CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Bestemmingsplan III Bedrijventerrein GDC-Noord (De Schakel)

Raadsvergadering 24 januari 2023, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan III Bedrijventerrein GDC-Noord (De Schakel) en exploitatieplan Bedrijventerrein GDC-Noord (De Schakel) en vaststelling beeldkwaliteitsplan GDC-Noord (De Schakel)27.580 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

51

conclusie dat de ontwikkeling die dit bestemmingsplan mogelijk maakt in overeenstemming is met de Wet natuurbescherming en het Europese natuurbeschermingsrecht. Daarmee is het bestemmingsplan uitvoerbaar. Het aspect stikstof vormt geen belemmering om het bestemmingsplan vast te stellen. 4.8.1

Conclusie

Uit de quickscan kan afgeleid worden dat er op voorhand geen streng beschermde soorten te verwachten zijn waarvoor een ontheffing nodig is. Het aspect flora en fauna levert geen belemmeringen op voor dit bestemmingsplan. Daarnaast volgt uit de AERIUS-berekening dat er als gevolg van het initiatief geen (0,00 mol/ha/j) stikstofdepositie ter plaatse van Natura 2000 gebieden plaatsvindt als gevolg van het plan. Hiermee vormt stikstof geen belemmering voor het bestemmingsplan.

52

vastgesteld III Bedrijventerrein GDC-Noord (De Schakel) Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 5

5.1

Waterparagraaf

Inleiding

Doel van de waterparagraaf is de component water in een zo vroeg mogelijk stadium te adresseren in het besluitvormingsproces van ruimtelijke plannen. De paragraaf beschrijft de actuele waterhuishouding in het plangebied. Daarnaast wordt, binnen de gestelde randvoorwaarden van het bestemmingsplan, vastgelegd aan welke watereisen de ontwikkeling moeten voldoen. Ruimtelijke plannen worden onder meer getoetst aan "hydrologisch neutraal" ontwikkelen conform landelijk en lokaal waterbeleid. Met deze waterparagraaf wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 3.1.6, lid 1, onder c van het Besluit ruimtelijke ordening.

5.2

Beleid

5.2.1

Rijksbeleid

In 2009 is de Waterwet in werking getreden. Deze wet regelt het beheer van oppervlakte- en grondwater en is gericht op de samenhang met de ruimtelijke ordening. De wet kent een vergunningstelsel (watervergunning). 5.2.1.1 Nationaal Waterplan 2016 - 2021 Op 10 december 2015 is het Nationaal Waterplan 2016 - 2021 vastgesteld door de minister van Infrastructuur en milieu. Voor wat de ruimtelijke aspecten betreft moet dit plan worden gezien als een structuurvisie en is het bindend voor het Rijk. Het Rijk is verantwoordelijk voor het hoofdwatersysteem. Het waterplan beschrijft de strategische doelen voor het waterbeheer. De condities en maatregelen voor het bereiken van deze doelen staan beschreven in het 'Beheer- en ontwikkelplan voor de rijkswateren' van Rijkswaterstaat. Lagere overheden dienen het Nationaal Waterplan 2016 - 2021 in hun beleid te verwerken. 5.2.2

Provinciaal beleid

5.2.2.1 Provinciaal Milieu- en Waterplan 2016 - 2021 Het Provinciaal Milieu- en Waterplan 2016 - 2021 (hierna: PMWP) is op 18 december 2015 door Provinciale Staten vastgesteld. Het plan staat voor het samen werken aan een provincie waar iedereen prettig woont, werkt en leeft in een veilige en gezonde leefomgeving en waarin de zorg voor een duurzaam schone en veilige fysieke leefomgeving centraal staat. De agenda van Brabant plaatst provinciaal beleid in dienst van gezondheid, biodiversiteit, sociale ontwikkeling en een innovatieve, duurzame economie. Het PMWP integreert de milieu- en de wateropgave en het zet de nieuwe koers uit voor de provinciale inzet met betrekking tot water, bodem, lucht en de overige milieuaspecten. Behalve het PMWP is er een provinciaal natuurbeleidsplan (Brabant Uitnodigend Groen), een energieplan (Energieagenda) en is er beleid om de Brabantse agrofoodsector duurzaam te maken (Uitvoeringsagenda Brabantse Agrofood). Het PMWP vult deze plannen aan daar waar er grote raakvlakken zijn met het milieu- en waterbeleid. Op deze manier wordt gewerkt aan een integrale benadering van de duurzame fysieke leefomgeving. Wettelijke taken De wettelijke taken op het gebied van milieu en water worden zorgvuldig uitgevoerd.

Voor de vergunningverlening, toezicht en handhaving binnen het omgevingsrecht besteedt de provincie de uitvoering van taken uit aan de drie Brabantse omgevingsdiensten. De gemeente Eindhoven valt onder het werkgebied van de Omgevingsdienst Oost Brabant (ODZOB). Afstemming vindt plaats in het Bestuurlijk Platform Omgevingsrecht. De provincie bereid zich voor op de inwerkingtreding van de Omgevingswet. vastgesteld III Bedrijventerrein GDC-Noord (De Schakel) Gemeente Eindhoven

53

Integrale en gezamenlijke aanpak Provincie en partners blijven samenwerken (lokaal, regionaal, nationaal en internationaal). De provinciale rol hangt af van het onderwerp en van de onzekerheid die er is over doel en route. De provincie werkt waar mogelijk gebiedsgericht samen en dat moet uiteindelijk vanzelfsprekend worden. Daarbij worden alle belangen zoveel mogelijk meegenomen. De provincie nodigt de Brabantse partners (gemeenten, waterschappen, terreinbeheerders, bedrijven en maatschappelijke organisaties) uit om een gezamenlijke klimaatagenda voor Brabant op te stellen. De provincie heeft daarbij de rol van kennismakelaar en verbinder (integratie van projecten en uitrol van goede voorbeelden. In de klimaatagenda worden gezamenlijke ambities en maatregelen vastgelegd. Ook op Europees niveau blijft de provincie samenwerken aan de milieu- en wateropgaven. Bij grote ruimtelijke en infrastructurele werken wordt gezocht naar oplossingen met minder milieueffecten, bijvoorbeeld door de hoogwaardige inzet van secundaire materialen. Groene inpassing krijgt veel aandacht. De gronden en provinciale wegen die bij de provincie in bezit zijn worden beheerd op een natuur- en milieuvriendelijke manier. De provincie brengt de duurzaamheidsaspecten van nieuwe grote projecten en programma's bij aanvang in beeld middels een duurzaamheidsscan.

De provincie gaat verder met het Programma DuurzaamDoor. Provincie en partners kijken samen wie welke rol kan oppakken bij het stimuleren van gedrag dat bijdraagt aan gezondheid, veiligheid en groene groei in relatie tot milieu en water. 5.2.3

Beleid Waterschap

5.2.3.1 Waterbeheerplan 'Waardevol Water' Waterschap de Dommel heeft op 29 september 2015 het Waterbeheerplan “Waardevol Water” vastgesteld. Dit strategisch document dat op 1 januari 2016 in werking getreden beschrijft de doelstellingen voor de periode 2016-2021 en op welke wijze zij die wil bereiken. Het plan is afgestemd op de ontwikkeling van het Stroomgebiedbeheerplan de Dommel, het Nationaal en het Provinciaal Milieu- en Waterplan. Dit plan biedt ruimte voor initiatieven van derden en speelt in op kansen die zich in het waterschapgebied voordoen, waarbij de in het plan beschreven doelen leidend zijn. In de projecten zelf worden de doelen van het Waterbeheerplan uitgewerkt in concrete maatregelen. Het waterschap heeft de volgende uitgangspunten geformuleerd die richtinggevend zijn voor de plannen en oplossingen. Beekdalbenadering: ook al zijn de verschillen tussen stad en buitengebied groot toch maken zij deel uit van hetzelfde beekdal waar logische natuurwetten gelden. Door dit beekdal als groter geheel steeds voor ogen te houden, kan integraler en effectiever worden gewerkt. wel is samenwerking met andere overheden, waterpartners en inwoners daarbij essentieel. Water verbindt de stad met het buitgebied. De gebruiker centraal: de omgeving wordt op heel veel verschillende manieren gebruikt en de behoeften en belangen van de gebruikers veranderen continu.

