Bijlage 1 - Bestemmingsplan 'III Centraal Woensel 2007 (Vlokhovenseweg 41-41A)'.
Tekst van het document
Hoewel er in de geraadpleegde bronnen enkele indicaties werden gevonden waaruit blijkt dat de omgeving van het onderzoeksgebied tijdens de Tweede Wereldoorlog werd getroffen door oorlogshandelingen, zijn er te weinig indicaties om aan te nemen dat hierdoor CE in de bodem van het onderzoeksgebied zijn achtergebleven. Om deze reden is het onderzoeksgebied niet verdacht verklaard op het aantreffen van CE. De voorgenomen werkzaamheden kunnen plaatsvinden zonder dat er vervolgstappen in de opsporing naar CE vastgesteld III Centraal Woensel 2007 (Vlokhovenseweg 41-41A) Gemeente Eindhoven
53
noodzakelijk zijn. De voorgenomen werkzaamheden in het gebied kunnen plaatsvinden zonder nader onderzoek of OCE-begeleiding. De betreffende notitie is als bijlage 8 toegevoegd.
4.9
Natuur
Op 1 januari 2017 is de Wet Natuurbescherming in werking getreden. De Wet natuurbescherming regelt de bescherming van natuurgebieden die uniek zijn voor Nederland en Europa, de bescherming van planten en dieren en van bossen en andere houtopstanden. Goed natuurbeleid zorgt voor het behouden, ontwikkelen en verbinden van de natuur maar ook dat economisch ontwikkelen mogelijk is. In dit kader is inzicht gewenst in de aanwezige natuurwaarden en de mogelijk daarmee samenhangende consequenties vanuit de actuele natuurwetgeving. 4.9.1
Wet natuurbescherming
De nieuwe wet beoogt zoveel als mogelijk aan te sluiten bij de Europese kaders (o.a. vastgelegd in de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn). Volgens de wetgever is hiermee sprake van een hoog beschermingsniveau van de natuur. De Europese beschermingskaders zijn met het oog op een goede doorwerking en duidelijkheid over de consequenties daarvan zo veel mogelijk één-op één opgenomen in de wet zelf. Alleen voor zover nodig voor een adequate bescherming van natuurwaarden die niet beschermd worden door Europese regelgeving, voorziet de Wnb in een aanvullende bescherming. Dit betreft bijvoorbeeld de bescherming van diersoorten die niet vallen onder de Europese beschermingskaders. De Wnb voorziet in een instrumentarium in de vorm van beheerplannen en programma's voor gebieden en soorten, teneinde de samenhang tussen gebieds- en soortenbescherming mogelijk te maken. Verder is gekozen voor één vergunning- en ontheffingprocedure en is tegen besluiten rechtsbescherming in twee instanties mogelijk. Zoals eerder al gezegd zijn de provincies in hoofdzaak verantwoordelijk voor de uitvoering van het natuurbeschermingsbeleid. Gelijktijdig met de inwerkingtreding van Wnb veranderen de lijsten met beschermde soorten. Zo zijn een aantal plantensoorten (o.a. orchideeën) en insecten- en vissoorten (o.a. kleine modderkruiper en bittervoorn) niet langer meer beschermd.
Andersom zijn dieren die voorheen niet beschermd waren (o.a. haas, bosmuis en kleine ereprijs) nu wel beschermd. Voor de soorten die beschermd zijn geldt een verbod om die opzettelijk te verstoren als dat van wezenlijke invloed is op de gunstige staat van instandhouding. Door de integratie van de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet in de nieuwe Wnb is er nog maar één natuurvergunning nodig van één bevoegd gezag. 4.9.2
Quickscan flora en fauna
De eerste stap in het onderzoeken of beschermde soorten of gebieden in (de omgeving van) een plangebied voorkomen is de zogenoemde quickscan flora en fauna. De quickscan flora en fauna is een oriënterend onderzoek. Beschermde gebieden Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ligt op ongeveer 7,8 kilometer ten zuiden van het plangebied. Dit betreft het Natura 2000-gebied "Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux". Gezien de relatief grote afstand tot Natura 2000-gebieden en de lokale aard van de voorgenomen plannen, zijn negatieve effecten van de voorgenomen ontwikkeling hierop uitgesloten. Het terrein behoort niet tot het NNN. Het dichtst bij het plangebied gelegen deel van het NNN betreft het bos bij de Groote Beek. De afstand van het NNN tot het plangebied bedraagt circa 2,5 km. Het is uitgesloten dat de sloop van de gebouwen en nieuwbouw negatieve effecten op het NNN heeft. Beschermde soorten 54
vastgesteld III Centraal Woensel 2007 (Vlokhovenseweg 41-41A) Gemeente Eindhoven
In het plangebied komen mogelijk verschillende beschermde soorten voor die onder de Wet natuurbescherming zijn beschermd. Het gaat om algemeen voorkomende soorten waarvoor in de provincie Noord-Brabant een algemene vrijstelling geldt in geval van ruimtelijke ontwikkelingen, beheer en onderhoud. Het is derhalve niet noodzakelijk mitigerende maatregelen te nemen. Om het eventueel voorkomen beschermde soorten inzichtelijk te maken is door Ecologica BV middels een gebiedsbezoek op 4 en 5 april een quickscan beschermde flora en fauna uitgevoerd. In aanvulling op het gebiedsbezoek is tevens de NDFF (Nationale Databank Flora en Fauna) geraadpleegd om het voorkomen van beschermde soorten in en in de omgeving van het plangebied inzichtelijk te krijgen. Het rapport is als bijlage 9 toegevoegd. Grondgebonden zoogdieren Als gevolg van de stedelijke ligging, het vrijwel ontbreken van een natuurlijke vegetatie, het grotendeels verharde terrein en beperkte oppervlak is het onderzoeksgebied alleen geschikt voor enkele kleine niet-kritische grondgebonden zoogdieren zoals muizen en spitsmuizen. De aanwezigheid van steenmarter kan met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid worden uitgesloten. Andere strenger beschermde soorten worden niet verwacht. Nader onderzoek naar deze soorten of een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming is niet nodig.
Gezien het geringe oppervlak, beperkte beschutting en foerageermogelijkheden en de stedelijke ligging zijn kleine marterachtigen niet te verwachten binnen het onderzoeksgebied en is een nader onderzoek of ontheffing niet nodig. Vleermuizen Het plangebied is te klein om van wezenlijk belang te zijn als foerageergebied voor vleermuizen. De gebouwen kunnen als verblijfplaats dienen voor vleermuizen. Om verblijfplaatsen van vleermuizen geheel uit te kunnen sluiten is aanvullend onderzoek conform het vastgestelde vleermuisprotocol noodzakelijk. Vogels Binnen het onderzoeksgebied zijn alleen in het cultuurgroen geschikte broedlocaties aanwezig. Jaarrond beschermde nesten kunnen in het gebouw aanwezig zijn. In de bebouwing kunnen jaarrond beschermde nesten van gierzwaluw en mogelijk ook huismus aanwezig zijn. Aanwezige bomen, struiken en overige hogere vegetatie dient buiten de broedperiode te worden verwijderd. Nader onderzoek naar jaarrond beschermde nesten is noodzakelijk. Planten, reptielen, amfibieën, vissen en ongewervelden Het plangebied, en overigens ook de omgeving daarvan, is in zijn geheel niet geschikt voor beschermde planten, reptielen, amfibieën, vissen en ongewervelden. Derhalve is aanvullend onderzoek of een ontheffingsaanvraag niet nodig.
