Bijlage 1 - Bestemmingsplan I Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017 (Hastelweg 159)
Tekst van het document
Vastgesteld bestemmingsplan
I Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017 (Hastelweg 159)
December 2020
I Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017 (Hastelweg 159)
Inhoudsopgave Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding
7
1.1
Aanleiding
7
1.2
Ligging en plangrenzen
8
1.3
Voorgaande plannen
8
1.4
Leeswijzer
9
Hoofdstuk 2 Projectbeschrijving
11
Hoofdstuk 3 Beleidskader
13
3.1
Inleiding
13
3.2
Rijksbeleid
13
3.3
Provinciaal beleid
16
3.4
Gemeentelijk beleid
18
3.5
Archeologische en cultuurhistorische waarden
19
3.6
Verkeer en parkeren
22
3.7
Groen
24
3.8
Bedrijvigheid
28
3.9
Kabels, leidingen en straalpaden
29
Hoofdstuk 4 Milieuparagraaf
31
4.1
Milieueffectrapportage
31
4.2
Bedrijven en milieuzonering
32
4.3
Geluid
33
4.4
Luchtkwaliteit
35
4.5
Geur
37
4.6
Externe veiligheid
38
4.7
Duurzaamheid
40
4.8
Bodem
45
4.9
Natuur
46
Hoofdstuk 5 Waterparagraaf
49
5.1
Inleiding
49
5.2
Beleid
49
5.3
Toekomstige situatie van het watersysteem
52
Hoofdstuk 6 Juridische vormgeving
55
6.1
Algemeen
55
6.2
Planmethodiek
55
6.3
Verbeelding
55
6.4
Planregels
55
Hoofdstuk 7 Handhaving
57
7.1
57
2
Handhavingsnota Leefomgeving 2018-2021
vastgesteld I Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017 (Hastelweg 159) Gemeente Eindhoven
7.2
Handhaving voorliggend plan
58
Hoofdstuk 8 Financiële aspecten
59
Hoofdstuk 9 Procedure en maatschappelijke uitvoerbaarheid
61
9.1
Bekendmaking ex artikel 1.3.1 Bro
61
9.2
Overleg ex artikel 3.1.1 Bro
61
9.3
Inspraak en samenspraak
61
9.4
Zienswijzen
61
Bijlagen bij de toelichting
63
Regels
65
Hoofdstuk 1 Inleidende regels
67
Artikel 1
Begrippen
67
Artikel 2
Wijze van meten
73
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels
75
Artikel 3
Bedrijventerrein - 1
75
Artikel 4
Verkeer
79
Hoofdstuk 3 Algemene regels
81
Artikel 5
Anti-dubbeltelregel
81
Artikel 6
Algemene gebruiksregels
83
Artikel 7
Algemene aanduidingsregels
85
Artikel 8
Algemene afwijkingsregels
87
Artikel 9
Overige regels
89
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels
91
Artikel 10
Overgangsrecht
91
Artikel 11
Slotregel
93
Bijlagen bij de regels
95
Bijlage 1
96
Lijst van bedrijfsactiviteiten
vastgesteld I Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017 (Hastelweg 159) Gemeente Eindhoven
3
4
vastgesteld I Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017 (Hastelweg 159) Gemeente Eindhoven
Toelichting
vastgesteld I Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017 (Hastelweg 159) Gemeente Eindhoven
5
6
vastgesteld I Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017 (Hastelweg 159) Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding
Aanleiding voor dit bestemmingsplan is de uitbreiding van het productiegebouw van ABZ Diervoeding. Deze inrichting is gelegen aan de Hastelweg 159 te Eindhoven. Vanuit bedrijfseconomisch oogpunt heeft ABZ Diervoeding de wens de productiecapaciteit te vergroten. Hiervoor is het benodigd om technische installaties bij te plaatsen en/of te vervangen. Daarnaast is er vanuit veterinaire redenen de noodzaak voor het inbouwen van een specifieke bewerkingsstap (hygiënelijn) om aan de wettelijke producteisen te kunnen voldoen. De afmetingen van het bestaande productiegebouw bieden onvoldoende mogelijkheden om invulling te geven aan het daartoe benodigde ruimtebeslag. Op het buitenterrein is een opslagtank voor mierenzuur aanwezig. De inhoud van betreffende opslagtank is groter dan de drempelwaarde van 1.000 liter zoals genoemd in het Bevi. Onder het voorgaande bestemmingsplan is verzuimd de locatie van ABZ Diervoeding binnen de huidige aangewezen Bevi-zones op te nemen. Middels deze herziening wordt dat tevens gerepareerd. Voor de beoogde uitbreiding van het productiegebouw en het kantoorgedeelte is het noodzakelijk een gedeelte van de (niet openbare) gemeentelijke weg Beatrixkade te bebouwen, in lijn met de bestaande gevel van het gebouw. Hiervoor wordt grond aangekocht van de gemeente Eindhoven. De uitbreiding ziet per saldo op een toename van het bebouwd oppervlak met circa 370 m².
Ter plaatse geldt het bestemmingsplan "Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017". Dit bestemmingsplan voorziet voor het plangebied in de bestemmingen 'Bedrijventerrein I' en 'Verkeer'. Voor zover de voorgenomen planontwikkeling is gelegen binnen de bestemming 'Verkeer' dient deze gewijzigd te worden naar de bestemming 'Bedrijventerrein I'. Voor het overige past deze ontwikkeling qua gewenste bouwhoogte ten behoeve van een uitbreiding van het productiegebouw aan de noordzijde niet binnen de huidige bestemmingsregeling. Om het planvoornemen mogelijk te maken dient een nieuw bestemmingsplan te worden opgesteld. Onderhavig bestemmingsplan "I Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017 (Hastelweg 159)" bestaat uit een digitale en analoge verbeelding met de daarbij behorende regels. Bij het bestemmingsplan is deze toelichting gevoegd. In de toelichting wordt aangegeven waarom het bestemmingsplan is opgesteld en welke afwegingen hebben plaatsgevonden in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Naast de digitale versie is er ook een papieren versie van het bestemmingsplan beschikbaar. De digitale versie is juridisch bindend.
vastgesteld I Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017 (Hastelweg 159) Gemeente Eindhoven
7
1.2
Ligging en plangrenzen
Het plangebied ligt ten westen van De Ring van Eindhoven, op het bedrijventerrein De Hurk aan de Hastelweg 159. Aan de achterzijde is het Beatrixkanaal gelegen. Tussen de plandeelgebieden ligt de Beatrixkade, een (niet openbare) gemeentelijke weg.
Geo-Oblique ligging plangebied (blauw omlijnd)
1.3
Voorgaande plannen
De ontwikkeling is geheel gelegen binnen het plangebied van het bestemmingsplan 'Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017', vastgesteld door de raad op 19 december 2017. Het grootste gedeelte van het plangebied is bestemd als 'Bedrijventerrein I', een klein gedeelte is bestemd als 'Verkeer'. De noordoostelijke hoek van het plangebied is voorts voorzien van de gebiedsaanduiding 'veiligheidszone lpg' die uitgaat van het nabijgelegen tankstation. Binnen deze gebiedsaanduiding zijn geen nieuwe beperkt kwetsbare objecten en kwetsbare objecten toegestaan.
