CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Bestemmingsplan Tongelre binnen de Ring (Tongelresestraat 146-150)

Raadsvergadering 20 december 2022, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel tot vaststelling bestemmingsplan “Tongelre binnen de Ring (Tongelresestraat 146-150)”31.242 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Contact Dat het plangebied volgens de Archeologische Waardenkaart geen archeologische waarde of verwachting heeft, betekent niet dat er geen archeologische resten kunnen worden aangetroffen. Er geldt ten aanzien van archeologie een meldingsplicht voor archeologische toevalsvondsten. Mochten tijdens eventuele grondwerkzaamheden archeologische resten (vondsten, grondsporen et cetera) worden aangetroffen, dan dienen deze (op grond van de meldingsplicht ingevolge art. 5.10 Erfgoedwet 2016) direct gemeld te worden aan de Minister van OCW en bij de (afdeling Omgevingskwaliteit) gemeente Eindhoven. Vervolgens zal bepaald worden of, en zo ja welke, aanvullende maatregelen getroffen dienen te worden.

3.6.2

Cultuurhistorie

Op 18 maart 2008 is de cultuurhistorische waardenkaart van Eindhoven vastgesteld. De kaart dient als beleidskader om bij ruimtelijke ontwikkelingen in de stad rekening te kunnen houden met de cultuurhistorie van Eindhoven. De kaart geeft een overzicht van de historische structuur van wegen en waterlopen, historisch waardevolle stedenbouwkundige en landschappelijke structuren en beschermde stadsgezichten. Bij de samenstelling van de kaart is onder andere gebruik gemaakt van de gegevens van de provinciale cultuurhistorische waardenkaart.

30

vastgesteld Tongelre binnen de Ring (Tongelresestraat 146-150) Gemeente Eindhoven

Uitsnede cultuurhistorische waardenkaart Eindhoven.

Hierboven is een uitsnede van de cultuurhistorische waardenkaart van gemeente Eindhoven opgenomen. Zoals op deze afbeelding te zien is, ligt het plangebied binnen een cultuurhistorisch gebied, namelijk 'aan de weg gerelateerde bebouwing'. Ook de Tongelresestraat is ter plaatse opgenomen als 'historische wegenstructuur voor 1900'. De bebouwing aan de op de cultuurhistorische waardenkaart aangeduide historische radialen en wegstructuren kenmerken zich voor het overgrote deel door een bescheiden maat, kleine variaties in bouwhoogte, rooilijnverschillen, afwisseling in vrijstaande en aaneengesloten bebouwing en een diversiteit aan bouwperioden. Langs deze historische wegstructuren bevindt zich nog een aantal gebouwen die dateren uit de periode voor of rond 1920 en daarmee nog een fysieke verwijzing zijn naar de pre-stedelijke situatie. In maat en positionering, maar ook in de vormgeving van de panden is dit nog duidelijk af te lezen. Daarnaast zijn er panden die in hun verschijningsvorm en gaafheid in belangrijke mate bij dragen aan het zichtbaar en afleesbaar houden van de groei en ontwikkeling van deze historische wegstructuren en radialen in latere perioden. Bovendien zijn het panden met een zorgvuldige architectuur en representeren zij de tijdsperiode waarin ze ontworpen zijn.

Toepassing plangebied Voor het beoogde planvoornemen is een onderzoek naar de ruimtelijke en cultuurhistorische kwaliteit van de (te slopen) zijvleugel van het gebouw De Laak uitgevoerd. Tevens is een beschrijving van de exterieur van de school opgesteld. Deze bijlagen zijn opgenomen bij dit bestemmingsplan. Hierna volgen de belangrijkste resultaten uit het onderzoek. Aan de Tongelresestraat werden op het grondgebied van de parochie van de Heilige Antonius van Paduakerk in 1921 en 1922 een patronaatsgebouw en een school gebouwd. Omdat er in die jaren een grote bevolkingstoename plaatsvond, werd op het terrein enige jaren later, in 1930, een tweede 6-klassige gangenschool gebouwd. De befaamde architecten Louis Kooken en Frans Wolters waren de ontwerpers ervan. In 1968 fuseerden beide scholen en in dat jaar was er voor het eerst sprake van een gemengde school voor jongens en meisjes. De naam van de nieuwe school luidde sedertdien 'Openbare Basisschool De Laak'. Gemeenschapshuis De Ronde opende in 1982 haar deuren in een nieuw gebouw op de plaats van het oude patronaatsgebouw dat in november 1976 was afgebrand. Het schoolcomplex heeft daarna nog een aantal jaren als basisschool dienst gedaan, maar vastgesteld Tongelre binnen de Ring (Tongelresestraat 146-150) Gemeente Eindhoven

31

ook hier sloeg de vergrijzing toe. De laatste jaren heeft het schoolgebouw niet meer als basisschool gediend, maar kreeg het een functie als VTA (vrijetijdsaccommodatie). De VTA "de Ronde" werd ook veelvuldig gebruikt. In het midden van de jaren '80 vonden verbouwingen plaats aan beide scholen. De school aan de straat werd hoofdzakelijk binnen verbouwd en behield zijn uiterlijk. De verbouwingen waren vooral opvallend en ingrijpend aan de dwars staande school. De buitengevels kregen een volledig ander uiterlijk waardoor het karakter van de jarendertigschool verdween. Het ensemble, dat tot die tijd zo opvallend in de wijk had gestaan, was daarmee gescheiden. In de periode van de voorbije negentig jaar is de zuidoostelijke straatwand van de Tongelresestraat sterk veranderd. De school aan de straat laat nog het vertrouwde beeld zien, maar zowel links als rechts daarvan is het karakter gewijzigd. Pas vijftig meter naar links, voorbij de ruime speelplaats, staan nog oorspronkelijke woningen (waarvan er één nieuw gebouwd). Rechts van de school is een oud patronaatsgebouw, ooit gebouwd in de stijl van de school, al weer enkele decennia geleden afgebroken, waarna een nieuw accommodatiecentrum gebouwd werd in een volledig van de omringende bebouwing afwijkende stijl. De speelplaats naast de school toont zich nu als een gapend gat.

De school die nu dwars op de straat staat, mist samenhang met de Tongelresestraat. De oude school aan de straat volgt exact de oriëntatie van de Tongelresestraat en vormt daarmee dus een duidelijk ensemble, maar de zijvleugel doet dat niet. Daarom valt die nauwelijks op in het straatbeeld. Het schoolgebouw aan de Tongelresestraat 148 is van algemeen belang en heeft cultuurhistorische waarde als uitdrukking van katholieke emancipatie in de toenmalige verzuilde samenleving. Het pand heeft architectuurhistorische waarde als voorbeeld van traditionalisme met enkele expressionistische kenmerken en als meer dan gemiddeld belangrijk voorbeeld uit het oeuvre van stadsarchitecten Kooken (i.s.m. Wolters en De Bever). Het pand is beeldbepalend in dit deel van de Tongelresestraat en is stedenbouwkundig dominant. Het pand heeft ensemblewaarde met het latere dwarspand en het hek (ook al zijn beide niet geheel gaaf meer). Het pand is op enkele ondergeschikte wijzigingen na gaaf. Het pand heeft om die reden een aanduiding 'karakteristiek' gekregen op de verbeelding. Aan deze aanduiding is een sloopvergunningsstelsel gekoppeld. Op de plaats waar nu gemeenschapshuis De Ronde staat, werd in 1921 een enkellaags patronaatsgebouw van de parochie Villapark gebouwd. De voorgevel had een brede risaliet met een fronton en een opvallende ruime kap.

