CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Bp II Emmasingelkwadrant-Fellenoord 2013 (Victoriatoren)

Gemeenteraad 22 september 2021, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel tot vaststelling bestemmingsplan II Emmasingelkwadrant-Fellenoord 2013 (Victoriatoren)32.020 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Over het algemeen is de ambitie om de bouwblokken binnen deze velden dusdanig te positioneren dat deze aan de buitenkant (met de voordeur) aan een hoogwaardige openbare ruimte zijn gelegen, terwijl aan de binnenkant een binnenterrein gelegen is waar parkeren kan plaatsvinden. De woonblokken hebben een hoogte van ongeveer zes bouwlagen, met incidenteel hoogbouw.

36

vastgesteld II Emmasingelkwadrant-Fellenoord2013 (Victoriatoren) Gemeente Eindhoven

Figuur 3.9: Ontwikkelingsvisie Emmasingelkwadrant met planlocatie rood omcirkeld Ook is een richtinggevende indicatie gegeven van het aantal vierkante meters toe te voegen nieuwbouw per bouwveld. In totaal gaat het hier in het gebied om ruim 149.000 m² bruto vloeroppervlak. Ongeveer tachtig procent hiervan is ingepland voor woningen, vijftien procent voor kantoren en de overige vijf procent is vrij voor overige functies, zoals cultuur, horeca, winkels of een logiesfunctie. Met betrekking tot parkeren wordt gesteld dat zoveel mogelijk parkeerbehoefte van gebruikers en bewoners op (half)verdiepte parkeervoorzieningen op binnenterreinen dient te worden opgelost. Bezoekers parkeren op straat. Verder kan aan de parkeerbehoefte tegemoet gekomen worden door gebruik te maken van bestaande parkeergarages en gecombineerde parkeergebouwen te realiseren dan wel te voorzien in een andere gebiedsgerichte vorm van parkeren. Verder zijn de locaties van de Ventoseflat en het Petricomplex aangeduid als transformatie-velden. Dat wil zeggen, deze gebouwen krijgen een nieuwe functie conform het visiedocument voor het Victoriakwartier. In de ontwikkelingsvisie Emmasingelkwadrant wordt het ruimtelijke kader hiervoor geboden en wordt tevens beschreven dat de monumentale elementen van beide gebouwen behouden dienen te worden.

De ontwikkelingsvisie op het Emmasingelkwadrant is in 2016 geactualiseerd (inclusief deelbehoud van het TAC-gebouw). In globale lijnen is de visie uit 2006 gebruikt maar op een aantal punten is de visie veranderd. De belangrijkste verandering ten opzichte van de oorspronkelijke ontwikkelingsvisie is, dat het park grotere afmetingen zal moeten krijgen zonder bebouwing. Er is geen bebouwing meer in het park ingetekend. Daarnaast wordt onderzocht of de cultuurhistorische elementen van het TAC-gebouw voor het gebied behouden kunnen worden. vastgesteld II Emmasingelkwadrant-Fellenoord2013 (Victoriatoren) Gemeente Eindhoven

37

De beoogde schaalgrootte en functie van dit park verdraagt geen verdere bebouwing: dus geen permanent parkpaviljoen en geen hoge woontoren in het park. Ontwikkeling van gewenste grootschalige/ hoogstedelijke bebouwing kan dan in verschillende plots aan de rand van het park opgelost worden, mits er bereidheid is om na te denken over ruilverkaveling. Toetsing

Figuur 3.10: Visie Emmasingelkwadrant met locatie Victoriatoren blauw omlijnd (Bron: gemeente Eindhoven, november 2016)

38

vastgesteld II Emmasingelkwadrant-Fellenoord2013 (Victoriatoren) Gemeente Eindhoven

Figuur 3.11: Plankaart ontwikkelingsvisie inclusief deelbehoud TAC Aan de randen van het Victoriatoren wordt ruimte geboden aan hogere gebouwen (onder andere de Onyxtoren en de Victoriatoren) in verband met het 'downtown' karakter van dit gebied. Op deze manier wordt ook meer evenwicht geboden aan de Regent en de Admirant, in combinatie met de Lichttoren en Witte Dame (zoekgebied intensivering van hoogbouw). Voor de Victoriatoren is in de ontwikkelingsvisie een hoogte opgenomen van 70 tot 80 meter. Uitgangspunt is een stadspark met de Gender als katalysator en bindmiddel voor waarde-creatie in de meervoudige betekenis in dit gebied. Ook kan het park een functie krijgen als waterretentiegebied en als verblijfgebied voor bijvoorbeeld studenten. De Gender in het park, met een diepte van minimaal 2 meter, moet gaan aanvoelen als een beekdal. De beoogde ontwikkeling is in overeenstemming met de ontwikkelsingsvisie. Wel wijkt de maximale bouwhoogte af van de ontwikkelingsvisie. Aanleiding voor de afwijking vormt de gewenste vergroting van het park, het gewenste afwerkingsniveau van het park en de opgelegde eisen ten aanzien van de hoogte van de huur van de woningen. In afstemming met de gemeente en de supervisor is een maximale hoogte van 91,99 meter overeengekomen. De hoogbouwvisie wordt hierop aangepast.

In afstemming met de supervisor is a-symmetrische kroon uitgewerkt en wordt als volgt onderbouwd: De ontwikkeling van het Emmasingelkwadrant maakt het mogelijk om meerdere woontorens aan de snel veranderende skyline van Eindhoven toe te voegen. Op de hoek van een nieuw park - waarin de Gender terugkomt - komt Victoriatoren, een woontoren van 28 bouwlagen. Binnen de kaders van de ontwikkelingsvisie ''Emmasingelkwadrant'' dat West-8 voor de toek omstontwikkeling van de stad heeft bedacht wordt deze toren ontworpen. Het complex bevat naast de toren twee lagere gebouwen van ca. vier en zeven bouwlagen. Elk gebouw heeft een verschillende kleur om hen als afzonderlijke entiteiten te k unnen lezen. De drie gebouwen hebben op de begane grond een commerciële plint. Op de hoek van vastgesteld II Emmasingelkwadrant-Fellenoord2013 (Victoriatoren) Gemeente Eindhoven

39

de plint komt naast de entree van de toren een dubbelhoge commerciële ruimte, met aansluitend een terras aan het park. In de lagere gebouwen bevinden zich voornamelijk studio's, in de hoogbouw bevinden zich voornamelijk appartementen met één of twee slaapkamer(s). In de top van de toren bevinden zich een aantal grotere penthouses. Elke standaard verdieping heeft een zeer efficiënte plattegrond met 10 woningen van hoge kwaliteit. Parkeren bevindt zich voor het gehele complex in een ondergrondse kelderlaag en op het niveau begane grond. De toren wordt als twee volumes waargenomen waarbij de hoogste toren net geen 92 m is. Deze twee bouwvolumes hebben een hoogteverschil dat de kans biedt om grote dak terrassen op de penthouses aan te sluiten. In het totaal heeft de toren vier dakterrassen met een zuidelijke oriëntatie en mooie uitzichten over de stad. Door deze sprong in de hoogte te creëren ontstaat een a-symmetrisch volume in de kroon. Het meest karakteristieke kenmerk van de toren is zijn kroon. De metselwerktoren eindigt met een bijzondere gevel die als een oog naar de stad en het park kijkt. Dit element is er om te zien en gezien te worden. Vanuit verschillende punten in de stad kun je de oplichtende top van Victoriatoren zien als een lantaarn in de lucht. Om deze herkenbaarheid te versterken komt hetzelfde element terug in de commerciële plint.

