24bst00662 Bijlage 1a - Bestemmingsplan III Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017 (Croy 19-25)
Tekst van het document
De Inleidende regels bestaan uit begrippen en de wijze van meten. Dit is om te voorkomen dat er discussie ontstaat over de interpretatie van de regels. In "Artikel 1 Begrippen" wordt een omschrijving gegeven van de in de regels gehanteerde begrippen. Als in de regels begrippen voorkomen die niet in dit artikel zijn opgenomen, dan kan worden onderzocht of de regels op andere wijze aanknopingspunten voor een definitie bevatten. Die kunnen volgen uit de toelichting bij de regels en/of uit de systematiek van de regels zelf. Ontbreken dergelijke aanknopingspunten dan geldt de uitleg/interpretatie conform het normale taalgebruik . In "Artikel 2 Wijze van meten" zijn de te gebruiken meetmethodes opgenomen. De regels bij de bestemmingen worden hierna afzonderlijk toegelicht. 6.4.2
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels
Bestemming “Bedrijventerrein-2 ” (Artikel 3) De bestemmingsregeling die ingevolge het moederland voor het bedrijventerrein geldt is overgenomen voor zover van toepassing op de gronden binnen onderhavig plangebied. De gronden in het plangebied zijn hiermee bestemd voor de functie bedrijven tot ten hoogste vastgesteld III Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017 (Croy 19-25) Gemeente Eindhoven
83
categorie 3.2, respectievelijk 4.1 als bedoeld in de bij deze regels behorende “Lijst van bedrijfsactiviteiten". Deze lijst is gebaseerd op de VNG-brochure “ Bedrijven en milieuzonering”. Daarnaast zijn bedrijven in de categorie 1, mits groter dan 5.000 m2, rechtstreeks toegestaan. Kantoren zijn toegelaten voor zover die samenhangen met de bedrijfsacitiviteiten tot een maximum van 5.000 m2. Verder zijn ter plaatse ook ondersteunende functies voor bedrijven in de vorm van sportvoorzieningen, bedrijfshoreca, vergaderfaciliteiten, e.d. toegestaan. Productiegebonden detailhandel is toegestaan, voor zover het geen detailhandel in voedings – en genotmiddelen. Het b.v.o. van voornoemde functies tezamen is gemaximeerd op 22.500 m2. Er kan meegewerkt worden aan de vestiging van bedrijven die niet voorkomen op de “Lijst van bedrijfsactiviteiten” maar die naar aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn met bedrijven die wel zijn genoemd. Bedrijven die ingevolge de Wet geluidhinder geluidszoneringsplichtig zijn, zijn uitgesloten in deze bestemming. Ook zijn hier geen risicovolle bedrijven toegelaten. Tot slot is zelfstandige horeca uitdrukkelijk als strijdig gebruik aangemerkt.
Dubbelbestemming "Waarde - Archeologie 5" (Artikel 4) De gebieden die zijn voorzien van deze dubbelbestemming zijn gebieden waarvan uit onderzoek is gebleken dat zich hierin archeologisch waarden bevinden die bescherming behoeven. Er is sprake van vastgestelde archeologische waarden, bijvoorbeeld omdat bij eerdere onderzoeken is aangetoond dat er behoudenswaardige archeologische sporen en vondsten aanwezig zijn. De regels zijn daarop afgestemd. De bijlage bij de regels bevat een beschrijving en waardering van die gebieden. Bij elke verstoring onder het maaiveld geldt een bouwverbod met ontheffingsmogelijkheid en voor het verrichten van bepaalde werken en werkzaamheden wordt een omgevingsvergunning verlangd. Dubbelbestemming "Waarde - Archeologie 6" (Artikel 5) Aan gebieden waarvan o.a. op grond van geomorfologische, bodemkundige opbouw en historische gegevens het aannemelijk is dat zich daar een hoge concentratie van archeologische sporen en vondsten bevinden is deze dubbelbestemming toegekend. Het in de betreffende planregels opgenomen niveau van bescherming tegen inbreuken daarop is nog steeds hoog. In geval meerdere dubbelbestemmingen en gebiedsaanduidingen gelijktijdig van toepassing zijn op een gebied of in het geval dat er meerdere bepalingen van toepassing zijn binnen één bouwperceel, geldt dat deze bepalingen qua rangorde gelijk zijn aan elkaar.