Dit patronaatsgebouw vormde een mooi ensemble met de in 1922 gebouwde school ernaast. Samen bepaalden zij het straatbeeld totdat het gesloopt werd na een brand in 1976. De open ruimte tussen de school en de naastgelegen bebouwing (nrs. 152-158) is sinds 1922 als speelplaats van de school gebruikt. De school parallel aan de Tongelresestraat vertoont nog het typerende karakter van een vooroorlogse school. Die wordt gekenmerkt door de lange gangen op de begane grond en op de verdieping waaraan de klaslokalen liggen. De school is gebouwd in de bouwstijl van het traditionalisme en heeft ook expressionistische kenmerken. Karakteristiek zijn de diverse bebouwingsstructuren die in hun maat en schaal, maar ook in hun verschijningsvorm en architectuur een duidelijke weerklank zijn van de tijd waarin ze zijn gerealiseerd. De school die dwars op de straat staat, vormt een geheel met de andere school en heeft ook voor een deel dezelfde geschiedenis. Door de ensemblewerking zouden de beide afzonderlijke delen dan ook een sterker geheel moeten zijn. Maar het uiterlijk van beide scholen verschilt aanzienlijk, aangezien de gevels aan het einde van de twintigste eeuw allemaal vernieuwd zijn. Feitelijk is het enige bouwhistorisch waardevolle onderdeel van de dwarsvleugel niet zichtbaar, omdat dat onder de kap in de zolderconstructie wordt gevonden. De nieuwbouw omarmt het bestaande schoolgebouw.

Samen met de naastgelegen bestaande bebouwing, vormt het complex een symmetrisch geheel aan de Tongelresestraat. Centraal staat het monument, de bestaande school, met de hoogste nok. De nieuwbouw vormt het 32

vastgesteld Tongelre binnen de Ring (Tongelresestraat 146-150) Gemeente Eindhoven

sobere decor, de achtergrond. Dit concept wordt ook in de architectuur van de nieuwbouw doorgezet. De metselwerk gevels zijn sober en rationeel. De gevelopeningen en loggia's zijn repeterend in de gevel aangebracht. De steen is lichter dan de steen van de bestaande school. Oud en nieuw is helder afleesbaar. Echter is het contrast niet te groot, en is het complex duidelijk een ensemble. Achter het hoofdgebouw ontstaat een doorwaadbaar hof. De beoogde nieuwbouw wordt hier, in een parklandschap, rondom het groen in een bescheiden maat gerealiseerd. De nieuwbouw is voorzien van een setback op de bovenste bouwlaag. Dit versterkt het kleinschalige karakter van de tuin.

3.7

Verkeer en parkeren

Verkeer Het plangebied is goed bereikbaar. Volgens de nota 'Eindhoven op Weg' (2013) is de Tongelresestraat aangewezen als buurt- en wijkontsluitingsweg. De toekomstige woningen worden voor auto's via de Rubensstraat ontsloten op de Tongelresestraat. Uitgaande van 2,6 verkeersbewegingen per woning per dag (ingevolge normering CROW) en 32 verkeersbewegingen voor de maatschappelijke functie, genereert deze ontwikkeling een verkeersintensiteit van circa 173 motorvoertuigen per etmaal. Daarnaast komt de voormalige buurt- en schoolfunctie op deze locatie te vervallen waardoor kan worden geconcludeerd dat er geen sprake is van een grote toename. Deze toename kan goed verwerkt worden binnen de huidige infrastructuur en zal niet tot mobiliteitsproblemen leiden. Autoparkeren De ruimte in de stad is beperkt en kostbaar. De gemeente moet dan ook de schaarse ruimte efficiënt gebruiken. Daarom worden bij een bouwplan eisen aan het aantal te realiseren parkeerplaatsen gesteld. Daarbij dienen de parkeernormen uit de Nota Parkeernormen 2019 gehanteerd te worden. De parkeernormen uit 2016 zijn geactualiseerd, maar wel met voorwaarden om parkeeroverlast in woonwijken te voorkomen. Flexibele parkeernormen maken ontwikkelingen mogelijk die goed zijn voor de stad. Ook is het wenselijk dat er niet meer parkeerplekken worden gerealiseerd in de stad dan nodig.

Dan blijft er meer ruimte over voor bijvoorbeeld groen of recreatie. Tot slot wordt duurzame mobiliteit gestimuleerd, dus meer lopen, fietsen en openbaar vervoer-gebruik. Ontwikkelingen op locaties die goed bereikbaar zijn per openbaar vervoer, die goede voorzieningen hebben voor fietsers en bijvoorbeeld deelauto's aanbieden, hebben minder ruimte nodig voor parkeren. Dat betekent ook dat bewoners op zo'n nieuwe locatie geen recht hebben op een gemeentelijke parkeervergunning of bezoekersregeling indien betaald parkeren wordt ingevoerd. Zo wordt meer mogelijk gemaakt en wordt gezorgd voor een goede leefbaarheid in wijken en buurten. Voor onderhavige ontwikkeling is een parkeerberekening uitgevoerd die als bijlage onderdeel uitmaakt van deze toelichting. Bij deze berekening is uitgegaan van het programma op basis van het meest actuele inrichtingsplan voor het beoogde planvoornemen. Dat betreft de 54 woningen en de 260 m2 maatschappelijke functie voor het buurthuis. De gezamenlijke ontmoetingsruimte die is bedoeld voor de bewoners (senioren) is hierin niet meegenomen, want deze leveren geen extra auto- of parkeerbewegingen op, de bewoners wonen er tenslotte zelf al. Het kan zijn dat er in de toekomst meer woningen komen en minder bvo aan maatschappelijke functies.

Indien hiervan sprake zal zijn zal dit niet leiden tot een grotere parkeerbehoefte, omdat de maatschappelijke functie (buurthuis) volgens de parkeernormen vastgesteld Tongelre binnen de Ring (Tongelresestraat 146-150) Gemeente Eindhoven

33

meer parkeerplaatsen nodig heeft dan de drie vervangende woningen. Uit de berekening is gebleken dat er een parkeerbehoefte is aan 50 parkeerplaatsen. In het plangebied worden 3 deelauto's ingezet, waardoor er een reductie plaatsvindt van 21 parkeerplaatsen. De overige benodigde parkeerplaatsen worden op eigen terrein gerealiseerd. Hiermee wordt voldaan aan de Nota Parkeernormen 2019.

Situatieschets parkeeroplossingen Fietsparkeren Vanuit de parkeertool zijn 186 stallingen benodigd voor fietsen. Het beoogde planvoornemen voorziet in 80 fietsparkeerplaatsen in een collectieve fietsenstalling, 55 individuele bergingen waarbinnen de bewoners hun fietsen kunnen stallen en buiten in het openbaar gebied worden ook nog 60 fietsparkeerplaatsen gerealiseerd. Hiermee wordt voldaan aan de Nota Parkeernormen 2019. Ook zal voldaan worden aan Kwaliteitseisen inpandige fietsenstallingen.

34

vastgesteld Tongelre binnen de Ring (Tongelresestraat 146-150) Gemeente Eindhoven

3.8

Groen

3.8.1

Groenbeleidsplan

Begin 2017 is een actualisatie van het Groenbeleidsplan door de gemeenteraad vastgesteld. Dit Groenbeleidsplan 2017 is gemaakt met de veranderende rol van de overheid in het achterhoofd. Het voorziet in vier sporen "het verhaal van de stad", wat de waarde van groen is, welke ambitie de gemeente daarmee heeft en het daadwerkelijke groenbeleid. De doelen van het Groenbeleidsplan 2017 zijn: richting geven aan ontwikkelingen en ambities formuleren; faciliteren van de ontwikkeling van Eindhoven als gezonde, klimaatadaptieve en groene stad om zo de vitaliteit en het welzijn van haar bewoners naar een hoger plan te kunnen brengen; aanknopingspunten bieden voor beheer en inrichting; groen en groenontwikkelingsmogelijkheden voor Eindhoven duurzaam veiligstellen waar het moet en flexibiliteit bieden waar het kan; partners in de stad inspireren en stimuleren: inwoners, bedrijfsleven, kennis- en onderwijsinstellingen en overheid. Het Groenbeleidsplan 2017 blijft na vaststelling van kracht tot de gemeenteraad anders beslist; het streven is een geldigheid van 10 jaar of langer. Het plan heeft in principe betrekking op al het groen van Eindhoven, dus niet alleen het groen in eigendom van de gemeente. Omdat niet al het groen bescherming krijgt door een specifieke groenbestemming en de gemeente enkel directe invloed heeft op haar eigen eigendommen, is niet al het groen automatisch beschermd.