Het concept van de toren speelt een spel met licht en schaduw, niet alleen bij de kroon, maar overal op de gevel. Met diepe en ondiepere verticale penanten die op verschillende momenten dynamische schaduwen geven en grote horizontale balkons aan de oost-en westzijde , krijgt het gebouw een sculpturale uitstraling. Verder komen aan de zijkant van deze penanten bij de oost- en westgevel aluminium panelen. Deze vangen het ochtend- en avondlicht en reflecteren het. Op deze manier hoort Victoriatoren echt bij de lichtstad Eindhoven. Het ontwerp is uitgewerkt in overleg met de supervisor en goedgekeurd door de commissie Ruimtelijke Kwaliteit. 3.4.5

Hoogbouwvisie 2008

In de notitie 'De derde dimensie van een laagbouwstad, Hoogbouwvisie Eindhoven' (Gemeente Eindhoven, 2008) is het hoogbouwbeleid van de gemeente Eindhoven vastgelegd. Het doel van de notitie is het vormen van een afwegingskader voor nieuwe hoogbouwprojecten. Het hoogbouwbeleid levert een bijdrage aan de doelstellingen van het raadsprogramma Ruimtelijke Kwaliteit. Het beleid is bindend voor besluitvorming en visieontwikkeling, maar heeft geen juridische status (dat ligt vast in bestemmingsplannen). Het is allereerst een toetsingskader waarmee de wenselijkheid van hoogbouw kan worden bepaald. Hoogbouw is een vorm van intensief ruimtegebruik en levert een belangrijke bijdrage aan de manier hoe de stad omgaat met de verstedelijkingsdruk. Eindhoven wil het beste van twee werelden zijn. Aan de ene kant is Eindhoven een dynamische stad, die prikkelt en stimuleert; aan de andere kant is Eindhoven een stad waar het goed en rustig wonen is, met volop groenvoorzieningen. In de Hoogbouwnota wordt onderscheid gemaakt tussen hoogbouw in de S-categorie (buurtaccenten tot vijf lagen hoog), de M-categorie (structuurdragende hoogbouw tot 45 meter), de L-categorie (stedelijke oriëntatiepunten tot ongeveer 75 meter), de XL-categorie (regionale landmarks, torengebouwen zichtbaar van buiten de stad tot 105 meter) en de XXL-categorie (gebouwen hoger dan 105 meter).

In de buurt van het plangebied is een mix van gebouwen uit de diverse categorieën te vinden. De woontorens De Regent en de Admirant liggen dicht bij de beoogde Victoriatoren. In de directe nabijheid van het plangebied is in 2019 de bouw van de woontoren Onyx afgerond. Deze toren heeft een hoogte van 84 meter. De Lichttoren op de kruising Emmasingel - Mathildelaan vormt ook een kenmerkend hoogte accent in het gebied. Verderop aan de andere zijde van het spoor staan nog de torens van het beursgebouw, van het Kennedy Business Center en de toren van het Holliday Inn hotel. Aan de Keizersgracht is Hooghuis met 55 meter hoogte ook een toren uit de L-categorie. 40

vastgesteld II Emmasingelkwadrant-Fellenoord2013 (Victoriatoren) Gemeente Eindhoven

Figuur 3.12: Hoogbouw in de directe omgeving van het Emmasingelkwadrant met globale ligging plangebied (blauwe cirkel) Het gebied is in de Hoogbouwvisie aangemerkt als een zoeklocatie voor intensivering van hoogbouw. Dit komt vooral door de multimodale bereikbaarheid van het centrum, waarbij de aanwezigheid van het OV-knooppunt (station) en de HOV-lijn de grootste rol spelen. Daarnaast versterkt het de stedelijkheid van de stad en kondigt hoogbouw het centrum aan in de wijde omgeving. De hoogbouwvisie geeft dan ook aan dat het stationsgebied, vanwege de ligging aan de binnenring en het spoor, zich leent voor superhoogbouw (XXL-categorie) en het Emmasingelkwadrant voor bebouwing in de L-categorie. Het aanwijzen van kansrijke gebieden voor hoogbouw betekent niet dat hoogbouw op deze locaties zonder meer wordt toegelaten. Voor alle afzonderlijke locaties gelden specifieke afwegingskaders. Toetsing Eerder is al vermeld dat in de Visie Centrumgebied Eindhoven hoogbouw in het Emmasingelkwadrant passend is in verband met het 'downtown' karakter van dit gebied. Op deze manier wordt ook meer evenwicht geboden aan de Regent (96 meter) en de Admirant (105 meter), in combinatie met de Lichttoren (49 meter), de Witte Dame en de Onyxtoren waarvoor een hoogte van 85 meter is aangehouden (gerekend vanaf peil definitie bestemmingsplannen gemeente Eindhoven).

Met een hoogte van maximaal 91,99 meter draagt de Victoriatoren ook bij aan een goed evenwicht in hoogten van de bebouwing in de directe omgeving en aan de afstemming met overige gebieden, zoals de Stationslocatie met de mogelijkheid tot superhoogbouw (gebouwen hoger dan 105 meter). Momenteel is zelfs sprake van gebouwen tot 156 meter hoog in het Stationsgebied. In de Verdichtingvisie wordt het hoogbouwbeleid verder uitgewerkt en aangevuld.

vastgesteld II Emmasingelkwadrant-Fellenoord2013 (Victoriatoren) Gemeente Eindhoven

41

3.4.6

Verdichtingsvisie (concept)

Eindhoven is in trek. Bewoners die willen doorgroeien binnen hun eigen stad, starters op zoek naar hun eerste woning, studenten en werknemers vanuit binnen- en buitenland. Eindhoven als centrum van de Brainportregio met haar stedelijke voorzieningen trekt mensen aan uit alle windstreken. Eindhoven groeit en er is behoefte aan meer woningen. Voor alle doelgroepen, van luxe appartementen tot betaalbare huurwoningen. We willen een fijne binnenstad, waar je je veilig voelt en waar iets te beleven valt. Een binnenstad die aantrekkelijk is om te wonen, werken, winkelen, verblijven en recreëren, met alle daarbij behorende stedelijke voorzieningen. De groene wiggen, de drie landschapsparken die vanuit het buitengebied de stad in komen tot in het centrum, vormen samen met de fijnmazige groenstructuur een waardevolle kwaliteit van onze stad, die we willen behouden en versterken. De woningen waar zo'n behoefte aan is, willen we daarom realiseren door verdichting binnen de bestaande stedelijke structuren. Verdichting in het centrum biedt kansen voor een kwaliteitsimpuls van de stad. Het huidige hoogbouwbeleid 2008 is in de verdichtingsvisie verder uitgewerkt en aangevuld. Verdichting geeft mogelijkheden voor een beter functionerende binnenstad met een goed ingerichte en aantrekkelijke openbare ruimte.

Meer inwoners in de binnenstad levert meer reuring op en een verbeterde sociale veiligheid. Waarbij als belangrijkste voorwaarde geldt, dat Eindhoven een leefbare en inclusieve stad blijft, waar iedereen de vruchten plukt van het succes van Brainport Eindhoven. Door in het centrum te kiezen voor een hoogstedelijk woon- en werkmilieu, creëren we een aanvullend woningaanbod op regionaal niveau. Passend bij de uitstraling die we als centrumstad van de Brainportregio willen hebben. Toetsing Het Emmasingelkwadrant vormt samen met De Binnenstad en het Stationsgebied samen het centrum van de stad. De Verdichtingsvisie gaat over dat gebied. Binnenstad, Emmasingelkwadrant en Stationsgebied kenmerken zich door een eigen ruimtelijke karakteristiek van zowel de gebouwen als de openbare ruimte. Daarmee zijn ze complementair en uniek ten opzichte van elkaar. Dat is een kwaliteit die te borgen is. Het gebied rondom het Centrum tot aan de Ring wordt ‘Eindhoven binnen de Ring’ genoemd. De Ontwikkelingsvisie Emmasingelkwadrant sluit aan bij de ambities zoals geformuleerd in de Verdichtingsvisie. Het ontwerp is uitgewerkt in overleg met de supervisor en goedgekeurd door de commissie Ruimtelijke Kwaliteit. De Verdichtingsvisie wordt eind 2020 door de gemeenteraa vastgesteld.

42

vastgesteld II Emmasingelkwadrant-Fellenoord2013 (Victoriatoren) Gemeente Eindhoven

3.4.7

Beleidsregel Klimaatrobuust (her)inrichten en ruimtelijk ontwikkelen

Het klimaat verandert. Dat heeft gevolgen voor Eindhoven. We krijgen onder andere te maken met meer en hevigere buien, langere perioden van droogte en meer hitte(stress). Om in de toekomst prettig te wonen en te werken in onze groeiende stad, is het noodzakelijk nú maatregelen te nemen. De beleidsregel Klimaatrobuust (her)inrichten en ruimtelijk ontwikkelen’ biedt daar concrete handvaten voor. De beleidsregel is een uitwerking van het vigerende Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) en het vastgestelde Klimaatplan 2016-2020, met de ambitie om in 2020 als gemeente klimaatrobuust te handelen en in 2050 als stad klimaatrobuust te zijn. De beleidsregel zorgt er voor dat gemeente Eindhoven per direct klimaatrobuust handelt bij het ontwerp, de inrichting en de realisatie van projecten en dit ook bij private partijen afdwingt per 2019. Dat doet de gemeente met privaatrechtelijke grond- en vastgoedtransacties en publiekrechtelijk middels het opnemen van de beleidsregel in nieuwe en gewijzigde bestemmingsplannen (en omgevingsplannen). Daarbij wordt getoetst aan de criteria voor klimaatrobuustheid, zoals opgenomen in de bijlagen van de beleidsregel. Het uitgangspunt van deze criteria is het voorkomen van wateroverlast, droogte en hittestress door de voorkeursvolgorde “vasthouden (infiltreren), vertragen en afvoeren van hemelwater” te hanteren.

