CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Bestemmingsplan III Bedrijventerrein GDC-Noord (De Schakel)

Raadsvergadering 24 januari 2023, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan III Bedrijventerrein GDC-Noord (De Schakel) en exploitatieplan Bedrijventerrein GDC-Noord (De Schakel) en vaststelling beeldkwaliteitsplan GDC-Noord (De Schakel)27.580 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Vastgesteld bestemmingsplan

III Bedrijventerrein GDC-Noord (De Schakel)

November 2022

III Bedrijventerrein GDC-Noord (De Schakel)

Inhoudsopgave Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding

7

1.1

Aanleiding

7

1.2

Het plangebied

8

1.3

Voorgaande plannen

8

1.4

Leeswijzer

8

Hoofdstuk 2 Beschrijving plangebied

9

2.1

Beschijving omgeving plangebied

9

2.2

Beschrijving projectprofiel

10

Hoofdstuk 3 Uitgangspunten, randvoorwaarden en beleidskader

13

3.1

Inleiding

13

3.2

Rijksbeleid

13

3.3

Provinciaal beleid

20

3.4

Gemeentelijk beleid

25

3.5

Bedrijvigheid

28

3.6

Archeologische en cultuurhistorische waarden

29

3.7

Verkeer en parkeren

31

3.8

Groen

31

3.9

Kabels, leidingen en straalpaden

35

Hoofdstuk 4 Milieuparagraaf

37

4.1

Milieueffectrapportage

37

4.2

Bedrijven en milieuzonering

38

4.3

Geluid

39

4.4

Luchtkwaliteit

40

4.5

Externe veiligheid

42

4.6

Duurzaamheid

47

4.7

Bodem

50

4.8

Natuur

50

Hoofdstuk 5 Waterparagraaf

53

5.1

Inleiding

53

5.2

Beleid

53

5.3

Beschrijving watersysteem plangebied

56

Hoofdstuk 6 Juridische vormgeving

61

6.1

Algemeen

61

6.2

Planmethodiek

61

6.3

Verbeelding

61

6.4

Planregels

61

Hoofdstuk 7 Handhaving 2

63 vastgesteld III Bedrijventerrein GDC-Noord (De Schakel) Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 8 Financiële aspecten

65

Hoofdstuk 9 Procedure en maatschappelijke uitvoerbaarheid

67

9.1

Bekendmaking ex artikel 1.3.1 Bro

67

9.2

Overleg ex artikel 3.1.1 Bro

67

9.3

Zienswijzen

67

Bijlagen bij de toelichting

69

Regels

71

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

73

Artikel 1

Begrippen

73

Artikel 2

Wijze van meten

79

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

81

Artikel 3

Bedrijf

81

Artikel 4

Groen

83

Artikel 5

Verkeer

85

Artikel 6

Water

87

Artikel 7

Waarde - Archeologie 7

89

Hoofdstuk 3 Algemene regels

91

Artikel 8

Algemene aanduidingsregels

91

Artikel 9

Algemene afwijkingsregels

93

Artikel 10

Overige regels

95

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

97

Artikel 11

Overgangsrecht

97

Artikel 12

Slotregel

99

Bijlagen bij de regels

101

Bijlage 1

102

Lijst van bedrijfsactiviteiten

vastgesteld III Bedrijventerrein GDC-Noord (De Schakel) Gemeente Eindhoven

3

4

vastgesteld III Bedrijventerrein GDC-Noord (De Schakel) Gemeente Eindhoven

Toelichting

vastgesteld III Bedrijventerrein GDC-Noord (De Schakel) Gemeente Eindhoven

5

6

vastgesteld III Bedrijventerrein GDC-Noord (De Schakel) Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 1

1.1

Inleiding

Aanleiding

In de logistieke sector is veel vraag naar grootschalige bedrijfsgebouwen. Om aan deze behoefte te kunnen voldoen en het bedrijventerrein GDC-Noord af te ronden is dit bestemmingsplan opgesteld. Met dit bestemmingsplan wordt ook voldaan aan de regionale afspraken voor bedrijventerreinen. In de huidige situatie zijn de gronden in eigendom van verschillende eigenaren en kan niet voldaan worden aan waar de markt om vraagt: grootschalige bedrijfsgebouwen voor de logistieke sector. Gelet op de eigendomssituatie, mede in combinatie met de ligging van de percelen ten opzichte van elkaar is het niet mogelijk om 'individueel' (dat wil zeggen elke eigenaar afzonderlijk) binnen het plangebied grootschalige bedrijfsgebouwen te realiseren. Daarnaast is gebleken dat tot op heden nog geen ontwikkeling van de grond is gekomen op de gronden binnen dit plangebied. De huidige bestemming geeft geen mogelijkheid voor een grootschalig logistiek bedrijfsgebouw. Daarom is dit bestemmingsplan opgesteld. Het bestemmingsplan "III Bedrijventerrein GDC-Noord (De Schakel)" bestaat uit een digitale en analoge verbeelding (plankaart) met de daarbij behorende regels. Bij het bestemmingsplan is een toelichting gevoegd. In de toelichting wordt aangegeven waarom het bestemmingsplan is opgesteld en welke afwegingen hebben plaatsgevonden in het kader van een goede ruimtelijke ordening.

Naast de digitale versie is er tevens een papieren versie van het bestemmingsplan beschikbaar. De digitale versie is juridisch bindend.

Ligging plangebied binnen Eindhoven (plangebied in rode circel)

vastgesteld III Bedrijventerrein GDC-Noord (De Schakel) Gemeente Eindhoven

7

1.2

Het plangebied

Het plangebied ligt aan de noordwestzijde van Eindhoven, binnen het bedrijventerrein GDC-Noord. Het gebied wordt op hoofdlijnen begrensd door een gedeelte van De Schakel, de A2 en aan de zuidzijde aan de nieuw te realiseren 'Weginfrastructuur omgeving Eindhoven Noordwest, Oirschot en Best' (voorheen de 'Challengevariant' genoemd) in het kader van Gebiedsontwikkeling Brainport Park. Op onderstaande luchtfoto is het plangebied weergegeven.

Luchtfoto ligging plangebied (rood omlijnd).

1.3

Voorgaande plannen

Het bestemmingsplan "III Bedrijventerrein GDC-Noord (De Schakel)" vervangt gedeeltelijk het bestemmingsplan "Bedrijventerrein GDC-Noord 2009", dat is vastgesteld door de gemeenteraad op 2 september 2014.

1.4

Leeswijzer

Deze toelichting bestaat uit negen hoofdstukken. Na deze inleiding volgt hoofdstuk 2. Hierin is een beschrijving van het plangebied en het planvoornemen gegeven. Hoofdstuk 3 bevat de uitgangspunten bij, de randvoorwaarden en de beleidskaders voor het opstellen van het bestemmingsplan. Hoofdstuk 4 geeft inzicht in en een verantwoording van alle relevante milieuaspecten. Hoofdstuk 5 bevat de waterparagraaf. In deze paragraaf is de wijze beschreven waarop rekening wordt gehouden met de gevolgen van het bestemmingsplan voor de waterhuishouding. De juridische vormgeving van het bestemmingsplan is verwoord in hoofdstuk 6. In hoofdstuk 7 wordt ingegaan op de handhaving van het bestemmingsplan. De financiële uitvoerbaarheid is verantwoord in hoofdstuk 8. Hoofdstuk 9 gaat ten slotte in op de gevolgde procedure, inclusief een paragraaf over de maatschappelijke uitvoerbaarheid.

8

vastgesteld III Bedrijventerrein GDC-Noord (De Schakel) Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 2

2.1

Beschrijving plangebied

Beschijving omgeving plangebied

Het Goederen Distributie Centrum Noord (GDC Noord) ligt in het noordwestelijke deel van Eindhoven en is een doorontwikkeling van het noordelijk deel van Bedrijventerrein GDC Acht. GDC-Noord biedt ruimte aan bedrijven gericht op goederendistributie en in het noordelijke deel van het terrein ook op afvalverwerking. Voor het terrein geldt een beeldkwaliteitsplan (Beeldkwaliteitsplan GDC-Noort' uit 2007) dat door de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit als toetsingskader wordt gebruikt voor bouwaanvragen. Dit beeldkwaliteitsplan schetst in grote lijnen de inrichting van GDC-Noord en beoogt een samenhang te creëren tussen de individuele bebouwing, de terreininrichting van de individuele kavels en het openbare gebied. Er is ook rekening gehouden met de relatie van GDC-Noord met de A2 om zo bij te kunnen dragen aan de transformatie van de A2 tot kwalitatief aansprekende, samenhangende en onderscheidende zone waarlangs de regio Eindhoven zich presenteert als een toptechnologisch gebied. De eigen identiteit van bedrijven zal worden benadrukt door de afmetingen van de bebouwing en door een opvallende dakrand. Daarnaast hebben de randen van GDC-Noord ieder hun eigen beeldkwaliteit die zich uit in bijzondere gevels.