In het Groenbeleidsplan 2017 zijn onder andere procesafspraken genoemd die een relatie hebben met een ruimtelijke procedure. Het betreft een procesafspraak over groenplannen bij ontwikkeling van gebouwen of gebieden en de procesafspraak over de groenregelingen voor bomen (Verordening Bomen en Nadere regels bomen) en de Regeling Groencompensatiefonds. De genoemde groenplannen dienen een toelichting van de groene inrichting van een ontwikkeling te geven. Behoud van het bestaande groen is het uitgangspunt, evenals het (door)ontwikkelen van de groene kwaliteiten waar nodig. Het Groenbeleidsplan 2017 geeft in een kaart met zes ruimtelijke strategieën de kaders voor de ruimtelijke ontwikkeling in relatie tot groen. Onderhavig plangebied is grotendeels gelegen binnen de strategie 'Stad, rood beeldbepalend'. Strategie: Stad, rood beeldbepalend In deze gebieden heeft groen een ondersteunende functie aan de stedelijke identiteit ('aankledingsgroen') of een recreatieve functie voor de woonomgeving (parken). Het beleid is gericht op behoud van de bestaande structuur, kwaliteit, identiteit en functionaliteit. Uiteindelijk moet het groen in deze meer stenige gebieden omspoeld zijn door grotere groenstructuren die deel uitmaken van de groene dooradering die op de groene wiggen aansluit. Binnen de aangeduide groenarme buurten wordt gestreefd naar uitbreiding van het groenareaal.

Onderhavig plangebied is tevens aangeduid als groenarme buurt.

vastgesteld Tongelre binnen de Ring (Tongelresestraat 146-150) Gemeente Eindhoven

35

Uitsnede ruimtelijke strategieën Groenbeleidsplan 2017

Beleidsregel groencompensatie Het Groenbeleidsplan 2017 omschrijft het beleid voor de combinatie van verdichten en vergroenen. Dit betekent dat voor iedere woning die wordt toegevoegd, er wordt gestreefd naar ten minste 4 tot 8 m² toegevoegd groen. Ook kent de gemeente een regeling voor groencompensatie ((Beleidsregel groencompensatie), die kortweg inhoudt dat groen, dat plaats moet maken voor een ontwikkeling, door de ontwikkelende partij moet worden gecompenseerd, fysiek en/of financieel. Gezien het voorgaande is een Groenplan opgesteld. De rapportage van het groenplan is als bijlage bij deze toelichting gevoegd. Voor het huidige planvoornemen geldt een compensatienorm van (maximaal) 440 m² groen. Beoogd wordt circa 2.760 m² groen op maaiveld te realiseren en circa 1.375 m2 aan groene daken. Dit is een toename van meer dan 3.000 m² ten opzichte van de huidige situatie. Gelet op het voorgaande voldoet dit plan aan het Groenbeleidsplan en Beleidsregel groencompensatie.

3.8.2

Beleid Bomen

Het gemeentelijk beleid ten aanzien van bomen is vastgelegd in de Verordening Bomen 2021. Deze is op 6 april 2021 door de gemeenteraad vastgesteld en de verordening met bijbehorende regels is op 23 april 2021 in werking getreden. De Verordening en (uitwerking daarvan in) nadere regels voor compensatie is van toepassing op bomen die niet vallen onder de regelgeving van de Wet natuurbescherming (Wnb). De Wet natuurbescherming is van toepassing op: bossen die buiten de 'bebouwde kom Wnb' liggen; alle beplantingen van bomen die groter zijn dan 10 are; bomen in een rijbeplanting, als de rij uit meer dan 20 bomen bestaat. Voor bomen geldt dus of de Wet natuurbescherming of de Verordening Bomen 2021. Voor het vellen van bomen dient, behoudens een aantal vrijstellingen, een melding te worden gedaan bij de Provincie Noord Brabant. Er is een herplantplicht van toepassing. Verordening Bomen 2021 In de Verordening Bomen 2021 is de bescherming van bomen geregeld, doordat voor het kappen van bomen een omgevingsvergunning nodig is. Daarbij kan ook nog worden gezorgd voor herplant van de te kappen bomen (compensatieplicht). De verordening bevat regels over hoe wordt omgegaan met overlast door bomen, de compensatieplicht bij kap, de 36

vastgesteld Tongelre binnen de Ring (Tongelresestraat 146-150) Gemeente Eindhoven

indieningvereisten bij een vergunningaanvraag, de beoordeling (weigeringsgronden) van een kapaanvraag en het aanbrengen van verlichting in bomen. Conform de verordening is een vergunning voor kappen van bomen nodig als: bomen vanaf 45 cm stamomtrek op gemeentegrond of op particuliere percelen groter dan 250 m2; een houtopstand die voor de eerste keer wordt teruggesnoeid tot op de hoofdtakken of stam; een houtopstand, ongeacht de stamomtrek, die is aangelegd op grond van een herplant-, compensatie en/of instandhoudingsplicht op grond van artikel 6 of een overeenkomst met het college. voor het voorhanden of in voorraad hebben dan wel het vervoeren van een gekapte houtopstand of delen ervan met een plantenziekte is een omgevingsvergunning vereist, voor zover deze plantenziekte zich kan verspreiden is wel een vergunning nodig. Groene kaart Er is een groene kaart waarop ter informatie het volgende is aangegeven: Groenstructuur van de gemeente Eindhoven (groene wiggen, groene dooradering en hoofgroenstructuur); Groenarme gebieden; Centrumgebied; Bebouwde komgrens Wet natuurbescherming; (Particuliere) percelen groter dan 250 m2.

De informatie op de groene kaart is nodig om: Te duiden waar de waardevolle bomen staan; Te duiden waar de monumentale bomen staan; Inzicht te geven in de Bebouwde komgrens wet natuurbescherming; Inzicht te geven in de gebieden waar een compensatiefactor geldt in het geval financiële compensatie aan de orde is, het centrumgebied en de groenarme gebieden. Om de kaart actueel te houden wordt de informatie over de bomen op de kaart en de kadastrale situatie op de kaart, zeer frequent bijgewerkt. Zo blijft de kaart up-to-date en betrouwbaar voor zowel interne als externe gebruikers. Compensatieplicht bomen Door het kappen van bomen gaat groen verloren. Het weggevallen groen moet in beginsel worden gecompenseerd. Aan een omgevingsvergunning voor het kappen van een houtopstand (bomen) kunnen voorschriften worden verbonden. Onder andere kan een compensatieplicht worden opgelegd. In de Nadere regels Verordening bomen 2021 is bepaald wanneer een compensatieplicht ontstaat en hoe die wordt bepaald. Nadere regels voor compensatie De Verordening is uitgewerkt in nadere regels voor compensatie. Deze zijn op 21 april 2021 vastgesteld door het college en op 23 april 2021 in werking getreden. Het college mag op basis van de Verordening bomen 2021 compensatie opleggen zoals uitgewerkt in de 'Nadere Regels voor compensatie'.

Beoordeling plangebied Binnen en rondom het plangebied zijn bomen gesitueerd. Ten behoeve van de realisatie zijn vastgesteld Tongelre binnen de Ring (Tongelresestraat 146-150) Gemeente Eindhoven

37

werkzaamheden noodzakelijk binnen de kwetsbare boomzone. Voor het beoogde planvoornemen zijn middels een bomeninventarisatie en een Bomen Effect Analyse (BEA) de bomen in kaart gebracht die invloed gaan ondervinden van de herontwikkeling. Deze rapportage is als bijlage bij deze toelichting gevoegd. Hierna volgen de belangrijkste conclusies uit deze rapportage. De bomen die in het onderzoek zijn opgenomen hebben voornamelijk een goede tot redelijke conditie en kwaliteit. De levensverwachting van deze bomen bedraagt meer dan 15 jaar bij ongewijzigde groeiplaatsomstandigheden. Eén boom verkeert in een matige conditie, de levensverwachting bedraagt 5- 15 jaar. De kwaliteit is als matig beoordeeld. Enkele bomen zijn als risico- of attentieboom geregistreerd door de aanwezigheid van afgestorven takken in de kroon of een gevormde plakoksel. Visuele verzwakkingen, zoals inscheuring van de aanhechting, van de plakoksel zijn niet waargenomen. Van acuut gevaar op uitbreken is geen sprake, uitbreken van de plakoksel wordt op korte termijn niet verwacht. Het beeld wat ontstaat naar aanleiding van de inventarisatie is dat op de projectlocatie een gevarieerd bomenbestand aanwezig is dat zowel ecologisch als esthetisch een bijdrage levert aan de omgeving. Met name de wilg en de zwarte els zijn zeer markante exemplaren in de stedelijke omgeving.

