Bijlage 1 - Bestemmingsplan Kempenbaan-Oost
Tekst van het document
48
vastgesteld Kempenbaan-Oost Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 5
5.1
Juridische planbeschrijving
Algemeen
Het bestemmingsplan "Kempenbaan-Oost" is te typeren als een gedetailleerd plan. De methodiek van het bestemmingsplan is gebaseerd op de SVBP2012. Waar dat noodzakelijk is wordt afgeweken van de standaard en is specifiek ingespeeld op de situatie binnen het onderhavige plangebied.
5.2
Planmethodiek
Er is, conform de Wro, gekozen voor een analoge en digitale verbeelding van het plan. Aan de bestemmingen zijn bouw- en gebruiksregels gekoppeld die direct inzichtelijk maken welke ontwikkelingen zijn toegestaan. Verbeelding en regels bieden een directe bouwtitel voor bebouwing en gebruik. Al dan niet in combinatie met een nadere - eisen - regeling.
5.3
Verbeelding
Op de analoge en digitale verbeelding hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. Deze aanduidingen hebben slechts juridische betekenis indien en voor zover hier in de regels naar wordt verwezen. In verband met de leesbaarheid is het plan op een topografische ondergrond getekend. De bestemmingen en de aanduidingen zijn ingedeeld in hoofdgroepen volgens de SVBP2012 en zijn op de verbeelding opgenomen in het renvooi. Opgemerkt wordt dat de analoge en digitale verbeelding qua verschijning van elkaar verschillen. Dit heeft ermee te maken dat de manier van raadplegen anders is. De digitale verbeelding is juridisch bindend.
5.4
Planregels
De planregels zijn ondergebracht in inleidende regels, bestemmingsregels, algemene regels en overgangs- en slotregels. De Inleidende regels bestaan uit begrippen en de wijze van meten. Dit is om te voorkomen dat er discussie ontstaat over de interpretatie van de regels. In "Begrippen" wordt een omschrijving gegeven van de in de regels gehanteerde begrippen. Als in de regels begrippen voorkomen die niet in dit artikel zijn opgenomen, dan geldt hiervoor de uitleg/interpretatie conform het normale taalgebruik. In "Wijze van meten" zijn de te gebruiken meetmethodes opgenomen. De regels bij de bestemmingen worden hierna afzonderlijk toegelicht. In geval meerdere dubbelbestemmingen en gebiedsaanduidingen gelijktijdig van toepassing zijn op een gebied of in het geval dat er meerdere bepalingen van toepassing zijn binnen één bouwperceel, geldt dat deze bepalingen qua rangorde gelijk zijn aan elkaar. Dit betekent dat aan alle voorwaarden uit de relevante bepalingen voldaan moet worden. Logischerwijs heeft dit tot gevolg dat de meest beperkende bepaling geldt. Hoofdstuk 1 - Inleidende regels Hoofdstuk 1 bevat twee artikelen. In het eerste artikel zijn de begrippen opgenomen die van belang zijn voor de toepassing van het plan. Het tweede artikel betreft de wijze van meten, waarin wordt aangegeven hoe bij de toepassing van de bestemmingsregels wordt gemeten. Hoofdstuk 2 - Bestemmingsregels
vastgesteld Kempenbaan-Oost Gemeente Eindhoven
49
In hoofdstuk 2 zijn regels gegeven voor de binnen het plangebied voorkomende bestemmingen, zoals die zijn aangegeven op de verbeelding. Per bestemming zijn in de bestemmingsomschrijving de toegelaten gebruiksvormen van de gronden aangegeven. Daarnaast is per bestemming bepaald welke vormen van bebouwing zijn toegestaan. Hoofdstuk 3 - Algemene regels Hoofdstuk 3 bevat een aantal algemene regels: Anti-dubbeltelregel: dit artikel regelt dat grond die is meegerekend bij het toestaan van een bouwplan, niet nogmaals kan worden meegerekend bij de beoordeling van een later bouwplan. Algemene bouwregels: dit artikel geeft een aantal bouwregels die een algemene werking hebben, en dus niet in één of meer specifieke bestemmingen worden gegeven. Het artikel bevat een regeling voor ondergronds bouwen en voor bestaande maten. In de bestaande maten-regeling is bepaald dat, als bestaande maten van bebouwing afwijken van de planregels, deze maten als minimum dan wel maximum mogen worden aangehouden. Hiermee wordt voorkomen dat legale situaties onbedoeld onder het overgangsrecht worden gebracht. Algemene gebruiksregels: in de algemene gebruiksregels is aangegeven dat gebruik in overeenstemming met een functie-aanduiding wordt aangemerkt als gebruik overenkomstig de bestemming.
