliteit voor het gebied, waartoe behoren de natuurdoelen en natuurkwaliteit, de geomorfologische processen, de waterhuishouding, de kwaliteit van bodem, water en lucht, rust, mate van stilte, donkerte en openheid, de landschapsstructuur en de belevingswaarde.

1.58

extensief recreatief medegebruik

vormen van dagrecreatie welke in hoofdzaak zijn gericht op natuur- en landschapsbeleving, zoals wandelen, fietsen, kanoën en natuurobservatie, waarvoor geen specifieke inrichting (m.u.v. bankjes, wegbewijzering, e.d.) van het gebied noodzakelijk is, doch in hoofdzaak kan worden volstaan met de voorzieningen die reeds ten behoeve van de hoofdfunctie aanwezig zijn.

1.59

gebouw

bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.

1.60

gebruiken

het gebruiken, in gebruik geven of laten gebruiken.

1.61

gebruiksoppervlakte

bruikbare oppervlakte, geschikt voor het beoogde gebruik als bedoeld in NEN 2580.

1.62

geomorfologisch

de vorm van het landschap, ontstaan door geologische processen en beïnvloedt door menselijk handelen.

1.63

gevaarlijke stoffen

gevaarlijke stoffen zijn stoffen waarvan het gebruik, het transport of de opslag (overslag e.d.), risico's met zich meebrengt. Het kan gaan om explosiegevaar, brand, giftigheid of radioactiviteit.

1.64

glastuinbouwbedrijf

een niet-grondgebonden agrarisch bedrijf waarbij de productie geheel of overwegend is gericht op het telen van gewassen in kassen en/of hoge tunnel(kassen), welke ter plaatse (overwegend) permanent aanwezig zijn.

1.65

GR (groepsrisico)

een maat voor de kans, dat door een ramp bij een activiteit met gevaarlijke stoffen of met een vliegtuig, een (grote) groep mensen, die niet rechtstreeks bij de activiteit betrokken is, tegelijkertijd omkomt. Het GR kan toenemen door uitbreiding van risicovolle activiteiten enerzijds en door het verhogen van de personendichtheid anderzijds. 96

vastgesteld Buitengebied (Bokt ongenummerd) Gemeente Eindhoven

1.66

groepsaccommodatie

een gebouw of een gedeelte van een bouwwerk dat is bestemd voor verblijfsrecreatie (recreatief nachtverblijf) door meerdere personen in (georganiseerd) groepsverband.

1.67

groepskamperen

kamperen in georganiseerd groeps- of verenigingsverband.

1.68

grondgebonden veehouderij

veehouderij waarvan het voer en de mest voor het overgrote deel (> 75%) gewonnen respectievelijk aangewend worden op gronden die in gebruik zijn van de veehouderij en die in de directe omgeving liggen van de bedrijfslocatie. En waarbij de bedrijfsvoering niet geheel of in overwegende mate in gebouwen plaatsvindt.

1.69

grondwaterbeschermingsgebied

gebied waarbinnen het grondwater, afhankelijk van de kwetsbaarheid van het gebied, een periode van 25 of 100 jaar nodig heeft om de pompputten voor waterwinning te bereiken.

1.70

hogere grenswaarde

een maximale waarde voor de geluidbelasting, die hoger is dan de voorkeursgrenswaarde en die in een concreet geval kan worden vastgesteld op grond van de Wet geluidhinder c.q. het Besluit geluidhinder.

1.71

hoofdgebouw

een gebouw dat, op een bouwperceel door zijn constructie of afmetingen dan wel gelet op de bestemming, als het belangrijkste bouwwerk op een bouwperceel kan worden aangemerkt.

1.72

horeca

een bedrijf, waar bedrijfsmatig dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of waarin bedrijfsmatig logies wordt verstrekt (niet zijnde een bed & breakfast) zoals een hotel, motel of een groepsaccommodatie, één en ander al dan niet in combinatie met een vermaakfunctie, met uitzondering van een erotisch getinte vermaakfunctie.

1.73

huishouden

een meerderjarige alleenstaande, dan wel twee of meer personen, waarvan er tenminste één meerderjarig is, die duurzaam een gemeenschappelijke huishouding voeren.

vastgesteld Buitengebied (Bokt ongenummerd) Gemeente Eindhoven

97

1.74

invloedsgebied

gebied waarin, volgens de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi), personen worden meegeteld voor de berekening van het groepsrisico. De grens van het invloedsgebied is gelijk aan de 1% letaliteitsgrens, bepaald bij weertype F 1.5, tenzij in de bij het Revi behorende uitvoeringsregeling voor een specifieke stof of activiteit een ander invloedsgebied is gedefinieerd.

1.75

kamerverhuur

woonvorm waarbij sprake is van woonruimte die geen eigen afzonderlijke toegang heeft en waarbij de bewoner afhankelijk is van één of meer gedeelde wezenlijke voorzieningen (keuken, douche/bad en/of toilet) buiten die onzelfstandige woonruimte.

1.76

kampeermiddel

tent, tentwagen, kampeerauto of (toer)caravan dan wel enig ander onderkomen of enig ander voertuig of gewezen voertuig of een gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde, een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.

1.77

kampeerplaats

standplaats voor één of een aantal bij elkaar behorende kampeermiddelen.

1.78

kampeerterrein

terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht en blijkens die inrichting bestemd om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen ten behoeve van recreatief verblijf.

1.79

kantine

een aan een hoofdfunctie verbonden en daaraan ondergeschikte vorm van horeca, waar leden en bezoekers kunnen pauzeren en consumpties en snacks kunnen kopen en gebruiken; uitbating van een kantine als zelfstandig horecabedrijf is niet toegestaan.

1.80

kantoor

een gebouw of een gedeelte van een gebouw, dat door zijn indeling en inrichting kennelijk bestemd is voor het verlenen van diensten en/of het uitvoeren c.q. verrichten van handelingen, die een administratief karakter hebben dan wel handelingen die een administratieve voorbereiding of uitwerking behoeven, al dan niet in rechtstreekse aanraking met het publiek.

1.81

kas

een agrarisch bedrijfsgebouw waarvan de wanden en het dak voornamelijk bestaan uit glas of ander lichtdoorlatend materiaal en dienend voor de productie van gewassen onder geconditioneerde klimaatomstandigheden, waaronder mede begrepen een schuurkas of een permanente tunnel- of boogkas hoger dan 1,5 meter.

98

vastgesteld Buitengebied (Bokt ongenummerd) Gemeente Eindhoven

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11743877/1