8
vastgesteld I Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017 (Hastelweg 159) Gemeente Eindhoven
Vigerend bestemmingsplan (plangebied rood omlijnd)
1.4
Leeswijzer
Deze toelichting bestaat uit negen hoofdstukken. Na deze inleiding volgt hoofdstuk 2. Hierin is een beschrijving van het planvoornemen gegeven. Hoofdstuk 3 bevat de uitgangspunten bij, de randvoorwaarden en zo nodig de beleidskaders voor het opstellen van het bestemmingsplan. Hoofdstuk 4 geeft inzicht in en een verantwoording van alle relevante milieuaspecten. Hoofdstuk 5 bevat de waterparagraaf. In deze paragraaf is de wijze beschreven waarop rekening wordt gehouden met de gevolgen van het bestemmingsplan voor de waterhuishouding. De juridische vormgeving van het bestemmingsplan is verwoord in hoofdstuk 6. In hoofdstuk 7 wordt ingegaan op de handhaving van het bestemmingsplan. De financiële uitvoerbaarheid is verantwoord in hoofdstuk 8. Hoofdstuk 9 gaat ten slotte in op de gevolgde procedure, inclusief een paragraaf over de maatschappelijke uitvoerbaarheid.
vastgesteld I Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017 (Hastelweg 159) Gemeente Eindhoven
9
10
vastgesteld I Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017 (Hastelweg 159) Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 2
Projectbeschrijving
Het voornemen is om de productiecapaciteit uit te breiden van 250.000 naar 350.000 ton diervoeding per jaar. Hiervoor dient de bestaande maal-menglijn gemoderniseerd te worden en tevens wordt er een nieuwe hygiënelijn voorzien voor de productie van specifieke producten. Daarnaast worden additionele wijzigingen doorgevoerd als: het uitbreiden van het kantoorgedeelte; het uitbreiden van de gereed product verlading; het uitbreiden (of vervangen) van installaties voor elektra en stoomverbruik; realisatie van een tweede weegbrug. Twee voorgenomen wijzigingen passen niet binnen het vigerende bestemmingsplan. Het gaat om: Het bij de inrichting betrekken van een gedeelte van de Beatrixkade. Hiervoor dient de verkeersbestemming omgezet te worden naar een bedrijvenbestemming. De gewenste bouwhoogte voor deze wijziging bedraagt 50,5 meter; gelijk aan de huidige maximaal toelaatbare bouwhoogte van het productiegebouw. De benodigde bouwhoogte van de uitbreiding van het kantoor bedraagt maximaal 14 meter. Het realiseren van een aanbouw aan de noordzijde van het bestaande productiegebouw. De gewenste bouwhoogte voor dit gedeelte bedraagt 50,5 meter, terwijl in het bestemmingsplan deze momenteel is begrensd op 14 meter. Deze bouwhoogte is benodigd vanwege het verticaal gerichte productieproces. Aaneengeschakelde installaties op verdiepingsvloeren worden zo veel mogelijk onder elkaar gezet.
Het bestaande productiegebouw en buitenterrein biedt onvoldoende ruimte om de uitbreidingen te realiseren. Belangrijke installaties (hamermolens, filterkasten, menger etc.) die wijzigen bevinden zich momenteel op de bovenste verdiepingen aan de zuidzijde van het productiegebouw. Voor het efficiënt kunnen verladen van gereed product afkomstig van de nieuw te realiseren hygiënelijn dient de bestaande bulkstraat verlengd te worden. Het productieproces bij diervoederbedrijven is verticaal ingericht om zoveel mogelijk gebruik te kunnen maken van vrij verval van productstromen. Op deze wijze wordt voorkomen dat er onnodig intern transport moet plaatsvinden en daarmee extra investering in kettingtransporteurs, tussenbunkers en elevatoren. Bijkomstig zou dit leiden tot een hoger ongewenst energieverbruik. Een uitbreiding van de bulkstraat in noordelijke richting is onderzocht als alternatief maar is verkeerstechnisch niet inpasbaar, omdat daarmee het terrein tussen de opslagloods en het productiegebouw nog maar van één zijde bereikbaar zou zijn. Vanuit de bedrijfsvoering is dit ongewenst en tevens ook vanuit het aspect calamiteitenbestrijding. Hulpdiensten dienen te allen tijde het productiegebouw van meerdere zijden goed te kunnen benaderen. Om deze redenen is er daarom ruimtebeslag geprojecteerd aan de zuidzijde van het terrein (gedeelte van de Beatrixkade).
In de onderstaande figuur zijn in blauw de uitbreidingen weergegeven. Bestemmingsplanmatig worden dezelfde bouwhoogten aangevraagd als geldt voor het bestaande bouwblok, te weten 50,5 meter.
vastgesteld I Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017 (Hastelweg 159) Gemeente Eindhoven
11
Voorgenomen situatie productiegebouw en Beatrixkade (uitbreidingen in blauw)
12
vastgesteld I Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017 (Hastelweg 159) Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 3
3.1
Beleidskader
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de ruimtelijke beleidskaders op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau. Verantwoord wordt dat de voorgenomen ontwikkeling past in het (toekomstig) ruimtelijk beleid. Er wordt geen complete samenvatting gegeven van alle beleidsaspecten. Uitsluitend de relevante beleidskaders voor het plangebied zijn in dit hoofdstuk weergegeven en verantwoord.
3.2
Rijksbeleid
3.2.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte
In de definitieve Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) schetst het Rijk ambities van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid voor Nederland in 2040. Het Rijk zet twee zaken helder neer: een kader voor prioritering van investeringen om Nederland in beweging te krijgen en een selectief ruimtelijk beleid dat meer loslaat en overlaat aan provincies en gemeenten. Het is de uitdaging om Nederland in de wereldeconomie van de toekomst concurrerend te houden. Dat betekent dat onze stedelijke regio's en netwerken versterkt moeten worden door de kwaliteit voor de leefomgeving te verbeteren, hoogwaardige en klimaatbestendige woon- en werkmilieus te realiseren, de bereikbaarheid te verbeteren en de mobiliteit te verduurzamen, maatregelen te treffen ten behoeve van waterveiligheid, zoetwatervoorziening en ruimte te maken voor de noodzakelijke transitie naar duurzame energie. Het Rijk onderscheidt 13 nationale belangen in de SVIR. Daarnaast kiest ze nadrukkelijk voor een vereenvoudiging van de regelgeving en brengt de ruimtelijke ordening zo dicht mogelijk bij degenen die het aangaat: burgers en bedrijven. Zo beëindigt het Rijk zijn rol bij nationale landschappen, rijksbufferzones, binnenstedelijk bouwen, landsbrede verstedelijkingsafspraken, sport- en recreatievoorzieningen.
Het Rijk vindt de stedelijke regio's rond de Mainports (Rotterdam en Amsterdam), de Brainport, greenports en de valleys van nationaal belang (nationaal belang 1). De gebiedsontwikkeling Brainport Avenue is van nationaal belang. In de SVIR wordt Brainport Zuid-Oost Nederland beschouwd als de belangrijkste toptechnologieregio van ons land.Het centrum van deze Brainport is gelegen in Eindhoven met o.a. High-tech systemen, medische technologie en automotive als belangrijkste thema's. Daarnaast zijn Chemelot in Sittard-Geleen als belangrijk chemie-cluster, het medische cluster in Maastricht en de greenport Venlo als cluster van agro-food, tuinbouw en logistiek belangrijk. In de regio Eindhoven moeten vanwege de groei van het aantal huishoudens in de periode tot 2040 nog circa 40.000 woningen worden bijgebouwd en ook een kleine 30.000 woningen worden vervangen die niet meer voldoen aan de woonwensen. Het vestigingsklimaat voor (buitenlandse) bedrijven en kenniswerkers behoeft versterking met hoogwaardige woonmilieu's, stedelijke voorzieningen, voldoende aanbod van cultuur en sport en grensoverschrijdende verbindingen. Ook de diversiteit aan toegankelijke groengebieden rond de steden en een robuust netwerk voor natuur vormen voor deze regio een belangrijke vestigingsfactor.
Realisatie Uitgangspunt bij het realiseren van de doelstellingen is een integrale, regionaal-specifieke vastgesteld I Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017 (Hastelweg 159) Gemeente Eindhoven
13
aanpak, waarmee investeringen en ander rijksinstrumentarium zo effectief en efficiënt mogelijk ingezet kunnen worden. Dat vraagt om een gedegen afweging van alle relevante belangen en goede afstemming en samenwerking tussen regio en Rijk. Over de rijksopgaven zullen op basis van de MIRT-gebiedsagenda's afspraken worden gemaakt. De SVIR kent een realisatieparagraaf, waarin per nationaal belang de aanpak is uitgewerkt op basis van lopende en voorziene projecten. Het Rijk heeft voor de realisatie van de nationale belangen de beschikking over de volgende vier instrumenten: 1. Kaders (gebiedsgerichte of thematische uitwerkingen van de SVIR, relevante wetgeving); 2. Bestuurlijke prestatieafspraken (bijvoorbeeld afspraken met provincies en gemeenten, internationale afspraken met overheden in buurlanden); 3. Financieel (bijvoorbeeld Infrastructuurfonds, Deltafonds); 4. Kennis (bijvoorbeeld inzetten van het College van Rijksadviseurs bij ruimtelijke ontwikkelingen, verspreiden van “best practices”). Voor het juridisch borgen van de nationale belangen uit de SVIR heeft het Rijk, op basis van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), twee besluiten waarmee dat mogelijk is. Deze twee besluiten zijn verschillend van aard (beleidsmatig versus procesmatig). Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro).