Algemene aanduidingsregels: in dit artikel zijn regels opgenomen die samenhangen met de gebiedsaanduiding op de verbeelding. Er is een (signalerende) regeling opgenomen ter plaatse van de boringsvrije zone in verband met de bescherming van het grondwater ('milieuzone - boringsvrije zone'). Algemene afwijkingsregels: dit artikel geeft een algemene regeling voor het afwijken van de bouwregels. Overige regels: in de overige regels is een parkeerregeling opgenomen en is bepaald dat, als een omgevingsvergunning voor bouwen wordt verleend, moet worden voorzien in voldoende waterberging of andere maatregelen die bijdragen aan de klimaatbestendigheid. Hoofdstuk 4 - Overgangs- en slotregels Hoofdstuk 4 van de regels bevat twee artikelen. In het eerste artikel is het overgangsrecht opgenomen, zoals dat ingevolge het Besluit ruimtelijke ordening is voorgeschreven. Het tweede artikel bevat de slotregel. In de slotregel is aangegeven hoe de regels kunnen worden aangehaald.
5.5
De bestemmingen
Opbouw bestemmingsbepalingen: Voor de enkelbestemmingen en dubbelbestemmingen geldt een vaste opbouw. Niet alle elementen hoeven hierbij steeds te worden opgenomen. Verkeer Binnen deze bestemming zijn de gronden bestemd voor wegen, fiets- en voetpaden, pleinen en overige verblijfsgebieden en verkeers- en parkeervoorzieningen. Daarnaast zijn bijbehorende voorzieningen als geluidwerende voorzieningen, groenvoorzieningen en water en waterhuishoudkundige voorzieningen toegestaan. In de bestemmingsomschrijving is vastgelegd dat Meerveldhovenseweg/Karel de Grotelaan (gemeente Eindhoven) maximaal 2 x 2 doorgaande rijstroken mogen hebben. De overige wegen in het plangebied mogen bestaan uit maximaal 2 x 1 doorgaande rijstroken. Naast deze doorgaande rijstroken zijn binnen het wegprofiel parallelrijbanen, busstroken en busbanen en doelgroepenstroken toegestaan. Daarnaast zijn ter plaatse van kruisingen extra rijstroken toegestaan. Het kan daarbij bijvoorbeeld gaan om opstelstroken en invoegstroken die in het verlengde van deze opstelstroken liggen. In het ontwerp zijn op de kruising van de Kempenbaan met De Run 1100 bijvoorbeeld 3 opstelstroken voor rechtdoorgaand verkeer 50
vastgesteld Kempenbaan-Oost Gemeente Eindhoven
voorzien. Na het kruisingsvlak voegt het verkeer op de 3e rijstrook weer in naar de 2 doorgaande rijstroken. Daarnaast zijn in- en uitvoegstroken en op- en afritten toegelaten. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - autosnelweg' is een auto(snel)weg toegestaan, waarvoor geen beperkingen gelden ten aanzien van het aantal rijstroken. Deze aanduiding is opgenomen voor de gronden ter plaatse van het viaduct van de A2/N2. Er mogen gebouwen ten dienste van het openbaar nut worden opgericht, zoals wachthuisjes voor busdiensten en gebouwtjes voor energie-, waterdistributie en telecommunicatie. Daarnaast mogen gebouwen worden gebouwd ten dienste van het openbaar vervoer (bijvoorbeeld liftgebouwen om het verdiept gelegen fiets- en voetpad onder de Kempenbaan aan te sluiten op de hoger gelegen busbaan) en ten dienste van het langzaam verkeer (bijvoorbeeld een fietsenstalling indien dit een gebouw betreft). Tevens mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden opgericht zoals verkeers- en wegaanduidingen, verlichting en (langzaamverkeers- en voetgangers)bruggen. Waterstaat - Waterstaatkundige functie De voor deze bestemming aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het beheer en onderhoud van watergangen, met de bijbehorende voorzieningen, zoals bermen, schouwpaden en beschoeiing.
