CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Bestemmingsplan XII Strijp binnen de Ring 2007 (Hartje Eindhoven)

Raadsvergadering 26 januari 2021, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel tot gewijzigde vaststelling bestemmingsplan XII Strijp binnen de Ring 2007 (Hartje Eindhoven)33.808 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Het stedelijk concentratiegebied met de bijhorende zoekgebieden voor verstedelijking vangt de groei van de bovenlokale verstedelijkingsbehoefte op. Naar huidige inzichten - met het perspectief tot 2025 en een doorkijk naar 2040- is in het stedelijk concentratiegebied (inclusief de zoekgebieden voor verstedelijking) voldoende ruimte om in de verstedelijkingsbehoefte (wonen, werken en voorzieningen) te voorzien. Hier is ruimte voor een grote verscheidenheid aan woon- en werkmilieus, of een menging daarvan, in uiteenlopende dichtheden. Eindhoven vormt samen met de provincie en met de steden Breda, Helmond, 's-Hertogenbosch en Tilburg het stedelijk netwerk BrabantStad. Dit samenwerkingsverband vervult een voortrekkersrol bij de ruimtelijke en economische ontwikkeling van Noord-Brabant. Sterke steden zijn een voorwaarde voor de toekomst van Noord-Brabant. Vooral in deze steden is de dynamiek van Noord-Brabant goed zichtbaar. De provincie ziet deze steden als het brandpunt van de verstedelijking. Hier wordt geïnvesteerd in de binnensteden (stationsgebieden, kanaal- en snelwegzones) en worden hoogstedelijke functies, zoals bovenregionale voorzieningen, geconcentreerd. Daardoor wordt de centrale positie van de steden versterkt en het draagvlak voor hoogwaardig openbaar vervoer en stedelijke- en culturele voorzieningen op peil gehouden.

Dat draagt bij een hoogwaardig leef- en vestigingsklimaat in Noord-Brabant. Onderhavig plan maakt de realisatie van diverse gestapelde woningen en 500 m2 aan plintfuncties op de begane grond mogelijk. Deze planontwikkeling past in de doelstellingen van de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening. Door deze ontwikkeling wordt een kwaliteitsimpuls 38

vastgesteld XII Strijp binnen de Ring 2007 (Hartje Eindhoven) Gemeente Eindhoven

gegeven aan het binnenstedelijke woon-, werk-, en leefmilieu.

3.3.3

Interim omgevingsverordening

De Interim omgevingsverordening is vastgesteld door Provinciale Staten op 25 oktober 2019 en vervangt een aantal provinciale verordeningen : provinciale milieuverordening verordenring natuurbescherming verordening ontgrondingen verordening ruimte verordening water verordening wegen Om straks klaar te zijn als de Omgevingswet in werking treedt, heeft de provincie eerst een Interim omgevingsverordening vastgesteld. Het is een 'Interim' omgevingsverordening om zo te benadrukken dat dit een tussenstap is naar de 'definitieve' omgevingsverordening gebaseerd op de Omgevingswet. De Interim omgevingsverordening is gebaseerd op de huidige wetgeving en moet aan de wettelijke bepalingen van die wetgeving voldoen. Dat betekent dat nieuwe mogelijkheden uit de Omgevingswet nog niet zijn verwerkt. Er is wel zo veel als mogelijk aansluiting gezocht bij de Omgevingswet en de voorwaarden voor een omgevingsverordening (bijvoorbeeld bij de opbouw en de digitale vormgeving).Deze Interim omgevingsverordening voegt de bestaande regels over de fysieke leefomgeving zoveel mogelijk samen in één verordening en is beleidsneutraal. Alleen aanpassingen die nodig zijn vanwege de samenvoeging of vanwege al vastgesteld beleid, zoals de omgevingsvisie, worden meegenomen.

In de Interim omgevingsverordening staan regels voor: Burgers en bedrijven: dit zijn zogenaamde rechtstreeks werkende regels voor activiteiten. Deze regels bevatten voorwaarden om zo'n activiteit te verrichten en geven ook aan of je bijvoorbeeld eerst een melding moet doen voordat je mag beginnen. Bestuursorganen van de overheid: dit zijn zogenaamde instructieregels. Met deze regels kan de provincie een opdracht geven aan gemeenten over onderwerpen die zij in het bestemmingsplan moeten opnemen of aan het waterschap over de manier waarop ze hun taken uitvoeren. Dit zijn de regels die tot voor kort waren opgenomen in de Verordening ruimte Noord-Brabant. Voor het onderhavige plangebied is voor wat betreft de instructieregels voornamelijk van belang artikel 3.42: artikel 3.42 Duurzame stedelijke ontwikkeling lid 1 Een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt binnenStedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat: a. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; b. het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. lid 2 Een duurzame stedelijke ontwikk eling voor wonen, werken of voorzieningen: a. bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; b.

bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; c. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; vastgesteld XII Strijp binnen de Ring 2007 (Hartje Eindhoven) Gemeente Eindhoven

39

d. houdt rek ening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor deopvang van water; e. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; f. draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie. Dit bestemmingsplan past binnen de regels van de Interim omgevingsverordening.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Interimstructuurvisie 2009

In december 2009 is de Interimstructuurvisie 2009 door de gemeenteraad van Eindhoven vastgesteld. Met de Interimstructuurvisie 2009 geeft de gemeenteraad invulling aan de ambitie om Eindhoven door te ontwikkelen in zijn kwalitatief hoogwaardige combinatie van wonen, werken en groen. De nadruk ligt daarbij ook op leefbaarheid en bereikbaarheid. Als kerngemeente van Brainport Zuidoost Brabant stuurt Eindhoven aan op het bieden van ruimte aan een krachtige ontwikkeling van deze economische kernzone, een hoge kwaliteit van de leefomgeving en aandacht voor sociale betrokkenheid en ondernemend burgerschap tot op buurtniveau. Op deze wijze geeft de raad invulling aan het begrip duurzame ruimtelijke kwaliteit.

Kaartlaag a. Ruimtelijk e hoofdstructuur De Interimstructuurvisie is het resultaat van de integratie van de ruimtelijk relevante raadsprogramma's die tot medio 2009 zijn vastgesteld. Dit is onder andere verbeeld in een kaart die inzicht biedt in de ontwikkelingen ten opzichte van de ruimtelijke hoofdstructuur. De kaart geeft de ontwikkelingen aan binnen de hoofdstructuur. Het plangebied is in onderstaande afbeelding aangeduid met een blauwe cirkel.

De onderdelen van de ruimtelijke hoofdstructuur vormen een raamwerk waarnaar het 40

vastgesteld XII Strijp binnen de Ring 2007 (Hartje Eindhoven) Gemeente Eindhoven

grondgebruik zich richt. De hoofdstructuur ligt grotendeels vast, in fysieke en/of beleidsmatige zin. Het gaat op hoofdlijnen om onderdelen als de hoofdwegenstructuur, spoorlijnen, waterlopen, het bebouwde gebied en de Groene Hoofdstructuur. De kaart geeft ook nieuwe, te ontwikkelen onderdelen van de hoofdstructuur aan, voortvloeiend uit vastgesteld beleid. Voor de evenwichtige doorontwikkeling van Eindhoven zijn deze essentieel. Voorgenomen ontwikkelingen zijn gearceerd of met een onderbroken lijn aangegeven. Het plangebied ligt niet in een op de kaart aangegeven transformatiegebied.

Kaartlaag b. Gebruik van de Ruimte De Interimstructuurvisie is het resultaat van de integratie van de ruimtelijk relevante raadsprogramma's die tot medio 2009 zijn vastgesteld. Dit is onder andere verbeeld in een kaart die inzicht biedt in de verdeling van het actuele en gewenste grondgebruik

In bovenstaande afbeelding is de kaart 'Gebruik van de ruimte' uit de Interimstructuurvisie opgenomen. Het plangebied is globaal aangeduid met een blauwe pijl. Het plangebied is aangeduid als “centrumvoorzieningen”. Deze gronden zijn bedoeld voor goed bereikbare concentraties van centrumstedelijke voorzieningen (detailhandel, horeca, dienstverlening, cultuur, welzijn en zorg), wonen, onderwijs en werken. De gronden binnen het plangebied zijn bestemd voor wonen met daaraan ondergeschikt nevenfuncties. Door deze functies wordt het gebied getransformeerd van kantoorlocatie met gestapelde woningen naar primair een woonmilieu met een beperkt nevengebruik. Het plan past binnen de Interimstructuurvisie.

