CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Buitengebied (Bokt ongenummerd)

Raadsvergadering 1 juni 2021, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Buitengebied (Bokt ongenummerd)24.740 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Vastgesteld bestemmingsplan

Buitengebied (Bokt ongenummerd)

Mei 2021

Buitengebied (Bokt ongenummerd)

Inhoudsopgave Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding

7

1.1

Aanleiding

7

1.2

Plangebied

8

1.3

Voorgaande plannen

8

1.4

Leeswijzer

8

Hoofdstuk 2 Beschrijving plan

11

2.1

Aanleiding, opgave en uitwerking van het plan

11

2.2

Huidige situatie

14

2.3

Toekomstige situatie

15

2.4

Procedure en doorwerking

17

Hoofdstuk 3 Uitgangspunten, randvoorwaarden en beleidskader

19

3.1

Inleiding

19

3.2

Rijksbeleid

19

3.3

Provinciaal beleid

24

3.4

Gemeentelijk beleid

32

3.5

Archeologische en cultuurhistorische waarden

36

3.6

Verkeer en parkeren

38

3.7

Groen

38

3.8

Bedrijvigheid

42

3.9

Kabels, leidingen en straalpaden

42

Hoofdstuk 4 Milieuparagraaf

45

4.1

Milieueffectrapportage

45

4.2

Bedrijven en milieuzonering

46

4.3

Geluid

49

4.4

Luchtkwaliteit

52

4.5

Externe veiligheid

55

4.6

Duurzaamheid

57

4.7

Bodem

61

4.8

Natuur

62

Hoofdstuk 5 Waterparagraaf

71

5.1

Inleiding

71

5.2

Beleid

71

5.3

Beschrijving watersysteem plangebied

74

5.4

Toekomstige situatie van het watersysteem

76

Hoofdstuk 6 Financiële aspecten

79

Hoofdstuk 7 Procedure en maatschappelijke uitvoerbaarheid

81

7.1

81

2

Bekendmaking ex artikel 1.3.1 Bro

vastgesteld Buitengebied (Bokt ongenummerd) Gemeente Eindhoven

7.2

Overleg ex artikel 3.1.1 Bro

81

7.3

Inspraak

83

7.4

Omgevingsdialoog/Buuroverleg

83

7.5

Zienswijzen

84

7.6

Ambtshalve aanpassingen

84

Bijlagen toelichting

85

Regels

87

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

89

Artikel 1

Begrippen

89

Artikel 2

Wijze van meten

111

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

113

Artikel 3

Agrarisch - Agrarisch bedrijf

113

Artikel 4

Agrarisch met waarden

119

Artikel 5

Leiding - Riool

121

Artikel 6

Waarde - Attentiegebied Natuurnetwerk Brabant

123

Artikel 7

Waarde - Archeologie - 2

125

Artikel 8

Waarde - Cultuurhistorie - 2

127

Hoofdstuk 3 Algemene regels

129

Artikel 9

Anti-dubbeltelregel

129

Artikel 10

Algemene aanduidingsregels

131

Artikel 11

Algemene afwijkingsregels

133

Artikel 12

Overige regels

135

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

137

Artikel 13

Overgangsrecht

137

Artikel 14

Slotregel

139

Bijlagen regels

141

Bijlage 1

Landschappelijke inpassing

142

Bijlage 2

Lijst van Bedrijfsactiviteiten bij wonen

144

Bijlage 3

Cultuurhistorisch onderzoek

146

Bijlage 4

Archeologie: beschrijving en waardering van gebieden

280

vastgesteld Buitengebied (Bokt ongenummerd) Gemeente Eindhoven

3

4

vastgesteld Buitengebied (Bokt ongenummerd) Gemeente Eindhoven

Toelichting

vastgesteld Buitengebied (Bokt ongenummerd) Gemeente Eindhoven

5

6

vastgesteld Buitengebied (Bokt ongenummerd) Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 1

1.1

Inleiding

Aanleiding

Op de grens van de gemeente Eindhoven en Son en Breugel wordt een agrarisch bedrijf geëxploiteerd. Het bedrijf is zowel in Son en Breugel (Bokt 3a) als Eindhoven (Bokt ongenummerd) gevestigd.

In het huidig geldende bestemmingsplan Buitengebied (2006) is ter plaatse van Bokt ongenummerd geen bouwvlak opgenomen. Wel is sprake van een legale veldschuur (bouwvergunning verleend). De gemeente Eindhoven is gestart met het opstellen van een nieuw juridisch kader voor haar buitengebied. In dat kader heeft de gemeente in februari 2019 een voorontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd. In dat voorontwerpbestemmingsplan is voor de locatie Bokt 3 een relatieteken opgenomen met het bouwvlak dat aan de overzijde van de weg is gelegen (Bokt ongenummerd). Deze situatie geeft echter niet de juiste feitelijke situatie weer. Het betreffende bouwvlak is onderdeel van het agrarisch bedrijf dat aan Bokt 3a in Son en Breugel is gevestigd. Het is echter nagenoeg onmogelijk om bouwvlakken in twee verschillende gemeente te koppelen aan elkaar, los van het feit dat het koppelen van bouwvlakken ongewenst is.

Met behulp en onder leiding van de mensen van VAB Impuls zijn gesprekken opgestart tussen initiatiefnemers/eigenaren, de gemeenten Eindhoven, Son en Breugel en de provincie Noord-Brabant. Het resultaat van deze gesprekken heeft geleid tot een nieuwe toekomstige situatie die voor de hele omgeving leidt tot een meerwaarde.

Concreet betekent dit dat het bouwvlak in Son en Breugel (Bokt 3a) wordt opgeheven en wordt overgeplaatst naar een zelfstandig bouwvlak aan Bokt ongenummerd te Eindhoven. Daarnaast komt een deel van het bouwvlak aan Bokt 2b (ook gemeente Son en Breugel) te vervallen en wordt geïnvesteerd in landschappelijke kwaliteiten o.a. door sloop van de aanwezige bebouwing. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken wordt in Eindhoven het bouwvlak vergroot tot maximaal 2.000m² met beperkte bouwmogelijkheden (maximaal 400 m² aan bedrijfsbebouwing en een bedrijfswoning) voor het vollegrondsteeltbedrijf. Op die manier is sprake van een goede geconcentreerde nieuwe ruimtelijke situatie in plaats van een verspreid over twee gemeenten liggende situatie. De bebouwing op de vrijkomende bedrijfslocatie in Son en Breugel (Bokt 3a) zal worden verwijderd en het bouwvlak wordt opgeheven. Ook wordt het bouwvlak aan Bokt 2b (Son en Breugel) met circa 9.000m² verkleind naar maximaal 3.900m². De aldaar aanwezige teeltondersteunende voorzieningen worden gesloopt. Na verwijdering van de teeltondersteunende voorzieningen ter plaatse worden de gronden omgezet in agrarische productiegronden en versterkt dat de landschappelijke kwaliteiten (doorkijk in de richting van het Dommeldal).

De opgave leidt tot een verhoging van de landschap- en natuurwaarde en daardoor ook de beleving van het gebied. Een verbetering van de ruimtelijke situatie voor de agrarische bedrijven met heldere afgebakende rechten voor ieder bedrijf (een werkbare en begrijpelijke situatie voor eenieder) die enerzijds geborgd dient te worden in het bestemmingsplan vastgesteld Buitengebied (Bokt ongenummerd) Gemeente Eindhoven

7

Buitengebied van de gemeente Eindhoven en anderzijds in het bestemmingsplan Buitengebied van de gemeente Son en Breugel. Op deze manier is sprake van een goede juridische, ruimtelijke en feitelijke situatie die op meerdere vlakken leidt tot een meerwaarde en duidelijkheid in de omgeving. Voor de situatie in Son en Breugel (het opheffen van een agrarisch bouwvlak aan Bokt 3a en het verkleinen van het bouwvlak aan Bokt 2b) wordt een wijzigingsprocedure doorlopen. Hiervoor heeft het college van B&W van de gemeente Son en Breugel op 27 februari 2020 een positief principebesluit genomen op dit verzoek. Een voorwaarde daarbij was dat eerst de bestemmingsplanprocedure in Eindhoven dient te worden doorlopen. Onderliggend rapport betreft het bestemmingsplan voor de ruimtelijke ontwikkeling in de gemeente Eindhoven. Met het bestemmingsplan wordt de nieuwe situatie op de verbeelding en in de regels juridisch geborgd. De motivatie met betrekking tot een goede ruimtelijke ordening is in deze ruimtelijke onderbouwing opgenomen.