Op of in deze gronden mogen, in afwijking van het bepaalde in de afzonderlijke bestemmingen, geen gebouwen worden gebouwd met uitzondering van gebouwen die ten dienste staan van deze bestemming met een bouwhoogte van maximaal 2 m. Voorwaardelijke verplichting waterberging In de overige regels is een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor de aanleg van waterberging bij de bouw van bouwwerken. Op grond van deze verplichting mag er alleen gebouwd worden als er voldoende waterberging is aangelegd, eventueel in combinatie met andere maatregelen die bijdragen aan het klimaatbestendig maken van de stad. Deze verplichting is ontleend aan paragraaf 5.5 en de beleidsregel “Klimaat robuust (her)inrichten en ruimtelijk ontwikkelen” in bijlage 5 van het Gemeentelijk Rioleringsplan Eindhoven 2019-2022 (verder: GRP). Bij bouwwerken met een oppervlakte van 150 m² of meer moet in principe een waterberging aangelegd worden tot 75 mm per m² oppervlakte van het bouwwerk. Voor bouwwerken met een oppervlakte tussen 50 m² en 150 m² geldt een lagere bergingseis: daar moet in principe worden voorzien in een waterberging tot 25 mm per vierkante meter bouwoppervlakte. In groenarme gebieden geldt een hogere eis, omdat daar een grotere opgave ligt.
Een deel van de vereiste waterberging kan worden gecompenseerd met andere maatregelen die in lijn zijn met het beleid voor klimaatadaptatie, dat is beschreven in de beleidsregel Klimaat robuust (her)inrichten en ruimtelijk ontwikkelen. Hierbij kan worden gedacht aan bijvoorbeeld het aanplanten van nieuwe bomen (die zorgen voor vasthouden van regenwater en beschaduwing) of het aanleggen van gevelgroen. De exacte omvang van de benodigde waterberging en de omvang van andere maatregelen is sterk afhankelijk van de kenmerken van het bouwplan en de locatie. De wijze waarop de benodigde maatregelen moeten worden bepaald, is uitgewerkt in de genoemde beleidsregel. De gemeente heeft een rekentool beschikbaar gesteld waarmee initiatiefnemers eenvoudig kunnen nagaan wat de omvang van de maatregelen moet zijn, op basis van een aantal gegevens van hun initiatief en de locatie. Deze rekentool is te raadplegen op https://rekentool.eindhovenduurzaam.nl. De rekentool is dynamisch van aard, dat wil zeggen dat deze kan worden aangepast.
vastgesteld Kempenbaan-Oost Gemeente Eindhoven
51
52
vastgesteld Kempenbaan-Oost Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 6
Economische uitvoerbaarheid
Ingevolge het bepaalde in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening gaat een bestemmingsplan vergezeld van een toelichting waarin ook inzicht wordt gegeven in de uitvoerbaarheid van het plan. Hierna wordt inzicht gegeven in de financiële uitvoerbaarheid van het plan. De kosten voor het project bestaan uit onder meer kosten voor de aanleg van de weg, kunstwerken en planvorming en bedragen in totaal circa € 27 miljoen. Dit bedrag wordt gedekt uit het in december 2018 opgestelde Maatregelenpakket Bedrijventerrein De Run. Het plan is hiermee economisch uitvoerbaar.
