Bijlage 1 - Bestemmingsplan III Binnenstad (VDMA-terrein)
Tekst van het document
Alle overige initiatieven stemmen we op elkaar af, waarbij geldt dat we geen nieuwe uitleglocaties ontwikkelen, tenzij…….Het regionaal portefeuillehoudersoverleg neemt hierover een unanieme beslissing. Uitleglocaties liggen buiten het bestaand stedelijk gebied zoals aangegeven in de provinciale interim omgevingsverordening. 3. In principe beschouwen we de kwantitatieve provinciale prognoses 2017 als richtinggevend op het niveau van het Stedelijk Gebied. Hierbij maken we zo optimaal mogelijk gebruik van de ruimte die de Brabantse Agenda Wonen biedt. Door de woningbouwontwikkelingen goed te monitoren kunnen we ingrijpen op het moment dat dat nodig is en voorkomen we dat goede plannen voor de korte termijn (2021) worden tegengehouden op basis van de programmering op langere termijn (2030). Hierdoor ontstaat meer ruimte om snel in te kunnen spelen op marktontwikkelingen. 4. Het Stedelijk Gebied Eindhoven heeft een bestuursopdracht voor de aanpak van een 32
vastgesteld III Binnenstad (VDMA-terrein) Gemeente Eindhoven
negental majeure projecten gegeven. Het onderdeel programmering kan echter volgens het coördinatieteam op dit moment niet voldoende worden uitgewerkt. Hiervoor heeft zij kaders in de vorm van een regionale visie op wonen en bijbehorende marktonderzoek(en) nodig. Deze visie wordt 2e helft 2019 verwacht. Het merendeel van de majeure projecten kan daar niet op wachten omdat er enerzijds behoefte is aan deze woningen en anderzijds bestemmingsplannen geactualiseerd, gewijzigd dan wel opgesteld moeten worden. Daarom is in het portefeuillehoudersoverleg van 26 oktober en 21 december 2017 besloten het onderdeel programmeren, voor nu uit de Bestuursopdracht te halen en ten aanzien van de locaties planologische voorwaarden in de nieuwe bestemmingsplannen mee te geven. In het Afsprakenkader 2017 is aangegeven welke plannen regionaal afgestemd worden. Een nieuw bestemmingsplan dat meer dan 75 woningen in stedelijke kernen of 25 woningen in landelijke kernen mogelijk maakt, dient regionaal afgestemd te worden. Via het coördinatieteam worden deze plannen aan het portefeuillehoudersoverleg voorgelegd. De provincie ziet er op toe dat de plannen regionaal afgestemd worden. Wanneer bij het vooroverleg blijkt dat dat niet het geval is worden de plannen door de provincie niet in behandeling genomen. Deze ontwikkeling voorziet in de bouw van maximaal 750 woningen.
Dit past binnen de kwantitatieve prognose voor Eindhoven, zoals is aangegeven in paragraaf 3.2.3. Bovendien is de locatie gelegen binnen het 'Stedelijk gebied' zoals aangegeven in de Interim omgevingsverordening. Deze ontwikkeling is 1 juli 2021 via het coördinatieteam voorgelegd aan het portefeuillehoudersoverleg en akkoord bevonden. Daarmee past het binnen de regionale afspraken voor woningbouwontwikkelingen. 3.5.2
Lokaal beleid
Woonvisie De Woonvisie is op 15 december 2015 vastgesteld. In de woonvisie gaat de gemeente in op haar ambities op het gebied van bouwen en wonen. Daarmee maken we de richting waarin we ons willen ontwikkelen duidelijk aan de stad, haar bewoners en alle partijen die een rol spelen in de verdere ontwikkeling van de stad. Ambitieuze stad Eindhoven groeit en dat creëert een nieuwe vraag naar wonen. Eindhoven wil verder verstedelijken. Onder stedelijkheid verstaan we een gemengde en gevarieerde omgeving waar mensen wonen, werken en elkaar ontmoeten. En een stad die tegelijk ook groen en gemoedelijk blijft. We staan voor de unieke kans om de stad als geheel, en het gebied binnen de Rondweg in het bijzonder, de komende jaren te laten groeien. We verwachten dat het inwonersaantal van Eindhoven de komende 10 jaar fors zal toenemen, harder dan de prognoses nu voorspellen. De bijzondere bevolkingsopbouw van Eindhoven (een relatief jonge bevolking) draagt daaraan bij. Die groei moet ook op het vlak van wonen gefaciliteerd worden. Tot 2030 willen we minstens twee derde van de extra woningcapaciteit binnen de Rondweg realiseren. Voor het gebied binnen de Rondweg staan met projecten als Strijp S, Stationsomgeving, NRE en Philips Lighting in deze periode al circa 5.000 nieuwe woningen in de planning.
Daarnaast is de wens dat boven winkels wooneenheden worden gerealiseerd en kantoren worden omgebouwd tot woningen. Hierin is de markt aan zet. Eindhoven formuleert in deze Woonvisie geen concreet woningbouwprogramma, gegoten in cijfers en categorieën. Dat zou niet passen bij de rol van een gemeente anno 2015. We willen ruimte geven aan de markt om gewenste ontwikkelingen te realiseren. Zonder op voorhand aan te geven wat-waar-wanneer gebouwd moet worden. Dat doen we door gebruik te maken van een model voor de onderbouwing van de wenselijkheid van nieuwe initiatieven. Daarin vragen we van initiatiefnemers (projectontwikkelaars, corporaties, gemeentelijke vastgesteld III Binnenstad (VDMA-terrein) Gemeente Eindhoven
33
grondexploitaties) om in te gaan op een aantal punten zoals bijvoorbeeld het marktsegment, het woonmilieu en de periode van oplevering. Solidaire stad Wij willen dat Eindhoven een samenleving is, waarvan iedereen onderdeel is. De meeste inwoners kunnen zelfstandig hun plaats vinden in die samenleving, sommigen hebben een steuntje in de rug nodig. We zorgen dat er voor hen een vangnet is. We hebben oog voor mensen in lastige situaties: asielzoekers, daklozen, mensen in psychische nood en ex-gedetineerden. Door de decentralisatie in de zorg moeten meer mensen met een beperking een plek in de wijk vinden. De vergrijzing zet de komende jaren stevig door. Veel ouderen, met of zonder zorgvraag, zullen langer thuis blijven wonen. Het is belangrijk dat er voor al deze mensen een plek blijft op de woningmarkt. Concentratie in bepaalde wijken is ongewenst. De sociale woningvoorraad is onderdeel van de sociale basisinfrastructuur. In theorie is in Eindhoven de sociale woningvoorraad in balans met de doelgroep. Twee ontwikkelingen vragen echter om aandacht: de samenstelling van de sociale woningvoorraad en de positie van de 13.500 huishoudens met een middeninkomen. Met de inwerkingtreding van de nieuwe woningwet 2015 moeten woningcorporaties hun woningen 'passend toewijzen'. Minimaal 80% van de vrijkomende sociale huurwoningen moet aan huishoudens met een laag inkomen worden toegewezen.
Daarnaast is er ruimte om 10% van de woningen toe te wijzen aan huishoudens met een middeninkomen. De resterende 10% sociale huurwoningen mogen woningcorporaties vrij toewijzen, maar daarbij moeten zij wel voorrang geven aan mensen die door bijvoorbeeld fysieke of psychische beperkingen moeilijk aan voor hen passende huisvesting kunnen komen. Het aantal eenpersoons- en tweepersoonshuishoudens groeit. Dit betekent een grote uitdaging. Niet alleen in woonwensen maar ook in betaalbaarheid, want alleen wonen is relatief duur. We zetten in op transformatie en ander gebruik. Bij de transformatie van grotere kantoren, zorg- en onderwijsgebouwen kunnen (collectief) particulier opdrachtgeverschap en nieuwe woonconcepten een oplossing bieden. Ook het gebruik van eengezinswoningen door bijvoorbeeld twee eenpersoonshuishoudens, met name in het gebied buiten de Rondweg, behoort tot de mogelijkheden. Innovatieve stad Partijen worden uitgedaagd om klantgeoriënteerd, sneller, goedkoper en duurzamer te produceren. En ook in de aanpak van de bestaande voorraad en in de transformatie van kantoren en zorggebouwen is er een grote behoefte aan vernieuwing en aan creatieve, betaalbare oplossingen. Een andere ontwikkeling is het zogenaamde flexwonen.