1.2

Plangebied

Het plangebied ligt in het noordoosten van de gemeente en wordt in grote lijnen begrensd door de gemeentegrens van de gemeente Eindhoven, wegvak de Bokt en agrarische gronden. Het plangebied is gelegen op het perceel dat kadastraal bekend staat als gemeente Woensel, sectie X, nummer 5135.

1.3

Voorgaande plannen

De voor het perceel huidig geldende juridisch regeling is vastgelegd in bestemmingsplan Buitengebied (2006), dat door de gemeenteraad van Eindhoven is vastgesteld op 22 augustus 2006. Het bestemmingsplan Buitengebied 2006 is door Gedeputeerde Staten gedeeltelijk goedgekeurd op 17 april 2007. Op 28 april 2008 is het plan onherroepelijk geworden bij besluit van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de raad van State.

1.4

Leeswijzer

Dit bestemmingsplan bestaat uit drie delen. Onderliggend rapport betreft de toelichting van het bestemmingsplan. in de toelichting is het initiatief gemotiveerd en onderbouwd. Daarnaast bestaat het bestemmingsplan uit de juridisch bindende delen, de regels en de verbeelding. Deze toelichting bestaat uit negen hoofdstukken. Na deze inleiding volgt hoofdstuk 2. Hierin is een beschrijving van het plangebied gegeven. Hoofdstuk 3 bevat de uitgangspunten bij, de randvoorwaarden en de beleidskaders voor het opstellen van het bestemmingsplan. Hoofdstuk 4 geeft inzicht in en een verantwoording van alle relevante milieuaspecten. Hoofdstuk 5 bevat de waterparagraaf. In de waterparagraaf is beschreven op welke wijze rekening wordt gehouden met de gevolgen van het bestemmingsplan voor de waterhuishouding. De juridische vormgeving van het bestemmingsplan is verwoord in hoofdstuk 6. Daarna wordt in hoofdstuk 7 ingegaan op de handhaving van het bestemmingsplan. De financiële uitvoerbaarheid is verantwoord in hoofdstuk 8. Hoofdstuk 9 gaat ten slotte in op de gevolgde procedure, inclusief een paragraaf over de maatschappelijke uitvoerbaarheid (met name de resultaten van het gevoerde overleg en de samenspraak/inspraak).

8

vastgesteld Buitengebied (Bokt ongenummerd) Gemeente Eindhoven

vastgesteld Buitengebied (Bokt ongenummerd) Gemeente Eindhoven

9

10

vastgesteld Buitengebied (Bokt ongenummerd) Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 2

Beschrijving plan

In dit hoofdstuk wordt de opgave beschreven. De huidige ruimtelijke en feitelijke situatie ligt daaraan ten grondslag in combinatie met de juridische situatie. Vervolgens is het proces beschreven waarin afgewogen is hoe een nieuwe situatie kan bijdragen aan het gebied en wat dit voor kansen biedt aan de ondernemer. Tot slot is de toekomstige situatie beschreven met bijbehorende afspraken.

2.1

Aanleiding, opgave en uitwerking van het plan

2.1.1

Ligging

Samen met Esp vormt Bokt de groene buffer tussen Eindhoven en Son en Breugel. Ten westen van dit gebied ligt het stedelijk gebied van Eindhoven, richting het oosten is het Dommeldal gelegen. Het Dommeldal is een groene, landschappelijk waardevolle omgeving met ruimte voor water en natuur. De weg Bokt is letterlijk de rand van dat gebied, het hoger gelegen deel waar zich vroeger mensen vestigden en de natte gronden van het Dommeldal als weidegrond gebruikten. Op de hoogtekaart van Nederland is dit verschil duidelijk waarneembaar. In onderstaande figuur 1 en 2 is een luchtfoto van de omgeving opgenomen waarin de ligging van Bokt in de omgeving is te zien. Daarnaast is een uitsnede van de hoogtekaart van de omgeving opgenomen in figuur 3. Op deze afbeelding is goed te zien dat het plangebied zich op de grens van de hogere, droge gronden met het natte Dommeldal bevindt.

vastgesteld Buitengebied (Bokt ongenummerd) Gemeente Eindhoven

11

Figuur 1. Ligging plangebied in Regio

12

vastgesteld Buitengebied (Bokt ongenummerd) Gemeente Eindhoven

Figuur 2. Ligging plangebied in omgeving

Figuur 3. Uitsnede hoogtekaart

vastgesteld Buitengebied (Bokt ongenummerd) Gemeente Eindhoven

13

2.2

Huidige situatie

2.2.1

Bestemmingsplan

Plangebied Het geldende bestemmingsplan Buitengebied (2006) kent aan het plangebied de bestemming 'Agrarisch gebied met landschappelijke waarden (AHS)' toe. Het plangebied is voorzien van de volgende dubbelbestemmingen of aanduidingen: Beschermingszone natte natuurparel Reserveringsgebied waterberging Archeologisch waardevol gebied Radarverstoringsgebied (deels) Gebied met historische verkaveling (deels) Wijzigingsgebied naar bos en natuur (GHS) Locaties gelegen in Son en Breugel Het perceel Bokt 3a in Son, gelegen direct ten noorden van Bokt 3 Eindhoven, is ingevolge het bestemmingsplan Buitengebied van de gemeente Son en Breugel (vastgesteld op 7-2-2013 en op 10-1-2019) bestemd voor 'Agrarisch met waarden – 1' en is voorzien van een 'bouwvlak' (circa 3.200 m2). Ook het perceel dat grenst aan de noordzijde daarvan (Bokt 2b in Son) is ingevolge datzelfde bestemmingsplan bestemd voor 'Agrarisch met waarden – 1' met de aanduiding 'bouwvlak'.

Ter plaatse van beide locaties gelden volgens het bestemmingsplan ook nog de aanduidingen 'waarde archeologie – 3', 'waarde beschermingszone natte natuurparel', 'vrijwaringszone radar', 'overige zone – beperkingen veehouderij', 'overige zone – groenblauwe mantel' en 'wijzigingsgebied reserveren waterberging'.

Figuur 4 Uitsnede plankaart bestemmingsplan Buitengebied 2006

2.2.2

Functioneel en ruimtelijk

Plangebied De aanwezige bedrijfsruimte (12 x 12 m) aan de overzijde maakt(e oorspronkelijk) deel uit van het vollegrondsteeltbedrijf aan Bokt 3, maar is onderdeel geworden van het 14

vastgesteld Buitengebied (Bokt ongenummerd) Gemeente Eindhoven

vollegrondsteeltbedrijf aan Bokt 3a te Son en Breugel. De bedrijfsruimte wordt gebruikt voor de opslag, sortering en verpakking van producten en de opslag van machines en materieel.

Locaties in Son en Breugel Aan Bokt 3a is een vollegrondsteeltbedrijf (asperges, prei en pompoenen) gevestigd. Binnen dat bouwvlak zijn agrarische bedrijfsgebouwen, een bedrijfswoning, alsmede permanente en tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen, toegestaan. Aan Bokt 2b is eveneens een vollegrondsteeltbedrijf (plantenkwekerij) gevestigd.

Figuur 5. Huidige ruimtelijke situatie (Elings)

2.3

Toekomstige situatie

Met behulp en onder leiding van de mensen van VAB Impuls zijn gesprekken opgestart tussen initiatiefnemers/eigenaren, de gemeenten Eindhoven, Son en Breugel en de provincie Noord-Brabant. Deze gesprekken hebben geleid tot een nieuwe toekomstige situatie. Het bouwvlak aan Bokt 3a in Son wordt opgeheven en de aanwezige bebouwing wordt gesloopt. De teeltondersteunende voorzieningen aan Bokt 2b in Son worden verwijderd en het bestemmingsvlak verkleind. Het agrarisch bedrijf dat geëxploiteerd wordt op de locatie Bokt 3a wordt in zijn geheel verplaatst naar de locatie in Eindhoven (het plangebied). Ter plaatse is met dit bestemmingsplan een bestemmingsvlak opgenomen van circa 2.000 m² welke wordt voorzien van een landschappelijke inpassing. Op het bouwvlak gelden beperkte bouwmogelijkheden (maximaal 400 m² aan bedrijfsbebouwing en een bedrijfswoning) voor het vastgesteld Buitengebied (Bokt ongenummerd) Gemeente Eindhoven

15

vollegrondsteeltbedrijf.