vastgesteld Kempenbaan-Oost Gemeente Eindhoven
53
54
vastgesteld Kempenbaan-Oost Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 7
7.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Overleg ex artikel 3.1.1. Bro
Het concept bestemmingsplan is overeenkomstig artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening in vooroverleg gezonden naar de betrokken instanties. Er zijn reacties ontvangen van de provincie Noord-Brabant, Waterschap De Dommel, Rijkswaterstaat, de Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost, Defensie en de Gasunie. De vooroverlegreacties zijn samengevat en beantwoord in een nota van vooroverleg, die als bijlage 12 bij deze toelichting is opgenomen. De provincie Noord-Brabant, de Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost, Defensie en de Gasunie hebben geen inhoudelijke opmerkingen op het voorontwerpbestemmingsplan en stemmen in met het plan. Rijkswaterstaat en Waterschap De Dommel hebben wel enkele inhoudelijke opmerkingen geplaatst. Naar aanleiding van deze opmerkingen (met name die van het waterschap) is het ontwerpbestemmingsplan op onderdelen gewijzigd. Zo is de waterparagraaf geactualiseerd en zijn alle A-watergangen in het plangebied op verzoek van het waterschap bestemd als 'Water'.
7.2
Inspraak
Per 1 oktober 2008 is de "Verordening Samenspraak en Inspraak gemeente Eindhoven 2008" in werking getreden. Het doel hiervan is het betrekken van burgers bij de besluitvorming. Het voorontwerpbestemmingsplan 'Kempenbaan-Oost' is in 2019 naar diverse instanties toegestuurd in het kader van het vooroverleg. Trefpunt Groen Eindhoven heeft positief geadviseerd over het bestemmingsplan. Zowel het bestemmingsplan als ook het concept DO van de weg isin de eerste week van de inzagetermijn toegelicht en gepresenteerd in een informatiebijeenkomst op 10 september 2020. Eerder is het voorlopig ontwerp van de weg gepresenteerd in een informatiebijeenkomst in januari 2019.
7.3
Vaststelling
Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft overeenkomstig artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening van 10 september 2020 tot en met 21 oktober 2021 ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn is iedereen in de gelegenheid gesteld om digitaal, schriftelijk of mondeling een zienswijze ten aanzien van het ontwerpbestemmingsplan kenbaar te maken. Waterschap De Dommel heeft een zienswijze ingediend, maar heeft deze per brief d.d. 9 april 2021 weer ingetrokken omdat de door het waterschap gewenste voorwaardelijke verplichting al voldoende is uitgewerkt in artikel 10.4 van de planregels van het ontwerpbestemmingsplan. Verder zijn tijdens de periode van terinzagelegging geen zienswijzen ontvangen.