Weginfrastructuur omgeving Eindhoven Noordwest, Oirschot en Best De gemeenten Eindhoven, Best en Oirschot passen de bestaande infrastructuur in het noordwestelijk deel van Eindhoven en de aangrenzende delen van Best en Oirschot aan en leggen een nieuwe weginfrastructuur aan. Daarbij is onder andere uitgegaan van een noodzakelijke ontsluitende verbinding tussen GDC en de A58, door BIC noord, voor de waarborg van een voldoende verdeling van het autoverkeer over de beschikbare te verbeteren aansluitingen op het hoofdwegennet. Deze ontsluitende verbinding grenst aan het zuiden van het plangebied.

Het projectgebied Onderhavig gebied ligt in het zuidwestelijk deel van GDC Noord, ten zuidwesten van De Schakel en op enige afstand ten noordwesten van de Mispelhoefstraat. Oorspronkelijk was dit een gedeelte met een meer kleinschalige opzet. Een reden hiervoor was het aansluiten op de schaal van de bestaande bedrijfsbebouwing aan de Mispelhoefstraat. Door bovengenoemde infrastructurele ontwikkelingen is het zuidoostelijk deel van de oorspronkelijke bedrijfslocatie komen te vervallen en ligt de locatie nu niet meer aan de Mispelhoefstraat maar aan de nieuwe verbindingsweg. Daarnaast is er momenteel een grote vraag naar grootschalige bedrijfslocaties voor distributie. Verder is in de regionale programmering dit bedrijventerrein opgenomen als vestigingslocatie voor grootschalige Brainport gelieerde logistiek. Deze zaken hebben geleid tot een heroverweging van dit gebied.

vastgesteld III Bedrijventerrein GDC-Noord (De Schakel) Gemeente Eindhoven

9

Luchtfoto waarbij het bouwvlak ten noorden van de verbindingsweg van de kavel rood omlijnd is.

2.2

Beschrijving projectprofiel

De beoogde bebouwde invulling van het plangebied bestaat uit één bedrijfsgebouw op een kavel van minimaal 1,5 hectare. Het bouwperceel is circa 5,5 hectare en heeft een bouwvlak van circa 4,3 hectare. De bebouwing is maximaal 20 meter hoog. Voor de kavel mag aan De Schakel één inrit worden gerealiseerd met een uitbreiding tot maximaal twee inritten, indien dit verkeerstechnisch voldoet. Aan de verbindingsweg tussen GDC en A58 mag de kavel niet worden ontsloten. Hoofdbebouwing bestaat uit kubische volumes. De bebouwing volgt de contour van de groenzone. De ruimte tussen de bebouwing en de groenzone wordt groen ingevuld (dit betreft de gronden die als 'Bedrijf' zijn bestemd waar geen bouwvlak op is gelegen, grenzend aan de bestemming 'Groen'). Parkeerplaatsen bevinden zich volledig op eigen terrein.

10

vastgesteld III Bedrijventerrein GDC-Noord (De Schakel) Gemeente Eindhoven

Het plangebied. Voor het bedrijventerrein GDC-Noord is het 'Beeldkwaliteitsplan GDC-Noord' uit 2007 van toepassing. In dat beeldkwaliteitsplan is voor de zuidwesthoek van het bedrijventerrein, waarin dit plangebied is gelegen, uitgegaan van een kleinere verkaveling. Eén grootschalige logistiek gebouw past niet binnen dat beeldkwaliteitsplan. Daarom is een nieuw beeldkwaliteitsplan voor de zuidwesthoek opgesteld, waarbij de uitgangspunten van het 'Beeldkwaliteitsplan GDC-Noord' uit 2007 zo veel mogelijk in acht zijn genomen. Het nieuwe beeldkwaliteitsplan 'GDC-Noord (De Schakel)' richt zich specifiek op de nieuwe kavel in de zuidwestelijke hoek van het bedrijventerrein GDC-Noord en beoogt samenhang tussen het nieuwe gebouw, de terreininrichting en het overige bedrijventerrein.

vastgesteld III Bedrijventerrein GDC-Noord (De Schakel) Gemeente Eindhoven

11

12

vastgesteld III Bedrijventerrein GDC-Noord (De Schakel) Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 3 beleidskader

3.1

Uitgangspunten, randvoorwaarden en

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de ruimtelijke beleidskaders op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau. Verantwoord wordt dat de voorgenomen ontwikkeling past in het (toekomstig) ruimtelijk beleid. Er wordt geen complete samenvatting gegeven van alle beleidsaspecten. Uitsluitend de relevante beleidskaders voor het plangebied zijn in dit hoofdstuk weergegeven en verantwoord.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

In de definitieve Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) schetst het Rijk ambities van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid voor Nederland in 2040. Het Rijk zet twee zaken helder neer: een kader voor prioritering van investeringen om Nederland in beweging te krijgen en een selectief ruimtelijk beleid dat meer loslaat en overlaat aan provincies en gemeenten. Het is de uitdaging om Nederland in de wereldeconomie van de toekomst concurrerend te houden. Dat betekent dat onze stedelijke regio's en netwerken versterkt moeten worden door de kwaliteit voor de leefomgeving te verbeteren, hoogwaardige en klimaatbestendige woon- en werkmilieus te realiseren, de bereikbaarheid te verbeteren en de mobiliteit te verduurzamen, maatregelen te treffen ten behoeve van waterveiligheid, zoetwatervoorziening en ruimte te maken voor de noodzakelijke transitie naar duurzame energie. Het Rijk onderscheidt 13 nationale belangen in de SVIR. Daarnaast kiest ze nadrukkelijk voor een vereenvoudiging van de regelgeving en brengt de ruimtelijke ordening zo dicht mogelijk bij degenen die het aangaat: burgers en bedrijven. Zo beëindigt het Rijk zijn rol bij nationale landschappen, rijksbufferzones, binnenstedelijk bouwen, landsbrede verstedelijkingsafspraken, sport- en recreatievoorzieningen.

Het Rijk vindt de stedelijke regio's rond de Mainports (Rotterdam en Amsterdam), de Brainport, greenports en de valleys van nationaal belang (nationaal belang 1). De gebiedsontwikkeling Brainport Avenue is van nationaal belang. In de SVIR wordt Brainport Zuid-Oost Nederland beschouwd als de belangrijkste toptechnologieregio van ons land.Het centrum van deze Brainport is gelegen in Eindhoven met o.a. High-tech systemen, medische technologie en automotive als belangrijkste thema's. Daarnaast zijn Chemelot in Sittard-Geleen als belangrijk chemie-cluster, het medische cluster in Maastricht en de greenport Venlo als cluster van agro-food, tuinbouw en logistiek belangrijk. Realisatie Uitgangspunt bij het realiseren van de doelstellingen is een integrale, regionaal-specifieke aanpak, waarmee investeringen en ander rijksinstrumentarium zo effectief en efficiënt mogelijk ingezet kunnen worden. Dat vraagt om een gedegen afweging van alle relevante belangen en goede afstemming en samenwerking tussen regio en Rijk. Over de rijksopgaven zullen op basis van de MIRT-gebiedsagenda's afspraken worden gemaakt. De SVIR kent een realisatieparagraaf, waarin per nationaal belang de aanpak is uitgewerkt op basis van lopende en voorziene projecten.