Dit betekent dat aan alle voorwaarden uit de relevante bepalingen voldaan moet worden. Logischerwijs heeft dit tot gevolg dat de meest beperkende bepaling geldt. 6.4.3
Hoofdstuk 3 Algemene regels
Onder de Algemene regels zijn opgenomen de Anti-dubbeltelregel, de Algemene afwijkingsregels en de Overige regels.
Parkeren De regeling voor parkeren heeft betrekking op zowel auto-, als fietsparkeren. Bouwregel parkeren Met dit artikel werken de geldende Actualisatie Nota Parkeernormen (2019) en de Kwaliteitseisen inpandige fietsenstallingen concreet door in de bestemmingsplannen waarop de regeling van toepassing is. Indien dit beleid op enig moment wordt gewijzigd, wordt van de 84
vastgesteld III Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017 (Croy 19-25) Gemeente Eindhoven
gewijzigde regeling uitgegaan. Hierdoor is de regeling 'dynamisch', in die zin dat een bestemmingsplan niet hoeft te worden herzien als het beleid wijzigt. In bijzondere gebieden of situaties kan het bevoegd gezag bij omgevingsvergunning afwijken van de regeling, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de bereikbaarheid en/of ruimtelijke situatie. Verder kan het bevoegd gezag bij omgevingsvergunning nadere eisen stellen ten aanzien van de maatvoering van de (fiets)parkeervoorzieningen indien dit, gelet op de feitelijke omstandigheden, noodzakelijk is. Park eren bij wijziging gebruik Binnen bestemmingen is het mogelijk om van gebruiksfunctie te wisselen zonder dat een omgevingsvergunning benodigd is. Het wijzigen van gebruiksfunctie kan echter wel gevolgen hebben voor de parkeerbehoefte. Namelijk in het geval niet in voldoende mate parkeergelegenheid op eigen terrein wordt gerealiseerd en in stand wordt gehouden, een en ander volgens de beleidsregeling 'Actualisatie Nota Parkeernormen (2019)'. In die gevallen is sprake van een verbod tot gebruikswijziging. In bijzondere gebieden of situaties kan het bevoegd gezag bij omgevingsvergunning afwijken van het verbod, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de bereikbaarheid en/of ruimtelijke situatie.
Voorwaardelijke verplichting waterberging In de overige regels is een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor de aanleg van waterberging bij de bouw van bouwwerken. Op grond van deze verplichting mag er alleen gebouwd worden als er voldoende waterberging is aangelegd, eventueel in combinatie met andere maatregelen die bijdragen aan het klimaatbestendig maken van de stad. Deze verplichting is ontleend aan paragraaf 5.5 en de beleidsregel “Klimaat robuust (her)inrichten en ruimtelijk ontwikkelen” in bijlage 5 van het Gemeentelijk Rioleringsplan Eindhoven 2019-2022 (verder: GRP). Bij bouwwerken met een oppervlakte van 150 m² of meer moet in principe een waterberging aangelegd worden tot 75 mm per m² oppervlakte van het bouwwerk. Voor bouwwerken met een oppervlakte tussen 50 m² en 150 m² geldt een lagere bergingseis: daar moet in principe worden voorzien in een waterberging tot 25 mm per vierkante meter bouwoppervlakte. In groenarme gebieden geldt een hogere eis, omdat daar een grotere opgave ligt. Een deel van de vereiste waterberging kan worden gecompenseerd met andere maatregelen die in lijn zijn met het beleid voor klimaatadaptatie, dat is beschreven in de beleidsregel Klimaat robuust (her)inrichten en ruimtelijk ontwikkelen.