vastgesteld Kempenbaan-Oost Gemeente Eindhoven
55
56
vastgesteld Kempenbaan-Oost Gemeente Eindhoven
Bijlagen bij de toelichting
Bijlage 1
Verkeerskundig onderzoek
Bijlage 2
(Aanmeld)notitie vormvrije m.e.r.-beoordeling
Bijlage 3
Historisch bodemonderzoek
Bijlage 4
Verkennend bodem-, asbest- en asfaltonderzoek
Bijlage 5
Akoestisch onderzoek
Bijlage 6
Natuurtoets
Bijlage 7
Nader onderzoek marterachtigen en iepenpage
Bijlage 8
Onderzoek stikstofdepositie
Bijlage 9
Ecologische voortoets stikstof
Bijlage 10
Notitie externe veiligheid
Bijlage 11
Onderzoek luchtkwaliteit
Bijlage 12
Nota van vooroverleg
Deze bijlagen zijn te raadplegen op de landelijke website www.ruimtelijkeplannen.nl
vastgesteld Kempenbaan-Oost Gemeente Eindhoven
57
58
vastgesteld Kempenbaan-Oost Gemeente Eindhoven
Regels
vastgesteld Kempenbaan-Oost Gemeente Eindhoven
59
60
vastgesteld Kempenbaan-Oost Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 1
Artikel 1 1.1
Inleidende regels
Begrippen
plan:
het bestemmingsplan Kempenbaan-Oost met identificatienummer NL.IMRO.0772.80352-0301 van de gemeente Eindhoven. 1.2
bestemmingsplan:
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels. 1.3
aanduiding:
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4
aanduidingsgrens:
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5
antenne-installatie:
installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een of meer techniekkasten opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie. 1.6
antennedrager:
antennemast of andere constructie bedoeld voor de bevestiging van een antenne. 1.7
bebouwing:
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.8
bestaande situatie (bebouwing en gebruik):
a. bij bebouwing: zoals legaal aanwezig op het tijdstip van de ter inzagelegging van het ontwerpplan, dan wel zoals die mag worden gebouwd krachtens een vóór dat tijdstip aangevraagde vergunning; b. bij gebruik van grond en opstallen: zoals aanwezig op het tijdstip dat het plan rechtskracht heeft verkregen. 1.9
bestemmingsgrens:
de grens van een bestemmingsvlak. 1.10
bestemmingsvlak:
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.11
bodemingreep:
werken of werkzaamheden, die een bodemverstorende werking kunnen hebben op het aanwezige archeologische bodemarchief.
vastgesteld Kempenbaan-Oost Gemeente Eindhoven
61
1.12
bouwen:
het plaatsen, geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen, veranderen of vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats. 1.13
bouwwerk:
een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.14
dak:
de gesloten bovenbeëindiging van een gebouw. 1.15
gebouw:
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.16
kunstobject:
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, of onderdelen van bouwwerken die worden aangemerkt als uitingen van één der beeldende kunsten. 1.17
kunstwerk:
een in bouwkundige zin, door mensenhanden gemaakt (civiel technisch) bouwwerk, zoals aquaducten, bruggen, dijken, tunnels en viaducten. 1.18
nok:
bovenste rand van een dak of de horizontale snijlijn van twee dakvlakken. 1.19
nutsvoorziening:
een voorziening ten behoeve van de telecommunicatie en de gas-, water- en elektriciteitsdistributie, alsmede soortgelijke voorzieningen van openbaar nut, waaronder in ieder geval worden begrepen transformatorhuisjes, pompstations, gemalen, telefooncellen en zendmasten. 1.20
ondergeschikte bouwdelen:
bouwdelen van beperkte afmetingen, die buiten het gebouw uitsteken, zoals schoorstenen, windvanen en liftschachten. 1.21
openbaar gebied:
weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar water en ander openbaar gebied. 1.22
overkapping:
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak en niet meer dan één eigen wand. 1.23
parkeerplaats:
opstelplaats ten behoeve van één auto, hieronder niet begrepen parkeergarages en/of garageboxen behorende bij woningen. Opstelplaatsen gelegen in collectieve parkeervoorzieningen en carports worden wel aangemerkt als parkeerplaats. 1.24
peil:
a. voor gebouwen waarvan de hoofdtoegang aan een weg grenst: 35 cm boven de kruin van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang; b. in andere gevallen en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van 62
vastgesteld Kempenbaan-Oost Gemeente Eindhoven
het aansluitend afgewerkte maaiveld. 1.25
standplaats:
het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de open lucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel aanbieden van diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel. Onder een standplaats wordt niet verstaan een vaste plaats op een markt als bedoeld in artikel 160, lid 1 aanhef en onder h van de Gemeentewet, dan wel een vaste plaats op een evenement. 1.26
verblijfsgebied:
gronden waarbij de nadruk ligt op het verblijf van personen in het openbaar gebied en die tevens een verkeersfunctie hebben voor fietsers en voetgangers. 1.27
voorgevel:
de naar de weg of het openbaar gebied gekeerde gevel van een gebouw. 1.28
voorgevellijn:
de denkbeeldige lijn door de voorgevel. 1.29
water:
al het oppervlaktewater zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen. 1.30
waterhuishoudkundige voorzieningen:
voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en waterkwaliteit. Hierbij kan gedacht worden aan voorzieningen als duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten en dergelijke.