Het Rijk heeft voor de realisatie van de nationale belangen de beschikking over de volgende vier instrumenten: Kaders (gebiedsgerichte of thematische uitwerkingen van de SVIR, relevante wetgeving); vastgesteld III Bedrijventerrein GDC-Noord (De Schakel) Gemeente Eindhoven

13

Bestuurlijke prestatieafspraken (bijvoorbeeld afspraken met provincies en gemeenten, internationale afspraken met overheden in buurlanden); Financieel (bijvoorbeeld Infrastructuurfonds, Deltafonds); Kennis (bijvoorbeeld inzetten van het College van Rijksadviseurs bij ruimtelijke ontwikkelingen, verspreiden van “best practices”). Voor het juridisch borgen van de nationale belangen uit de SVIR heeft het Rijk, op basis van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), twee besluiten waarmee dat mogelijk is. Deze twee besluiten zijn verschillend van aard (beleidsmatig versus procesmatig). Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Dit geeft de juridische kaders die nodig zijn om het geldende ruimtelijk rijksbeleid te borgen. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het Bro stelt vanuit de rijksverantwoordelijkheid voor een goed systeem van ruimtelijke ordening juridische kaders aan de processen van ruimtelijke belangenafweging en besluitvorming bij de verschillende overheden. De ladder voor duurzame verstedelijking en de proceseisen voor goed ontwerp en aandacht voor de waterhuishouding (watertoets), het milieu en het cultureel erfgoed zijn allen geborgd in het Bro. Nationaal belang 13 vraagt om een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten.

Dit moet met behulp van de ladder voor duurzame verstedelijking worden onderbouwd. In de volgende subparagraaf wordt hier nader op ingegaan. 3.2.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

Nationaal belang 13 uit de SVIR vraagt om een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Dit nationale belang is wettelijk verankerd in het Bro. In artikel 3.1.6, lid 2 van het Bro is gesteld dat de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving dient te bevatten van: a. de behoefte aan die ontwikkeling; b. indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Conform artikel 3.1.6 lid 2 van het Bro dient bij ruimtelijke ontwikkelingen onderbouwd te worden dat sprake is van behoefte aan die ontwikkeling. Overprogrammering dient te worden voorkomen. Deze ontwikkeling is een stedelijke ontwikkeling in de zin van artikel 3.1.6 Bro. Door de Stec Groep is een laddertoets opgesteld. Dit rapport is als bijlage 1 opgenomen bij deze toelichting. Hieronder wordt ingegaan op de uitkomsten van deze laddertoets. GDC Eindhoven is een grootschalig bedrijventerrein, specifiek gericht op logistieke bedrijven.

Voor GDC-Noord geldt dat de gronden bestemd zijn voor bedrijven waarvan de bedrijfsvoering geheel of nagenoeg geheel (minimaal 85%) bestaat uit overslag, groupage, distributie en assemblage van goederen, niet zijnde afvalstoffen. Het ruimtelijk verzorgingsgebied (marktregio) voor deze ontwikkeling is het Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE). De regionale programmeringsafspraken voor bedrijventerreinen worden gemaakt op het schaalniveau van SGE. De huidige regionale afspraken dateren uit 2021. De meest recente programmeringsafspraken van het SGE-regio zijn van juli 2021. In deze afspraken is GDC-Noord specifiek opgenomen als locatie om grootschalige logistiek te kunnen huisvesten. Hierin heeft GDC-Noord al een groene status. Daarnaast is in de programmeringsafspraken de definitie van Brainport-gelieerde bedrijvigheid opgenomen. Het bepalen van de behoefte wordt hoofdzakelijk gebaseerd op de prognose bedrijventerreinen en kantoren van de provincie Noord-Brabant (Stec Groep, september 2022) en input over de markt vanuit de gemeente, de regio en omliggende regio's. Het volgende is geconstateerd: Binnen de marktregio het SGE is een totale ruimtevraag van ongeveer 55 tot 100 hectare naar nieuwe bedrijfskavels vallend binnen het werkmilieu 'grootschalige distributie > 3 hectare' in de periode 2023 tot en met 2032.

Indicatief vertaald is er een ruimtevraag vanuit grootschalige 'Brainport gelieerde logistieke 14

vastgesteld III Bedrijventerrein GDC-Noord (De Schakel) Gemeente Eindhoven

(HTSM) bedrijvigheid' binnen het SGE in de periode 2023 tot en met 2032 van ongeveer 12 tot 25 hectare. Het relvante harde planaanbod van 'functioneel grootschalige werklocatie' in de marktregio bedraagt ongeveer 26 hectare. Echter, dit aanbod is niet alleen geschikt om Brainport-gelieerde logistiek te kunnen huisvesten. Ook vanuit reguliere-grootschalige logistiek en grootschalige industrie is binnen het SGE behoefte aan dit type werklocatie. De ruimtevraag vanuit deze andere bedrijfstypes kan niet buiten beschouwing worden gelaten. De vraag-aanbod confrontatie laat zien dat er een behoefte is aan 'grootschalige functionele' bedrijfskavels binnen de marktregio van ongeveer 29 tot 754 hectare in de periode 2023 tot en met 2032 - uitgaande van alleen de ruimtevraag vanuit grootschalige distributie (>3 hectare). Hierbij is de vraag vanuit de grootschalige industrie nog buiten beschouwing gelaten. Naar verwachting is de behoefte naar 'grootschalig functionele' dus nog significant hoger. Geconcludeerd wordt dat vraag en aanbod niet in evenwicht zijn. Om in de ruimtevraag van bedrijven te kunnen voorzien is onderhavge ontwikkeling (met ongeveer 5 hectare netto uitgeefbare grond) aangetoond. Het plan voorziet in een kwantitatieve en kwalitatieve behoefte.

De bedrijfsruimtemarkt binnen de martkregio functioneert goed (er is zelfs sprake van een leegstand onder een gezond frictieniveau) en er is geen passend (alternatief) aanbod of alternatieve locaties binnen bestaand stedelijk gebied in de marktregio geschikt en beschikbaar. Mogelijkheden in bestaand stedelijk gebied zijn zeer sporadisch aanwezig. In totaal worden er slechts drie bedrijfspanden aangeboden die qua omvang overeenkomen met de kavels op de beoogde ontwikkeling van het bedrijventerrein GDC-Noord. Geconcludeerd wordt dat deze ontwikkeling niet zal leiden tot overaanbod van bedrijventerreinen en/of zal leiden tot onaanvaardbare leegstand van bedrijfsruimte in de marktregio. Onaanvaardbare ruimtelijke effecten zullen zich voordoen.

3.2.3

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. In de NOVI zijn deze maatschappelijke opgaven samengevat in vier prioriteiten: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie duurzaam economisch groeipotentieel sterke en gezonde steden en regio’s toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Met de NOVI benoemt het Rijk nationale belangen, geeft het richting op de vier prioriteiten en helpt keuzes maken waar dat moet. Want niet alles kan overal. De NOVI is op 9 september 2020 vastgesteld op grond van de geldende regelgeving omdat de Omgevingswet nog niet in werking is. De NOVI voldoet tevens aan de eisen die de Omgevingswet stelt aan een omgevingsvisie. Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze omgevingsvisie dan ook gelden als de Nationale Omgevingsvisie in de zin van deze wet.

In dit bestemmingsplan zijn geen strijdigheden met de uitgangspunten uit de NOVI opgenomen. vastgesteld III Bedrijventerrein GDC-Noord (De Schakel) Gemeente Eindhoven

15

3.2.4

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

Naast de SVIR is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) van toepassing. Het besluit bevat regels ter borging van een beperkt aantal nationale belangen. Het gaat onder meer over rijksbelangen over rijksvaarwegen, zones buisleidingen, zones van hoogspanningsleidingen en defensieterreinen. Voor de regio Eindhoven is de zone van de 380-Kv-hoogspanningsleiding van toepassing. Dit is de bestaande hoogspanningsleiding gelegen in Eindhoven Noord en (deels) Oost. Er is geen sprake van een 380-Kv-hoogspanningsleiding binnen dit plangebied. Verder is in het Barro opgenomen dat de provinciale begrenzing van het Nationaal Natuur Netwerk (NNN) direct doorwerkt naar het bestemmingsplan. De gebieden die het NNN vormen worden bij provinciale Interim Omgevingsverordening aangewezen waarmee het NNN een provinciaal belang is geworden. In het Barro en de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) zijn algemene regels opgenomen voor het militaire luchtvaartterrein Vliegbasis Eindhoven voor het daarbij behorende beperkingengebied. Het plangebied ligt volgens het Rarro binnen het obstakelbeheergebied en binnen de geluidszone (Ke) (zie onderstaand figuur).