Hierbij kan worden gedacht aan bijvoorbeeld het aanplanten van nieuwe bomen (die zorgen voor vasthouden van regenwater en beschaduwing) of het aanleggen van gevelgroen. De exacte omvang van de benodigde waterberging en de omvang van andere maatregelen is sterk afhankelijk van de kenmerken van het bouwplan en de locatie. De wijze waarop de benodigde maatregelen moeten worden bepaald, is uitgewerkt in de genoemde beleidsregel. De gemeente heeft een rekentool beschikbaar gesteld waarmee initiatiefnemers eenvoudig kunnen nagaan wat de omvang van de maatregelen moet zijn, op basis van een aantal gegevens van hun initiatief en de locatie. Deze rekentool is te raadplegen op https://rekentool.eindhovenduurzaam.nl. De rekentool is dynamisch van aard, dat wil zeggen dat deze kan worden aangepast. 6.4.4
Hoofdstuk 4 Overgangsregels en slotregel
In de Overgangs- en slotregels zijn het Overgangsrecht en de Slotregel opgenomen.
vastgesteld III Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017 (Croy 19-25) Gemeente Eindhoven
85
86
vastgesteld III Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017 (Croy 19-25) Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 7
7.1
Handhaving
Handhavingsnota Leefomgeving 2018-2021
In Eindhoven streven we naar een aantrekkelijke stad waar inwoners en bezoekers zich welkom, thuis en veilig voelen. Voor het behoud van een prettige leefomgeving zijn regels nodig. Het voorkomen van overtredingen en de bereidheid om regels na te leven heeft een hoge prioriteit. Hoe dit wordt vormgegeven staat in de 'nota Handhaving Leefomgeving 2018-2021'. De nota is op 27 februari 2018 door het college vastgesteld. Het is een integraal beleidsplan waarin op hoofdlijnen de keuzes voor het handhaven van de fysieke leefomgeving staan beschreven. Op basis van de nota wordt jaarlijks een uitvoeringsplan opgesteld waarin de aanpak wordt geconcretiseerd. Bij de vertaling van dit beleidskader naar een concreet, jaarlijks uitvoeringsplan worden een aantal uitgangspunten in acht genomen. De belangrijkste uitgangspunten zijn: Informatie gestuurd De gemeente Eindhoven ziet informatie gestuurde handhaving als een belangrijke pijler. Er zijn ontwikkelingen op het gebied van ICT en data analyse. Door gemeentelijke en andere informatiebronnen te ontsluiten, te analyseren en te combineren kunnen we een problematiek eerder (of preventief) en gerichter aanpakken. Gebiedsgericht Om optimaal in te kunnen spelen op vraagstukken van inwoners zet de gemeente Eindhoven binnen het ruimtelijk domein al geruime tijd in op gebiedsgericht toezicht.
Dit doen we door - vanuit een actieve samenwerking met wijkteams - te kijken naar naleefgedrag, oorzaken en oplossingen gerelateerd aan geografische gebieden. Er zijn verschillende vragen, doelgroepen en belangen. Kennis wordt gedeeld en ervaringen van inwoners en bedrijven worden verzameld. Deze input is van invloed op de prioriteiten in het jaarlijkse uitvoeringsplan, waar mogelijk toegespitst op een specifieke wijk. Per wijk kunnen er dus op basis van gebiedsanalyses en bijvoorbeeld buurtcontracten verschillende bouwstenen zijn voor het uitvoeringsplan. Risico- en oplossingsgerichte benadering De gemeente Eindhoven benadert toezicht en handhaving risico- en oplossingsgericht. De prioriteiten worden in beginsel gebaseerd op een inschatting van de veiligheids- en gezondheidsrisico's voor inwoners. Ook aspecten als leefbaarheid, duurzaamheid en omgevingskwaliteit wegen in belangrijke mate mee. Daarnaast worden prioriteiten mede gebaseerd op wat inwoners en bedrijven belangrijk vinden. Eindhoven hecht eraan om vraagstukken waar mogelijk gezamenlijk op te lossen. Er zijn onderwerpen die in algemene zin aandacht vragen. Brandveilig gebruik van woongebouwen verdient (nog) meer aandacht, in de context van kwetsbare groepen die langer zelfstandig blijven wonen. Ook aanpak van jeugdoverlast, duurzaamheid en de bestaande bouw zijn voorbeelden.