Ook de waarde van water verandert mee en daarop moet worden ingespeeld. Samen sterker: door samen te werken met andere overheden en waterpartners, boeren en bedrijven en door samen oplossingen te zoeken en uitvoering te geven wordt het meest bereikt. Het waterschap wil daarin een inspirerende rol spelen en partijen daartoe de ruimte bieden. Door flexibel te zijn in de samenwerking met en rekening te houden met de inbreng en ideeën van andere partijen wordt de uitvoeringskracht versterkt. Gezonde toekomst: ook toekomstige generaties moeten over voldoende, veilig en schoon water. Ook in de maatschappij is het streven naar duurzaamheid steeds actueler en de kringloopgedachte sluit hierop aan. Het waterschap ziet dit als een inspirerende uitdaging en wil mensen bewust maken van de waarde van water en het belang van een duurzaam gebruik ervan.

54

vastgesteld III Bedrijventerrein GDC-Noord (De Schakel) Gemeente Eindhoven

5.2.3.2 Keur Waterschap De Dommel 2015 De 'Keur Waterschap De Dommel 2015' bevat regels met daarin verboden en verplichtingen ten aanzien van oppervlaktewater en grondwater die gelden voor iedereen die woont of werkt binnen het gebied van Waterschap De Dommel. Hierin wordt het beheer en het onderhoud van watergangen geregeld (bijvoorbeeld betreffende onderhoudsstroken) en is aangegeven wanneer een vergunning of algemene regels van toepassing zijn voor ingrepen in de waterhuishouding. Verder zijn er beleidsregels voor het beschermingsbeleid van gebieden. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen beschermde gebieden waterhuishouding, attentiegebieden, beekdalen en overige gebieden. Met deze beleidsregels wordt aangegeven op welke wijze gebiedsgericht wordt omgegaan met vergunning verlening. 5.2.3.3 Hydrologosch neutraal bouwen Hydrologisch neutraal bouwen is opgenomen in de Keur. In de Algemene Regels en in de Beleidsregels wordt nader beschreven en uitgewerkt waar dit voor staat en welke maatregelen er nodig zijn om daaraan te kunnen voldoen. Hieronder is een samenvatting voor Hydrologisch neutraal bouwen opgenomen. Neerslag die op een onverharde bodem valt infiltreert voor een (belangrijk) deel in de bodem en komt dan uiteindelijk in het grondwater of via ondergrondse afstroming in een oppervlaktewaterlichaam terecht.

Ter plaatsen van verhard oppervlak zal de neerslag niet of nauwelijks in de bodem dringen. Als het verhard oppervlak niet is aangesloten op de riolering, stroomt vrijwel al het water direct af naar het oppervlaktewatersysteem. Dit betekent dat het oppervlaktewatersysteem bij een flinke regenbui een grote afvoerpiek moet kunnen opvangen en dat infiltratie in de bodem niet of slechts beperkt kan plaatsvinden. Bij het afkoppelen van verhard oppervlak zal de neerslag die valt op de verharding niet meer worden afgevoerd naar de rioolwaterzuivering maar rechtstreeks op de ontvangende waterloop worden geloosd. Ook dit zorgt voor een versnelde en/of extra afvoer richting het ontvangende oppervlaktewater. Realisatie van nieuw verhard oppervlak en het afkoppelen van verhard oppervlak moet daarom zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd en optimaal worden ingepast in het bestaande watersysteem. Dit houdt in dat de aanvrager/initiatiefnemer voldoende compenserende maatregelen moet nemen, zodat het oppervlaktewatersysteem na realisatie van de verharding voldoende robuust blijft. Hierbij wordt getoetst aan de trits “vasthouden-bergen-afvoeren”. Wateroverlast door versneld afvoeren van verhard oppervlak moet zoveel mogelijk worden voorkomen. Dit kan op twee manieren waarbij de voorkeur uitgaat naar zoveel mogelijk vasthouden aan de bron.

Vasthouden kan door hergebruik of door het infiltreren van water in de bodem. Dit past het meest bij het principe hydrologisch neutraal ontwikkelen, zowel voor het ontvangend oppervlaktewatersysteem als het grondwatersysteem. Ingeval niet of onvoldoende kan worden geïnfiltreerd is een aanvullende voorziening die het water tijdelijk bergt noodzakelijk. Het gaat hier dan om een voorziening die er voor zorgt dat water in ieder geval niet versneld wordt afgevoerd. 5.2.4

Gemeentelijk beleid

5.2.4.1 Gemeentelijk Rioleringsplan (2019-2022) Het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) verantwoordt aan de inwoners van Eindhoven de ambities en bijbehorende maatregelen en middelen op watergebied. In het GRP 2019 – 2022 wordt aangegeven op welke wijze er omgegaan wordt met de zorgplichten rondom afval-, hemel- en grondwater. Hiervoor zijn in het plan activiteiten opgenomen enerzijds gericht op het beheer en onderhoud en anderzijds op het verbeteren van de oppervlaktewaterkwaliteit en het hydraulisch functioneren van het rioolstelsel. Speerpunt van het GRP is het inspelen op de klimaatverandering welke extreme regenbuien, langdurige droogteperiodes en hittestress met zich meebrengt. Hiervoor zijn uitgangspunten, richtlijnen en ontwerpnormen uit het klimaatplan 2016-2020 en de hierin benoemde vastgesteld III Bedrijventerrein GDC-Noord (De Schakel) Gemeente Eindhoven

55

beleidsregel ´Klimaat robuust (her)inrichten en ruimtelijk ontwikkelen´ nader uitgewerkt. Concreet betekent dit dat voor het aspect water bij nieuwe ontwikkelingen 60mm berging gerealiseerd dient te worden over het totaal verhard oppervlak binnen het plangebied. Daarbij kan de waterbergingseis gereduceerd worden naargelang de hoeveelheid groen binnen datzelfde plangebied. Om initiatiefnemers te ondersteunen heeft de gemeente een website ontwikkeld waar de benodigde waterberging kan worden berekend en voorbeelden zijn beschreven om invulling te geven aan de opgave. 5.2.5

Waterplan

Het Waterplan is een plan dat is opgesteld door de gemeente Eindhoven, Waterschap De Dommel, de provincie Noord-Brabant en het (drink)waterleidingbedrijf Brabant Water. Het plan omvat drie delen. Het "Visiedocument" (vastgesteld door de gemeenteraad op 26 januari 2004) geeft het gezamenlijke streefbeeld van de waterpartijen weer. De onderdelen "Taken en Bevoegdheden" en "Maatregelen" zijn achterhaald.

5.3

Beschrijving watersysteem plangebied

5.3.1

Huidige situatie

Momenteel is het terrein van het plangebied grotendeels onverhard. De bodemopbouw in dit deel van Eindhoven bestaat uit een dik pakket leem met hier een daar zandige lagen en is te typeren als (zeer) slecht doorlatend. In de nabijheid zijn geen peilbuizen aanwezig. De meest dichtstbijzijnde peilbuis met voldoende data is B51D2049 op circa 100 m afstand ten zuiden van het afwateringsgebied. Op basis peilbuis B51D2049 (Dinoloket) en de berekende grondwaterstanden (Royal Haskoning, evaluatie grondwatermeetnet 2011) zit de GHG op circa 17,15 m +NAP. 5.3.2

Checklist watersysteem

Checklist Watersysteem Hoofdw atergang cq open w ater

Ja, ten w esten van het gebied ligt de Ekkersrijt

zijw atergang

Ja, w atergang aan de Mispelhoefstraat

Keurgebied binnen plangebied?