Groene maatregelen dragen daar aan bij en voorkomen tevens hittestress. Concreet bestaat de beleidsregel uit: 1. De klimaatadaptatie labels worden het nieuwe monitoringsinstrument om inzichtelijk te maken hoe ver de gemeente is verwijderd van de ambitie om in 2050 als gehele stad klimaatrobuust ingericht te zijn. Daarbij wordt op buurtniveau gevisualiseerd wat het risico op wateroverlast, droogte en hittestress is en op straatniveau in hoeverre de openbare ruimte klimaatrobuust is ingericht. 2. Een nieuwe (her)inrichting van een straat of ruimtelijke ontwikkeling in de openbare ruimte voldoet minimaal aan label B1, op basis van de uitgangspunten. Label A behalen is optioneel. De programmaleider Water kan daar beargumenteerd van afwijken, als: a. andere maatschappelijke belangen zwaarder wegen en we de risico's en schade die daardoor ontstaan accepteren. In dit geval is het wel vereist dat de nieuwe (her)inrichting of ruimtelijke ontwikkeling minimaal 1 label beter scoort dan de uitgangssituatie; b. als het doelmatiger is de klimaatadaptatie opgave voor deze ontwikkeling in het omliggende gebied op te vangen. In dit geval is het wel vereist dat de nieuwe (her)inrichting of ruimtelijke ontwikkeling minimaal 1 label beter scoort dan de uitgangssituatie. Daarnaast moet de compenserende maatregel maximaal 3 jaar na deze afweging gerealiseerd kunnen zijn. 3.

Conform het Klimaatplan 2016-2020 is de gehele stad in 2050 klimaatrobuuster, dus ook een groot deel van de private ruimte moet dan klimaatrobuust zijn. Zodra de gemeente Eindhoven in de juridische positie is om eisen te stellen aan klimaatrobuustheid zal ze dat dan ook doen bij inwerking treden van het GRP 2019-2022. Dit geldt: a. Bij bouwaanvragen die het bodem- en watersysteem kunnen beïnvloeden en nieuwe of gewijzigde bestemmingsplannen (en omgevingsplannen); b. Bij initiatieven waarin de gemeente een grondpositie heeft, wordt het instrumentarium van de Nota Grondbeleid 2017-2021 ´Koersen op Waarden' gebruikt om klimaatrobuustheid als harde randvoorwaarde te stellen. Deze nota geeft aan dat duurzaamheid één van de vier centrale waarden is in het grondbeleid. 4. Uitzondering op regel 3, waarbij de gemeente geen aanvullende eisen aan klimaatrobuustheid kan stellen, zijn: a. Initiatieven die passen binnen geldende bestemmingsplannen. b. In het geval dat er al afspraken zijn gemaakt en/of vergunningen zijn verstrekt. Samenhangend met het beginsel van behoorlijk bestuur worden verleende vergunningen gerespecteerd. c. Bijzondere situaties, zoals verbouwingen van monumenten, om maatschappelijke desinvestering te voorkomen. 5.

De Prestatieafspraken met de Woningbouwcorporaties worden ingezet om bij nieuwbouw en verbouwing in de sociale woningbouw klimaatrobuustere woningen en percelen te vastgesteld II Emmasingelkwadrant-Fellenoord2013 (Victoriatoren) Gemeente Eindhoven

43

realiseren conform bijlage 1 van deze beleidsregel. 6. Als er geen gemeentelijke grondpositie is en het klimaatrobuust bouwen niet in strijd is met het bestemmingsplan, zal de gemeente de initiatiefnemer stimuleren tot klimaatrobuust bouwen door middel van goede agrumenten. De beoogde nieuwe woontoren zal gasloos worden uitgevoerd en is daarnaast klimaatrobuust. Dit is vastgelegd in de anterieure overeenkomst tussen gemeente Eindhoven en de initiatiefnemer. Ook de bijdrage die in het kader van deze ontwikkeling wordt geleverd aan de realisatie van het Victoriapark is in die overeenkomst opgenomen. Onderdeel van het Victoriapark is de Gender die bovengronds zal worden gehaald. De nieuwe verharding zal op die nieuwe waterloop worden afgekoppeld. Daarnaast spant initiatiefnemer zich in zoveel mogelijk waarde te bieden op de overige duurzaamheidsambities van de gemeente Eindhoven. In afstemming met de gemeente zorgt initiatiefnemer ervoor dat duurzaamheidsmaatregelen geïmplementeerd worden bij de verdere planontwikkeling en realisatie (waaronder aardgasloos bouwen, CO2-vermindering, energieneutraliteit). Conclusie Uit deze toelichting blijkt dat sprake is van een zorgvuldige belangenafweging en van een duurzame ruimtelijke verstedelijking die past binnen de hoofdlijnen van het gemeentelijk beleid.

3.5

Archeologische en cultuurhistorische waarden

3.5.1

Archeologie

Het Verdrag van Valletta (Malta) verplicht de Europese overheden tot het beschermen van archeologisch erfgoed. Hierbij wordt als uitgangspunt gehanteerd dat archeologische waarden in situ bewaard moeten blijven. Dat wil zeggen, dat er naar gestreefd moet worden om de waarden op de locatie te behouden. Als dit niet mogelijk blijkt, bijvoorbeeld bij bouwplannen, dan moeten de waarden worden opgegraven en ex situ worden bewaard. Het Verdrag van Valletta is doorvertaald in de Monumentenwet 1988, zoals deze gewijzigd is in september 2007. Sinds deze wijziging van september 2007 is de gemeente bevoegd gezag op het gebied van cultuurhistorie en archeologie. Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. De uitgangspunten uit het Verdrag van Valletta (Malta) blijven in de Erfgoedwet de basis van de omgang met archeologie. Gemeenten houden een belangrijke rol in het archeologische stelsel. In bestemmingsplannen houden ze rekening met (te verwachten) archeologische waarden. Dit wordt samen met de andere onderdelen rond de omgang met archeologie in de fysieke leefomgeving overgeheveld naar de toekomstige Omgevingswet. Archeologisch beleid gemeente Eindhoven De gemeente Eindhoven heeft eigen archeologiebeleid, als uitwerking van het nationale en provinciale beleid.

Dit beleid staat in het 'Beleidsplan archeologie Eindhoven en Helmond 2008-2012', dat de raad in september 2008 heeft vastgesteld. De gemeente neemt de verantwoordelijkheid voor het bodemarchief zelf ter hand door te investeren in kerntaken en opbouw van expertise. De gemeente kent archeologische waarden daterend uit de prehistorie en de Romeinse tijd. Het gemeentelijk bodemarchief herbergt tevens fundamentele gegevens over de geschiedenis van stad en platteland gedurende en na de middeleeuwen. Deze gegevens zijn van groot belang voor de reconstructie van het verleden, temeer omdat archivalische bronnen in Eindhoven nagenoeg ontbreken. De archeologische gebieden binnen de gemeente Eindhoven staan aangegeven op de gemeentelijke archeologische waardenkaart, onderdeel van de gemeentelijke cultuur-historische waardenkaart. Het beleid is om bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening te houden met de archeologische waarden en verwachtingen in de ondergrond en daarbij uit te gaan van de gemeentelijke archeologische waardenkaart. 44

vastgesteld II Emmasingelkwadrant-Fellenoord2013 (Victoriatoren) Gemeente Eindhoven

Toetsing In gevolge het beleidsplan worden de archeologische gebieden met een archeologische waarde of verwachting in verschillende categorieën onderverdeeld. Per categorie gelden andere consequenties bij voorgenomen bouw- of andere bodemverstorende activiteiten.