Er wordt gezocht naar de beste oplossing die nodig is voor het versterken van de veiligheid in de leefomgeving van onze inwoners. Hiermee ontstaat een risicoanalyse op basis waarvan vervolgens de prioriteiten binnen het toezicht worden gesteld. Consequent en doelmatig Uitvoeringsplannen en jaarverslagen bevatten een overzicht van de inzet en capaciteit voor handhaving. In het verlengde van informatie gestuurde en oplossingsgerichte handhaving vergt doelmatige handhaving een analyse van resultaten. Meetbare doelen om te beoordelen of de beschikbare capaciteit zo doelmatig mogelijk wordt ingezet. We beogen in de komende jaren een ontwikkeling door te maken in de vierslag capaciteit – prioriteit – risicoanalyse - nalevingsniveau. Dit moet onder andere leiden tot meer inzicht in de relatie vastgesteld III Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017 (Croy 19-25) Gemeente Eindhoven
87
tussen handhavingsinspanningen en het nalevingsniveau (effect). De gemeente Eindhoven maakt keuzes om ervoor te zorgen dat de beschikbare capaciteit zo adequaat mogelijk wordt ingezet. Om goede prioriteiten te stellen is inzicht noodzakelijk in mogelijke problemen, de risico's en negatieve effecten. Hierdoor kan beter ingespeeld worden op de grootste ergernissen en notoire overtreders en draagt handhaving bij aan een verhoogd gevoel van veiligheid. Met inachtneming van de uitgangspunten zijn in de nota prioriteiten gesteld. Aan de hand van deze prioriteiten, het budget uit de programmabegroting, incidentele bestuurlijke prioriteiten en het naleefgedrag van burgers en bedrijven, wordt jaarlijks het uitvoeringsplan voor toezicht en handhavingsprogramma opgesteld. In het uitvoeringsplan wordt op hoofdlijnen opgenomen waar de capaciteit dat jaar wordt ingezet. Daarbij is een onderverdeling gemaakt in: Object en informatiegericht - Bouwen en Wonen - Openbare leefomgeving - Bedrijven Gebiedsgericht - Pilot Veiligheid en leefbaarheid - Actiegebieden Themagericht Bij ieder onderdeel worden jaarlijks een aantal belangrijke ontwikkelingen op het gebied van toezicht en handhaving opgenomen. Dat kan bijvoorbeeld gaan om woonoverlast bij de Activiteiten Bouwen & Wonen. Of duurzaamheid en energiebesparing bij de Activiteiten Bedrijven.
Bovengenoemde onderverdeling komt in elk uitvoeringsplan terug. Per jaar wordt aangegeven welke prioriteit een onderdeel heeft en hoeveel capaciteit er wordt ingezet. Om overtredingen te voorkomen en goed te kunnen handhaven is het belangrijk dat regels duidelijk zijn. Het moet duidelijk zijn wat wel en niet mag. Regels dienen niet voor verschillende uitleg vatbaar te zijn. Bij het opstellen van bestemmingsplannen is daarom gekozen voor een zo helder mogelijke juridische methodiek. De regels zijn zo geschreven, dat deze in de praktijk goed toetsbaar zijn. De juridische toelichting op het bestemmingsplan en de begrippenlijst geven nadere uitleg over de regels en over de begrippen die gebruikt worden.
88
vastgesteld III Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017 (Croy 19-25) Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 8
Financiële aspecten
Bij de vaststelling van een bestemmingsplan, waarin ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt, dient de gemeenteraad eveneens een exploitatieplan vast te stellen. Dit heeft te maken met de wettelijke verplichting om de kosten; die de gemeente moet maken om deze ontwikkeling mogelijk te maken, te verhalen op de eigenaar/ontwikkelaar. Van deze verplichting tot het vaststellen van een exploitatieplan kan worden afgezien indien het kostenverhaal op een andere manier is geregeld. Dit kan bijvoorbeeld door middel van gemeentelijke gronduitgifte of door het afsluiten van een overeenkomst. Ook kan er sprake zijn van zogenaamde “kruimelgevallen”. Het komt er hierbij op neer dat de door de gemeente te maken kosten beperkt zijn en de kosten verhaald kunnen worden via de legesverordening. Voorwaarde hierbij is dat er geen sprake is van fasering, locatie-eisen of eisen aan woningbouwcategorieën. Voor onderhavige planvorming is een anterieure overeenkomst gesloten zodat er geen verplichting bestaat tot het vaststellen van een exploitatieplan.