Bij de inrichting van het huidige terrein zijn vermoedelijk geen extra voorzieningen getroffen waardoor de bomen onbelemmerd tot gezonde, volwassen exemplaren uit kunnen groeien. Dit heeft visueel gezien nog geen zichtbaar effect op de conditie van de bomen, met uitzondering van één boom. Bomen met een goede en redelijke conditie kunnen duurzaam worden behouden, mits de groeiplaats duurzaam wordt ingericht. Zoveel mogelijk aanwezige bomen op het terrein blijven volledig en onaangetast aanwezig in het nieuwbouwplan, echter met uitzondering van een aantal bomen (9 stuks) die moeten wijken als gevolg van de nieuwbouw.

Compensatieplicht In het Groenbeleidsplan 2017 zijn richtlijnen en procesafspraken opgenomen. De Beleidsregel Groencompensatie is een uitwerking van het Groenbeleidsplan die voortkomt uit deze afspraken. Voorwaarde bij ingrepen in het groen is dat de groene kwaliteiten tenminste worden gehandhaafd door de nieuwe ontwikkeling integraal te ontwerpen, inclusief groen. Als groen niet gehandhaafd kan blijven moet compensatie plaatsvinden van het groen dat verloren gaat. Daarnaast is een compensatieplicht opgenomen in de Verordening Bomen 2021. Dit houdt in dat een compensatieplicht geldt indien het om een 'rode reden' gaat. In dit geval worden 9 bomen gekapt waarvoor een omgevingsvergunning benodigd is. De te kappen bomen zullen worden gecompenseerd in het nieuwe plan door aanplant van nieuwe bomen op de locatie in de binnentuin.

3.9

Kabels, leidingen en straalpaden

Binnen het plangebied zijn geen planologisch relevante kabels, leidingen of straalpaden aanwezig. Het planvoornemen wordt dan ook niet belemmerd door de aanwezigheid van kabels, leidingen en straalpaden.

38

vastgesteld Tongelre binnen de Ring (Tongelresestraat 146-150) Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 4

Milieuparagraaf

4.1

Milieueffectrapportage

4.1.1

Wettelijk kader

Met een milieueffectrapportage (m.e.r.) worden de milieugevolgen van een plan in beeld gebracht. De m.e.r. is gebaseerd op Europese regelgeving. In Nederland is de m.e.r. geregeld in de Wet milieubeheer (Wm) en in het Besluit m.e.r.. De Wm gaat vooral in op de procedure en de inhoudsvereisten. In het Besluit m.e.r. is geregeld in welke gevallen een m.e.r. moet worden opgesteld. Bij het Besluit m.e.r. is een bijlage opgenomen waarin de criteria voor een m.e.r.-plicht (onderdeel C) en een m.e.r.-beoordelingsplicht (onderdeel D) staan. Een beoordelingsplicht houdt in dat moet worden nagegaan of er sprake is van (mogelijke) belangrijke milieugevolgen. Als deze niet kunnen worden uitgesloten, dan geldt een m.e.r.-plicht. De onderdelen C en D zijn onderverdeeld in 4 kolommen: Kolom 1: de activiteit zelf Kolom 2: drempelwaarden activiteit Kolom 3: de kaderstellende plannen (zoals een bestemmingsplan) Kolom 4: de besluiten De drempelwaarden van activiteiten die zijn opgenomen in onderdeel D zijn indicatief. Indien een activiteit wordt genoemd in onderdeel D, maar beneden de drempelwaarde van kolom 2 valt, moet een vormvrije m.e.r.-beoordeling plaatsvinden. Dit geldt zowel voor kaderstellende plannen, zoals een bestemmingsplan, als voor besluiten. In dit kader zijn met name 11.2 van onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r. van belang.

Het gaat daarbij om de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.

Stedelijk ontwikkelingsproject Uit de jurisprudentie volgt dat of er sprake is van een (wijziging van een) stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van Besluit m.e.r. afhangt van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als aard, omvang en locatie van de voorziene wijzigingen van de stedelijke ontwikkeling een rol spelen. Daarbij is van belang dat het ruimtebeslag van de voorziene bebouwing beperkt is en dat de voorziene ontwikkeling gepaard gaat met een beperkte bebouwing op het perceel. Hieronder wordt ingegaan op deze aspecten. Dit bestemmingsplan voorziet in de realisatie van maximaal 54 wooneenheden en maximaal 260 m2 aan maatschappelijke voorzieningen (buurtcentra) op een locatie waar in de huidige situatie reeds twee ruime gebouwen met een maatschappelijke functie aanwezig waren. Het ruimtebeslag van de voorziene bebouwing is daardoor beperkt. Het plangebied ligt daarnaast in hoog stedelijk gebied. Een dergelijke stedelijke ontwikkeling past daardoor goed in het aanwezige stedelijke woonmilieu. Geconcludeerd kan worden dat er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject als in de zin van het Besluit m.e.r. Het planvoornemen zal wat betreft verkeer aansluiten op de aanwezige infrastructuur. De infrastructuur heeft voldoende capaciteit en hoeft hierdoor niet te worden opgeschaald. Het plangebied is goed bereikbaar.

De parkeerbehoefte die deze ontwikkeling met zich mee brengt wordt goed opgelost.

vastgesteld Tongelre binnen de Ring (Tongelresestraat 146-150) Gemeente Eindhoven

39

Tenslotte wordt nog opgemerkt dat de uitgevoerde onderzoeken aantonen dat het realiseren van deze woningen op de locatie voldoet aan de wettelijke eisen vanuit milieuoogpunt. Op basis hiervan, en op basis van de overige in dit Hoofdstuk 4 behandelde milieu- en omgevingsaspecten, kan geconcludeerd worden dat het milieubelang van de beoogde ontwikkeling in voldoende mate is afgewogen.

4.2

Bedrijven en milieuzonering

Op basis van milieuzonering wordt bepaald welke categorieën bedrijven en/of inrichtingen in het plangebied zijn toegestaan. Dit houdt in dat er voldoende ruimtelijke scheiding moet zijn tussen milieubelastende bedrijven/inrichtingen en woongebieden. Hoe zwaarder de toegestane milieucategorie, hoe groter de afstand. Bij het bepalen van deze afstand wordt gebruik gemaakt van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering', editie 2009. In deze brochure worden richtafstanden gegeven tot de omgevingstypen rustige woonwijk en gemengd gebied. De bedrijven zijn op basis van de Standaard Bedrijfs Indeling (SBI-codes) in de richtafstandentabel gerangschikt. Per bedrijfsactiviteit is voor elke ruimtelijk relevante milieucomponent (geur, stof, geluid en gevaar) een richtafstand aangegeven. Deze afstand moet in beginsel worden aangehouden tussen een bedrijf en milieugevoelige objecten (veelal woningen) om hinder en schade aan mensen binnen aanvaardbare normen te houden. Bij het bepalen van deze richtafstanden zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: het betreft 'gemiddelde' moderne bedrijfsactiviteiten met gebruikelijke productieprocessen en voorzieningen; de richtafstanden hebben betrekking op het omgevingstype 'rustige woonwijk'; de richtafstanden bieden in beginsel ruimte voor normale groei van de bedrijfsactiviteiten.

Bij een gemengd gebied geldt een kortere afstand dan bij een rustige woonwijk. Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies voor. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen behoren ook tot gemengd gebied. Toepassing plangebied Dit bestemmingsplan voorziet in de realisatie van maximaal 54 wooneenheden en maximaal 260 m2 aan maatschappelijke voorzieningen (buurtcentra) op een locatie waar in de huidige situatie twee ruime gebouwen met een maatschappelijke functie aanwezig waren. Omgevingstype De locatie heeft in de huidige situatie een maatschappelijke bestemming en is bebouwd t.b.v. een voormalig buurtcentrum en school. Het plangebied is gelegen aan de Tongelresestraat, een radiaal met een variatie aan verschillende functies. Aan de zuidzijde zijn tevens verschillende gemengde functies aanwezig met op ca. 120 meter afstand het begin van bedrijventerrein 'De Kade'. Het omringende gebied is derhalve te typeren als 'gemengd gebied', zodat originele richtafstanden met één afstandsstap worden verlaagd bij de toetsing met dit projectvoornemen.