Figuur 3.13: Uitsnede archeologische waardenkaart Het plangebied is géén onderdeel van een gebied met archeologische waarden of verwachtingen. Het aspect archeologie vormt derhalve géén belemmering voor de voorgenomen ontwikkelingen. Wel geldt ten aanzien archeologie een meldingsplicht voor archeologische toevalsvondsten. Mochten tijdens werkzaamheden archeologische resten worden aangetroffen dan dienen deze, op grond van de meldingsplicht van artikel 53 van de Monumentenwet 1988, direct gemeld te worden aan de afdeling Omgevingskwaliteit van de gemeente Eindhoven. Vervolgens zal dan bepaald worden of en zo ja welke aanvullende maatregelen getroffen (moeten) worden. 3.5.2

Cultuurhistorie

Op 18 maart 2008 is de cultuurhistorische waardenkaart van Eindhoven vastgesteld. De kaart dient als beleidskader om bij ruimtelijke ontwikkelingen in de stad rekening te kunnen houden met de cultuurhistorie van Eindhoven. De kaart geeft, naast rijks- en gemeentelijke monumenten een overzicht van de historische structuur van wegen en waterlopen, historisch waardevolle stedenbouwkundige en landschappelijke- en groenstructuren, beschermde stadsen dorpsgezichten en monumentale bomen. Bij de samenstelling van de kaart is onder andere gebruik gemaakt van de gegevens van de provinciale cultuurhistorische waardenkaart. Toetsing De beoogde ontwikkeling voorziet deels in de realisatie van een woontoren op een locatie die momenteel nagenoeg niet bebouwd is. Het plangebied bestaat hoofdzakelijk uit wegen en parkeerplaatsen. Een klein gedeelte van de huidige bebouwing van het TAC zal ten behoeve van het planvoornemen worden gesloopt. Het TAC-gebouw is geen monument. Maar het wordt wel gezien als historisch waardevol. Op termijn zal het TAC voor een groot gedeelte vastgesteld II Emmasingelkwadrant-Fellenoord2013 (Victoriatoren) Gemeente Eindhoven

45

verdwijnen, er worden separate plannen gemaakt voor de herontwikkeling ter plaaste van die bebouwing. Delen van de bebouwing van het TAC zijn niet dermate behoudenswaardig dat het planvoornemen strijdig is met het beleid van de gemeente. Met de gemeente is ook overeengekomen dat de bebouwing gedeeltelijk mag worden gesloopt.

Figuur 3.14: Uitsnede cultuurhistorische waardenkaart In de nabijheid van het plangebied (ten zuiden) staat op de cultuurhistorische waardenkaart de historische waterloop de Gender aangegeven. De Gender zal als onderdeel van deze ontwikkeling onderdeel worden van het aan te leggen Victoriapark. Hiermee wordt een stuk cultureel erfgoed opnieuw zichtbaar gemaakt in de stad. Gagelstraat

De Gagelstraat staat als historische wegstructuur aangemerkt op de cultuurhistorische waardenkaart. Voor Eindhoven is in 2019 een rapport opgeleverd door het bureua RAAP. (ir. L.J. Keunen & drs. B.J.G. van Snippenburg, Het landschap onder de stad. Een cultuurhistorisch onderzoek naar de relicten van het prestedelijk landschap in het stedelijk gebied van de gemeente Eindhoven uit 2019.) Hierin wordt de waarde van deze wegstructuur nog eens bevestigd. Er wordt een middenwaarde in plaats van een hoge waarde aan gegeven omdat de weg in de loop der tijd iets verbreed is en werd geasfalteerd. Op de kaart die Jacob van Deventer van Eindhoven maakte in 1560 wordt de Gagelstraat al aangegeven. Het is dus met recht een waardevolle historische wegstructuur te noemen.

46

vastgesteld II Emmasingelkwadrant-Fellenoord2013 (Victoriatoren) Gemeente Eindhoven

De Gagelstraat maakt tot 1952 onderdeel uit van de historische wegenstructuur tussen Woensel en Strijp. Door onderhavige ontwikkeling zal de Gagelstraat niet meer als verkeersroute aanwezig blijven. De Gagelstraat eindigt bij de entree van de parkeergarage. Wel loopt er een voetpad door richting de binnentuin. In de aangrenzende ontwikkeling (TAC-gebouw) zal dit voetpad waarschijnlijk een vervolg krijgen. Door het aanpassen van de wegenstructuur draagt het planvoornemen bij aan een betere inrichting van het gebied dat bekend staat als het Emmasingelkwadrant en wordt ruimte gecreëerd voor andere waarden, zoals bijvoorbeeld het terugbrengen van de Gender. De cultuurhistorische waarde van de Gagelstraat wordt door de gemeente Eindhoven ondergeschikt geacht aan de voordelen ten aanzien van de kwaliteitsverbetering die door deze ontwikkeling mogelijk worden op het gebied van ruimte en stedenbouw. In het plan wordt een verwijzing opgenomen naar de Gagelstraat. Er zijn er meerdere oplossingen mogelijk die aansluiten bij het Visiedocument 'Herinnering aan de Gagelstraat en TAC' (2019). De exacte uitwerking vraagt nog om nader onderzoek om op een passende manier aan te sluiten op belendende percelen.

3.6

Verkeer en parkeren

3.6.1

Eindhoven op Weg

In de visie Eindhoven op Weg wordt gewerkt aan het realiseren van ruimtelijke- en duurzaamheidsdoelen én aan het oplossen en voorkomen van knelpunten die met mobiliteit samenhangen. Eindhoven op Weg is geen blauwdruk voor de toekomst. Het is wel een kansgedreven visie met ambities, richting en kader voor concrete uitwerking. Eindhoven op Weg zet in op: aantrekkelijk vestigingsklimaat voor Brainport: multimodale bereikbaarheid van de economische toplocaties draagt bij aan een uitstekend vestigingsklimaat; vastgesteld II Emmasingelkwadrant-Fellenoord2013 (Victoriatoren) Gemeente Eindhoven

47

aantrekkelijk leefklimaat: het centrum, woon- en verblijfsgebieden zijn vrij van hinder en overlast van het verkeer en de kwaliteit van de openbare ruimte en het groen is goed; gezond, schoon, groen en sociaal: de lucht is schoon en het geluid van een aangenaam niveau. Sociale cohesie is gegroeid door meer en aantrekkelijkere ruimtes voor ontmoeten en ontspannen en het gebruik van gedeelde voorzieningen in het vervoer; energieneutraal in 2040: energiebesparing in het verkeer en een transitie naar het gebruik van duurzame brandstoffen; veilig: een stad met zo min mogelijk verkeersslachtoffers; duurzame mobiliteit: een stad, met waar het kan meer lopen, fietsen en gebruik van het openbaar en waar het moet prioriteit voor de auto.

Figuur 3.15: Sleutelkaart Duurzaam verbinden – Eindhoven op weg Uit oogpunt van mobiliteit wordt gewerkt volgens het principe 'slow motion – fast forward'. Waar het kan krijgen de voetganger, de fietser en het openbaar vervoer het primaat. Waar het moet is er prioriteit voor de auto. Voor het ruimtelijk transformeren naar de veelzijdige stad geldt het principe 'plaats maken'. Daadwerkelijk ruimte maken voor duurzamer vervoer en verbetering van stedelijke kwaliteit met meer ruimte voor groen. De bovengenoemde principes bepalen dat waar mogelijk de historische radialen primair geschikt worden gemaakt voor de fietser en de voetganger, en secundair voor de auto. De nieuwe radialen worden juist meer gebruikt door de auto en het HOV. In het centrum wordt meer plaats gemaakt voor het langzame verkeer, waarbij op de Binnenring meer ruimte komt voor voetgangers, doorgaande fietsroutes en HOV, gecombineerd met groen. Het fijnmazige netwerk voor de voetganger wordt uitgebreid over de Binnenring heen waardoor de binnenstad wordt vergroot. Voor de wegen in en rondom het plangebied is het volgende bepaald: de Philipsroute is een belangrijke voetgangersroute die door het plangebied gaat vanaf het Philipsmuseum tot aan Strijp-S; de fietsroute naar Oirschot, de Groene Corridor, is een belangrijke route die over de 48

vastgesteld II Emmasingelkwadrant-Fellenoord2013 (Victoriatoren) Gemeente Eindhoven

Mathildelaan langs het plangebied gaat; het plangebied ligt aan het HOV-netwerk; de Mathildelaan is één van de nieuwe radialen die autoverkeer van en naar de stad leidt. Autoverkeer Het plangebied wordt omringd door belangrijke wegen: de Mathildelaan, de Emmasingel, de Willemstraat en de Vonderweg.