3.4.2

Omgevingsvisie Eindhoven

Samen met de stad heeft de gemeente Eindhoven een omgevingsvisie opgesteld. Met ons hebben meegedacht: inwoners, ondernemers, belangenorganisaties, GGD, Veiligheidsregio, Omgevingsdienst, woningcorporaties, projectontwikkelaars, investeerders en andere overheden (buurgemeentes, provincie, rijk). Op 16 juni 2020 is de omgevingsvisie vastgesteld door de gemeenteraad. De omgevingsvisie is een integraal verbindende visie voor de fysieke leefomgeving die focus aanbrengt bij het inrichten van onze stad en stimuleert om samen te werken aan de stedelijke opgaven. De omgevingsvisie is gebaseerd op bestaand beleid. Het hebben van een vastgesteld XII Strijp binnen de Ring 2007 (Hartje Eindhoven) Gemeente Eindhoven

41

omgevingsvisie is onder de nieuwe Omgevingswet verplicht. Omdat een omgevingsvisie allesomvattend is, willen we die lerende wijs ontwikkelen. Dat betekent concreet dat we, eerder dan wettelijk verplicht, met een omgevingsvisie komen. Maar dan wel een 'light-variant' (versie 1.0), die we één of twee jaar later gaan aanvullen en verfijnen. Deze omgevingsvisie (versie 1.0) is gebaseerd op het bestaand beleid. Het document vervangt niet de bestaande beleidsdocumenten, maar is een aanvullend beleidsdocument. De interim structuurvisie blijft daarom nog steeds van kracht. Bij het opstellen van een omgevingsvisie versie 2.0 wordt de interim structuurvisie wel ingetrokken.

Brainportregio De Brainportregio is een technologische topregio en één van de belangrijkste pijlers van de Nederlandse economie. De sleutel tot dit succes is samenwerking. Het is een regio van contrasten en dat maakt ons uniek: een hecht netwerk van steden, stedelijke buurgemeenten, dorpen en bewoond landelijk gebied. Je bent snel in de stad of juist in het groen, er is cultuur én natuur. We zijn sterk in high tech, design en innovaties en kennen een dynamische economie en een gastvrije bourgondische levensstijl. De strategie van de regio is gericht op het sterker maken van deze kwaliteiten door aan te haken op de eigen kracht en identiteit van de deelgebieden.

Ambitie Als centrumstad vervult Eindhoven een cruciale rol bij de versterking van Brainport Eindhoven als economische wereldspeler op het gebied van kennisintensieve maakindustrie en design. Om internationaal concurrerend te blijven, streeft Eindhoven samen met de regio naar een excellent woon- en werkklimaat. Eindhoven zet daarom in op gezonde en duurzame verstedelijking met behoud van stedelijke en dorpse kwaliteiten en met bijzondere aandacht voor sociale cohesie en inclusie. Eindhoven is in staat om zich snel aan te passen aan de steeds veranderende vraag naar geschikte en betaalbare ruimte om te wonen, werken, verblijven en recreëren. Deze ambitie vertaalt zich naar vier deelambities. Eindhoven als: economische wereldspeler; gezonde en toekomstbestendige stad; een sociale, inclusieve en gastvrije stad en een authentieke stad met sterke gebieden. Van ambitie naar stedelijke opgaven Als we onze ambities leggen naast de huidige kwaliteiten en structuren van de stad en de actuele trends en ontwikkelingen, zien we een aantal stedelijke opgaven voor de stad. Brainport Eindhoven blijft groeien, mede door de sterke economische positie. De ambities en groei vragen om ruimte voor nieuwe woningen, bedrijven en voorzieningen. Ruimte die we bieden door te verdichten in het gebied binnen de Ring en door te verdichten nabij voorzieningen als HOV en winkelcentra.

Met name binnen de Ring is voldoende ruimte om te verdichten, omdat er nog relatief weinig mensen wonen. Met de keuze voor verdichten binnen de Ring gaan we duurzaam om met de (groene) ruimte die de stad heeft. We behouden hiermee de kwaliteit van de groenstedelijke woonwijken, de landschapsparken en het buitengebied. De keuze voor een compact stedelijke woonmilieu gaat gepaard met forse investeringen in o.a. bereikbaarheid, luchtkwaliteit, groen en voorzieningen.

Eindhoven wil een leefbare en een inclusieve stad zijn waar iedereen kan profiteren van het succes van de Brainport. Dat vraagt om keuzes ten aanzien van het woning- en 42

vastgesteld XII Strijp binnen de Ring 2007 (Hartje Eindhoven) Gemeente Eindhoven

voorzieningenaanbod. Het verschil tussen de ambitie en de huidige stand van zaken in Eindhoven leidt tot zes concrete stedelijke opgaven: Werken aan een gezonde groei van de stad Werken aan een aantrekkelijk en hoogstedelijk centrum Werken aan leefbare, sociale wijken met een sterke identiteit Werken aan een duurzame en concurrerende economie Werken aan de energietransitie van de stad Werken aan een goede stedelijke bereikbaarheid Samen werken aan de stedelijke opgaven Dit zijn de opgaven waar we als gemeente de komende jaren samen met onze partners aan werken. Wij werken zelf aan deze opgaven, maar stimuleren ook andere partijen in de stad om dit te doen. We bepalen samen met de stad en regio wat kansrijke initiatieven en locaties zijn. We geven prioriteit aan initiatieven die bijdragen aan meerdere stedelijke opgaven tegelijkertijd en kwaliteit toevoegen aan de stad. Hiernaast zetten we in op het beschermen en versterken van de stedelijke en groene hoofdstructuur van de stad. De gemeente organiseert het werken aan de stedelijke opgaven met thematische en gebiedsprogramma's en stimuleert o.a. via regels en uitgangspunten zoals opgenomen in de omgevingsvisie dat ook andere initiatiefnemers bijdragen aan het realiseren van de opgaven.

Plangebied Het plangebied Dit bestemmingsplan ziet op verdichting binnen een bestaand woonmilieu binnen de Ring. Ook is in het bestemmingsplan een regeling opgenomen voor waterberging wanneer zich ontwikkelingen voordoen. Dit draagt bij aan een beter functionerend watersysteem. In de omgevingsvisie is ook aangegeven dat de gemeente ruimte biedt aan de buurteconomie, deeleconomie en andere initiatieven die bijdragen aan de levendigheid van wijken. Denk aan kleine bedrijfjes aan huis en ruimte voor creatief ondernemerschap. In dit bestemmingsplan zijn regels opgenomen waarbinnen beroep en bedrijf aan huis is toegestaan. Het bestemmingsplan is dus in lijn met de uitgangspunten van de omgevingsvisie.

3.4.3

Prioriteitennota

De prioriteitennota regelt de fasering van bouwlocaties ten opzichte van elkaar. Op de kwalitatieve eisen wordt gestuurd in de diverse thematische beleidsnota's zoals de woonvisie, parkeernota, hoogbouwvisie, welstandsnota. Waar een initiatief strijdig is met het bestemmingsplan kan de prioriteitennota regie uitoefenen. Met de beleidsnota 'Prioriteiten bouwlocaties 2015' – op 23 februari 2016 vastgesteld door de Raad (16R6640) - wil de gemeente Eindhoven haar groei zo goed mogelijk in de tijd faseren. De groei na 2020 is moeilijk te voorspellen. Eindhoven bevindt zich tussen twee beleidsmatige denkrichtingen, de prognoses van de provincie en de woningbouwafspraken met de regiogemeenten enerzijds en de wens om te groeien naar een stad van 300.000 inwoners en verder te verstedelijken anderzijds. De prognoses van de provincie zijn ingehaald door de werkelijkheid, bieden daarom geen houvast voor de programmering en zijn inmiddels ook door de Provincie herzien. Het voorzien in voldoende woonruimte is een van de randvoorwaarden voor Eindhoven om haar Brainport positie internationaal te kunnen behouden. Deze stedelijke woningbouwproductie is niet concurrerend met de woningbouw in de regiogemeenten, vanwege de stedelijkheid in combinatie met het hoge voorzieningenniveau dat Eindhoven biedt.