vastgesteld Kempenbaan-Oost Gemeente Eindhoven
63
64
vastgesteld Kempenbaan-Oost Gemeente Eindhoven
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten (Nen 2580): 2.1
de bouwhoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.2
de diepte van een bodemingreep:
de diepte van de bodemverstorende ingreep, gemeten ten opzichte van het maaiveld ter plaatse (straat of terreinniveau). 2.3
de goothoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.4
de inhoud van een bouwwerk:
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.5
de oppervlakte van een bodemingreep:
het gebied (zone) waarbinnen bodemingrepen plaatsvinden die een verstorende werking kunnen hebben op het archeologisch bodemarchief. 2.6
de oppervlakte van een bouwwerk:
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
vastgesteld Kempenbaan-Oost Gemeente Eindhoven
65
66
vastgesteld Kempenbaan-Oost Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 2
Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Verkeer
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen, bestaande uit: 1. niet meer dan 2 x 2 doorgaaande rijstroken, voor zover het betreft de Karel de Grotelaan en de Meerveldhovenseweg; 2. niet meer dan 2 x 1 doorgaande rijstroken voor de overige wegen; alsmede parallelrijbanen, busstroken en busbanen, doelgroepenstroken, opstelstroken en extra rijstroken voor invoegend verkeer in het verlengde van deze opstelstroken, in- en uitvoegstroken en op- en afritten; b. een auto(snel)weg ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer autosnelweg'; c. fiets- en/of voetpaden; d. pleinen en overige verblijfsgebieden; e. verkeers- en parkeervoorzieningen; met de daarbij behorende voorzieningen, zoals: f. g. h. i. j. k. l.
geluidwerende voorzieningen; groenvoorzieningen; kunstwerken; kunstobjecten; nutsvoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; bushokjes, fietsenstallingen, straatmeubilair en dergelijke.
3.2
Bouwregels
3.2.1
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. voor gebouwen ten behoeve van openbaar nut, water- en energiedistributie, wachthuisjes voor busdiensten en hiermee vergelijkbare gebouwen van algemeen nut geldt: 1. de bouwhoogte van gebouwen mag niet meer bedragen dan 4 meter; 2. de oppervlakte per gebouw mag niet meer bedragen dan 15 m2; b. voor gebouwen ten behoeve van het openbaar vervoer of langzaam verkeer, zoals liftgebouwen en fietsenstallingen, geldt: 1. de bouwhoogte van gebouwen mag niet meer bedragen dan 4 meter, met dien verstande dat, als sprake is van een (lift)gebouw dat wordt gebouwd om een hoger gelegen weg of pad met een lager gelegen weg of pad te verbinden, deze bouwhoogte wordt gemeten ten opzichte van het peil ter plaatse van de hoogst gelegen weg of het hoogst gelegen pad. 3.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van kunstobjecten, speelvoorzieningen, masten, antenne-installaties en bouwwerken ten behoeve van verlichting, geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer, mag niet meer bedragen dan 8 meter; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 4 meter.