De richtafstanden gelden volgens de VNG-brochure tussen enerzijds de grens van de bestemming die bedrijven toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunningvrij bouwen mogelijk is.

40

vastgesteld Tongelre binnen de Ring (Tongelresestraat 146-150) Gemeente Eindhoven

Tongelresestraat 144 en 142/142a Op de hoek van Tongelresestraat 144, 142 en 142a met de Rubensstraat zijn drie functies aanwezig in vorm van een winkel (tabakszaak), afhaalrestaurant en een dienstverlenend bedrijf. Het betreft inrichtingen in de milieucategorie 1 volgens de hiervoor genoemde VNG-brochure. Voor milieucategorie 1 geldt een richtafstand van 10 meter. Na verlaging van één afstandsstap is er echter sprake van een richtafstand van 0 meter. Daar het projectgebied grenst aan deze locatie kan aan de richtafstand worden voldaan. Tongelresestraat 152 Aan de Tongelresestraat 152 is 'Hamam Eindhoven' gevestigd. Het betreft inrichtingen in de milieucategorie 2 volgens de hiervoor genoemde VNG-brochure. Voor milieucategorie 2 geldt een richtafstand van 30 meter. Na verlaging van één afstandsstap is er echter sprake van een richtafstand van 10 meter. In dit specifieke geval betreft het het aspect 'geluid'. Aan deze laatste richtafstand wordt niet voldaan in de toekomstige situatie. Een badhuis dient normaliter op basis van de VNG-uitgave "Bedrijven en Milieuzonering" te worden aangemerkt als "Fitnesscentra, badhuizen en sauna-baden". Ook hier geldt dat de VNG-uitgave uitgaat van middelgrote inrichtingen en in voorliggend geval sprake is van een kleinschalige inrichting.

Gelet op het kleinschalige karakter van de voorziening, die in de bestaande situatie al gelegen is aan een woonbestemmingen en waarbij alles inpandig aanwezig is, zal geen tot nauwelijks sprake zijn van milieubelasting op de omgeving. Volledigheidshalve wordt hieronder wel ingegaan op het aspect geluid. Normstelling VNG wanneer niet kan worden voldaan aan richtafstand geluid Wanneer niet aan de richtafstand voor geluid kan worden voldaan, beveelt de VNG-publicatie de volgende normstelling aan voor het gebiedstype gemengd gebied: 50 dB(A) langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT); 70 dB(A) maximaal geluidsniveau (LAmax) (piekgeluiden); 50 dB(A) ten gevolge van verkeersaantrekkende werking. Wanneer aan deze normen wordt voldaan, is een goed woon- en leefklimaat gewaarborgd. Wet milieubeheer en Activiteitenbesluit De Wet milieubeheer (Wm) geldt voor alle activiteiten die plaatsvinden binnen een 'inrichting', zoals dat is beschreven in artikel 1.1 van de Wm. Een badhuis is een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer. Daarom zijn primair de geluidsnormen uit het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Barim), ook wel Activiteitenbesluit milieubeheer genoemd, van toepassing.

In artikel 2.17 van het Activiteitenbesluit zijn regels opgenomen ten aanzien van de maximale geluidsproductie die mag optreden als gevolg van de in de inrichting aanwezige installaties en toestellen, alsmede door de in de inrichting verrichte werkzaamheden en activiteiten en laaden losactiviteiten ten behoeve van en in de onmiddellijke nabijheid van de inrichting. Specifiek zijn in dit geval de geluidsnormen als bepaald in artikel 2.17, lid 1 onder a van het Activiteitenbesluit aan de orde, tenzij het badhuis is gelegen op een gezoneerd industrieterrein of een bedrijventerrein. In dit geval ligt het badhuis niet op een gezoneerd bedrijven- of industrieterrein. Artikel 2.17, lid 1 onder a van het Activiteitenbesluit bepaalt dat de geluidniveaus op bepaalde plaatsen en tijdstippen niet meer mogen bedragen dan de in tabel 2.17a van het Activiteitenbesluit aangegeven waarden. Het gaat om het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) en het maximaal geluidsniveau LAmax ten aanzien van (in- en aanpandige) gevoelige gebouwen in de perioden 7.00 tot 19.00 uur, 19.00 tot 23.00 uur en 23.00 tot 7.00 uur. Een woning is op basis van artikel 1.1 van het vastgesteld Tongelre binnen de Ring (Tongelresestraat 146-150) Gemeente Eindhoven

41

Activiteitenbesluit in combinatie met artikel 1 van de Wet geluidhinder te typeren als een (geluids)gevoelig gebouw.

Geluidsituatie plangebied in relatie tot badhuis Om een goed woon- en leefklimaat te kunnen garanderen ter plaatse van het plangebied, moet voldaan worden aan de het voornoemde langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) van 50 dB (A) en het maximale geluidsniveau (LAmax) van 70 dB(A). Deze waarden komen overeen met het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau en het maximale geluidsniveau ten aanzien op de gevel van gevoelige gebouwen in de periode 7.00 tot 19.00 uur. Voor de perioden 19.00-23.00 uur en 23.00-07.00 uur gelden zelfs strengere normen dan de etmaalwaarden die in de VNG-publicatie zijn aangegeven. Dit betekent dat het badhuis in het kader van het Activiteitenbesluit in de huidige situatie niet meer geluid mag produceren dan de waarden die ter plaatse van onderhavig plangebied als norm gelden waarbinnen een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd. Met andere woorden; ter plaatse van onderhavig plangebied kan een goed woon- en leefklimaat worden gegarandeerd, ervan uitgaande dat het badhuis aan de regels conform het Activiteitenbesluit voldoet. Bovendien is in de bestaande situatie reeds een woning (Tongelresestraat 154) direct tegen het pand van het badhuis gelegen. De nieuw te bouwen woningen komen 1 meter van het pand te liggen.

Zodoende vindt er dan ook een vergelijkbare situatie van het woon- een leefklimaat plaats ten opzichte van de bestaande situatie. Omgekeerde werking Voorgaand is beoordeeld of ter plaatse van het plangebied een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd, gelet op het naastgelegen badhuis. Daarnaast is het van belang dat onderhavig planvoornemen geen negatief effect zal hebben op de ontwikkelingsmogelijkheden van het naastgelegen badhuis. Gelet op het feit dat het bedrijf aan twee zijden tegen een woonbestemming is gelegen, zal onderhavig plan het badhuis niet belemmeren in de ontwikkelingsmogelijkheden. De woning aan de Tongelresestraat 154 is direct tegen het pand van het badhuis gelegen. De nieuw te bouwen woningen komen 1 meter van het pand te liggen. De bestaande woning aan de Tongelresestraat 154 is daarom ook maatgevend. Onderhavig plan zorgt niet voor een onevenredige belemmering van de ontwikkelingsmogelijkheden van het naastgelegen badhuis. Pieter Breughelstraat 22 Aan de Pieter Breughelstraat is tentenverhuurbedrijf Van Rooij gevestigd. Het betreft inrichtingen in de milieucategorie 2 volgens de hiervoor genoemde VNG-brochure. Voor milieucategorie 2 geldt een richtafstand van 30 meter. Na verlaging van één afstandsstap is er echter sprake van een richtafstand van 10 meter. In dit specifieke geval betreft het het aspect 'geluid'.