Nee

Binnen 25-100 jaarszone?

Nee

Binnen boringsvrije zone?

Nee

Ecologische verbindingszone?

Nee

Binnen reserveringsgebied w aterberging 2050?

Nee

Attentiegebied EHS

Nee

Rioolw atertransportleiding

Nee

Waterschap gemaal

Nee

Landelijke afvoernorm binnen plangebied

1,33 l/s/ha

Verdachte/verontreinigde locaties?

Ja

Infiltratie praktisch mogelijk?

Nee (tenzij toepassing grondverbetering)

Uitw erkingsplicht / w ijzigingsbevoegdheid Nee

56

vastgesteld III Bedrijventerrein GDC-Noord (De Schakel) Gemeente Eindhoven

5.3.3

Toekomstige situatie

Het reeds bestaande watersysteem is uitgelegd als een verbeterd gescheiden stelsel waarbij hemelwater wat valt op de terrein verhardingen is aangesloten op het HWA- stelsel en de daken rechtstreeks afwateren op het oppervlaktewater alwaar het wordt geborgen en vertraagt wordt afgevoerd naar de Ekkersrijt. Als het HWA- stelsel tot overstorting komt zal ook dit water worden geborgen in het oppervlaktewater en vertraagd worden afgevoerd naar de Ekkersrijt. De wateropgave voor het gehele bedrijventerrein GDC-Noord is voornamelijk voorzien aan de westzijde van het bedrijventerrein. Van de totale wateropgave is circa 50% gerealiseerd. Aangezien de wateropgave voor de huidige (gerealiseerde) toename verhard oppervlak groter is dan deze 50% is een extra tijdelijke waterberging gerealiseerd. Ter plaatse van dit plangebied is deze tijdelijke waterberging aangelegd zoals is weergegeven in onderstaande figuur. De tijdelijke waterberging voorziet in een waterberging van 5.800 m3 . De definitieve restant wateropgave (circa 50%) zal worden gerealiseerd in de groenzone van het bedrijventerrein GDC-Noord in lijn met het Waterhuishoudig structuurplan GDC-Acht Noord ("Waterhuishouding structuurplan GDC Acht-Noord", 9R0431/R00010/501679/DenB, d.d. 21 juni 2006. Deze definitieve waterberging dient gerealiseerd te zijn voordat onderhavige ontwikkeling gebouwd kan worden.

vastgesteld III Bedrijventerrein GDC-Noord (De Schakel) Gemeente Eindhoven

57

Tijdelijke waterberging (blauw omlijnd) ter plaatse van het plangebied. In de situatie waarbij het plangebied is ontwikkeld zal de definitieve waterberging worden gerealiseerd en deze is grotendeels in navolgende figuur weergegeven.

58

vastgesteld III Bedrijventerrein GDC-Noord (De Schakel) Gemeente Eindhoven

Definitieve waterberging in en rondom het plangebied. Het plangebied is rood omlijnd. Gevolgen voor/ door de waterhuishouding Met betrekking tot deze ontwikkeling Door de realisatie van deze ontwikkeling neemt binnen het plangebied het verhard oppervlak met maximaal 54.278 m2 toe (dit is de grootte van de bedrijfsbestemming waarvan het bouwvlak een oppervlakte heeft van 43.041 m2). Om deze toename te compenseren is in het Waterhuishouding structuurplan GDC Acht-Noord de benodigde maatregelen en ingrepen uitgewerkt en vastgelegd. De bergingsopgave is vastgesteld op 36,5 mm ten opzichte van het aangesloten verhard oppervlak. Dit betekent dat voor de ontwikkeling in dit plangebied een waterberging gerealiseerd dient te worden van maximaal 1.981 m3 (54.278 x 0,0365 m1), indien de gehele bedrijfsbestemming wordt verhard. Met betrekking tot de tijdelijke waterberging Hierboven is reeds aangegeven dat een tijdelijke waterberging is gerealiseerd. De waterbergende voorziening van 5.800 m3 zal elders gerealiseerd worden (in de groenzone van het bedrijventerrein GDC-Noord aan de westzijde) alvorens het bouwplan ontwikkeld/gebouwd kan worden waarin dit bestemmingsplan voorziet. Zo wordt voorkomen dat wateroverlast kan gaan ontstaan op het bedrijventerrein.

Met betrekking tot de definitieve waterberging, zijnde de eindsituatie De wateropgave (voor het gehele bedrijventerrein GDC-Noord) is gedeeltelijk al gerealiseerd, in een systeem van watergangen en droogvallende bergingen op het bedrijventerrein GDC-Noord. In de toekomst zal de wateropgave voor het gehele bedrijventerrein GDC-Noord worden uitgebreid in de groenzone aan de westzijde van het bedrijventerrein GDC-Noord (zie ook voorgaande figuur). Deze groenzone valt tevens grotendeels binnen dit plangebied. Binnen de bestemming 'Groen' in dit plangebied moet minimaal 7.100m3 aan waterbergende voorzieningen gerealiseerd worden. Op de verbeelding is daartoe een functie-aanduiding 'waterberging' opgenomen. In de regels, in artikel 3.1, is opgenomen dat ter plaatse van deze vastgesteld III Bedrijventerrein GDC-Noord (De Schakel) Gemeente Eindhoven

59

aanduiding minimaal 7.100 m3 waterberging gerealiseerd moet worden. Als deze waterberging niet gerealiseerd zou worden, is schade aan panden op het bedrijventerrein GDC-Noord als gevolg van wateroverlast niet uit te sluiten.

Vertraging het verhard oppervlak van plangebied zal vertraagt het hemelwater afvoeren naar de Ekkersrijt middels een stuw met geknepen afvoer. Met het ontwerp van deze voorziening wordt rekening gehouden met de afvoer van geheel GDC.

Waterkwaliteit Bij de inrichting, bouw en beheerfase worden zo min mogelijk vervuilende stoffen toegevoegd aan de bodem en het grond- en oppervlaktewatersysteem. Blootstelling van uitloogbare bouwmaterialen zoals zink, koper en lood aan hemelwater moet tot een minimum beperkt worden. Ook een gifvrij beheer van de buitenruimte (weg- en groenbeheer) levert een belangrijke positieve bijdrage aan de waterkwaliteit en dient aandacht te krijgen bij het uitwerken van het beheersplan voor de ontwikkeling. 5.3.4

Overleg met het waterschap

Om de wateropgave te compenseren zijn de volgende afspraken gemaakt: Het beschouwde gebied maakt onderdeel uit van de waterhuishouding van heel GDC. Binnen het totale plan wordt voldoende waterberging gerealiseerd. Het hemelwater afkomstig van de verharding zal via het regenwaterstelsel worden afgevoerd naar de bovengrondse bergende voorziening. De daken wateren rechtstreeks af naar het oppervlaktewater en de waterbergingen; De bovengrondse bergende voorziening wordt uitgevoerd in de vorm van watergangen en verlagingen in het maaiveld. De bovengrondse bergende voorziening krijgt een leegloopvoorziening en een stuwpeil op een hoogte van maximaal NAP +17,2m. De leegloopvoorziening komt op NAP + 16,3 met een diameter van Ø160 naar de ER 40.5. De aansluitingen van het vuilwaterriool op het gemeentelijke stelsel vindt in overleg met de afdeling huisaansluitingen van de gemeente Eindhoven plaats. In mei 2018 is met Waterschap de Dommel gestart met overleg over dit plan. Op 15 mei 2018 heeft Waterschap de Dommel ingestemd met de voorgestelde maatregelen en is het wateradvies afgedaan.