vastgesteld Kempenbaan-Oost Gemeente Eindhoven
67
3.3
Afwijken van de bouwregels
3.3.1
Grotere maatvoering nutsvoorzieningen
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.2.1 lid a teneinde gebouwen met een oppervlakte van maximaal 25 m² en een bouwhoogte van maximaal 4,5 meter toe te staan, met inachtneming van de volgende regels: a. er bestaan geen bezwaren vanuit een oogpunt van verkeersvrijheid of –veiligheid of in verband met de ontsluiting van percelen; b. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken en de belangen van derden worden niet onevenredig geschaad; c. er bestaan geen bezwaren vanuit een verantwoorde stedenbouwkundige inrichting en architectonische vormgeving. 3.3.2
Afwijkende maatvoering bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.2.2 voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met een grotere bouwhoogte, met inachtneming van de volgende regels: a. er bestaan geen bezwaren vanuit een oogpunt van verkeersvrijheid of –veiligheid of in verband met de ontsluiting van percelen; b. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken en de belangen van derden worden niet onevenredig geschaad; c. er bestaan geen bezwaren vanuit een verantwoorde stedenbouwkundige inrichting en architectonische vormgeving.
68
vastgesteld Kempenbaan-Oost Gemeente Eindhoven
Artikel 4 4.1
Waterstaat - Waterstaatkundige functie
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waterstaat - Waterstaatkundige functie'aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het beheer en onderhoud van watergangen, met de bijbehorende voorzieningen, zoals bermen, schouwpaden en beschoeiing. 4.2
Bouwregels
Op of in deze gronden mogen, in afwijking van het bepaalde in de afzonderlijke bestemmingen, geen gebouwen worden gebouwd met uitzondering van gebouwen die ten dienste staan van de bestemming 'Waterstaat - Waterstaatkundige functie' met een bouwhoogte van maximaal 2 m. 4.3
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 4.2 ten behoeve van het bouwen van een gebouw binnen andere daar voorkomende bestemmingen, mits het belang van de watergang niet onevenredig wordt verstoord. Hieromtrent wordt de beheerder van de watergang gehoord.
vastgesteld Kempenbaan-Oost Gemeente Eindhoven
69
70
vastgesteld Kempenbaan-Oost Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 3
Artikel 5
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
vastgesteld Kempenbaan-Oost Gemeente Eindhoven
71
72
vastgesteld Kempenbaan-Oost Gemeente Eindhoven
Artikel 6 6.1
Algemene bouwregels
Ondergronds bouwen
Kelders en parkeergarages zijn, voor zover geheel gesitueerd onder het maaiveld, overal toegestaan waar gebouwen zijn toegestaan. 6.2
Bestaande maten
6.2.1
Afwijkende maten
In afwijking van het bepaalde in Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels geldt voor bestaande gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, het volgende: a. indien en voor zover de bestaande maatvoering, afstanden, bebouwingspercentages, en/of oppervlaktes van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, de voorgeschreven maxima, dan wel minima overschrijden, geldt de bestaande maatvoering als maximum respectievelijk minimum; b. indien de bestaande situering afwijkt van deze regels, is ook de bestaande situering toegestaan. 6.2.2
Herbouw
In geval van herbouw is 6.2.1 uitsluitend van toepassing, indien de herbouw op dezelfde plaats plaatsvindt.
vastgesteld Kempenbaan-Oost Gemeente Eindhoven
73
74
vastgesteld Kempenbaan-Oost Gemeente Eindhoven
Artikel 7 7.1
Algemene gebruiksregels
Gebruik overeenkomstig de bestemming
Al dan niet in afwijking van het bepaalde in de bestemmingsregels van Hoofdstuk 2 wordt ter plaatse van een functie-aanduiding het gebruik van gronden en opstallen in overeenstemming met die functie-aanduiding aangemerkt als gebruik overeenkomstig die bestemming.