Figuur 3.16: Automobilist (kaart Eindhoven op Weg). De Mathildelaan is één van de nieuwe radialen (wel veel autoverkeer/fast-forward), de Willemstraat is één van de oude radialen (autoluw/slow-motion). De gemeente geeft in de beoogde routes aan dat de Licht-as een langzaamverkeersroute is, dus autoverkeer zal geen gebruik maken van de Licht-as. Het huidige parkeren aan de Lichtstraat zal daar ook verdwijnen. Wel zal expeditie nog via de Licht-as plaats kunnen vinden. De wegen in het gebied zijn alleen bestemd voor bestemmingsverkeer. Doorgaand verkeer moet zo veel mogelijk ontmoedigd worden, daarom zijn de wegen overwegend éénrichtingswegen. De circulatie en richting van het verkeer is afhankelijk van een goede oversteekmogelijkheid op de Mathildelaan en van voldoende ruimte voor de laad- en losplekken in het gebied. Fietsverkeer en ander langzaam verkeer De Licht-as wordt een belangrijke route voor het gebied. De wens van de gemeente is om er een kwalitatieve, belevingsvolle route van te maken, die loopt vanaf het Philipsmuseum naar het stadion en vervolgens richting Strijp-S.

vastgesteld II Emmasingelkwadrant-Fellenoord2013 (Victoriatoren) Gemeente Eindhoven

49

Figuur 3.17: Fietsers (kaart Eindhoven op Weg). De Fietsroute naar Oirschot is onderdeel van de Groene Corridor

50

vastgesteld II Emmasingelkwadrant-Fellenoord2013 (Victoriatoren) Gemeente Eindhoven

Figuur 3.18: Voetgangersroutes en netwerk (kaart Eindhoven op Weg). De Philipsroute gaat door het Emmasingelkwadrant De wens is om de materialisatie van de Licht-as te verbijzonderen. Dit alles betekent ook dat het autoverkeer niet dominante aanwezig zal zijn op de Licht-as. De Licht-as wordt een belangrijke langzaamverkeersroute in het gebied: met name fietsers en wandelaars zullen gebruik maken van de Licht-as. Om de Licht-as te laten slagen is het van belang dat de aansluiting met de omgeving goed bekeken wordt. Dat betekent in ieder geval aan de zijde van de Witte Dame dat er ruimte in de onderdoorgang gemaakt moet worden, de fietsenstallingen daar zullen dus een andere plek moeten krijgen. Openbaar Vervoer Aan de Mathildelaan, Emmasingel en Willemstraat zijn in de huidige situatie diverse bushaltes op korte afstand lopen vanaf het plangebied aanwezig.

vastgesteld II Emmasingelkwadrant-Fellenoord2013 (Victoriatoren) Gemeente Eindhoven

51

Figuur 3.19: HOV (kaart Eindhoven op Weg). Het plangebied ligt aan het HOV-netwerk Expeditie- en calamiteitenverk eer Voor het gehele gebied Emmasingelkwadrant wordt een inrichtingsplan gemaakt voor de gehele openbare ruimte. Bij die inrichting wordt ook rekening gehouden met het laden en lossen voor, met name, de commerciële ruimten. Aangezien het planvoornemen voorziet in kleine commerciële units kan de bevoorrading het best via de voorzijde op straat plaatsvinden. Daarbij zal, indien noodzakelijk, gebruik worden gemaakt van tijdvakken. Bochtstralen zullen op de relevante plekken in die inrichting ook gedimensioneerd worden voor expeditieverkeer en/of calamiteitenverkeer. Park eren Het huidige beleid, zoals opgesteld in het beleidskader 'Eindhoven op Weg', is globaal gericht op het autoluw maken van de binnenstad en het ontmoedigen van het gebruik van de auto. Dit vanwege een verduurzamingsopgave en verbetering van de algehele luchtkwaliteit en daarmee verblijfskwaliteit van de stad Eindhoven. Ook de Nota Parkeernormen (zie paragraaf 3.6.2), is gericht op het slim omgaan met parkeerplekken, in acht nemend dat de gezonde stad een belangrijk thema is. In de anterieure overeenkomst tussen de gemeente en ontwikkelende partij zijn de uitgangspunten voor de parkeerbalans ten behoeve van de realisatie van de Victoriatoren nader uitgewerkt.

Autoparkeren Voor de parkeeroplossing van het auto- en fietsparkeren is op basis van de notitie "Parkeren in het Emmasingelkwadrant", een mobiliteitsplan opgesteld dat bestaat uit een parkeerbalans ten aanzien van zowel autoparkeerplaatsen als fietsparkeerplaatsen. Het mobiliteitsplan is opgenomen in bijlage Bijlage 3. Daarin zijn de kaders opgenomen voor de berekening van het noodzakelijk aantal (fiets)parkeerplaatsen. In de parkeerbalans is opgenomen is conform 52

vastgesteld II Emmasingelkwadrant-Fellenoord2013 (Victoriatoren) Gemeente Eindhoven

afspraak met de gemeente uitgegaan van een 50% HOV-reductie en wordt voor een gedeelte uitgegaan van 5 deelauto's. Uit de normberekening volgt een benodigd aantal plaatsen van 167 voor de woonfuncties. Door de toepassing van de HOV-correctie van 50% wegens de nabijheid van het station (<800 meter), resteert een opgave van 84 stuks voor de woningen. Voor de bewoners worden 5 deelauto’s ingezet, wat per saldo leidt tot een vermindering van 42 plaatsen. Voor de bewoners zijn dan uiteindelijk nog minimaal 42 plaatsen benodigd. In de kelder worden 42 parkeerplaatsen aangelegd. Deze parkeerplaatsen zijn exclusief voor de bewoners. Er is geen sprak van dubbelgebruik. Voor de overige functies horeca en winkels kan in combinatie met bezoekersparkeren voor de woningen rekening worden gehouden met dubbelgebruik. Rekening houdende met dat dubbelgebruik zijn voor deze functies (horeca, winkels, bezoekers) 21 parkeerplaatsen benodigd tijdens de piek op koopavonden. Deze parkeerplaatsen worden opgelost in de openbare ruimte. Fietsparkeren Voor de parkeeroplossing van het auto- en fietsparkeren is op basis van de notitie "Parkeren in het Emmasingelkwadrant", een mobiliteitsplan opgesteld dat bestaat uit een parkeerbalans ten aanzien van zowel autoparkeerplaatsen als fietsparkeerplaatsen. Het mobiliteitsplan is opgenomen in bijlage Bijlage 3.

Er wordt vanuit gegaan dat de bewoners van de Victoriatoren een eigen fiets zullen hebben. In het ontwerp is rekening gehouden met 991 stallingsplaatsen. Vanuit de normberekening dient voorzien te worden in 991 stallingsplaatsen. Deze stallingsplaatsen zijn als volgt verdeeld: 838 plaatsen voor bewoners 66 plaatsen voor bezoekers van woningen 87 plaatsen voor horeca en winkelruimte Het fietsparkeren voor bewoners is verdeeld over de begane grond en de kelder. De entree van de fietsenstalling bevindt zich in blok F op maaiveldniveau. Middels een interne trap met fietsgoten is de stalling in de kelder bereikbaar. Om de verkeersstroom goed te laten verlopen is de trap breed genoeg zodat gebruikers elkaar gemakkelijk kunnen passeren. De vereiste 66 fietsplekken voor bezoekers bevinden zich op de begane grond. Er wordt uitgegaan van een openbare fietsenstalling voor horeca en het park. De fietsplekken voor de bewoners zijn genummerd met de huisnummers van de woning waartoe ze behoren. Het planvoornemen beschikt over 519 fietsplekken. Alle fietsenrekken worden als dubbellaags systeem uitgevoerd. Derhalve worden er in totaal 1038 fietsplekken gerealiseerd. Daarmee wordt (ruimschoots) voldaan aan de normberekenig. De fietsenstalling is alleen toegankelijk voor bewoners middels een toegangssysteem (sleutel/druppel). Bezoekers kan toegang verleend worden via de bewoners.

Huurders en personeel van horeca en commercie krijgen tevens toegang tot de fietsenstalling middels een toegangsysteem. De collectieve fietsenberging voor de woningen met een GO < 50m² worden middels een afscheiding geclusterd. Deze zone wordt verdeeld in beheersbare overzichtelijke compartimenten.

vastgesteld II Emmasingelkwadrant-Fellenoord2013 (Victoriatoren) Gemeente Eindhoven

53

3.6.2

Nota parkeernormen

Op 24 september 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders de 'Actualisatie nota 2019' vastgesteld. Hierin is geregeld hoe voldaan moet worden aan de parkeerbehoefte bij ontwikkelingen. Het beleid is herzien van een uitsluitend projectgerichte kwantitatief-normerende benadering naar een gebiedsgerichte flexibele benadering. Dit om te voorkomen dat gewenste ontwikkelingen (financieel) niet tot stand kunnen komen vanwege de parkeervraag die dan volgens de normen ingevuld moet worden. Of om te voorkomen dat er overcapaciteit wordt ontwikkeld, terwijl dat ook ingevuld kan worden door gebruik te maken van bestaande, beschikbare parkeercapaciteit. Of omdat parkeervraag niet of slechts ten dele optreedt bij bestaande of nieuwe functies dankzij mobiliteitsmanagement gericht op beperken of voorkomen van autobezit en autogebruik. De parkeerbehoefte wordt gebiedsgericht bepaald op grond van de toegevoegde functies en doelgroepen. Er vindt mobiliteitscorrectie plaats op grond van de mitigerende maatregelen die in het mobiliteitsplan voor het gebied worden opgenomen (waaronder 'smart mobility' maatregelen). Op basis hiervan wordt de uiteindelijke parkeereis bepaald. De parkeernormen zijn verbonden aan de aanvraag van een omgevingsvergunning. De parkeernormen kennen een gebruikers- en een bezoekersdeel.