Uitsnede Rarro (november 2014) besluitsubvlak militair luchtvaartterrein vliegbasis Eindhoven 3.2.5

Luchthavenbesluit Eindhoven

Het luchthavenbesluit Eindhoven is op 26 september 2014 vastgesteld en met ingang van 1 november 2014 in werking getreden. In het luchthavenbesluit zijn het terrein van de luchthaven (het luchthavengebied), de gebruiksmogelijkheden en het beperkingengebied vastgelegd. Het luchthavenbesluit Eindhoven legt de gebruiksmogelijkheden van de militaire luchthaven Eindhoven vast voor zowel militaire vliegtuigen als burgervliegtuigen. Het gaat daarbij om de openstellingstijden, de geluidsruimte voor het militaire luchtverkeer en het burgerluchtverkeer, en het maximale aantal recreatieve vliegbewegingen per jaar. Beperkingengebied Het beperkingengebied bestaat uit: 1. de geluidszone: dit is de weergave van de geluidsbelasting van het gezamenlijke luchtverkeer. Binnen deze zone gelden regels voor het bouwen van woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen. 2. de obstakelbeheergebieden: hier gelden maximaal toelaatbare hoogtes voor objecten. 3. het vogelbeheersgebied: binnen dit gebied gelden regels voor een bestemming of gebruik dat vogels aantrekt.

16

vastgesteld III Bedrijventerrein GDC-Noord (De Schakel) Gemeente Eindhoven

Kaart beperkingengebied Luchthaven Eindhoven Ad 1. Geluidszone In Nederland worden voor de grote civiele en de militaire luchtvaart twee "maten" voor de geluidbelasting ten gevolge van vliegtuigen gebruikt: Ke en LAeq-nacht. De Ke is gebaseerd op het vliegverkeer gedurende het gehele etmaal en wordt bepaald voor de situatie buitenshuis ("aan de gevel"). Anders gezegd, met de Ke wordt geen rekening gehouden met de geluiddemping van de gevel van de woning (bij gesloten ramen). De grenswaarde ligt op 35 Ke. Rondom het vliegveld is daarom de 35 Ke-"zone" opgenomen die het gebied begrenst waarbinnen de geluidbelasting hoger mag zijn dan de grenswaarde van 35 Ke. Krachtens het Besluit militaire luchthavens mogen in de 35-Ke-geluidzone geen nieuwe woningen of andere geluidgevoelige objecten worden opgericht. Een deel van het plangebied ligt in de 35-Ke-geluidzone van de luchthaven. In dit bestemmingsplan worden echter geen nieuwe woningen of andere geluidgevoelige objecten opgericht. Ad 2. Obstakebeheergebieden Inner Horizontal and Cinical Surface (IHCS) Het obstakelbeheergebied kent een maximale objecthoogte van 65 meter boven NAP.

In deel 3 van het Tweede Structuurschema Militaire Terreinen14 is voor militaire luchtvaartterreinen een uitbreiding van het obstakelbeheergebied aangekondigd in overeenstemming met de norm die door de International Civil Aviation Organisation (ICAO) wordt gesteld. Dit betekent dat rondom de gehele luchthaven een obstakelvrij vlak (IHCS) ligt van 45 meter hoog ten opzichte van de start- en landingsbaan; dit is NAP +65 meter, omdat de baan op een hoogte van NAP + 20 meter ligt. De straal van het IHCS bedraagt 4 kilometer rond de landingsdrempels, dat overgaat in een conisch vlak met een helling van 5% tot 145 meter over een afstand van 2 kilometer. De hoogte van dit obstakelvrije vlak is gerelateerd aan de ligging van de drempels van de start- en landingsbaan ten opzichte van NAP. Aanleiding voor de uitbreiding van het obstakelbeheergebied is het besluit van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO) om deze norm die al geldt voor burgerluchtvaartterreinen, om veiligheidsredenen ook van toepassing te verklaren op militaire luchtvaartterreinen. Uit de ICAO-norm vloeien aanvullende hoogtebeperkingen voor objecten rondom een luchtvaartterrein voort. Het plangebied valt binnen het obstakelbeheergebied. Dit plan voorziet in de realisatie van één bedrijfspand met een maximum bouwhoogte van 20 meter.

Het maailveld ligt op circa 18,3 m vastgesteld III Bedrijventerrein GDC-Noord (De Schakel) Gemeente Eindhoven

17

+NAP. Er wordt in het bestemmingsplan geen ruimte geboden voor het bouwen van bouwwerken die hoger zijn dan 47 meter waardoor de maximale objecthoogte van 65 meter boven NAP niet overschreden wordt. Funnels Daarnaast zijn er obstakelvrije vlakken vastgesteld bestaande uit start- en landingsvlakken met zijkanten (zogenaamde 'funnels') in de verlengde van de start- en landingsbanen. Binnen deze obstakelvrije vlakken gelden beperkingen ten aanzien van het oprichten van hoge obstakels (van 20 tot 170 m boven NAP). Het plangebied is gelegen binnen deze funnels, waarvoor een hoogtebeperking geldt vanaf 55m + NAP. Omdat het peil binnen het plangebied op circa 18,3 m +NAP ligt, en de bebouwingshoogte voor het gebouw en bouwwerken geen gebouwen zijnde maximaal 20 m bedraagt, werken de funnels niet belemmerend. In het kader van dit bestemmingsplan dienen bij de bebouwingshoogte van een bedrijfsgebouw uitsteeksels zoals schoorstenen, lichtkoepels, liftopbouwen e.d. te worden meegerekend. Dit is geregeld in artikel 2.5 van de regels. Instrument Landing System (ILS) De luchthaven beschikt over ILS-apparatuur teneinde een landing in verminderde weersomstandigheden mogelijk te maken. Voor een goed functioneren van het ILS geldt dat een gebied rondom de start- en landingsbaan geen verstoring mag opleveren.

Daarom gelden ook in dit gebied beperkingen ten aanzien van de bouwhoogten van gebouwen en bouwwerken. Deze gebieden bestaan uit meerdere vlakken. Het plangebied is gelegen binnen het vlak van het ILS waarvoor een hoogtebeperking geldt van 40,3 m tot en met 50,3 m + NAP. Binnen het plangebied is één gebouw toegestaan met een hoogte van maximaal 20 m. Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, is een maximale bouwhoogte van 20 meter bepaald. Omdat het peil binnen het plangebied op circa 18,3 m +NAP ligt wordt voor voornoemde bouwwerken aldus voldaan aan de hoogtebeperking. In artikel 8.2.1 wordt dit geregeld. Hiervan kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken. Dit is geregeld in artikel 8.2.2. Deze omgevingsvergunning kan enkel worden verleend indien bij het Rijksvastgoedbedrijf van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, schriftelijk advies is ingewonnen waaruit kan worden opgemaakt dat de ILS niet in onaanvaardbare mate negatief wordt beïnvloed. Ad 3.Vogelbeheersgebied Het plangebied is voorts ook gelegen binnen het vogelbeheersgebied van de luchthaven. Binnen het vogelbeheersgebied is in beginsel een grondgebruik of een bestemming binnen de volgende categorieën niet toegestaan: a. b. c. d. e.

oppervlaktewateren met een oppervlakte van meer dan 3 hectare; natuurbeschermingsgebieden en vogelbeschermingsgebieden; vishouderijen met extramurale bassins; extramurale opslag of verwerking van organisch materiaal; afvalwaterzuiveringsinstallaties.

Geen van deze categorieën wordt in dit bestemmingsplan mogelijk gemaakt. Conclusie De realisatie van één grootschalige bedrijfsgebouw en eventuele bouwwerken geen gebouwen zijnde, met een maximale bouwhoogte van 20 meter conflicteert niet met de regels uit het Barro, het Rarro en het Luchthavenbesluit Eindhoven. 3.2.6

Bakens luchthaven Eindhoven en radarverstoringsgebied vliegbasis Volkel

Bij het bepalen van de maximaal toegestane bouwhoogte in het bestemmingsplan moet rekening worden gehouden met de bakens van luchthaven Eindhoven en het radarverstoringsgebied van vliegbasis Volkel.