Vanwege deze functie als centrumstad van de Brainportregio trekt Eindhoven nog steeds grote aantallen internationale kenniswerkers. De trends op het gebied van bedrijven, detailhandel, kantoren en wonen richten zich met name op duurzame verstedelijking, met als uitgangspunten zuinig ruimtegebruik, versterken vastgesteld XII Strijp binnen de Ring 2007 (Hartje Eindhoven) Gemeente Eindhoven

43

van bestaande voorzieningenstructuren, benutten bestaande locaties, inzet op transformatie en verkleuring en moderne mogelijkheden en innovaties dankzij internet. Binnen alle woonmilieus dient qua prioritering de voorkeur te worden gegeven aan: 1. 1. benutten van bestaande gebouwen door middel van transformaties; 2. 2. nieuwbouw ter vervanging van bestaand vastgoed; 3. 3. nieuwbouw als bestaand aanbod ontbreekt of ongeschikt is. Om op kwalitatieve wijze te kunnen prioriteren op nieuwe bouwinitiatieven - met het oog op het leefbaar en aantrekkelijk houden van de stad en al haar variatie in woon-, werk- en leefgebieden - wordt onderscheid gemaakt in vier woonmilieus, te weten: centrumstedelijk, kleinstedelijk, suburbaan en uitleggebied. Gebiedsgerichte prioritering komt neer op het mogelijk maken van ontwikkelingen die passend zijn voor dat specifieke woonmilieu. Daarbij vragen verschillende woonmilieus om verschillende afwegingscriteria. De impact van ontwikkelingen is voor elk woonmilieu anders. Gebiedsgerichte prioritering komt neer op het mogelijk maken van ontwikkelingen die passend zijn voor dat specifieke woonmilieu. Onderhavige projectlocatie (zie blauwe cirkel op onderstaande afbeelding) is gelegen in het woonmilieu "Centrum stedelijk", waarvoor onderstaande afwegingscriteria gelden:

er is zeer grote vraag naar centrum stedelijk wonen vanuit de Brainport positie. Hierin blijft de gemeente voorzien. Dit type woonmilieu is niet concurrerend met de regio. Fasering is gericht op het tegengaan van onderlinge concurrentie en overlast op de omgeving binnen de deelgebieden. Het gaat over het algemeen om projecten/ontwikkelingen van grote omvang (zowel qua oppervlakte als intensiteit/aantallen). Een gevarieerde mix van typen wooneenheden binnen het gebied is hierbij uitgangspunt.

Onderdeel van de Prioriteitennota is het 'Overzicht bouwlocaties 2018' met alle lopende - en bekende toekomstige projecten en potentiële locaties. Naast de nieuwe vergunningsaanvragen, zijn ook de afspraken met de regio en de locaties uit het Woningbouwoffensief, vastgestelde gebiedsvisies en initiatieven die zich bij de Integrale Intake hebben gemeld meegenomen. De nog zachte initiatieven/locaties zijn voor het totaaloverzicht wel opgenomen, maar zonder aantallen. Omdat hierover nog geen harde afspraken of 44

vastgesteld XII Strijp binnen de Ring 2007 (Hartje Eindhoven) Gemeente Eindhoven

ruimtelijk kwalitatieve adviezen zijn afgesproken.

Het bouwplan waarvoor dit bestemmingsplan wordt opgesteld is opgenomen in de prioriteitennota 2018 als een project dat al loopt of waar al bestuurlijk of juridisch medewerking is toegezegd of is verkregen. Bovendien is sprake van herontwikkeling van een bestaande stedelijke locatie gelegen in het centrumgebied van Eindhoven.

3.4.4

Bouwinitiatief Eindhoven 2018

Per raadsinformatiebrief van 19 december 2017 is door B&W gemeente Eindhoven de Gemeenteraad geïnformeerd omtrent het “Bouwoffensief in Eindhoven”, waarmee invulling wordt gegeven aan het streven naar voldoende woonruimte, zijnde is een van de ruimtelijke randvoorwaarden voor Eindhoven om haar Brainport positie internationaal te kunnen behouden De woningmarkt in Eindhoven toont op dit moment helaas tekenen van oververhitting. Er is een groot tekort aan verschillende woningtypen, met name ten aanzien van grondgebonden koop en middeldure huur, appartementen koop en middeldure huur en aan zelfbouwkavels. Door het tekort worden mensen de stad en zelfs de regio uitgedreven. Deze ontwikkeling sluit niet aan bij het streven om een inclusieve stad te zijn. Een verdere doorontwikkeling van Brainport vraagt om voldoende goede en betaalbare woningen en onderscheidende en aansprekende woonmilieus. Dit is belangrijk voor de kwaliteit van leven, én voor de economische kracht van de regio. Het woningbouwoffensief heeft als doel hierin te voorzien. Eindhoven kende het afgelopen jaar een bouwproductie van ongeveer 2.500 woningen en ook 2017 en de komende jaren is er sprake van een forse geplande bouwproductie.

In het kader van het recent in het Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE) geformuleerde Afsprakenstelsel Wonen wordt met provincie en SGE overeengekomen dat géén plannen tot inbreiding, herstructurering en transformatie, die toezien op realisatie op korte termijn, in het onderlinge overleg afgekeurd worden op grond van mogelijke over-programmering ten opzichte van de provinciale prognoses. De situatie op de woningmarkt, gerelateerd aan het grote belang van woningaanbod als vestigingsvoorwaarde, maken het nu noodzakelijk de inspanningen op het gebied van bouwen verder te intensiveren om oververhitting van de koopwoningmarkt te bestrijden. Het bouwoffensief heeft ook een kwalitatief karakter: er moet gebouwd worden waar de meeste behoefte aan is c.q. de meeste tekorten bestaan. Gestimuleerd wordt derhalve de bouw van koopwoningen, eengezinswoningen, koopwoningen bereikbaar voor lage middeninkomens, middeldure huurwoningen en betaalbare sociale huurwoningen. Tegelijk is het wenselijk dat het segment middeldure huur dat in Eindhoven gerealiseerd wordt een duurzaam karakter heeft. Er dient regelgeving en afspraken (net als en in samenwerking met steden als Utrecht en Amsterdam) uitgewerkt te worden die zorgen voor continuïteit en reële prijsontwikkeling in dit segment.

Het is verder van belang dat het signaal dat werk gemaakt wordt van tekorten op de vastgesteld XII Strijp binnen de Ring 2007 (Hartje Eindhoven) Gemeente Eindhoven

45

woningmarkt doorklinkt om op die manier risicovolle prijsstijgingen te voorkomen. Het Bouwoffensief Eindhoven gaat zorgdragen voor locaties, voorrang voor kansrijke plannen en voor procedures, die plannenmakers snel op weg helpen. Naast het benoemen van vier concrete initiatieven als zijnde “quick wins” is het bouwoffensief als geheel begin 2018 integraal opgepakt, samen met de evaluatie van de prioriteitennota, en de uitwerking van woningbouwafspraken in het Stedelijk Gebied Eindhoven. Uitgewerkt worden doelstellingen, mogelijkheden, overige potentiële locaties, instrumentarium, randvoorwaarden en integrale businesscases. Dit alles om te komen tot een jaarlijkse woningbouwproductie van circa 3.000 woningen. Een voorwaarde voor projecten om in aanmerking te komen om onderdeel van het bouwoffensief te worden is dat het project een duurzame bijdrage levert aan toevoeging in segment waar een tekort is. Hartje Eindhoven levert een duurzame bijdrage aan toevoeging van het middeldure segment, waar een tekort aan is.

3.5

Volkshuisvesting

3.5.1

Regionaal beleid

De negen gemeenten in het Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE) staan samen aan de lat om een woon- en leefklimaat van hoge kwaliteit te realiseren en de veranderende kwalitatieve en kwantitatieve vraag zo goed mogelijk te bedienen. Dit is een voorwaarde voor een aantrekkelijke vestigingsplek voor nieuwe inwoners en om te kunnen blijven concurreren met andere (inter-)nationale topregio's. Dit gaat niet alleen. We hebben elkaar maar vooral bewoners en partners, zoals corporaties, ontwikkelaars, beleggers, bouwondernemingen en makelaars, nodig. Die investeren mee in de kwaliteit van de regio en het woonklimaat. Als samenwerkende partners in een creatieve regio zoeken we daarbij ook naar mogelijkheden om innovaties in het bouwproces te realiseren. Het regionaal ruimtelijk overleg heeft op 13 december 2017 het 'Afsprakenkader Wonen 2017' bekrachtigd dat door de afzonderlijke negen gemeenteraden is vastgesteld. Hierin zijn o.a. de volgende afspraken over woningbouwontwikkelingen opgenomen: 1. We geven ruim baan aan initiatieven die uitgaan van herstructurering, transformatie en inbreiding. Dit betreft de locaties binnen het 'bestaand stedelijk gebied' zoals dat is aangegeven in de provinciale Verordening ruimte Noord-Brabant. 2.