Aan deze laatste richtafstand wordt voldaan in de toekomstige situatie. Willem van Konijnenburglaan (Bedrijventerrein De Kade) Aan de Willem van Konijnenburglaan zijn verschillende bedrijven aanwezig die onderdeel zijn van bedrijventerrein 'De Kade'. Het meest nabij gelegen bedrijf betreft een verkooppunt 42

vastgesteld Tongelre binnen de Ring (Tongelresestraat 146-150) Gemeente Eindhoven

motorbrandstoffen zonder lpg. Voor deze inrichting geldt de milieucategorie 2, met een richtafstand van 30 meter, hetgeen in de huidige situatie neerkomt op een afstand van 10 meter. De afstand van de beoogde woningen tot dit bedrijf betreft circa 120 meter. Overige bedrijven die hier zijn toegestaan betreft bedrijven in de milieucategorie 3.1, met een richtafstand van 50 meter, hetgeen in de huidige situatie neerkomt op een afstand van 30 meter. Ook de ligging van deze bedrijven vormen geen belemmeringen voor onderhavig planvoornemen. Conclusie Gelet op het voorgaande wordt geconcludeerd dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Aan de richtafstanden wordt voldaan, waardoor enerzijds sprake is van een goed woon- en leefklimaat, en anderzijds worden niet-woonfuncties niet in de bedrijfsvoering belemmerd.

4.3

Geluid

4.3.1

Wettelijk kader

De normstelling voor geluid is geregeld in de Wet geluidhinder, de Wet milieubeheer en de Wet luchtvaart. Het betreft normen voor industrielawaai, weg- en railverkeerslawaai en luchtvaartlawaai. Er wordt uitgegaan van voorkeursgrenswaarden, waarvan in een aantal gevallen met ontheffing tot een bepaalde maximum hoogte, mag worden afgeweken. De normstelling heeft tot doel nieuwe geluidhindersituaties en daarmee gezondheidsschade te voorkomen. Om dit doel te bereiken worden zones gedefinieerd, waarbinnen plannen met geluidgevoelige bestemmingen moeten worden getoetst aan de normen. Volgens de Wet geluidhinder gelden er voorkeursgrenswaarden en maximale ontheffingswaarden. Bij de voorkeursgrenswaarde mag worden verondersteld dat het percentage gehinderden beperkt is. Wanneer een maximale ontheffingswaarde wordt overschreden dan is er sprake van een locatie die in beginsel niet geschikt is voor de vestiging van een geluidgevoelige bestemming. Bij plannen met geluidbelastingen in de bandbreedte tussen voorkeursgrenswaarde en maximale ontheffingswaarde moet er een nadere afweging worden gemaakt in hoeverre bronen/of overdrachtmaatregelen kunnen worden getroffen om de geluidbelastingen te beperken. Voorbeelden van bronmaatregelen zijn een stiller wegdek en een verlaging van de snelheid bij auto's. Geluidschermen en geluidwallen zijn voorbeelden van overdrachtsmaatregelen.

Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in realisatie van wooneenheden. Deze zijn geluidsgevoelig in de zin van de Wgh. Voor wegverkeerslawaai is het plan gelegen binnen de geluidzone van de Tongelresestraat. Om die reden is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. De rapportage van dit onderzoek is als bijlage bij deze toelichting gevoegd. Hierna wordt ingegaan op de resultaten van de deelaspecten wegverkeerslawaai en industrielawaai. 4.3.2

Wegverkeerslawaai

Voor wegverkeerslawaai is het plan gelegen binnen de geluidzone van de Tongelresestraat. Het plan is tevens gelegen in de nabijheid van de 30 km/uur wegen Rubensstraat en Valklaan. Voor de 30 km/uur wegen Rubensstraat en Valklaan geldt dat de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer op deze wegen de richtwaarde van 48 dB op geen enkele gevel van de nieuwe appartementen overschrijdt. Bovendien kan voor 30 km/uur wegen geen hogere waarde worden verleend, aangezien deze wegen niet zoneplichtig zijn. Voor de Tongelresestraat geldt dat de geluidbelasting op de gevels van een aantal appartementen de voorkeursgrenswaarde van 48 dB met maximaal 12 dB overschrijdt. De vastgesteld Tongelre binnen de Ring (Tongelresestraat 146-150) Gemeente Eindhoven

43

maximale ontheffingswaarde van 63 dB voor nieuwbouw in stedelijk gebied wordt hierdoor nergens overschreden. Derhalve is het mogelijk om een beschikking hogere waarde aan te vragen bij de gemeente indien de toepassing van overdrachts- of bronmaatregelen gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting onvoldoende doeltreffend is dan wel overwegende bezwaren ontmoet en wordt voldaan aan de voorwaarden uit het gemeentelijk geluidbeleid. Op de gevels van enkele overige appartementen geldt dat de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer op de Tongelresestraat de voorkeursrenswaarde van 48 dB op geen enkele gevel van de appartementen overschrijdt. Derhalve is voor deze appartementen een procedure hogere waarde niet van toepassing. Het aanleggen van een geluidwal of geluidscherm (overdrachtsmaatregelen) gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer tot de voorkeursgrenswaarde ontmoet in de onderhavige situatie overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, landschappelijke en financiële aard. Het vergroten van de afstand tussen geluidbron en ontvanger is in onderhavige situatie niet mogelijk c.q. doeltreffend. Voor het toepassen van stiller wegdek (bronmaatregel) geldt dat de voorkeurgrenswaarde nog altijd wordt overschreden. Deze geluidreducerende maatregel is derhalve eveneens niet doeltreffend.

Het toepassen van een stiller wegdek ontmoet bovendien overwegende bezwaren van financiële aard. Op de voorgevels van enkele appartementen wordt een geluidbelasting berekend van meer dan 53 dB ten gevolge van het wegverkeer op de Tongelresestraat. Deze appartementen beschikken over een geluidluwe achtergevel. Wanneer een verblijfsruimte met een te openen deel aan de achtergevel wordt gesitueerd, wordt voor deze appartementen voldaan aan de eisen uit het gemeentelijk geluidbeleid. Op de voorgevels van andere appartementen wordt de grenswaarde van 53 dB eveneens overschreden. Deze appartementen beschikken niet zondermeer over een geluidluwe gevel. Ter plaatse van deze woningen is het mogelijk een geluidluwe zijde te creëren door middel van maatwerk toepassingen. Bij toepassing van deze maatregelen om een geluidluwe zijde te creëren dient de oplossing voorafgaand aan de vergunningsaanvraag ter goedkeurig worden voorgelegd aan de gemeente. Tot slot dient conform het gemeentelijk geluidbeleid te worden getoetst of de gecumuleerde geluidbelasting de maximaal toelaatbare grenswaarde van 63 dB voor wegverkeerslawaai niet overschrijdt. De cumulatieve geluidbelasting bedraagt maximaal 61 dB incl. aftrek conform artikel 110g Wgh. De maximale toelaatbare grenswaarde uit het gemeentelijk geluidbeleid wordt derhalve niet overschreden.

Bij akkoord van de gemeente op maatwerk oplossingen om geluidluwe zijden te creëren wordt voldaan aan de voorwaarden uit het gemeentelijk geluidbeleid. Derhalve wordt onderbouwd verzocht hogere waarde te verlenen conform artikel 110a, lid 5 van de Wet geluidhinder. Aangezien in onderhavige situatie voor een gedeelte van de woningen sprake is van een procedure hogere waarde, is voor deze woningen een aanvullend onderzoek nodig ter bepaling van de geluidwering van de gevels. Bij toepassing van de juiste geluidwerende materialen en maatregelen (conform een nader onderzoek) is vervolgens een goed akoestisch woon- en leefklimaat gewaarborgd.