Resultaat van deze ontwikkeling is een afname van bebouwingsmogelijkheden van ruim 8.000 m² in het gevoelige Dommeldal en een vergroting van de landschappelijke waarden. In figuur 8 is de huidige juridische situatie weergegeven en in figuur 9 de toekomstige juridische situatie.

Figuur 6. Toekomstige situatie

Figuur 7 Voorstel landschappelijke inpassing Bokt ong. 16

vastgesteld Buitengebied (Bokt ongenummerd) Gemeente Eindhoven

2.4

Procedure en doorwerking

Ten aanzien van de borging van dit plan is het noodzakelijk om twee afzonderlijke procedures te doorlopen. In Eindhoven dient het nieuwe bouwvlak en de kwaliteitsverbetering (landschappelijke inpassing) geborgd te worden en in Son dient de kwaliteitsverbetering geborgd te worden (opheffen van bouwvlak Bokt 3a, het verkleinen van bouwvlak Bokt 2b en de landschappelijke inpassing). Voor het plan in Eindhoven, wordt via een partiele herziening van het bestemmingsplan, een bestemmingsplanprocedure doorlopen. Het bouwvlak krijgt een oppervlakte van circa 2.000 m² en ook de landschappelijke inpassing wordt geborgd op de verbeelding (aanduiding) en in de regels. In de regels wordt een voorwaardelijke verplichting opgenomen die de landschappelijke inpassing zeker stelt, maar ook een voorwaardelijke verplichting die betrekking heeft op de uit te voeren kwaliteitsverbetering in de gemeente Son en Breugel.

In de gemeente Son en Breugel wordt een afzonderlijke procedure opgestart. Met de gemeente is het plan besproken en het college van Burgemeester en wethouders heeft op 27 februari 2020 besloten medewerking te verlenen aan dit plan. Dat geeft de initiatiefnemer ook zekerheid aan de uitvoer van dit plan. Een plan wordt momenteel voorbereid, maar zal pas in procedure worden gebracht nadat dit bestemmingsplan de procedure heeft doorlopen.

vastgesteld Buitengebied (Bokt ongenummerd) Gemeente Eindhoven

17

18

vastgesteld Buitengebied (Bokt ongenummerd) Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 3 beleidskader

3.1

Uitgangspunten, randvoorwaarden en

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de ruimtelijke beleidskaders op Rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau. Verantwoord wordt dat de voorgenomen ontwikkeling past in het (toekomstig) ruimtelijk beleid. Er wordt geen complete samenvatting gegeven van alle beleidsaspecten. Uitsluitend de relevante beleidskaders voor het plangebied zijn in dit hoofdstuk weergegeven en verantwoord.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

In de definitieve Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) schetst het Rijk ambities van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid voor Nederland in 2040. Het Rijk zet twee zaken helder neer: een kader voor prioritering van investeringen om Nederland in beweging te krijgen en een selectief ruimtelijk beleid dat meer loslaat en overlaat aan provincies en gemeenten.

Het is de uitdaging om Nederland in de wereldeconomie van de toekomst concurrerend te houden. Dat betekent dat onze stedelijke regio's en netwerken versterkt moeten worden door de kwaliteit voor de leefomgeving te verbeteren, hoogwaardige en klimaatbestendige woon- en werkmilieus te realiseren, de bereikbaarheid te verbeteren en de mobiliteit te verduurzamen, maatregelen te treffen ten behoeve van waterveiligheid, zoetwatervoorziening en ruimte te maken voor de noodzakelijke transitie naar duurzame energie.

Het Rijk onderscheidt 13 nationale belangen in de SVIR. Daarnaast kiest ze nadrukkelijk voor een vereenvoudiging van de regelgeving en brengt de ruimtelijke ordening zo dicht mogelijk bij degenen die het aangaat: burgers en bedrijven. Zo beëindigt het Rijk zijn rol bij nationale landschappen, Rijksbufferzones, binnenstedelijk bouwen, landsbrede verstedelijkingsafspraken, sport- en recreatievoorzieningen.

Het Rijk vindt de stedelijke regio's rond de Mainports (Rotterdam en Amsterdam), de Brainport, greenports en de valley's van nationaal belang (nationaal belang 1). De gebiedsontwikkeling Brainport Avenue is van nationaal belang. In de SVIR wordt Brainport Zuidoost Nederland beschouwd als de belangrijkste toptechnologieregio van ons land. Het centrum van deze Brainport is gelegen in Eindhoven met o.a. High-tech systemen, medische technologie en automotive als belangrijkste thema's.

In de regio Eindhoven moeten vanwege de groei van het aantal huishoudens in de periode tot 2040 nog circa 40.000 woningen worden bijgebouwd en ook een kleine 30.000 woningen worden vervangen die niet meer voldoen aan de woonwensen. Het vestigingsklimaat voor (buitenlandse) bedrijven en kenniswerkers behoeft versterking met hoogwaardige woonmilieus, stedelijke voorzieningen, voldoende aanbod van cultuur en sport en grensoverschrijdende vastgesteld Buitengebied (Bokt ongenummerd) Gemeente Eindhoven

19

verbindingen. Ook de diversiteit aan toegankelijke groengebieden rond de steden en een robuust netwerk voor natuur vormen voor deze regio een belangrijke vestigingsfactor.

Realisatie Uitgangspunt bij het realiseren van de doelstellingen is een integrale, regionaal-specifieke aanpak, waarmee investeringen en ander Rijksinstrumentarium zo effectief en efficiënt mogelijk ingezet kunnen worden. Dat vraagt om een gedegen afweging van alle relevante belangen en goede afstemming en samenwerking tussen regio en Rijk. Over de rijksopgaven zullen op basis van de MIRT-gebiedsagenda's afspraken worden gemaakt.

De SVIR kent een realisatieparagraaf, waarin per nationaal belang de aanpak is uitgewerkt op basis van lopende en voorziene projecten. Het Rijk heeft voor de realisatie van de nationale belangen de beschikking over de volgende vier instrumenten: Kaders (gebiedsgerichte of thematische uitwerkingen van de SVIR, relevante wetgeving); Bestuurlijke prestatieafspraken (bijvoorbeeld afspraken met provincies en gemeenten, internationale afspraken met overheden in buurlanden); Financieel (bijvoorbeeld Infrastructuurfonds, Deltafonds); Kennis (bijvoorbeeld inzetten van het College van Rijksadviseurs bij ruimtelijke ontwikkelingen, verspreiden van “best practices”). Voor het juridisch borgen van de nationale belangen uit de SVIR heeft het Rijk, op basis van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), twee besluiten waarmee dat mogelijk is. Deze twee besluiten zijn verschillend van aard (beleidsmatig versus procesmatig): Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Dit geeft de juridische kaders die nodig zijn om het geldende ruimtelijk rijksbeleid te borgen. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het Bro stelt vanuit de Rijksverantwoordelijkheid voor een goed systeem van ruimtelijke ordening juridische kaders aan de processen van ruimtelijke belangenafweging en besluitvorming bij de verschillende overheden.

De ladder voor duurzame verstedelijking en de proceseisen voor een goed ontwerp en aandacht voor de waterhuishouding (watertoets), het milieu en het cultureel erfgoed zijn allen geborgd in het Bro. Nationaal belang 13 vraagt om een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Dit moet met behulp van de ladder voor duurzame verstedelijking worden onderbouwd. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen (bijvoorbeeld kantoorlocaties, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen) moet in het bestemmingsplan worden gemotiveerd hoe een zorgvuldige afweging is gemaakt van het ruimtegebruik.

De ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in artikel 3.1.6 lid 2 Bro. Daarin staat het volgende: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.”

Conclusie Onderhavige ontwikkeling is geen stedelijke ontwikkeling in de zin van artikel 3.1.6 lid 2 Bro (begrip stedelijke ontwikkeling: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of 20

vastgesteld Buitengebied (Bokt ongenummerd) Gemeente Eindhoven

zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen). Een agrarisch bedrijf valt niet onder het begrip stedelijke ontwikkeling. Daarnaast betreft het een verplaatsing van de bouw- en functionele mogelijkheden die betrekking hebben op het agrarisch bouwvlak aan Bokt 3a te Son en Breugel. De bebouwing wordt in de toekomstige situatie zelfs beperkt (max 400 m²). Hierdoor is toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking niet nodig.