Bij ruimtelijke initiatieven dient de parkeerbehoefte in principe op eigen terrein opgelost te worden. Onder omstandigheden kan daarvan worden afgeweken. Toetsing Volgens de geactualiseerde Nota Parkeernormen gemeente Eindhoven ligt het plangebied binnen het centrumgebied. Er wordt voor dit gebied gewerkt met een gebiedsgerichte flexibele norm. De normatieve berekening is gebaseerd op de parkeerkencijfers van het CROW (het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte). Op basis van deze tabellen wordt per ruimtelijke ontwikkeling op basis van de functies die toegevoegd worden de initiële parkeerbehoefte bepaald. Er wordt bij deze gebiedsontwikkeling een maatwerkoplossing geïmplementeerd, zolang deze maar een oplossing biedt voor de mobiliteitsbehoefte die wordt verwacht. Deze maatwerkoplossing (het gebiedsgerichte mobiliteitsplan, inclusief 'smart mobility'-oplossingen) is vastgelegd in de met de ontwikkelaar afgesloten anterieure (vervolg)overeenkomst. Uitgangspunt is dat (bestaande) parkeervoorzieningen zo efficiënt mogelijk worden benut en dat er, ten gunste van gezonde en duurzame verstedelijking een park (met Gender), geen overcapaciteit aan parkeren wordt aangelegd. De oplossing kan daarbij ook (deels) buiten de gebiedsgrenzen liggen.

In paragraaf 3.6.1 is reeds onderbouwd dat het planvoornemen voldoet aan de overeengekomen parkeerbehoefte met betrekking tot auto- en fietsparkeren.

Conclusie Door het toepassen van Smart Mobility gecombineerd met alle voorzieningen die het Emmasingelkwadrant biedt, zal eigen autobezit minder noodzakelijk zijn, waardoor het goed te motiveren is om binnen het plangebied de correctieregeling toe te passen op de oorspronkelijke parkeerbehoefte conform de uitgangspunten van de Actualisering nota parkeernormen (2019). Hierdoor komt ruimte beschikbaar in het plangebied die aan de stad gegeven kan worden in de vorm van het te ontwikkelen Victoriapark. Bij de vergunningverlening voor de oprichting van de Victoriatoren zal getoetst worden aan het op dat moment van toepassing zijnde gemeentelijke beleid c.q. beleidsregels ten aanzien van het aspect parkeren (gebiedsgerichte benadering) en nadere voorwaarden bij de vergunningverlening opgenomen worden ten aanzien van het aspect parkeren.

54

vastgesteld II Emmasingelkwadrant-Fellenoord2013 (Victoriatoren) Gemeente Eindhoven

3.7

Groen

3.7.1

Groenbeleidsplan

Begin 2017 is een actualisatie van Groenbeleidsplan door de gemeenteraad vastgesteld. Dit Groenbeleidsplan 2017 is gemaakt met de veranderende rol van de overheid in het achterhoofd. Het voorziet in vier sporen "het verhaal van de stad", wat de waarde van groen is (functies als uitgangspunt), welke ambitie de gemeente daarmee heeft en het daadwerkelijke groenbeleid. Het groenbeleidsplan heeft als doel het duurzaam veiligstellen en ontwikkelen van een kwalitatief hoogwaardige groenstructuur met daarin passende functies. Hiermee levert de toepassing van het groenbeleid een wezenlijke bijdrage aan een aantrekkelijke en gezonde woon- en werkomgeving als karakteristieke kwaliteit van Eindhoven. Een omgeving die leefbaar en klimaatadaptief is en een volwaardig vestigingsklimaat biedt voor Brainport. Het groenbeleid sluit aan op de geomorfologische structuur van de stad: de structuur van dekzandruggen en beken (Dommel en Gender) die Eindhoven hebben gevormd. Op basis van de tuinstad gedachte is bij de verdere ontwikkeling van Eindhoven sterk ingezet op het behoud van de groene ruimten tussen de voormalige dorpen. Genneper Parken (tussen Stratum en Gestel), Brainport Park (tussen Strijp en Woensel) en De Karpen (tussen Woensel en Tongelre) vormen nog altijd imposante, groene wiggen, die tot diep in de stad reiken.

Het behoud van de robuuste groenstructuur, die vanuit het buitengebied, via de wiggen tot aan de bomen bij de voordeur reikt, is een belangrijk uitgangspunt van het groenbeleidsplan. Het Groenbeleidsplan heeft in principe betrekking op al het groen van Eindhoven, dus niet alleen het groen in eigendom van de gemeente. Omdat niet al het groen bescherming krijgt door een specifieke groenbestemming en de gemeente enkel directe invloed heeft op haar eigen eigendommen, is niet al het groen automatisch beschermd. In het Groenbeleidsplan 2017 zijn onder andere procesafspraken genoemd die een relatie hebben met een ruimtelijke procedure. Het betreft een procesafspraak over groenplannen bij ontwikkeling van gebouwen of gebieden en de procesafspraak over de groenregelingen voor bomen (Verordening Bomen en Nadere regels bomen) en de Regeling Groencompensatiefonds. De genoemde groenplannen dienen een toelichting van de groene inrichting van een ontwikkeling te geven. Behoud van het bestaande groen is het uitgangspunt, evenals het (door)ontwikkelen van de groene kwaliteiten waar nodig. Het Groenbeleidsplan 2017 geeft in een kaart met zes ruimtelijke strategieën de kaders voor de ruimtelijke ontwikkeling in relatie tot groen.

vastgesteld II Emmasingelkwadrant-Fellenoord2013 (Victoriatoren) Gemeente Eindhoven

55

Figuur 3.20: Ruimtelijk e Strategieënkaart Toetsing Onderhavig plangebied is in de kaart uit het Groenbeleidsplan aangeduid als 'Stad, rood beeldbepalend. In dit gebied wordt als ordeningsprincipe de volgende strategie aangehouden: Strategie 1: Stad, rood beeldbepalend In deze gebieden heeft groen een ondersteunende functie aan de stedelijke identiteit ('aankledingsgroen') of een recreatieve functie voor de woonomgeving (parken). Het beleid is gericht op behoud en ontwikkelen van deze groene elementen of functies. Het oppervlak groen binnen deze categorie zou niet verder af moeten nemen. Binnen de aangeduide groenarme buurten wordt gestreefd naar uitbreiding van het groen-areaal.

56

vastgesteld II Emmasingelkwadrant-Fellenoord2013 (Victoriatoren) Gemeente Eindhoven

Figuur 3.21: Groenarme buurten Eindhoven De gemeenteraad heeft een verdere uitwerking van het structureel groen vastgelegd in het dossier 'Overdraagbaarheid structureel groen'. Daarin is aangegeven dat er enkele stukjes structureel groen in het projectgebied liggen aan de westzijde. Bij eventueel verlies van deze klein stukjes groen, zal dit in voldoende mate worden gecompenseerd met de aanleg van bomen en groenvoorzieningen in het aan te leggen Victoriapark. Het plangebied is onderdeel van een zogenaamd groenarme buurt. Door ontwikkeling van het Victoriapark met onder andere de aanleg van de Gender wordt voldaan aan de ambitie het groen op locatie uit te breiden. 3.7.2

Beleid Bomen

Het gemeentelijk beleid ten aanzien van bomen is vastgelegd in de Verordening Bomen 2015. Deze is op 7 april 2015 door de gemeenteraad vastgesteld en op 24 augustus 2016 in werking getreden. De Verordening en (uitwerking daarvan in) nadere regels Bomen is van toepassing op bomen die niet vallen onder de regelgeving van de Wet natuurbescherming. De Wet natuurbescherming is van toepassing op: - bossen die buiten de 'bebouwde kom Boswet' liggen; - alle beplantingen van bomen die groter zijn dan 10 are; - bomen in een rijbeplanting, als de rij uit meer dan 20 bomen bestaat. Voor bomen geldt dus of de Wet natuurbescherming of of de Verordening Bomen 2015. Voor het vellen van bomen dient, behoudens een aantal vrijstellingen, een melding te worden gedaan bij de Provincie Noord Brabant. Er is een herplantplicht van toepassing. Verordening Bomen Het bomenbeleid is gebaseerd op drie pijlers: behoud, versterking en ruimte voor dynamiek. Eindhoven wil een aantrekkelijke groene stad zijn en blijven. Bomen spelen daarbij een vastgesteld II Emmasingelkwadrant-Fellenoord2013 (Victoriatoren) Gemeente Eindhoven