4.3.3

Railverkeerslawaai

Het plangebied ligt op ongeveer 500 meter van het spoorwegemplacement, waarvoor een zonebreedte aan weerszijden van 300 meter. Het plangebied is dan ook niet gelegen binnen deze zone. Het aspect railverkeerslawaai is dan ook niet aan de orde voor onderhavig plan. 44

vastgesteld Tongelre binnen de Ring (Tongelresestraat 146-150) Gemeente Eindhoven

4.3.4

Industrielawaai

Het plangebied is vlakbij bedrijventerrein De Kade gelegen. Binnen dit bedrijventerrein is het gezoneerde industrieterrein DAF/Kanaaldijk Noord gelegen, waarvoor bij besluit van 26 augustus 1986 door Gedeputeerde Staten een geluidzone is vastgesteld. Voorliggend bestemmingsplan ligt niet binnen deze geluidzone. Daarnaast zijn de activiteiten van FrieslandCampina, waarvoor één van de geluidzone was vastgesteld, inmiddels gestaakt en is deze vergunning ingetrokken. 4.3.5

Luchtvaartlawaai

Het plangebied ligt op hemelsbreed circa 8 km van de luchthaven Eindhoven. Dit is een militair vliegveld met medegebruik door de burgerluchtvaart (Eindhoven Airport). Vanaf 1 november 2009 geldt de Wet luchtvaart. Deze wet omvat een nieuw stelsel van besluitvorming en normen voor alle luchthavens, met uitzondering van Schiphol. Conform de systematiek van deze wet is voor luchthaven Eindhoven één luchthavenbesluit vastgesteld met een militaire geluidsruimte voor militair vliegverkeer en een burgergeluidsruimte voor het commercieel burgermedegebruik. Het luchthavenbesluit is op 26 september 2014 vastgesteld. Met dit besluit is de 35Ke-geluidszone rond de luchthaven vastgelegd als grens van de geluidsbelasting van het gezamenlijke militaire en civiele vliegverkeer. Het plangebied ligt niet binnen deze vastgestelde geluidszone (35Ke-contour). Deze geluidszone werkt daarom niet belemmerend voor onderhavig plangebied.

4.4

Luchtkwaliteit

4.4.1

Wettelijk kader

Hoofdstuk 5 (met name onder titel 5.2) van de Wet milieubeheer bevat bepalingen over luchtkwaliteit. Dit hoofdstuk voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Het Rijk, provincies en gemeenten werken in het NSL-programma samen aan maatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren. Dit gebeurt zodanig dat voldaan wordt aan de daartoe gestelde normen, ook in gebieden waar nu de normen voor luchtkwaliteit niet worden gehaald (overschrijdingsgebieden). De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Hierdoor kunnen ruimtelijke ontwikkelingen doorgang vinden, terwijl ondertussen maatregelen ter verbetering van de luchtkwaliteit worden uitgevoerd. Sinds 1 januari 2015 moet voldaan worden aan de Europese grenswaarden: voor stikstofdioxide (NO2) geldt een jaargemiddelde van 40 microgram/m3, voor fijnstof (PM10) geldt een jaargemiddelde van 40 microgram/m3 en een daggemiddelde van 50 microgram/m3. Het daggemiddelde mag jaarlijks maximaal 35 keer worden overschreden. Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt met ingang van 1 januari 2015 een blootstellings-concentratieverplichting van ten hoogste 20 microgram per m3, gedefinieerd als gemiddelde blootstellingsindex. 4.4.2

Besluit niet in betekenende mate bijdragen

In artikel 4 van het 'Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' en de bijlagen van de 'Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' zijn voor bepaalde categorieën projecten grenzen vastgesteld. Op grond daarvan kan worden gesteld dat deze een 'niet in betekenende mate bijdragen' (NIBM) leveren aan de luchtverontreiniging. Deze projecten mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Dit geldt onder andere voor: woningbouwlocaties die niet meer dan 1500 nieuwe woningen omvatten in de situatie met 1 ontsluitingsweg; woningbouwlocaties die niet meer dan 3000 nieuwe woningen omvatten in de situatie met 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling; kantoorlocaties die niet meer dan 100.000 m2 bruto vloeroppervlakte omvatten bij vastgesteld Tongelre binnen de Ring (Tongelresestraat 146-150) Gemeente Eindhoven

45

minimaal 1 ontsluitingsweg en kantoorlocaties die niet meer dan 200.000 m2 bruto vloeroppervlakte omvatten bij minimaal 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling. Wanneer projecten wel in betekenende mate bijdragen aan de luchtkwaliteit, dient luchtonderzoek uitgevoerd te worden en moet worden getoetst aan de normen.

Kort samengevat dienen nieuwe plannen te worden beoordeeld op basis van artikel 5.16 van de Wet milieubeheer. Luchtkwaliteitseisen vormen geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkelingen mits: er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL.

4.4.3

Besluit gevoelige bestemmingen

Met deze Algemene Maatregel van Bestuur wordt de vestiging van zogeheten 'gevoelige bestemmingen' in de nabijheid van provinciale en rijkswegen beperkt. Dit heeft consequenties voor de ruimtelijke ordening. Het 'Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen)' is gebaseerd op artikel 5.16a van de Wet milieubeheer. Het besluit is gericht op de bescherming van mensen met een verhoogde gevoeligheid voor stikstofdioxide en fijnstof. Het gaat met name om kinderen, ouderen en zieken. Het besluit voorziet in zones waarbinnen luchtkwaliteitsonderzoek nodig is als een 'gevoelige bestemmingen' wordt mogelijk gemaakt. Voor rijkswegen geldt een zone van 300 meter aan weerszijden en langs provinciale wegen 50 meter, gemeten vanaf de rand van de weg. De volgende gebouwen met de bijbehorende terreinen zijn aangemerkt als 'gevoelige bestemming': scholen, kinderdagverblijven, en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Het gaat hierbij niet om bestemmingen in de meest enge zin van het woord, maar om alle vergelijkbare functies, ongeacht de exacte aanduiding ervan in bestemmingsplannen en andere besluiten. Van doorslaggevend belang is de (voorziene) functie van het gebouw en het bijbehorende terrein. In de context van dit besluit worden ziekenhuizen, woningen en sportaccommodaties niet als gevoelige bestemming gezien.

In aanvulling op het Besluit gevoelige bestemmingen is er een Brabantse “Handreiking gevoelige bestemmingen luchtkwaliteit” opgesteld (maar in Eindhoven (nog) niet vastgesteld). Deze Handreiking heeft als uitgangspunt geheel nieuwe bestemmingen voor kinderen en ouderen (conform de AmvB gevoelige bestemmingen) niet te situeren binnen 50 meter van de wegrand van drukke gemeentelijke wegen (als eerstelijns bebouwing) of binnen 300 meter van snelwegen, ongeacht de berekende concentraties. 4.4.4

Goede ruimtelijke ordening

Naast toetsing aan de 'Wet luchtkwaliteit' en het 'Besluit gevoelige bestemmingen' dient altijd te worden onderzocht of sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Het principe van een 'goede ruimtelijke ordening' blijft naast toetsing aan de 'Wet luchtkwaliteit' en het 'Besluit gevoelige bestemmingen' onverkort gelden. De Wet ruimtelijke ordening (Wro), art. 3.1, schrijft voor dat een bestemmingsplan moet voldoen aan de criteria voor goede ruimtelijke ordening. Die verplichting heeft in dit verband betrekking op situaties waarop het Besluit gevoelige bestemmingen niet ziet, maar die vanuit het oogpunt van goede ruimtelijke ordening onwenselijk zijn, bijvoorbeeld de bouw van woningen langs een snelweg, of de bouw van een school langs een drukke binnenstedelijke weg. In het algemeen is het verstandig om terughoudend te zijn met de vestiging van gevoelige bestemmingen nabij drukke (snel)wegen. De Gezondheidsraad concludeert niet voor niets dat ook bij concentraties beneden de grenswaarden gezondheidsschade kan optreden. 46

vastgesteld Tongelre binnen de Ring (Tongelresestraat 146-150) Gemeente Eindhoven

4.4.5

Planbeschrijving en toetsing

Het planvoornemen ziet op de realisatie van maximaal 54 woningen en maximaal 260 m2 maatschappelijke voorzieningen. Op basis hiervan kan worden gesteld, voor zover daarvan al sprake is, dat deze ontwikkeling 'niet in betekenende mate bijdraagt' aan de luchtverontreiniging. Het project mag dan ook zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Aangezien woningen in de zin het Besluit gevoelige bestemmingen niet als een gevoelige bestemming worden gezien, hoeft niet aan dit besluit getoetst te worden. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied bepaald met de monitoringstool van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit. Met behulp van de monitoringstool kan inzicht worden gekregen in de concentraties van de luchtverontreinigende stoffen waarvoor grenswaarden zijn opgenomen in de Wet milieubeheer. Uit de monitoringstool volgt dat ter hoogte van de Jeroen Boschlaan zowel in de huidige situatie als voor 2030 de jaargemiddelde concentraties van NO2 en PM10 onder de grenswaarden van 35 microgram per kubieke meter lucht liggen. Het aantal dagen per jaar dat de etmaalgemiddelde concentratie van PM10 groter is dan 50 microgram per kubieke meter lucht ligt eveneens ruimschoots onder de grenswaarde van 35 dagen per jaar.