60

vastgesteld III Bedrijventerrein GDC-Noord (De Schakel) Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 6

6.1

Juridische vormgeving

Algemeen

Het bestemmingsplan "III Bedrijventerrein GDC-Noord (De Schakel)" is te typeren als een gedetailleerd plan. De methodiek van het bestemmingsplan is gebaseerd op de SVBP2012. Waar dat noodzakelijk is wordt afgeweken van de standaard en is specifiek ingespeeld op de situatie binnen het onderhavige plangebied.

6.2

Planmethodiek

Er is, conform de Wro, gekozen voor een analoge en digitale verbeelding van het plan. Aan de bestemmingen zijn bouw- en gebruiksregels gekoppeld die direct inzichtelijk maken welke ontwikkelingen zijn toegestaan. Verbeelding en regels bieden een directe bouwtitel voor bebouwing en gebruik. Al dan niet in combinatie met een nadere - eisen - regeling.

6.3

Verbeelding

Op de analoge en digitale verbeelding hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. Deze aanduidingen hebben slechts juridische betekenis indien en voor zover hier in de regels naar wordt verwezen. In verband met de leesbaarheid is het plan op een topografische ondergrond getekend. De bestemmingen en de aanduidingen zijn ingedeeld in hoofdgroepen volgens de SVBP2012 en zijn op de verbeelding opgenomen in het renvooi. Opgemerkt wordt dat de analoge en digitale verbeelding qua verschijning van elkaar verschillen. Dit heeft ermee te maken dat de manier van raadplegen anders is. De digitale verbeelding is juridisch bindend.

6.4

Planregels

De planregels zijn ondergebracht in inleidende regels, bestemmingsregels, algemene regels en overgangs- en slotregels. De Inleidende regels bestaan uit begrippen en de wijze van meten. Dit is om te voorkomen dat er discussie ontstaat over de interpretatie van de regels. In "Begrippen" wordt een omschrijving gegeven van de in de regels gehanteerde begrippen. Als in de regels begrippen voorkomen die niet in dit artikel zijn opgenomen, dan geldt hiervoor de uitleg/interpretatie conform het normale taalgebruik. In "Wijze van meten" zijn de te gebruiken meetmethodes opgenomen. De regels bij de bestemming worden hierna afzonderlijk toegelicht. Bestemming Bedrijf (Artikel 3) Deze bestemming is toegekend aan de gronden die op basis van het voorheen geldende bestemmingsplan waren bestemd als 'Bedrijf - Uit te werken'. Binnen deze bestemming zijn alleen bedrijven toegestaan ten behoeve van de logistieke sector. Omdat behoefte is aan grootschalige bedrijfsgebouwen is bepaald dat één bedrijfsgebouw is toegestaan met een minimum vloeroppervlakte van 1,5 hectare. Eventuele kantoorruimten dienen geïntegreerd te worden in het bedrijfsgebouw. Verder zijn in deze bestemming de maatvoering opgenomen. Hierbij is aangesloten bij de maatvoering zoals geldt voor het gehele bedrijventerrein GDC-Noord.

vastgesteld III Bedrijventerrein GDC-Noord (De Schakel) Gemeente Eindhoven

61

Bestemming Groen (Artikel 4) Deze bestemming is gelegd op de gronden die op basis van het voorheen geldende bestemmingsplan waren bestemd als 'Groen'. Daarnaast is een functieaanduiding 'waterberging' opgenomen binnen deze bestemming ten behoeve van het realiseren van een deel van de waterbergingsopgave die geldt voor het bedrijventerrein GDC-Noord. Bestemming Verkeer ( Artikel 5) Deze bestemming is toegekend aan de gronden die op basis van het voorheen geldende bestemmingsplan waren bestemd als 'Verkeer'. Deze bestemming is geprojecteerd op wegen die primair gericht zijn op de afwikkeling van het doorgaande verkeer. Bestemming Water (Artikel 6) Deze bestemming is toegekend aan de gronden die op basis van het voorheen geldende bestemmingsplan waren bestemd als 'Water'. Binnen deze bestemming vallen oppervlaktewateren die een functie hebben in het watersysteem.

62

vastgesteld III Bedrijventerrein GDC-Noord (De Schakel) Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 7

Handhaving

Handhavingsnota Leefomgeving 2018-2021 In Eindhoven streven we naar een aantrekkelijke stad waar inwoners en bezoekers zich welkom, thuis en veilig voelen. Voor het behoud van een prettige leefomgeving zijn regels nodig. Het voorkomen van overtredingen en de bereidheid om regels na te leven heeft een hoge prioriteit. Hoe dit wordt vormgegeven staat in de 'nota Handhaving Leefomgeving 2018-2021'. De nota is op 27 februari 2018 door het college vastgesteld. Het is een integraal beleidsplan waarin op hoofdlijnen de keuzes voor het handhaven van de fysieke leefomgeving staan beschreven. Op basis van de nota wordt jaarlijks een uitvoeringsplan opgesteld waarin de aanpak wordt geconcretiseerd. Uitgangspunten Bij de vertaling van dit beleidskader naar een concreet, jaarlijks uitvoeringsplan worden een aantal uitgangspunten in acht genomen. De belangrijkste uitgangspunten zijn: Informatie gestuurd De gemeente Eindhoven ziet informatie gestuurde handhaving als een belangrijke pijler. Er zijn ontwikkelingen op het gebied van ICT en data analyse. Door gemeentelijke en andere informatiebronnen te ontsluiten, te analyseren en te combineren kunnen we een problematiek eerder (of preventief) en gerichter aanpakken. Gebiedsgericht Om optimaal in te kunnen spelen op vraagstukken van inwoners zet de gemeente Eindhoven binnen het ruimtelijk domein al geruime tijd in op gebiedsgericht toezicht.

Dit doen we door - vanuit een actieve samenwerking met wijkteams - te kijken naar naleefgedrag, oorzaken en oplossingen gerelateerd aan geografische gebieden. Er zijn verschillende vragen, doelgroepen en belangen. Kennis wordt gedeeld en ervaringen van inwoners en bedrijven worden verzameld. Deze input is van invloed op de prioriteiten in het jaarlijkse uitvoeringsplan, waar mogelijk toegespitst op een specifieke wijk. Per wijk kunnen er dus op basis van gebiedsanalyses en bijvoorbeeld buurtcontracten verschillende bouwstenen zijn voor het uitvoeringsplan. Risico- en oplossingsgerichte benadering De gemeente Eindhoven benadert toezicht en handhaving risico- en oplossingsgericht. De prioriteiten worden in beginsel gebaseerd op een inschatting van de veiligheids- en gezondheidsrisico's voor inwoners. Ook aspecten als leefbaarheid, duurzaamheid en omgevingskwaliteit wegen in belangrijke mate mee. Daarnaast worden prioriteiten mede gebaseerd op wat inwoners en bedrijven belangrijk vinden. Eindhoven hecht eraan om vraagstukken waar mogelijk gezamenlijk op te lossen. Er zijn onderwerpen die in algemene zin aandacht vragen. Brandveilig gebruik van woongebouwen verdient (nog) meer aandacht, in de context van kwetsbare groepen die langer zelfstandig blijven wonen. Ook aanpak van jeugdoverlast, duurzaamheid en de bestaande bouw zijn voorbeelden.