Alle overige initiatieven stemmen we op elkaar af, waarbij het uitgangspunt is dat er geen nieuwe uitleglocaties worden ontwikkeld, tenzij het regionaal portefeuillehouders overleg hierover een unanieme beslissing neemt. Uitleglocaties liggen immers buiten het bestaand stedelijk gebied zoals aangegeven in de provinciale Verordening ruimte Noord-Brabant. 3. In principe beschouwen we de kwantitatieve provinciale prognoses 2017 als richtinggevend op het niveau van het Stedelijk Gebied. De indicatieve prognose voor Eindhoven is gemiddeld 1182 woningen per jaar voor de komende 10 jaar. Hierbij maken we zo optimaal mogelijk gebruik van de ruimte die de Brabantse Agenda Wonen biedt. Door de woningbouwontwikkelingen goed te monitoren kunnen we ingrijpen op het moment dat dat nodig is en voorkomen we dat goede plannen voor de korte termijn (2021) worden tegengehouden op basis van de programmering op langere termijn (2030). Hierdoor ontstaat meer ruimte om snel in te kunnen spelen op marktontwikkelingen. 4. Het Stedelijk Gebied Eindhoven heeft een bestuursopdracht voor de aanpak van een negental majeure projecten gegeven. Het onderdeel programmering kan echter volgens het coördinatieteam op dit moment niet voldoende worden uitgewerkt. Hiervoor heeft zij kaders in de vorm van een regionale visie op wonen en bijbehorende marktonderzoek(en) nodig. Deze visie wordt 2e helft 2019 verwacht.

Het merendeel van de majeure projecten kan daar niet op wachten omdat er enerzijds behoefte is aan deze woningen en anderzijds bestemmingsplannen geactualiseerd, gewijzigd dan wel opgesteld moeten 46

vastgesteld XII Strijp binnen de Ring 2007 (Hartje Eindhoven) Gemeente Eindhoven

worden. Daarom is in het portefeuillehouders overleg van 26 oktober en 21 december 2017 besloten het onderdeel programmeren, voor nu uit de Bestuursopdracht te halen en ten aanzien van de locaties planologische voorwaarden in de nieuwe bestemmingsplannen mee te geven. In het Afsprakenkader 2017 is aangegeven welke plannen regionaal afgestemd worden. Via het coördinatieteam worden deze plannen aan het portefeuillehouders-overleg voorgelegd. De provincie ziet erop toe dat de plannen regionaal afgestemd worden, wanneer bij het vooroverleg blijkt dat dat niet het geval is worden de plannen door de provincie niet in behandeling genomen. Voor de majeure projecten betekent dit dat bij een nieuw bestemmingsplan van meer dan 75 woningen in stedelijke kernen en in landelijke kernen meer dan 25 woningen, deze regionaal afgestemd dient te worden. Voor Eindhoven zijn Blixembosch, Tongelrese Akkers en Bosrijk/Meerrijk aangewezen als majeure projecten. Deze ontwikkeling voorziet in 264 woningen (appartementen), passend binnen de kwantitatieve prognose voor Eindhoven. Daarnaast betreft de locatie een inbreiding en herstructurering binnen het 'bestaand stedelijk gebied' zoals aangegeven in de provinciale Verordening ruimte Noord-Brabant. Daarmee voldoet deze ontwikkeling aan de afspraken over woningbouwontwikkelingen.

3.5.2

Gemeentelijk beleid

De Woonvisie is op 15 december 2015 vastgesteld. In de woonvisie gaat de gemeente in op haar ambities op het gebied van bouwen en wonen. Daarmee maakt de gemeente de gewenste ontwikkelingsrichting duidelijk aan de stad, haar bewoners en alle partijen die een rol spelen in de verdere ontwikkeling van de stad: Ambitieuze stad Eindhoven groeit en dat creëert een nieuwe vraag naar wonen. Eindhoven wil verder verstedelijken. Onder stedelijkheid verstaan we een gemengde en gevarieerde omgeving waar mensen wonen, werken en elkaar ontmoeten. En een stad die tegelijk ook groen en gemoedelijk blijft. We staan voor de unieke kans om de stad als geheel, en het gebied binnen de Rondweg in het bijzonder, de komende jaren te laten groeien. We verwachten dat het inwonersaantal van Eindhoven de komende 10 jaar fors zal toenemen, harder dan de prognoses nu voorspellen. De bijzondere bevolkingsopbouw van Eindhoven (een relatief jonge bevolking) draagt daaraan bij. Die groei moet ook op het vlak van wonen gefaciliteerd worden. Tot 2030 willen we minstens twee derde van de extra woningcapaciteit binnen de Rondweg realiseren. Voor het gebied binnen de Rondweg staan met projecten als Strijp S, Stationsomgeving, NRE en Philips Lighting in deze periode al circa 5.000 nieuwe woningen in de planning.

Daarnaast is de wens dat boven winkels wooneenheden worden gerealiseerd en kantoren worden omgebouwd tot woningen. Hierin is de markt aan zet. Eindhoven formuleert in deze Woonvisie geen concreet woningbouwprogramma, gegoten in cijfers en categorieën. Dat zou niet passen bij de rol van een gemeente anno 2015. We willen ruimte geven aan de markt om gewenste ontwikkelingen te realiseren. Zonder op voorhand aan te geven wat-waar-wanneer gebouwd moet worden. Dat doen we door gebruik te maken van een model voor de onderbouwing van de wenselijkheid van nieuwe initiatieven. Daarin vragen we van initiatiefnemers (projectontwikkelaars, corporaties, gemeentelijke grondexploitaties) om in te gaan op een aantal punten zoals bijvoorbeeld het marktsegment, het woonmilieu en de periode van oplevering.

Solidaire stad Wij willen dat Eindhoven een samenleving is, waarvan iedereen onderdeel is. De meeste inwoners kunnen zelfstandig hun plaats vinden in die samenleving, sommigen hebben een vastgesteld XII Strijp binnen de Ring 2007 (Hartje Eindhoven) Gemeente Eindhoven

47

steuntje in de rug nodig. We zorgen dat er voor hen een vangnet is. We hebben oog voor mensen in lastige situaties: asielzoekers, daklozen, mensen in psychische nood en ex-gedetineerden. Door de decentralisatie in de zorg moeten meer mensen met een beperking een plek in de wijk vinden. De vergrijzing zet de komende jaren stevig door. Veel ouderen, met of zonder zorgvraag, zullen langer thuis blijven wonen. Het is belangrijk dat er voor al deze mensen een plek blijft op de woningmarkt. Concentratie in bepaalde wijk en is ongewenst. De sociale woningvoorraad is onderdeel van de sociale basisinfrastructuur. In theorie is in Eindhoven de sociale woningvoorraad in balans met de doelgroep. Twee ontwikkelingen vragen echter om aandacht: de samenstelling van de sociale woningvoorraad en de positie van de 13.500 huishoudens met een middeninkomen. Met de inwerkingtreding van de nieuwe woningwet 2015 moeten woningcorporaties hun woningen 'passend toewijzen'. Minimaal 80% van de vrijkomende sociale huurwoningen moet aan huishoudens met een laag inkomen worden toegewezen. Daarnaast is er ruimte om 10% van de woningen toe te wijzen aan huishoudens met een middeninkomen.

De resterende 10% sociale huurwoningen mogen woningcorporaties vrij toewijzen, maar daarbij moeten zij wel voorrang geven aan mensen die door bijvoorbeeld fysieke of psychische beperkingen moeilijk aan voor hen passende huisvesting kunnen komen. Het aantal eenpersoons- en tweepersoonshuishoudens groeit. Dit betekent een grote uitdaging. Niet alleen in woonwensen maar ook in betaalbaarheid, want alleen wonen is relatief duur. We zetten in op transformatie en ander gebruik. Bij de transformatie van grotere kantoren, zorg- en onderwijsgebouwen kunnen (collectief) particulier opdrachtgeverschap en nieuwe woonconcepten een oplossing bieden. Ook het gebruik van eengezinswoningen door bijvoorbeeld twee eenpersoonshuishoudens, met name in het gebied buiten de Rondweg, behoort tot de mogelijkheden.