Dit geeft de juridische kaders die nodig zijn om het geldende ruimtelijk rijksbeleid te borgen. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het Bro stelt vanuit de rijksverantwoordelijkheid voor een goed systeem van ruimtelijke ordening juridische kaders aan de processen van ruimtelijke belangenafweging en besluitvorming bij de verschillende overheden. De ladder voor duurzame verstedelijking en de proceseisen voor goed ontwerp en aandacht voor de waterhuishouding (watertoets), het milieu en het cultureel erfgoed zijn allen geborgd in het Bro. Nationaal belang 13 vraagt om een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Dit nationale belang is wettelijk verankerd in het Bro. In artikel 3.1.6, lid 2 van het Bro is gesteld dat de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving dient te bevatten van: a. de behoefte aan die ontwikkeling; b. indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. De voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling heeft betrekking op een beperkte uitbreiding (circa 270 m2) van een bestaand bedrijfsgebouw.
Gelet op de vaste rechtspraak over dit onderwerp (zie onder meer: ECLI:NL:RVS:2014:1442) voorziet onderhavig plan niet in een bedrijventerrein of een andere stedelijke voorziening als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i van het Bro. De in onderhavig plan voorziene uitbreiding kan dan ook niet worden aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in deze bepaling van het Bro, zodat artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro niet van toepassing is.
14
vastgesteld I Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017 (Hastelweg 159) Gemeente Eindhoven
3.2.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
Naast de SVIR is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), ook wel AMvB Ruimte genoemd, van toepassing. Het besluit bevat regels ter borging van een aantal nationale belangen. Het gaat onder meer over rijksbelangen zoals rijksvaarwegen, zones buisleidingen, zones van hoogspanningsleidingen en militaire objecten. Voor Eindhoven is de 380Kv-hoogspanningsleiding van belang. Deze is gelegen in het noorden en deels oosten van Eindhoven. Verder is in het Barro opgenomen dat de provinciale begrenzing van de Natuurnetwerk Brabant (NNB) direct doorwerkt naar het bestemmingsplan. De gebieden die de NNB vormen worden bij provinciale verordening aangewezen. Daarmee is de NNB een provinciaal belang geworden. Tot slot worden de belangen van luchthaven Eindhoven via het Barro geborgd. In de onderstaande figuur is de situatie weergegeven rondom de nabij de projectlocatie gelegen vliegbasis Eindhoven.
Volgens de kaarten behorende bij het Rarro is de projectlocatie gelegen binnen het obstakelbeheergebied van de vliegbasis Eindhoven. In het vigerende bestemmingsplan is een maximale bouwhoogte van 50,5 meter +NAP voor het bestaande productiegebouw gegeven. Deze bouwhoogte is toelaatbaar in relatie tot de gegeven hoogtebeperking van 95 meter +NAP. Het bedrijventerrein de Hurk ligt niet binnen de begrenzing van het Instrument Landing System (ILS) van de luchthaven. De voorgenomen wijzigingen van het productiegebouw betreft een aaneengesloten uitbreiding van het bestaande bouwwerk. Het absolute volume van het gebouw zal vergroten, maar de uiterlijke kenmerken zullen niet resoluut wijzigen. Er wordt geen verruiming van de huidig maximaal toelaatbare bouwhoogte (50.5 m +NAP) aangevraagd. Daarmee wordt geconcludeerd dat er geen overschrijding is van vastgesteld I Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017 (Hastelweg 159) Gemeente Eindhoven
15
de begrenzingen behorende bij het obstakelgebied van de vliegbasis Eindhoven. Daarnaast is het plangebied nabij de NNB gelegen. Hier wordt in paragraaf 4.9 nader op ingegaan. Het plangebied is niet gelegen nabij hoogspanningsleidingen
3.3
Provinciaal beleid
3.3.1
Omgevingsvisie
De Brabantse Omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Op 14 december 2018 is de omgevingsvisie vastgesteld. Daarna volgt een doorvertaling in een Omgevingsverordening en programma's. Tot die zijn vastgesteld blijven bestaande beleidsplannen voor natuur, ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer en milieu en water van kracht. Daarmee wil Brabant op tijd klaar zijn voor de Omgevingswet wanneer deze in 2021 wordt ingevoerd. In de Omgevingswet staan waarden als veiligheid, gezondheid en duurzame omgevingskwaliteit centraal. De Brabantse Omgevingsvisie voegt daar ambities aan toe voor vier hoofdopgaven: de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. Voor ieder van deze opgaven geeft de omgevingsvisie aan wat de ambities op lange termijn zijn: wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn? Maar ook een concreet tussendoel: waar moeten we in 2030 op zijn minst staan om dat langetermijndoel te halen? De omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan.
3.3.2
Interim omgevingsverordening Noord-Brabant
De Interim omgevingsverordening is vastgesteld door Provinciale Staten op 25 oktober 2019 en vervangt een aantal provinciale verordeningen: provinciale milieuverordening; verordening natuurbescherming; verordening ontgrondingen; verordening ruimte; verordening water; verordening wegen. Om straks klaar te zijn als de Omgevingswet in werking treedt, heeft de provincie eerst een Interim omgevingsverordening vastgesteld. Het is een 'Interim' omgevingsverordening om zo te benadrukken dat dit een tussenstap is naar de 'definitieve' omgevingsverordening gebaseerd op de Omgevingswet. De Interim omgevingsverordening is gebaseerd op de huidige wetgeving en moet aan de wettelijke bepalingen van die wetgeving voldoen. Dat betekent dat nieuwe mogelijkheden uit de Omgevingswet nog niet zijn verwerkt. Er is wel zo veel als mogelijk aansluiting gezocht bij de Omgevingswet en de voorwaarden voor een omgevingsverordening (bijvoorbeeld bij de opbouw en de digitale vormgeving).Deze Interim omgevingsverordening voegt de bestaande regels over de fysieke leefomgeving zoveel mogelijk samen in één verordening en is beleidsneutraal. Alleen aanpassingen die nodig zijn vanwege de samenvoeging of vanwege al vastgesteld beleid, zoals de omgevingsvisie, worden meegenomen.
In de Interim omgevingsverordening staan regels voor: Burgers en bedrijven: dit zijn zogenaamde rechtstreeks werkende regels voor activiteiten. Deze regels bevatten voorwaarden om zo'n activiteit te verrichten en geven ook aan of je 16
vastgesteld I Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017 (Hastelweg 159) Gemeente Eindhoven
bijvoorbeeld eerst een melding moet doen voordat je mag beginnen. Bestuursorganen van de overheid: dit zijn zogenaamde instructieregels. Met deze regels kan de provincie een opdracht geven aan gemeenten over onderwerpen die zij in het bestemmingsplan moeten opnemen of aan het waterschap over de manier waarop ze hun taken uitvoeren. Rechtstreeks werkende regels voor burgers en bedrijven Het gaat hier om regels die naast een eventuele vergunningplicht gelden. Er zijn in de Interim Omgevingsverordening voor de volgende thema's rechtstreekse regels opgenomen: grondwaterbescherming, grondwateronttrekking, bodemsanering, stortplaatsen, ontgrondingen, varend ontgassen, stiltegebied, wegen, natuur en landbouw. De meeste van deze regels waren eerst opgenomen in de Provinciale milieuverordening, de Verordening wegen, de Verordening ontgrondingen en de Verordening natuurbescherming.