Er wordt gezocht naar de beste oplossing die nodig is voor het versterken van de veiligheid in de leefomgeving van onze inwoners. Hiermee ontstaat een risicoanalyse op basis waarvan vervolgens de prioriteiten binnen het toezicht worden gesteld. Consequent en doelmatig Uitvoeringsplannen en jaarverslagen bevatten een overzicht van de inzet en capaciteit voor handhaving. In het verlengde van informatie gestuurde en oplossingsgerichte handhaving vergt doelmatige handhaving een analyse van resultaten. Meetbare doelen om te vastgesteld III Bedrijventerrein GDC-Noord (De Schakel) Gemeente Eindhoven

63

beoordelen of de beschikbare capaciteit zo doelmatig mogelijk wordt ingezet. We beogen in de komende jaren een ontwikkeling door te maken in de vierslag capaciteit – prioriteit – risicoanalyse - nalevingsniveau. Dit moet onder andere leiden tot meer inzicht in de relatie tussen handhavingsinspanningen en het nalevingsniveau (effect). Prioritering De gemeente Eindhoven maakt keuzes om ervoor te zorgen dat de beschikbare capaciteit zo adequaat mogelijk wordt ingezet. Om goede prioriteiten te stellen is inzicht noodzakelijk in mogelijke problemen, de risico's en negatieve effecten. Hierdoor kan beter ingespeeld worden op de grootste ergernissen en notoire overtreders en draagt handhaving bij aan een verhoogd gevoel van veiligheid. Met inachtneming van de uitgangspunten zijn in de nota prioriteiten gesteld. Aan de hand van deze prioriteiten, het budget uit de programmabegroting, incidentele bestuurlijke prioriteiten en het naleefgedrag van burgers en bedrijven, wordt jaarlijks het uitvoeringsplan voor toezicht en handhavingsprogramma opgesteld. Uitvoeringsplan In het uitvoeringsplan wordt op hoofdlijnen opgenomen waar de capaciteit dat jaar wordt ingezet.

Daarbij is een onderverdeling gemaakt in: Object en informatiegericht - Bouwen en Wonen - Openbare leefomgeving - Bedrijven Gebiedsgericht - Pilot Veiligheid en leefbaarheid - Actiegebieden Themagericht Bij ieder onderdeel worden jaarlijks een aantal belangrijke ontwikkelingen op het gebied van toezicht en handhaving opgenomen. Dat kan bijvoorbeeld gaan om woonoverlast bij de Activiteiten Bouwen & Wonen. Of duurzaamheid en energiebesparing bij de Activiteiten Bedrijven. Bovengenoemde onderverdeling komt in elk uitvoeringsplan terug. Per jaar wordt aangegeven welke prioriteit een onderdeel heeft en hoeveel capaciteit er wordt ingezet. Duidelijke regels Om overtredingen te voorkomen en goed te kunnen handhaven is het belangrijk dat regels duidelijk zijn. Het moet duidelijk zijn wat wel en niet mag. Regels dienen niet voor verschillende uitleg vatbaar te zijn. Bij het opstellen van bestemmingsplannen is daarom gekozen voor een zo helder mogelijke juridische methodiek. De regels zijn zo geschreven, dat deze in de praktijk goed toetsbaar zijn. De juridische toelichting op het bestemmingsplan en de begrippenlijst geven nadere uitleg over de regels en over de begrippen die gebruikt worden.

64

vastgesteld III Bedrijventerrein GDC-Noord (De Schakel) Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 8

Financiële aspecten

Bij de vaststelling van een bestemmingsplan, waarin ontwikkelingen (aangewezen bouwplannen) mogelijk worden gemaakt, dient de gemeenteraad eveneens een exploitatieplan vast te stellen. Dit heeft te maken met de wettelijke verplichting om de kosten die de gemeente moet maken om deze ontwikkeling (aangewezen bouwplan) mogelijk te maken, te verhalen op de particuliere grondeigenaren. Een exploitatieplan is alleen nodig indien het kostenverhaal op deze particuliere eigendommen niet anderszins (via anterieure privaatrechtelijke overeenkomsten) is verzekerd en indien geen nadere eisen voor uitvoering van het bestemmingsplan hoeven te worden gesteld. De gronden in het exploitatiegebied zijn deels in eigendom van de gemeente en deels in eigendom van particuliere eigenaren. De gemeente heeft met deze eigenaren (nog) geen anterieure overeenkomsten gesloten. Dit bestemmingsplan biedt een actueel juridisch-planoligisch kader voor één grootschalig bedrijfsgebouw ten behoeve van de sector logistiek. Omdat de gemeente de nog te ontwikkelen gronden niet volledig in eigendom heeft en het kostenverhaal op aangewezen bouwplannen op particuliere gronden niet anderszins verzekerd heeft, is een exploitatieplan opgesteld.

Dit exploitatieplan is opgebouwd uit de opbrengsten en kosten die gemoeid zijn met de (her)inrichting van het gebied, de planologische procedure voor het plangebied, het bouw- en woonrijp maken het van plangebied en de realisatie van benodigde (infrastructurele) voorzieningen in en buiten het plangebied. Het exploitatieplan doorloopt een separate procedure, parallel aan het voorliggende bestemmingsplan, en wordt tegelijk met dit bestemmingsplan vastgesteld. Door de vaststelling van het exploitatieplan is het kostenverhaal verzekerd indien een particuliere grondeigenaar het aangewezen bouwplan zelf kan en wenst te realiseren. De gemeentelijke grondexploitatie heeft een positief resultaat, waardoor het bestemmingsplan financieel en economisch uitvoerbaar is.

vastgesteld III Bedrijventerrein GDC-Noord (De Schakel) Gemeente Eindhoven

65

66

vastgesteld III Bedrijventerrein GDC-Noord (De Schakel) Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 9 Procedure en maatschappelijke uitvoerbaarheid

9.1

Bekendmaking ex artikel 1.3.1 Bro

De gemeente heeft de voorbereiding van dit plan conform artikel 1.3.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) bekend gemaakt.

9.2

Overleg ex artikel 3.1.1 Bro

Op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moeten burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met de rijks- en provinciale diensten die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Omdat er met het plan geen Rijksbelangen in het geding zijn, heeft geen vooroverleg met het Rijk plaatsgevonden. Wel heeft vooroverleg plaatsgevonden met het Waterschap De Dommel. Deze reacties zijn verwerkt in paragraaf 5.3.4 van de waterparagraaf. Daarnaast heeft met de provincie Noord-Brabant vooroverleg plaatsgevonden middels het digitaal vooroverlegformulier.

9.3

Zienswijzen

Het ontwerp bestemmingsplan zal voor de duur van zes weken op de gebruikelijke wijze ter inzage gelegd worden. Gedurende deze termijn is iedereen in de gelegenheid om schriftelijk of mondeling een zienswijze ten aanzien van het ontwerp bestemmingsplan kenbaar te maken. Kennisgeving van de terinzagelegging en de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen is in de edities van de Staatscourant en het weekblad Groot Eindhoven gepubliceerd. Ook is kennis gegeven van de mogelijkheid om de digitale versie van het ontwerp bestemmingsplan via de gemeentelijke website www.eindhoven.nl/bestemmingsplannen en de landelijke website www.ruimtelijkeplannen.nl te raadplegen. Er zijn drie zienswijzen ingediend tegen het ontwerp bestemmingsplan.

vastgesteld III Bedrijventerrein GDC-Noord (De Schakel) Gemeente Eindhoven

67

68

vastgesteld III Bedrijventerrein GDC-Noord (De Schakel) Gemeente Eindhoven

Bijlagen bij de toelichting

Bijlage 1

Ladderonderbouwing

Bijlage 2

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

Bijlage 3

Onderzoek luchtkwaliteit

Bijlage 4

QRA buisleiding GDC-Noord

Bijlage 5

QRA weg A2 GDC-Noord

Bijlage 6

Bodemonderzoek

Bijlage 7

Quick scan Flora en Fauna

Bijlage 8

Memo en berekening stikstofdepositie

Bijlage 9

Ecologische beoordeling

Deze bijlagen zijn te raadplegen op de landelijke website www.ruimtelijkeplannen.nl

vastgesteld III Bedrijventerrein GDC-Noord (De Schakel) Gemeente Eindhoven

69

70

vastgesteld III Bedrijventerrein GDC-Noord (De Schakel) Gemeente Eindhoven

Regels

vastgesteld III Bedrijventerrein GDC-Noord (De Schakel) Gemeente Eindhoven

71

72

vastgesteld III Bedrijventerrein GDC-Noord (De Schakel) Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 1