18

vastgesteld III Bedrijventerrein GDC-Noord (De Schakel) Gemeente Eindhoven

Bakens luchthaven Eindhoven Op en nabij de luchthaven Eindhoven zijn bakens (zie figuur 3.1) aanwezig om de richting van het vliegverkeer (zowel horizontaal als verticaal) te kunnen volgen: een VDF baken: Vertical Directional Finder. Dit is een hulpmiddel voor de luchtverkeersleiding om de richting te kunnen bepalen van het vliegtuig waarmee op dat moment wordt gecommuniceerd. een NDB; Non Directional Beacon. Dit wordt door vliegtuigen gebruikt als navigatiehulpmiddel op luchtroutes. Het is een bakenzender die een radiosignaal uitzendt dat door een peilontvanger in het vliegtuig wordt opgevangen. Hierdoor wordt de richting van het signaal ten opzichte van het vliegtuig bepaald. Door de richting van twee verschillende bakens te peilen kan de piloot zijn/haar positie bepalen. De toetsingsgebieden liggen voor VDF geheel over het plangebied, maar hebben gezien de maximaal toegestane bouwhoogte (tussen 70 en 80 meter) geen consequenties.

Figuur 3.1. Afbeelding hoogtebelemmeringen bakens nabij luchthaven Eindhoven. Blauwe lijnen= VDF. Rode lijnen= NDB.

Radarverstoringsgebied Volkel Om het ongestoord functioneren van radar- en communicatie-apparatuur op de vliegbasis Volkel te waarborgen ligt er rond deze vliegbasis een cirkel met een straal van 50 nautische mijl (=27,8 km), gemeten vanaf de positie van de radar. Binnen dit radarverstoringsgebied moet voor ieder obstakel hoger dan 65 meter worden berekend of er verstoring van de radar optreedt. Dit plangebied ligt niet binnen dit radarverstoringsgebied.

vastgesteld III Bedrijventerrein GDC-Noord (De Schakel) Gemeente Eindhoven

19

Uitsnede uit kaart hoogtebelemmeringen als gevolg van luchthaven Eindhoven. Blauwe lijnenarcering= radarverstoringsgebied van vliegbasis Volkel.

3.3

Provinciaal beleid

3.3.1

Omgevingsvisie

De Brabantse Omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Op 14 december 2018 is de omgevingsvisie vastgesteld. Daarna volgt een doorvertaling in een Omgevingsverordening en programma's. Tot die zijn vastgesteld blijven bestaande beleidsplannen voor natuur, ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer en milieu en water van kracht. Daarmee wil Brabant op tijd klaar zijn voor de Omgevingswet wanneer deze in 2021 wordt ingevoerd. In de Omgevingswet staan waarden als veiligheid, gezondheid en duurzame omgevingskwaliteit centraal. De Brabantse Omgevingsvisie voegt daar ambities aan toe voor vier hoofdopgaven: de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. Voor ieder van deze opgaven geeft de omgevingsvisie aan wat de ambities op lange termijn zijn: wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn? Maar ook een concreet tussendoel: waar moeten we in 2030 op zijn minst staan om dat langetermijndoel te halen? De omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan.

3.3.2

Structuurvisie

Op 19 maart 2014 is de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2014 (Noord Brabant) in werking getreden. Deze structuurvisie is een actualisatie van de visie die in 2010 werd vastgesteld. De structuurvisie bestaat uit twee delen (A en B) en een uitwerking. Deel A Deel A bevat de hoofdlijnen van het beleid. Hierin heeft de provincie haar belangen gedefinieerd en ruimtelijke keuzes gemaakt. De ruimtelijke visie van de provincie bestaat op hoofdlijnen uit een robuust en veerkrachtig natuur- en watersysteem, met aandacht voor bescherming tegen hoogwater, droogte en biodiversiteit. Een multifunctioneel landelijk gebied, waar de functies landbouw, recreatie en natuur in relatie tot elkaar ruimte krijgen en een gevarieerd en aantrekkelijk stedelijk gebied met sterke steden, groene geledingszones en uitloopgebieden (intensieve recreatie, stadslandbouw). Aandacht wordt gevraagd voor sterke 20

vastgesteld III Bedrijventerrein GDC-Noord (De Schakel) Gemeente Eindhoven

regionale economische clusters, (inter)nationale bereikbaarheid en knooppuntontwikkeling (zowel in de centra als aan de randen van de steden). De provincie realiseert haar doelen door regionaal samen te werken, te ontwikkelen, te beschermen en te stimuleren. Deel B De ruimtelijke belangen en keuzes zijn in vier ruimtelijke structuren geordend. Deze vier ruimtelijke structuren worden in deel B beschreven en zijn: 1. 2. 3. 4.

de groenblauwe structuur; het landelijk gebied; de stedelijke structuur; de infrastructuur.

In dit geval is het plangebied volledig gelegen binnen de stedelijke structuur. De stedelijke structuur bestaat uit de steden en dorpen in Noord-Brabant. De provincie kiest hier voor twee perspectieven. Ten eerste stedelijke concentratiegebieden waar de groei van de verstedelijking wordt opgevangen. De provincie wil de verstedelijking op goed ontsloten plekken concentreren en de groene ruimte tussen steden openhouden. Ten tweede dienen kernen in het landelijk gebied zoveel mogelijk te worden ontzien van verdere verstedelijking. Alleen de eigen verstedelijkingsbehoefte wordt daar opgevangen. Eindhoven vormt samen met de provincie en met de steden Breda, Helmond, 's-Hertogenbosch en Tilburg het stedelijk netwerk BrabantStad. Dit samenwerkingsverband vervult een voortrekkersrol bij de ruimtelijke en economische ontwikkeling van Noord-Brabant. Sterke steden zijn een voorwaarde voor de toekomst van Noord-Brabant. Vooral in deze steden is de dynamiek van Noord-Brabant goed zichtbaar. De provincie ziet deze steden als het brandpunt van de verstedelijking. Hier wordt geïnvesteerd in de binnensteden (stationsgebieden, kanaal- en snelwegzones) en worden hoogstedelijke functies, zoals bovenregionale voorzieningen, geconcentreerd.

Daardoor wordt de centrale positie van de steden versterkt en het draagvlak voor hoogwaardig openbaar vervoer en stedelijke- en culturele voorzieningen op peil gehouden. Dat draagt bij aan een hoogwaardig leef- en vestigingsklimaat in Noord-Brabant. Goederenknooppunten zijn locaties die multimodaal en minstens bimodaal zijn of kunnen worden ontsloten, die geschikt zijn voor bedrijven die afhankelijk zijn van een multimodale ontsluiting en die gericht zijn op de overslag van goederen. Om een verschuiving van de vervoersmodaliteit weg naar een andere (spoor en/of water) te bevorderen (modal shift) wil de provincie de ruimte rond deze knooppunten vooral reserveren voor bedrijven die daarvan afhankelijk zijn. Zo ontstaat een betere transportefficiëntie, een betere benutting van de infrastructuur en kunnen goederenstromen beter gebundeld worden (logistieke clustering).

Uitsnede structurenkaart Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2014 Noord-Brabant (locatie plangebied blauwe circel) vastgesteld III Bedrijventerrein GDC-Noord (De Schakel) Gemeente Eindhoven

21

Toepassing plangebied Onderhavig plangebied bevindt zich in binnen het 'Stedelijke concentratiegebied'. Het stedelijk concentratiegebied heeft een bovenlokale opvangtaak voor verstedelijking. De gemeenten maken in regionaal verband en met de provincie afspraken over de verdeling van het verstedelijkingsprogramma in de regionale ruimtelijke overleggen (RRO's). Zorgvuldig ruimtegebruik en toepassing van de Ladder voor duurzame verstedelijking (Bro) zijn voorwaarden bij het maken van regionale afspraken.

3.3.3

Interim omgevingsverordening

De Interim omgevingsverordening is vastgesteld door Provinciale Staten op 25 oktober 2019 en vervangt een aantal provinciale verordeningen: provinciale milieuverordening; verordenring natuurbescherming; verordening ontgrondingen; verordening ruimte; verordening water; verordening wegen. Om straks klaar te zijn als de Omgevingswet in werking treedt, heeft de provincie eerst een Interim omgevingsverordening vastgesteld. Het is een ‘Interim’ omgevingsverordening om zo te benadrukken dat dit een tussenstap is naar de ‘definitieve’ omgevingsverordening gebaseerd op de Omgevingswet. De Interim omgevingsverordening is gebaseerd op de huidige wetgeving en moet aan de wettelijke bepalingen van die wetgeving voldoen. Dat betekent dat nieuwe mogelijkheden uit de Omgevingswet nog niet zijn verwerkt. Er is wel zo veel als mogelijk aansluiting gezocht bij de Omgevingswet en de voorwaarden voor een omgevingsverordening (bijvoorbeeld bij de opbouw en de digitale vormgeving).Deze Interim omgevingsverordening voegt de bestaande regels over de fysieke leefomgeving zoveel mogelijk samen in één verordening en is beleidsneutraal. Alleen aanpassingen die nodig zijn vanwege de samenvoeging of vanwege al vastgesteld beleid, zoals de omgevingsvisie, worden meegenomen.