Het is noodzakelijk om bomen en struiken en overige hogere vegetatie buiten het broedseizoen van vogels te verwijderen. Nader onderzoek naar vleermuizen en jaarrond beschermde nesten is noodzakelijk. Vervolgonderzoek Door Maasarend, Praktisch in ecologie is in januari 2020 een initiële inspectie vleermuizen, Gierzwaluwen en Huismussen uitgevoerd voor de locatie Vlokhovenseweg 41 en 41a te Eindhoven. Uitgaande van overcompensatie om vertraging te voorkomen bij de sloop van de panden aan de Vlokhovenseweg 41 en 41a, dienen er voor vleermuizen, gierzwaluwen en huismussen mitigerende en/of compenserende maatregelen getroffen te worden om eventuele verblijfplaatsen in stand te houden. Bij de voorgenomen renovatie van de Vlokhovenseweg 41 en 41A wordt mede door sloop van bestaande bebouwing en realisatie van grondgebonden woningen artikel 3.5 lid 2 en 4 van de Wet Natuurbescherming overtreden. Het rapport is als vastgesteld III Centraal Woensel 2007 (Vlokhovenseweg 41-41A) Gemeente Eindhoven
55
bijlage 10 toegevoegd. Vleermuisinventarisatie In opdracht van de gemeente Eindhoven is er in 2020 een vleermuisinventarisatie uitgevoerd aan de Vlokhovenseweg 41en 41A te Eindhoven. Inmiddels heeft de gemeente Eindhoven de percelen met daarop oude schoolgebouwen aan de Vlokhovenseweg 41 en 41A aan Bouwbedrijf Van Grunsven B.V. verkocht. Tijdens de vleermuisinventarisaties zijn er vijf verblijfplaatsen van Gewone dwergvleermuis vastgesteld in het onderzoeksobject. Om deze reden is een ontheffing van de Wet natuurbescherming (Wnb) – bescherming van planten en dieren – aangevraagd bij het bevoegd gezag Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN). De aanvraag is als bijlage 11 toegevoegd. Door Maasarend, Praktisch in ecologie, is het Activiteitenplan ontheffingsaanvraag Vlokhovenseweg 41 & 41A te Eindhoven opgesteld. Aan de hand van de in dit Activiteitenplan beschreven protocollen worden mitigerende maatregelen getroffen die de gevolgen van de transformatie van het gebied voor de voorkomende beschermde soorten tot een minimum beperkten. Deze maatregelen worden zowel in de voorbereidingsfase, de uitvoeringsfase en de gebruiksfase genomen. Het hiervoor opgestelde Activiteitenplan maakt deel uit van het inmiddels positieve definitief besluit Wet Natuurbescherming onderdeel Soortenbescherming. Het Besluit is als bijlage 12 toegevoegd.
Met het positieve definitief besluit Wet Natuurbescherming en de werkwijze volgens het Activiteitenplan wordt voldaan aan de wettelijke eisen van de Wet natuurbescherming. 4.9.3
Stikstofdepositie
Voor de bestemmingsplanwijziging van de locatie Vlokhovenseweg te Eindhoven is voor de gebruiksfase van de te realiseren woningen een stikstoftoets opgesteld. In het besluit Stikstofreductie en natuurverbetering, dat is ingegaan op 1 juli 2021, is geregeld dat er een vrijstelling geldt voor bouw-, aanleg- en sloopwerkzaamheden waarvan de emissies tijdelijk en beperkt zijn. Vanwege deze vrijstelling is in deze stikstoftoets de realisatiefase buiten beschouwing gelaten. Door bureau Aelmans met behulp van het AERIUS-programma de stikstofemissie voor de gebruiksfase berekend. De resultaten van de berekening zijn hieronder weergegeven. De stikstoftoets is als bijlage 13 toegevoegd. Het plan aan de Vlokhovenseweg betreft de realisatie van 24 woningen. Hierbij zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: Gasloos (conform het bouwbesluit) en haardloos wonen; Ammoniakemissies als gevolg van menselijk gebruik, huisdieren e.d. worden niet aan woningbouw toegerekend en blijven conform het document "Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2019" buiten beschouwing. Enkel de verkeersbewegingen behorende bij het gebruik van de woningen en de appartementen veroorzaken daardoor stikstofemissie.
Omdat stikstofemissie mogelijk een effect kan veroorzaken op Natura-2000 gebieden, dient een toets te worden uitgevoerd of het gebruik van de locatie aan de Vlokhovenseweg te Eindhoven vergunningsplichtig is in het kader van de Wet natuurbescherming. De afstand van het plangebied tot het dichtstbijzijnde relevante gebied, Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux, bedraagt 7,8 km. Resultaten Uit de berekeningen voor de gebruiksfase blijkt dat er geen sprake is van stikstofdepositie op een voor stikstof gevoelige natuurgebied. De depositie bedraagt 0,00 mol potentieel zuur/ha/jaar. Kortom: negatieve effecten op instandhoudingsdoelen van N2000 gebieden ten gevolge van stikstof kunnen, in de gebruiksfase, met zekerheid worden uitgesloten. Deze uitkomsten geven derhalve geen aanleiding een Wnb-vergunning aan te vragen of een 56
vastgesteld III Centraal Woensel 2007 (Vlokhovenseweg 41-41A) Gemeente Eindhoven
verklaring van geen bedenkingen te vragen vanwege mogelijke effecten op N2000-gebieden.
vastgesteld III Centraal Woensel 2007 (Vlokhovenseweg 41-41A) Gemeente Eindhoven
57
58
vastgesteld III Centraal Woensel 2007 (Vlokhovenseweg 41-41A) Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 5
5.1
Waterparagraaf
Inleiding
Doel van de waterparagraaf is de component water in een zo vroeg mogelijk stadium een plaats te geven in het besluitvormingsproces voor ruimtelijke plannen. Daarin zijn zowel de actuele waterhuishouding in het plangebied beschreven als de watereisen waaraan ontwikkelingen (binnen de gestelde randvoorwaarden van het bestemmingsplan) moeten voldoen. Ruimtelijke plannen moeten onder meer worden getoetst aan het criterium "hydrologisch neutraal" conform het landelijke en lokale waterbeleid. Middels het bestemmingsplan Ons Lourdeshof wordt de herontwikkeling van onderhavige locatie mogelijk gemaakt. Als gevolg van de sloop van het voormalige schoolgebouw en de nieuwbouw van 24 wooneenheden wijzigt de waterhuishoudkundige situatie ter plaatse. Om deze reden is het belangrijk meer inzicht te krijgen op welke wijze de afvoer- en infiltratiemogelijkheden binnen het plangebied vorm worden gegeven. Met deze waterparagraaf wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 3.1.6, lid 1, onder b en c van het Besluit ruimtelijke ordening.