Tot voor kort kende de woningmarkt een vrij overzichtelijk aanbod: koop- of huurwoningen, zelfstandige of onzelfstandige woonruimten, grondgebonden woningen of appartementen. Maar de vraagkant is de afgelopen jaren sterk veranderd. Er komen steeds meer groepen die behoefte hebben aan tijdelijke woonruimte. Denk bijvoorbeeld aan studenten, expats, arbeidsmigranten, mensen die een echtscheiding achter de rug hebben, ex-gedetineerden en mensen die uit een opvangvoorziening komen. Deze mensen zijn op zoek naar goede tijdelijke huisvesting, met passende voorzieningen, die snel beschikbaar is en tegen een prijs die past bij hun budget. Dit flexwonen wordt een belangrijke nieuwe woonvorm in Eindhoven. Het biedt tevens kansen voor de transformatie van leegstaand vastgoed. In de koopsector krijgen inwoners zoveel mogelijk invloed op hun eigen woning en woonomgeving, bijvoorbeeld door het stimuleren (collectief) particulier opdrachtgeverschap. Zelf bouwen mag niet alleen bereikbaar zijn voor de huishoudens met een hoger inkomen. Ook in de huursector is er sinds de herziening van de Woningwet meer aandacht voor mede-eigendom en zelfbeheer, bijvoorbeeld via het model van wooncoöperaties. Wooncoöperaties zijn een soort tussenvorm van huur en koop. 34
vastgesteld III Binnenstad (VDMA-terrein) Gemeente Eindhoven
3.5.3
Kamerverhuur en woningsplitsing
Op 12 juni 2018 heeft de gemeenteraad het paraplubestemmingsplan 'parkeren, kamerverhuur en woningsplitsing' vastgesteld. Tot het moment van inwerkingtreding van dit paraplubestemmingsplan, werd via de huisvestingsverordening voorkomen dat woningen zonder vergunning werden gesplitst, omgezet, onttrokken en samengevoegd. Hoewel kamerverhuur en woningsplitsing verschillend zijn en andere toetsingskaders kennen, hebben beiden wel een zelfde soort ruimtelijk effect op de omgeving en is het wenselijk om deze initiatieven soortgelijk te reguleren in bestemmingsplannen. Door de regeling in het paraplubestemmingsplan wordt kamerverhuur en woningsplitsing voortaan via één vergunning (omgevingsvergunning) geregeld. Deze regeling moet in opvolgende bestemmingsplannen zoals het onderhavige worden overgenomen om geldend te blijven voor het betreffende plangebied. Om die reden is de regeling uit dit paraplubestemmingsplan in dit bestemmingsplan overgenomen.
3.6
Archeologische en cultuurhistorische waarden
3.6.1
Archeologie
De gemeente Eindhoven heeft eigen archeologiebeleid, als uitwerking van het nationale en provinciale beleid. Dit beleid staat in het 'Beleidsplan archeologie Eindhoven en Helmond 2008-2012', dat de raad in september 2008 heeft vastgesteld. De gemeente neemt de verantwoordelijkheid voor het bodemarchief zelf ter hand door te investeren in kerntaken en opbouw van expertise. De gemeente kent archeologische waarden daterend uit de prehistorie en de Romeinse tijd. Het gemeentelijk bodemarchief herbergt tevens fundamentele gegevens over de geschiedenis van stad en platteland gedurende en na de middeleeuwen. Deze gegevens zijn van groot belang voor de reconstructie van het verleden, temeer omdat archivalische bronnen in Eindhoven nagenoeg ontbreken. De archeologische gebieden binnen de gemeente Eindhoven staan aangegeven op de gemeentelijke archeologische waardenkaart, onderdeel van de gemeentelijke cultuurhistorische waardenkaart. Het beleid is om bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening te houden met de archeologische waarden en verwachtingen in de ondergrond en daarbij uit te gaan van de gemeentelijke archeologische waardenkaart.
vastgesteld III Binnenstad (VDMA-terrein) Gemeente Eindhoven
35
Uitsnede archeologische waardenkaart (locatie plangebied blauw omlijnd) Zoals op de archeologische waardenkaart van de gemeente Eindhoven is te zien is het plangebied niet aangeduid als een archeologisch waardevol of verwachtingsgebied of als een gebied dat op de landelijke Archeologische Monumentenkaart voorkomt. Het uitvoeren van archeologisch onderzoek is in deze gebieden niet noodzakelijk. Er is een nieuwe archeologische waardenkaart opgesteld die ten tijde van terinzagelegging van dit ontwerpbestemmingsplan nog niet is vastgesteld. Indien deze archeologische waardenkaart eerder wordt vastgesteld dan dit bestemmingsplan zal hier vóór vaststelling van dit bestemmingsplan nader op worden ingegaan. Wel geldt ten aanzien van archeologie een meldingsplicht voor archeologische toevalvondsten. Mochten tijdens werkzaamheden archeologische resten worden aangetroffen dan dienen deze (op grond van de meldingsplicht in art. 5.10 van de Erfgoedwet 2016) direct gemeld te worden aan de Minister van OCW en de Afdeling Omgevingskwaliteit van de gemeente Eindhoven. Vervolgens zal bepaald worden of en zo ja welke aanvullende maatregelen getroffen worden.
3.6.2
Cultuurhistorie
Op 18 maart 2008 is de cultuurhistorische waardenkaart van Eindhoven vastgesteld. De kaart dient als beleidskader om bij ruimtelijke ontwikkelingen in de stad rekening te kunnen houden met de cultuurhistorie van Eindhoven. De kaart geeft, naast rijks- en gemeentelijke monumenten een overzicht van de historische structuur van wegen en waterlopen, historisch waardevolle stedenbouwkundige en landschappelijke- en groenstructuren, beschermde stadsen dorpsgezichten en monumentale bomen. Bij de samenstelling van de kaart is onder andere gebruik gemaakt van de gegevens van de provinciale cultuurhistorische waardenkaart.
36
vastgesteld III Binnenstad (VDMA-terrein) Gemeente Eindhoven
Uitsnede cultuurhistorische waardenkaart Eindhoven (locatie plangebied geel omlijnd) Het plangebied is op de cultuurhistorische waardenkaart gelegen aan een 'Historische wegenstructuur voor 1900'. Het betreft de Vestdijk, voormalig stadsvest die de contour van de binnenstad bepaalde, waaraan het plangebied gelegen is. Het VDMA-terrein zelf is niet expliciet aangeduid, maar is wel van cultuurhistorisch hoge waarde. Daarnaast zijn binnen het plangebied enkele cultuurhistorisch waardevolle panden aanwezig, waaronder tevens een rijksmonument. Omschrijving Cultuurhistorische waarden Het gehele complex is van grote waarde voor Eindhoven, aangezien het meerdere verhaallijnen uit de Eindhovense historie bijeenbrengt. Van der Meulen-Ansems (VDMA) staat symbool voor de opkomende autobedrijven in Nederland en de groei van Eindhoven als stad aan het begin van de 20e eeuw. Als één van de grootste autobedrijven van Nederland, en één van de eerste met een eigen autogarage genoot het bedrijf bekendheid in de stad en wijde omtrek. De voormalige luciferfabriek representeert een bedrijfstak die in de tweede helft van de 19e eeuw een belangrijke plaats innam in de industriële ontwikkeling van Eindhoven. Het is echter thans nog het enige fabrieksgebouw in Eindhoven dat herinnert aan de luciferfabricage.
Het pand heeft via het bestemmingsplan 'Binnenstad' een beschermde status door middel van de aanduiding 'karakteristiek'. Dergelijke panden zijn onmisbaar voor het straatbeeld en de afleesbaarheid van de historische gelaagdheid in de stad. Behoud van deze panden vormt het uitgangspunt. De verpleegstersflat uit 1956 staat symbool voor de maatschappelijke ontwikkeling van Eindhoven en voor de bijzondere ligging van een ziekenhuis midden in de stad. Hoewel het vastgesteld III Binnenstad (VDMA-terrein) Gemeente Eindhoven
37
binnenziekenhuis in de jaren '70 is gesloopt, herinnert de verpleegstersflat nog aan deze historie. De unieke combinatie van verpleegstersflat en autobedrijf, de herinnering aan Van der Meulen-Ansems en in zijn architectuur een fraai voorbeeld van de modernistische bouwwijze in de wederopbouwtijd in Eindhoven hebben er toe geleid dat ook dit pand een beschermde status heeft gekregen. Bijzonder vermeldenswaardig zijn hierbij de figuratieve kunstwerken van Hugo Brouwer bij beide ingangsportalen (van hoge kunsthistorische waarde). Bij collegebesluit 'Behoud beeldende kunst' is geregeld dat deze kunstwerken moeten worden meegenomen in nieuwe ontwikkelingen. De voormalige chauffeurswoning aan de Raiffeisenstraat vertegenwoordigt de ontwikkeling van de Coöperatieve Boerenleenbank (later: Rabobank) met Eindhoven als hoofdvesting. Het pand (en het gehele bankenensemble) heeft de status van rijksmonument. Het ensemble betreft het bankgebouw met directeurswoning gebouwd als kantoor voor de Coöperatieve Centrale Boerenleenbank. De bakstenen gevels zijn rijk gedecoreerd, waarbij gebruik is gemaakt van classicistische elementen. In de topgevel van de ingangspartij bevindt zich een rond raam in een omlijsting van guirlandes. Daarboven zijn de wapenschilden aangebracht van Nederland, Eindhoven en de coöperatieve landbouwverenigingen. De ramen zijn voorzien van een kleine roedenverdeling.