57

voorname rol. Een hoogwaardig bomenbestand dat een duurzame bijdrage levert aan de ruimtelijke kwaliteit en recht doet aan het groene imago van de stad is waar de gemeente naar streeft. Duurzaam behoud van de groene signatuur staat voorop. Het bomenbestand dient echter ook aan te sluiten op intensief gebruik van de openbare ruimte en de gewenste ruimtelijke kwaliteit. Dit betekent soms dat in een bepaalde situatie andere belangen preferabel zijn en bomen moeten wijken. Het bomenbeleid voorziet in die gevallen in de mogelijkheden tot mitigatie en compensatie. Groene kaart Een belangrijk onderdeel van de Verordening Bomen is de Groene Kaart. Het is een topografische kaart met daarop aangegeven de beschermde houtopstand. De Groene Kaart bevat verschillende categorieën houtopstanden. Voor bomen in gemeentelijk eigendom (publiek eigendom) kent de Groene Kaart zes categorieën: Monumentale bomen; Waardevolle bomen; Basisbomen; Bomen hoofdstructuur; Bomen nevenstructuur; Bomen in gebieden stad, groen beeldbepalend. De Groene Kaart kent daarnaast voor bomen in particulier eigendom (privaat eigendom) drie categorieën: Waardevolle bomen; Bomen in gebieden stad, groen beeldbepalend; Bomen op percelen van 500 m2 of groter. Voor het vellen van een houtopstand die deel uit maakt van tenminste één van deze categorieën is, behoudens een aantal vrijstellingen, een omgevingsvergunning verplicht.

Nadere regels Bomen De Verordening is uitgewerkt in nadere regels Bomen. Deze zijn op 19 juli 2016 vastgesteld door het college en op 4 augustus 2016 in werking getreden. De beleidsregels geven inzicht in de wijze waarop het college gebruik maakt van de aan haar in de Verordening toegekende bevoegdheden tot het aanwijzen en plaatsen van houtopstanden op de Groene Kaart. Tevens zijn richtlijnen uitgewerkt voor omgang met overlast, de compensatieplicht bij kap, de indieningvereisten bij een vergunningaanvraag, de weigeringsgronden bij beoordeling van een kapaanvraag en het aanbrengen van verlichting is houtopstanden. Het plangebied Een klein gedeelte van het plangebied is, als onderdeel van het Emmasingelkwadrant, al eerder onderzocht door middel van een bomenonderzoek door Cobra boomadviseurs. Binnen het plangebied waren twee bomen aanwezig. Deze bomen hadden geen bijzondere of monumentale status en zijn inmiddels gerooid.

58

vastgesteld II Emmasingelkwadrant-Fellenoord2013 (Victoriatoren) Gemeente Eindhoven

Figuur 3.22: Bomenonderzoeksgebied met globaal plangebied rood omcirkeld. De volgende kwaliteitsgegevens zijn bij het onderzoek naar voren gekomen: Vitaliteit De vitaliteit is een belangrijk criterium en een indicator voor de weerbaarheid van bomen tegen negatieve effecten (basisniveau 5 en hoog niveau 6/7). Gebreken Gebreken in een boom kunnen een negatief effect hebben op de veiligheid van de omgeving en de toekomstverwachting van de boom. Dit bepaalt onder andere de inpasbaarheid van een boom. Bij twee bomen zijn gebreken aangetroffen (boom nr. 71 – scheefstand en boom nummer 49 – houtrot in stam). Verplantbaarheid Op basis van de bovengrondse kwaliteit en een inschatting van de ondergrondse situatie, soorteigenschappen en standplaats zijn de bomen beoordeeld op potentiële verplantbaarheid. In totaal zijn 68 verplantbare bomen en 4 niet-verplantbare bomen aangetroffen. Op basis van conditie, gebreken, standplaats en soort specifieke eigenschappen is de actuele toekomstverwachting van de bomen bepaald. De toekomstverwachting van alle bomen is meer dan 15 jaar. De toekomstverwachting geldt bij gelijkblijvende omstandigheden, dus zonder invloed van voorgenomen plannen. De grotendeels vergraven en geroerde bodem bestaat uit overwegend matig fijn humusarm zand. Bij sommige bomen is groeiplaatsverbetering uitgevoerd met bomenzand.

Maar de meeste bomen hebben te maken met een relatief schrale bodem. Door de schrale bodem ontstaat verhardingsopdruk omdat in schrale bodems wortels zich net onder de verharding ontwikkelen. vastgesteld II Emmasingelkwadrant-Fellenoord2013 (Victoriatoren) Gemeente Eindhoven

59

Toetsing Het zuidoosten van het plangebied zal het Victoriapark met de Gender worden ontwikkeld. Dit park zal bestaan uit gras met bomen waar de Gender doorheen meandert. De Licht-as wordt een laan, waarin de bestaande bomen ingepast worden. Het park wordt samen met de Licht-as de groene drager van het gebied. De bestaande bomen worden zoveel mogelijk gehandhaafd. De grote platanen aan de Mathildelaan zijn onderdeel van het groenontwerp van die laan. Er is een inspanningversplichting om in het gebouwenontwerp zoveel mogelijk rekening te houden met de ruimte binnen de kroonprojectie van de bomen. Dit vanwege het feit dat elke verandering binnen de kroonprojectie kan leiden tot kwaliteitsverlies van de boom of de groeiplaats. Dit zal waar mogelijk voorkomen worden. De twee bomen binnen het plangebied zijn inmiddels gerooid. Dit zal worden gecompenseerd n het aan te leggen Victoriapark. De nieuw te planten bomen krijgen een goede groeiplaats/ voldoende bewortelbare ruimte mee voor ca. 30 jaar. Ook ten behoeve van het behoud van te handhaven bomen wordt er groeiplaatsverbetering toegepast.

Figuur 3.23: Overzichtstekening bomen i.r.t. bebouwing met globale ligging plangebied In het kader van dit bestemmingsplan zijn geen bebouwingsontwikkelingen voorzien die gezien de situering van de bomen, de kroonprojectie van de bomen en het handhaven van de bomen, ten opzichte van de te realiseren (nieuw)bouw, aanleiding geven tot het opstellen van een nadere bomeneffectrapportage.

3.8

Commerciele functies

In de plint wordt circa 1.150 m2 BVO aan commerciële functies mogelijk gemaakt, verdeeld over meerdere units. De commerciële plint moet, conform de ontwikkelingsvisie Emmasingelkwadrant (zie 60

vastgesteld II Emmasingelkwadrant-Fellenoord2013 (Victoriatoren) Gemeente Eindhoven

paragraaf 3.4.4) een levendige plint met publieksgerichte commerciële functies en aanvullende functies voor een duurzame sociale ontwikkeling van het gebied worden. Hierna wordt ingegaan op de mogelijke functies waarmee deze oppervlakte kan worden ingevuld. 3.8.1

Detailhandel

In het plangebied wordt detailhandel mogelijk gemaakt. In deze paragraaf wordt ingegaan op de verschillende visies. De gemeenteraad heeft op 15 december 2015 ingestemd met de regionale en subregionale visies. In diezelfde raadsvergadering is ook de gemeentelijke detailhandelsnota vastgesteld. Regionale detailhandelsvisie Metropoolregio Eindhoven De detailhandelswereld is de laatste jaren sterk veranderd. Er zijn een aantal belangrijke trends en ontwikkelingen die daaraan ten grondslag liggen: de economische crisis, toename internetdetailhandel, vergrijzing, huishoudenssamenstelling, veranderend consumentengedrag, het verdwijnen van supermarkten en andere voorzieningen (zoals banken, bibliotheken etc.) in centra en branchevervaging. Deze trends en ontwikkelingen hebben grote gevolgen voor het winkellandschap. Goed voorzieningenniveau Het doel van de regionale detailhandelsvisie is om een goed voorzieningenniveau voor de inwoners van de regio te creëren. De detailhandelsstructuur in de regio is opgebouwd uit verschillende lagen. Het centrum van Eindhoven en Ekkersrijt vormen de top van de piramide. Beiden hebben een bovenregionaal verzorgingsgebied. De tweede laag van de piramide bestaat uit regionaal en bovenlokaal verzorgende centra. Deze centra hebben een belangrijke functie in de subregio of voor de omliggende gemeenten.