Uitsnede kaart 3 'stedelijke ontwikkeling'
Toepassing plangebied Het plangebied is gelegen in het 'Stedelijk gebied' volgens kaart 3 van de Interim omgevingsverordening. Hiervoor gelden de regels zoals vervat in artikel 3.42 (duurzame stedelijke ontwikkeling). Artikel 3.42 Duurzame stedelijke ontwikkeling Een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt binnen Stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken en het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: a. bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; b. bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie en verouderde stedelijke vastgesteld I Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017 (Hastelweg 159) Gemeente Eindhoven
17
gebieden; c. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; d. houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; e. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; f. draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie. De geringe uitbreidingen bij ABZ Diervoeding passen binnen voornoemde doelstellingen, hiermee voldoet het bestemmingsplan aan de regels uit de Interim omgevingsverordening.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Interimstructuurvisie 2009
In december 2009 is de Interimstructuurvisie 2009 door de gemeenteraad vastgesteld. Met de Interimstructuurvisie 2009 geeft de gemeenteraad invulling aan de ambitie om Eindhoven door te ontwikkelen in zijn kwalitatief hoogwaardige combinatie van wonen, werken en groen. De nadruk ligt daarbij ook op leefbaarheid en bereikbaarheid. Als kerngemeente van Brainport Zuidoost Brabant stuurt Eindhoven aan op het bieden van ruimte aan een krachtige ontwikkeling van deze economische kernzone, een hoge kwaliteit van de leefomgeving en aandacht voor sociale betrokkenheid en ondernemend burgerschap tot op buurtniveau. Op deze wijze geeft de raad invulling aan het begrip duurzame ruimtelijke kwaliteit.
Gebruik van de ruimte De Interimstructuurvisie is het resultaat van de integratie van de ruimtelijk relevante raadsprogramma's die tot medio 2009 zijn vastgesteld. Dit is onder andere verbeeld in een kaart die inzicht biedt in de verdeling van het actuele en gewenste grondgebruik. Het plangebied is op de kaart 'Gebruik van de ruimte' uit de Interimstructuurvisie aangeduid voor de functies wonen, werken, onderwijs en zorg en opvang. Deze gronden zijn primair bedoeld voor wonen, inclusief alle afgeleide wijk- en buurtgerichte functies op het gebied van (middelbaar-/ basis-) onderwijs, zorg, opvang, cultuur, religieuze voorzieningen, ontspanning en vrije tijd, groen (o.a. buurt- en wijkparken, sportfaciliteiten en -velden, buurtontmoetingsruimten), detailhandel en werken (woonwerkcombinaties en kleine bedrijven met milieucategorie 1, 2 en gedeeltelijk 3). Deze functies zijn noodzakelijk voor het functioneren van een gebied als woongebied. Zij vallen dus onder deze definitie en worden niet afzonderlijk in beeld gebracht, mede omdat hun ruimtebeslag relatief beperkt is. Deze ontwikkeling voorziet in een woonfunctie en commerciële functies en is daarmee dan ook in overeenstemming met de Interimstructuurvisie.
18
vastgesteld I Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017 (Hastelweg 159) Gemeente Eindhoven
Interimstructuurvisie Eindhoven, 2009: Gebruik van de ruimte Onderhavig plangebied is op de kaart 'Gebruik van de ruimte' uit de Interimstructuurvisie aangeduid voor de functie werken. Hieronder vallen werkgerelateerde functies: industrie, research en ontwikkeling, handel, kantoren, grootschalige en perifere detailhandel, transport, bouwnijverheid en dienstverlening. Tevens alle productieactiviteiten van kunst en design en ook alle voorzieningen die bij een functioneel en modern bedrijventerrein horen (o.a. parkmanagement).
3.5
Archeologische en cultuurhistorische waarden
3.5.1
Archeologie
Het Verdrag van Valletta (Malta) verplicht de Europese overheden tot het beschermen van archeologisch erfgoed. Hierbij wordt als uitgangspunt gehanteerd dat archeologische waarden in situ bewaard moeten blijven. Dat wil zeggen, dat er naar gestreefd moet worden om de waarden op de locatie te behouden. Als dit niet mogelijk blijkt, bijvoorbeeld bij bouwplannen, dan moeten de waarden worden opgegraven en ex situ worden bewaard. Het Verdrag van Valletta is vertaald naar de Monumentenwet 1988, zoals deze gewijzigd is in september 2007. Sinds deze wijziging van september 2007 is de gemeente bevoegd gezag op het gebied van cultuurhistorie en archeologie. Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. De uitgangspunten uit het Verdrag van Valletta blijven in de Erfgoedwet de basis van de omgang met archeologie. Gemeenten houden een belangrijke rol in het archeologische stelsel. In bestemmingsplannen houden ze rekening met (te verwachten) archeologische waarden. Dit wordt samen met de andere onderdelen rond de omgang met archeologie in de fysieke leefomgeving overgeheveld naar de toekomstige Omgevingswet. De gemeente Eindhoven heeft eigen archeologiebeleid, als uitwerking van het nationale en provinciale beleid. Dit beleid staat in het 'Beleidsplan archeologie Eindhoven en Helmond 2008-2012', dat de raad in september 2008 heeft vastgesteld.
De gemeente neemt de verantwoordelijkheid voor het bodemarchief zelf ter hand door te investeren in kerntaken en vastgesteld I Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017 (Hastelweg 159) Gemeente Eindhoven
19
opbouw van expertise. De gemeente kent archeologische waarden daterend uit de prehistorie en de Romeinse tijd. Het gemeentelijk bodemarchief herbergt tevens fundamentele gegevens over de geschiedenis van stad en platteland gedurende en na de middeleeuwen. Deze gegevens zijn van groot belang voor de reconstructie van het verleden, temeer omdat archivalische bronnen in Eindhoven nagenoeg ontbreken. De archeologische gebieden binnen de gemeente Eindhoven staan aangegeven op de gemeentelijke archeologische waardenkaart, onderdeel van de gemeentelijke cultuurhistorische waardenkaart die is vastgesteld in 2008. Het beleid is om bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening te houden met de archeologische waarden en verwachtingen in de ondergrond en daarbij uit te gaan van de gemeentelijke archeologische waardenkaart. Ten zuidoosten van het plangebied ligt een onderzocht gebied, betreffende een in 1930-1931 gedeeltelijk opgegraven nederzetting uit de vroege ijzertijd en grafveld uit de Romeinse tijd (A20, de Rooijakker). Binnen en in de directe nabijheid van het plangebied is geen sprake van archeologisch waardevolle en verwachtingsgebieden. Binnen het bestemmingsplan hoeft dan ook geen rekening te worden gehouden met archeologische waarden of verwachtingen.
De archeologische waardevolle en verwachtingsgebieden zijn rood gerasterd. De locatie van onderhavig plangebied is rood omcirkeld. Wel geldt ten aanzien van archeologie een meldingsplicht voor archeologische toevalsvondsten. Mochten tijdens eventuele grondwerkzaamheden archeologische resten worden aangetroffen, dan dienen deze (op grond van de meldingsplicht ingevolge artikel 5.10 Erfgoedwet 2016) direct gemeld te worden aan de Minister van OCW en bij de afdeling Omgevingskwaliteit van de gemeente Eindhoven. Vervolgens zal bepaald worden of, en zo ja welk e, aanvullende maatregelen getroffen dienen te worden.
20
vastgesteld I Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017 (Hastelweg 159) Gemeente Eindhoven
3.5.2
Cultuurhistorie
Op 18 maart 2008 is de cultuurhistorische waardenkaart van Eindhoven vastgesteld. De kaart dient als beleidskader om bij ruimtelijke ontwikkelingen in de stad rekening te kunnen houden met de cultuurhistorie van Eindhoven. De kaart geeft een overzicht van de historische structuur van wegen en waterlopen, historisch waardevolle stedenbouwkundige en landschappelijke- en groenstructuren, beschermde stads- en dorpsgezichten en monumentale bomen. Bij de samenstelling van de kaart is onder andere gebruik gemaakt van de gegevens van de provinciale cultuurhistorische waardenkaart. De oever van het Beatrixkanaal ter plaatse van het plangebied is aangemerkt als 'Historisch landschap' en het Beatrixkanaal zelf als 'Historische waterloop'. Het Beatrixkanaal werd aangelegd als werkverschaffingsproject in de jaren 1935-1940 om een verbinding met het Wilhelminakanaal tot stand te brengen. Op de kaden aan weerszijden van het kanaal tussen Strijp en de kruising met de A58 is gevarieerde beplanting aanwezig. De beplanting bestaat uit zomereik, Amerikaanse eik, ruwe berk, zwarte els, zoete kers, boswilg, schietwilg, grauwe wilg, meidoorn, populier, appel, wilde lijsterbes, sporkehout, brem, wilde kamperfoelie, gelderse roos, gewone vlier, Amerikaanse vogelkers en grove den. Het geheel is een gave historische structuur en heeft ook ecologische waarde.