5.2
Beleid
5.2.1
Rijksbeleid
In 2009 is de Waterwet in werking getreden. Deze wet regelt het beheer van oppervlakte- en grondwater en is gericht op de samenhang met de ruimtelijke ordening. De wet kent een vergunningstelsel (watervergunning). Nationaal Waterplan 2016 - 2021 Op 10 december 2015 is het Nationaal Waterplan 2016 - 2021 vastgesteld door de minister van Infrastructuur en milieu. Voor wat de ruimtelijke aspecten betreft moet dit plan worden gezien als een structuurvisie en is het bindend voor het Rijk. Het Rijk is verantwoordelijk voor het hoofdwatersysteem. Het waterplan beschrijft de strategische doelen voor het waterbeheer. De condities en maatregelen voor het bereiken van deze doelen staan beschreven in het 'Beheer- en ontwikkelplan voor de rijkswateren' van Rijkswaterstaat. Lagere overheden dienen het Nationaal Waterplan 2016 - 2021 in hun beleid te verwerken. 5.2.2
Provinciaal beleid
Provinciaal Milieu- en Waterplan 2016 - 2021 Het Provinciaal Milieu- en Waterplan 2016 - 2021 (hierna: PMWP) is op 18 december 2015 door Provinciale Staten vastgesteld. Het plan staat voor het samen werken aan een provincie waar iedereen prettig woont, werkt en leeft in een veilige en gezonde leefomgeving en waarin de zorg voor een duurzaam schone en veilige fysieke leefomgeving centraal staat. De agenda van Brabant plaatst provinciaal beleid in dienst van gezondheid, biodiversiteit, sociale ontwikkeling en een innovatieve, duurzame economie. Het PMWP integreert de milieu- en de wateropgave en het zet de nieuwe koers uit voor de provinciale inzet met betrekking tot water, bodem, lucht en de overige milieuaspecten. Behalve het PMWP is er een provinciaal natuurbeleidsplan (Brabant Uitnodigend Groen), een energieplan (Energieagenda) en is er beleid om de Brabantse agrofoodsector duurzaam te vastgesteld III Centraal Woensel 2007 (Vlokhovenseweg 41-41A) Gemeente Eindhoven
59
maken (Uitvoeringsagenda Brabantse Agrofood). Het PMWP vult deze plannen aan daar waar er grote raakvlakken zijn met het milieu- en waterbeleid. Gedacht kan dan worden aan de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS). Op deze manier wordt gewerkt aan een integrale benadering van de duurzame fysieke leefomgeving. Wettelijke taken 65 De wettelijke taken op het gebied van milieu en water worden zorgvuldig uitgevoerd. Voor de vergunningverlening, toezicht en handhaving binnen het omgevingsrecht besteedt de provincie de uitvoering van taken uit aan de drie Brabantse omgevingsdiensten. De gemeente Eindhoven valt onder het werkgebied van de Omgevingsdienst Oost Brabant (ODZOB). Afstemming vindt plaats in het Bestuurlijk Platform Omgevingsrecht. De provincie bereid zich voor op de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Integrale en gezamenlijke aanpak Provincie en partners blijven samenwerken (lokaal, regionaal, nationaal en internationaal). De provinciale rol hangt af van het onderwerp en van de onzekerheid die er is over doel en route. De provincie werkt waar mogelijk gebiedsgericht samen en dat moet uiteindelijk vanzelfsprekend worden. Daarbij worden alle belangen zoveel mogelijk meegenomen. De provincie nodigt de Brabantse partners (gemeenten, waterschappen, terreinbeheerders, bedrijven en maatschappelijke organisaties) uit om een gezamenlijke klimaatagenda voor Brabant op te stellen.
De provincie heeft daarbij de rol van kennismakelaar en verbinder (integratie van projecten en uitrol van goede voorbeelden. In de klimaatagenda worden gezamenlijke ambities en maatregelen vastgelegd. Ook op Europees niveau blijft de provincie samenwerken aan de milieu- en wateropgaven. Bij grote ruimtelijke en infrastructurele werken wordt gezocht naar oplossingen met minder milieueffecten, bijvoorbeeld door de hoogwaardige inzet van secundaire materialen. Groene inpassing krijgt veel aandacht. De gronden en provinciale wegen die bij de provincie in bezit zijn worden beheerd op een natuur- en milieuvriendelijke manier. De provincie brengt de duurzaamheidsaspecten van nieuwe grote projecten en programma's bij aanvang in beeld middels een duurzaamheidsscan. De provincie gaat verder met het Programma DuurzaamDoor. Provincie en partners kijken samen wie welke rol kan oppakken bij het stimuleren van gedrag dat bijdraagt aan gezondheid, veiligheid en groene groei in relatie tot milieu en water. 5.2.3
Beleid Waterschap
Waterbeheerplan 'Waardevol Water' Waterschap de Dommel heeft op 29 september 2015 het Waterbeheerplan "Waardevol Water" vastgesteld. Dit strategisch document dat op 1 januari 2016 in werking getreden beschrijft de doelstellingen voor de periode 2016-2021 en op welke wijze zij die wil bereiken. Het plan is afgestemd op de ontwikkeling van het Stroomgebiedbeheerplan de Dommel, het Nationaal en het Provinciaal Milieu- en Waterplan. Dit plan biedt ruimte voor initiatieven van derden en speelt in op kansen die zich in het waterschapgebied voordoen, waarbij de in het plan beschreven doelen leidend zijn. In de projecten zelf worden de doelen van het Waterbeheerplan uitgewerkt in concrete maatregelen. Het waterschap heeft de volgende uitgangspunten geformuleerd die richtinggevend zijn voor de plannen en oplossingen. Beekdalbenadering: ook al zijn de verschillen tussen stad en buitengebied groot toch maken zij deel uit van hetzelfde beekdal waar logische natuurwetten gelden. Door dit beekdal als groter geheel steeds voor ogen te houden, kan integraler en effectiever worden gewerkt. wel is samenwerking met andere overheden, waterpartners en inwoners daarbij essentieel. Water verbindt de stad met het buitgebied. De gebruiker centraal: de omgeving wordt op heel veel verschillende manieren gebruikt en de 60
vastgesteld III Centraal Woensel 2007 (Vlokhovenseweg 41-41A) Gemeente Eindhoven
behoeften en belangen van de gebruikers veranderen continu. Ook de waarde van water verandert mee en daarop moet worden ingespeeld. Samen sterker: door samen te werken met andere overheden en waterpartners, boeren en bedrijven en door samen oplossingen te zoeken en uitvoering te geven wordt het meest bereikt. Het waterschap wil daarin een inspirerende rol spelen en partijen daartoe de ruimte bieden. Door flexibel te zijn in de samenwerking met en rekening te houden met de inbreng en ideeën van andere partijen wordt de uitvoeringskracht versterkt. Gezonde toekomst: ook toekomstige generaties moeten over voldoende, veilig en schoon water. Ook in de maatschappij is het streven naar duurzaamheid steeds actueler en de kringloopgedachte sluit hierop aan. Het waterschap ziet dit als een inspirerende uitdaging en wil mensen bewust maken van de waarde van water en het belang van een duurzaam gebruik ervan. Keur Waterschap De Dommel 2015 De 'Keur Waterschap De Dommel 2015' bevat regels met daarin verboden en verplichtingen ten aanzien van oppervlaktewater en grondwater die gelden voor iedereen die woont of werkt binnen het gebied van Waterschap De Dommel. Hierin wordt het beheer en het onderhoud van watergangen geregeld (bijvoorbeeld betreffende onderhoudsstroken) en is aangegeven wanneer een vergunning of algemene regels van toepassing zijn voor ingrepen in de waterhuishouding.
Verder zijn er beleidsregels voor het beschermingsbeleid van gebieden. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen beschermde gebieden waterhuishouding, attentiegebieden, beekdalen en overige gebieden. Met deze beleidsregels wordt aangegeven op welke wijze gebiedsgericht wordt omgegaan met vergunningverlening. Hydrologosch neutraal bouwen Hydrologisch neutraal bouwen is opgenomen in de Keur. In de Algemene Regels en in de Beleidsregels wordt nader beschreven en uitgewerkt waar dit voor staat en welke maatregelen er nodig zijn om daaraan te kunnen voldoen. Hieronder is een samenvatting voor Hydrologisch neutraal bouwen opgenomen. Neerslag die op een onverharde bodem valt infiltreert voor een (belangrijk) deel in de bodem en komt dan uiteindelijk in het grondwater of via ondergrondse afstroming in een oppervlaktewaterlichaam terecht. Ter plaatse van verhard oppervlak zal de neerslag niet of nauwelijks in de bodem dringen. Als het verhard oppervlak niet is aangesloten op de riolering, stroomt vrijwel al het water direct af naar het oppervlaktewatersysteem. Dit betekent dat het oppervlaktewatersysteem bij een flinke regenbui een grote afvoerpiek moet kunnen opvangen en dat infiltratie in de bodem niet of slechts beperkt kan plaatsvinden.