vastgesteld Kempenbaan-Oost Gemeente Eindhoven
75
76
vastgesteld Kempenbaan-Oost Gemeente Eindhoven
Artikel 8
Algemene aanduidingsregels
8.1
Milieuzone - boringsvrije zone
8.1.1
Aanduidingsomschrijving
Ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - boringsvrije zone' zijn, onverminderd het bepaalde in dit bestemmingsplan, de regels van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant van toepassing.
vastgesteld Kempenbaan-Oost Gemeente Eindhoven
77
78
vastgesteld Kempenbaan-Oost Gemeente Eindhoven
Artikel 9 9.1
Algemene afwijkingsregels
Binnenplans afwijken
Het bevoegd gezag kan, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, bij een omgevingsvergunning afwijken van: a. de bij recht in de regels gegeven maten, afmetingen, percentages tot niet meer dan 10 % van die maten, afmetingen en percentages; b. de regels ten aanzien van de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de maximum hoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot 10 m, met dien verstande dat de maximum bouwhoogte van erfafscheidingen 2 m is; c. de regels ten aanzien van de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de maximum bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van kunstwerken en van zend-, ontvang- en/of sirenemasten 20 m is; d. de regels ten aanzien van de realisatie van gebouwen ten behoeve van het opwekken van duurzame energie en toestaan dat de maximum oppervlakte wordt vergroot tot maximaal 100 m2.
vastgesteld Kempenbaan-Oost Gemeente Eindhoven
79
80
vastgesteld Kempenbaan-Oost Gemeente Eindhoven
Artikel 10 10.1
Overige regels
Voorwaardelijke verplichting parkeren
a. Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen, staat vast dat voldoende parkeergelegenheid, overeenkomstig de beleidsregels Actualisatie nota parkeernormen 2019 wordt gerealiseerd en in stand gehouden. b. Als de onder sub a bedoelde beleidsregels worden gewijzigd, wordt met die wijziging rekening gehouden. 10.2
Afwijken van parkeereis
Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 10.1 indien: a. uit een parkeerbalans blijkt dat meer of minder parkeerplaatsen noodzakelijk zijn; b. het voldoen aan de in lid 10.1 genoemde parkeernormen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit of voor zover op andere wijze in de nodige parkeerplaatsen wordt voorzien. 10.3
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning nadere eisen stellen ten aanzien van de maatvoering van de parkeervoorzieningen, zoals bedoeld in lid 10.1 indien dit, gelet op de feitelijke omstandigheden, noodzakelijk is. 10.4
Voorwaardelijke verplichting waterberging
a. Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen staat vast dat wordt voorzien in een waterberging of andere maatregelen die bijdragen aan de klimaatbestendigheid. b. De inhoud van de waterberging en de omvang van de andere maatregelen worden vastgesteld met toepassing van de beleidsregel "Klimaat robuust (her)inrichten en ruimtelijk ontwikkelen" behorende bij de bijlage uit het Gemeentelijk Rioleringsplan Eindhoven 2019-2022; c. Als de onder sub b. bedoelde (beleids)regeling wordt gewijzigd, wordt met die wijziging rekening gehouden.
vastgesteld Kempenbaan-Oost Gemeente Eindhoven
81
82
vastgesteld Kempenbaan-Oost Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 4
Artikel 11 11.1
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 11.2
Afwijken
het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van lid 11.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in lid 11.1 met maximaal 10%. 11.3
Uitzondering op het overgangsrecht bouwwerken
Lid 11.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 11.4
Overgangsrecht gebruik
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 11.5
Strijdig gebruik
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 11.4, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 11.6
Verboden gebruik
Indien het gebruik, bedoeld in lid 11.4, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 11.7
Uitzondering op het overgangsrecht gebruik
Lid 11.4 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
vastgesteld Kempenbaan-Oost Gemeente Eindhoven
83
84
vastgesteld Kempenbaan-Oost Gemeente Eindhoven
Artikel 12
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: 'Regels van het bestemmingsplan 'Kempenbaan-Oost''
vastgesteld Kempenbaan-Oost Gemeente Eindhoven
85