Het deel van de als 'Historisch landschap' aangemerkte kade dat samenvalt met het plangebied is niet begroeid en blijft ongewijzigd ten opzichte van het huidig vigerende bestemmingsplan. Het aspect cultuurhistorie heeft geen belemmeringen voor het planvoornemen.
Uitsnede Cultuurhistorische waardenkaart (plangebied rood omlijnd)
vastgesteld I Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017 (Hastelweg 159) Gemeente Eindhoven
21
3.6
Verkeer en parkeren
3.6.1
Inleiding: mobiliteitsvisie en duurzame mobiliteit
De mobiliteitsvisie 'Eindhoven op Weg' is in 2013 door de gemeenteraad vastgesteld. Hierin is het verkeersbeleid voor de komende decennia (planhorizon 2040) vastgelegd. Deze visie vormt het bestuurlijke beleidskader voor alle verkeers- en mobiliteitsopgaven. In de volgende paragrafen zijn de essentiële elementen voor het plangebied en directe omgeving beschreven.
3.6.2
Autoverkeer
Het bedrijventerrein De Hurk-Croy is goed verankerd in het stedelijk en landelijk verkeers- en vervoersnetwerk. Het heeft een helder en ruim wegenpatroon dat in alle richtingen aantakt op belangrijke ontsluitingswegen in de stad: De Ring, Noord-Brabantlaan en Karel de Grotelaan. Met de ombouw van de A2 heeft De Hurk via de Meerenakkerweg een directe aansluiting op de parallelbanen van de A2 gekregen. De autobereikbaarheid van dit bedrijventerrein is daarmee voor de lange termijn gegarandeerd. Als onderdeel van de visie "Eindhoven op Weg" heeft het gemeentebestuur de wegencategorisering geactualiseerd en vastgesteld (november 2013). De wegen met een verkeersfunctie, de zogenaamde gebiedsontsluitingswegen, zijn primair bedoeld voor de afwikkeling van het verkeer en moeten daarom als zodanig worden ingericht. Voor bedrijventerrein De Hurk-Croy zijn dit de Beemdstraat, Meerenakkerweg, Noord-Brabantlaan en de Ring (Botenlaan en Limburglaan). In de nieuwe wegencategorisering is een nieuwe categorie toegevoegd: wijk- en buurtontsluitingswegen. De Hastelweg, Hurksestraat en Dillenburgstraat vallen hieronder. Alle overige wegen zijn erftoegangsweg en in principe onderdeel van het verblijfsgebied. Bij bedrijventerreinen wordt dit in tegenstelling tot woongebieden, niet ingericht als 30 km/u gebied. Op bedrijventerreinen worden dus geen wegen bestemd tot 'Verkeer- verblijfsgebied'.
Vanwege de uitbreiding in de productiecapaciteit zal verhoudingswijs ook het aantal verkeersbewegingen toenemen. In de aanvraag om de omgevingsvergunning milieu worden de volgende maximale verkeersbewegingen per etmaal aangevraagd: - 116 personenauto's; - 120 vracht- en tankwagens; - 2 binnenvaartschepen. Concreet zal sprake zijn van vijf extra afvoertransporten in de nachtperiode. Gelet op het voorgaande en tevens gelet op het feit dat de uitbreiding niet zal leiden tot een toename van werknemers, zal de verkeersdruk op de omgeving en de bestaande infrastructuur niet onacceptabel toenemen. ABZ Diervoeding is op een bedrijventerrein gelegen. De ontsluiting van dit terrein is berekend op dit type en totaal aantal vervoersbewegingen. Gelet hierop zal de verkeersveiligheid ter plaatse niet nadelig worden beïnvloed. De verkeersdruk op de omliggende wegen (Dillenburgstraat en Hastelweg) zal als gevolg van de uitbreiding zeer beperkt toenemen. De omliggende wegen zijn er op ingericht om autoverkeer en vrachtverkeer op een goede en veilige manier te kunnen verwerken. De invloed van de uitbreiding op de afwikkeling van het verkeer en de verkeersveiligheid is dan ook zeer gering en vormt geen belemmering voor de voorgenomen bestemmingsplanmatige verandering. 22
vastgesteld I Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017 (Hastelweg 159) Gemeente Eindhoven
ABZ Diervoeding beschikt over twee toegangspoorten aan de voorzijde van het terrein. Daarnaast kunnen vracht- en tankwagens ook via de Beatrixkade het buitenterrein van de inrichting bereiken. De Beatrixkade wordt ontsloten via zowel de oost- als westzijde, waar ook toegangspoorten zijn gesitueerd. Daarmee is de kade afgesloten voor openbaar doorgaand verkeer. De Beatrixkade wordt tevens gebruikt door voertuigen van de bedrijven Weber Beamix, Mebin en HKS Metals. Ten aanzien van de rijrouteringen vinden er geen wijzigingen plaats. Op de Beatrixkade wordt een tweede weegbrug aangelegd voor ABZ Diervoeding. De bestaande draailus, direct ten zuiden van het productiegebouw, zal daarmee vaker gebruikt worden. Na het betrekken van een klein deel van de kade tot het productiegebouw zal er nog voldoende ruimte over blijven voor kerende en draaiende vrachtwagens. In het kader van het gemeenschappelijk gebruik van de kade door de aanwezige bedrijven zal nader beschouwd worden of er extra verkeersmaatregelen getroffen moeten worden ter verbetering van de algehele verkeersveiligheid op de kade. Gelet op het bovenstaande is de invloed van de voorgenomen uitbreiding van ABZ Diervoerding op de omgeving voor het aspect verkeer zeer gering. Het aspect verkeer vormt daarmee geen belemmering voor de voorgenomen bestemmingsplanmatige verandering.
3.6.3
Fietsverkeer
De Hastelweg is onderdeel van het fietsnetwerk van de gemeente Eindhoven. Het heeft de functie van een secundaire fietsroute en is een verbinding tussen de primaire fietsroute Limburglaan en secundaire fietsroute Dillenburglaan.
vastgesteld I Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017 (Hastelweg 159) Gemeente Eindhoven
23
3.7
Groen
3.7.1
Groenbeleidsplan
Begin 2017 is een actualisatie van Groenbeleidsplan door de gemeenteraad vastgesteld. Dit Groenbeleidsplan 2017 is gemaakt met de veranderende rol van de overheid in het achterhoofd. Het voorziet in vier sporen "het verhaal van de stad", wat de waarde van groen is (functies als uitgangspunt), welke ambitie de gemeente daarmee heeft en het daadwerkelijke groenbeleid. Het groenbeleidsplan heeft als doel het duurzaam veiligstellen en ontwikkelen van een kwalitatief hoogwaardige groenstructuur met daarin passende functies. Hiermee levert de toepassing van het groenbeleid een wezenlijke bijdrage aan een aantrekkelijke en gezonde woon- en werkomgeving als karakteristieke kwaliteit van Eindhoven. Een omgeving die leefbaar en klimaatadaptief is en een volwaardig vestigingsklimaat biedt voor Brainport. Het groenbeleid sluit aan op de geomorfologische structuur van de stad: de structuur van dekzandruggen en beken (Dommel en Gender) die Eindhoven hebben gevormd. Op basis van de tuinstad gedachte is bij de verdere ontwikkeling van Eindhoven sterk ingezet op het behoud van de groene ruimten tussen de voormalige dorpen. Genneper Parken (tussen Stratum en Gestel), Brainport Park (tussen Strijp en Woensel) en De Karpen (tussen Woensel en Tongelre) vormen nog altijd imposante, groene wiggen, die tot diep in de stad reiken.