Artikel 1

1.1

Inleidende regels

Begrippen

plan

het bestemmingsplan III Bedrijventerrein GDC-Noord (De Schakel) met identificatienummer NL.IMRO.0772.80376-0301 van de gemeente Eindhoven. 1.2

bestemmingsplan

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3

aanduiding

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4

aanduidingsgrens

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5

actualisatie nota parkeernormen 2019

parkeernormen gepubliceerd op 3 oktober 2019 en in werking getreden op 4 oktober 2019. 1.6

bebouwing

één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.7

bedrijfsgebouw

een gebouw dat dient voor de uitoefening van een bedrijf. 1.8

bedrijfsvloeroppervlak

de totale oppervlakte van de voor bedrijfsuitoefening benodigde bedrijfsruimte, inclusief de verkoopvloeroppervlakte, opslag- en administratieruimten en dergelijke. 1.9

beperkt kwetsbaar object

a. verspreid liggende woningen, woonschepen en woonwagens, voor zover zij niet behoren tot een Bevi-inrichting en met een dichtheid van maximaal twee woningen, woonschepen of woonwagens per hectare; b. bedrijfswoningen, voor zover zij niet behoren tot een Bevi-inrichting; c. kantoorgebouwen, hotels en restaurants, winkels en bedrijfsgebouwen voor zover zij niet onder het begrip kwetsbaar object vallen en voor zover zij niet behoren tot een beviinrichting; d. sporthallen, sportterreinen, zwembaden en speeltuinen; e. kampeerterreinen en andere terreinen bestemd voor recreatieve doeleinden, voor zover zij niet onder het begrip kwetsbaar object vallen; f. objecten die met het onder a. tot en met e. genoemde gelijkgesteld kunnen worden uit hoofde van de gemiddelde tijd per dag gedurende welke personen daar verblijven, het aantal personen dat daarin meestal aanwezig is en de mogelijkheden voor zelfredzaamheid bij een ongeval, voor zover die objecten geen kwetsbare objecten zijn; g. objecten met hoge infrastructurele waarde, waaronder in ieder geval telefoon- en vastgesteld III Bedrijventerrein GDC-Noord (De Schakel) Gemeente Eindhoven

73

elektriciteitscentrale of een gebouw met vluchtleidingsapparatuur, voor zover die objecten wegens de aard van de gevaarlijke stoffen die bij een ongeval kunnen vrijkomen, bescherming verdienen tegen de gevolgen van dat ongeval. 1.10

bestemmingsgrens

de grens van een bestemmingsvlak. 1.11

bestemmingsvlak

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.12

bijgebouw

een op zichzelf staand al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.13

bouwen

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.14

bouwgrens

de grens van een bouwvlak. 1.15

bouwlaag

een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren (of horizontale balklagen) is begrensd en waarvan de lagen een nagenoeg gelijke omvang hebben, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw, dakopbouw en/of zolder. 1.16

bouwperceel

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.17

bouwperceelgrens

een grens van een bouwperceel. 1.18

bouwvlak

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.19

bouwwerk

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.20

brainport gelieerde logistiek

bij Brainport gelieerde logistiek gaat het om de afhandeling van goederenstromen die worden gegenereerd door de High Tech Systems and Materials (HTSM)-sector. De logistieke bedrijven dragen daarmee bij aan het Brainport-ecosysteem. 1.21

dak

iedere bovenbeëindiging van een gebouw.

74

vastgesteld III Bedrijventerrein GDC-Noord (De Schakel) Gemeente Eindhoven

1.22

detailhandel

het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop), verkopen en leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. Onder detailhandel wordt ook begrepen grootschalige detailhandel, volumineuze detailhandel, tuincentrum, internetwinkel/webwinkel, afhaalpunten en supermarkt. 1.23

gebouw

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.24

gebruiken

het gebruiken, in gebruik geven of laten gebruiken. 1.25

geluidgevoelige functies

bewoning of andere geluidgevoelige functies zoals bedoeld in de Wet geluidhinder c.q. het Besluit geluidhinder. 1.26

geluidgevoelige gebouwen

gebouwen welke dienen ter bewoning of ten behoeve van een andere geluidgevoelige functie als bedoeld in de Wet geluidhinder c.q. het Besluit geluidhinder. 1.27

geluidgevoelige objecten

gebouwen welke dienen ter bewoning of ten behoeve van een onderwijsfunctie of gezondheidsfunctie als bedoeld in het Bouwbesluit 2012. 1.28

geluidzoneringsplichtige inrichting

een inrichting bij welke ingevolge de Wet geluidhinder rondom het terrein van vestiging in een bestemmingsplan een zone moet worden vastgesteld. 1.29

geprojecteerd (beperkt) kwetsbaar object

nog niet aanwezig (beperkt) kwetsbaar object dat op grond van het ter plaatse geldende bestemmingsplan toegestaan is. 1.30

gevaarlijke stoffen

gevaarlijke stoffen zijn stoffen waarvan het gebruik, het transport of de opslag (overslag e.d.), risico's met zich meebrengt. Het kan gaan om explosiegevaar, brand, giftigheid of radioactiviteit. 1.31

GR (groepsrisico)

een maat voor de kans, dat door een ramp bij een activiteit met gevaarlijke stoffen of met een vliegtuig, een (grote) groep mensen, die niet rechtstreeks bij de activiteit betrokken is, tegelijkertijd omkomt. Het GR kan toenemen door uitbreiding van risicovolle activiteiten enerzijds en door het verhogen van de personendichtheid anderzijds. 1.32

hoofdgebouw

een gebouw dat, op een bouwperceel door zijn constructie of afmetingen dan wel gelet op de bestemming, als het belangrijkste bouwwerk op een bouwperceel kan worden aangemerkt. 1.33

kunstobject

een bouwwerk, geen gebouw zijnde, of onderdelen van bouwwerken die worden aangemerkt als uitingen van één der beeldende kunsten.

vastgesteld III Bedrijventerrein GDC-Noord (De Schakel) Gemeente Eindhoven

75

1.34

kunstwerk

bouwwerk, geen gebouw zijnde ten behoeve van civieltechnische en/of infrastructurele doeleinden, zoals een brug, een dam, een duiker, een tunnel, een via- of aquaduct, een sluis, dan wel een daarmee gelijk te stellen voorziening. 1.35

kwetsbaar object

a. woningen, niet zijnde: 1. verspreid liggende woningen, woonschepen en woonwagens, voor zover zij niet behoren tot een Bevi-inrichting en met een dichtheid van maximaal twee woningen, woonschepen of woonwagens per hectare; 2. bedrijfswoningen; b. gebouwen bestemd voor het verblijf, al dan niet gedurende een gedeelte van de dag, van minderjarigen, ouderen, zieken of gehandicapten, waartoe in ieder geval behoren: 1. (psychiatrische) ziekenhuizen, bejaardenhuizen en verpleeghuizen; 2. scholen; 3. sociale werkplaatsen, of; 4. gebouwen of gedeelten daarvan, bestemd voor dagopvang van minderjarigen; c. gebouwen waarin meestal grote aantallen personen (> 50 pers.) gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig zijn, waartoe in ieder geval behoren: 1. kantoorgebouwen en hotels met een bruto vloeroppervlak van meer dan 1.500 m² per object, voor zover zij niet behoren tot een Bevi-inrichting of; 2. complexen waarin meer dan 5 winkels zijn gevestigd en waarvan het gezamenlijk bruto vloeroppervlak meer dan 1.000 m² bedraagt, voor zover zij niet behoren tot een Bevi-inrichting, en winkels met een bruto vloeroppervlak van meer dan 2.000 m² per winkel, voor zover in die complexen of in die winkels een supermarkt, hypermarkt of warenhuis is gevestigd en voor zover zij niet behoren tot een Bevi-inrichting; d.