vastgesteld III Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017 (Croy 19-25) Gemeente Eindhoven
89
90
vastgesteld III Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017 (Croy 19-25) Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 9 Procedure en maatschappelijke uitvoerbaarheid
9.1
Bekendmaking ex artikel 1.3.1 Bro
Op grond van artikel 1.3.1. van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet van het voornemen een bestemmingsplan voor te bereiden, kennis worden gegeven. De kennisgeving van de voorbereiding van onderhavig bestemmingsplan is op 24 mei 2023 gepubliceerd in het Gemeenteblad. Er zijn geen stukken betreffende het voornemen ter inzage gelegd, noch is de mogelijkheid open gesteld om zienswijzen tegen het voornemen in te dienen of instanties om advies te vragen.
9.2
Overleg ex artikel 3.1.1 Bro
Op grond van artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moeten burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met de rijks- en provinciale diensten die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. De nota van dit vooroverleg is als bijlage 13 aan deze toelichting gehecht. De reactie van het Waterschap leidt tot tekstuele aanpassingen. Voor het overige leiden de reacties van de betreffende instanties tot aanpassingen van het plan.
9.3
Samenspraak en inspraak
Per 1 oktober 2008 is de "Verordening Samenspraak en Inspraak gemeente Eindhoven 2008" in werking getreden. Het doel hiervan is het betrekken van burgers bij de besluitvorming. Initiatiefnemer heeft persoonlijke gesprekken met eigenaren en gebruikers van de in de omgeving van het plan gelegen panden gevoerd. Betreffende personen wordt persoonlijk op de hoogte gehouden van het verloop van het proces. Het verslag met daarin onder meer een uiteenzetting van de gedeelde opmerkingen, inzichten, zorgen en wensen is als bijlage 14 aan onderhavige toelichting gehecht. Hierna volgt een opsomming van de aspecten die in het kader van de samenspraak naar voren kwamen. In cursieve tekst is vervolgens de wijze van omgang met deze reacties beschreven. Parkeren en de beschikbaarheid van parkeerplaatsen aan Croy. Het parkeren van zowel auto's als fietsen is volledig binnen het plangebied op eigen terrein opgelost. Extra parkeergelegenheid naast die van de gebruiker. Het plan voorziet in de eigen parkeerbehoefte met een kleine overcapaciteit. Op termijn wanneer de parkeernorm daar de ruimte voor bied kan met deelmobiliteit de park eerdruk in het souterrain verlaagd worden waarmee mogelijk capaciteit gedeeld kan worden. Vanuit Croy 17b moet de KPN-mast vrij aangestraald kunnen worden. Deze bleek na controle al geheel vrij gehouden in het voorliggende plan.
De massa met name op de hoek is nog wat verder terug geplaatst waarmee er nog meer vrij zicht tussen Croy 17b en de zendmast is ontstaan. vastgesteld III Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017 (Croy 19-25) Gemeente Eindhoven
91
Croy wordt ook relatief veel gebruikt door schoolgaande fietsende jeugd. De weg blijft gehandhaafd en de groene inrichting en openhouden van de hoek zorgt voor veel overzicht. In welke mate is er slagschaduw op de bebouwing en eventuele invloed op zonnepanelen? De positie en hoogtes van met name de torens zijn zo gekozen dat slagschaduw tot een minimum beperkt blijft. Er is een bezonningsstudie uitgevoerd waaruit blijkt dat geen sprake zal zijn van schaduwhinder. Het interne rangeerterrein kent wederzijdse erfdienstbaarheden/kwalitatieve rechten voor het manoeuvreren met vrachtwagens om te kunnen laden en lossen. Het terrein dient voor het beoogde gebruik geschikt te blijven. Er is door een civieltechnisch bureau onderzocht wat de huidige toegankelijkheid is en die van het voorgaande plan. Met het voorgaande plan bleek een beperking van het gebruik te ontstaan, ook als de achterzijde van de ontwikkeling zoals door ons voorgesteld blind zou worden. In overleg is besloten om de huidige positie volledig te respecteren en het laden en lossen bij de ontwikkeling ook aan de achterkant te handhaven. De aan- en opritten aan de zijkanten kennen ook een erfdienstbaarheid en dienen eveneens bereikbaar en bruikbaar te blijven. De doorsteek wordt regelmatig door diverse bedrijven gebruikt.