Het behoud van de robuuste groenstructuur, die vanuit het buitengebied, via de wiggen tot aan de bomen bij de voordeur reikt, is een belangrijk uitgangspunt van het groenbeleidsplan. Het Groenbeleidsplan heeft in principe betrekking op al het groen van Eindhoven, dus niet alleen het groen in eigendom van de gemeente. Omdat niet al het groen bescherming krijgt door een specifieke groenbestemming en de gemeente enkel directe invloed heeft op haar eigen eigendommen, is niet al het groen automatisch beschermd. In het Groenbeleidsplan 2017 zijn onder andere procesafspraken genoemd die een relatie hebben met een ruimtelijke procedure. Het betreft een procesafspraak over groenplannen bij ontwikkeling van gebouwen of gebieden en de procesafspraak over de groenregelingen voor bomen (Verordening Bomen en Nadere regels bomen) en de Regeling Groencompensatiefonds. De genoemde groenplannen dienen een toelichting van de groene inrichting van een ontwikkeling te geven. Behoud van het bestaande groen is het uitgangspunt, evenals het (door)ontwikkelen van de groene kwaliteiten waar nodig. Het Groenbeleidsplan 2017 geeft in een kaart met zes ruimtelijke strategieën de kaders voor de ruimtelijke ontwikkeling in relatie tot groen.
24
vastgesteld I Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017 (Hastelweg 159) Gemeente Eindhoven
Onderhavig plangebied is geheel gelegen binnen de strategie 'Stad, rood beeldbepalend'. In 'stad, rood beeldbepalend' richt het groenbeleid zich op een bepaalde verweving van groen tussen rood. Dat wil zeggen dat groen een ondersteunende functie heeft ten opzichte van de stedelijke identiteit ('aankledingsgroen') of een recreatieve functie voor de woonomgeving (parken). Het beleid is erop gericht deze groene elementen of functies te behouden. Het oppervlak groen binnen deze categorie zou niet verder af moeten nemen. Het plangebied grenst aan het Beatrixkanaal waar de strategie 'Natuur en landschap' heeft te gelden. In deze gebieden staat het beoogde ongestoorde verloop van ecologische processen en de natuurontwikkeling voorop. Het beleid is erop gericht het contrast tussen stad en landschap te benutten door hierbij zoveel mogelijk scheiding van functies na te streven en deze gebieden te reserveren voor laagdynamisch grondgebruik: rustgebieden, behoud en ontwikkeling van natuur, landschappelijke samenhang en identiteit. De gebieden omvatten het door het rijk en de provincie ontwikkelde Natuur Netwerk Nederland en een nadere detaillering van de door het provincie aangegeven Natuur Netwerk Brabant, ecologische verbindingszones en delen van de regionale natuurontwikkelingsgebieden.
Behoud en ontwikkeling van natuur en landschap zijn in deze gebieden de primaire activiteiten, gecombineerd met extensief recreatief medegebruik (natuurbeleving). Bestaande voorzieningen of gebouwen worden gedoogd, maar zullen voor zover ze niet ten dienste staan van het behoud of de ontwikkeling van natuur en landschap worden verwijderd na functiebeëindiging. Verstedelijking of andere ingrepen (infrastructuur) zijn in deze categorie niet aan de orde tenzij in zwaarwegende maatschappelijke belangen waarvoor alternatieven ontbreken en met toepassing van compensatie.
vastgesteld I Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017 (Hastelweg 159) Gemeente Eindhoven
25
Uitsnede 'Ruimtelijke Strategieënkaart' Beleidsregel groencompensatie Op 13 maart 2018 is de 'Regeling Groencompensatiefonds' vastgesteld. Bij deze regeling hoort de 'Beleidsregel Groencompensatie'. Deze beleidsregel is bedoeld als afwegingskader bij aanvragen voor (ruimtelijke) ontwikkelingen die kunnen leiden tot aantasting van groen. Bij aantasting en verlies van groen is compensatie vereist, de Beleidsregel geeft hiervoor de richtlijnen.
Conclusie ABZ Diervoeding hanteert een hoge standaard ten aanzien van hygiëne in overeenstemming met de Europese en Nederlandse wet- en regelgeving. Het bedrijf produceert mengvoeders, waarbij diverse fijnkorrelige grondstoffen (granen, gerst, mais, etc.) worden aangevoerd, overgeslagen en verwerkt. Eventuele groenvoorziening op het terrein zou bijdragen aan habitatvorming voor vogels en knaagdieren. Dit is tegenstrijdig met het ongediertebestrijdingsplan dat voor de inrichting van kracht is. Diverse faunasoorten kunnen bijdragen aan ongewenste (kruis)contaminatiesituaties. Voorschriften ten aanzien van ongediertebestrijding zijn vastgelegd binnen GMP+, HACCP en de vigerende omgevingsvergunning. Het toevoegen van groen staat haaks op dit beleidskader. De gronden waar onderhavige ontwikkeling op ziet waren reeds volledig geasfalteerd. De ontwikkeling leidt dus ook niet tot verlies aan groenareaal.
3.7.2
Verordening bomen
Op 7 april 2015 heeft de gemeenteraad de Verordening Bomen 2015 vastgesteld. Deze is op 24 augustus 2016 in werking getreden. De Verordening en (uitwerking daarvan in) nadere regels Bomen samen, vervangen het onderdeel houtopstanden uit de Algemene Plaatselijke Verordening, het Bomenbeleidsplan 2008 en de Nota Niet kappen tenzij. Het bomenbeleid is gebaseerd op drie pijlers: behoud, versterking en ruimte voor dynamiek. Eindhoven wil een aantrekkelijke groene stad zijn en blijven. Bomen spelen daarbij een voorname rol. Een hoogwaardig bomenbestand dat een duurzame bijdrage levert aan de 26
vastgesteld I Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017 (Hastelweg 159) Gemeente Eindhoven
ruimtelijke kwaliteit en recht doet aan het groene imago van de stad is waar de gemeente naar streeft. Duurzaam behoud van de groene signatuur staat voorop. Het bomenbestand dient echter ook aan te sluiten op intensief gebruik van de openbare ruimte en de gewenste ruimtelijke kwaliteit. Dit betekent soms dat in een bepaalde situatie andere belangen preferabel zijn en bomen moeten wijken. Het bomenbeleid voorziet in die gevallen in de mogelijkheden tot mitigatie en compensatie. Groene kaart Een belangrijk onderdeel van de Verordening Bomen is de Groene Kaart. Het is een topografische kaart met daarop aangegeven de beschermde houtopstand. De Groene Kaart bevat verschillende categorieën houtopstanden. Voor bomen in gemeentelijk eigendom (publiek eigendom) kent de Groene Kaart zes categorieën: Monumentale bomen; Waardevolle bomen; Basisbomen; Bomen hoofdstructuur; Bomen nevenstructuur; Bomen in gebieden stad, groen beeldbepalend. De Groene Kaart kent daarnaast voor bomen in particulier eigendom (privaat eigendom) drie categorieën: Waardevolle bomen; Bomen in gebieden stad, groen beeldbepalend; Bomen op percelen van 500 m2 of groter. Voor het vellen van een houtopstand die deel uit maakt van tenminste één van deze categorieën is, behoudens een aantal vrijstellingen, een omgevingsvergunning verplicht. Het plangebied Binnen het plangebied zijn geen bomen aanwezig.