Bij het afkoppelen van verhard oppervlak zal de neerslag die valt op de verharding niet meer worden afgevoerd naar de rioolwaterzuivering maar rechtstreeks op de ontvangende waterloop worden geloosd. Ook dit zorgt voor een versnelde en/of extra afvoer richting het ontvangende oppervlaktewater. Realisatie van nieuw verhard oppervlak en het afkoppelen van verhard oppervlak moet daarom zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd en optimaal worden ingepast in het bestaande watersysteem. Dit houdt in dat de aanvrager/initiatiefnemer voldoende compenserende maatregelen moet nemen, zodat het oppervlaktewatersysteem na realisatie van de verharding voldoende robuust blijft. Hierbij wordt getoetst aan de trits "vasthouden-bergen-afvoeren". Wateroverlast door versneld afvoeren van verhard oppervlak moet zoveel mogelijk worden voorkomen. Dit kan op twee manieren waarbij de voorkeur uitgaat naar zoveel mogelijk vasthouden aan de bron. Vasthouden kan door hergebruik of door het infiltreren van water in de bodem. Dit past het meest bij het principe hydrologisch neutraal ontwikkelen, zowel voor het ontvangend oppervlaktewatersysteem als het grondwatersysteem. Ingeval niet of onvoldoende kan worden geïnfiltreerd is een aanvullende voorziening die het water tijdelijk bergt noodzakelijk.
Het gaat hier dan om een voorziening die er voor zorgt dat water in ieder vastgesteld III Centraal Woensel 2007 (Vlokhovenseweg 41-41A) Gemeente Eindhoven
61
geval niet versneld wordt afgevoerd. 5.2.4
Gemeentelijk beleid
Gemeentelijk Rioleringsplan (2019-2022) Het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) verantwoordt aan de inwoners van Eindhoven de ambities en bijbehorende maatregelen en middelen op watergebied. Met het GRP geeft de gemeente invulling aan de gemeentelijke zorgplicht op het gebied van het afval- en oppervlakte- en grondwater. Het GRP bevat de geplande activiteiten gericht op het beheer en onderhoud van het rioolstelsel en bevat maatregelen ter verbetering van de oppervlaktewaterkwaliteit en het hydraulisch functioneren van het rioolstelsel. Deze maatregelen bestaan vooral uit het afkoppelen van verhard oppervlak. Daarbij wordt regenwater gescheiden van afvalwater ingezameld en afgevoerd naar het oppervlaktewater. Waar mogelijk dient regenwater eerst te worden geborgen binnen het plangebied waarna alsnog vertraagd kan worden afgevoerd. Waterplan Het Waterplan is een plan dat is opgesteld door de gemeente Eindhoven, Waterschap De Dommel, de provincie Noord-Brabant en het (drink)waterleidingbedrijf Brabant Water. Het plan omvat drie delen. Het "Visiedocument" (vastgesteld door de gemeenteraad op 26 januari 2004) geeft het gezamenlijke streefbeeld van de waterpartijen weer. De onderdelen "Taken en Bevoegdheden" en "Maatregelen" zijn achterhaald.
5.3
Eindhovense klimaattoets
Het klimaat verandert. Dat heeft gevolgen voor Eindhoven. We krijgen onder andere te maken met meer en hevigere buien, langere perioden van droogte en meer hitte(stress). Om in de toekomst prettig te wonen en te werken in onze groeiende stad, is het noodzakelijk nú maatregelen te nemen. Dit betekent dat we ‘klimaatrobuust’ te werk moeten gaan. 5.3.1
Klimaatadaptiebeleid
In samenwerking met Brabantse overheden en kennisinstellingen is een prototype klimaatadaptatie-toets ontwikkeld met richtlijnen en ontwerpnormen voor de (her)inrichting en ruimtelijke ontwikkeling van stedelijk gebied op straat- en wijkniveau. De toets omvat 3 hoofdregels en deze vormen de basis voor het Eindhovens klimaatadaptatie beleid: Zorg voor voldoende bergingsruimte om extreme buien tijdelijk op te vangen en vertraagd af te voeren. Infiltreer regenwater zoveel mogelijk en waar mogelijk op de plek waar het valt, en voorkom daarmee droogte. Zorg dat de straat niet onnodig opwarmt en voldoende plekken voor verkoeling heeft op het heetst van de dag. Voor de klimaatadaptatie normen en richtlijnen is een indeling gemaakt naar ruimtelijke ontwikkelingen op privaat terrein (circa 60% van het areaal) en op publiek terrein (circa 40% van het areaal). In de binnenstad ligt deze verhouding zelfs op 80-20%. Bovenstaand is vertaald in een waterbergingsnorm. 5.3.2
Waterbergingsnorm
Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen op openbaar terrein moet minimaal 20 mm en mag tot 60 mm van de waterbergingsopgave ingevuld worden via primaire waterberging. Voorbeelden zijn waterpleinen, wadi’s, watergangen, waterbergende funderingen of bakken. Eventuele resterende mm’s (tot 40mm) van de waterbergingsopgave dient secundair te worden ingevuld. Denk daarbij aan parken, plantsoen c.q. grasvelden, parkeerplaatsen en wegen. Dit is 62
vastgesteld III Centraal Woensel 2007 (Vlokhovenseweg 41-41A) Gemeente Eindhoven
acceptabel zolang er geen schade wordt veroorzaakt en/of dit niet ten koste gaat van andere primaire functies zoals op routes van hulpdiensten, markt- of evenement locaties. Als de secundaire waterbergings-opgave niet mogelijk is binnen de grenzen van de ruimtelijke ontwikkeling dan dient de waterbergingsopgave alsnog als primaire waterberging te worden ingevuld. Of er dienen maatregelen te worden genomen om de secundaire waterberging naar nabijgelegen ruimte te verplaatsen als dat hydraulisch mogelijk is. Bij ontwikkelingen op privaat terrein ligt de verantwoordelijkheid voor het opvangen en verwerken van hemelwater in eerste instantie bij de eigenaar van het perceel waar de druppel valt. De landelijke voorkeursvolgorde ‘(her)gebruiken, vasthouden, bergen en vertraagd afvoeren´ is van toepassing. Een voorbeeld van hergebruiken is hemelwater als spoelwater voor toiletten en een voorbeeld van vasthouden is infiltratie van hemelwater in de bodem. Als hergebruik en vasthouden door lokale omstandigheden niet doelmatig is kan hemelwater worden geborgen en vertraagd worden afgevoerd. Dat is de waterbergingsopgave. Hiermee wordt het rioolstelsel bij piekbuien ontlast met als gevolg beperking van wateroverlast. Daarnaast wordt het oppervlaktewatersysteem gelijkmatiger belast.
Als ondersteuning voor de berekening van de waterbergingsopgave op privaat terrein is een rekentool ontwikkeld, te vinden via de website rekentool.eindhovenduurzaam.nl/.
De waterbergingsopgave geldt voor alle nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen op privaat terrein in Eindhoven. In gebieden waar vanuit het verleden afspraken over waterberging zijn gemaakt, wordt in overleg bepaald of en hoe de waterbergingsopgave in de ontwikkeling wordt verhoogd. Klimaatverandering kan namelijk ook in deze gebieden aanvullende waterberging noodzakelijk maken en daarmee het risico op waterschade aan (nieuw)bouw verlagen. Indien nodig worden hierover maatwerkafspraken gemaakt. In het beleid 'Klimaatrobuust (her)inrichten en ruimtelijk ontwikkelen' wordt onderscheid gemaakt tussen ontwikkelingen met 150 m² of meer verharding binnen het plangebied en kleinere ontwikkelingen tot 150 m² verharding binnen het plangebied. Voor de eerste groep geldt de eis tot 75 mm waterberging per m² verharding. Dit komt overeen met 75 liter waterberging per m² of voor een bouwplan met 400 m² verhard oppervlak 30 m³ (ofwel 30.000 liter) waterberging. Voor de tweede groep is de eis tot 25 mm. Dit komt overeen met 25 liter waterberging per m² of voor een woning met 100 m² verhard oppervlak 2,5 m³ (ofwel 2500 liter) waterberging. De ontwerpnormen ter voorkoming van wateroverlast betekenen voor particulieren, ontwikkelaars en de gemeente een opgave om klimaat adaptief te bouwen.
Vanaf 1 januari 2020 geldt voor particulieren en ontwikkelaars een wateropgave om bij ruimtelijke ontwikkelingen klimaat adaptief handelen. De datum van indiening van de omgevingsvergunning is leidend.