3.2.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

Naast de SVIR is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), ook wel AMvB Ruimte genoemd, van toepassing. Het besluit bevat regels ter borging van een aantal nationale belangen. Het gaat onder meer over Rijksbelangen zoals Rijksvaarwegen, zones buisleidingen, zones van hoogspanningsleidingen en militaire objecten.

Voor Eindhoven is de 380 Kv hoogspanningsleiding van belang. Deze is gelegen in Eindhoven Noord en (deels) Oost. Verder is in het Barro opgenomen dat de provinciale begrenzing van Natuur Netwerk Brabant (NNB) direct doorwerkt naar het bestemmingsplan. De gebieden die de NNB vormen worden bij provinciale verordening aangewezen (zie ook paragraaf 3.3.3). Daarmee is de NNB een provinciaal belang geworden. Tot slot worden de belangen van luchthaven Eindhoven via het Barro geborgd.

3.2.3

Regeling algemene regels ruimtelijke ordening

In de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) zijn de terreinen, gebieden en installaties, zoals bedoeld in het Barro, aangewezen. Deze gebieden zijn op onderstaande kaart aangegeven (figuur 9). Onderstaande kaart behoort bij de Rarro. Voor het plangebied zijn de geluidszone en het obstakelbeheergebied behorende bij het luchtvaartterrein niet relevant.

vastgesteld Buitengebied (Bokt ongenummerd) Gemeente Eindhoven

21

Figuur 8. Kaart militair luchtvaartterrein – Vliegbasis Eindhoven (bijlage 3.4 Rarro)

3.2.4

Bakens luchthaven Eindhoven en radarverstoringsgebied vliegbasis Volkel

Bij het bepalen van de maximaal toegestane bouwhoogte in het bestemmingsplan moet rekening worden gehouden met de bakens van luchthaven Eindhoven en het radarverstoringsgebied van vliegbasis Volkel.

Bakens luchthaven Eindhoven 22

vastgesteld Buitengebied (Bokt ongenummerd) Gemeente Eindhoven

Op en nabij de luchthaven Eindhoven zijn bakens (zie figuur 10) aanwezig om de richting van het vliegverkeer (zowel horizontaal als verticaal) te kunnen volgen: Een VDF baken: Vertical Directional Finder. Dit is een hulpmiddel voor de luchtverkeersleiding om de richting te kunnen bepalen van het vliegtuig waarmee op dat moment wordt gecommuniceerd; Een NDB: Non Directional Beacon. Dit wordt door vliegtuigen gebruikt als navigatiehulpmiddel op luchtroutes. Het is een bakenzender die een radiosignaal uitzendt dat door een peilontvanger in het vliegtuig wordt opgevangen. Hierdoor wordt de richting van het signaal ten opzichte van het vliegtuig bepaald. Door de richting van twee verschillende bakens te peilen kan de piloot zijn/haar positie bepalen. De toetsingsgebieden liggen voor VDF niet over het plangebied en hebben dan ook geen consequenties ten aanzien van de bouwhoogte.

Figuur 9. Afbeelding hoogtebelemmeringen bakens nabij luchthaven Eindhoven. Blauwe lijnen= VDF. Rode lijnen= NDB.

Radarverstoringsgebied Volkel Om het ongestoord functioneren van radar- en communicatieapparatuur op de vliegbasis Volkel te waarborgen ligt er rond deze vliegbasis een cirkel met een straal van 50 nautische mijl (= 27,8 km), gemeten vanaf de positie van de radar. Binnen dit radarverstoringsgebied moet voor ieder obstakel hoger dan 65 meter worden berekend of er verstoring van de radar vastgesteld Buitengebied (Bokt ongenummerd) Gemeente Eindhoven

23

optreedt.

Conclusie Onderhavig plangebied ligt binnen dit radarverstoringsgebied, maar aangezien de bouwhoogte beperkt is tot maximaal 10 meter wordt voldaan aan de maximale maatvoering. Daardoor vormt het initiatief geen belemmering voor het radarverstoringsgebied.

Figuur 10. Uitsnede uit kaart hoogtebelemmeringen als gevolg van luchthaven Eindhoven. Blauwe lijnen- arcering = radarverstoringsgebied van vliegbasis Volkel.

3.3

Provinciaal beleid

3.3.1

Omgevingsvisie

De Brabantse Omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Op 14 december 2018 is de omgevingsvisie vastgesteld. Daarna volgt een doorvertaling in een Omgevingsverordening en programma's. Tot die zijn vastgesteld blijven bestaande beleidsplannen voor natuur, ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer en milieu en water van kracht. Daarmee wil Brabant op tijd klaar zijn voor de Omgevingswet wanneer deze in 2021 wordt ingevoerd.

In de Omgevingswet staan waarden als veiligheid, gezondheid en duurzame omgevingskwaliteit centraal. De Brabantse Omgevingsvisie voegt daar ambities aan toe voor vier hoofdopgaven: de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. Voor ieder van deze opgaven geeft de omgevingsvisie aan wat de ambities op lange termijn zijn: wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn? Maar ook een concreet tussendoel: waar moeten we in 2030 op zijn minst staan om dat lange termijn doel te halen? De omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan.

24

vastgesteld Buitengebied (Bokt ongenummerd) Gemeente Eindhoven

3.3.2

Structuurvisie

Op 19 maart 2014 is de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2014 in werking getreden. Deze structuurvisie is een actualisatie van de visie die in 2010 werd vastgesteld. De structuurvisie bestaat uit twee delen (A en B) en een uitwerking.

Deel A Deel A bevat de hoofdlijnen van het beleid. Hierin heeft de provincie haar belangen gedefinieerd en ruimtelijke keuzes gemaakt. De ruimtelijke visie van de provincie bestaat op hoofdlijnen uit een robuust en veerkrachtig natuur- en watersysteem, met aandacht voor bescherming tegen hoogwater, droogte en biodiversiteit. Een multifunctioneel landelijk gebied, waar de functies landbouw, recreatie en natuur in relatie tot elkaar ruimte krijgen en een gevarieerd en aantrekkelijk stedelijk gebied met sterke steden, groene geledingszones en uitloopgebieden (intensieve recreatie, stadslandbouw). Aandacht wordt gevraagd voor sterke regionale economische clusters, (inter)nationale bereikbaarheid en knooppuntontwikkeling (zowel in de centra als aan de randen van de steden). De provincie realiseert haar doelen door regionaal samen te werken, te ontwikkelen, te beschermen en te stimuleren.

Figuur 11. Visiekaart Structuurvisie 2010, Partiele herziening 2014

Deel B De ruimtelijke belangen en keuzes zijn in vier ruimtelijke structuren geordend. Deze vier ruimtelijke structuren worden in deel B beschreven en zijn als volgt:

1. De groenblauwe structuur vastgesteld Buitengebied (Bokt ongenummerd) Gemeente Eindhoven

25

De groenblauwe structuur bestaat uit bestaande natuur, watersystemen en nieuwe natuur in hiervoor kansrijke gebieden. Het behoud en de ontwikkeling van natuurwaarden is hier belangrijk. Daarnaast biedt de groenblauwe structuur ruimte aan een natuurlijk en robuust watersysteem. Dit is nodig voor een goed waterbeheer en biedt mogelijkheden om in te spelen op de effecten van klimaatverandering.

2. Het landelijk gebied Het landelijk gebied ligt buiten de groenblauwe structuur en de stedelijke structuur. Het landelijk gebied biedt een multifunctionele gebruiksruimte voor land- en tuinbouw, natuur, water, recreatie, toerisme en kleinschalige stedelijke functies. Land- en tuinbouw zijn de grootste ruimtegebruikers. De provincie streeft hier naar een multifunctionele gebruiksruimte, met behoud van agrarische productieruimte in die delen van het landelijk gebied waar de landbouw leidend is voor nieuwe ontwikkelingen.

3. De stedelijke structuur De stedelijke structuur bestaat uit de steden en dorpen in Noord-Brabant. De provincie kiest hier voor twee perspectieven. Ten eerste stedelijke concentratiegebieden waar de groei van de verstedelijking wordt opgevangen. De provincie wil de verstedelijking op goed ontsloten plekken concentreren en de groene ruimte tussen steden openhouden. Ten tweede dienen kernen in het landelijk gebied zoveel mogelijk te worden ontzien van verdere verstedelijking. Alleen de eigen verstedelijkingsbehoefte wordt daar opgevangen.