De uitbreiding van het productiegebouw zal plaatsvinden op een afstand van circa 60 meter van de gemeentelijke 'basisbomen' aan (de overzijde van) de Hastelweg en voorts circa 18 meter van de gemeentelijke basisbomen op de Beatrixkade aan de Beatrixhaven aan de achterzijde ter hoogte van de naastgelegen inrichting HKS Metals. Gelet op genoemde afstanden zal de realisatie van de uitbreiding geen gevolgen hebben voor voornoemde basisbomen.
vastgesteld I Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017 (Hastelweg 159) Gemeente Eindhoven
27
Uitsnede Groene Kaart (plangebied rood omlijnd)
3.8
Bedrijvigheid
3.8.1
Bedrijventerreinnota 'Aan de slag voor waardevolle locaties
Op 15 maart 2016 heeft de gemeenteraad de Bedrijventerreinennota met de titel 'Aan de slag voor waardevolle locaties' vastgesteld. Deze is gepubliceerd op 2 november 2016. Met deze nota wordt richting gegeven aan het beleid voor en de ontwikkelingsrichting van de bedrijventerreinen. De nota heeft betrekking op de 16 grootste (>5 ha) bedrijventerreinen van Eindhoven, inclusief campussen. De helft van de werkgelegenheid in Eindhoven en de regio hangt samen met deze 16 bedrijventerreinen. Daarmee zijn de terreinen een heel belangrijke pijler onder Brainport, de tweede economische motor van Nederland en een van de meest prominente hightech centra van Europa. Veel Brainport (gerelateerde) bedrijvigheid en economische clusters zijn op deze bedrijventerreinen - en die in de regio - gevestigd. Doel van de nota is de grote waarde die de terreinen hebben naar de toekomst toe te borgen en verder te vergroten. Dit in het belang van het functioneren van de bedrijven en de welvaart en het welzijn van de inwoners in Eindhoven en Brainport. Daarbij wordt nadrukkelijk rekening gehouden met het brede palet aan economische activiteiten en daarmee samenhangende wensen en eisen die aan de bedrijventerreinen in Eindhoven worden gesteld.
28
vastgesteld I Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017 (Hastelweg 159) Gemeente Eindhoven
3.8.2
Het plangebied
In de nota worden de bedrijventerreinen van Eindhoven verdeeld in vier typen terreinen. Onderhavig plangebied is onderdeel van bedrijventerrein De Hurk dat is aangewezen als functioneel gemengd bedrijventerrein, waar zware bedrijvigheid is toegestaan. Ten aanzien van zware bedrijvigheid staat de volgende doelstelling opgenomen: "Zware bedrijvigheid heeft in Eindhoven investeringszekerheid en optimale fysieke en milieuruimte op de huidige locatie om hun bedrijfsactiviteit te ontplooien. Zware bedrijvigheid vormt de basis van de productieketen en is een fundament onder de Brainportactiviteiten van Eindhoven. Bij zware bedrijvigheid hoort fysieke en milieuruimte om op hun huidige locatie te kunnen blijven." Functioneel gemengd kenmerkt zich door een gemiddelde vastgoedkwaliteit en redelijk verzorgde openbare ruimte. Deze bedrijventerreinen kennen wisselend sterke en zwakke plekken. Zij bieden voor ondernemers een divers, functioneel vestigingsmilieu. De 'zwakkere' plekken bieden vanuit marktperspectief kansen om zich te vestigen voor lage tot leegstandtarieven, waardoor nieuwe bedrijfs- en creatieve concepten tot stand kunnen komen.
ABZ Diervoeding draagt bij aan een circulaire economie door de inzet van stoffen (zoals nevenstromen) en bijproducten uit andere productiesectoren toe te passen als grondstoffen in het productieproces.
3.9
Kabels, leidingen en straalpaden
In samenhang tot het wijzigen van de grondstrook op de Beatrixkade zal een gedeelte van de gemeentelijke riolering moeten worden verlegd. Op deze wijze wordt er afdoende gevelafstand behouden, zodat de riolering vrij toegankelijk blijft voor onderhoud door de gemeente. Het te wijzigen tracé van de riolering is in samenspraak met het naastgelegen bedrijf HKS Metals. Het aspect kabels, leidingen en straalpaden vormt daarmee geen belemmering voor de voorgenomen bestemmingsplanmatige verandering.
vastgesteld I Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017 (Hastelweg 159) Gemeente Eindhoven
29
30
vastgesteld I Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017 (Hastelweg 159) Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 4
Milieuparagraaf
4.1
Milieueffectrapportage
4.1.1
Wettelijk kader
Met een milieueffectrapportage (m.e.r.) worden de milieugevolgen van een plan in beeld gebracht. De m.e.r. is gebaseerd op Europese regelgeving. In Nederland is de m.e.r. geregeld in de Wet milieubeheer (Wm) en in het Besluit m.e.r. De Wm gaat vooral in op de procedure en de inhoudsvereisten. In het Besluit m.e.r. is geregeld in welke gevallen een m.e.r. moet worden opgesteld. Bij het Besluit m.e.r. is een bijlage opgenomen waarin de criteria voor een m.e.r.-plicht (onderdeel C) en een m.e.r.-beoordelingsplicht (onderdeel D) staan. Een beoordelingsplicht houdt in dat moet worden nagegaan of er sprake is van (mogelijke) belangrijke milieugevolgen. Als deze niet kunnen worden uitgesloten, dan geldt een m.e.r.-plicht. De onderdelen C en D zijn onderverdeeld in 4 kolommen: Kolom 1: de activiteit zelf Kolom 2: drempelwaarden activiteit Kolom 3: de kaderstellende plannen (zoals een bestemmingsplan) Kolom 4: de besluiten De drempelwaarden van activiteiten die zijn opgenomen in onderdeel D zijn indicatief. Indien een activiteit wordt genoemd in onderdeel D, maar beneden de drempelwaarde van kolom 2 valt, moet een vormvrije m.e.r.-beoordeling plaatsvinden. Dit geldt zowel voor kaderstellende plannen, zoals een bestemmingsplan, als voor besluiten.
Bij een vormvrije m.e.r.-beoordeling dient aan de hand van de volgende aspecten te worden beoordeeld of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben: 1. de kenmerken van de activiteit (aard, omvang, cumulatie met andere ontwikkelingen); 2. de locatie van de activiteit (kenmerken van het plangebied en de kwetsbaarheid van de omgeving); 3. de mogelijke gevolgen van de activiteit. In dit kader is beoordeeld of 11.3 van onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r. van toepassing is op onderhavig plan. Het gaat daarbij om de uitbreiding van een industrieterrein.
4.1.2
Geen uitbreiding industrieterrein
Onderhavig plan voorziet in een relatief kleine uitbreiding van een bedrijf gelegen op een industrieterrein. Ingevolge vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State1 is het vergroten van bouwmogelijkheden voor één bedrijf binnen een industrieterrein - vanwege de omvang ervan - niet gelijk aan een vergroting van het industrieterrein. Vanwege de eveneens zodanige ongeschiktheid aan het geheel is in gevallen als het onderhavige ook geen sprake van de wijziging van een industrieterrein in de zin van het Besluit m.e.r. en hoeft in dit kader dan ook geen vormvrije m.e.r. te worden opgesteld. 1 Zie (onder meer): ECLI:NL:RVS:2015:2457 en ECLI:NL:RVS:2014:1467.
vastgesteld I Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017 (Hastelweg 159) Gemeente Eindhoven
31
4.2
Bedrijven en milieuzonering
Op basis van milieuzonering wordt bepaald welke categorieën bedrijven en/of inrichtingen in het plangebied zijn toegestaan. Dit houdt in dat er voldoende ruimtelijke scheiding moet zijn tussen milieubelastende bedrijven/inrichtingen en woongebieden. Hoe zwaarder de toegestane milieucategorie, hoe groter de afstand. Bij het bepalen van deze afstand wordt gebruik gemaakt van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering', editie 2009. In deze brochure worden richtafstanden gegeven tot de omgevingstypen rustige woonwijk en gemengd gebied. De bedrijven zijn op basis van de Standaard Bedrijfs Indeling (SBI-codes) in de richtafstandentabel gerangschikt. Per bedrijfsactiviteit is voor elke ruimtelijk relevante milieucomponent (geur, stof, geluid en gevaar) een richtafstand aangegeven. Deze afstand moet in beginsel worden aangehouden tussen een bedrijf en milieugevoelige objecten (veelal woningen) om hinder en schade aan mensen binnen aanvaardbare normen te houden. Bij het bepalen van deze richtafstanden zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: het betreft 'gemiddelde' moderne bedrijfsactiviteiten met gebruikelijke productieprocessen en voorzieningen; de richtafstanden hebben betrekking op het omgevingstype 'rustige woonwijk'; de richtafstanden bieden in beginsel ruimte voor normale groei van de bedrijfsactiviteiten.