In de Interim omgevingsverordening staan regels voor: Burgers en bedrijven: dit zijn zogenaamde rechtstreeks werkende regels voor activiteiten. Deze regels bevatten voorwaarden om zo’n activiteit te verrichten en geven ook aan of je bijvoorbeeld eerst een melding moet doen voordat je mag beginnen. Bestuursorganen van de overheid: dit zijn zogenaamde instructieregels. Met deze regels kan de provincie een opdracht geven aan gemeenten over onderwerpen die zij in het bestemmingsplan moeten opnemen of aan het waterschap over de manier waarop ze hun taken uitvoeren. Rechtstreeks werkende regels voor burgers en bedrijven Het gaat hier om regels die naast een eventuele vergunningplicht gelden. Er zijn in de Interim omgevingsverordening voor de volgende thema’s rechtsreekse regels opgenomen: grondwaterbescherming, grondwateronttrekking, bodemsanering, stortplaatsen, ontgrondingen, varend ontgassen, stiltegebied, wegen, natuur en landbouw. De meeste van deze regels waren eerst opgenomen in de Provinciale milieuverordening, de Verordening wegen, de Verordening ontgrondingen en de Verordening natuurbescherming. Binnen het plangebied zijn voor de volgende werkingsgebieden rechtstreekse regels van toepassing: Stedelijk gebied; Diep grondwaterlichaam; Geen Attentiezone waterhuishouding; Stalderingsgebied.

22

vastgesteld III Bedrijventerrein GDC-Noord (De Schakel) Gemeente Eindhoven

Uitsnede Interim omgevingsverordening Brabant (plangebied globaal blauw aangeduid). Stedelijk gebied en stalderingsgebied Deze werkingsgebieden zijn relevant voor de rechtstreeks werkende regels ten aanzien van landbouw. Binnen het plangebied is geen landbouw toegestaan. Om die reden is dit werkingsgebied voor dit plangebied niet relevant. Diep grondwaterlichaam Dit werkingsgebied is in dit plangebied relevant voor de rechtstreeks werkende regels ten aanzien van grondwater. In dit plangebied is de onconventionele winning van koolwaterstoffen verboden. Hiervan is geen sprake. Geen Attentiezone Waterhuishouding De Waterwet biedt in hoofdstuk 6 ruimte aan provincie en waterschap om waar nodig zelf in regelgeving te voorzien. De waterschappen zijn als watersysteembeheerder verantwoordelijk voor de regulering van de handelingen in het regionale watersysteem. De Waterwet maakt hierop een uitzondering voor drie specifieke categorieën van grondwateronttrekkingen. Deze categorieën zijn opgenomen in artikel 6.4 van de wet. Het betreft onttrekkingen ten behoeve van de openbare drinkwatervoorziening, bodemenergiesystemen en onttrekkingen van meer dan 150.000 m3 per jaar ten behoeve van industriële toepassingen. Voor deze categorieën van onttrekkingen is de provincie bevoegd om bij of krachtens verordening regels te stellen.

Artikel 6.4, tweede lid, van de Waterwet biedt de mogelijkheid om onttrekkingen ten behoeve van bodemenergiesystemen van ten hoogste 10 m3 per uur vrij te stellen van de vergunningplicht. Deze vrijstelling van de vergunningplicht is ook in de Interim omgevingsverordening opgenomen, in artikel 2.21. Instructieregels Dit zijn de regels die tot voor kort waren opgenomen in de Verordening ruimte Noord-Brabant. Voor dit plangebied gaat het om de volgende thema's: 1. Stedelijk gebied; 2. Concentratiegebied; vastgesteld III Bedrijventerrein GDC-Noord (De Schakel) Gemeente Eindhoven

23

3. Stalderingsgebied; 4. Norm wateroverlast stedelijk gebied; 5. Normen wateroverlast. Ad. 1. Stedelijk gebied Wat betreft het thema stedelijk gebied zijn de volgende aspecten van belang: Externe werking NNB Dit bestemmingsplan leidt niet tot een aantasting van ecologische waarden en kenmerken in het NNB zodat dit aspect niet aan de orde is in dit bestemmingsplan. Windturbines Dit bestemmingsplan maakt geen windturbines mogelijk. De regels zijn niet van toepassing op dit bestemmingsplan. Veehouderij Dit aspect is niet aan de orde in dit bestemmingsplan. De regels zijn niet van toepassing op dit bestemmingsplan. Duurzame stedelijke ontwikkeling In artikel 3.42 van de Interim omgevingsverordening is aangegeven dat een bestemmingsplan, gelegen in stedelijk gebied en voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor o.a. werken, onderbouwd moet worden dat de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken en het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. In paragraaf 3.5 wordt ingegaan op de regionale afspraken. Hieruit volgt dat in afstemming met het Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE) de programmering bedrijventerreinen in juli 2021 is vastgesteld. In het Ruimtelijke Regionaal Overleg (RRO) is de programmering van de bedrijventerreinen ook vastgesteld.

In de regionale programmering is het GDC opgenomen als vestigingslocatie voor grootschalige Brainport gelieerde logistiek en staat deze op groen. Deze ontwikkeling past aldus binnen de regionale afspraken. In de regels (artikel 3.1) zijn deze afspraken ook verankerd. Verder is in paragraaf 3.2.2 ingegaan op de ladder voor duurzame verstedelijking. Hieruit blijkt dat behoefte is aan deze ontwikkeling. De ontwikkeling past binnen de vraag-aanbodverhoudingen in de bedrijfsruimtemarkt van SGE. Daarom zal de realisatie van deze ontwikkeling niet leiden tot overaanbod van grootschalig bedrijventerrein of onaanvaardbare leegstand van bedrijfsruimte in de marktregio. Daarnaast is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik. Doordat de gronden in het voorheen geldende bestemmingsplan bestemd waren als 'Bedrijf - uit te werken' waren de gronden reeds gereserveerd voor (logistieke) bedrijvigheid. Ad. 2 Concentratiegebied Voor het concentratiegebied is in artikel 5.18 Interim omgevingsverordening bepaald dat Gedeputeerde Staten in overleg met de regio's ten minste eens per bestuursperiode relevante prognoses en analyses opstellen, zoals in ieder geval een bevolkings- en woningbehoefteprognose, een prognose voor de ruimtebehoefte aan bedrijventerreinen en een trendanalyse van de mobiliteitsontwikkeling, die richting gevend zijn voor de gezamenlijk te maken afspraken.