4. De infrastructuur Het infrastructuurnetwerk bestaat uit een fijnmazig en samenhangend netwerk van wegen, spoorlijnen, vaarwegen, luchthavens en buisleidingen. De Brabantse infrastructuur maakt deel uit van het internationale netwerk van infrastructuur in noordwest Europa. De provincie kiest hier voor een goede bereikbaarheid van BrabantStad en de economische clusters van Noord-Brabant. Voor het personenvervoer zijn het hoofdwegennet en het OV-netwerk BrabantStad de dragers. Het goederenvervoer wordt zoveel mogelijk via de te ontwikkelen Goederenruit (spoor en waterwegen) geleid. Zo wordt ruimte gemaakt voor het versterken van de (inter)nationale ontsluiting (weg, water, spoor en lucht) van de Brabantse steden.

Uitwerking structuurvisie De provincie heeft geen aparte ruimtelijke visie op het landschap ontwikkeld, maar geeft haar visie op het landschap vorm in de zogenaamde 'gebiedspaspoorten'. Daarin beschrijft de provincie welke landschapskenmerken zij op regionaal niveau van belang vindt en hoe deze kunnen worden versterkt. Er zijn ook deelstructuurvisies opgesteld voor specifieke onderwerpen. Zo is voor het gebied ten oosten van Eindhoven de deelstructuurvisie Brainport Oost opgesteld. Deze bevat keuzes voor wonen, werken en bereikbaarheid ten oosten van Eindhoven.

Eindhoven vormt samen met de provincie en met de steden Breda, Helmond, 's-Hertogenbosch en Tilburg het stedelijk netwerk BrabantStad. Dit samenwerkingsverband vervult een voortrekkersrol bij de ruimtelijke en economische ontwikkeling van Noord-Brabant. Sterke steden zijn een voorwaarde voor de toekomst van Noord-Brabant. Vooral in deze steden is de dynamiek van Noord-Brabant goed zichtbaar. De provincie ziet deze steden als het brandpunt van de verstedelijking. Hier wordt geïnvesteerd in de binnensteden (stationsgebieden, kanaal- en snelwegzones) en worden hoogstedelijke functies, zoals bovenregionale voorzieningen, geconcentreerd. Daardoor wordt de centrale positie van de 26

vastgesteld Buitengebied (Bokt ongenummerd) Gemeente Eindhoven

steden versterkt en het draagvlak voor hoogwaardig openbaar vervoer en stedelijke- en culturele voorzieningen op peil gehouden. Dat draagt bij een hoogwaardig leef- en vestigingsklimaat in Noord-Brabant.

Voor het plangebied geldt dat deze binnen Groenblauwe structuur is gelegen, specifiek binnen de groenblauwe mantel (zie figuur 13). De mantel bestaat overwegend uit gemengd landelijk gebied met belangrijke nevenfuncties voor natuur en water. Het zijn gebieden grenzend aan het kerngebied natuur en water die bijdragen aan de bescherming van de waarden in het kerngebied. Het behoud en vooral de ontwikkeling van natuur, water (-beheer) en landschap is in de groenblauwe mantel een belangrijke opgave. Vormen van grondgebonden agrarisch grondgebruik zijn van blijvend belang voor de ontwikkeling van groene en blauwe waarden. Binnen het gebied liggen kansen voor recreatie en toerisme. Ook een aantal groene gebieden door én nabij het stedelijk kralensnoer zijn onderdeel van de groenblauwe mantel.

Figuur 12. Uitsnede Structurenkaart Structuurvisie 2010 - Partiele herziening 2014

vastgesteld Buitengebied (Bokt ongenummerd) Gemeente Eindhoven

27

Figuur 13. Uitsnede Verordening ruimte themakaart natuur en landschap

Daarnaast is het gebied aangewezen als waterbergingsgebied. Deze gebieden zijn, bij dreigende wateroverlast, van belang voor hoogwaterbescherming (ruimte voor de rivier) en waterberging (regionale waterberging). Binnen de gebieden voor waterberging kunnen andere functies zoals grondgebonden landbouw, extensieve recreatie en natuurontwikkeling zich blijvend ontwikkelen mits ze zijn afgestemd op de beoogde waterfuncties.

Conclusie In dit geval ligt zowel het huidige bouwvlak (gemeente Son en Breugel) als het toekomstige bouwvlak (gemeente Eindhoven) binnen dezelfde aanduiding (waterwingebied). Het verschil is wel dat er een bouwvlak weg wordt gehaald in het kerngebied groenblauw (groene legendaeenheid), wat gezien wordt als een gevoeliger gebeid dan de groenblauwe mantel. Men kan dan ook stellen dat de ontwikkeling per definitie tot een verbetering van de situatie leidt.

3.3.3

Interim Omgevingsverordening

Op 29 oktober 2019 is de interim Omgevingsverordening in werking getreden. De provincie wil met haar regels aansluiten op de werkwijze van de Omgevingsvisie en de Omgevingswet. Daarom is ervoor gekozen om de verschillende provinciale verordeningen voor de fysieke leefomgeving samen te voegen tot een Interim omgevingsverordening. Bij de samenvoeging zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: Een gebruikersvriendelijke verordening met een duidelijke opbouw en een vereenvoudiging van de regels; Geen dubbele regelgeving dus er worden geen regels gesteld voor aspecten die al op nationaal niveau zijn geregeld; Regels ondersteunen de uitvoering en nieuwe manier van werken uit de omgevingsvisie en brengen partners als gemeenten, waterschappen, ondernemers en bewoners zoveel mogelijk in positie om eigen verantwoordelijkheid te nemen; Regels bieden waar mogelijk ruimte voor eigen invulling en afweging, bijvoorbeeld door meer te werken met doelvoorschriften en open normen; Een ja, mits benadering en het positief formuleren van voorwaarden. 28

vastgesteld Buitengebied (Bokt ongenummerd) Gemeente Eindhoven

Daarnaast is in eerste instantie bepaald dat de Interim omgevingsverordening beleidsneutraal is. In het algemeen geldt daarbij dat de inzet van de verordening in de provincie Noord-Brabant is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor het vanuit provinciale belangen nodig is om regels in te zetten of waarvoor het vanuit de wet verplicht is om regels te stellen in de verordening. De Interim omgevingsverordening vervangt zes provinciale verordeningen en heeft de status van: Milieuverordening gebaseerd op artikel 1.2. Wet milieubeheer Verordening wegen gebaseerd op artikel 57 Wegenwet en artikel 2A Wegenverkeerswet Verordening Ontgronden gebaseerd op artikel 5, tweede lid, en artikel 7, tweede lid, Ontgrondingenwet Verordening natuurbescherming gebaseerd op diverse artikelen uit de Wet natuurbescherming Verordening ruimte gebaseerd op artikel 4.1. Wet ruimtelijke ordening Verordening water gebaseerd op diverse artikelen in de Waterwet Omdat in dit geval sprake is van een bestemmingsplanprocedure, is hoofdstuk 3 van de Omgevingsverordening van toepassing. In figuur 14 is te zien welke aspecten / onderwerpen van belang zijn voor het plangebied.

Naast de beschreven structuren zijn de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies van belang bij nieuwe plannen. Daarin is onder andere vernoemd dat sprake dient te zijn van zorgvuldig ruimtegebruik. In dit geval wordt een verspreid liggend agrarisch bedrijf gecentraliseerd op een logische plek. Hierdoor worden de huidige aanwezige bebouwing en teeltondersteunende voorzieningen uit gevoelig gebied gehaald. Die plekken worden vervolgens weer omgezet naar agrarische productiegrond/ landschappelijke inpassing, waardoor een meerwaarde op meerdere fronten wordt bereikt. De mogelijkheden voor bedrijfsbebouwing wordt in het juridische gedeelte van dit bestemmingsplan gemaximeerd op 400m². Tot slot wordt het bouwvlak landschappelijk ingepast, conform eis van de provincie. Geconcludeerd kan worden dat sprake is van zorgvuldig ruimtegebruik.

vastgesteld Buitengebied (Bokt ongenummerd) Gemeente Eindhoven

29

Figuur 14 Uitsnede Interim omgevingsverordening (bron: viewer provincie Noord-Brabant)

De aanduidingen 'Beperkingen veehouderijen' en 'Stalderingsgebied' hebben betrekking op de ontwikkeling van veehouderijen. In dit geval is er geen sprake van een veehouderijbedrijf, waardoor deze regelingen niet van belang zijn bij de beoogde ontwikkeling voor het plangebied. De ontwikkeling dient rekening te houden met de cultuurhistorische waarden van het gebied, de hydrologische situatie m.b.t. natuurgebieden en tot slot is de ligging in de groenblauwe mantel voor een groot deel bepalend voor de ontwikkeling.