In het moederplan 'Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017' is de systematiek van inwaarts zoneren toegepast. De grootste afstand van de milieucomponenten vormt de indicatie voor de aan te houden afstand van de bedrijfsactiviteit tot een milieugevoelig object. Elk bedrijf c.q. bedrijfsactiviteit wordt in een bepaalde milieucategorie ingedeeld. De milieucategorie is direct afgeleid van de grootste afstand. De adviesafstanden staan in relatie tot gebiedskenmerken en mate van emissies als gevolg van specifieke bedrijfsprocessen. Het is mogelijk om door middel van (technische) maatregelen overlast te beperken en daardoor gemotiveerd af te wijken van de afstanden. In dat geval zal aangetoond moeten worden welke maatregelen worden genomen om de milieueffecten te verminderen. In het algemeen geldt dat wanneer sprake is van een gemengd gebied, de richtafstand één afstandsstap verlaagd mag worden. De locatie van ABZ Diervoeding betreft een inrichting die momenteel is gerangschikt onder milieucategorie 4.1. Met de voorgenomen verhoging van de productiecapaciteit met 100.000 ton naar 350.000 ton per jaar (en 8.760 draaiuren per jaar) ligt de gemiddelde productiecapaciteit per uur op 40 ton per uur. Daarmee blijft er sprake van een categorie 4.1 inrichting.
Zoals uit de onderstaande luchtfoto blijkt ligt de grens van de tuin van de dichtstbijzijnde woning aan de Hastelweg/Sportlaan op ongeveer 180 meter vanaf de grens van de inrichting. Het omgevingstype waar de woning is gelegen, is gedefinieerd als gemengd gebied. Met de beoogde bedrijfswijzigingen wordt deze afstand niet verkleind. Ook met de uitbreiding blijft de productie van de mengvoederfabriek onder de 100 ton per uur waardoor het bedrijf ook na mogelijke uitbreiding onder milieucategorie 4.1 valt. Hierdoor geldt nog steeds de richtafstand van 100 meter in een gemengd gebied en 200 meter in een rustige woonwijk. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Gezien het feit dat de woning tegenover het bedrijventerrein ligt wordt hier terecht uitgegaan van een gemengd gebied. Waardoor deze buiten de richtafstand valt. Daarmee zijn de voorgenomen wijzigingen vanuit milieuzonering inpasbaar.
32
vastgesteld I Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017 (Hastelweg 159) Gemeente Eindhoven
4.3
Geluid
4.3.1
Wettelijk kader
De normstelling voor geluid is geregeld in de Wet geluidhinder, de Wet milieubeheer en de Wet luchtvaart. Het betreft normen voor industrielawaai, weg- en railverkeerslawaai en luchtvaartlawaai. Er wordt uitgegaan van voorkeursgrenswaarden, waarvan in een aantal gevallen met ontheffing tot een bepaalde maximumhoogte, mag worden afgeweken. De normstelling heeft tot doel nieuwe geluidhindersituaties en daarmee gezondheidsschade te voorkomen. Om dit doel te bereiken worden zones gedefinieerd, waarbinnen plannen met geluidgevoelige bestemmingen moeten worden getoetst aan de normen. Volgens de Wet geluidhinder gelden er voorkeursgrenswaarden en maximale ontheffingswaarden. Bij de voorkeursgrenswaarde mag worden verondersteld dat het percentage gehinderden beperkt is. Wanneer een maximale ontheffingswaarde wordt overschreden dan is er sprake van een locatie die in beginsel niet geschikt is voor de vestiging van een geluidgevoelige bestemming. Bij plannen met geluidbelastingen in de bandbreedte tussen voorkeursgrenswaarde en maximale ontheffingswaarde moet er een nadere afweging worden gemaakt in hoeverre bronen/of overdrachtsmaatregelen kunnen worden getroffen om de geluidbelastingen te beperken. Voorbeelden van bronmaatregelen zijn een stiller wegdek en een verlaging van de snelheid bij auto's. Geluidschermen en geluidwallen zijn voorbeelden van overdrachtsmaatregelen.
Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in de uitbreiding van een bestaande inrichting, niet zijnde een geluidgevoelige bestemmingen in de zin van de Wgh.
vastgesteld I Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017 (Hastelweg 159) Gemeente Eindhoven
33
4.3.2
Industrielawaai
De inrichting is gelegen op een geluidsgezoneerd industrieterrein binnen de gemeente Eindhoven. De bijdrage van de geluidsuitstraling van de inrichting op de zonepunten is in kaart gebracht door middel van een akoestisch overdrachtsmodel. Het overdrachtsmodel is gebaseerd op de methode II.8 van de Handleiding meten en rekenen industrielawaai, publicatie 1999. De uitkomsten van het onderzoek zijn verwoord in een akoestisch rapport dat als bijlage aan onderhavige toelichting is gehecht. Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) en de maximale geluidsniveaus (LAmax ) zijn modelmatig berekend en de uitkomsten hiervan zijn onderstaand weergegeven. Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) is bepaald ter plaatse van de in het geluidsmodel opgenomen woningen en zonepunten. Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) bedraagt ter plaatse van woningen binnen de zone ten hoogste 46 dB(A) in de dagperiode, 45 dB(A) in de avondperiode en 43 dB(A) in de nachtperiode. Ter plaatse van de zone bedraagt de etmaalwaarde van het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) ten hoogste 51 dB(A). Maximale geluidsniveaus (LAmax ) Het maximale geluidsniveau (LAmax ) bedraagt ten hoogste 59 dB(A) in de dagperiode en 59 dB(A) in zowel de avondperiode als de nachtperiode.
Hiermee wordt voldaan aan de grenswaarden uit de "Handreiking Industrielawaai en Vergunningverlening". Gelet op de ligging van het plangebied binnen een geluidsgezoneerd industrieterrein, hoeft de indirecte hinder als gevolg van verkeersbewegingen van en naar de inrichting conform vaste rechtspraak niet in het akoestisch onderzoek te worden meegenomen.
4.3.3
Wegverkeerslawaai
Langs alle wegen bevinden zich als gevolg van de Wet geluidhinder geluidzones, met uitzondering van woonerven en 30 km/h-gebieden. Binnen de geluidzone van een weg moet de geluidsbelasting aan de gevel van nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen aan bepaalde wettelijke normen voldoen. Het bestemmingsplan voorziet niet in de bouw van nieuwe geluidgevoelige bestemmingen, zodat geen nader akoestisch onderzoek naar de hoogte van de geluidbelastingen ten gevolge van het wegverkeerslawaai noodzakelijk is.
4.3.4
Railverkeerslawaai
Het plangebied ligt niet in de zone van een spoorlijn.
34
vastgesteld I Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017 (Hastelweg 159) Gemeente Eindhoven
4.4
Luchtkwaliteit
4.4.1
Wettelijk kader
Hoofdstuk 5 (met name onder titel 5.2) van de Wet milieubeheer bevat bepalingen over luchtkwaliteit. Dit hoofdstuk voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Het Rijk, provincies en gemeenten werken in het NSL-programma samen aan maatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren. Dit gebeurt zodanig dat voldaan wordt aan de daartoe gestelde normen, ook in gebieden waar nu de normen voor luchtkwaliteit niet worden gehaald (overschrijdingsgebieden). De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Hierdoor kunnen ruimtelijke ontwikkelingen doorgang vinden, terwijl ondertussen maatregelen ter verbetering van de luchtkwaliteit worden uitgevoerd. Sinds 1 januari 2015 moet voldaan worden aan de Europese grenswaarden: voor stikstofdioxide (NO2) geldt een jaargemiddelde van 40 microgram/m3, voor fijnstof (PM10) geldt een jaargemiddelde van 40 microgram/m3 en een daggemiddelde van 50 microgram/m3. Het daggemiddelde mag jaarlijks maximaal 35 keer worden overschreden. Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt met ingang van 1 januari 2015 een blootstellings-concentratieverplichting van ten hoogste 20 microgram per m3, gedefinieerd als gemiddelde blootstellingsindex. 4.4.2