De gemeente Eindhoven draagt met het klimaatbeleid ook bij aan het verbeteren van de kwaliteit van een gezonde leefomgeving en meer biodiversiteit door de voorkeur te geven aan vergroenen als klimaat adaptieve maatregel. Het beleid is zo opgesteld dat vergroening op privaat terrein bij nieuwbouw wordt gestimuleerd en beloond. Hoe groener een plangebied wordt ingericht hoe lager de waterbergingseis in mm wordt. Ook groene ontwikkelingen in groen arme buurten worden op deze manier gestimuleerd. De website geeft een overzicht van deze mogelijke beloningen via de ‘rekentool’. De stimuleringsregeling waarbij méér groen een lagere waterbergingsopgave oplevert geldt voor ruimtelijke ontwikkelingen op privaat terrein.
vastgesteld III Centraal Woensel 2007 (Vlokhovenseweg 41-41A) Gemeente Eindhoven
63
5.3.3
Toelichting rekentool
De gemeente Eindhoven maakt bij de beoordeling van de voor een nieuwe ontwikkeling in een plangebied voorgestelde maatregelen gebruik van een rekentool. Deze rekentool klimaatopgave, beschikbaar op rekentool.eindhovenduurzaam.nl, maakt het een ontwikkeling mogelijk interactief haar plangebied en de te nemen maatregelen te beschrijven en te controleren of aan de gemeentelijke eisen wat betreft waterberging en vergroening wordt voldaan. Bovendien kan een afschrift van de beschrijving van het plangebied en de keuze van de maatregelen met voorbeelden voor de verdere uitwerking gedownload worden om bijgevoegd te worden bij de eventuele watertoets of aanvraag van de omgevingsvergunning. De werking van de rekentool kan worden aangepast aan nieuwe inzichten en de uitkomst van de laatste versie van de tool is maatgevend.
De rekentool klimaatopgave vraagt de klimaatrobuuste maatregelen te specificeren die zijn voorzien in het ontwerp binnen het plangebied en, waar nodig, hoe groot de oppervlakken zijn waar deze worden toegepast. Hieruit berekent de tool welk deel van het regenwater van een bui binnen het plangebied geborgen moet worden (de waterbergingsopgave, het grijze deel) en welk deel de klimaatrobuuste maatregelen zelf voor hun rekening nemen (het groene deel). Daarna kunnen nog extra maatregelen toegevoegd worden. Het doel is dat alle maatregelen bij elkaar de totale waterbergingsopgave (berging van al het water van een bui) van het plangebied voor hun rekening nemen. De specificatie van maatregelen en oppervlakken vindt interactief plaats: de tool laat direct het effect van deze specificaties zien op de daaruit afgeleide totale waterbergingsopgave; daarnaast laat de tool op een aantal manieren visueel zien wat de individuele groene en grijze bijdrage van een maatregel is. Vóór elke maatregel staat in de tool een i-symbool; door daarop te klikken wordt meer informatie over die maatregel gegeven zoals specifieke uitvoeringseisen en links naar achtergrondinformatie.
De tool doorloopt hierbij vier stappen: Wat zijn de kerngegevens van het project? Welke klimaatrobuuste maatregelen worden binnen het plangebied gerealiseerd? Hoe lost u de resterende waterbergingsopgave op? Download het resultaat. Als een omgevingsvergunning wordt aangevraagd, voeg dit resultaat dan, inclusief uitwerking, bij die aanvraag. In bijlage 14 rekentool waterberging wordt de werking van de rekentool in detail beschreven.
64
vastgesteld III Centraal Woensel 2007 (Vlokhovenseweg 41-41A) Gemeente Eindhoven
5.4
Beschrijving watersysteem plangebied Ons Lourdeshof
5.4.1
Checklist watersysteem
5.4.2
Toelichting waterparagraaf en rioolsysteem
HWA-riolering en waterbuffer Voor het nieuwbouwproject Vlokhovenseweg is de rekentool Klimaatopgave Eindhoven ingevuld om de benodigde waterbuffer voor neutraal bouwen te bepalen. Middels deze tool en de verdeling verhard/onverhard terrein (zie bijlage 15) is bepaald dat de totaal benodigde berging hier 88m3 bedraagt indien berging in een wadi plaats vindt. De rekentool is als bijlage 16 toegevoegd. Naast de wadi worden de toevoerleidingen uitgevoerd in een IT-leiding. De berging in de leidingen is niet meegenomen in de totaaltelling en kan als extra buffer gezien worden. Tevens worden er nieuwe bomen geplant in een voldoende ruime groeiplaats. Inrichting van het rioolsysteem Wadi In het binnengebied van de nieuwbouw wordt een wadi ingericht waar maximaal 40cm water in geborgen kan worden. Onder de wadi wordt grondverbetering aangebracht middels drainzand (300mm) en een toplaag van zanderige teelgrond (300mm). De wadi heeft een capaciteit van (364+186)/2*0,4 = 110m3 (bovenoppervlak+bodemoppervlak/2*diepte). Een dwarsdoorsnede van de wadi is als bijlage 17 toegevoegd. Hiermee voldoet hij ruim aan de benodigde berging van 88 m3. Deze opbouw zorgt er mede voor dat het water snel de bodem in kan trekken. Door de zanderige teelgrond toplaag kan wel een kwalitatief goede grasmat verkregen worden.
De maximale waterkolom van 40cm zorgt ervoor dat de hoeveelheid water snel infiltreert in de grondverbetering onder de wadi wat ook de grasgroei bevorderd. leeglooptijd wadi Iff = k*(Fwand*Owand+Fbodem*Obodem) voor een wadi geldt: Fbodem = 1,0 en Fwand =0,4 Iff =0,17*((0,4*185) + (1*190)) = 44,88m3/dag 88/44,88*24uur = 48 uur (K-waarde uit infiltratieonderzoek Milon d.d. 23-04-2021, zie bijlage19)
vastgesteld III Centraal Woensel 2007 (Vlokhovenseweg 41-41A) Gemeente Eindhoven
65
Omdat de ondergrond slecht waterdoorlatend is, worden onder de wadi drains aangelegd. Hiermee wordt de leeglooptijd van de wadi beperkt en kan het regenwater vertraagd afgevoerd worden naar het gemeentelijk hemelwater stelsel. Het water van de daken wordt middels IT-leidingen (Ø 315) richting de wadi getransporteerd en via een inspectieput met roosterdeksel in de wadi gebracht. Een extra overstortkolk zorgt voor een back- up in het systeem. Een overzicht van het rioleringssysteem is als bijlage 20 toegevoegd.5.3.3 Waterkwaliteit De aansluiting op het gemeentelijk rioleringssysteem wordt gerealiseerd met een gescheiden rioleringssysteem voor hemel- en vuilwater. Ten behoeve van de waterkwaliteit zal de voorgestelde ontwikkeling bij de aanleg gebruik maken van milieuvriendelijke bouwmaterialen en worden uitloogbare materialen, zoals lood, koper, zink en zacht OVC niet gebruikt, waardoor de uitspoeling van vervuilende stoffen via de bodem naar het oppervlaktewater voorkomen wordt. Deze stoffen kunnen zich namelijk ophopen in het water (bodem)systeem en hebben hierdoor een zeer nadelige invloed op de water(bodem)kwaliteit en ecologie. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat er met het voorliggend initiatief geen waterschapsbelangen in het geding zijn. Er is derhalve geen belemmering aanwezig vanuit het aspect water.
66
vastgesteld III Centraal Woensel 2007 (Vlokhovenseweg 41-41A) Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 6
6.1
Juridische vormgeving
Algemeen
Het bestemmingsplan ''III Centraal Woensel 2007 (Vlokhovenseweg 41-41A)" is te typeren als een gedetailleerd plan. De methodiek van het bestemmingsplan is gebaseerd op de SVBP2012. Daar waar noodzakelijk, wordt afgeweken van de standaard en is specifiek ingespeeld op de situatie binnen het onderhavige plangebied.