Innovatieve stad We gaan partijen uitdagen om klant georiënteerd, sneller, goedkoper en duurzamer te produceren. En ook in de aanpak van de bestaande voorraad en in de transformatie van kantoren en zorggebouwen is er een grote behoefte aan vernieuwing en aan creatieve, betaalbare oplossingen. Een andere ontwikkeling is het zogenaamde flexwonen. Tot voor kort kende de woningmarkt een vrij overzichtelijk aanbod: koop- of huurwoningen, zelfstandige of onzelfstandige woonruimten, grondgebonden woningen of appartementen. Maar de vraagk ant is de afgelopen jaren sterk veranderd. Er komen steeds meer groepen die behoefte hebben aan tijdelijke woonruimte. Denk bijvoorbeeld aan studenten, expats, arbeidsmigranten, mensen die een echtscheiding achter de rug hebben, ex-gedetineerden en mensen die uit een opvangvoorziening komen. Deze mensen zijn op zoek naar goede tijdelijke huisvesting, met passende voorzieningen, die snel beschikbaar is en tegen een prijs die past bij hun budget. Dit flexwonen wordt een belangrijke nieuwe woonvorm in Eindhoven. Het biedt tevens kansen voor de transformatie van leegstaand vastgoed. Verder willen we in de koopsector dat inwoners zoveel mogelijk invloed hebben op hun eigen woning en woonomgeving, bijvoorbeeld door het stimuleren (collectief) particulier opdrachtgeverschap.

En we willen dat zelf bouwen niet alleen bereikbaar is voor de huishoudens met een hoger inkomen. Ook in de huursector is er sinds de herziening van de Woningwet meer aandacht voor mede-eigendom en zelfbeheer, bijvoorbeeld via het model van wooncoöperaties. Wooncoöperaties zijn een soort tussenvorm van huur en koop. Samen met de corporaties willen we de vraag naar deze eigendoms- en beheervorm en de mogelijkheden in Eindhoven onderzoeken. De woonvisie kiest expliciet voor het beter benutten van de bestaande stad. Zowel uit het meest recente regionaal woningmarktonderzoek (2015) als wel het woningmarktonderzoek toegespitst op Eindhoven (Sterke stad, 2015) blijkt een grote behoefte aan binnenstedelijk 48

vastgesteld XII Strijp binnen de Ring 2007 (Hartje Eindhoven) Gemeente Eindhoven

wonen, en vooral het centrumstedelijke woonmilieu.

De Woonvisie (2015) schetst een reële verwachting dat het inwonertal van Eindhoven de komende 10 jaar fors zal toenemen, harder dan de provinciale prognose voorspelde, met vooral een relatief jonge bevolking. Om deze woningbehoefte afdoende te faciliteren wil de gemeente Eindhoven tot 2030 minstens twee derde van de extra woningcapaciteit binnen de rondweg realiseren met respect voor de bestaande woonomgeving en verbetering van de kwaliteit van gebieden.

3.5.3

Kamerverhuur en woningsplitsing

Op 12 juni 2018 heeft de gemeenteraad het paraplubestemmingsplan 'parkeren, kamerverhuur en woningsplitsing' vastgesteld. Tot het moment van inwerkingtreding van dit paraplubestemmingsplan, werd via de huisvestingsverordening voorkomen dat woningen zonder vergunning (dus ongebreideld) werden gesplitst, omgezet, onttrokken en samengevoegd. Hoewel kamerverhuur en woningsplitsing verschillend zijn en andere toetsingskaders kennen, hebben beiden wel eenzelfde soort ruimtelijk effect op de omgeving en is het wenselijk om deze initiatieven soortgelijk te reguleren in bestemmingsplannen. Door de regeling in het paraplubestemmingsplan wordt kamerverhuur en woningsplitsing voortaan via één vergunning (omgevingsvergunning) geregeld. Deze regeling moet in opvolgende bestemmingsplannen zoals het onderhavige opnieuw worden overgenomen om geldend te blijven voor het betreffende plangebied. Om die reden is de regeling uit dit paraplubestemmingsplan in dit bestemmingsplan overgenomen.

3.5.4

Conclusie

De voorziene 264 woningen in het plangebied – waarvan 60-70% middeldure huur, 10-15 % dure huur en koop en 20-30 % middeldure koop - passen binnen de bestaande regionale woningbouwafspraken. Het betreft dan niet alleen de kwantitatieve afspraak qua regionale behoefte passend binnen de bestaande beschikbare (regionale) beleidsstukken. Maar de toevoeging past ook binnen de regionale kwalitatieve behoefte, aangezien de woningtypen en het woonmilieu aansluiten op het doel en de ambitie om de groeiende jonge bevolkingsgroep met eenpersoons- en tweepersoonshuishoudens, expats en studenten (in het kader van de demografische ontwikkeling) binnen Eindhoven te kunnen huisvesten in een dynamisch onderscheidend hoogstedelijk woonmilieu met internationale uitstraling binnen Zuid-Nederland. De marktbehoefte aan het type woningen dat binnen het plangebied wordt gerealiseerd is bovendien groot, temeer het woningtype in een hoogstedelijk woonmilieu in regionaal verband niet of nauwelijks aangeboden wordt.

3.6

Archeologische en cultuurhistorische waarden

3.6.1

Archeologie

Het Verdrag van Valletta (Malta) verplicht de Europese overheden tot het beschermen van archeologisch erfgoed. Hierbij wordt als uitgangspunt gehanteerd dat archeologische waarden in situ bewaard moeten blijven. Dat wil zeggen, dat er naar gestreefd moet worden om de waarden op de locatie te behouden. Als dit niet mogelijk blijkt, bijvoorbeeld bij bouwplannen, dan moeten de waarden worden opgegraven en ex situ worden bewaard. Het Verdrag van Valletta is doorvertaald in de Monumentenwet 1988, zoals deze gewijzigd is in september 2007. Sinds deze wijziging van september 2007 is de gemeente bevoegd gezag op het gebied van cultuurhistorie en archeologie. Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. De uitgangspunten uit het Verdrag van Valletta (Malta) blijven in de Erfgoedwet de basis van de omgang met archeologie. Gemeenten houden een belangrijke rol in het archeologische vastgesteld XII Strijp binnen de Ring 2007 (Hartje Eindhoven) Gemeente Eindhoven

49

stelsel. In bestemmingsplannen houden ze rekening met (te verwachten) archeologische waarden. Dit wordt samen met de andere onderdelen rond de omgang met archeologie in de fysieke leefomgeving overgeheveld naar de toekomstige Omgevingswet. De gemeente Eindhoven heeft eigen archeologiebeleid, als uitwerking van het nationale en provinciale beleid. Dit beleid staat in het 'Beleidsplan Archeologie Eindhoven en Helmond 2008-2012', waarmee de raad in september 2008 heeft ingestemd. De gemeente neemt de verantwoordelijkheid voor het bodemarchief zelf ter hand door te investeren in kerntaken en opbouw van expertise. De gemeente Eindhoven kent archeologische waarden daterend uit de prehistorie en de Romeinse tijd. Het gemeentelijk bodemarchief herbergt tevens fundamentele gegevens over de geschiedenis van stad en platteland gedurende en na de middeleeuwen. Deze gegevens zijn van groot belang voor de reconstructie van het verleden, temeer omdat archivalische bronnen in Eindhoven nagenoeg ontbreken. De archeologische gebieden binnen de gemeente Eindhoven staan aangegeven op de gemeentelijke archeologische waardenkaart, een onderdeel van de gemeentelijke cultuurhistorische waardenkaart.

Het beleid van de gemeente Eindhoven is om bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening te houden met de archeologische waarden en verwachtingen in de ondergrond en daarbij uit te gaan van de gemeentelijke archeologische waardenkaart.