Aan de achterzijde van het bankgebouw bevindt zich een traptoren met spits. Aan het geheel is in 1927 een garage met chauffeurswoning, ontworpen door L.J.P. Kooken, toegevoegd. De gebouwen vormen een ensemble met cultuurhistorische waarde als type en als uiting van de sociaaleconomische ontwikkeling. Het gebied van de binnenstad, dat grenst aan voorliggend plangebied, is vanwege de cultuurhistorische waarde aangemerkt als een historische stedenbouwkundige structuur. Het herkenbaar houden van de historische karakteristiek voor de belevingswaarde van de binnenstad is daarbij een belangrijk uitgangspunt. Beoordeling plan Het cultuurhistorisch erfgoed vormt de basis voor de herontwikkeling van het VDMA terrein. De nieuwe ontwikkeling maakt een afleesbare samenhang van historische lagen mogelijk; van de negentiende-eeuwse industriestad en de tramremise uit die tijd, via de wederopbouwperiode en de daarbij horende autocultuur, tot de moderne stad als onderdeel van Brainport. Onderdeel van deze lagen zijn enkele bijzondere gebouwen die, hoewel niet allemaal monumenten, allen waardevolle herinneringen oproepen aan belangrijke centrumfuncties uit het verleden, zoals de Zusterflat als onderdeel van het voormalige Binnenziekenhuis en de chauffeurswoning als onderdeel van het ensemble met de directeurswoning en het bankgebouw.
Voor de individuele gebouwen zijn waardenstellingen opgesteld welke uitgangspunt vormen voor de renovatiestrategie per gebouw. In de nieuwe ontwikkeling blijven de individuele volumes en de samenhang van het erfgoed grotendeels behouden. Het typerende patina van de verschillende gebouwen wordt waar mogelijk onderdeel van de getransformeerde gebouwen. Luciferfabriek De Luciferfabriek heeft een bijzondere geschiedenis. Om die reden wordt de Luciferfabriek gerenoveerd. Het oorspronkelijke volume van de fabriek wordt intern zichtbaar gemaakt zonder afbreuk te doen aan de uitbreiding van Van der Meulen Ansems begin jaren '90. De voormalige Luciferfabriek verteld meerdere historische verhalen. De raamopeningen worden zoveel mogelijk teruggebracht in originele staat en de lichtstraten aan beide langsgevels en in het midden van het dak krijgen transparant glas. Dit maakt de Luciferfabriek tot een overweldigende ruimte met veel daglicht dat tot ver in het gebouw binnendringt. Ook de tramremisemuur en de wandschilderingen in de Luciferfabriek, worden geïntegreerd in het nieuwe ontwerp. De eyecatcher is de 'oude' muur van de Luciferfabriek die vanuit de entree zichtbaar is en combineert de historie van de Luciferfabriek met een modern kantoor. Op de 38
vastgesteld III Binnenstad (VDMA-terrein) Gemeente Eindhoven
voormalige luciferfabriek is de aanduiding 'karakteristiek' behouden op de verbeelding. Aan deze aanduiding is een sloopvergunningsstelsel gekoppeld. Zusterflat De vroegere Zusterflat is een beeldbepalend gebouw aan de Vestdijk. Het was in de 19e eeuw een belangrijk onderdeel van een zeer omvangrijk ziekenhuiscomplex aan de Vestdijk. De twee trappenhuizen en met kunst bekleedde entrees worden hersteld en gaan deel uitmaken van de nieuwe ontsluitingsstructuur van het gebouw. Op de Zusterflat is de aanduiding 'karakteristiek' behouden op de verbeelding. Aan deze aanduiding is een sloopvergunningsstelsel gekoppeld. De Garage De Garage aan de zuidzijde van de Luciferfabriek is een uitbreiding van het garagecomplex uit 1929. Dit object wordt gerenoveerd en krijgt een tweeledige aanpak: een deel wordt exterieur en een deel blijft interieur. Op strategische plekken worden nieuwe openingen toegevoegd om de doorwaadbaarheid van het gebied te verbeteren. Chauffeurswoning De monumentale chauffeurswoning dient als een van de entrees van het gebouw aan de Raiffeisenstraat. Nieuwe gebouwen presenteren zich los van het erfgoed, als een nieuwe tijdslaag in het stedelijk weefsel. Het planvoornemen heeft om die reden dan ook invloed op de cultuurhistorische waarden van het plangebied en haar omgeving.
Echter worden de cultuurhistorische waarden door het planvoornemen ook versterkt door het behoud van de erfgoedwaarde een tweede leven te geven alsook te ontsluiten voor publiek. Ter bescherming van de bestaande karakteristieke panden blijft ter plaatse van de Zusterflat en de voormalige luciferfabriek de aanduiding 'karakteristiek' behouden op de verbeelding. Aan deze aanduiding is een sloopvergunningsstelsel gekoppeld.
3.7
Verkeer en parkeren
De mobiliteitsvisie 'Eindhoven op Weg' is in 2013 door de gemeenteraad vastgesteld. Hierin is het verkeersbeleid voor de komende decennia (planhorizon 2040) vastgelegd. Deze visie vormt het bestuurlijke beleidskader voor alle verkeers- en mobiliteitsopgaven. Er is onderzoek uitgevoerd naar de verkeergeneratie, de verkeersafwikkeling en de parkeeropgave die deze ontwikkeling met zich meebrengt. Dit onderzoek maakt als bijlage 2 onderdeel uit van de toelichting. Hieronder wordt op de uitkomsten ingegaan
3.7.1
Verkeer
Verk eersgeneratie Onderzoek naar verkeersgeneratie is in dit gebied van belang aangezien het terugdringen van autoverkeer als cruciaal wordt gezien binnen dit project. Hiermee wordt aangesloten bij de gemeentelijke ambitie om een aantrekkelijk en autoluw centrumgebied te ontwikkelen. Het VDMA-terrein ligt in de nabijheid van het trein- en busstation en is gelegen aan één van de belangrijkste fietsroutes in de stad. Bovendien zijn de functies in het centrum gemakkelijk te voet te bereiken. Om die reden is het beoogde planvoornemen op het VDMA-terrein, net zoals gelijkwaardige binnenstedelijke projecten, gericht op bezoekers die niet met de auto vastgesteld III Binnenstad (VDMA-terrein) Gemeente Eindhoven
39
komen en op bewoners met een leefstijl waarin autobezit en autogebruik niet van groot belang is. Daarmee is het mogelijk de automobiliteit verbonden aan de functies in de gebouwen tot een minimum te beperken. Normaliter wordt de verkeersgeneratie (van gemotoriseerd verkeer) van een nieuwe ontwikkeling bepaald aan de hand van kencijfers en het aantal te ontwikkelen woningen c.q. werkgelegenheid. Voor de ontwikkeling van het VDMA terrein is een beperkte parkeercapaciteit beschikbaar, waardoor dit leidend wordt in de verkeersgeneratie. In de huidige situatie zijn er een aantal functies op het VDMA terrein aanwezig. Deze functies hebben een verkeersgeneratie van 1.847 motorvoertuigbewegingen per etmaal (mvt/etm). Voor de afwikkeling wordt uitgegaan dat al het verkeer wordt ontsloten op de Vestdijk. Voor de toekomstige verkeersgeneratie worden drie aspecten meegenomen. Namelijk verkeersgeneratie van deelauto's, van auto's die kunnen parkeren op de beschikbare parkeerplaatsen en de logistieke verkeersbewegingen. Uit het onderzoek blijkt dat de verwachtte verkeersgeneratie als gevolg van de ontwikkeling van het VDMA-terrein 819 verkeersbewegingen per dag zal bedragen. Dat is ruim lager dan de verkeersgeneratie van de huidige functies (1.847 mvt/etm). De ontwikkeling heeft dus een positief effect op de verkeersintensiteiten op de ontsluitingsroutes (met name Vestdijk).