Deze is evenals ter plaatse van het rangeerterrein volledig gerespecteerd en ter plaatse van de ontwikkeling zelfs nog wat verruimd. In verband met de nauwkeurigheid van de handelingen bij KGS en/of KMWE zijn trillingen niet gewenst. Er is overleg geweest met bedrijven welke een eventuele gesloten bouwkuip zouden maken. Deze kan wanneer noodzakelijk geheel trillingvrij aangebracht worden. De funderingspalen zullen op basis van het constructief advies geboord en daarmee trillingvrij aangebracht worden. Daarnaast heeft initiatiefnemer het plan gepresenteerd aan Trefpunt Groen Eindhoven, Stichting Bescherming Wederopbouwerfgoed Eindhoven en de Henri van Abbe Stichting. Zij zijn positief, hbben wat suggesties meegegeven om het plan naar een hoger niveau te tillen en worden graag op de hoogte gehouden.
9.4
Zienswijzen en ambtshalve aanpassingen
Het ontwerp van het bestemmingsplan heeft met ingang van donderdag .. tot en met woensdag .. op de gebruikelijke wijze ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn is iedereen in de gelegenheid gesteld om schriftelijk of mondeling een zienswijze ten aanzien van het ontwerp van het bestemmingsplan kenbaar te maken. Kennisgeving van de ter inzage legging en de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen is in de edities van de Staatscourant en het weekblad Groot Eindhoven van .. gepubliceerd. Ook is kennis gegeven van de mogelijkheid om de digitale versie van het ontwerp bestemmingsplan via de gemeentelijke website www.eindhoven.nl/bestemmingsplannen en de landelijke website www.ruimtelijkeplannen.nl te raadplegen. Naar aanleiding van de tervisielegging zijn P.M. zienswijzen ontvangen. Naast de aanpassingen naar aanleiding van de ingekomen zienswijzen zijn ambtshalve aanpassingen doorgevoerd. In de 'nota zienswijzen en ambtshalve aanpassingen' is beargumenteerd op de zienswijzen ingegaan.
92
vastgesteld III Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017 (Croy 19-25) Gemeente Eindhoven
Bijlagen bij de toelichting
Bijlage 1
Behoefte onderzoek
Bijlage 2
Archeologisch (voor)onderzoek
Bijlage 3
Parkeerrekentool
Bijlage 4
Bomen Effect Analyse
Bijlage 5
Windklimaat onderzoek
Bijlage 6
Rapportage Externe Veiligheid
Bijlage 7
Bodemonderzoek 2010
Bijlage 8
Bodemonderzoek 2019
Bijlage 9
Quickscan flora & fauna
Bijlage 10
Notitie nader onderzoek
Bijlage 11
Stikstofdepositie onderzoek
Bijlage 12
Klimaatrekentool
Bijlage 13
Nota Vooroverleg
Bijlage 14
Verslag samenspraak
Bijlage 15
Bezonningsonderzoek
Deze bijlagen zijn te raadplegen op de landelijke website https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart
vastgesteld III Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017 (Croy 19-25) Gemeente Eindhoven
93
94
vastgesteld III Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017 (Croy 19-25) Gemeente Eindhoven
Regels
vastgesteld III Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017 (Croy 19-25) Gemeente Eindhoven
95
96
vastgesteld III Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017 (Croy 19-25) Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 1
Artikel 1 1.1
Inleidende regels
Begrippen
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.2
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.3
Actualisatie nota parkeernormen (2019)
Nota gepubliceerd op 3 oktober 2019 en in werking getreden op 4 oktober 2019. 1.4
archeologisch onderzoek
onderzoek verricht door een daartoe gecertificeerde instantie en werkend volgens de geldende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA). 1.5
archeologische verwachting
de aan een gebied toegekende verwachting in verband met de kans op het voorkomen van archeologische relicten (resten uit het verleden). 1.6
archeologische waarde
de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende archeologische relicten (resten uit het verleden). 1.7
bebouwing
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.8
bedrijfsgebouw
een gebouw dat dient voor de uitoefening van een bedrijf. 1.9
bedrijfshoreca
niet zelfstandige horeca in de vorm van een restaurant, bar, lounge, etc., die wordt of is gerealiseerd binnen een andere hoofdfunctie en daar naar oppervlakte en ruimtelijke uitstraling ondergeschikt aan is welke uitsluitend toegankelijk is via de hoofdfunctie en waarvan de openingstijden zijn aangepast aan de openingstijden van de hoofdfunctie. 1.10
bedrijfsvloeroppervlak
de totale oppervlakte van de voor bedrijfsuitoefening benodigde bedrijfsruimte, inclusief de verkoopvloeroppervlakte, opslag- en administratieruimten en dergelijke. 1.11
bedrijfswoning
een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein wenselijk is.