Het project ligt niet in een archeologisch gebied. Dit betekent dat er vooraf geen rekening hoeft te worden gehouden met archeologisch (voor)onderzoek. Wel geldt dat als er archeologische resten (vondsten, sporen et cetera) worden aangetroffen bij de grondwerkzaamheden, die op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet 2016 gemeld moeten worden bij de Minister van OCW en bij de (afdeling archeologie van de) gemeente. 3.6.2

Cultuurhistorische waarden

Op 18 maart 2008 is de cultuurhistorische waardenkaart van Eindhoven vastgesteld. De kaart dient als beleidskader om bij ruimtelijke ontwikkelingen in de stad rekening te kunnen houden met de cultuurhistorie van Eindhoven. De kaart geeft, naast rijks- en gemeentelijke monumenten, een overzicht van de historische structuur van wegen en waterlopen, historisch waardevolle stedenbouwkundige en landschappelijke- en groenstructuren, beschermde stadsen dorpsgezichten en monumentale bomen. Bij de samenstelling van de kaart is onder andere gebruik gemaakt van de gegevens van de provinciale cultuurhistorische waardenkaart.

50

vastgesteld XII Strijp binnen de Ring 2007 (Hartje Eindhoven) Gemeente Eindhoven

Overeenkomstig de cultuurhistorische waardenkaart van de Gemeente Eindhoven is de locatie - zoals overigens vele delen van de stad - onderdeel van de historische stedenbouwkundige structuur. Dit betreft de manier waarop bebouwing, straten, pleinen, water en andere open ruimte ten opzichte van elkaar zijn gesitueerd. De ontwikkeling brengt hierin geen verandering. Wel is het zo dat de bebouwing qua aard en schaal door de ontwikkeling zal wijzigen, van een kantoorgebouw tot een woongebouw met stedenbouwkundig accent. Van een cultuurhistorisch waardevol gebouw is echter geen sprake. Vanuit de latere industriële ontwikkelingen van Strijp S, T en R, volgt de ontwikkeling van Hartje Eindhoven 2.0 de ingezette orthogonale structuur van deze industriegebieden met haar kenmerkende grootschalige gebouwen. In het materiaal gebruik bij Hartje Eindhoven 2.0 wordt een verwijzing gemaakt. Hiervoor in deze toelichting is reeds ingegaan op het historisch perspectief (van Eindhoven als geheel alsmede van het plangebied en de omgeving hiervan), op de stedenbouwkundige structuur alsmede het project(profiel). Gezien het voorgaande heeft cultuurhistorie geen belemmeringen voor onderhavig planvoornemen.

3.7

Verkeer en parkeren

3.7.1

Eindhoven op weg

De mobiliteitsvisie 'Eindhoven op Weg' is op 19 november 2013 door de gemeenteraad vastgesteld. Hierin is het verkeersbeleid voor de komende decennia (planhorizon 2040) vastgelegd. Deze visie vormt dan ook het bestuurlijke beleidskader voor alle verkeers- en mobiliteitsopgaven. In de visie Eindhoven op Weg wordt gewerkt aan het realiseren van ruimtelijke- en duurzaamheidsdoelen én aan het oplossen en voorkomen van knelpunten die met mobiliteit samenhangen. Eindhoven op Weg zet in op: aantrekkelijk vestigingsklimaat voor Brainport: multimodale bereikbaarheid van de economische toplocaties draagt bij aan een uitstekend vestigingsklimaat; aantrekkelijk leefklimaat: het centrum, woon- en verblijfsgebieden zijn vrij van hinder en overlast van het verkeer en de kwaliteit van de openbare ruimte en het groen is goed; gezond, schoon, groen en sociaal: de lucht is schoon en het geluid van een aangenaam niveau. Sociale cohesie is gegroeid door meer en aantrekkelijkere ruimtes voor ontmoeten en ontspannen en het gebruik van gedeelde voorzieningen in het vervoer; energieneutraal in 2040: energiebesparing in het verkeer en een transitie naar het gebruik vastgesteld XII Strijp binnen de Ring 2007 (Hartje Eindhoven) Gemeente Eindhoven

51

van duurzame brandstoffen; veilig: een stad met zo min mogelijk verkeersslachtoffers; duurzame mobiliteit: een stad, met waar het kan meer lopen, fietsen en gebruik van het openbaar vervoer en waar het moet prioriteit voor de auto. Uit oogpunt van mobiliteit wordt gewerkt volgens het principe 'slow motion – fast forward'. Waar het kan krijgen de voetganger, de fietser en het openbaar vervoer het primaat. Waar het moet is er prioriteit voor de auto. Voor het ruimtelijk transformeren naar de veelzijdige stad geldt het principe 'plaats maken'. Daadwerkelijk ruimte maken voor duurzamer vervoer en verbetering van stedelijke kwaliteit met meer ruimte voor groen. De bovengenoemde principes bepalen dat waar mogelijk de historische radialen primair geschikt worden gemaakt voor de fietser en de voetganger, en secundair voor de auto. De nieuwe radialen worden juist meer gebruikt door de auto en het HOV. In het centrum wordt meer plaats gemaakt voor het langzame verkeer, waarbij op de Binnenring meer ruimte komt voor voetgangers, doorgaande fietsroutes en HOV, gecombineerd met groen. Het fijnmazige netwerk voor de voetganger wordt uitgebreid over de Binnenring heen waardoor de binnenstad wordt vergroot. In de volgende paragrafen zijn de essentiële elementen voor het plangebied beschreven.

3.7.2

De locatie

Onderdeel van de mobiliteitsvisie 'Eindhoven op Weg' is de herziening van de wegencategorisering. Voor de ordening van wegen gericht op een doelmatig én duurzaam veilig gebruik is het stedelijk wegennet binnen de bebouwde kom ingedeeld in drie categorieën, te weten: Gebiedsontsluitingswegen: de lokale hoofdwegen, 50 km/u, 70 km/u Buurt-/wijkontsluitingswegen: de verzamelwegen binnen een buurt of wijk: 30km/u of 50 km/u. Het te kiezen snelheidsregime voor deze wegen is afhankelijk van het verkeersgebruik, het wegprofiel en de omgeving en de mogelijkheden dit in de gewenste richting te beïnvloeden. Erftoegangswegen: overige wegen, 30 km/u. Het plangebied is direct gelegen aan een gebiedsontsluitingsweg met een belangrijke stroomfunctie voor autoverkeer. De route Ring-Cederlaan-Kastanjelaan-PSV-laan is een belangrijke route vanuit de Ring naar Strijp-S, het PSV-stadion en enkele parkeergarages in het centrum van Eindhoven.

De gemeente Eindhoven wil het gebruik van de fiets stimuleren. In de mobiliteitsvisie 'Eindhoven op Weg' is een fietsnetwerk opgenomen dat bestaat 3 soorten fietsroutes. In 52

vastgesteld XII Strijp binnen de Ring 2007 (Hartje Eindhoven) Gemeente Eindhoven

volgorde van belangrijkheid; snelfietsroutes, primaire fietsroutes en secundaire fietsroutes. De PSV-laan vormt onderdeel van een secundaire fietsroute. Deze routes zijn grotendeels vormgegeven door middel van vrij liggende fietspaden of brede fietsstroken. Eindhoven op Weg gaat uit van 2 netwerken voor het openbaar vervoer: een Hoogwaardig Openbaar Vervoer netwerk (HOV-netwerk) en een netwerk van ontsluitende buslijnen. De planlocatie is gelegen aan de HOV verbinding Strijp S – centrum Eindhoven. Op circa 1000 meter van het plangebied is gelegen station Eindhoven centraal en op circa 2000 meter van het plangebied is gelegen station Strijp-S. Door de aanwezigheid van beide treinstations op loopafstand, met directe treinverbindingen naar Den Bosch Centraal, Tilburg Universiteit en Station Weert, vormt het plangebied een ideale uitvalsbasis voor forensen. De aanwezigheid van bushaltes op loopafstand van het plangebied (zal het gebruik van openbaar vervoer stimuleren.