Verk eersafwikkeling Met betrekking tot de verkeersafwikkeling richt het plan zich op het langzame verkeer en wordt het terugdringen van het autoverkeer als cruciaal gezien om de binnenstad te laten functioneren als een prettige openbare ruimte. Het eindbeeld is dan ook om het autoverkeer zoveel mogelijk te vermijden ten faveure van de voetganger en de fiets. Dit sluit aan bij de visie van de gemeente Eindhoven "Eindhoven op Weg". Hierin richt de gemeente zich op voetgangers en fietsers en wordt voorrang gegeven aan duurzame wijzen van verplaatsen. In de toekomstvisie voor het centrum- en stationsgebied wordt uitgegaan van een autoluwe ontwikkeling, waarbij gebiedsvreemd verkeer wordt geweerd en nieuwe mobiliteit als gevolg van nieuwe ontwikkelingen duurzaam wordt opgevangen (minimaal parkeren, meer fiets, ov, lopen). Op de Vestdijk is al begonnen met het verminderen van het autoverkeer. Het rijprofiel voor verkeer is al gereduceerd tot één rijstrook richting noord met in de tegenrichting de busbaan voor het HOV. Tevens is 30 km/uur ingevoerd. Een ondergrondse parkeerkelder voor auto's is voorzien in het plangebied, welke wordt beoogd om te ontsluiten middels de bestaande onderdoorgang onder het naastgelegen hotel en er is een aansluiting aanwezig met de Tramstraat.
40
vastgesteld III Binnenstad (VDMA-terrein) Gemeente Eindhoven
Situatieschets parkeren en ontsluiting VDMA Ontsluiting Openbaar Vervoer Het gebied ligt op korte loopafstand van Eindhoven Centraal station. Dit openbaarvervoer knooppunt heeft ontsluiting richting Den Bosch, Breda en Maastricht. Verder zit aan de noordzijde van Eindhoven Centraal een groot busstation dat de lokale centra met elkaar verbindt. Dit bij elkaar biedt een uitstekende ontsluiting middels het openbaar vervoer.
vastgesteld III Binnenstad (VDMA-terrein) Gemeente Eindhoven
41
3.7.2
Parkeren
De ruimte in de stad is beperkt en kostbaar. De gemeente moet dan ook de schaarse ruimte efficiënt gebruiken. Daarom worden bij een plan eisen aan het aantal te realiseren parkeerplaatsen gesteld. Bij besluit van 17 mei 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders de Nota Parkeernormen 2016 vastgesteld. Hierin zijn normen vastgelegd voor parkeren. Deze nota is inmiddels geactualiseerd door de Actualisatie Nota Parkeernormen 2019. De Actualisatie Nota Parkeernormen 2019 is vanaf 4 oktober 2019 van kracht en past in de ontwikkeling naar een groenere, bereikbare en duurzame stad. We hebben te maken met een grote verdichtingsopgave in Eindhoven en tegelijk moeten we het centrum van Eindhoven goed bereikbaar houden. Er is straks minder plaats voor autoverkeer en parkeren in en om het autoluwe centrum. Daarom streven we nu naar het aanleggen van zo min mogelijk nieuwe parkeerplaatsen en we zetten zoveel mogelijk in op duurzame alternatieve vervoerswijzen: lopen, fietsen en openbaar vervoer. In de nota is dat uitgewerkt in de zogenaamde verplichte "HOV-reductie" (minder parkeerplaatsen bij stations en Hoogwaardig openbaar vervoer-haltes) en het stimuleren van gebruik van deelauto's voor bewoners. Als tweede aanpassing willen we de bestaande (privé) parkeercapaciteit beter en efficiënter gaan benutten ten opzichte van realisatie van parkeerplaatsen op eigen terrein.
De derde belangrijke aanpassing is dat ontwikkelaars een bijdrage in het mobiliteitsfonds moeten storten, bij gebruik van reeds aanwezige openbare parkeerplaatsen. Met dat geld willen we onder andere de opbouw van een stadsbreed deelmobiliteit netwerk op weg helpen. In de Actualisatie Nota Parkeernormen 2019 is eveneens de fietsparkeernormen geactualiseerd en gaat gemeente Eindhoven daar uitgebreider op toetsen en handhaven. Verder is van belang dat elk bestaand adres of een nieuw adres waar een omgevingsvergunning is afgegeven na 2016 in het POET-overzicht (parkeren op eigen terrein) komt. Adressen uit dit overzicht kunnen geen (nieuwe) parkeervergunning aanvragen en hebben geen recht op een bezoekersregeling binnen betaald parkeergebieden. Bestaande parkeervergunningen worden niet meer verlengd. Dat wordt in een vroeg stadium gecommuniceerd met nieuwe bewoners.
3.7.3
Autoparkeren
Op basis van deze gegevens is met behulp van de Rekentool Parkeerbehoefte van gemeente Eindhoven een berekening gemaakt van de toekomstige parkeerbehoefte. Daaruit komt naar voren dat de parkeerbehoefte van bewoners voor gemotoriseerd verkeer 176 parkeerplaatsen bedraagt. Dit is inclusief een 50% reductie van het aantal parkeerplaatsen vanwege de ligging nabij station Eindhoven Centraal. De parkeeropgave van 176 parkeerplaatsen kan gedeeltelijk worden opgevangen met het plaatsen van deelauto's. Conform het beleid van gemeente Eindhoven kan bij particuliere initiatieven 1 deelauto's de parkeerbehoefte van 10 eigen auto's opvangen. Binnen de ontwikkeling van het VDMA terrein is voorzien in het plaatsen van 9 deelauto's. Door deze inzet ontstaat een reductie van 90 parkeerplaatsen. Aanvullend zijn er in een straal van 500 meter nog 5 openbare deelauto's (Greenwheels) beschikbaar (d.d. 1-2-2021). In totaal kunnen maximaal 108 parkeerplaatsen worden voorzien in de parkeerkelder. Deze worden te huur aangeboden aan bewoners. Voor overige functies (werknemers, bezoekers) geldt een parkeerbehoefte van 106 parkeerplaatsen. Gemeente Eindhoven beschrijft hiervoor dat uitbreiding van parkeren in en rond het centrum bij groei van de behoefte niet gewenst is, omdat het wenselijk is de bestaande parkeercapaciteit beter en efficiënter te benutten.
In de bestaande parkeervoorzieningen is voldoende restcapaciteit om deze 106 parkeerplaatsen op te vangen 42
vastgesteld III Binnenstad (VDMA-terrein) Gemeente Eindhoven
3.7.4
Fietsparkeren
Naast een parkeerbehoefte voor gemotoriseerd verkeer is er ook een parkeerbehoefte voor fietsen. De ligging van het VDMA in het centrum van Eindhoven, nabij het NS station Eindhoven Centraal, maakt het uitermate geschikt voor fietsgebruik. De normen voor fietsparkeren zijn beschreven in de "Actualisatie Nota Parkeren 2019". In de Nota Parkeernormen wordt voor fietsparkeren onderscheid gemaakt naar type woningen en werkgelegenheid. Conform de berekeningen in de "Rekentool Parkeerbehoefte Fiets" van gemeente Eindhoven zijn 3700 stallingen voor fietsparkeren benodigd. Hierin zijn hogere bezoekersparkeernormen gehanteerd (0,6 ipv 0,2) en 600 openbare fietsparkeerplaatsen. Bij het opstellen van het plan is gekozen om zowel het fietsparkeren van de bewoners als werknemers via privaat beheer te regelen. Het voordeel hiervan is dat er geen fietsen in de openbare ruimte geparkeerd hoeven te worden en dat er in deze fietsenstallingen extra service (elektrisch opladen, beveiliging, een bandenpomp) kan worden aangeboden waardoor het voor bijvoorbeeld werknemers aantrekkelijker wordt om met de fiets naar het werk te komen. Op basis van de berekeningen zijn er 2.451 fietsparkeerplaatsen in privaat beheer gewenst (waarvan de parkeerbehoefte van het kantoor als openbaar wordt beschouwd). De overige 1.249 fietsparkeerplaatsen zijn openbaar toegankelijke fietsparkeervoorzieningen.