Afweging De bedrijfsbebouwing op de locatie tegenover Bokt 3 te Eindhoven is in het huidig geldende 30

vastgesteld Buitengebied (Bokt ongenummerd) Gemeente Eindhoven

bestemmingsplan niet voorzien van een bouwvlak. Daardoor zou in feite geen sprake zijn van een bouwperceel, waardoor vestiging van een vollegrondsteeltbedrijf niet tot de mogelijkheden behoort. Echter is de huidige aanwezige bedrijfsbebouwing vergund en daardoor legaal aanwezig. Een gemeente is verplicht om legaal aanwezige en vergunde bebouwing op te nemen in het bestemmingsplan. Doordat de gemeente Eindhoven heeft besloten om een positieve bestemming op te nemen voor deze bedrijfsbebouwing is er geen reden om aan te nemen dat binnen de komende planperiode handhavend zal worden opgetreden. Art. 9.8, lid 2, sub b bepaalt onder andere dat onder een 'bestaand bouwperceel' datgene wordt verstaan waarvan handhaving wegens strijdigheid met het geldend bestemmingsplan niet meer mogelijk is. In overleg van de gemeente met de provincie is gezamenlijk geconstateerd dat sprake is van een bestaand bouwvlak. Deze conclusie is evenals de positieve beoordeling van het plan op 6 juni 2019 door de provincie bekrachtigd middels de formele vooroverleg reactie (zie hoofdstuk7) ten aanzien van deze specifieke locatie en vormde de basis voor de verdere uitwerking van het plan.

Wanneer daarbij ook de algemene zorgplicht en de evenwichtige toedeling van functie (artikel 3.5 en 3.6 van de Interim Omgevingsverordening) wordt betrokken, kan geconcludeerd worden dat de totale ontwikkeling leidt tot een aanzienlijke verbetering op meerdere vlakken (minder bouwvlakken, minder bebouwing, meer landschappelijke waarden, beter waterbeheer, bebouwing geconcentreerd en gemaximeerd).

Om het vollegrondsteeltbedrijf (maximaal 400 m² aan bedrijfsbebouwing en een bedrijfswoning) te kunnen laten functioneren is meer ruimte nodig (een bouwvlak van circa 2.000 m²). De Interim Omgevingsverordening bepaalt verder dat het bestemmingsplan een verantwoording moet bevatten dat de gevraagde omvang noodzakelijk is voor de agrarische bedrijfsvoering en dat een positieve bijdrage wordt geleverd aan de bescherming en ontwikkeling van de hier onderkende ecologische en landschappelijke waarden en kenmerken.

In feite behelst het verzoek het verplaatsen van een agrarisch bouwvlak Bokt 3a in Son naar Eindhoven en het verkleinen van het bouwvlak Bokt 2b in Son. In de nieuwe situatie is sprake van een bouwvlak van een geringere omvang. Verplaatsing houdt tevens in dat het bestemmingsplan Buitengebied van de gemeente Son en Breugel moet worden herzien en wel in die zin dat het agrarisch bouwvlak Bokt 3a in Son komt te vervallen en het agrarisch bouwvlak van Bokt 2b in Son wordt verkleind. Bovendien dient verzekerd te zijn dat alle bebouwing binnen bouwvlak Bokt 3a in Son en de teeltondersteunende voorzieningen binnen bouwvlak Bokt 2b in Son worden verwijderd. Anders gezegd, de verplaatsing in combinatie met een afname van de bebouwingsmogelijkheden vanwege de geringere oppervlakte van het nieuwe bouwvlak heeft een onmiskenbaar positief effect op de ecologische en landschappelijke waarden en kenmerken van dat gebied. Die effecten zullen zich met name voordoen zodra de bebouwing op de hiervoor bedoelde percelen is verwijderd en zorg is gedragen voor een goede landschappelijke inpassing. De goede landschappelijke inpassing heeft onder andere betrekking op het gebruik van de gronden waar het bouwvlak van wordt verwijderd. Het gebruik mag niet leiden tot een belemmering van het doorzicht vanaf Bokt naar het Dommeldal.

In de regels van dit bestemmingsplan is een duidelijke verbale koppeling tussen de locatie in Son en Breugel en deze locatie in Eindhoven. Dat houdt in dat er een voorwaardelijke verplichting is opgenomen die betrekking heeft op het toekomstige gebruik en bouwen van de locatie in Eindhoven ten opzichte van sloop en sanering van de bebouwing in Son en Breugel. In paragraaf 3.5.2 wordt dieper ingegaan op het aspect cultuurhistorie. Daarin wordt geconcludeerd dat deze ontwikkeling geen negatief effect heeft op cultuurhistorische waarden ter plaatse.

Conclusie vastgesteld Buitengebied (Bokt ongenummerd) Gemeente Eindhoven

31

Er is aangetoond en geborgd dat voldaan wordt aan de regels uit de Interim omgevingsverordening. De provincie is actief betrokken bij het proces en staat positief tegenover dit planvoornemen. Middels een ingediende vooroverleg reactie (d.d. 6 juni 2019) is dit reeds bevestigd.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Omgevingsvisie Eindhoven

Samen met de stad heeft de gemeente Eindhoven een omgevingsvisie opgesteld. Met ons hebben meegedacht: inwoners, ondernemers, belangenorganisaties, GGD, Veiligheidsregio, Omgevingsdienst, woningcorporaties, projectontwikkelaars, investeerders en andere overheden (buurgemeentes, provincie, rijk). Op 16 juni 2020 is de omgevingsvisie vastgesteld door de gemeenteraad. De omgevingsvisie is een integraal verbindende visie voor de fysieke leefomgeving die focus aanbrengt bij het inrichten van onze stad en stimuleert om samen te werken aan de stedelijke opgaven. De omgevingsvisie is gebaseerd op bestaand beleid. Het hebben van een omgevingsvisie is onder de nieuwe Omgevingswet verplicht. Omdat een omgevingsvisie allesomvattend is, willen we die lerende wijs ontwikkelen. Dat betekent concreet dat we, eerder dan wettelijk verplicht, met een omgevingsvisie komen. Maar dan wel een 'light-variant' (versie 1.0), die we één of twee jaar later gaan aanvullen en verfijnen. Deze omgevingsvisie (versie 1.0) is gebaseerd op het bestaand beleid. Het document vervangt niet de bestaande beleidsdocumenten, maar is een aanvullend beleidsdocument. De interim structuurvisie blijft daarom nog steeds van kracht. Bij het opstellen van een omgevingsvisie versie 2.0 wordt de interim structuurvisie wel ingetrokken.

Brainportregio De Brainportregio is een technologische topregio en één van de belangrijkste pijlers van de Nederlandse economie. De sleutel tot dit succes is samenwerking. Het is een regio van contrasten en dat maakt ons uniek: een hecht netwerk van steden, stedelijke buurgemeenten, dorpen en bewoond landelijk gebied. Je bent snel in de stad of juist in het groen, er is cultuur én natuur. We zijn sterk in high tech, design en innovaties en kennen een dynamische economie en een gastvrije bourgondische levensstijl. De strategie van de regio is gericht op het sterker maken van deze kwaliteiten door aan te haken op de eigen kracht en identiteit van de deelgebieden.

Ambitie Als centrumstad vervult Eindhoven een cruciale rol bij de versterking van Brainport Eindhoven als economische wereldspeler op het gebied van kennisintensieve maakindustrie en design. Om internationaal concurrerend te blijven, streeft Eindhoven samen met de regio naar een excellent woon- en werkklimaat. Eindhoven zet daarom in op gezonde en duurzame verstedelijking met behoud van stedelijke en dorpse kwaliteiten en met bijzondere aandacht voor sociale cohesie en inclusie. Eindhoven is in staat om zich snel aan te passen aan de steeds veranderende vraag naar geschikte en betaalbare ruimte om te wonen, werken, verblijven en recreëren. Deze ambitie vertaalt zich naar vier deelambities. Eindhoven als: economische wereldspeler; gezonde en toekomstbestendige stad; een sociale, inclusieve en gastvrije stad en een authentieke stad met sterke gebieden.