3.7.3

Verkeersafwikkeling

Door de woningprogramma's van Hartje Eindhoven en Eurostaete neemt de verkeersintensiteit in de directe omgeving toe. Het gaat dan voornamelijk om het kruispunt van de Anton Philipslaan en de PSV laan. Inrijdend verkeer rijdt uit oostelijke en westelijke richting vanaf de PSV-laan en de Anton Philipslaan direct Parking Philips Stadion binnen. Bij het verlaten loopt de routing via de Gerard Philipslaan en vervolgens via de genoemde straten in omgekeerde richting. De verkeersgeneratie van beide ontwikkelingen bedraagt 1.455 voertuigen per etmaal (CROW (2018) Toekomstbestendig parkeren – Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie). Het aandeel van Hartje Eindhoven 2.0 bedraagt 589 voertuigbewegingen per etmaal. Deze verkeersgeneratie wordt gecorrigeerd doordat deelmobiliteit wordt ingezet. Het betreft een correctie van 350 voertuigbewegingen. Daarentegen zorgen de deelauto's voor een verkeersgeneratie van 68 voertuigbewegingen per etmaal. Per saldo resulteert dit in een verkeersgeneratie van 589 -/- 350 + 68 = 307 voertuigbewegingen per etmaal. Hiervan wordt 7,7% aan de ochtendspits en 8,6% aan de avondspits toegerekend (CROW (2012) ASVV, figuur 6.2/3). Dit betekent dat de ochtendspits een verkeersgeneratie van 24 voertuigen kent en de avondspits een verkeersgeneratie van 27 voertuigen. Beide aantallen worden tijdens het drukste uur van de spits waargenomen.

In de huidige inregeling van de verkeersregelinstallatie (VRI) wordt voorkeur gegeven aan de doorstroming op de PSV-laan, aangezien dit de hoofdrichting van deze straat is. De afhandeling van het aantal voertuigen in het drukste uur van de spits is verkeerskundig geen probleem. Hierop dient de VRI ingeregeld te worden. Afstemming hierover met de verkeerskundig specialist van de gemeente Eindhoven dient nog plaats te vinden.

3.7.4

Parkeren/Parkeerbeleid

Autoparkeren De ruimte in de stad is beperkt en kostbaar. De gemeente moet dan ook de schaarse ruimte efficiënt gebruiken. Daarom worden bij een plan eisen aan het aantal te realiseren parkeerplaatsen gesteld. Bij besluit van 17 mei 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders de Nota Parkeernormen 2016 vastgesteld. Hierin zijn normen vastgelegd voor parkeren. Deze nota is inmiddels geactualiseerd door de Actualisatie Nota Parkeernormen 2019. De Actualisatie Nota Parkeernormen 2019 is vanaf 4 oktober 2019 van kracht en past in de ontwikkeling naar een groenere, bereikbare en duurzame stad. We hebben te maken met een grote verdichtingsopgave in Eindhoven en tegelijk moeten we het centrum van Eindhoven goed bereikbaar houden. Er is straks minder plaats voor autoverkeer en parkeren in en om het vastgesteld XII Strijp binnen de Ring 2007 (Hartje Eindhoven) Gemeente Eindhoven

53

autoluwe centrum. Daarom streven we nu naar het aanleggen van zo min mogelijk nieuwe parkeerplaatsen en we zetten zoveel mogelijk in op duurzame alternatieve vervoerswijzen: lopen, fietsen en openbaar vervoer. In de nota is dat uitgewerkt in de zogenaamde verplichte "HOV-reductie" (minder parkeerplaatsen bij stations en Hoogwaardig openbaar vervoer-haltes) en het stimuleren van gebruik van deelauto's voor bewoners. Als tweede aanpassing willen we de bestaande (privé) parkeercapaciteit beter en efficiënter gaan benutten ten opzichte van realisatie van parkeerplaatsen op eigen terrein. De derde belangrijke aanpassing is dat ontwikkelaars een bijdrage in het mobiliteitsfonds moeten storten, bij gebruik van reeds aanwezige openbare parkeerplaatsen. Met dat geld willen we onder andere de opbouw van een stadsbreed deelmobiliteit netwerk op weg helpen. In de Actualisatie Nota Parkeernormen 2019 hebben we eveneens de fietsparkeernormen geactualiseerd en gaan daar uitgebreider op toetsen en handhaven. Verder is van belang dat elk bestaand adres of een nieuw adres waar een omgevings-vergunning is afgegeven na 2016 in het POET-overzicht (parkeren op eigen terrein) komt. Adressen uit dit overzicht kunnen geen (nieuwe) parkeervergunning aanvragen en hebben geen recht op een bezoekersregeling binnen betaald parkeergebieden. Bestaande parkeervergunningen worden niet meer verlengd.

Dat gaan we in een vroeg stadium communiceren met de nieuwe bewoners. De gemeente Eindhoven wil de vraag naar parkeergelegenheid faciliteren op een zodanige wijze dat de bereikbaarheid van de stad in zijn geheel als de verschillende delen daarvan (het centrum, de woonwijken, de bedrijventerreinen e.d.) kan worden gewaarborgd en de kwaliteit van de openbare ruimte behouden blijft of verbetert. Bovendien wil de gemeente zorgen voor voldoende flexibiliteit om initiatieven in de stad te faciliteren. Nieuwe woon- en werkvormen moeten mogelijk zijn en het bijbehorende parkeeraanbod dient daarmee in overeenstemming te worden gebracht. Een tekort aan parkeercapaciteit kan een bron van overlast in een (centrum)gebied of (woon)buurt zijn. Een goede sturing en afweging van belangen is noodzakelijk bij het oplossen van het parkeervraagstuk. Parkeernormen zijn daarbij een hulpmiddel. Het doel van het toepassen van de gemeentelijke parkeernormen is ervoor te zorgen dat een (nieuwe of her)ontwikkeling op de beleidsmatig gewenste wijze voorziet in de parkeeropgave en daarmee niet leidt tot parkeeroverlast in de omgeving, waarbij de verkeersaantrekkende werking van de ontwikkeling zo veel mogelijk wordt beperkt. Aan de toetsing voor autoparkeren liggen de volgende uitgangspunten ten grondslag : 1. Een nieuwe planontwikkeling mag geen parkeeroverlast voor de nabije omgeving veroorzaken. 2.

De verkeersaantrekkende werking en het aantal parkeerplaatsen voor een nieuwe ontwikkeling dient maximaal beperkt te worden. De nota “Actualisatie Nota Parkeernormen 2019” legt een transparant toetsingskader vast voor nieuwe planontwikkelingen in Eindhoven. In aansluiting op het bouwproces wordt de parkeeropgave stapsgewijs berekend. Het proces, waarbij de gemeente en initiatiefnemer met elkaar overleg kunnen voeren, leidt tot de parkeeropgave en wordt schematisch weergegeven in onderstaande figuur.

54

vastgesteld XII Strijp binnen de Ring 2007 (Hartje Eindhoven) Gemeente Eindhoven

Uitgangspunt is dat bij nieuwe planontwikkelingen nooit parkeervergunningen en bezoekersregelingen voor parkeren op de openbare weg worden verstrekt. Nieuwe bewoners komen dus in huidige en toekomstige parkeerrestrictiegebieden niet in aanmerking voor een gemeentelijke parkeervergunning dan wel bezoekersregeling. De adressen behorende bij de planontwikkeling worden toegevoegd aan het POET (Parkeren Op Eigen Terrein)-overzicht.

Stap 1: Bepaling normatieve parkeerbehoefte Bij elk plan wordt eerst gekeken welke normatieve parkeerbehoefte er geldt. Per functie wordt het normatieve aantal parkeerplaatsen van het betreffende plan berekend. Dit aantal parkeerplaatsen (op gehele getallen afgerond naar boven) is de parkeerbehoefte die bij het plan hoort. In Eindhoven wordt in de parkeernormering onderscheid gemaakt tussen centrum, schilwijk en restgebied.

Stap 2: Toets dubbelgebruik Het in stap 1 bepaalde aantal (berekende) parkeerplaatsen geeft invulling aan een belangrijk deel van de parkeerbehoefte, maar het kan zijn dat verschillende doelgroepen op andere tijden gebruik kunnen maken van dezelfde parkeerplaatsen. Om dat in beeld te brengen is een toets vastgesteld XII Strijp binnen de Ring 2007 (Hartje Eindhoven) Gemeente Eindhoven

55

nodig van het dubbelgebruik. Dit wil zeggen dat voor alle maatgevende momenten bepaald wordt of er voldoende parkeerplaatsen beschikbaar zijn voor de parkeerbehoefte op het betreffende moment.

Parkeeropgave Met het doorlopen van de stappen 1 en 2 is de theoretische parkeeropgave voor de nieuwe planontwikkeling bepaald die beantwoord aan de doelstelling om een passende parkeeroplossing te bieden en geen parkeeroverlast in de omgeving te veroorzaken. Omdat wordt gestreefd naar een groene en duurzame stad, is het wenselijk waar mogelijk minder parkeerplaatsen te realiseren dan de berekende parkeerbehoefte. In onderstaande stappen zijn de mogelijkheden weergegeven om deze parkeeropgave in te vullen. In alle gevallen geldt dat de voorgestelde parkeeroplossing slechts van toepassing kan worden verklaard, als deze structureel en beheersbaar kan worden gemaakt.