3.8
Groen
3.8.1
Groenbeleidsplan
Begin 2017 is een actualisatie van Groenbeleidsplan door de gemeenteraad vastgesteld. Dit Groenbeleidsplan 2017 is gemaakt met de veranderende rol van de overheid in het achterhoofd. Het voorziet in vier sporen "het verhaal van de stad", wat de waarde van groen is (functies als uitgangspunt), welke ambitie de gemeente daarmee heeft en het daadwerkelijke groenbeleid. Het groenbeleidsplan heeft als doel het duurzaam veiligstellen en ontwikkelen van een kwalitatief hoogwaardige groenstructuur met daarin passende functies. Hiermee levert de toepassing van het groenbeleid een wezenlijke bijdrage aan een aantrekkelijke en gezonde woon- en werkomgeving als karakteristieke kwaliteit van Eindhoven. Een omgeving die leefbaar en klimaatadaptief is en een volwaardig vestigingsklimaat biedt voor Brainport. Het groenbeleid sluit aan op de geomorfologische structuur van de stad: de structuur van dekzandruggen en beken (Dommel en Gender) die Eindhoven hebben gevormd. Op basis van de tuinstad gedachte is bij de verdere ontwikkeling van Eindhoven sterk ingezet op het behoud van de groene ruimten tussen de voormalige dorpen. Genneper Parken (tussen Stratum en Gestel), Brainport Park (tussen Strijp en Woensel) en De Karpen (tussen Woensel en Tongelre) vormen nog altijd imposante, groene wiggen, die tot diep in de stad reiken.
Het behoud van de robuuste groenstructuur, die vanuit het buitengebied, via de wiggen tot aan de bomen bij de voordeur reikt, is een belangrijk uitgangspunt van het groenbeleidsplan. Het Groenbeleidsplan heeft in principe betrekking op al het groen van Eindhoven, dus niet alleen het groen in eigendom van de gemeente. Omdat niet al het groen bescherming krijgt door een specifieke groenbestemming en de gemeente enkel directe invloed heeft op haar eigen eigendommen, is niet al het groen automatisch beschermd. In het Groenbeleidsplan 2017 zijn onder andere procesafspraken genoemd die een relatie hebben met een ruimtelijke procedure. Het betreft een procesafspraak over groenplannen bij ontwikkeling van gebouwen of gebieden en de procesafspraak over de groenregelingen voor bomen (Verordening Bomen en Nadere regels bomen) en de Regeling Groencompensatiefonds. De genoemde groenplannen dienen een toelichting van de groene vastgesteld III Binnenstad (VDMA-terrein) Gemeente Eindhoven
43
inrichting van een ontwikkeling te geven. Behoud van het bestaande groen is het uitgangspunt, evenals het (door)ontwikkelen van de groene kwaliteiten waar nodig. Het Groenbeleidsplan 2017 geeft in een kaart met zes ruimtelijke strategieën de kaders voor de ruimtelijke ontwikkeling in relatie tot groen.
Figuur: Ruimtelijke Strategieënkaart
Dit bestemmingsplan is geheel gelegen binnen de strategie 'Stad, rood beeldbepalend'.
Strategie 1: Stad, rood beeldbepalend In deze gebieden heeft groen een ondersteunende functie aan de stedelijke identiteit ('aankledingsgroen') of een recreatieve functie voor de woonomgeving (parken). Het beleid is gericht op behoud en ontwikkelen van deze groene elementen of functies. Het oppervlak groen binnen deze categorie zou niet verder af moeten nemen. Binnen de aangeduide groenarme buurten wordt gestreefd naar uitbreiding van het groenareaal. Het plangebied is aangeduid als groenarme buurt.
44
vastgesteld III Binnenstad (VDMA-terrein) Gemeente Eindhoven
Bestaande situatie plangebied met veel harding
Toepassing plangebied Het Groenbeleidsplan 2017 omschrijft het beleid voor de combinatie van verdichten en vergroenen. Dit betekent dat voor iedere woning die wordt voorzien, er wordt gestreefd naar ten minste 4 tot 8 m² groen. Ook kent de gemeente een regeling voor groencompensatie (Beleidsregel groencompensatie), die kortweg inhoudt dat groen, dat plaats moet maken voor een ontwikkeling, door de ontwikkelende partij moet worden gecompenseerd, fysiek en/of financieel. Gezien het voorgaande is een Groenplan opgesteld. De rapportage van het complete groenplan is als bijlage 3 bij deze toelichting gevoegd. Hierna volgen de belangrijkste aspecten van het groenplan. Voor het huidige planvoornemen geldt, op basis van het Groenbeleidsplan, een compensatienorm van 7.160 m² groen. Beoogd is om op het VDMA-terrein circa 3.500 m2 betekenisvol groen (stadsbos) op het maaiveld te realiseren. Daarnaast worden er ruim 5.000 m2 aan groene daken gerealiseerd en circa 3.800 m2 aan groene gevels. VDMA voegt daarmee een breed palet aan groene, kwalitatief hoogwaardige, klimaatadaptieve en toegankelijke ruimtes toe aan het bestaande stedenbouwkundige netwerk in Eindhoven. Met logische verbindingsroutes tussen de Tramstraat, de Raiffeisenstraat en het Stationsgebied.
En net als in de onlangs heringerichte groene stadsstraat Vestdijk, vormen de openbare ruimtes in VDMA de entree naar een herkenbaar gebied dat snel een plek zal weten te veroveren in de harten van de Eindhovenaren. Gelet op de groenmaatregelen die toegepast worden in het plangebied en de openbare ruimte en de uitbreiding van het groenareaal voldoet het plan aan het Groenbeleidsplan 2017.
Beleidsregel groencompensatie Op 13 maart 2018 is de 'Regeling Groencompensatiefonds' vastgesteld. Bij deze regeling hoort de 'Beleidsregel Groencompensatie'. Deze beleidsregel is bedoeld als afwegingskader bij aanvragen voor (ruimtelijke) ontwikkelingen die kunnen leiden tot aantasting van groen. Bij aantasting en verlies van groen is compensatie vereist, de Beleidsregel geeft hiervoor de richtlijnen. Hierboven is reeds ingegaan op de groenmaatregelen die toegepast worden in het plangebied en de openbare ruimte.
vastgesteld III Binnenstad (VDMA-terrein) Gemeente Eindhoven
45
3.8.2
Beleid Bomen
Het gemeentelijk beleid ten aanzien van bomen is vastgelegd in de Verordening Bomen 2021. Deze is op 6 april 2021 door de gemeenteraad vastgesteld en de verordening met bijbehorende regels is op 23 april 2021 in werking getreden. De Verordening en (uitwerking daarvan in) nadere regels voor compensatie is van toepassing op bomen die niet vallen onder de regelgeving van de Wet natuurbescherming (Wnb). De Wet natuurbescherming is van toepassing op: - bossen die buiten de 'bebouwde kom Wnb' liggen; - alle beplantingen van bomen die groter zijn dan 10 are; - bomen in een rijbeplanting, als de rij uit meer dan 20 bomen bestaat. Voor bomen geldt dus of de Wet natuurbescherming of de Verordening Bomen 2021. Voor het vellen van bomen dient, behoudens een aantal vrijstellingen, een melding te worden gedaan bij de Provincie Noord Brabant. Er is een herplantplicht van toepassing. Verordening Bomen 2021 In de Verordening Bomen 2021 is de bescherming van bomen geregeld, doordat voor het kappen van bomen een omgevingsvergunning nodig is. Daarbij kan ook nog worden gezorgd voor herplant van de te kappen bomen (compensatieplicht). De verordening bevat regels over hoe wordt omgegaan met overlast door bomen, de compensatieplicht bij kap, de indieningvereisten bij een vergunningaanvraag, de beoordeling (weigeringsgronden) van een kapaanvraag en het aanbrengen van verlichting in bomen.
Conform de verordening is een vergunning voor kappen van bomen nodig als: bomen vanaf 45 cm stamomtrek op gemeentegrond of op particuliere percelen groter dan 250 m2; een houtopstand die voor de eerste keer wordt teruggesnoeid tot op de hoofdtakken of stam; een houtopstand, ongeacht de stamomtrek, die is aangelegd op grond van een herplant-, compensatie en/of instandhoudingsplicht op grond van artikel 6 of een overeenkomst met het college. voor het voorhanden of in voorraad hebben dan wel het vervoeren van een gekapte houtopstand of delen ervan met een plantenziekte is een omgevingsvergunning vereist, voor zover deze plantenziekte zich kan verspreiden is wel een vergunning nodig. Groene kaart Er is een groene kaart waarop ter informatie het volgende is aangegeven: Groenstructuur van de gemeente Eindhoven (groene wiggen, groene dooradering en hoofgroenstructuur); Groenarme gebieden; Centrumgebied; Bebouwde komgrens Wet natuurbescherming; (Particuliere) percelen groter dan 250 m2. De informatie op de groene kaart is nodig om: Te duiden waar de waardevolle bomen staan; Te duiden waar de monumentale bomen staan; Inzicht te geven in de Bebouwde komgrens wet natuurbescherming; Inzicht te geven in de gebieden waar een compensatiefactor geldt in het geval financiële compensatie aan de orde is, het centrumgebied en de groenarme gebieden.