kampeer- en andere recreatieterreinen bestemd voor het verblijf van meer dan 50 personen gedurende meerdere aaneengesloten dagen, voor zover zij niet behoren tot een Bevi-inrichting. 1.36

Luchthavenbesluit Eindhoven

Besluit van 26 september 2014 (Staatsblad 2014, nr. 356) tot vaststelling van een luchthavenbesluit voor de militaire luchthaven Eindhoven, zoals dit luidde op het moment van terinzagelegging van het ontwerp dit bestemmingsplan. 1.37

peil

0.30 m' boven de kruin van de weg. 1.38

PR (plaatsgebonden risico)

risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof, gevaarlijke afvalstof of bestrijdingsmiddel is betrokken. 1.39

risicovolle inrichting

1. inrichtingen zoals genoemd in artikel 2 van het Bevi (Besluit externe veiligheid inrichtingen) respectievelijk artikel 1b van de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi); 2. inrichtingen die zijn genoemd in bijlage I van de regeling provinciale risicokaart of onder het Registratiebesluit Externe Veiligheid; 3. inrichtingen met toxische gassen; 4. inrichtingen waar een brandbaar tot vloeistof verdicht gas met een inhoud van meer dan 1m3 wordt gebezigd of opgeslagen.

76

vastgesteld III Bedrijventerrein GDC-Noord (De Schakel) Gemeente Eindhoven

1.40

water

al het oppervlaktewater zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen. 1.41

waterberging

voorziening voor het tijdelijk vasthouden van regenwater dat afstroomt vanaf de oppervlakte van een bouwwerk. 1.42

waterhuishoudkundige voorzieningen

voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en waterkwaliteit (zoals duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten, sloten, greppels en vijvers, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen etc.).

vastgesteld III Bedrijventerrein GDC-Noord (De Schakel) Gemeente Eindhoven

77

78

vastgesteld III Bedrijventerrein GDC-Noord (De Schakel) Gemeente Eindhoven

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1

bebouwingspercentage

een aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van het bouwvlak aangeeft dat maximaal dan wel minimaal mag worden bebouwd. 2.2

dakhelling

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.3

goothoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeiboord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.4

inhoud van een bouwwerk

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.5

bouwhoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met inbegrip van van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, liftopbouwen, installatieruimten en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.6

oppervlakte van een bouwwerk

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

vastgesteld III Bedrijventerrein GDC-Noord (De Schakel) Gemeente Eindhoven

79

80

vastgesteld III Bedrijventerrein GDC-Noord (De Schakel) Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 2

Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels

Bedrijf

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. (grootschalige) brainport gelieerde logistieke bedrijven met bedrijfsactiviteiten gericht op logistiek, overslag, groupage, distributie en assemblage van goederen uit ten hoogste categorie 3.1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten - Logistiek als opgenomen in Bijlage 1 bij deze regels, niet zijnde afvalstoffen, geluidzoneringsplichtige inrichtingen, kwetsbare objecten en/of activiteiten die zijn genoemd in onderdeel C23, C25, en onderdeel D18.8, D23.1, D23.2, D25.1, D25.2, D25.3, D25.4 van de bijlage van het Besluit m.e.r.; b. kantoorfaciliteiten kleiner dan 1.500 m2 (brutovloeroppervlak) en logistieke dienstverlening, uitsluitend ten behoeve van de bedrijven zoals bedoeld onder sub a; met de daarbij behorende: c. d. e. f. g. h. i.

gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde; erven en terreinen; groenvoorzieningen; infrastucturele voorzieningen, waaronder kavelontsluitingsweg; parkeervoorzieningen; waterhuishoudkundige voorzieningen met uitzondering van waterpartijen in de vorm van waterlopen, vijvers en open bassins; nutsvoorzieningen.

3.2

Bouwregels

3.2.1

Bedrijfsgebouwen

Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen gelden de volgende regels: a. er is één gebouw toegestaan en mag uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' worden gebouwd; b. de minimum oppervlakte van het gebouw is 1,5 hectare; c. kantoorruimten dienen te worden geïntegreerd in het gebouw; d. de hoogte van het gebouw bedraagt minimaal 5 en maximaal 20 meter; e. het gebouw dient te zijn voorzien van een dak waarvan de helling tussen de 1o en 3o bedraagt; 3.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de maximum bouwhoogte binnen het bouwvlak bedraagt: 1. 20 m voor wat betreft voorzieningen voor het opwekken van duurzame energie, terreinverlichting en telecommunicatie; 2. 12,5 m voor voorzieningen in het kader van brandpreventie en -bestrijding, zoals een reservoir voor bluswater; 3. 5 m voor overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde; b. buiten het bouwvlak zijn uitsluitend erf- en terreinafscheidingen toegestaan met een maximum bouwhoogte van 2,5 meter.

vastgesteld III Bedrijventerrein GDC-Noord (De Schakel) Gemeente Eindhoven

81

3.3

Nadere eisen

3.3.1

Externe veiligheid

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de wijze van uitvoering van de bebouwing, ten behoeve van bouwkundige maatregelen op het gebied van externe veiligheid. 3.4

Specifieke gebruiksregels

3.4.1

Risicovolle inrichtingen

Ten aanzien van risicovolle inrichtingen gelden de volgende bepalingen: a. een risicovolle inrichting is slechts toegestaan als de PR10-6/jaar contour van die inrichting niet buiten de eigen perceelsgrenzen ligt. In afwijking hiervan mag de PR10-6/jaar contour buiten de eigen perceelsgrenzen vallen voor zover de contour over de bestemming 'Groen' of 'Verkeer' ligt van het bestemmingsplan; b. permanente bulkopslag van meer dan 1 m3 van tot vloeistof verdichte brandbare gassen moet ondergronds plaatsvinden; c. het invloedsgebied van risicovolle inrichtingen mag reiken buiten de plangrens van het bestemmingsplan mits het direct daarbuiten over bedrijfsbestemmingen ligt met hetzelfde risicoprofiel uit de Visie Externe Veiligheid, infrastructuur, water of openbaar groen. 3.4.2

Strijdig gebruik

Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals vermeld in lid 3.1 wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruiken, in gebruik geven of laten gebruiken voor de opslag van goederen indien het onbebouwde gronden betreft binnen het in 3.2.1 onder a bedoelde bouwvlak voor zover de hoogte hiervan meer bedraagt dan de hoogte van het op het betreffende perceel aanwezige gebouw dan wel meer bedraagt dan 10 meter; b. het gebruiken, in gebruik geven of laten gebruiken voor opslag van organisch afval, met uitzondering van A-, B- en C-hout; c. het gebruik, in gebruik geven of laten gebruiken van het bedrijfsgebouw voor bewoning; d. het gebruik, in gebruik geven of laten gebruiken van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting; e. gebruik van het bedrijfsgebouw voor kantoordoeleinden, anders dan ten dienste van het aldaar gevestigde bedrijven; f. het gebruik, in gebruik geven of laten gebruiken van de gronden en bouwwerken ten behoeve van detailhandel; g. het gebruik van gronden als waterpartijen in de vorm van waterlopen, vijvers en open bassins; h. het gebruik, in gebruik geven of laten gebruiken van gronden en/of bouwwerken ten behoeve van kwetsbare objecten.