Stap 3: Mobiliteitscorrectie Met een mobiliteitscorrectie wordt de (normatieve) parkeerbehoefte anders ingevuld dan met (reguliere) parkeerplaatsen. Dit kan door de parkeeropgave (deels) op te vangen door: te ontwikkelen nabij haltes van het HOV (Hoogwaardig Openbaar Vervoer) Voor een ontwikkeling in de directe nabijheid van een HOV-halte zijn de volgende correctiefactoren voor de parkeeropgave van toepassing: - binnen 800 m hemelsbreed van station Eindhoven Centraal: - 50% - binnen 400 m hemelsbreed van een HOV-halte en station Strijp S: - 25% door het inzetten van deelauto's voor bewoners, waarbij één deelauto: - in het centrum maximaal 10 parkeerplaatsen vervangt - in de schilwijken maximaal 7 parkeerplaatsen vervangt - in het restgebied maximaal 4 parkeerplaatsen vervangt de inzet van duurzaam alternatief vervoer. Dit is maatwerk, waarbij de omvang van de correctie van het aantal parkeerplaatsen in onderling overleg zal worden bepaald. Met een mobiliteitsplan wordt aangetoond hoe met de mobiliteitscorrectie aan de parkeeropgave wordt tegemoetgekomen. In het centrum en de schilwijken is de initiatiefnemer verplicht om een mobiliteitsplan op te (laten) stellen bij nieuwe ontwikkelingen, waarbij gestreefd wordt naar de maximale inzet van de mobiliteitscorrectie.

Stap 4: Gebruik van bestaande parkeerplaatsen Omdat het gewenst is de bestaande parkeerplaatsen in de stad zo goed mogelijk willen benutten, kan de initiatiefnemer de parkeeropgave ook (deels) invullen met private of openbare ongebruikte parkeerplaatsen. Dit kan door bijvoorbeeld gebruik te maken van een bestaand (privé) parkeerterrein van kantoren voor nieuwe woningen, door overcapaciteit in privé parkeergarages bij woningen, inzet van een openbare parkeergarage of gebruik maken van openbare parkeerplaatsen in de straat. Hier dient rekening te worden gehouden met de acceptabele loopafstanden per functie. Aangetoond moet worden dat de openbare dan wel private parkeerplaatsen tijdens de maatgevende tijdstippen in de huidige situatie onbenut zijn. Bij gebruik van openbare parkeerplaatsen moet door middel van een onafhankelijk parkeeronderzoek aangetoond worden dat de toename niet leidt tot een overschrijding van de maximaal parkeerbezetting van 90%. In de schilwijken en het restgebied staat de gemeente het gebruik van maximaal 10 openbare parkeerplaatsen toe bij een nieuwe planontwikkeling. Uit het parkeeronderzoek moet blijken of dit mogelijk is. Dit maximum is ingevoerd om andere ontwikkelingen ook mogelijk te kunnen maken.

Omdat de openbare ruimte schaars is, dient per benodigde parkeerplaats een bijdrage worden geleverd in het mobiliteitsfonds conform de bedragen genoemd onder stap 6.

56

vastgesteld XII Strijp binnen de Ring 2007 (Hartje Eindhoven) Gemeente Eindhoven

Stap 5: Gebruik eigen terrein Voor de parkeerbehoefte die resteert na het doorlopen van stap 1 t/m 4 kunnen op eigen terrein parkeerplaatsen gerealiseerd worden. Dit worden dan privé parkeerplaatsen voor (deel)auto's. Aangetoond moet worden dat de parkeerplaatsen voldoen aan de minimale afmetingen en goed bereikbaar zijn.

Stap 6: Afkoop Mobiliteitsfonds Indien een plan na stap 5 de parkeeropgave niet (volledig) heeft ingevuld, dient voor het restant van de parkeeropgave in het Mobiliteitsfonds een bijdrage geleverd worden per benodigde parkeerplaats. Vanuit het Mobiliteitsfonds wordt bijgedragen aan de ontwikkeling van stadsbrede duurzame alternatieve mobiliteitsvoorzieningen.

Memo “Hartje Eindhoven 2.0. mobiliteitsoplossingen” In de als bijlage 1 opgenomen memo “Hartje Eindhoven 2.0. mobiliteitsoplossingen” van OQ Parkingsolutions is de parkeerbalans opgenomen. Parkeervoorzieningen betreffende Hartje Eindhoven worden georganiseerd op basis van de gemeentelijke parkeernorm voor schilwijken en een combinatie van grondgebonden en niet-grondgebonden woningen, waarbij zowel bewoners- alsook bezoekers- parkeren in deze norm is opgenomen. De actuele ‘Nota Parkeernormen 2019’ is op 24 september 2019 door het college vastgesteld. De ‘Nota Parkeernormen 2019’ van de gemeente Eindhoven kent daarnaast een overzicht van parkeernormen voor overige functies in en buiten het centrum. Daar waar de lijst niet voorziet in een parkeernorm wordt verwezen naar de parkeerkencijfers in de publicatie ‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’, CROW- publicatie 317 uit oktober 2018, of een eventueel beschikbare herziening van deze publicatie die door het CROW is gepubliceerd. Om de parkeereis van een ontwikkeling te berekenen, heeft de gemeente een rekentool beschikbaar gesteld. Deze tool berekent de parkeerbehoefte die conform de hierboven genoemde Nota Parkeernormen 2019 behoort bij het programma van Hartje Eindhoven. Op basis van bovengenoemd bouwprogramma komt de totale parkeerbehoefte nieuwe situatie uit op 201 parkeerplaatsen.

Het maatgevende moment dat in de parkeerbalans alskritisch wordt beschouwd, uitgaande van het voorliggende programma, is de zaterdagavond. Vervolgens wordt deze parkeerbehoefte gecorrigeerd voor de aanwezigheid van een HOV-station op de PSV-laan alsmede de inzet van 15 deelauto’s. De (15) deelauto’s die worden ingezet, leveren een reductie van 105 parkeerplaatsen. Derhalve resteert een parkeeropgave van 150-105=45 parkeerplaatsen. Deze dient te worden aangevuld met de parkeervraag van de deelauto’s (15). Dit levert in totaliteit een parkeeropgave van 45+15=60 parkeerplaatsen. Deze uiteindelijke parkeerbehoefte wordt afgezet tegen de te realiseren dan wel voor het project beschikbare parkeercapaciteit. In het geval van Hartje Eindhoven gaat het om de beschikbaarheid van 60 parkeerplaatsen in Parking Philips Stadion. De balans voor het project is op deze wijze sluitend, dat wil zeggen dat er géén tekort op de parkeerbalans aanwezig is. De inschattingen van het gebruik van deelauto’s lopen momenteel nog uiteen tussen 1 deelauto op 25 wooneenheden en 1 deelauto op 10 gebruikers. Wanneer deze ratio wordt gekoppeld aan de 264 woningen van Hartje Eindhoven, betekent dit dat 10 à 26 deelauto’s benodigd zijn om aan de vraag te voldoen. Wanneer derhalve voor deze ontwikkeling 15 deelauto’s worden ingezet valt dit binnen de bandbreedte en is het een veilige inschatting.

Uit recente praktijkervaringen van Amber Mobility blijkt dat gemiddeld 1 deelauto per 10 wooneenheden wordt ingezet. Per maand worden gemiddeld 4 aanmeldingen per gebruiker vastgesteld XII Strijp binnen de Ring 2007 (Hartje Eindhoven) Gemeente Eindhoven

57

geplaatst. Per ingezette auto komt dit neer op 42 aanmeldingen per maand. Het kennisplatform CROW gaat in haar ‘Publicatie Handreiking Parkeernormen (november 2018)’ uit van een correctiefactor van 1 op 4 tot 1 op 8. Dit betekent dat de inzet van 1 deelauto leidt tot een reductie van 4 à 8 privé-auto’s. Derhalve kan de beschikbare capaciteit worden beperkt met dit aantal parkeerplaatsen. De balans voor het project is op deze wijze sluitend, dat wil zeggen dat er géén tekort op de parkeerbalans aanwezig is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11741823/1