Om de kaart actueel te houden wordt de informatie over de bomen op de kaart en de kadastrale situatie op de kaart, zeer frequent bijgewerkt. Zo blijft de kaart up-to-date en betrouwbaar voor zowel interne als externe gebruikers. 46
vastgesteld III Binnenstad (VDMA-terrein) Gemeente Eindhoven
Compensatieplicht bomen Door het kappen van bomen gaat groen verloren. Het weggevallen groen moet in beginsel worden gecompenseerd. Aan een omgevingsvergunning voor het kappen van een houtopstand (bomen) kunnen voorschriften worden verbonden. Onder andere kan een compensatieplicht worden opgelegd. In de Nadere regels Verordening bomen 2021 is bepaald wanneer een compensatieplicht ontstaat en hoe die wordt bepaald.
Nadere regels voor compensatie De Verordening is uitgewerkt in nadere regels voor compensatie. Deze zijn op 21 april 2021 vastgesteld door het college en op 23 april 2021 in werking getreden. Het college mag op basis van de Verordening bomen 2021 compensatie opleggen zoals uitgewerkt in de 'Nadere Regels voor compensatie'.
Het plangebied Binnen en direct rondom het plangebied zijn geen bomen aanwezig die op de Groene Kaart zijn opgenomen.
Uitsnede Gemeentelijke Groene Kaart Het plangebied is op de groene kaart aangeduid als 'kadastraal perceel groter dan 500 m2. Voor deze ontwikkeling is een Bomeninventarisatie en een Bomen Effect Anayse (BEA) uitgevoerd. Deze onderzoeken zijn als bijlage 4 en bijlage 5 behorende bij de toelichting opgenomen. Gebleken is dat een aantal bomen niet gehandhaafd kunnen blijven. Voor de bomen die gehandhaafd blijven zullen bij de feitelijke werkzaamheden rekening gehouden worden met de aanbevelingen zoals opgenomen in de BEA.
vastgesteld III Binnenstad (VDMA-terrein) Gemeente Eindhoven
47
De 34 te kappen bomen vertegenwoordigen een monetaire waarde van circa € 135.000,- (excl. BTW). Het doel is om deze waarde te compenseren door middel van het aanplanten van nieuwe bomen binnen het plangebied. Veruit het grootste deel van deze nieuw aan te planten bomen zal worden aangeplant in het Stadsbos. De hoeveelheid en exacte locatie van de nieuw aan te planten bomen dient nader te worden uitgewerkt. De bomen zullen worden aangeplant in diverse maten. Variërend van 18-20 tot grotere bomen van 10-15 meter hoog. Het grootste gedeelte van de bomen zal worden aangeplant met een maat van 20-25. De bomen zullen bestaan uit een combinatie van bomen van de 1e, 2e en 3e grootte. Verwacht wordt minimaal 60 nieuwe bomen aan te planten (jonge kweek, wortelgoed en struikvormers zijn niet meegerekend). Een indicatieve berekening van circa € 180.000,- laat zien dat het beoogde stadsbos de huidige monetaire waarde van het aanwezige groen ruim zal compenseren.
3.9
Hoogbouwbeleid en verdichtingsvisie Binnenstad
In de Woondeal met rijk en provincie zijn afspraken gemaakt om veel woningen toe te voegen In Eindhoven, zowel binnen als buiten de Ring. Eindhoven kiest voor verdichting met kwaliteit en wil compact bouwen, de hoogte in om groene ruimte te sparen in de rest van de stad. Dit is vastgelegd in de Eindhovense omgevingsvisie, die 16 juni 2020 is vastgesteld. Voor de Binnenstad is de Verdichtingsvisie Binnenstad opgesteld, deze is door de raad vastgesteld op 15 december 2020, De visie gaat uit van het toevoegen van meer woningen, meer groen, duurzaamheid en een gemengd programma voor de Binnenstad. Er zijn kwaliteitsprincipes opgenomen voor de nieuwe hoogbouw. In de verdichtingsvisie Binnenstad is tevens bepaald dat het bestaande hoogbouwbeleid 'De derde dimensie van een laagbouwstad', vastgesteld door de gemeenteraad in 2008, van kracht blijft, maar in de Binnenstad op een aantal plekken verruimd wordt. Deze verdichtingsvisie is dus een nadere uitwerking van het hoogbouwbeleid specifiek voor de Binnenstad. Dit bestaande beleid, in combinatie met vastgestelde gebiedsvisies, maakt de hoogbouwcategorie L (tot 75 meter) mogelijk in het Emmasingelkwadrant, XL (tot 105 meter) aan de binnenring en XXL (hoger dan 105 meter) in het Stationsgebied.
In dit beleid worden de kansen voor hoogbouw vooral gezocht in stedelijke knooppunten, zoals het Stationsgebied met haar meervoudige bereikbaarheid. Voor de Binnenstad staat aangegeven dat mogelijkheden voor nadere intensivering nog nader uitgezocht moeten worden. Aan de hoogbouw binnen de Binnenstad worden in de verdichtingsvisie Binnenstad algemene kwaliteitseisen gesteld. De meeste eisen zijn universeel van aard en eveneens van belang voor de ontwikkeling van de hoogbouw op het VDMA-terrein: 1. Nieuwe ontwikkelingen dragen bij aan de ruimtelijke kwaliteit en vergroening van de omgeving; 2. Verdichten met respect en aandacht voor cultuurhistorie; 3. Ontwikkelen met aandacht voor duurzaamheid, klimaatadaptatie, groen en leefbaarheid; 4. Toepassen van duurzame mobiliteitsoplossingen; 5. Het daklandschap wordt bruikbaar voor groen, duurzaamheid en/of toegankelijk en bruikbaar voor sport en spel; 6. Ontwikkelen volgens een gemengd programma met levendige plinten en actieve plekken op hoogte; 7. Maak de locatie toegankelijk en doorwaadbaar door middel van een kwalitatief hoogwaardige openbare ruimte; 8. Ontwikkelen volgens drie van elkaar onderscheidende typologieën: Eindhovense laag, Brainport laag en Specials; 9. Hoogbouw wordt ontwikkeld met oog voor de impact op de omgeving (bezonnings- en 48
vastgesteld III Binnenstad (VDMA-terrein) Gemeente Eindhoven
windonderzoek); 10. Ondersteunende voorzieningen ten behoeve van een ontwikkeling worden in het gebouw opgenomen, niet in de openbare ruimte. Focusgebieden Waar in het Stationsgebied en het Emmasingelkwadrant één specifieke hoogte in het gehele gebied van kracht is, geldt dit voor de Binnenstad alleen op bepaalde plekken en zones. Het plaatsen van hoge gebouwen is een kwestie van ruimtelijke acupunctuur waarbij rekening wordt gehouden met de cultuurhistorische waarden van de Binnenstad. De verdichtingsvisie wijst specifieke gebieden aan waarin hoogbouw mogelijk is. Deze focusgebieden zijn locaties waar zich een kans of noodzaak voordoet om de plek en de directe omgeving een kwaliteitsimpuls te geven. Deze locaties zijn zorgvuldig geselecteerd op basis van een inschatting op welke plekken de toename van de verblijfskwaliteit en de beleefbaarheid van de stad het grootst kan zijn. De locaties zijn kansrijk omdat ze zich ruimtelijk, vanwege de grootte van het kavel of de ligging aan een binnenhof of plein, uitermate goed lenen voor verdichting. Deze wat grotere locaties bieden kansen om met een samenhangende ontwikkeling een meerwaarde te creëren voor de stad. Deze focusgebieden zijn belangrijke nieuwe plekken in de stad die het verschil gaan maken in de beleving van de Binnenstad.