32

vastgesteld Buitengebied (Bokt ongenummerd) Gemeente Eindhoven

Van ambitie naar stedelijke opgaven Als we onze ambities leggen naast de huidige kwaliteiten en structuren van de stad en de actuele trends en ontwikkelingen, zien we een aantal stedelijke opgaven voor de stad. Brainport Eindhoven blijft groeien, mede door de sterke economische positie. De ambities en groei vragen om ruimte voor nieuwe woningen, bedrijven en voorzieningen. Ruimte die we bieden door te verdichten in het gebied binnen de Ring en door te verdichten nabij voorzieningen als HOV en winkelcentra. Met name binnen de Ring is voldoende ruimte om te verdichten, omdat er nog relatief weinig mensen wonen. Met de keuze voor verdichten binnen de Ring gaan we duurzaam om met de (groene) ruimte die de stad heeft. We behouden hiermee de kwaliteit van de groenstedelijke woonwijken, de landschapsparken en het buitengebied. De keuze voor een compact stedelijke woonmilieu gaat gepaard met forse investeringen in o.a. bereikbaarheid, luchtkwaliteit, groen en voorzieningen. Eindhoven wil een leefbare en een inclusieve stad zijn waar iedereen kan profiteren van het succes van de Brainport. Dat vraagt om keuzes ten aanzien van het woning- en voorzieningenaanbod. Het verschil tussen de ambitie en de huidige stand van zaken in Eindhoven leidt tot zes concrete stedelijke opgaven: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Werken aan een gezonde groei van de stad Werken aan een aantrekkelijk en hoogstedelijk centrum Werken aan leefbare, sociale wijken met een sterke identiteit Werken aan een duurzame en concurrerende economie Werken aan de energietransitie van de stad Werken aan een goede stedelijke bereikbaarheid

Samen werken aan de stedelijke opgaven Dit zijn de opgaven waar we als gemeente de komende jaren samen met onze partners aan werken. Wij werken zelf aan deze opgaven, maar stimuleren ook andere partijen in de stad om dit te doen. We bepalen samen met de stad en regio wat kansrijke initiatieven en locaties zijn. We geven prioriteit aan initiatieven die bijdragen aan meerdere stedelijke opgaven tegelijkertijd en kwaliteit toevoegen aan de stad. Hiernaast zetten we in op het beschermen en versterken van de stedelijke en groene hoofdstructuur van de stad. De gemeente organiseert het werken aan de stedelijke opgaven met thematische en gebiedsprogramma's en stimuleert o.a. via regels en uitgangspunten zoals opgenomen in de omgevingsvisie dat ook andere initiatiefnemers bijdragen aan het realiseren van de opgaven.

Plangebied Het plan heeft geen betrekking op een stedelijke ontwikkeling, maar draagt wel bij aan de identiteit van Eindhoven m.b.t. behoud van (functioneel) groen, wat bijdraagt aan de recreatieve mogelijkheden van de stad. Door de sloop van bebouwing en het terugbrengen van landschapskwaliteiten zorgt het voor een mooie overgang van stad naar land – natuur – landschap. Door ruimte te geven aan een kleinschalige functie, zorgt dit plan ook voor (economisch) perspectief waardoor de kwaliteit van het landschap gewaarborgd en gefinancierd kan worden. het plan draagt dan ook bij aan de omgevingsvisie van Eindhoven.

vastgesteld Buitengebied (Bokt ongenummerd) Gemeente Eindhoven

33

3.4.2

Interimstructuurvisie 2009

In december 2009 is de Interimstructuurvisie 2009 door de gemeenteraad vastgesteld. Met de Interimstructuurvisie 2009 geeft de gemeenteraad invulling aan de ambitie om Eindhoven door te ontwikkelen in zijn kwalitatief hoogwaardige combinatie van wonen, werken en groen. De nadruk ligt daarbij ook op leefbaarheid en bereikbaarheid. Als kerngemeente van Brainport Zuidoost Brabant stuurt Eindhoven aan op het bieden van ruimte aan een krachtige ontwikkeling van deze economische kernzone, een hoge kwaliteit van de leefomgeving en aandacht voor sociale betrokkenheid en ondernemend burgerschap tot op buurtniveau. Op deze wijze geeft de raad invulling aan het begrip duurzame ruimtelijke kwaliteit. Het bestemmingsplangebied ligt buiten een transformatiegebied.

3.4.3

Ruimtelijke hoofdstructuur

De Interimstructuurvisie is het resultaat van de integratie van de ruimtelijk relevante raadsprogramma's die tot medio 2009 zijn vastgesteld. Dit is onder andere verbeeld in een kaart (zie figuur 15) die inzicht biedt in de ontwikkelingen ten opzichte van de ruimtelijke hoofdstructuur. Met andere woorden de kaart geeft de ontwikkelingen aan binnen de hoofdstructuur.

Figuur 15 . Ruimtelijke hoofdstructuur Interimstructuurvisie Eindhoven

3.4.4

Gebruik van de ruimte

De Interimstructuurvisie is het resultaat van de integratie van de ruimtelijk relevante raadsprogramma's die tot medio 2009 zijn vastgesteld. Dit is onder andere verbeeld in een kaart (zie figuur 16) die inzicht biedt in de verdeling van het actuele en gewenste grondgebruik. 34

vastgesteld Buitengebied (Bokt ongenummerd) Gemeente Eindhoven

Figuur 16. Gebruik van de ruimte Interimstructuurvisie Eindhoven

Natuur Dit zijn gebieden voor groene en ecologische ontwikkeling. Het extensieve (recreatief) medegebruik is gericht op natuur- en landschapsbeleving aangezien het onderdelen betreft van de Groene en Ecologische Hoofdstructuur.

Gebruiksgroen Dit zijn groengebieden, veelal behorende tot de Groene Hoofdstructuur, waarin op voorwaarde van het behoud van de natuur- en landschapskwaliteiten uiteenlopende (groen)recreatieve functies kunnen zijn ondergebracht, zoals maneges, golfbanen, uitloopgebieden, parken en volkstuinen. Verder zijn de gronden bedoeld voor landbouw, kleinschalige aan het buitengebied gebonden bedrijven (inclusief kleinschalige horeca) en extensieve sportgebieden.

3.4.5

Conclusie

De ontwikkeling is in overeenstemming met het beleid zoals dat is vastgesteld in de Interimstructuurvisie Eindhoven.

vastgesteld Buitengebied (Bokt ongenummerd) Gemeente Eindhoven

35

3.5

Archeologische en cultuurhistorische waarden

Het Verdrag van Valletta (Malta) verplicht de Europese overheden tot het beschermen van archeologisch erfgoed. Hierbij wordt als uitgangspunt gehanteerd dat archeologische waarden in situ bewaard moeten blijven. Dat wil zeggen, dat er naar gestreefd moet worden om de waarden op de locatie te behouden. Als dit niet mogelijk blijkt, bijvoorbeeld bij bouwplannen, dan moeten de waarden worden opgegraven en ex situ worden bewaard.

Het Verdrag van Valletta is door vertaald in de Monumentenwet 1988, zoals deze gewijzigd is in september 2007. Sinds de wijziging van september 2007 is de gemeente het bevoegd gezag. Sinds 1 januari 2012 is het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd (voortgekomen uit de Modernisering van de Monumentenzorg (MoMo)). Vanaf die tijd moeten gemeenten in hun bestemmingsplannen ook rekening houden met bovengrondse cultuurhistorische waarden (historische (steden)bouw en historisch landschap). Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. In de Erfgoedwet is vastgelegd wat onder cultureel erfgoed wordt verstaan. De onderdelen van de Monumentenwet 1988 die over de omgang met cultureel erfgoed in de fysiek leefomgeving gaan, komen in de Omgevingswet. Voor een aantal onderdelen (onder andere bestemmingsplannen) is een overgangsregeling opgenomen in de Erfgoedwet voor de periode tot inwerkingtreding van de Omgevingswet.

3.5.1

Gemeentelijk beleid

De gemeente Eindhoven heeft eigen archeologiebeleid, als uitwerking van het nationale en provinciale beleid. Dit beleid staat in het 'Beleidsplan archeologie Eindhoven en Helmond 2008-2012', dat de raad in september 2008 heeft vastgesteld. De gemeente neemt de verantwoordelijkheid voor het bodemarchief zelf ter hand door te investeren in kerntaken en opbouw van expertise.