6.2
Planmethodiek
Er is, conform de Wro, gekozen voor een analoge en digitale verbeelding van het plan. Aan de bestemmingen zijn bouw- en gebruiksregels gekoppeld die direct inzichtelijk maken welke ontwikkelingen zijn toegestaan. De verbeelding en de regels bieden een directe (bouw)titel voor bebouwing en gebruik, al dan niet in combinatie met een nadere-eisen-regeling.
6.3
Verbeelding
Op de analoge en digitale verbeelding hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. Deze aanduidingen hebben slechts juridische betekenis indien en voor zover hier in de regels naar wordt verwezen. In verband met de leesbaarheid is het plan op een topografische ondergrond getekend. De bestemmingen en de aanduidingen zijn ingedeeld in hoofdgroepen volgens de SVBP2012 en zijn op de verbeelding opgenomen in het renvooi. Opgemerkt wordt dat de analoge en digitale verbeelding qua verschijning van elkaar verschillen. Dit heeft ermee te maken dat de manier van raadplegen anders is. De digitale verbeelding is juridisch bindend.
6.4
Planregels
De planregels zijn ondergebracht in inleidende regels, bestemmingsregels, algemene regels en overgangs- en slotregels. De inleidende regels bestaan uit begrippen en de wijze van meten. Dit is om te voorkomen dat er discussie ontstaat over de interpretatie van de regels. In "Artikel 1 Begrippen" wordt een omschrijving gegeven van de in de regels gehanteerde begrippen. Als in de regels begrippen voorkomen die niet in dit artikel zijn opgenomen, dan geldt hiervoor de uitleg/interpretatie conform het normale taalgebruik. In "Artikel 2 Wijze van meten" zijn de te gebruiken meetmethodes opgenomen. De regels bij de bestemmingen worden hierna afzonderlijk toegelicht.
De gronden met de bestemming 'Groen' zijn bestemd voor groenvoorzieningen, speelvoorzieningen en waterhuishoudkundige voorzieningen.
De gronden met de bestemming 'Verkeer – Verblijfsgebied ' zijn bestemd voor woonstraten, pleinen, voet- en fietspaden en parkeervoorzieningen. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan rechtstreeks voor de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer is de maximum bouwhoogte voor lichtmasten 8 meten. De maximum bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde is 4 meter. vastgesteld III Centraal Woensel 2007 (Vlokhovenseweg 41-41A) Gemeente Eindhoven
67
De gronden met de bestemming 'Wonen' zijn bestemd voor woningen al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-verbonden beroep alsmede aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen. Daarnaast zijn binnen deze bestemming onder meer tuinen, erven, wegen en paden, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen en waterhuishoudkundige voorzieningen toegestaan. De binnen de verbeelding opgenomen bouwvlakken schrijven voor waar de hoofdgebouwen gerealiseerd dienen te worden. Binnen deze bestemming mag het maximumaantal woningen niet meer bedragen dan 24 wooneenheden. Op de verbeelding zijn via de ter plaatse geldende aanduiding 'maximumgoothoogte' en 'maximum bouwhoogte' binnen de bouwvlakken respectievelijk de maximale goot- en bouwhoogten vastgelegd.
68
vastgesteld III Centraal Woensel 2007 (Vlokhovenseweg 41-41A) Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 7
7.1
Handhaving
Handhavingsnota Leefomgeving 2018-2021
In Eindhoven streven we naar een aantrekkelijke stad waar inwoners en bezoekers zich welkom, thuis en veilig voelen. Voor het behoud van een prettige leefomgeving zijn regels nodig. Het voorkomen van overtredingen en de bereidheid om regels na te leven heeft een hoge prioriteit. Hoe dit wordt vormgegeven staat in de 'nota Handhaving Leefomgeving 2018-2021'. De nota is op 27 februari 2018 door het college vastgesteld. Het is een integraal beleidsplan waarin op hoofdlijnen de keuzes voor het handhaven van de fysieke leefomgeving staan beschreven. Op basis van de nota wordt jaarlijks een uitvoeringsplan opgesteld waarin de aanpak wordt geconcretiseerd.
Bij de vertaling van dit beleidskader naar een concreet, jaarlijks uitvoeringsplan worden een aantal uitgangspunten in acht genomen. De belangrijkste uitgangspunten zijn: Informatiegestuurd De gemeente Eindhoven ziet informatiegestuurde handhaving als een belangrijke pijler. Er zijn ontwikkelingen op het gebied van ICT en data-analyse. Door gemeentelijke en andere informatiebronnen te ontsluiten, te analyseren en te combineren kunnen we problematiek eerder (of preventief) en gerichter aanpakken. Gebiedsgericht Om optimaal in te kunnen spelen op vraagstukken van inwoners, zet de gemeente Eindhoven binnen het ruimtelijk domein al geruime tijd in op gebiedsgericht toezicht. Dit doen we door vanuit een actieve samenwerking met wijkteams - te kijken naar naleefgedrag, oorzaken en oplossingen gerelateerd aan geografische gebieden. Er zijn verschillende vragen, doelgroepen en belangen. Kennis wordt gedeeld en ervaringen van inwoners en bedrijven worden verzameld. Deze input is van invloed op de prioriteiten in het jaarlijkse uitvoeringsplan, waar mogelijk toegespitst op een specifieke wijk. Per wijk kunnen er dus op basis van gebiedsanalyses en bijvoorbeeld buurtcontracten verschillende bouwstenen zijn voor het uitvoeringsplan. Risico- en oplossingsgerichte benadering De gemeente Eindhoven benadert toezicht en handhaving risico- en oplossingsgericht.
De prioriteiten worden in beginsel gebaseerd op een inschatting van de veiligheids- en gezondheidsrisico's voor inwoners. Ook aspecten als leefbaarheid, duurzaamheid en omgevingskwaliteit wegen in belangrijke mate mee. Daarnaast worden prioriteiten mede gebaseerd op wat inwoners en bedrijven belangrijk vinden. Eindhoven hecht er waarde aan om vraagstukken waar mogelijk gezamenlijk op te lossen. Er zijn onderwerpen die in algemene zin aandacht vragen. Brandveilig gebruik van woongebouwen verdient (nog) meer aandacht, in de context van kwetsbare groepen die langer zelfstandig blijven wonen. Ook aanpak van jeugdoverlast, duurzaamheid en de bestaande bouw zijn voorbeelden. Er wordt gezocht naar de beste oplossing die nodig is voor het versterken van de veiligheid in de leefomgeving van onze inwoners. Hiermee ontstaat een risicoanalyse op basis waarvan vervolgens de prioriteiten binnen het toezicht worden gesteld. Consequent en doelmatig Uitvoeringsplannen en jaarverslagen bevatten een overzicht van de inzet en capaciteit voor handhaving. In het verlengde van informatiegestuurde en oplossingsgerichte handhaving, vergt doelmatige handhaving een analyse van resultaten. Meetbare doelen om te beoordelen of de beschikbare capaciteit zo doelmatig mogelijk wordt ingezet. We beogen de komende jaren vastgesteld III Centraal Woensel 2007 (Vlokhovenseweg 41-41A) Gemeente Eindhoven
69
een ontwikkeling door te maken in de vierslag capaciteit – prioriteit – risicoanalyse nalevingsniveau. Dit moet onder andere leiden tot meer inzicht in de relatie tussen handhavingsinspanningen en het nalevingsniveau (effect).
De gemeente Eindhoven maakt keuzes om ervoor te zorgen dat de beschikbare capaciteit zo adequaat mogelijk wordt ingezet. Om goede prioriteiten te stellen, is inzicht in mogelijke problemen, risico's en negatieve effecten noodzakelijk. Hierdoor kan beter worden ingespeeld op de grootste ergernissen en notoire overtreders en draagt handhaving bij aan een verhoogd gevoel van veiligheid. Met inachtneming van de uitgangspunten zijn in de nota prioriteiten gesteld. Aan de hand van deze prioriteiten, het budget uit de programmabegroting, incidentele bestuurlijke prioriteiten en het naleefgedrag van burgers en bedrijven, wordt jaarlijks het uitvoeringsplan voor toezicht en handhavingsprogramma opgesteld.