Daarna volgen de grote en kleine kern-verzorgende centra, de belangrijkste winkelcentra in de kernen met een lokaal verzorgingsgebied. De onderste laag van de piramide zijn de wijk- en buurtcentra (inclusief kerkdorpen). Naast alle centra zijn er in de regio diverse PDV-locaties. Op Ekkersrijt en de Engelseweg na hebben deze locaties veelal een lokaal verzorgingsgebied. Specifieke thema's Op drie regionale thema's is specifiek ingezoomd. Het gaat om supermarkten, internet-detailhandel en marketing. Supermarkten zelf hebben de voorkeur voor een vestigingsplaats aan de rand van een centrum of net buiten het centrum. Echter, een gevarieerd aanbod in een centrum is van groot belang voor de levensvatbaarheid van het centrum. Daarom is het essentieel om supermarkten zoveel mogelijk in centra te vestigen of te behouden. Daarbij is het wel van belang dat de overheid de supermarkten zo goed mogelijk faciliteert (bijvoorbeeld bij parkeren, goede bereikbaarheid of een slimme oplossing voor een uitbreidingsvraag). Internetdetailhandel kent allerlei (verschijnings)vormen met verschillende ruimtelijke consequenties. In de visie wordt ingegaan op deze vormen en aangegeven waar deze het beste gevestigd kunnen worden (zie de regionale afspraken die hieronder zijn beschreven).

Gemeenten moeten niet allemaal hetzelfde willen zijn, maar een statement maken en dat ook met trots uitdragen door middel van marketing. Daarnaast is het goed om evenementen en activiteiten aan te bieden die passen bij het profiel en het ook kunnen versterken. Regionale afspraken Op basis van de trends en ontwikkelingen en de visie, zijn in de detailhandelsvisie regionale afspraken geformuleerd. In de subregionale detailhandelsvisies worden deze afspraken nader uitgewerkt. Detailhandel wordt geconcentreerd in bestaande winkelgebieden (ruimtelijke concentratie)

vastgesteld II Emmasingelkwadrant-Fellenoord2013 (Victoriatoren) Gemeente Eindhoven

61

om zo de hoofdstructuur te behouden en te versterken; Nieuwe detailhandelsontwikkelingen moeten passen bij het verzorgingsgebied en aantoonbaar kwaliteit toevoegen en de structuur versterken; Nieuwe detailhandelsontwikkelingen vinden in principe alleen plaats in de concentratiegebieden of op plekken waar dat voor de leefbaarheid noodzakelijk is; Supermarkten worden gerealiseerd in of aan de rand van bestaande winkelgebieden; Solitaire supermarkten op bedrijventerreinen of perifere detailhandelslocaties zijn niet toegestaan; Perifere detailhandel (PDV) met een bovenlokale impact wordt geclusterd op bestaande locaties. Er worden in principe geen nieuwe PDV-locaties met een bovenlokale functie toegevoegd; Er komt geen Retail Park of mega mall in de regio; Internetwinkels zonder fysieke bezoekmogelijkheid voor de consument zijn toegestaan op bedrijventerreinen (passen in reguliere bestemming); Zuivere afhaalpunten (pick-up points) worden geconcentreerd op bestaande detail-handelslocaties of op een kruispunt van passanten; Internetwinkels met een fysieke bezoekmogelijkheid en een showroom worden gezien als reguliere winkels en worden gerealiseerd op een bestaande detailhandelslocatie; Ontwikkelingen met een bovenlokale impact worden subregionaal afgestemd (nader gespecificeerd in subregionale detailhandelvisies), ontwikkelingen met een regionale impact worden regionaal afgestemd.

Figuur 3.24: Detailhandelsstructuur Metropoolregio Eindhoven Detailhandelsvisie Stedelijk Gebied Eindhoven In de detailhandelsvisie van de subregio Stedelijk Gebied Eindhoven wordt gestreefd naar een sterke, vitale en dynamische detailhandelsstructuur. Het beleid is gericht op het versterken van de bestaande detailhandelsstructuur. Nieuwe vestigingslocaties voor detailhandel mogen niet ten koste gaan van de bestaande (perspectiefrijke) winkelgebieden.

62

vastgesteld II Emmasingelkwadrant-Fellenoord2013 (Victoriatoren) Gemeente Eindhoven

Figuur 3.25: Detailhandelsstructuur Stedelijk Gebied Eindhoven Het regionaal detailhandelsbeleid streeft naar een heldere en evenwichtige voorzieningenstructuur, waarbij onderscheid en complementariteit van winkelgebieden centraal staan. Dit houdt in dat detailhandel zoveel mogelijk wordt geclusterd in winkelgebieden en verspreide bewinkeling wordt afgebouwd. Dit geldt ook voor grootschalige winkels zoals tuincentra en bouwmarkten. Indien deze ruimtelijk niet inpasbaar zijn, dan is vestiging buiten de aangewezen winkelgebieden in regionaal verband bespreekbaar. De afwegingen voor het al dan niet toestaan van nieuwvestiging van een tuincentrum of bouwmarkt is gericht op de consumentenverzorging in het verzorgingsgebied. De hoofdwinkelgebieden hebben allemaal een eigen functie in de structuur. Aard, omvang en samenstelling van het aanbod zijn afgestemd op de verzorgingsfunctie. De binnenstad van Eindhoven moet streven naar het toevoegen van het topsegment om haar positie te verstevigen. Perifere concentraties hebben een complementair en aanvullend aanbod ten opzichte van de centrumvoorzieningen en buurt- en wijkvoorzieningen. Verbreding van het aanbod is niet het uitgangspunt. Uitzondering hierop is de locatie Ekkersrijt. De consument verwacht in dit winkelgebied een compleet aanbod op het gebied van 'in en om het huis'.

Ekkersrijt dient uit te groeien tot één van de leidende perifere winkelconcentraties in Nederland. De komst van een Retail Park (Mega Mall) in de regio is niet wenselijk. Een dergelijke ontwikkeling heeft een verstorend effect op de bestaande structuur en ondermijnt de ontwikkelingskansen van andere clusters. Internetafhaalpunten voor consumenten (met of zonder showroom) kunnen bestaande winkelgebieden versterken en worden daarom zoveel mogelijk in of aansluitend aan deze gebieden gesitueerd. Nieuwe initiatieven Het Rijk heeft de "Ladder voor duurzame verstedelijking" in het leven geroepen om nieuwe stedelijke ontwikkelingen aan te toetsen. In de regionale detailhandelsvisie is ook een soort 'ladder' opgenomen voor nieuwe initiatieven. Aan nieuwe winkelontwikkelingen wordt in principe meegewerkt als: 1. de initiatiefnemer kan aantonen dat het initiatief een meerwaarde heeft voor de lokale en/of regionale detailhandelsstructuur. 2. aangetoond kan worden dat het initiatief resulteert in een versterking van de bestaande vastgesteld II Emmasingelkwadrant-Fellenoord2013 (Victoriatoren) Gemeente Eindhoven

63

detailhandelslocaties. Wanneer dit niet het geval is, dient nadrukkelijk beargumenteerd te worden of er sprake is van meerwaarde en waarom het initiatief niet in- of aangrenzend aan een bestaand winkelgebied kan worden gefaciliteerd. De argumenten dienen van ruimtelijke aard te zijn, bijvoorbeeld grootschaligheid/ ruimtelijke inpassing, bereikbaarheid en parkeren en bevoorrading. 3. aangetoond kan worden dat het initiatief geen (blijvende) negatieve effecten heeft op de bestaande detailhandelsstructuur en/of in het beleid aangegeven ontwikkeling daarvan. Wanneer er op provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau ingestemd wordt met een initiatief, dient het initiatief onderbouwd te worden op basis van voor ruimtelijke ordening relevante criteria (in de ruimtelijke onderbouwing). Detailhandelsnota gemeente Eindhoven Op 15 december 2015 is de Eindhovense detailhandelsnota “Wie kiest, wordt gekozen” vastgesteld. Zoals hiervoor beschreven heeft de detailhandelssector te maken met veel veranderingen. De veranderingen raken de consument, de ondernemer en de vastgoed-eigenaar. Het is zaak om uit deze veranderingen een positieve impuls te halen. De veranderende markt zorgt immers ook voor nieuwe kansen die goede winkelgebieden verder kunnen versterken. Zeker voor een stad als Eindhoven is het belangrijk om gewenste initiatieven een plek te geven binnen de structuur.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11744194/1