De focusgebieden hebben ieder een specifieke maat en hoogte afhankelijk van de omgeving waarin ze zich bevinden. In de verdichtingsvisie is het VDMA-terrein ook benoemd als focusgebied, in de categorie XL. Op het VDMA-terrein is hoogbouw met een stedelijke schaal dus passend. Onderhavige ontwikkeling voorziet in bebouwing tussen de 7 meter en 105 meter en heeft in totaal vier 'hoogte-accenten'. Twee gebouwen zullen een hoogte hebben van circa 45 meter en de andere twee gebouwen hebben een hoogte van circa 100 meter. De beoogde bebouwing van het VDMA-terrein sluit dan ook goed aan op de gemeentelijke Hoogbouw- en Verdichtingsvisie.
3.10
Bezonning
Voor het beoordelen van de effecten van beschaduwing gelden er geen algemene eisen in Nederland. Het bevoegd gezag kan in het kader van een bestemmingsplan echter wel eisen opnemen. De Gemeente Eindhoven heeft daarom beleidsregels voor bezonning van woningen opgesteld. Deze beleidsregels stellen dat er ter plekke van woningen tussen 19 februari en 21 oktober (een periode van 8 maanden) minimaal 2 uur zonlicht per dag aanwezig moet kunnen zijn op de gevel, ter hoogte van het midden van de vensterbank van het raam van de woonkamer. Voor hoek- en doorzonwoningen mag bezonning op zij- of achtergevels worden opgeteld. Deze eis komt overeen met de veelgebruikte 'lichte TNO-norm' voor bezonning van woningen. Daarnaast stelt de gemeente eisen aan bezonning van tuinen of balkons. Hier dient tussen 21 maart en 21 september minimaal 2 uur zonlicht per dag in de tuin of op balkon te vallen. De duur van bezonning mag in een nieuwe situatie met niet meer dan 50% afnemen ten opzichte van de bestaande situatie. Bovenstaande eisen gelden alleen voor woonfuncties. Er zijn in Nederland, noch in Eindhoven specifieke eisen gesteld aan beschaduwing van functies zoals kantoren, hotels/short stay of andere gebouwfuncties. Voor de beoogde ontwikkeling is een bezonningsonderzoek uitgevoerd. Deze studie maakt als bijlage 6 onderdeel uit van de toelichting. Hieruit blijkt het volgende.
De nieuwbouw heeft invloed op de bezonning van omgeving. De belangrijkste woningen waarbij het aantal bezonningsuren afneemt zijn:
vastgesteld III Binnenstad (VDMA-terrein) Gemeente Eindhoven
49
Hermanus Boexstraat 4 t/m 6, 14 t/m 26 In de huidige situatie en de toekomstsituatie voldoen niet alle woningen aan de lichte TNO-richtlijn. De nieuwbouw heeft geen invloed op de bezonning als het aantal uren bezonning kleiner is dan twee uur. Is de bezonning meer dan twee uur dan is de afname maximaal 0.2 uur op een klein gedeelte van de woningen. Het aantal woningen dat niet voldoet aan de lichte TNO-richtlijn neemt in de toekomst niet toe. Dommelstraat 2 A De nieuwbouw heeft een kleine invloed op de bezonning. Het aantal uur bezonning neemt dan 0.4 uur af. De woning voldoet nu en in de toekomst aan de lichte TNO-richtlijn. Dommelstraat 4 t/m 16, 22 t/m 30, 36 t/m 36 E Voor Dommelstraat 4 t/m 16, 22 t/m 30, 36 t/m 36 E heeft de nieuwbouw invloed op het aantal uur bezonning. Het aantal uur bezonning neemt maximaal 1.2 uur af. In de huidige situatie voldoen een paar woningen niet aan de lichte TNO-richtlijn. In de toekomst neemt dit aantal toe met circa zeven woningen. Op 26 februari (één week later) ontvangen deze zeven woningen meer dan twee uur bezonning. Raiffeisenstraat 20 t/m 36 In de huidige situatie en de toekomstsituatie is voor alle woningen het aantal uren meer dan twee uur en voldoen daarmee aan de lichte TNO-richtlijn. De nieuwbouw heeft echter een grote invloed op het aantal uren bezonning.
Door de nieuwbouw neemt het aantal uren bezonning met ongeveer 5.5 tot 6 uur af. Tramstraat 1 t/m 35 E In de huidige situatie voldoen ongeveer twee woningen niet aan de lichte TNO-richtlijn. In de toekomstige situatie voldoen ongeveer dertien niet aan de lichte TNO-richtlijn, een toename van ongeveer elf woningen. Opgemerkt wordt dat de meeste van die woningen net onder de twee uur bezonning zitten, van 1.7 uur tot 1.9 uur bezonning. De maximale afname bedraagt 1.5 uur. Op 2 maart (anderhalve week later) ontvangen deze elf woningen meer dan twee uur bezonning. Hubert Seijssemaeckerstraat 2 t/m 24 In de huidige en toekomstige situatie voldoen alle woningen aan de lichte TNO-richtlijn. In de toekomst neemt het aantal uren bezonning maximaal 1.7 uur af. Tuinen In de tuinen van de maatgevende woningen aan de Tramstraat neemt het aantal bezonningsuren af ten gevolge van de nieuwbouw. Op enig punt in de tuinen is het aantal uren bezonning meer dan twee uur. De afname in aantal uren bezonning is per tuin minder dan 50%. Geconcludeerd kan worden dat uit de bezonningsonderzoek blijkt dat voor een periode van 1 week (deels aan de Dommelstraat) en 1,5 week (deels aan de Tramstraat) niet aan de voorwaarde kan worden voldaan. In beginsel wordt daarmee niet voldaan aan de beleidsregels bezonning.
50
vastgesteld III Binnenstad (VDMA-terrein) Gemeente Eindhoven
Gemeente Eindhoven heeft het bestaande hoogbouwbeleid voor acht locaties verruimd. Het betreffen de zogenaamde focusgebieden, waar ook het VDMA-terrein onder valt. Op deze locaties doet zich een kans of noodzaak voor om de plek en de directe omgeving een extra woningbouw- en kwaliteitsimpuls te geven. De locaties zijn zorgvuldig geselecteerd op basis van een inschatting op welke plekken de toename van de verblijfskwaliteit en de beleefbaarheid van de stad het grootst kan zijn. De locaties zijn kansrijk omdat ze zich ruimtelijk, vanwege de grootte van de kavel of de ligging aan een binnenhof of plein, uitermate goed lenen voor verdichting. Ze bieden kansen om met een samenhangende ontwikkeling een meerwaarde te creëren voor de stad. Daarnaast gaat het slechts om een hele kleine periode (1,5 week van de periode van 35 weken waarvoor de beleidsregels over bezonning gelden) waarin niet voldaan kan worden aan de beleidsregels ten aanzien van het aantal uur zonneschijn op de gevel. Gelet op al deze omstandigheden prevaleert het ontwikkelen van onderhavige locatie boven het strikt toepassen van de 'beleidsregels voor bezonning woningen' en wordt van deze beleidsregels afgeweken.
3.11
Explosieven
Aan de hand van uitgebreid historisch archiefonderzoek is geïnventariseerd welke locaties mogelijk kans hebben op de aanwezigheid van niet gesprongen conventionele explosieven (zogenaamde blindgangers). Voor de gebieden die 'explosieven-verdacht' zijn wordt een nader onderzoek gewenst geacht. Uit zo'n nader onderzoek moet dan blijken of een feitelijk explosieven onderzoek nodig is.
Uitsnede explosievenk aart gemeente Eindhoven Het plangebied wordt gezien als een 'explosieven verdacht' gebied waar mogelijk onderzoek nodig wordt geacht. Er zal - vóórdat tot realisatie van het bouwplan wordt overgegaan - een zogenaamde projectgebonden risicoanalyse uitgevoerd worden om antwoord te krijgen op de vraag of een onderzoek naar explosieven nodig is. Indien nodig zal verder onderzoek plaatsvinden. vastgesteld III Binnenstad (VDMA-terrein) Gemeente Eindhoven
51
3.12
Horeca
Op 11 maart 2014 heeft de gemeenteraad het nieuwe horecabeleidsplan 'Kennis maken met een gastvrije stad' vastgesteld. De nota is op 2 november 2016 gepubliceerd. Eindhoven wil aantrekkelijk zijn om er te komen, verblijven, studeren, wonen en werken. Horeca speelt hierbij een belangrijke rol. Het horecabeleidsplan bevat een aantal speerpunten om ervoor te zorgen dat de horeca in Eindhoven kan meebewegen met de ontwikkelingen in de stad. De gemeente wil de vestiging van kwalitatief goede horecabedrijven stimuleren. Daarbij is een wederzijdse versterking van de nabije andere functies belangrijk. Om dit bewerkstelligen maakt het horecabeleidsplan onderscheid gebiedtypen en in typen horeca. Typen horeca Het horecabeleidsplan maakt onderscheid in twee typen horeca: Nat & Droog Het al dan niet schenken van alcohol is vanuit de taken van de overheid zeer bepalend. Om die reden is een eerste onderscheid naar nat en droog logisch. Indien een horecabedrijf geen alcoholische dranken verstrekt, wordt deze gerekend tot de droge horeca. Natte horeca verstrekt alcoholische dranken. Dag, Avond & Nacht Naast de indeling op basis van het schenken van alcoholhoudende dranken moeten we echter ook kijken naar de exploitatietijden. Op basis hiervan kan worden gekeken naar de tijden waarop een horecabedrijf invloed heeft op zijn omgeving.