vastgesteld III Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017 (Croy 19-25) Gemeente Eindhoven
97
1.12
behoud ex situ
behoud van archeologische informatie door middel van een opgraving. 1.13
behoud in situ
behoud van archeologische resten op dezelfde plaats door planaanpassing (behoudsmaatregelen). 1.14
belemmeringenstrook
een strook grond ten behoeve van het onderhoud van een buisleiding waarbinnen geen bebouwing mag worden opgericht en/of werken en werkzaamheden (niet zijnde bouwen) mogen worden uitgevoerd die van invloed kunnen zijn op de ongestoorde ligging van de buisleiding. 1.15
beperkt kwetsbaar object
a. verspreid liggende woningen, woonschepen en woonwagens, voor zover zij niet behoren tot een Bevi-inrichting en met een dichtheid van maximaal twee woningen, woonschepen of woonwagens per hectare; b. bedrijfswoningen, voor zover zij niet behoren tot een Bevi-inrichting; c. kantoorgebouwen, hotels en restaurants, winkels en bedrijfsgebouwen voor zover zij niet onder het begrip kwetsbaar object vallen en voor zover zij niet behoren tot een beviinrichting; d. sporthallen, sportterreinen, zwembaden en speeltuinen; e. kampeerterreinen en andere terreinen bestemd voor recreatieve doeleinden, voor zover zij niet onder het begrip kwetsbaar object vallen; f. objecten die met het onder a. tot en met e. genoemde gelijkgesteld kunnen worden uit hoofde van de gemiddelde tijd per dag gedurende welke personen daar verblijven, het aantal personen dat daarin meestal aanwezig is en de mogelijkheden voor zelfredzaamheid bij een ongeval, voor zover die objecten geen kwetsbare objecten zijn; g. objecten met hoge infrastructurele waarde, waaronder in ieder geval telefoon- en elektriciteitscentrale of een gebouw met vluchtleidingsapparatuur, voor zover die objecten wegens de aard van de gevaarlijke stoffen die bij een ongeval kunnen vrijkomen, bescherming verdienen tegen de gevolgen van dat ongeval. 1.16
bestaand
bij bouwwerken: legale bouwwerken die aanwezig of in uitvoering zijn op het tijdstip van ter visie legging van het ontwerp van het bestemmingsplan, dan wel bouwwerken zoals die mogen worden gebouwd krachtens een vergunning; bij gebruik: legaal gebruik van grond en opstallen zoals aanwezig tijdens de inwerkingtreding van het bestemmingsplan. 1.17
bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak. 1.18
bestemmingsplan
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.19
bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.20
Bevi (Besluit externe veiligheid inrichtingen)
Besluit van 27 mei 2004, Stb. 250, houdende regels inzake milieukwaliteitseisen op het gebied van de externe veiligheid zoals deze luidde op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan. 98
vastgesteld III Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017 (Croy 19-25) Gemeente Eindhoven