Verder is aangegeven dat de prognoses en analyses rekening houden met het principe van concentratie van verstedelijking. Aan voornoemd artikel is voldaan. In paragraaf 3.5 is hier nader op ingegaan. Kortheidshalve wordt hiernaar verwezen. Ad 3. Stalderingsgebied Het plangebied is aangeduid als een stalderingsgebied waarbinnen regels gelden voor hokdierhouderijen. Dit is in dit bestemmingsplan niet aan de orde. Ad. 4 en ad. 5 Norm wateroverlast stedelijk gebied en Normen wateroverlast Het waterschap is in de Interim omgevingsverordening aangewezen als beheerder van het 24

vastgesteld III Bedrijventerrein GDC-Noord (De Schakel) Gemeente Eindhoven

regionale watersysteem met de daarbijbehorende regels waaraan voldaan moet worden. Dit wordt niet in het bestemmingsplan geregeld. Geconcludeerd kan worden dat dit bestemmingsplan past binnen de regels van de Interim omgevingsverordening.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Omgevingsvisie Eindhoven

Samen met de stad heeft de gemeente Eindhoven een omgevingsvisie opgesteld. Met ons hebben meegedacht: inwoners, ondernemers, belangenorganisaties, GGD, Veiligheidsregio, Omgevingsdienst, woningcorporaties, projectontwikkelaars, investeerders en andere overheden (buurgemeentes, provincie, rijk). Op 16 juni 2020 is de omgevingsvisie vastgesteld door de gemeenteraad. De omgevingsvisie is een integraal verbindende visie voor de fysieke leefomgeving die focus aanbrengt bij het inrichten van onze stad en stimuleert om samen te werken aan de stedelijke opgaven. De omgevingsvisie is gebaseerd op bestaand beleid. Het hebben van een omgevingsvisie is onder de nieuwe Omgevingswet verplicht. Omdat een omgevingsvisie allesomvattend is, willen we die lerende wijs ontwikkelen. Dat betekent concreet dat we, eerder dan wettelijk verplicht, met een omgevingsvisie komen. Maar dan wel een 'light-variant' (versie 1.0), die we één of twee jaar later gaan aanvullen en verfijnen. Deze omgevingsvisie (versie 1.0) is gebaseerd op het bestaand beleid. Het document vervangt niet de bestaande beleidsdocumenten, maar is een aanvullend beleidsdocument. De interim structuurvisie blijft daarom nog steeds van kracht. Bij het opstellen van een omgevingsvisie versie 2.0 wordt de interim structuurvisie wel ingetrokken.

Brainportregio De Brainportregio is een technologische topregio en één van de belangrijkste pijlers van de Nederlandse economie. De sleutel tot dit succes is samenwerking. Het is een regio van contrasten en dat maakt ons uniek: een hecht netwerk van steden, stedelijke buurgemeenten, dorpen en bewoond landelijk gebied. Je bent snel in de stad of juist in het groen, er is cultuur én natuur. We zijn sterk in high tech, design en innovaties en kennen een dynamische economie en een gastvrije bourgondische levensstijl. De strategie van de regio is gericht op het sterker maken van deze kwaliteiten door aan te haken op de eigen kracht en identiteit van de deelgebieden.

Ambitie Als centrumstad vervult Eindhoven een cruciale rol bij de versterking van Brainport Eindhoven als economische wereldspeler op het gebied van kennisintensieve maakindustrie en design. Om internationaal concurrerend te blijven, streeft Eindhoven samen met de regio naar een excellent woon- en werkklimaat. Eindhoven zet daarom in op gezonde en duurzame verstedelijking met behoud van stedelijke en dorpse kwaliteiten en met bijzondere aandacht voor sociale cohesie en inclusie. Eindhoven is in staat om zich snel aan te passen aan de steeds veranderende vraag naar geschikte en betaalbare ruimte om te wonen, werken, verblijven en recreëren. Deze ambitie vertaalt zich naar vier deelambities. Eindhoven als: economische wereldspeler; gezonde en toekomstbestendige stad; een sociale, inclusieve en gastvrije stad, en, een authentieke stad met sterke gebieden.

vastgesteld III Bedrijventerrein GDC-Noord (De Schakel) Gemeente Eindhoven

25

Van ambitie naar stedelijke opgaven Als we onze ambities leggen naast de huidige kwaliteiten en structuren van de stad en de actuele trends en ontwikkelingen, zien we een aantal stedelijke opgaven voor de stad. Brainport Eindhoven blijft groeien, mede door de sterke economische positie. De ambities en groei vragen om ruimte voor nieuwe woningen, bedrijven en voorzieningen. Ruimte die we bieden door te verdichten in het gebied binnen de Ring en door te verdichten nabij voorzieningen als HOV en winkelcentra. Met name binnen de Ring is voldoende ruimte om te verdichten, omdat er nog relatief weinig mensen wonen. Met de keuze voor verdichten binnen de Ring gaan we duurzaam om met de (groene) ruimte die de stad heeft. We behouden hiermee de kwaliteit van de groenstedelijke woonwijken, de landschapsparken en het buitengebied. De keuze voor een compact stedelijke woonmilieu gaat gepaard met forse investeringen in o.a. bereikbaarheid, luchtkwaliteit, groen en voorzieningen. Eindhoven wil een leefbare en een inclusieve stad zijn waar iedereen kan profiteren van het succes van de Brainport. Dat vraagt om keuzes ten aanzien van het woning- en voorzieningenaanbod. Het verschil tussen de ambitie en de huidige stand van zaken in Eindhoven leidt tot zes concrete stedelijke opgaven: Werken aan een gezonde groei van de stad. Werken aan een aantrekkelijk en hoogstedelijk centrum.

Werken aan leefbare, sociale wijken met een sterke identiteit. Werken aan een duurzame en concurrerende economie. Werken aan de energietransitie van de stad. Werken aan een goede stedelijke bereikbaarheid. Samen werken aan de stedelijke opgaven Dit zijn de opgaven waar we als gemeente de komende jaren samen met onze partners aan werken. Wij werken zelf aan deze opgaven, maar stimuleren ook andere partijen in de stad om dit te doen. We bepalen samen met de stad en regio wat kansrijke initiatieven en locaties zijn. We geven prioriteit aan initiatieven die bijdragen aan meerdere stedelijke opgaven tegelijkertijd en kwaliteit toevoegen aan de stad. Hiernaast zetten we in op het beschermen en versterken van de stedelijke en groene hoofdstructuur van de stad. De gemeente organiseert het werken aan de stedelijke opgaven met thematische en gebiedsprogramma's en stimuleert o.a. via regels en uitgangspunten zoals opgenomen in de omgevingsvisie dat ook andere initiatiefnemers bijdragen aan het realiseren van de opgaven.

Plangebied Het versterken van de economie blijft een belangrijke opgave van onze stad. Dat doen we door te werken aan het versterken van de bedrijventerreinen, de campussen, kantorenlocaties en buurteconomie met aandacht voor duurzaamheid. Dit bestemmingsplan is gericht op de afronding van het bedrijventerrein GDC-Noord aan de zuidwestzijde. Door één grootschalig bedrijfsgebouw ten behoeve van de sector logistiek te realiseren wordt invulling gegeven aan de gronden die tot op heden niet worden gebruikt als bedrijventerrein. Hiermee wordt tevens voorzien in een behoefte aan deze bedrijvigheid. Het gebouw wordt niet op gas gestookt en levert hierdoor een bijdrage aan de gewenste verduurzaming van bedrijventerreinen. Het bestemmingsplan is in lijn met de uitgangspunten van de omgevingsvisie.

26

vastgesteld III Bedrijventerrein GDC-Noord (De Schakel) Gemeente Eindhoven

3.4.2

Interimstructuurvisie 2009

In december 2009 is de Interimstructuurvisie 2009 door de gemeenteraad vastgesteld. Met de Interimstructuurvisie 2009 geeft de gemeenteraad invulling aan de ambitie om Eindhoven door te ontwikkelen in zijn kwalitatief hoogwaardige combinatie van wonen, werken en groen. De nadruk ligt daarbij ook op leefbaarheid en bereikbaarheid. Als kerngemeente van Brainport Zuidoost Brabant stuurt Eindhoven aan op het bieden van ruimte aan een krachtige ontwikkeling van deze economische kernzone, een hoge kwaliteit van de leefomgeving en aandacht voor sociale betrokkenheid en ondernemend burgerschap tot op buurtniveau. Op deze wijze geeft de raad invulling aan het begrip duurzame ruimtelijke kwaliteit. 3.4.2.1 Ruimtelijke hoofdstructuur De Interimstructuurvisie is het resultaat van de integratie van de ruimtelijk relevante raadsprogramma's die tot medio 2009 zijn vastgesteld. Dit is onder andere verbeeld in een kaart die inzicht biedt in de ontwikkelingen ten opzichte van de ruimtelijke hoofdstructuur. Met andere woorden de kaart geeft de ontwikkelingen aan binnen de hoofdstructuur. Op onderstaande afbeelding volgt dat het plangebied buiten een transformatiegebied is gelegen.