In het uitvoeringsplan wordt op hoofdlijnen opgenomen waar de capaciteit dat jaar wordt ingezet. Daarbij is een onderverdeling gemaakt in: Object en informatiegericht: ? 1. Bouwen en Wonen; 2. Openbare leefomgeving; 3. Bedrijven. Gebiedsgericht: 1. Pilot Veiligheid en Leefbaarheid; 2. Actiegebieden. Themagericht Bij ieder onderdeel worden jaarlijks een aantal belangrijke ontwikkelingen op het gebied van toezicht en handhaving opgenomen. Dat kan bijvoorbeeld gaan om woonoverlast bij de Activiteiten Bouwen & Wonen. Of duurzaamheid en energiebesparing bij de Activiteiten Bedrijven. Bovengenoemde onderverdeling komt in elk uitvoeringsplan terug. Per jaar wordt aangegeven welke prioriteit een onderdeel heeft en hoeveel capaciteit er wordt ingezet.
Om overtredingen te voorkomen en goed te kunnen handhaven, is het belangrijk dat regels duidelijk zijn. Het moet duidelijk zijn wat wel en niet mag. Regels dienen niet voor verschillende uitleg vatbaar te zijn. Bij het opstellen van bestemmingsplannen is daarom gekozen voor een zo helder mogelijke juridische methodiek. De regels zijn zo geschreven, dat deze in de praktijk goed toetsbaar zijn. De juridische toelichting op het bestemmingsplan en de begrippenlijst geven nadere uitleg over de regels en over de begrippen die gebruikt worden.
70
vastgesteld III Centraal Woensel 2007 (Vlokhovenseweg 41-41A) Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 8
Financiële aspecten
Bij de vaststelling van een bestemmingsplan waarin ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt, dient de gemeenteraad eveneens een exploitatieplan vast te stellen. Dit heeft te maken met de wettelijke verplichting om de kosten die de gemeente moet maken om deze ontwikkeling mogelijk te maken, te verhalen op de eigenaar/ontwikkelaar. Van deze verplichting tot het vaststellen van een exploitatieplan kan worden afgezien, indien het kostenverhaal op een andere manier is geregeld. Dit kan bijvoorbeeld door middel van gemeentelijke gronduitgifte of door het afsluiten van een overeenkomst. Ook kan er sprake zijn van zogenaamde "kruimelgevallen". In dergelijke gevallen zijn de door de gemeente te maken kosten beperkt en kunnen de kosten verhaald worden via de legesverordening. Voorwaarde hierbij is dat er geen sprake is van fasering, locatie-eisen of eisen aan woningbouwcategorieën. Voor onderhavig planvoornemen is een anterieure overeenkomst afgesloten, zodat er geen verplichting bestaat tot het vaststellen van een exploitatieplan.
vastgesteld III Centraal Woensel 2007 (Vlokhovenseweg 41-41A) Gemeente Eindhoven
71
72
vastgesteld III Centraal Woensel 2007 (Vlokhovenseweg 41-41A) Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 9 Procedure en maatschappelijke uitvoerbaarheid
9.1
Bekendmaking ex artikel 1.3.1. Bro
Op grond van artikel 1.3.1. van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet van het voornemen een bestemmingsplan voor te bereiden, kennis worden gegeven. De kennisgeving van de voorbereiding van onderhavig bestemmingsplan is geplaatst in Groot Eindhoven op 20 mei 2020. De kennisgeving is tevens bij de officiële publicaties op de gemeentelijke website www.eindhoven.nl geplaatst. Er zijn geen stukken betreffende het voornemen ter inzage gelegd, noch is de mogelijkheid opengesteld om zienswijzen tegen het voornemen in te dienen of instanties om advies te vragen.
9.2
Overleg ex artikel 3.1.1. Bro
Op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moeten burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met de rijks- en provinciale diensten die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke binnen het plan in het geding zijn. Aangezien geen rijksbelangen in het geding zijn, heeft geen vooroverleg plaatsgevonden met het Rijk. Met de provincie heeft vooroverleg plaatsgevonden middels het digitale vooroverlegformulier. Hieruit is gebleken dat er geen provinciale belangen in het geding zijn. Tevens heeft vooroverleg met Waterschap De Dommel plaatsgevonden. De resultaten van dit vooroverleg zijn verwerkt in hoofdstuk 5 van deze toelichting.
9.3
Vooroverleg
Naast met bovengenoemde instanties heeft tevens vooroverleg plaatsgevonden met Trefpunt Groen Eindhoven, de Van Abbestichting en Stichting Wederopbouw Eindhoven. Allen zijn akkoord met het bestemmingsplan.
9.4
Omgevingsdialoog
Per 1 oktober 2008 is de "Verordening Samenspraak en Inspraak gemeente Eindhoven 2008" in werking getreden. Het doel hiervan is het betrekken van burgers bij de besluitvorming. Om te voldoen aan deze verordening heeft initiatiefnemer de omwonenden op 16 april 2021 geïnformeerd over de plannen. Dit is gebeurd middels een informatieblad/flyer omdat een fysieke bijeenkomst vanwege corona niet mogelijk was. Indien gewenst kon voor aanvullende vragen direct contact worden opgenomen met Van Grunsven Ontwikkeling. In de flyer zijn de gemeentelijke kaders voor de ontwikkeling van het gebied weergegeven. 9 personen hebben schriftelijk gereageerd, de reacties hebben betrekking op: Sociale veiligheid; Grenzen met de buren; Opzet van het plan; Groen en Cultuurhistorie vastgesteld III Centraal Woensel 2007 (Vlokhovenseweg 41-41A) Gemeente Eindhoven
73
Op 9 juli 2012 is een verslag, weer in de vorm van een flyer, samen met een uitnodiging voor de inloopavond van 22 juli 2021 aan de betrokkenen verzonden. Op deze fysieke bijeenkomst konden de deelnemers aan de hand van het stedenbouwkundig plan, plattegronden en 3D impressies in gesprek gaan met de initiatiefnemers. 16 personen hebben de inspraakavond bezocht en er zijn 7 schriftelijke reacties binnengekomen. Tijdens de bijeenkomst was gelegenheid tot het stellen van vragen aan de hand van posters van het project. De gesprekken hadden als onderwerp: Cultuurhistorie; Parkeren; Invloed van het plan op aangrenzende woningen Smetsakker; Inrichting en groen. Verder zijn er vragen gesteld over aangrenzende ontwikkelingen, met name het pleintje tegenover het BACS gebouw en de herinrichting van de Vlokhovenseweg. Het verslag van zowel de samenspraak op basis van de flyers als de inloopavond zijn als bijlage 20 en 21 toegevoegd.
9.5
Zienswijzen
Het ontwerpbestemmingsplan heeft voor de duur van zes weken (25-11-2021 t/m 05-01-2022) op de gebruikelijke wijze ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn is iedereen in de gelegenheid om digitaal, schriftelijk of mondeling een zienswijze ten aanzien van het ontwerpbestemmingsplan kenbaar te maken. Kennisgeving van de terinzagelegging en de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen is bekendgemaakt in het weekblad Groot Eindhoven, het Gemeenteblad en digitaal via de gemeentelijke website en de landelijke website www.ruimtelijkeplannen.nl. Er zijn geen zienswijzen ontvangen.