82

vastgesteld III Bedrijventerrein GDC-Noord (De Schakel) Gemeente Eindhoven

Artikel 4 4.1

Groen

Bestemmingsomschrijving

De voor `Groen´ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. ecologische verbindingszone; b. groenvoorzieningen; c. het behoud, herstel en ontwikkeling van de aanwezige landschappelijke en natuurlijke waarden; d. waterberging en de daarbij behorende voorzieningen ter plaatse van de aanduiding 'waterberging', met dien verstande dat minimaal 7.100 m3 aan waterberging gerealiseerd moet worden; e. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; f. beheer en/of zuivering van oppervlakte- en rioolwater; met daaraan ondergeschikt: g. extensieve recreatie zoals voet-, fiets en ruiterpaden; h. nutsvoorzieningen; met daarbij behorende: i.

bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

4.2

Bouwregels

4.2.1

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Op of in deze gronden mogen uitsluitend worden gebouwd bouwwerken, geen gebouw zijnde, passende in de bestemming zoals zitbanken en lichtmasten met een bouwhoogte van maximaal 6 meter. 4.3

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing ten behoeve van: a. b. c. d.

4.4

een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

Specifieke gebruiksregels

Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in lid 4.1 wordt in ieder geval gerekend: a. standplaats voor onderkomens; b. opslag-, stort-, lozings- of bergplaats van bruikbare en/of onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijk gebruik onttrokken voorwerpen, stoffen of producten; c. terrein voor het al dan niet voor de verkoop opslaan of opstellen van ongebruikte en/of gebruikte, dan wel geheel of gedeeltelijk uit gebruikte onderdelen samengestelde machines, voer-, vaar- of vliegtuigen, dan wel onderdelen daarvan, welke bruikbaar en niet aan hun oorspronkelijk gebruik onttrokken zijn; d. opslagplaats van hout en/of aannemersmaterialen; e. volkstuin; f. terrein voor wedstrijssport, motor- en fietscross of modelvliegtuigsport;

vastgesteld III Bedrijventerrein GDC-Noord (De Schakel) Gemeente Eindhoven

83

84

vastgesteld III Bedrijventerrein GDC-Noord (De Schakel) Gemeente Eindhoven

Artikel 5 5.1

Verkeer

Bestemmingsomschrijving

De voor `Verkeer´ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.

wegen en straten, bestaande uit maximaal twee rijstroken; voet- en fietspaden; groenvoorzieningen; parkeervoorzieningen;

met daaraan ondergeschikt: e. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; met daarbij behorende: f.

bouwwerken, geen gebouwen zijnde en terreinen.

5.2

Bouwregels

5.2.1

Gebouwen

Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. 5.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Op of in deze gronden mogen uitsluitend worden gebouwd bouwwerken, geen gebouwen zijnde: a. tot een maximum bouwhoogte van 10 meter voor zover deze bouwwerken noodzakelijk zijn ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer, alsmede lichtmasten; b. tot een maximum bouwhoogte van 2,5 meter voor alle overige bouwwerken.

5.3

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmetingen van de bebouwing, voor de verkeersveiligheid of sociale veiligheid.

vastgesteld III Bedrijventerrein GDC-Noord (De Schakel) Gemeente Eindhoven

85

86

vastgesteld III Bedrijventerrein GDC-Noord (De Schakel) Gemeente Eindhoven

Artikel 6 6.1

Water

Bestemmingsomschrijving

De voor `Water´ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. alle oppervlaktewateren, zoals kanalen, riveren, beken en andere waterlopen, alsmede sloten, greppels, (infiltratie)vijvers ook als deze incidenteel of structureel droogvallen; b. waterberging; c. waterhuishouding; d. waterlopen; met de daarbij behorende: e. andere voorzieningen voor de waterhuishouding; f. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

6.2

Bouwregels

6.2.1

Gebouwen

Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd.

6.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt een maximum bouwhoogte van 3 m.

6.3

Specifieke gebruiksregels

Tot een gebruik strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in lid 6.1 wordt in ieder geval gerekend: a. het aanleggen van woonschepen; b. het opslaan, storten of bergen van voorwerpen, stoffen, materialen of chemicaliën en soortgelijke producten, behoudens voor zover zulks nodig is voor het op de bestemming gerichte gebruik.

6.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

6.4.1

Omgevingsvergunningvereiste

Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden) op of in de gronden met de bestemming 'Water' de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d.

het dempen van water; het vergraven van oevers; het verleggen van water; het herprofileren van waterlopen.

6.4.2

Uitzonderingen

Het in lid 6.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op een werk en werkzaamheden welke: a. het normale onderhoud betreffen; b. de aanleg van ecologische oevers betreft; vastgesteld III Bedrijventerrein GDC-Noord (De Schakel) Gemeente Eindhoven

87

c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan. 6.4.3

Toelaatbaarheid

De in lid 6.4.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien er geen sprake is van een onevenredige aantasting van de waterhuishoudkundige situatie met betrekking tot de waterkwantiteit en de waterkwaliteit. Alvorens te beslissen omtrent voernoemde vergunning winnen burgemeester en wethouders advies in bij de waterbeheerder.

88

vastgesteld III Bedrijventerrein GDC-Noord (De Schakel) Gemeente Eindhoven

Artikel 7

7.1

Waarde - Archeologie 7

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 7' (lage archeologische verwachting) aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van de op en/of in deze gronden voorkomende archeologische waarden. In geval van strijdigheid van bepalingen gaan de bepalingen van dit artikel voor de bepalingen die ingevolge andere artikelen op de desbetreffende gronden van toepassing zijn.

7.2

Bouwregels

7.2.1

Bouwverbod

Op de voor 'Waarde - Archeologie 7' aangewezen gronden is het niet toegestaan om te bouwen, met uitzondering van: a. het bebouwen van gronden waarbij minder dan 25.000 m2 van de grond wordt geroerd, én; b. het bebouwen van gronden waarbij werkzaamheden plaatsvinden tot een maximum diepte van 0,3 m onder maaiveld.

7.3

Afwijken van de bouwregels

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd af te wijken van het bepaalde in lid 7.2.1 voor het bouwen van gebouwen, aan- en uitbouwen en bijgebouwen, alsmede bouwwerken geen gebouwen zijnde, mits: a. dit in overeenstemming is met de andere ter plaatse geldende bestemming(en) en; b. met een archeologisch onderzoek is vastgesteld dat met oprichting van het bouwwerk geen onevenredige verstoring plaatsvindt van de archeologische waarden. Als het oprichten van het bouwwerk waarvoor een afwijking wordt gevraagd, kan leiden tot onevenredige verstoring van archeologische waarden, dan worden aan de ontheffing de volgende regels verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden (behoud in situ), en/of; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen (behoud ex situ).

7.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

7.4.1

Vergunningvereiste

Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden dieper dan 0,3 m onder maaiveld over een oppervlakte van 25.000 m2 of meer, uit te voeren: a. het uitvoeren van grondwerkzaamheden, waartoe ook wordt gerekend het aanleggen van drainage, diepwoelen, mengen van grond, diepploegen en ontginnen; b. het verlagen of afgraven, ophogen of egaliseren van de bodem; c. het graven, verbreden, verdiepen en dempen van sloten, vijvers en andere wateren; d. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen; e. het rooien en vellen van diepwortelende beplantingen en bomen, waarbij de stobben worden verwijderd; vastgesteld III Bedrijventerrein GDC-Noord (De Schakel) Gemeente Eindhoven

89

f.

het omzetten van gras- of akkerland in een teelt waarbij grond wordt afgevoerd, waartoe gerekend wordt boomteelt en graszodenteelt; g. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van voorwerpen in de grond; h. het aanbrengen van bovengrondse of ondergrondse transportleidingen en de daarmee verband houdende constructies; i. het uitvoeren van werkzaamheden ter verlaging van de grondwaterstand; j. het slopen van gebouwen en het verwijderen van funderingen waarbij grondroering plaatsvindt; k. het aanbrengen van verhardingen. 7.4.2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12121672/4