Figuur: Ruimtelijke hoofdstructuur Interimstructuurvisie Eindhoven Op de kaart 'Ruimtelijke hoofdstructuur' is het plangebied aangeduid als 'bebouwd gebied'. 3.4.2.2 Gebruik van de ruimte Op onderstaande afbeelding wordt inzicht gegeven in de verdeling van het actuele en gewenste grondgebruik.

vastgesteld III Bedrijventerrein GDC-Noord (De Schakel) Gemeente Eindhoven

27

Figuur: Gebruik van de ruimte Interimstructuurvisie Eindhoven Dit plangebied is op de kaart 'Gebruik van de ruimte' uit de Interimstructuurvisie aangeduid als 'werken'. Hieronder vallen werkgerelateerde functies: industrie, research en ontwikkeling, handel, kantoren, grootschalige en perifere detailhandel, transport, bouwnijverheid, dienstverlening. Tevens vallen alle productieactiviteiten van kunst en design en ook alle voorzieningen die bij een functioneel en modern bedrijventerrein horen (o.a. parkmanagement) hieronder. GDC Noord is een bestaand bedrijventerrein. Dit plan ziet op de realisatie van één grootschalige bedrijfsgebouw. Dit past binnen de Interimstructuurvisie.

3.5

Bedrijvigheid

In maart 2016 is de (nieuwe) bedrijventerreinennota Eindhoven 'Aan de slag voor waardevolle werklocaties' vastgesteld door de gemeenteraad. Met deze nota wordt richting gegeven aan het beleid voor en de ontwikkelingsrichting van de bedrijventerreinen. De nota heeft betrekking op de 16 grootste (>5 ha) bedrijventerreinen van Eindhoven, inclusief campussen. De helft van de werkgelegenheid in Eindhoven en de regio hangt samen met deze 16 bedrijventerreinen. Daarmee zijn de terreinen een heel belangrijke pijler onder Brainport, de tweede economische motor van Nederland en een van de meest prominente hightech centra van Europa. Veel Brainport (gerelateerde) bedrijvigheid en economische clusters zijn op deze bedrijventerreinen - en die in de regio - gevestigd. Doel van de nota is de grote waarde die de terreinen hebben naar de toekomst toe te borgen en verder te vergroten. Dit in het belang van het functioneren van de bedrijven en de welvaart en het welzijn van de inwoners in Eindhoven en Brainport. Daarbij wordt nadrukkelijk rekening gehouden met het brede palet aan economische activiteiten en daarmee samenhangende wensen en eisen die aan de bedrijventerreinen in Eindhoven worden gesteld. In afstemming met de Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE) is medio 2021 de 'programmering werlocaties SGE 2021' vastgesteld. In het RRO is de programmering van de bedrijventerreinen ook vastgesteld.

In de regionale programmering is het GDC opgenomen als vestigingslocatie voor grootschalige Brainport gelieerde logistiek en staat deze volledig op groen. Dit betekent dat het bedrijventerrein GDC- Noord volledig ontwikkeld mag worden omdat regionaal is 28

vastgesteld III Bedrijventerrein GDC-Noord (De Schakel) Gemeente Eindhoven

gebleken dat voldoende behoefte bestaat aan dergelijke bedrijvigheid. Met Brainport gelieerde logistiek zet de regio in op duurzame verstedelijking en zorgvuldig ruimtegebruik. Om die reden wil de regio terughoudend omgaan met grootschalige logistiek die geen toegevoegde waarde heeft of te grote negatieve effecten op het vestigings- en verblijfsmilieu met zich brengt. Daarnaast vraagt de high tech maakindustrie om hoogwaardige werklocaties die ruimte bieden aan de kwalitatief hoogwaardige bedrijvigheid waar vele werknemers in een kwalitatieve werkomgeving, vaak in combinatie met onderzoeks- en onderwijsactiviteiten en ruimte voor ontmoeting en interactie, verblijven. Zoals bijvoorbeeld BIC in Eindhoven. Dit verhoudt zich slecht tot de inpassing van de grootschalige logistieke activiteiten. Verder ziet de regio dat logistiek een faciliterende functie heeft voor de high tech maakindustrie en wil deze dan ook graag accommoderen op passende plekken zoals GDC-Noord. Tenslotte draagt het concentreren van logistieke activiteiten op een goed ontsloten plek ook bij aan het beperken van onnodige verkeersbewegingen en betekent ook milieuwinst. Het plangebied In de nota worden de bedrijventerreinen van Eindhoven verdeeld in vier typen terreinen. Bedrijventerrein GDC Noord, waarvan dit bestemmingsplan onderdeel is, is aangewezen als 'modern gemengd (logistiek)'.

Modern gemengd kenmerkt zich door moderner en hoogwaardiger vastgoed en een verzorgde openbare ruimte. Deze bedrijventerreinen functioneren doorgaans goed en kennen over het algemeen een lager leegstandspercentage. Het zijn gewilde locaties vanwege de goede ligging en bereikbaarheid. Er vestigen zich veel industriële-, maak-, bouw- en groothandelsbedrijven. Dit geldt voor het logistiek bedrijventerrein GDC Noord. Dit plan ziet op de realisatie van één grootschalige bedrijfsgebouw voor Brainport gelieerde logistiek. De ontwikkeling die in dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, is in de lijn met de strategie die voor dergelijke terreinen geldt. Daarnaast is de ontwikkeling in overeenstemming met de regionale programmeringsafspraken 'programmering werklocaties SGE 2021'. Voor de nadere motivering van de behoefte aan grootschalige brainport gelieerde logistieke bedrijvigheid wordt verwezen naar paragraaf 3.2.2 (ladder voor duurzame verstedelijking).

3.6

Archeologische en cultuurhistorische waarden

3.6.1

Archeologie

Wettelijk en beleidsmatig karakter Nationaal beleid Het Verdrag van Valletta (Malta) verplicht de Europese overheden tot het beschermen van archeologisch erfgoed. Hierbij wordt als uitgangspunt gehanteerd dat archeologische waarden in situ bewaard moeten blijven. Dat wil zeggen, dat er naar gestreefd moet worden om de waarden op de locatie te behouden. Als dit niet mogelijk blijkt, bijvoorbeeld wanneer andere belangen zwaarder wegen, dan moeten de waarden worden opgegraven en daarmee ex situ worden behouden. Het Verdrag van Valletta is doorvertaald in de Monumentenwet 1988, zoals deze gewijzigd is in september 2007. Sinds deze wijziging van september 2007 is de gemeente het bevoegd gezag op het gebied van archeologie en cultuurhistorie. Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. De uitgangspunten uit het Verdrag van Valletta (Malta) blijven in de Erfgoedwet de basis van de omgang met archeologie. Gemeenten houden een belangrijke rol in het archeologische stelsel. In bestemmingsplannen en het toekomstig omgevingsplan houden ze rekening met (te verwachten) archeologische waarden door het stellen van regels. Het al dan niet stellen van regels ten aanzien van archeologie dient te rusten op voldoende informatie over de archeologische situatie.

Deze informatie kan worden verkregen door gebiedsdekkende kaarten waarop de archeologische (te verwachten) waarden in de ondergrond zichtbaar zijn. Op basis hiervan kan archeologisch beleid worden ontwikkeld.

vastgesteld III Bedrijventerrein GDC-Noord (De Schakel) Gemeente Eindhoven

29

Gemeentelijk beleid De gemeente Eindhoven beschikt, als invulling van haar verantwoordelijkheid volgens de Erfgoedwet, over een eigen Archeologische verwachtingen- en waardenkaart. Met deze kaart wil de gemeente het ondergronds cultureel erfgoed van Eindhoven behouden door behoedzame ontwikkeling en beheer. De geactualiseerde Archeologische verwachtingen- en waardenkaart (vastgesteld op 21 juni 2022) wordt beschouwd als een bureauonderzoek op gemeentelijk schaalniveau en geldt vanaf het moment van vaststelling als onderlegger voor nieuwe bestemmingsplannen en – na inwerkingtreding van de Omgevingswet – het omgevingsplan. Op de archeologische verwachtingen- en waardenkaart zijn de archeologische waarden en verwachtingen binnen de gemeentegrenzen aangegeven door middel van categorieën (de categorieën 1 tot en met 8). Ter bescherming van de archeologische waarden worden deze (met uitzondering van categorie 8) op de verbeelding van dit bestemmingsplan opgenomen als dubbelbestemming Waarde – Archeologie. Hieraan zijn per categorie regels gekoppeld. Deze regels geven aan wanneer archeologisch onderzoek verplicht is. (Bouw)werkzaamheden die binnen de in de regels vermelde oppervlakten én diepte vallen worden vrijgesteld van archeologisch onderzoek.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12121672/4