74
vastgesteld III Centraal Woensel 2007 (Vlokhovenseweg 41-41A) Gemeente Eindhoven
Bijlagen bij de toelichting
Bijlage 1
Bezonningsstudie
Bijlage 2
Rekentool parkeernormen Ons Lourdeshof Vlokhovenseweg 41
Bijlage 3
Parkeeroplossing Ons Lourdeshof Vlokhovenseweg 41
Bijlage 4
Bodemonderzoek rapport
Bijlage 5
Bodemonderzoek overzichtstekening
Bijlage 6
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
Bijlage 7
Verkennend bodem- en asbest-in-grond onderzoek
Bijlage 8
Notulen buurtparticipatie 13-11-2020 Notitie explosievenonderzoek
Bijlage 9
Quickscan Flora en Fauna
Bijlage 10
Initiële inspectie vleermuizen, gierzwaluwen en huismussen
Bijlage 11
Ontheffing WNB soortenbescherming
Bijlage 12
Definitief besluit Wnb soortenbescherming
Bijlage 13
Stikstoftoets Vlokhovenseweg
Bijlage 14
Beleid klimaatadaptie en toelichting rekentool
Bijlage 15
Vlokhovenseweg hoeveelhedentekening
Bijlage 16
Berekening mbv rekentool Eindhoven
Bijlage 17
Vlokhovenseweg profiel wadi
Bijlage 18
Vlokhovenseweg infiltratieonderzoek
Bijlage 19
Vlokhovenseweg rioleringsplan
Bijlage 20
Lourdeshof verslag samenspraak
Bijlage 21
Lourdeshof verslag inspraak
Deze bijlagen kunnen worden geraadpleegd op de landelijke website www.ruimtelijkeplannen.nl
vastgesteld III Centraal Woensel 2007 (Vlokhovenseweg 41-41A) Gemeente Eindhoven
75
76
vastgesteld III Centraal Woensel 2007 (Vlokhovenseweg 41-41A) Gemeente Eindhoven
Regels
vastgesteld III Centraal Woensel 2007 (Vlokhovenseweg 41-41A) Gemeente Eindhoven
77
78
vastgesteld III Centraal Woensel 2007 (Vlokhovenseweg 41-41A) Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 1
Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder: 1.1
plan
het bestemmingsplan "III Centraal Woensel 2007 (Vlokhovenseweg 41-41A)" met identificatienummer NL.IMRO.0772.80405-0301 van de gemeente Eindhoven. 1.2
bestemmingsplan
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels (en eventuele bijlagen). 1.3
aan-huis-verbonden-beroep
een vrij beroep, dat in of bij een woongebouw wordt uitgeoefend, waarbij het woongebouw in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is. Bijvoorbeeld gastouderopvang; detailhandel via internet zonder opslag en/of verkoop aan huis; of het enkel uitoefenen van een administratie ten behoeve van een bedrijf. Onder vrije beroepen worden verstaan: (para)medische, juridische, therapeutische, ontwerptechnische, administratieve, sociaal-maatschappelijke, kunstzinnige en daarmee gelijk te stellen beroepen. 1.4
aanbouw
een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.5
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.6
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.7
aaneengebouwde woning
een woning die deel uitmaakt van een bouwmassa bestaande uit drie of meer hoofdgebouwen. 1.8
bebouwing
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.9
bestaande situatie
a. bij bouwwerken: legale bouwwerken die aanwezig of in uitvoering zijn op het tijdstip van ter visie legging van het ontwerp van het bestemmingsplan, dan wel bouwwerken zoals die mogen worden gebouwd krachtens een vergunning; b. bij gebruik: legaal gebruik van grond en opstallen zoals aanwezig tijdens de inwerkingtreding van het bestemmingsplan. vastgesteld III Centraal Woensel 2007 (Vlokhovenseweg 41-41A) Gemeente Eindhoven
79
1.10
bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak. 1.11
bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.12
bijgebouw
een op zichzelf staand al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.13
bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.14
bouwgrens
de grens van een bouwvlak; 1.15
bouwlaag
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren (of horizontale balklagen) is begrensd en waarvan de lagen een nagenoeg gelijke omvang hebben, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw, dakopbouw en/of zolder. 1.16
bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.17
bouwperceelgrens
een grens van een bouwperceel; 1.18
bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.19
bouwwerk
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.20
dak
iedere bovenbeëindiging van een gebouw. 1.21
eengezinswoningen
als type eengezinswoning wordt beschouwd: elke woning welke tevens een geheel pand vormt. Hieronder vallen vrijstaande woningen, aaneengebouwde woningen, zoals twee onder één kap gebouwde hele huizen, boerderijen met woningen en voorts alle rijenhuizen. 1.22
gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.23
gebruiken
het gebruiken, in gebruik geven of laten gebruiken. 80
vastgesteld III Centraal Woensel 2007 (Vlokhovenseweg 41-41A) Gemeente Eindhoven
1.24
geluidgevoelige functies
bewoning of andere geluidgevoelige functies zoals bedoeld in de Wet geluidhinder c.q. het Besluit geluidhinder. 1.25
geluidgevoelige gebouwen
gebouwen welke dienen ter bewoning of ten behoeve van een andere geluidgevoelige functie als bedoeld in de Wet geluidhinder c.q. het Besluit geluidhinder. 1.26
hoofdgebouw
een gebouw dat, op een bouwperceel door zijn constructie of afmetingen dan wel gelet op de bestemming, als het belangrijkste bouwwerk op een bouwperceel kan worden aangemerkt. 1.27
kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten
het bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, geheel of overwegend door middel van handwerk dat door zijn beperkte omvang in een woning en daarbij behorende bijgebouwen, met behoud van de woonfunctie, kan worden uitgeoefend (niet zijnde prostitutie). 1.28
kunstobject
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, of onderdelen van bouwwerken die worden aangemerkt als uitingen van één der beeldende kunsten. 1.29
kunstwerk
bouwwerk, geen gebouw zijnde ten behoeve van civieltechnische en/of infrastructurele doeleinden, zoals een brug, een dam, een duiker, een tunnel, een via- of aquaduct, een sluis, dan wel een daarmee gelijk te stellen voorziening. 1.30
lijst van bedrijfsactiviteiten
de bedrijvenlijst ontleend aan de brochure Bedrijven en Milieuzonering van de VNG zoals deze gold ten tijde van de tervisielegging van het ontwerp bestemmingsplan en opgenomen in Bijlage 1 Lijst van bedrijfsactiviteiten behorende bij deze regels. 1.31
Nota Parkeernormen 2016
parkeernormen vastgesteld op 17 mei 2016, gepubliceerd en in werking getreden op 10 juni 2016. 1.32
nutsvoorzieningen
voorzieningen ten behoeve van algemeen nut in ruime zin zoals: voorzieningen/installaties ten behoeve van gas, water en elektriciteit, signaalverdeling, telecommunicatieverkeer, waterzuivering, waterbeheersing, waterhuishouding, vuil- en afvalverwerking, compostering, wijkverwarming, milieuvoorzieningen e.d. 1.33
peil
0.30 meter boven de kruin van de weg. 1.34
prostitutiebedrijf
een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin tegen vergoeding seksuele handelingen worden verricht. 1.35
seksinrichting
een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotische/pornografische aard plaatsvinden.
vastgesteld III Centraal Woensel 2007 (Vlokhovenseweg 41-41A) Gemeente Eindhoven
81
Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar. 1.36
uitbouw
een gebouw dat als vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.37
verdieping
de bouwlaag respectievelijk bouwlagen die boven de begane grondbouwlaag gelegen is/zijn. 1.38
voorgevel
de naar de weg of aan het openbaar gebied gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft van meer dan één naar de weg of het openbaar gebied gekeerde gevel, de gevel die door zijn aard, functie, constructie dan wel gelet op uitstraling ervan als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt. 1.39
water
al het oppervlaktewater zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen. 1.40
waterhuishoudkundige voorzieningen
voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en waterkwaliteit (zoals duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten, sloten, greppels en vijvers, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen etc.). 1.41
Wet geluidhinder
Wet van 16 februari 1979 (Stb. 99) houdende regels inzake het voorkomen of beperken van geluidhinder, zoals deze luidde op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan. 1.42
Wet ruimtelijke ordening
Wet van 20 oktober 2006, (Stb. 2006, nr. 566), houdende nieuwe regels omtrent de ruimtelijke ordening, zoals deze luidde op het moment van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan. 1.43