Ook dit heeft weer een verband met wanneer de overheid welke taak heeft. Hierin kunnen in beginsel drie typen worden onderscheiden: dag-, avond en nachthoreca. Van belang is hierbij de combinatie met nat of droog. Regels over het schenken van alcohol en openingstijden zijn opgenomen in de drank- en horecawet en in de APV. In het bestemmingsplan worden hierover geen regels opgenomen. Wel wordt in het bestemmingsplan opgenomen welke vorm van horeca is toegestaan. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de lijst van Horeca-activiteiten (Bijlage 3).
Gebiedstypen In het horecabeleidsplan wordt onderscheid gemaakt in drie gebiedstypen: 1. Stimuleringsgebied: gebieden waar uitbouw van de horecasector mogelijk is. 2. Toelatingsgebied: gebieden waar per aanvraag wordt bezien of nieuwe horeca of uitbreiding van bestaande horeca inpasbaar is. Dit is afhankelijk van onder andere infrastructuur, woonbelangen, levendigheid, leefbaarheid en milieu-aspecten. 3. Restrictiegebied: gebieden waar (vanuit leefbaarheid) een vermindering van het aantal horecavestigingen wordt nagestreefd. Per deelgebied of cluster wordt aangegeven welk gebiedstype van toepassing is. Het plangebied In het Horecabeleidsplan worden ten aanzien van de Eindhovense horeca enkele beleidsuitgangspunten genoemd waar ontwikkeling van enkele (kleinschalige) horecagelegenheden binnen het concept van VDMA op aansluiten: Eindhoven blijft ook op het gebied van horeca als centrumgemeente verzorgend voor een grote regio. Bij de vestiging van (nieuwe) horeca moet sprake zijn van wederzijdse versterking van horeca en omliggende andere functies (zoals werken, wonen, cultuur, sport, buurtontmoeting en recreatie) vanzelfsprekend met regels voor eerlijke mededinging. 52
vastgesteld III Binnenstad (VDMA-terrein) Gemeente Eindhoven
De horecaconcentraties moeten goed verbonden zijn met openbaar vervoer, parkeervoorzieningen en geconcentreerde taxihaltes door middel van aantrekkelijke, goed verlichte en veilige looproutes. Het plangebied valt onder 'stimuleringsgebied' waarbinnen uitbouw van de horecasector mogelijk is. Op het VDMA-terrein zullen zich één tot enkele wijkverzorgende horecafuncties vestigen, ondersteunend aan het totaal concept. Dit past binnen de bepaalde kwantitatieve behoefte. Uitbreiding van de horeca in het centrumgebied door enkele nieuwe horecagelegenheden (in totaal bij elkaar maximaal 500 m² bvo), op het VDMA-terrein past dan ook binnen het Eindhovense horecabeleid. In paragraaf 3.2.3 wordt nader ingegaan op de behoefte van horeca binnen het plangebied.
3.13
Kantoren
De Kantorenstrategie 2012-2020 (vastgesteld op 26 juni 2012) is niet langer (alleen) gebaseerd op het voeren van regie op de nieuwbouw kantorenmarkt. Juist op de bestaande markt zijn maatregelen nodig om deze gezonder te maken. Dat vraagt enerzijds om een positieve en actieve grondhouding van gebouweigenaren. Anderzijds is er vaak nog een (andere) vastgoedpartij nodig die op creatieve wijze met de leegstand aan de slag wil gaan. De gemeente Eindhoven speelt daarbij in toenemende mate een stimulerende en faciliterende rol. De Eindhovense werkwijze is afgestemd met de andere ‘kantoorgemeenten’ in de stedelijke regio. Dit is vastgelegd in een 'Regionale programmering kantoorlocaties' d.d. november 2013. Het grootste deel van de werkgelegenheid in de regio Eindhoven is gehuisvest in een kantooromgeving. Door diverse oorzaken is de Nederlandse en ook de regionale kantorenmarkt de laatste jaren flink uit balans geraakt. De aanbodpercentages liggen op dit moment rond de 16%; ruim twee keer zoveel als bij een gezonde kantorenmarkt hoort. Het totale aanbod van kantoren in Eindhoven bedroeg op 1 januari 2015 circa 250.000 m². Dit overaanbod aan kantoorruimte is voor een groot deel structureel van aard. Dit is een bedreiging voor de economische ambities van (de regio) Eindhoven en vraagt dus om gericht handelen.
In het nieuwe beleid wordt niet alleen op nieuwbouw gestuurd, maar ook op de bestaande kantorenmarkt. De focus ligt daarbij op het terugdringen van kantorenleegstand in bestaande gebouwen. Met deze aanpak hoopt het college vraag en aanbod op de Eindhovense kantorenmarkt in kwantitatieve én kwalitatieve zin beter op elkaar af te stemmen, zodat een goede balans ontstaat met toekomstbestendige locaties, die bijdragen aan de realisatie van de Brainport-ambities van stad en regio. Binnen Eindhoven worden drie afzonderlijke nieuwbouw kantorenmilieus onderscheiden, te weten Stationsgebied, Strijp-S en Flight Forum. Deze verschillende kantorenmilieus voorzien in een specifieke en onderscheidende behoefte. Het is belangrijk om deze onderscheidende kwaliteiten de komende jaren verder uit te bouwen. Het is daarnaast belangrijk dat ongebreidelde groei van de kantorenvoorraad, door toevoeging van niet duurzame/toekomstbestendige nieuwbouw, wordt voorkomen. Kantoorgebruikers die op zoek zijn naar nieuwe huisvesting worden daarom zoveel mogelijk bediend op de bestaande kantorenmarkt. Nieuwbouw van kantoren op geprioriteerde locaties en door middel van toekomstbestendige gebouwen is nog slechts met inachtneming van hiervoor genoemde uitgangspunten mogelijk. De gemeente voert geen leegstandsverordening in.
De uitvoering hiervan kost veel inspanning, terwijl ervaringen elders leren dat het gewenste resultaat veelal uitblijft. Wel komt er een ‘Eindhovense Leegstandsmonitor kantoren’ (actueel overzicht van leegstaande kantoren), bedoeld als stimulerend middel om marktpartijen ertoe aan te zetten ‘iets’ met leegstaande gebouwen te gaan doen. De gemeente Eindhoven zal ook proactief partijen met elkaar in vastgesteld III Binnenstad (VDMA-terrein) Gemeente Eindhoven
53
verbinding brengen, om zo bij te dragen aan mogelijke nieuwe samenwerkingsverbanden en creatieve oplossingen voor dit vraagstuk. In onze ‘slimme regio’ zijn legio partijen die samen in staat zijn om ‘slimme oplossingen’ te bedenken. De gemeente Eindhoven zal, uiteraard passend binnen wet- en regelgeving, proactief meewerken aan gewenste transformatie van leegstaande kantoren. Echter niet alle kantoren zijn geschikt voor andere functies. Soms vanwege technische aspecten of locatiegebonden aspecten. Een deel van de kantoren zal dus naar verwachting op termijn gesloopt worden.
Planbeoordeling Het plangebied valt binnen prioritaire gebied 'Stationsgebied/ Centrum' zoals beschreven in de Kantorenstrategie 2012-2020. Hierbinnen zijn alle grotere nieuwbouw kantoorlocaties in het stationsgebied/ centrum gesitueerd. Het beoogde planvoornemen sluit goed aan op de uitgangspunten uit de Kantorenstrategie, waarbij niet alleen sprake is van traditionele kantoorruimte, maar van verschillende vormen van werkruimtes die passen bij de vraag in deze tijd. Dit plan voorziet in maximaal 16.500 m² bvo aan kantoorruimten. In paragraaf 3.2.3 wordt nader ingegaan op de behoefte van kantoren binnen het plangebied.