De gemeente kent archeologische waarden daterend uit de prehistorie en de Romeinse tijd. Het gemeentelijk bodemarchief herbergt tevens fundamentele gegevens over de geschiedenis van stad en platteland gedurende en na de middeleeuwen. Deze gegevens zijn van groot belang voor de reconstructie van het verleden, temeer omdat archivalische bronnen in Eindhoven nagenoeg ontbreken.

De archeologische gebieden binnen de gemeente Eindhoven staan aangegeven op de gemeentelijke archeologische waardenkaart, onderdeel van de gemeentelijke cultuurhistorische waardenkaart. Het beleid is om bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening te houden met de archeologische waarden en verwachtingen in de ondergrond en daarbij uit te gaan van de gemeentelijke archeologische waardenkaart.

Volgens de Archeologische Waardenkaart kent onderhavig plangebied een hoge archeologische verwachtingswaarde. Dit komt onder andere door de dekzandrug met daarop een esdek. De combinatie tussen deze bodems scoort in archeologisch opzicht hoog. Door de gemeente Eindhoven is daarom gesteld dat via onderzoek aangetoond dient te worden of er archeologische resten gevonden kunnen worden en, wanneer deze aanwezig zijn, deze in beeld dienen te worden gebracht en mogelijke maatregelen genomen dienen te worden ter bescherming van deze waarden. Op 11 juni heeft Aeres Milieu een archeologisch onderzoek uitgevoerd en beschreven in een aparte rapportage. Deze rapportage is als bijlage 2 aan dit plan toegevoegd. in deze paragraaf is uitsluitend de conclusie van dat onderzoek opgenomen.

36

vastgesteld Buitengebied (Bokt ongenummerd) Gemeente Eindhoven

Conclusie archeologisch onderzoek en aanbevelingen Uit het verkennend veldonderzoek door middel van boringen is gebleken dat er in het westelijk deel van het plangebied nog hoge bruine enkeerdgronden aanwezig zijn. Hieronder kunnen eventueel nog archeologische resten worden aangetroffen. De archeologische verwachting voor de periode neolithicum-late middeleeuwen wordt hier dan ook gehandhaafd. De archeologische verwachting op het aantreffen van resten uit de periode laat-paleolithicum – mesolithicum wordt voor het gehele plangebied bijgesteld naar laag. Vanwege de verstoring van de ondergrond in het oostelijk deel van het plangebied, ter hoogte van het bouwvlak, wordt de archeologische verwachting voor alle perioden bijgesteld naar laag. Omwille hiervan wordt geen archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk geacht in het bouwvlak (zoals is aangeduid op het bestemmingsplan). We adviseren om de archeologische dubbelbestemming op de rest van het terrein te handhaven. De resultaten van dit onderzoek dienen getoetst te worden door de bevoegde overheid (gemeente Eindhoven), dat op basis van het uitgebrachte advies een besluit zal nemen. Het uitgevoerde onderzoek is verricht conform de gestelde eisen en gebruikelijke methoden. Het onderzoek is gericht op het inzichtelijk maken van de toestand van het aanwezige bodemarchief.

Hiermee kan de beschadiging dan wel vernietiging als gevolg van de voorgenomen verstoring van een mogelijk aanwezig bodemarchief tot een minimum worden beperkt. Echter kan door de aard van het onderzoek, steekproefsgewijs, niet volledig worden uitgesloten dat er archeologische resten aan- of afwezig zullen zijn. Als gevolg hiervan is bij het aantreffen van archeologische resten het, conform de Erfgoedwet van 2016, artikel 5.10 (Archeologische toevalsvondst) en 5.11 (Waarneming), een meldingsplicht van toepassing. De dubbelbestemming en bijbehorende regeling uit het voorontwerpbestemmingsplan is op basis van het archeologisch onderzoek komen te vervallen voor het bouwvlak.

3.5.2

Cultuurhistorie

Op 18 maart 2008 is de cultuurhistorische waardenkaart van Eindhoven vastgesteld. De kaart dient als beleidskader om bij ruimtelijke ontwikkelingen in de stad rekening te kunnen houden met de cultuurhistorie van Eindhoven. De kaart geeft, naast rijks- en gemeentelijke monumenten een overzicht van de historische structuur van wegen en waterlopen, historisch waardevolle stedenbouwkundige en landschappelijke- en groenstructuren, beschermde stadsen dorpsgezichten en monumentale bomen. Bij de samenstelling van de kaart is onder andere gebruik gemaakt van de gegevens van de provinciale cultuurhistorische waardenkaart.

Bij de voorbereiding van het voorontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2019 is voor het onderdeel cultuurhistorie/Historisch landschap uitgegaan van een cultuurhistorisch onderzoek dat is uitgevoerd door RAAP Archeologisch Adviesbureau BV. Dit onderzoek is uitgevoerd ter onderbouwing van en als aanvulling op de gemeentelijke Cultuurhistorische Waardenkaart uit 2008. De resultaten van dit onderzoek zijn te vinden in het RAAP-rapport 3258 'De groene zoom van Eindhoven – Een cultuurhistorische waardenkaart van het buitengebied van Eindhoven, alsmede enkele groene delen van de bebouwde kom', dat als bijlage bij de regels is gevoegd. Het gebied ter plaatse ligt in een groter gebied dat getypeerd is als historische open akker. Het betreft een relict van een open akker die relatief sterk aangetast is. Daarom is het gebied ter plaatse midden gewaardeerd en heeft het geen dubbelbestemming cultuurhistorie gekregen. Ter plaatse bevinden zich, buiten de hoog gewaardeerde weg Bokt, geen waardevolle landschapselementen.

Conclusie Ter plaatse zijn geen monumenten aanwezig. Wel is de wegenstructuur van Bokt aangewezen als cultuurhistorisch waardevol. Er is sprake van een historische wegenstructuur vastgesteld Buitengebied (Bokt ongenummerd) Gemeente Eindhoven

37

van vóór 1900. Het initiatief heeft geeneffect op deze cultuurhistorische waarden. De andere kant van de weg is aangewezen als cultuurhistorisch landschap (Dommeldal). Door het opheffen van het bouwvlak in Son en Breugel en het saneren van bedrijfsbebouwing wordt bijgedragen aan de cultuurhistorische waarden van dit gebied. Het landschap wordt hersteld en waardevolle zichtlijnen worden toegevoegd vanuit de historische wegenstructuur van Bokt. Het plan draagt in totaliteit bij aan de cultuurhistorische waarden van het gebied.

3.6

Verkeer en parkeren

De mobiliteitsvisie 'Eindhoven op Weg' is in 2013 door de gemeenteraad vastgesteld. Hierin is het verkeersbeleid voor de komende decennia (planhorizon 2040) vastgelegd. Deze visie vormt het bestuurlijke beleidskader voor alle verkeers- en mobiliteitsopgaven.

In dit geval is sprake van een bestaande functie die herschikt wordt in de ruimte (samenvoegen van twee agrarische bouwvlakken tot één bouwvlak). De ontwikkeling heeft geen effect op de wegenstructuur of op de mobiliteitsvraagstukken die voor Eindhoven gelden. De locatie wordt ontsloten door Bokt en dat blijft zo. De locatie wordt ontsloten door Bokt en dat blijft zo. Bokt is niet aangewezen als hoofdstructuur o.i.d. de parkeeropgave voor auto's en fietsen moet worden aan de nota parkeernormen 2019.

3.7

Groen

3.7.1

Groenbeleidsplan

Begin 2017 is een actualisatie van Groenbeleidsplan door de gemeenteraad vastgesteld. Dit Groenbeleidsplan 2017 is gemaakt met de veranderende rol van de overheid in het achterhoofd. Het voorziet in vier sporen "het verhaal van de stad", wat de waarde van groen is (functies als uitgangspunt), welke ambitie de gemeente daarmee heeft en het daadwerkelijke groenbeleid. Het groenbeleidsplan heeft als doel het duurzaam veiligstellen en ontwikkelen van een kwalitatief hoogwaardige groenstructuur met daarin passende functies. Hiermee levert de toepassing van het groenbeleid een wezenlijke bijdrage aan een aantrekkelijke en gezonde woon- en werkomgeving als karakteristieke kwaliteit van Eindhoven. Een omgeving die leefbaar en klimaatadaptief is en een volwaardig vestigingsklimaat biedt voor Brainport.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11743877/1