De grenswaarde van 25 microgram per kubieke meter lucht als jaargemiddelde concentratie voor PM2,5 wordt eveneens niet overschreden. Uit de monitoringstool blijkt dat de optredende concentraties NO2 en PM10 ter plaatse van het plangebied ruim onder de in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5, titel 5.2) gestelde grenswaarden liggen. Gesteld kan worden dat ter plaatse van het plangebied vanuit het oogpunt van luchtkwaliteit sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Op basis van het voorgaande kan worden geconcludeerd dat het plan ten aanzien van luchtkwaliteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening.

Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor dit plan.

4.5

Externe veiligheid

Externe veiligheid gaat over het beperken en beheersen van risico's en effecten van calamiteiten, en over het bevorderen van de veiligheid van personen in de omgeving van activiteiten met gevaarlijke stoffen (inrichtingen, transportroutes en buisleidingen). Dat gebeurt door te voorkomen dat te dicht bij gevoelige bestemmingen activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden, door de zelfredzaamheid te bevorderen en door de calamiteitenbestrijding te optimaliseren. In deze paragraaf wordt ingegaan op externe veiligheid in relatie tot verschillende risicovolle bronnen en/of objecten in en nabij het plangebied. Hierbij wordt ook een beschrijving gegeven van het wettelijk kader op gebied van externe veiligheid. Tot slot wordt het groepsrisico verantwoord. 4.5.1

Wettelijk kader

Op nationaal niveau zijn verschillende wetten en regels ten aanzien van externe veiligheid. Voor bedrijven geldt het Besluit externe veiligheid inrichtingen (BEVI; oktober 2004). Voor transport is het Besluit externe veiligheid transportroutes van toepassing (Bevt; april 2015). Voor buisleidingen moet worden getoetst aan het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb; januari 2011). Bij externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt tussen het Plaatsgebonden risico en het Groepsrisico.

vastgesteld Tongelre binnen de Ring (Tongelresestraat 146-150) Gemeente Eindhoven

47

Plaatsgebonden Risico (PR) Dit is een maat voor de kans dat iemand dodelijk getroffen kan worden door een calamiteit met een gevaarlijke stof. De gestelde norm is een ten minste in acht te nemen grenswaarde (PR 10-6/jr) die niet mag worden overschreden ten aanzien van 'kwetsbare objecten', alsmede een zoveel mogelijk te bereiken richtwaarde (PR 10-6/jr) ten aanzien van 'beperkt kwetsbare objecten'; Groepsrisico (GR) Dit is een maat voor de kans dat een grotere groep tegelijkertijd dodelijk getroffen kan worden door een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht. Het externe veiligheidsbeleid richt zich op het voorkomen en beheersen van risicovolle bedrijfsactiviteiten en van risicovol vol transport (vervoer gevaarlijke stoffen in leidingen en weg/ spoor en vaarweg). Dit betekent dat elke 'nieuwe' ontwikkeling getoetst moet worden aan de normen voor plaatsgebonden risico (PR) en groepsrisico (GR). Indien verwacht wordt dat nabij een 'nieuwe' ontwikkeling gevaarlijke stoffen worden opgeslagen, verwerkt, bewerkt, gebruikt of getransporteerd, dan is een onderzoek naar de risico's noodzakelijk. Voor het PR geldt een grenswaarde voor kwetsbare objecten en een richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. De grenswaarde mag in geen geval worden overschreden.

In Nederland zijn weinig locaties waar conflicten zijn met het plaatsgebonden risico. Vooral rond LPG tankstations zijn veelal knelpunten aanwezig. Bij het GR zal, bij beoordeling van nieuwe ontwikkelingen, rekening moeten worden gehouden met een oriënterende waarde. Voor de oriënterende waarde geldt dat afwijken alleen mogelijk is met een degelijke motivering. Vooral in dichtbevolkte en intensief gebruikte gebieden zoals stadscentra kan er spanning zijn tussen de aanwezigheid van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten en het GR.

Beleidsvisie externe veiligheid Met de visie Externe veiligheid 'Risico's op de maat genomen' wordt richting en uitwerking gegeven aan een verantwoorde, veilige, integrale invulling van duurzame ruimtelijke ontwikkeling passend binnen de Brainportontwikkelingen en het Programma Brabant veiliger. In de visie wordt aangegeven waar ruimte bestaat voor nieuwe risicovolle bedrijvigheid en onder welke veiligheidsverhogende condities dat mogelijk is. Tevens wordt aangegeven op welke locaties in de stad geïnvesteerd dient te worden in een beter niveau van beheersbaarheid. Tot slot wordt beschreven waar de veiligheid in de bestaande woonomgeving door het 'aanpakken' van bestaande knelpunten kan worden verbeterd.

4.5.2

Beoordeling

Met de realisatie van onderhavig plan zal de populatiedichtheid in de dag- en nachtperiode toenemen. De beoogde woningen liggen echter niet binnen een invloedsgebied of plaatsgebonden risicocontour van een buisleiding, een inrichting of transportroute. Externe veiligheid vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

48

vastgesteld Tongelre binnen de Ring (Tongelresestraat 146-150) Gemeente Eindhoven

4.6

Duurzaamheid

De ambities van de gemeente op het gebied van duurzaamheid zijn vastgelegd in het raadsprogramma Duurzaamheid. Een duurzame stad is een stad die rekening houdt met de behoeften van de huidige generatie zonder die van toekomstige generaties in gevaar te brengen. Onderstaande tekst legt concreet uit wat we als stad willen en waar dat op gebaseerd is. 1. CO2 reductie Het klimaat verandert door de toegenomen uitstoot van CO2. Dat gaat sneller dan we gedacht hadden. De temperatuur op aarde neemt toe waardoor de weersomstandigheden extremer worden: meer hitte, meer droogte, hevigere neerslag, meer stormen enz. Om de gevolgen van de klimaatverandering beperkt te houden, moet de CO2 uitstoot drastisch dalen. Wereldwijd zijn eind 2015 afspraken gemaakt om te pogen het probleem van klimaatverandering zoveel mogelijk te beperken: het klimaatakkoord van Parijs. Eindhoven onderschrijft dat akkoord door de in 2016 vastgestelde Klimaatverordening040. Hierin is vastgelegd dat de CO2 emissie van de stad teruggedrongen moet worden met 55% in 2030 en 95% in 2050. Referentiepunt daarbij is de emissie in het jaar 1990. De gemeenteraad heeft in het Klimaatplan 2021-2025 de doelstellingen van de klimaatverordening uitgewerkt.

1A) Aardgasloze verwarming Om de vereiste 95% reductie in CO2 uitstoot te realiseren is op termijn een volledig aardgasloze verwarming van de gebouwde omgeving noodzakelijk. We zetten daar als gemeente op in en dit is nadrukkelijk ook het Rijksbeleid. Per 1 juli 2018 is de Wet voortgang energietransitie in werking getreden. Te bouwen bouwwerken (in gewone taal: nieuwbouw) voor kleinverbruikers – woningen, winkels, kantoren – mogen niet langer worden aangesloten op aardgasnetten. Daarnaast streeft de gemeente er nadrukkelijk naar te voorkomen dat ALLE nieuwe ontwikkelingen nog op aardgas worden aangesloten. In het Klimaatplan 2021-2025 heeft de gemeenteraad vastgelegd dat 'zoveel mogelijk voorkomen moet worden dat nieuwbouw nog wordt aangesloten op aardgas'. Het is voor bouwers en ontwikkelaars verstandig om zich te realiseren dat aardgas uitgefaseerd zal gaan worden en ook daar waar het nog niet wettelijk is bepaald nu al aardgasloos te bouwen of in ieder geval zodanig dat een alternatieve warmtevoorziening in de toekomst zonder grote ingrepen mogelijk is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11996595/1